Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma Edam-Volendam 2024-2028
Tekst van het document
27
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
In het buitengebied Drukriolering In het buitengebied zijn drukrioleringssytemen aanwezig. Bij zo’n systeem wordt het afvalwater van één of meerdere percelen via een pompunit en persleiding verzameld en getransporteerd. Vaak loost dit systeem op het vrijvervalstelsel van de gemeente. In Edam-Volendam wordt afvalwater dat via een drukriolering wordt ingezameld en getransporteerd, via 268 pompunits verpompt. Edam-Volendam heeft ca. 36 kilometer drukleiding om het afvalwater te transporteren. IBA’s In de gemeente hebben 59 percelen een IBA. Dit is een individuele behandeling van afvalwater. Deze locaties liggen (of lagen) destijds te ver van de gemeentelijke riolering om hierop te worden aangesloten. Deze IBA’s zijn in beheer van HHNK en worden in het kader van het vervangingsproject vervangen door een verbeterde septictank. Daarna worden deze overgedragen aan de eigenaar van het perceel. Meten Grondwater In de gemeente wordt op 81 locaties de grondwaterstand gemeten. Het meten van de grondwaterstanden geeft inzicht in de effecten van droge perioden en van perioden met (veel) neerslag. We gebruiken deze data voor werkzaamheden tijdens projecten of bij informatievragen hieromtrent. Verder dient de informatie als basis voor het opstellen van grondwaterbeleid- en – beheerplannen in de planperiode van dit GRWP zoals aangegeven in hoofdstuk 3.2.2..
Riolering De gemeente meet op zes locaties in de riolering wanneer een overstort in werking treed en hoeveel water er dan wordt overgestort. Dit doen we om meer inzicht te krijgen in het werkelijk functioneren van het rioleringssysteem. Daarnaast hebben we niveaumeters bij de rioolgemalen van zowel de gemeente als HHNK. Oppervlaktewater De gemeente heeft een groot deel van het oppervlaktewater en aanliggende beschoeiingen in beheer. Een groot gedeelte van het stedelijk water wordt overgedragen aan het Hoogheemraadschap en een gedeelte van de wegsloten in het buitengebied wordt door het HHNK overgedragen aan de gemeente. Ook zijn er in de watergangen 134 duikers die de gemeente in beheer heeft.
28
4.2
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Wat gaat er goed De gemeenten binnen de regio Zaanstreek-Waterland streven met betrekking tot de invulling van de zorgplichten riolering bij (grootschalige) nieuwbouw en herontwikkeling naar een hoog ambitieniveau. Omdat in bestaand bebouwd gebied de ruimte beperkt is en het tempo van ontwikkelingen lager is geld hier een basis ambitieniveau. Bij de gemeente Edam – Volendam is een inhaalslag gemaakt t.a.v. de opgetreden slijtages en zijn de achterstanden weg gewerkt. Bij nieuwbouw en wanneer er veel oppervlaktewater in de directe omgeving is, worden er zo min mogelijk hemelwaterstelsels aangelegd. Het water voert dan rechtstreeks af naar oppervlaktewater. Ook wordt er DT-riolering (Drainage Transportriolering) aangelegd om het grondwaterpeil te reguleren. Daarnaast is er afgekoppeld en zijn systemen omgebouwd. Zo wordt toegewerkt naar een robuuster watersysteem voor de gemeente Edam – Volendam. Het opgestelde uitvoeringsplan klimaatadaptatie draagt hier ook aan bij. Tevens zijn er een aantal acties opgestart die nog lopen. Dit betreft met name onderzoeken naar bijvoorbeeld WKO-lozingen en foutaansluitingen. Daarnaast is er een grondwatermeetnet ingericht en zijn de eerste analyses uitgevoerd. Het onderdeel grondwater wordt verder doorontwikkeld in de planperiode van het GRWP. Ook zal communicatie sterker worden neergezet. Het uitvoeringsprogramma is uitgevoerd.
Aandachtspunten ten aanzien van lopende projecten zijn:
IBA’s worden momenteel omgebouwd. De slechtste zijn als eerste aan de beurt. Dit wordt in de gemeente Edam – Volendam uitgevoerd in samenspraak met het Hoogheemraadschap. De eigenaren van deze percelen betalen straks geen rioolheffing meer. Zij krijgen een septictank van 6 m3 en worden eigenaar. Dit houdt in dat zij moeten zorgen voor onderhoud en legen van de tank. De nieuwe tank wordt gefinancierd door de gemeente en het Hoogheemraadschap (verdeling 50/50).
In Warder zijn problemen met aantasting van de riolering. Hier wordt een nieuw systeem aangelegd.
De overdracht stedelijk water aan het Hoogheemraadschap loopt nog. Momenteel is al het stedelijke oppervlaktewater nog in onderhoud bij de gemeente.
4.3
Wat kan er beter – uitdagingen Aandachtspunten voor dit nieuwe GRWP zijn er ook. In de uitvoering dienen de plannen beter te worden afgestemd met andere disciplines. Riolering staat niet op zich, je bent afhankelijk van de andere werkvelden en budgetten in de openbare ruimte.
