IntegraalHuisvestingsplanOnderwijs_2022.pdf
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs
Dit Integrale Huisvestingsplan Onderwijs is in gezamenlijkheid opgesteld door de schoolbesturen Op Spoor, SKOV, Op Spoor, De nieuwe School, Atlas College en gemeente Edam Volendam. Datum: oktober 2022 Versie: 3.0
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................................... 3 Management samenvatting ................................................................................................................ 4 Speerpunten .................................................................................................................................. 4 Wettelijke kaders ........................................................................................................................... 5 Financiële kaders .......................................................................................................................... 6 Scenario’s...................................................................................................................................... 6 Inleiding................................................................................................................................................ 8 Onderwijsvisie ..................................................................................................................................... 9 Gezond gedrag .............................................................................................................................
9 Veiligheid ....................................................................................................................................... 9 Persoonsvorming .......................................................................................................................... 9 VO-visie ....................................................................................................................................... 10 Speerpunten onderwijshuisvesting ................................................................................................ 12 Veroudering van schoolgebouwen .............................................................................................. 12 Spreiding en aanbod onderwijs ................................................................................................... 12 Huisvesting (kind)partners .......................................................................................................... 13 Duurzaamheid ............................................................................................................................. 15 Economische ambitie 2040 ......................................................................................................... 16 Wettelijke kaders ...............................................................................................................................
17 Bouwbesluit ................................................................................................................................. 17 Bijna energie neutraal ................................................................................................................. 17 Frisse scholen ............................................................................................................................. 17 Renovatie of (ver)nieuwbouw...................................................................................................... 18 Bewegingsonderwijs ................................................................................................................... 19 Huren en medegebruik ................................................................................................................ 19 Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) ................................................................................. 20 Financiële kaders .............................................................................................................................. 21 Verdeling van kosten ................................................................................................................... 21 Normbedragen en indexering .....................................................................................................
22 Afschrijvingen .............................................................................................................................. 22 Bijdrage andere partners............................................................................................................. 22 Scenario’s .......................................................................................................................................... 23 Prioriteitenlijst .............................................................................................................................. 23 Toekomstvisie ............................................................................................................................. 25 Bijlage 1: scenario’s per school en per wijk .......................................................................................... 29 Volendam: Oude kom en industriegebied ................................................................................... 29 Volendam: Katham-Planeten-Bloemenbuurt-Rozettenbuurt ...................................................... 31 Volendam: Blokgouw .................................................................................................................. 35 Volendam: Middengebied en Broeckgouw .................................................................................
38 Edam ........................................................................................................................................... 41 Zeevangspolder .......................................................................................................................... 47 Bijlage 2: huisvestingsvarianten voor school en kindpartners ........................................................... 54
Pagina 2 van 57
Voorwoord Onderwijshuisvesting is geen doel op zich. Het is een belangrijke randvoorwaarde om de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs waar te kunnen maken. De schoolbesturen en de gemeente zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van passende huisvesting die ondersteunend is aan de inhoudelijke doelstellingen van het onderwijs. De gemeente heeft in samenwerking met de schoolbesturen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs een gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting vastgelegd in dit document. De visie op onderwijs is een onderdeel in de samenwerking om tot een integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) te komen. Het gezamenlijk tot stand brengen van een IHP geeft inzicht in de lokale situatie. Door het maken van een analyse van de omgeving en deze te koppelen aan toekomstige verwachtingen, kunnen gemeente en schoolbesturen strategische keuzes maken over welk toekomstbestendig aanbod gewenst is. Het is een mooie kans om aan te sluiten bij de doelstellingen en ambities in het kader van het programma “Samen Beter” en zo de kwaliteit van het onderwijs te versterken. Ook is het een uitstekend moment om een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Edam-Volendam. Met elkaar willen we dat Edam-Volendam een mooie, veilige en gezonde leefomgeving is. Gezonde scholen zijn hier een belangrijk onderdeel van.
De scholen zijn bij voorkeur energieneutraal, dienen als inspirerende leeromgeving en hebben een bredere functie in de wijk. De realiteit is echter dat er door de stijgende bouwkosten een gat te overbruggen is tussen de VNG-normbedragen die we hanteren in onze verordening en de werkelijke kosten. Wat betekent dit voor onze ambities en voor welke keuzes staan we? In dit IHP komt dit uitgebreid aan bod. Vincent Tuijp - wethouder gemeente Edam-Volendam
Pagina 3 van 57
Management samenvatting In Edam-Volendam zijn negentien scholen. De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van adequate huisvesting en de schoolbesturen voor onderhoud, binnenklimaat en exploitatie. Dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) beschrijft een meerjarige strategische visie op doelmatige onderwijshuisvesting met daarin aandacht voor de inhoud van het onderwijs, duurzaamheid en samenwerking met partners. Lees in dit plan de gezamenlijk opgestelde ambitie van gemeente en schoolbesturen en de uitdagingen waar we voor staan om met beschikbare middelen toe te werken naar toekomstbestendige en duurzame onderwijshuisvesting. Het plan geeft een doorkijk naar de komende 16 jaar, waarvan de eerste vier jaar concreet zijn.
Speerpunten Onderwijs en gemeente slaan de handen ineen om samen een stevige basis voor alle kinderen te realiseren. De visie voor het basisonderwijs is dat ieder kind mag en kan opgroeien tot een tevreden en zelfstandig individu. In 2019 is deze visie in gezamenlijkheid vastgesteld. Als vervolg hierop is onlangs de visie voor het Voortgezet Onderwijs geformuleerd en vastgesteld. Wij zorgen ervoor dat leerlingen uit onze omgeving op al onze scholen het beste uit zichzelf halen, hun talenten ontdekken, en mét een diploma en als verantwoordelijke en betrokken jonge mensen onze scholen verlaten voor de volgende stap in hun leven. Door het verstevigen van samenwerking tussen scholen en partners, kunnen we een breed en compleet onderwijsaanbod bieden in onze gemeente. Zo kunnen de kinderen zich optimaal ontplooien. Gezond gedrag, (fysieke en sociale) veiligheid en ruimte voor persoonsvorming staan hierin centraal. Deze ambities uit de onderwijsvisie geven sturing aan het huisvestingsplan. In dat verlengde zijn vijf speerpunten benoemd voor onderwijshuisvesting. Veroudering gebouwen We hebben relatief veel oude schoolgebouwen die geen gezond klimaat hebben, onder andere door het ontbreken van luchtkwaliteitsinstallaties. Daarnaast sluiten veel gebouwen niet meer aan bij de nieuwe manier van lesgeven. Dit krijgt aandacht bij het vernieuwen van de gebouwen.
Draagt bij aan gezond gedrag en persoonsvorming. a.
Spreiding en aanbod onderwijs We streven naar een zo breed mogelijk onderwijsaanbod binnen de gemeente, met behoud van scholen in kleine buurten en dorpen. Draagt bij aan persoonsvorming. b.
Samenwerking met (kind)partners: Voor een brede ontwikkeling van het kind stimuleren we samenwerkingen op gebied van opvang, zorg, sport, kunst en cultuur. Het onderbrengen van meerdere partners in één gebouw betekent bovendien een efficiënte inzet van ruimte en middelen. Draagt bij aan gezond gedrag, veiligheid en persoonsvorming. c.
Duurzaamheid De schoolgebouwen zijn bijna energieneutraal (BENG) en kennen een gezond binnenklimaat en een gezonde exploitatie. Dit heeft een positief effect op het gedrag, het welbevinden en het leerproces van de kinderen en leerkrachten. De schoolbesturen zetten zich in om – waar mogelijk – energie neutrale gebouwen (ENG) te realiseren, waardoor we bijdragen aan onze klimaatdoelstelling. Draagt bij aan gezond gedrag. d.
