Nota van zienswijzen bufferwoningen Kwadijk.docx - P
Tekst van het document
De indiener geeft aan dat volgens De bouwhoogtes van voornamelijk de vrijstaande artikel 8.2.2., sub d., de maximale woningen zijn inderdaad op een aantal plekken binnen bouwhoogte van de woningen 11 het plangebied 1 meter hoger dan in het bebouwingslint meter bedraagt. De indiener stelt van Kwadijk waar maximaal 10 meter hoogte is hierbij dat bouwhoogtes van de te toegestaan. Deze bouwhoogte is ingegeven door de bouwen woningen hoger zijn dan nieuwste Bouwbesluiteisen en eisen op het gebied van de bouwmogelijkheden van dakisolatie. De woningen staan niet in het lint van omliggende woningen, zoals Kwadijk, waardoor een verschil van 1 meter niet of gesteld in artikel 21 van het nauwelijks zal opvallen. bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2016’. De indiener geeft aan dat Met uitzondering van de rug aan rug woningen hebben hierdoor deze woningen een de overige woningen in de stenige kern, die aansluiten bij dominante factor krijgen in de de direct omwonenden, allemaal een maximale bestaande dorpsstructuur, en dat bouwhoogte van 10meter. dit ongewenst is. Mede door deze zienswijze is besloten de bouwhoogte van de rug aan rug woningen te verlagen naar 10meter, de goothoogte te verlagen naar 3,5 meter en ten gevolge daarvan wordt ook een flauwere dakhelling toegestaan (vanaf 35 graden). De indiener stelt dat de afstand Zie het antwoord bij punt 6.3.
tussen bestaande en nieuwe dorpsstructuur te kort is. De indiener geeft aan dat er hierdoor
27
Bezonning
6.11.
Privacy
6.12.
6.13.
Groen
6.14
geen sprake is van een goed geordend woon- en leefklimaat. De indiener geeft aan dat er in de Door de betrokken architect is een bezonningsstudie stukken geen uitgevoerd. In de periode september tot maart is er in de bezonningsonderzoek is namiddag sprake van schaduw in de achtertuin van direct opgenomen waarin het effect van aanwonenden. In wintermaanden is deze schaduw meer de realisatie van de aanwezig dan in het najaar en voorjaar. Recht op nieuwbouwwoningen (inclusief zonlicht/zonrecht bestaat niet in Nederland, maar er kan vergunningsvrije wel sprake zijn van onrechtmatige hinder. De hinder bouwmogelijkheden) op de moet daarbij zo ernstig zijn dat het onrechtmatig is. In bestaande woningen wordt voorliggend geval is er gedurende de dag sprake van beschreven. De indiener geeft aan zonlicht in de tuinen. In het de periode september tot dat het niet aan hem/haar is om maart wordt dit zonlicht in verschillende mate beperkt. een dergelijk onderzoek uit te laten Hiermee is geen sprake van onrechtmatige hinder. voeren. Deze bezonningsstudie gaat uit van een bouwhoogte van 11 meter en een goothoogte van 4,5 meter, deze hoogte wordt verlaagd naar 10 en respectievelijk 3,5 meter om aan omwonenden tegemoet te komen. De indiener geeft aan dat als gevolg Privacy is enerzijds geregeld in het burgerlijk wetboek van de beoogde ontwikkeling er (artikel 5:50).
Hierin is geregeld dat het niet geoorloofd is vrijwel rechtstreeks zicht is op het om binnen twee meter van de erfgrens vensters of plangebied. Dit zorgt voor een andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke ongewenste inbreuk van de werken, te hebben. Hier is in voorliggend geval geen privacy, aldus de indiener. sprake van. Privacy speelt ook een rol in de ruimtelijke ordening. De afstand tussen de nieuwbouw (bouwvlak van dichtst bijliggende woning) en het perceel van indiener bedraagt 5 meter met daartussen een weg en groene afscheiding. Een dergelijke afstand is in woongebieden gebruikelijk te noemen. Er is hiermee weliswaar sprake van (enig) verlies van uitzicht, maar er is geen sprake is van een onaanvaardbare situatie inzake privacy. Door de voorgestelde bouwhoogte Het is niet helemaal duidelijk welke woningen hier precies van de nieuwbouwwoningen wordt bedoeld worden en hoe beredeneerd wordt dat hieruit er in strijd gehandeld met de zou volgen dat bouwhoogten andere uitgangspunten uitgangspunten zoals opgenomen zouden moeten krijgen. in het bij het bestemmingsplan behorende beeldkwaliteitsplan, Het klopt dat de tekeningen in het Beeldkwaliteitsplan aldus de indiener. Dit komt doordat (BKP) qua weergave van bestaande bebouwing in de het beeldkwaliteitsplan een omgeving niet helemaal precies zijn. Zo zijn ze ook niet onjuiste weergave van de afstand bedoeld.
Het BKP is geen document om exacte tussen de bestaande woningen en planaspecten vanaf te lezen zoals afstanden en posities. nieuw te realiseren woningen Het BKP geeft als instrument slechts richting aan de toont, dan de verbeelding uitwerking van de architectonische verschijningsvorm van behorende bij het de nieuwe bebouwing en de uitwerking van de openbare bestemmingsplan suggereert. ruimte. Het geeft dan ook geen absolute bouwhoogten aan (ook niet in relatie tot de afstand tot omringende bestaande bebouwing). De indiener geeft aan dat het Het is niet duidelijk op welke punten de indiener graag beeldkwaliteitsplan maar in meer beplanting of bomen had gezien en in welke vorm beperkte mate voorziet in en mate er sprake zou zijn geweest van afdoende effect.
28
beplanting of bomen om de nadelige effecten van de nieuwbouw te reduceren voor de omwonenden.
Hoogte perceel 6.15.
Groen
Groen
6.16.
6.17.
Er worden behoorlijke aantallen bomen geplant en er wordt in plaats van schuttingen als erfscheiding met hagen gewerkt (in het beeldkwaliteitsplan dat als toetsingskader geldt is dit opgenomen) De oevers worden zo ingericht en aangelegd dat er beplanting langs kan ontstaan met natuurlijke uitstraling.
Er zijn meerdere aspecten in ogenschouw genomen om de inzet van groen af te wegen en te bepalen. Meer groen is niet altijd beter. In een relatief open gebied als Kwadijk, waar zichtlijnen belangrijk zijn, past bijvoorbeeld het volledig dichtzetten met groen en bomen niet. Ook is het bewaren van bezonning een belangrijk aspect. Daarnaast wordt de inzet van groen ook beperkt door het eenvoudigweg ontbreken van afdoende ruimte voor veel grote bomen en brede hagen, mede door de hoge eisen die parkeren en verkeer stellen aan verharding, met daarnaast beperking van de ruimte voor kabels en leidingen waar geen bomen gepland mogen worden. De indiener geeft aan dat als gevolg De nieuwe wegen komen op -/-1,00m1 NAP en het peil van de ophoging, die noodzakelijk van de woningen komt op -/-0,80m1 NAP te liggen. Dit is is om de nieuwbouwwoningen te overeenkomstig het peil van de gymzaal -/- 0,76m1 NAP. realiseren, het peilniveau (zoals Van extra ophoging van het peil van de woningen t.o.v. benoemd in artikel 1.4) ook hoger bestaande bebouwing is geen sprake. komt te liggen ten opzichte van omliggende percelen, waardoor de bouwhoogte relatief nog hoger uitvalt. De indiener geeft aan dat de De groenbestemming is neergelegd op de gronden die bestemming ‘groen’ zeer beperkt voor openbaar groen zijn bestemd. Dit neemt niet weg voorkomt in het plangebied.
dat op de woonerven zelf en binnen de Hiermee doet deze groeninvulling verkeersbestemming ook voldoende ruimte en niet recht aan de bestaande mogelijkheden zijn voor groen. Deze gronden zijn in groenstructuren die kenmerkend hoofdzaak echter bestemd voor de woon- en en beeldbepalend zijn voor verkeersfunctie en hebben om die reden die bestemming Kwadijk, aldus de indiener. gekregen. In het beeldkwaliteitsplan en stedenbouwkundig plan is een beeld van de toekomstige situatie weergegeven. In het deel ‘Openbare ruimte’ van het beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op de invulling van de openbare ruimte in de drie te onderscheiden deelgebieden, omdat het te ver voert om hier op deze plek uitgebreid op in te gaan wordt hiernaar verwezen. De openbare ruimte wordt conform het inrichtingsplan overgedragen aan de gemeente. De gemeente zal zorgdragen voor de realisatie en het onderhoud van het groen. De indiener geeft aan dat door de De mogelijkheden binnen de bestemming ‘Groen’ zijn geringe breedte van de afkomstig uit het zogenaamde moederbestemmingsplan, groenstroken de bestemming namelijk ‘Dorpskernen 2016’. Dezelfde regels gelden dus ‘groen’ niet als zodanig kan worden in heel Kwadijk voor de bestemming Groen.
