Programma LEF - Tussenrapport gemeente Edam-Volendam
Tekst van het document
Programma LEF: het uitstellen van het beginnen met drinken onder minderjarige jongeren in Edam-Volendam
Tussenrapportage: stand van zaken en ontwikkeling binnen de gemeente sinds de start van programma LEF
Juli 2020 Universiteit Utrecht Algemene Sociale Wetenschappen Jeugdstudies Dr. Ina Koning Vincent van der Rijst, MSc.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 1 Samenvatting........................................................................................................................................... 3 Programma LEF........................................................................................................................................ 4 Steekproef ............................................................................................................................................... 5 Alcoholconsumptie .................................................................................................................................. 6 Verklaringsmodel .................................................................................................................................... 8 Paden van beïnvloeding ...................................................................................................................... 8 Factoren................................................................................................................................................... 9 Maatschappelijke norm en acceptatie ten aanzien van alcoholgebruik .............................................
9 Pad 1: Invloed van ouders op alcoholgebruik van jongeren ............................................................. 10 Pad 1a: Normen en tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren ............... 10 Tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren .......................................... 10 Pad 1b: Sociale activiteiten en toezicht van ouders .......................................................................... 12 Sociale activiteiten van ouders...................................................................................................... 12 Toezicht van ouders ...................................................................................................................... 12 Conclusie ....................................................................................................................................... 13 Pad 2: Invloed van jongeren op eigen en elkaars alcoholgebruik ..................................................... 13 Normen en groepsdruk onder jongeren ....................................................................................... 14 Normen van jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren .......................................... 14 Algemene normen .........................................................................................................................
14 Descriptieve normen ..................................................................................................................... 15 Injunctieve normen ....................................................................................................................... 17 Groepsdruk en drinken om erbij te horen .................................................................................... 18 Conclusie ....................................................................................................................................... 19 Pad 3: Handhaving............................................................................................................................. 20 Toegankelijkheid alcohol (niet-thuis) ............................................................................................ 20 Zichtbaarheid handhaving ............................................................................................................. 24 Conclusie ....................................................................................................................................... 26 Verschuiving van alcoholgebruik niet-thuis naar alcoholgebruik in thuissituatie?....................... 27 Conclusie ...............................................................................................................................................
28 Referentielijst ........................................................................................................................................ 30 Bijlage I: Coronapeiling Enkhuizen ........................................................................................................ 31 1
Steekproef ............................................................................................................................................. 31 Alcoholconsumptie ................................................................................................................................ 32 Factoren................................................................................................................................................. 33 Invloed van ouders op alcoholgebruik van jongeren ........................................................................ 34 Invloed van jongeren op eigen en elkaars alcoholgebruik ................................................................ 35 Algemene normen ......................................................................................................................... 35 Injunctieve normen ....................................................................................................................... 37 Handhaving........................................................................................................................................ 38 Conclusie ...............................................................................................................................................
40 Bijlage II: Invloed actieve toestemming Edam-Volendam..................................................................... 42 Steekproef ............................................................................................................................................. 42 Factoren................................................................................................................................................. 43 Demografisch..................................................................................................................................... 43 Alcoholgebruik................................................................................................................................... 44 Individuele factoren .......................................................................................................................... 46 Groeps- / peerfactoren jongeren ...................................................................................................... 46 Ouderlijke factoren ........................................................................................................................... 48 Eindmodel..........................................................................................................................................
49 Conclusie ............................................................................................................................................... 50
2
Samenvatting Programma LEF is een samenwerking tussen de gemeente Edam-Volendam en de Universiteit Utrecht, waarbij binnen de gemeente onderzoek gedaan wordt naar het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren. Daarnaast wordt bekeken welke factoren dit (kunnen) beïnvloeden en wat mogelijk effectieve strategieën zijn om het beginnen met drinken onder (minderjarige) jongeren uit te stellen. Om hier meer inzicht in te krijgen zijn verschillende metingen uitgevoerd; echter is de laatste meting vanwege een kleinere steekproef binnen de gemeente en het niet kunnen uitvoeren van de meting in de controlegemeente Enkhuizen door de coronacrisis, helaas niet volledig vergelijkbaar met de eerste drie metingen. Om deze redenen is in dit rapport enkel een stand van zaken en vergelijking over tijd binnen de gemeente Edam-Volendam weergegeven. Wanneer gekeken wordt naar het alcoholgebruik van jongeren, valt op dat dit al veel en al op jonge leeftijd gebeurt, al is sinds de start van programma LEF ook een (sterke) daling in het alcoholgebruik zichtbaar. Het alcoholgebruik kan door veel factoren beïnvloed worden, waarbij drie belangrijke pijlers naar voren komen, namelijk: 1) ouders, 2) peers (leeftijdsgenoten), en 3) handhaving van het alcoholbeleid binnen de gemeente.
Ouders kunnen voornamelijk invloed hebben door het stellen van strikte regels: jongeren die striktere regels over alcohol(gebruik) ervaren, drinken minder (vaak) alcohol. Jongeren onderling kunnen invloed hebben door de normen die zij ten aanzien van alcoholgebruik hebben. Wanneer jongeren denken dat alcoholgebruik op hun leeftijd normaal is, door meer leeftijdgenoten gedaan en sterker goedgekeurd wordt, drinken zij vaker en meer alcohol. Tenslotte, kunnen de gemeente en overige betrokkenen invloed hebben via de zichtbaarheid van de handhaving van het alcoholbeleid. Wanneer er voldoende handhaving is én dit voldoende zichtbaar is, wordt het voor (minderjarige) jongeren moeilijker om alcohol te verkrijgen. Jongeren die moeilijker aan alcohol (denken te) kunnen komen, drinken minder (vaak) alcohol. Ondanks dat de cijfers van deze meting niet volledig te vergelijken zijn met de cijfers van de eerdere metingen, zijn er sinds de start van programma LEF wel enkele interessante ontwikkelingen zichtbaar: jongeren zijn striktere regels gaan ervaren, hebben minder positieve normen ten aanzien van alcohol(gebruik) ontwikkeld en ervaren een versterkte handhaving van het alcoholbeleid. Dit lijkt te impliceren dat de (pre-)interventie invloeden van programma LEF een positief effect op het alcoholgebruik van jongeren (en de factoren die dit beïnvloeden) in de gemeente Edam-Volendam hebben.
3
Programma LEF Programma LEF is een samenwerking tussen de gemeente Edam-Volendam en de Universiteit Utrecht, waarbij laatstgenoemde binnen de gemeente onderzoek doet naar het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren, factoren die dit (kunnen) beïnvloeden en mogelijke effectieve strategieën om het beginnen met drinken onder (minderjarige) jongeren uit te stellen.
Het programma bestaat uit vier fasen: 1. Vergroten inzicht in alcoholgebruik onder jongeren in Edam-Volendam 2. Verbinding met bestaande (inter)nationale kennis 3. Implementeren preventie-activiteiten 4. Monitoren alcoholgebruik en mechanismen
Rapportage Het huidige rapport had als oorspronkelijke opzet om als eerste monitor van fase 4 te dienen; hoe staat het met (de ontwikkeling van) het alcoholgebruik en bijhorende mechanismen, en is er wellicht al een effect van de implementatie van de eerste preventie-activiteiten zichtbaar? Vanwege diverse redenen is deze opzet helaas niet mogelijk gebleken. Enerzijds heeft dit te maken met de implementatie van de preventie-activiteiten; die voor deze meting niet genoeg hebben kunnen plaatsvinden. Anderzijds is de dataverzameling anders verlopen omdat bij deze meting voor het eerst sprake geweest is van actieve toestemming voor deelname, waardoor binnen de gemeente Edam-Volendam minder leerlingen hebben deelgenomen t.o.v. de eerdere metingen. Daarnaast kon vanwege de coronacrisis en landelijk ingestelde ‘lockdown’ er binnen de gemeente Enkhuizen geen dataverzameling plaatsvinden (er is op een later moment wel data verzameld tijdens de coronacrisis, zie bijlage I). Om deze redenen zal het huidige rapport een meer globale stand van zaken geven met betrekking tot het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren en bijhorende mechanismen in de gemeente Edam-Volendam, en hoe de cijfers zich verhouden ten opzichte van de cijfers in de eerdere rapporten (Koning & Van der Rijst, 2018, 2019a, 2019c).
