Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma Edam-Volendam 2024-2028
Tekst van het document
Gemeentelijk
Riool- en Waterzorgprogramma “Gezond en toekomstbestendig”
Edam - Volendam
2024 - 2028
Versie 2.5 – DEFINITIEF
10-12-2024
COLOFON
Het Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma (GRWP) Zaanstreek-waterland is tot stand gekomen in samenwerking met: Gemeente Landsmeer; Gemeente Oostzaan; Gemeente Purmerend; Gemeente Waterland; Gemeente Wormerland; Gemeente Zaanstad; Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Foto(’s) afkomstig van de gemeente Edam – Volendam. Tekst en opmaak door het Plusteam van ‘de samenwerking water Zaanstreek - Waterland’.
W van der Knoopdreef 1 1132 KN VOLENDAM T: (0299) 398 398 E: info@edam-volendam.nl Opsteller: Erwin Heuperman
2
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding ............................................................................................................................................ 4 1.1
De riolering in relatie tot de omgeving ..................................................................................... 4
1.2
Van GRP naar GRWP ............................................................................................................. 4
1.3
Samenwerking in de waterketen ............................................................................................. 5
1.4
De relatie tussen de verschillende visies en plannen ............................................................. 5
1.5
Doelstelling en geldigheidsduur............................................................................................... 6
1.6
Zorgplichten ............................................................................................................................. 7
1.7
Leeswijzer ................................................................................................................................ 7
Visie en ambitie ................................................................................................................................ 8 2.1
Visie op de Afvalwaterketen .................................................................................................... 8
2.2
Ambitie ..................................................................................................................................... 9
2.3
Leidende principes; handvatten voor stedelijk waterbeheer ................................................. 10
Aanpak ............................................................................................................................................ 12 3.1 3.1.1
We hebben de touwtjes in handen van lozing tot effluent ................................................. 13
3.1.2
Inzicht in functioneren vergroot een doelmatige aanpak ................................................... 16
3.1.3
We gaan toekomstbestendig om met materialen, energie en grondstoffen ...................... 19
3.2
4
5
6
Een gezonde en toekomstbestendige afvalwaterketen ......................................................... 12
Een veilige, klimaatbestendige en geschikte leefomgeving .................................................. 19
3.2.1
Een robuuste leefomgeving ............................................................................................... 19
3.2.2
We hebben inzicht in ons grondwater en voeren daar beleid en beheer op ..................... 21
3.2.3
We dragen bij aan schoon en aantrekkelijk oppervlaktewater .......................................... 23
Huidige situatie Edam - Volendam ................................................................................................. 25 4.1
Wat hebben we ...................................................................................................................... 25
4.2
Wat gaat er goed ................................................................................................................... 28
4.3
Wat kan er beter – uitdagingen ............................................................................................. 28
Uitvoeringsprogramma................................................................................................................... 29 5.1
Regionale samenwerking ...................................................................................................... 29
5.2
Planvorming en onderzoeken (niet regionaal) ....................................................................... 30
5.3
Beheer en Onderhoud ........................................................................................................... 30
5.4
Maatregelen ........................................................................................................................... 30
5.5
Facilitair/overig....................................................................................................................... 31
5.6
Participatie ............................................................................................................................. 31
Wat benodigd (middelen) .............................................................................................................. 32 6.1
Personele middelen ............................................................................................................... 32
6.2
Financiële middelen ............................................................................................................... 33
6.2.1
Terugblik op de financiën in het GRP ................................................................................ 33
6.2.2
Kostendekkingsplan .......................................................................................................... 34
3
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Bijlagen .................................................................................................................................................. 43 Bijlage 1
Wettelijk kader ................................................................................................................... 44
Bijlage 2
Begrippen en definities ...................................................................................................... 46
Bijlage 3
Referenties ......................................................................................................................... 50
4
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
1 Inleiding Het Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma 2024 – 2028 legt vast op welke wijze EdamVolendam de komende jaren aan de slag gaat met het inzamelen van afvalwater en onze zorgtaken voor hemelwater en grondwater. Uitgangspunt voor het uitvoeren van onze taken is dat deze op toekomstbestendige wijze worden ingevuld; op een duurzame en klimaatbestendige wijze. 1.1
De riolering in relatie tot de omgeving De werking van de riolering als onderdeel van de afvalwaterketen is van grote invloed op de volksgezondheid en waterkwaliteit. Figuur 1.1 laat zien hoe de riolering het middelpunt is van de werking van de verschillende watersystemen. Hoe het drinkwater dat de riolering inkomt nadat het in de woning of bij een bedrijf is gebruikt en via de riolering naar de zuivering gaat. Hoe water het systeem in of uit kan naar de bodem (het grondwater) of het oppervlaktewater. Ook is hier zichtbaar waar het hemelwater naartoe of instroomt. Natuurlijk zijn er nog meer interacties; zoals die van grond- en oppervlaktewater als bron voor drinkwater.
1.2
Figuur 1.1 Riolering als middelpunt, Bron: STOWA, 2023
Van GRP (Gemeentelijk Rioolplan) naar GRWP (Gemeentelijk Riool- en waterzorgprogramma) De basis voor dit Gemeentelijke Riool- en Waterzorgprogramma (GRWP) ligt in de omgevingswet. Onder de Omgevingswet stelt de gemeente een omgevingsvisie op. Het GRWP is één van de programma’s die een gemeente opstelt als uitwerking van de omgevingsvisie. De juridische kaders en regels worden vervolgens weer uitgewerkt in een omgevingsplan. Dit is anders dan de voorganger van het GRWP en in onderstaade figuur 1.2 is dat weergeven. GRP
Nieuwe situatie
Figuur 1.2 Verschil tussen GRP en de nieuwe situatie onder de omgevingswet (bron: Rioned)
5
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
De naam van het programma is gekoppeld aan de naam van de nieuwe modelverordening voor de heffing van de VNG die is gewijzigd van Rioolheffing in Riool- en Waterzorgheffing, want de zorgplichten voor afval-, hemel-, grond- en oppervlaktewater hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. 1.3
Samenwerking in de waterketen Het Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma (GRWP) is in samenwerking met de gemeenten binnen de regio Zaanstreek – Waterland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) tot stand gekomen. Hierbij werken de gemeente Edam-Volendam samen met de gemeenten Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad. De samenwerking met HHNK is van belang op het gebied van de afvalwaterketen en ook voor het oppervlaktewatersysteem. Voor de samenwerking is ook het Plusteam actief. Het Plusteam voert projecten uit die voor alle betrokken van de regio van belang zijn. De samenwerking Zaanstreek-Waterland is herbevestigd met een vernieuwde samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor de periode 2021-2030 Noorderkwartier Ook op de schaal van Noorderkwartier wordt samengewerkt. Hier werken alle gemeenten binnen het beheergebied van HHNK en PWN samen. Voor een verdeling van de ‘watertaken’ betekent dit dat het beheer van ‘gebruikt’ water, regenwater, grondwater en oppervlaktewater wordt uitgevoerd door de gemeente en HHNK. PWN levert het drinkwater. Noorderkwartier is verdeeld in vijf werkregio’s, waar de regio Zaanstreek – Waterland er één van is, zie figuur 1.3.Op deze schaal wordt bijvoorbeeld de aanpak van rioolvreemd water en het project ‘nieuwe mensen’ opgepakt.
De samenwerking Noorderkwartier is tevens herbevestigd met een vernieuwde SOK voor de periode 2021-2030.
