Edam-Volendam - Accountantsverslag 2024
Tekst van het document
Accountantsverslag 2024 Gemeente Edam-Volendam
Aan de gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam Postbus 180 1130 AD VOLENDAM
Geachte leden van de raad,
Onderwerp Accountantsverslag 2024
Bij de jaarrekening 2024 hebben wij op 1 mei 2025 een controleverklaring met goedkeurend oordeel afgegeven. Dit oordeel bij de jaarrekening 2024 ziet ook toe op de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording.
Datum 1 mei 2025
Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2024. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole.
Kenmerk 312020004.25.332
Wij hebben de controle van de jaarrekening 2024 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Edam-Volendam is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 8 mei 2025 bespreken wij onze controlebevindingen met de auditcommissie.
Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de raad en het college. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de raad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. ValidSigned door A. Booij RA op 01-05-2025
A. Booij RA
Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Inhoudsopgave
Contact De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij .................................... 2 2. Financiële positie en resultaat ............................................................... 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole .......................................................... 11 4. Interne beheersing .............................................................................. 22
06 – 1509 2689
5. Overige aangelegenheden ................................................................... 26
abooij@psa-ra.nl
6. Verplichte tabel SiSa ........................................................................... 30
Remco Korhorn 06 – 1099 9195 rkorhorn@psa-ra.nl
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312020004.25.332 - 1
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging d.d. 29 augustus 2024 en kenmerk 312020004.24.471 heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2024. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Edam-Volendam. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2024 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle is verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Controleprotocol 2023-2026 gemeente Edam-Volendam zoals vastgesteld door de raad op 23 november 2023 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2024 vallen.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het vastgestelde Controleprotocol 2023-2026
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben sluit aan op het controleprotocol. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2024 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen daarom: Bron: Jaarstukken 2024 Goedkeuringsmaterialiteit
Fouten € 1.537.000
Onzekerheden € 4.613.000
De raad heeft in het Controleprotocol 2023-2026 de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000.
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de controle van de jaarrekening 2024 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risicogebieden en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De risicogebieden en aandachtspunten zijn als volgt: ▪
De verwerking van de gevolgen van de oprichting van Glasvezel Edam-Volendam, waaronder de impact op de waardering van het al bestaande CAI-kabelnetwerk. 312020004.25.332 - 2
▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
▪
De realisatie en haalbaarheid van de investeringsplanning en de beheersing van investeringskredieten. Het omzetten van bestemmingsreserves die gevormd zijn ter dekking van kosten van groot onderhoud in voorzieningen voor wegen, civiele kunstwerken, baggeren, gemeentelijke eigendommen en buitensport op basis van actuele beheerplannen. De waardering en presentatie van de grondexploitatie, waarbij wij ingaan op de volgende aandachtspunten: • Haalbaarheid afwikkeling Broeckgouw en Oude Seinpaal in 2024; • Voortgang en resultaatprognose Maria Goretti; • Ontwikkeling van nieuwe grondexploitaties, waaronder de Purmer en de Lange Weeren. Voortgang uniformering beleid pensioenvoorzieningen (gewezen) wethouders. De onderbouwing en ontwikkeling van de voorziening verlofsparen. De mogelijk noodzakelijke vorming van een voorziening Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot (doorlopende) fouten in voorgaande jaren (2023: € 188.000). Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over boekjaar 2023 gerapporteerde onzekerheden ad € 1.773.000 rondom de prestatielevering zorg in natura Jeugd en Wmo en de Pgb’s Jeugd en Wmo. Management override of controls.
Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Edam-Volendam. Wij hebben op dit moment geen indicaties dat dit zich heeft voorgedaan. De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. Ontwikkelingen en actualiteiten op IT-gebied, waaronder de implementatie van het nieuwe financieel pakket per 2024. De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. Risico’s en claims. De ontwikkeling en invoering van de duurzaamheidsrapportage bij de gemeente Edam-Volendam
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft het college voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door het college ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
312020004.25.332 - 3
De baten en lasten, alsmede balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen zijn rechtmatig
Op basis van uw Controleprotocol 2023-2026 (inclusief het bijhorend normenkader 2024) hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met betrekking tot de specifieke uitkeringen gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente voert 24 regelingen met betrekking tot specifieke uitkeringen uit. Deze zijn verantwoord via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening.
