Programma LEF - Rapport leerlingen
Tekst van het document
Programma LEF: het uitstellen van het beginnen met drinken onder minderjarige jongeren in Edam-Volendam
Tussenrapportage: Ontwikkeling van het alcoholgebruik en de preinterventie invloeden gedurende programma LEF
Universiteit Utrecht Algemene Sociale Wetenschappen Jeugdstudies Dr. Ina Koning Vincent van der Rijst, MSc.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 1 Samenvatting........................................................................................................................................... 2 Programma LEF........................................................................................................................................ 3 Steekproef ............................................................................................................................................... 3 Alcoholconsumptie .................................................................................................................................. 6 Verklaringsmodel .................................................................................................................................. 11 Paden van beïnvloeding .................................................................................................................... 12 Factoren................................................................................................................................................. 13 Maatschappelijke norm en acceptatie ten aanzien van alcoholgebruik ...........................................
13 Pad 1: Invloed van ouders op alcoholgebruik van jongeren ............................................................. 13 Pad 1a: Normen en tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren ............... 14 Tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren .......................................... 14 Pad 1b: Sociale activiteiten en toezicht van ouders .......................................................................... 16 Sociale activiteiten van ouders...................................................................................................... 16 Toezicht van ouders ...................................................................................................................... 17 Conclusie ....................................................................................................................................... 19 Pad 2: Invloed van jongeren op eigen en elkaars alcoholgebruik ..................................................... 19 Normen en groepsdruk onder jongeren ....................................................................................... 20 Normen van jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren .......................................... 20 Algemene normen .........................................................................................................................
20 Descriptieve normen ..................................................................................................................... 23 Injunctieve normen ....................................................................................................................... 26 Groepsdruk en drinken om erbij te horen .................................................................................... 28 Conclusie ....................................................................................................................................... 30 Pad 3: Handhaving............................................................................................................................. 31 Toegankelijkheid alcohol (niet-thuis) ............................................................................................ 31 Zichtbaarheid handhaving ............................................................................................................. 40 Conclusie ....................................................................................................................................... 45 Conclusie ...............................................................................................................................................
45 Referentielijst ........................................................................................................................................ 48
1
Samenvatting Programma LEF is een samenwerking tussen de gemeente Edam-Volendam en de Universiteit Utrecht, waarbij binnen de gemeente onderzoek gedaan wordt naar het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren. Daarnaast wordt bekeken welke factoren dit (kunnen) beïnvloeden en wat mogelijk effectieve strategieën zijn om het beginnen met drinken onder (minderjarige) jongeren uit te stellen. Om hier meer inzicht in te krijgen zijn drie metingen uitgevoerd in zowel de gemeente Edam-Volendam als in de controlegemeente Enkhuizen, waarbij jongeren (12 t/m 18 jaar oud) uit beide gemeenten op school een digitale vragenlijst ingevuld hebben. Wanneer gekeken wordt naar het alcoholgebruik van jongeren, valt op dat dit in zowel de gemeente Edam-Volendam als de gemeente Enkhuizen veel en al op jonge leeftijd gebeurt. Het alcoholgebruik kan door veel factoren beïnvloed worden, waarbij drie belangrijke pijlers naar voren komen, namelijk: 1) ouders, 2) peers (leeftijdsgenoten), en 3) handhaving van het alcoholbeleid binnen de gemeente. Ouders kunnen voornamelijk invloed hebben door het stellen van strikte regels en houden van actief toezicht. Jongeren die striktere regels en meer actief toezicht ervaren, drinken minder (vaak) alcohol. Jongeren onderling kunnen invloed hebben door de normen die zij ten aanzien van alcoholgebruik hebben.
Wanneer jongeren denken dat alcoholgebruik op hun leeftijd normaal is, drinken zij vaker en meer alcohol. Tenslotte, kunnen de gemeente en overige betrokkenen invloed hebben via de zichtbaarheid van de handhaving van het alcoholbeleid. Wanneer er onvoldoende handhaving is én dit niet voldoende zichtbaar is, blijft het voor (minderjarige) jongeren makkelijk om alcohol te verkrijgen. Jongeren die makkelijker aan alcohol (denken te) kunnen komen, drinken vaker en meer alcohol. Ondanks dat het alcoholgebruik binnen beide gemeenten op alle metingen relatief hoog is, is hierbij wel een verschil in ontwikkeling tussen beide gemeenten zichtbaar. Waar binnen de gemeente Edam-Volendam een dalende lijn in het alcoholgebruik te zien is, is hier binnen de gemeente Enkhuizen juist een toename in te zien. Dit verschil in de ontwikkeling van het alcoholgebruik tussen beide gemeenten kan mogelijk verklaard worden door de preinterventie invloeden die binnen de gemeente Edam-Volendam kunnen zijn gaan spelen sinds de start van programma LEF, zoals een (onbewuste) aanpassing van het gedrag van ouders en jongeren zelf door de toegenomen aandacht, bewustwording en verscherpte handhaving.
2
Programma LEF Programma LEF is een samenwerking tussen de gemeente Edam-Volendam en de Universiteit Utrecht, waarbij laatstgenoemde binnen de gemeente onderzoek doet naar het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren, factoren die dit (kunnen) beïnvloeden en mogelijke effectieve strategieën om het beginnen met drinken onder (minderjarige) jongeren uit te stellen.
Het programma bestaat uit vier fasen: 1. Vergroten inzicht in alcoholgebruik onder jongeren in Edam-Volendam 2. Verbinding met bestaande (inter)nationale kennis 3. Implementeren preventie-activiteiten 4. Monitoren alcoholgebruik en mechanismen
Rapportage Het huidige rapport is een rapportage waarin de resultaten voorafgaand aan fase 3, het implementeren van de preventie-activiteiten, weergegeven worden. In deze rapportage wordt weergegeven wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren in de gemeente Edam-Volendam, en hoe de huidige cijfers zich verhouden ten opzichte van de cijfers in het rapport van de probleemdefinitie (Koning & Van der Rijst, 2018) en de cijfers in het tussenrapport (Koning & Van der Rijst, 2019a). Het is immers mogelijk dat gedurende de looptijd van programma LEF al een ontwikkeling in het alcoholgebruik van jongeren plaatsgevonden heeft, bijvoorbeeld door de toegenomen aandacht, bewustwording van betrokkenen (o.a. ouders, jongeren, horeca) en (onbewuste) inzet van activiteiten en verscherpte handhaving. Hierbij zal een vergelijking gemaakt worden van het alcoholgebruik op alle metingen (verschillen en overeenkomsten tussen T0, T1 en T2), en bekeken worden wat de invloed van de factoren vanuit het verklaringsmodel op het alcoholgebruik van jongeren is en hoe dit zich gedurende de looptijd van programma LEF ontwikkeld heeft.
Steekproef Voor een uitgebreidere beschrijving van de werving van de steekproef en procedure van de dataverzameling, verwijzen wij graag naar het rapport van de probleemdefinitie (Koning & Van der Rijst, 2018).
3
Binnen dit rapport zal van twee typen steekproeven gebruik gemaakt worden om de resultaten van het onderzoek weer te geven. Per onderwerp zullen eerst de resultaten van de crosssectionele steekproef besproken worden. In deze groep worden per meting alle leerlingen meegenomen die op die specifieke meting deelgenomen hebben, ongeacht of zij ook nog op andere metingen deelgenomen hebben. Vervolgens zullen per onderwerp de resultaten van de longitudinale steekproef besproken worden. In deze groep worden alleen de leerlingen meegenomen die op alle drie de metingen deelgenomen hebben.
Verdeling van de steekproef Cross-sectioneel De steekproef bestaat op T0, T1 en T2 in totaal uit respectievelijk 2.165, 2.068 en 1.918 jongeren uit de gemeenten Edam-Volendam en Enkhuizen (zie Tabel 1), in de leeftijd van 12 t/m 18 jaar. In de gemeente Edam-Volendam hebben over het algemeen iets meer meisjes aan het onderzoek meegedaan, terwijl in de gemeente Enkhuizen iets meer jongens mee hebben gedaan. Het schoolniveau van de steekproef was binnen beide gemeenten wat scheef verdeeld: in de gemeente Edam-Volendam volgde ongeveer veertig procent van de steekproef onderwijs op VMBO-niveau, in de gemeente Enkhuizen gold dit voor ongeveer één derde van de steekproef. De overige leerlingen volgden onderwijs op HAVO- of VWO-niveau.
