CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025

Raadsplein Bespreekronde Ia 4 juli 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel inzake kadernota.22.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

als extra inkomsten in de tabel ingevuld. Deze extra inkomsten zijn gebaseerd op een stijging van 5% naar 10%. Omdat er voorgesteld is jaarlijks te verhogen van 10% naar 20% leidt dit voorstel voor de jaren 2025 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting van respectievelijk € 9.000, € 20.000 en € 35.000 en € 53.000. Deze bedragen zijn nu ook opgenomen in de tabel.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 6 Aanpassing tarief Toeristenbelasting vanaf 2026 (44)

Bij het opstellen van de begroting 2022 is in de jaren 2022 tot en met 2025 voor het verkrijgen van extra inkomsten een structurele verhoging van de toeristenbelasting opgenomen van jaarlijks € 100.000. Ook in de begroting 2025 is deze verhoging voor het jaar 2025 opgenomen. Om dit te realiseren worden de tarieven voor de watertoeristenbelasting en voor overnachtingen in andere accommodaties dan een kampeerterrein in 2025 met ongeveer 8% verhoogd. Bovenop deze 8% komt nog een verhoging van het inflatiepercentage van 5%. In 2025 stijgt het tarief dan in totaal met 13%. Voor de jaren 2026 en verder is rekening gehouden met een verhoging van 5% inflatie. Keuzemogelijkheden tarieven anders dan kampeerterrein. In 2024 is het tarief toeristenbelasting voor overnachten in een accommodatie anders dan een kampeerterrein € 3,40. In omliggende gemeenten zijn de tarieven 2024: Amsterdam € 16,76 Landsmeer € 9,38 Zaanstad € 7,54 Oostzaan € 4,65 Edam-Volendam € 3,40 Waterland € 3,10 Alkmaar € 2,73 Hoorn € 2,70 Enkhuizen € 2,70 Purmerend € 2,65 Medemblik € 1,97 Gooise Meren € 2,00 Wormerland € 1,95 Het gemiddelde tarief 2024 in Nederland is € 2,34. Ten opzichte van 2023 zijn de landelijke tarieven gemiddeld met 8,1% gestegen. Noord-Hollandse gemeenten hanteren in 2024 gemiddeld het hoogste tarief: € 3,51 per nacht, een stijging van 11,3% ten opzichte van een jaar eerder.

Het gemiddelde in Noord-Holland wordt vooral opgeschroefd door de gemeenten Amsterdam, Ouder-Amstel, Landsmeer en Haarlemmermeer. In onze gemeente is het tarief in 2024 gestegen met 13% van € 3.01 naar € 3,40. Het tarief in Edam-Volendam komt in 2025 na verhoging met 13% op € 3,85. Voorstel extra inkomsten verhoging tarief 2026 met 10% In de begroting 2026 en verder is rekening gehouden met een tariefstijging van 5% voor overnachten in een accommodatie anders dan een kampeerterrein. Als er voor gekozen wordt dit tarief 2026 te verhogen met 10%, in plaats van 5% dan leidt dit tot een hogere inkomst en verhoging van het saldo begroting in de jaren 2026 tot en met 2028 van respectievelijk € 65.000, € 70.000 en € 75.000. Het tarief in Edam-Volendam komt in 2026 na verhoging met 10% op € 4,25.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 6a Verhoging toeristenbelasting niet kampeerterrein met 20% (voorstel Fractie). Het verhogen van de toeristenbelasting voor overnachtingen in accommodaties anders dan een kampeerterrein met 20%, in plaats van de voorgestelde 10%.

Toelichting ambtelijke organisatie

Als we dit tarief in 2026 eenmalig met 20% verhogen, in plaats van 10%, dan leidt dit tot extra inkomsten voor de jaren 2026 tot en met 2028 van respectievelijk € 145.000, € 150.000 en € 160.000. Het tarief stijgt dan eenmalig in 2026 met 20% in plaats van 10%. Het tarief in Edam-Volendam komt voor 2026 na verhoging met eenmalig 20% uit op € 4,60. De verwachting is dat de tarieven van de andere gemeenten ook jaarlijks zullen stijgen. De partij die dit voorstel heeft ingediend had voor de jaren 2026 tot en met 2028 bedragen van respectievelijk € 65.000, € 70.000 en € 75.000 als extra inkomsten in de tabel ingevuld. Deze extra inkomsten 21

zijn gebaseerd op een stijging van 5% naar 10%. Omdat er voorgesteld is incidenteel in 2026 te verhogen van 10% naar 20% leidt dit voorstel voor de jaren 2026 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting van respectievelijk € 145.000, € 150.000 en € 160.000. Deze bedragen zijn nu ook opgenomen in de tabel.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 7 Aanpassing tarieven leges kleine vergunningen Omgevingswet (10)

De kosten van vergunningverlening worden niet volledig gedekt door de inkomsten uit leges. Het verschil is groter voor kleinere bouwwerken, die vaak ook vergunningsvrij uitgevoerd kunnen worden. Door de verschillende tarieven aan te passen worden de leges meer kostendekkend en ontstaat er meer evenwicht tussen kosten en opbrengsten. Dit voorstel leidt met ingang van 2025 tot een structurele verhoging van het saldo begroting van € 300.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het gaat hier om het meer kostendekkend maken van de leges.

Voorstel 8 Zaalhuur handbal (41)

Op dit moment krijgt de handbalvereniging een x aantal uren voor het 0-tarief als gevolg van afspraken rondom het buitenveld. Deze afspraak loopt al meer dan tien jaar en wordt nu in overleg met de handbal afgebouwd. Dit leidt in 2025 tot een verhoging van het saldo begroting met € 15.000 en met ingang van 2026 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 30.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college heeft dit voorstel op plaats 8 gezet.

Voorstel 9 Aanpassing tarieven huur sportaccommodaties (30)

Voorgesteld wordt om de tarieven voor het huren van sportaccommodaties, zowel de binnen- als buitensport, te verhogen met 10%. Dit leidt met ingang van 2026 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 79.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college heeft dit voorstel op plaats 9 gezet.

Voorstel 10 Verlaging indexering vanaf 2025 van 4% naar 2% (48)

In de primitieve begroting 2024 is de indexatie voor kostenstijgingen en inflatie verhoogd van 1,5% naar 4%. Voorgesteld wordt deze meerjarige indexatie te herzien en taakstellend aan te passen naar 2%. In het laatste jaar (2028) was, zoals gebruikelijk in dit stadium, helemaal nog geen indexatie doorgevoerd. In deze wijziging zijn ook de betreffende ramingen in dit jaar nu verhoogd met 2%. Naast het feit dat de inflatie een dalende lijn laat zien wordt hiermee ook een besparing bereikt van ruim 1 miljoen op de totale begroting. Deze bijstelling leidt voor de jaren 2025 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting met respectievelijk € 644.000, € 1.260.000, € 1.852.000 en € 1.226.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 11 Groenbeleidsplan (20)

In 2024 wordt het groenbeleidsplan opgesteld. Het vorige groenbeleidsplan is opgesteld zonder uitbreiding van het toen beschikbare budget. Dit budget is volledig benodigd voor het beheer en onderhoud. Dit heeft als gevolg dat er binnen projecten niet voldoende budget is om ook het groen aan te passen aan de huidige wensen/eisen. Binnen de omgevingsvisie zijn onderwerpen als klimaatadaptatie en biodiversiteit belangrijk. Binnen groen is er echter alleen budget beschikbaar voor de dagelijkse werkzaamheden. Aanpassingen in het areaal zijn hierdoor niet mogelijk. De verwachting is dat er € 250.000 extra budget nodig is om het areaal op orde te kunnen brengen en houden. Dit voorstel leidt tot een verlaging van het saldo begroting van € 250.000 voor 2025 en verder. In het geprognosticeerde begrotingstekort voor de jaren 2025 en verder is rekening gehouden met deze extra kosten. Als ervoor gekozen wordt om deze extra kosten niet op te nemen in de begroting 2025 en verder dan leidt dit met ingang van 2025 tot een verhoging van het saldo begroting van structureel € 250.000. 22