Het bekijken van meer causale ontwikkelingen over de tijd en een vergelijking hierbij tussen beide gemeenten is helaas niet mogelijk.
4
Steekproef Voor een uitgebreidere beschrijving van de werving van de steekproef en procedure van de dataverzameling, verwijzen wij graag naar het rapport van de probleemdefinitie (Koning & Van der Rijst, 2018).
Binnen dit rapport zal enkel gebruik gemaakt worden van een herhaalde cross-sectionele steekproef, aangezien er vanwege aangescherpte AVG-richtlijnen over is gegaan van passieve naar actieve toestemming van ouders en jongeren van 16+ jaar. Dit betekent dat ouders aan het begin van het schooljaar (september/oktober 2019) actief is gevraagd of ze toestemming voor deelname door hun kind aan programma LEF geven. Tevens hebben jongeren van 16+ jaar zelf de keuze om deelname te weigeren als ze niet mee willen doen; sommige jongeren hebben elkaar vervolgens onderling aangemoedigd om niet deel te nemen. Door deze overgang is er te weinig data – van met name oudere jongeren (16+ jaar) – beschikbaar om goed naar longitudinale ontwikkelingen te kunnen kijken. In deze groep worden per meting alle leerlingen meegenomen die op die specifieke meting deelgenomen hebben, ongeacht of zij ook nog op andere metingen deelgenomen hebben. De dataverzameling heeft in februari 2020 plaats gevonden.
Verdeling van de steekproef De steekproef bestaat op T0 (Feb 2018), T1 (Dec 2018), T2 (Feb 2019) en T3 (Feb 2020) in totaal uit respectievelijk 1.074, 1.034, 987 en 556 jongeren uit de gemeente Edam-Volendam (zie Tabel 1), in de leeftijd van 11 t/m 18 jaar. Op alle metingen hebben iets meer meisjes dan jongens aan het onderzoek meegedaan. Het schoolniveau van de steekproef was op alle metingen wat scheef verdeeld: ongeveer veertig procent van de steekproef volgde onderwijs op VMBO-niveau; de overige leerlingen volgden onderwijs op HAVO- of VWO-niveau.
5
Tabel 1. Beschrijving van de steekproef, naar demografische gegevens. T0
T1
T2
T3
N
%
N
%
N
%
N
%
1.074
--
1.034
--
987
--
556
--
Jongen
476
44,3
462
44,7
445
45,1
260
46,8
Meisje
598
55,7
572
55,3
542
54,9
296
53,2
VMBO-basis/kader
184
17,1
164
15,9
166
16,8
94
16,9
VMBO-theoretisch/gemengd
270
25,2
243
23,5
233
23,6
139
25,0
HAVO
453
42,2
417
40,3
385
39,0
169
30,4
VWO
167
15,5
210
20,3
203
20,6
154
27,7
Totaal Sekse
Schoolniveau1
1
Bij combinatieniveaus (bijvoorbeeld HAVO/VWO) is het laagste schoolniveau gekozen.
Alcoholconsumptie In programma LEF wordt in gegaan op de hoeveelheid alcohol die jongeren in de gemeente Edam-Volendam drinken. Wat de huidige stand van zaken met betrekking tot het alcoholgebruik van jongeren is en hoe dit zich verhoudt ten opzichte van de eerdere metingen, wordt hierna besproken.
Wanneer gekeken wordt naar het alcoholgebruik door jongeren in de gemeente EdamVolendam, valt op dat het alcoholgebruik – zowel qua het percentage jongeren dat alcohol gedronken heeft, als ook de hoeveelheid alcohol die zij dronken – hoog was, maar ook dat dit sinds de start van programma LEF (sterk) afgenomen is (zie Tabel 2 en 3). Met name in de overgangsfase van T0 naar T1 is een sterke daling in het alcoholgebruik zichtbaar, waarna dit richting T2 relatief stabiel blijft. Vervolgens is van T2 naar T3 weer een (sterke) daling te zien, zowel in de prevalentiecijfers als de gemiddelde hoeveelheid glazen alcohol die jongeren wekelijks drinken. Opvallend hierbij is dat deze dalingen voornamelijk voor de jongeren van 14 en 15 jaar oud gelden.
6
Tabel 2. Prevalentie van het alcoholgebruik, uitgesplitst naar leeftijd. Alcohol,
Alcohol,
Alcohol,
ooit (ja; %)
maandelijks (ja; %)
wekelijks (ja; %)
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
T0
T1
T2
T3
T0
T1
T2
T3
12 jaar
7,1
19,8▲
16,7
20,0▲
0,0
4,6▲
7,1▲
2,7
0,0
1,0
2,4
0,0
13 jaar
26,5
21,6
21,3
23,2
9,8
7,1
6,1
10,3
6,8
3,4
3,9
3,2
14 jaar
61,9
49,6▼
38,6▼
32,9▼
43,2
27,1▼
24,3▼
16,2▼
35,4
23,8▼
18,1▼
11,4▼
15 jaar
67,3
68,6
65,4
47,6▼
55,5
52,4
50,9
33,0▼
52,0
46,7
41,2▼
28,2▼
≥ 16 jaar
83,6
68,1▼
62,4▼
61,9*
78,5
55,5▼
49,5▼
57,1*
76,6
50,4▼
45,2▼
52,4*
Totaal
54,5
42,6▼
43,4▼
31,5▼
41,5
26,0▼
29,5▼
16,5▼
37,7
21,9▼
23,9▼
11,5▼
▲/▼ *
Significant hoger/lager dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Tabel 3. Gemiddelde alcoholconsumptie (glazen per week), uitgesplitst naar leeftijd. Glazen per week,
totale groep (M)
wekelijkse drinkers (M)
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
T0
T1
T2
T3
12 jaar
--
0,02
0,04
--
--
1,50
1,50
--
13 jaar
0,37
0,24
0,12▼
0,10▼
4,97
6,56
2,56▼
2,80
14 jaar
2,54
1,54▼
1,03▼
0,70▼
6,03
5,80
5,16
5,63
15 jaar
4,00
3,66
3,29
2,26▼
7,08
6,97
7,38
7,40
≥ 16 jaar
7,31
4,29▼
4,05▼
2,28*
9,01
7,87
8,05
4,14*
Totaal
3,14
1,67▼
1,85▼
0,75▼
7,53
6,85
6,94
5,95▼
▼ *
Glazen per week,
Significant lager dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Geconcludeerd kan worden dat het alcoholgebruik onder jongeren in de gemeente EdamVolendam is gedaald sinds de start van programma LEF twee jaar geleden: het percentage jongeren dat ooit, maandelijks en wekelijks alcohol gedronken heeft, is in deze periode (bijna) gehalveerd, terwijl wekelijks drinkende jongeren ruim 1,5 glas alcohol per week minder zijn gaan drinken. In de voorgaande rapporten werd aangegeven dat de daling mogelijk verklaard 7
kan worden door (pre-)interventie effecten van programma LEF, zoals de toegenomen aandacht, bijhorende bewustwording en verscherpte handhaving van het alcoholbeleid (zoals meer controle bij horecagelegenheden). Of deze processen ook de doorgezette daling van T2 naar T3 kunnen verklaren, is binnen dit rapport helaas niet te bekijken, vanwege de in de inleiding gegeven redenen. Wel zullen de factoren (en de ontwikkeling hiervan) die hier mogelijk een rol in gespeeld kunnen hebben, hierna verder besproken worden.
Verklaringsmodel Om te kijken welke factoren invloed hebben op het alcoholgebruik van jongeren in EdamVolendam, is tijdens de probleemdefinitie een verklaringsmodel opgesteld (zie Figuur 1). Voor een uitgebreidere beschrijving hoe dit verklaringsmodel tot stand gekomen is, verwijzen wij graag naar het rapport van de probleemdefinitie (Koning & Van der Rijst, 2018).