29
ingevuld. Daarnaast geeft de indiener aan dat er sprake is van Met de manier van bestemmen is een bepaalde flexibiliteit beoogd. Binnen de verkeersbestemming mag een grote overlap met de bestemming ‘verkeer’. De indiener (anders dan binnen de bestemming ‘Groen’)ook geparkeerd worden. Verder zijn daar waar de gronden is van mening dat de er een duidelijke scheiding zou moeten aan de voorzijde tot de woonpercelen behoren bestemd zijn tussen de bestemming ‘groen’ voor ‘wonen’ en bijbehorende tuinen. Deze gronden aan en ‘verkeer’, om zo te voorkomen de voorzijde van de woningen zullen evenwel een groene inrichting krijgen zoals blijkt uit het dat de verkeersbestemming uiteindelijk de overhand krijgt, wat stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan. Het ten nadele zou zijn voor de beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig met het omwonenden. bestemmingsplan vastgesteld en vormt daarmee (als onderdeel van de welstandsnota) mede het toetsingskader voor bouwen en de inrichting van de openbare ruimte (hiervoor zijn specifieke criteria opgenomen).
Hinder: geluid en licht
6.18.
De gemeente en ontwikkelaar willen binnen het plangebied een aantrekkelijk woongebied creëren. Een groene uitstraling past daarbij en wordt nagestreefd. Als gevolg van de bestemming Wat betreft het onderwerp ‘geluid’ wordt verwezen naar ‘verkeer’ die op een relatief korte het antwoord bij punt 1.25. afstand is gelegen van de bestaande bebouwing ontstaat er Door Sweco is onderzocht (bijlage 3, toelichting bestemmingsplan) hoe potentiële hinder als gevolg van een situatie waarbij er geluidsoverlast en lichthinder koplampen die de woning van indiener inschijnen met de ontstaat voor de omwonenden. Dit vormgeving van de aansluiting van de nieuwe is in het noordelijke deel van het ontsluitingsweg op de Kwadijk kan worden plangebied duidelijker aanwezig, geminimaliseerd. De ligging van het kruispunt nieuwe gezien hier geen groenbuffer ligt. aansluiting-Kwadijk kan ertoe leiden dat lichthinder ontstaat voor de woning van indiener. Gemotoriseerd verkeer dat vanaf Land van Kwadijk naar de Kwadijk rijdt, kan bij duister met de koplampen bij het perceel naar binnen schijnen. Ook de vormgeving van een verkeersplateau leidt er mogelijk toe dat gemotoriseerd verkeer bij het op- en afrijden van de drempels het perceel in schijnt. Maatregelen om het kruispunt verder van het perceel te verplaatsen brengen grote uitdagingen mee.
Om de uitdagingen tijdig op te kunnen vangen zullen hiervoor maatregelen getroffen moeten worden die hoge kosten met zich meebrengen terwijl ze waarschijnlijk een gering effect zullen hebben. Aanbevolen is om eventuele lichthinder te reduceren door de heg voor perceel 101 hoger te laten groeien. Ook is aanbevolen aanvullende maatregelen te treffen in de berm langs de beoogde aansluiting. Door hoge obstakels te plaatsen, zoals een heg, wordt het licht van uitrijdend verkeer gereduceerd. Met het oog op de verkeersveiligheid van het kruispunt zal het obstakel tot het kruispunt moeten lopen om voldoende zicht op het kruispunt te borgen. Ook zorgt het plaatsen van een
30
lichtmast bij het kruispunt voor omgevingslicht dat de schijnwerking van de koplampen kan reduceren en de verkeersveiligheid verbeterd bij duister. Deze aanbevelingen worden overgenomen. De bomen en hagen worden geplant door ontwikkelaar, onderhoud (waaronder het bijhouden van de hoogte) geschiedt na de onderhoudstermijn door de gemeente (het openbaar gebied wordt conform inrichtingsplan aan de gemeente overgedragen). Dit is geborgd in de anterieure overeenkomst.
Parkeren
Besluit
INDIENER 7 Onderwerp Sloot
In het beeldkwaliteitsplan wordt verder ingegaan op de inpassing van erven en de openbare ruimte. Langs de parkeerhof staan hoge wintergroene hagen, zodat het parkeren aan het oog wordt onttrokken en lichthinder wordt gereduceerd. Langs de wegen en op de parkeerhof staan lichtmasten met armaturen die passen bij de dorpse sfeer. 6.19. Voor niet alle woningen geldt dat In paragraaf 3.2 van de toelichting op het er geparkeerd kan worden op eigen bestemmingsplan wordt ingegaan op de parkeerbehoefte terrein, waardoor de en de invulling hiervan. Bij vrijstaande woningen is het neveneffecten van het parkeren op verplicht dit op te lossen op eigen erf. Voor de andere de straat wordt afgeschoven op de woningen is voorzien in parkeren in het openbaar gebied. omwonenden. Voor deze sociale koopwoningen, goedkope appartementen en tussen/hoek woningen worden in de Hierbij speelt ook mee dat er een openbare ruimte geen vaste parkeerplaatsen vijftal parkeerplekken, volgens de aangewezen. Omdat deze openbare parkeerplaatsen plantoelichting, worden blijkens het onderzoek van Sweco (bijlage 3, toelichting bestemmingsplan) niet allemaal gelijktijdig worden afgewenteld op de openbare gebruikt kunnen deze openbare parkeerplaatsen ook ruimte. Een verschuiving van worden gebruikt door bezoekers. Er wordt aan de parkeren naar omliggende gebieden kan hierbij niet worden parkeernormen voldaan.
uitgesloten, waardoor omwonenden worden benadeeld. De zienswijzen vormen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Het bestemmingsplan wordt aangepast in die zin dat de afwijkingsbepaling (artikel 15.1 lid d ) voor een zendmast wordt verwijderd. Ook wordt de hoogte van de rug- aan rugwoningen verlaagd van 11m naar 10m, wordt de goothoogte verlaagd van 4,5m naar 3,5m en wordt er een flauwere dakhelling toegestaan (minimaal 35 graden in plaats van 45 graden).
7.1.
Inhoud zienswijze Reactie gemeente In het ontwerp is een sloot In het beeldkwaliteitsplan zijn de welstandscriteria voorzien als afscheiding van het opgenomen. Hierin is aangegeven dat het plan is voorzien ontwerp en het perceel van van groene natuurlijke oevers met een talud zonder indiener. De indiener kan beschoeiing of een lage beschoeiing tot een maximale daarmee akkoord gaan als de hoogte van 30cm boven de waterlijn. sloot aan de zuidzijde voorzien wordt van een schoeiing. Tevens De eventuele oeverbescherming van de geplande sloot ligt zou de grens van de bouwkavels in niet op grond/ eigendom van indiener. De 31
Parkeren
7.2.