Figuur 1.3. Noorderkwartier en regio-indeling
Omgevingsdiensten We hebben in onze regio te maken met twee omgevingsdiensten (OD’s). Voor onze werkzaamheden zijn de raakvlakken met name het regelen en bewaken van bedrijfsafvalwaterlozingen. Deze samenwerking wordt versterkt door afspraken binnen het project ‘Indirecte lozingen’. Dit betreft de OD IJmond voor de gemeente Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland en OD Noordzeekanaalgebied voor de gemeente Zaanstad. 1.4
De relatie tussen de verschillende visies en plannen Voor het binnen de regio Zaanstreek-Waterland gezamenlijk formuleren van uitgangspunten en basisteksten voor het GRWP heeft een aantal brondocumenten als basis gediend. Dat zijn de (concept)
6
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
omgevingsvisies, de samenwerkingsovereenkomsten waterketen, het huidige GRP en de Visie op de Afvalwaterketen. Op de inhoud van deze documenten wordt verder ingegaan in hoofdstuk 2. De relaties tussen de verschillende plannen is opgenomen in onderstaande figuur 1.4.
Figuur 1.4. Relaties van de visies en plannen tot het GRWP
1.5
Doelstelling en geldigheidsduur In het GRWP geven we invulling aan onze zorgplichten voor de gemeentelijke watertaken. Dit doen we op hoofdlijnen. We leggen vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en inwoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Ten aanzien van klimaat richt het GWRP zich op voorkomen van wateroverlast en het vasthouden van water (in verband met droogte), Het GRWP vervult de volgende hoofdfuncties: 1.
Het kader voor de gemeentelijke zorgplichten. Het geeft een overzicht van de beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
2.
Het beschikbaar hebben van de juiste middelen, in zowel personele als financiële zin en ook het beschikbaar hebben van het juiste ‘gereedschap’ voor de uitvoering van de werkzaamheden hoort hierbij.
3.
Continuïteit en voortgangsbewaking. Onze afvalwaterketen vraagt kapitaalintensieve investeringen en vanwege de relatief lange levensduur van deze voorzieningen is een lange termijn aanpak essentieel. Daarom is het van groot belang deze investeringen en het beleid hiervoor te volgen en evalueren.
7
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
De gemeente heeft voor de termijn van dit GRWP gekozen voor vijf jaar, van 2024 tot en met 2028. We monitoren en stellen eventueel bij. Dit doen we in de operationele jaarplannen. 1.6
Zorgplichten De algemene doelstellingen voor de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in de Waterwet. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). In bijlage 1 zijn de wettelijke kaders opgenomen. De zorg voor het oppervlaktewater valt in beginsel onder de verantwoordelijkheid en toezicht van het waterschap. Als gemeente hebben wij wel onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het water dat op het oppervlaktewater komt zo schoon mogelijk is. Zorgplicht en wet Afvalwater Wet milieubeheer
Toelichting Wij hebben de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater.
Art. 10.33 Hemelwater
Elke terreineigenaar is verantwoordelijk voor het verwerken van het
Waterwet
hemelwater op het eigen terrein. Pas als dit redelijkerwijs niet mogelijk is
Art. 3.5
(door grondwaterstanden en/of infiltratiecapaciteit) heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van dit hemelwater, mits doelmatig.
Grondwater
Elke terreineigenaar is volgens verantwoordelijk voor de ontwatering van het
Waterwet
eigen terrein. Pas als dit redelijkerwijs niet mogelijk is treft de gemeente
Art. 3.6
maatregelen in openbaar gebied, mits doelmatig en dit geen taak is van waterschap of provincie. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend schadelijk karakter hebben.
1.7
Leeswijzer Het GRWP is onder te verdelen in een gezamenlijk deel en een individeel deel. Het gezamenlijke (eerste) deel van het GRWP is in de samenwerking opgesteld en afgestemd. Dit betreft de hoofdstukken Visie en ambitie (H2) en de Aanpak (H3). Daarna volgen de hoofdstukken die individueel zijn voor de gemeenten. Dat zijn de huidige situatie (H4), het uitvoeringsprogramma (H5) en de benodigde personele en financiële middelen (H6). Dit programma is een gemeentelijk plan waar de gemeenteraad zich over moet uitspreken. Het is echter niet alleen voor de politiek geschreven, maar ook voor afstemming en overleg met de vakinhoudelijke mensen van bijvoorbeeld het Hoogheemraadschap. Dit heeft tot gevolg dat in dit programma vaktaal wordt gebruikt. Een verklarende woordenlijst is daarom opgenomen in bijlage 2.
8
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
2 Visie en ambitie Er ligt een enorme druk op de regio de komende jaren, met forse opgaven. De woningbouw in de regio Zaanstreek-Waterland neemt flink toe en de bedrijvigheid waarschijnlijk ook. Dit leidt tot meer afvalwater met daarbij de vraag hoe we deze groei kunnen verwerken. Daarbij is er ook steeds meer aandacht voor de waterkwaliteit. De laatste jaren is ook duidelijker geworden dat er veel stoffen in het afvalwater terecht komen, die risico’s vormen voor mens, dier en milieu en dat willen we natuurlijk terugdringen. Ook de fluctuaties op lange termijn van temperatuur, neerslag, wind en alle andere aspecten van ons klimaat zijn een uitdaging waar we voor staan. Naast deze opgaven is er de behoefte aan een prettige leefomgeving om te wonen, werken en recreëren. Dit gebeurt met een stedelijke dynamiek en landelijke rust. De regio wordt gekenmerkt door zijn waterrijke omgeving en de slappe ondergrond met bodemdaling tot gevolg. Hier ligt een opgave om zowel wateroverlast als –onderlast het hoofd te bieden en de inwoners te faciliteren bij vragen hieromtrent. 2.1
Visie op de Afvalwaterketen Eind 2022 is de ‘Visie op de afvalwaterketen’ definitief geworden en gepubliceerd. De Visie heeft geen vastgestelde looptijd, maar blijft in ontwikkeling. Aanleiding voor de visie zijn de forse opgaven die er liggen, zoals hierboven beschreven. In deze visie is beschreven wat de afvalwaterketen precies inhoudt, hoe onze huidige systemen in elkaar zitten en wie de spelers zijn. Ook is een overzicht gegeven van uitdagingen en ontwikkelingen waar de afvalwaterketen voor gesteld staat en hoe deze er in de toekomst uit zou moeten zien. Welke stappen zijn nodig om daar te komen en waar moeten we op letten als we grootschalige aanpassingen en investeringen in de afvalwaterketen willen doen? Hoe zou het systeem er uit zien als we het helemaal opnieuw zouden kunnen aanleggen? Deze ‘Groene Weide‘ variant wordt aan de hand van een aantal leidende principes beschreven. Deze principes zijn meegenomen in dit GRWP. In het onderdeel ‘Op weg naar de toekomst’ zijn vier pijlers benoemd: Gezondheid, milieu, techniek en beheer. De daaronder benoemde onderwerpen worden in de visie kort benoemd en vragen in de komende periode aandacht en een nadere uitwerking. De uitwerking is deels verankerd in dit programma.
Voor het GRWP zijn de gidsprincipes van het GRP naast de principes van de Groene Weide in de Visie op de Afvalwaterketen gelegd en vormen de basis voor de leidende principes in paragraaf 2.3.
9
2.2
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Ambitie Er is een bepaalde mate van bestuurlijke vrijheid om te kiezen, bijvoorbeeld in welke mate we wateroverlast accepteren, of welk risico we acceptabel achten bij het uitstellen van rioolvervanging. We onderscheiden hierin twee ambitieniveaus: Voortzetting huidig beleid inclusief nieuwe wettelijke eisen. Anticiperen. In onderstaande kolommen wordt een toelichting gegeven op de twee ambitieniveaus.