Uw rechtmatigheidsverantwoording
In de jaarrekening legt het college met de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van baten, lasten alsmede balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, het voorwaarden- en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheids-verantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd.
Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2024.
Dit houdt in dat de verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting, verordeningen en met de bepalingen in de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het op 12 december 2024 door de raad vastgestelde normenkader 2024 voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. De rechtmatigheidsverantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 4.613.000. Er zijn afwijkingen geconstateerd boven dit grensbedrag. Deze afwijkingen hebben betrekking op het begrotingscriterium en het voorwaardecriterium. In de jaarstukken (paragraaf bedrijfsvoering en in de rechtmatigheidsverantwoording welke is opgenomen in de jaarrekening) geeft het college hier een nadere toelichting op. In hoofdstuk 3 van dit accountantsverslag gaan wij nader in op de rechtmatigheidsverantwoording.
De jaarrekening voldoet aan het BBV
Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Edam-Volendam. Daarnaast vereisen zij van het college het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Edam-Volendam zijn uiteengezet in de jaarstukken 2024 in onderdeel “Grondslagen”, bestaande uit de “Grondslagen voor de waardering”, “Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording” en “Grondslagen voor de resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2024 heeft zich ten opzichte van 2023 één wijziging voorgedaan in de 312020004.25.332 - 4
toegepaste verslaggevingsgrondslagen. Deze wijziging heeft betrekking op verantwoorden van lasten voor groot onderhoud. Deze lasten worden vanaf boekjaar 2024 gedekt vanuit de onderhoudsvoorzieningen die gevormd zijn, terwijl deze in 2023 nog rechtstreeks in de exploitatie werden verantwoord (en vervolgens gedekt vanuit bestemmingsreserves). Dit is ook als zodanig toegelicht in de grondslagen bij het onderdeel “Stelselwijziging”. Verder is geen sprake van wijzigingen in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die van invloed zijn op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Edam-Volendam. Wij hebben het door het college toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze controle van de jaarrekening, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn daarom niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2024 van de gemeente Edam-Volendam een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2024 en van het vermogen op 31 december 2024 in overeenstemming met het BBV. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u daarom ons een door voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312020004.25.332 - 5
2.
Financiële positie en resultaat
312020004.25.332 - 6
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt in relatieve zin iets af, maar stijgt in absolute zin
In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2024 bedraagt € 6.765.000 negatief. Per saldo is tussentijds € 10.485.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2024 € 3.720.000 voordelig bedraagt. Dit gerealiseerd resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. Eigen vermogen (in € 1.000)
2024
2023
2022
2021
2020
Eigen vermogen per 1 januari
79.694
76.533
72.031
70.722
74.140
Tussentijdse resultaatbestemming
-10.485
2.094
573
-/- 1.457
-/- 1.251
Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)
3.720
1.066
3.929
2.766
-/- 2.167
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
-6.765
3.160
4.502
1.309
-/- 3.418
Eigen vermogen per 31 december
72.928
79.694
76.533
72.031
70.722
NB. Door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw raad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2024 38% van het balanstotaal (2023: 45% van het balanstotaal) en daarmee in relatieve zin gedaald. In absolute zin is het eigen vermogen in 2024 afgenomen. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2024. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
312020004.25.332 - 7
Gerealiseerd resultaat betreft het gerealiseerd saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerd saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Edam-Volendam ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves. De toevoegingen aan dan wel onttrekkingen uit reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten (inclusief overhead)
130.542
Totale lasten (inclusief overhead en vennootschapsbelasting)
137.308
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
-/- 6.765
Af: toevoegingen aan reserves
16.475
Bij: onttrekkingen uit reserves
26.960
Saldo mutaties reserves
10.485
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
3.720
De exploitatie over 2024 laat een nadelig gerealiseerd saldo van baten en lasten (resultaat vóór reservemutaties) van € 6.765.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 11.931.000 nadelig. Dit is een voordeel van € 5.166.000. Het voordelig gerealiseerd resultaat van € 3.720.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het gerealiseerd resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen. Het nadelig gerealiseerd saldo van baten en lasten 2024 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven, waaronder de incidentele meevallers (hogere baten/lagere lasten) die zijn ontstaan na het opstellen van de Winternota in oktober 2024.
Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
312020004.25.332 - 8
Het college geeft aan dat het beschikbare weerstandsvermogen past binnen het kaders zoals dit door de raad is vastgesteld
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”) heeft het college bepaald op € 30.266.000. In 2023 bedroeg deze €25.694.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is daarom ten opzichte van 2023 gestegen. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. Deze cumuleren voor 2024 tot een bedrag van € 8.743.000 (2023: € 7.804.000). Op basis van deze kwantificering is de weerstandsratio voor 2024 3,5 (2023: 3,3). Deze ratio is hoger, zo geeft het college aan, dan de gewenste ratio van 1,0 – 1,4 (bandbreedte) die de raad in de “Nota weerstandsvermogen en risicomanagement” heeft aangegeven. Ten opzichte van 2023 is sprake van een stijging van de gekwantificeerde risico’s en een stijging van de beschikbare weerstandcapaciteit. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312020004.25.332 - 9
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312020004.25.332 - 10
3. Bevindingen eindejaarscontrole De rechtmatigheidsverantwoording 2024 is getrouw
Uw rechtmatigheidsverantwoording 2024 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben vastgesteld dat deze voldoet aan het voorgeschreven model en dat daarbij de door de raad vastgestelde kaders zijn gehanteerd. Deze kaders zijn in overeenstemming met richtlijnen die vanuit de commissie BBV zijn gegeven. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat sprake is van rechtmatigheidsafwijkingen voor een totaalbedrag van € 14.750.000. De afwijkingen hebben betrekking op het begrotingscriterium (€ 13.822.000) en het voorwaardencriterium (€ 928.000). Wij hebben uit onze controles geen indicaties dat sprake is van andere afwijkingen (M&Ocriterium) dan die het college van burgemeester en wethouder rapporteert. De begrotings- en kredietoverschrijdingen zijn door het college toegelicht in het overzicht “begrotingsonrechtmatigheden” zoals opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering in het jaarverslag. Op basis van artikel 12 lid 4 van de financiële verordening kwalificeren deze begrotingsafwijkingen voor een bedrag van € 12.287.000 als acceptabel, omdat deze worden gecompenseerd door direct gerelateerde baten, er sprake is van open-einde en tijdig aan de raad zijn gemeld. Op basis van artikel 10 lid 3 van de financiële verordening heeft het college de afwijkingen groter dan € 50.000 toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Gelet op de door de raad vastgestelde rapporteringsgrens geldt dat ook voor de afwijkingen van het voorwaardencriterium. Ons oordeel bij uw rechtmatigheidsverantwoording Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de kaderstelling door de raad hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording van het college van burgemeester en wethouders een getrouw beeld geeft. De jaarrekening (rechtmatigheidsverantwoording) en het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) bevat alle voorgeschreven informatie. Alle verplichte onderdelen zijn toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is aangepast en bevat wijzigingen die relevant zijn vanaf 2025
Op 16 april 2025 heeft het Rijk in het Staatsblad een aantal wijzigingen gepubliceerd van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, het Waterschapsbesluit en het Besluit van 29 oktober 2021 tot wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001. De wijzigingen gaan in voor verantwoordingen over het begrotingsjaar 2025. Hieronder hebben wij de belangrijkste wijzigingen die voor u relevant zijn opgenomen. Wijzigingen Besluit accountantscontrole decentrale overheden ▪ In artikel 1 zijn de “begrippen” afwijking, deelverantwoording, financiële rechtmatigheid en openbaar lichaam aangepast; ▪ In artikel 2 is aangegeven dat de goedkeuringstolerantie wordt aangepast. Vanaf het verslagjaar 2025 bedraagt deze 2% van de omvangsbasis. Deze is tot en met 2024 1%. De omvangsbasis is daarbij gelijk aan de totale lasten van de gemeente exclusief de 312020004.24.367 - 11
