CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

evaluatierapport en beleidsvoorstel Inwonersparticipatie

Raadsvergadering 27 februari 2025, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Inwonersparticipatiebeleid12.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Titel: “Eigenlijk is het heel simpel?” Ondertitel: “Uitkomsten van de evaluatie van het inwonersparticipatiebeleid en voorstellen voor nieuw beleid” 20250123 v15 Gele teksten zijn nieuw ten opzichte van de ‘80% versie’ (v5) die in september 2024 met de raad is gedeeld.

Inhoud Bijlagen ........................................................................................................................................ 1 Voorwoord................................................................................................................................... 2 1.

Samenvatting........................................................................................................................ 3

2.

Inleiding en aanleiding .......................................................................................................... 5

3.

Hoe hebben we geëvalueerd en geparticipeerd ..................................................................... 6

4.

Uitkomsten evaluatie ............................................................................................................ 7 4.1 Waar staan we nu: wat is het huidige beleid? .......................................................................... 7 4.2 Wat willen inwoners veranderen ........................................................................................... 10 4.3 Wat willen medewerkers veranderen .................................................................................... 12

5.

Aanbevelingen / nieuw beleid (wat willen we bereiken) ...................................................... 12 5.1 Visie......................................................................................................................................... 12 5.2 De doelen en ambities ............................................................................................................ 13 5.2.1 Wat blijft hetzelfde? ............................................................................................................ 14 5.2.2 Wat is nieuw? ...................................................................................................................... 14 5.3 Adviesraden en medezeggenschap ........................................................................................ 16 5.4 Laagdrempelige ondersteuning van inwonersinitiatieven ..................................................... 17 5.5 Behoefte om taken van de gemeente over te nemen (Uitdaagrecht) ................................... 18 5.6 Wat zijn mogelijke alternatieven? .......................................................................................... 19 5.7 Wat mag dat kosten in capaciteit en geld? ............................................................................ 20

6.

Inzet / acties (wat gaan we doen om daar te komen) ........................................................... 20 6.1 Wat blijft hetzelfde? ............................................................................................................... 21 6.2 Wat is nieuw? ......................................................................................................................... 21 6.3 Ambities en indicatoren (Hoe gaan we meten of de ambities zijn behaald?) ........................ 22 6.4 Wat zijn mogelijke alternatieven? .......................................................................................... 23 6.5 Toegankelijkheid en inclusie ................................................................................................... 23

Bijlage 1: Definities, begrippen en afkortingen ............................................................................ 24

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Definities, begrippen en afkortingen Overzicht van de verschillende partijen en welke rol zij hebben t.a.v. inwonersparticipatie De impactmeter Overzicht van de opgehaalde inbreng en de wijze waarop die is verwerkt Motie ‘Geef ruimte aan bewonersinitiatieven – ideeënloket’ Motie ‘Aanpassingen in het voorgestelde participatiebeleid’ Volgt: concept participatieverordening Volgt: concept handboek participatie

1

Voorwoord ‘Geef duidelijker aan waar we wel invloed op uit kunnen oefenen en waarop niet’, ‘wek geen verkeerde verwachtingen’ en ‘leg keuzes beter uit’. Het zijn slechts drie van de twaalf succesfactoren die benoemd zijn om participatie beter te kunnen laten slagen. De andere negen vindt u overigens verderop in dit stuk. Deze uitkomsten geven eens temeer aan dat participatie een sleutelrol heeft. Het is belangrijk voor zowel u als voor de overheid. Maar het geeft ook aan dat er werk aan de winkel is. Houding en gedrag Zonder communicatie geen participatie en andersom. Maar hierin is houding en gedrag wel heel bepalend. Het aanpassen van onze overheidsdiensten vraagt om meer input vanuit de samenleving. Het doel is uiteindelijk dat overheid en burgers elkaar beter leren verstaan door elkaar te begrijpen. En daar ligt in mijn ogen de sleutel tot een goede en betere onderlinge samenwerking. Vertrouwen en begrip Goede participatie vraagt dus iets van ons allemaal. Bij het aangaan van de dialoog is wederzijds respect altijd het uitgangspunt. Polarisatie ligt op de loer. Dus is open communicatie belangrijk om misverstanden te voorkomen. En goede communicatie creëert vertrouwen en begrip tussen overheid en bevolking. Het is mijn overtuiging dat we samen tot de beste oplossingen kunnen komen als we openstaan voor elkaars standpunten en bereid zijn om naar elkaar te luisteren.

Dat zorgt voor duidelijkheid over de verwachtingen voor alle partijen. Alleen dan kunnen we effectief inspelen op de wensen en zorgen van de inwoners. Wijk- en dorpsraden Als wethouder met de portefeuille participatie vind ik de wijk- en dorpsraden van toegevoegde waarde als gesprekspartners voor de gemeente. Zij vormen de verbindende schakel tussen de gemeente en de inwoners. Ook hier is het van belang dat we in goed overleg gezamenlijk optrekken en open en eerlijk met elkaar spreken en de verwachtingen delen. Uiteindelijk vertegenwoordigen wijk- en dorpsraden de ogen en oren in onze wijken en kernen. En daarmee vormen ze een schakel als het gaat om het laten slagen van participatie. Voorwaarts Met de conclusies en aanbevelingen kunnen we straks grote stappen voorwaarts maken. Maar het is ook een leerproces waarbij we, ongetwijfeld met vallen en opstaan, tot een constructieve samenwerking gaan komen. Ik ben ervan overtuigd dat als we elkaar vasthouden en goed in overleg blijven we een positieve impact kunnen maken op onze samenleving. Ik kijk er naar uit om samen met jullie, de wijk- en dorpsraden en alle inwoners te werken aan een sterke en betrokken gemeente waar iedereen zich gehoord en gewaardeerd voelt. Dirk Dijkshoorn, wethouder Inwonersparticipatie

2

1. Samenvatting Het beleid over de vraag hoe we inwoners betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en van projecten in hun omgeving dateert uit 2020. Er is sindsdien veel gebeurd dat aanleiding gaf om het huidige beleid te evalueren en te herzien. In september 2023 zijn we daarmee begonnen. Dat hebben we gedaan samen met bewoners, de adviesraden en de dorps- en wijkraden, gemeenteraadsleden en de ambtelijke organisatie. De uitkomst van dat proces ligt voor u. De kern van de evaluatie is de bredere vraag: wat gaat goed en wat kan beter ten aanzien van inwonersparticipatie? Uit de evaluatie blijkt dat participatie wat de inwoners betreft ‘heel simpel’ is: ‘luister naar ons, en neem ons serieus’. Wat men daarmee bedoelt, hebben we samen met inwoners uitgeschreven tot twaalf succesfactoren. In de praktijk blijkt het allesbehalve simpel te zijn om de inwonersparticipatie goed vorm te geven. De mate waarin medewerkers ervaring hebben met het organiseren daarvan, en de wijze waarop ze dat doen, loopt sterk uiteen. Er is behoefte aan meer eenduidigheid en handreikingen, iemand om mee te sparren, en sommigen hebben het liefst iemand die de participatie voor hen organiseert. De gemeenteraad heeft behoefte aan goede informatie zodat hij zijn controlerende taak kan vervullen ten aanzien van de wijze waarop het college uitvoering geeft aan het participatiebeleid.

Belangrijk daarbij is een duidelijke procesbeschrijving voor participatietrajecten. Verder vindt de raad heldere communicatie van groot belang, zodat alle betrokkenen weten waar zij aan toe zijn. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie komen we tot de volgende voorstellen. Daarbij maken we onderscheid tussen de kaders en de uitvoeringspraktijk. We geven aan wat we willen voortzetten uit het huidige beleid, en wat nieuw is. Ook benoemen we enkele alternatieven die vooralsnog niet leiden tot een voorstel voor nieuw beleid. Visie en kaders: 1. Wat blijft: o Betrek inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium; o Kies bij elk onderwerp en stadium de best passende vorm volgens de participatieladder. 2. Wat is nieuw (op hoofdlijnen): o Hanteer de Impactmeter als stelregel bij het bepalen hoe intensief de participatie zou moeten zijn over een bepaald project of beleidsonderwerp; o Investeer in een lerende organisatie en in een betere en meer consistente uitvoeringspraktijk door het aanstellen van een adviseur inwonersparticipatie. Die verzamelt en deelt kennis, en denkt mee met ambtenaren over het beste moment en de beste wijze waarop zij inwoners kunnen betrekken; o Meer aandacht voor participatie aan het begin van trajecten door een participatieplan te maken.