Pagina 4 van 57
Economische ambitie 2040 We stimuleren de samenwerking tussen onderwijs en ondernemers, zodat leerlingen de juiste vaardigheden krijgen voor een goede aansluiting op de lokale/regionale arbeidsmarkt. Traditionele (onderwijs)gebouwen worden steeds meer multifunctionele kennisinstellingen voor elke leeftijdscategorie. Denk hierbij ook aan volwassenonderwijs. Draagt bij aan persoonsvorming. e.
Wettelijke kaders De gemeente is verantwoordelijk voor de voorzieningen in de huisvesting, zoals (ver)nieuwbouw (permanent en tijdelijk), vervanging huisvesting, uitbreiding en het oplossen van constructiefouten. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de Gemeentefondsuitkering. Voor de financiering van de voorzieningen, hanteert de gemeente de normbedragen vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De schoolbesturen dragen zorg voor de het in stand houden van het gebouw en zijn verantwoordelijk voor onderhoud, binnenklimaat en energielasten. De volgende kaders zijn van toepassing. Bouwbesluit Schoolgebouwen moeten in elk geval voldoen aan wettelijke huisvestingseisen. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. De bekostiging op dit niveau is de verantwoordelijkheid van de gemeente. a.
Bijna Energie Neutraal Sinds 1 januari 2021 is een bijna energieneutraal gebouw (BENG) onderdeel van het bouwbesluit. Het is de ambitie van gemeente en schoolbesturen om in geval van (ver)nieuwbouw volledig energie neutrale gebouwen te realiseren (ENG) met gezamenlijke geldstromen. In 2023 willen gemeente en schoolbesturen ook een uitvoeringsplan opstellen voor de verduurzaming van bestaande schoolgebouwen. b.
Frisse Scholen Volgens het bouwbesluit moet een onderwijsgebouw voldoen aan klasse B voor energie en luchtkwaliteit en klasse C voor temperatuur, licht en geluid. Een gezond klimaat draagt bij aan de leerprestaties. Daardoor streven gemeente en schoolbesturen gezamenlijk naar een hogere klasse. Afspraken om te komen tot een uitvoeringsplan volgen in 2023. c.
Renovatie of (ver)nieuwbouw Vooruitlopend op de nieuwe wetsontwikkelingen hebben gemeente en schoolbesturen afgesproken de begrippen renovatie en vernieuwbouw op te nemen in het IHP. Dit zijn duurzame vernieuwingsmethoden. De te behalen levensduurverlenging van een gebouw moet wel in gezonde relatie staan tot de bekostiging. d.
Bewegingsonderwijs De gemeente moet zorgen voor adequate sportaccommodatie voor de basisscholen. De VO-scholen zorgen zelf voor de accommodatie of huren accommodatie via de gemeente. Als gemeente streven we naar goed bereikbare accommodaties waar kwalitatief bewegingsonderwijs gegeven kan worden. Daarom werken we toe naar het opstellen van een kwaliteitskader in 2023. e.
Huren en medegebruik Indien een schoolbestuur juridisch eigenaar is van het onderwijsgebouw, beslissen zij zelfstandig wie incidenteel of structureel gebruik maakt van dit eigendom. Afhankelijk hoe de financiering van deze extra ruimte is geregeld, wordt de huurconstructie bepaald. Bij voorfinanciering door de gemeente komen de kapitaalslasten jaarlijks weer ten goede van de gemeente. Het leegstandsrisico is voor de schoolbesturen. De wet maakt onderscheid tussen medegebruik en verhuur. Afspraken over f.
Pagina 5 van 57
medegebruik gelden voor maatschappelijke gebruikers (servicekosten) en afspraken over verhuur gelden voor commerciële instellingen, zoals kinderopvangorganisaties (commerciële huurtarieven). Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) Het opstellen van een IHP gebeurt in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen en wordt onderdeel van het wettelijk kader. Dit plan geeft weer welke acties genomen worden op gebied van onderwijshuisvesting en welke financiële afspraken daarbij horen. Het programma dat hierin is benoemd, is tot stand gekomen op basis van een gezamenlijk opgestelde meetlat waaruit een prioriteitenlijst is voortgekomen. g.
Financiële kaders Voor de verdeling van de kosten hanteren gemeente en schoolbesturen deze schematisch weergegeven formule.
Voor de bekostiging gaan we uit van de VNG-normbedragen. De gemeente houdt bij de bekostiging in alle redelijkheid rekening met de bouwkostenstijging. Met het vaststellen van dit IHP wordt uitgegaan van een mandaat voor het toepassen van een eventuele kostenstijging tot 10%. Bij levensduur verlengende bouwmaatregelen bekostigt de gemeente een evenredig deel ten opzichte van de afschrijvingsduur. Dit is de uitleg van kolom 1. Een schoolbestuur dat extra wensen heeft, een hogere kwaliteit nastreeft, of exploitatie verlagende bouwkeuzes maakt, bekostigt die maatregelen zelf. Zie kolom 2 en 3. Let wel: voor exploitatie verlagende maatregelen gelden wettelijke regels dat schoolbesturen uitsluitend mogen investeren in maatregelen die binnen 20 jaar zijn terugverdiend. Bij een langere terugverdientijd denkt de gemeente mee over de financiering. Als een schoolbestuur eerder voor vernieuwing in aanmerking wil komen, draagt het bestuur bij aan de naar voren geschoven realisatie. Zie kolom 4. De bijdrage van inwonende partners is afhankelijk of deze gebruikers maatschappelijke of commerciële instellingen zijn. Zij betalen respectievelijk servicekosten of commerciële huurbedragen. De constructie hiervan is nader uitgelegd in bijlage 2.
Scenario’s Prioriteitenlijst Op basis van de zelf ontwikkelde meetlat, hebben schoolbesturen en gemeente de volgorde bepaald. De meetlat houdt rekening met de conditie van het gebouw (50%), de exploitatie (15%), de functionaliteit (25%) en de wijksituatie (10%). Een score tussen 4 en 5 betekent dat direct maatregelen genomen moeten worden. Gebouwen met een score tussen 3,5 en 4 komen in aanmerking voor renoverende of vernieuwende maatregelen. Hieronder de concrete uitkomst voor de eerste vier jaar. De bedragen die zijn genoemd betreffen de normbedragen voor de stichtingskosten. De kosten voor sloop, bouwrijp maken en tijdelijke huisvesting komen hier nog bovenop en komen wettelijk gezien ten laste van de
Pagina 6 van 57
gemeente. Deze plankosten zijn afhankelijk van de individuele situatie en worden vooralsnog tot en met 2025 ingeschat op 2 miljoen euro. School
Bouwjaar
De Nieuwe School De Piramide De Trimaran Koningsspil uitbreiding
1955 1973 1979
Totaal t/m 2025
Leerlingen 2037 206
Ruimte behoefte 1.236
BVO vernieuwen 1.236
Normbedrag (prijspeil 2022) € 3.367.466
91 319 297
658 1.805 1.694
658 1.805 303
€ 2.042.816 € 4.669.079 € 1.800.923
€ 11.880.284
Prijsstijging
Meetlatscore
Jaartal
10%
3,94
2023
10% 10% 10%
3,87 3,84 Urgentie door groei € 13.068.312
2024 2024 2024
Toekomstscenario’s per kern Volendam: het basisonderwijs heeft te maken met leerlingenkrimp (van 2.000 leerlingen in 2015, naar 1.730 op dit moment tot een nog verdere krimp naar 1.675 leerlingen in 2037). Alle scholen zijn in beheer van Stichting Katholiek onderwijs (Skov). Dit bestuur maakt in overleg met de gemeente strategische keuzes om het aantal onderwijsgebouwen te verminderen. De school voor voortgezet onderwijs (Don Bosco College) blijft vooralsnog op de huidige locatie. Ook daar is leerlingenkrimp merkbaar (van 1.722 in 2017 naar 1.038 in 2037). Voor de toekomst werkt het Don Bosco College toe naar een intensievere samenwerking met de VMBO-school De Triade. Daarvoor is een onderzoek gestart welke huisvesting daar het beste bij past op lange termijn > 10 jaar. Het schoolgebouw voor speciaal basisonderwijs is vorig jaar vernieuwd (De Aventurijn) en heeft ruimte om in leerlingenaantal te groeien. Edam: het aantal leerlingen in Edam zal licht stijgen (van 550 naar ongeveer 620 leerlingen in 2037). Er zijn drie basisscholen die aan vernieuwing toe zijn. Haalbaarheidsonderzoeken voor nieuwe huisvesting zijn opgestart. De Nieuwe School blijft in de oude kern en biedt ruimte voor ongeveer 200 leerlingen. Dat betekent dat de andere twee scholen ruim 400 leerlingen moeten huisvesten.