voor de rechtmatigheidsverantwoording
▪
toevoegingen aan de reserves. Tot en met 2024 was de omvangsbasis gelijk aan de totale lasten van de gemeente inclusief de toevoegingen aan de reserves; en De goedkeuringstolerantie is de som van de afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de uitvoering van de controle. Dit betekent dat fouten en onzekerheden gezamenlijk worden afgewogen (lees: opgeteld) ten opzichte van de goedkeuringstolerantie van 2%. Tot en met 2024 werden fouten (1%) en onzekerheden (3%) afzonderlijk afgewogen. Wanneer fouten en onzekerheden samen meer dan 2% van de omvangsbasis bedragen, dient de accountant een niet-goedkeurende controleverklaring af te geven.
Deze aanpassingen zijn relevant voor het intern controleplan van uw gemeente en de uitvoering daarvan. Wijzigingen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten ▪ In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn wijzigingen doorgevoerd, waarmee de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is geformaliseerd. Aan artikel 1 van het BBV zijn daartoe de volgende onderdelen toegevoegd: o o o o o
Rechtmatigheidsverantwoording; Verantwoordingsgrens; Financiële rechtmatigheid; Rechtmatigheidsfout; en Onduidelijkheid.
De verantwoordelijkheid voor deze verantwoording is daarmee expliciet bij het college neergelegd. ▪
In het BBV is nu expliciet geregeld dat in de paragraaf bedrijfsvoering een beschrijving wordt opgenomen van de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.
▪
De paragraaf “Wet open overheid” is een verplichte paragraaf geworden.
▪
In titel 4.7 zijn in artikel 58b de verslaggevingskaders voor de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Deze zijn: o De jaarrekening bevat een rechtmatigheidsverantwoording. o De rechtmatigheidsverantwoording bevat een overzicht van de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De verantwoordingsgrens is een totaalbedrag voor rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De gemeenteraad en provinciale staten stellen de verantwoordingsgrens vast op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves.
312020004.25.332 - 12
o
Voor zover het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid hoger is dan de verantwoordingsgrens, worden deze in het kader van de financiële rechtmatigheid opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij ministeriële regeling wordt voor de rechtmatigheidsverantwoording een model vastgesteld.
De belangrijkste aanpassing is dat de verantwoordingsgrens vanaf 2025 maximaal 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves kan zijn. Deze aanpassingen zijn relevant voor de jaarrekening 2025 (verantwoording) en uw kaderstelling (verantwoordingsgrens maximaal 2%). Voor een totaalbeeld van de wijzigingen verwijzen wij naar https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2025-99.html.
Omvang geactiveerde voorbereidingskosten fors toegenomen
In 2024 heeft de raad het ontwikkelkader De Lange Weeren vastgesteld. In dit ontwikkelkader zijn uw ambities op het gebied van woningbouw, maar ook op het gebied van water, landschap en mobiliteit opgenomen. Uw bedoeling is om een “vooruitstrevende en unieke” woonwijk te realiseren. Een grondexploitatie is nog niet geopend, omdat u nog in de fase zit dat een concreet plan voor de invulling moet worden gemaakt. Om die reden in vooralsnog alleen een voorbereidingskrediet van € 1,2 miljoen verstrekt. Ook voor de transformatie van het industrieterrein Julianweg is een voorbereidingskrediet verstrekt. In de balans zijn gemaakte voorbereidingskosten voor deze projecten onder de immateriële vaste activa opgenomen. Ultimo 2024 betreft dit een bedrag van € 1,9 miljoen. Het BBV staat het activeren van voorbereidingskosten, onder de immateriële vaste activa, toe, wanneer voldaan wordt aan de volgende voorwaarden uit de notitie grondexploitatie van de Commissie BBV: 1. 2.