Paden van beïnvloeding In het verklaringsmodel (zie Figuur 1) zijn drie verschillende paden van beïnvloeding te onderscheiden. Pad 1 [blauw] richt zich op de invloed van ouders, waarbij nog twee zijpaden onderscheiden worden. Binnen pad 1a [donkerblauw] wordt gefocust op de invloed van de tolerantie (stellen van regels) van ouders ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren, terwijl binnen pad 1b [lichtblauw] gefocust wordt op de invloed van het toezicht (monitoring) door ouders. Pad 2 [paars] richt zich op de jongeren zelf. Het gaat hierbij om de invloed die zij zelf hebben op zowel hun eigen als elkaars alcoholgebruik, bijvoorbeeld via normen, groepsdruk en individuele factoren. Pad 3 [groen] richt zich op de handhaving van het alcoholbeleid door de gemeente, horeca, politie en andere betrokkenen. De factoren binnen dit derde pad zullen een minder directe link naar het daadwerkelijke alcoholgebruik van jongeren hebben, maar zullen wel invloed (kunnen) hebben op meer proximale factoren zoals de regels die ouders stellen en normen die jongeren ontwikkelen.
8
Figuur 1. Verklaringsmodel probleemdefinitie programma LEF (Koning & Van der Rijst, 2018).
Factoren De paden van beïnvloeding vanuit het verklaringsmodel bestaan allen uit diverse factoren die op verschillende niveaus het alcoholgebruik van jongeren (kunnen) beïnvloeden. Per pad zullen deze factoren besproken worden, waarbij per factor bekeken zal worden hoe dit zich over de tijd ontwikkeld heeft.
Maatschappelijke norm en acceptatie ten aanzien van alcoholgebruik Uit interviews voorafgaand aan de eerste meting is naar voren gekomen dat met name de maatschappelijke norm en acceptatie ten aanzien van alcoholgebruik factoren zijn die – al dan niet direct – het alcoholgebruik van jongeren beïnvloeden. Er wordt gesteld dat door deze sterke maatschappelijke normen en acceptatie het ook voor jongeren normaal en geaccepteerd is om (al op jonge leeftijd) alcohol te drinken.
De invloed van maatschappelijke normen en acceptatie ten aanzien van (algemeen) alcoholgebruik waren tijdens de metingen met vragenlijstonderzoek onder jongeren zelf echter lastig te onderzoeken. Hiervoor zullen meerdere mensen van verschillende leeftijden en achtergronden uit de gehele maatschappij ondervraagd moeten worden. 9
Ondanks dat deze maatschappelijke normen en acceptatie binnen de huidige studie niet onderzocht konden worden, is het aannemelijk dat deze veel genoemde factoren een grote invloed kunnen hebben op belangrijke, meer proximale factoren, zoals normen van ouders en jongeren zelf ten aanzien van alcoholgebruik. De invloed van deze normen op het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren zullen later in het rapport binnen de verschillende paden van beïnvloeding verder onderzocht worden.
Pad 1: Invloed van ouders op alcoholgebruik van jongeren Zowel uit de probleemdefinitie als eerdere rapporten is naar voren gekomen dat ouders een belangrijke rol (kunnen) spelen in het alcoholgebruik van jongeren. Deze invloed lijkt voornamelijk te liggen in de tolerantie die ouders ten aanzien van alcoholgebruik van hun kinderen hebben (en de bijbehorende regels die zij hierover stellen) en het toezicht dat ouders op hun kinderen houden. Binnen pad 1 zal gekeken worden welke invloed ouders hebben op het alcoholgebruik van jongeren en hoe dit zich over de tijd ontwikkeld heeft.
Pad 1a: Normen en tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren Wanneer de invloed van ouders op het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren bekeken worden, lijken de maatschappelijke normen ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren belangrijke rol te spelen. Onder ouders gaat het dan met name om de waargenomen sociale norm dat alcohol drinken er (al op jonge leeftijd) bij hoort. Opvallend hierbij is dat er sprake lijkt te zijn van groepsdruk onder ouders om alcoholgebruik onder jongeren toe te staan.
Waar de wetenschappelijke literatuur sterke aanwijzingen biedt dat waargenomen sociale normen en bijbehorende groepsdruk invloed hebben op het alcoholgebruik van jongeren, is dit lastig te onderzoeken middels vragenlijstonderzoek onder jongeren. Hiervoor is onderzoek onder ouders gedaan; de resultaten hiervan zijn in het ouderrapport terug te lezen (Koning & Van der Rijst, 2019b).
Tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren Tijdens de probleemdefinitie kwam naar voren dat ouders – mogelijk mede door de geldende normen en groepsdruk onder ouders – tolerant zijn ten opzichte van het alcoholgebruik van hun kind. Voor het bekijken van de invloed van tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren, zal gekeken worden naar de regels die ouders met betrekking tot alcohol stellen. 10
Wanneer gekeken wordt naar de regels die ouders stellen, is te zien dat jongeren in de gemeente Edam-Volendam over het algemeen strikte regels over (het gebruiken van) alcohol ervaren en dat deze sinds de start van programma LEF als steeds strikter ervaren worden (zie Tabel 4). Wanneer dit verder bekeken wordt naar leeftijd, is te zien dat met name jongeren in de oudere leeftijdsgroepen steeds striktere regels zijn gaan ervaren. Als gekeken wordt naar invloed van regels op het alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat het stellen van strikte regels een beschermende factor kan zijn. Op alle metingen geldt dat jongeren die aangeven striktere regels te ervaren, significant vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = tussen - .48 en - .62) als in de afgelopen maand (r = tussen - .47 en - .67) geen alcohol gedronken te hebben. Tevens is op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen het stellen van regels en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren striktere regels ervaren, drinken zij wekelijks minder alcohol (r = tussen - .56 en - .69). Geconcludeerd kan worden dat jongeren waarvan de ouders toleranter zijn ten aanzien van alcoholgebruik, vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Tabel 4. Regels van ouders met betrekking tot alcoholgebruik van jongeren1 (M), uitgesplitst naar leeftijd.
1
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
12 jaar
4,92
4,86
4,88
4,79▼
13 jaar
4,71
4,77
4,78
4,85▲
14 jaar
4,06
4,34▲
4,50▲
4,50▲
15 jaar
3,55
3,60
3,83▲
4,02▲
≥ 16 jaar
2,50
3,28▲
3,33▲
3,59*
Totale groep
3,86
4,28▲
4,22▲
4,53▲
Hogere scores betekenen striktere regels met betrekking tot alcoholgebruik.
▲/▼ *
Significant hoger/lager dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
11
Pad 1b: Sociale activiteiten en toezicht van ouders Tijdens de probleemdefinitie kwam naar voren dat ouders – mede door de hoge tolerantie ten aanzien van alcoholgebruik – weinig toezicht houden op (het alcoholgebruik van) hun kinderen. Hierbij kwam naar voren dat ouders vaak niet aanwezig zijn bij ‘zitjes’ [gelegenheden waarbij jongeren bij iemand thuis afspreken en doorgaans (veel) alcohol gedronken wordt]. Vaak komt dit doordat ouders zelf ook weg zijn naar eigen sociale activiteiten.
Sociale activiteiten van ouders Veel ouders hebben eigen sociale activiteiten, waardoor zij minder toezicht (kunnen) houden op het gedrag en alcoholgebruik van hun kinderen. De invloed van deze sociale activiteiten is met vragenlijstonderzoek onder jongeren echter lastig te onderzoeken. Hiervoor is onderzoek onder ouders gedaan; de resultaten hiervan zijn in het ouderrapport terug te lezen (Koning & Van der Rijst, 2019b).
Toezicht van ouders Voor het bekijken van de invloed van toezicht door ouders, zal gekeken worden naar de mate waarop ouders hun kind actief monitoren. Dit houdt onder andere in dat ouders actief navragen waar hun kind heengaat, met wie ze dan zijn en of ze toestemming nodig hebben om ergens heen te gaan.