29
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
5 Uitvoeringsprogramma In het uitvoeringsprogramma zijn activiteiten opgenomen die de planperiode van dit GRWP opgepakt zullen worden, om in te kunnen spelen op de huidige en toekomstige ontwikkelingen. Deze activiteiten zijn onderverdeeld in:
regionale samenwerking,
planvorming en onderzoek (niet regionaal),
beheer en onderhoud,
maatregelen,
facilitair/overig,
participatie.
Alle geraamde bedragen zijn exclusief indexatie weergegeven. 5.1
Regionale samenwerking We voeren gezamenlijke activiteiten uit met de andere gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland en het HHNK. De kosten hiervan worden verdeeld over de deelnemers volgens de afgesproken verdeelsleutel voor de verschillende activiteiten. De activiteiten voor de komende planperiode zijn onder meer:
Opstellen routekaart waterrobuuste inrichting.
Opzetten grondwaterloket.
Data, meten en monitoren.
Implementatie bewust beheer.
Opstellen calamiteitenplan.
Onderzoek naar optimalisatie binnen de zuiveringskringen.
Actualiseren van het GRWP.
De kosten voor deze activiteiten zijn niet gespecificeerd. Dat komt omdat deze projecten binnen de samenwerking en veelal door het Plusteam worden uitgevoerd. De budgetten voor de samenwerking zijn voor de programmaperiode geraamd op € 52.250,- per jaar en deze worden jaarlijks vastgesteld door de managers van de samenwerkingspartijen. Dit bedrag is onderverdeeld in: Onderdeel Operationele samenwerking Bijdrage kernteam e.d. Onderzoeken Bijdrage regenmeters Onvoorzien Totaal geraamd
jaarlijks €
35.000
€ € € € €
3.500 10.000 1.000 2.750 52.250
30
5.2
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Planvorming en Onderzoek (niet regionaal) Plannen zijn belangrijke elementen in een doelmatig rioleringsbeheer. Zij geven richting aan de activiteiten en maatregelen die nodig zijn om de systemen goed te laten functioneren. Om inzicht te behouden en te verkrijgen in de toestand en het functioneren van de watersystemen is onderzoek noodzakelijk. Tijdens de planperiode stellen we de volgende plannen op en doen we onderzoek naar: Onderdeel
2024
Grondwatermeetnet Rioolvreemd water (o.a. Broeckgouw) Incidentenplan Overige goederen en diensten (riolen) Overige goederen en diensten (rioolgemalen) Totaal
5.3
2025
2026
2027
2028
€ €
50.000 50.000
€ €
50.000 50.000
€ €
50.000 50.000
€ €
50.000 50.000
€ €
50.000 50.000
€
94.500
€ €
10.000 94.500
€
94.500
€
94.500
€
94.500
€
10.000
€
10.000
€
10.000
€
10.000
€
10.000
€
204.500
€
214.500
€
204.500
€
204.500
€
204.500
Beheer en Onderhoud We stemmen de onderhoudsinspanningen af op het in stand houden en het goed laten functioneren van het systeem. Hiervoor zijn in de komende planperiode de volgende kosten geraamd: Onderdeel
2024
Uitbestede werkzaamheden (riolen) Uitbestede werkzaamheden (rioolgemalen) Onderhoudskosten (gemeentelijk rioleringsplan) Onderhoudskosten (tractie riolering) Klein onderhoud Straatreiniging Baggeren Onderhoud IBA’s Totaal
5.4
2025
2026
2027
2028
€
123.000
€
123.000
€
123.000
€
123.000
€
123.000
€
201.000
€
201.000
€
201.000
€
201.000
€
201.000
€
71.500
€
71.500
€
71.500
€
71.500
€
71.500
€
11.500
€
11.500
€
11.500
€
11.500
€
11.500
€ € € € €
500 124.000 128.000 15.000 674.500
€ € € € €
500 124.000 128.000 10.500 670.000
€ € € € €
500 124.000 128.000 5.000 664.500
€ € €
500 124.000 128.000
€ € €
500 124.000 128.000
€
659.500
€
659.500
Maatregelen De maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. We voorzien de volgende uitgaven: Onderdeel Vrijvervalriolering en grondwater Mechanische riolering Vervanging IBA’s Klimaatmaatregelen Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
€
3.450.000
€
3.100.000
€
2.710.000
€
2.300.000
€
1.900.000
€ € € €
150.000 200.000 100.000 3.900.000
€ € € €
50.000 200.000 100.000 3.450.000
€ € € €
50.000 100.000 100.000 2.960.000
€
50.000
€
50.000
€ €
100.000 2.450.000
€ €
100.000 2.050.000
31
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
De maatregelen hebben tot doel dat hemelwater wordt afgekoppeld van de gemengde riolering en dat dit wordt afgevoerd naar oppervlaktewater of kan infiltreren in de bodem door middel van DTriolen. Deze riolen reguleren ook het grondwaterpeil. Daarnaast worden er waterbergende wegen aangelegd. De woonboten in de Purmerringvaart krijgen een aansluiting op een nog uit te werken individuele voorziening, bijvoorbeeld een drijvende IBA. 5.5
Facilitair/overig Om het stedelijke watersysteem goed te beheren nemen we ondersteunende activiteiten en diensten af: Onderdeel Rioned Software onderhoud riolen Energiekosten Verzekeringen (rioolgemalen) Waterverbruik Software onderhoud gemeentelijk rioleringsplan Abonnementskosten rioolgemalen Belastingen en heffingen Tractiemiddelen Verzekeringen (tractie) Totaal
5.6
2024
2025
2026
2027
2028
€ € € €
4.000 47.000 104.500 115
€ € € €
4.000 47.000 104.500 115
€ € € €
4.000 47.000 104.500 115
€ € € €
4.000 47.000 104.500 115
€ € € €
4.000 47.000 104.500 115
€ €
1.500 3.500