3.
de kosten moeten passen binnen specifieke (wettelijke) definities; en de kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa; na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve grondexploitatie of investeringswerk en kunnen dan daarin worden ingebracht, dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat; en plannen tot ontwikkeling van de grond of werk waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, moeten bestuurlijke instemming hebben, blijkend uit een raadsbesluit.
Wanneer dit niet het geval is, of wanneer in de periode ervoor blijkt dat alsnog geen grondexploitatie of investeringswerk zal worden geopend, dienen de kosten alsnog en direct ten laste van het resultaat gebracht te worden. Wij adviseren u de komende jaren vast te stellen dat geactiveerde kosten aan deze voorwaarden voldoen. Wij adviseren u verder om te bewaken dat de genoemde termijn van 5 jaar gerealiseerd wordt. Ook is het van belang de thans geactiveerde kosten mee te nemen in de nog op te stellen grondexploitaties of kredietaanvragen, omdat deze impact hebben op de waardering en het toekomstige resultaat van de nog te openen grondexploitatie of het investeringswerk. In het geval sprake is van een grondexploitatie en deze verlieslatend blijkt te zijn, dient uiteraard voor het verwachte verlies een voorziening gevormd te worden ten laste van het resultaat. 312020004.25.332 - 13
Oprichting joint venture
In 2024 heeft uw gemeente samen met Glasdraad een joint venture opgericht, met als doel een glasvezelnetwerk in de gemeente aan te leggen. Uw gemeente heeft hiertoe in 2024 een aandelenkapitaal van € 100 volgestort en een inbreng van agio gedaan met een waarde van € 5,7 mln. Bij de oprichting van de joint venture, heeft u het “oude” kabelnetwerk ingebracht, wat op € 5,4 miljoen gewaardeerd is. Uw gemeente heeft voor de inbreng van de CAI een vergoeding ontvangen, welke in de bestemmingsreserve “Opbrengst Glasdraad” is gestort. De huidige CAI wordt uitgefaseerd. Als gevolg hiervan ontstaat in de begroting tijdelijk een tekort in de begroting, omdat de joint venture de eerste jaren, vanwege het ontbreken van liquide middelen, nog geen dividend uitkeert. Dit begrotingstekort wordt daarom voorlopig vanuit de gevormde reserve gedekt.
Uw grondexploitaties zijn geactualiseerd – het verwachte resultaat is verslechterd
De boekwaarde van het onderhanden werk is in 2024 met € 9.857.000 toegenomen tot € 7.271.000 positief. Een positieve boekwaarde betekent dat sprake is (geweest) van kosten die hoger zijn geweest dan de gerealiseerde opbrengsten. De ontwikkeling van de boekwaarde per complex is als volgt: Complex (bedragen in €’s)
31-12-2023
31-12-2024
Broeckgouw
-/- 2.963.000
0
Maria Goretti
629.000
-/- 902.000
Oude Seinpaal
-/- 252.000
0
0
8.713.000
-/- 2.586.000
7.271.000
De Purmer Totaal
De waardering van elke grondexploitatie afzonderlijk, is afhankelijk van het verwachte exploitatieresultaat. Deze worden jaarlijks door het college geactualiseerd. Wanneer sprake is van een, naar verwachting, winstgevende exploitatie, dan behoeft geen voorziening getroffen te worden. Is het exploitatieresultaat naar verwachting nadelig, dan moet een voorziening worden gevormd. Bij de nu lopende exploitaties heeft het college ingeschat dat geen sprake is van verwachte nadelige resultaten, waardoor voorzieningen niet noodzakelijk zijn. In de paragraaf Grondbeleid en in toelichting op de balans geeft het college per lopende exploitatie inzicht in de mutaties 2023. Wij verwijzen u daarnaar. De belangrijkste bevindingen en adviezen die wij u mee willen geven zijn: Broeckgouw en Oude Seinpaal zijn afgesloten In de jaarrekening zijn de grondexploitaties van Broeckgouw en Oude Seinpaal afgesloten. Hierbij is een voordelig resultaat van € 417.000 gerealiseerd. In de jaarrekening 2023 verwacht het college nog een resultaat van € 579.000 op deze twee exploitaties. Het lagere resultaat is voornamelijk het gevolg van hogere kosten voor infrastructurele werken in Broeckgouw en winstafdrachten van verkochte woningen in Broeckgouw. De uiteindelijk gerealiseerde winst van de exploitatie Broeckgouw is uitgekomen op € 12,4 miljoen.