Besluit
De zienswijzen vormen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Het beeldkwaliteitsplan wordt aangepast in die zin dat de kaarten overeenkomen met het plangebied in het bestemmingsplan. Op sommige kaarten in het BKP worden namelijk de gronden ten noorden van de twee woningen aan de oostzijde van het plangebied niet meegenomen. het midden van de sloot moeten onderhoudsverplichtingen liggen daarmee volledig bij de komen te liggen. projectontwikkelaar.
INDIENER 8 Onderwerp Onafhankelijk advies
Nr.
8.1.
Vraagstelling 8.2. verkeersadvies
Er zijn zes parkeerplaatsen geprojecteerd voor de twee bouwkavels. Daardoor wordt de oppervlakte van de kavels kleiner en minder aantrekkelijk. Indiener vindt 4 plaatsen voor de twee kavels het maximaal aantal voor deze locatie.
Deze 2x3 parkeerplaatsen worden op mandelig/ privé gebied gerealiseerd en zijn exclusief voor deze twee woningen (901 en 902) bedoeld. Dit is in overeenstemming met de te hanteren parkeernormen (zie paragraaf 3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan). Binnen het plangebied zijn meer grotere woningen met 3 parkeerplaatsen op eigen terrein.
Inhoud zienswijze Reactie gemeente Indiener is van mening dat het Als een initiatiefnemer/ eigenaar van de gronden een verkeerskundig advies van Sweco bouwplan wenst te realiseren waarvoor het niet onafhankelijk is omdat de bestemmingsplan aangepast moet worden, is die opdracht aan Sweco is gegeven initiatiefnemer ook verantwoordelijk voor het aanleveren door de projectontwikkelaar. Om van de nodige stukken en onderzoeken waarmee belangenverstrengeling te gemotiveerd wordt dat de wijziging van het voorkomen zou er een nieuw bestemmingsplan voldoet aan de wettelijke eisen van een onderzoek moeten komen waarbij goede ruimtelijke ordening. Er bestaat geen wettelijke de opdracht vanuit de gemeente plicht dat onderzoeken, zoals in dit geval het komt. verkeerskundig advies, door een derde onafhankelijke/onpartijdige deskundige moeten worden uitgevoerd. Wat van belang is, is dat het onderzoek inhoudelijk klopt en aan de wettelijke eisen voldoet. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit in deze uitspraak: ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3161. Het rapport van Sweco voldoet inhoudelijk aan de eisen. De vraagstelling van de Er is gekeken naar alternatieve routes voor de ontsluiting projectontwikkelaar aan van het plangebied in overleg met de gemeente en adviesbureau Sweco spreekt over veiligheidsregio.
Op basis van dat overleg is gebleken dat ‘minimaliseren’ van lichtoverlast de nu voorgestelde ontsluiting de enige optie is als het door inschijnende koplampen gaat om de verkeersveiligheid. Vervolgens is Sweco vanaf de ontsluitingsweg in de gevraagd om te onderzoeken hoe de lichtoverlast woning van indiener. Er is niet aan geminimaliseerd kan worden. Sweco gevraagd hoe deze hinder helemaal voorkomen kan worden.
32
Heg
8.3.
8.4.
Schets koplampen
8.5.
Wenselijkheid en 8.6. haalbaarheid
Het advies van Sweco om Langs de parkeerhof staan hoge wintergroene hagen, lichtoverlast te voorkomen door zodat het parkeren aan het oog wordt onttrokken en de heg bij de woningen van lichthinder wordt gereduceerd. De hagen zorgen er ook indiener hoger te laten groeien is voor dat automobilisten beter opletten. Op het kruispunt gemakzuchtig en niet afdoende. zijn de snelheden laag. Het kruispunt moet bij deze Het kan niet en is onwenselijk snelheden voldoende overzichtelijk zijn vanwege de vanwege de verkeersveiligheid en verkeersveiligheid. Het plan is getoetst aan de hiervoor het zicht op de weg bij in- en toepasselijke richtlijnen. Daarnaast wordt hierover advies uitrijden van de parkeerplaats. Er ingewonnen bij de politie. doen zich regelmatig bijnaongelukken voor. Bovendien werkt dit niet in de winter, omdat de heg dan zijn bladeren verliest. Het advies van Sweco om als extra Zie beantwoording onder 8.2 maatregel tegen de lichthinder meer omgevingslicht te creëren door het plaatsen van een extra lichtmast verergert juist de problemen met meer en continu licht in de woning en dus met verstoorde nachtrust en bijkomende gezondheidsschades tot gevolg. In het verhaal van Sweco wordt Genoemde schets laat juist zien dat de weg niet precies gesteld dat de lichthinder van tegenover de ramen van indieners woning is ingetekend, inschijnende koplampen maar meer naar het oosten.
De lampen van aanrijdende subjectief is en moeilijk te auto’s schijnen daardoor op de rechterkant van de bepalen, echter het aangevoerde voorgevel van indieners woning terwijl de ramen zich aan argument, dat de lichten van de linkerkant bevinden. Alleen auto’s die linksaf slaan, in naderende auto’s voornamelijk op westelijke richting de Kwadijk op, zullen bij het indraaien de rechterkant van het huis zullen mogelijk in de ramen schijnen. schijnen en niet door de ramen, wordt tegengesproken Er zijn naar aanleiding van het onderzoek van Sweco diverse genoemde maatregelen overgenomen waaronder door de schets (figuur 5) die ze het aanbrengen van een knik in de inrit, het opschuiven zelf hebben gemaakt en waarop duidelijk te zien is dat de van de inrit richting huisnr 103, het plaatsen van een hele gevel van de woning wordt lantaarnpaal en obstakels (haag) langs de inrit. belicht. Daar is weinig subjectiefs aan. Sweco adviseert om de Sweco is alleen een adviseur. De afweging wat betreft de aansluiting op de Kwadijk niet haalbaarheid en wenselijkheid, inclusief een verder naar het oosten te belangenafweging, is aan de gemeente. Dat is hier verleggen i.v.m. de forse uitgebreid gedaan, zoals te lezen in de toelichting op het maatregelen die dan nodig zijn en bestemmingsplan. de daarbij komende hoge kosten.
Indiener geeft aan dat Sweco hiermee op de stoel van de projectontwikkelaar gaat zitten en dat het aan de projectontwikkelaar en indien van toepassing aan de gemeente is wat haalbaar en wenselijk is,
33
Financiering 8.7. ontsluitingsweg
Nieuw onderzoek
8.8.
Voorstel andere 8.9. ontsluitingsroute
Voorstel andere 8.10. ontsluitingsroute
daarbij rekening houdend met de belangen van omwonenden. Indiener vraagt zich af of de De kosten van dit bouwproject, inclusief de aanleg van de kosten voor de verschillende ontsluitingsweg, komen geheel voor rekening van de opties voor een bouw-weg zoals projectontwikkelaar/initiatiefnemer. kappen van bomen of het treffen van extra infrastructurele voorzieningen gefinancierd worden door de gemeente en dus met gemeenschapsgeld. Er zou een nieuw onafhankelijk Zie het antwoord bij punt 8.1 wat betreft de onderzoek moeten komen dat het onafhankelijkheid van de verkeerskundig adviseur. Voor hele plangebied inclusief de het bestemmingsplan, waar het nu over gaat, is het advies omgeving bekijkt, met een groter van Sweco voldoende. Er moet sprake zijn van een goede scala aan mogelijke oplossingen ruimtelijke ordening. In het geval van lichthinder door voor het verkeersveilig ontsluiten koplampen gaat het er dan om dat er geen onevenredige van de nieuwe wijk zonder grote hinder ten gevolge van het woningbouwplan inschijnende koplampen. ontstaat. Dit is een belangenafweging: het belang van de woningbouw waarvoor een ontsluitingsweg noodzakelijk is, tegenover het belang van indiener, die mogelijk enige lichthinder zal ervaren. Het rapport van Sweco gaat uitgebreid in op de punten die indiener noemt en toont voldoende aan dat er geen sprake zal zijn van onevenredigelichthinder.
