Handboek omgevingsplan huisstijl.pdf
Tekst van het document
De annotaties die gebruikt moeten worden voor het maken van toepasbare regels worden toegelicht in Hoofdstuk 5. De keuzes die hieronder worden gegeven komen voort uit de standaard en de bijbehorende waardelijsten. Omdat sommige lijsten erg groot zijn, zijn voor sommige annotaties een aantal keuzes en opties opgenomen, om een beeld te geven van de inhoud van de annotatie. 1. Locatie Een locatie maakt duidelijk op welke locatie(s) een regel van toepassing is. Er zijn zes typen locaties: 1. Een gebied 2. Een groep gebieden 3. Een lijn 4. Een groep lijnen 5. Een punt 6. Een groep punten Elke locatie krijgt een naam. Deze naam moet binnen het omgevingsplan uniek zijn. 28
Implementatie Omgevingswet Locaties kunnen onbeperkt gestapeld worden, dat wil zeggen dat locaties elkaar geheel of gedeeltelijk kunnen overlappen (zie onderstaande afbeelding).
Afbeelding: voorbeeld van stapeling van locaties en annotaties (TPOD)
Uitgangspunten: • Elke regel in het omgevingsplan wordt geannoteerd met de annotatie locatie; • De locaties die zijn gebruikt voor de regelbibliotheek in Hoofdstuk 3 van het handboek, zijn opgenomen in de bibliotheek van de software en voorzien van een unieke naam; • Voor de toe te voegen locaties geldt dat de naam van de locatie zo concreet mogelijk wordt geformuleerd, zodat vanuit de naam duidelijk te zien is voor welke locatie het geldt.
29
Implementatie Omgevingswet 2. Idealisatie Met de annotatie ‘idealisatie’ wordt gespecificeerd hoe nauwkeurig de geometrie van de locatie(s) van de juridische regel bedoeld is. Hiervoor kan gekozen worden voor indicatief of exact. Uitgangspunten: • In principe worden voor alle regels de annotatie exact gebruikt; • Indien een locatie niet nauwkeurig vast te leggen is (bv een reseveringsgebied voor een weg of een geluidszone), wordt de annotatie indicatief gebruikt. 3. Thema Bij een regel kunnen nul of meer thema’s geannoteerd worden. Daarmee wordt aangegeven wat de grondgedachte achter een regel is. Het is vaak de aanduiding van het sectorale aspect (bodem, geluid, lucht e.d.) waar de regel over gaat. De annotatie zorgt ervoor dat de regels in het omgevingsplan gefilterd kunnen worden op thema, zodat alleen de regels over een bepaald thema geraadpleegd kunnen worden. Deze annotatie maakt het mogelijk om regels meer in samenhang te tonen: alle regels over een bepaald thema. Opmerking: De keuzes die hieronder worden aangegeven zijn een selectie uit de lijst van de limitatieve waardelijst ‘Thema’ waaruit gekozen moet worden. Opties: 1. Bouwwerken 2. Gezondheid 3. Milieu algemeen en overige milieuaspecten lichthinder 4. Woon- en leefklimaat 5. Infrastructuur leidingen Uitgangspunten: • In de transitiefase wordt bepaald welke thema’s gebruikt worden. 4.
Regeltype De annotatie ‘regeltype’ (regel voor iedereen, instructieregel en omgevingswaarderegel) specificeert voor welke gebruikersgroep de regel bedoeld is. Doel van deze typen is het eenvoudig kunnen selecteren van de regel voor een specifieke gebruikersgroep, waardoor iedere gebruikersgroep al als uitgangssituatie alleen die regels krijgt voorgelegd die voor die groep van belang zijn. Instructieregels zijn voor overheden bedoeld en komen alleen voor in AMvB, ministriële regeling en omgevingsverordening. Omgevingswaarden kunnen alleen in AMvB, omgevingsverordening en omgevingsplan voorkomen. Regels voor iedereen kunnen in alle Omgevingswet-documenten voorkomen. Keuze: 1. Regel voor iedereen 2. Instructieregel 3. Omgevingswaarderegel Uitgangspunten: • In het omgevingsplan komen geen instructieregels voor omdat deze al geregeld zijn door het rijk of de provincie, waardoor de annotatie ‘instructieregel’ niet wordt gebruikt; • De regels worden altijd geannoteerd met de annotatie ‘regel voor iedereen’, mits een omgevingswaarde wordt vastgelegd; • Een regel bestaat altijd uit één regeltype.
