Handboek omgevingsplan huisstijl.pdf
Tekst van het document
Implementatie Omgevingswet
Handboek Omgevingsplan Concept ontwerp hoofdstukken 0 t/m 2
November 2021
1
Implementatie Omgevingswet
Opgesteld in opdracht van de stuurgroep. Voorgelegd aan de stuurgroep Omgevingswet op d.d. 15 november 2021 Ter kennisname aangeboden aan college van B&W op d.d. 23 november 2021
2
Implementatie Omgevingswet Inhoudsopgave Hoofdstuk 0 Waarom een handboek omgevingsplan? ................................................................... 4 0.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 4 0.2 Doelstelling .................................................................................................................................... 5 0.3 De inhoud van het handboek ........................................................................................................ 6 0.4 Resultaat ........................................................................................................................................ 7 0.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 1 Uitgangspunten juridische regels omgevingsplan ..................................................... 10 1.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 10 1.2 Proces om te komen tot juridische regels ...................................................................................
11 1.3 De ambitie van de gemeente ...................................................................................................... 13 1.4 Uitgangspunten voor de regelkwalificatie .................................................................................. 14 1.5 Uitgangspunten voor de juridische regels................................................................................... 16 1.5.1 Analyse ................................................................................................................................. 16 1.5.2 Uitgangspunten voor Regels ................................................................................................ 19 Hoofdstuk 2 Inhoudsopgave omgevingsplan en verbeelding ........................................................ 21 2.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 21 2.2 Opbouw en inhoudsopgave omgevingsplan ............................................................................... 21 2.2.1 Het omgevingsplan ............................................................................................................... 21 2.2.2 De standaarden ....................................................................................................................
22 2.2.3 Uitgangspunten opbouw en inhoudsopgave van het omgevingsplan ................................. 23 2.3 Inhoudsopgave omgevingsplan Edam-Volendam ....................................................................... 25 2.3.1 Basis inhoudsopgave omgevingsplan Edam-Volendam ....................................................... 25 2.3.2 Algemeen: indeling omgevingsplan ..................................................................................... 26 2.4 Weergave op de kaart (voorheen Verbeelding) .......................................................................... 28 2.4.1 Wat is annoteren? ................................................................................................................ 28 2.4.2 De annotaties en uitgangspunten ........................................................................................ 28
3
Implementatie Omgevingswet
Hoofdstuk 0 Waarom een handboek omgevingsplan? 0.1 Inleiding Vooralsnog treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Het omgevingsplan is één van de kerninstrumenten onder de Omgevingswet. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, worden de huidige bestemmingsplannen, beheersverordeningen, een aantal gemeentelijke verordeningen en zo’n 600 regels die van het Rijk naar gemeenten verhuizen – ook wel bruidsschatregels genoemd – automatisch een omgevingsplan. Dit wordt het ‘tijdelijk’ omgevingsplan genoemd. Elke gemeente heeft tot eind 2029 om het ‘tijdelijke’ omgevingsplan om te zetten naar een omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet: Het gebiedsdekkende omgevingsplan, ook wel het ‘nieuwe deel’. Hierin verwerkt de gemeente ook de regels in gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan.
Afbeelding: weergave tijdelijk deel en nieuw deel omgevingsplan Een belangrijk document voor het opstellen van het omgevingsplan is het Plan van Aanpak Transitie omgevingsplan (16 januari 2019) en de uitvoeringsstrategie Handboek (september 2020). In het Plan van Aanpak Transitie Omgevingsplan worden de activiteiten beschreven voor de transitie naar het omgevingsplan. De totstandkoming van het omgevingsplan doorloopt de volgende fasen: • Handboek omgevingsplan; • De inventarisatiefase deelgebied; • De participatie en productiefase per deelgebied; • De procedurefase per deelgebied. Het Plan van Aanpak beschrijft de transitie om te komen tot één omgevingsplan voor de gemeente Edam-Volendam in de periode van 2020 t/m 2027. Hierbij worden de eisen van de Omgevingswet en de ambities uit het ambitiedocument Omgevingswet Edam-Volendam gevolgd. Dit handboek geeft samen met het Plan van Aanpak Transitie omgevingsplan richting aan het verdere proces van het opstellen van het omgevingsplan. 4
Implementatie Omgevingswet 0.2 Doelstelling Het omgevingsplan moet zaken regelen, daar waar het nodig is en faciliteren, daar waar het wenselijk is. De omgevingswet geeft niet aan hoe een omgevingsplan er precies uit moet komen te zien. Gemeenten hebben een grote vrijheid als het gaat om de opbouw en inrichting van het omgevingsplan. Een omgevingsplan kent uniforme regels voor het gehele grondgebied en specifiekere indien noodzakelijk voor de bescherming of stimulering van activiteiten in bepaalde gebieden. Het doel van het handboek is de handreiking te bieden om te komen tot één omgevingsplan voor de gemeente Edam-Volendam. In het handboek wordt de basis gelegd voor de opzet en inrichting van het omgevingsplan en het proces om te komen tot nieuwe regels. Om tot een omgevingsplan te komen kiest Edam-Volendam ervoor om het omgevingsplan gebiedsgewijs stap voor stap vast te stellen. De gebieden zijn op basis van gebiedstypologie en stedenbouwkundige structuur gekozen. De gebieden zijn: Buitengebied (groen), Nieuwbouwgebieden (geel), Oude Kommen (roze) en Bedrijventerreinen (paars).
Afbeelding overzicht gebieden Na vaststelling van het handboek, worden de deel gebieden uitgewerkt tot een gebiedsdekkend omgevingsplan. Gestart wordt in 2022 met de Nieuwbouwgebieden, gevolgd door het buitengebied in 2023, de oude kommen in 2024 en als laatste de bedrijventerreinen in 2025, gevolgd door een veegplan in 2026.
5
Implementatie Omgevingswet 0.3 De inhoud van het handboek Het handboek omgevingsplan Edam-Volendam bevat het raamwerk voor een integrale en samenhangende set regels, toelichting en Plan van Aanpak voor vervolgstappen van het gemeentelijke omgevingsplan. Bij het opstellen van dit omgevingsplan zijn er verschillende onderdelen die in elkaar moeten grijpen: het omzetten van bestemmingsplanregels, bruidsschatregels, regels uit de Verordening fysieke leefomgeving in omgevingsplanregels, bestaand beleid en de invoeringsstrategie en sturingsfilosofie. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de wettelijke kaders van de Omgevingswet en de vier Algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Het gaat om de bevoegdheden en kaders uit de Omgevingswet, de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de maatwerkmogelijkheden van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Binnen deze kaders moeten er beleidsinhoudelijke keuzes gemaakt worden. Het handboek geeft een eerste invulling aan de bovenstaande kaders en vraagstukken. Op basis hiervan bestaat het handboek uit de volgende onderdelen: • • • • •
Hoofdstuk 1 De uitgangspunten voor de regels Hoofdstuk 2 De inhoudsopgave omgevingsplan en de verbeelding Hoofdstuk 3 De regelbibliotheek Hoofdstuk 4 Proces opstellen omgevingsplan en communicatie- en participatieplan Hoofdstuk 5 Technische voorwaarden omgevingsplan
Deze onderdelen vormen samen het handboek omgevingsplan. Ze geven planopstellers houvast en inhoud bij het maken en wijzigingen van het omgevingsplan. Ook helpt het handboek initiatiefnemers van gebiedsontwikkelingen op weg bij het maken van een ontwikkelgericht omgevingsplan. In onderstaand schema is per onderdeel een korte samenvatting gegeven van de uitgewerkte hoofdstukken in het handboek. De hoofdstukken worden onder ‘’inhoud op hoofdlijnen – hoofdstukindeling’’ nader toegelicht.