Er zijn naar aanleiding van het onderzoek van Sweco diverse genoemde maatregelen overgenomen waaronder het aanbrengen van een knik in de inrit, het opschuiven van de inrit richting huisnr 103, het plaatsen van een lantaarnpaal en obstakels (haag) langs de inrit. Indiener stelt voor om de Zie beantwoording 8.2 ontsluitingsroute anders te laten lopen, namelijk via eenrichtingsverkeer. Vanaf de Kwadijk ter hoogte van indieners woning mogen de voertuigen dan de nieuwe woonwijk inrijden, en uitrijden gaat dan via een nieuw stukje weg achter de basisschool langs dat sowieso moet worden aangelegd voor de veiligheidsdiensten. Zo kunnen er geen koplampen in indieners woning schijnen en het verbetert de verkeersveiligheid. Indieners stelt voor dat in een Niet duidelijk is welk van de bouwroutes die Sweco in haar nieuw verkeersonderzoek wordt verkeerskundig rapport benoemt indiener bedoeld. Sweco bekeken of de bouwroute heeft 5 bouwroutes onderzocht waarbij de voorkeur ligt gebruikt kan worden als nieuwe op een route die gebruik maakt van de bestaande ontsluitingsroute. infrastructuur van de Kwadijk en die uitkomt op de ontsluitingsweg naar de nieuwe woonwijk. Er worden ook bouwroutes genoemd die door het landelijk gebied lopen en niet gebruikmaken van de bestaande infrastructuur.
34
Die routes zijn geen optie als permanente route, omdat die door beschermd provinciaal gebied lopen. Parkeerplaatsen 8.11. In een nieuw verkeersonderzoek Gemeente Edam-Volendam baseert de parkeerberekening zou ook rekening gehouden en de afmeting van de parkeerplaatsen op de moeten worden met het feit dat parkeernormen van CROW (Centrum voor Regelgeving en auto’s steeds breder en langer Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de worden. De afmetingen van de Verkeerstechniek). Het bouwplan voldoet aan deze parkeerplaatsen moeten ook normen. meegroeien. Trillingen Dit is niet relevant voor het voorliggende 8.12. Indiener geeft aan dat er rekenprogramma’s bestaan die de bestemmingsplan, maar is relevant voor de bouwfase en verwachtte trilling-sterkten door de voorbereiding daarop. Tijdens de bouw moet wat de aanleg van een verkeersbetreft trillingen voldaan worden aan de eisen van het plateau kunnen voorspellen. Besluit Bouwwerken Leefomgeving (voorheen Bouwbesluit). Afstand uitritten 8.13. Indiener vraagt zich af of de Niet duidelijk is op welke regelgeving indiener doelt. De ontsluitingsweg naar de nieuw ontsluitingsweg is uitgebreid getoetst en past binnen de woonwijk niet te dicht op de wettelijke regels en het gemeentelijk beleid. Zie ook de uitritten van de woning van de toelichting op het bestemmingsplan en het verkeersadvies indiener en de buren ligt.
Indiener van Sweco en de bijlage van die toelichting. geeft aan dat die afstand volgens de regelgeving niet kleiner van zijn dan 5 meter. Besluit De zienswijzen vormen geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.
INDIENERS 1, 3 en 4: zienswijze op basis van plan 2017 Onderwerp Nr. Inhoud zienswijze Ladder van 9.1. Indiener beargumenteert dat het plan niet langs trede 1 en 2 duurzame van de Ladder van duurzame verstedelijking verstedelijking komt. Woonvisie
9.2.
Ladder van duurzame verstedelijking
Ladder van duurzame verstedelijking
9.3.
Reactie gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan in paragraaf 4.1.3 is uitgebreid ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking . Het plan voldoet aan de eisen. Zie ook het antwoord bij punt 1.14 en 1.17 en 6.3. Indiener vindt dat aan de eerste Een krimpende bevolking houdt niet automatisch krimp trede van de Ladder niet wordt van het aantal huishoudens in. In Nederland worden voldaan, omdat geen sprake is huishouders steeds kleiner, waardoor de van voldoende regionale woningbehoefte nog steeds groeit. Voorliggend behoefte. Indiener haalt bestemmingsplan is gebaseerd op en is getoetst aan de Woonvisie Edam-Volendam actuele woonvisie 2022-2025. Zoals onder punten 1.7, 2017-2021 aan, waarin staat dat 1.14, 1.18, 4.8 en 6.2 is aangegeven bevestigt de er sprake is van een krimpende woonvisie de behoefte aan woningen waar het bevolking en afnemende vraag voorliggende woningbouwplan voor een deel in naar woningen. voorziet. Indiener is van mening dat de In de argumentatie voor de kwantitatieve behoefte is regionale behoefte niet is uitgegaan van de regionale behoefte. Er is immers meegenomen in de getoetst aan Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019argumentatie voor de Ladder, 2040, Bevolking, huishoudens en woningbehoefte van maar slechts de lokale behoefte. de provincie Noord-Holland en Regionaal Actieprogramma Wonen Stadsregio Amsterdam 2016
35
Ladder van duurzame verstedelijking
9.4.
Ladder van duurzame verstedelijking
9.5.
Noodzaak woningen
9.6.
Noodzaak woningen
9.7.
Noodzaak woningen
9.8.
Noodzaak woningen
9.9.
Indiener vindt dat niet aan de tweede trede van de Ladder wordt voldaan, omdat het voldoende alternatieven voorhanden zijn die in regionale en lokale behoeften kunnen voorzien, zoals uitbreidingsmogelijkheden Stationsstraat Kwadijk; Purmerringdijk; locatie van voormalige café; zuidkant van bebouwingslint Kwadijk. Volgens indiener komt het plan niet langs de in beeld komende derde trede van de Ladder, want er is geen multimodale ontsluiting; er zijn geen (ov)voorzieningen in Kwadijk en men is aangewezen op autoverkeer. Indiener is van mening dat er genoeg nieuwbouwlocaties gepland of in ontwikkeling zijn (bijv. Waterrijk Oosthuizen, Zuidoostbeemster, Middenbeemster, EdamVolendam, Weidevenne Purmerend). Indiener haalt aan dat de ontwikkeling na de fusie is ontstaan en dat daarom meerdere onderzoeken achterhaald zouden zijn. Nut en noodzaak voor 34 geclusterde woningen zou opnieuw onderzocht moeten worden, omdat de ontwikkelaar zich baseert op gegevens uit Zeevang en Purmerend en niet Edam en Volendam. Indiener haalt aan dat er in de regio een groot aantal huizen te koop staat, in 2017 bijna 1.200 in een straal van 10 km rond Kwadijk en 350 in prijsklasse tot EU 250.000 in Purmerend. Indiener geeft aan dat volgens cijfers van CBS de vraag naar betaalbare huurwoningen groter is dan de vraag naar
t/m 2020. De argumentatie voor de kwalitatieve behoefte gaat wel uit van de lokale behoefte. Zie hiervoor het antwoord onder punten 1.14, 1.17 en 6.3.
De derde trede van de ladder voor duurzame verstedelijking is in 2017 vervallen.
Zie antwoord onder punt 1,5 en 1.18.
Voor voorliggend bestemmingsplan zijn alle onderzoeken geactualiseerd en toegespitst op het aangepaste bouwprogramma. De onderzoeken zijn beoordeeld door gemeente, provincie en Omgevingsdienst IJmond en akkoord bevonden.