Tabel 1. Beschrijving van de cross-sectionele steekproef, naar demografische gegevens. Edam-Volendam T0
T1
T2
N
%
N
%
N
%
1.137
--
1.034
--
987
--
Jongen
525
46,2
462
44,7
445
45,1
Meisje
612
53,8
572
55,3
542
54,9
VMBO-basis/kader
205
18,0
164
15,9
166
16,8
VMBO-theoretisch/gemengd
311
27,4
243
23,5
233
23,6
HAVO
454
39,9
417
40,3
385
39,0
VWO
167
14,7
210
20,3
203
20,6
Totaal Sekse
Schoolniveau1
4
Enkhuizen T0
T1
T2
N
%
N
%
N
%
1.027
--
1.034
--
931
--
Jongen
512
49,9
545
52,7
480
51,6
Meisje
515
50,1
489
47,3
451
48,4
VMBO-basis/kader
6
0,6
2
0,2
2
0,2
VMBO-theoretisch/gemengd
325
31,7
334
32,3
236
25,3
HAVO
392
38,2
407
39,4
386
41,5
VWO
303
29,5
291
28,1
307
33,0
Totaal Sekse
Schoolniveau1
1
Bij combinatieniveaus (bijvoorbeeld HAVO/VWO) is het laagste schoolniveau gekozen.
Longitudinaal In totaal hebben 1.169 jongeren aan alle drie de metingen meegedaan, waarbij dit relatief evenredig per gemeente verdeeld is (zie Tabel 2). Tijdens de eerste meting waren de jongeren in deze groep tussen de 11 en 17 jaar oud (gemiddelde leeftijd: Edam-Volendam 14,21 jaar; Enkhuizen 13,98 jaar). In de gemeente Edam-Volendam bestond de groep uit iets meer meisjes (55,8%) dan jongens (44,2%), in de gemeente Enkhuizen hebben juist iets meer jongens (52,9%) dan meisjes (47,1%) aan alle metingen deelgenomen. Het schoolniveau was binnen beide gemeenten scheef verdeeld: in de gemeente Edam-Volendam volgde ongeveer veertig procent van de jongeren onderwijs op VMBO-niveau, terwijl dit in de gemeente Enkhuizen voor ongeveer een kwart van de jongeren gold. De overige jongeren volgden onderwijs op HAVO- of VWO-niveau.
5
Tabel 2. Beschrijving van de longitudinale steekproef, naar demografische gegevens per gemeente. Edam-Volendam
Enkhuizen
N
%
N
%
608
--
561
--
Jongen
269
44,2
297
52,9
Meisje
339
55,8
264
47,1
VMBO-basis/kader
86
14,1
--
--
VMBO-theoretisch/gemengd
158
26,0
126
22,5
HAVO
254
41,8
192
34,2
VWO
110
18,1
243
43,3
Totaal Sekse
Schoolniveau1
1
Bij combinatieniveaus (bijvoorbeeld HAVO/VWO) is het laagste schoolniveau gekozen.
Alcoholconsumptie In programma LEF wordt in gegaan op de grote hoeveelheid alcohol die jongeren in de gemeente Edam-Volendam drinken. Wat de huidige stand van zaken met betrekking tot het alcoholgebruik van jongeren is, hoe dit zich verhoudt ten opzichte van de eerste en tweede meting, en hoe de ontwikkeling van het alcoholgebruik zich verhoudt ten opzichte van de controlegemeente Enkhuizen, wordt hierna besproken.
Cross-sectioneel Wanneer gekeken wordt naar het alcoholgebruik door jongeren, valt op dat in beide gemeenten veel jongeren al alcohol gedronken hebben. Binnen de gemeente Edam-Volendam is tijdens de tweede en derde meting voor zowel het ooit, maandelijks als wekelijks drinken van alcohol een significante daling te zien ten opzichte van de eerste meting. Opvallend is dat deze daling voornamelijk te zien is voor de oudere groepen jongeren (vanaf 14 jaar). Binnen de gemeente Enkhuizen is tussen de eerste en tweede meting een significante daling in de prevalentiecijfers te zien, maar tijdens de derde meting komen deze cijfers weer overeen met die op de eerste meting (zie Tabel 3).
6
Tabel 3. Prevalentie van het alcoholgebruik, per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam Alcohol,
Alcohol,
Alcohol,
ooit (ja; %)
maandelijks (ja; %)
wekelijks (ja; %)
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
10,4
19,8▲
16,7
0,0
4,6▲
7,1▲
0,0
1,0
2,4
13 jaar
28,2
21,6
21,3
10,3
7,1
6,1
7,2
3,4▼
3,9
14 jaar
61,9
49,6▼
38,6▼
42,1
27,1▼
24,3▼
34,1
23,8▼
18,1▼
15 jaar
67,3
68,6
65,4
55,5
52,4
50,9
51,7
46,7
41,2▼
≥ 16 jaar
83,6
68,1▼
62,4▼
78,5
55,5▼
49,5▼
76,6
50,4▼
45,2▼
Totaal
54,3
42,6▼
43,4▼
40,4
26,0▼
29,5▼
36,4
21,9▼
23,9▼
Enkhuizen Alcohol,
Alcohol,
Alcohol,
ooit (ja; %)
maandelijks (ja; %)
wekelijks (ja; %)
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
24,8
18,0
20,0
1,6
1,7
1,3
0,0
0,0
0,0
13 jaar
32,1
29,2
27,5
9,6
6,4
10,2
3,7
1,9
2,5
14 jaar
42,7
40,5
45,6
19,6
15,7
19,5
11,9
9,1
8,7
15 jaar
67,1
62,2
59,3
48,1
38,9
44,0
38,1
28,0▼
28,0▼
≥ 16 jaar
80,7
78,1
77,8
72,7
67,7
67,2
64,6
58,3
61,9
Totaal
48,7
39,9▼
48,0
28,9
19,2▼
30,1
21,9
13,2▼
20,9
▲/▼
Significant hoger/lager dan op T0.
Als gekeken wordt naar de hoeveelheid alcohol die jongeren drinken, is redelijk hetzelfde beeld zichtbaar. Binnen de gemeente Edam-Volendam wordt er tijdens de tweede en derde meting minder alcohol gedronken ten opzichte van eerste meting; dit geldt met name voor de oudste groep jongeren (16 jaar en ouder). Binnen de gemeente Enkhuizen is juist een significante toename van het alcoholgebruik te zien tussen de eerste en derde meting (zie Tabel 4).
7
Tabel 4. Gemiddelde alcoholconsumptie (glazen per week), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam Glazen per week,
Glazen per week,
totale groep (M)
wekelijkse drinkers (M)
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
--
0,02
0,04
--
1,50
1,50
13 jaar
0,39
0,24
0,12▼
5,00
6,56
2,56
14 jaar
2,46
1,54▼
1,03▼
6,09
5,80
5,16
15 jaar
4,06
3,66
3,29
7,19
6,97
7,38
≥ 16 jaar
7,31
4,29▼
4,05▼
9,01
7,87
8,05
Totaal
3,05
1,67▼
1,85▼
7,55
6,85
6,94
Enkhuizen Glazen per week,
Glazen per week,
totale groep (M)
wekelijkse drinkers (M)
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
--
--
--
--
--
--
13 jaar
0,10
0,08
0,21
2,30
3,80▲
7,25▲
14 jaar
0,79
0,61
0,60
5,45
5,64
5,69
15 jaar
3,11
2,48
2,63
6,72
7,02
7,59
≥ 16 jaar
5,45
5,84
6,24
7,65
8,45
9,06
Totaal
1,76
1,14▼
2,02
6,78
7,26
8,26▲
▲/▼
Significant hoger/lager dan op T0.
Longitudinaal Wanneer gekeken wordt naar het alcoholgebruik van jongeren die aan alle metingen deelgenomen hebben, is binnen beide gemeenten een verwachte significante toename te zien in het percentage jongeren dat aangeeft ooit alcohol gedronken te hebben (zie Tabel 5). Opvallend is dat gemiddeld al ongeveer een op de drie jongeren in de jongste leeftijdsgroepen (12- en 13-jarigen) binnen beide gemeenten aangeeft ooit alcohol gedronken te hebben. Waar binnen de gemeente Edam-Volendam een vrij stabiel patroon in de prevalentie van het alcoholgebruik van de 14- en 15-jarigen te zien is, is binnen de gemeente 8
Enkhuizen voor jongeren in deze leeftijdsgroepen juist een toename in de prevalentie van het alcoholgebruik te zien. Het grootste verschil tussen beide gemeenten ligt echter bij de oudste groep jongeren (16 jaar en ouder). Waar in de gemeente Edam-Volendam binnen deze leeftijdsgroep een significante daling te zien is in het percentage jongeren dat aangeeft maandelijks en wekelijks alcohol te drinken, is hier in de gemeente Enkhuizen juist een (overigens niet significante) toename in te zien.
