Raadhuisstraat 52_Bijlagen bij toelichting vk
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Bijlagen bij toelichting
Raadhuisstraat 52
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Inrichtingsschets
6
Bijlage 2
Archeologisch bureauonderzoek
8
Bijlage 3
Aanvullend Archeologisch onderzoek
41
Bijlage 4
Beknopte natuurtoets
71
Bijlage 5
Nader ecologisch onderzoek
81
Bijlage 6
Nader ecologisch onderzoek 2023
91
Bijlage 7
Ontheffing Wnb
102
Bijlage 8
Stikstofberekening
121
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek
182
Bijlage 10
Verkennend bodemonderzoek
230
Bijlage 11
Nader bodemonderzoek metalen
339
Bijlage 12
Watertoets
394
Bijlage 13
Verkeersmemo
403
Bijlage 14
Bezonningsstudie
407
Bijlage 15
Aanmeldnotitie
413
Bijlage 16
Presentatie & verslag informatieavond
422
Bijlage 17
Verslag informatieavond 19 mei 2022
454
Bijlage 18
Nota zienswijzen
471
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
3
Raadhuisstraat 52
4
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
5
Raadhuisstraat 52
Bijlage 1
6
Inrichtingsschets
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Ra ad hu iss tra at P
f of eh ed r B
² m 5 6, 1,0 5 6 1
P
,0 15
3 2, 6
52
4 2,
,0 12
8,7 60
n te en m rte pa ap
b
m²
b b
s on lk ba
D1
b
,0 10
b b
2,7
7,2 b
5,7
m²
2,7
4,8 18 m²
6,5
3,5
P
9,2 59 D2
P
m²
7,2
4,6 29
2,8
m²
3,3
,4 11
,0 12
P
di wa
,8 10
P
R5 ,5
R5 ,5
5,4
8,8 11
5,5
5,4
m²
5,0
5,4
P
A2
P
8,8 11
P
C5
P
2,5
P
P
2,5
P
b 7,7
2,5
P
6,0
P
5,0
2,0
3,5
3,3
P
6,0
,8 P 1
2,5
P
C4
P
2,5
P
6,0
m² 4,5 ,2 29 7
1,3
P
P
5,7
P
2,0 P
P
2,5
A1
Regthuispad
m²
2,8
2,5
C3
P
2,5
ts laa .p inz
2,5
8,8 11
P P
P
2,5
1,8
C2
P
6,0
1,5 8 1,
2,5
2,5
P
2,5
5,0
8 4,
P
2,5
R 5,5
2,5
P P
2,5
2,5
C1
2,8
1,8
P
2,8
m²
P
R1 0,0
R 10,0
P P
2,8
P
2,5
b
7,0
4,8 18
P
v. .b. s k t iner o o a str cont 0 9, rol
2,5
1,8 P
b
P P
2,8
b
P
P
P
R1 0,0
1,8
7,2
m²
1,8
3,3 29
1,4
NP P
R 10,0
,3 10
1,4
R 5,5
A3
,0 15 7,2
3,3
P
0
10
20 m
P
3,3
4,5 9,0
m² 6,8 28 ,2 7
ad kep Ker
A4
,4 11
4,0
1,4
B1
4,5
2,7 56
,8 12
B675
leloup architecten werk:
Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
m²
7,2
datum: 15-09-2022
wijz.
schaal: 1:500
wijz.
,4 11
detail:
opzet verkaveling
SI-01
Raadhuisstraat 52
Bijlage 2
8
Archeologisch bureauonderzoek
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam Hollandia reeks 882
COLOFON
Hollandia reeks nr. Titel: Toponiem: Bevoegde overheid: Onderzoeksmeldingsnummer: Hoekcoördinaten:
Uitvoerder:
Auteur: In opdracht van: Wetenschappelijke leiding: Illustraties: Uitvoeringsdatum: Beheer en plaats documentatie:
Versie: ISSN:
882 Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam Raadhuisstraat 52 Gemeente Edam-Volendam 4942380100 128.336/509.402 (N) 128.387/509.337 (O) 128.333/509.291 (Z) 128.286/509.350 (W) Hollandia archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk Oosthuizen Ontwikkeling BV , tenzij anders vermeld. 01-02-2021 Transitiedepot Hollandia archeologen, Zaandijk. Naderhand: Provinciaal archeologisch depot Noord-Holland, Castricum ARCHIS3 16-02-2021 1572-3151
Autorisatie: Omslagafbeelding:
Google maps, voorzijde Raadhuisstraat 52
© Hollandia archeologen, Zaandijk 2021 Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk 075 - 622 49 57 info@archeologen.com
I N H O U D S O P G AV E
Samenvatting
5
1. Inleiding 2. Onderzoeksgebied 3. Beleid 4. Doel en methode 5. Aardwetenschappelijke gegevens 6. Historische gegevens 7. Bekende archeologische gegevens 8. Gespeci昀椀ceerde archeologische verwachting 9. Conclusie en advies
7 9 11 13 15 17 19 21 23
Literatuurlijst
25
Bijlagen 1. Archeologische perioden 2. Archeologisch stappenplan
27
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
4
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
S A M E N VAT T I N G In januari 2021 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van Oosthuizen Ontwikkeling BV een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een onderzoeksgebied aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam (NH). Momenteel bestaat het onderzoeksgebied uit een vrijstaande 19e eeuwse villa en achtergelegen erf. Er zijn voornemens voor de herbouw van de villa en op het achtergelegen terrein 12 grondgebonden woningen te gaan maken. De oppervlakte van het huidige onderzoeksgebied is ca. 6500 m2. Het gehele plangebied valt binnen een dubbelbestemming: Archeologie 3 (deels) en 5 (deels). Voor deze categorie geldt een onderzoeksverplichting voor plangebieden groter dan 500 m2 en dieper dan -0,40 m onder maaiveld. Het doel van onderhavig bureauonderzoek is om in een vroeg stadium van de ontwikkeling inzage te krijgen van de te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Hiervoor zijn de relevante historische, archeologische en bodemkundige gegevens van het gebied in kaart gebracht. Aan de hand van de geraadpleegde aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens kan een archeologische verwachting voor het gebied worden opgesteld. Het onderzoeksgebied ligt in een ontgonnen veengebied.
Een archeologische verwachting voor zowel de prehistorie als de Romeinse tijd is om deze reden laag omdat dit gebied ongeschikt was voor bewoning vanwege het natte veenlandschap in deze regio. Tot aan de ontginningen in de middeleeuwen is het gebied waarschijnlijk onbewoond geweest. Na deze periode komt bewoning met name voor binnen de bekende historische kernen en dus mogelijk ook binnen het onderzoeksgebied. Op historisch kaartmateriaal is pas vanaf 1800 bebouwing op het voorerf van het terrein zichtbaar, maar dit zegt niets over eventuele archeologische sporen uit oudere perioden die aanwezig kunnen zijn op het achterterrein. Gezien het feit dat het onderzoeksgebied vlak naast de oude kerk ligt waar van oudsher de bebouwing in een dorp zich concentreerde, en zich binnen de dorpskern van Oosthuizen bevindt is de kans groot op archeologische resten afkomstig uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. De 20e eeuwse villa wordt herbouwd op dezelfde plek, maar aan de achterzijde wordt 3 meter aangebouwd, waardoor er kans bestaat dat hier de grond nog niet geroerd is. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd tot ca. 1,5 meter ophoging. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag.