Een haalbaarheidsonderzoek moet duidelijkheid geven wat de beste huisvestingsopties zijn voor beide scholen. De optie om twee scholen onder één dak te huisvesten wordt ook bekeken. Het is een belangrijk gegeven dat we openbaar onderwijs voor de kernen Edam en Volendam willen behouden. Voor de VMBO-school (De Triade) geldt dat er vernieuwingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Uit het haalbaarheidsonderzoek van de VO-scholen moet onder andere naar voren komen wat er nodig is om deze school nog 8 tot 10 jaar in stand te houden op deze plek. Zeevangspolder: het behoud van scholen in kleine kernen staat hoog in het vaandel. De scholen zorgen voor vitaliteit in deze kernen. De meeste kernen krijgen te maken met lichte leerlingenkrimp. Daar zijn op dit moment scholen met 50 tot 60 leerlingen die mogelijk met 5 tot 10 leerlingen krimpen tot 2037. De scholen in Middelie en Kwadijk zijn verouderde panden die binnen enkele jaren bouwkundige maatregelen nodig hebben. In Oosthuizen is er sprake van forse stijging leerlingenaantallen door bewoning van nieuwe wijken (van 240 naar 300 leerlingen in 2037). Oosthuizen heeft uitbreiding nodig. Er is een haalbaarheidsstudie gestart om te onderzoeken wat de beste uitbreidingshuisvesting is.
Pagina 7 van 57
Inleiding Gemeente Edam-Volendam heeft negentien scholen. In Edam tellen we drie basisscholen en één middelbare school. In Volendam zijn het zeven basisscholen, één school voor bijzonder basisonderwijs en één middelbare school. In de kernen van Zeevang zijn vier basisscholen van kleine omvang (tot 60 leerlingen) en één grotere basisschool (in Oosthuizen). We hebben te maken met veel verouderde schoolgebouwen die hun technische levensduur hebben bereikt. Dat betekent dat we de komende jaren fors moeten investeren in doelmatige, flexibele en duurzame schoolgebouwen om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting op peil te houden. Doel Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022-2026 heeft een strategisch karakter, waarin visies op gebied van onderwijs, duurzaamheid en samenwerking met partners worden beschreven. Doel van dit plan is om met gemeente en schoolbesturen gezamenlijke ambities te formuleren, uitdagingen te benoemen en afspraken te maken over inzet van beschikbare middelen rondom toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Het plan geeft een inkijk voor de komende 16 jaar. De eerste 12 jaar zijn redelijk concreet, waarvan de eerste vier jaar vastgestelde plannen zijn. Werkwijze Het plan is tot stand gekomen in een samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen.
Schoolbesturen vanuit hun verantwoordelijkheid voor de exploitatie en het reguliere binnen- en buitenonderhoud. En de gemeente vanuit haar verantwoordelijkheid voor de bekostiging van kwalitatieve onderwijsgebouwen. Voor het opstellen van dit plan is gebruik gemaakt van actuele leerlingenprognoses en bouwkundige feiten per schoolgebouw. Schoolbesturen en gemeente besloten om hierop de prioritering te baseren. In het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) tussen gemeente en schoolbesturen is dit plan geaccordeerd. Daarna is op bestuurlijk niveau dit plan vastgesteld door college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. De financiële consequenties verwerken wij in de begroting. Leeswijzer Na de samenvatting volgen hoofdstukken die de visie op onderwijs (hoofdstuk 3) en onderwijshuisvesting (hoofdstuk 4) nader beschrijven. Na uitleg van de wettelijke kaders in hoofdstuk 5, volgt hoofdstuk 6 met een uiteenzetting van de financiële kaders. Het uitvoeringsprogramma en de benodigde investeringen voor de komende 16 jaar komen aan bod in hoofdstuk 7, waar we tevens de toekomstvisie beschrijven per kern. Als bijlage zijn de feiten per school toegevoegd, een opsomming van de locaties voor bewegingsonderwijs en de uitgangspunten voor samenwerking met partners.
Pagina 8 van 57
Onderwijsvisie Onderwijs, kinderopvang en gemeente slaan de handen ineen om samen een stevige basis voor alle kinderen te realiseren. In de gemeente Edam-Volendam is de onderwijsvisie in 2019 als volgt vastgesteld: Ieder kind mag en kan opgroeien tot een tevreden en zelfstandig individu. Elke school heeft daarnaast zijn eigen visie en profilering. Lees daarover meer per school in de bijlage. Centraal in deze ambitie staat het kind en zijn omgeving: van wieg tot volwassenheid. We hebben elkaar nodig om ervoor te zorgen dat kinderen die opgroeien in Edam-Volendam alle kansen krijgen zich te ontwikkelen en voorbereid te zijn op de toekomst. Daarvoor bieden gemeente, scholen én schoolbesturen en instellingen de juiste kaders en randvoorwaarden. Deze ambitie is onder andere vastgelegd in de notitie “Samen Beter 2019-2020”. De ambitie is onderverdeeld in een drietal thema’s: gezond gedrag, veiligheid en persoonsvorming. De inhoud van deze thema’s worden hieronder toegelicht om vervolgens in hoofdstuk 4 de vertaalslag te maken wat dit betekent voor de huisvesting.
Gezond gedrag We hechten waarde aan gezond eten, veel bewegen en spelen op een uitdagend schoolplein in een gezonde leefomgeving. Het is belangrijk dat er een ruim aanbod van onderwijs en voorlichting is over gezondheid en voeding. Sport draagt bij aan de ontwikkeling van 0 tot 27-jarigen. Scholen en sportverenigingen werken samen om onderwijs en sport op elkaar aan te laten sluiten. Op school leren kinderen hoe ze gezond kunnen leven en op een verantwoorde en duurzame manier met hun omgeving kunnen omgaan.
Veiligheid De jeugd in Edam-Volendam groeit zo veel mogelijk op in een gezonde en veilige omgeving. Een veilige omgeving is een belangrijke voorwaarde voor kinderen om zich goed te kunnen ontwikkelen. Een sociaal veilig klimaat binnen een school gaat over de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Voor leerlingen is de school een plek waar ze contact hebben met leeftijdsgenoten en waar ze kennismaken met verschillen in normen, waarden en omgangsvormen. Een veilige sociale omgeving is niet vanzelfsprekend. Pesten, negatieve groepsdruk en agressie of geweld zijn enkele voorbeelden van gedrag die een negatief effect hebben op de sociale veiligheid. Speciale aandacht dient hierbij geschonken te worden aan het onderwerp ‘omgaan met sociale media’. Om de sociale veiligheid van de leerlingen te waarborgen is het noodzakelijk om bewust en structureel aandacht voor dit onderwerp te hebben. Scholen beschikken over een goede zorgstructuur, gericht op individuele signalering en doorverwijzing. Hiervoor is het noodzakelijk dat er een goede aansluiting is tussen gemeente, gemeentelijk zorgteam, schoolmaatschappelijk werk en de scholen.