Wanneer gekeken wordt naar het toezicht dat ouders op hun kinderen houden, is te zien dat ouders in de gemeente Edam-Volendam dit op alle metingen in het algemeen matig doen en hier sinds de start van programma LEF weinig in veranderd is (zie Tabel 5). Ook wanneer hier naar leeftijd naar gekeken wordt, is geen significant verschil zichtbaar. Als gekeken wordt naar de invloed van het toezicht door ouders op het alcoholgebruik van jongeren, komt een wisselend beeld naar voren dat het houden van toezicht door ouders een beschermende factor kan zijn. Alleen op T0 geldt dat jongeren die aangeven dat hun ouders actiever toezicht houden, vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = - .11) als in de afgelopen maand (r = - .15) geen alcohol gedronken te hebben; op de andere metingen is deze samenhang niet te zien. Ook wat betreft de invloed van het toezicht door ouders op de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken is een wisselend beeld te zien; op zowel T0 (- .13) als T1 (- .08) is hier een significant verband tussen te zien, terwijl dit op T2 en T3 niet geldt. 12
Geconcludeerd kan worden dat er geen eenduidig beeld is voor de invloed van actief toezicht door ouders op het alcoholgebruik van jongeren. Het valt niet eenduidig te stellen dat jongeren die meer actief toezicht ervaren, minder (vaak) alcohol drinken.
Tabel 5. Actief toezicht van ouders op jongeren1 (M), uitgesplitst naar leeftijd.
1
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
12 jaar
3,13
3,07
3,03
3,22
13 jaar
3,06
3,01
2,95
2,96
14 jaar
2,92
3,05
2,95
3,02
15 jaar
2,91
2,99
3,05
2,98
≥ 16 jaar
2,88
3,10▲
3,00
3,20*
Totale groep
2,96
3,04
2,99
3,04
Hogere scores betekenen meer actief toezicht door ouders.
▲ *
Significant hoger dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat ouders een belangrijke rol spelen in het alcoholgebruik van jongeren. Met name de tolerantie van ouders ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren lijkt hierbij belangrijk: jongeren die tolerantere regels ervaren, drinken vaker en meer alcohol, dan jongeren die striktere regels ervaren. Ouders in de gemeente Edam-Volendam lijken sinds de start van programma LEF minder tolerant ten aanzien van het alcoholgebruik van hun kinderen te zijn geworden.
Pad 2: Invloed van jongeren op eigen en elkaars alcoholgebruik Zowel uit de probleemdefinitie als eerdere rapporten is naar voren gekomen dat jongeren een belangrijke rol (kunnen) spelen in hun eigen en elkaars alcoholgebruik. Deze invloed lijkt voornamelijk te liggen in de normen die jongeren over alcoholgebruik (van jongeren) waarnemen en de – al dan niet directe – groepsdruk die zij voelen om zich hieraan te conformeren. Binnen pad 2 zal gekeken worden welke invloed jongeren hebben op hun eigen en elkaars alcoholgebruik en hoe dit zich over de tijd ontwikkeld heeft.
13
Normen en groepsdruk onder jongeren Tijdens de adolescentie is het horen bij een groep van leeftijdsgenoten één van de belangrijkste ontwikkelingstaken (Erikson, 1968). Om onderdeel uit te maken van een groep, moet de jongere zich gedragen conform de normen en waarden van die groep, terwijl deze misschien niet overeenkomen met zijn of haar eigen normen en waarden (Iwamoto & Smiler, 2013; Santor, Messervey & Kusumaker, 2000). Dit kan leiden tot groepsdruk: de druk die een jongere ervaart om zich aan te passen aan de groepsnorm (Santor, et al., 2000), wat bijvoorbeeld het drinken van alcohol kan zijn. Er kan hierbij sprake zijn van indirecte en directe groepsdruk, wat allebei risicofactoren voor het alcoholgebruik van jongeren kunnen zijn. Beide vormen zullen hieronder verder besproken worden.
Normen van jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren Net als bij de maatschappelijke normen, lijken bij jongeren de normen ten aanzien van het alcoholgebruik, zowel in het algemeen als specifiek van jongeren, een belangrijke rol te spelen. Bij jongeren gaat het dan met name om de (waargenomen) norm dat alcohol drinken geaccepteerd is, het erbij hoort en dat iedereen het doet. Deze normen kunnen gezien worden als een indirecte vorm van groepsdruk. Onder de normen die jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, zijn drie verschillende typen normen te onderscheiden, namelijk algemene normen, descriptieve normen en injunctieve normen. Deze drie typen normen zullen hieronder nader beschouwd worden.
Algemene normen De algemene normen die jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, komen voornamelijk voort uit het (algemene) idee dat alcohol drinken normaal is en erbij hoort. Deze normen worden gemeten door jongeren te vragen in hoeverre zij vinden dat jongeren van hun leeftijd in bepaalde situaties alcohol mogen drinken (bijvoorbeeld thuis als ouders aanwezig zijn, of op een feestje met vrienden).
Wanneer gekeken wordt naar de sterkte van algemene normen die jongeren hebben ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren, valt op dat deze normen gemiddeld niet heel sterk aanwezig zijn en dat deze sinds de start van programma LEF steeds minder sterk geworden zijn (zie Tabel 6). Wanneer dit naar leeftijd bekeken wordt, is te zien dat dit voor vrijwel alle leeftijdsgroepen geldt. 14
Als gekeken wordt naar invloed van algemene normen op het alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren deze normen een grote invloed op het alcoholgebruik hebben. Op alle metingen geldt dat jongeren met sterkere positieve normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren, significant vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = tussen .45 en .60) als in de afgelopen maand (r = tussen .48 en .64) alcohol gedronken te hebben. Tevens is op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen de algemene normen en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren sterkere positieve normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren hebben, drinken zij wekelijks meer alcohol (r = tussen .52 en .64). Geconcludeerd kan worden dat jongeren die sterkere positieve algemene normen hebben ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren, vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Tabel 6. Algemene normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren1 (M), uitgesplitst naar leeftijd.
1
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
12 jaar
1,41
1,43
1,38
1,49
13 jaar
1,72
1,64
1,56▼
1,52▼
14 jaar
2,54
2,26▼
2,03▼
1,82▼
15 jaar
2,86
2,86
2,52▼
2,30▼
≥ 16 jaar
3,58
3,15▼
2,98▼
2,88*
Totale groep
2,53
2,16▼
2,16▼
1,80▼
Hogere scores betekenen dat jongeren positievere normen ten aanzien van alcoholgebruik
van jongeren hebben. ▼ *
Significant lager dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Descriptieve normen De descriptieve normen die jongeren ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, omvatten de percepties van jongeren wat betreft de mate van alcoholgebruik van leeftijdsgenoten. Deze normen worden gemeten door jongeren op een 5-puntsschaal (van ‘niemand’ tot ‘allemaal’) te vragen hoeveel leeftijdgenoten volgens hen alcohol drinken.
15
Waar jongeren in de gemeente Edam-Volendam op eerdere metingen over het algemeen nog dachten dat ongeveer de helft van hun leeftijdsgenoten minstens één keer per week alcohol dronk, wordt sinds de start van programma LEF over het algemeen gedacht dat maar een paar leeftijdsgenoten minstens één keer per week alcohol drinken (zie Tabel 7). Wanneer dit naar leeftijd bekeken wordt, is te zien dat jongeren binnen alle leeftijdsgroepen zijn gaan denken dat minder leeftijdsgenoten alcohol zijn gaan drinken. Als gekeken wordt naar de invloed van descriptieve normen op het alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat deze normen een grote invloed hebben op het alcoholgebruik. Op alle metingen geldt dat jongeren die denken dat meer van hun leeftijdsgenoten alcohol drinken, significant vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = tussen .31 en .49) als in de afgelopen maand (r = tussen .37 en .53) alcohol gedronken te hebben. Tevens is op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen de descriptieve normen en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren denken dat meer leeftijdsgenoten wekelijks alcohol drinken, drinken zijzelf ook wekelijks meer alcohol (r = tussen .40 en .51).