Tabel 5. Prevalentie van het alcoholgebruik, per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [longitudinaal]. Edam-Volendam Alcohol,
Alcohol,
Alcohol,
ooit (ja; %)
maandelijks (ja; %)
wekelijks (ja; %)
Leeftijd op T0
T0
T1
T2
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
5,9
20,6▲
20,6▲
0,0
5,9
8,8▲
0,0
2,9
8,8▲
13 jaar
26,8
34,6▲
37,3▲
10,5
14,0
22,4▲
7,0
11,4
16,7▲
14 jaar
60,7
67,1
64,2
45,1
44,5
47,4
35,8
39,3
38,2
15 jaar
62,1
64,2
58,9
50,5
51,6
46,3
46,3
46,3
42,1
≥ 16 jaar
75,0
68,2
68,2
75,0
52,3▼
61,4
70,5
47,7▼
54,5
Totaal
43,1
49,3▲
48,8▲
30,1
30,4
34,6▲
25,2
26,5
28,6
Enkhuizen Alcohol,
Alcohol,
Alcohol,
ooit (ja; %)
maandelijks (ja; %)
wekelijks (ja; %)
Leeftijd op T0
T0
T1
T2
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
22,6
21,7
31,1▲
1,9
3,8
15,1▲
0,0
1,9
7,5
13 jaar
28,2
37,4▲
47,1▲
8,3
7,8
21,4▲
2,9
2,4
7,8
14 jaar
34,9
47,0▲
61,1▲
14,1
26,2▲
45,6▲
8,7
15,4▲
30,9▲
15 jaar
55,7
62,0
68,4▲
35,4
41,8
58,2▲
26,6
34,2
54,4▲
≥ 16 jaar
71,4
71,4
95,2
66,7
71,4
85,7
57,1
71,4
85,7
Totaal
34,4
41,7▲
52,6▲
14,6
19,1▲
34,2▲
9,3
12,8▲
23,4▲
▲/▼
Significant hoger/lager dan op T0.
Wanneer gekeken wordt naar de hoeveelheid alcohol die jongeren drinken, is binnen beide gemeenten een stijging in de gemiddelde wekelijkse alcoholconsumptie te zien is (zie Tabel 9
6). Net als bij de prevalentie van het alcoholgebruik is hier echter wel een verschil in ontwikkeling tussen beide gemeenten zichtbaar: waar in de gemeente Edam-Volendam wekelijks drinkende jongeren tussen de eerste en derde meting, gemiddeld nog geen half glas per week meer zijn gaan drinken (T0: 6,7 glazen; T2: 7,1 glazen), zijn wekelijks drinkende jongeren in de gemeente Enkhuizen gemiddeld 2,5 glas per week meer gaan drinken (T0: 5,7 glazen; T2: 8,2 glazen).
Tabel 6. Gemiddelde alcoholconsumptie (glazen per week), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [longitudinaal]. Edam-Volendam Glazen per week,
Glazen per week,
totale groep (M)
wekelijkse drinkers1 (M)
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
0,00
0,06
0,24▲
--
2,00
2,50
13 jaar
0,37
0,78
0,95▲
4,78
6,17
5,18
14 jaar
2,57
3,19
3,19
5,94
7,04
7,73
15 jaar
3,63
2,99
3,31
7,10
5,91
7,03
≥ 16 jaar
6,42
4,38▼
5,85
8,90
8,98
10,00
Totaal
1,91
1,98
2,23▲
6,75
6,78
7,14
Enkhuizen
1
Glazen per week,
Glazen per week,
totale groep (M)
wekelijkse drinkers1 (M)
Leeftijd op T0
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
0,00
0,09
0,70
--
4,00
8,19
13 jaar
0,08
0,14
0,77▲
2,50
5,00
8,19
14 jaar
0,50
0,91▲
2,59▲
4,81
4,72
6,70
15 jaar
1,60
2,92▲
5,11▲
5,10
6,93
8,67
≥ 16 jaar
5,97
6,43
9,36▲
9,46
9,00
10,92
Totaal
0,62
0,97▲
2,25▲
5,73
6,44
8,20
Significantie van het verschil kon niet berekend worden vanwege inconsistenties in wel/niet
wekelijks drinken binnen participanten tussen beide metingen. ▲/▼
Significant hoger/lager dan op T0. 10
Geconcludeerd kan worden dat er tussen beide gemeenten enkele interessante verschillen in de ontwikkeling van het alcoholgebruik zichtbaar zijn. Waar binnen beide gemeenten tussen de eerste en tweede meting een daling van de alcoholprevalentie te zien is, is alleen binnen de gemeente Edam-Volendam ook een daling van de prevalentiecijfers tussen de eerste en derde meting zichtbaar. Als gekeken wordt naar de wekelijkse alcoholconsumptie is binnen de gemeente Edam-Volendam een lichte daling tussen de eerste en derde meting zichtbaar, terwijl binnen de gemeente Enkhuizen hier juist een flinke significante toename te zien is.
Binnen de groep jongeren die aan alle metingen deelgenomen hebben, is in beide gemeenten een toename van zowel de alcoholprevalentie als wekelijkse alcoholconsumptie zichtbaar. Binnen de gemeente Enkhuizen is deze toename echter veel sterker dan binnen de gemeente Edam-Volendam; dit geldt met name voor de oudere groepen jongeren (14 jaar en ouder). De verschillen in de ontwikkeling van het alcoholgebruik tussen beide gemeenten lijken – net als in het tussenrapport – een indicatie te geven dat in de gemeente Edam-Volendam (voornamelijk binnen de oudere leeftijdsgroepen) sprake kan zijn van pre-interventie invloeden van programma LEF. Hoe deze processen gewerkt kunnen hebben en welke factoren hierop van invloeden kunnen zijn geweest, zal hierna verder besproken worden.
Verklaringsmodel Om te kijken welke factoren invloed hebben op zowel het algemene alcoholgebruik van jongeren in Edam-Volendam, als de vroege leeftijd waarop jongeren starten met het drinken van alcohol, is tijdens de probleemdefinitie een verklaringsmodel opgesteld (zie Figuur 1). Voor een uitgebreidere beschrijving hoe dit verklaringsmodel tot stand gekomen is, verwijzen wij graag naar het rapport van de probleemdefinitie (Koning & Van der Rijst, 2018).
11
Paden van beïnvloeding In het verklaringsmodel (zie Figuur 1) zijn drie verschillende paden van beïnvloeding te onderscheiden. Pad 1 [blauw] richt zich op de invloed van ouders, waarbij nog twee zijpaden onderscheiden worden. Binnen pad 1a [donkerblauw] wordt gefocust op de invloed van de tolerantie (stellen van regels) van ouders ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren, terwijl binnen pad 1b [lichtblauw] gefocust wordt op de invloed van het toezicht (monitoring) door ouders. Pad 2 [paars] richt zich op de jongeren zelf. Het gaat hierbij om de invloed die zij zelf hebben op zowel hun eigen als elkaars alcoholgebruik, bijvoorbeeld via normen, groepsdruk en individuele factoren. Pad 3 richt zich op de handhaving van het alcoholbeleid door de gemeente, horeca, politie en andere betrokkenen. De factoren binnen dit derde pad zullen een minder directe link naar het daadwerkelijke alcoholgebruik van jongeren hebben, maar zullen wel invloed (kunnen) hebben op meer proximale factoren zoals de regels die ouders stellen en normen die jongeren ontwikkelen.
Figuur 1. Verklaringsmodel probleemdefinitie programma LEF.
12
Factoren De paden van beïnvloeding vanuit het verklaringsmodel bestaan allen uit diverse factoren die op verschillende niveaus het alcoholgebruik van jongeren (kunnen) beïnvloeden. Per pad zullen deze factoren besproken worden, waarbij per factor bekeken zal worden hoe dit zich over de tijd ontwikkeld heeft en hoe deze ontwikkeling zich tussen beide gemeenten verhoudt.
Maatschappelijke norm en acceptatie ten aanzien van alcoholgebruik Uit interviews voorafgaand aan de eerste meting is naar voren gekomen dat met name de maatschappelijke norm en acceptatie ten aanzien van alcoholgebruik factoren zijn die – al dan niet direct – het alcoholgebruik van jongeren beïnvloeden. Er wordt gesteld dat door deze sterke maatschappelijke normen en acceptatie het ook voor jongeren normaal en geaccepteerd is om (al op jonge leeftijd) alcohol te drinken.