Door actieve bewoners daarbij te betrekken weet je wat er leeft en speelt in de gemeenschap, en welke vragen je kunt verwachten; o Stap van formele advisering via de Koepel Sociaal Domein over naar een situatie waarin we meer informeel en direct met inwoners in gesprek gaan over het sociaal beleid en over wat zij zelf en samen kunnen doen; o Stel cliëntpanels in voor inwoners die gebruik maken van een van de sociaal domeinwetten zodat zij medezeggenschap hebben over de wijze waarop de gemeente die wetten uitvoert; 3

o

o o

o

Maak een laagdrempelig loket voor inwonersinitiatieven en zet het budget daarvoor in via dorps- en wijkraden waar die er zijn. Waar ze er niet zijn, blijven we werken met aanvragen; Bepaal (vooraf) voor welke uitvoeringsprocessen of projecten we de tevredenheid van inwoners willen meten zodat we die kunnen meewegen bij de evaluatie ervan; Spreek af dat als inwoners of maatschappelijke organisaties uitvoerende taken willen overnemen van de gemeente, we op dat moment bepalen hoe we met dat initiatief omgaan (pas maatwerk toe in plaats van vooraf spelregels vast te stellen); Formuleer als ambitie binnen deze raadsperiode na vaststelling van deze beleidskaders: ▪ Dat de raad ten aanzien van een aantal nog te benoemen onderwerpen met het college heeft besproken hoe het (participatie)proces voor dat onderwerp eruit komt te zien en vooraf kaders en inhoud mee heeft gegeven; ▪ Dat in beleidsvoorstellen en projectplannen voor zowel belanghebbenden als gemeenteraadsleden duidelijk en transparant is hoe uitvoering is gegeven aan het participatiebeleid, wat daar uit is gekomen, wat daarvan is verwerkt en hoe, wat daarvan niet is verwerkt en waarom; ▪ Dat de verwachting die de gemeente wekt over het participatieproces en de mate van invloed goed aansluit met hoe daar uitvoering aan is gegeven; ▪ Dat de organisatie voldoende weet wat er leeft en speelt om te voorkomen dat we worden verrast

tijdens de participatie; ▪ Dat er betekenisvolle stappen zijn gezet om de stem en belangen van specifieke groepen beter te horen en mee te wegen in de besluitvorming, waaronder het opstellen van een Lokale Inclusie Agenda waarin staat hoe we mensen met een beperking betrekken bij beleid en projecten die hun belangen raken (‘praat niet over ons, zonder ons’).

Uitvoering: 3. Wat blijft: o Informeren blijft een onderdeel van het participatiebeleid, ook al kunnen inwoners daarbij geen invloed uitoefenen. Wanneer we inwoners geen invloed kunnen bieden op een besluit, zijn er juist extra inspanningen nodig op verwachtingsmanagement en communicatie om uit te leggen waarom we hen geen invloed kunnen geven; 4. Wat is nieuw (op hoofdlijnen): o Investeer in meer bewustwording bij ambtenaren over wat succesfactoren zijn voor geslaagde inwonersparticipatie; o Investeer in beter verwachtingsmanagement en betere communicatie naar inwoners toe rondom de participatie; o Maak op een centrale plek (online) bekend wanneer welke evaluatie-, informatie- en participatiebijeenkomsten op de planning staan.

o Schakel een externe gespreksleider in bij onderwerpen die gevoelig (kunnen) liggen; o Koppel aan de mensen die hebben geparticipeerd terug wat we bij hen hebben opgehaald aan wensen en behoeftes, wat we daarvan hebben overgenomen en hoe we dat hebben verwerkt, en wat we daarvan niet hebben overgenomen en waarom niet; o Monitor de uitvoeringspraktijk door participatietrajecten achteraf te evalueren met een korte vragenlijst om na te gaan welke aspecten goed zijn gegaan en welke niet en verzamel de antwoorden centraal; o Verantwoord in beleids- en projectvoorstellen hoe invulling is gegeven aan het beleid ten aanzien van inwonersparticipatie, wat daaruit is gekomen, wat daarvan is overgenomen en hoe dat is verwerkt, en wat daarvan niet is overgenomen en waarom niet; 4

o

Formuleer als ambitie binnen deze raadsperiode na vaststelling van deze beleidskaders: ▪ Dat de impactmeter consequent wordt gebruikt om aan het begin van een project of beleidsproces te bepalen hoe intensief de participatie zou moeten zijn of consequent is beargumenteerd waarom daarvan is afgeweken; ▪ Dat inwoners aangeven dat de verwachtingen die de gemeente heeft gewekt over het participatieproces en de mate van invloed klopten met hoe de gemeente daar uitvoering aan heeft gegeven.

2. Inleiding en aanleiding Het huidige Participatiebeleid is vastgesteld in 2020. Er is sindsdien veel gebeurd dat aanleiding gaf om het huidige beleid te evalueren en te herzien, zowel landelijk als lokaal: Wijziging Gemeentewet Op 1 januari 2025 wordt de wet Versterking participatie op decentraal niveau van kracht. Die wijzigt onder andere de Gemeentewet. Onder de oude Gemeentewet waren gemeenten verplicht om een inspraakverordening te hebben. Daarin staat hoe de gemeente inwoners betrekt bij het voorbereiden van beleid of projecten in hun leefomgeving. De wetswijziging breidt dat uit. Gemeenten worden verplicht om een participatieverordening vast te stellen. Daarin staat hoe de gemeente inwoners betrekt bij niet alleen bij het voorbereiden van beleid of projecten, maar ook bij de uitvoering en bij evaluatie. Voor het betrekken van inwoners bij de uitvoering noemt de wet ook een specifieke manier om dat te doen: het ‘uitdaagrecht’. Dat is afgeleid van het Engels: ‘right to challenge’. Met ‘uitdagen’ wordt hier bedoeld: de wens van groepen inwoners of maatschappelijke organisaties om uitvoerende taken over te nemen van de gemeente. Het staat gemeenten vrij om in de participatieverordening wel of niet spelregels op te nemen voor het overnemen van taken van de gemeente.

Gemeenten kunnen ook bepalen dat ze pas spelregels gaat bedenken als er daadwerkelijk een concreet initiatief komt om een taak over te nemen. Omgevingswet De Omgevingswet geeft enkele specifieke instructies over hoe participatie dient te verlopen. We moeten nadenken over de vraag of we die werkwijze overal invoeren, voor alle participatie, of alleen voor besluiten die onder de Omgevingswet vallen. En dus: laat je meerdere werkwijzen naast elkaar bestaat, of kies je voor eenduidigheid. Inclusie Onze gemeente heeft nog geen uitvoering gegeven aan de verplichting om een Lokale Inclusie Agenda op te stellen, waarin staat hoe de gemeente mensen met een beperking betrekt bij het opstellen van beleid dat hun belangen raakt. Die verplichting vloeit voort uit een in 2016 door Nederland geratificeerd VN-verdrag. Lokale ontwikkelingen • De eind 2023 vastgestelde ‘Visie op het Sociaal Domein: Zelf, Samen en Organiseren’ bepaalt dat we als gemeente steeds meer gaan kijken wat inwoners zelf en samen kunnen doen, en dat wat wij organiseren daar aanvullend op is. Het contact met inwoners vanuit de beleidsafdeling van Samenleving verloopt nu vooral indirect (getrapt), via de adviesraden.