Geconcludeerd kan worden dat wanneer jongeren denken dat meer van hun leeftijdsgenoten alcohol drinken, zij vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Tabel 7. Descriptieve normen over alcoholgebruik van leeftijdsgenoten1 (M), uitgesplitst naar leeftijd.
1
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
12 jaar
1,78
1,59
1,68
1,57▼
13 jaar
2,19
1,87▼
1,78▼
1,63▼
14 jaar
3,10
2,76▼
2,54▼
2,38▼
15 jaar
3,64
3,41▼
2,91▼
2,97▼
≥ 16 jaar
4,05
3,47▼
3,32▼
3,67*
Totale groep
3,09
2,52▼
2,52▼
2,17▼
Hogere scores betekenen dat jongeren denken dat meer leeftijdsgenoten alcohol drinken.
▼ *
Significant lager dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
16
Injunctieve normen De injunctieve normen die jongeren ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, verwijzen naar de waargenomen goed- of afkeuring van alcoholgebruik door leeftijdsgenoten. Deze normen worden gemeten door jongeren te vragen in hoeverre zij denken dat hun leeftijdsgenoten het zouden goed- of afkeuren als zij elke week alcohol (zouden) drinken.
Jongeren in de gemeente Edam-Volendam denken op alle metingen over het algemeen dat hun leeftijdsgenoten het niet specifiek goed- of afkeuren als zij iedere week alcohol (zouden) drinken, al zijn zij sinds de start van programma LEF wel gaan denken dat leeftijdsgenoten het sterker zijn gaan afkeuren als zij wekelijks alcohol (zouden) drinken (zie Tabel 8). Wanneer dit naar leeftijd bekeken wordt, is te zien dat dit voor vrijwel alle leeftijdsgroepen geldt. Opvallend hierbij is echter dat jongeren in de jongste leeftijdsgroep op T3 denken dat hun leeftijdsgenoten wekelijks alcohol drinken sterker zijn gaan goedkeuren t.o.v. jongeren in deze leeftijdsgroep bij de start van programma LEF. Als gekeken wordt naar de invloed van injunctieve normen op het alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat deze normen een grote invloed hebben op het alcoholgebruik. Op alle metingen geldt dat jongeren die denken dat hun leeftijdsgenoten het sterker goedkeuren om wekelijks alcohol te drinken, significant vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = tussen .42 en .62) als in de afgelopen maand (r = tussen .49 en .67) alcohol gedronken te hebben.
Tevens is op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen de injunctieve normen en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren denken dat leeftijdsgenoten het sterker goedkeuren om wekelijks alcohol te drinken, drinken zijzelf ook wekelijks meer alcohol (r = tussen .49 en .65). Geconcludeerd kan worden dat wanneer jongeren denken dat leeftijdsgenoten het (wekelijks) drinken van alcohol sterker goedkeuren, zij vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
17
Tabel 8. Injunctieve normen over goed- en afkeuring alcoholgebruik door leeftijdsgenoten1 (M), uitgesplitst naar leeftijd.
1
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
12 jaar
1,27
1,41
1,51
1,55▲
13 jaar
1,99
1,77
1,69▼
1,59▼
14 jaar
3,42
3,06
2,65▼
2,44▼
15 jaar
4,08
4,11
3,68
3,50▼
≥ 16 jaar
5,28
4,55▼
4,10▼
4,43*
Totale groep
3,42
2,80▼
2,84▼
2,30▼
Hogere scores betekenen dat jongeren denken dat leeftijdsgenoten alcoholgebruik sterker
goedkeuren. ▲/▼ *
Significant hoger/lager dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Groepsdruk en drinken om erbij te horen Waar de normen die jongeren hebben en ervaren voornamelijk op indirect niveau spelen, is er nog een directere vorm van groepsdruk van leeftijdsgenoten die een belangrijke rol lijkt te spelen bij het alcoholgebruik van jongeren. Er is sprake van directe groepsdruk wanneer een jongere een drankje krijgt aangeboden of wordt aangemoedigd, uitgedaagd, dan wel gedwongen om te drinken (Borsari & Carey, 2001). Tijdens de probleemdefinitie kwam naar voren dat jongeren vaak expliciet aangemoedigd worden tot het drinken van alcohol, ook als zij zelf niet willen drinken. Voor de invloed van ervaren groepsdruk, zal gekeken worden naar de mate waarin jongeren, onder druk van hun vrienden, gevoelig zijn om dingen te doen die ze anders niet zouden doen. Dit kan zijn door aanmoediging of uitgedaagd te worden, maar ook om te voorkomen dat zij anders uit de groep gezet worden.
Wanneer gekeken wordt naar de mate waarin jongeren groepsdruk ervaren, blijkt de ervaren groepsdruk in de gemeente Edam-Volendam op alle metingen gemiddeld erg laag te zijn, al lijken jongeren sinds de start van programma LEF wel meer groepsdruk te zijn gaan ervaren (zie Tabel 9). Wanneer dit naar leeftijd bekeken wordt, is hier verder geen verschil in te zien. Als gekeken wordt naar de invloed van groepsdruk op het alcoholgebruik van jongeren, komt hier geen eenduidig beeld uit naar voren. Groepsdruk lijkt wel significant
18
gerelateerd te zijn aan het ooit alcohol gedronken hebben (r = tussen .07 en .16), maar niet aan het maandelijks alcohol drinken. Wat betreft de invloed van groepsdruk op de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken, is een eenduidiger beeld te zien: op vrijwel alle metingen geldt dat naarmate jongeren aangeven meer groepsdruk te ervaren, zij wekelijks meer alcohol drinken (Edam-Volendam: r = tussen .08 en .12). Geconcludeerd kan worden dat jongeren die een sterkere groepsdruk ervaren om dingen te doen die zij anders niet zouden doen, vaker aangeven ooit alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Tabel 9. Ervaren groepsdruk door jongeren1 (M), uitgesplitst naar leeftijd.
1
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
12 jaar
1,65
1,93▲
1,70
1,85
13 jaar
1,64
1,66
1,64
1,76
14 jaar
1,79
1,68
1,67
1,70
15 jaar
1,59
1,72
1,72
1,68
≥ 16 jaar
1,60
1,55
1,57
1,69*
Totale groep
1,66
1,71
1,66
1,74▲
Hogere scores betekenen dat jongeren meer groepsdruk ervaren.
▲ *
Significant hoger dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat jongeren een belangrijke rol spelen in elkaars alcoholgebruik, met name via groepsdruk, zowel op direct als voornamelijk indirect niveau. Wanneer jongeren denken dat het drinken van alcohol op hun leeftijd normaal is, door meer leeftijdsgenoten gedaan wordt, en door leeftijdsgenoten sterker wordt goedgekeurd, geven zij vaker aan alcohol te hebben gedronken en drinken zij wekelijks meer alcohol. Opvallend is dat alle typen normen in de afgelopen twee jaar minder sterk zijn geworden, wat aangeeft dat jongeren in de gemeente Edam-Volendam sinds de start van programma LEF minder positief zijn geworden over het drinken van alcohol door jongeren.
19
Pad 3: Handhaving Zowel uit de probleemdefinitie als eerdere rapporten komt naar voren dat de handhaving van het alcoholbeleid door de gemeente, horeca, politie en overige betrokkenen, een belangrijke rol speelt in het alcoholgebruik van jongeren. Deze invloed lijkt voornamelijk te liggen in het gemak waarmee alcohol voor (minderjarige) jongeren buitenshuis toegankelijk is, en het toezicht en de controle die jongeren ervaren om uitgaansgelegenheden te (kunnen) bezoeken. Binnen pad 3 zal gekeken worden welke invloed handhaving heeft op het alcoholgebruik van jongeren en hoe de (ervaren) handhaving zich over de tijd ontwikkeld heeft.