€ €
1.500 3.500
€ €
1.500 3.500
€ €
1.500 3.500
€ €
1.500 3.500
€
4.000
€
4.000
€
4.000
€
4.000
€
4.000
€ € € €
126 10.000 2.000 176.741
€ € € €
126 10.000 2.000 176.741
€ € € €
126 10.000 2.000 176.741
€ € € €
126 10.000 2.000 176.741
€ € € €
126 10.000 2.000 176.741
Participatie Bij de uitvoering van het programma vindt participatie plaats voordat projecten in de uitvoering gaan. We vinden het belangrijk dat mensen zich bewust zijn van water en de kansen en risico’s die dat met zich meebrengt. In het verlengde hiervan moeten onze inwoners weten waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. We merken dat niet iedereen dit waterbewustzijn heeft en dat is een aandachtspunt. Aan een gezond watersysteem dient iedereen een steentje bij te dragen. We werken aan het creëren van waterbewustzijn in onze gemeente. We doen dat op de volgende manier: Bij ingrepen in de fysieke leefomgeving zoeken we contact met omwonenden. We proberen inwoners zelf ook maatregelen te laten nemen die goed zijn voor het watersysteem. Denk aan afkoppelen van de regenpijp, het weghalen van tuintegels of het aansluiten van een regenton. Op de website van de gemeente komt informatie beschikbaar over de mogelijkheden op het eigen terrein en het goed gebruiken van de riolering. De gemeente werkt als loketfunctie voor bewoners. Mensen kunnen met vragen bij ons terecht. Waar nodig en mogelijk helpen wij hen verder.
32
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
6 Wat benodigd (middelen) 6.1
Personele middelen Om indicatief inzicht te krijgen in de benodigde personele middelen heeft Stichting RIONED een nieuwe rekentool ontwikkeld, waarbij rekening is gehouden met onderdelen als klimaat, de samenwerking en oppervlaktewater. Met behulp van deze rekentool is een analyse gemaakt voor de benodigde personele inzet. Het is de eerste keer dat de geactualiseerde rekentool wordt gebruikt. Het maken van een een-op-een vergelijking met de gegevens uit het GRP is daardoor lastig. Terugblik De formatie bij het opstellen van het GRP was in totaal 6,0 Fte. Dit bestond uit 2,4 Fte voor de binnendienst en 3,6 Fte voor de buitendienst. De gemeente Edam – Volendam is tevreden over de huidige invulling van het team. Er is een gedegen samenstelling met brede ervaring (gemalen, beleid en toezicht). Daarnaast worden ook adviesbureaus ingehuurd ter ondersteuning. Voor een goed inzicht in de toekomstige situatie, zoals beschreven in het GRWP, wordt de informatie uit de branchestandaard van Rioned gebruikt. Vooruitkijkend De benodigde capaciteit is vergeleken met de beschikbare personele inzet zoals opgenomen in de begroting. In tabel 6.1 zijn de resultaten van de rekentool opgenomen. In de tabel staat de theoretisch benodigde bezetting. In gemeente Edam – Volendam wordt het onderhoud van de drukriolering, de gemalen en de storingsdienst deels uitbesteed.
Dit geldt ook voor de strategische en tactische planvorming en het operationeel beheer. Het reinigen en inspecteren van vrijvervalriolering en het reinigen van kolken wordt volledig uitbesteed. Dit past bij het beeld wat de rekentools van Rioned aangeven.
Tabel 6.1. Benodigde bezetting conform rekentool Rioned
We hebben 3,4 fte binnendienst en 3,2 fte buitendienst beschikbaar. Dat komt redelijk overeen met de benodigde personele inzet.
Om ons areaal optimaal te beheren en adequaat in te spelen op klimaatverandering is een efficiënte inzet van personeel essentieel. Komende periode zijn hiervoor de volgende bedragen gereserveerd:
33
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Onderdeel Loonkosten Overhead Totaal
6.2
2024 € € €
899.000 793.000 1.692.000
2025 € € €
899.000 793.000 1.692.000
2026 € € €
899.000 793.000 1.692.000
2027 € € €
899.000 793.000 1.692.000
2028 € € €
899.000 793.000 1.692.000
Financiële middelen
6.2.1 Terugblik op de financiën in het GRP Rioolheffing In het GRP 2018 – 2023 is opgenomen: De rioolheffing per heffingseenheid bedraagt in 2018 (startjaar) € 187,--; Naast inkomsten uit de reguliere rioolheffing is jaarlijks € 83.000,-- opgenomen aan extra inkomsten naast inkomsten uit de rioolheffing. Deze inkomsten bestaan uit inkomsten uit meerverbruik, inkomsten uit aansluitvergoedingen en inkomsten uit overige vergoedingen. In de planperiode stijgt de rioolheffing van € 187,-- naar € 211,18. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt in 2023 € 215,65. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt in 2023 voor elke volle eenheid van 25 m³ water bedraagt: € 0,00 per eenheid van 0 tot en met 300 m³; € 7,07 per eenheid boven de 300 m³ De heffing is in 2020 niet verhoogd i.v.m. stijging van andere heffingen (zoals afval) en voor 2024 is de heffing verlaagd met 11,6% ten opzichte van 2023. De overige jaren is de rioolheffing wel verhoogd. Aandachtspunten t.a.v. financiën voor het GRWP:
Relinen is goedkoper dan het vervangen van riolering, de financiële consequentie is dat daardoor minder is uitgegeven dan wanneer deze riolen vervangen zouden zijn.