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 12 Bijstelling kosten college (1)

Het college bestaat uit een vijftal wethouders, waaronder een wethouder in deeltijd. In de begroting 2025 en verder willen we uitgaan van de aanname dat een volgend college mogelijk weer uit vier wethouders bestaat. Daarmee wordt ook een beperkter beroep gedaan op secretariële ondersteuning. Deze aanname leidt tot een structurele verhoging van het saldo begroting 2027 en verder van € 103.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 13 Reorganiseren dienstverlening Wijksteunpunt en CJG (37)

vanuit het Wijksteunpunt en het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt de voorliggende toegang uitgevoerd. Binnen de voorliggende toegang organiseren we alles wat preventief werken en voorkomen van (het groter worden van) problematiek mogelijk maakt. Dit kan je als gemeente zowel groot als klein optuigen, binnen de grenzen van de verschillende wetten (Jeugdwet, Wmo, Participatiewet). De verschillende diensten die zijn ingekocht worden uitgevoerd onder de vlag van het Centrum voor Jeugd en Gezin en het Wijksteunpunt mogen worden afgeschaald (met uitzondering van de jeugdgezondheidszorg en de onafhankelijk cliëntondersteuning). Binnen dit voorstel verlagen we de totale begroting van de voorliggende toegang met 25% en stellen we voor per 2026 deze te reorganiseren. Binnen deze ‘reorganisatie’ stellen we een visie vast op de toegang en wordt aan de hand daarvan bepaald op welke manier de dienstverlening moet worden ingericht (met 25% minder budget) om onze inwoners nog steeds zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Dit leidt per saldo in 2026 tot een verhoging van het saldo begroting met € 458.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 476.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 14 Formatie team projecten (2)

Een medewerker van team projecten wordt vanaf mei 2024 tot en met september 2026 gedetacheerd naar een andere gemeente met optie tot definitieve overgang. De medewerker blijft vooralsnog op de loonlijst, maar er staan detacheringsopbrengsten tegenover tot september 2026. Van de vrijgekomen formatie wordt een deel niet meer ingevuld. Deze formatie wijziging geeft een bezuiniging van € 50.000 per jaar. Dit leidt tot een verhoging van het saldo begroting. Opgemerkt wordt dat de gedetacheerde medewerker mogelijk in 2026 (of eerder) terugkeert naar onze gemeente. Wanneer de medewerker dan niet kan worden ingezet op een openstaande vacature vervalt de bezuiniging van € 50.000 per jaar.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 15 Investering Herinrichting Boelenspark (22)

Het Boelenspark dient heringericht te worden. Er zijn verschillende opties: volledig herinrichten of uitvoeren groot onderhoud en noodzakelijke vernieuwingen. Er volgt een apart raadsvoorstel, voorgesteld wordt om het besluit tot uitvoering in 2026 te nemen, waarbij gekeken wordt of het binnen de begroting past. Om de lasten op te nemen in de meerjarenbegroting, is een investering van € 1.800.000 opgenomen. De investering wordt afgeschreven in 20 jaar. De hierbij behorende kapitaallasten voor 2028 en verder zijn € 90.000 per jaar en leiden tot een structurele verlaging van het saldo begroting. In het geprognosticeerde begrotingstekort voor de jaren 2028 en verder is rekening gehouden met deze extra kosten. Als ervoor gekozen wordt om deze extra kosten niet op te nemen in de begroting 2025 en verder dan leidt dit met ingang van 2028 tot een verhoging van het saldo begroting van structureel € 90.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 16 Openbare verlichting (25)

In 2024 wordt het beleidsplan Openbare Verlichting opgesteld. Binnen de gemeente is de afgelopen jaren de openbare verlichting vervangen door LED. Hiervoor is destijds een krediet beschikbaar gesteld. Binnen de huidige budgetten is alleen ruimte voor het dagelijks beheer. Bij projecten en groot onderhoud moet vaak ook 23

de openbare verlichting worden aangepast om de verlichting te laten voldoen aan de nieuwe inrichting. Dit is financieel niet meegenomen in beleidsplannen van de andere disciplines. Ook moeten lichtmasten vaak tijdelijk worden verplaatst of weggehaald ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden. Om de werkzaamheden zonder vertragingen uit te kunnen voeren, is het van belang budget voor de openbare verlichting op te nemen in de begroting. De verwachting is dat er € 250.000 extra budget nodig is om het areaal op orde te kunnen houden. Dit voorstel leidt tot een verlaging van het saldo begroting van € 250.000 voor 2025 en verder. In het geprognosticeerde begrotingstekort voor de jaren 2025 en verder is rekening gehouden met deze extra kosten. Als ervoor gekozen wordt om deze extra kosten niet op te nemen in de begroting 2025 en verder dan leidt dit met ingang van 2025 tot een verhoging van het saldo begroting van structureel € 250.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 17 Bezuiniging budgetten integrale veiligheid (9)

De budgetten van integrale veiligheid zijn per post doorgelopen en waar mogelijk afgeraamd dan wel verlaagd. In totaal wordt € 96.000 bezuinigd waarvan de consequenties nog te overzien en op te vangen zijn. Dit leidt voor de jaren 2025 tot en met 2028 tot een structurele verhoging van het saldo begroting van ruim € 96.000. Bij meerdere en grotere bezuinigingen komt de uitvoering van de Veiligheidsagenda 2024-2027 en de noodzakelijke professionalisering van het Informatieknooppunt in gevaar. Dat is een voorwaardelijk aspect voor het Uitvoeringsprogramma van de Veiligheidsagenda 2024-2027.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 18 Beëindigen project en aframen krediet meekoppelkansen afrit Noordeinde (18)

Het project Meekoppelkans afrit Noordeinde is geen noodzaak. Van de afrit weten we dat dit een flinke investering gaat vragen terwijl er tot nu toe nog geen noodzaak is aangetoond. In de begroting is hiervoor een krediet beschikbaar van (kosten minus bijdrage derden) € 286.000, welke vanaf 2025 in 20 jaar wordt afgeschreven. Deze afschrijvingslasten zijn geraamd in de begroting en worden gedekt uit de reserve toekomstige kapitaallasten. Wanneer het project wordt beëindigd kunnen de geraamde afschrijvingslasten van € 14.000 per jaar (2025-2034) worden afgevoerd. Deze kapitaallasten hoeven dan niet te worden gedekt uit de reserve toekomstige kapitaallasten. De tot op heden gemaakte kosten bedragen € 35.000 en worden ten laste gebracht van de reserve toekomstige kapitaallasten. Ook vervalt de inzet van ambtelijke uren. Dit voorstel heeft geen gevolgen voor het saldo begroting.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 19 Huur hoogwerker (21)

Er wordt voor circa 26 weken per jaar een hoogwerker gehuurd, de kosten hiervan zijn € 25.000 per jaar. Het is goedkoper om een (2e hands) hoogwerker aan te schaffen. Voorgesteld wordt de maaiboot te verkopen, omdat deze nauwelijks gebruikt wordt. Er wordt een krediet van € 30.000 aangevraagd voor een hoogwerker met een afschrijvingstermijn van 10 jaar. De vervallen kapitaallasten van de maaiboot dienen ter dekking van de kapitaallasten van de hoogwerker. Per saldo leidt dit voorstel tot een verhoging saldo begroting van € 25.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 20 Aanpassen afschrijftermijn voor scholen (29)

De toekomstige scholen die gebouwd worden, worden nu nog afgeschreven in 40 jaar. Deze termijn zou naar 60 jaar kunnen. Dit leidt tot een verhoging van het saldo begroting van respectievelijk € 42.000 in 2026, en € 134.000 in 2027 en 2028.

Wijziging en/of aanvulling Geen

24

Voorstel 21 Seizoenkaarten FC Volendam (5)

Voortaan 2 seizoenkaarten FC Volendam aan te schaffen in plaats van 4. Dit leidt tot een verhoging van het saldo begroting van € 8.000.Consequentie: indien nodig een extra kaartje kopen.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 22 Doorrekening deel extra kosten kermis aan ondernemers (12)

De gemeente is de organisatie van de Kermis, sinds Corona, op een andere – meer professionele – wijze gaan ondersteunen en begeleiden. Onderzocht wordt op welke wijze een deel van de extra kosten (€ 75.000) ten laste van ondernemers kunnen worden gebracht. Dit voorstel leidt structureel tot een verhoging van het saldo begroting met € 75.000.