Persoonsvorming We brengen onze jeugd in contact met een breed aanbod en stellen ze in de gelegenheid om zich persoonlijk te vormen. Pijlers hierbij zijn het ontdekken en ontwikkelen van talenten, het kweken van een brede interesse en met een kritische houding in het leven staan. Onder talent verstaan wij niet het beste ergens in zijn, maar het beste in jezelf naar boven halen. Wij stellen de jeugdigen in staat om
Pagina 9 van 57
talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Dit doen wij door ze in contact te brengen met een breed aanbod, te weten: o technisch: handarbeid, techniek, koken, digitale geletterdheid, o creatief: drama, muziek, beeldende kunst, kunstvormen leren kennen, cultureel erfgoed o cognitief: wetenschap, debatteren, filosoferen, burgerschap, denksport o fysiek: sport en spel Verschillende ontwikkelingen zoals vergrijzing, ontgroening, robotisering en flexibilisering maken dat de arbeidsmarkt snel verandert. Het werk verandert en daarmee verandert tevens de vraag naar arbeid. Voor een goede overgang van school naar werk is een duurzame afstemming tussen onderwijs en de arbeidsmarkt nodig. Kinderen en jongeren worden gestimuleerd om te blijven leren en ontwikkelen zodat ze goed voorbereid kunnen werken in de 21e eeuw. Het is belangrijk dat kinderen en jongeren zich doorlopend kunnen ontwikkelen en de kans krijgen om hun talenten optimaal te kunnen ontplooien. Hierbij is zowel ruimte voor talent als aandacht voor achterstanden. Dit is mede mogelijk als de overgangen tussen voorschoolse voorzieningen, primair onderwijs, voorgezet onderwijs en vervolgonderwijs soepel verlopen.
VO-visie Het aantal geboortes per jaar in onze gemeente is gedaald van 407 in 2008 naar 290 in 2020. Deze daling heeft ook gevolgen voor leerlingenaantallen op de VO-scholen. Door een leerlingendaling ontstaat de behoefte en noodzaak om onderling nauwer samen te werken en efficiënt om te gaan met de beschikbare ruimte, materialen en middelen. Samenwerken Het beleidsteam onderwijs van gemeente Edam-Volendam, twee VO-scholen (het Don Bosco College en De Triade) en één MBO school (het RegioCollege) hebben in gezamenlijkheid een VO-Visie opgesteld. Daarin is een samenwerking beschreven om een breed opleidingsaanbod te bieden, waarin de scholen elkaar aanvullen en niet elkaars concurrent zijn. We streven gezamenlijk naar het bereiken van een rijke leeromgeving met een breed opleidingskader dat aantrekkingskracht heeft voor inwoners van de gemeente en buurgemeenten. Gemeente Edam-Volendam kenmerkt zich door een relatief grote populatie op MBO-niveau en een krachtig ondernemersveld. Door het opleidingsaanbod hierop in te richten, kunnen we ervoor zorgen dat o Leerlingen op de juiste plek komen in het onderwijs binnen de gemeente o Leerlingen gemakkelijk kunnen doorstromen naar het arbeidsproces Het aantal leerlingen op De Triade is de laatste jaren gestegen en kan volgens de leerlingenprognoses nog iets verder groeien. Het Don Bosco College laat een daling zien.
Iets meer dan 40% van de 12-13 jarigen kiest op dit moment voor een school buiten de gemeente. Een samenwerking van de scholen kan de aantrekkingskracht vergroten. Visie sluit aan bij het jeugdbeleid In het jeugdbeleid 2018 van Edam-Volendam zijn de volgende speerpunten opgenomen: o Gezond en veilig opgroeien o (Talent)ontwikkeling (jeugdigen hebben kansen om zich te ontwikkelen) De VO-Visie sluit aan op de eerder in dit hoofdstuk genoemde onderwijsvisie: Wij zorgen ervoor dat leerlingen uit onze omgeving op al onze scholen het beste uit zichzelf halen, hun talenten ontdekken, en mét een diploma en als verantwoordelijke en betrokken jonge mensen onze scholen verlaten voor de volgende stap in hun leven.
Pagina 10 van 57
Ambities voortgezet onderwijs De visie richt zich op het nastreven van drie ambities. Daarmee kunnen we leerlingen kwalitatief onderwijs bieden om zich optimaal te ontwikkelen, passend binnen de mogelijkheden en middelen die voorhanden zijn. Hieronder een toelichting op deze ambities. Ondersteunen in persoonsontwikkeling o ontwikkelen als mens: aanleren van normen en waarden, o maatschappelijk bewustzijn, kritische houding en burgerschap bevorderen, o talenten ontdekken, o toekomstbestendige vaardigheden ontwikkelen (digitale geletterdheid, mediawijsheid), o bewegen en ontspannen (sociale en culturele vaardigheden ontwikkelen). Het bieden van een rijke leeromgeving o continuïteit bieden van kwalitatief onderwijs, o breed onderwijsaanbod, o inspirerende leef- en leeromgeving, o doorlopende leerlijnen, o een leven lang leren (volwassenonderwijs). Het creëren van een prettig en veilig leer- en leefklimaat o gezonde leeromgeving, o beschermde omgeving, o duurzaam en multifunctioneel. Wat betekent dit voor de huisvesting Gemeente en de betrokken scholen zetten zich gezamenlijk in om dit met elkaar te bereiken. Beide VOscholen zetten zich in om inhoudelijk samen te werken met behoud van hun eigen identiteit. Het MBO wil bijdragen aan een goede doorstroom van de leerlingen naar werk of naar een hoger opleidingsniveau.
Gemeente denkt mee over welke onderwijshuisvesting daar het beste bij past. Huisvesting is een belangrijk onderwerp van gesprek bij deze samenwerking. De Triade is gehuisvest in een onderwijsgebouw, waarvan het oude gedeelte aan vervanging toe is. Het Don Bosco college is gehuisvest in een gebouw dat grotendeels bestaat uit bouwdelen van meer dan 35 jaar oud. Hoewel dit gebouw in betere staat is dan de huisvesting van De Triade, zijn ook hier binnen 10 jaar renoverende maatregelen nodig om kwalitatief goed onderwijs te kunnen geven. Er volgt eind 2022 een haalbaarheidsonderzoek om te verkennen in welk type onderwijsgebouw twee VO-scholen onder één dak gehuisvest kunnen worden, eventueel aangevuld met partners. Denk aan het MBO of organisaties voor volwassenonderwijs. Deze expertises kunnen samenkomen in een zogenaamde schoolcampus, waarin iedere partij haar eigen identiteit behoudt en tegelijkertijd wel intensief samenwerkt op inhoudelijk en materieel gebied. Daarnaast wordt in deze haalbaarheidsstudie onderzocht welke middelen nodig zijn om beide VO-scholen in stand te houden op hun bestaande plek voor de komende tien jaar of zelfs voor langere tijd. Op basis van de uitkomsten van dit haalbaarheidsonderzoek, stellen we een toekomstscenario vast. Dit is een vervolgstap en wordt nader uitgewerkt in de actualisatie van dit onderwijshuisvestingsplan in 2023.