6
Implementatie Omgevingswet
Afbeelding leeswijzer opzet handboek Hoe is het handboek tot stand gekomen? De invulling van de hoofdstukken in het handboek is tot stand gekomen door: 1. Analyse van de geldende regels voor de fysieke leefomgeving en formulering uitgangspunten: In het handboek zijn de volgende regels opgenomen: ➢ Lokale regels m.b.t. fysieke leefomgeving: De lokale regels bestaan uit: • Bestemmingsplanregels; • Lokaal beleid; • Regels die voortvloeien uit de Verordening fysieke leefomgeving Edam-Volendam; ➢ Regels die voortvloeien uit de instructieregels van het Rijk (Besluit kwaliteit leefomgeving & Regels die voortvloeien uit de instructieregels van de provincie Noord-Holland (Omgevingsverordening NH2020); ➢ De regels uit de bruidsschat. In het handboek wordt gesproken over ‘puzzelstukken’, waarmee de bovenstaande vijf onderwerpen worden bedoeld. 2. Een keuze te maken voor de opbouw van de regels van het omgevingsplan; 3. Uitwerking uitgangspunten genoemd onder één naar gebiedsoverstijgende regels; 4. Analyse en Beschrijving van het proces om te komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan; 5. Formulering technische voorwaarden om de regels digitaal raadpleegbaar te maken.
0.4 Resultaat Het “Handboek omgevingsplan” is het raamwerk voor het opstellen van het gebiedsdekkende omgevingsplan. In het handboek zijn onder andere de uitgangspunten, de inhoudsopgave, de standaard regelbibliotheek met gebiedsoverstijgende omgevingsplanregels opgenomen, waarmee het permanente Edam-Volendamse omgevingsplan straks invulling krijgt. De opstellers van 7
Implementatie Omgevingswet (onderdelen van) het Edam-Volendamse omgevingsplan gebruiken de regelbibliotheek met regels als leidraad om het plan in te richten en te wijzigen. Ook voor initiatiefnemers van gebiedsontwikkelingen vormt het handboek een leidraad om het plan in te richten. Het handboek wordt afgestemd met de stuurgroep implementatie Omgevingswet en vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Versienummering handboek Omdat in de transitiefase met het voortschrijden van de inzichten en het stapsgewijs invulling geven van de verschillende thema’s, ook dit handboek wordt geactualiseerd, is het verstandig dat het handboek van een heldere versie-nummering wordt voorzien. De versienummering wordt op het schutblad van het handboek vermeld, inclusief de vaststellingsdatum.
0.5 Leeswijzer Hoofdstuk 1 uitgangspunten Dit hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten die het vertrekpunt vormen van de regelbibliotheek en het proces. Dit hoofdstuk neemt de lezer mee in de basisuitgangspunten van de regels van het omgevingsplan. Deze uitgangspunten worden vervolgens verder uitgewerkt in de hoofdstukken 3 & 4. De uitgangspunten in hoofdstuk 1 komen voort uit de inhoudelijke analyse regelgeving en harmonisering. Om een omgevingsplan te kunnen bouwen, is gestart met een inhoudelijke analyse van alle lokale regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving, de instructieregels van Rijk en provincie en de bruidsschat. In (thema)bijeenkomsten zijn de vernieuwende mogelijkheden van regelgeving verkend en onderzocht. Met de analyse en inhoudelijke bijeenkomsten is inzicht verkregen hoe zaken geregeld zouden kunnen worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet en ontstaat er door betrokkenheid van de medewerkers bewustwording over de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. In hoofdstuk 3 zijn bovengenoemde uitgangspunten uitgewerkt in concrete gebiedsoverstijgende regels. In hoofdstuk 4 is de beschrijving van het proces opgenomen. Hier wordt beschreven hoe het omgevingsplan moet worden opgesteld en welke systematiek gehanteerd wordt bij de verdere uitwerking van de geformuleerde uitgangspunten.
Hoofdstuk 2 Inhoudsopgave omgevingsplan en de verbeelding De wetgever schrijft niet voor hoe een omgevingsplan er precies uit moet komen te zien. Vanuit de standaarden voor het omgevingsplan (STOP/TPOD) gelden er minimale eisen. Gemeenten hebben een grote vrijheid als het gaat om de opbouw en inrichting van het omgevingsplan. In dit hoofdstuk is de gewenste inhoudsopgave van het omgevingsplan opgenomen met de bijbehorende toelichting van de keuze voor deze inhoudsopgave en de uitgangspunten. Tevens wordt annoteren toegelicht. Annoteren is onder andere van belang voor de weergave op de kaart (verbeelding) en het maken van toepasbare regels. Hoofdstuk 3 De regelbibliotheek In de standaard regelbibliotheek staan omgevingsplanregels, waarmee het omgevingsplan straks invulling krijgt. Bestaande regels voor de fysieke leefomgeving zijn beleidsneutraal omgezet en voldoen aan de eisen die de wet stelt. De omgevingsplanregels bestaan uit de regels voor activiteiten, thema’s en functies die gebiedsoverstijgend zijn. Dat wil zeggen voor de gehele 8
Implementatie Omgevingswet gemeente. In het proces van transformatie worden deze regels aangevuld voor activiteiten, thema’s en functies die zowel gebiedsspecifiek als gebiedsoverstijgend zijn. De regels vloeien voort uit de uitgangspunten van hoofdstuk 1. Tevens wordt een toelichting gegeven op de keuze en keuzenmogelijkheden waarop het omgevingsplan ingevuld kan worden. De opstellers van (onderdelen van) het omgevingsplan en initiatiefnemers van gebiedsontwikkelingen gebruiken de regelbibliotheek om het plan in te richten.
Hoofdstuk 4 Proces opstellen omgevingsplan en communicatie- en participatieplan Proces opstellen omgevingsplan De werkwijze met een omgevingsplan verandert, omdat je niet meer ‘postzegel’ plannen maakt, maar steeds verder werkt in het ene omgevingsplan. In dit hoofdstuk wordt de wettelijke kaders van het omgevingsplan beschreven en welke procedure toegepast moet worden. Tevens wordt uiteengezet hoe in de tijd van transformatie het handboek daarvoor gebruikt moet worden. De initiatiefnemer maakt een omgevingsplan dat voldoet aan de regels van de Omgevingswet en de uitgangspunten van de gemeente. De gemeente heeft het handboek omgevingsplan gemaakt om de initiatiefnemer hierbij te helpen. In dit hoofdstuk staat ook de procesbeschrijving ‘Hoe maak ik een omgevingsplan?’. Er wordt uitgelegd wat de initiatiefnemer van de gemeente kan verwachten en wat er van de initiatiefnemer wordt verwacht Het proces stellen we bij aan de hand van de ervaringen die we samen opdoen. Communicatie- en participatieplan De wetgever vindt het belangrijk dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties al in een vroeg stadium invloed kunnen uitoefenen op het omgevingsplan. Zo komen ideeën, wensen, zorgen en creativiteit ten aanzien van zijn/haar omgeving naar boven. Samen met de beleidsambities en eventuele (technische) beperkingen zijn ze van belang voor de verdere vormgeving van het plan.
De verplichtingen voor participatie bij het omgevingsplan staan in artikel 10.2 lid 1 en 2 van het Omgevingsbesluit. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet omschreven worden hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En ook wat met die resultaten is gedaan. De vorm waarin participatie invulling moet krijgen staat niet vast. In het toetsingskader participatie van de NEN (Normen voor producten, diensten of processen) staat hoe een initiatiefnemer de participatie kan vormgeven. In eerste instantie als richtlijn om de kwaliteit van de participatie te verhogen. Dit toetsingskader vormt leidraad voor het participatieplan. Door het participatie- en communicatieplan op te nemen in het hoofdstuk, is het voor initiatiefnemers van gebiedsontwikkelingen al vroeg in het proces helder wat de richtlijnen zijn voor participatie. De wijze waarop de participatie is uitgevoerd kan zo in het omgevingsplan terechtkomen. Hoofdstuk 5 Technische voorwaarden omgevingsplan Een omgevingsplan moet digitaal raadpleegbaar worden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet – Landelijke Voorziening (DSO-lv). Om het omgevingsplan digitaal te kunnen raadplegen moet het omgevingsplan aan de standaarden voldoen. De standaarden die vanuit het Rijk gelden voor het omgevingsplan zijn: STOP/TPOD.
Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de gemeentelijke software Tercera-GO!. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe een omgevingsplan gewijzigd moet worden en op welke manier hiervoor Tercera-GO! gebruikt moet worden.
9
Implementatie Omgevingswet
Hoofdstuk 1 Uitgangspunten juridische regels omgevingsplan 1.1 Inleiding Op dit moment kent de gemeente Edam-Volendam 45 bestemmingsplannen en 2 beheersverordeningen met verschillende regels. Regels voor milieu en regels uit verordeningen over de fysieke leefomgeving staan niet in deze bestemmingsplannen. Anders dan in de huidige situatie zijn in het omgevingsplan alle regels voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Activiteiten zoals bouwen, gebruik en milieu en aspecten zoals geluid, trillingen, bodembeheersing en erfgoed worden voor het gehele grondgebied geregeld. Waar nodig kunnen dan specifiekere regels van toepassing zijn op een gedeelte van het grondgebied. Dit handboek bevat de uitgangspunten voor de juridische regels van het omgevingsplan, alsmede een eerste aanzet voor deze regels van het omgevingsplan. De uitgangspunten stellen de makers van een omgevingsplan in staat om nadere keuzes te maken en om de regels van het omgevingsplan gedurende de transitiefase (2022 -2029) verder uit te breiden en inhoud te geven. De uitgangspunten voor deze regels zijn in dit hoofdstuk opgenomen. In hoofdstuk 3 van dit handboek is een eerste aanzet gegeven voor de juridische regels (ook wel regelbibliotheek genoemd). Het betreft in dit stadium alleen enkele gebiedsoverstijgende regels.
Deze eerste aanzet wordt gedurende de transitiefase uitgebreid met zowel gebiedsoverstijgende als gebiedsspecifieke regels. De regelbibliotheek groeit door de invulling van het gemeentebrede omgevingsplan.
10
Implementatie Omgevingswet 1.2 Proces om te komen tot juridische regels De VNG heeft een werkwijze voorbereid om op een gestructureerde manier de ambities van de gemeente te vertalen in regels van het Omgevingsplan: ‘van ambitie naar regels’. In het voortraject van dit Handboek Omgevingsplan zijn twee documenten opgesteld die richting geven aan de ambitie die de gemeente heeft ten aanzien van de implementatie van de Omgevingswet. Dit betreft het Plan van Aanpak Transitie Omgevingsplan (16 januari 2019) en het Ambitiedocument Omgevingswet (juni 2018). Hierin is aangegeven dat de gemeente het werkproces aanhoudt zoals die door de VNG is voorbereid. De VNG beschrijft 8 stappen om te komen van ambities naar regels (zie onderstaande afbeelding).
Model VNG: 8 stappen van ambities naar regels Stap 0 In stap 0 van de bovenstaande figuur worden de zogenaamde ‘puzzelstukken’ geanalyseerd op basis van het doel dat een gemeente nastreeft met het omgevingsplan. Met puzzelstukken wordt bedoeld: 1. regels die voortkomen uit beleid van de gemeente; 2. relevante regels bestemmingsplannen; 3. de relevante onderdelen Bruidsschat; 4. de instructieregels uit het BKL, BAL, BBL, provinciale en waterschapverordeningen; 5. relevante verordeningen. 11
Implementatie Omgevingswet Stap 1 Dit betreft de ambities en opgaven voor een specifiek gebied. Een gebied kan de gehele gemeente zijn, maar ook de gespecificeerde deelgebieden. De ambities komen voort uit de omgevingsvisie en eventuele gebiedsspecifieke ‘gebiedsverhalen’. Stap 2 In deze stap wordt gedefinieerd welke rol de gemeente wil spelen in het sturing geven aan ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Dit noemen we ook wel de ‘sturingsfilosofie’. Deze sturingsfilosofie komt aan bod in de omgevingsvisie (stap 1 Model VNG: 8 stappen van ambities naar regels) en de integrale gebiedsbeschrijving (stap 4 Model VNG: 8 stappen van ambities naar regels). Stap 3 Aan de hand van geldende wetgeving, ambities uit de omgevingsvisie en overig gemeentelijk beleid worden de kaders van het omgevingsplan bepaald. In deze stap wordt op basis van het gemeentelijke beleid en de ambities uit de omgevingsvisie welke basiswaarden voor lucht, geluid, geur, bodem externe veiligheid worden nagestreefd in het (deel) omgevingsplan. Stap 4 De stappen 0 t/m 4 resulteren in een integrale beschrijving van het gebied waarvoor een deel van het omgevingsplan wordt gemaakt. Het beschrijft de gewenste kwaliteit van de leefomgeving in dit gebied voor de komende jaren. Stap 5 In stap 5 wordt beschreven wat de werkingsgebieden zijn met de daarbij van toepassing verklaarde functies en activiteiten.
De werkingsgebieden variëren van het gehele grondgebied tot perceel. Stap 6 In deze stap wordt op basis van de uitkomsten van de voorgaande stappen bepaald welke regelkwalificatie voor een activiteit wordt toegepast. Stap 7 De gemaakte keuzes in stap 1 tot en met 6 leiden uiteindelijk tot de daadwerkelijke formulering van regels met hun waarden en werkingsgebieden. Regels omgevingsplan in twee tranches Bij het opstellen van een omgevingsplan worden in Edam-Volendam de genoemde 8 stappen uit het VNG-model doorlopen. Daarnaast zal het opstellen van de regels van het omgevingsplan in twee tranches gebeuren. Tranche 1: Het harmoniseren van (enkele) regels die van toepassing zijn op het gehele gemeentelijk grondgebied. In het voorliggende handboek is een eerste aanzet gegeven voor de regelbibliotheek, waartoe stappen 0 en 3 van het stappenplan van de VNG gedeeltelijk is doorlopen. Stappen 1 en 2 bestaan uit
12
Implementatie Omgevingswet de omgevingsvisie en de gebiedsbeschrijvingen (ook wel: gebiedsverhalen1), die nog in voorbereiding zijn. Waar mogelijk zijn stappen 5 t/m 7 doorlopen en zijn regels opgenomen in de regelbibliotheek. Tranche 2: Harmoniseren, dereguleren, schrappen In de transitiefase (2022-2029) volgt bij het opstellen van de (gebiedsgerichte)omgevingsplannen de rest van de regels. Bij het opstellen van een (gebieds)omgevingsplan wordt het volledige stappenplan doorlopen om van ambitie naar regel te komen. In deze tweede tranche worden naast gebiedsoverstijgende regels ook de gebiedsspecifieke regels opgesteld. In deze tranche kan op basis van de stappen 0 t/m 6 worden geharmoniseerd, gedereguleerd en waar mogelijk regels worden geschrapt. Waar nodig worden de gebiedsoverstijgende regels die in de eerste tranche zijn opgesteld opnieuw beoordeeld en voorzien van een andere regelkwalificatie.
1.3 De ambitie van de gemeente De ambitie voor de implementatie van de Omgevingswet is vastgesteld in het ambitiedocument Omgevingswet (juni 2018). Verder met betrekking tot dit onderdeel is uitgewerkt in het plan van aanpak transitie omgevingsplan (2020) en de uitvoeringsstrategie handboek (september 2020). In het ambitiedocument Omgevingswet is onder andere opgenomen dat de gemeente het dienstverleningsniveau naar een hoger niveau wil tillen. De kernwaarden van de organisatie zijn op de volgende manier gerelateerd aan de doelstellingen van de Omgevingswet.