Toegankelijkheid alcohol (niet-thuis) Voor de toegankelijkheid van alcohol voor jongeren zal gekeken worden naar de mate waarin jongeren alcohol (denken te kunnen) meekrijgen in verschillende situaties buitenshuis. Naarmate de (verwachte) toegankelijkheid van alcohol groter is, zullen jongeren ook eerder proberen alcohol te verkrijgen en gebruiken. Er zal gekeken worden naar vijf verschillende situaties waar jongeren buitenshuis alcohol kunnen verkrijgen: in de supermarkt, slijterij, sportkantine, café / kroeg en club / buurthuis.
In Tabel 10 is per situatie te zien hoe makkelijk, moeilijk of onmogelijk jongeren aan alcohol (denken te kunnen) komen. Opvallend is dat – hoewel vrijwel de gehele steekproef jonger dan 18 jaar is – voor alle situaties maximaal twee derde van de jongeren op alle metingen aangeeft het onmogelijk te vinden om in de betreffende situatie aan alcohol te (kunnen) komen. Wel is zichtbaar dat jongeren het sinds de start van programma LEF steeds moeilijker zijn gaan vinden om buitenshuis aan alcohol te (kunnen) komen.
20
Tabel 10. Gemak waarmee jongeren in situaties buitenshuis aan alcohol (denken te kunnen) komen (%). T0 Situatie
Onmogelijk
Moeilijk
Makkelijk
Supermarkt
59,9
33,8
6,3
Slijterij
61,9
30,7
7,4
Sportkantine
51,2
33,9
14,9
Café / kroeg
39,7
26,4
33,9
Club / buurthuis
51,8
31,7
16,6
T1 Situatie
Onmogelijk
Moeilijk
Makkelijk
Supermarkt
60,1
34,1
5,8
Slijterij
64,9
29,8
5,3
Sportkantine
51,4
37,3
11,3
Café / kroeg
40,6
29,3
30,1
Club / buurthuis
52,0
35,2
12,8
T2 Situatie
Onmogelijk
Moeilijk
Makkelijk
Supermarkt
59,3
34,9
5,8
Slijterij
63,2
30,6
6,2
Sportkantine
51,4
36,9
11,7
Café / kroeg
43,1
33,1
23,8
Club / buurthuis
54,1
35,5
10,4
T3 Situatie
Onmogelijk
Moeilijk
Makkelijk
Supermarkt
64,2
30,0
5,8
Slijterij
69,2
26,1
4,7
Sportkantine
57,6
35,1
7,4
Café / kroeg
52,7
31,8
15,5
Club / buurthuis
63,3
27,9
8,8
21
Wanneer gekeken wordt naar het gemak waarmee jongeren in de gemeente Edam-Volendam in het algemeen buitenshuis aan alcohol (denken te kunnen) komen, is te zien dat dit op alle metingen vrij moeilijk voor hen is, en dat dit sinds de start van programma LEF steeds moelijker is geworden (zie Tabel 11). Wanneer dit verder bekeken wordt naar leeftijd en de verschillende situaties, is zichtbaar dat dit voornamelijk geldt voor de oudere groepen jongeren en binnen de uitgaanssituaties (café/kroeg en club/buurthuis). Waar jongeren in de gemeente Edam-Volendam over het algemeen niet makkelijker aan alcohol zijn gekomen, zijn de jongeren in de gemeente Enkhuizen tussen T0 (M = 1,85) en T2 (M = 2,02) wel makkelijker aan alcohol gekomen. Dit geldt voor alle situaties en met name voor de jongeren van 14 en 15 jaar. Opvallend is dat binnen de gemeente EdamVolendam de oudste groep jongeren (16 jaar en ouder) aangeven tussen T0 (M = 2,85) en T2 (M = 2,33) significant minder makkelijk aan alcohol te kunnen gekomen. Dit lijkt te impliceren dat jongeren van 16 jaar en ouder meer controle en toezicht op de toegankelijkheid van alcohol buitenshuis zijn gaan ervaren, bijvoorbeeld door aanscherping van de handhaving hierop.
Als gekeken wordt naar de invloed van de toegankelijkheid van alcohol buitenshuis op het alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat de mate waarin alcohol makkelijk toegankelijk is een risicofactor kan zijn. Op alle metingen geldt dat jongeren die aangeven dat alcohol voor hen buitenshuis makkelijk toegankelijk is, significant vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = tussen .09 en .36) als in de afgelopen maand (r = tussen .09 en .40) alcohol gedronken te hebben. Tevens is op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen de toegankelijkheid van alcohol buitenshuis en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; naarmate alcohol buitenshuis makkelijker toegankelijk is, drinken jongeren wekelijks meer alcohol (r = tussen .18 en .48). Geconcludeerd kan worden dat jongeren waarvoor alcohol buitenshuis makkelijker toegankelijk is, vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
22
Tabel 11. Toegankelijkheid alcohol (niet-thuis) voor jongeren1 (M), uitgesplitst naar leeftijd. T0 Totale Variabele
12 jaar
13 jaar
14 jaar
15 jaar
≥ 16 jaar
groep
Supermarkt
1,41
1,44
1,63
1,69
2,12
1,68
Slijterij
1,42
1,38
1,65
1,63
2,20
1,67
Sportkantine
1,53
1,47
1,80
2,06
3,03
2,00
Café / kroeg
1,69
1,69
2,33
2,81
4,01
2,57
Club / buurthuis
1,58
1,56
1,93
2,04
2,87
2,03
Totaal
1,53
1,51
1,87
2,05
2,85
1,99
T1 Totale Variabele
12 jaar
13 jaar
14 jaar
15 jaar
≥ 16 jaar
groep
Supermarkt
1,67▲
1,62▲
1,52
1,78
1,86▼
1,67
Slijterij
1,54
1,53
1,48▼
1,71
1,84▼
1,59
Sportkantine
1,74
1,69▲
1,71
2,34▲
2,45▼
1,92
Café / kroeg
2,03▲
2,10▲
2,30
3,13▲
3,18▼
2,47
Club / buurthuis
1,83▲
1,80▲
1,85
2,20
2,26▼
1,95
Totaal
1,76▲
1,75▲
1,77
2,23▲
2,32▼
1,92
T2 Totale Variabele
12 jaar
13 jaar
14 jaar
15 jaar
≥ 16 jaar
groep
Supermarkt
1,48
1,43
1,64
1,79
1,99
1,68
Slijterij
1,40
1,43
1,57
1,72
1,99
1,64
Sportkantine
1,63
1,63▲
1,73
2,11
2,48▼
1,93
Café / kroeg
1,88
1,79
2,16
2,67
2,91▼
2,31▼
Club / buurthuis
1,73
1,64
1,83
1,95
2,28▼
1,89▼
Totaal
1,62
1,58
1,79
2,05
2,33▼
1,89▼
23
T3 Totale
1
Variabele
12 jaar
13 jaar
14 jaar
15 jaar
≥ 16 jaar
groep
Supermarkt
1,76▲
1,55
1,57
1,65
1,33*
1,61
Slijterij
1,65
1,40
1,53
1,59
1,33*
1,52▼
Sportkantine
1,75
1,57
1,83
1,87
1,81*
1,75▼
Café / kroeg
2,02
1,71
1,98▼
2,21▼
2,05*
1,96▼
Club / buurthuis
1,74
1,56
1,77
1,72▼
1,95*
1,70▼
Totaal
1,78
1,56
1,74
1,81▼
1,70*
1,71▼
Hogere scores betekenen dat jongeren makkelijker aan alcohol (denken te kunnen) komen.
▲/▼ *
Significant hoger/lager dan op T0.
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Zichtbaarheid handhaving De bovenstaande resultaten over de toegankelijkheid van alcohol buitenshuis lijken al een invloed van verscherpte handhaving – met name voor oudere jongeren en in uitgaanssituaties – te impliceren. Een volgende stap om de wijze (en ontwikkeling) van handhaving te bekijken, is om te kijken in hoeverre jongeren daadwerkelijk een uitgaansgelegenheid (café, kroeg of club) binnenkomen en of zij hier alcohol drinken.