In het Uitvoeringsplan klimaatadaptatie 2022-2024 is aangegeven dat de kosten voor ‘klimaat’ gedekt kunnen worden uit het GRWP. In het kostendekkingsplan gaan we uit van 10% extra kosten voor klimaatadaptatie bovenop de geraamde kosten voor vervanging na de planperiode.
Dit geldt ook voor de duikers. Als deze onderdeel zijn van een hemelwaterriool kunnen de kosten gedekt worden in het water- en rioleringsplan. Anders vallen ze onder kunstwerken. In het nieuwe beleidsplan voor kunstwerken worden de duikers meegenomen.
T.b.v. de kostendekkingsberekening; hierbij goed in de gaten houden of deze op basis is van werkelijke data in plaats van theoretische aannames. Het kostendekkingsplan in paragraaf 6.2.2 is gebaseerd op de huidige zo goed mogelijk geactualiseerde beheergegevens.
34
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
De financiële keuze om te gaan sparen of te blijven activeren wordt aan de raad voorgelegd. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 6.2.2
6.2.2 Kostendekkingsplan Om tot een kostendekkend heffingstarief te komen, hebben we een financiële doorrekening van de rioolheffing over 70 jaar gemaakt. Om de mogelijkheden daarbij in beeld te brengen, hebben we twee varianten uitgewerkt en vergeleken. Het kostendekkingsplan is opgesteld door Arcadis. Activeren of sparen? Op een zeker moment zijn riolen aan vervanging toe. De aankomende jaren gaan we veel riolen vervangen of renoveren. Grote investeringen in de riolering worden doorgaans gekapitaliseerd. Dit betekent dat de investering wordt afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De jaarlijkse afschrijving en rente vormen een last in de rioolbegroting. Naar analogie van een woninghypotheek zijn de kapitaallasten (vanwege de optredende rentelasten) hierdoor hoger dan het investeringsbedrag. Een alternatief is om vooraf te sparen voor toekomstige investeringen. Wanneer de rente stijgt, voorkomen we met sparen (hoogoplopende) rentelasten. De koepelorganisatie van riolerend Nederland ‘Stichting RIONED’ beveelt gemeenten aan om de financieringswijze van investeringen om te vormen naar ‘sparen vooraf’. Met variant 1 (activeren) onderzoeken we het heffingsverloop bij voortzetting van de financieringsmethodiek ‘activeren’ met geactualiseerde gegevens. Met variant 2 (sparen vooraf) onderzoeken we het effect van overstappen op de een ‘duurzame financieringsmethodiek’.
Hierbij streven we ernaar het activeren van investeringen zoveel mogelijk te reduceren via de spaarvoorziening. We starten met sparen in 2029 voor 10% onze investeringen. Daarop volgend sparen we elk jaar 10% meer, totdat we in 2033 sparen voor de helft van onze investeringen. Dit zetten we door in de rest van de doorgerekende periode. Met het sparen brengen we de boekwaarde zoveel mogelijk omlaag. Uitgaven We maken onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten, die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en doorgaans worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten, die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen.
35
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
We hanteren de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden voor de financiële doorrekening: Rente & inflatie De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt momenteel 1%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het jaar van investering en is gelijk aan de rente die door de gemeente wordt betaald op langlopende leningen. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; Er wordt op voorhand niet gerekend met indexatie. Als gevolg van inflatie dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd tegen optredende relevante inflaties. BTW Jaarlijks belasten we een percentage van 21%, op basis van directe exploitatiekosten en afschrijvingen, aan BTW door aan de rioolheffing. Voorzieningen Het saldo van de Tariefsegalisatievoorziening (BBV 44.2), bedraagt per 1 januari 2024: € 7.857.141. Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. Investeringen De korte termijn projectplanning voor vrijvervalriolering, aangevuld met de korte termijn projecten voor mechanische riolering, is gehanteerd voor de investeringen in 2024-2028.
De lange termijn cyclische vervangingsinvesteringen voor vrijvervalriolering hebben we bepaald op basis van: Aanleg- en renovatie jaren vanuit ons beheerbestand. Hierbij gaan we er vanuit dat een riolering na relinen even lang mee gaat als na vervanging. Voor een transportriolering gaan we uit van een levensduur van 50 jaar en voor een inzamelriool gaan we uit van een levensduur van 70 jaar. We relinen alle betonriolen die nog niet eerder gerelined zijn. Overige rioleringen vervangen we. De onderliggende kostenkengetallen zijn kostenkengetallen vanuit de Kennisbank. Hierin zitten: o standaard uitvoeringskosten, CAR-verzekering (opdrachtnemer)
10%
o algemene kosten, winst en risico (opdrachtnemer)
12%
o voorbereiding, toezicht en advies (opdrachtgever)
15%
Daarnaast rekenen we als gemeente Edam-Volendam extra kosten toe voor stempeling, bemaling en opleveringsreiniging/controle. Ten opzichte van 2023 zijn de investeringen op basis van de GWW-index met 5,99% geïndexeerd.