Op 20 september 2018 heeft de gemeenteraad op basis van het kwadrantenmodel van de VNG een vernieuwende ambitie vastgesteld om de koers te bepalen voor de implementatie van de Omgevingswet. Met het kiezen van de vernieuwende invoeringsstrategie stelt de gemeente het perspectief van de burger centraal. De volgende ambities hebben invloed op de inhoud van het omgevingsplan: - Maatwerk: het leveren van maatwerk gericht op het gebied waar een bepaalde ontwikkeling zich voordoet heeft een zeer sterke externe focus en is een grote verandering voor de gemeente EdamVolendam. De gemeente richt zich op het afwegen van belangen, zowel in specifieke gevallen, als in de context van het gebied, in plaats van te toetsen aan universeel beleid en regelgeving. Ongelijke gevallen worden ook ongelijk behandeld. De gemeente is wendbaar en vooruitstrevend, zonder zeer grootschalige experimenten, dus worden de instrumenten aangepast en worden handvatten geboden om de bestuurlijke afwegingsruimte in te vullen. 1 Inhoudelijke visie op de deelgebieden. In het PvA Transitie Omgevingsplan is het grondgebied van de gemeente onderverdeeld in 4
deelgebieden. Ten behoeve van het opstellen van de gebiedsoverstijgende regels is de omgevingsvisie bepalend voor de wijze waarop binnen de deelgebieden regels worden geïmplementeerd, geschrapt of geharmoniseerd. Daarom is het beschikbaar zijn van de omgevingsvisie essentieel om gebiedsspecifieke regels op te kunnen stellen.
13
Implementatie Omgevingswet - Uitnodigingsplanologie en kaderstelling: het werken met uitnodigingsplanologie betekent een veranderende rol van de gemeente. De gemeente zal werken vanuit een heldere visie en vooraf duidelijke kaders stellen vanuit het algemeen belang. De uitwerking wordt overgelaten aan de inwoners en ontwikkelaars. Dit is een grote verandering ten aanzien van de lokale cultuur. De organisatie werkt steeds meer volgens dit principe en zal dit per gebied/locatie verder toepassen. Rol van de gemeenteraad Naast het vaststellen van de doelstellingen en ambitie stelt de gemeenteraad beleid en regelgeving vast dat ruimte biedt voor maatwerk en onderscheid. Op basis van de gekozen ambitie streeft de gemeente naar minder regeldruk. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door efficiënter vergunningverlening of door minder activiteiten met vergunningen te regelen. De gemeenteraad heeft daarnaast een rol bij de kaderstelling in de vorm van de omgevingsvisie. Het gaat daarbij om de identiteit van de gemeente. Wat zijn de waarden, welke ambitie wordt nagestreven in een gebied. De rol die de gemeente wilt spelen wordt samengevat onder de noemer ‘sturingsfilosofie’. In het omgevingsplan wordt in samenwerking met de raad de kaders van de regelgeving vastgelegd voor de fysieke leefomgeving met het doel om de gestelde doelen uit de omgevingsvisie te realiseren.
De raad stelt het omgevingsplan vast. Uitgangspunten o.b.v. ambitie • De gemeente stelt een ‘uitnodigingsplanologie’ voor, waarin de gemeente werkt vanuit de kernbegrippen ‘kaderstellen’, ‘transparant’, ‘voorspelbaar’ en ‘vertrouwen’. • Vereenvoudiging van de regels vindt plaats door het samenvoegen, versimpelen en loslaten waar dat kan, zonder dat daarmee de kwaliteit van de leefomgeving aangetast wordt; • Op basis van het dienstverleningsniveau is minder regeldruk wenselijk. Hoe dit geconcretiseerd wordt, is afhankelijk van de omgevingsvisie (sturingsfilosofie) en het nadere onderzoek voor activiteiten op basis van beleid of programma’s. • In samenwerking met de gemeenteraad wordt invulling gegeven aan het omgevingsplan. In de transitieperiode van het tijdelijke omgevingsplan naar het gemeentebrede omgevingsplan (2022-2029) wordt met de raad de keuze van regelkwalificatie besproken voor activiteiten waaruit de omgevingsvisie, beleid of programma nog geen duidelijke regelkwalificatie (zie par 1.4) kan worden gedestilleerd.
1.4 Uitgangspunten voor de regelkwalificatie Bij het opstellen van de regels wordt gebruik gemaakt van de VNG-regelpiramide (zie onderstaande afbeelding). Uitgangspunt van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk activiteiten te regelen met algemene regels en een beperkt aantal activiteiten blijft nog vergunningsplichtig en daarvoor moet een initiatiefnemer (burger, bedrijf of de overheid) een melding doen/ vergunning aanvragen voordat de activiteit mag worden uitgevoerd
14
Implementatie Omgevingswet Regelkwalificatie De regelkwalificatie onder de Omgevingswet zijn in vier niveaus te verdelen: 1. Niets regelen; 2. Algemene regels: a. Algemene regel zonder informatie-, meld- of zorgplicht. In een algemene regel staat waaraan iemand bij het uitvoeren van een activiteit moet voldoen. Voldoet men aan de criteria uit de algemene regel, dan kan men de handeling verrichten zonder vergunning of informatie-, meld- of zorgplicht. b. Algemene regel met informatieplicht: Bij sommige (bijvoorbeeld milieubelastende) activiteiten verplicht het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) tot het sturen van informatie aan het bevoegd gezag. c. Algemene regel met meldplicht: Soms is een meldplicht een voorwaarde in een algemene regel. Deze meldplicht houdt in dat men tot vier weken voor aanvang moet melden dat men de activiteit gaat uitvoeren. In de algemene regel is te vinden welke informatie moet worden meegestuurd. d. Algemene regel met zorgplicht: De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor als er geen specifieke decentrale of Rijksregels zijn. Als deze specifieke decentrale of Rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer. 3.
Vergunningsplicht: met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. De omgevingsvergunning geldt voor iedereen die de activiteit uitvoert waarvoor de vergunning bedoeld is (artikel 5.37 lid 1 Omgevingswet). Dit kan degene zijn aan wie de vergunning is verleend, maar ook zijn opvolger. 4. Verbod: een verbod geeft aan dat het verboden is om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. Bijvoorbeeld een milieuverontreiniging die aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, bodem of water veroorzaakt. Uitgangspunten voor de regelkwalificatie • Sturingsfilosofie is het anker voor de wijze waarop onderwerpen in het omgevingsplan zijn geregeld. Op basis van de sturingsfilosofie die de gemeente hanteert, kan bij het opstellen van regels worden bepaald op welke wijze (kwalificatie) een regel in het omgevingsplan wordt ingezet. • We regelen niet meer dan nodig. Daarbij wordt rekening gehouden met het type activiteit, het type gebied en de te beschermen kwaliteiten. Dit kan in minder en/of betere (algemene) regels resulteren en meer vergunningsvrije activiteiten. • Om maatwerk te kunnen leveren wordt bij een vergunningplicht waar mogelijk open normen toegepast die zijn gerelateerd aan beleidsregels.
Dit biedt flexibiliteit doordat er meer ruimte is voor interpretatie om de gestelde doelen te halen en sneller kunnen schakelen. 15
Implementatie Omgevingswet • Zoveel mogelijk algemene regels (transparant en voorspelbaar, kaderstelling) o.b.v. beleid, omgevingsvisie, programma en de mogelijkheid die aanwezig is om daarvan af te wijken als college (maatwerk). • Eerst wordt er gekeken of een regel voor een activiteit nodig is om een bepaald doel te bereiken. Kan een algemene of specifieke zorgplicht uitkomst bieden? Of kan de regel eigenlijk geschrapt worden? • Als er wel een regel nodig blijkt, wordt vervolgens eerst gekeken of een algemene regel voor heel Edam-Volendam voldoende is. • Waar de situatie daarom vraagt, wordt de algemene regel aangepast voor die specifieke activiteit of locatie. • Bij de algemene regels wordt gewerkt met gesloten normen die helder en zelfstandig toetsbaar zijn, zodat er geen onduidelijkheid over de regel bestaat. • Indien het wenselijk is om als gemeente geïnformeerd te zijn over een activiteit, wordt er een informatie- of meldplicht aan de algemene regel toegevoegd. • Vindt de gemeente dat er een nadere afweging noodzakelijk is, dan wordt er gekozen voor een vergunningplicht. In dit geval kan er sprake zijn van gesloten normen, maar ook van open normen, die worden toegepast in combinatie met een beleidsregel. Dit zorgt ervoor dat er meer flexibiliteit is in de afweging of een activiteit wel of niet in het omgevingsplan past.