30
Implementatie Omgevingswet 5.Activiteit Met de annotatie ‘activiteit’ wordt aangegeven over welke activiteit(en) een regel gaat. Iedere activiteit heeft een naam. Voor de naam van een activiteit bestaan geen waardelijsten, deze moet door de gemeente zelf bepaald worden. Voor de groep waartoe een activiteit behoort, bestaat wel een waardelijst. Deze annotatie geeft ook een weergave op de kaart. Opmerking: De keuzes die hieronder worden aangegeven is een selectie uit de lijst van de activiteitengroep waaruit gekozen moet worden. In de software is de volledige lijst opgenomen. Opties activiteitengroep: 1. Aansluitactiviteit 2. Bouwactiviteit ruimtelijk 3. Sportactiviteit 4. Verrichten-van-werken-en-werkzaamhedenactiviteit Uitgangspunten: • Indien de regel gaat over een activiteit, wordt de annotatie ‘activiteit’ altijd gebruikt; • Uit de inhoud van de regel wordt bepaald onder welke activiteitengroep het valt; • Er kan maar gekozen worden uit één activiteitengroep per regel; • De naam van de activiteiten worden zo specifiek mogelijk opgesteld, zodat uit de naam duidelijk wordt over welke activiteit het gaat. Voorbeeld: ‘bouwen in de oude kernen’. 6. Activiteitenregelkwalificatie De annotatie ‘activiteitregelkwalificatie’ kwalificeert voor een regel de juridische strekking van die regel voor de daarin genoemde activiteiten.
Deze annotatie is verplicht voor elke geannoteerde activiteit bij een regel. Keuze: 1. Verbod 2. Gebod 3. Vergunningplicht 4. Meldingsplicht 5. Informatieplicht 6. Zorgplicht 7. Toegestaan 8. Anders geduid Uitgangspunten: • Elk activiteit die geannoteerd is met een activiteit uit de activiteitengroep, moet ook geannoteerd worden met een activiteitenregelkwalificatie; • De inhoud van de regel bepaald de activiteitenregelkwalificatie; • Elke regel bevat uitsluiten één activiteitenregelkwalificatie. 7.Gebiedsaanwijzing De annotatie ‘gebiedsaanwijzing’ maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Deze annotatie zorgt ervoor dat regels voor een bepaalde gebiedstypering gepresenteerd kunnen worden op de kaart en maakt het mogelijk om regels meer in samenhang te tonen. Voor de groep waartoe een gebiedsaanwijzing behoort, bestaan meerdere waardelijsten. Voor elk type gebiedsaanwijzing is er een aparte waardelijst voor de daarbinnen onderscheiden groepen. Opties gebiedsaanwijzingen groepen: 1. Beperkingengebied 2. Bodem 31
Implementatie Omgevingswet 3. Defensie 4. Energievoorziening 5. Erfgoed 6. Externe Veiligheid 7. Functie 8. Geluid 9. Geur 10. Landschap 11. Leiding 12. Lucht 13. Mijnbouw 14. Natuur 15. Recreatie 16. Ruimtelijk gebruik 17. Verkeer 18. Water en Watersysteem Deze waardelijst is de meest omvattende lijst. In de TPOD is aangegeven hoe deze lijst moet gebruikt worden. De drie typen Functie, Beperkingengebied en Ruimtelijk gebruik zijn niet bedoeld om een gebied voor een aspect van de fysieke leefomgeving aan te wijzen, maar hebben een ander karakter. De Gebiedsaanwijzing van het type Functie is bedoeld voor de situatie waarin het bevoegd gezag ervoor kiest om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet alleen als abstract criterium te hanteren, maar om het resultaat daarvan ook (geheel of gedeeltelijk) op een kaart weer te geven, vergelijkbaar met het in het bestemmingsplan aanwijzen van de bestemming van gronden op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Dit type kan alleen in het omgevingsplan en de omgevingsverordening toegepast worden. Het Gebiedsaanwijzingtype Beperkingengebied is specifiek bedoeld voor het aanwijzen van beperkingengebieden: gebieden waar regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor een bepaald, in dat gebied aanwezig, werk of object.