Wijziging en/of aanvulling

Hier wordt momenteel onderzoek naar gedaan.

Voorstel 23 Overstap Milieustraat Purmerend (27)

De gemeente Purmerend is gestart met de voorbereidingen om een nieuwe milieustraat en werf te realiseren. In de capaciteit van die nieuwe milieustraat in Purmerend is het een optie dat onze gemeente ook gebruik gaat maken van deze nieuwe milieustraat. In welke contractvormen dit zou kunnen plaatsvinden dient nader uitgewerkt te worden. Bij een overstap wordt een besparing verwacht, waarvan het grootste deel bestaat uit personeelskosten. Dit kan worden gerealiseerd door natuurlijk verloop, onder andere pensionering. Wel moet rekening worden gehouden met een op een nader te bepalen plek te realiseren terrein voor het materieel van de buitendienst. Ingeschat wordt dat de overstap naar de milieustraat Purmerend per saldo een besparing zal opleveren van € 350.000 vanaf 2027 en verder. Het perceel Julianalaan/Veermanlaan biedt vervolgens mogelijkheden voor herontwikkeling.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de voorstellen Overstap Milieustraat Purmerend (23), Inzameling bedrijfsafval (23a) en afstoten Milieustraat Oosthuizen (23b) te clusteren. Ook de jaren van realisatie zijn op elkaar afgestemd. Realisatie wordt niet eerder dan in 2027 verwacht. De besparing afstoten milieustraat Oosthuizen van € 150.000 in 2026 is daarom afgevoerd.

Voorstel 23a Inzameling bedrijfsafval (24)

De gemeente is niet verplicht bedrijfsafval in te zamelen. Hierin wordt wel voorzien, maar de kosten hiervoor zijn hoger dan de in rekening gebrachte reinigingsrechten. En niet alle bedrijven binnen de gemeente hebben hiervoor een contract. Er wordt bij de milieustraat bovenmatig veel bedrijfsafval ingeleverd en de indruk bestaat dat dit niet alleen afval uit de gemeente is. In een aantal gevallen komen ook bedrijven buiten de gemeente het afval op onze milieustraat brengen. Door de genoemde oorzaken is de inzameling van bedrijfsafval niet kostendekkend. Naast de hoge kosten is er momenteel geen vergunning voor de inzameling bedrijfsafval. Als ervoor gekozen wordt bedrijfsafval in te blijven zamelen zal een marktconforme prijs gehanteerd moeten worden en er zal een goede administratie ingericht moeten worden. Dit kost 2 fte en de logistiek van de milieustraat moet aangepast worden, zoals de toegangspoort en het passensysteem. Voor deze extra kosten kan op dit moment nog geen goede inschatting worden gemaakt. In april/mei 2024 wordt door een extern bureau onderzoek uitgevoerd op de beide milieustraten, om aan de hand van gegevens uit het onderzoek onderbouwde keuzes te kunnen maken en te overwegen om te stoppen met het inzamelen van bedrijfsafval. Voor de zomer wordt een nieuw grondstoffen beleidsplan opgesteld, welke na de zomer aan de raad zal worden voorgelegd.

Op dit moment zijn de mogelijke besparingen daardoor nog niet bekend en ook is er geen realistische inschatting te maken.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de voorstellen Overstap Milieustraat Purmerend (23), Inzameling bedrijfsafval (23a) en afstoten Milieustraat Oosthuizen (23b) te clusteren. Ook de jaren van realisatie zijn op elkaar afgestemd. Realisatie wordt niet eerder dan in 2027 verwacht. De besparing afstoten milieustraat Oosthuizen van € 150.000 in 2026 is daarom afgevoerd. 25

Voorstel 23b Afstoten Milieustraat Oosthuizen (17)

In de gemeente zijn 2 milieustraten (Julianaweg en Oosthuizen). Oosthuizen heeft zeer beperkte openingstijden, drie dagen per week, korter dan 2 uur per dag. Hierdoor kunnen medewerkers niet efficiënt worden ingeroosterd en is er sprake van een behoorlijke reistijd ten opzichte van de openingsuren. Door de milieustraat in Oosthuizen te sluiten, kan € 150.000 worden bespaard op personeelskosten. Dit kan worden gerealiseerd door natuurlijk verloop, onder andere door pensionering. De besparing op het materieel van de milieustraat in Oosthuizen is nog niet inzichtelijk, omdat dit niet per locatie in de administratie is verwerkt. Het gaat om 20 containers, een perscontainer, trekker etc. Daarnaast vervalt het beheer en onderhoud aan het gebouw en kan (een deel) van de grond worden verkocht voor ontwikkeling. In Oosthuizen staat materieel voor het onderhoud in de lintdorpen, bij afstoten van de milieustraat zal een beperkte opslag gerealiseerd moeten worden voor dit materieel. Het pand op de milieustraat in Oosthuizen is technisch afgeschreven. Bij het in stand houden van de milieustraat Oosthuizen zal er herbouwd moeten worden. Voor de herbouw dient nog te worden uitgewerkt wat er precies nodig is. Het afstoten van de milieustraat Oosthuizen leidt tot een verhoging van het saldo begroting van € 150.000 op de personeelskosten voor 2026 en verder.

De besparing op het materieel van de milieustraat zal ook bijdragen aan een verhoging van het saldo begroting, deze is nog niet bekend. Bij afstoten van de milieustraat is herbouwen niet noodzakelijk, waardoor de grond kan worden herontwikkeld, wat een (incidentele) opbrengst zal opleveren. N.B. Voor dit punt is er een sterke relatie met het overstappen van de milieustraat op de Julianaweg naar de nieuwe milieustraat in Purmerend. De uitwerking van een overstap moet nog plaatsvinden.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de voorstellen Overstap Milieustraat Purmerend (23), Inzameling bedrijfsafval (23a) en afstoten Milieustraat Oosthuizen (23b) te clusteren. Ook de jaren van realisatie zijn op elkaar afgestemd. Realisatie wordt niet eerder dan in 2027 verwacht. De besparing afstoten milieustraat Oosthuizen van € 150.000 in 2026 is daarom afgevoerd. In afwijking van de oorspronkelijk opgenomen tekst leidt het afstoten van de milieustraat Oosthuizen niet tot een verhoging van het saldo begroting van € 150.000 voor 2026 maar pas met ingang van 2027 en verder.

Voorstel 24 Verduurzaming en optimalisatie wagenpark (28)

De wagenparkbeheerder heeft het wagenpark geanalyseerd. In 2024 zullen een aantal voertuigen worden vervangen, indien mogelijk voor een duurzame variant. De kosten van een duurzame variant zijn hoger. Bij vervanging van 9 voertuigen is het verschil € 41.000. Bij afschrijving in 7 jaar zijn de lasten € 6.000 per jaar hoger. Daarnaast is de besparing op brandstof en wegenbelasting € 5.000 per jaar. Daarnaast is het gebruik van alle voertuigen geanalyseerd, en zouden 5 voertuigen kunnen komen te vervallen. Dit is een besparing van € 134.000. Bij een afschrijving over 7 jaar is de besparing in afschrijvingslasten € 19.000 per jaar. Per saldo leidt dit tot een structurele verhoging van het saldo begroting van € 18.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 25 Reorganiseren activiteiten aanbod talentontwikkeling en LEF (36)

Als gemeente hebben we de afgelopen jaren zwaar ingezet op het stimuleren van talentontwikkeling en alternatieve activiteiten voor jongeren bij LEF. Met dit voorstel schalen we dit af en voegen we de budgetten voor activiteiten van talentontwikkeling en LEF samen om toch in een stuk zinvolle vrijetijdsbesteding en talentontdekking/-ontwikkeling i.c.m. de preventieve werking ervan te kunnen voorzien. Bij LEF gaan we vooral inzetten op de ouderbetrokkenheid. Dit leidt in 2026 tot een verhoging van het saldo begroting met € 252.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met 268.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 26 Overdracht wegen en stedelijk water HHNK (26)