• Vindt de gemeente dat een activiteit echt onwenselijk is, dan wordt een verbod ingesteld. Dit betekent overigens niet dat deze activiteit nooit zou kunnen plaatsvinden. Onder bepaalde voorwaarden (bijv. treffen maatregelen door aanvrager) kan een activiteit toch toelaatbaar zijn en kan in afwijking van het omgevingsplan een (buitenplanse) omgevingsvergunning worden afgegeven. • Verder wordt per type activiteit (b.v. bouwen) en type gebied (woongebied, oude kommen, bedrijventerrein, buitengebied) een afweging gemaakt welke mate van flexibiliteit gewenst is ten opzichte van de mate van rechtszekerheid en de bescherming van kwaliteiten in het gebied. Er kan ook een verschil zijn in de flexibiliteit die wordt toegepast ten aanzien van reeds bestaande, laag-dynamische gebieden en in ontwikkeling zijnde, hoog-dynamische gebieden.
1.5 Uitgangspunten voor de juridische regels 1.5.1 Analyse In paragraaf 1.2 is beschreven dat het opstellen van de regels van het omgevingsplan in twee tranches gebeurt. • Tranche 1: Het harmoniseren van (enkele) regels die van toepassing zijn op het gehele gemeentelijk grondgebied. Dit noemen we gebiedsoverstijgende regels. De regels van de eerste tranche zijn vastgelegd in de regelbibliotheek van hoofdstuk 3 van dit handboek. • Tranche 2: Opstellen (gebieds)omgevingsplan. Opstellen van gebiedsoverstijgende en gebiedsspecifieke regels in (gebieds)omgevingsplan. In dit plan wordt op basis van het stappenplan van de VNG de regels opgesteld. Dit betekent dat in dit proces wordt geharmoniseerd, gedereguleerd en geschrapt van huidige regels. Ten behoeve van de regels die deel uitmaken van de 1e tranche is de analyse uitgevoerd, zoals die in de VNG-systematiek is beschreven (zie paragraaf 1.2). Voor wat betreft de analyse van het vastgestelde beleid gaat dit om het beleid dat dateert vanaf de fusie (2016) van de gemeente. De 16
Implementatie Omgevingswet analyse is samengebracht in een zogenaamd ‘dashboard’. Het ‘dashboard’ is een Excel bestand waarin de analyse is verwerkt. Deze wordt als digitale bijlage bij het handboek geleverd. In tabel 1 is een korte samenvatting van de uitkomsten van de analyse weergegeven. Tabel 1: samenvatting van de uitkomsten van de analyse – tranche 1 Uitgangspunten – Toelichting uitkomsten Onderwerpen uitkomsten Bruidsschat Voor diverse onderwerpen is - Overnemen en specifiëren regels voor een aanzet gedaan of de van bijbehorende bouwwerken, overige toepassing zijnde bruidsschat bouwwerken en voor de algemene regel geschrapt en/of bouwregels uit de bruidsschat. gespecificeerd en/of afgestemd - Afstemmen regels bruidsschat op het en/of overgenomen kunnen gebied van veiligheid, waaronder voor worden in tranche 1. traditioneel schieten en bluswatervoorzieningen. Regelbibliotheek De criteria voor wanneer regels Voorbeelden voor onderwerpen waarvoor (gebiedsoverstijgende kunnen worden opgenomen gebiedsoverstijgende regels in de regels) voor een specifiek onderwerp in regelbibliotheek worden opgenomen: de regelbibliotheek in tranche 1 - Onderwerp kwaliteit, thema zijn: Bouwwerken, kwaliteit & gebruik, - Het moet een welstand: subonderwerpen zoals functie gebiedsoverstijgend wonen, dakkapellen voor dakvlak, onderwerp betreffen.
bijbehorende bouwwerken, bed & - De regel moet breakfast, detailhandel, garages en beleidsneutraal kunnen archeologie. worden overgenomen uit - Onderwerp gezond, thema Gezondheid: beleid of bestemmingsplan. subonderwerpen zoals begraafplaatsen Als de inhoud van de regel en sport. weerstand oproept of niet - Onderwerp Veilig, thema Veiligheid: zonder meer bepaald kan subonderwerpen zoals leidingen en worden (dit geldt bluswatervoorzieningen. bijvoorbeeld voor - Onderwerp Veilig, thema Watersystemen milieuregels) dan kan de + beheer: subonderwerpen zoals regel (ook als deze waterkeringen en waterhuishouding. gebiedsoverstijgend is) in - Onderwerp Ecologisch, thema Natuur & deze tranche nog niet natuurbescherming: subonderwerpen worden opgenomen in de natuur (bescherming natuur) en regelbibliotheek. groenvoorzieningen. Gelet op bovenstaande criteria - Onderwerp ’bereikbaar’, thema zijn enkele onderwerpen ’infrastructuur/mobiliteit’: waarvan het wenselijk is om subonderwerpen zoals ligplaatsen en de daar gebiedsoverstijgende functie terrassen. regels op te stellen op de boodschappenlijst opgenomen.
17
Implementatie Omgevingswet Boodschappenlijst
Redenen waarom een onderwerp op de boodschappenlijst komt zijn: - Het is een gebiedsspecifieke regel; - Door middel van nader onderzoek, visie, uitwerking van beleid moet de inhoud van de regel worden bepaald. Dit geldt met name voor de (nieuwe) milieu onderwerpen. En dit geldt dus ook voor enkele gebiedsoverstijgende onderwerpen.
Voorbeelden Geluid. In het omgevingsplan moeten geluidsnormen worden opgenomen. Doormiddel van onderzoek moet worden bepaald welke geluidsnormen gehanteerd worden voor diverse geluidsbronnen zoals wegen en bedrijven. Ditzelfde is van toepassing op bijvoorbeeld geur of trillingen. Door middel van onderzoek moet worden bepaald welke milieunormen gehanteerd worden. Recreatie, deels gebiedsoverstijgende regels en deels gebiedspecifieke regels voor specifiek aangewezen locaties. Welke regels gebiedsspefifiek zijn, wordt naar aanleiding van de doelen en ambities uit de gebiedsverhalen van de omgevingsvisie bepaald. Welstand. Er moet onderzocht worden hoe het welstandsbeleid vertaalt wordt in het omgevingsplan.
Uit de inventarisatie blijkt dat de regels niet altijd in overeenstemming zijn met elkaar, en vaak is het zo dat regels uit het ene domein (bijvoorbeeld een bestemmingsplan) niet overeenkomen of zelfs tegenstrijdig zijn met een regel uit een ander domein (bijvoorbeeld een milieu gerelateerde regels uit de APV). In het dashboard is aangegeven of, en zo ja hoe, er een harmonisatie van regels kan plaatsvinden op basis van het vastgestelde beleid, verordeningen, instructieregels van provincie en Rijk, de bruidsschat en de nieuwe amvb’s van de Omgevingswet. Verder is er een onderverdeling gemaakt van activiteiten waarvoor gebiedsoverstijgende regels kunnen worden opgesteld en regels waarvoor gebiedsspecifieke regels noodzakelijk zijn. Tot slot is uit de analyse op te maken dat alvorens een regel kan worden opgesteld er nadere onderzoeken, omgevingsvisie of programma nodig is. Deze regels worden in transitiefase verder uitgewerkt. In de analysefase zijn deze activiteiten op de “boodschappenlijst” gezet. Boodschappenlijst betekent: uitwerken in de transitiefase. Uitgangspunten voor gebiedsoverstijgende regels Conform het gedachtegoed van de Omgevingswet moeten de uitgangspunten leiden tot heldere regels.
In de eerste tranche is sprake van harmonisatie van de gebiedsoverstijgende regels in de gemeente en van een beleidsneutrale overgang van de bestaande regels en verordeningen naar de regels van het omgevingsplan. De regelkwalificatie is conform huidige wetgeving. De regels worden in de transitiefase stapsgewijs aangevuld.