5

• •

•

Met de Koepel Sociaal Domein is een begin gemaakt om met elkaar te evalueren wat goed gaat en wat verbetering behoeft; In 2021 hebben de dorps- en wijkraden en de gemeente met elkaar een convenant afgesloten. Daarin is afgesproken dat we het convenant in 2023 zouden evalueren. In de tussentijd is het Gezamenlijk Dorps- en Wijkradenoverleg (GDO) begonnen met een verbeteringsslag. Het college heeft naar aanleiding van raadsvragen besloten om het onderdeel participatie binnen het Edam-Volendams Ruimtelijk Plan Proces (EVRPP) te evalueren.

De kernvraag van de evaluatie Al de bovengenoemde zaken geven aanleiding om te evalueren. Die evaluatie zelf hebben we breed ingestoken: • Biedt het beleid voldoende handvatten voor zowel het uitvoeren van participatie als het toetsen daarvan? • Biedt de uitvoering inwoners voldoende mogelijkheden om aan te geven waar zij behoefte aan hebben, wat er leeft en speelt? • Hoe goed doen we het nu, zowel volgens inwoners als volgens onszelf? Bijvoorbeeld t.a.v.: o Verwachtingenmanagement o Communicatie (terugkoppeling / ‘teruggeven’) Kortom: leren van onze ervaringen en kijken hoe het beter kan.

3. Hoe hebben we geëvalueerd en geparticipeerd Hieronder vindt u terug hoe de verschillende partijen zijn betrokken bij de evaluatie. De gemeenteraad • Presentatie van de aanleidingen voor de evaluatie en de aanpak (het evaluatieproces) tijdens de themabijeenkomst van 28 september 2023; • Verkenning van de rol van de raad bij participatie, waar lopen raadsleden tegen aan en wat de raadsleden nodig hebben om die rol te kunnen vervullen tijdens de themabijeenkomst van 8 februari 2023; • Presentatie van de uitkomsten van het evaluatieproces en toelichting op de ambtelijke voorstellen voor aanpassing van het inwonersparticipatiebeleid op 3 september 2024; • De fracties hebben richtinggevende uitspraken gedaan tijdens het raadsplein van 12 september 2024. De raad heeft vervolgens twee moties aangenomen. De moties zijn als bijlagen bijgevoegd. Inwoners in brede zin • Op 26 februari 2024 vond een bijeenkomst plaats in Pius X.

Inwoners deelden hun ervaringen met inwonersparticipatie en gaven aan wat zij belangrijke succesfactoren vinden; • Inwoners konden online aangeven welke van die succesfactoren zij het belangrijkst vinden van begin augustus tot en met 7 oktober 2024; • In diezelfde periode konden inwoners aangeven in hoeverre zij interesse hebben om taken over te nemen van de gemeente middels een korte online vragenlijst; • We hebben de mensen die op 26 februari aanwezigen waren, gevraagd wat zij vinden van het concept evaluatieformulier dat we standaard willen gaan gebruiken voor het evalueren van participatietrajecten; • Op 30 september is dit beleidsvoorstel gepresenteerd in Pius X om te horen of inwoners menen dat de gemeente hiermee goede stappen zet naar betere inwonersparticipatie. 6

Dorps- en wijkraden • In het GDO van 6 september 2023 konden zij input geven op het beoogde evaluatieproces; • In het GDO van 24 januari 2024 zijn de evaluatievragen besproken zodat de dorps- en wijkraden bij hun achterban input konden ophalen voor de evaluatie; • Op 20 maart en 3 juni 2024 vonden evaluatiebijeenkomsten plaats over de rol van dorps- en wijkraden als instrument van inwonersparticipatie. Adviesraden • De Koepel Sociaal Domein is op 11 juli 2024 geïnformeerd over de uitkomsten van de interne evaluatie; • Op 3 september 2024 zijn de adviesraden geïnformeerd over de uitkomsten van de interne evaluatie en zijn mogelijke oplossingsrichtingen met hen besproken; • Op 26 september 2024 hebben de adviesraden en andere betrokken inwoners meegedacht over de oplossingsrichtingen. De ambtelijke organisatie • Presentatie van de aanleidingen voor de evaluatie en de aanpak (het evaluatieproces) aan het MT op 15 oktober 2023; • In december 2023 is een projectgroep samengesteld met vertegenwoordigers vanuit elke afdeling. Die begeleidde het proces en dacht mee over de voorstellen; • Interne startbijeenkomsten per team In januari-maart 2024.

Daarin is opgehaald welke ervaringen elk team heeft met participatie en wat hun behoefte is aan ondersteuning; • Presentatie van dit beleidsvoorstel aan het MT op 11 september 2024; • Presentatie van dit beleidsvoorstel op 23 september 2024 om het te toetsen op haalbaarheid. Bepaalde delen van het evaluatieproces waren experimenteel van opzet. Doel daarvan was om uit te testen wat werkt en wat niet. De vorm van de verslagen bijvoorbeeld, waarin in drie kolommen is gepresenteerd wat is opgehaald, wat daarvan is overgenomen en hoe dat is verwerkt, en wat niet is overgenomen en waarom. Een ander experiment is de intensieve wijze waarop de dorps- en wijkraden zijn betrokken. Zij zijn in een vroeg stadium geïnformeerd, konden meedenken over de opzet van het participatieproces en zijn tijdens de evaluatie op meerdere momenten over verschillende vragen geraadpleegd. Dit leidde bij hen tot verwarring over het proces en participatie-moeheid. De conclusie is: houd het proces compact (niet teveel bijeenkomsten) en overzichtelijk (niet teveel verschillende vragen/aspecten).

4. Uitkomsten evaluatie 4.1 Waar staan we nu: wat is het huidige beleid? De notitie ‘Participatiebeleid Edam-Volendam 2020’ schetst de gemeentelijke visie op inwonersparticipatie: het horen van alle belangen leidt tot een zorgvuldige afweging. Vanaf het begin samenwerken aan een plan vergroot de kwaliteit, omdat je dan vanuit verschillende perspectieven kennis en creativiteit benut bij de planvorming. Dat inwoners kunnen meepraten betekent niet dat ook altijd gebeurt wat inwoners willen. Het moet duidelijk zijn dat de gemeenteraad het uiteindelijke besluit neemt.

7

De ambitie is om participatie zo vroeg mogelijk in het proces te laten plaatsvinden, een zo hoog mogelijke mate van participatie te kiezen en samen met alle belanghebbenden te komen tot wederzijds begrip voor elkaars belangen, betere oplossingen en een betere onderlinge verhouding. De notitie benoemt dat ook de gemeente kan participeren in initiatieven van derden (dan heb je het over overheidsparticipatie in plaats van inwonersparticipatie). De notitie noemt de participatieladder als belangrijk instrument. Die beschrijft verschillende vormen van participatie waarbij de mate van invloed van de deelnemers verschilt per trede, van geen invloed (informeren) tot maximaal (zelfsturing).

De bovenstaande illustratie, gemaakt door BVBZ.nl voor de gemeente Oldenbroek, hebben wij hier hergebruikt op basis van deze licentie. Hoe pakt het huidige beleid nu uit in de praktijk? De manier waarop inwoners naar participatie kijken hangt sterk samen met hun eigen ervaringen. Rode lijnen zijn de vraag hoe ambtenaren over inwoners en hun organisaties denken – hoe belangrijk vinden zij onze mening ? Dat roept de vraag op: in hoeverre is inwonersparticipatie verankerd in de organisatiecultuur van de gemeente? “Er kan wel een mooi plan worden gemaakt (voor inwonersparticipatie) maar het gaat ook over cultuur. Over de grondhouding die je als persoon hebt ten opzichte van inwonersparticipatie.”