36
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
De lange termijn cyclische vervangingsinvesteringen voor overige rioleringsobjecten hebben we bepaald op basis van: o
Aanleg- en renovatie jaren vanuit ons beheerbestand. Wanneer deze onbekend waren, is een extrapolatie gedaan van de objecten waarvan de jaartallen wel bekend waren.
o
De gehanteerde levensduren zijn als volgt: o Persleidingen
60 jaar
o Randvoorzieningen en drainage
50 jaar
o Bouwkundige delen van gemalen
45 jaar
o Bouwkundige delen van drukriolering, verbeterde septictanks
30 jaar
o Infiltratie voorzieningen
25 jaar
o Elektromechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen
15 jaar
De onderliggende kostenkengetallen komen uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2021) zijn met 8,94% per jaar geïndexeerd om op prijspeil 2024 te brengen. Voor verbeterde septictanks hebben we de aanname gedaan dat er gedurende 3 jaar (2024 tot en met 2026) 50 IBA’s worden omgebouwd naar verbeterde septictanks, voor € 20.000 per stuk. Hieraan draagt de gemeente 50% bij. De andere helft wordt door het Hoogheemraadschap betaald. We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrijvervalriolering, drukriolering, persleidingen, infiltratievoorzieningen en drainage, bouwkundige delen van gemalen en randvoorzieningen bedraagt 25 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor VST’s, elektro-/mechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 15 jaar; De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering. Heffingseenheden Het fictief aantal heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2024: 17.862. Dit is een gewogen gemiddelde van de inkomsten uit verschillende tariefklassen (eigenaren en gebruikers). Bij een huurwoning wordt alleen het gebruikersdeel geïnd.
Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale baten (bruto, inclusief kwijtschelding en oninbaar) en de werkelijke rioolheffing in 2024. Dit aantal stijgt met 395 tot 18.257 eenheden in 2028. Rioolheffing Het tarief voor de rioolheffing bedraagt in 2024 (startjaar) € 191,95. Dit is gelijk aan het eigenarentarief. In 2025 is het tarief vastgesteld op € 226,45. In werkelijkheid zijn er ook inkomsten vanuit het gebruikerstarief. Deze zijn verwerkt door met een fictief aantal heffingseenheden te rekenen. Er wordt geen rekening gehouden met kwijtschelding en oninbaar;
37
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is - toegestaan; Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding. Toerekening van kosten De kosten voor baggeren worden voor 20% toegerekend aan de rioolheffing. De kosten voor straatreiniging worden voor 50% toegerekend aan de rioolheffing. Voor klimaatadaptatie rekenen we 10% kosten toe over de lange termijn investeringslijn (na de planperiode) Deze uitgangspunten leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor onze gemeente in de periode 2024 t/m 2093, zoals weergeven in figuur 6.1.
Figuur 6.1 Verwacht uitgavenpatroon voor de periode 2024 t/m 2093. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
38
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Kostendekking Voor de kostendekkingsberekeningen hebben we twee varianten doorgerekend; Variant 1 is activeren en variant 2 is sparen vooraf. Bij variant 1 activeren we al onze vervangingsinvesteringen. De geactiveerde investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Bij variant 2 brengen we vanaf 2029 spaarbedragen in mindering op onze vervangingsinvesteringen (in 2029 sparen we voor 10% van onze investeringen, in 2030 voor 20%, 2031 voor 30%, 2032 voor 40% en vanaf 2033 en verder sparen we voor 50% van onze investeringen). De spaarvoorziening gebruiken we om de te activeren investeringsuitgaven zoveel mogelijk te reduceren. De investeringen in de planperiode en het resterende deel van de investeringen na de planperiode, activeren we alsnog. Dit leidt dan tot boekwaarden en van daaruit nieuwe kapitaallasten (rente en afschrijving). Bovendien leiden de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Het gecombineerde boekwaardeverloop van de varianten is weergegeven in Figuur 6.2.
Figuur 6.2 Boekwaardeverloop volgens de twee onderzochte varianten periode 2024 t/m 2093. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Als we al onze vervangingsinvesteringen activeren (variant 1 activeren), leidt ons uitgavenpatroon in combinatie met onze financiële uitgangspunten tot het lastenpatroon zoals in Figuur 6.3 is weergegeven.
39
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Figuur 6.3 Lastenpatroon versus inkomsten volgens variant 1 periode 2024 t/m 2093. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Als we onze vervangingsinvesteringen zoveel mogelijk financieren vanuit spaarbedragen (variant 2 sparen vooraf), leidt ons uitgavenpatroon in combinatie met onze financiële uitgangspunten tot het lastenpatroon zoals in Figuur 6.4 is weergegeven.