18
Implementatie Omgevingswet Uitgangspunten voor gebiedsspecifieke regels De gemeente hanteert voor verschillende gebieden zogenaamde ‘gebiedsspecifieke regels’. Gebiedsspecifiek betekent dat er regels voor activiteiten gelden die specifiek in éen van de vier deelgebieden voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan agrarische activiteiten of activiteiten ter bescherming van het beschermd stadsgezicht. Er zijn in deze versie van het handboek nog geen gebiedsspecifieke uitgangspunten opgenomen, omdat die voortvloeien uit de gebiedsverhalen uit de omgevingsvisie of nieuw beleid. Uitgangspunten voor gebiedsspecifieke regels worden in de transitiefase opgesteld. In de regelbibliotheek is een reservering opgenomen voor de vier gedefinieerde deelgebieden. 1.5.2 Uitgangspunten voor Regels Algemene uitgangspunten • Ten behoeve van het opstellen van de regels wordt het stappenplan VNG doorlopen (8 stappen van ambities naar regels). • Een activiteit, thema of waarde kan zowel gebiedsoverstijgend als gebiedsspecifiek zijn. Bijvoorbeeld als voor een activiteit naast de gebiedsoverstijgende regels voor bepaalde locaties ook nog nadere specifieke regels gelden. In dat geval geldt voor het gebiedsoverstijgende deel dat wordt bepaald of de regel opgenomen kan worden in de regelbibliotheek. De regeling voor het gebiedsspecifieke aspect wordt ingevuld gedurende de transitiefase.
Uitgangspunten t.b.v. de 1e tranche • Waar mogelijk worden gebiedsoverstijgende regels die voortkomen uit de bestemmingsplannen en vastgesteld beleid, verordeningen, amvb’s, bruidsschat (bouwen) en Rijks en provincieregels geharmoniseerd. • Begrippen uit bestemmingsplannen worden geharmoniseerd. De volgende uitgangspunten gelden voor harmonisatie o Regel gaat boven begrip (geen verscholen regels in begripsomschrijvingen). Maatwerk moet worden gerealiseerd door regels en niet door aanpassing van het begrip voor een bepaalde locatie. o Beste begripsuitleg kiezen en hier binnen de gemeente niet meer van afwijken. Een begrip moet straks in de hele gemeente, waar nog maar 1 omgevingsplan geldt, uniform worden toegepast. o Aanpassing van een begripsomschrijving is in de toekomst nog mogelijk, maar dan geldt dat begrip voor het gehele omgevingsplan. Dit is iets wat een bredere afweging vraagt. o De Omgevingswet gaat uit van eenvoudig beter. Er is dan ook veel voor te zeggen, het aantal begrippen in zijn algemeenheid te minimaliseren en te harmoniseren. o Voor veel begrippen wordt door de VNG geadviseerd de begrippen niet meer te omschrijven in het Stelsel Omgevingswet om uiteenlopende redenen. Aan de advisering van de VNG wordt een zwaargewicht toegekend.
o Als de wetgeving al voorziet in de omschrijving van een begrip, is het altijd beter om daarbij aan te sluiten en het begrip niet op gemeentelijk niveau ook te omschrijven. • •
Bij het opstellen van gebiedsoverstijgende regels wordt geen nieuw beleid geïmplementeerd. Het overzetten van regels naar de regel in het handboek vindt beleidsneutraal plaats. Van elkaar afwijkende regelingen over hetzelfde onderwerp worden op elkaar afgestemd. 19
Implementatie Omgevingswet Uitgangspunten t.b.v. de 2e tranche • Indien er naar aanleiding van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie en gebiedsverhalen wijzigingen nodig zijn van de van de gebiedsoverstijgende regels uit het handboek, vindt dat plaats in de transitiefase. • Indien er naar aanleiding van nader onderzoek, beleid of harmonisatie wijzigingen of aanvullingen nodig zijn van de regels, dan vindt dat plaats in transitiefase. • De bruidsschat (milieu) is geïnventariseerd. Indien een (milieu) activiteit samenhangt met een bruidsschatregel, dan wordt de keuze schrappen, specificeren, overnemen gemaakt in de transitiefase.
20
Implementatie Omgevingswet Hoofdstuk 2 Inhoudsopgave omgevingsplan en verbeelding 2.1 Inleiding Tijdens de transitiefase wordt het tijdelijke omgevingsplan stapsgewijs omgezet naar het nieuwe deel, dat onderdeel wordt van het gebiedsdekkende omgevingsplan. Voor het vaststellen en wijzigen van het omgevingsplan zijn informatiemodellen ontwikkeld. Voor het omgevingsplan zijn de Standaard officiële publicatie (STOP) en Toepassingsprofiel Omgevingsplan (TPOD) van toepassing (hierna: de standaarden).2 Omdat de gemeente met deze standaarden veel keuzevrijheid heeft voor het opstellen van het omgevingsplan en de digitale verbeelding, is vooraf een opbouw met bijbehorende inhoudsopgave bepaald. Deze opbouw met de bijbehorende inhoudsopgave vormt de basis van het omgevingsplan Edam-Volendam, die in de transitiefase naar het gebiedsdekkende omgevingsplan als groeimodel verder worden aangevuld en uitgewerkt naar aanleiding van de uitgangspunten die in Hoofdstuk 1 van dit handboek zijn opgenomen. Voor een weergave op de kaart (verbeelding) moet worden geannoteerd. Annoteren is het toevoegen van gegevens aan de juridische regels om het omgevingsplan machineleesbaar te maken. Bij het annoteren wordt gebruik gemaakt van uitbreidbare en limitatieve waardelijsten, waaruit gekozen moet/kan worden. De annotaties zijn verwerkt in de software voor het maken van een omgevingsplan.
In dit hoofdstuk worden het omgevingsplan en de uitgangspunten voor de opbouw, inhoudsopgave en het annoteren uiteengezet. Deze uitgangspunten moeten worden gehanteerd bij het opstellen en wijzigen van het omgevingsplan.
2.2 Opbouw en inhoudsopgave omgevingsplan 2.2.1 Het omgevingsplan Het omgevingsplan bestaat uit een Besluit en een Regeling. Het besluit is een tekst die de vaststelling of wijziging van een regeling beschrijft: een precieze beschrijving van hoe de gemeenteraad of het college (in het geval van delegatie) een nieuwe Regeling vaststelt of een (bestaande) Regeling wijzigt. Onderdeel van het Besluit is dus ook de nieuwe Regeling of de wijziging van de Regeling. Voor het omgevingsplan is dit het raadsbesluit of collegebesluit met alle bijbehorende onderdelen waarmee een wijziging van het omgevingsplan wordt vastgesteld. De juridisch geldende versie van het omgevingsplan waaraan rechten en plichten kunnen worden ontleend, bestaat uit de verzameling van de nieuwe Regeling en alle daarna vastgestelde wijzigingen van die Regeling. Om die verzameling op een voor de mens leesbare en begrijpelijke manier te presenteren, is er ook de geconsolideerde Regeling. De geconsolideerde Regeling bevat de inhoud van een Regeling, zoals die geldt op een bepaald moment. De geconsolideerde Regeling wordt afgeleid uit de initiële Regeling waarin steeds de (inwerkinggetreden) wijzigingen uit de wijzigingsbesluiten zijn verwerkt tot een doorlopende versie van het omgevingsplan.
De geconsolideerde Regeling vormt de basis voor de weergave van de Regeling op overheid.nl en van de versie van het omgevingsplan die in DSO-LV te raadplegen is. Een toelichting op de technische voorwaarden omgevingsplan is verder uitgewerkt in Hoofstuk 5.