De invloed van maatschappelijke normen en acceptatie ten aanzien van (algemeen) alcoholgebruik waren tijdens de metingen met vragenlijstonderzoek onder jongeren zelf echter lastig te onderzoeken. Hiervoor zullen meerdere mensen van verschillende leeftijden en achtergronden uit de gehele maatschappij ondervraagd moeten worden. Ondanks dat deze maatschappelijke normen en acceptatie binnen de huidige studie niet onderzocht konden worden, is het aannemelijk dat deze veel genoemde factoren een grote invloed kunnen hebben op belangrijke, meer proximale factoren, zoals normen van ouders en jongeren zelf ten aanzien van alcoholgebruik. De invloed van deze normen op het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren zullen later in het rapport binnen de verschillende paden van beïnvloeding verder onderzocht worden.
Pad 1: Invloed van ouders op alcoholgebruik van jongeren Zowel uit de probleemdefinitie als het tussenrapport is naar voren gekomen dat ouders een belangrijke rol (kunnen) spelen in het alcoholgebruik van jongeren. Deze invloed lijkt voornamelijk te liggen in de tolerantie die ouders ten aanzien van alcoholgebruik van hun kinderen hebben (en de bijbehorende regels die zij hierover stellen) en het toezicht dat ouders op hun kinderen houden. Binnen pad 1 zal gekeken worden welke invloed ouders hebben op het alcoholgebruik van jongeren, hoe dit zich over de tijd ontwikkeld heeft en of ouders hun gedrag zijn gaan aanpassen door pre-interventie invloeden van programma LEF.
13
Pad 1a: Normen en tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren Wanneer de invloed van ouders op het (vroegtijdige) alcoholgebruik van jongeren bekeken worden, lijken de maatschappelijke normen ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren belangrijke rol te spelen. Onder ouders gaat het dan met name om de waargenomen sociale norm dat alcohol drinken er (al op jonge leeftijd) bij hoort. Opvallend hierbij is dat er sprake lijkt te zijn van groepsdruk onder ouders om alcoholgebruik onder jongeren toe te staan.
Waar de wetenschappelijke literatuur sterke aanwijzingen biedt dat waargenomen sociale normen en bijbehorende groepsdruk invloed hebben op het alcoholgebruik van jongeren, is dit lastig te onderzoeken middels vragenlijstonderzoek onder jongeren. Hiervoor is onderzoek onder ouders gedaan; de resultaten hiervan zijn in het ouderrapport terug te lezen (Koning & Van der Rijst, 2019b).
Tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren Tijdens de probleemdefinitie kwam naar voren dat ouders – mogelijk mede door de geldende normen en groepsdruk onder ouders – zeer tolerant zijn ten opzichte van het alcoholgebruik van hun kind. Voor het bekijken van de invloed van tolerantie van ouders ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren, zal gekeken worden naar de regels die ouders met betrekking tot alcohol stellen.
Cross-sectioneel Wanneer gekeken wordt naar de regels die ouders stellen, is te zien dat jongeren in beide gemeenten op alle metingen relatief strikte regels over (het gebruiken van) alcohol ervaren (zie Tabel 7). Binnen de gemeente Edam-Volendam ervaren jongeren zowel op T1 (M = 4,28) als T2 (M = 4,22) significant striktere regels dan jongeren op T0 (M = 3,89), terwijl er binnen de gemeente Enkhuizen geen significant verschil tussen T0 en T2 te zien is. Wanneer dit verder bekeken wordt naar leeftijd, is te zien dat in de gemeente Edam-Volendam jongeren in de oudere leeftijdsgroepen (14 jaar en ouder) op T2 significant striktere regels over alcohol ervaren dan jongeren in dezelfde leeftijdsgroepen op T0, terwijl dit in de gemeente Enkhuizen alleen geldt voor de oudste leeftijdsgroep (16 jaar en ouder). Als gekeken wordt naar de invloed van regels op het daadwerkelijke alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat het stellen van strikte regels een beschermende factor kan zijn. Voor beide gemeenten geldt op alle metingen dat jongeren die aangeven striktere regels te ervaren, vaker aangeven zowel in hun hele leven (Edam-Volendam: 14
r = tussen - .55 en - .61; Enkhuizen: r = tussen - .51 en - .52) als in de afgelopen maand (Edam-Volendam: r = tussen - .59 en - .67; Enkhuizen: r = tussen - .52 en - .57) geen alcohol gedronken te hebben. Tevens is in beide gemeenten op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen het stellen van regels en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren striktere regels ervaren, drinken zij minder alcohol (EdamVolendam: r = tussen - .66 en - .69; Enkhuizen: r = tussen - .57 en - .61). Geconcludeerd kan worden dat jongeren waarvan de ouders toleranter zijn ten aanzien van alcoholgebruik, vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Tabel 7. Regels van ouders met betrekking tot alcoholgebruik van jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
4,92
4,86
4,88
4,83
4,84
4,79
13 jaar
4,70
4,77
4,78
4,72
4,79
4,65
14 jaar
4,09
4,34▲
4,50▲
4,44
4,43
4,54
15 jaar
3,55
3,60
3,83▲
3,71
3,91
3,93
≥ 16 jaar
2,50
3,28▲
3,33▲
2,69
2,79
3,02▲
Totale groep
3,89
4,28▲
4,22▲
4,14
4,37▲
4,17
Hogere scores betekenen striktere regels met betrekking tot alcoholgebruik.
▲
Significant hoger dan op T0.
Longitudinaal Binnen beide gemeenten zijn jongeren die op alle metingen meegedaan hebben gedurende de looptijd van programma LEF over het algemeen minder strikte regels gaan ervaren. Opvallend hierbij is dat dit binnen de gemeente Enkhuizen voor alle leeftijdsgroepen geldt, terwijl dit binnen de gemeente Edam-Volendam niet geldt voor de oudste groep jongeren (16 jaar en ouder). Als gekeken wordt naar het verschil tussen beide gemeenten in de ontwikkeling van de regels die ouders stellen, is te zien dat jongeren in de gemeente Enkhuizen tussen T0 en T2 veel tolerantere regels zijn gaan ervaren dan jongeren in de gemeente Edam-Volendam
15
(β = 0.255). Dit geldt voornamelijk voor de oudere groepen jongeren (14 jaar: β = 0.435; 15 jaar: β = 0.487; 16 jaar en ouder: β = 0.793). Hoewel jongeren in de gemeente EdamVolendam niet significant striktere regels zijn gaan ervaren, lijkt dit wel te impliceren dat ouders van oudere jongeren (vanaf 14 jaar) in de gemeente Edam-Volendam door de preinterventie invloeden van programma LEF niet tolerantere regels zijn gaan stellen ten opzichte van ouders in de gemeente Enkhuizen.
Tabel 8. Regels van ouders met betrekking tot alcoholgebruik van jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [longitudinaal]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
4,94
4,67▼
4,73▼
4,83
4,78
4,47▼
13 jaar
4,73
4,57▼
4,53▼
4,72
4,63▼
4,51▼
14 jaar
4,14
3,90▼
3,94▼
4,47
4,28▼
3,84▼
15 jaar
3,67
3,61
3,42▼
3,94
3,45▼
3,19▼
≥ 16 jaar
2,79
3,27
2,85
2,71
2,35
1,98▼
Totale groep
4,28
4,15▼
4,09▼
4,49
4,32▼
4,06▼
Hogere scores betekenen striktere regels met betrekking tot alcoholgebruik.
▼
Significant lager dan op T0.
Pad 1b: Sociale activiteiten en toezicht van ouders Tijdens de probleemdefinitie kwam naar voren dat ouders – mede door de hoge tolerantie ten aanzien van alcoholgebruik – weinig toezicht houden op (het alcoholgebruik van) hun kinderen. Hierbij kwam naar voren dat ouders vaak niet aanwezig zijn bij ‘zitjes’ [gelegenheden waarbij jongeren bij iemand thuis afspreken en doorgaans (veel) alcohol gedronken wordt]. Vaak komt dit doordat ouders zelf ook weg zijn naar eigen sociale activiteiten.
Sociale activiteiten van ouders Veel ouders hebben eigen sociale activiteiten, waardoor zij minder toezicht (kunnen) houden op het gedrag en alcoholgebruik van hun kinderen. De invloed van deze sociale activiteiten is met vragenlijstonderzoek onder jongeren echter lastig te onderzoeken. Hiervoor is onderzoek
16
onder ouders gedaan; de resultaten hiervan zijn in het ouderrapport terug te lezen (Koning & Van der Rijst, 2019b).