Diepliggende archeologische lagen zouden door de ophogingslaag mogelijk indirect verdrukt kunnen worden. Advies Geadviseerd wordt om in het onderzoeksgebied aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren in de vorm van verkennende boringen rondom de laat 19e eeuwse villa op het voorerf. Dit is op basis van de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Dit is vastgesteld op basis van de reeds archeologische onderzoeken uit de omgeving en de enkele aangetroffen archeologische resten. Het terrein achter de villa waar de nieuwbouwhuizen worden gebouwd wordt zodanig opgehoogd dat de huidige grondlaag niet geroerd zal worden. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Als het bevoegd gezag besluit om geen verdere archeologische stappen meer te nemen en er worden tijdens de herbouw van de woning op het voorerf of de bouw van de woningen op het achtererf toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt altijd de
5
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
wettelijke verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Edam-Volendam.
6
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
1 INLEIDING In januari 2021 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van Oosthuizen Ontwikkeling BV een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een onderzoeksgebied aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam (NH), afb. 1. Momenteel bestaat het onderzoeksgebied uit een vrijstaande 19e eeuwse villa en achtergelegen erf. Er zijn voornemens voor de herbouw van de villa en op het achtergelegen terrein 12 grondgebonden woningen te gaan maken. Doel van dit archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespeci昀椀ceerde, archeologische verwachting met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden rondom het onderzoeksgebied. Op basis daarvan wordt een advies geformuleerd waarop de gemeente Edam-Volendam besluit over de eventueel te nemen vervolgstappen. In ARCHIS heeft het onderzoek het volgende onderzoeksmeldingsnummer toegekend gekregen: 4942380100.
509850.000
7
509700.000
Afbeelding 1. Topogra昀椀sche kaart van Oosthuizen en omgeving. Het onderzoeksgebied is rood omka-
508800.000
508950.000
509100.000
509250.000
509400.000
509550.000
derd.
127800.000
127950.000
128100.000
128250.000
128400.000
128550.000
128700.000
128850.000
129000.000
129150.000
P
7,0 ² 0m 32 P
3,5
P
P
7,0 ² 9m 32 1,0 1,0 7,0 ² 4m 32 P
P
10
A3
P
9
A4 ,5 11
4,0
4,0
P
B1
3,5
,0 15
P
P
P
P
5,5
7
4,5
D2
3,5
2,5
7,5
3,5 1,5 7,5 ² 4m 46
1,0 7,0 m² 6 31
wijz. wijz.
schaal: 1:500 detail:
13
14
11
B675
SI-01
opzet verkaveling
13-10-2020
Raadhuisstraat 52 Oosthuizen 11
12
datum: 04-06-2020
werk:
leloup architecten bv
5,0
² 2m 48
13
12
3
,0 e 10 zon o ec
8
3,5
3,2
20 m
P
,0 13
10
P
14
f of eh d e Br
4
0
P
6
² 0m 16
62
P
1,0
P
3,0
C5
5
5,0
Nh-Kerk
aangeleverd door de opdrachtgever. C4
m² 97
4
m² 97
P
1,0 2
7,5 A 11 11,5
P
C3
3
5,4 m² 97
P
P
P
C2 5,4
12 P
P
C1
3,2 ² 0m 16
2
5,6 5,7
A1
P
4,5 1,0
,4 11
18
P
P
P
P
² 9m 51
5,4
10
P
P
P
P
P
1
17
Regthuispad
P
P
P
P
P
P
D1
5,7
P
1
1
,0 15 P
P
P
P
8 P
18 P
2,5
7,5
16
61
59
57
5,5
g in rg be
5,0
60
56
t en m rte ² pa m ap 2 x 1 6 7
52
51
,0 13
A 58
55
7 4,
,0 11
15
1
straat 52 te Oosthuizen. Tekening
58
voor de woningen aan de Raadhuis-
54
Afbeelding 2. Nieuwbouwplannen 0 4,
De
g in er at W
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
2
5
4
3,5
3,5
,0 11
ad kep Ker
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
2 ONDERZOEKSGEBIED De RD-coördinaten van het onderzoeksgebied zijn: 128.336/509.402 (N), 128.387/509.337 (O), 128.333/509.291 (Z) en 128.286/509.350 (W). Het onderzoeksgebied, afb. 3, ligt binnen de dorpskern van Oosthuizen. Het perceel ligt in de kern van het dorp vlak naast de grote kerk van Oosthuizen. Het onderzoeksgebied betreft een vroeg 20e eeuwse villa met omliggende tuin en erf. Het achterterrein van de villa bestaat momenteel uit grasland en bomen. De oppervlakte van het huidige onderzoeksgebied is ca. 6500 m2. Funderingen voor nieuwbouwwoningen worden gemiddeld 80 cm -mv geplaatst en voor de nieuwbouwwoningen op het achterterrein zullen ook nutsvoorzieningen geplaatst moeten worden. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd tot ca. 1,5 meter ophoging. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag. De 20e eeuwse villa wordt herbouwd op dezelfde plek, maar aan de achterzijde wordt 3 meter aangebouwd. Omdat het onderzoeksgebied ligt binnen de historische dorpskern van Oosthuizen geldt er een archeologische verwachting voor het gebied. Volgens het gemeentelijk acheologiebeleid, geldt voor het plangebied archeologiecategorie 3 en 5.
509450.000
9
Afbeelding 3. Luchtfoto van een deel van Oosthuizen. Het onder-
509200.000
509250.000
509300.000
509350.000
509400.000
zoeksgebied is rood omkaderd.
128200.000
128250.000
128300.000
128350.000
128400.000
128450.000
128500.000
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
10
Afbeelding 4. Archeologische beleidskaart van de gemeente
1 kilometers 0
Archeologische beleidskaart gemeente Edam-Volendam
Edam-Volendam.
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
3 BELEID De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop, de Wet op de archeologische monumentenzorg. Een deel van de Monumentenwet is per 1 juli 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. De overige artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet zijn van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Op grond van de Erfgoedwet is de gemeente verantwoordelijk voor de omgang van archeologische waarden binnen het gemeentelijk grondgebied. Er moet rekening gehouden worden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten archeologische resten.
Leidraad bij de bescherming van archeologische waarden is de ‘Beleidsnota Archeologie’ (2015) van de gemeente Edam-Volendam. Deze nota geeft een regime dat wordt gehanteerd bij ruimtelijke plannen. In dit verband is het gemeentelijk bodemarchief geïnventariseerd. Bekende archeologische waarden zijn verzameld. Tevens is onderzocht welke waarden op welke plaats verwacht kunnen worden. De resultaten van deze onderzoeken hebben geleid tot een archeologieregime dat bestaat uit vijf categorieën. Voor elke categorie geldt een andere drempelwaarde op basis waarvan nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De bepalende factor hiervoor is de omvang van het plan in vierkante meters. Een en ander is weergegeven op de gemeentelijke beleidskaart, waarvan direct is af te lezen aan welke archeologische voorwaarden moet zijn voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het archeologisch beleid van de gemeente is opgenomen in de bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ uit 2016 is van kracht in het onderzoeksgebied. Bij bodemverstoringen dient eerst archeologisch onderzoek plaats te vinden, voordat de ingrepen kunnen plaatsvinden. Het gebied heeft de enkelbestemming Wonen en deels Tuinen en de dubbelbestemming Archeologie 3 (deels) en 5 (deels). Het hoogst fungerende beleid zal gelden voor het gehele plangebied.