VOORTZETTEN
ANTICIPEREN
Het tempo van rioolvervanging houdt gelijke tred met de optredende slijtage. De riolen worden, ondersteund met kwaliteitsinspecties, op tijd vervangen. Hierbij wordt ernaar gestreefd om zoveel mogelijk werken met elkaar te combineren. Bij dit ambitieniveau wordt de kans op wateroverlast bij hevige buien beperkt. Dit gebeurt onder andere door bij wateroverlastknelpunten het regenwater bovengronds af te voeren naar oppervlaktewater of bergingsvoorzieningen in de openbare ruimte. Dit geeft een gemiddelde invulling van de zorgplichten waarbinnen er ruimte is om projecten af te stemmen op andere projecten in de fysieke omgeving.
Sterk vooruitziende houding. Waar mogelijk wordt bij elke ruimtelijke ontwikkeling geanticipeerd op mogelijke wateroverlast. Water drukt een belangrijke stempel op de inrichting van de openbare ruimte. Er worden bijvoorbeeld voor de burger aantrekkelijke groene voorzieningen ingericht voor de opvang van hemelwater waarmee zowel de grondwaterstand wordt gereguleerd als overtollig water wordt gebufferd. Ruimtelijk-economische ontwikkelingen in het bebouwd gebied worden aangewend als meekoppelkans om de waterrobuustheid te vergroten. Het voordeel van een dergelijke aanpak is dat de frequentie voor overlast voor de bewoners wordt verminderd en een plus op de leefomgeving kan worden gezet. Hiermee wordt op een hoger niveau ingespeeld op de nieuwe zorgplichten voor hemel- en grondwater.
Onze ambitie is dat we een vooruitziende houding hebben en anticiperen. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat in bestaand gebied niet altijd de ruimte beschikbaar is (zowel boven als onder de grond) voor gewenste aanpassingen. Een risico, waardoor het nastreven van de ambitie vertraging op kan lopen, is uitval of het niet (voldoende) beschikbaar hebben van personeel. Dit is ook een punt van aandacht in de Visie op de Afvalwaterketen en binnen het Noorderkwartier wordt hierop ingezet. Toch is het ook goed hier in het GRWP oog voor te hebben.
10
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
We hebben de zorgplicht voor onze drie traditionele taakvelden (afvalwater, hemelwater en grondwater) en voor klimaat en oppervlaktewater. Dit hebben we vertaald in twee hoofdthema’s voor het Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma, in aansluiting op de omgevingsvisies:
Een gezonde en toekomstbestendige waterketen,
Een veilige, klimaatbestendige en geschikte leefomgeving,
Deze thema’s hebben een maatschappelijk effect. In hoofdstuk 3 zijn de thema’s verder uitgewerkt met leidende principes en is de aanpak voor de planperiode uitgewerkt onder deze thema’s. 2.3
Leidende principes; handvatten voor stedelijk waterbeheer De leidende principes geven aan hoe we om willen gaan met ons water; zowel afvalwater, hemel- en grondwater als oppervlaktewater. De leidende principes zijn onze uitgangspunten bij het invullen van de zorgplichten. Aan de leidende principes zijn niet direct acties verbonden. Wel zullen we deze principes (bijvoorbeeld) waar mogelijk of nodig, meegeven aan een projectleider of ontwikkelaar als uitgangspunten bij nieuwbouw of herinrichtingen. Daarnaast werken we met de aanpak die we hanteren toe naar een goede invulling van onze principes. Volksgezondheid blijft het primaire belang bij het verwerken van stedelijk afvalwater De afvalwaterketen is ontstaan om de volksgezondheid te verbeteren. Dit blijft het vertrekpunt bij nieuwe ontwikkelingen. Ziektes mogen niet worden overgedragen via het afvalwater. En er mogen vanuit het afvalwatersysteem geen stoffen in het milieu komen, die de volksgezondheid kunnen schaden. Denk bijvoorbeeld aan risicovolle, persistente stoffen, die in de bronnen voor drinkwater terecht komen. Niet-natuurlijke, risicovolle stoffen (zoals PFAS) willen we niet in het milieu én niet in het afvalwater. Deze stoffen moeten bij de bron worden aangepakt en mogen niet worden geloosd.
We zijn voorbereid op de weersextremen van de toekomst Bij het inrichten van onze steden en dorpen houden we zoveel mogelijk rekening met weersextremen die de ontwerp-normen van riool en buitenruimte overstijgen. Dat doen we door vitale infrastructuur en kwetsbare functies aanvullend te beschermen. We moeten water zo veel als kan lokaal vasthouden om daarmee ook maximaal bij te dragen aan het oplossen van het verdrogingsvraagstuk. Door dat te doen met groene voorzieningen creëren we een fijnere, koelere leefomgeving en dragen we bij aan de biodiversiteit. Om de toenemende extreme neerslag te verwerken dienen we dus verder dan ons rioolstelsel te kijken. We kiezen ervoor waar mogelijk de buitenruimte in te zetten om zo op geschikte locaties water vast te houden en te bergen. Zo spreiden en dempen we de belasting op de verschillende watersystemen. Door het aanleggen en herinrichten van parken, plantsoenen, daken en tuinen, kunnen we de lokale bergingscapaciteit vergroten en kunnen we de kosten van ondergrondse infrastructuur beperken. We hebben hierbij ook actieve steun van de particuliere perceeleigenaren nodig.
11
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
We integreren een waterrobuuste inrichting met andere ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering doen we stapsgewijs – onze steden en dorpen kunnen nu eenmaal niet in één keer veranderen. Door de mogelijke maatregelen vroeg op het netvlies te hebben geven we onszelf de ruimte om eventuele maatregelen in het werk te integreren. Zo besparen we kosten en voorkomen we onnodige hinder voor de bewoners en de bedrijven. Daarnaast is de inbreng van bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties onmisbaar voor een succesvolle waterrobuuste inrichting en duurzaam waterbeheer. Om wateroverlast te beperken kunnen we de bergingscapaciteit van zowel de openbare ruimte, als particuliere oppervlakken (tuinen, terreinen en daken) inzetten. Het merendeel van het stedelijke oppervlak bestaat tenslotte uit private eigendommen. We dragen zo veel mogelijk bij aan een gezond en veilig leefmilieu voor mens, plant en dier De afvalwaterketen draagt ook bij aan een gezond leefmilieu voor plant, dier en mens. Er mogen vanuit het afvalwatersysteem geen schadelijke stoffen in het milieu komen. Het is bekend dat medicijnen bijdragen aan de gezondheid van de mens, maar ook dat het gebruik van medicatie soms schadelijke neveneffecten met zich mee kan brengen voor het ecosysteem.
Ook metalen en nutriënten zoals stikstof en fosfaat zijn probleemstoffen voor het oppervlaktewater. We houden schoon water zo schoon mogelijk Meer dan de helft van het rioolstelsel in Zaanstreek-Waterland bestaat uit een gemengd stelsel, waarbij vuilwater en regenwater door één buis worden afgevoerd. Het vuilwater wordt hierdoor verdund en het relatief schone regenwater raakt vervuild. Bij hevige neerslag ontstaan overstortingen waarbij het gemengde water in open water terecht komt. Bij vervanging van riolering wordt, indien mogelijk, ingezet op het scheiden van vuilwater en regenwater. Door regenwater lokaal vast te houden kunnen ook de gevolgen van wat langer durende periodes van droogte worden verminderd. We gaan duurzaam om met onze grondstoffen en materialen Het uitgangspunt bij onze werkzaamheden is dat deze op toekomstbestendige wijze worden ingevuld; op een zo duurzame mogelijke wijze. Hierbij voegen we zo min mogelijk nieuwe grondstoffen toe.