Toezicht van ouders Voor het bekijken van de invloed van toezicht door ouders, zal gekeken worden naar de mate waarop ouders hun kind actief monitoren. Dit houdt onder andere in dat ouders actief navragen waar hun kind heengaat, met wie ze dan zijn en of ze toestemming nodig hebben om ergens heen te gaan.
Cross-sectioneel Wanneer gekeken wordt naar het toezicht dat ouders op hun kinderen houden, is te zien dat ouders in beide gemeenten dit op alle metingen in het algemeen matig doen (zie Tabel 9). Jongeren uit beide gemeenten ervaren op T2 (Edam-Volendam: M = 2,99; Enkhuizen: M = 3,80) niet significant meer of minder toezicht door hun ouders dan op T0 (EdamVolendam: M = 2,99; Enkhuizen: M = 3,80). Ook wanneer hier naar leeftijd naar gekeken wordt, is geen significant verschil zichtbaar. Als gekeken wordt naar de invloed van het toezicht door ouders op het daadwerkelijke alcoholgebruik van jongeren, komt een wisselend beeld naar voren dat het houden van toezicht door ouders een beschermende factor kan zijn. Binnen de gemeente Edam-Volendam geldt alleen op T0 dat jongeren die aangeven dat hun ouders actiever toezicht houden, vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = - .11) als in de afgelopen maand (r = - .16) geen alcohol gedronken te hebben; op zowel T1 als T2 is deze samenhang niet te zien. Binnen de gemeente Enkhuizen komt echter op alle metingen naar voren dat jongeren die aangeven dat hun ouders actiever toezicht houden, vaker aangeven zowel in hun hele leven (r = tussen - .15 en - .19) als in de afgelopen maand (r = tussen - .12 en - .18) geen alcohol gedronken te hebben.
Wanneer gekeken wordt naar de invloed van het toezicht door ouders op de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken is een eenduidiger beeld te zien; in de gemeente Edam-Volendam is hier op zowel T0 als T1 een significant verband tussen te zien, terwijl dit in de gemeente Enkhuizen op alle metingen geldt. Wanneer jongeren actievere toezicht door hun ouders ervaren, drinken zij minder alcohol dan jongeren die minder toezicht ervaren (Edam-Volendam: r = tussen - .08 en - .14; Enkhuizen: r = tussen - .14 en - .20). Geconcludeerd kan worden dat er geen eenduidig beeld is voor de invloed van actief toezicht door ouders op het alcoholgebruik van jongeren. Waar binnen de gemeente EdamVolendam op T0 te zien is dat jongeren die meer actief toezicht ervaren, aangeven minder 17
vaak alcohol te drinken, is dit verband op T1 en T2 niet zichtbaar, terwijl dit binnen de gemeente Enkhuizen wel op alle metingen zichtbaar is. Wel is voor beide gemeenten op bijna alle metingen te zien dat jongeren die meer actief toezicht ervaren wekelijks minder alcohol drinken.
Tabel 9. Actief toezicht van ouders op jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
3,24
3,07
3,03
4,11
4,14
3,91
13 jaar
3,07
3,01
2,95
3,86
4,00
3,97
14 jaar
2,94
3,05
2,95
3,80
3,73
3,81
15 jaar
2,92
2,99
3,05
3,66
3,94▲
3,77
≥ 16 jaar
2,88
3,10▲
3,00
3,53
3,49
3,56
Totale groep
2,98
3,04
2,99
3,78
3,91▲
3,80
Hogere scores betekenen meer actief toezicht door ouders.
▲
Significant hoger dan op T0.
Longitudinaal Binnen de gemeente Edam-Volendam zijn jongeren die op alle metingen meegedaan hebben gedurende de looptijd van programma LEF over het algemeen niet meer of minder toezicht gaan ervaren (zie Tabel 10). Binnen de gemeente Enkhuizen zijn jongeren die op alle metingen meegedaan hebben tussen T0 (M = 3,90) en T2 (M = 3,79) wel significant minder toezicht gaan ervaren. Als gekeken wordt naar het verschil tussen beide gemeenten in de ontwikkeling van het toezicht dat ouders houden, is zowel in het algemeen, als wanneer dit naar leeftijd bekeken wordt, geen significant verschil te zien. Dit lijkt te impliceren dat ouders in de gemeente Edam-Volendam niet meer toezicht op hun kinderen zijn gaan houden door de pre-interventie invloeden van programma LEF.
18
Tabel 10. Actief toezicht van ouders op jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [longitudinaal]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
3,11
2,83▼
2,89
4,07
4,01
3,94
13 jaar
3,07
2,98
2,98
3,90
3,93
3,78
14 jaar
3,01
3,02
3,02
3,85
3,86
3,71
15 jaar
2,99
3,07
2,97
3,87
3,88
3,86
≥ 16 jaar
3,00
3,11
2,99
3,49
3,65
3,26
Totale groep
3,04
3,00
2,98
3,90
3,91
3,79▼
Hogere scores betekenen meer actief toezicht door ouders.
▼
Significant lager dan op T0.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat ouders een belangrijke rol spelen in het alcoholgebruik van jongeren. Jongeren die tolerantere regels en minder toezicht door ouders ervaren, drinken vaker en meer alcohol, dan jongeren die striktere regels en meer ouderlijk toezicht ervaren. Tevens kan geconcludeerd worden dat ouders (voor een deel) hun gedrag zijn gaan aanpassen door de pre-interventie invloeden van programma LEF. Ouders in de gemeente EdamVolendam lijken gedurende de looptijd van programma LEF, ten opzichte van ouders in de gemeente Enkhuizen, minder tolerant ten aanzien van het alcoholgebruik van hun kinderen te zijn geworden. Jongeren in de gemeente Edam-Volendam zijn in vergelijking met jongeren in de gemeente Enkhuizen niet tolerantere regels over (het gebruik van) alcohol gaan ervaren, waarbij dit met name geldt voor oudere jongeren (14 jaar en ouder).
Pad 2: Invloed van jongeren op eigen en elkaars alcoholgebruik Zowel uit de probleemdefinitie als het tussenrapport is naar voren gekomen dat jongeren een belangrijke rol (kunnen) spelen in hun eigen en elkaars alcoholgebruik. Deze invloed lijkt voornamelijk te liggen in de normen die jongeren over alcoholgebruik (van jongeren) waarnemen en de – al dan niet directe – groepsdruk die zij voelen om zich hieraan te conformeren. Binnen pad 2 zal gekeken worden welke invloed jongeren hebben op hun eigen
19
en elkaars alcoholgebruik, hoe dit zich over de tijd ontwikkeld heeft en of jongeren zelf hun gedrag zijn gaan aanpassen door pre-interventie invloeden van programma LEF.
Normen en groepsdruk onder jongeren Tijdens de adolescentie is het horen bij een groep van leeftijdsgenoten één van de belangrijkste ontwikkelingstaken (Erikson, 1968). Om onderdeel uit te maken van een groep, moet de jongere zich gedragen conform de normen en waarden van die groep, terwijl deze misschien niet overeenkomen met zijn of haar eigen normen en waarden (Iwamoto & Smiler, 2013; Santor, Messervey & Kusumaker, 2000). Dit kan leiden tot groepsdruk: de druk die een jongere ervaart om zich aan te passen aan de groepsnorm (Santor, et al., 2000), wat bijvoorbeeld het drinken van alcohol kan zijn. Er kan hierbij sprake zijn van indirecte en directe groepsdruk, wat allebei risicofactoren voor het alcoholgebruik van jongeren kunnen zijn. Beide vormen zullen hieronder verder besproken worden.
Normen van jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren Net als bij de maatschappelijke normen, lijken bij jongeren de normen ten aanzien van het alcoholgebruik, zowel in het algemeen als specifiek van jongeren, een belangrijke rol te spelen. Bij jongeren gaat het dan met name om de (waargenomen) norm dat alcohol drinken geaccepteerd is, het erbij hoort en dat iedereen het doet. Deze normen kunnen gezien worden als een indirecte vorm van groepsdruk. Onder de normen die jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, zijn drie verschillende typen normen te onderscheiden, namelijk algemene normen, descriptieve normen en injunctieve normen. Deze drie typen normen zullen hieronder nader beschouwd worden.
Algemene normen De algemene normen die jongeren ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, komen voornamelijk voort uit het (algemene) idee dat alcohol drinken normaal is en erbij hoort. Deze normen worden gemeten door jongeren te vragen in hoeverre zij vinden dat jongeren van hun leeftijd in bepaalde situaties alcohol mogen drinken (bijvoorbeeld thuis als ouders aanwezig zijn, of op een feestje met vrienden).