8

Een andere veelgehoorde uitspraak is dat het wat hen betreft heel simpel is: luister naar ons, neem ons serieus en betrek ons zo vroeg mogelijk. Wat ze daaronder verstaan hebben we uitgewerkt in twaalf succesfactoren voor participatie. Het budget voor inwonersinitiatieven is nauwelijks bekend, ook onder actieve inwoners. Pas als men er op de website naar op zoek gaat, ontdekt men het bestaan ervan. De toelichting op de website is voor inwoners vaak niet voldoende duidelijk. In de praktijk blijkt dat er soms aanvragen worden ingediend die niet passen en daarom worden afgewezen. Dat is voor zowel de aanvrager als voor de organisatie zonde van de tijd. Uit de interne evaluaties blijkt dat het onderwerp inwonersparticipatie sterk leeft in de organisatie. De praktijk is zeer veelvormig: • Participatie bij grote projecten beleggen we vaak extern, samen met de projectleiding. De ervaringen met de wijze waarop deze organisaties de participatie vormgeven zijn overwegend (zeer) positief. • De afdeling Omgevingsbeleid heeft veel ervaring met inwonersparticipatie en heeft daartoe een flink arsenaal aan vormen ontwikkeld. Bij Samenleving krijgt inwonersparticipatie vooral indirect vorm, via de adviesraden en uitvoeringsorganisaties. Daar is weinig tot geen ervaring met directe vormen van inwonersparticipatie.

Bij Openbare Werken verschilt de mate van ervaring met inwonersparticipatie per team. Voor alle afdelingen en teams geldt dat er op individueel niveau veel verschil zit tussen zowel de mate van ervaring met participatie als de wijze waarop mensen daar invulling aan geven. Waar participatie volgens inwoners heel eenvoudig is, ervaren medewerkers het juist als zeer complex. Bijvoorbeeld het kiezen van het juiste moment om met inwoners in gesprek te gaan. Doe je dat te vroeg, dan kijkt de zaal je glazig aan en vraagt men je om eerst met iets concreets te komen. Doe je dat te laat, dan voelt men zich overvallen. Dat laatste -je overvallen voelen- speelt aan beide zijden. Meerdere teams voelen zich af en toe overvallen door wat er leeft en speelt in de gemeenschap waar zij een project realiseren. Dat leidt soms tot stevige confrontaties en negatieve gevoelens over en weer. Vaak gebeurt dat als mensen het gevoel hebben pas in een laat stadium te worden betrokken, waarbij hetgeen waar zij het mee oneens zijn al vastligt. Met andere woorden: ook zij voelen zich dan overvallen. Verder is duidelijk dat inclusie -het betrekken en bevragen van personen die verschillende belangen en behoeftes hebben- nog in de kinderschoenen staat. Dat betekent onder meer: • • •

Dat we er soms niet bij stilstaan dat bepaalde groepen specifieke belangen of behoeften hebben; Dat we niet altijd de verschillende behoeften en belangen van alle groepen in beeld hebben en die dus niet altijd meewegen; Dat we het adagium ‘praat alleen over ons, met ons aan tafel’ niet altijd toepassen.

Men ziet het belang daarvan vaak wel, maar heeft vaak te weinig ingangen (gesprekspartners) om dat gesprek mee aan te gaan. Waar die er wel zijn, heerst soms scepsis. Binnen de ambtelijke organisatie leeft breed het beeld dat mensen altijd spreken vanuit hun eigen belang, of het belang van de organisatie die zij vertegenwoordigen. Dat leidt tot aarzeling om met belangenorganisaties in gesprek te gaan. Liever gaat men direct met de inwoners in gesprek.

9

De Omgevingswet bepaalt dat initiatiefnemers zelf de participatie rond hun project vormgeven. Via het Edam-Volendam Ruimtelijk Planproces (EVRPP) stimuleren we dat projectontwikkelaars de participatie met eenzelfde kwaliteit vormgeven als wanneer wij dat doen. Inmiddels zijn enkele projecten binnen het EVRPP gestart, maar van die projecten is de participatie nog niet afgerond. Daarom kunnen we die nu niet evalueren. Bovendien hebben we van te weinig inwoners gehoord wat hun ervaringen zijn met de gelopen participatietrajecten om uitspraken te kunnen doen over eventuele verbeteringen aan het participatieproces binnen het EVRPP.

4.2 Wat willen inwoners veranderen In samenspraak met inwoners zijn we tot de volgende twaalf succesfactoren gekomen. Ze staan op volgorde van prioriteit: hoe belangrijk inwoners elke factor vinden. Inwoners hebben dat aangegeven via en online vragenlijst. Daarbij konden ze 100 punten verdelen over de twaalf factoren. In totaal hebben 29 mensen online gestemd, en twee schriftelijk. Dat leverde de onderstaande prioriteitsvolgorde op. Die volgorde geeft aan met welke factoren we als organisatie als eerste aan de slag moeten.

1. Betrek inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium Ik vind het belangrijk dat ik een vroeg stadium mijn mening kan geven, wanneer er nog zo min mogelijk vastligt. De gemeente zou moeten proberen om inwoners al eerder mee te laten denken, liefst al bij de waarom-vraag. Bijvoorbeeld: waarom een nieuw gemeentehuis? Is dat wel nodig? En niet pas bij de vraag: waar moet het nieuwe gemeentehuis komen? 2. Kom afspraken na of leg uit Ik vind het belangrijk dat de gemeente afspraken nakomt en, als ze die niet na kan komen, dat aangeeft en uitlegt waarom. 3. Geef duidelijker aan waar we wel invloed op uit kunnen oefenen, en waarop niet Ik vind het belangrijk dat de gemeente duidelijk aangeeft waar we wel invloed op kunnen uitoefenen, en waarop niet. Bijvoorbeeld omdat bepaalde keuzes al in een eerder stadium zijn gemaakt, of omdat bepaalde dingen niet kunnen omdat er te weinig budget voor is. 4. Geef duidelijker aan wanneer we invloed kunnen uitoefenen Ik vind het belangrijk dat de gemeente duidelijk aangeeft op welke momenten we invloed kunnen uitoefenen, en hoe. 5. Laat inwoners meedenken over het participatieproces Ik vind het belangrijk dat de gemeente het mogelijk maakt dat inwoners aan het begin mee kunnen denken over de vraag hoe het participatieproces er uit gaat zien. Dan kunnen inwoners aangeven waar ze over mee willen kunnen praten. 6.

Wek geen verkeerde verwachtingen Ik vind het belangrijk dat de gemeente beter wordt in het managen van de verwachtingen. De verwachting die de naam of omschrijving van een bijeenkomst wekt, moet aansluiten bij de mate van invloed die ik daadwerkelijk kan uitoefenen tijdens die bijeenkomst. Dus als het een informatiebijeenkomst is, noem het dan geen ‘participatiebijeenkomst’. 7. Leg keuzes beter uit Ik vind het belangrijk dat de gemeente de keuzes die ze maakt, benoemt en duidelijk uitlegt waarom het die keuzes heeft gemaakt. Stel: bij een project zijn meerdere groepen belanghebbenden betrokken. Bijvoorbeeld ondernemers en bewoners. Als de gemeente eerst met de ene groep spreekt en pas later 10

met de andere groep, voelt die laatste groep zich buitengesloten. Leg dan goed uit waarom je hen pas later betrekt. 8. Geef beter aan wat je doet met mijn inbreng Ik vind het belangrijk dat de gemeente goed terugkoppelt wat ze hebben opgehaald, wat ze daarvan overnemen en hoe, en wat ze niet overnemen en waarom 9. Maak zichtbaar waar ik over kan participeren Ik vind het belangrijk dat de gemeente gaat werken aan een centrale plek waar ik kan zien wat er de komende tijd gaat spelen in mijn buurt of op onderwerpen die ik belangrijk vind, en hoe ik daarop kan participeren. 10. Besteed meer aandacht aan de communicatie Ik vind het belangrijk dat de gemeente beter wordt in de communicatie rondom participatietrajecten. Leg in eenvoudige taal duidelijk uit wat er gaat gebeuren en welke opties er zijn. En laat de communicatie niet stilvallen: geef aan wanneer ik weer iets hoor. 11. Meer persoonlijk contact Ik vind het belangrijk dat ik iemand persoonlijk kan spreken als ik mijn mening wil geven. Dus niet alleen online. 12. Doe meer online zodat ik zelf kan bepalen wanneer ik mijn mening geef Ik vind het belangrijk dat de gemeente meer mogelijkheden biedt om online inbreng te leveren. Zodat ik mijn mening kan geven op een moment dat het mij uitkomt.