Per 1 januari 2025 zal het HHNK 70 kilometer wegen (en alle aanverwante zaken zoals bruggen, verlichting, verkeersborden, straatmeubilair, groen, etc.) aan de gemeente overdragen en zal de gemeente stedelijk water aan HHNK overdragen. Na de overdracht van de wegen zal voor de burgers de wegenheffing door HHNK komen te vervallen en ook de bijdrage van de gemeente aan HHNK. De gemeente zal de wegenheffing in de OZB 26

meenemen en zal de uitbreiding van het areaal in de onderhoudsplannen verwerken. De verwachting is dat de overdracht van wegen en bruggen door het HHNK aan de gemeente per saldo leidt tot lagere uitgaven. De bedragen die het HHNK nu in rekening brengt zijn hoger dan de kosten die de gemeente naar verwachting gaat maken. De gemeente zal de kosten moeten omslaan over de OZB. Omdat de gemeente geen ervaring heeft met deze taak wordt voorgesteld het bedrag dat de burger nu aan het HHNK betaalt ook te laten betalen aan de gemeente. Op basis van de huidige kennis, gegevens en inschattingen leidt dit met ingang van 2025 tot een structurele verhoging van het saldo begroting van € 500.000. Deze ruimte willen we graag beschikbaar houden voor toekomstige tegenvallers die wij nu nog niet kunnen voorspellen. Daarnaast neemt het HHNK een groot deel van het stedelijk water van de gemeente over, bermsloten worden aan de gemeente overdragen. De verwachting is dat hier nauwelijks financiële gevolgen uit zullen voortvloeien.

Wijziging en/of aanvulling

Uit recentere berekeningen blijkt dat niet € 500.000 maar € 327.000 als voordeel van de overdracht van wegen HHNK geraamd kan worden. Dit is ook toegelicht in het raadsvoorstel wegenoverdracht HHNK dat op 20 juni in de raad zal worden behandeld. Ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel leidt dit tot per saldo tot een verlaging van het saldo begroting van € 173.000 (€ 500.000 – € 327.000). De financiële gevolgen van dit voorstel worden verwerkt in de begroting 2025.

Voorstel 27 Aanpassing tarief leges parkeervergunningen/parkeerontheffing (16)

Op dit moment zijn er binnen de gemeente blauwe zones. Inwoners kunnen hiervoor een parkeerontheffing (vergunning) aanvragen. In 2024 kost deze € 22,85. Voorgesteld wordt dit in stappen te verhogen naar € 100 in 2028. Wanneer betaald parkeren wordt ingevoerd is er geen sprake meer van een vergunning, maar van een ontheffing. Prijsontwikkeling kan gelijk worden gehouden met een vergunning tot 2028. Per saldo leidt dit voorstel voor de jaren 2025 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting van respectievelijk € 29.000 € 77.000, € 136.000, en € 155.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 27a Hoger tarief parkeervergunningen/parkeerontheffing voor 2e auto (Nieuw voorstel college) In voorstel 27 wordt voorgesteld om het tarief parkeervergunning/parkeerontheffing voor een 1e auto in stappen te verhogen naar € 100. In dit voorstel 27a stelt het college voor om het tarief parkeervergunning/parkeerontheffing voor een 2e auto in 4 stappen te verhogen naar € 180. Dit tarief is gebaseerd op de tarieven die de gemeente Waterland wil hanteren in de parkeerschijfzone. Per saldo leidt dit voorstel voor de jaren 2025 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting van respectievelijk € 6.000 € 12.000, € 18.000 en € 24.000.

Voorstel 28 Beëindigen project en aframen krediet P+R Oosthuizen (19)

Eerdere onderzoeken naar de bezetting voor P&R Singelweg in Edam hebben aangetoond dat er geen subsidies worden verstrekt door de Vervoersregio. In Oosthuizen zal dit niet anders zijn. In de huidige situatie zijn er in de wijk geen problemen met de parkeerdruk. Noodzaak voor de aanleg van een P&R terrein ontbreekt daarmee. Er is in de begroting een voorbereidingskrediet beschikbaar € 100.000, waar nog niet op wordt afgeschreven (er zijn nog geen kapitaallasten opgevoerd in de begroting). Wanneer het project wordt voortgezet, zal de raad gevraagd worden een uitvoeringskrediet beschikbaar te stellen (enkele tonnen meer) en zullen extra kapitaalslasten in de begroting moeten worden opgenomen. Deze kapitaallasten zullen een extra beroep doen op de reserve toekomstige kapitaallasten. Bij beëindiging van dit project zullen er geen extra kapitaallasten ten laste van de begroting worden opgenomen. De reeds gemaakte kosten bedragen tot op heden van € 31.000. Deze kosten zullen ten laste van de reserve toekomstige kapitaallasten worden gebracht. Dit voorstel heeft geen gevolgen voor het saldo begroting.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om dit bezuinigingsvoorstel niet over te nemen en het project niet te beëindigen. Omdat het uitvoeringskrediet nog niet beschikbaar is gesteld heeft het laten staan van dit voorstel nu geen gevolgen voor het saldo begroting. Als het project wordt voortgezet zal de raad gevraagd worden een uitvoeringskrediet beschikbaar te stellen. 27

Voorstel 29 Invoeren betaald parkeren (23)

In de gemeente is parkeren vrijwel overal gratis. Ingeschat wordt dat het invoeren van betaald parkeren € 500.000 zal opleveren. Daarnaast is de verwachting dat er € 100.000 aan parkeerboetes geïnd zal worden. Wel is het noodzakelijk kosten te maken voor het beheren van de betaalzuilen, deze kosten worden ingeschat op € 100.000 per jaar. Voor handhaving is de wens gebruik te maken van een camera auto na invoering van betaald parkeren. Deze kan gedeeld worden met gemeente Waterland, geschatte kosten € 100.000 per jaar. Door het inzetten van een camera auto zijn er 3 FTE BOA minder nodig, besparing ca. € 240.000 per jaar. In het geval van boetes komen de inkomsten bij de gemeente in tegenstelling van de blauwe zones, waarbij de inkomsten naar het Rijk gaan. Per saldo leidt dit voorstel voor 2026 en verder tot een verhoging van het saldo begroting van € 640.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 30 Invoeren forensenbelasting (voorstel Fractie).

Mensen die langere tijd in onze gemeente verblijven - zonder hier hun hoofdverblijf te hebben - maken gebruik van onze voorzieningen. Het is normaal dat ze daar dan ook voor betalen.

Toelichting ambtelijke organisatie

Hieronder alvast wat algemene informatie over Forensenbelasting. De gemeente kan forensenbelasting heffen van (natuurlijke) personen die meer dan 90 dagen in de gemeente verblijven zonder daar hun hoofdverblijf te hebben. De aanslag wordt opgelegd aan degene die de gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft. De gemeubileerde woning moet aan een aantal eisen voldoen. Zo moet de gemeubileerde woning een toilet, en de beschikking over een keuken en een wasgelegenheid hebben. De forensenbelasting dient ertoe om mensen die relatief veel in een gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. De opbrengsten van de forensenbelasting zijn doorgaans relatief laag in verhouding tot de andere belastingen die de gemeente heft. Een uitzondering geldt voor de gemeenten met veel ‘tweede’ woningen van personen die niet zelf in de gemeente woonachtig zijn. Dit moet voor onze gemeente worden onderzocht. Verder moet dan nog worden onderzocht in hoeverre die personen daar meer dan 90 dagen verblijven. De vraag is of de baten van deze heffing opwegen tegen de kosten die aan de registratie en het (doorlopend) onderzoek naar het verblijf zijn verbonden. a. Heffing is alleen mogelijk van ‘natuurlijke personen’. Van ‘niet-natuurlijke personen’ (ondernemingen, bv. Landal, Roompot) kan dus niet worden geheven. b.