12
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
3 Aanpak Met de aanpak borduren we voort op de ingeslagen weg van het GRP; daarvan is de ‘houdbaarheid’ niet na de looptijd van één rioleringsprogramma verstreken. Een duurzame voortzetting van de ingeslagen weg, die we aanscherpen en verfijnen met inzichten en ervaringen die we de afgelopen jaren hebben opgedaan. Ook de recent opgestelde Visie op de Afvalwaterketen is een belangrijke ‘drager’ van ons nieuwe GRWP. De aanpak, uitgewerkt onder de thema’s, is er om onze maatschappelijke doelstellingen te realiseren. In onderstaande figuur 3.1. is deze schematisch weergeven. In paragraaf 3.1. wordt een gezonde en toekomstbestendige afvalwaterketen uitgewerkt en in 3.2 een veilige, klimaatbestendige en geschikte leefomgeving.
Figuur 3.1. Schematische weergave van de principes, doelen en aanpak.
3.1
Een gezonde en toekomstbestendige afvalwaterketen Onze leefomgeving moet de aandacht krijgen die het verdient. Dit houdt in dat er geen gezondheidsrisico’s vanuit de waterketen zijn en contact met afvalwater wordt voorkomen. Het thema ‘een gezonde en toekomstbestendige afvalwaterketen’ gaat over onze zorgplicht voor afvalwater en
13
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
hierbij wordt ook gekeken naar stoffen die we niet in ons milieu willen hebben. Dit thema gaat dus eigenlijk over de ‘techniek’ van het afvalwaterketensysteem. Toekomstbestendigheid is onder dit thema is onder te verdelen in twee subthema’s: 1. Toekomstbestendig in de zin van ‘het gaat lang mee’; we leggen systemen aan voor tientallen jaren. In een toekomstbestendige afvalwaterketen verwerken we ons afvalwater op een zo doelmatige mogelijke wijze. Hierbij kijken we kritisch naar welk water we echt moeten verwerken en waar kansen liggen voor optimalisatie. Dit kan door het afkoppelen of niet aansluiten van hemelwater, maar ook door het verminderen van rioolvreemd water; “Hoe dikker het water bij de zuivering, hoe beter”. 2. In de toekomst is er meer aandacht voor hergebruik van materialen en gebruik van grondstoffen en het terugwinnen van energie en warmte uit (afval)water. Zo hanteren we het Rijksbrede Programma Circulaire Economie voor ons materiaalgebruik, maar bijvoorbeeld ook door riolen - op verantwoorde wijze - langer te laten liggen. Daarnaast realiseren we een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving door:
inzicht te hebben in onze lozers. Een van de acties die hierbij hoort is het in kaart brengen van de WKO-lozingen en bijv. effect van verduurzamingsinstallaties bij bedrijven (zoals gaswassers);
directe aanpak en onderzoek naar het groeiende probleem van microverontreinigingen en andere ‘nieuwe’ stoffen;
het opsporen en verhelpen van foutaansluitingen;
In het buitengebied door maatwerk.
3.1.1 We hebben de touwtjes in handen van lozing tot effluent Als we bij willen dragen aan een gezond leefmilieu met een goede kwaliteit gezuiverd water, is het van belang het proces van bron tot lozing te beheersen. Het vraagt onder meer om zorgvuldige en actuele vergunningverlening en handhaving. Dit is ook van belang met het oog op het produceren van grondstoffen uit afvalwater. Tevens dienen we onze bewoners goed te informeren over hoe de systemen in hun wijk werken. Ligt er een hemelwaterriool? Wat zijn de effecten voor bijvoorbeeld het oppervlaktewater als er producten of andere stoffen in dat riool terecht komen? Of we leggen uit hoe een gemengde riolering werkt. Het geven van inzicht in het functioneren van de riolering draagt bij aan bewustwording. Voor de planperiode hebben we de volgende aanpak: We hebben inzicht in onze lozers In 2022 is er veel tijd en energie gestoken in de opzet van het project ‘Indirecte lozingen’. Het doel van dit project is om te weten welke bedrijfsmatige lozingen er op de systemen zitten en welk type en de hoeveelheid afvalwater zij lozen. Ook veranderingen in lozingsgedrag moeten eerder in beeld komen. De komende jaren wordt deze aanpak in de praktijk uitgevoerd.
14
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Problematiek WKO-lozingen in beeld hebben i.v.m. effecten van WKO-spoelwater Steeds vaker worden WKO (Warmte-koude-opslag) installaties toegepast voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Bij de aanleg en in veel gevallen ook bij het onderhoud aan een WKO wordt het spoelwater geloosd op de riolering. De frequentie van pieklozingen kan in de toekomst toenemen, wat het functioneren van het rioolstelsel kan verstoren. We missen nu het inzicht van de locaties van WKO’s en mogelijke negatieve effecten op de omgeving. In deze planperiode is dan ook het voortzetten van een inventarisatie en onderzoek naar de potentiële negatieve effecten gepland. Ook verduurzamingsinstallaties als gaswassers en de effecten daarvan op de riolering moeten we in beeld krijgen. Groeiend probleem microverontreinigingen en andere ‘nieuwe’ stoffen vraagt om directe aanpak en onderzoek In het rioolwater vinden we steeds vaker microverontreinigingen zoals medicijn-, hormoon- en drugsresten. Deze resten kunnen via het water schade veroorzaken aan mens en dier. Een belangrijk probleem als gevolg van deze microverontreinigingen zijn bijvoorbeeld antibioticaresistente bacteriën. Op korte termijn is het toevoegen van een extra zuiveringsstap bij de waterzuivering het meest effectief. Ook voor dit probleem zijn we dus gebaat bij “dikker water”.
Dit is ook één van de doelstellingen in de Visie op de Afvalwaterketen. Medicijnresten In 2016 tot en met 2018 zijn op basis van modelberekeningen in Nederland hotspots bepaald waar de kwaliteit van het oppervlaktewater onder druk staat. Tegelijkertijd is in ons gebied een waterkwaliteitsmonitoring microverontreinigingen gestart. In 2022 zijn de resultaten van de monitoring 2016-2021 in ons gebied geëvalueerd. De belangrijkste conclusie is dat de monitoring de resultaten van de hotspotanalyse bevestigt. Hotspots van HHNK in Zaanstreek – Waterland zijn de rwzi’s van Beemster en Katwoude. Ook de rwzi Beverwijk, waar een deel van het afvalwater uit onze regio wordt verwerkt, is een hotspotlocatie. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt of er wettelijke mogelijkheden zijn om medicijnresten in afvalwater terug te dringen. Het onderzoek richt zich binnen Nederland op het versoepelen van hergebruik van medicatie en het stimuleren van maatregelen voor zuivering van medicijnresten aan de bron (Green Deal Zorg). Binnen Europa richt het zich op het verduurzamen van de productie en toelating van medicijnen. Daarnaast is eind 2022 door verschillende ministeries en partijen uit de zorgsector de Green Deal 3.0 bekrachtigd. De Green Deal richt zich onder andere op het vergroten van bewustzijn en kennis van de impact van de zorg op het klimaat en milieu.