Prioriteit van elke succesfactor 300 1 250

2 3

200

Punten

5 9

150

4

6 7 10

8

11 12

100

50

0 0

5

10

15

20

25

Personen

Deze tabel geeft aan hoe de verdeling is van de punten onderling, en hoeveel mensen op elk punt hebben gestemd. Naar mate meer mensen stemmen op een factor, krijgt het ook meer punten. Dat levert een ‘trendlijn’ op, de stippellijn. Sommige punten liggen verder van de trendlijn af.

11

Punt 1 ligt bijvoorbeeld veel hoger: dat geeft aan dat mensen hier een relatief hoog aantal punten aan heeft gegeven. Dat het punt ‘betrek inwoners vroeg’ bovenaan staat, was onderwerp van een motie om inwoners meer aan het begin van participatietrajecten te betrekken. Punt 5, ‘laat inwoners meedenken over het participatieproces’ wijkt af van de trendlijn. Dit komt omdat maar een deel van de stemmers (ongeveer de helft) hier punten aan heeft gegeven – maar dan wel relatief veel. Zij vinden dit dus heel belangrijk. De andere helft heeft helemaal geen punten gegeven aan deze factor. Van de laatste twee punten (‘meer persoonlijk contact’ en ‘de meer online’) is goed verklaarbaar waarom ze laag scoren: ze zijn tegengesteld aan elkaar. De meeste mensen stemmen of op de een, of op de ander. Op allebei die punten hebben ongeveer evenveel mensen gestemd, met een vergelijkbaar aantal punten. De behoefte aan persoonlijk contact versus online is dus ongeveer 50-50. Gezien het kleine aantal stemmers kunnen we er overigens niet van uitgaan dat dit representatief is voor alle inwoners.

4.3 Wat willen medewerkers veranderen De medewerkers hebben vooral behoefte aan praktische ondersteuning en handvatten, zoals: • • •

• •

Een afwegingskader: welke vragen stel je jezelf om te bepalen of (in welke mate) participatie nodig is? Een procesbeschrijving rondom inwonersparticipatie: wat kun je doen en in welke volgorde. Dat zou ook eenduidigheid geven voor de hele organisatie. Kennis (sparren): hoe bereik je de doelgroep? Hoe stel je goede enquêtevragen op? Hoe zet je die online? Hoe ga je om met dilemma’s zoals hoe om te gaan met een lange periode waarbinnen weinig te melden valt over het project, of als maar weinig mensen hun mening hebben gegeven. Praktische ondersteuning in de vorm van omgevingsmanagers en/of mensen die de participatie organiseren. Goede uitwisseling van kennis en informatie binnen de gemeente.

We hebben medewerkers gevraagd in hoeverre zij te maken hebben gehad met incidenten van grensoverschrijdend gedrag tijdens hun werk, waaronder participatiebijeenkomsten. Op basis van enkele, soms ernstige, incidenten hebben we een richtlijn opgesteld hoe om te gaan met dergelijke situaties. Deze is vastgesteld door het Managementteam en in een bijlage opgenomen.

5. Aanbevelingen / nieuw beleid (wat willen we bereiken) Dit hoofdstuk omvat de kaders voor het beleid. Die worden vastgesteld door de gemeenteraad. Het volgende hoofdstuk omvat de uitvoeringspraktijk. Dat deel wordt vastgesteld door het college.

5.1 Visie Inwonersparticipatie is in essentie communicatie. Elke relatie die je hebt, staat of valt met goede, open communicatie. Onze visie op inwonersparticipatie gaat over de vraag wat voor relatie we willen hebben met onze inwoners , ondernemers en andere belanghebbenden. In de Omgevingsvisie hebben we de ambitie uitgesproken dat we een samenwerkende overheid willen zijn. Dit betekent dat we in allerlei samenwerkingsverbanden samen met andere overheden,

12

instellingen, bedrijven of inwoners onze leefomgeving en samenleving willen vormgeven. Voor gemeente-overstijgende onderwerpen zoeken we samenwerking in en afstemming met de regio. Voor lokale onderwerpen zoeken we zo veel mogelijk op het lokale niveau de verbinding. Dit heeft gevolgen voor onze houding en omgangsvormen, maar ook voor de manier waarop wij de inwonersparticipatie inrichten. Wat mag men van ons verwachten? We beloven alle belanghebbenden dat wij hun inbreng serieus nemen. Dat houdt in: • Dat wij naar ieders inbreng luisteren en die zo goed mogelijk proberen te begrijpen; • Dat wij alle inbreng die geleverd wordt meenemen in het proces van oordeelsvorming ten aanzien van mogelijkheden, alternatieven, afweging en besluitvorming; • Dat wij aan belanghebbenden kenbaar zullen maken wat de uitkomsten van verkenningen, oordeelsvorming en besluitvorming zijn en dat wij bereid zijn uit te leggen hoe met de inbreng, die door deelnemers is geleverd, is omgegaan; • Dat wij ook minderheidsstandpunten serieus nemen en rekening houden met minderheidsbelangen. Niet iedere persoon of organisatie kan zijn of haar zin krijgen en niet elk idee of bezwaar kan gehonoreerd worden, maar wij beloven dat wij ons zullen inspannen om steeds te kijken hoe wij nadelen van de uiteindelijke keuzes zo klein mogelijk kunnen maken.

Waar de ruimte voor samenwerking ontbreekt, zullen we dat uitleggen. Want op specifieke onderwerpen, die daar bijvoorbeeld vanwege maatschappelijke belangen of wettelijke vereisten om vragen, kan het zijn dat we als gemeente een ondersteunende of juist een regulerende rol zullen aannemen. In bijlage 2 gaan we in op de rollen van anderen, zoals initiatiefnemers en samenwerkingspartners, en wat wij van hen verwachten.

5.2 De doelen en ambities Inwonersparticipatie is een middel, geen doel op zich. We betrekken inwoners en andere belanghebbenden om: 1) Te weten wat er speelt en leeft t.a.v. onderwerpen en projecten waar we mee aan de slag gaan. We willen een goed beeld hebben van de verschillende behoeften en belangen die daarbij spelen, zodat we die bij de besluitvorming daarover kunnen meewegen in relatie tot het algemeen belang; 2) De kwaliteit van de plannen te verhogen door vanuit verschillende invalshoeken naar oplossingen en kansen te zoeken; 3) Het draagvlak voor de besluiten te vergroten; 4) Zelfwerkzaamheid te ondersteunen en stimuleren door met inwoners en organisaties in gesprek te gaan over wat zij zelf of samen kunnen doen, zodat wij kunnen bepalen wat wij dan nog moeten organiseren in aanvulling daarop. Dat laatste is nieuw ten opzichte van het beleid uit 2020, maar is vervat in de Visie op het Sociaal Domein uit 2023 en sluit aan bij onze visie dat we een samenwerkende overheid willen zijn.

Ambities Onze ambitie is dat binnen deze raadsperiode na vaststelling van deze beleidskaders: • De raad ten aanzien van een aantal nog te benoemen onderwerpen met het college heeft besproken hoe het (participatie)proces voor dat onderwerp eruit komt te zien en vooraf kaders en inhoud mee heeft gegeven; • In beleidsvoorstellen en projectplannen voor zowel belanghebbenden als gemeenteraadsleden duidelijk en transparant is hoe het college uitvoering heeft gegeven aan het partici13

• • •

patiebeleid, wat daar uit is gekomen, wat daarvan is verwerkt en hoe, wat daarvan niet is verwerkt en waarom; De verwachting die de gemeente wekt over het participatieproces en de mate van invloed goed aansluit met hoe daar uitvoering aan is gegeven; De organisatie voldoende weet wat er leeft en speelt om te voorkomen dat we worden verrast tijdens de participatie; Er betekenisvolle stappen zijn gezet om de stem en belangen van specifieke groepen beter te horen en mee te wegen in de besluitvorming, waaronder het opstellen van een Lokale Inclusie Agenda waarin staat hoe we mensen met een beperking betrekken bij beleid en projecten die hun belangen raken (‘praat niet over ons, zonder ons’).