2 Toepassingsprofiel omgevingsplan I Versie 2.0.0 I Standaard Officiële Publicatie met Toepassingsprofielen
voor Omgevingsdocumenten (STOP/TPOD) I 29 juni 2021
21
Implementatie Omgevingswet
Afbeelding: infographic www.wegwijzertpod.nl (wijzigen van een omgevingsplan)
Het tijdelijke deel van het omgevingsplan van Edam-Volendam wordt op een gebiedsgerichte manier omgezet naar het nieuwe deel. Het eerste (deel-)omgevingsplan (de Regeling) komt tot stand door het nemen van een initieel besluit (het besluit waarmee het eerste (deel-)omgevingsplan wordt vastgesteld). Dit vormt tevens de geconsolideerde versie van het omgevingsplan. Vervolgens wordt door middel van wijzigingsbesluiten het omgevingsplan per gebied aangevuld en gewijzigd. Deze wijzigingsbesluiten worden daarna onderdeel van de geconsolideerde versie van het omgevingsplan. De in de navolgende paragraven omschreven opbouw en inhoudsopgave hebben betrekking op de juridische geldende versie (de Regeling) van het omgevingsplan. De opbouw en bijbehorende inhoudsopgave vormen de basis voor de wijzigingsbesluiten waarmee de regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan wordt omgezet naar het gebiedsdekkende omgevingsplan. Deze onderwerpen worden in de hiernavolgende paragrafen beschreven. 2.2.2 De standaarden Om de gemeente de mogelijkheid te geven het omgevingsplan zoveel mogelijk naar eigen inzicht in te delen, schrijft het standaard omgevingsplan (STOP) slechts een zeer beperkte vorm van standaardinhoudsopgave voor. Er gelden twee verplichtingen: 1. Elk omgevingsplan heeft een Hoofdstuk 1 met de titel ‘Algemene bepalingen’.
Dit hoofdstuk heeft een verplicht artikel: ‘Begripsbepalingen’; 2. Het omgevingsplan heeft een bijlage waarin de tekstuele aanduidingen en identificatiecodes van de Geo-informatieobjecten (GIO’s) zijn opgenomen. Elke regel in het omgevingsplan moet namelijk worden gekoppeld aan één of meerdere locaties. Met een GIO wordt de locatie van een regel uit het omgevingsplan vastgelegd. Dit wordt ook wel het werkingsgebied van een regel genoemd.
22
Implementatie Omgevingswet De drie hoofdcomponenten van de standaarden zijn: tekst, locatie en annotatie.
Afbeelding: hoofdcomponenten (afbeelding uit TPOD)
Vanuit deze gedachte zijn de opbouw en de inhoudsopgave van het omgevingsplan vormgegeven. Een toelichting op de technische voorwaarden omgevingsplan is verder uitgewerkt in Hoofstuk 5. 2.2.3 Uitgangspunten opbouw en inhoudsopgave van het omgevingsplan 1. Opbouw omgevingsplan De regels van het omgevingsplan kunnen onder andere systematisch (casco VNG), gebiedsgericht, thematisch gericht functie- en activiteitengericht opgebouwd worden. Voor de opbouw van het omgevingsplan Edam-Volendam zijn de volgende uitgangspunten bepaald: • Het omgevingsplan wordt een mengvorm: een gedeeltelijk systematisch opbouw, gebiedsgerichte opbouw en functie- en activiteitengerichte opbouw, omdat deze vorm van opbouw is gebaseerd op een locatiegerichte benadering. Dit past uitstekend bij de wijze waarop Edam-Volendam haar omgevingsplan wil inrichten (d.m.v. gebiedstypologieën) en op het gedachtegoed van de Omgevingswet; • In Hoofdstuk 3 van het omgevingsplan worden de beperkingengebieden en gebiedsaanwijzingen opgenomen.
Op deze manier staan alle beperkingen en gebiedsaanwijzingen die gelden voor activiteiten overzichtelijk bij elkaar; • Hoofdstuk 4 van het omgevingsplan bevat de vier gebiedstypologieën: Oude kernen, Nieuwbouwgebieden, Bedrijventerreinen en Buitengebied; • Nieuwe gebieden worden alleen toegevoegd aan Hoofdstuk 4, wanneer uit de uitgangspunten, de boodschappenlijst en de omgevingsvisie een nieuw gebied toegevoegd moet worden; • Hoofdstuk 4 van het omgevingsplan regelt de functie en het gebruik per gebied (de voormalige bestemmingsomschrijving en specifieke gebruiksregels); • De activiteiten worden opgenomen in Hoofdstuk 5 van het omgevingsplan en per activiteit wordt aangegeven voor welk gebied uit Hoofdstuk 3 en 4 de regel van toepassing is; • In Hoofdstuk 6 van het omgevingsplan worden de regels die van toepassing zijn voor de onderwerpen overgangsrecht, programma, beheer en onderhoud, financiën, procesregels, handhaving en monitoring en evaluatie opgenomen.
23
Implementatie Omgevingswet 2. Hoofdstuk 1 begripsbepalingen en meet- en rekenbepalingen In de standaard is bepaald dat de begripsbepalingen uitsluitend worden opgenomen in het artikel Begripsbepalingen in Hoofdstuk 1, dan wel in een specifieke bijlage met begripsbepalingen en niet op andere plaatsen in de tekst. In de standaard is verder bepaald dat in principe de meet- en rekenbepalingen in het artikel ‘Meeten rekenbepalingen’ in Hoofdstuk 1, dan wel in een specifieke bijlage met meet- en rekenbepalingen worden geplaatst. Het kan voorkomen dat een meet- of rekenbepaling zo contextgebonden is, dat deze slechts voor één of een beperkt aantal artikelen van toepassing is. In zo’n geval kan het bevoegd gezag het wenselijk vinden om de meet- of rekenbepaling niet in het artikel ‘Meet- en rekenbepalingen’ in Hoofdstuk 1 te plaatsen, maar direct in of bij de artikelen waarop zij van toepassing is. De volgende uitgangspunten zijn bepaald voor Hoofdstuk 1. • De begrippen en de meet- en rekenbepalingen worden opgenomen in het artikel ‘Begripsbepalingen’ in Hoofdstuk 1 en niet als bijlage bij de regels; • Indien een meet- en rekenbepaling uitsluitend van toepassing is voor een beperkt aantal artikelen, wordt deze ook opgenomen in artikel ‘meet- en rekenbepalingen’ in Hoofdstuk 1. 3.
Opnemen overige regels in Hoofdstuk 1 In Hoofdstuk 1 ‘Algemene bepalingen’ kunnen overige regels opgenomen worden, waarvan het werkingsgebied het hele werkingsgebied van het omgevingsplan is. Dit kan een algemene regel zijn die voor iedereen van toepassing en niet geldt specifiek voor een locatie of activiteit, bijvoorbeeld een zorgplicht. Het doel van dit uitgangspunt is tweeledig: 1. Dit zorgt ervoor dat een gebruiker alle regels die op een locatie gelden gepresenteerd krijgt; 2. Dit voorkomt dat een gebruiker die de regels wil raadplegen die voor een bepaalde locatie gelden, ook allerlei regels te zien krijgt die daar niet van toepassing zijn, alleen omdat ze als algemene bepaling zijn geformuleerd zonder er een specifieke locatie aan te koppelen. Op basis van het bovenstaande zijn de volgende uitgangspunten bepaald: • Overige algemene regels in Hoofdstuk 1 worden beknopt gehouden; • Er wordt in hoofdstuk 1 uitsluitend een regel opgenomen als dit belangrijk is voor de burger om deze vroegtijdig gepresenteerd te krijgen. Indien hiervan geen sprake is, wordt de algemene regel opgenomen in het hoofdstuk waar de regel over gaat. 4. Doelen in het omgevingsplan De gemeente kan waar nodig specifieke doelen opnemen in het omgevingsplan. De doelen geven een duidelijke beweegreden waarom de in het omgevingsplan gestelde regels worden gesteld.
De regels in het omgevingsplan dienen een bijdrage te leveren aan het bereiken van de doelen. In algemene zin levert de gemeentelijke omgevingsvisie de input voor de doelen. Het omgevingsplan vertaalt de omgevingsvisie of een programma naar doelen en regels. Er worden in het omgevingsplan geen doelen geformuleerd die niet voorkomen uit de omgevingsvisie of programma’s. Op basis van het bovenstaande zijn de volgende uitgangspunten bepaald: • Per gebiedstypologie worden doelen opgenomen; • De doelen worden opgenomen in Hoofdstuk 2 van het omgevingsplan in de afdeling ‘gebiedsgerichte doelen’; • De doelen moeten aansluiten op de omgevingsvisie; • De algemene ambities uit de omgevingsvisie moeten per gebiedstypologie geconcretiseerd worden; • Indien een doel betrekking heeft op een specifiek thema, wordt dit apart opgenomen in Hoofdstuk 2 in de afdeling ‘themagerichte doelen’; 24
Implementatie Omgevingswet •
De doelen moeten toetsbaar zijn en moet worden afgestemd met plantoetser en geparticipeerd met de bewoners en ondernemers.
2.3 Inhoudsopgave omgevingsplan Edam-Volendam 2.3.1 Basis inhoudsopgave omgevingsplan Edam-Volendam Op basis van de uitgangspunten die in de voorgaande paragraaf zijn opgenomen, wordt de onderstaande basis inhoudsopgave omgevingsplan Edam-Volendam gehanteerd en verder ingevuld. De hoofdstukken staan vast. Indien er een verdere onderverdeling gewenst is, dan wordt gewerkt met Afdelingen en paragrafen. Zie hiervoor de regels die gelden vanuit de standaarden in paragraaf 2.3.2. De namen van de Hoofdstukken (behoudens Hoofdstuk 1), Afdelingen en paragrafen kunnen worden aangevuld en de volgorde kan worden aangepast.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel X Begripsbepalingen Artikel X Meet- en rekenbepalingen Artikel X Overige algemene bepalingen Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Gebiedsgerichte doelen Artikel X Doelen Oude kernen Artikel X Doelen Buitengebied Artikel X Doelen Woongebieden Artikel X Doelen Bedrijventerreinen Afdeling 2.2 Themagerichte doelen Artikel X Duurzaamheid (voorbeeld) Artikel X Natuur (voorbeeld) Artikel X (nader in te vullen) Hoofdstuk 3 Beperkingengebied en gebiedsaanwijzingen Afdeling 3.1 Beperkingengebieden Paragraaf 3.1.1 Archeologie Paragraaf 3.1.2 Leidingen Paragraaf 3.1.3 Bodem Afdeling 3.2 Gebiedsaanwijzingen Paragraaf 3.2.1 Welstand Paragraaf 3.2.2 Natuur Paragraaf 3.2.3 Erfgoed Hoofdstuk 4 Gebieden Afdeling 4.1 Oude kernen Artikel X Wonen Artikel X Horeca Artikel X Detailhandel Afdeling 4.2 Buitengebied Afdeling 4.3 Woongebieden Afdeling 4.4 Bedrijventerreinen Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Bouwactiviteiten Afdeling 5.2 Milieubelastende activiteiten Afdeling 5.3 Kapactiviteiten Afdeling 5.4 Aanlegactiviteiten Hoofdstuk 6 Overige bepalingen Afdeling PM 25
Implementatie Omgevingswet 2.3.2 Algemeen: indeling omgevingsplan Indien de basisinhoudsopgave wordt gewijzigd of verder wordt onderverdeeld, dan gelden voor de inhoudsopgave van het omgevingsplan vanuit de standaard de volgende regels3: 1. Hoofdstuk en Artikel komen altijd voor; 2. Als er behoefte is om in een Hoofdstuk artikelen te groeperen, dan wordt een Afdeling gebruikt; 3. In Hoofdstukken waarin een onderverdeling in Afdelingen niet volstaat (bijvoorbeeld vanwege de omvang van het Hoofdstuk of de verscheidenheid aan onderwerpen in het Hoofdstuk) dan wordt een Paragraaf gebruikt; Paragraaf komt tussen Afdeling en Artikel; 4. Een volgende onderverdeling ontstaat door een Subparagraaf te gebruiken; een Subparagraaf komt tussen Paragraaf en Artikel; 5. Bij behoefte aan een nog verdergaande onderverdeling wordt een Subsubparagraaf gebruikt; een Subsubparagraaf komt tussen Subparagraaf en Artikel; 6. Een nog verder gaande onderverdeling kan worden bereikt door gebruik te maken van Titel: een Titel komt tussen Hoofdstuk en Afdeling; 7. Een tekstelement (hoofdstuk, afdeling, paragraaf etc.) mag slechts één lager liggend type tekstelement bevatten; 8. Artikelen kunnen onderverdeeld worden in Leden (hierover meer in Hoofdstuk 3 De Regelbibliotheek); 9.
Onder ieder structuurelement en onder Artikel kan het element Gereserveerd worden geplaatst: leeg STOP-element waarmee bij weergave op overheid.nl en in DSO-LV de tekst ‘Gereserveerd’ wordt gegenereerd. 10. Onder ieder structuurelement en onder Artikel kan het element ‘Vervallen’ worden geplaatst: een leeg STOP-element waarmee bij weergave op overheid.nl en in DSO-LV de tekst ‘Vervallen’ wordt gegenereerd. Dit geeft aan dat het element de status ‘vervallen’ heeft; het is niet langer juridisch geldig en heeft geen inhoud meer; 11. De term Redactioneel is niet toegestaan; 12. Voet- en eindnoten zijn niet toegestaan.
3 Toepassingsprofiel omgevingsplan, versie 2.0.0-rc, 15 juni 2021, p. 60 en 61
26
Implementatie Omgevingswet
Afbeelding uit TPOD: regels voor tekstelementen en invulling
27
Implementatie Omgevingswet 2.4 Weergave op de kaart (voorheen Verbeelding) 2.4.1 Wat is annoteren? Voor een weergave op de kaart dient geannoteerd te worden. Annoteren wordt ook gebruikt voor het maken van toepasbare regels. In de TPOD wordt annoteren als volgt omschreven: ‘Onder annoteren verstaan we het toevoegen van gegevens aan (onderdelen van) regelingen, gegevens die de regelingen machineleesbaar maken. Dit zorgt ervoor dat de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat locaties en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren helpt ook bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met locaties.’ Voor het annoteren wordt gebruik gemaakt van waardelijsten, die in de software geïmplementeerd zijn. Een waardelijst is een collectie van waarden die gebruikt kunnen worden bij het annoteren. Waardelijsten zijn er in twee vormen: limitatieve waardelijsten en uitbreidbare waardelijsten. Daar wordt het volgende mee bedoeld: • limitatieve waardelijst: een lijst met vooraf gedefinieerde waarden waaruit gekozen moet worden. Deze waardelijst wordt centraal beheerd en kan alleen beheermatig gewijzigd worden, aangezien een wijziging direct effect heeft op de werking en functionaliteiten van de applicaties van DSO-LV en LVBB; • uitbreidbare waardelijst: een lijst met vooraf gedefinieerde waarden.
Wanneer de gewenste waarde op de waardelijst voorkomt, wordt die gebruikt. De bedoeling is dat, als de gewenste waarde niet op de waardelijst voorkomt, het bevoegd gezag een eigen waarde kan definiëren. Het stelsel ondersteunt uitbreidbare waardelijsten echter nog niet. Daarom is aan de uitbreidbare waardelijsten toegevoegd de waarde ‘Nog toe te voegen’. Die waarde kan worden gebruikt wanneer het bevoegd gezag een eigen waarde zou willen gebruiken. Elke juridische regel kan geannoteerd worden. Afhankelijk van de inhoud van de juridische regel wordt bepaald welke annotatie wordt gebruikt. Als niet wordt geannoteerd is de enige verplichting om elke juridische regel te koppelen aan een locatie. Een computer weet dan dat een juridische regel hoort bij een locatie, maar kan er verder geen betekenis aan geven en kan de locaties ook niet op een voor de mens herkenbare manier op een kaart weergeven. Daarnaast kan er geen toepasbare regel worden gemaakt. De toepasbare regels worden nader toegelicht in H5. In de navolgende paragraaf wordt een omschrijving van de annotatie gegeven en de uitgangspunten voor het gebruik van de annotatie. 2.4.2 De annotaties en uitgangspunten De volgende annotaties kunnen gebruikt worden. De annotaties die een weergave op de kaart geven zijn als ‘blauw’ gemarkeerd.