Dit houdt in dat archeologisch onderzoek een voorwaarde is voor de omgevingsvergunning en onderzoeksplicht bij een bodemverstoring voor werkzaamheden met een grotere omvang van 500 m2 en dieper dan 40 cm. Het gebied waar wordt gebouwd is ongeveer 6.500 m2 groot. (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/ NL.IMRO.0385.BP01243-VG02/t_NL.IMRO.0385.BP01243-VG02.pdf). Funderingen voor nieuwbouwwoningen worden gemiddeld 80 cm -mv geplaatst en voor de nieuwbouwwoningen op het achterterrein zullen ook nutsvoorzieningen aangebracht moeten worden. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd tot ca. 1,5 meter ophoging. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag. De 20e eeuwse villa wordt herbouwd op dezelfde plek, maar aan de achterzijde wordt 3 meter aangebouwd. De maximaal toegestane oppervlakte van 500 m2 en diepte wordt hiermee overschreden. Archeologisch onderzoek is hiermee een vergunningsvoorwaarde.
11
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
12
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
4 DOEL EN METHODE Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, het karakter en de omvang, de datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aard van de aanleiding tot het onderzoek en de vraagstelling (welke archeologische waarden kunnen binnen het plangebied verwacht worden? En in hoeverre zullen de graafwerkzaamheden deze archeologische resten bedreigen?) zullen aanvullende gegevens verzameld dienen te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespeci昀椀eerd verwachtingsmodel. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een selectieadvies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Edam-Volendam, kan hierop een (selectie)besluit maken ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium rekening worden gehouden in de planvorming met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1.
Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens, evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2. Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). 3. Relevante geologische, historische en archeologische literatuur.
13
Het bebouwde gebied is niet gekarteerd. Het onderzoeksgebied is rood omkaderd. Bron: Archis.
14
508950.000
kaart van Oosthuizen en omgeving.
508800.000
Afbeelding 4. Geomorfologische
509100.000
509250.000
509400.000
509550.000
509700.000
509850.000
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
127800.000
127950.000
128100.000
128250.000
128400.000
128550.000
128700.000
128850.000
129000.000
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
5 AARDWETENSCHAPPELIJKE GEGEVENS Type gegevens
Bron
Geologie
De Mulder et al. 2003; Vos 2015
Omschrijving Laagpakket van Wormer; Hollandveen Laagpakket
Geomorfologie
Geomorfologische kaart
(M81) Ontgonnen veenvlakte
van Nederland (PDOK)
(M62) Vlakte van zee- of meerbodemafzettingen
Bodemkunde
Bodemkaart van
(hVs) Koopveengronden op veenmosveen.
Nederland (PDOK)
(pMn85C) Kalkarme leek-/woudeerdgronden; klei, pro昀椀elverloop 5. (kVs) Waardveengronden op veenmosveen.
Tabel 1. Geomorfologische en bodemkundige gegevens met betrekking op de omgeving van Oosthuizen.
Genese van het landschap Het plangebied ligt in het Noord-Hollandse klei- en veengebied. Meer speci昀椀ek gezien ligt het in de Polder Zeevang. Deze gebieden zijn in de late middeleeuwen bedijkt. De landschapsdynamiek in deze regio is in eerste instantie bepaald door de wisselende invloed van de zee. Het pleistocene landschap, grotendeels gevormd tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien is gevormd rond circa 116.000-11.700 jaar geleden. Alle afzettingen die het pleistocene oppervlak afdekken, zijn gevormd tijdens het Holoceen, de huidige warme periode (sinds 11.700 jaar geleden). Door de temperatuurstijging met de overgang van de laatste ijstijd naar het Holoceen, trad ook zeespiegelstijging op onder invloed van het smeltende landijs. Als gevolg van de voortdurende zeespiegelstijging en de daarmee gepaard gaande kustinbraken kwam de omgeving van het onderzoeksgebied vanaf circa 8000 jaar geleden onder directe invloed van de zee te liggen. Middels een systeem van getijdengeulen en -kreken werd vanuit de zee een dik pakket klei en zand afgezet. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer binnen de Formatie van Naaldwijk. Door de verlanding van het getijdensysteem kon in het gebied achter de gesloten kustbarrière vanaf circa 4000-5000 jaar geleden veenvorming optreden. Deze veenvorming ging uiteindelijk in deze regio nog door tot circa 1000 jaar geleden.
Het veen dat hier is gevormd wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop. Omstreeks 900-1000 na Chr. raakte de omgeving van Oosthuizen bewoond. Hierbij hebben veenstroompjes vermoedelijk als ontginningsassen gefungeerd, waarlangs dorpen als Oosthuizen zijn ontstaan. Vanaf de ontginningsassen werden evenwijdig aan elkaar gelegen sloten gegraven om het veen te ontwateren, waardoor een strookvormig verkavelingspatroon is ontstaan. Door de ontwatering kon het veen oxideren, met bodemdaling als gevolg. Dit had tot gevolg dat er nieuwe weteringen en sloten gegraven moesten worden, en soms ook woonplaatsen verlaten moesten worden vanwege toenemende overstromingen vanuit de toenmalige Zuiderzee. Vanaf de 13de eeuw is het gebied bedijkt en waarschijnlijk vanaf de 15de eeuw werden windmolens gebouwd die het waterpeil in de polder kunstmatig laag moesten houden. Geomorfologie en bodem De geomorfologische kaart van de omgeving van het onderzoeksgebied, afb. 4, toont twee gekarteerde vlakken. Allereerst ligt het onderzoeksgebied deels in een niet gekarteerd vlak, omdat dit gezien wordt als de bebouwde zone. Het rode gekarteerde vlak waarin het onderzoeksgebied zich grotendeels bevindt wordt omschreven als een ont-
15
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
gonnen veenvlakte (M81). De groene kleur zichtbaar op de geomorfologische kaart ten westen van Oosthuizen wordt gekarteerd als vlakte van zee-of meerbodemafzettingen (M62). Op de bodemkaart van Nederland zijn ook drie typen zichtbaar rondom het onderzoeksgebied. Dit zijn 2 typen veengronden waarbinnen het plangbied valt; koopveengronden op veenmosveen (hVs) en waardveengronden op veenmosveen (kVs). Daarnaast is er ten westen van het plangebied een bodemtype omschreven als kalkarme leek-/woudeerdgronden; klei, pro昀椀elverloop 5 (pMn85C).
16
Afbeelding 5. Detail uit ‘Waeterland’, maker onbekend, ca. 1530.