5.2.1 Wat blijft hetzelfde? Zoals aangegeven bij de visie blijven de doelen van het beleid grotendeels hetzelfde. Ook het uitgangspunt om inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken, blijft. Tenslotte blijven we de participatieladder gebruiken om bij elk onderwerp in de verschillende fases de best passende vorm te kiezen.

5.2.2 Wat is nieuw? De evaluatie leidt tot de volgende voorstellen voor nieuwe beleidskaders: 1. De intensiteit van participatie hangt samen met de impact van het beleid of project Bij het bepalen of en in welke mate participatie gewenst is bij een onderwerp of project, gaan we de stelregel hanteren dat de participatie intensiever moet zijn naar mate de impact van dat beleid of project voor onze inwoners en andere belanghebbenden groter is: o Hoe groot is het algemeen of individueel belang van dat onderwerp? o Hoe groot is de maatschappelijke aandacht voor dat onderwerp? o Hoeveel overlast geeft de uitvoering ervan? Aangezien een besluit soms meer impact heeft voor de ene groep belanghebbenden dan voor een andere groep, kan de intensiteit van de participatie per groep belanghebbenden verschillen. We kiezen altijd de meest passende vorm van participatie. Als de impactmeter meer of minder intensieve participatie indiceert dan passend is, dan kan het college besluiten om af te wijken van de stelregel. In die gevallen onderbouwt het college die keuze in het participatieplan of de -paragraaf en legt het deze keuze uit aan de betrokken partijen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een onderwerp zich niet leent voor intensieve participatie of een situatie maakt dat intensieve participatie niet mogelijk is. 2.

Een interne adviseur inwonersparticipatie We gaan meer investeren in een lerende organisatie en in een betere en meer consistente uitvoeringspraktijk. We stellen een adviseur inwonersparticipatie aan. Deze functionaris verzamelt en deelt kennis, en denkt mee over het beste moment en de beste wijze waarop de uitvoerders inwoners kunnen betrekken. 3. Aan het begin van een traject een participatieplan maken. Een manier om inwoners vroeger te betrekken, is om hen mee te laten denken over de vraag hoe het participatieproces er uit zou moeten zien. In veel gemeenschappen weten we welke inwoners actief en betrokken zijn bij hun buurt. Door hen in een vroeg stadium te vragen om mee te denken, weten we beter wat er leeft en speelt in die gemeenschap. Het voorkomt verrassingen, en maakt dat je weet welke vragen je kunt verwachten als je eenmaal met alle inwoners in gesprek gaat. We hebben dan ook al vroeg duidelijk welke verwachtingen er leven, zodat we die beter kunnen managen. 14

4.

5.

6.

7.

8.

Ook projectontwikkelaars vragen we om reeds in het begin van het traject inwoners te betrekken. Dit maakt reeds deel uit van het EVRPP (Edam-Volendams Ruimtelijk Planproces). Externe gespreksleiding inschakelen bij gevoelige onderwerpen Als een onderwerp gevoelig ligt of een grote impact heeft voor mensen individueel, dan gaan we zoveel mogelijk met alle inwoners over dat onderwerp in gesprek. Als een onderwerp meer abstract is, en weinig impact heeft voor mensen individueel, dan kunnen we ervoor kiezen om het gesprek te voeren met een kleiner aantal betrokken mensen, bijvoorbeeld via een dorps- of wijkraad of organisaties die actief zijn op dat onderwerp, zoals het Cultuurplatform als het gaat om cultuur, of de fietsersbond en de ANWB als het gaat om verkeer. Als we het gesprek met alle inwoners willen voeren, kan het verstandig zijn om van tevoren bij een dorps- of wijkraad of belangenorganisatie te polsen wat er leeft en speelt ten aanzien van dat onderwerp. We informeren hen in elk geval dat we over dat onderwerp met alle inwoners in gesprek willen, zodat we elkaar niet verrassen.

Van adviesraden naar cliëntpanels en dialoog Ten aanzien van de huidige adviesraden veranderen meerdere zaken, te weten: o We stellen de mensen die gebruik maken van de Jeugdwet, Participatiewet, Sociale Werkvoorziening en Wmo centraal waar het gaat om hun medezeggenschap over de wijze waarop wij als gemeente die wetten uitvoeren. Hiertoe richten we cliëntpanels op. Daarmee vervalt een deel van de taken van de huidige Jeugdraad, Participatieraad en Wmo-raad; o We maken duidelijker onderscheid tussen belangenbehartiging en advisering. Dit betekent dat de Seniorenraad verder gaat als belangenbehartiger zonder formele adviesfunctie, vergelijkbaar met het Cultuurplatform, het Sportplatform, de fietsersbond en dergelijke; o We gaan meer direct in gesprek met inwoners over de vraag wat zij zelf en samen kunnen doen. Dat we doen we in informele gespreksvormen. Die route komt in plaats van de huidige formele adviesaanvragen aan de Koepel Sociaal Domein. Deze punten lichten we nader toe in paragraaf 5.3. Het gevolg van deze veranderingen is dat de Koepel Sociaal Domein niet langer als formeel adviesorgaan zal fungeren. We zullen de verordening op de Koepel Sociaal Domein intrekken en de subsidie aan de Koepel Sociaal Domein beëindigen. Aandacht voor de belangen van specifieke groepen De gemeente is er voor al onze inwoners.

Onze kerntaak is het maken van een goede belangenafweging, waarin we de verschillende behoeften en belangen meewegen. Dat kunnen we alleen als we die goed in kaart weten te brengen. Uit de evaluatie blijkt dat dit nog in de kinderschoenen staat. We dragen het college op om betekenisvolle stappen te zetten om ervoor te zorgen dat ook de belangen en behoeftes van specifieke groepen, zoals mensen die een beperking hebben, goed in beeld zijn. Een van die stappen is het opstellen van de wettelijk verplichte Lokale Inclusie Agenda. Laagdrempelig ondersteuning van inwonersinitiatieven We richten een digitaal loket in waar inwoners op laagdrempelige wijze informatie kunnen vinden over de manier waarop zij initiatieven kunnen realiseren. Daar komt te staan welke rol wijk- en dorpsraden daarbij kunnen spelen. In het verlengde hiervan gaan we het budget voor initiatieven van inwoners deels via de wijk- en dorpsraden inzetten. Zie paragraaf 5.4. Expliciet benoemen bij nieuw beleid als inwonerstevredenheid een indicator is In de nieuwe participatieverordening moeten we opnemen hoe we inwoners betrekken bij het evalueren van beleid of projecten. Als het gaat om beleid, dan leidt een evaluatie vaak tot bijstelling van beleid. Dan is de evaluatie onderdeel van het totstandkomingsproces van beleid.

Daarvoor gelden de bovenstaande kaders (zie punt 1: op basis van de impact van het beleid bepalen we hoe intensief we inwoners betrekken bij de evaluatie). Als we de tevredenheid van inwoners een belangrijke indicator vinden voor de effectiviteit van bepaald beleid, dan is het van belang dat we die indicator benoemen bij het vaststellen 15

van die beleidskaders. Dan kun je de tevredenheid meten kort na de (klant)ervaring waar die betrekking op heeft. Als je pas later meet (op moment dat je evalueert) dan is de meting minder betrouwbaar en de kans dat mensen meewerken, kleiner. 9. Maatwerk toepassen bij het Uitdaagrecht Als inwoners of maatschappelijke organisaties uitvoerende taken willen overnemen van de gemeente, gaan we met hen in gesprek en kijken dan hoe we met dat initiatief omgaan. We kijken welke criteria het best passen bij de vraag of zij de taak kunnen overnemen, en onder welke voorwaarden. We kiezen dus voor maatwerk in plaats van het vooraf vaststellen van algemeen geldende spelregels. Dit is gebaseerd op de verwachting dat de wens om taken over te nemen niet vaak zal voorkomen. Zie hiervoor paragraaf 5.5.