Het gaat om woningen, stacaravans en chalets van eigenaren die niet in onze gemeente hoofdverblijf hebben. c. De woningen e.d. moeten meer dan 90 dagen van het jaar voor de eigenaar (zich) of zijn gezin beschikbaar gehouden zijn. d. Voor woningen e.d. op parken en campings die geen eigendom zijn van de exploitant (en dus in particulier eigendom zijn van een natuurlijk persoon) moeten afspraken worden gemaakt voor de registratie van de verhuur met de exploitant. e. Voor woningen niet op parken en campings moet de beschikbaarheid blijken uit het ontbreken van inschrijvingen op dat adres én de aanwezigheid van meubilair. f. Bekeken moet worden hoe de heffing van forensenbelasting zich verstaat met de heffing van toeristenbelasting. Zo zijn er gemeenten die een vrijstelling van forensenbelasting toepassen indien ook toeristenbelasting is verschuldigd. Het omgekeerde komt echter vaker voor. g. De werkbelasting voor de heffing van de forensenbelasting is (afgezien van de eerste opzet en invoering) naar onze eerste inschatting niet groter dan de toeristenbelasting. h. Een verder onderzoek, mogelijk ondersteund door een gespecialiseerd bureau, zal noodzakelijk zijn om meer informatie over mogelijkheden en onmogelijkheden en verwachte opbrengsten in beeld te krijgen. Ter indicatie.

Als er 50 woningen aangeslagen kunnen worden voor een bedrag van € 400 dan levert dit een structurele extra inkomst op van € 20.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om dit voorstel op te nemen. Een verder onderzoek, mogelijk ondersteund door een gespecialiseerd bureau, zal noodzakelijk zijn om meer informatie over mogelijkheden, onmogelijkheden, 28

verwachte opbrengsten en jaar van invoering in beeld te krijgen. Voorzichtigheidshalve wordt uitgegaan van invoering in 2026.

Voorstel 31 Waterdam (prestatie afspraak) (40)

Op dit moment hebben we nog de afspraak met Sportfondsen dat we het exploitatietekort dichten. We willen de komende periode de stap zetten naar prestatieafspraken waardoor sportfondsen ook ondernemersrisico kan gaan lopen en verantwoordelijk wordt voor een eventueel negatief resultaat. Dit leidt met ingang van 2026 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 100.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 32 Beheer kunstcollectie (31)

Afgelopen maanden heeft een inventarisatie en categorisering plaats gevonden van kunstobjecten die onze gemeente in bezit heeft. Aan de hand hiervan is een deel van de collectie aangemerkt als zogenaamde kerncollectie. Het overige kan worden teruggegeven, vernietigd of geveild. Vervolgens moet de kerncollectie in een ruimte worden opgeborgen of tentoongesteld waarin het object wordt geconserveerd voor de toekomst. Het beheer brengt kosten met zich mee. Maar er is tegelijk ook een optie om het beheer niet professioneler te onderhouden. De geraamde kosten die met het beheer samen hangen betreffen € 25.000 structureel. In het geprognosticeerde begrotingstekort voor de jaren 2025 en verder is rekening gehouden met deze extra kosten. Als ervoor gekozen wordt om deze extra kosten niet op te nemen in de begroting 2025 en verder dan leidt dit met ingang van 2025 tot een verhoging van het saldo begroting van structureel € 25.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om dit bezuinigingsvoorstel niet over te nemen. De besparing van € 25.000 is in het nieuwe overzicht op 0 gezet.

Voorstel 33 Aanpassing tarief Watertoeristenbelasting (ongedaan maken) (45) Voorstel geen verhoging tarieven watertoeristenbelasting in 2025 en verder.

Bij het invoeren van de watertoeristenbelasting in 2019 is door het college voorgesteld het tarief van de watertoeristenbelasting gelijk te stellen aan het tarief voor overnachtingen op een kampeerterrein (het zogenaamde lage tarief) zijnde € 1,27 in 2019. In afwijking van het college voorstel heeft de raad destijds besloten het tarief voor de watertoeristenbelasting gelijk te stellen aan het tarief voor overnachten in een accommodatie anders dan een kampeerterrein (het zogenaamde hoge tarief) zijnde € 1,71 in 2024). Bij het besluit van de raad lagen de tarieven 2019 vrij dicht bij elkaar (€ 1,71 versus € 1,27). In 2024 is het tarief voor de watertoeristenbelasting € 3,40 en het tarief voor overnachten op een kampeerterrein € 1,45. De verschillen zijn nu dus een stuk groter. Het tarief van de watertoeristenbelasting is dus gekoppeld aan het tarief voor overnachten in een accommodatie anders dan een kampeerterrein. In onze gemeente is dit tarief in 2024 gestegen met 13% van € 3.01 naar € 3,40. Het tarief in Edam-Volendam komt in 2025 na verhoging met 13% op € 3,85. In de afgelopen jaren zijn er meerdere kritische vragen en signalen binnengekomen over de hoogte van dit tarief en de extra jaarlijkse stijging van dit tarief in de afgelopen jaren.

In omliggende Markermeer/IJsselmeer gemeenten zijn de tarieven voor de watertoeristenbelasting 2024: Edam-Volendam € 3,40 Enkhuizen € 2,70 Waterland € 2,15 Gooise Meren € 2,00 Medemblik € 1,97 Hoorn € 1,90

29

Het tarief van de watertoeristenbelasting is dus gekoppeld aan het tarief voor overnachten in een accommodatie anders dan een kampeerterrein. In onze gemeente is dit tarief in 2024 gestegen met 13% van € 3.01 naar € 3,40. Het tarief in Edam-Volendam komt in 2025 na verhoging met 13% op € 3,85. Uit bovenstaande gegevens is op te maken dat het tarief voor watertoeristenbelasting in Edam-Volendam hoger is dan omliggende Markermeer/IJsselmeer gemeenten. Een verhoging van dit tarief met 13% naar € 3,85 maakt het verschil nog groter. Om het verschil met de tarieven van omliggende gemeenten te verkleinen/niet te laten toenemen kan ervoor worden gekozen om het tarief voor de watertoeristenbelasting in 2025 en verder niet te laten stijgen. Het tarief blijft dan voor de jaren 2025 tot en met 2028 € 3,40. Dit leidt tot een lagere inkomst en verlaging van het saldo begroting in de jaren 2025 tot en met 2028 van respectievelijk € 20.000, € 25.000, € 35.000 en € 35.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 33a Verlaging watertoeristenbelasting niet laten doorgaan (voorstel Fractie).

Het schrappen van de verlaging van de watertoeristenbelasting zoals voorgesteld in de ombuigingennota.

Toelichting ambtelijke organisatie

Dit voorstel leidt tot een verhoging van het saldo begroting 2025 tot en met 2028 van respectievelijk € 20.000, € 25.000, € 35.000 en € 35.000. Verder geen opmerkingen..

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om dit voorstel niet over te nemen. Overname van dit voorstel leidt ertoe dat het tarief van de watertoeristenbelasting nog meer zal gaan afwijken van omliggende gemeenten. Dit is niet gewenst. Zie ook de tabel in de tekst van voorstel 33. Het niet overnemen van dit voorstel leidt tot een verlaging van het saldo begroting 2025 tot en met 2028 van respectievelijk € 20.000, € 25.000, € 35.000 en € 35.000. De bedragen zijn in de tabel op 0 gezet.