Bezoek uitgaansgelegenheden In Tabel 12 en 13 is te zien dat jongeren in de gemeente Edam-Volendam sinds de start van programma LEF minder vaak uitgaansgelegenheden zijn gaan bezoeken; dit geldt met name voor de oudste leeftijdsgroepen. Dit lijkt te impliceren dat jongeren meer controle en toezicht bij uitgaansgelegenheden zijn gaan ervaren. Als gekeken wordt naar de invloed van de mate waarin jongeren uitgaansgelegenheden bezoeken op het alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat de mate waarin jongeren uitgaan een risicofactor kan zijn. Op alle metingen geldt dat jongeren die aangeven vaker een uitgaansgelegenheid te bezoeken, significant vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = tussen .15 en .40) als in de afgelopen maand (r = tussen .21 en .46) alcohol gedronken te hebben. Tevens is op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen uitgaansgelegenheden bezoeken en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; jongeren die vaker uitgaan, drinken wekelijks meer alcohol (r = tussen .20 en .47).
24
Geconcludeerd kan worden dat jongeren die vaker uitgaansgelegenheden bezoeken, vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Alcoholgebruik tijdens het uitgaan In Tabel 12 en 13 is te zien dat jongeren in de gemeente Edam-Volendam die aangeven minimaal maandelijks alcohol te drinken, dit binnen beide gemeente op alle metingen ook vaak tijdens het uitgaan doen, al is dit sinds de start van programma LEF wel afgenomen. Dit lijkt te impliceren dat jongeren meer controle en toezicht zijn gaan ervaren op de verstrekking van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar in uitgaansgelegenheden.
Tabel 12. Mate waarin jongeren uitgaansgelegenheden bezoeken en alcohol drinken tijdens het uitgaan (%). T0
T1
T2
T3
Bezoek
Alcohol*
Bezoek
Alcohol*
Bezoek
Alcohol*
Bezoek
Alcohol*
Nooit
40,4
27,0
48,6
35,1
48,8
38,4
52,5
59,1
Af en toe
13,9
28,6
17,5
29,8
15,7
30,8
16,7
20,4
Maandelijks
21,5
17,4
16,8
13,2
19,3
12,6
17,3
2,3
Wekelijks
24,2
27,0
17,1
21,9
16,2
18,2
13,5
18,2
*
Hier zijn alleen jongeren meegenomen die aangegeven hebben minimaal maandelijks uit te
gaan én minimaal maandelijks alcohol drinken.
25
Tabel 13. Mate waarin jongeren uitgaansgelegenheden bezoeken1 en alcohol drinken tijdens het uitgaan2 (M), uitgesplitst naar leeftijd. T0
T1
T2
T3
Leeftijd
Bezoek
Alcohol*/**
Bezoek
Alcohol*/**
Bezoek
Alcohol*/**
Bezoek
Alcohol*/**
12 jaar
1,62
--
1,73
1,00
1,54
1,00
1,87
1,50
13 jaar
1,85
2,07
1,79
1,20
1,75
1,40
1,83
1,00
14 jaar
2,27
1,95
2,07
1,86
2,05
1,52
1,93▼
2,17
15 jaar
2,53
2,10
2,45
2,26
2,32
2,09
2,23▼
2,00
≥ 16 jaar
3,05
3,08
2,38▼
2,82
2,34▼
2,59
1,52***
2,00
Totaal
2,33
2,52
2,05▼
2,26
2,05▼
2,16
1,93▼
1,86
*
Hier zijn alleen jongeren meegenomen die aangegeven hebben minimaal maandelijks uit te
gaan én minimaal maandelijks alcohol drinken. **
Significantie van het verschil kon niet berekend worden vanwege inconsistenties in wel/niet
alcohol drinken tijdens het uitgaan binnen participanten tussen beide metingen. *** 1
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
Hogere scores betekenen dat jongeren vaker een uitgaansgelegenheid bezoeken
(antwoordcategorieën van 1 = nooit tot 5 = minimaal 3x per week). 2
Hogere scores betekenen dat jongeren vaker alcohol drinken tijdens het uitgaan.
▼
Significant lager dan op T0.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de (zichtbaarheid van de) handhaving van het alcoholbeleid door de gemeente, horeca, politie en andere betrokkenen een belangrijke rol speelt in het alcoholgebruik van jongeren. Wanneer er onvoldoende handhaving is én dit niet voldoende zichtbaar is, blijft het voor (minderjarige) jongeren makkelijk om uitgaansgelegenheden binnen te komen en (hier) alcohol te verkrijgen. Jongeren die vaker uitgaan en makkelijker aan alcohol (denken te) kunnen komen, drinken vaker en meer alcohol, dan jongeren die minder vaak uitgaan en moeilijker aan alcohol (denken te) kunnen komen. Tevens kan geconcludeerd worden dat de aanscherping van de handhaving van het alcoholbeleid sinds de start van programma LEF effect heeft: jongeren zijn gedurende de looptijd van programma LEF gaan ervaren dat alcohol buitenshuis minder makkelijk toegankelijk is geworden, zijn minder vaak uitgaansgelegenheden gaan bezoeken én hier minder vaak alcohol gaan drinken.
26
Verschuiving van alcoholgebruik niet-thuis naar alcoholgebruik in thuissituatie? Wanneer jongeren ervaren dat – bijvoorbeeld een verscherpte handhaving – alcohol buitenshuis en uitgaansgelegenheden minder makkelijk toegankelijk zijn geworden, bestaat de kans dat het alcoholgebruik van jongeren verschuift naar de thuissituatie. Om enig beeld te krijgen van deze mogelijke verschuiving, zal gekeken worden naar de situaties waarin jongeren in huiselijke sfeer alcohol drinken.
In Tabel 14 is te zien dat jongeren binnen de gemeente Edam-Volendam op alle metingen veelvuldig alcohol drinken in huiselijke sfeer. Hierbij komt duidelijk naar voren dat jongeren al op jongere leeftijd voornamelijk bij elkaar thuis alcohol drinken. Van de jongste groep jongeren (14 jaar of jonger) die aangegeven hebben de afgelopen maand alcohol te hebben gedronken, drinkt binnen ruim de helft met zijn vrienden alcohol bij zichzelf en/of vrienden thuis. Voor de 15-jarigen die minimaal maandelijks alcohol drinken, geldt dat driekwart samen met vrienden bij iemand thuis alcohol drinkt, waar dit voor de jongeren van 16 jaar en ouder zelfs nog hoger is: op alle metingen geven bijna alle maandelijks drinkende jongeren van 16 jaar en ouder aan samen met vrienden bij iemand thuis alcohol te drinken. Hierbij is wel opvallend dat hier geen duidelijke ontwikkeling over tijd zichtbaar is. Dit lijkt te impliceren dat ingestelde maatregelen – onder andere de aangescherpte handhaving – er niet toe geleid hebben dat jongeren vaker alcohol in huiselijke sfeer zijn gaan drinken.
Tabel 14. Situaties waarin jongeren in huiselijke sfeer alcohol drinken, uitgesplitst naar leeftijd (%).* Bij familie of vrienden van Met / bij vrienden thuis
*
Met ouders thuis
ouders thuis
Leeftijd
T0
T1
T2
T3
T0
T1
T2
T3
T0
T1
T2
T3
≤ 14 jaar
60,6
54,8
56,6
56,5
28,5
26,9
26,5
26,1
24,1
24,7
18,1
32,6
15 jaar
75,9
83,6
73,3
82,4
28,4
36,4
33,6
32,4
31,2
33,6
32,8
32,4
≥ 16 jaar
97,7
92,4
89,1
91,7**
41,7
34,8
37,0
33,4**
42,3
39,4
47,8
50,0**
Totaal
77,1
75,8
73,5
70,7
33,4
32,7
32,6
29,3
33,2
32,0
33,3
34,8
Hier zijn alleen jongeren meegenomen die aangegeven hebben in de afgelopen maand
alcohol te hebben gedronken. **
De groep jongeren van ≥ 16 jaar op T3 is te klein om een vergelijking met T0 te maken.
▲/▼ Significant hoger/lager dan op T0.