5.3 Adviesraden en medezeggenschap Met grote inzet en betrokkenheid zetten inwoners zich in om met de gemeente mee te denken over het sociale beleid. Wij waarderen dat zeer en willen dat koesteren. Wel kijken we daarvoor naar vormen die beter passen bij onze ambities dan de huidige. We willen overschakelen van formele advisering via de Koepel Sociaal Domein naar meer informele manieren om direct met inwoners in gesprek te gaan (bijvoorbeeld via een denktank) enerzijds, en naar cliëntpanels voor de drie sociale domeinwetten anderzijds. Daar zijn drie redenen voor: 1. In de huidige adviesraden zitten nauwelijks of geen inwoners die daadwerkelijk gebruik maken van een van de sociaal domeinwetten. Dat is niet wat de wetgever heeft beoogd; 2. We willen advisering en belangenbehartiging duidelijker van elkaar scheiden zodat er sprake is van een gelijk speelveld; 3. We willen en moeten als gemeente meer direct met inwoners in gesprek over de vraag wat zij zelf en samen kunnen en willen doen, zodat wij weten wat we daaromheen moeten organiseren.

Zet de cliënten centraal als het gaat om medezeggenschap Cliënten van de Jeugdwet, Participatiewet, Sociale Werkvoorziening en de Wmo hebben recht op medezeggenschap over de wijze waarop de gemeente die wetten uitvoert. In elk van die wetten staat dat de gemeente hen in staat dient te stellen om gevraagd en ongevraagd te adviseren. Wij hebben dat recht nu belegd bij de adviesraden die onder de Koepel Sociaal Domein (KSD) vallen. In het rapport ‘Inspraak mag geen vinkje zijn’ , over medezeggenschap bi j de Participatiewet, schrijft de Nationale Ombudsman op pag. 24: “Steeds meer gemeenten en gemeenschappelijke regelingen kiezen voor een Adviesraad Sociaal Domein. Dat is een brede adviesraad die adviseert over de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet, en vaak ook over gezondheid. De advies- of cliëntenraad voor de Participatiewet wordt dan opgeheven of samengevoegd met deze adviesraad. Het is een manier om verschillende perspectieven bij elkaar te brengen. Tegelijkertijd is het de vraag of al die perspectieven wel tot hun recht komen als je ze samenvoegt in één raad. In veel van deze ‘ontschotte’ adviesraden zitten geen of weinig mensen die zijn aangewezen op de Participatiewet. Dit gaat ten koste van de inspraak en invloed van cliënten van de Participatiewet zelf.

[..] Als cliënten van de Participatiewet niet zelf worden geraadpleegd, dan gaat dat in tegen de bedoeling van de wetgever en vooral tegen de bedoeling van de motie Van Weyenberg die de regering met de aanvulling van artikel 47 van de Participatiewet heeft willen uitvoeren. [..] Bovendien, als er in een Adviesraad Sociaal Domein wel cliënten zitten, valt hun stem vaak weg tegenover de vaak beter opgeleide en mondiger burgers in de Adviesraad Sociaal Domein. Het doel om cliënten zelf te betrekken wordt daarmee onvoldoende bereikt.” 16

Wij kiezen ervoor om de cliënten centraal te stellen daar waar het gaat om hun medezeggenschap. Daarom zullen we in samenspraak met de cliënten vorm geven aan nieuwe cliëntenpanels. Wanneer die goed zijn ingewerkt, kijken we of zij er behoefte aan hebben dat we een of meer leden uit de huidige adviesraden aan die cliëntenpanels toevoegen. We doen dat niet vanaf begin, zodat alle deelnemers een gelijk startpunt hebben en niet ontmoedigd raken wanneer zij zich vergelijken met de zeer ervaren leden van de huidige adviesraden.

Een gelijk speelveld In de huidige situatie lopen belangenbehartiging en advisering onbedoeld door elkaar heen. Dit is om meerdere redenen onwenselijk: • Een advies wil je als gemeente over kunnen nemen. Dat kan alleen als daarin alle belangen zijn meegewogen. Een belangenbehartiger pleit voor een deelbelang. Die moet je niet de algemene belangenafweging laten maken. • In de huidige situatie heeft één belangenbehartiger (de Seniorenraad) de mogelijkheid om hun standpunt via een formeel advies kenbaar te maken. Andere belangenbehartigers, zoals het Cultuurplatform en het Sportplatform, hebben die mogelijkheid niet. Het is geen gelijk speelveld. De Seniorenraad is veel meer dan een adviesraad alleen. Dat uit zich in de vele activiteiten die hij eigenstandig ontplooit, zoals een beurs voor ouderen en het televisieprogramma 100+. De Seniorenraad bestond reeds voor de oprichting van de Koepel Sociaal Domein, en kan zelfstandig blijven voortbestaan wanneer de officiële adviesfunctie vervalt. Hij kan adviezen blijven geven, gevraagd en ongevraagd – net als elke andere belangenorganisatie.

In gesprek over wat inwoners Zelf en Samen kunnen doen Begin 2023 stelde de gemeenteraad de ‘Visie op het Sociaal Domein: Zelf, Samen, Organiseren’ vast. De kern hiervan is dat de gemeente niet alle sociale problemen zelf kan oplossen, en dat ook niet moet willen. Wat inwoners zelf en samen kunnen oplossen, hoeft de gemeente niet van hen over te nemen. We kijken wat we ten ondersteuning daarvan en aanvullend daarop nog moeten organiseren. Zo houden we de inzet van schaarse gemeenschapsgelden en schaarse professionals zo beperkt mogelijk. Dit betekent dat de vraag: ‘wat kunnen inwoners zelf, en samen doen?’ het startpunt zou moeten zijn van veel -zo niet al- het beleid in het sociaal domein. Die vraag kun je het beste beantwoorden in gesprek met de inwoners die op dat vlak actief zijn. In de huidige vorm, waarbij we advies vragen aan de adviesraden onder de Koepel Sociaal Domein, is van dat gesprek met inwoners maar beperkt sprake. We leggen een adviesvraag voor, de adviesraden gaan onderling en met hun achterban in gesprek, en daar rolt een advies uit. In een dialoog is sprake van meer uitwisseling van standpunten over en weer, en horen wij als gemeente meer uit eerste hand wat inwoners denken, in plaats van via een advies. Direct contact met de inwoners maakt het ook makkelijker om samenwerking op te zetten en te onderhouden.

5.4 Laagdrempelige ondersteuning van inwonersinitiatieven Inwoners zijn op allerlei wijze actief in en voor onze gemeenschap. Dat dragen we een zeer warm hart toe. We ondersteunen die initiatieven onder meer met ons vrijwilligersbeleid.

17

Voor incidentele initiatieven bestaat nu de subsidieregeling inwonersinitiatieven. De is weinig bekend, er komen weinig aanvragen binnen. De aanvragen die wel binnenkomen, passen soms niet. Dat is frustrerend voor de aanvrager en levert zowel de aanvrager als de organisatie onnodig werk op. We willen dat mensen snel duidelijkheid hebben over wat wel en niet mogelijk is, zodat ze verder kunnen met hun initiatief. We maken een informatiepagina op onze website die makkelijk vindbaar is, waar goede voorbeelden op staan en waar mensen hun initiatief kunnen melden. Zij worden gevraagd aan te geven: o In welke kern hun initiatief speelt; o Of zij budget nodig hebben; o Of ze samenwerking met de gemeente nodig hebben. • We sturen het initiatief door naar een dorps- of wijkraad als er een actief is in de kern waar het initiatief speelt; • Initiatieven in een kern waar geen dorps- of wijkraad actief is, bellen we persoonlijk na. We schatten in samenspraak met hen in of het initiatief kans maakt op een bijdrage en koppelen hen zo nodig aan een medewerker als zij samenwerking zoeken.