Voorstel 34 Verplaatsen activiteiten CJG naar Singel (39)

Het Centrum voor Jeugd en Gezin is momenteel gehuisvest in De Griend. Dit pand is geen eigendom van de gemeente en wordt gehuurd. Dit kost de gemeente ongeveer € 160.000 per jaar. Wij stellen voor om de activiteiten CJG in 2025 te verplaatsen naar de Singel in Edam. De Singel dient hiervoor wel grondig te worden verbouwd. De kosten hiervoor worden geraamd op € 1,5 mln. Indien de investering wordt afgeschreven in 25 jaar leidt dit tot een structurele afschrijvingslast van € 60.000. Verder is het de verwachting dat de overige lasten, zoals bijvoorbeeld voor nutsvoorzieningen, bij permanente bezetting met ongeveer € 40.000 zullen toenemen. De restant boekwaarde van het actief Inrichtingskosten De Griend bedraagt per 1-1-2025 nog € 121.000. Dit voorstel leidt in 2025 tot een verlaging van het saldo begroting van € 72.000 door de eenmalige afschrijving van het actief Inrichtingskosten De Griend. Maar voor de jaren 2026 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting van respectievelijk € 63.000, € 68.000 en € 68.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 35 Aanpassing tarief OZB (42)

Het COELO is het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden. Zij publiceert ieder jaar de Atlas van de lokale lasten. De atlas geeft een overzicht van de hoogte en ontwikkeling van belastingen en heffingen van alle gemeenten. In de atlas zijn interactieve kaarten opgenomen. Op deze kaarten is te zien is welke bedragen worden betaald voor belastingen en heffingen. Een vergelijking van de ozb-tarieven van verschillende gemeenten zegt op zichzelf betrekkelijk weinig. Immers, een laag tarief kan in combinatie met een hoge grondslag best tot een hoge belastingaanslag leiden. In de atlas wordt daarom een vergelijking weergegeven vanuit het standpunt van de belastingbetaler. Deze vergelijking is gebaseerd op de gemiddelde aanslag. Dit is de hoogte van de OZB aanslag bij een voor die gemeente geldende gemiddelde woningwaarde. Uit het overzicht blijkt dat alleen de gemeente Amsterdam een lagere gemiddelde OZB aanslag heeft. Dit wil niet zeggen dat voorzieningen in Amsterdam niet op orde zijn. Amsterdam beschikt over andere grote inkomstenbronnen zoals de toeristenbelasting en de parkeerbelasting. In Amsterdam levert de parkeerbelasting meestal meer op dan de OZB op woningen. De OZB aanslag in Amsterdam is naar alle waarschijnlijkheid zo laag omdat onder andere de opbrengst betaald parkeren ruim €300 per inwoner is. 30

Vergeleken met het gemiddelde van Nederland is de gemiddelde aanslag OZB van onze gemeente € 92 lager. Vergeleken met het gemiddelde van de omliggende gemeenten is de gemiddelde aanslag OZB van onze gemeente € 113 lager. Wat ook opvalt is dat het stijgingspercentage en de nominale stijging over de jaren 2019 tot en met 2023 in onze gemeente veel lager is dan het landelijk gemiddelde en de omliggende gemeenten. Het stijgingspercentage over de jaren 2019-2023 is in onze gemeente 19%. In Nederland is dit 43% en in onze omliggende gemeenten is dit percentage gemiddeld 65%. Uit bovenstaande kan de conclusie getrokken worden dat onze gemeente voor wat betreft de inkomsten OZB achter is gebleven op het landelijk gemiddelde en het gemiddelde in onze omliggende gemeenten. In de begroting 2024 is voor de jaren 2025 en verder gekozen om tarief OZB jaarlijks met 5% te verhogen. Er kan voor gekozen worden om dit tarief in 2025 en 2026 met 10%, in plaats van 5% te verhogen. En vervolgens in 2027 en verder het tarief met 2%, in plaats van 5% te verhogen. Na 2 jaar verhoging met 10% is het tarief van onze gemeente nog steeds lager dan het gemiddelde tarief van Nederland en omliggende gemeenten. Dit voorstel leidt voor de jaren 2025 tot en met 2028 tot een verhoging van het saldo begroting van respectievelijk € 350.000, € 760.000, €540.000 en € 720.000.

Voor meer informatie over de OZB-tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen uitgangspunten voor de begroting 2025.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 36 Verhoging Precarioheffing terrassen (voorstel Fractie).

Berekenen wat verhoging precariobelasting terrassen met 30% op kan leveren.

Toelichting ambtelijke organisatie

De geraamde opbrengst precariobelasting 2024 voor terrassen bedraagt € 20.500. Verhoging van het tarief met 30% levert op basis van de huidige belastbare m2 terras € 6.150 op. De partij die dit voorstel heeft ingediend had nog geen bedrag in de tabel ingevuld. Dit voorstel leidt met ingang van 2025 tot een verhoging van het saldo begroting van structureel € 6.000. Deze bedragen zijn nu ook opgenomen in de tabel.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 37 Opvoering investering Val van Urk: verbouwing raadszaal (47)

Verplaatsing raadszaal van PX naar Val van Urk 7. Wij stellen voor om hier een investeringsbudget van € 1,6 mln. voor beschikbaar te stellen. Afschrijving gedurende een periode van 25 jaar zorgt voor een jaarlijkse afschrijvingslast van € 64.000. Dit voorstel leidt tot structurele daling van het saldo begroting vanaf 2027 en verder.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de voorstellen Opvoering investering Val van Urk 7 verbouwing raadszaal (37), Verplaatsen raadszaal van PX naar Val van Urk (37a), Opvoering investering Stadskantoor nieuwbouw stadskantoor (37b) en een nieuw voorstel Sluiting pand de Deimpt (37c) te clusteren.

Voorstel 37a Verplaatsen raadszaal van PX naar Val van Urk (7)

Het voornemen bestaat om de raadszaal te verplaatsen naar de Val van Urk 7. De investering van € 1,6 mln. voor de verbouwing van de Val van Urk 7 staat onder de investeringen opgenomen. Naast de investering heeft dit besluit ook gevolgen voor andere exploitatiebudgetten. Zo kan het budget voor het huren van de PX worden afgevoerd en dienen voor de Val van Urk nutsvoorzieningen geraamd worden. Vooralsnog wordt deze bijstelling budgetneutraal geraamd en leidt dus niet tot een bijstelling van het saldo begroting.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de voorstellen Opvoering investering Val van Urk 7 verbouwing raadszaal (37), Verplaatsen raadszaal van PX naar Val van Urk (37a), Opvoering investering Stadskantoor nieuwbouw stadskantoor (37b) en een nieuw voorstel Sluiting pand de Deimpt (37c) te clusteren.

Voorstel 37b Opvoering investering Stadskantoor: nieuwbouw stadskantoor (3)

De organisatie is verspreid over meerdere (zwaar) verouderde panden. Dit is duur en maakt ons geen aantrekkelijke werkgever op deze krappe arbeidsmarkt. De huidige panden vereisen flinke investeringen om ze nog 15-20 jaar bruikbaar en duurzaam te houden. Het is waarschijnlijk verstandiger, duurzamer en goedkoper 31

om nieuwbouw neer te zetten. Deze nieuwbouw is dan geschikt voor de komende 40 jaar. Daarbij kunnen dan de oude locaties verkocht/(her)ontwikkeld worden. Met de raad samen loopt sinds eind 2023 een proces om te bepalen of we nieuwbouw willen toepassen en zo ja, op welke locatie. Afschrijving in 60 jaar is wellicht een mogelijkheid. Voorstellen daarover worden na de zomervakantie aan de raad voorgelegd. Als grove inschatting wordt uitgegaan van een investering van € 35 mln. voor een nieuw gebouw, waarbij de investeringen globaal gedaan worden in de periode 2028 – 2032. Dit is mede afhankelijk van de locatiekeuze, sommige locaties zijn sneller te ontwikkelen dan andere. Hier staat tegenover een lagere exploitatielast en na 2032 opbrengst uit verkoop van de huidige locaties. De investering die nodig is om in de huidige panden te blijven, als er geen nieuwbouw komt, wordt momenteel berekend. Rond de zomer levert het bureau dat ons begeleidt de definitieve berekeningen met betrekking tot de verschillende opties/locaties voor nieuwbouw en voor de keuze om in de huidige panden te blijven

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de voorstellen Opvoering investering Val van Urk 7 verbouwing raadszaal (37), Verplaatsen raadszaal van PX naar Val van Urk (37a), Opvoering investering Stadskantoor nieuwbouw stadskantoor (37b) en een nieuw voorstel Sluiting pand de Deimpt (37c) te clusteren.