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
6 HISTORISCHE GEGEVENS In theorie is ten zuiden van Oosthuizen bewoning mogelijk geweest in het neollithicum vanwege zandige kreekruggen in het Laagpakket van Wormer hoewel hiervoor nog geen daadwerkelijke archeologische aanwijzingen voorhanden zijn. Ter hoogte van het onderzoeksgebied was dit echter waarschijnlijk niet het geval. In de daarop volgende perioden lijkt bewoning in de regio onwaarschijnlijk door de veenvorming in het gebied. Vanwege de natheid van het gebied ten tijde van het veen was het landschap voor bewoning ongeschikt. Pas rond de middeleeuwen ontstaat bewoning in het gebied van Oosthuizen. De oudste betrouwbare vermelding van Oosthuizen dateert uit 1214 als Asthusa Minora: “in Asthusa minore undecim libras et quindecim uncias, de Asthusa in Ekkerslote et in Hutgeest mutate.” Een mogelijke oudere vermelding is afkomstig van een inkomenslijst van de Abdij van Egmond uit 1100/1140. Het is ook niet uitgesloten dat een vermelding uit 922 van het dorp Atgereswere, aan wat later het Beemstermeer genoemd zou worden, naar Oosthuizen verwijst. In de late middeleeuwen staat Oosthuizen onder andere ook bekend als Luttic-Asthusa, Luttik-Oosthuizen. Het voorvoegsel Luttic, dat klein betekent, vervalt hierna en alleen de naam Oosthuizen blijft tot op heden in gebruik. Het kan niet met zekerheid worden gezegd dat Oosthuizen altijd op dezelfde locatie gelegen heeft.
Het kan zijn dat het dorp zich eerst meer ten westen bevond, maar vanwege het steeds verder uitbreidende Beemstermeer dat zich in de eeuwen daarvoor steeds meer uitbreidde naar het oosten en een bedreiging voor het dorp vormde. De huidige Grote of Sint-Nicolaaskerk is echter in 1511 gebouwd op een vermeende eerdere locatie van de middeleeuwse kerk. Dit impliceert dat het dorp niet ver verplaatst zou zijn. Pas in de 17e eeuw ligt het dorp aan de oever van het Beemstermeer. Het bebouwingslint langs de dijken is pas ontstaan toen deze werden aangelegd. In de periode daarvoor zou sprake zijn van een bewoningskern gelegen tussen de landerijen. Een van de oudste kaarten die geraadpleegd kan worden toont het huidige Noord-Holland omstreeks het jaar 1530, afb. 5. Oosthuizen wordt er weergegeven, niet in detail maar met een symbool waar een kerk in te herkennen is. Het is een heel schematische voorstelling van de toen bestaande dorpskernen, bebouwing op de buitenlanden wordt er niet weergegeven. Deze kaart is gemaakt om de toestand van de zeewering in het Noorderkwartier weer te geven. Ondanks dat de grote kerk is weergegeven, welke zich dichtbij het onderzoeksgebied bevindt, kan er op basis van deze kaart door gebrek aan details, niet worden vastgesteld of er bewoning was op de onderzoekslocatie of niet. Oosthuizen is niet vaak gedetailleerd weergegeven op kaarten.
Pas in de 19e eeuw kan op kavelniveau bekeken worden wat het grondgebruik was. Uit de kadastrale minuut uit 1811-1832, afb. 6, is duidelijk het patroon af te leiden dat de bebouwing zich concentreert langs de beide zijden van de veel hogere dijk langs de Beemster. Het is aannemelijk dat het oostelijke bebouwingslint (de kerkzijde) de oudste is omdat deze aan de binnenzijde van de dijk ligt en daarmee het veiligst ten opzichte van de Beemster. Verder is het merkwaardige en afwijkende slootpatroon grenzend aan de westzijde van de onderzoekslocatie niet direct te verklaren aan de hand van de vroeg 19e eeuwse bebouwing. Er is bewoning zichtbaar binnen het terrein op het voorerf, maar het achtererf is net als tegenwoordig nog onbebouwd. Wat er in de afgelopen twee honderd jaar op het achtererf heeft gestaan is niet met zekerheid te zeggen.
17
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
Het huidige pand aan de Raadhuisstraat 52 is gebouwd in 1907 (BAG viewer). De huidige Raadhuisstraat, voorheen Dorpsstraat, werd in het verleden het Oosteinde genoemd. Na 1700 wordt er melding gemaakt van het Westeinde (ten westen van de kerk) en van het Oosteinde (ten oosten van de kerk), hiermee aangevend dat de kerk de kern van het dorp vormt.
18
Afbeelding 6. Kadastrale minuut uit 1811-1832. Het plangebied is rood omkaderd. Er is bewoning zichtbaar op het voorerf in deze periode
509250.000
509400.000
binnen het plangebied.
128250.000
128400.000
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
7 ARCHEOLOGISCHE GEGEVENS In de nabijheid van het onderzoeksgebied zijn er verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd, afb. 8. Voor zover deze onderzoeken bruikbare resultaten hebben opgeleverd ten aanzien van onderhavig bureauonderzoek, worden ze hier besproken. Het onderszoeksgebied ligt binnen de historische dorpskern van Oosthuizen. De middeleeuwse-nieuwe tijdse dorpskern is van hoge archeologische waarde en staat bekend onder monumentnummer 14658. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. Resten vanaf de middeleeuwen kunnen hier verwacht worden. In de omgeving van het plangebied rondom Oosthuizen is in 1997 een groot onderzoeksgebied uitgevoerd in het kader van een Milieu Effect Rapportage/Analyse. Dit in het kader van Herinrichtingsgebied Zeevang. Het onderzoek bestond uit een bureau-, booronderzoek en veldkartering (onderzoeksmeldingsnr. 10221). Tijdens dit archeologische onderzoek zijn aardewerkvondsten afkomstig uit de late middeleeuwen en enkele vondsten uit de nieuwe tijd aangetroffen.
In het kader van nieuwbouwplannen voor enkele ten zuiden van Oosthuizen gelegen percelen werd op verzoek van de provinciaal archeoloog door de A W N - Afdeling Zaanstreek en Omstreken een veldverkening uitgevoerd. Het onderzoek leverde slechts enkele kogelpotscherfjes en een scherf Andenne-aardewerk op. Daarnaast zijn er in de omgeving een aantal archeologische bureauonderzoeken uitgevoerd waarvan geen resultaten bekend zijn. Gezien de omvang en van enkele de ligging ten opzichte van het onderhavige onderzoeksgebied wordt er vanuit gegaan dat deze onderzoeken geen aanvullende of andere relevante informatie opgeleverd hebben. Op ca. 250 meter ten oosten van het onderzoeksgebied is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd door Jacobs & Burnier Archeologisch Projectbureau op het terrein aan de Raadhuisstraat 1 (zaakidenti昀椀catienummer 2066029100). Deze locatie is gelegen in de historische dorpskern van Oosthuizen. Bij het booronderzoek zijn fragmenten 17e of 18e eeuws aardewerk en gebruiksvoorwerpen aangetroffen.
19
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
Afbeelding 7. Ligging van herinrichtingsgebied Zeevang, Mulder 1994.
20
Afbeelding 8. Archis archeologische vondstlocaties in en rond het onderzoeksgebied in Oosthuizen. Het onderzoeksgebied is aangegeven met een rode stip.
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
8 A R C H E O L O G I S C H E V E R WA C H T I N G Periode
Verwachting
Diepte
Omschrijving van de te verwachte resten
Prehistorie
Laag
Vanaf ca. 5m onder het maaiveld.