20
Cross-sectioneel Wanneer gekeken wordt naar de sterkte van algemene normen die jongeren hebben ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren, valt op dat deze normen in beide gemeenten op alle metingen gemiddeld niet heel sterk aanwezig zijn (zie Tabel 11). Binnen de gemeente Edam-Volendam ervaren jongeren zowel op T1 als T2 (beide metingen: M = 2,16) significant minder sterke positieve normen dan jongeren op T0 (M = 2,50), terwijl er binnen de gemeente Enkhuizen geen significant verschil tussen T0 en T2 te zien is. Wanneer dit verder bekeken wordt naar leeftijd, is te zien dat in de gemeente Edam-Volendam jongeren in vrijwel alle leeftijdsgroepen op T2 significant minder sterke positieve normen hebben dan jongeren in dezelfde leeftijdsgroepen op T0, terwijl dit in de gemeente Enkhuizen alleen geldt voor de 14jarigen en oudste leeftijdsgroep (16 jaar en ouder). Als gekeken wordt naar de invloed van algemene normen op het daadwerkelijke alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat deze normen een grote invloed hebben op het alcoholgebruik.
Voor beide gemeenten geldt op alle metingen dat jongeren met sterkere positieve normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren, vaker aangeven zowel in hun hele leven (Edam-Volendam: r = tussen .50 en .60; Enkhuizen: r = tussen .55 en .56) als in de afgelopen maand (Edam-Volendam: r = tussen .52 en .64; Enkhuizen: r = tussen .53 en .60) alcohol gedronken te hebben. Tevens is in beide gemeenten op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen de algemene normen en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren sterkere positieve normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren hebben, drinken zij meer alcohol dan jongeren die minder sterke positieve normen hebben (Edam-Volendam: r = tussen .55 en .64; Enkhuizen: r = tussen .54 en .61). Geconcludeerd kan worden dat jongeren die sterkere positieve algemene normen hebben ten aanzien van het alcoholgebruik, vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
21
Tabel 11. Algemene normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,41
1,43
1,38
1,40
1,29
1,27
13 jaar
1,71
1,64
1,56▼
1,64
1,57
1,59
14 jaar
2,51
2,26▼
2,03▼
2,18
2,11
1,96▼
15 jaar
2,86
2,86
2,52▼
2,79
2,71
2,67
≥ 16 jaar
3,58
3,15▼
2,98▼
3,62
3,47
3,38▼
Totale groep
2,50
2,16▼
2,16▼
2,29
2,02▼
2,23
Hogere scores betekenen dat jongeren positievere normen ten aanzien van alcoholgebruik
van jongeren hebben. ▼
Significant lager dan op T0.
Longitudinaal Binnen beide gemeenten zijn jongeren die op alle metingen meegedaan hebben gedurende de looptijd van programma LEF over het algemeen sterkere positieve normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren gaan ervaren (zie Tabel 12). Opvallend hierbij is dat dit binnen de gemeente Enkhuizen voor alle leeftijdsgroepen geldt, terwijl dit binnen de gemeente Edam-Volendam alleen geldt voor de 13-jarigen. Als gekeken wordt naar het verschil tussen beide gemeenten in de ontwikkeling van de algemene normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren, is te zien dat jongeren in de gemeente Enkhuizen tussen T0 en T2 veel sterkere positieve normen zijn gaan hebben dan jongeren in de gemeente Edam-Volendam (β = 0.445). Dit geldt voornamelijk voor de 14(β = 0.798) en 15-jarigen (β = 0.622). Hoewel jongeren in de gemeente Edam-Volendam niet significant minder positieve algemene normen zijn gaan ontwikkelen, lijkt dit wel te impliceren dat (met name oudere) jongeren in de gemeente Edam-Volendam door de preinterventie invloeden van programma LEF niet sterkere positieve normen zijn gaan ontwikkelen ten opzichte van jongeren in de gemeente Enkhuizen.
22
Tabel 12. Algemene normen ten aanzien van alcoholgebruik van jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [longitudinaal]. Edam-Volendam
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,43
1,61
1,63
1,41
1,44
1,84▲
13 jaar
1,72
1,97▲
2,00▲
1,59
1,94▲
2,05▲
14 jaar
2,43
2,64▲
2,40
1,98
2,34▲
2,74▲
15 jaar
2,81
2,79
2,80
2,45
2,99▲
3,06▲
≥ 16 jaar
3,41
2,90
3,40
3,70
3,70
4,25▲
Totale groep
2,18
2,32▲
2,30▲
1,86
2,13▲
2,41▲
1
Hogere scores betekenen dat jongeren positievere normen ten aanzien van alcoholgebruik
van jongeren hebben. ▲
Significant hoger dan op T0.
Descriptieve normen De descriptieve normen die jongeren ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, omvatten de percepties van jongeren wat betreft de mate van alcoholgebruik van leeftijdsgenoten. Deze normen worden gemeten door jongeren op een 5-puntsschaal (van ‘niemand’ tot ‘allemaal’) te vragen hoeveel leeftijdgenoten volgens hen alcohol drinken.
Cross-sectioneel Jongeren in beide gemeenten denken op alle metingen dat ongeveer de helft van hun leeftijdsgenoten ministens één keer per week alcohol drinkt (zie Tabel 13). Binnen zowel de gemeente Edam-Volendam als de gemeente Enkhuizen geven jongeren zowel op T1 (EdamVolendam: M = 2,52; Enkhuizen: M = 2,26) als T2 (Edam-Volendam: M = 2,52; Enkhuizen: M = 2,35) aan te denken dat significant minder leeftijdsgenoten ministens één keer per week alcohol drinken, dan jongeren op T0 (Edam-Volendam: M = 3,05; Enkhuizen: M = 2,53). Wanneer dit verder bekeken wordt naar leeftijd, valt op dat binnen beide gemeenten vrijwel alle leeftijdsgroepen jongeren op T2 significant aangeven te denken dat minder leeftijdsgenoten ministens één keer per week alcohol drinken, dan jongeren in dezelfde leeftijdsgroepen op T0.
23
Als gekeken wordt naar de invloed van descriptieve normen op het daadwerkelijke alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat deze normen een grote invloed hebben op het alcoholgebruik. Voor beide gemeenten geldt op alle metingen dat jongeren die denken dat meer van hun leeftijdsgenoten alcohol drinken, vaker aangeven zowel in hun hele leven (Edam-Volendam: r = tussen .38 en .48; Enkhuizen: r = tussen .34 en .37) als in de afgelopen maand (Edam-Volendam: r = tussen .44 en .53; Enkhuizen: r = tussen .43 en .47) alcohol gedronken te hebben. Tevens is in beide gemeenten op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen de descriptieve normen en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren denken dat meer leeftijdsgenoten wekelijks alcohol drinken, drinken zijzelf ook wekelijks meer alcohol (Edam-Volendam: r = tussen .44 en .51; Enkhuizen: r = tussen .39 en .48). Geconcludeerd kan worden dat wanneer jongeren denken dat meer van hun leeftijdsgenoten alcohol drinken, zij vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Tabel 13. Descriptieve normen over alcoholgebruik van leeftijdsgenoten1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,81
1,59▼
1,68
1,65
1,45▼
1,42▼
13 jaar
2,16
1,87▼
1,78▼
1,94
1,85
1,68▼
14 jaar
3,06
2,76▼
2,54▼
2,51
2,34▼
2,22▼
15 jaar
3,62
3,41
2,91▼
3,04
3,09
2,70▼
≥ 16 jaar
4,05
3,47▼
3,32▼
3,54
3,44
3,47
Totale groep
3,05
2,52▼
2,52▼
2,53
2,26▼
2,35▼
Hogere scores betekenen dat jongeren denken dat meer leeftijdsgenoten alcohol drinken.
▼
Significant lager dan op T0.