Voorstel 37c Sluiting pand de Deimpt (nieuw voorstel college)

Het pand De Deimpt 7 wordt nu door ambtenaren en raadsleden gebruikt als vergadercentrum. Het is de bedoeling om De Deimpt 7 te sluiten wanneer de renovatie van de Val van Urk 7 is afgerond. Alle activiteiten kunnen dan verplaatst worden naar de Val van Urk. Het sluiten van De Deimpt 7 zorgt met ingang van 2027 voor een structurele lastenvermindering van ongeveer € 58.000 per jaar. Met name de energielasten kunnen drastisch worden verlaagd. De onderhoudsbudgetten zijn reeds afgevoerd in de Voorjaarsnota 2024.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de voorstellen Opvoering investering Val van Urk 7 verbouwing raadszaal (37), Verplaatsen raadszaal van PX naar Val van Urk (37a), Opvoering investering Stadskantoor nieuwbouw stadskantoor (37b) en een nieuw voorstel Sluiting pand de Deimpt (37c) te clusteren.

Voorstel 38 Kosten toeristisch coördinator (zie ook voorstel Kosten extra inspanning toerisme) (14)

In de raadsvergadering van 24 november 2022 is een motie vastgesteld waarin is voorgesteld een toeristisch coördinator aan te stellen in de gemeente. De lasten van deze coördinator zijn nog niet structureel in de begroting opgenomen. Voorgesteld wordt de kosten voor deze functionaris met ingang van 2025 te ramen in de begroting. Omdat hiervoor geen andere dekkingsmogelijkheden beschikbaar zijn leidt deze extra uitgave met ingang van 2025 structureel tot een verlaging van het saldo begroting van € 100.000. In het geprognosticeerde begrotingstekort voor de jaren 2025 en verder is rekening gehouden met deze extra kosten. Als ervoor gekozen wordt om deze extra kosten niet op te nemen in de begroting 2025 en verder dan leidt dit met ingang van 2025 tot een verhoging van het saldo begroting van structureel € 100.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om deze besparing pas in te laten gaan met ingang van het jaar 2027. De besparingen in 2025 en 2026 van respectievelijk € 101.000 en € 104.000 zijn in de tabel daarom op 0 gezet.

Voorstel 39 Revitaliseren singelwijk (38)

Het programma revitalisering Singelwijk is geen wettelijke verplichting. Daarom is het mogelijk om per 2026 de uitvoering (beleid) ervan aan te passen. In 2025 vindt een evaluatie plaats. Op dat moment zal worden besloten hoe het project doorgang vindt. Vooralsnog brengen we direct een bezuiniging in. De bezuiniging kan in de praktijk hoger of lager afvallen. Dit leidt in 2026 tot een verhoging van het saldo begroting met € 141.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 147.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de besparing in 2026 van € 141.000 te wijzigen in € 70.000. De bedragen in de tabel zijn hierop aangepast.

Voorstel 40 Beëindigen project en aframen krediet meekoppelkansen steiger Etersheim (11)

Het projecten Meekoppelkans steiger Etersheim is geen noodzaak. De steiger Etersheim is al langere tijd onderwerp van gesprek. De stijger kost flink wat meer geld (enkele tonnen) dan nu begroot terwijl er geen 32

rendement voor ons als gemeente op zit. In de begroting is momenteel per saldo (kosten minus bijdragen derden) krediet beschikbaar van € 357.300 beschikbaar, welke vanaf 2026 in 20 jaar wordt afgeschreven. Deze kapitaallasten worden gedekt uit de reserve toekomstige kapitaallasten. Bij beëindiging van dit project komen de kapitaallasten € 17.900 van 2026 tot en met 2045 te vervallen, in plaats van dat zij hoger zullen worden omdat het krediet anders moeten worden verhoogd en stopt de inzet van ambtelijke capaciteit. De gemaakte kosten bedragen tot op heden € 46.000. Wanneer het project wordt beëindigd, kunnen deze kosten ten laste van de reserve toekomstige kapitaallasten worden gebracht. Dit voorstel heeft geen gevolgen voor het saldo begroting.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 41 Bouwspeelplaats (32)

de exploitatie van de bouwspeelplaats is middels een inkoopopdracht in de markt gezet. Dit heeft een opzegtermijn van een jaar, wat betekent dat we per 2026 kunnen stoppen met deze exploitatie. Wel dient daarbij rekening gehouden te worden met het reeds geïnvesteerde bedrag in de ontwikkeling van de bouwspeelplaats en dat hier verder geen uitvoering meer aan zal worden gegeven. Dit leidt in 2026 tot een verhoging van het saldo begroting van € 104.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verhoging van het saldo begroting van € 109.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om de besparing in 2026 van € 104.000 en vanaf 2027 van € 109.000 te wijzigen in € 75.000. De bedragen in de tabel zijn hierop aangepast.

Voorstel 42 Kosten extra inspanning Toerisme (zie ook voorstel toeristisch coördinator) (13)

Taken op het gebied van economie en toerisme zijn geen wettelijke verplichting, maar optioneel. De raad heeft echter uitgesproken dat de gemeente meer het voortouw moet nemen in de ondersteuning van de ambities van het TOP op het gebied van het toerisme. Daarmee is geen rekening gehouden in de meerjarenbegroting. Om het ambitieniveau op het gebied van toerisme in een stijgende lijn voort te zetten is naast personele inzet ook een extra werkbudget van € 50.000 nodig. Dit is nodig om samen met het TOP op te trekken en ieder vanuit zijn eigen rol projecten en activiteiten op te pakken en uit te voeren. Dit leidt met ingang van 2025 tot een structurele verlaging van het saldo begroting van € 50.000. In het geprognosticeerde begrotingstekort voor de jaren 2025 en verder is rekening gehouden met deze extra kosten. Als ervoor gekozen wordt om deze extra kosten niet op te nemen in de begroting 2025 en verder dan leidt dit met ingang van 2025 tot een verhoging van het saldo begroting van structureel € 50.000.

Wijziging en/of aanvulling

Het college stelt voor om deze besparing pas in te laten gaan met ingang van het jaar 2027. De besparingen in 2025 en 2026 van € 50.000 zijn in de tabel daarom op 0 gezet.

Voorstel 43 JOGG regisseur (33)

Als gemeente zetten we middels de inzet van de JOGG-regisseur in op het inrichten van een gezonde omgeving en stimuleren we onze inwoners in het maken van gezonde keuzes. Een deel van de inzet kunnen we behouden vanuit een doeluitkering maar voor het andere deel is het mogelijk budget af te ramen. Dit leidt met ingang van 2026 tot een structurele verhoging van het saldo begroting van € 43.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 44 Verstrekken subsidies (8)

Subsidie verstrekking is één van de instrumenten om beleidsdoelen te bereiken. Een optie is om de omvang van de subsidies te beperken. Subsidie verstrekken is een publiekrechtelijke taak van de gemeente en dit betekent dat een aantal zaken in de wetgeving zijn bepaald. Subsidies kunnen niet ineens stopgezet worden. Besparingen op subsidies zullen daarom pas over enkele jaren merkbaar zijn als deze gestopt worden. Uiteindelijk kan het ook een besparing op het verstrekken van subsidies opleveren in personele zin. In de afgelopen jaren zijn meerdere subsidies omgezet naar inkoopcontracten omdat deze betreffende activiteiten onlosmakelijk aan een beleidsdoel hangen. Omzetting van subsidies naar inkooprelaties levert in het algemeen geen besparing op maar leidt tot een kostenverhoging.

33

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 45 Kunst & cultuur (cultuurcoördinator) (34)

De Cultuurcoördinator houdt zich bezig met de uitvoering van het beleid omtrent kunst en cultuur. Dit is geen wettelijke verplichting en een eigen keuze van een gemeente om op in te zetten. Het is dan ook mogelijk dit richting 2026 af te bouwen. Dit leidt in 2026 tot een verhoging van het saldo begroting met € 81.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 83.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

Voorstel 46 Kunst & cultuur (uitvoeringsbudget) (35)

Zonder de inzet van de cultuurcoördinator is het niet noodzakelijk om een uitvoeringsbudget te behouden voor Kunst & Cultuur. Dit leidt in 2026 tot een verhoging van het saldo begroting met € 110.000 en met ingang van 2027 tot een structurele verhoging van het saldo begroting met € 115.000.