Figuur 6.4 Lastenpatroon versus inkomsten volgens variant 2 periode 2024 t/m 2093. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
40
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
De bovenstaande lasten-inkomstengrafieken laten voor iedere variant zien welke totaalinkomsten per jaar nodig zijn om de lasten die hieruit betaald worden te kunnen dekken. De benodigde inkomsten voor de twee berekende varianten zijn in Figuur 6.5 vertaald naar de benodigde heffing. Tabel 6.2 geeft de heffingsontwikkeling voor de twee varianten op korte termijn weer in getallen (exclusief indexatie). Jaar
variant 1 (activeren)
variant 2 (sparen vooraf)
2024
€ 191,95 (+11,97%)
€ 191,95 (+11,97%)
2025
€ 226,45 (+1,84%)
€ 226,45 (+2,77%)
2026
€ 230,61 (+1,84%)
€ 232,73 (+2,77%)
2027
€ 234,84 (+1,84%)
€ 239,18 (+2,77%)
2028
€ 239,15 (+1,84%)
€ 245,81 (+2,77%)
Tabel 6.2 Heffing tot en met 2028 volgens de twee varianten (exclusief indexatie)
Figuur 6.5 Heffingsverloop volgens twee varianten periode 2024 t/m 2093. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Tariefsegalisatievoorziening Riolering (art. 44.2 BBV). In de spaarvariant wordt ook een spaarvoorziening gebruikt (art. 44.1d BBV). Het verwachte saldoverloop van deze voorzieningen is weergegeven in Figuur 6.6. Hierbij is rekening gehouden met het beleidsuitgangspunt om het saldo in de Tariefsegalisatievoorziening Riolering in te zetten om de benodigde stijging in heffing te dempen.
41
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Figuur 6.6 Verwacht saldoverloop van de Tariefsegalisatievoorziening voor de periode 2024 t/m 2093. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Vergelijking varianten Onderstaand beschrijven we de voor- en nadelen van de twee varianten voor de gemeente EdamVolendam. Variant
Heffing
Heffing
BTW
Rentelasten
Restboekwaarde
2024
2028
2024 t/m 2093
2024 t/m 2093
2093
1 - activeren
€ 191,95
€ 239,15
€ 45,7 MLN
€ 38,4 MLN
€ 89,9 MLN
2 - sparen vooraf
€ 191,95
€ 245,81
€ 33,7 MLN
€ 21,7 MLN
€ 45,0 MLN
Tabel 6.3: Samenvatting resultaten varianten gemeente Edam-Volendam (prijspeil 2024)
In variant 1 activeren we investeringen. Vanwege stijgende lasten, moet de heffing omhoog. We zetten het saldo in de voorziening in om de benodigde stijging van de rioolheffing te beperken. De stijging zet echter de hele periode geleidelijk door. Omdat we investeringen activeren schuiven we een groot deel van de lasten die voortkomen uit investeringen buiten de beschouwde periode. De restboekwaarde is aan het einde van de beschouwde periode €89,9 miljoen. Volgende generaties zullen deze lasten moeten aflossen. Dit is vijf keer zo hoog als de huidige restschuld van €17,3 miljoen. In variant 2 hanteren we een duurzame financieringsmethodiek en bouwen een spaarvoorziening op. Met deze spaarvoorziening beperken we hoge restschulden in de toekomst. De restboekwaarde (ofwel restschuld) is aan het einde van de beschouwde periode de helft van die volgens variant 1, namelijk € 45,0 miljoen. De heffing moet hiervoor op korte en middellange termijn sneller stijgen ten opzichte van variant 1. Gezien de lagere kapitaallasten valt de heffing op de lange termijn juist lager uit. Het omslagpunt valt echter buiten de doorgerekende periode.
42
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Omdat we jaarlijks 21% BTW doorbelasten aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten en afschrijvingen, heeft de financieringsmethodiek effect op het BTW-verloop. De totale BTW-afdracht aan Algemene Middelen is hoger wanneer we activeren zoals in variant 1 (€ 45,7 miljoen) dan bij een duurzame financieringsmethodiek zoals in variant 2 (€ 33,7 miljoen). In de beoordeling van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de huidige, lage rentestand, Als de rente in de toekomst weer zou stijgen, heeft dit meer effect op variant 1 dan variant 2. De rente op geactiveerde investeringen zal immers meestijgen, waardoor de rentelasten als gevolg van aanwezige boekwaarde evenredig toe zal nemen. Deze lastenverhoging komt op dat moment direct en volledig ten laste van de rioolheffing. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met onzekerheid in de planning van rioolvervanging. Vanwege de wens om steeds meer integraal en gebiedsgericht te gaan werken, bestaat de kans dat de voordelen van het eerder vervangen van een rioolbuis vanwege meekoppelkansen opwegen tegen de nadelen van kapitaalvernietiging. Bij een duurzame financieringsmethodiek is de gemeente in mindere mate afhankelijk van afschrijvingstermijnen bij het maken van keuzes rond de meest efficiënte timing van rioolvervanging.