Nederzettingssporen, vuursteen, natuursteen aardewerk, botmateriaal, houten voorwerpen, kuilen, gewei, begravingen, leer
Romeinse tijd
Laag
In het veen vanaf ca. 0,50m onder het maaiveld.
Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, waterputten, aardewerk, natuursteen, gewei, benen voorwerpen, metalen voorwerpen, houten voorwerpen, leer,
Middeleeuwen
Hoog
direct onder het maaiveld.
Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, waterputten, aardewerk, natuursteen, gewei, benen voorwerpen, metalen voorwerpen, houten voorwerpen, leer, aanplempingslagen, kelders, glas.
Nieuwe tijd
Hoog
direct onder het maaiveld.
Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, waterputten, aardewerk, natuursteen, gewei, benen voorwerpen, metalen voorwerpen, houten voorwerpen, leer, aanplempingslagen, kelders, glas.
De in dit hoofdstuk beschreven archeologische verwachting is in bovenstaande tabel samengevat. Aan de hand van de geraadpleegde aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens kan een archeologische verwachting voor het gebied worden opgesteld. Het onderzoeksgebied ligt in een ontgonnen veengebied. Een archeologische verwachting voor zowel de prehistorie als de Romeinse tijd is om deze reden laag omdat dit gebied ongeschikt was voor bewoning vanwege het natte veenlandschap in deze regio. Tot aan de ontginningen in de middeleeuwen is het gebied waarschijnlijk onbewoond geweest. Na deze periode komt bewoning met name voor binnen de bekende historische kernen en dus mogelijk ook binnen het onderzoeksgebied. Op historisch kaartmateriaal is pas vanaf 1800 bebouwing op het voorerf van het terrein zichtbaar. Gezien het feit dat het onderzoeksgebied vlak naast de oude kerk ligt en zich binnen de
21
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
dorpskern van Oosthuizen bevindt is de kans groot op archeologische resten afkomstig uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. De 20e eeuwse villa wordt herbouwd op dezelfde plek, maar aan de achterzijde wordt 3 meter aangebouwd, waardoor er kans bestaat dat hier de grond nog niet geroerd is. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd tot ca. 1,5 meter ophoging. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag. Diepliggende archeologische lagen zouden door de ophogingslaag mogelijk indirect verdrukt kunnen worden.
22
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
9 CONCLUSIE EN ADVIES Voor het archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam zijn de relevante bodemkundige, historische en archeologische gegevens in kaart gebracht. Volgens het bestemmingsplan ligt het onderzoeksgebied deels in een gebied met een hoge archeologische waarde, de historische kern van Oosthuizen. Het onderzoeksgebied ligt in een gebied met een archeologie categorie 3 en 5. Het hoogst fungerende beleid zal gelden voor het gehele plangebied. Dit houdt in dat onderzoeksplicht bij bodemingrepen bij een oppervlakte groter dan 500 m2 en wanneer er dieper dan 40 cm –mv wordt gegraven nodig is. Dit bureauonderzoek dient om met zekerheid vast te stellen of het plangebied binnen het gebied met hoge archeologische waarde valt. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ca. 6500 m2 en de verwachting is dat de funderingen voor de nieuwbouwwoningen gemiddeld 80 cm -mv worden geplaatst en voor de nieuwbouwwoningen op het achterterrein zullen ook nutsvoorzieningen aangebracht moeten worden. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag.
Aan de hand van de geraadpleegde aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens kan een archeologische verwachting voor het gebied worden opgesteld. Het onderzoeksgebied ligt in een ontgonnen veengebied. Een archeologische verwachting voor zowel de prehistorie als de Romeinse tijd is om deze reden laag omdat dit gebied ongeschikt was voor bewoning vanwege het natte veenlandschap in deze regio. Tot aan de ontginningen in de middeleeuwen is het gebied waarschijnlijk onbewoond geweest. Na deze periode komt bewoning met name voor binnen de bekende historische kernen en dus mogelijk ook binnen het onderzoeksgebied. Op historisch kaartmateriaal is pas vanaf 1800 bebouwing op het voorerf van het terrein zichtbaar, maar dit zegt niets over eventuele archeologische sporen uit oudere perioden die aanwezig kunnen zijn op het achterterrein. Gezien het feit dat het onderzoeksgebied vlak naast de oude kerk ligt waar van oudsher de bebouwing in een dorp zich concentreerde, en zich binnen de dorpskern van Oosthuizen bevindt is de kans groot op archeologische resten afkomstig uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. De 20e eeuwse villa wordt herbouwd op dezelfde plek, maar aan de achterzijde wordt 3 meter aangebouwd, waardoor er kans bestaat dat hier de grond nog niet geroerd is. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd tot ca. 1,5 meter ophoging.
Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag. Diepliggende archeologische lagen zouden door de ophogingslaag mogelijk indirect verdrukt kunnen worden. Advies Geadviseerd wordt om in het onderzoeksgebied aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren in de vorm van verkennende boringen rondom de laat 19e eeuwse villa op het voorerf. Dit is op basis van de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Dit is vastgesteld op basis van de reeds archeologische onderzoeken uit de omgeving en de enkele aangetroffen archeologische resten. Het terrein achter de villa waar de nieuwbouwhuizen worden gebouwd wordt zodanig opgehoogd dat de huidige grondlaag niet geroerd zal worden. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
23
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
Als het bevoegd gezag besluit om geen verdere archeologische stappen meer te nemen en er worden tijdens de herbouw van de woning op het voorerf of de bouw van de woningen op het achtererf toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt altijd de wettelijke verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Edam-Volendam.
24
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
L I T E R AT U U R
Brands, D.F. 2020: Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied Industrielaan te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam, Hollandia reeks 865, Zaandijk. Groenhuijzen, M. R., 2020: Archeologisch bureauonderzoek voor drie herontwikkelingslocaties te Oosthuizen, Warder en Beets, gemeente Edam-Volendam, VUhbs archeologie. Husken, S., Nyst, C., 2015: Beleidsnota Archeologie gemeente Edam-Volendam. Jacobs, E., 2008, Locatie ‘Oosteinde 67’ te Oosthuizen, gemeente Zeevang. Een inventariserend veldonderzoek, Star 165, Amsterdam. Künzel, R. E., Blok, D. P., Verhoeff J. M., 1988: Lexion van Nederlandse toponiemen tot 1200, Amsterdam. Sinoo, F., 2016: Bestemmingsplan Dorpskernen 2016, Alkmaar. Stiller, D. R., 2016: Archeologisch bureauonderzoek Oosteinde 58 te Oosthuizen, Gemeente Edam-Volendam, Argo 101, Zaandam. Websites www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.edam-volendam.nl www.historischeverenigingoosthuizen.nl www.plaatsengids.nl/oosthuizen www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl ARCHIS3
25
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
26
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
BIJLAGEN Inhoudsopgave
Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologisch stappenplan
27
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
28
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
B 1.250-1.500
Late-Middeleeuwen
A 1.050-1.250
Vroege-Middeleeuwen
D
900-1.050
C
725-900
B
525-725
A
450-525
Laat-Romeinse tijd
Miden-Romeinse tijd
Vroeg-Romeinse tijd
B
350-450
A
270-350
B
150-270
A
70-150
B
25-70
A
12-25
Late-IJzertijd
12 na Chr.250 v. Chr.