27
Conclusie Wanneer gekeken wordt naar het alcoholgebruik en de ontwikkeling hiervan binnen de gemeente Edam-Volendam is zichtbaar dat er sinds de start van programma LEF een duidelijke daling in het alcoholgebruik, zowel voor het ooit, maandelijks als wekelijks alcohol drinken, plaatsgevonden heeft. Tevens is in de hoeveelheid alcohol die jongeren drinken binnen deze periode een significante daling te zien. Hoewel we hier door een kleinere steekproef en het ontbreken van een controlegroep vanwege de coronacrisis geen causale conclusie uit kunnen trekken, lijkt dit wel een (sterke) indicatie te geven dat in de gemeente Edam-Volendam sprake kan zijn van (pre-)interventie invloeden van programma LEF.
Wanneer gekeken wordt naar de ontwikkeling van de factoren uit het verklaringsmodel, lijken de tolerantie van ouders, normen van jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren, en (de zichtbaarheid van) de handhaving verbeterd te zijn sinds de start van programma LEF. Ouders in de gemeente Edam-Volendam lijken sinds de start van programma LEF minder tolerant te zijn geworden ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren. Jongeren ervaren striktere regels over (het gebruik van) alcohol, wat lijkt te impliceren dat ouders (voor een deel) hun gedrag zijn gaan aanpassen door de (pre-)interventie invloeden van programma LEF. De normen die jongeren in de gemeente Edam-Volendam ten aanzien van alcohol(gebruik) hebben lijken sinds de start van programma LEF minder positief geworden te zijn. Zij zijn minder positief geworden over het alcoholgebruik door jongeren, denken dat minder leeftijdsgenoten (wekelijks) alcohol drinken en denken dat leeftijdsgenoten het sterker zijn gaan afkeuren als zij alcohol (zouden) drinken. Dit lijkt te impliceren dat jongeren hun normen zijn gaan aanpassen door de (pre-)interventie invloeden van programma LEF. Tenslotte, lijkt ook (de zichtbaarheid van) de handhaving van het alcoholbeleid door gemeente, horeca en overige betrokken aangescherpt te zijn sinds de start van programma LEF.
Jongeren zijn gaan ervaren dat alcohol buitenshuis minder makkelijk toegankelijk is geworden, zijn minder vaak uitgaansgelegenheden gaan bezoeken én drinken hier minder vaak alcohol. Dit lijkt te impliceren dat de handhaving van het alcoholbeleid in de gemeente Edam-Volendam is aangescherpt door de (pre-)interventie invloeden van programma LEF. Tevens is een (lichte) stijging in de ervaren groepsdruk onder jongeren zichtbaar, al ligt deze nog steeds erg laag. Opvallend hierbij is dat de groepsdruk met name bij de jongste groep (12 jaar) is toegenomen én dat jongeren binnen deze leeftijdsgroep zijn gaan denken dat
28
hun leeftijdsgenoten het drinken van alcohol sterker zijn gaan goedkeuren. Wanneer gekeken wordt naar de samenhang tussen deze factoren op de laatste meting is dit bij de groep 12jarigen sterker (r = .32, p = .001) dan bij jongeren in de andere leeftijdsgroepen (r = .07, ns). Dit lijkt te impliceren dat jongere jongeren die denken dat hun leeftijdsgenoten alcoholgebruik sterker goedkeuren, meer groepsdruk ervaren om eveneens alcohol (te gaan) drinken. Mogelijk kan dit de toegenomen prevalentie van het ooit alcohol gedronken hebben in deze leeftijdsgroep verklaren. De overgang van de basisschool naar de middelbare school is een belangrijke transitie voor jongeren, waarin veel jongeren een toename in het risicogedrag laten zien en de identiteitsontwikkeling in volle gang is met een groeiende invloed van peers. Met betrekking tot het alcoholgebruik onder de jongeren in Edam-Volendam is het mogelijk dat deze jongeren daarom zich meer afzetten tegen de ontwikkeling dat het drinken van alcohol ‘minder stoer’ is. Uit de longitudinale analyses kan pas blijken hoe deze jongeren zich gaan gedragen naarmate ze ouder worden.
Ondanks dat we vanwege een kleinere steekproef en het ontbreken van een controlegroep door de coronacrisis geen harde conclusies kunnen trekken, lijken de resultaten uit dit rapport (wederom) een (sterke) indicatie te geven over de positieve invloed die programma LEF heeft op de ontwikkeling van het alcoholgebruik en (enkele factoren) uit het verklaringsmodel binnen de gemeente Edam-Volendam. Zowel ouders als jongeren lijken (al dan niet onbewust) hun gedrag aangepast te hebben sinds de start van programma LEF, en ook de handhaving lijkt in deze periode aangescherpt te zijn. De ontwikkeling van deze factoren lijken gedreven te worden door (pre-)interventie invloeden van programma LEF en hierdoor een positieve invloed te hebben op de dalingen van het alcoholgebruik in de gemeente EdamVolendam. De vervolgmeting in februari 2021 kan meer inzicht geven in de unieke bijdrage van programma LEF op deze algemene positieve ontwikkeling van jongeren in gemeente Edam-Volendam.
29
Referentielijst Borsari, B., & Carey, K. B. (2001). Peer influences on college drinking: A review of the research. Journal of Substance Abuse, 13(4), 391-424. doi:10.1016/S0899-3289(01)00098-0 Erikson, E. H. (1968). Identity: Youth and crisis. New York: W. W. Norton. Iwamoto, D. K., & Smiler, A. P. (2013). Alcohol makes you macho and helps you make friends: The role of masculine norms and peer pressure in adolescent boys’ and girls’ alcohol use. Substance Use & Misuse, 48(5), 371-378. doi:10.3109/10826084.2013.765479 Koning, I. M., & Rijst, V. G. van der. (2018). Programma LEF: het uitstellen van het beginnen met drinken onder minderjarige jongeren in Edam-Volendam. Rapportage probleemdefinitie. Verkregen van https://www.lef-edvo.nl/wp-content/uploads/2019/ 03/Bijlage-1-Onderzoeksrapport-programma-LEF.pdf Koning, I. M., & Rijst, V. G. van der. (2019a). Programma LEF: het uitstellen van het beginnen met drinken onder minderjarige jongeren in Edam-Volendam. Tussenrapportage: huidige stand van zaken en ontwikkeling sinds de probleemdefinitie. Koning, I. M., & Rijst, V. G. van der. (2019b). Programma LEF: het uitstellen van het beginnen met drinken onder minderjarige jongeren in Edam-Volendam. Rapportage ouderonderzoek, September 2019. Koning, I. M., & Rijst, V. G. van der. (2019c).
Programma LEF: het uitstellen van het beginnen met drinken onder minderjarige jongeren in Edam-Volendam. Tussenrapportage: ontwikkeling van het alcoholgebruik en de pre-interventie invloeden gedurende programma LEF. Santor, D. A., Messervey, D., & Kusumakar, V. (2000). Measuring peer pressure, popularity, and conformity in adolescent boys and girls: Predicting school performance, sexual attitudes, and substance abuse. Journal of Youth and Adolescence, 29(2), 163-182. doi:10.1023/A:1005152515264
30
Bijlage I: Coronapeiling Enkhuizen Zoals in de inleiding van het rapport al aangegeven, had dit tussenrapport als oorspronkelijke opzet om te kijken of er wellicht al een effect van de implementatie van de eerste preventieactiviteiten in de gemeente Edam-Volendam zichtbaar zou zijn. Vanwege de coronacrisis en landelijk ingestelde ‘lockdown’ heeft de dataverzameling binnen de gemeente Enkhuizen – die in dit onderzoek als ‘controlegemeente’ participeert – helaas niet kunnen plaatsvinden. Wel is er tijdens de coronacrisis (april/mei 2020) een peiling gedaan onder jongeren in de gemeente Enkhuizen; deze bijlage zal op basis van deze peiling een meer globaal beeld schetsen van het alcoholgebruik van jongeren en bijbehorende mechanismen in de gemeente Enkhuizen (in coronatijd), en – waar qua vergelijkbaarheid mogelijk – weergeven hoe de cijfers zich verhouden ten opzichte van de cijfers (vóór corona) in de eerdere rapporten (Koning & Van der Rijst, 2019a, 2019c).