Deze constatering is anno 2024 niet meer actueel. Uit de meest recente behoefte onderzoeken en woonvisie 2022-2025 blijkt dat er sprake is van een woningbehoefte en dat voorliggend plan een bijdrage levert aan het invullen daarvan. Onduidelijk is welke cijfer van het CBS precies worden bedoeld. Wel is duidelijk dat deze cijfers verouderd zijn anno 2024. Uit de meest recente behoefte onderzoeken en woonvisie 2022-2025 blijkt dat er sprake is van een
36
Woonvisie
9.10.
Ladder van duurzame verstedelijking
Verhouding woningen Kwadijk
9.11.
Beleid Bufferwoningen
9.12.
koopwoningen. Deze nieuwbouwwoningen zien ze niet terug in het plan. Ook de Provinciale Structuurvisie spreekt volgens indiener van afname van woningvraag. Indiener is van mening dat het plan daarmee niet aansluit op de behoefte uit de markt. Indiener is van mening dat aan de eerste trede van de Ladder niet wordt voldaan, omdat geen sprake is van voldoende regionale behoefte. Indiener haalt Woonvisie EdamVolendam 2017-2021 aan, waarin staat dat er sprake is van een krimpende bevolking en afnemende vraag naar woningen. Indiener haalt ook Monitor Woningbouw 2015 (van de PNH?) aan, waarin staat dat voor Waterland de bevolkingsgroei afneemt, het aantal jongeren en beroepsbevolking daalt en aantal ouderen stijgt, en dat woningproductie in Stadsregio Amsterdam boven de RAPafspraak ligt. Indiener vindt de omvang van het plan buitenproportioneel in relatie tot bestaande woningvoorraad in Kwadijk (uitbreiding van 10%). Het ruimtebeslag vindt indiener ook te groot, want de oppervlakte van het plan is bijna gelijk aan de oppervlakte van de in de jaren 60 gerealiseerde nieuwbouwwijk, maar levert maar 33 i.p.v. destijds 80 woningen op. Indiener doet suggestie de ver in het weiland instekende bebouwingslob weg te laten en de woningen op grotere dichtheid op het overgebleven stuk te bouwen.
In de voormalige gemeente Zeevang zijn plannen gemaakt voor 90 bufferwoningen buiten bestaand bebouwd gebied, te
woningbehoefte en dat voorliggend plan met koopwoningen in verschillende segmenten een bijdrage levert aan het invullen daarvan.
Zie antwoorden onder punt 8.1 en 8.2.
Onder punten 1.14 en 6.3 is reeds ingegaan op de keuze voor geclusterde nieuwbouw en bijbehorend ruimtebeslag. In voorliggend plan is de betreffende bebouwingslob verwijderd en wordt met 44 woningen een hogere bebouwingsdichtheid gerealiseerd. Zie verder het antwoord bij vraag 1.5.
Verwezen wordt naar het antwoorden onder punten 1.2.
37
Woonvisie
9.13.
Locatiekeuze
9.14.
Woonvisie
9.15.
Woonvisie
9.16.
9.17.
Stelling van Amsterdam
9.18.
verdelen over 4 kernen. Met 33 woningen krijgt Kwadijk er volgens indiener 10 meer dan bij een evenredige verdeling. Uit Woonplan voor gemeente Zeevang uit 2013 blijkt dat in kernen tot 2030 behoefte is aan slechts 20 woningen. Bouwen in de Zeevang gaat volgens indiener om maatwerk binnen bestaand gebouwd gebied, waardoor volgens hen in één dorpskern in Zeevang geen complete nieuwbouwwijk buiten bestaand gebouwd gebied kan worden gerealiseerd. Indiener vindt dat het plan geheel niet voorziet de in de Woonvisie 2017-2021 genoemde noodzakelijke woningen (passende woningen voor ouderen, starters en jonge kleine huishoudens en gezinnen). Indiener geeft aan dat het plan niet voldoet aan de uitgangspunten uit de Woonvisie 2017-2021. Door krimp van huishoudensgroei is volgens hen de aanvullende woningbehoefte beperkt. Als er toevoegingen moeten worden gedaan zijn die “enkel gewenst binnen de ruimtelijke structuur en passend bij de schaal van de dorpen” (p. 17 Woonvisie 20172021); volgens indiener betekent dit binnen bestaand bebouwd gebied. Het behoud van groen zou net als in gemeente Amsterdam een speerpunt moeten worden volgens de indiener. Bouwen in het landelijk gebied moet de gemeente dus niet doen. Indiener beargumenteert dat plangebied in kernzone van Stelling van Amsterdam ligt en strijdig is met de hoofdregels. Voor de kernzone geldt volgens de Leidraad Landschap en
Het woonplan uit 2013 is sterk verouderd en niet meer actueel. De ontwikkeling is gebaseerd op, en getoetst aan, de woonvisie 2022-2025. Verwezen wordt naar het antwoord bij punten 1.17 en 6.3.
Het woonplan uit 2017 is verouderd en niet meer actueel. De ontwikkeling is gebaseerd op en getoetst aan de woonvisie 2022-2025.
Het woonplan uit 2017 is verouderd en niet meer actueel. De ontwikkeling is gebaseerd op en getoetst aan de woonvisie 2022-2025. Verder wordt verwezen naar punt 1.17 en 6.3 waar wordt ingegaan op de locatiekeuze en geclusterde bouw.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij punt 1.17.
Het plan is getoetst aan de Omgevingsvisie NoordHolland 2050 en de Omgevingsverordening NoordHolland 2022 en meer specifiek aan artikel 6.49 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde van die verordening. Daarnaast is getoetst aan de
38
Cultuurhistorie van PNH immers dat geen bebouwing is toegestaan in gebieden die nu nog open zijn, en dat kleinschalige incidentele ontwikkelingen binnen kernzone alleen mogelijk zijn als deze als doel hebben om de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling te versterken en de ontwikkeling ruimtelijk is ingepast in het landschap en met respect voor zichtlijnen.
Locatie woningen
9.19.
Stedenbouw: dorpse manier
9.20.
Soort dorp
9.21.
Indiener vraagt waarom ontwikkelaar noodzaak ziet om een cluster te bouwen. In de plannen voor bufferwoningen staat niet dat deze in een cluster moeten worden ondergebracht. In het landelijk gebied geclusterd bouwen tast de open ruimte te veel aan. Indiener vraagt wat de kwalificatie ‘op een dorpse manier’ aan Kwadijk bouwen betekent, aangezien dit niet uitgewerkt lijkt. Indiener wijst op de verkeerde cultuurhistorische uitgangspunten die het plan hanteert. Namelijk, plan motiveert het cluster haaks op en ten zuiden van de lintbebouwing met de aanname dat Kwadijk een dijkdorp is met een dorpskern en geclusterde bebouwing rondom de kern. Indiener geeft aan dat de
vernieuwde Leidraad landschap en cultuurhistorie (vastgesteld op 10 april 2018). In dit beleid wordt niet meer gesproken over een kernzone. In plaats daarvan wordt gesproken over verboden kringen (kring van 1000m rond een fort). In de toelichting is in paragraaf 4.2.1.3 onderbouwd dat het plan geen afbreuk doet aan de kernkwaliteit van de Stelling van Amsterdam. Voor wat betreft Kwadijk bestaat de Stelling van Amsterdam uit een voormalige genieloods aan de Fortweg te Kwadijk. Ofschoon dit oorspronkelijk wel de bedoeling was, is hier nooit een fort tot stand gekomen. In de omgeving van deze genieloods is het dorp Kwadijk tot ontwikkeling gekomen. Het plangebied is op een afstand van ruim 1000 meter zuidwestelijk van deze genieloods gelegen. Schootsvelden zijn niet aanwezig, zodat deze door de beoogde ontwikkeling niet worden beïnvloed. Inundatievelden rondom de loods (voor zover aanwezig) worden begrensd door het lint van Kwadijk (een zogenaamde inundatiekering). De genieloods ligt ten noorden, de planlocatie ten zuiden van deze kering. Hier is evenmin sprake van beïnvloeding. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan geen afbreuk doet aan de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam. Zie antwoord onder 1.14, 1.17 en 6.3.