De gerealiseerde winst bij Oude Seinpaal is nagenoeg gelijk aan de raming. 312020004.25.332 - 14
Tussentijdse winstneming Maria Goretti In 2024 zijn alle verwachte opbrengsten gerealiseerd. Gelet op de impact hiervan op de boekwaarde, is in 2024 een tussentijdse winst genomen van € 196.000. Bij de herziening van de grondexploitatie heeft het college ingeschat dat de nog te maken kosten ten opzichte van 2023 lager uit zullen vallen en er nog een te realiseren winst van ongeveer € 152.000 wordt verwacht. De totale winstverwachting komt daarmee op € 348.000, en is daarmee hoger dan waar in 2023 nog rekening mee werd gehouden (€ 202.000). De Purmer is geopend In 2024 heeft de raad besloten tot ontwikkeling van een deel van de Purmer en het gebied in te richten als bedrijventerrein en voor gemengde doeleinden, zoals watercompensatie, onderwijs, sport en overige doeleinden. Industrieterrein De Purmer zal in de eerste plaats ruimte bieden aan bedrijven die nu gevestigd zijn in de kernen van de gemeente Edam-Volendam, waaronder de Julianaweg. In de jaarrekening 2024 is de grondexploitatie geopend en zijn de eerste kosten van de verwerving van gronden, in het verleden gemaakte voorbereidingskosten en plankosten 2024 verantwoord in het onderhanden werk. De boekwaarde van de grondexploitatie bedraagt ultimo 2024 € 8.173.000. De komende jaren verwacht het college de resterende gronden te verwerven en worden kosten voor bijvoorbeeld bouw- en woonrijpmaken gemaakt.
Hiervoor heeft het college een calculatie opgesteld. Daarnaast heeft het college een raming voor de nog te realiseren opbrengsten gemaakt. Op basis van deze berekeningen verwacht u een klein voordelig resultaat voor deze exploitatie: Resultaatprognose complex De Purmer (bedrag x € 1.000) Boekwaarde 31-12-2024
8.173
Nog te maken kosten
87.392
Nog te realiseren opbrengsten
102.891
Verwacht eindresultaat (voordelig)
7.478
De waardering van de grondexploitatie is in belangrijke mate afhankelijk van de verdere planvorming en fasering. Vooralsnog verwacht het college dat in 2027 met het bouwrijp maken begonnen kan worden en in 2028 een eerste gronduitgifte plaats kan vinden. Wanneer dat later wordt, kan dat gevolgen hebben voor de te realiseren kosten en opbrengsten. In de vastgestelde grondexploitatie zijn voor de komende tien jaar de kosten en opbrengsten geïndexeerd, maar heeft het college overeenkomstig het BBV voorzichtigheidshalve nog geen indexering toegepast op de nog te realiseren grondverkopen die naar verwachting pas na tien jaar zullen plaatsvinden. Volgens het BBV mag geen indexering worden toegepast bij grondexploitaties die langer lopen dan tien jaar op de opbrengsten vanaf het tiende jaar.
312020004.25.332 - 15
Wij adviseren u het verloop van de boekwaarde en de inschatting van de nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten goed te blijven monitoren. De lange looptijd van de exploitatie en de omvang van de nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten kunnen een belangrijke impact op de resultaatverwachting hebben.