Midden-IJzertijd
500-250
Vroege-IJzertijd
800-500
Late-Bronstijd
1.100-800
Midden-Bronstijd
B 1.500-1.100 A 1.800-1.500
Vroege-Bronstijd
2.000-1.800
Vroeg-Neolithicum
2.450-2.000
A
2.850-2.450
B
3.400-2.850
A
4.200-3.400
B
4.900-4.200
A
5.300-4.900
Laat-Mesolithicum
6.450-4.900
Midden-Mesolithicum
7.100-6.450
Vroeg-Mesolithicum
8.800-7.100
Laat-Paleolithicum
B 18.000-8.800
MESOLITHICUM NEOLITHICUM
Late-Middeleeuwen
Midden-Neolithicum
B
A 35.000-18.000
Midden-Paleolithicum
300.000-35.000
Vroeg-Paleolithicum
-300.000
29
PALEOLITHICUM
A 1.500-1.650
MIDDELEEUWEN
Nieuwe tijd
Laat-Neolithicum
ROMEINSE TIJD
B 1.650-1.850
IJZERTIJD
Nieuwe tijd
C 1.850-heden
BRONSTIJD
Nieuwe tijd
NIEUWE TIJD
B I J L A G E 1: A R C H E O L O G I S C H E P E R I O D E N
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
30
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
B I J L A G E 2: A R C H E O L O G I S C H E S TA P P E N P L A N In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op speci昀椀eke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken.
I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v. universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * Aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat in verband met het bepalen van het onderzoekskader. * Beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens. * Beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geogra昀椀sche gegevens. * Een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap. * Een impressie van de bewoningsgeschiedenis. * Beschrijven bekende archeologische waarden. * Archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE.
Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische bescherming te krijgen binnen het bestemmingsplan. * Archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen uit het verleden. * Beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespeci昀椀ceerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden. * Aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking. * Aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart. * Rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.
31
Archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen
II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken.
32
Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).
Raadhuisstraat 52
Bijlage 3
Aanvullend Archeologisch onderzoek
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
41
Archeologisch verkennend booronderzoek aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen.
Gemeente Edam-Volendam (NH)
HOLLANDIA archeologen
COLOFON
Hollandia reeks nr. Titel: Toponiem: Bevoegde overheid: Onderzoeksmeldingsnummer: Hoekcoördinaten:
Uitvoerder:
910 Archeologisch verkennend booronderzoek aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam. Raadhuisstraat 52 IVO-O Gemeente Edam -Volendam 503309100 128.336/509.402 (N) 128.387/509.337 (O) 128.333/509.291 (Z) 128.286/509.350 (W) Hollandia archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk
Auteur: In opdracht van: Oosthuizen Ontwikkeling BV Wetenschappelijke leiding: Illustraties: Uitvoeringsdatum: Beheer en plaats documentatie: Versie: ISSN:
, tenzij anders vermeld. 22-04-2021 Transitiedepot Hollandia archeologen, Zaandijk. Naderhand: Provinciaal archeologisch depot Noord-Holland, Castricum ARCHIS3 De昀椀nitief/ juni 2021 (revisie september 2022) 1572-3151
Autorisatie: Omslagafbeelding:
Vooraanzicht woonhuis Raadhuisstraat 52.
© Hollandia archeologen, Zaandijk 2021 Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk 075 - 622 49 57 info@archeologen.com
HOLLANDIA archeologen
I N H O U D S O P G AV E
Samenvatting
5
1. Inleiding 2. Onderzoeksgebied 3. Beleid en methode 4. Onderzoeksresultaten 5. Bantwoording onderzoeksvragen 6. Conclusie en aanbeveling
7 9 11 13 15 17
Literatuurlijst
18
Bijlagen 1. Archeologische perioden 2. Archeologisch stappenplan 3. Boorstaten 4. Verontreiniging onderzoeksgebied
19
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
4
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
S A M E N VAT T I N G In april 2021 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van Oosthuizen Ontwikkeling BV een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam (NH). Momenteel bestaat het onderzoeksgebied uit een vrijstaande 19de eeuwse villa en achtergelegen erf met tuin en bosgebied. Er zijn voornemens voor de herbouw van de villa en om op het achtergelegen terrein 12 woningen te gaan realiseren. Op het terrein zijn uiteindelijk 6 boringen gezet tot een diepte van ca. 2,00 m -mv. De bovenste vulling in alle boringen bestaat uit opgebracht bouwzand. Hieronder bevindt zich een antropogene donkerbruine kleilaag met baksteenfragmenten, puin en grind. Rondom het oude huis is ook een schelplaag aangetroffen, mogelijk voor opvulling of verharding om de kelder heen. Deze vulling is waargenomen tot een diepte van 0,85 1,10 m onder maaiveld. Hieronder bevindt zich een ongerijpt gevlekt kleipakket. Op een diepte van 1,45 -1,55 m -mv op het voorterrein en vanaf 1,00 m -mv op het achterterrein, is het veen aangeboord. Onder het veenpakket is een natuurlijk gelaagd kleipakket waargenomen (tot 2,00 m -mv). In de toplaag is rood- en wittbakkend aardewerk aangetroffen, echter betreft het een verstoorde bodemlaag. In diepere bodemlagen zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen.
Omdat de bodemverstoring bij de sloop en bouw van de villa minimaal blijft en het achterterrein wordt opgehoogd, zullen mogelijke archeologische resten in de intacte natuurlijke bodem niet worden verstoord. Onder de villa worden tevens geen archeologische waarden verwacht. Advies Aan de hand van de resultaten van het verkennend booronderzoek binnen het onderzoeksgebied hoeven er geen archeologische vervolgstappen genomen te worden. Uiteindelijk dient de gemeente Edam-Volendam een besluit nemen over het advies. Als tijdens de voorgenomen werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan, conform de Erfgoedwet, melding te worden gemaakt aan de gemeente Edam-Volendam.
5
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
6
Afbeelding 1. Luchtfoto van het plangebied met de bebouwing intact. Bron: Google Earth.
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
1 INLEIDING
509700.000
509850.000
In april 2021 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van Oosthuizen Ontwikkeling BV een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam (NH, zie afb. 1). Momenteel bestaat het onderzoeksgebied uit een vrijstaande 19de eeuwse villa en achtergelegen erf met tuin en bosgebied. Er zijn voornemens voor de sloop en herbouw van de villa en op het achtergelegen terrein 12 woningen te gaan realiseren. Het doel van het booronderzoek is om de archeologische verwachting, die verwoord is in het bureauonderzoek (Brands 2021) en het aanvullende advies vanuit de gemeente Edam-Volendam, te toetsen en eventueel aan te vullen. Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd volgens de bepalingen uit het programma van eisen en de Kwaliteits norm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Naderhand zal de onderzoeksdocumentatie aan het Provinciaal depot van Noord-Holland, in Castricum, worden overgedragen. In ARCHIS3 is het onderzoek gedocumenteerd onder het nummer 503309100.