Met “Op een dorpse manier bouwen” wordt bedoeld dat de typologie van de woningen en de inrichting van de openbare ruimte moet aansluiten bij het dorp Kwadijk en bij de omgeving. Zie in dat kader het beeldkwaliteitsplan. Verwezen wordt naar het antwoord onder 1.10.
39
Kerk Rijksmonument
9.22.
Ladder van duurzame verstedelijking
9.23
Archeologie
9.24.
Verkeer
9.25.
cultuurhistorische werkelijkheid anders is: Kwadijk is geen dijkdorp, maar een slotendorp met lintbebouwing. Noordzijde is traditioneel het dichtste bebouwd, niet zuidzijde zoals het plan suggereert. Er was in Kwadijk nooit een kern: de kerk stond geïsoleerd ten zuiden van het dorp, waar later omheen is gebouwd (school). Kaart uit 1850 geeft weer dat bebouwing aan zuidzijde ontbreekt. Indiener wijst erop dat het plan de structuur rondom kerk aantast en wijzigt en dat daarvoor een vergunning vereist is, omdat kerk een rijksmonument is.
Volgens indiener tast het plan het lintkarakter van Kwadijk aan en verdwijnt erdoor het vrije zicht vanuit het zuiden en zuidoosten op de kerk. Indiener vraagt zich af of het archeologisch onderzoek wel voldoet aan richtlijnen van KNA. In gebied rondom de oude waterweg De Draaij verwacht men veel archeologische vondsten. Indiener vindt het niet verantwoord en veilig om aan de drukke verkeerssituatie 250+ autobewegingen per dag toe te voegen. De verkeersdruk op Kwadijk is om verschillende redenen al enorm en heeft geen
De kerk is inderdaad een Rijksmonument. In de monumentomschrijving (Monumentnummer 40328) wordt aangegeven dat het gaat om een Zaalkerk met spitsboogvensters en een houten torentje op de westgevel. Daarnaast gaat het om: - de Preekstoel, XVII. - het Doophek, XVIII A. - de Koperen doopboog met bekroning in Lodewijk XIV-stijl, 1741. - de Koperen lezenaar, XVIII. - het Tweeklaviers orgel, in 1866 gemaakt door P. Flaes. - Mechanisch torenuurwerk van Eijsbouts, elektrisch opgewonden. Gelet op de beschreven monumentale waarden gaat het niet om het aanzicht en directe omgeving van het gebouw. Daarom kan worden gesteld dat de woningbouwontwikkeling geen invloed heeft op deze monumentale waarden. Beantwoording onder punt 1.14, 1.17, 6.3 en bovenstaand punt 8.22.
Het archeologisch onderzoek van Hamaland Advies uit 2022 is uitgevoerd conform de algemeen geldende normen/richtlijnen van de beroepsgroep (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, KNA, versie 4.1). Het onderzoek is beoordeeld en goedgekeurd door de regioarcheoloog. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1.26.
40
Verkeer
9.26.
Bestuur
9.27.
Provincie
9.28.
Provincie
9.29.
Bijzonder provinciaal landschap
Provincie (ARO)
9.30.
trottoirs. Tevens is in de berekening van extra autobewegingen geen rekening gehouden met toenemende aantal pakjesbestellingen. Indiener vindt dat de nieuwe kruising dwars op de Kwadijk t.b.v. ontsluiting van het plan te dicht bij de kruising met Durkweg komt, wat onoverzichtelijk en onveilig kan zijn. Indiener trekt de integriteit van het bestuur in twijfel, omdat de rol van wethouder De Ruijter in het planproces niet is gecorrigeerd. Het aanbevelen van BING-commissie om de effecten van de geconstateerde belangenverstrengeling op de genomen college- en raadsbesluiten te inventariseren en te analyseren is niet nagevolgd. Indiener verzoekt alsnog kennis te nemen van het BING-rapport en de inventarisatie en analyse uit te voeren. Indiener haalt aan dat gedeputeerde Talsma niet akkoord was met het verdwijnen van de open ruimte. In dit nieuwe plan zijn de zichtlijnen niet behouden. Indiener haalt brief van GS Noord-Holland aan B&W van Zeevang aan, waarin GS kritiek heeft op de verdichting van het landelijk gebied als gevolg van het plan. Indiener zegt ervan uit te gaan dat GS deze kritiek vasthoudt en de uitgangspunten handhaaft. Indiener haalt de kritiek van ARO uit 2011 en 2012 op het plan aan, omdat bepaalde uitgangspunten zijn verlaten. ARO behandelde in 2015 wederom het plan. Indiener haalt aan dat in de nieuwste versie van de plannen er nog steeds een dwars op het lint in
Verwezen wordt naar de beantwoording onder punten 1.26 en 3.1. Het plan is getoetst aan de verkeerseisen en voldoet daaraan. Zie ook het rapport van Sweco (bijlage 3 van het bestemmingsplan).
Inmiddels is het bestuur gewijzigd. Het nu voorliggende bestemmingsplan is onder een andere portefeuillehouder tot stand gekomen.
Het plan uit 2017 is niet tot stand gekomen omdat de provincie niet akkoord was met de ontwikkeling. Het nu voorliggende plan is wel akkoord bevonden door de provincie.
Deze zienswijze is inmiddels achterhaald. Ten tijde van het plan uit 2017 lag het plangebied binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) van de provinciale omgevingsverordening. Inmiddels is het plangebied uit het BPL gehaald en is de provincie akkoord met woningbouw op deze locatie. Zie ook het antwoord bij punt 1.11.
Op basis van advies ARO is in overleg tussen gemeentebestuur en de ontwikkelaars en hun adviseurs uiteindelijk besloten het plan op dit punt aan te passen. De lob met vier kavels c.q. woningen is uit het plan geschrapt en het plangebied is daarmee verkleind. Hiermee is aan dit bezwaar van de ARO tegemoet gekomen en is de ARO akkoord gegaan met het plan zoals dat nu voor ligt.
41
Provincie (ARO)
9.31.
Bijzonder provinciaal landschap
9.32.
Natuur
9.33.
Natuur
9.34.
Bestemmingsplan Buitengebied 2015
9.35.
het groene gebied uitstrekkend perceel gepland is. Indiener haalt uit verslag van ARO uit 2015 aan dat er ideeën zijn om nog meer te bouwen aan de zuidkant van het cluster, waardoor de openheid tussen Kwadijk en Purmerend opgeofferd wordt. Indiener haalt de terugdraaiing van de bescherming van het plangebied aan, hoewel indiener vooraf contact had met provincie over de geldende beschermingen. Indiener spreekt van lobbyisten en vraagt zich af of het voortdurend wijzigen van het beschermingsregime ‘onbehoorlijk bestuur’ is. Indiener haalt de in Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en bestemmingsplan Buitengebied 2015 geformuleerde beleid/regels aan, dat cultuurhistorisch en landschappelijke waarden actief beschermd moeten worden en in het gebied geen nieuwe woningen mogelijk zijn. Met het bouwen aan de grens van het Kwadijker Vlot wordt dit gebied niet versterkt, hoewel het deel uitmaakt van het natuurnetwerk dat volgens provincie versterkt moet worden. Indiener vindt dat natuurwaarde van het gebied onderschat wordt en noemt unieke en beschermde flora en fauna die in het gebied aanwezig is. Het gebied bevat daarnaast nog de belangrijke hoge grondwaterstand, omdat er geen sprake is van onderbemaling. Indiener haalt het bestemmingsplan Buitengebied 2015 aan, waarin het belang van open veenweidelandschap wordt aangehaald, en wat in
Bij het voorliggende plan is geen sprake van bebouwing aan de zuidkant van het plangebied.
Zie het antwoord bij punt 1.11 en 8.29.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1.21 en 1.23.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1.21, 1.22 en 1.23.