Door gebruik te maken van een duurzame financieringsmethodiek worden we als gemeente – voor wat betreft de rioolheffing – aanzienlijk minder afhankelijk van veranderingen op de markt. Concluderend kunnen we stellen dat de verlaging van de boekwaarde riolering leidt tot meer zekerheid in de lastenontwikkeling en meer stabiliteit in het benodigde heffingstarief. Het blijven hanteren van een activeringssystematiek leidt bij lage rentestanden tot een lastenvoordeel op de middellange termijn, maar bij rentestijgingen juist tot een sterkere (en snellere) lasten- en tariefsverhoging. Risico’s Naast de renteontwikkelingen zijn er andere onzekerheden in de toekomst die de rioolheffing zullen beïnvloeden zoals kostenontwikkelingen van (bouw)materialen en ontwikkelingen rondom klimaatadaptatie. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in dit programma weergegeven rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Het langjarig verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis van een inschatting van de restlevensduur, gebaseerd op rioolinspecties, huidige inzichten in mogelijke ontwikkelingen en financiële uitgangspunten. Onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden.
Met name een rentewijziging kan het verloop van de rioolheffing aanzienlijk beïnvloeden. De grootte van die impact is afhankelijk van de financieringsmethode. Mochten onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten aan de orde zijn, actualiseren we het kostendekkingsplan.
43
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Bijlagen 1 2 3
Wettelijk kader Begrippen en definities Referenties
44
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Bijlage 1
Wettelijk kader
Gemeenten en waterbeheerders zorgen samen voor het omgaan met water in stedelijk gebied. De gemeenten zamelen stedelijk afvalwater in en de waterschappen zuiveren dat water. Gezamenlijk maken zij keuzes hoe om te gaan met afvloeiend hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Ook stemmen zij het functioneren van rioolstelsels, rioolwaterzuiveringsinstallaties en watersysteem op elkaar af. De Europese regelgeving bepaalt voor een belangrijk deel ons rioleringsbeleid, in het bijzonder de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater en de Europese Kaderrichtlijn Water. Deze zijn vertaald in de landelijke wet- en regelgeving. In onderstaand figuur zijn de spelers en hun relatie weergeven. Daaronder worden de belangrijkste kaders weergeven die door de betreffende spelers gesteld worden.
Figuur: de spelers (bron: storymap Visie op de Afvalwaterketen) De spelers: kaders stellen Europese Unie De Europese Unie formuleert kaders zoals de Kaderrichtlijn Water, de Richtlijn stedelijk afvalwater en de Richtlijn industriële emissies.
Rijk Het Rijk formuleert kaders waaraan moet worden voldaan, zoals het Activiteitenbesluit, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Ook draagt zijn zorg voor wetgeving ten aanzien van veilig hergebruik van stoffen.
45
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat is bevoegd gezag voor directe lozingen op rijkswateren, zoals bijvoorbeeld het lozen van gezuiverd afvalwater ('effluent') op het Noordzeekanaal, het Markermeer en het IJsselmeer.
Provincie Provincie Noord-Holland is bevoegd gezag voor grote, risicovolle lozers (IPPC, BRZO, RIE-4 bedrijven) en formuleert kaders voor ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld in Omgevingsvisie, -programma en -plan
Waterschap Het waterschap is bevoegd gezag voor lozingen van gezuiverd afvalwater op oppervlaktewater in beheer bij het waterschap. Een uitzondering vormen de bedrijven met mogelijk grote milieuimpact. Daarvoor is de provincie bevoegd. Het waterschap legt in de beheerverordening kaders vast voor het lozen van gezuiverd afvalwater. Ook is het waterschap bevoegd gezag voor lozingen van bedrijven op transportleidingen of zuiveringsinstallaties van het waterschap en heeft een bindende adviesrol bij vergunningplichtige indirecte lozingen en een adviesrol bij meldingsplichtige indirecte lozingen. Indirecte lozingen zijn bedrijfslozingen op de riolering.
Gemeenten De gemeenten zijn bevoegd gezag voor de lozingen van afvalwater vanuit bedrijven op de riolering. Afhankelijk van het type bedrijf gelden algemene voorwaarden, is er een meldingsplicht of is men vergunningplichtig. Ook zijn zij bevoegd gezag bij bodemlozingen, bijvoorbeeld van gezuiverd afvalwater in het buitengebied.
Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet (de invoeringsdatum staat op 1 januari 2024) vinden wijzigingen plaats in kaderstelling. Waterschappen kunnen hun eisen vastleggen in Omgevingsverordeningen en gemeenten in Omgevingsplannen. Waterschappen en gemeenten kunnen ook meer gebiedsspecifieke regels formuleren.
46
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Bijlage 2
Begrippen en definities
Afvalwaterakkoord
Een akkoord tussen waterschap en gemeente. Het bevat afspraken over overnamepunten en afnamehoeveelheden. Daarnaast staat in het afvalwaterakkoord hoe partners omgaan met uitwisseling van (meet)gegevens, elkaar informeren in de situatie van groot onderhoud of calamiteiten, enzovoort.
Afkoppelen/
Het op de gemengde- of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard
Niet aankoppelen
oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem.
Afnamehoeveelheid
De toegestane hoeveelheid water dat op het overnamepunt wordt aangeboden.
Afvalwater
Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Afvalwatersysteem
Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken (waaronder riolering, gemalen, persleidingen, RWZI).
Assetmanagement
Maximaliseren van de waarde van bezittingen door het optimaal uitbalanceren van onderhoud en vervanging in relatie tot kosten, prestaties en risico’s.