De inspanningen en afspraken binnen deze Green Deal 3.0 zijn erop gericht de hoeveelheid medicijnen in het afvalwater terug te dringen. Maar met alleen bronaanpak redden we het niet. 90% van de medicijnresten in afvalwater wordt namelijk door
15
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
huishoudens veroorzaakt (denk aan chronisch medicijngebruik) en is lastig af te vangen aan de bron. Een combinatie van bronaanpak en ‘end-of-pipe’ zuiveren zal dus nodig zijn. Nieuwe regelgeving In oktober 2022 is een herziening van de richtlijn stedelijk afvalwater voorgesteld (zie paragraaf 3.2.3 voor een toelichting). Hierin is onder andere opgenomen de volgende verplichting; 80% verwijdering van microverontreinigingen (waaronder met name medicijnresten) in 2035 op de grote rwzi's (>100.000 inwoners) en in 2040 onder voorwaarde op kleinere rwzi's (>10.000 inwoners). Voor onze rwzi’s betekent dat met name een grote impact voor de rwzi Zaandam-Oost, zeker in combinatie met de geplande groei. Voor de rwzi’s Beemster en Katwoude zal het vooral een aanvullende zuivering worden. Verwacht wordt dat de het Europees Parlement hierover in 2024 een besluit neemt. Wellicht komt er nog ruimte in de grenzen en data. Andere microverontreinigingen zoals PFAS, drugsafval, gewasbeschermingsmiddelen et cetera. Niet-natuurlijke, risicovolle stoffen (zoals PFAS), willen we niet in het milieu én niet in het afvalwater. We streven ernaar dat deze stoffen bij de bron worden aangepakt; ze mogen niet worden geloosd. Maar dit is nog lastig. Momenteel wordt in Europa hard onderhandeld over een PFAS-stoffengroep verbod.
Daarmee zou in één klap de gehele stoffengroep met ruim 6.000 PFAS-verbindingen verboden worden (tenzij je kunt aantonen dat het noodzakelijk en essentieel is). Effect daarvan is dat er meer aandacht zal zijn voor vergunningen van lozers van dergelijke stoffen en andere microverontreinigingen en voor de handhaving op die vergunningen. Dit haakt in op een andere Europese ontwikkeling, namelijk die van de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV of Extended Producers Responsibility) waarin de EU aanstuurt op een wettelijke onderbouwing van 'de vervuiler betaalt'. Ook dat zal vragen om grip op lozers, want kennis van verspreidingsroutes is essentieel. Maar ook vergunningen en handhaving in relatie tot zuiveringsheffing. Dit sluit aan bij onze aanpak ‘we hebben inzicht in onze lozers’ Foutaansluitingen moeten worden onderzocht bij aanwijsbare problemen Bij gescheiden riolering in afgekoppelde gebieden komt het voor dat vuilwater is aangesloten op het hemelwaterstelsel of hemelwater op het vuilwaterstelsel. Dit kan leiden tot milieu- of capaciteitsproblemen. Wij onderzoeken alleen foutaansluitingen wanneer er aanwijsbare problemen met de waterkwaliteit zijn of bij disfunctioneren tijdens neerslag en afwijkende meetdata wordt geconstateerd.
De afvalwaterinzameling in het buitengebied is maatwerk In het buitengebied zamelen we afvalwater in principe via de riolering in, tenzij de kosten per aansluiting hiervoor te hoog zijn. Als het bij particuliere nieuwbouw niet doelmatig is om riolering aan te leggen, wordt een verbeterde septictank geplaatst die in beheer is bij de eigenaar. Als het einde van de levensduur van riolering in zicht komt maken we een doelmatigheidsafweging om een passende
16
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
maatregel te kiezen. Dit kan vervanging van de riolering zijn, of het aanleggen van verbeterde septictanks of een goed alternatief zoals helofytenfilters. Bestaande IBA’s (voorziening voor de Individuele Behandeling van Afvalwater) zijn in het beheer van het Hoogheemraadschap. De IBA’s blijken veelal echter niet goed te functioneren en de beheerkosten zijn fors hoger dan verwacht. Daarom is het besluit genomen om de bestaande IBA’s binnen enkele jaren te vervangen door verbeterde septictanks of andere goede alternatieven. Het vervangingsproject loopt momenteel, in totaal worden in de regio Zaanstreek –Waterland 151 IBA’s vervangen. De keuze maken we op basis van een doelmatigheidsafweging. Hierbij hebben we aandacht voor veranderende gebruiksfuncties op het platteland, herkenbaar aan het toenemend aantal campings en bijvoorbeeld bed-and-breakfast voorzieningen. De capaciteit van de bestaande (oude) IBA’s is vaak onvoldoende voor dit soort functies. Ook gelden er met de nieuwe waterschapsverordening voor dit soort accommodaties andere regels en is het afhankelijk van het type watergang waar deze op loost. Dit geldt niet alleen voor nieuwe, maar ook voor bestaande locaties. Hiervoor geldt een overgangsperiode indien blijkt dat de huidige voorziening niet voldoet.
Het is belangrijk dat alle locaties van de voorzieningen goed vastgelegd zijn, want er zijn in het buitengebied voorzieningen met verschillende eigenaren; de eigenaren van de percelen of de gemeente. De rode lamp voldoet Bij het al dan niet benutten van telemetrie bij minigemalen in buitengebied letten we nadrukkelijk op de doelmatigheid. Om alleen te constateren of een gemaal functioneert, volstaat een rode lamp. Als we meer informatie willen verzamelen leggen we extra voorzieningen aan, laten we het bestaande telemetriesysteem intact of zetten we een slimme rode lamp in. 3.1.2 Inzicht in functioneren vergroot een doelmatige aanpak Sturen op data De kern van goed beheer is weten wat je hebt, weten wat het doet en beoordelen of het doet wat het moet doen en zo nodig passende maatregelen treffen. Dit is de basis voor inzicht in het functioneren van onze systemen. Daarbij vormt het verzamelen, uniformeren, delen en analyseren van data de basis om gezamenlijk effectief te kunnen sturen en ontwikkelen. Het zorgt voor het fundament om samen te kunnen werken als één organisatie. Meten en monitoren Om te waarborgen dat we als gemeente ‘de goede dingen doen’ is meer inzicht in het functioneren van het rioolstelsel gewenst.
Door te meten en monitoren wordt het inzicht in het functioneren van het rioolstelsel vergroot en kunnen uiteindelijk optimalisaties en onderhoudswerkzaamheden worden doorgevoerd op basis van meetdata. Met het structureel verrichten van metingen in het rioolstelsel, gemalen, oppervlaktewater, grondwater en neerslag verschaffen we ons inzicht in het functioneren van de riolering onder verschillende omstandigheden.
17
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
Om dit inzicht te verkrijgen gaan we ons gezamenlijke project actualiseren. Het evalueren van meetdata krijgt de komende periode extra aandacht. In de samenwerking hebben we met de andere gemeenten en HHNK afgesproken om hier gezamenlijk mee verder te gaan. Bewust beheer Assetmanagement is een breed begrip en kan op allerlei niveaus worden doorgevoerd. Het kan zelfs leidend zijn voor een organisatiestructuur. Wij willen juist een zo eenvoudig mogelijk systeem, wat zonder al te veel veranderingen in het huidige proces door de rioleringsbeheerders in onze regio kan worden toegepast. We hebben dit “bewust beheer” genoemd omdat we bijna alle activiteiten al doen. Door het risicoprofiel van de objecten in onze werkzaamheden te betrekken kunnen we het bewuster en gerichter doen. Tevens zorgen we er voor dat onze beslissingen herleidbaar zijn.