Wijziging en/of aanvulling Geen

34

Bijlage 5 Scenario 2. Ombuigingen WMO / Jeugdzorg. Scenario’s t.b.v. het opnemen van de tekorten WMO en Jeugdzorg (totaal € 3,4 mln.) in de begroting 2025-2028 Scenario 2: Aanvullende rijksvergoeding 20-40% 2025

2026

2027

2028

Bezuinigingen / vertragen / interen (x € 1000) Reserve Sociaal Domein (saldo mei 2024: € 1,86 mln.) (Incidentele middelen) Reserve opvang Oekraïne (saldo € 6 mln.) (Incidentele middelen)

800

200

800

700

700

100

250

40

0

140

150

200

250

300

Verlagen kredieten OW (4,4 naar 2,2) Reorganisatie OW taakstelling structureel nog verwerken

0 300

160 300

160 300

160 300

Kapitaallasten Investeringen (verlagen investeringen waardoor kapitaallasten verminderen)

500

1.000

1.000

1.200

2.800

2.600

2.410

2.200

800

1000

1200

Programma Duurzaamheid (benutten Rijksbijdrage i.p.v. eigen budget) WMO Woningaanpassingen (Beleidsregels aanpassen)

Subtotaal Extra inkomsten (x € 1000) WMO extra bijdrage Rijk (uit landelijk akkoord) Aanname extra Rijksbijdrage Jeugdzorg (Afhankelijk van het scenario meer of minder rijksbijdrage)

600

Subtotaal

600

800

1000

1200

Totaal van minder uitgavan/extra inkomsten (x € 1000)

3.400

3.400

3.410

3.400

Totaal benodigd (x € 1000)

3.340

3.420

3.510

3.510

0

800

1.000

1.340

Mogelijk risico bij jaarrekening indien extra bijdrage niet wordt verstrekt of kosten niet lager worden

35

Bijlage 6 Kaders en uitgangspunten Haast elke gemeente kampt met financiële uitdagingen. Het zogenaamde 'ravijnjaar' van 2026 komt dichterbij. Gezien er in 2026 ook verkiezingen worden gehouden is de aankomende begrotingsronde hét moment bij uitstek om impopulaire maatregelen te nemen. Het doel is om gezamenlijk tot een sluitende begroting te komen. Dat kan door in eerste instantie goed in beeld te hebben per programma wat de meerjarige doelen en ambities zijn. Deze dienen te worden geprioriteerd. Daarnaast is het belangrijk dat we kijken naar de geplande investeringen en lopende kredieten in samenhang met de lopende en geplande projecten. Ook daarbij geldt; wat heeft prioriteit en wat kunnen we eventueel uitstellen of gewoon niet doen.

Opbouw begroting In de begroting is gebruik gemaakt van het programmaplan in de begroting in lijn met de voorgaande jaren. Het programmaplan bevat de overkoepelende programmadoelen van de gemeente als geheel en worden aangeduid met de term "speerpunten". De speerpunten hebben een globaal karakter, waarbij effectmetingen slechts op hoofdlijnen kan plaatsvinden. De speerpunten worden daarom doorvertaald naar concrete doelstellingen. Dit zijn specifiek gemaakte doelen, die beter meetbaar zijn en waarop specifieke acties kunnen worden gericht. In het programmaplan vindt u per programmadoel een overzicht van de speerpunten voor de komende begrotingsperiode. Per speerpunt worden doelstellingen benoemd onder "wat willen we bereiken" en aangegeven welke activiteiten in het begrotingsjaar worden opgepakt in relatie tot deze doelstelling, "wat gaan we doen". In de zomer- en winternota en in de jaarrekening wordt vervolgens verantwoording afgelegd over de voortgang van de activiteiten. Hieronder een korte toelichting op de onderdelen Programma's en Financiën.

Programma's In het onderdeel programma's wordt elk afzonderlijk programma nader toegelicht volgens de volgende uniforme opbouw:  Speerpunten  Financiën  Beleidsindicatoren  Beleidsstukken  Verbonden partijen Speerpunten De speerpunten zijn de gemeentelijke beleidsdoelen per programma. Onder speerpunten worden concrete doelstellingen "wat willen we bereiken" gedefinieerd en activiteiten benoemd "wat gaan we doen" die bijdragen aan de realisatie van deze doelstellingen. De voortgang op de speerpunten en bijbehorende activiteiten wordt in de planning- en control-cyclus gemonitord en bijgesteld waar nodig. Financiën (als onderdeel van de Programma's) Bij het onderdeel "wat mag het kosten" worden de integrale baten en lasten van het betreffende programma gepresenteerd. Dus inclusief de mutaties bestaand beleid, autonome ontwikkelingen, meerjarig investeringsplan en de voorstellen voor nieuw beleid. De voorstellen voor nieuw beleid en nieuwe investeringen van het betreffende programma worden vervolgens afzonderlijk gepresenteerd en toegelicht.

36

Beleidsindicatoren De verplichte uniforme indicatoren kunnen worden gebruikt als een soort benchmark in de vergelijking met andere gemeenten of als maatlat voor raadsleden voor een beter begrip van de beleidsresultaten en het eventueel bijsturen van de beleidsontwikkeling. Beleidsstukken Onder dit onderdeel wordt per programma een verwijzing opgenomen naar de relevante notities die het beleidskader van het programma vormen. Verbonden partijen Per programma wordt, conform het BBV, inzicht gegeven in de relevante verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen wordt nadere informatie verstrekt omtrent het beleid rondom verbonden partijen.

Financiën Het financiële deel van de begroting komt aan de orde in het hoofdstuk Financiën. In dit hoofdstuk wordt de opbouw van de begroting toegelicht. Aangegeven wordt hoe het huidige financiële meerjarenbeeld is opgebouwd vanuit de vastgestelde meerjarenbegroting 2024, reeds genomen raadsbesluiten en de doorwerking van de dit jaar vastgestelde voorjaarsnota. Vervolgens zijn in het kader van de totstandkoming van de meerjarenbegroting 2025 – 2028 diverse voorstellen en mutaties in beeld gebracht. Deze zijn onderverdeeld in mutaties autonome ontwikkelingen, bestaand beleid, meerjarig investeringsplan en nieuw beleid. De mutaties autonome ontwikkelingen, bestaand beleid en meerjarig investeringsplan worden op hoofdlijnen toegelicht. De voorstellen voor nieuw beleid en nieuwe investeringen worden afzonderlijk gepresenteerd in een overzicht. Opgemerkt wordt dat deze voorstellen ook per programma gepresenteerd en toegelicht worden.

Gehanteerde uitgangspunten Voor de begroting 2025 en de meerjarenramingen 2026-2028 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ramingen 2025 Uitgangspunt voor het begrotingsjaar 2025 is dat alle ramingen zo reëel mogelijk geraamd worden. Hier is dus sprake van maatwerk. Ook bij ramingen met een autonoom (veelal niet beïnvloedbaar) karakter is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in 2025 een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2024 was dit percentage voor het jaar 2025 vastgesteld op 4%. Ramingen 2026 en verder Bij het samenstellen van de begroting 2025 is geïnventariseerd in hoeverre meerjarige ramingen moeten worden bijgesteld. Ook hierbij is het uitgangspunt zo reëel mogelijk te ramen. Als dit inzicht op het moment van ramen ontbreekt wordt in de jaren 2026 en verder een indexatie van 2% toegepast. In de begroting 2024 was dit percentage voor de jaren 2026 en verder vastgesteld op 4%. Nieuw beleid en nieuwe investeringen Bij het opstellen van de begroting worden ook nieuwe beleidsinitiatieven en investeringen in beeld gebracht. Deze worden afzonderlijk weergegeven en daar waar nodig toegelicht. Saldo onvoorzien Het BBV schrijft voor dat de begroting een saldo onvoorzien bevat, maar schrijft geen berekeningswijze of verplichte omvang voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=149ecd06-9a75-4054-b38a-359a29ceb677