Het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2015 regelt en beschermt het bestaande gebruik en bestaande waarden. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om dit gebruik aan te passen ten behoeve van woningbouw. Deze nieuwe ontwikkeling is
42
Wijziging bestemming
9.36.
Woningen Kwadijk
9.37.
Nadeelcompensatie
9.38.
Beleid gemeente Woonvisie
9.39.
Beleid gemeente
9.40.
Woonvisie
weidevogelleefgebieden geen nieuwe bebouwing toestaat. Ook wordt de in het bestemmingsplan genoemde veenstroomstructuur doorbroken. Indiener spreekt zorgen uit dat bescherming niets voorstelt als in de praktijk met financiële compensatie het aantasten van deze gebieden mogelijk is.
Indiener verwacht dat extra woningen in Kwadijk ervoor zal zorgen dat woningen langer te koop zullen staan en de prijs gedrukt zal worden. Indiener verwacht dat direct aan het plangebied grenzende woningen te maken zullen krijgen met waardedaling en eigenaren planschade zullen gaan verhalen, waardoor financiële uitvoerbaarheid van het plan in het gedrang komt. Indiener geeft aan dat bufferwoningenbeleid uit voormalige Zeevang voor de fusie is gesloten en opnieuw in ogenschouw zou moeten zijn genomen na de fusie, aangezien het in 2016 gesloten coalitieakkoord geen aanknopingspunt biedt om het bufferwoningenplan uit te voeren. Indiener haalt aan dat in dat coalitieakkoord staat dat de hoeveelheid woningbouw voor starters en senioren op de behoefte moet worden afgestemd, en dat het plan niet aan de behoefte van deze doelgroepen voldoet.
zorgvuldig getoetst aan beleid en regelgeving waarbij op diverse aspecten onderzoeken zijn uitgevoerd om de uitvoerbaarheid te onderbouwen.
Het geldende bestemmingsplan Buitengebied regelt en beschermt het bestaande gebruik en bestaande waarden. Dit betekent niet dat de ontwikkeling van gebieden en dorpen volledig op slot zit. In Nederland moeten diverse belangen tegen elkaar worden afgewogen en moeten binnen schaarse ruimte keuzes worden gemaakt. In voorliggend geval is de keuze gemaakt om binnen het plangebied woningbouw te realiseren. Deze nieuwe ontwikkeling is zorgvuldig getoetst aan beleid en regelgeving waarbij op diverse aspecten onderzoeken zijn uitgevoerd om de uitvoerbaarheid te onderbouwen. Verwezen wordt naar het antwoord onder punt 1.4, 1.15 en 4.8.
De eigenaren van die woningen kunnen een verzoek indienen om vergoeding van planschade (onder de Omgevingswet: nadeelcompensatie). Van belang daarbij is dat het moet gaan om schade die niet voorzienbaar was ten tijde van de aankoop van de woning.
Het plan past binnen het huidige gemeentelijk beleid: de Woonvisie 2022/2025.
Het coalitieakkoord waarnaar wordt verwezen is inmiddels achterhaald. Er wordt gebouwd conform de uitgangspunten van de Woonvisie 2022-2025 en de bijbehorende doelgroepenverordening.
43
Beleid gemeente
9.41.
Indiener is van mening dat na de fusie een nieuwe situatie is ontstaan, en dat vooruitlopend op nieuw beleid (zoals nieuwe Woonvisie) geen ingrijpende beslissing zoals het wijzigen van het bestemmingsplan moeten worden genomen. II. Commentaar (inhoudelijk en tekstueel) Bestemmingsplan “Bufferwoningen Locatie Kwadijk 2015" (p. 1826). III. Commentaar (inhoudelijk en tekstueel) Planstudie Land van Kwadijk, Waterlands Wonen in een Dijkdorp, februari 2017 (2732). IV. Commentaar (inhoudelijk en tekstueel) op Land van Kwadijk; onderbouwing Nut en Noodzaak (p.33-38). V. Commentaar (inhoudelijk en tekstueel) op Woningbehoefteanalyse Kwadijk – Land van Kwadijk (p. 39-41)
Toelichting bestemmingsplan
9.42.
Toelichting bestemmingsplan
9.43.
Toelichting bestemmingsplan
9.44.
Toelichting bestemmingsplan
9.45.
Toelichting bestemmingsplan
9.46.
VI. Commentaar (inhoudelijk en tekstueel) op Quickscan natuurwaardenonderzoek Land van Kwadijk, gemeente Zeevang – in het kader van de Flora- en Faunawet en natuurbeschermingswet (p. 4243)
Bestuur
9.47.
Indiener wijst op de rol van Frank de Ruijter in de totstandkoming van het plan, die bij zijn aantreden als wethouder RO van gemeente Zeevang grond bezat die onderdeel kon gaan uitmaken van het plangebied. Indiener spreekt van belangenverstrengeling en handelen tegen de gedragscode bij de verkoop van zijn grond en zijn invloed op het vergroten van het aantal woningen in het plan. Indiener wijst op het BING-rapport en dat college en
De fusie is in 2016 afgerond. Het beleid waar voorliggende ontwikkeling op is gestoeld is opgesteld door de nieuwe gemeente Edam-Volendam.
De toelichting van het bestemmingsplan uit 2015 is inmiddels vervangen door de nieuwe toelichting. De zienswijzen op de oude toelichting worden daarom niet in behandeling genomen. Deze planstudie is verouderd. De zienswijze is daarmee niet meer relevant.
Deze onderbouwing is verouderd en is vervangen door de paragraaf 4.2.1.3 van de toelichting op het bestemmingsplan. De bijlage Woningbehoefte-analyse Kwadijk – Land van Kwadijk is geen onderdeel meer van het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan. De zienswijzen op deze bijlage worden daarom niet in behandeling genomen. De bijlage Quickscan natuurwaardenonderzoek Land van Kwadijk, gemeente Zeevang is geen onderdeel meer van het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan. Deze is vervangen door het onderzoek in de bijlage Quickscan natuurwaardenonderzoek Kwadijk ongenummerd Kwadijk uitgevoerd in 2022/2023. De zienswijzen op deze bijlage worden daarom niet in behandeling genomen. Inmiddels is er een college dat het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan heeft voorbereid en heeft besloten dit voor te leggen aan de raad . Deze zienswijze is niet relevant meer en wordt daarom niet in behandeling genomen. Zie ook het antwoord bij 9.27.
44
Div. persoonlijke verhalen
9.48.
Rust en privacy 9.49.
Noodzaak woningen
9.50.
Uitzicht
9.51.
raad hebben besloten het BINGadvies te negeren en het rapport niet te behandelen. (p. 44-45) VIII. Verhalen van omwonenden (p. 46-52).
Indiener wijst op het open, weidse en natuurlijke karakter van hun achtertuin uitkijkend op het plangebied. Voor deze plek hadden zij bewust gekozen voor de bouw van hun huis. Indiener geeft aan dat na het doorgaan van het plan zij zullen wonen aan een drukke kruising met een toegevoegde 250 autobewegingen. Indiener verwacht dat rust en privacy verloren zullen gaan en dat de waarde van hun bezig in waarde zal dalen. Indiener trekt de redenen (versterken dorpskarakter, bijdrage woningbehoefte) om een nieuw cluster woningen te bouwen in twijfel. Indiener denkt dat de ruimtelijke ordening in Zeevang werd bepaald door eigenbelang boven maatschappelijk belang. Indiener roept raadsleden van gemeente Edam-Volendam op alsnog nee te zeggen tegen dit plan. Indiener heeft destijds woning ingericht rekening houdend met de zichtlijnen naar het weiland toe, later opgenomen als hoofdpijlers in rapport Waterlands Wonen. Het wonen van het cluster past volgens indiener niet bij natuur- en cultuurhistorische waarde van het gebied.