Baten specifieke uitkering Woningbouwimpuls en specifieke uitkering startbouwimpuls voorzichtigheidshalve nog niet genomen
Regeling specifieke uitkering startbouwimpuls Uw gemeente heeft een bijdrage van € 994.500 ontvangen in het kader van de Regeling specifieke uitkering startbouwimpuls. Deze specifieke uitkering is bedoeld om gemeenten te ondersteunen om een bijdrage te leveren aan het inlopen van het woningtekort en het meerjarig hoog houden van de bouwproductie. Zo wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het versnellen van de woningbouw en de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen voor starters en mensen met een middeninkomen. Voor uw gemeente is deze uitkering bedoeld om twee projecten met in totaal 99 woningen te realiseren in de periode 13 oktober 2023 tot en met 31 december 2028. De bedoelde projecten zijn de Bokkingstraat (16 woningen) en Maria Goretti (83 woningen). De toegekende bijdrage zal pas definitief worden vastgesteld wanneer de gehele projectperiode (2023-2028) voorbij is en aan alle voorwaarden is voldaan. In de SiSa-bijlage doet het college jaarlijks een opgave van de gerealiseerde bestedingen in het betreffende jaar. Deze bedragen in 2024 in totaal € 137.000. Deze (voorbereidings-)kosten voldoen vooralsnog aan de voorwaarden zoals deze in de Regeling specifieke uitkering startbouwimpuls zijn opgenomen. Het college heeft echter ingeschat dat over de gehele projectperiode mogelijk niet aan alle voorwaarden voor toekenning van de bijdrage voldaan zal worden.
Dit komt voort uit het feit dat het aantal gerealiseerde betaalbare woningen en de gehanteerde prijscategorieën mogelijk afwijken van de voorwaarden zoals gesteld in de regeling. Daarnaast geldt dat slechts recht op de uitkering bestaat op het moment van aanvraag, indien sprake is van een (verwacht) financieel tekort op het project. Omdat het college deze inschatting heeft gemaakt, heef zij voorzichtigheidshalve geen bate verantwoord in de jaarrekening. Deze bate zou normaliter is de pas lopen met de bestedingen zoals deze uit de SiSa-bijlage blijken. Het vooruitontvangen bedrag is daarom op de balans, onder de overlopende passiva verantwoord. Op basis van de huidige inzichten van het college wordt geen tekort verwacht en wordt daarmee niet aan alle voorwaarden voor toekenning van de bijdrage voldaan. Wij adviseren u om hierover afstemming te zoeken met het ministerie en na te gaan of, en zo ja voor welk bedrag, sprake is van een recht op de specifieke uitkering. Regeling Woningbouwimpuls 2020 In 2024 heeft het college een aanvraag ingediend voor het project De Lange Weeren voor een bijdrage uit het Besluit en de Regeling Woningbouwimpuls 2020. Deze aanvraag is gehonoreerd. Voor de periode 2024-2034 heeft uw gemeente een voorschotbedrag van € 6,3 miljoen ontvangen.
Dit bedrag is onder de vooruitontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel onder de overlopende passiva op de balans verantwoord.
312020004.25.332 - 16
In de SiSa-bijlage doet het college jaarlijks een opgave van de gerealiseerde bestedingen in het betreffende jaar. Deze bedragen in 2024 in totaal € 625.000. Deze (voorbereidings-)kosten voldoen vooralsnog aan de voorwaarden zoals deze in de Regeling Woningbouwimpuls 2020 zijn opgenomen. Normaliter wordt in de jaarrekening dan ook een bate verantwoord, naar rato van de gemaakte kosten. In de jaarrekening over 2024 is echter geen bate verantwoord, omdat op basis van de regeling een bate verantwoord kan worden, naar rato van de bouwactiviteiten. De Commissie BBV en het ministerie van BZK hebben aangegeven dat het moment waarop de eerste paal de grond in gaat, formeel als startpunt voor de bouw geldt. Omdat de feitelijke bouw nog niet gestart is, kan daarom nog geen bate verantwoord worden. Naarmate het project zal vorderen en daadwerkelijk met de bouw wordt begonnen, kan het vooruitontvangen bedrag vrijvallen naar rato van de bouwactiviteiten. Uiteraard dient, in continuïteit, te worden vastgesteld dat voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in het Besluit en de Regeling Woningbouwimpuls 2020. Wij adviseren u dit goed te monitoren.