Pagina 11 van 57
Speerpunten onderwijshuisvesting De drie ambities uit de onderwijsvisie (zie hoofdstuk 3) geven sturing aan het huisvestingsplan. Het huisvestingsplan moet eraan bijdragen dat de ambities ‘gezond gedrag’, ‘veiligheid’, ‘persoonsvorming’ gerealiseerd kunnen worden. Om die reden zijn er vijf speerpunten benoemd die hieraan een positieve bijdrage leveren.
Veroudering van schoolgebouwen Draagt bij aan: gezond gedrag en persoonsvorming Veel schoolgebouwen in onze gemeente zijn al behoorlijk op leeftijd en van een relatief lage bouwkundige kwaliteit. Deze gebouwen zijn aan het eind van hun levensduur gekomen. De veroudering van de gebouwen in combinatie met een indeling of structuur die niet meer past bij modern onderwijs, vraagt om vervangende nieuwbouw of grondige renovatie. De uitstraling van de gebouwen dient zodanig te zijn dat leerlingen en ouders het vertrouwen hebben dat je daar kunt leren voor de toekomst. Een toekomstbestendige school speelt in op ontwikkelingen zoals verschillende onderwijsconcepten, groei of krimp van leerlingen en multifunctioneel gebruik. Bij multifunctioneel gebruik kun je denken aan een samenwerking tussen een school en kindpartners, of een aanvulling kunnen bieden op cultureel gebied (bijvoorbeeld een bibliotheek). De scholen bepalen zelf de invulling van dit multifunctionele gebruik. De manier van lesgeven is aan verandering onderhevig. Het klassieke model van klassikaal lesgeven is op veel scholen niet meer de norm. Hier zijn veel verschillende concepten voor in de plaats gekomen, die allemaal op hun eigen manier inspelen op de individuele behoeften van leerlingen. Deze moderne onderwijsvisies vragen om flexibiliteit van schoolgebouwen.
Bijvoorbeeld gemeenschappelijke leerpleinen, waar leerlingen in groepjes of individueel kunnen werken; of het kunnen koppelen van twee klaslokalen door een flexibele wand te openen. Sommige bestaande schoolgebouwen kennen een structuur die zich hier goed voor leent, andere niet. De gemeente staat de komende tien tot twintig jaar daarom voor een grote opgave van vervanging van de schoolgebouwen. Daarin is onze gemeente geen uitzondering. Veel gemeenten hebben te maken met relatief oude onderwijsgebouwen. Het is belangrijk om in de vernieuwingsaanpak onze klimaatdoelstellingen mee te nemen. Voor 2030 moeten wij als gemeente immers 50% CO2-reductie hebben gerealiseerd.
Spreiding en aanbod onderwijs Draagt bij aan: persoonsvorming Er wordt gestreefd naar een zo breed mogelijk onderwijsaanbod binnen de gemeente, met behoud van kleine scholen in buurten en dorpen. Een school moet voldoen aan een minimum aantal leerlingen. Deze grens wordt aangeduid als de ‘opheffingsnorm van een school’. De opheffingsnormen zijn in de kleine kernen anders dan in de kernen Edam-Volendam. Per 2023 worden deze normen volgens DUO aangepast op basis van de populatie in al onze kernen. Gemeente Edam Volendam
Kleine kernen
opheffingsnorm huidig 1-8-2023 162 166 41 40
Pagina 12 van 57
De vrijheid van onderwijs staat hoog in het vaandel. Scholen bieden op basis van levensbeschouwelijke identiteit, als ook op basis van onderwijskundige, didactische en pedagogische opvattingen en praktijken een ruime keuze voor ouders. Schoolgebouwen bieden ruimte voor het uitdragen van de identiteit van de school en het type onderwijs waar de school voor staat. Ten aanzien van het primair onderwijs worden de functionaliteiten van het schoolgebouw afgestemd op de wijk en/of locatie. Op iedere school wordt op basis van de specifieke behoeften per wijk een passende breedte van leer- en ontwikkelmogelijkheden aangeboden. Een inbedding in de wijk, verbonden met andere organisaties en voorzieningen, maakt het mogelijk een gebundelde bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de leer- en leefomgeving van kinderen.
Huisvesting (kind)partners Draagt bij aan: gezond gedrag, (sociale) veiligheid en persoonsvorming Met het toelaten van (kind)partners in scholen richten we ons op de brede ontwikkeling van het kind. Daardoor ontstaat een kindcentrum met een rijke, diverse en inspirerende leef-en leeromgeving. Kenmerkend is een integraal aanbod van kunst en cultuur, natuur, sport, muziek, creativiteit, ontspanning, onderwijs, opvang en opvoeding. Een kindcentrum werkt volgens één pedagogische en educatieve visie. Men stelt kinderen in staat om hun talenten optimaal te ontwikkelen. Dat biedt doorlopende ontwikkelingslijnen, dag-arrangementen en kind-nabije zorg. De samenwerking met andere gebruikers en professionals rondom de kinderen wordt zoveel als mogelijk gefaciliteerd. Dit vraagt om meer variëteit in ruimten en meer flexibiliteit in gebouwen. In de gemeente Edam-Volendam wordt de invulling van het gemeentelijk vastgoed kritisch geanalyseerd. Juist waar in scholen ruimte is vanwege de daling van het aantal leerlingen moet gezocht worden naar een efficiënt gebruik van de onderwijsgebouwen. Hierbij kan gedacht worden aan een plek voor het Club- en buurthuiswerk of andere maatschappelijke of commerciële partners waarvan de functie en werkzaamheden aansluiten bij het onderwijs. Dat kan breder zijn dan een samenwerking met kindpartners.
Het is aan de schoolbesturen om hier al dan niet invulling aan te geven. En voor sommige activiteiten is het belangrijk om het onderwijsdomein separaat te houden (door bijvoorbeeld een extra ingang). Als een multifunctioneel gebouw een duidelijk scheiding heeft tussen onderwijs- en gemeentelijk domein, is het een aanbeveling om een tussenmeter te plaatsen voor de juiste verdeling van de kosten. Door het investeren vanuit meerdere budgetten in grotere ruimten, kunnen alle gebruikers profiteren van extra m2 en functionaliteit. Dit is met name interessant voor de schoolgebouwen in de kleine kernen, waar het schoolgebouw mogelijk een bredere wijkfunctie kan krijgen. Volgens de wetgeving zijn kindpartners commerciële instellingen. Dit betekent dat afspraken moeten worden gemaakt indien onderwijsruimte bestemd wordt voor dit soort doeleinden (bijvoorbeeld kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang). Er hoort een marktconforme huur gevraagd te worden.