Figuur 3.2. Risicoprofielen bewust beheer
We willen de rioleringsobjecten (incl. duikers in het watersysteem) goed in beeld hebben en door bewust te beheren willen we de cruciale rioleringsinfrastructuur (hoofd transportsysteem) met een hoog risico op een hoog niveau gaan onderhouden (zie figuur 3.2). Minder belangrijke delen van het systeem (b.v. in de wijken) kunnen op een lager niveau (maar verantwoord) onderhouden worden. Door de bovengrond te betrekken leveren wij hiermee ook een positieve bijdrage aan het wegbeheer en de veiligheid. Riolering en duikers onder hoofdwegen zullen op een hoger niveau worden onderhouden. Het doel van “bewust beheer” is om meer gericht te investeren en te beheren, zodat de faalrisico’s van cruciale delen van het systeem aanzienlijk afnemen. Het is geen doelstelling op zich om met bewust beheer kosten te besparen, maar de verwachting is dat dit wel een positief neveneffect is. We sturen aan op vervangingsbeleid conform bewust beheer In de afgelopen planperiode zijn we gestart met het opzetten van een methodiek voor bewust beheer in de regio Zaanstreek – Waterland. In de planperiode van het GRWP gaan we deze methodiek implementeren en de vervangingsplanning hierop baseren. Bij het opstellen van een nieuw
18
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
programma zal dit worden toegepast. Hierbij hebben we oog voor een eventueel lager belang en eventuele effecten daarop voor de omgeving. “Hoe dikker het water bij de zuivering, hoe beter” Door het afvalwater zo min mogelijk te vermengen met hemelwater en grondwater houden we de aanvoer naar de waterzuivering beperkt en de verwerking ervan zo efficiënt mogelijk. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer en heeft sinds 2021 met alle gemeenten een afvalwaterakkoord gesloten. In het afvalwaterakkoord zijn afspraken vastgelegd tussen gemeente en waterschap over het op een duurzame en doelmatige manier inzamelen, transporteren en zuiveren van het afvalwater tegen de laagste maatschappelijke kosten. Ook staat hierin beschreven hoe de partijen handelen bij calamiteiten. We streven als gemeente naar de gescheiden inzameling van afval- en hemelwater, door waar mogelijk en doelmatig verhard oppervlak af te koppelen van de gemengde riolering. In nader uit te voeren onderzoek zal specifiek worden gekeken waar dit het geval is en hoe het afkoppelen het best kan worden gedaan. Bij (her)ontwikkelingen in bestaand gebied bekijken we per situatie of aanleg van een gescheiden stelsel doelmatig is. We hebben de afgelopen jaren een transitie doorgemaakt ten aanzien van ‘ombouwen’ en niet aansluiten (bij herontwikkeling en nieuwbouw).
Voorheen gingen we van een gemengd riool naar een gescheiden riool. Tegenwoordig leggen we bij voorkeur alleen een vuilwatersysteem aan en streven we ernaar hemelwater lokaal vast te houden. Rioolvreemd water Rioolvreemd water is “water dat niet in het riool thuishoort, waarvoor het niet ontworpen is”. Het betreft dus grofweg al het afvalwater waar we geen rekening mee houden bij het ontwerp en aanleg van onze rioleringssystemen. Dit kan oppervlaktewater, drainage- en grondwater zijn dat op enige wijze het stelsel binnenkomt en zich vermengt met het afvalwater. We zijn als regio al aan de slag om nader onderzoek te doen naar probleemlocaties (op basis van de analyse van het Hoogheemraadschap) en voor deze locaties mogelijke maatregelen vast te stellen. Daar waar maatregelen praktisch uitvoerbaar zijn worden deze gelijk opgepakt. Ook in de planperiode van het GRWP gaan we hiermee door. We onderzoeken de mogelijke optimalisaties en de benodigde afvoercapaciteit naar de RWZI Vanwege de uitbreiding in de regio en de ‘grenzen’ van het huidige infra- en zuiveringscapaciteit onderzoeken we de mogelijke optimalisaties en benodigde afvoercapaciteiten van rioolgemalen en de RWZI. Daarbij speelt de herziening van de richtlijn stedelijk afvalwater ook een belangrijke rol in de planperiode van het GRWP. Deze gaat uiterlijk in per 2027.
Wat zijn de consequenties van deze herziening op het huidige systeem? We gaan de impact bepalen en de benodigde maatregelen om aan de vernieuwde richtlijnen te kunnen voldoen.
19
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
3.1.3 We gaan toekomstbestendig om met materialen, energie en grondstoffen Hergebruik van materiaal We brengen met elkaar in beeld hoe we materialen, zoals rioolbuizen en pompen, opnieuw kunnen inzetten. Betonnen buizen kunnen bijvoorbeeld vermalen worden en vervolgens ingezet als fundering van een waterbergende weg. Daarnaast kunnen buizen, die nog van goede kwaliteit zijn, opnieuw worden gebruikt. Bij een proefproject in Zaanstad kon ongeveer 60% van de hoofdriolen en huisaansluitingen worden hergebruikt. Maar ook kolken of dergelijke kunnen in (andere) projecten worden hergebruikt. Het is wenselijk een soort marktplaats voor herbruikbare materialen te hebben. We gaan onderzoeken hoe we dit het beste kunnen opzetten, want (regionaal) hergebruik draagt op verschillende manieren bij aan het beperken van het gebruik van energie en grondstoffen. Energie en warmte uit afvalwater Het terugwinnen van thermische energie uit afvalwater bespaart energie. Zo kunnen we de warmte gebruiken voor bijvoorbeeld een lokaal warmtenet of het verwarmen van zwembaden. Het terugwinnen van thermische energie kan op lokaal niveau (warmtewisselaars in de douche) en op centraal niveau (collectieve wijkvoorzieningen) plaatsvinden. De doelmatigheid van dergelijke terugwinning-technieken wordt op dit moment volop onderzocht in Nederland.
We wachten de uitkomsten af en onderzoeken daarna de mogelijkheid om deze technieken zelf toe te passen. 3.2
Een veilige, klimaatbestendige en geschikte leefomgeving Een veilige, klimaatbestendige en nuttige leefomgeving heeft met name betrekking op de zorgplichten ten aanzien van hemelwater en grondwater. Daarnaast heeft dit thema betrekking op de inrichting van de (openbare) ruimte. De aanpak wordt op de volgende pagina’s nader uitgewerkt/toegelicht:
3.2.1 Een robuuste leefomgeving We realiseren een veilige en robuuste leefomgeving door de aanpak:
“Ruimte voor meer groen en blauw”;
“Een waterrobuuste regio realiseren we met elkaar”.
Deze leefomgeving is ook klimaatbestendig ingericht. We sluiten aan bij het uitvoeringsplan Klimaatadaptatie 2021 – 2024; daar staat bij leefbare steden en dorpen voor water en riolering dat we bij herinrichtingen streven naar de volgorde: 1)
scheiden vuil en schoon water;
2)
vergroten berging openbaar groen;
3)
vergroten berging particuliere terreinen;
4)
vergroten berging op straat.
En het voorkomen van schade bij hevige neerslag door een adaptieve inrichting van het maaiveld.