Dit onderdeel bevat persoonlijke verhalen van een aantal bewoners van Kwadijk. Niet alle verhalen worden behandeld in deze zienswijzenbeantwoording, omdat sommige bewoners de opnieuw ingestuurde bijlage niet opnieuw getekend hebben. Dit betekent dat de huidige zienswijze-indieners de zienswijzen namens deze bewoners indienen, maar dat wij niet kunnen verifiëren of de zienswijzen van toen nog van toepassing zijn/namens hen ingediend kunnen worden. Dit persoonlijke verhaal behandelen we wel, omdat deze indiener opnieuw een zienswijze heeft ingediend in de huidige procedure. Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienswijze 6. Opgemerkt wordt dat het mogelijk is na vaststelling van het bestemmingsplan een verzoek om vergoeding van planschade (onder de Omgevingswet: nadeelcompensatie). Van belang daarbij is dat het moet gaan om schade die niet voorzienbaar was ten tijde van de aankoop van de woning.
Het plan is zorgvuldig toegelicht en gemotiveerd in de toelichting van het bestemmingsplan en voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Zie ook het antwoord bij punt 6.3.
Dit persoonlijke verhaal behandelen we wel, omdat deze indiener opnieuw een zienswijze heeft ingediend in de huidige procedure. Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienswijze 6. Zie met betrekking tot uitzicht het antwoord bij punt 6.8.
45
Landschap
Landschap
Natuur
Besluit
9.52.
Indiener haalt aan dat een Het betreft hier een mening van indiener. Zoals eerder alliantie van grote aangeven in deze nota is voorliggende ontwikkeling projectontwikkelaars in 2007 getoetst aan het actueel geldende beleid en actuele heeft gesteld dat het unieke regelgeving en besproken en akkoord bevonden door landschap ten onder gaat aan gemeente en provincie. verrommeling en versnippering. Indiener vindt dat de planontwikkelaar deze waarschuwing negeren. 9.53. Indiener vindt het opvallend dat Het betreft hier een mening van indiener. Zoals eerder diverse natuurbescherming aangeven in deze nota is voorliggende ontwikkeling weinig bescherming biedt tegen getoetst aan het actueel geldende beleid en actuele kleine projectontwikkelaars die regelgeving en besproken en akkoord bevonden door stukken van het open landschap gemeente en provincie. afknabbelen door de natuurwaarde af te kopen. 9.54. Indiener waarschuwt tegen Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt onomkeerbaarheid van de 1.21, 1.22 en 1.23. processen en noemt drie gevolgen: 1. Eenmaal volgebouwd krijgen latere generaties die open ruimte nooit meer terug; 2. Aantal weidevogels gaat schrikbarend achteruit en zullen samen met het landschap verdwijnen, 3. Hoge waterstand van veenweidegrond wordt door onderbemaling naar beneden gebracht met als gevolg verdwijning van soortenrijkdom aan vogels en planten.
De zienswijzen vormen geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.
46
4 Overzicht aanpassingen bestemmingsplan naar aanleiding van zienswijzen Toelichting en bijlagen • Bijlage 3 bij de toelichting wordt vervangen door het juiste onderzoek: Notitie verkeer Sweco Regels • Afwijkingsbepaling zendmast in artikel 15.1 lid d wordt geschrapt. • De maximale bouwhoogte van de Rug aan Rugwoningen wordt aangepast van 11 naar 10 meter. • De maximale goothoogte van de Rug aan Rugwoningen wordt aangepast van 4,5 naar 3,5 meter. • De minimale dakhelling wordt aangepast van niet minder dan 45 en niet meer dan 60 graden naar niet minder dan 30 en niet meer dan 60 graden. Verbeelding • Het bouwvlak van de Rug aan Rugwoningen wordt enkele meters naar het zuiden geschoven, waardoor er iets meer afstand (groen) wordt gerealiseerd tot de bestaande woningen aan de Kwadijk. • De bouwvlakken van de geschakelde woningen en de beneden-bovenwoningen is verkleind waardoor er iets meer afstand (groen) wordt gerealiseerd tot de bestaande woningen aan de Kwadijk.
47
5
Ambtshalve wijzigingen
Toelichting en bijlagen • Paragraaf 5.7.1.1 is licht aangevuld in die zin dat stikstofberekeningen voor zowel de aanlegen gebruiksfase als de referentiesituatie (worst-case scenario) zijn uitgevoerd. • Paragraaf 9.3 met betrekking tot zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan is toegevoegd • De Aeriusberekening (bijlage 6) is volledigheidshalve aangevuld met een berekening van de referentiesituatie en salderingsberekening. Op deze wijze is van het meest worst-case scenario uitgegaan. • De zienswijzennota is toegevoegd als bijlage 13 Regels Artikel 5.2 onder a: • Onder lid 1 is de bouwhoogte voor bijgebouwen verlaagd naar 4,5 m • Onder lid 2 is de dakhelling aangepast naar minimaal 15° en niet meer dan 30°. Artikel 6.2.1 Bouwregels toegevoegd voor bijgebouwen bij de rug-aan-rugwoningen. • uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'Bijgebouwen'; • de goothoogte en bouwhoogte van een bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 5,5 m; • de bijgebouwen dienen van een kap te worden voorzien, waarvan de dakhelling niet meer mag bedragen dan 15° en niet meer dan 30°; Artikel 7.1 onder c • Aanduiding ‘brug’ is vervangen door ‘Dam of duiker’.
Artikel 8.2.2 • Onder e: Dakhelling aangepast naar niet minder mag bedragen dan 35° en niet meer dan 60° • Onder h: formulering aangepast naar haaks of evenwijdig aan de weg, in plaats van aan de zijdelingse grens van het bouwvlak • Onder i: Goothoogte stolpboerderij aangepast naar maximaal 3 meter • Onder j: lid toegevoegd ten behoeve van bouw silowoning of kapschuurwoning ter plaatse van de aanduiding ‘stolpboerderij’ met de volgende criteria: 1. goothoogte maximaal 6 meter; Artikel 8.2.3 • Onder f: Goot- en bouwhoogte bijgebouwen bij rug-aan-rugwoningen, beneden-bovenwoningen en geschakelde woningen aangepast naar respectievelijk 3 m en 5 m; • Onder g: Goot- en buiwhoogte van bijgebouwen bij vrijstaande en twee-onder-éénkapwoningen aangepast naar respectievelijk 3 m en 6 m; • Onder g: Dakhelling rug-aan-rugwoningen, beneden-bovenwoningen en geschakelde woningen aangepast naar niet minder dan 15° en niet meer dan 30° Artikel 8.3 • onder c: afwijkingsbepaling toegevoegd voor artikel 8.2.2 onder i voor een goothoogte van maximaal 7 meter indien de bebouwing wordt gerealiseerd in de vorm van een silo of kapschuur; • Onder d: Afwijkingsbepaling toegevoegd voor artikel 8.2.2 onder g voor een inhoud van 820 m3 indien de bebouwing wordt gerealiseerd in de vorm van een kapschuur.
48
Artikel 9.6.2 Uitzonderingen toegevoegd, zodat de volgende zaken niet vergunningsplichtig zijn: • Werken en werkzaamheden die reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; • Werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; • Werken en werkzaamheden die benodigd zijn ter uitvoering en instandhouding van het beeldkwaliteitsplan. Verbeelding • Lichte verschuiven bouwvlakken vrijstaande woningen bij waterleiding i.v.m. verleggen waterleiding; • Verschuiving aanduiding ‘bijgebouwen’ bij de vrijstaande woningen bij de waterleiding; • Lichte aanpassing dubbelbestemming waterleiding i.v.m. verleggen waterleiding; • Lichte aanpassing/optimalisatie bouwvlakken her en der. De voornaamste aanpassing betreft het naar het zuiden verplaatsen van het bouwvlak van de rug-aan-rugwoningen, zodat er meer afstand gecreëerd wordt tot de bestaande woningen aan Kwadijk.
49