508800.000
508950.000
509100.000
509250.000
509400.000
509550.000
7
127800.000
127950.000
128100.000
128250.000
128400.000
128550.000
128700.000
128850.000
129000.000
129150.000
Afbeelding 2.Topogra昀椀sche kaart van het plangebied en de omgeving van de Raadhuisstraat 52 in Oosthuizen. Het onderzoeksgebied is aangegeven met de rode kader.
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
8
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
2 ONDERZOEKSGEBIED
509450.000
De RD-coördinaten van het onderzoeksgebied aan de Raadhuisstraat 52 zijn: 128.336/509.402 (N), 128.387/509.337 (O), 128.333/509.291 (Z) en 128.286/509.350 (W). Het voornemen van de opdrachtgever is om in het onderzoeksgebied (afb. 3), aan de Raadhuisstraat 52 de huidige villa te slopen en opnieuw op te bouwen. Op het achterterrein wordt heringericht met nieuwbouwwoningen. De oppervlakte van het huidige onderzoeksgebied is ca. 6500 m2. De funderingen voor nieuwbouwwoningen worden gemiddeld 80 cm -mv geplaatst en voor de nieuwbouwwoningen op het achterterrein zullen ook nutsvoorzieningen geplaatst moeten worden. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en ca. 1,5 meter opgehoogd. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Omdat het onderzoeksgebied ligt binnen de historische dorpskern van Oosthuizen geldt er een archeologische verwachting voor het gebied. Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid geldt voor het plangebied aan de Raadhuisstraat archeologiecategorie 3 en 5 (Brands 2021). Het onderzoeksterrein is tevens voor een deel vervuild (zie bijlage 4). Een deel van de bovengrond moeten worden gesaneerd. Het palenplan is op moment van schrijven nog niet bekend. De gemiddelde maaiveld hoogte van het onderzoeksgebied is tussen de 0,60 m en 1,50 m -NAP. Het terrein loopt in oostlijke richting af aan de brede sloot de ‘De Watering’.
509200.000
509250.000
509300.000
509350.000
509400.000
9
128200.000
128250.000
128300.000
128350.000
128400.000
Afbeelding 3. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (gearceerd in het rood, bron: ARCHIS3).
128450.000
128500.000
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
wijz.
7,2
di wa ,0 12 m²
9,0
9,2 59
6,5
b
D2
2,7
7,7
4,0
5,7 5,4
,8 12
2,5
P
B1
R1 0,0
,4 11 A4
A3 ,4 11 A2
P P
2,5
2,5
3,3
7,2
1,4
m² 1,4
2,5 2,5 P
P
2,5
6,0
P P P
P
P
P
Regthuispad
P
P
P
1,5 1,8
1,8
P
1,8
P
2,8
3 2,
5,0
ts laa .p inz
P
b
3,3
1,3
8 4,
P
m²
7,2
2,5 P
3,3
4,6 29
m² 4,5 29 7,2
2,5 P
b
4 2, P
m² 6,8 28 ,2 7
3,3 29
A1
2,8
² m 5 6, ,0 65 11 P
7,2
3,3
P
52
P
b b
NP
3,5
R1 0,0
P
2,8 P . b.v s k t. iner oo str onta rolc 9,0
ns lko ba
R 10,0
m²
P
P
P
P R 5,5
2,0
6,0
2,8
2,7 56
2,0
P P
P 2,5 P
6,0
6,0
P
7,0 1,8 P 2,8 P
2,5 2,5 2,5 2,5
5,5
b b
R 5,5
P
2,5 2,5 2,5
5,0
6
n te en m rte pa p a
4,5
P P P P
2,8 2,5 2,5
P
b
R5 ,5
,0 15
,4 11
,3 10
2,5
P
,8 P 1
C1
b
5,0
m²
D1
8,7 60
,0 15
C3
b 7,2
,0 12
P
P
P
1,8
R 10,0
m²
C2
4,8 18
C4
b
,0 10
1,8
C5
m²
8,8 11 m² 8,8 11
3,5
5,7 2,7
R5 ,5
10
m²
m²
P
4,8 18 8,8 11
,8 10
5,4 5,4
d epa Kerk
1,4
4,5
SI-01
opzet verkaveling
werk:
f of eh ed Br
0
10
20 m
leloup architecten
opdrachtgever.
detail:
aangeleverd door de
wijz.
Oosthuizen. Tekening
1:500
de Raadhuisstraat 52 te
schaal:
voor de woningen aan
15-09-2022
Nieuwbouwplannen
datum:
B675
Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
Afbeelding 3.
Ra ad hu iss tra at
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
3 DOEL EN METHODE Het doel van een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen is het toetsen en aanvullen van de gespeci昀椀ceerde archeologische verwachting. Om die reden zijn bovendien de volgende onderzoeksvragen geformuleerd, die met het inventariserend veldonderzoek beantwoord moeten worden (Luitjes 2021): 1.
Wat is de bodemopbouw?
2.
Zijn er (sub)recente vergravingen aanwezig? Zo ja, waar bevinden deze zich en tot hoe diep reiken die?
3.
Zijn er archeologische indicatoren aanwezig?
4.
Wanneer archeologisch sporen en artefacten aanwezig zijn, waar en hoe diep liggen deze?
5.
Dienen er archeologische vervolgstappen genomen te worden?
In het plan van aanpak is de strategie bepaald die binnen het plangebied uitgevoerd moest worden. In totaal zijn 6 boringen gezet op de aangegeven locaties (afb. 4). De boringen zijn tot maximaal 2,00 meter -mv diepte gezet. De boringen zijn gezet met behulp van een Edelman- en gutsboor met eerstgenoemde respectievelijk een diameter van 7 en 3 cm. De opgeboorde grond is doorzocht op archeologische indicatoren. Daarvoor is de opgeboorde grond met een boormes afgezet en bekeken. De beschrijving van de bodemopbouw geschiedde volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB). De boorpunten zijn door middel van een GPS-instrument ingemeten in het RD-coördinatensysteem. Vondsten zijn per onderscheiden laag verzameld.
11
Afbeelding 4. Boorpuntenkaart met boringen in het plangebied.
B1 B2 B4
B6
B3 B5
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
Afbeelding 5. Boorstaat van boring aan de Zwanebloemlaan in Oosthuizen. De boring bestaat uit een antropogeen pakket klei met daaronder een natuurlijk veen- en kleipakket (Hollandveen, laagpakket van Wormer, formatie van Naaldijk, bron: DINOLOKET).
12
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
4 O N D E R Z O E K S R E S U LTAT E N Bodemopbouw De boorstaten van de 6 Edelman- en gutsboringen van zijn als bijlage toegevoegd (zie bijlage 3). Het eerste deel van de boring is gezet met een Edelmanboor. In de diepere gelegen bodemlagen, vanaf de grondwatergrens en kleiafzettingen, is overgegaan op een gutsboor. De bovenste vulling in alle boringen bestaat uit opgebracht bouwzand. Hieronder bevindt zich een antropogene donkerbruine zandig kleilaag met baksteenfragmenten, puin en grind. Rondom het oude huis is ook een schelplaag aangetroffen, mogelijk voor opvulling of verharding om de kelder heen. Deze vulling is waargenomen tot een diepte van 0,85 1,10 m onder maaiveld. Hieronder bevindt zich een ongerijpt gevlekt kleipakket. Op een diepte van 1,45-1,55 m -mv op het voorterrein en vanaf 1,00 m -mv op het achterterrein, is het veen aangeboord. Onder het veenpakket is een natuurlijk gelaagde kleilaag waargenomen (tot 2,00 m -mv, zie afb. 5 ter vergelijking). Archeologische indicatoren en recente vergravingen In vrijwel alle boringen is een opgebracht zandige kleilaag met baksteenfragmenten, grind en puin waargenomen tot een diepte van ongeveer 0,85 tot 1,10 m onder maaiveld. Rondom de villa is ook een schelplaag waargenomen, waarschijnlijk als ophoging of verharding voor het pand en onderliggende kelder.