20
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
“Ruimte voor meer groen en blauw is goed voor de hele leefomgeving” We bestrijden wateroverlast door het vergroten van de sponswerking van onze leefomgeving door nieuwe groene voorzieningen en extra oppervlaktewater te realiseren. Beide hebben naast het verminderen van
ROUTEKAART WATERROBUUSTE INRICHTING
wateroverlast ook een positief effect op de leefbaarheid: een groen-blauwe omgeving is gezonder, koeler, en aantrekkelijker om in te wonen dan een wijk met veel verharding. Het perspectief op een waterrobuuste gemeente gaat dus over meer dan de klimaatrisico’s alleen. Omdat de fysieke ruimte en de middelen in steden en dorpen beperkt zijn, zal er in samenhang met andere ruimtelijk-economische ontwikkelingen stap-voor-stap richting dit ideaalbeeld opgetrokken worden. We geven ons hiervoor de tijd. In lijn met de doelen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie willen we in 2050 onze regio waterrobuust hebben ingericht. Om dit doel te halen stellen we een
In de op te stellen routekaart geven we onze eigen visie op een waterrobuuste regio en gemeente, als stip op de horizon die breed gedeeld kan worden met andere overheden en de samenleving, zodat zij daarop kunnen aansluiten.
routekaart waterrobuuste inrichting op waarin we de uitdagingen voor onze gemeente beschrijven en een stappenplan ontwikkelen waarlangs we de komende jaren willen werken. “Overheid, bewoners, bedrijven en organisaties dragen bij aan een waterrobuuste regio” Als gemeente hebben wij de regie om in ons beheergebied uitwerking te geven aan de waterrobuuste inrichting. Daar hebben we de hulp van bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hard bij nodig. Klimaatverandering raakt ons allemaal, en de adaptatieopgave kan alleen een succes worden als iedereen meedoet. Aangezien zestig tot zeventig procent van de bebouwde omgeving in handen is van private partijen is dat zelfs van essentieel belang, de overheid kán het simpelweg niet alleen. Als cruciale aanvulling op de (grootschaliger) maatregelen die wij als gemeente nemen, moeten bewoners en bedrijven helpen door het systeem waterrobuust te maken: het aanpassen van tuinen en daken voor meer waterberging. We willen de bewustwording en actieve participatie rond het waterrobuust inrichten van de gemeente vergroten. Om dit te ondersteunen houden we in de regio publiekscampagnes. Actieve participatie betekent dat bewoners, bedrijven en andere betrokkenen zelf initiatief nemen om hun omgeving waterrobuust in te richten.
Het kan nodig zijn om andere instrumenten in te zetten om partijen te verleiden of te verplichten maatregelen uit te voeren. We passen dan participatiestrategieën toe en overwegen, indien nodig, een hemelwaterverordening in bestaand stedelijk gebied. Minstens zo belangrijk is het samenwerken met onze partners, zoals HHNK, de provincie, PWN en andere nutsbedrijven. We gebruiken onze samenwerkingsregio bovendien om gezamenlijk op te trekken en een samenhangende strategie voor een waterrobuuste regio neer te zetten zodat we alle kansen die zich voordoen ook zoveel mogelijk kunnen benutten.
21
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
3.2.2 We hebben inzicht in ons grondwater en voeren daar beleid en beheer op Grondwater is het onderdeel van ons watersysteem waar we het minste grip op hebben en niet direct kunnen beïnvloeden. Wel kunnen we het inzicht in ons grondwatersysteem vergroten; door het vergroten van eigen inzicht, maar ook door het faciliteren van bewoners en bedrijven met bijvoorbeeld een website met informatie over de grondwaterstandgegevens, waar ze terecht kunnen voor informatie bij grondwaterproblemen en het geven van inzicht in risico’s voor funderingsschade. Het verwerken van hemelwater daar waar het valt, helpt ons in droge tijden de grondwaterstand aan te vullen. We hebben als gemeente een grondwaterzorgplicht en daarvoor volgen we het principe “functie volgt peil”. Ook hebben we een verantwoordelijkheid bij ‘grondwaterlast’; bij grondwateroverlast of onderlast faciliteert de gemeente. We leggen in het GRWP geen standaard ontwateringsnormen meer vast; de ontwateringsnormen zijn maatwerk en worden indien nodig aangepast naar de lokale situatie.
Voor het krijgen van meer inzicht in grondwater, zowel voor onze organisaties als bewoners en bedrijven, hebben we een aanpak om meer inzicht in problematiek droogte (grondwateronderlast) te krijgen en gaan we bewoners en bedrijven faciliteren in het krijgen van inzicht door het opzetten van een informatiekanaal “Het principe “functie volgt peil” helpt grondwaterproblemen te voorkomen” In de regio Zaanstreek-Waterland komen overwegend laagveen- en kleigebieden voor. In deze gebieden kunnen hiervoor typerende problemen ontstaan met grondwaterlast. Hierbij bepaalt het bestaande waterpeil welk gebruik in het gebied mogelijk is. Bij grondwateroverlast of -onderlast faciliteert de gemeente Indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand in openbaar gebied hebben we als gemeente een faciliterende rol naast het treffen van maatregelen. Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen zelf de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Dit wordt getoetst bij de aanvraag van de bouwvergunning en/of op basis van een locatiebezoek. Ontwateringsnormen zijn maatwerk en worden indien nodig aangepast naar de lokale situatie We willen een zo stabiel mogelijke grondwaterstand bereiken. Daar waar grondwaterknelpunten optreden zoeken we in overleg naar individuele oplossingen.
Uitgangspunt bij nieuwbouw is dat projectontwikkelaars zorg dragen voor voldoende ontwatering. Ze moeten dit in principe binnen het nieuwbouwproject realiseren en mogen hierbij problemen niet afwentelen naar de omgeving. In bebouwd gebied streven we naar een voldoende ontwateringsdiepte (zie figuur 3.3). De ontwateringsdiepte is het verschil tussen het maaiveld en het gemiddeld hoogste grondwaterpeil. In de regio zijn de voorgestelde ontwateringsdiepten niet altijd mogelijk. Op deze locaties is
22
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
drooglegging bepalend voor de ontwateringsdiepten. Drooglegging is het verschil tussen het maaiveld en het gehandhaafde peil (zie tevens figuur 3.3). Door de problematiek van bodemdaling in de regio blijft ontwatering een punt van aandacht, ook na oplevering van nieuwbouw. Maaiveld Ontwateringsdiepte Drooglegging Opbolling Waterpeil Uitzakking
Slootafstand Figuur 3.3 Toelichting ontwatering, drooglegging, opbolling en uitzakking in schematische weergave profiel
De opbolling is de grondwaterstand onder normale omstandigheden. Bij droogte zakt het grondwater uit ten opzichte van de slootpeilen. Dit is ook toegelicht in figuur 3.3. Inzicht in problematiek droogte en grondwateronderlast Er is meer inzicht nodig om (toekomstige) grondwaterproblematiek voortvarend aan te kunnen pakken. Bij een waterrobuuste inrichting wordt in eerste instantie vaak gedacht aan het wapenen tegen wateroverlast door extreme neerslag. Er kan echter ook droogte en grondwateronderlast ontstaan. Eén van de ongewenste gevolgen waar we in de regio mee te maken hebben bij een te lage grondwaterstand is paalrot. Ook het zakken
GRONDWATER:
van de bodem door inklinking en oxidatie wordt veroorzaakt door een lage grondwaterstand. Omdat de impact van klimaatverandering op de
grondwaterstand minder direct zichtbaar is, willen we meer inzicht krijgen in
de invloed van klimaatverandering op ons grondwater.
Analyseren grondwaterdata Opstellen plannen voor beleid en beheer ‘Grondwaterloket’
In de afgelopen planperiode is een grondwatermeetnet opgezet. Het inzicht in het functioneren van het grondwater dient als basis voor het opstellen van grondwaterbeleid- en – beheerplannen in deze planperiode. Ook is hiermee inzicht te krijgen in de invloed van klimaatverandering.