Een initiatief krijgt een bijdrage als het: • Bijdraagt aan de leefbaarheid in die kern; • in principe de gehele gemeenschap van die kern ten goede komt; • Grotendeels door zelfwerkzaamheid (inzet van vrijwilligers) wordt gerealiseerd; • De benodigde bijdrage maximaal € 1.000,- bedraagt en er nog genoeg budget is; • Er geen sprake is van staatssteun of concurrentie met commerciële initiatieven. Om administratieve rompslomp zoveel mogelijk te voorkomen, is het voorstel om een deel van het huidige budget voor inwonersinitiatieven aan de dorps- of wijkraad toe te kennen middels een vaste jaarsubsidie. Zij kunnen dat budget inzetten voor de initiatieven die zij zelf en samen met andere inwoners uit de kern ondernemen, en rapporteren achteraf hoe zij dat budget hebben ingezet. Dat betekent dat die initiatiefnemers geen formele aanvraag hoeven in te dienen en niet hoeven te verantwoorden aan de gemeente: dat doet de dorps- of wijkraad. Het voorstel is om van het huidige budget van € 25.000,-: • Een jaarsubsidie van € 2.000,- toe te kennen aan elke erkende dorps- of wijkraad (nu: 7 dus in totaal € 14.000,-); • Het restant als budget voor incidentele subsidie voor inwonersinitiatieven beschikbaar te stellen (nu: € 11.000,-).

5.5 Behoefte om taken van de gemeente over te nemen (Uitdaagrecht) De wijziging van de gemeentewet (zie hoofdstuk 2, inleiding en aanleiding) houdt in dat de gemeente de keuze moet maken of zij in de nieuwe participatieverordening spelregels gaat opnemen voor het zogeheten ‘uitdaagrecht’. Het uitdaagrecht houdt in dat inwoners of maatschappelijke organisaties de gemeente kunnen verzoeken om taken over te nemen van de gemeente. Als de gemeente dat verzoek inwilligt, dan krijgen die inwoners of organisatie (een deel van) het budget dat de gemeente nu voor die taak gereserveerd heeft. En ze krijgen de verantwoordelijkheid om die taak te gaan uitvoeren. Bijvoorbeeld het onderhouden van een plantsoen, of de exploitatie van een zwembad. Als inwoners dat zelf willen gaan doen, is dat vaak omdat zij het door met vrijwilligers te werken goedkoper kunnen doen of omdat het dan meer bij hun eigen behoefte aansluit. Dan heb je meer

18

verschillende soort planten en bloemen in het plantsoen, of kunnen ze een lagere toegangsprijs voor het zwembad rekenen. Onze inschatting is dat we dergelijke verzoeken niet vaak zullen krijgen. Om die aanname te toetsen, hebben we een online vragenlijst uitgezet in het Praathuis. Daar zijn dertien reacties op binnengekomen. Die lopen zeer uiteen. Ruim de helft geeft aan geen interesse te hebben om een taak over te nemen. Leeftijd en fysieke inspanning worden hiervoor als redenen genoemd. Anderen hebben wel specifieke ideeën, met name ten aanzien van groenonderhoud zoals een plantsoen of een moestuin of de inrichting van een weiland als losloopgebied voor honden. Inspraak over beleid werd ook genoemd als een taak die mensen zouden willen overnemen. Een persoon uit twijfel of de gemeente bereid is taken over te dragen. We nemen contact op met de mensen die een idee hebben, om na te gaan hoe concreet dat is. Per initiatief maken we maatwerk afspraken maken.

5.6 Wat zijn mogelijke alternatieven? Omgevingsmanagers / wijkmanagers Bij bepaalde delen van de organisatie leeft sterk de wens om omgevingsmanagers of wijkmanagers aan te stellen. Mensen die actief ophalen wat er leeft en speelt rondom ingrijpende projecten in de openbare ruimte en goed zijn in het omgaan met inwoners en andere belanghebbenden. Gezien de beperkte financiële ruimte en de investeringen in capaciteit die we deze collegeperiode reeds doen, kijken we eerst hoe ver we komen met het actiever en vaker bevragen van actieve bewoners over wat er leeft en speelt in gebieden waar we aan de slag gaan met een project. Mocht dat onvoldoende blijken te zijn, dan kunnen we op een later moment alsnog besluiten om hier capaciteit voor vrij te maken. Participatiemedewerkers Een andere wens die in de organisatie leeft, is om de uitvoering van inwonersparticipatie te beleggen bij medewerkers die zich alleen daarop richten. Ook hier kiezen we niet voor. Deels vanwege geld, deels omdat we willen dat alle medewerkers zich verantwoordelijk voelen voor participatie. We laten de uitvoering daarom, zoals nu, bij de beleidsmedewerkers en projectleiders. Zij beschikken over projectondersteuners. De afdelingen moeten zelf bepalen of er voldoende ondersteuningscapaciteit is.

Wel is het voorstel (zie punt 2) om dekking te zoeken voor het aanstellen van een adviseur inwonersparticipatie die hen helpt de juiste keuzes te maken, de beste vorm te vinden en kennis overdraagt. Toegankelijke publieksversies We vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen kunnen participeren. Daarom wilden we van belangrijke beleidsdocumenten en projectplannen toegankelijke publieksversies laten maken, nadat ze door raad of college zijn vastgesteld. In eenvoudige taal en beeldend. We hebben enkele communicatiebureaus benaderd met de vraag wat dat zou kosten. Zij lieten weten dat ze die vraag zelden krijgen: gemeenten gebruiken vooral nieuwsbrieven, persberichten of andere korte berichten om inwoners te informeren en zetten niet het beleidsplan of projectplan in zijn geheel om in eenvoudige taal en beeldtaal. Dat doen we zelf nu ook. We stellen voor om op de huidige manier te blijven doen. Behoud Koepel Sociaal Domein Tijdens de participatie over de voorstellen in deze nota is geopperd om de gewenste veranderingen ten aanzien van de advisering niet te zoeken in het stoppen met de Koepel Sociaal Domein (KSD), maar in het versterken van de bestaande structuren. Dit pleidooi kwam zowel van leden van de KSD 19

als van de voorzitter van het Cultuurplatform en het Gezamenlijk Dorps- en Wijkradenoverleg. Hun argumenten: het kost veel tijd om iets nieuws op te zetten, en je raakt misschien de vele betrokken en actieve mensen kwijt die zich nu in de adviesraden onder de KSD inzetten en zo hun kennis delen, als de KSD ophoudt te bestaan. Dat laatste willen we zoveel mogelijk voorkomen door duidelijk te maken dat we al die mensen en hun inzet zeer waarderen en willen vasthouden. Alleen de vorm van de formele advisering willen we loslaten. De meer informele dialoogvorm die we voor ogen hebben kan daarnaast juist nieuwe mensen aanspreken. Jonge mensen willen vaak best meedenken, als de tijd en het onderwerp begrensd zijn. Niet iedereen wil zich voor onbepaalde tijd verbinden aan een adviesraad. Daarnaast is het de vraag in hoeverre de bestaande structuur in stand kàn blijven. Wanneer we cliëntpanels oprichten voor de Jeugdwet, Participatiewet, Sociale Werkvoorziening en Wmo, zou het verwarrend zijn als er daarnaast nog drie gelijknamige raden blijven bestaan. De leden van die raden willen we graag behouden en betrekken bij de organisatie van de dialoog die we met inwoners willen voeren. Hun grote lokale netwerk is zeer waardevol in het bereiken van die inwoners. In haar zienswijze van 11 september 2024 vroeg de Koepel Sociaal Domein aandacht voor de meerwaarde van ongevraagde adviezen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendamid=67262afa-3e71-4da5-b1e8-d7f03c123676