In deze boringen is ook aardewerk aangetroffen, rood- en witbakkend potscherven. Deze fragmenten zijn echter uit context in de geroede toplaag aangetroffen. Een saillant detal is dat achter het pand een aantal geglazuurde plavuizen zijn hergebruikt (17de -18de eeuw, zie afb. 7). In de natuurlijke klei- en veenlagen zijn geen relevante archeologische indicatoren waargenomen.
13 Interpretatie onderzoeksresultaten De onderzoeksresultaten geven een bodempro昀椀el weer dat kortweg in twee delen is te onderscheiden: Het eerste deel betreft een geroerde zandige antropogene bodemlaag met baksteen, grind en puinfragmenten. Deze bodemlaag (zand en zandige klei) is tot ongeveer 0.85 m -1,10 m -mv zichtbaar en waarschijnlijk recentelijk voor een deel opgebracht ter ophoging en egalisatie van het terrein rondom de oude villa (19de-20ste eeuw) en onderliggende kelder. Hieronder bevindt zich een vrijwel intacte ondergrond bestaande uit een (gelaagd) natuurlijk klei- en veenpakket (Hollandveen, laagpakket van Nieuwkoop). Op een diepte van 1,70-1,80 m -mv is een gelaagde kleilaag aangeboord, namelijk de natuurlijk getijafzettingen (laagpakket van Wormer, formatie van Naaldwijk). De sloopwerkzaamheden van de villa en het opnieuw opbouwen van het pand verstoord het bodemarchief minimaal. Er is geen archeologische cultuurlaag of natuurlijk oud vegetatieniveau waargenomen op het achterterrein. Omdat een deel van het terrien wordt opgehoogd (ca. 1,5 meter) en de werkzaamheden beperkt blijven tot een de sloop en herbouw van het oude pand, beperkt de grondroering zich ook tot ca. 0,80 m -mv. Onder het huidige gebouw worden geen archeologische waarden verwacht. Daarmee is de kans klein dat de mogelijke archeologische resten in de bodem worden verstoord.
Om die reden wordt een archeologisch vervolgonderzoek niet geadviseerd.
1,25 m -mv
Afbeelding 6. Boring 6 op het achterterrein met de grens tussen het Hollandveen (formatie van Nieuwkoop) en het natuurlijke grijze kleipakket tot 2,00 m -mv (laagpakket van Wormer).
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
Afbeelding 7. Trap aan achterkant villawoning met geglazuurde plavuizen.
14
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
5 BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN 1.
Wat is de bodemopbouw?
In vrijwel alle boringen bestaat de toplaag uit opgebracht bouwzand (rondom woning) of teelaarde (bebost achterterrein). Hieronder bevindt zich een antropogeen donkerbruine kleilaag met baksteenfragmenten, puin en grind. Rondom de woning is ook een schelplaag aangetroffen, mogelijke voor opvulling of verharding om de kelder heen. Deze vulling is waargenomen tot een diepte van 0,85 - 1,10 m onder maaiveld. Hieronder bevindt zich een ongerijpt gevlekt kleipakket. Op een diepte van 1,45 - 1,55 m -mv op het voorterrein en vanaf 1,00 m -mv op het achterterrein, is het natuurlijk veen aangeboord. Onder het veenpakket is een homogeen gelaagd kleipakket waargenomen (tot 2,00 m -mv). 2.
Zijn er (sub)recente vergravingen aanwezig? Zo ja, waar bevinden deze zich en tot hoe diep reiken die?
De (sub)recente vergravingen beperken zich grotendeels rond en onder de oude woning en zijn tot een diepte van 0,85 - 1,10 m -mv waargenomen. Het betreft hier opgebracht bouwzand en een antropogeen zandig kleipakket. Rondom de kelder van het huis is eveneens een schelplaag aangetroffen. 3.
Zijn er archeologische indicatoren aanwezig?
Tijdens het verkennend booronderzoek zijn enkele aardewerkfragmenten aangetroffen (nieuwe tijd, rood- en wittbakkend aardewerk) in de geroerde toplaag rondom de woning. Andere archeologische indicatoren zijn baksteen-, puin en schelpfragmenten. Deze worden gelinkt aan de bouw van de woning en zijn te dateren vanaf het einde van de 19de eeuw/ begin 20ste eeuw. 4.
Wanneer archeologisch sporen en artefacten aanwezig zijn, waar en hoe diep liggen deze?
Vrijwel alle archeologische resten zijn aangetroffen in de bovenste twee bodemlagen tot een diepte van ongeveer 1,10 m -mv. Hieronder bevindt zich een homogeen natuurlijk veen- en kleipakket. In die onderste bodemlagen zijn geen archeologische resten waargenomen. Er zijn hieronder geen relevante archeologische resten aangetroffen. Onder het huidige pand worden tevens geen relevante archeologische waarden verwacht. 5.
Dienen er archeologische vervolgstappen genomen te worden?
Met inachtneming van de toekomstige sloop- bouwplannen en de ophoging van het onderzoeksterrein (ca. 1,5 meter) worden er geen archeologische vervolgstappen aanbevolen. Archeologische resten in de intacte bodemlaag worden voor het terrein rondom de villa minimaal verstoord en voor het achterterrein helemaal niet bedreigd.
15
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
16
Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen
6 CONCLUSIE EN ADVIES In april 2021 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van Oosthuizen Ontwikkeling BV een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam. Momenteel bestaat het onderzoeksgebied uit een vrijstaande 19de eeuwse villa en achtergelegen erf met tuin en bosgebied. Er zijn voornemens voor de sloop en herbouw van de villa en op het achtergelegen terrein meerdere nieuwbouwwoningen te gaan realiseren. Op het terrein zijn uiteindelijk zes boringen gezet tot een diepte van 2,00 m -mv. De bovenste vulling in alle boringen bestaat uit opgebracht bouwzand. Hieronder bevindt zich een antropogene zandige kleilaag met baksteenfragmenten, puin en grind. Rondom het oude huis is ook een schelplaag aangetroffen, mogelijk voor opvulling of verharding om de kelder heen. Deze vulling is waargenomen tot een diepte van 0,85 - 1,10 m onder maaiveld. Hieronder bevindt zich een ongerijpt gevlekt kleipakket. Op een diepte van 1,45-1,55 m -mv op het voorterrein en vanaf 1,00 m -mv op het achterterrein, is het veen aangeboord. Onder het veenpakket is een natuurlijk gelaagd kleipakket waargenomen (tot 2,00 m -mv). In de boringen rondom de woning is aardewerk aangetroffen, in de vorm van rood- en witbakkend potfragmenten.