Pagina 13 van 57
Hoe kun je extra ruimte realiseren voor de huisvesting van kindpartners? Bij het bouwen of vernieuwbouwen van een nieuw onderkomen voor school en kindpartner, zijn vier situaties denkbaar. Een gedetailleerde uitleg van deze vier situaties, is toegevoegd, zie bijlage 2. o
Variant 1: school en kindpartner hebben beide een eigen locatie In onze gemeente komt het voor dat schoollocaties en locaties voor kindpartners van elkaar gescheiden zijn. Zonder gezamenlijk gebouw, is het nog steeds mogelijk om samen te werken. Echter zal de samenwerking minder effectief zijn.
o
Variant 2: gemeente financiert en beheert een locatie waar school en kindpartner zich huisvesten. Dit is ook in onze gemeente een herkenbare situatie. In Oosthuizen is de gemeente eigenaar van de MFA, waarin een school en een kindpartner is gevestigd. Het complex bevat tevens een sport- en toneelzaal. Gemeente is juridische eigenaar en beheert de volledige locatie. De gebruikers betalen huur. Deze variant is bij nader inzien minder ideaal dan vooraf was bedacht. Voortschrijdend inzicht heeft ons geleerd dat de gebruikers minder flexibel zijn met het inrichten van hun eigen locatie, omdat het niet hun eigendom is. Functionele verbouwingen moeten in overleg met gemeente en financiering van dit soort aanpassingen zijn lastig te organiseren.
o
Variant 3: schoolbestuur beheert locatie waar kindpartner zich vestigt. Gemeente faciliteert met voorfinanciering. Deze variant gaat ervan uit dat de gemeente de ruimte voor een kindpartner voorfinanciert. Een schoolbestuur mag wettelijk gezien niet investeren in een gebouw. Als gemeente kunnen we dat wel. Het gebouw wordt als geheel overgedragen als juridisch eigendom van een schoolbestuur. De kindpartners maken huurafspraken met het schoolbestuur. Het schoolbestuur draagt een deel van de huurinkomsten af aan de gemeente om de volledige kapitaalslasten te dekken. De rest van de huurinkomsten dekken de gebruikerskosten, voor bijvoorbeeld energie en onderhoud. Gedurende een vastgestelde periode gaan kindpartner en schoolbestuur een overeenkomst aan, zodat het risico tot onbetaalde leegstand nihil is. Deze variant is ook geschikt om een bestaande school uit te breiden met extra meters voor kindpartners.
o
Variant 4: schoolbestuur beheert locatie waar kindpartner zich vestigt. Kindpartner betaalt vooruitbetaalde huur, zodat schoolbestuur deze ruimte kan financieren. Omdat een schoolbestuur niet in een gebouw mag investeren, kan vooruitbetaalde huur van een kindpartner helpen om de extra vierkante meters te kunnen bouwen. Het schoolbestuur wordt juridisch eigenaar en daardoor beheerder voor het hele gebouw. De kindpartner betaalt vooruitbetaalde huur voor bijvoorbeeld 10 of zelfs 20 jaar. Gedurende deze
Pagina 14 van 57
periode gaan kindpartner en schoolbestuur een overeenkomst aan, zodat het risico tot onbetaalde leegstand nihil is. Deze variant is ook geschikt om een bestaande school uit te breiden met extra meters voor kindpartners.
Het kan ook van toepassing zijn dat een bestaande school ruimte verhuurt aan kindpartners, omdat er sprake is van leegstand. Dat is mogelijk na toestemming van het college. Het schoolbestuur ontvangt in dit geval zelf de huurgelden, omdat er sprake is van leegstand. De leegstand wordt meestal veroorzaakt door dalend leerlingenaantal. De vergoeding die scholen vanuit het rijk ontvangen om hun gebouw in stand te houden wordt lager bij een krimp van aantal leerlingen. Schoolbesturen blijven ook dan nog steeds verantwoordelijk voor de gezonde exploitatie van het schoolgebouw. Verhuur draagt bij aan die gezonde exploitatie. Met het vaststellen van het IHP zijn de hierboven genoemde varianten de mogelijke samenwerkingsvormen met kindpartners.
Duurzaamheid Draagt bij aan: gezond gedrag. De schoolgebouwen zijn duurzaam gebouwd en kennen een gezond binnenklimaat en een gezonde exploitatie. Een gezond en goed gebouw heeft een positief effect op het gedrag, het welbevinden en het leerproces van de kinderen en leerkrachten die het gebouw dagelijks gebruiken. Duurzaamheid doen we voor de toekomstige generaties. Door onderwijs te volgen in een duurzaam gebouw leren kinderen wat het belang is van het maken van duurzame keuzes. Daarbij leren zij ook hoe ze later zelf duurzame keuzes kunnen maken. De gemeente Edam-Volendam heeft een ambitieuze duurzaamheidsagenda vastgesteld ten aanzien van gemeentelijk vastgoed. In 2030 is onze CO2 met 50% verminderd. Nieuwbouw en grootschalige renovatie van schoolgebouwen wordt zoveel mogelijk afgestemd op deze gemeentelijke duurzaamheidsagenda. Schoolgebouwen dienen conform bouwbesluit 2022 in ieder geval Bijna Energieneutraal (BENG) te worden gebouwd en voor wat betreft het binnenklimaat en energie te voldoen aan Frisse Scholen Klasse B. We streven echter naar een hogere ambitie om volledig energie neutrale gebouwen te realiseren (ENG). Deze ambities gaan verder dan het vigerende bouwbesluit. Het is de gezamenlijke ambitie om de stap van BENG naar ENG te realiseren. Daarover is het volgende afgesproken tussen gemeente en schoolbesturen tijdens het OOGO op 12 mei 2022.
o Per bouwproject van een onderwijsgebouw vaststellen welke aanvullende maatregelen genomen kunnen worden om ENG-niveau te realiseren, zowel op bouwniveau als op installatieniveau. Financiële consequenties in kaart brengen. o Vaststellen wat het schoolbestuur in 20 jaar van deze aanvullende maatregelen kan terugverdienen. Dit wordt de eigen bijdrage van het schoolbestuur. o Na onderzoek, zijn de scholen in de gelegenheid een afweging te maken. Het uitgangspunt is “ja, tenzij…”
Pagina 15 van 57
Na het vaststellen van deze afspraak in het OOGO is later aanvullend gevraagd door de schoolbesturen om daarbij ook rekening te houden met de exploitatiekosten die bij deze maatregelen horen. Gemeente en schoolbesturen gaan over het onderzoeksresultaat in overleg om in partnerschap deze ambitie waar te maken. Bijvoorbeeld hulp bij de financiering van middelen die de terugverdientijd van 20 jaar overschrijden.
Economische ambitie 2040 Draagt bij aan: persoonsvorming De Economische Toekomst 2040 is een traject waarin onderwijsinstellingen, ondernemers en gemeente tien gezamenlijke ambities hebben geformuleerd voor een sterke economische toekomst van de gemeente. We willen vooruitlopen in kennisontwikkeling. In een razendsnel veranderende wereld, veranderen ook de vaardigheden die door bedrijven van werknemers worden gevraagd. Dit betekent dat onderwijs en ondernemers goed moeten samenwerken om leerlingen de juiste vaardigheden mee te geven zodat het aanbod aansluit bij de vraag én aansluit bij de lokale/regionale werkgelegenheid. Het is van belang dat het onderwijs niet alleen inhoudelijk mee-ontwikkelt met de nieuwe vaardigheden die hiervoor gevraagd worden, maar ook dat er aandacht komt voor de wijze waarop de schoolgebouwen zijn ingericht voor deze toekomst. Toekomstige ontwikkelingen vragen om een nog betere en intensievere samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Traditionele (onderwijs)gebouwen worden steeds meer multifunctionele kennisinstellingen die midden in de maatschappij staan door bijvoorbeeld fysieke integratie van ondernemers in scholen of aanbod dat gericht is op volwassenonderwijs en omscholingsmogelijkheden voor elke leeftijdscategorie. Met “een leven lang leren” zal er plaats moeten zijn voor elke leeftijdscategorie.