Bedrijfsafvalwater
Afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is.
Blauw-groene
Aaneenschakeling van water- en groenvoorzieningen, goed te combineren
verbindingen
met natuurontwikkeling en opvang/infiltratie van regenwater.
Branchestandaard
Voor goed stedelijk waterbeheer zijn vakmensen nodig. De branchestandaard gemeentelijke watertaken beschrijft welke activiteiten, kennis en competenties nodig zijn voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken.
Circulaire economie
Economie gericht op en maximaal hergebruik van (afval)stoffen.
Dik water
Afvalwater wat zo min mogelijk hemelwater bevat.
Drukriolering
Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput. Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. Het systeem is niet geschikt voor het transporteren van regenwater.
Drainage/infiltratie
Een stelsel bestaande uit DT-riolen, drains en hemelwaterriolen, bestemd
transportstelsel
voor drainage en transport van hemel- en grondwater.
Energie- en
Aangepaste RWZI voor de terugwinning van energie en grondstoffen uit
grondstoffenfabriek
afvalwater en biomassa.
Gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.
47
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Gescheiden rioolstelsel Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden Ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een RWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Groene berging
Verdiepte groenvoorziening voor de tijdelijke opvang van overtollig regenwater.
Hemelwaterafvoer
Afvoer van hemelwater voordat het tot afstroming komt over het wegdek of via de riolering.
HHNK
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Hoofdrioolgemaal
Eindgemaal, meestal in beheer en eigendom van een waterbeheerder, via welke het afvalwater wordt getransporteerd naar een RWZI.
Huishoudelijk afval-
Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en
water
huishoudelijke werkzaamheden.
Hydraulische
De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af
afvoercapaciteit
te voeren.
IBA
Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Vergelijkbaar met een verbeterde septic-tank.
Industrieel afvalwater
Afvalwater afkomstig van industrieën of bedrijven.
Infiltratievoorziening
Een waterdoorlatende ondergrondse voorziening die het regenwater opvangt en het langzaam laat wegzakken in de bodem.
Inspecteren
Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten.
Kapitaallasten
De langjarige kosten verband houdend met een nieuwe investering die niet direct is afbetaald.
Maaiveld
Veelgebruikte term om een hoogte aan te kunnen relateren. Meestal is bedoeld het straatniveau of de hoogte van een groenstrook.
Nieuwe sanitatie
Geheel van duurzame sanitaire voorzieningen zoals composttoiletten, natuurlijke filters e.d. voor de lokale verwerking van afvalwater.
Overnamepunt
Punt waar de overdracht plaatsvindt van het afvalwater uit de riolering aan het transportsysteem van het waterschap.
Overstort
Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater.
Persleiding
Een leiding waardoor rioolwater met gebruikmaking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd.
Randvoorziening
Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit.
Regenwaterriool
Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater.
48
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Regenwatersysteem
Zie “RWA-systeem”.
Regenwateruitlaat
Voorziening bedoeld voor de directe lozing van regenwater op oppervlaktewater of groene berging.
Relinen
Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt.
Riolering
Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater.
Rioleringsbeheer
Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem.
Rioolheffing
De belasting die bewoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering.
Rioolgemaal
Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater.
Rioolwaterzuivering
Een inrichting (werk) waar het afvalwater wordt ontdaan (van een groot deel)
(RWZI)
van de verontreinigingen.
Riothermie
Techniek om thermische energie (warmte) te onttrekken aan het afvalwater en deze her te gebruiken, bijvoorbeeld voor de verwarming van en zwembad.
Sanitatie
Geheel van sanitaire voorzieningen zoals waterleiding, riolering, sanitair e.d. en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden als preventieve maatregel tegen gezondheidsklachten/ziekten.
Stedelijk afvalwater
Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.
Transitie
Een geleidelijke ombuiging van een bestaande situatie naar een toekomstig gewenste situatie. Bijvoorbeeld de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie.
Verbeterd gemengd
Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een
rioolstelsel
randvoorziening met als doel vuilemissiereductie.
Verbeterd gescheiden Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater rioolstelsel (VGS)
wordt verpompt naar de AWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater.
Vrijvervalriolering
Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht.
Vuilemissie
Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via overstorten wordt geloosd op oppervlaktewater.
Vuilwaterriool
Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater.
Waterpasserende/
Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof
waterdoorlatende
materiaal in de voegen (waterpasserend) of via poreus materiaal
verharding
(waterdoorlatend).
49
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Water-op-straat
Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van overbelasting en/of een belemmerde afvoer.
Wateroverlast
Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning).
50
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Bijlage 3
Referenties
- Edam-Volendam, Uitvoeringsplan klimaatadaptatie 2022-2024 (definitief, december 2021) - Edam-Volendam, Omgevingsvisie (definitief, juli 2023) - Edam-Volendam, GRP 2018-2023 (definitief, februari 2018) - Edam-Volendam, Purmerend en Waterland, Strategische gebiedsvisie De Purmer 2035 (ontwerp, mei 2023) - HHNK, GIS-kaart afvalwaterketen (actueel) - MRA, Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0 (2021) - MRA, Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland (2022) - Samenwerking Zaanstreek-Waterland, Op weg naar de afvalwaterketen van de toekomst (actueel)