Dit type kan alleen toegepast worden in omgevingsdocumenten waarvan in de Omgevingswet is bepaald dat ze beperkingengebieden kunnen aanwijzen en/of regels over beperkingengebiedactiviteiten kunnen bevatten. Het Gebiedsaanwijzingtype Ruimtelijk gebruik is enerzijds bedoeld om provincies in staat te stellen om hun niet-sectorale regels in een viewer op een kaartbeeld weer te geven. Anderzijds sluit het aan bij de door de VNG ontwikkelde staalkaarten voor het omgevingsplan en stelt het gemeenten in staat om tot een ordening van (combinaties van) activiteiten te komen, als alternatief voor het werken met functies. Niet ieder type Gebiedsaanwijzing kan in ieder omgevingsdocument worden gebruikt, zie bijvoorbeeld wat hiervoor al is aangegeven over het type Beperkingengebied. Daarnaast zijn er Gebiedsaanwijzingtypen waarvan het gebruik in het ene omgevingsdocument meer voor de hand ligt dan in het andere. Provincies worden geacht terughoudend te zijn met het toedelen van functies. Wanneer Rijk en provincies zelf gebiedsgerichte regels stellen, gebruiken ze daarvoor primair de sectorale Gebiedsaanwijzingtypen. Dat geldt ook voor de waterschappen. Omgekeerd ligt het in de rede dat gemeenten in het omgevingsplan terughoudend zijn bij het gebruik van de sectorale Gebiedsaanwijzingtypen.
Hen wordt aangeraden voor dat instrument primair gebruik te maken van de Gebiedsaanwijzingtypen Functie en Ruimtelijk gebruik. Onderstaande afbeelding geeft inzicht in het beoogde gebruik.
32
Implementatie Omgevingswet
Afbeelding: gebruik van gebiedsaanwijzingen in de verschillende omgevingsdocumenten (TPOD)
Uitgangspunten: • In de transitiefase bepalen welke annotatie van gebiedsaanwijzingen wordt gebruikt aan de hand van de uitgangspunten geformuleerd in de TPOD, zoals hierboven geformuleerd. 8.Omgevingsnorm Met de annotatie ‘omgevingsnorm’ wordt vastgelegd voor welke locatie(s) een bepaalde waarde van een omgevingsnorm geldt. Voorbeelden van omgevingsnormen zijn ‘maximum bouwhoogte’ en ‘maximum geluidbelasting’. Deze annotatie maakt het mogelijk om een, in een regel verwoorde, omgevingsnorm en de bijbehorende waarden bevraagbaar te maken en inzichtelijk weer te geven op een kaartbeeld. Voor het type van de omgevingsnorm kan gekozen worden uit de waardelijst ‘type norm’ (daarin zijn bijvoorbeeld de waarden ‘maximum goothoogte’ en ‘maximum bebouwingspercentage’ opgenomen). Deze waardelijst is uitbreidbaar, dus als er geen geschikte waarde in staat, kan de gemeente zelf een waarde toevoegen. Opmerking: De keuzes die hieronder worden aangegeven zijn een selectie uit de lijst van de omgevingsnormgroep en type norm waaruit gekozen moet worden. Opties omgevingsnormgroep: 1. Licht 2. Bouwaanduiding 3. Maatvoering Bouwen 4. Overig Opties Type Norm: 1. Bouwhoogte 33
Implementatie Omgevingswet 2. Welstandniveau 3. Kap 4. Oppervlakte Uitgangspunten: • Indien een regel een omgevingsnorm bevat wordt geannoteerd met een waarde die valt onder de annotatie ‘type norm’; • In de transitiefase bepalen wat te doen indien een waarde niet voorkomt? • In de transitiefase bepalen afstemmen of de annotatie omgevingsnormgroep ook wordt gebruikt. 9. Omgevingswaarde Met de omgevingswaarde-annotatie wordt vastgelegd voor welke locatie(s) een bepaalde waarde van een omgevingswaarde-norm geldt. Een omgevingswaarde is bindend voor de overheid die de omgevingswaarde heeft vastgesteld en heeft geen rechtstreekse werking voor anderen. Keuze: 1. Energie 2. Geluid 3. Luchtkwaliteit 4. Overig 5. Veiligheid Waterkering 6. Waterkwaliteit 7. Wateroverlast 8. Zwemwaterkwaliteit Uitgangspunten: • In de transitiefase afstemmen of deze annotatie gebruikt gaat worden.
34
Implementatie Omgevingswet
35