Pagina 16 van 57
Wettelijke kaders Op grond van de wet is de gemeente verantwoordelijk voor de voorzieningen in de huisvesting, zoals nieuwbouw (permanent en tijdelijk), vervanging huisvesting, uitbreiding en het oplossen van constructiefouten. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de Gemeentefondsuitkering. Deze middelen zijn echter niet gelabeld. Het valt onder de algemene uitkering. Voor de financiering van de voorzieningen, hanteert de gemeente de normbedragen vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG publiceert ook jaarlijks de index op deze bedragen. De schoolbesturen voor primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs zijn vanaf respectievelijk 2015 en 2005 verantwoordelijk voor al het onderhoud, aanpassingen en alle andere kosten die verband houden met het in standhouden van het gebouw. Zij ontvangen hiervoor een vergoeding van het rijk. Landelijke wetgeving moet lokaal worden uitgewerkt in een verordening. In de verordening worden de lokale regels vastgelegd. Denk aan het aanvraagproces (wat, hoe en wanneer), de hoogte van vergoedingen en de prioritering tussen aanvragen. Ook is hierin de procedure geregeld waarmee schoolbesturen aanvragen kunnen doen bij de gemeente voor een huisvestingsvoorziening. De gemeente Edam-Volendam heeft de meest recente verordening vastgesteld in 2018.
Na vaststelling van dit integrale huisvestingsplan onderwijs volgt een aanpassing op die verordening.
Bouwbesluit Schoolgebouwen moeten in ieder geval voldoen aan wettelijke huisvestingseisen. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Sinds 2021 is een Bijna Energie Neutraal Gebouw onderdeel van het bouwbesluit (zie paragraaf 5.2). De scholen voldoen volgens dit bouwbesluit aan Frisse Scholen klasse B voor lucht en energie en klasse C voor temperatuur, licht, geluid (zie paragraaf 5.3)
Bijna energie neutraal Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energie neutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Van een verplichting om alle nieuwbouw volledig energieneutraal te maken lijkt voorlopig nog geen sprake te zijn. Het is wel een gezamenlijke ambitie van de gemeente en schoolbesturen om dat te realiseren en daar zijn tussen gemeente Edam-Volendam en de schoolbesturen afspraken over gemaakt (zie paragraaf 4.4). Na vaststelling van dit IHP volgt een uitvoeringsplan hoe we om kunnen omgaan met energiebesparende maatregelen in bestaande onderwijsgebouwen. Het loont om energiebesparende maatregelen door te voeren in onderwijsgebouwen met een resterende levensduur van minimaal 15 jaar.
Frisse scholen Het doel van het programma Frisse scholen is eisen te formuleren om een zo gezond, comfortabel en energiezuinig mogelijk schoolgebouw te realiseren. Dit programma is ontwikkeld op initiatief van de overheid. Het zijn eisen op gebied van: o Energie o Luchtkwaliteit o Temperatuur o Licht o Geluid
Pagina 17 van 57
Volgens het bouwbesluit moet een gebouw voldoen aan klasse B voor energie en luchtkwaliteit en klasse C voor temperatuur, licht en geluid. Het is geen wettelijke verplichting om een hogere klasse te realiseren. Dat is echter wel de ambitie van de gemeente en schoolbesturen. Het is immers bewezen dat een gezond klimaat bijdraagt aan de leerprestaties van de kinderen. Er zijn nog geen concrete afspraken over gemaakt hoe gemeente en schoolbesturen deze ambitie kunnen realiseren. Het principe van “Frisse Scholen” wordt onderdeel van het uitvoeringsplan dat is genoemd in voorgaande paragraaf 5.2. Verbeteringen conform de maatstaven van “Frisse Scholen” houdt immers ook verband met het klimaat. Deze vervolgstap werken we verder uit in 2023.
Renovatie of (ver)nieuwbouw Vooruitlopend op de nieuwe wetsontwikkelingen hebben gemeente en schoolbesturen afgesproken de begrippen renovatie en vernieuwbouw op te nemen in het IHP. Nieuwe wetgeving waarbij renovatie onderdeel wordt van de bekostiging gemeente De gemeente is op dit moment uitsluitend verantwoordelijk voor de bekostiging van nieuwbouw of uitbreiding. In geval van renovatie is volgens de huidige wetgeving het schoolbestuur zelf aan zet. Er is nieuwe wetgeving op komst waarbij renovatie onderdeel gaat worden van de bekostiging vanuit de gemeente als dit een levensduurverlenging betekent van minimaal 25 jaar en bij voorkeur zelfs tot 40 jaar. Voordelen renovatie of (ver)nieuwbouw Een levensduur verlengende renovatie of vernieuwbouw kan in bepaalde gevallen voordelen opleveren voor zowel de gemeente als de school. Oudere schoolgebouwen hebben vaak een gunstige locatie en tevens een historische c.q. beeldbepalende uitstraling. Daarnaast hebben veel onderwijsgebouwen een overschot aan m2, die vaak op andere manieren ten behoeve van het onderwijs op school worden ingezet. Door het vernieuwbouwen van deze scholen, gaan de meters niet verloren. Onderstaand worden de verschillende begrippen kort toegelicht: o Renovatie Bij renovatie gaat het om een levensduurverlenging van het gebouw, waardoor het de komende 25 jaar weer als adequate huisvesting wordt beschouwd.
We streven zelfs naar een langere levensduur. Voor renoverende maatregelen onderzoeken we de volgende feiten: - staan de renovatiekosten in verhouding staan tot de resterende levensduur van het pand? Als een renovatie voor 25 jaar meer kost dan (ver)nieuwbouw van een gebouw dat daarna een levensduur krijgt van 60 jaar, dan is renovatie niet lonend. Zo maak je per object een afweging. - behalen we met renovatie de gewenste klimaatdoelstelling? Bij een positieve uitkomst kan renovatie onderdeel worden van de bekostiging. o Vernieuwbouw Bij vernieuwbouw is sprake van een verlenging van de levensduur minimaal 40 en bij voorkeur 60 jaar. Deze verlenging staat dus feitelijk gelijk met nieuwbouw. Vooralsnog gold altijd als vuistregel dat als vernieuwbouw 80% kost ten opzichte van nieuwbouw, er beter voor nieuwbouw gekozen kan worden. Dit is van toepassing als de vernieuwbouw de levensduur verder verlengt naar minimaal 60 jaar. Echter zijn er nu nieuwe inzichten in het kader van duurzaamheid. Er is een lagere CO2-uitstoot bij vernieuwbouw, waardoor de afweging een breder kader dient te krijgen.
Pagina 18 van 57
o Nieuwbouw Indien een gebouw ca 60 jaar oud is, eindigt de technische levensduur van het gebouw. Nieuwbouw vindt plaats als het gebouw ook werkelijk van slechte conditionele en functionele staat is en er geen mogelijkheid meer is het gebouw te renoveren of te vernieuwbouwen. De meetlatmethode is het middel om de staat van het gebouw te beoordelen.
Bewegingsonderwijs De scholen zijn verplicht om minimaal 2 lesuur per week in te roosteren voor bewegingsonderwijsVoor speciaal onderwijs, vmbo en havo ligt dat aantal zelfs hoger (respectievelijk 3, 2,5 en 2,2 lesuren). De gemeente moet zorgen voor accommodatie voor de (speciale) basisscholen. De VO-scholen dragen zelf zorg voor de accommodatie of huren accommodatie via de gemeente. Het huurbedrag wordt vastgesteld op basis van de VNG tarieven voor bewegingsonderwijs. Volgens het coalitieakkoord streven we naar kwalitatief bewegingsonderwijs, het liefst met vakleerkrachten in het primair onderwijs. Alle scholen kunnen gebruik maken van redelijk tot goed bereikbare accommodaties binnen de gemeente. In 2023 werken we toe naar een kwaliteitskader van de beschikbare sportaccommodaties. Dit kwaliteitskader moet ervoor zorgen dat de uitrusting (zowel inventaris als materialen) in alle beschikbare accommodaties voldoende is om goed bewegingsonderwijs te kunnen geven.