We faciliteren bewoners en bedrijven bij vragen en inzicht Als gemeente faciliteren we de informatievoorziening door de komende planperiode gezamenlijk met de regio een digitaal (grond)waterloket op te zetten. Deze website behelst onder meer informatie over
23
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
grondwater en grondwaterstandgegevens ‘in de buurt’. Dit sluit aan bij het advies ‘Grondwater: onzichtbaar en onmisbaar’ bij het onderdeel ‘zorg voor voorlichting en ondersteuning van bewoners’. 3.2.3 We dragen bij aan schoon en aantrekkelijk oppervlaktewater Door klimaatverandering krijgt het oppervlaktewater in en rondom stedelijk gebied een andere waarde. Inwoners trekken hier graag naar toe in tijden van warmte. Het belang van een goede waterkwaliteit neemt hierdoor ook toe. De aanpak die we hiervoor volgen is dat er geen gezondheidsrisico’s vanuit het (afval)watersysteem zijn. Hiervoor dienen we de bronaanpak van niet-natuurlijke en risicovolle stoffen vanuit de afvalwaterketen aan te pakken. Deze zijn benoemd bij het thema ‘een gezonde en toekomstbestendige waterketen’. Ook bij dit thema is de herziening richtlijn Stedelijk Afvalwater belangrijk, gezien het doel van deze richtlijn het verbetering van de waterkwaliteit is. Een weergave van de richtlijn is weergeven in figuur 3.4. De richtlijn wordt in 2027 van kracht, tijdens de looptijd van dit programma.
Figuur 3.4. Weergave van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater (bron: HHNK)
Vasthouden van de waterkwaliteit - “Gebiedsgericht werken voor schoon oppervlaktewater” De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen decennia sterk verbeterd. STOWA en Rioned hebben een model ontwikkeld dat helpt om de doelen en effecten centraal te stellen bij het nemen van maatregelen voor het optimaliseren van het stedelijk waterbeheer. Dit denkstappenmodel vormt een belangrijke leidraad bij de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater en wordt
24
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
inmiddels bewust en onbewust toegepast in onze gemeente. Om wateroverlast te voorkomen zijn lozingen vanuit het rioolstelsel soms onvermijdbaar, maar dit leidt niet tot directe volksgezondheidsof milieuproblemen. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat je op het moment van een werkende overstort, niet in het ontvangende water moet gaan zwemmen of bij water op straat bij een gemengd stelsel niet in het water moet ‘spelen’. Bij verontreinigingen werken we gebiedsgericht en doelmatig: de ervaren overlast en schade staat centraal en de aanpak is afhankelijk van de gestelde ambitie. In een bedrijventerrein bijvoorbeeld kan een slechtere waterkwaliteit een minder groot probleem zijn dan in een woonwijk.
25
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
4 Huidige situatie Edam - Volendam In dit hoofdstuk komt het areaal dat de gemeente heeft aan bod, met een korte omschrijving hoe het systeem van de (afval)waterketen werkt. En wordt de evaluatie van de planperiode van het GRP weergeven in de paragrafen 4.2 en 4.3, waarbij wordt gekeken naar Wat gaat er goed en Wat kan er beter. Vervolgens wordt in paragraaf 4.4 aangegeven wat er de komende periode nog op ons af komt. 4.1
Wat hebben we In deze paragraaf beschrijven we uit welke rioleringssystemen en objecten de afvalwaterketen in Edam-Volendam bestaat. Op de website ‘Samenwerking in de waterketen – Geo voor iedereen’ heeft het Hoogheemraadschap kaartmateriaal beschikbaar waar ook veel informatie op te zien is, zoals de ligging van riolering, persleidingen en de RWZI of bijvoorbeeld percelen met een IBA (in beheer bij HHNK). In het dorp Vrijvervalriolering De vrijvervalriolering zorgt voor het inzamelen van het vuilwater of gemengde water (vuil- en hemelwater) naar de rioolgemalen. De rioolgemalen verpompen het ingezamelde water naar de RWZI. In de gemeente Edam – Volendam ligt bijna 250 kilometer aan vrijvervalriolering. Hiervan is 90 kilometer gemengde riolering, de anderen zijn hemelwater- (94 km) en vuilwaterriolen (65 km).
Figuur 4.1. Verdeling type stelsel [in km]
De leeftijdsopbouw van de vrijvervalriolering is in figuur 4.2 opgenomen. Hierin is zichtbaar dat er in de afgelopen 10 jaar 95 km is aangelegd, vervangen dan wel ‘gerelined’. Daarnaast is een groot deel van de riolering inmiddels tussen de 20 en 40 jaar oud. De gemiddelde vervangingsleeftijd van riolering is bij ons voor transportriolering 50 jaar en voor inzamelriolen 70 jaar. Figuur 4.2. Leeftijdsopbouw vrijvervalriolering [km per 10 jaar]
Overstorten De overstorten in het gemengde stelsel zijn er om bij hevige neerslag het stelsel te ontlasten. Dan stroomt het gemengde water via de overstort naar het oppervlaktewater. Ook een regenwaterstelsel kan een overstort hebben. Bij dit systeem wordt een deel van het water naar de RWZI getransporteerd en wanneer er meer neerslag valt mag dit water overstorten op het oppervlaktewater. Dit noemen we een verbeterd gescheiden stelsel.
26
Riool- en Waterzorgprogramma 2024 - 2028
In de gemeente Edam – Volendam zijn 45 overstorten in het gemengde rioolstelsel aanwezig. In het gescheiden stelsel zijn 22 regenwateroverstorten aanwezig. Hiervan zijn vier regenwateroverstorten gekoppeld aan een verbeterd gescheiden stelsel, de rest is gekoppeld aan een volledig gescheiden stelsel. Bergbezinkvoorzieningen Een bergbezinkvoorziening is een extra bergingscapaciteit die bij hevige neerslag beschikbaar komt. Dit gebeurt door een interne overstort die gaat werken. De voorziening heeft ook een externe overstort. Wanneer deze in werking treedt is vuil in het water bezonken en het water dat op het oppervlaktewatersysteem komt is een stuk schoner dan wanneer het water rechtstreeks vanuit het vrijvervalstelsel overstort. Na een regenbui wordt het water in de bergbezinkvoorziening weer in het vrijvervalstelsel gepompt en vervolgens naar de RWZI getransporteerd. In onze gemeente is één bergbezinkvoorziening aanwezig en deze ligt aan het Bootslot/Edammerpad in Volendam. Rioolgemalen De gemeente heeft 28 rioolgemalen in eigendom. Deze rioolgemalen verpompen water naar een ander bemalingsgebied (in de kernen) of zijn in het buitengebied onderdeel van het drukrioleringssysteem. In de dorpen staan ook rioolgemalen van HHNK ( zie figuur 4.3 en 4.4). Deze “eindgemalen” transporteren het afvalwater, via een persleiding, naar de rwzi. RWZI De rwzi is van het Hoogheemraadschap.
Zij zuiveren het water en lozen dit water weer op het
Fig. 4.3: zuiveringskring Katwoude, Edam-Volendam
oppervlaktewatersysteem. In de gemeente Edam-Volendam wordt het afvalwater gezuiverd op de rwzi’s Katwoude en Oosthuizen. De zuivering in Katwoude loost het water (het effluent) op de Purmerringvaart en de rwzi Oosthuizen loost op de Beemsterringvaart. De afvoerstructuur is weergeven in figuur 4.3 en 4.4. Figuur 4.4: zuiveringskring Oosthuizen