Longitudinaal Waar binnen de gemeente Edam-Volendam jongeren die op alle metingen meegedaan hebben, over het algemeen niet zijn gaan denken dat meer leeftijdsgenoten ministens één per week alcohol drinken, geldt dit wel voor jongeren in de gemeente Enkhuizen (zie Tabel 14). Binnen
24
deze gemeente zijn jongeren zowel op T1 (M = 2,39) als T2 (M = 2,55) significant gaan denken dat meer leeftijdsgenoten alcohol drinken, ten opzichte van T0 (M = 2,18). Opvallend is dat dit binnen de gemeente Enkhuizen voor vrijwel alle leeftijdsgroepen geldt, terwijl binnen de gemeente Edam-Volendam jongeren in de oudere leeftijdsgroepen (vanaf 14 jaar) juist (significant) zijn gaan denken minder leeftijdsgenoten minstens één per week alcohol drinken. Gezien bovenstaande resultaten is het niet verrassend dat wanneer gekeken wordt naar het verschil tussen beide gemeenten in de ontwikkeling van descriptieve normen, te zien is dat jongeren in de gemeente Enkhuizen tussen T0 en T2 in het algemeen sterkere descriptieve normen zijn gaan ontwikkelen in vergelijking met jongeren in de gemeente Edam-Volendam (β = 0.414). Dit lijkt in eerste instantie te impliceren dat jongeren in de gemeente EdamVolendam door de pre-interventie invloeden van programma LEF niet zozeer zijn gaan denken dat minder leeftijdsgenoten alcohol drinken, maar dat deze norm stabieler (‘normatiever’) over de tijd is gebleven.
Voor de oudste groepen jongeren lijken de preinterventie invloeden van programma LEF wel van invloed geweest te zijn op de ontwikkeling van descriptieve normen: in vergelijking met jongeren in de gemeente Enkhuizen, zijn jongeren in deze leeftijdsgroepen in de gemeente Edam-Volendam significant vaker gaan denken dat minder leeftijdsgenoten alcohol drinken (14 jaar: β = - 0.786; 15 jaar: β = - 0.877; 16 jaar en ouder: β = - 0.996)
Tabel 14. Descriptieve normen over alcoholgebruik van leeftijdsgenoten1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,85
1,99
2,18
1,62
1,77▲
1,97▲
13 jaar
2,19
2,34
2,54▲
1,94
2,03
2,25▲
14 jaar
3,13
3,06
2,77▼
2,38
2,69▲
2,77▲
15 jaar
3,62
3,56
3,34
2,82
3,23▲
3,42▲
≥ 16 jaar
4,07
3,39▼
3,45▼
3,38
3,57
3,88
Totale groep
2,78
2,77
2,75
2,18
2,39▲
2,55▲
Hogere scores betekenen dat jongeren denken dat meer leeftijdsgenoten alcohol drinken.
▲/▼
Significant hoger/lager dan op T0.
25
Injunctieve normen De injunctieve normen die jongeren ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren kunnen hebben, verwijzen naar de waargenomen goed- of afkeuring van alcoholgebruik door leeftijdsgenoten. Deze normen worden gemeten door jongeren te vragen in hoeverre zij denken dat hun leeftijdsgenoten het zouden goed- of afkeuren als zij elke week alcohol zouden drinken.
Cross-sectioneel Jongeren in beide gemeenten denken op alle metingen over het algemeen dat hun leeftijdsgenoten het niet specifiek goed- of afkeuren als zij iedere week alcohol (zouden) drinken (zie Tabel 15). Binnen de gemeente Edam-Volendam geven jongeren zowel op T1 (M = 2,80) als T2 (M = 2,84) aan te denken dat hun leeftijdsgenoten het significant sterker afkeuren als zij iedere week alcohol (zouden) drinken, dan jongeren op T0 (M = 3,37), terwijl er binnen de gemeente Enkhuizen geen significant verschil tussen T0 en T2 te zien is. Wanneer dit verder bekeken wordt naar leeftijd, valt op dat binnen de gemeente EdamVolendam in vrijwel alle leeftijdsgroepen jongeren op T2 significant aangeven te denken dat leeftijdsgenoten het significant sterker afkeuren als zij iedere week alcohol (zouden) drinken, dan jongeren in dezelfde leeftijdsgroepen op T0; binnen de gemeente Enkhuizen geldt dit alleen voor de 14-jarigen. Als gekeken wordt naar de invloed van injunctieve normen op het daadwerkelijke alcoholgebruik van jongeren, komt duidelijk naar voren dat deze normen een grote invloed hebben op het alcoholgebruik.
Voor beide gemeenten geldt op alle metingen dat jongeren die denken dat hun leeftijdsgenoten het sterker goedkeuren om wekelijks alcohol te drinken, vaker aangeven zowel in hun hele leven (Edam-Volendam: r = tussen .48 en .62; Enkhuizen: r = tussen .46 en .50) als in de afgelopen maand (Edam-Volendam: r = tussen .54 en .68; Enkhuizen: r = tussen .55 en .57) alcohol gedronken te hebben. Tevens is in beide gemeenten op alle metingen een sterk significant verband te zien tussen de injunctieve normen en de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken; wanneer jongeren denken dat leeftijdsgenoten het sterker goedkeuren om wekelijks alcohol te drinken, drinken zijzelf ook wekelijks meer alcohol (Edam-Volendam: r = tussen .56 en .65; Enkhuizen: r = tussen .57 en .58). Geconcludeerd kan worden dat wanneer jongeren denken dat leeftijdsgenoten het (wekelijks) drinken van alcohol sterker goedkeuren, zij vaker aangeven alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken. 26
Tabel 15. Injunctieve normen over goed- en afkeuring alcoholgebruik door leeftijdsgenoten1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [cross-sectioneel]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,38
1,41
1,51
1,30
1,24
1,24
13 jaar
1,99
1,77
1,69▼
1,74
1,67
1,68
14 jaar
3,34
3,06
2,65▼
2,61
2,50
2,22▼
15 jaar
4,07
4,11
3,68
3,73
3,58
3,47
≥ 16 jaar
5,28
4,55▼
4,10▼
4,60
4,86
4,57
Totale groep
3,37
2,80▼
2,84▼
2,77
2,43▼
2,70
Hogere scores betekenen dat jongeren denken dat leeftijdsgenoten alcoholgebruik sterker
goedkeuren. ▲/▼
Significant hoger/lager dan op T0.
Longitudinaal Binnen beide gemeenten zijn jongeren die op alle metingen meegedaan hebben gedurende de looptijd van programma LEF over het algemeen gaan denken dat leeftijdsgenoten het significant sterker goedkeuren als zij iedere week alcohol (zouden) drinken (Tabel 16). Opvallend hierbij is dat dit binnen de gemeente Enkhuizen voor alle leeftijdsgroepen geldt, terwijl dit binnen de gemeente Edam-Volendam alleen voor de jongere groepen jongeren (13 jaar en jonger) geldt. Voor de oudste groep jongeren (16 jaar en ouder) in de gemeente EdamVolendam geldt zelfs dat zij tussen T0 (M = 5,28) en T2 (M = 4,23) juist significant zijn gaan denken dat leeftijdsgenoten alcoholgebruik sterker afkeuren. Als gekeken wordt naar het verschil tussen beide gemeenten in de ontwikkeling van de injunctieve normen, is te zien dat jongeren in de gemeente Enkhuizen tussen T0 en T2 veel sterker zijn gaan denken dat leeftijdsgenoten het wekelijks drinken van alcohol sterker zijn gaan goedkeuren dan jongeren in de gemeente Edam-Volendam (β = 0.554). Dit lijkt te impliceren dat jongeren in de gemeente Edam-Volendam door de pre-interventie invloeden van programma LEF in het algemeen minder sterke goedkeuring van wekelijks alcoholgebruik zijn gaan ervaren ten opzichte van jongeren in de gemeente Enkhuizen. Dit geldt voornamelijk voor de oudere groepen jongeren (14 jaar: β = 1.037; 16+ jaar: β = 2.086).
27
Tabel 16. Injunctieve normen over goed- en afkeuring alcoholgebruik door leeftijdsgenoten1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [longitudinaal]. Edam-Volendam
1
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,28
1,85▲
2,03▲
1,32
1,61▲
2,12▲
13 jaar
2,02
2,50▲
2,67▲
1,68
1,88▲
2,31▲
14 jaar
3,40
3,56
3,60
2,26
3,15▲
3,45▲
15 jaar
4,09
4,20
4,31
3,22
3,67▲
4,26▲
≥ 16 jaar
5,28
4,36▼
4,23▼
4,81
5,43
5,87▲
Totale groep
2,88
3,13▲
3,23▲
2,11
2,55▲
2,96▲
Hogere scores betekenen dat jongeren denken dat leeftijdsgenoten alcoholgebruik sterker
goedkeuren. ▲/▼
Significant hoger/lager dan op T0.