Huren en medegebruik Het uitgangspunt binnen de onderwijswetgeving is dat het eigendom van het schoolgebouw bij het schoolbestuur ligt. Het schoolbestuur is daarbij juridisch eigenaar van het schoolgebouw en kan in beginsel binnen de kaders van de onderwijswetgeving volledig over zijn eigendom beschikken. Zo kan het schoolbestuur zelfstandig beslissen wie incidenteel of structureel gebruik van dit eigendom maakt. Omdat de gemeente de vorming van kindcentra stimuleert, is het uitgangspunt dat leegstaande ruimten zoveel als mogelijk worden benut om kindpartners toe te laten. De voorwaarden voor deze verhuur worden uitgewerkt in een apart huurbeleid. De wet maakt onderscheid tussen medegebruik en verhuur. o Medegebruik Dit is voor ander onderwijs en maatschappelijke, culturele en recreatieve activiteiten. Een leegstaande ruimte kan een schoolbestuur aan derden in gebruik geven (artikel 108 Wpo). Dit kan alleen wanneer het college de leegstand niet vordert voor ander medegebruik. Vordering door het college is niet mogelijk als het schoolbestuur de leegstand al dan niet met toestemming van het college eerder in medegebruik heeft gegeven aan een andere school. o Verhuur Dit is verhuur aan (commerciële) organisaties. Hiervoor dient toestemming te worden gevraagd aan de gemeente (het college).
Ook bestaat de mogelijkheid om in overleg met het schoolbestuur dat deel van het gebouw aan de onderwijsbestemming te onttrekken (art 110 lid 5). Bij de huurovereenkomst zijn de bepalingen van de huurwet (huurbescherming) niet van toepassing. De reden hiervoor is dat de gemeente de ingebruikname kan beëindigen als ze gebruik maakt van hun vorderingsrecht of als het verhuurde gedeelte nodig is voor de school. Indien het college geen toestemming verleent, is de
Pagina 19 van 57
huurovereenkomst nietig. In geval er met kindpartners afspraken worden gemaakt om extra vierkante meters te bouwen om de samenwerking tussen school en kindpartners te versterken, kan de gemeente tussentijds deze ruimte niet terugvorderen. Zie variant 3 en variant 4 van paragraaf 4.3 over huisvesting van kindpartners. Dit wordt in gebruikersovereenkomsten naar alle betrokken partijen vastgelegd. Let op: binnen de gemeente vormt MFA Oosthuizen een uitzondering. De MFA is het eigendom van de gemeente en het schoolbestuur is huurder en geen juridisch eigenaar.
Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) Het vaststellen van een IHP wordt onderdeel van het wettelijk kader. Elke gemeente moet in samenspraak met de schoolbesturen een plan opstellen voor de komende 16 jaar. Dit plan geeft weer welke acties genomen worden op gebied van onderwijshuisvesting en welke financiële afspraken daarbij horen. Het programma dat in het IHP wordt benoemd, is tot stand gekomen op basis van een zogenaamde meetlat-methode. De ingevulde meetlat geeft inzicht in de status van het schoolgebouw en de noodzaak van renovatie of (ver)nieuwbouw. Zo kunnen de schoolgebouwen met elkaar worden vergeleken en is er een prioriteitenlijst opgesteld. Het IHP wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de jaarlijkse scores van de meetlat. Ook is in het IHP vastgesteld hoe schoolbesturen en gemeente de bekostiging verdelen. Voor het realiseren van hogere ambities, zijn er immers geen gelden vanuit het rijk beschikbaar gesteld. Gezamenlijke ambities moeten dan ook gezamenlijk worden betaald. Lees meer hierover in de financiële paragraaf.
Pagina 20 van 57
Financiële kaders Verdeling van kosten Bij een gezamenlijke ambitie die verder gaat dan de huidige verordening, past een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de uitgaven. Gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties hebben er immers alle belang bij dat er kwalitatief goede en duurzame schoolgebouwen worden gerealiseerd. Het bevestigt de onderlinge afhankelijkheid en samenwerking. De verdeling van deze kosten gebeurt aan de hand van onderstaande formule
1
2
3
4
Dit is een schematische weergave welke partij verantwoordelijk is voor welke kosten. Uitleg kolom 1 In de basis is de gemeente verantwoordelijk voor de bekostiging van een schoolgebouw volgens bouwbesluit. Dit is een gebouw dat bijna-energieneutraal is (BENG) en dat klasse B heeft voor luchtkwaliteit en energie. Uitgangspunt is dat een nieuw te bouwen school een levensduur krijgt van 60 jaar. Daarop wordt het bedrag gebaseerd dat de gemeente bekostigt. Het te bekostigen bedrag wordt bepaald aan de hand van de VNG-normbedragen. Deze normbedragen blijken echter veelal niet toereikend, omdat de bouwprijzen de laatste jaren schrikbarend zijn gestegen. Schoolbesturen worden uitgedaagd om zo dicht mogelijk bij het normbedrag te blijven en bij overschrijding zal in alle redelijkheid worden bekeken voor welk deel de gemeente extra kan bijdragen. Als er sprake is van levensduur verlengende bouwkundige maatregelen, dan bekostigt de gemeente een evenredig deel ten opzichte van de afschrijvingsduur. Neem als voorbeeld dat een school een renovatie ondergaat, waardoor het gebouw daarna nog eens 25 jaar mee kan. Dan is de bekostiging vanuit de gemeente 25/60e deel van het normbedrag. En ook dan geldt dat in alle redelijkheid zal worden gekeken of het normbedrag reëel is ten opzichte van de gestegen marktprijzen.
Uitleg kolom 2 en 3 Als een schoolbestuur extra wensen heeft, een hogere kwaliteit nastreeft, of exploitatie verlagende bouwkundige keuzes maakt, dan zijn deze kosten voor rekening van het schoolbestuur. Exploitatieverlaging is bijvoorbeeld het geval bij energieneutrale gebouwen (ENG). Als de energierekening nagenoeg nihil is en een schoolbestuur vanuit het rijk wel bekostiging ontvangt om de energierekening te betalen, dan kan dit bedrag worden ingelegd voor de realisatie van een ENGgebouw. Let wel dat wettelijk is bepaald dat een schoolbestuur uitsluitend mag investeren in een schoolgebouw, mits dit binnen 20 jaar wordt terugverdiend. Is de terugverdientijd langer dan 20 jaar, dan zal een extra (voor)financiering nodig zijn vanuit de gemeente.
Pagina 21 van 57
Uitleg kolom 4 In het geval er in gezamenlijkheid wordt besloten om een school eerder te vernieuwen dan dat het gebouw is afgeschreven, dan draagt het schoolbestuur bij aan de naar voren geschoven realisatie. Op dit moment worden onze onderwijsgebouwen in 40 jaar afgeschreven.
Normbedragen en indexering Door de extreem gestegen bouwkosten, zijn de VNG-normbedragen, zoals wij deze als gemeente hanteren in de verordening, niet meer toereikend om schoolgebouwen te realiseren. Tijdelijke opslag door bouwkostenstijging Ten tijde van extreme prijsverhogingen in de bouwsector, zijn de bouwkosten niet goed volgens een formule te voorspellen. Om die reden hanteren we in deze onvoorspelbare tijd een opslag op de VNGnormbedragen. Deze opslag wordt per school bepaald op basis van een calculatie door een erkend bouwcalculatiebedrijf. Zodra de situatie normaliseert, houden we de werkelijke VNG-normbedragen aan. Mandaat voor verhoging normbedragen De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de verordening, kunnen door burgemeester en wethouders worden verhoogd met een toeslag van ten hoogste 10% als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere lokale omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd.