CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Handboek omgevingsplan Edam-Volendam .pdf

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met hernummering van het handboek (0-4) en vaststellen van de Regelbibliotheek met bijlage 1.20.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Implementatie Omgevingswet 2.3.2 Algemeen: indeling omgevingsplan Indien de basisinhoudsopgave wordt gewijzigd of verder wordt onderverdeeld, dan gelden voor de inhoudsopgave van het omgevingsplan vanuit de standaard de volgende regels3: 1. Hoofdstuk en Artikel komen altijd voor; 2. Als er behoefte is om in een Hoofdstuk artikelen te groeperen, dan wordt een Afdeling gebruikt; 3. In Hoofdstukken waarin een onderverdeling in Afdelingen niet volstaat (bijvoorbeeld vanwege de omvang van het Hoofdstuk of de verscheidenheid aan onderwerpen in het Hoofdstuk) dan wordt een Paragraaf gebruikt; Paragraaf komt tussen Afdeling en Artikel; 4. Een volgende onderverdeling ontstaat door een Subparagraaf te gebruiken; een Subparagraaf komt tussen Paragraaf en Artikel; 5. Bij behoefte aan een nog verdergaande onderverdeling wordt een Subsubparagraaf gebruikt; een Subsubparagraaf komt tussen Subparagraaf en Artikel; 6. Een nog verder gaande onderverdeling kan worden bereikt door gebruik te maken van Titel: een Titel komt tussen Hoofdstuk en Afdeling; 7. Een tekstelement (hoofdstuk, afdeling, paragraaf etc.) mag slechts één lager liggend type tekstelement bevatten; 8. Artikelen kunnen onderverdeeld worden in Leden (hierover meer in de separate aanzet Regelbibliotheek); 9.

Onder ieder structuurelement en onder Artikel kan het element Gereserveerd worden geplaatst: leeg STOP‐element waarmee bij weergave op overheid.nl en in DSO‐LV de tekst ‘Gereserveerd’ wordt gegenereerd. 10. Onder ieder structuurelement en onder Artikel kan het element ‘Vervallen’ worden geplaatst: een leeg STOP‐element waarmee bij weergave op overheid.nl en in DSO‐LV de tekst ‘Vervallen’ wordt gegenereerd. Dit geeft aan dat het element de status ‘vervallen’ heeft; het is niet langer juridisch geldig en heeft geen inhoud meer; 11. De term Redactioneel is niet toegestaan; 12. Voet‐ en eindnoten zijn niet toegestaan.

3

Toepassingsprofiel omgevingsplan, versie 2.0.0‐rc, 15 juni 2021, p. 60 en 61

27

Implementatie Omgevingswet

Afbeelding uit TPOD: regels voor tekstelementen en invulling

28

Implementatie Omgevingswet 2.4 Weergave op de kaart (voorheen Verbeelding) 2.4.1 Wat is annoteren? Voor een weergave op de kaart dient geannoteerd te worden. Annoteren wordt ook gebruikt voor het maken van toepasbare regels. In de TPOD wordt annoteren als volgt omschreven: ‘Onder annoteren verstaan we het toevoegen van gegevens aan (onderdelen van) regelingen, gegevens die de regelingen machineleesbaar maken. Dit zorgt ervoor dat de regeling gestructureerd bevraagbaar is en dat locaties en andere gegevens op een kaart weergegeven worden. Het annoteren helpt ook bij het verbinden van toepasbare regels, oftewel vragenbomen, aan regels met locaties.’ Voor het annoteren wordt gebruik gemaakt van waardelijsten, die in de software geïmplementeerd zijn. Een waardelijst is een collectie van waarden die gebruikt kunnen worden bij het annoteren. Waardelijsten zijn er in twee vormen: limitatieve waardelijsten en uitbreidbare waardelijsten. Daar wordt het volgende mee bedoeld: • limitatieve waardelijst: een lijst met vooraf gedefinieerde waarden waaruit gekozen moet worden. Deze waardelijst wordt centraal beheerd en kan alleen beheermatig gewijzigd worden, aangezien een wijziging direct effect heeft op de werking en functionaliteiten van de applicaties van DSO‐LV en LVBB; • uitbreidbare waardelijst: een lijst met vooraf gedefinieerde waarden.

Wanneer de gewenste waarde op de waardelijst voorkomt, wordt die gebruikt. De bedoeling is dat, als de gewenste waarde niet op de waardelijst voorkomt, het bevoegd gezag een eigen waarde kan definiëren. Het stelsel ondersteunt uitbreidbare waardelijsten echter nog niet. Daarom is aan de uitbreidbare waardelijsten toegevoegd de waarde ‘Nog toe te voegen’. Die waarde kan worden gebruikt wanneer het bevoegd gezag een eigen waarde zou willen gebruiken. Elke juridische regel kan geannoteerd worden. Afhankelijk van de inhoud van de juridische regel wordt bepaald welke annotatie wordt gebruikt. Als niet wordt geannoteerd is de enige verplichting om elke juridische regel te koppelen aan een locatie. Een computer weet dan dat een juridische regel hoort bij een locatie, maar kan er verder geen betekenis aan geven en kan de locaties ook niet op een voor de mens herkenbare manier op een kaart weergeven. Daarnaast kan er geen toepasbare regel worden gemaakt. De toepasbare regels worden nader toegelicht in Hoofdstuk 4. In de navolgende paragraaf wordt een omschrijving van de annotatie gegeven en de uitgangspunten voor het gebruik van de annotatie. 2.4.2 De annotaties en uitgangspunten De volgende annotaties kunnen gebruikt worden. De annotaties die een weergave op de kaart geven zijn als ‘blauw’ gemarkeerd.

De annotaties die gebruikt moeten worden voor het maken van toepasbare regels worden toegelicht in Hoofdstuk 4. De keuzes die hieronder worden gegeven komen voort uit de standaard en de bijbehorende waardelijsten. Omdat sommige lijsten erg groot zijn, zijn voor sommige annotaties een aantal keuzes en opties opgenomen, om een beeld te geven van de inhoud van de annotatie. 1. Locatie Een locatie maakt duidelijk op welke locatie(s) een regel van toepassing is. Er zijn zes typen locaties: 1. Een gebied 2. Een groep gebieden 3. Een lijn 4. Een groep lijnen 5. Een punt 6. Een groep punten Elke locatie krijgt een naam. Deze naam moet binnen het omgevingsplan uniek zijn. 29

Implementatie Omgevingswet Locaties kunnen onbeperkt gestapeld worden, dat wil zeggen dat locaties elkaar geheel of gedeeltelijk kunnen overlappen (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding: voorbeeld van stapeling van locaties en annotaties (TPOD)

Uitgangspunten:  Elke regel in het omgevingsplan wordt geannoteerd met de annotatie locatie;  De locaties die zijn gebruikt ten behoeve van de aanzet regelbibliotheek behorend bij het handboek, zijn opgenomen in de bibliotheek van de software en voorzien van een unieke naam;  Voor de toe te voegen locaties geldt dat de naam van de locatie zo concreet mogelijk wordt geformuleerd, zodat vanuit de naam duidelijk te zien is voor welke locatie het geldt.

30

Implementatie Omgevingswet 2. Idealisatie Met de annotatie ‘idealisatie’ wordt gespecificeerd hoe nauwkeurig de geometrie van de locatie(s) van de juridische regel bedoeld is. Hiervoor kan gekozen worden voor indicatief of exact. Uitgangspunten:  In principe worden voor alle regels de annotatie exact gebruikt;  Indien een locatie niet nauwkeurig vast te leggen is (bv een reseveringsgebied voor een weg of een geluidszone), wordt de annotatie indicatief gebruikt. 3. Thema Bij een regel kunnen nul of meer thema’s geannoteerd worden. Daarmee wordt aangegeven wat de grondgedachte achter een regel is. Het is vaak de aanduiding van het sectorale aspect (bodem, geluid, lucht e.d.) waar de regel over gaat. De annotatie zorgt ervoor dat de regels in het omgevingsplan gefilterd kunnen worden op thema, zodat alleen de regels over een bepaald thema geraadpleegd kunnen worden. Deze annotatie maakt het mogelijk om regels meer in samenhang te tonen: alle regels over een bepaald thema. Opmerking: De keuzes die hieronder worden aangegeven zijn een selectie uit de lijst van de limitatieve waardelijst ‘Thema’ waaruit gekozen moet worden. Opties: 1. Bouwwerken 2. Gezondheid 3. Milieu algemeen en overige milieuaspecten lichthinder 4. Woon‐ en leefklimaat 5. Infrastructuur leidingen Uitgangspunten:  In de transitiefase wordt bepaald welke thema’s gebruikt worden. 4.

Regeltype De annotatie ‘regeltype’ (regel voor iedereen, instructieregel en omgevingswaarderegel) specificeert voor welke gebruikersgroep de regel bedoeld is. Doel van deze typen is het eenvoudig kunnen selecteren van de regel voor een specifieke gebruikersgroep, waardoor iedere gebruikersgroep al als uitgangssituatie alleen die regels krijgt voorgelegd die voor die groep van belang zijn. Instructieregels zijn voor overheden bedoeld en komen alleen voor in AMvB, ministeriële regeling en omgevingsverordening. Omgevingswaarden kunnen alleen in AmvB, omgevingsverordening en omgevingsplan voorkomen. Regels voor iedereen kunnen in alle Omgevingswet‐documenten voorkomen. Keuze: 1. Regel voor iedereen 2. Instructieregel 3. Omgevingswaarderegel Uitgangspunten:  In het omgevingsplan komen geen instructieregels voor omdat deze al geregeld zijn door het rijk of de provincie, waardoor de annotatie ‘instructieregel’ niet wordt gebruikt;  De regels worden altijd geannoteerd met de annotatie ‘regel voor iedereen’, mits een omgevingswaarde wordt vastgelegd;  Een regel bestaat altijd uit één regeltype. 31

Implementatie Omgevingswet 5.Activiteit Met de annotatie ‘activiteit’ wordt aangegeven over welke activiteit(en) een regel gaat. Iedere activiteit heeft een naam. Voor de naam van een activiteit bestaan geen waardelijsten, deze moet door de gemeente zelf bepaald worden. Voor de groep waartoe een activiteit behoort, bestaat wel een waardelijst. Deze annotatie geeft ook een weergave op de kaart. Opmerking: De keuzes die hieronder worden aangegeven is een selectie uit de lijst van de activiteitengroep waaruit gekozen moet worden. In de software is de volledige lijst opgenomen. Opties activiteitengroep: 1. Aansluitactiviteit 2. Bouwactiviteit ruimtelijk 3. Sportactiviteit 4. Verrichten‐van‐werken‐en‐werkzaamhedenactiviteit Uitgangspunten:  Indien de regel gaat over een activiteit, wordt de annotatie ‘activiteit’ altijd gebruikt;  Uit de inhoud van de regel wordt bepaald onder welke activiteitengroep het valt;  Er kan maar gekozen worden uit één activiteitengroep per regel;  De naam van de activiteiten worden zo specifiek mogelijk opgesteld, zodat uit de naam duidelijk wordt over welke activiteit het gaat. Voorbeeld: ‘bouwen in de oude kernen’. 6. Activiteitenregelkwalificatie De annotatie ‘activiteitregelkwalificatie’ kwalificeert voor een regel de juridische strekking van die regel voor de daarin genoemde activiteiten.

Deze annotatie is verplicht voor elke geannoteerde activiteit bij een regel. Keuze: 1. Verbod 2. Gebod 3. Vergunningplicht 4. Meldingsplicht 5. Informatieplicht 6. Zorgplicht 7. Toegestaan 8. Anders geduid Uitgangspunten:  Elk activiteit die geannoteerd is met een activiteit uit de activiteitengroep, moet ook geannoteerd worden met een activiteitenregelkwalificatie;  De inhoud van de regel bepaald de activiteitenregelkwalificatie;  Elke regel bevat uitsluiten één activiteitenregelkwalificatie. 7.Gebiedsaanwijzing De annotatie ‘gebiedsaanwijzing’ maakt het mogelijk een gebied te benoemen, te begrenzen en van een typering te voorzien. Deze annotatie zorgt ervoor dat regels voor een bepaalde gebiedstypering gepresenteerd kunnen worden op de kaart en maakt het mogelijk om regels meer in samenhang te tonen. Voor de groep waartoe een gebiedsaanwijzing behoort, bestaan meerdere waardelijsten. Voor elk type gebiedsaanwijzing is er een aparte waardelijst voor de daarbinnen onderscheiden groepen. Opties gebiedsaanwijzingen groepen: 32

Implementatie Omgevingswet 1. Beperkingengebied 2. Bodem 3. Defensie 4. Energievoorziening 5. Erfgoed 6. Externe Veiligheid 7. Functie 8. Geluid 9. Geur 10. Landschap 11. Leiding 12. Lucht 13. Mijnbouw 14. Natuur 15. Recreatie 16. Ruimtelijk gebruik 17. Verkeer 18. Water en Watersysteem Deze waardelijst is de meest omvattende lijst. In de TPOD is aangegeven hoe deze lijst moet gebruikt worden. De drie typen Functie, Beperkingengebied en Ruimtelijk gebruik zijn niet bedoeld om een gebied voor een aspect van de fysieke leefomgeving aan te wijzen, maar hebben een ander karakter. De Gebiedsaanwijzing van het type Functie is bedoeld voor de situatie waarin het bevoegd gezag ervoor kiest om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet alleen als abstract criterium te hanteren, maar om het resultaat daarvan ook (geheel of gedeeltelijk) op een kaart weer te geven, vergelijkbaar met het in het bestemmingsplan aanwijzen van de bestemming van gronden op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Dit type kan alleen in het omgevingsplan en de omgevingsverordening toegepast worden. Het Gebiedsaanwijzingtype Beperkingengebied is specifiek bedoeld voor het aanwijzen van beperkingengebieden: gebieden waar regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor een bepaald, in dat gebied aanwezig, werk of object.

Dit type kan alleen toegepast worden in omgevingsdocumenten waarvan in de Omgevingswet is bepaald dat ze beperkingengebieden kunnen aanwijzen en/of regels over beperkingengebiedactiviteiten kunnen bevatten. Het Gebiedsaanwijzingtype Ruimtelijk gebruik is enerzijds bedoeld om provincies in staat te stellen om hun niet‐sectorale regels in een viewer op een kaartbeeld weer te geven. Anderzijds sluit het aan bij de door de VNG ontwikkelde staalkaarten voor het omgevingsplan en stelt het gemeenten in staat om tot een ordening van (combinaties van) activiteiten te komen, als alternatief voor het werken met functies. Niet ieder type Gebiedsaanwijzing kan in ieder omgevingsdocument worden gebruikt, zie bijvoorbeeld wat hiervoor al is aangegeven over het type Beperkingengebied. Daarnaast zijn er Gebiedsaanwijzingtypen waarvan het gebruik in het ene omgevingsdocument meer voor de hand ligt dan in het andere. Provincies worden geacht terughoudend te zijn met het toedelen van functies. Wanneer Rijk en provincies zelf gebiedsgerichte regels stellen, gebruiken ze daarvoor primair de sectorale Gebiedsaanwijzingtypen. Dat geldt ook voor de waterschappen. Omgekeerd ligt het in de rede dat gemeenten in het omgevingsplan terughoudend zijn bij het gebruik van de sectorale Gebiedsaanwijzingtypen. Hen wordt aangeraden voor dat instrument 33

Implementatie Omgevingswet primair gebruik te maken van de Gebiedsaanwijzingtypen Functie en Ruimtelijk gebruik. Onderstaande afbeelding geeft inzicht in het beoogde gebruik.

Afbeelding: gebruik van gebiedsaanwijzingen in de verschillende omgevingsdocumenten (TPOD)

Uitgangspunten:  In de transitiefase bepalen welke annotatie van gebiedsaanwijzingen wordt gebruikt aan de hand van de uitgangspunten geformuleerd in de TPOD, zoals hierboven geformuleerd. 8.Omgevingsnorm Met de annotatie ‘omgevingsnorm’ wordt vastgelegd voor welke locatie(s) een bepaalde waarde van een omgevingsnorm geldt. Voorbeelden van omgevingsnormen zijn ‘maximum bouwhoogte’ en ‘maximum geluidbelasting’. Deze annotatie maakt het mogelijk om een, in een regel verwoorde, omgevingsnorm en de bijbehorende waarden bevraagbaar te maken en inzichtelijk weer te geven op een kaartbeeld. Voor het type van de omgevingsnorm kan gekozen worden uit de waardelijst ‘type norm’ (daarin zijn bijvoorbeeld de waarden ‘maximum goothoogte’ en ‘maximum bebouwingspercentage’ opgenomen). Deze waardelijst is uitbreidbaar, dus als er geen geschikte waarde in staat, kan de gemeente zelf een waarde toevoegen. Opmerking: De keuzes die hieronder worden aangegeven zijn een selectie uit de lijst van de omgevingsnormgroep en type norm waaruit gekozen moet worden. Opties omgevingsnormgroep: 1. Licht 2. Bouwaanduiding 3. Maatvoering Bouwen 34

Implementatie Omgevingswet 4. Overig Opties Type Norm: 1. Bouwhoogte 2. Welstandniveau 3. Kap 4. Oppervlakte Uitgangspunten:  Indien een regel een omgevingsnorm bevat wordt geannoteerd met een waarde die valt onder de annotatie ‘type norm’;  In de transitiefase bepalen wat te doen indien een waarde niet voorkomt?  In de transitiefase bepalen afstemmen of de annotatie omgevingsnormgroep ook wordt gebruikt. 9. Omgevingswaarde Met de omgevingswaarde‐annotatie wordt vastgelegd voor welke locatie(s) een bepaalde waarde van een omgevingswaarde‐norm geldt. Een omgevingswaarde is bindend voor de overheid die de omgevingswaarde heeft vastgesteld en heeft geen rechtstreekse werking voor anderen. 1. Keuze: 1. Energie 2. Geluid 3. Luchtkwaliteit 4. Overig 5. Veiligheid Waterkering 6. Waterkwaliteit 7. Wateroverlast 8. Zwemwaterkwaliteit Uitgangspunten:  In de transitiefase afstemmen of deze annotatie gebruikt gaat worden.

35

Implementatie Omgevingswet Hoofdstuk 3 procedure en proces

3.1 Inleiding De werkwijze van een omgevingsplan verandert, omdat er geen ‘postzegel’ bestemmingsplannen meer worden gemaakt. Er is immers maar één gemeentelijk omgevingsplan, waar wijzigingen dan wel aanvullingen op plaatsvinden. De wijzigingen van het omgevingsplan (hierna: planwijziging) vinden gefaseerd plaats. Naar alle waarschijnlijkheid zullen verschillende initiatiefnemers planwijzigingen gaan opstellen waarmee het omgevingsplan wordt aangepast. De initiatiefnemer kan de gemeente zijn die een omgevingsplan wil opstellen voor een specifiek gebied (bijvoorbeeld woongebieden) maar ook collega‐overheden, particulieren of een marktpartij die een omgevingsplan wil opstellen voor een herstructurering of herbestemming (zie ook par. 3.3.1). In het hiernavolgende wordt dit samengevat onder de noemer ’opsteller omgevingsplan’. In Hoofdstuk 0 is beschreven dat dit handboek bedoeld is als een handleiding voor de opsteller om het omgevingsplan te kunnen wijzigen. Het handboek is bedoeld voor alle opstellers om de regeling van het omgevingsplan te complementeren en te kunnen wijzigen. De gemeente werkt na vaststelling van het handboek de vier deelgebieden verder uit, waarmee gedurende de transitiefase een omgevingsplan tot stand komt dat gebiedsdekkend aan alle vereisten voldoet.

Gestart wordt in 2023 met de Woongebieden, gevolgd door het Buitengebied in 2024, de Oude kommen in 2025 en als laatste de Bedrijventerreinen in 2026, gevolgd door een Veegplan in 2028. Deze planwijzigingen doorlopen de procedures zoals onderstaand wordt beschreven. Ook eventuele planwijzigingen van derden die gedurende de transitiefase worden geïnitieerd doorlopen dit proces. De focus in Hoofdstuk 3 ligt op de processtappen die door de opsteller moeten worden doorlopen om het omgevingsplan opgesteld te krijgen. Tevens worden de wettelijke kaders van het omgevingsplan beschreven. Dit hoofdstuk in het handboek is bedoeld om inzicht te verschaffen: 1. aan welke wettelijke eisen het omgevingsplan moet voldoen; 2. welke stappen doorlopen moeten worden voor de wijziging van het omgevingsplan en welke procedure doorloopt het omgevingsplan; 3. welke participatie en communicatie in dit proces van toepassing is.

3.2 Wettelijke vereisten en procedure In Hoofdstuk 0 is uiteen gezet dat de gemeente, vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, beschikt over een tijdelijk omgevingsplan. Elke aanpassing aan dat tijdelijk omgevingsplan wordt gezien als een planwijziging.

36

Implementatie Omgevingswet Een planwijziging kan plaatsvinden omdat een aanvulling van de regeling nodig is in de transitiefase en/of een initiatief gefaciliteerd moet worden waarvoor het instrument BOPA4 niet toereikend is. In het navolgende wordt voor het wijzigen van het omgevingsplan de term ‘planwijziging’ gebruikt. In deze paragraaf wordt ingegaan op de inhoudelijke vereisten, de indieningseisen en de wettelijke vereisten. 3.2.1 Inhoudelijke eisen De regeling omgevingsplan omvat de gehele set aan regels van het gemeentelijk omgevingsplan. Bij elk wijzigingsbesluit moeten de gewijzigde regeling van het omgevingsplan en de motivering (zie kader 1) van de wijziging worden aangeleverd. Daarnaast kan een algemene toelichting bij het omgevingsplan worden opgesteld (zie kader 2). De eerste aanzet tot deze toelichting kan worden opgesteld tijdens de eerste planwijziging. Daarna wordt de regeling en de toelichting stapsgewijs aangevuld. Uiteindelijk bestaat het omgevingsplan uit de regeling en juridische planbeschrijving en optioneel uit een algemene toelichting. De algemene toelichting betreft geen wettelijke eis, maar de gemeente acht het wel wenselijk om een algemene toelichting aan het omgevingsplan toe te voegen. Kader 1 motivering omgevingsplan5 De toelichting op de regels wordt nader uitgewerkt in de motivering bij het omgevingsplan.

De Omgevingswet bevat geen bepalingen ten aanzien van deze motivering. Samengevat is de motivering de inhoudelijke onderbouwing van het wijzigingsbesluit. Dit betreft tevens de motivering als bedoeld in artikel 3.46 van de Algemene wet bestuursrecht6. In de motivering wordt aangegeven op welke wijze gevolg is gegeven aan de toepasselijke instructieregels en instructies van provincie en Rijk en kan worden verwezen naar relevant beleid van het eigen dan wel een ander bevoegd gezag. Ook kan worden gemotiveerd om welke redenen het besluit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dan wel hoe de regels over activiteiten bijdragen aan het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Hierin wordt ook beschreven op welke onderdelen het omgevingsplan wordt aangepast en waarom. Ter ondersteuning van de motivering kunnen een of meer bijlagen, bijvoorbeeld in de vorm van rapporten met onderzoeksgegevens en bescheiden, worden toegevoegd. De motivering moet dus voldoende informatie bevatten om het vaststellingsbesluit te kunnen dragen. Een nadere onderbouwing of uitwerking van de doelen kunnen hiervan onderdeel uitmaken. Alle regels van het omgevingsplan zijn vatbaar voor beroep. Ook dit vraagt om een goede motivering. De motivering is wel te vinden op officielebekendmakingen.nl, maar niet in de regelingenbank op overheid.nl en niet in DSO‐LV 78.

Voor elke planwijziging moet een motivering worden gemaakt. Daarnaast is het mogelijk om een algemene toelichting op het omgevingsplan te maken. Deze kan bij elke wijziging worden aangevuld

4

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Het omgevingsplan. Een structuur voor gemeenten. Maart 2019. VNG 6 Algemene wet bestuursrecht,. artikel 3:46; een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering 7 Het wijzigen van het omgevingsplan, Supplement 2021‐2, Leergang Op dezelfde leest, concept 29‐11‐2021 8 Geonovum, ‘Toepassingsprofel omgevingsplan, STandaard Officiële Publicaties met Toepassingsprofielen voor Omgevingsdocumenten (stop/tpod)’ (versie 2.0.0), https://www.geonovum.nl/geo‐standaarden/omgevings‐wet/TPOD‐A. 5

37

Implementatie Omgevingswet en daarna worden geconsolideerd. De algemene toelichting kan wel worden opgenomen in het DSO. Zie kader 2 voor de verdere uitleg. Kader 2 Algemene toelichting omgevingsplan Er kan voor worden gekozen om aan het nieuwe deel een algemene toelichting toe te voegen, maar dit is niet verplicht. In de algemene toelichting kan worden ingegaan op de sturingsfilosofie en de visie van de gemeenteraad op het omgevingsplan (globaal, gedetailleerd, wijze waarop invulling is gegeven aan de beleidsvrijheid, etc.). In de algemene toelichting wordt geen toelichting gegeven op een concreet wijzigingsbesluit om bijvoorbeeld woningbouw mogelijk te maken of om regels toe te voegen naar aanleiding van een gebiedsgerichte wijziging. Dat gebeurt in de toelichting op het besluit, de motivering en de artikelsgewijze toelichting9. 3.2.2 Indieningseisen toelichting omgevingsplan Voor de motivering van een planwijziging kan de basis worden gevonden in de toelichting van een huidig bestemmingsplan, aangevuld met de integrale gebiedsverhalen en juridische verklaring van de regelkwalificatie en de planwijziging. De algemene toelichting op het omgevingsplan groeit naarmate het omgevingsplan groeit bij elke planwijziging (zie kader 2). In een hoofdstuk van de algemene toelichting kunnen de daadwerkelijke wijzigingen worden bijgehouden.

De gemeente acht het wenselijk dat deze algemene toelichting wordt toegevoegd aan het omgevingsplan. De motivering van een planwijziging is in de basis als volgt:  het initiatief;  waarom past deze in het beleidskader, de sturingsfilosofie en de omgevingsvisie10;  welke instructieregels zijn van toepassing en hoe worden deze toegepast;  relatie tot het gebiedsverhaal;  motivering om welke redenen het wijzigingsbesluit voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;  milieuaspecten, archeologie en cultuurhistorie (inclusief onderzoeken) + MER;  juridische onderbouwing keuze regelkwalificatie;  zienswijzen en nota van zienswijzen. De motiveringen van planwijzigingen kunnen per plan verschillen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er in sommige situaties geen onderzoeken noodzakelijk zijn. Aspecten zoals de toelichting van de planwijzigingen (was en wordt), toelichting omgevingsvisie, uitgangspunten en keuzes omgevingsplan kunnen worden opgenomen in de algemene toelichting. 3.2.3 Wettelijke vereisten De planwijziging moet:  voldoen aan instructieregels van Rijk (hoofdstuk 5 Besluit kwaliteit leefomgeving) en Omgevingsverordening provincie Noord‐Holland;  bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet; 9

Het wijzigen van het omgevingsplan, Supplement 2021‐2, Leergang Op dezelfde leest, concept 29‐11‐2021 als een plan niet binnen het beleid past, moet gemotiveerd worden waarom het plan toch gerealiseerd kan worden

10

38

Implementatie Omgevingswet 

worden opgesteld volgens de STOP‐TPOD standaarden11.

Artikel 22.5 Omgevingswet bepaalt dat gedurende de transitieperiode niet de eis geldt dat het omgevingsplan zorgt voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Besluiten tot vaststelling van een deel van het omgevingsplan die in de transitieperiode worden genomen, moeten wel bijdragen aan het uiteindelijke einddoel van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een planwijziging voor een locatie hoeft dus niet zodanig compleet te zijn dat direct alle regels die noodzakelijk zijn voor een evenwichtige toedeling van functies op die locatie al in de planwijziging worden meegenomen. Bij de planwijziging mag de gemeente rekening houden met de regels die nog zijn gesteld in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en met de regels die nog zijn gesteld in lokale verordeningen. Bij het eind van de transitieperiode moeten de benodigde regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel allemaal zijn gesteld in het omgevingsplan12.

3.3 Proces & stappenplan opstellen omgevingsplan Om te komen tot een planwijziging moet een stappenplan doorlopen worden. Dit betreft zowel het stappenplan voor het proces als voor het wijzigen van het omgevingsplan. Hier wordt onderstaand op in gegaan. 3.3.1 Stappenplan proces wijziging omgevingsplan De planwijziging komt tot stand door het nemen van een initieel wijzigingsbesluit (het besluit waarmee de planwijziging wordt vastgesteld). Vervolgens wordt door middel van wijzigingsbesluiten het omgevingsplan per gebied of per thema aangevuld en gewijzigd. Deze wijzigingsbesluiten worden daarna onderdeel van de geconsolideerde versie van het omgevingsplan. Transitiefase Voor het tijdelijk deel omgevingsplan Edam‐Volendam geldt dat deze op een gebiedsgerichte manier wordt omgezet naar het nieuwe deel. Dit vormt tevens de geconsolideerde versie van het omgevingsplan. De opbouw en bijbehorende inhoudsopgave en de opzet van de regels, zoals toegelicht in Hoofdstuk 2 van dit handboek en in de aanzet regelbibliotheek, vormen de basis voor de wijzigingsbesluiten waarmee de regeling van het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden omgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dit zijn de eerste stappen in de transitiefase. Daarna wordt het omgevingsplan gefaseerd verder ingevuld, door middel van de gebiedsgerichte of thematische wijzigingen.

Hierdoor wordt de regeling van het omgevingsplan Edam‐Volendam tot een geheel aangevuld. Er is sprake van een verschil tussen de wijziging van het omgevingsplan in de transitiefase en daarna, wanneer er sprake is van wijzigingen van de regeling. Daarom wordt in subparagraaf 3.3.1c een onderscheid gemaakt tussen de stappen in de transitiefase en daarna.

11 12

https://iplo.nl/digitaal‐stelsel/aansluiten/standaarden/stop‐tpod‐imop/ Zie de tweede nota van wijziging bij de Invoeringswet Omgevingswet, Kamerstukken II 2018–2019, 34 986, nr. 9, p. 23.

39

Implementatie Omgevingswet N.B. In het stappenplan voor het opstellen van een omgevingsplan is geen sprake van onderscheid tussen de periode van de transitiefase en de periode na de transitiefase. Derhalve is de transitiefase niet separaat genoemd in subparagraaf 3.3.1a. 3.3.1.a Stappenplan voorbereiding omgevingsplan In onderstaand stappenplan is toegelicht welke stappen door de opsteller omgevingsplan / gemeente doorlopen moeten worden om tot een planwijziging te komen. Hierbij kunnen twee routes worden gevolgd; de route van de Edam Volendams Planproces (EVRPP) en de route van de Lijn. In beide processen is het indienen van het principeverzoek en de zogenaamde “intaketafel” op dit moment hetzelfde. Welke route wordt gevolgd? Een plan kan worden behandeld als project of als aanvraag planwijziging. Indien het principeverzoek een project is, wordt deze behandeld door de afdeling projecten en is het EVRPP van toepassing. Wordt het principeverzoek gezien als een aanvraag planwijziging dan wordt deze door de afdelingen Omgevingsbeleid en Bouwen en Milieu in behandeling genomen en is de Lijn van toepassing.

Afbeelding stroomschema 2 routes om tot een planwijziging te komen, zie ook bijlage 2. 3.3.1.b Rolverdeling stappenplan voorbereiding omgevingsplan De opsteller van de planwijziging en de gemeente hebben verschillende rollen bij het doorlopen van de stappen in de twee routes zoals genoemd in 3.3.1. a. In onderstaande tabel is per proces (EVRPP en Lijn) de rolverdeling in hoofdlijnen toegelicht. De rol van de gemeente kan tweevoudig zijn: de gemeente kan opsteller zijn van een planwijziging en de gemeente is de begeleidende instantie voor een toets van de planwijziging. In het onderstaande wordt daarom gesproken over de ‘opsteller’ van het omgevingsplan. Dit kan elke stakeholder zijn, inclusief de gemeente zelf. De toetsende rol van de gemeente is in de 2e kolom opgenomen.

40

Implementatie Omgevingswet Algemeen Stap 1

Rol opsteller planwijziging Principeverzoek wijziging omgevingsplan indienen

2

Proces lijn Stap 1–2 3

Toetsende rol gemeente Principeverzoek in behandeling nemen Intaketafel Organisatie en inrichting intaketafel Te behandelen:  Inhoud: meewerken aan initiatief ja of nee.  Indien ja, bepalen welke randvoorwaarden worden meegegeven.  Bepalen of het plan een project betreft of aanvraag planwijziging betreft. In geval een project wordt het EVRPP proces doorlopen. Resultaat: Advies aan initiatiefnemer of meegewerkt kan worden aan het plan. En zo ja, dan bevat het advies de inhoudelijke randvoorwaarden waaraan de wijziging moet voldoen. En er is bepaald welk proces doorlopen moet worden. In geval van de EVRPP wordt in deze fase alleen getoetst of het project kansrijk. De haalbaarheid wordt later in het proces getoetst.

Rol opsteller planwijziging Zie algemeen Nota van uitgangspunten en plan van aanpak wijziging van omgevingsplan opstellen. Hierin worden de uitgangspunten ten aanzien van inhoud en proces vastgelegd op basis van het advies voortkomend uit de intaketafel. De nota bevat onder meer communicatie‐ en participatieplan en verwerking inhoudelijke randvoorwaarden.

Toetsende rol gemeente Zie algemeen Samenspraak over de nota. Zorgdragen dat de aanpak en de nota worden vastgesteld door college en gepubliceerd wordt op basis van art. 10.2 Omgevingsbesluit.

Resultaat: oplevering nota van uitgangspunten.

41

Implementatie Omgevingswet 4

5 6 7

Wijziging omgevingsplan conform stappenplan regeling omgevingsplan zie 3.3.1.c. Opstellen motivering besluit wijziging omgevingsplan.

Aanlevering informatie en toetsing regels en motivering.

Resultaat: concept versie wijziging regeling omgevingsplan en concept motivering. Concept omgevingsplan participeren bij ketenpartners en inwoners + Omgevingstafel Voorbereiding college, advies ten behoeve van besluit om wettelijke procedure te starten. Aanleveren ontwerp Start wettelijke procedure, zie paragraaf 3.3.2 omgevingsplan op basis van de uitleg procedure. Publicatie in DSO. Collegebesluit uitkomsten in stappen 4 tot en om procedure te starten. met 5. En aanlevering stukken publicatie DSO.

Vervolg stap 7 Stap 7 resulteert erin dat de wettelijke procedure van het omgevingsplan opgestart kan worden. Dit wordt verder uiteengezet in subparagraaf 3.3.2. Proces EVRPP Stap 1–2 3 initiatie fase

Rol opsteller omgevingsplan Toetsende rol gemeente Zie algemeen Zie algemeen Nota van uitgangspunten wijziging omgevingsplan. Gezamenlijk opstellen haalbaarheidsanalyse uitgangspunten omgevingsplan. Hierin worden de uitgangspunten ten aanzien van inhoud en proces vastgelegd op basis van het advies voortkomend uit de intaketafel.

4 definitie fase

5 ontwerp fase

+ bepalen noodzaak ontwikkelkader Stukken voortkomend uit deze stap laten vaststellen door het college. Behoudens als er een ontwikkelkader nodig is. Zie stap 3. In gezamenlijkheid het Publicatie op basis van art. 10.2 ontwikkelkader opstellen en Omgevingsbesluit en publicatie anterieure bepaling uitgangspunten overeenkomst. voor het omgevingsplan. Stukken voortkomend uit deze stap laten vaststellen door het college. Wijziging omgevingsplan conform 42

Implementatie Omgevingswet stappenplanregeling omgevingsplan zie 3.3.1.c. Opstellen motivering besluit wijziging omgevingsplan.

6 voor bereidings‐ fase 7 voor‐ bereidings‐ fase

Resultaat: concept versie wijziging regeling omgevingsplan en concept motivering. Concept omgevingsplan participeren bij ketenpartners en inwoners + Omgevingstafel Voorbereiding college, advies ten behoeve van besluit om wettelijke procedure te starten. Aanleveren ontwerp omgevingsplan op basis van de uitkomsten in stap 5. En aanlevering stukken publicatie DSO.

Start wettelijke procedure, zie paragraaf 3.3.2 uitleg procedure. Publicatie in DSO. Collegebesluit om procedure te starten

Vervolg stap 7 Stap 7 resulteert erin dat de wettelijke procedure van het omgevingsplan opgestart kan worden. Dit wordt verder uiteengezet in subparagraaf 3.3.2. 3.3.1c Stappenplan wijzigingen regels omgevingsplan De opsteller van het omgevingsplan maakt een voorstel voor de planwijziging dat voldoet aan de regels van de Omgevingswet en de uitgangspunten van de gemeente. Om te komen tot de wijziging van de regeling van het omgevingsplan wordt in beginsel het stappenplan van de VNG (8 stappen) doorlopen. Onderstaand het schema met de 8 stappen van de VNG:

Model VNG: 8 stappen van ambities naar regels

43

Implementatie Omgevingswet Onderstaand zijn deze stappen verder uitgewerkt en daarbij wordt tevens toegelicht ‘Hoe wordt de regeling van het omgevingsplan gewijzigd?’ Er is een onderscheid gemaakt tussen de stappen die gezet moeten worden tijdens de transitiefase van de Omgevingswet (tot 2029) en na de transitiefase. De reden waarom dit verschil is aangebracht is dat tijdens de transitiefase nog stappen moeten worden gezet om de regeling van het omgevingsplan aan te vullen. In dit handboek is immers een eerste aanzet gemaakt van de regeling, die vanzelfsprekend daarmee nog niet volledig is. De uitleg van de stappen om te komen tot een planwijziging na de transitiefase is bedoeld om te verduidelijken hoe de tegen die tijd volledige regeling gewijzigd kan worden. De onderstaande stappen gelden voor elke opsteller van een planwijziging. Er is ten aanzien van het opstellen van een planwijziging immers geen onderscheid tussen de gemeente zelf of derden. Elke stap kan uitgewerkt worden in een plan van aanpak waarin wordt bepaald wat er moet gebeuren en wie welke rol daarin heeft. Daarbij kan het zijn dat de gemeente zowel de opsteller is van de planwijziging én de toetsende rol uitvoert, of dat de gemeente alleen een toetsende rol heeft. N.B. Het opstellen van het plan aanpak is een separaat proces en hoort niet in dit handboek thuis, en dient daarom nader te worden uitgewerkt.

Dit handboek bevat de handleiding voor het opstellen van het omgevingsplan. Stappenplan regeling omgevingsplan 0: Inventariseer huidig beleid en regels voor een gebied Toelichting stap transitiefase (tot 2029) Toelichting stap transitiefase (na 2029) Deze stap is door de gemeente al doorlopen. Niet meer nodig Alle regels zijn geïnventariseerd en waar Het omgevingsplan is volledig en alle mogelijk al vertaald in de aanzet inventarisaties zijn verwerkt in regels. regelbibliotheek. Alleen de VFL is nog niet meegenomen in de inventarisatie. 1: Wat zijn de ambities en opgaven voor een gebied Toelichting stap transitiefase (tot 2029) Toelichting stap transitiefase (na 2029) Uit de omgevingsvisie en/of de gebiedsverhalen Voor een nieuwe ontwikkeling kunnen moeten deze ambities worden ontleend en aanvullende ambities en opgaves worden vertaald worden naar het omgevingsplan. bepaald. Deze moeten in beeld worden gebracht en worden vertaald naar het omgevingsplan. 2: Welke rol wil je als gemeente hebben? Toelichting stap transitiefase (tot 2029) De gemeente vertaalt in de transitieperiode de invoeringsstrategie en sturingsfilosofie in concrete regels en waarden.

Toelichting stap transitiefase (na 2029) Voor een planwijziging, moet de gemeente bepalen welke sturingsfilosofie van toepassing is. 44

Implementatie Omgevingswet Voor de 1e aanzet regeling omgevingsplan houdt dit in dat er nog geen integraal omgevingsbeleid is gedefinieerd. De regeling omgevingsplan is vooralsnog gebaseerd op het huidige beleid, de bestemmingsplannen, verordeningen, provinciaal beleid en de bruidsschat. 3: Welke kaders zijn er? Toelichting stap transitiefase (tot 2029) Aan de hand van wetgeving, ambities uit de omgevingsvisie en overig gemeentelijk beleid worden de kaders van het omgevingsplan bepaald. In deze stap vindt op basis van de verdere uitwerking een aanscherping en aanvulling plaats van de kaders. 4: Integrale gebiedsbeschrijving Toelichting stap transitiefase (tot 2029) De stappen 0 t/m 4 resulteren in een integrale beschrijving van het gebied waarvoor het omgevingsplan wordt gemaakt. Het beschrijft de gewenste kwaliteit van de leefomgeving in dit gebied voor de komende jaren. 5: Werkingsgebied regels Toelichting stap transitiefase (tot 2029) Voor de aanzet regeling omgevingsplan is deze stap gedeeltelijk doorlopen. Voor de aanvulling/wijziging van de regels moeten de werkingsgebieden worden bepaald. 6: Keuzemenu regels Toelichting stap transitiefase (tot 2029) In deze stap wordt op basis van de uitkomsten van de voorgaande stappen bepaald welke regelkwalificatie voor een activiteit wordt toegepast.

Toelichting stap transitiefase (na 2029) Kader zijn gedefinieerd in de omgevingsvisie en omgevingsplan. Aanvullend daarop kunnen kaders worden gesteld voor een specifieke ontwikkeling, hetgeen vertaald moeten worden naar het omgevingsplan

Toelichting stap transitiefase (na 2029) Gewenste kwaliteit definiëren.

Toelichting stap transitiefase (na 2029) Bepalen waar de nieuwe en/of gewijzigde regels gelden.

Toelichting stap transitiefase (na 2029) Regelkwalificatie bepalen voor de nieuwe en/of gewijzigde regels.

7: Opstellen concrete regels, waarden en werkingsgebied Toelichting stap transitiefase (tot 2029) Toelichting stap transitiefase (na 2029) Aan de hand van stappen 1‐6 worden de regels Regels waar nodig aanvullen of wijzigen. in de regeling omgevingsplan aangevuld. 45

Implementatie Omgevingswet In het kader van de 2e tranche opstellen regels omgevingsplan (zie ook hoofdstuk 1) worden de regels verder geharmoniseerd, gedereguleerd en waar mogelijk geschrapt. In dat kader moet ook de boodschappenlijst worden uitgewerkt om tot een verdere aanvulling te komen van de regels in het omgevingsplan. Met de uitwerking kan voor inwerkingtreding van de Omgevingswet al begonnen worden. Dit onderdeel is nader toegelicht in bijlage 3A. Na elke wijziging moet inzichtelijk worden gemaakt op welke onderdelen aanvullingen van de regeling omgevingsplan nodig zijn Voor de toevoeging van begrippen gelden de volgende uitgangspunten: Bij het opstellen van de regels wordt voor de begrippen gekozen uit de begripsbepalingen uit de bibliotheek; Indien een begrip niet voorkomt in de bibliotheek of een nieuw begrip wordt toegevoegd, wordt rekening gehouden met de stelselcatalogus. Dat zorgt er voor dat de begrippen zoveel mogelijk eenduidig worden gebruikt. Voor de wijziging van de regels wordt een participatieproces doorlopen met de raad, college en ambtelijk. Het stappenplan hiertoe staat in subparagraaf 3.4.1. Het doorlopen van bovengenoemd stappenplan tijdens dan wel na de transitiefase resulteert in een gewijzigde regeling omgevingsplan. 3.3.2 Procedure De wijziging van het omgevingsplan doorloopt de volgende wettelijke procedure na afronding stap 7: 1.

kennisgeving van het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan en ter inzage legging. Een ieder kan daarna zienswijzen inbrengen: a. kennisgeving ontwerpbesluit; b. mededeling in gemeenteblad; c. terinzagelegging ontwerpbesluit: gemeente legt ontwerp‐wijziging omgevingsplan & bijbehorende stukken 6 weken ter inzage (artikel 3:11 Awb). Ook het MER wordt als onderdeel van het ontwerpbesluit of als apart stuk ter inzage gelegd, indien van toepassing (artikel 16.40, derde lid, Ow); d. aanvulling ter inzage gelegde stukken; 46

Implementatie Omgevingswet

2.

e. zienswijzen; f. verslag mondelinge zienswijzen; g. mededeling en kortere beslistermijn wanneer geen zienswijzen zijn ingediend; vaststelling wijziging omgevingsplan (let op in geval van MER moet deze ook worden vastgesteld).

3.4 Communicatie & participatieplan 3.4.1 Participatie In dit handboek wordt duidelijk gemaakt: • Wie moeten deelnemen aan de participatie en; • Waarom is participatie nodig; • Wanneer vindt participatie plaats. In dit handboek wordt de hoe per fase nog niet bepaald. Dat gebeurt op het moment dat de participatie gaat plaatsvinden. De wijze waarop participatie plaatsvindt is afhankelijk van de onderwerpen die behandeld moet worden, met wie dat moet worden besproken en eventuele externe factoren. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van kanalen waaraan kan worden gedacht. Voortzetting participatiebeleid De gemeente beschikt over een notitie Participatiebeleid en een Leidraad voor Participatie. De participatie voor het omgevingsplan moet voldoen aan het participatiebeleid. Indien dit voor een planwijziging relevant is, kan er worden voortgebouwd op de resultaten van andere participatietrajecten, Wie moet deelnemen aan de participatie Afhankelijk van het onderwerp van de aanvulling of wijziging van het omgevingsplan, kunnen onder meer de volgende partijen worden betrokken (de lijst is niet‐limitatief): Bewoners per gebied Scholen en verenigingen Eigenaren van panden en gronden Buurgemeenten Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Omgevingsdienst Recreatieschap Stichting Behoud Waterland Cultuurhistorische vereniging VVV Netbeheerders

Wijk‐ en dorpsraden Ondernemers Woningcorporatie/woningbouwvereniging Provincie Veiligheidsregio Zaanstreek‐Waterland GGD Milieufederatie LTO WLTO ProRail

Welke vorm van participatie is nodig en wanneer Op welke wijze participatie, in het kader van een planwijziging participatie plaatsvindt, is afhankelijk van wat men wil bereiken: informeren, raadplegen of mee laten denken. In paragraaf 3.3.1 is een 47

Implementatie Omgevingswet stappenplan opgenomen voor het opstellen van een planwijziging. In stap 3 worden de Nota van uitgangspunten ten aanzien van inhoud en proces vastgelegd, inclusief de wijze waarop participatie plaatsvindt. Vervolgens vindt in stap 4 (route de Lijn) of stap 5 (route EVRPP) de daadwerkelijke planwijziging plaats, conform het stappenplan voorbereiding omgevingsplan (zie 3.3.1. c). Hieronder worden de participatie van stappen 4 ‐7 (zie ook 3.3.1.c) verder uitgewerkt en daarbij wordt toegelicht ‘bij welke stap vindt welke participatie plaats’. Stap 4: Meedenken bij integrale gebiedsbeschrijving Uit de integrale gebiedsomschrijving kunnen onderwerpen worden gehaald voor de participatie: • haal onderwerpen aan die in de omgevingsvisie belangrijk werden geacht; • zoek onderwerpen waar nog iets te kiezen valt; • zorg voor onderwerpen die de participanten aanspreken, dichtbij en laagdrempelig; • informeer over het proces van het omgevingsplan; • laat eventueel een eerste voorbeeld zien van hoe regels en verbeelding eruit zien. Doel: Participanten meenemen in het proces van het opstellen van het omgevingsplan en hoe de belangrijke thema’s uit de omgevingsvisie worden vertaald. Aandachtspunten: a. wek niet de indruk dat er ‘opnieuw’ wordt begonnen; b.

zorg dat het laagdrempelig is: ga naar de mensen toe, zorg voor een goed platform, duidelijke communicatie etc.; c. zorg voor duidelijke kaders en vragen en dat dit aan de voorkant ook duidelijk is. Stap 5‐6: Klankborden Brede participatie is in deze stappen niet nodig en haalbaar. Het kan wel heel waardevol zijn om tijdens deze stappen met een kleine groep participanten te klankborden. Een afvaardiging van de deelnemers van zowel bewoners als ketenpartners. Aan deze groep kunnen deelvraagstukken worden voorgelegd, maar bijvoorbeeld ook de participatie van stap 7 kan worden besproken. Doel: reflecteren van keuzes die gemaakt worden en te horen wat participanten belangrijk vinden. Aandachtspunten: a. Zorg dat mensen meedoen die energie hebben om mee te denken; b. Zorg dat je een diversiteit aan partijen en achtergronden aan tafel hebt; c. Zorg dat je vooraf de verwachtingen met elkaar scherp hebt. Aandachtspunten algemeen • Koppel terug en evalueer bij elke fase, hierdoor blijf je feeling houden en kan je bijsturen waar nodig; • Bedenk wat je kunt doen met de ‘bijvangst’; • Kijk goed per keer welke middelen je gaat gebruiken om te communiceren. Wanneer participeren bij een omgevingsplan van een initiatief? 48

Implementatie Omgevingswet Een planwijziging wordt opgesteld door de gemeente of door initiatiefnemers zoals ontwikkelaars. Voor de participatie bij initiatieven is de ‘Leidraad Participatie (bij ruimtelijke initiatieven)’ opgesteld. Hierin staat duidelijk beschreven wat er van een initiatiefnemer wordt verwacht voor de participatie bij een initiatief gedurende het proces. Het planologische proces is hierin niet meegenomen. Het planologisch proces wordt opgestart ten tijden van het beschreven proces in de Leidraad. Dan kan de participatie voor het omgevingsplan onderdeel uitmaken van het participatieproces voor het initiatief, en bij voorkeur gecombineerd worden met de participatie ten tijde van het DO van het initiatief. Dit heeft waar mogelijk de voorkeur, omdat er dan ook gelijktijdig over de vertaling van het initiatief in het OP geparticipeerd kan worden.

Wie is ambtelijk betrokken en beoordeling Voor de participatie is het belangrijk dat er vanuit de gemeente een aanspreekpunt is voor initiatiefnemers. De afdeling Communicatie kan hierin een rol vervullen. Daarnaast zijn er initiatieven die vallen onder Projecten, hierbij is de projectleider het aanspreekpunt. Is dit niet het geval dan zal de beleidsmedewerker Omgevingsbeleid of de vergunningverlener het aanspreekpunt zijn. Ook bij de beoordeling van de participatie zullen de projectleider, de beleidsmedewerker Omgevingsbeleid en de afdeling Samenleving op moeten trekken. Voor de beoordeling van de participatie in het traject van het opstellen van een omgevingsplan moet het participatiebeleid en de leidraad participatie gebruikt worden. Voor de toetsing van de participatie in het traject voor het opstellen van een omgevingsplanwijziging zijn mogelijk nog extra afspraken nodig over hoe de toetsing van de participatie wordt gedaan. De leidraad kan hier de basis voor vormen, maar is niet met dit doel en ook niet voor omgevingsplan trajecten geschreven.

49

Implementatie Omgevingswet Hoofdstuk 4 Technische voorwaarden

4.1 Inleiding Het doel van dit hoofdstuk is het inzicht bieden in de technische voorwaarden van het omgevingsplan. De stand van zaken met betrekking tot deze technische voorwaarden (het Digitaal Stelsel Omgevingswet – Landelijke Voorzieningen, kortweg DSO‐LV) is echter momenteel nog onvoldoende uitgekristalliseerd. Hoofdstuk 4 bevat derhalve een beschrijving van de doelen en intenties die te zijner tijd verder in dit handboek zullen worden uitgewerkt. In de uiteindelijke versie bevat dit hoofdstuk een gebruikershandleiding voor de planmakers (opstellers planwijzigingen omgevingsplan). In deze gebruikershandleiding zijn de technische voorwaarden vertaald naar concrete stappenplannen. Daarbij moet ook gekeken worden naar het beheersaspect, wie bijvoorbeeld bevoegd is om de wijzigingen door te voeren en de inhoud van de planvoorraad te beheren. Wat betreft standaarden, inhoudsopgave en bibliotheek kunnen er vele keuzen gemaakt worden. Ook deze maken in een later stadium deel uit van dit hoofdstuk.

Afbeelding: de gehele keten zoals hij hoort te werken in 11 stappen.

50

Implementatie Omgevingswet 4.2 De werkende DSO 4.2.1 Wat is de werkende DSO keten De werkende DSO keten geeft een overzicht van de digitale keten, die in stappen kan worden doorlopen, met de daarbij benodigde applicaties en koppelvlakken. Dit is de basis voor het aan de slag kunnen gaan met het inhoudelijke werk zoals het maken van het omgevingsplan en de bijbehorende toepasbare regels. Voor het inrichten van de keten is het vereist dat de lokale software is aangesloten op het DSO‐LV (Digitaal Stelsel Omgevingswet – Landelijke Voorzieningen) en dat de koppelingen zijn getest. Dit is nodig om omgevingswetbesluiten te kunnen publiceren, toepasbare regels aan te leveren, aanvragen en meldingen te ontvangen en samen te werken aan aanvragen. Zie ook https://vng.nl/sites/default/files/2021‐03/stappenplan‐vng‐werkplaats‐dso‐keten.pdf De koppelvlakken STOP (STandaard OmgevingswetPublicaties) en STTR (STandaard Toepasbare Regels) tussen de gemeente en het DSO zijn werkend opgeleverd door de leveranciers: Tercera en Berkeley Bridge. Dit geldt ook voor de koppelingen van het stedenbouwkundige bureau naar de gemeente. Om als bureau te kunnen werken in de software van de gemeente kunnen rechten worden verleend. Deze rechten moeten worden aangevraagd bij de gemeentelijk beheerder13 .

4.2.2 Werkwijze Tercera‐GO! Bij uitbesteden aan externe bureaus Aanmaken accounts Als een gemeente een opdracht voor een wijzigingsbesluit uitbesteedt aan een extern bureau, dan moet(en) de medewerker(s) die werken aan dit besluit een eigen account krijgen. Gebruikers kunnen door de functioneel beheerder (gemeente) worden aangemaakt. Of in geval van nood door de helpdesk van Tercera (support@tercera.nl). Tercera‐GO! kent op dit moment vijf verschillende soorten accounts (rollen). Dit zijn:  Baliemedewerker  Beleidsmedewerker  Geo‐Medewerker  Projectleider  Medewerker Extern Bureau De rollen Baliemedewerker, Beleidsmedewerker, Geo‐medewerker en Projectleider zijn bedoeld voor interne medewerkers, dus in dienst van de gemeente. Bij deze rollen horen natuurlijk verschillende rechten. Zo mag een baliemedewerker alleen lezen en mag een Geo‐medewerker wel gebieden in de ‘Bibliotheek’ muteren en een beleidsmedewerker niet. Rechten van een medewerker Extern Bureau ‘finetunen’ De rol ‘Medewerker Extern Bureau’ is, zoals de naam al doet vermoeden, bedoeld voor Externe medewerkers, dus niet in dienst van de gemeente. De standaard rechten die behoren bij deze rol staan hieronder weergegeven. De precieze rechten van een individuele gebruiker kunnen desgewenst door de functioneel beheerder worden ‘gefinetuned’. 13

December 2021 is de gemeentelijk beheerder Claudia Wotte.

51

Implementatie Omgevingswet

Machtigen voor één of meerdere wijzigingsbesluiten Het is belangrijk dat een ‘Medewerker extern bureau’ voor minimaal één specifiek plan ‘gemachtigd’ wordt. Anders kan hij/zij de applicatie niet in. Dit ‘machtigen’ kan alleen een gebruiker met de rol ‘Projectleider’ doen, door middel van het knopje ‘besloten delen’ (rechts in de ‘besluitenlijst’). Als er sprake is van een uitbestedingssituatie, moet er dus altijd minimaal 1 gebruiker met de rol ‘projectleider’ zijn. Het ‘machtigen’ geldt alleen voor het lezen en of bewerken van het wijzigingsbesluit. Een wijzigingsbesluit publiceren kan een ‘Medewerker extern bureau’ niet. Helpdesk en webinars Medewerkers van een extern bureau die voor een bepaalde gemeente werken, kunnen net als andere gebruikers gebruik maken van de dienstverlening van Tercera. Zij kunnen dus zelfstandig contact opnemen met de helpdesk (support@tercera.nl) , of zich aanmelden voor webinars uit de webinargids. Voor zaken die het functioneel beheer betreffen (rechten, instellingen, kaartlagen, logging) is echter de functioneel beheerder van de gemeente het eerste aanspreekpunt. Logging Vrijwel alle bewerkingen die (externe) medewerkers doen, zijn achteraf na te lezen in de logging. De functioneel beheerder heeft hier toegang toe. Op deze manier is altijd te achterhalen wie bijvoorbeeld op welk moment een bepaalde wijziging in een artikel heeft aangebracht.

52

Implementatie Omgevingswet De regelbibliotheek – separaat vastgesteld document

53

Implementatie Omgevingswet Bijlage 1 Dashboard Het ‘dashboard’ is een Excel bestand waarin de analyse is verwerkt. Deze wordt als digitale bijlage bij het handboek geleverd.

54

Implementatie Omgevingswet Bijlage 2 Stroomschema wijziging omgevingsplan In onderstaande toelichting met stroomschema wordt aangegeven welke stappen de wijziging van het omgevingsplan doorloopt en welke rol de initiatiefnemer en de gemeente heeft.

Algemeen Principeverzoek Opsteller wijziging omgevingsplan: dient principeverzoek in dat een wijziging van het omgevingsplan tot gevolg heeft Gemeente: ontvangen principeverzoek Het principeverzoek wordt behandeld door de bouwcommissie of door de initiatievenloods. Intaketafel Opsteller wijziging omgevingsplan: heeft geen taak in dit geheel Gemeente: Op de intaketafel wordt de wenselijkheid van het initiatief bekeken. In de bouwcommissie wordt aangegeven op basis waarvan medewerking zou kunnen worden verleend. Er wordt ook aangegeven welke onderzoeken nodig zijn en welke aanpassingen aan het bouwplan. In het afstemmingsoverleg wordt gekeken naar de wenselijkheid van het plan en wordt bepaald of de aanvraag een project is of dat het door de afdeling OB en BM wordt opgepakt Onderstaand de toelichting op twee processen.

Lijn Nota van uitgangspunten en plan van aanpak Opsteller wijziging omgevingsplan: stelt in samenspraak met de gemeente het plan van aanpak en de nota van uitgangspunten op. 55

Implementatie Omgevingswet Hierin worden de uitgangspunten ten aanzien van inhoud en proces vastgelegd op basis van het advies zoals genoemd bij de intaketafel. De nota van uitgangspunten bevat onder meer: • Communicatie‐ en participatieplan • Verwerking inhoudelijke randvoorwaarden Gemeente: samenspraak over de nota. Het plan van aanpak en de nota van uitgangspunten wordt vastgesteld door college en gepubliceerd op basis van art. 10.2 Omgevingsbesluit. Regels Opsteller wijziging omgevingsplan: stelt de regels in samenspraak met gemeente op via het stappenplan wijziging regels zoals genoemd in 3.3.1. c Stappenplan wijzigen regels omgevingsplan in Hoofdstuk 3. Gemeente: controleren en begeleiden. Motivering en toelichting Opsteller wijziging omgevingsplan: stelt de toelichting en motivering wijziging omgevingsplan op. Gemeente: controleren en begeleiden. Omgevingstafel & Participatie Gemeente & opsteller wijziging omgevingsplan: concept omgevingsplan participeren bij ketenpartners en inwoners. College Opsteller wijziging omgevingsplan: levert stukken aan (regels, toelichting en motivering) Gemeente: stelt advies op ten behoeve van besluit om de wettelijke procedure in gang te zetten. Publicatie Opsteller wijziging omgevingsplan: levert stukken aan voor publicatie DSO Gemeente: publiceert de stukken in DSO.

Vaststelling door de raad Opsteller wijziging omgevingsplan: verwerkt nota van zienswijzen in stukken toelichting en motivering en regels. Gemeente: stelt nota van zienswijzen op en motiveringsbesluit voor raad. Raad stelt wijziging omgevingsplan vast.

EVRPP Initiatieffase Haalbaarheidsanalyse en uitgangspunten omgevingsplan Opsteller wijziging omgevingsplan en gemeente stellen in samen de haalbaarheidsanalyse op met uitgangspunten voor het omgevingsplan. Hierin worden de uitgangspunten ten aanzien van inhoud en proces vastgelegd op basis van het advies zoals genoemd bij de intaketafel. De haalbaarheidsanalyse en de uitgangspunten bevatten onder meer: • Communicatie‐ en participatieplan 56

Implementatie Omgevingswet • • •

Verwerking inhoudelijke randvoorwaarden Welke onderzoeken zijn er noodzakelijk voor omgevingsplan Beleidskader voor wijziging

Indien er uit de haalbaarheidsanalyse blijkt dat er geen ontwikkelkader nodig is, wordt in de definitiefase na overeenkomen anterieure overeenkomst een voornemen van het opstellen van wijziging omgevingsplan en een publicatie van het zakelijke recht tot sluiten anterieure overeenkomst gepubliceerd. Indien blijkt uit de haalbaarheidsanalyse dat er een ontwikkelkader nodig is, wordt de haalbaarheidsanalyse in de definitiefase pas aangevuld met de uitgangspunten voor het omgevingsplan. De haalbaarheidsanalyse, uitgangspunten omgevingsplan en het communicatie en participatieverhaal wordt vastgesteld door het college. Definitiefase Gemeente en opsteller wijziging omgevingsplan stellen in gezamenlijkheid het ontwikkelkader en de uitgangspunten voor het omgevingsplan op. De haalbaarheidsanalyse, communicatie‐ en participatieplan, ontwikkelkader en de uitgangspunten voor de planwijziging worden voor de eerste wijziging vastgesteld door college. Het voornemen om een planwijziging omgevingsplan op te stellen en de publicatie van het zakelijk recht tot het sluiten van de anterieure overeenkomst worden gepubliceerd. Ontwerpfase Regels Opsteller wijziging omgevingsplan: stelt regels op via het stappenplan wijziging regels zoals genoemd in 3.3.1.c Stappenplan wijzigen regels omgevingsplan. Gemeente: controleren en begeleiden.

Motivering en toelichting Opsteller wijziging omgevingsplan: stelt de toelichting en motivering wijziging omgevingsplan op. Gemeente: controleren en begeleiden motivering en toelichting. Omgevingstafel & Participatie Gemeente en opsteller wijziging omgevingsplan: concept omgevingsplan participeren bij ketenpartners en inwoners. Voorbereidingsfase Opsteller wijziging omgevingsplan: levert stukken aan (regels, toelichting en motivering). Gemeente: stelt advies op ten behoeve van besluit om de wettelijke procedure in gang te zetten. 57

Implementatie Omgevingswet Publicatie Opsteller wijziging omgevingsplan: levert stukken aan voor publicatie DSO. Gemeente: publiceert de stukken in DSO. Vaststelling door de raad Opsteller wijziging omgevingsplan: verwerkt nota van zienswijzen in stukken toelichting en motivering en regels. Gemeente: Stelt nota van zienswijzen op en motiveringsbesluit voor raad. Raad stelt wijziging omgevingsplan vast.

58

Implementatie Omgevingswet Bijlage 3A Boodschappenlijst In hoofdstuk 3 is de werkwijze beschreven die is gehanteerd bij het opstellen van de regels van het omgevingsplan Edam‐Volendam (Werkwijze Edam‐Volendam: stappen van inventarisatie naar regels). Er is ook toegelicht dat niet alle stappen gezet konden worden, en dat er dus in de transitiefase nog stappen volgen. Waaronder de uitwerking van de boodschappenlijst. Op de boodschappenlijst staan alle gebiedsspecifieke regels en alle gebiedsoverstijgende onderwerpen waarvoor nog geen regels gemaakt kunnen worden. De redenen waarom er nog geen regels gemaakt konden worden zijn divers. Het onderwerp betreft een gebiedsspecifieke regel en/of door middel van nader onderzoek, visie, uitwerking van beleid moet de inhoud van de regel worden bepaald. De onderwerpen staan nader beschreven in bijlage 3B bij dit handboek. In bijlage 3C is voor de gebiedsoverstijgende onderwerpen, die meegenomen zijn in de aanzet van de separaat vastgestelde regelbibliotheek, opgenomen welk huiswerk nog uitgewerkt moet worden in het kader van de boodschappenlijst. Ook dit is onderdeel van de verdere uitwerking. Bijlage 3C verschaft voor diverse onderwerpen de benodigde informatie voor deze uitwerking. Voor het uitwerken van de boodschappenlijst in de transitiefase is voor dit handboek een beknopte handreiking opgesteld.

Daarbij wordt ingegaan op: • Wanneer kan gestart worden • Welke onderwerpen komen op de boodschappenlijst • Hoe kan de boodschappenlijst worden uitgewerkt Wanneer starten Om tot uitwerking te komen van de boodschappenlijst worden de volgende twee routes gelopen: 1. Route 1. Boodschappenlijst uitwerken per wijziging omgevingsplan, dus per gebied waarvoor het omgevingsplan gewijzigd gaat worden en na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit betekent dat op het moment geïnventariseerd moet worden welke onderwerpen uitgewerkt gaan worden of nog niet uitgewerkt gaan worden omdat deze niet van toepassing zijn op het gebied. Daarnaast moeten met elke wijziging van het omgevingsplan niet alleen de gebiedsspecifieke onderwerpen worden uitgewerkt. Ook de gebiedsoverstijgende onderwerpen moeten meegenomen. Dat betekent dat bij elke wijzing niet alleen gebiedsspecifieke regels worden toegevoegd maar dat ook wordt uitgewerkt hoe de gebiedsoverstijgende onderwerpen worden uitgewerkt en een plek krijgen in de regeling omgevingsplan. 2. Route 2. Starten voor inwerking van de Omgevingswet. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet kan al gestart met de uitwerking. Gedacht kan worden aan het treffen van voorbereidingen zoals inzichtelijk maken welke werkzaamheden uitgevoerd moeten worden en wie daarvoor nodig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=305669ff-63ab-4651-9f92-a51b26ec4d13