Groepsdruk en drinken om erbij te horen Waar de normen die jongeren hebben en ervaren voornamelijk op indirect niveau spelen, is er nog een directere vorm van groepsdruk van leeftijdsgenoten die een belangrijke rol lijkt te spelen bij het alcoholgebruik van jongeren. Er is sprake van directe groepsdruk wanneer een jongere een drankje krijgt aangeboden of wordt aangemoedigd, uitgedaagd, dan wel gedwongen om te drinken (Borsari & Carey, 2001). Tijdens de probleemdefinitie kwam naar voren dat jongeren vaak expliciet aangemoedigd worden tot het drinken van alcohol, ook als zij zelf niet willen drinken. Voor de invloed van groepsdruk, zal gekeken worden naar de mate waarin jongeren, onder druk van hun vrienden, gevoelig zijn om dingen te doen die ze anders niet zouden doen. Dit kan zijn door aanmoediging of uitgedaagd te worden, maar ook om te voorkomen dat zij anders uit de groep gezet worden.
Cross-sectioneel Wanneer gekeken wordt naar de mate waarin jongeren groepsdruk ervaren, blijkt de ervaren groepsdruk in beide gemeenten op alle metingen gemiddeld erg laag te zijn (zie Tabel 17). Waar deze groepsdruk in de gemeente Edam-Volendam over het algemeen niet is veranderd, is de groepsdruk die jongeren in de gemeente Enkhuizen ervaren tussen T0 (M = 1,68) en T2
28
(M = 1,78) juist significant toegenomen. Dit geldt voornamelijk voor de oudere groepen jongeren (vanaf 15 jaar). Als gekeken wordt naar de invloed van groepsdruk op het alcoholgebruik van jongeren, komt hier geen eenduidig beeld uit naar voren. Voor beide gemeenten geldt dat groepsdruk op ene meting wel en op de andere meting niet gerelateerd is aan het ooit en maandelijks alcohol gedronken hebben. Wat betreft de invloed van groepsdruk op de hoeveelheid alcohol die jongeren wekelijks drinken, is te zien dat in beide gemeente op vrijwel alle metingen geldt dat naarmate jongeren aangeven meer groepsdruk te ervaren, zij wekelijks meer alcohol drinken (Edam-Volendam: r = tussen .08 en .12; Enkhuizen: r = tussen .12 en .19). Geconcludeerd kan worden dat jongeren die een sterkere groepsdruk ervaren om dingen te doen die zij anders niet zouden doen, soms, maar niet altijd, vaker aangeven ooit en maandelijks alcohol te hebben gedronken en wekelijks meer alcohol drinken.
Tabel 17. Ervaren groepsdruk door jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [crosssectioneel]. Edam-Volendam
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,69
1,93▲
1,70
1,79
1,74
1,82
13 jaar
1,67
1,66
1,64
1,77
1,70
1,75
14 jaar
1,79
1,68
1,67
1,70
1,71
1,79
15 jaar
1,60
1,72
1,72
1,62
1,71
1,79▲
≥ 16 jaar
1,61
1,55
1,57
1,53
1,73▲
1,78▲
Totale groep
1,67
1,71
1,66
1,68
1,72
1,78▲
1
Hogere scores betekenen dat jongeren meer groepsdruk ervaren.
▲
Significant hoger dan op T0.
Longitudinaal Binnen zowel de gemeente Edam-Volendam als de gemeente Enkhuizen zijn jongeren die op alle metingen meegedaan hebben gedurende de looptijd van programma LEF over het algemeen niet meer of minder groepsdruk gaan ervaren (zie Tabel 18).
29
Als gekeken wordt naar het verschil tussen beide gemeenten in de ontwikkeling van de ervaren groepsdruk, is zowel in het algemeen, als wanneer dit naar leeftijd bekeken wordt, geen significant verschil te zien. Dit lijkt te impliceren jongeren in de gemeente EdamVolendam niet meer of minder groepsdruk zijn gaan ervaren door de pre-interventie invloeden van programma LEF.
Tabel 18. Ervaren groepsdruk door jongeren1 (M), per gemeente uitgesplitst naar leeftijd [longitudinaal]. Edam-Volendam
Enkhuizen
Leeftijd
T0
T1
T2
T0
T1
T2
12 jaar
1,71
1,76
1,66
1,77
1,63▼
1,73
13 jaar
1,64
1,64
1,66
1,74
1,70
1,85
14 jaar
1,70
1,76
1,70
1,68
1,70
1,75
15 jaar
1,55
1,60
1,57
1,69
1,65
1,69
≥ 16 jaar
1,60
1,57
1,65
1,74
1,78
1,97
Totale groep
1,65
1,68
1,66
1,72
1,68
1,78
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat jongeren een belangrijke rol spelen in elkaars alcoholgebruik, met name via groepsdruk, zowel op direct als voornamelijk indirect niveau. Wanneer jongeren denken dat het drinken van alcohol op hun leeftijd normaal is, door meer leeftijdsgenoten gedaan wordt, en door leeftijdsgenoten sterker wordt goedgekeurd, geven zij vaker aan alcohol te hebben gedronken en drinken zij wekelijks meer alcohol. Tevens kan geconcludeerd worden dat, hoewel de normen die jongeren ten aanzien van het alcoholgebruik van jongeren hebben door de pre-interventie invloeden van programma LEF in het algemeen niet minder sterk zijn geworden, deze onder jongeren in de gemeente EdamVolendam – zeker in vergelijking met de ontwikkeling van deze normen onder jongeren in de gemeente Enkhuizen – ook niet heel veel sterker geworden zijn. Opvallend is dat voornamelijk onder de oudere groepen jongeren (vanaf 14 jaar) in de gemeente EdamVolendam alle typen normen minder sterk geworden zijn in vergelijking met jongeren in dezelfde leeftijdsgroepen in de gemeente Enkhuizen.
30
Pad 3: Handhaving Zowel uit de probleemdefinitie als het tussenrapport komt naar voren dat de handhaving van het alcoholbeleid door de gemeente, horeca, politie en overige betrokkenen, een belangrijke rol speelt in het alcoholgebruik van jongeren. Deze invloed lijkt voornamelijk te liggen in het gemak waarmee alcohol voor (minderjarige) jongeren buitenshuis toegankelijk is, en het toezicht en de controle die jongeren ervaren om uitgaansgelegenheden te (kunnen) bezoeken. Binnen pad 3 zal gekeken worden welke invloed handhaving heeft op het alcoholgebruik van jongeren, hoe de (ervaren) handhaving zich over de tijd ontwikkeld heeft en of de (invloed van de) handhaving veranderd is door pre-interventie invloeden van programma LEF.
Toegankelijkheid alcohol (niet-thuis) Voor de toegankelijkheid van alcohol voor jongeren zal gekeken worden naar de mate waarin jongeren alcohol (denken te kunnen) meekrijgen in verschillende situaties buitenshuis. Naarmate de (verwachte) toegankelijkheid van alcohol groter is, zullen jongeren ook eerder proberen alcohol te verkrijgen en gebruiken. Er zal gekeken worden naar vijf verschillende situaties waar jongeren buitenshuis alcohol kunnen verkrijgen: in de supermarkt, slijterij, sportkantine, café / kroeg en club / buurthuis.
Cross-sectioneel In Tabel 19 is per situatie te zien hoe makkelijk, moeilijk of onmogelijk jongeren aan alcohol (denken te kunnen) komen. Opvallend is dat – hoewel vrijwel de gehele steekproef jonger dan 18 jaar is – binnen beide gemeenten voor alle situaties maximaal twee derde van de jongeren op alle metingen aangeeft het onmogelijk te vinden om in de betreffende situatie aan alcohol te (kunnen) komen. Op alle metingen doen de supermarkten en slijterijen binnen beide gemeenten het relatief goed: nog geen 10% van de jongeren kan hier makkelijk aan alcohol komen. De cijfers voor de cafés en kroegen zijn binnen beide gemeenten minder positief: jongeren kunnen hier op alle metingen relatief makkelijk aan alcohol komen. Ongeveer een kwart tot één derde van de jongeren geeft aan in een café of kroeg makkelijk aan alcohol te kunnen komen, terwijl het door maar 40 procent onmogelijk geacht wordt.
31
Tabel 19. Gemak waarmee jongeren in situaties buitenshuis aan alcohol (denken te kunnen) komen (%), per gemeente uitgesplitst [cross-sectioneel]. T0 Edam-Volendam Situatie
Enkhuizen
Onmogelijk
Moeilijk
Makkelijk
Onmogelijk
Moeilijk
Makkelijk
Supermarkt
60,4
33,3
6,3
62,1
30,5
7,4
Slijterij
62,7
30,1
7,2
69,1
26,9
4,0
Sportkantine
52,1
33,6
14,3
55,9
32,4
11,7