Voorziening RVU: voor 2024 In 2024 heeft er een wijziging van de gemeente-CAO plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn er bij de commissie BBV vragen gesteld rondom de Regeling Vervroegde Uitdiensttreding (RVU), dat is veroorzaakt door een aanpassing van de CAO. Medewerkers beperkte aanmeldingen
die uiterlijk 31 december 2028 de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en 41 jaar in dienst zijn geweest bij een bij ABP aangesloten werkgever (waarvan de laatste 10 jaar van een werkgever in de sector gemeenten) kunnen vervroegd uitdiensttreden met behoud van een maandelijkse uitkering. In dit kader moeten gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een voorziening vormen, wanneer er al is afgesproken voor het einde van het boekjaar dat er gebruik gemaakt gaat worden van deze regeling (in de vorm van een overeenkomst). Op basis van onze controle blijken geen aanmeldingen binnen uw gemeente voor deze regeling. Daarom heeft het college geen voorziening opgenomen per ultimo 2024.
In 2024 zijn voorzieningen voor groot onderhoud gevormd, maar de uitvoering loopt achter
Tot en met de jaarrekening 2023 werden de kosten voor groot onderhoud aan uw kapitaalgoederen via bestemmingsreserves geëgaliseerd omdat u niet over beheerplannen beschikte die voldeden aan de vereisten zoals opgenomen in het BBV. In 2023 bent u bezig geweest met het opstellen van beheerplannen. Op basis van deze beheerplannen en de meerjarige financiële vertaling, zijn in de jaarrekening 2024 weer voorzieningen voor groot meerjarig onderhoud aan uw kapitaalgoederen getroffen. Ultimo 2024 is sprake van de volgende onderhoudsvoorzieningen: Voorziening (bedragen x € 1.000) Groot onderhoud Wegen Groot onderhoud Gemeentelijke eigendommen Groot onderhoud Buitensportaccommodaties Groot onderhoud Baggeren Groot onderhoud Civiele Kunstwerken Groot onderhoud Wegen - achterstallig
Boekwaarde 1-1-2024 0 0 0 0 0 0
Toevoegingen
Aanwendingen
3.207 2.979 1.073 540 2.131 900
2.021 967 431 57 1.642 133
Boekwaarde 31-12-2024 1.186 2.012 642 483 489 767 312020004.25.332 - 17
Groot onderhoud Civiele Kunstwerken achterstallig Totaal
0 0
723
0
723
11.553
5.251
6.302
De toevoegingen aan de voorzieningen zijn gedaan op basis van de geactualiseerde beheerplannen en de daarbij horende meerjarenramingen. Hieronder hebben wij een overzicht opgenomen van de verwachte uitgaven voor groot onderhoud in 2024 en de gerealiseerde uitgaven voor groot onderhoud per voorziening. Daaruit blijk dat van de verwachte uitgaven 2024 ad € 8,1 miljoen, er slechts € 5,3 miljoen is gerealiseerd. Voorziening (bedragen x € 1.000) Groot onderhoud Wegen Groot onderhoud Gemeentelijke eigendommen Groot onderhoud Buitensportaccommodaties Groot onderhoud Baggeren Groot onderhoud Civiele Kunstwerken Totaal
Onttrekking 2024 Geraamd Gerealiseerd 3.058 2.154 1.774 967 398 431 486 57 2.376 1.642 8.092 5.251
Verschil 904 807 -/- 33 429 734 2.841
Wanneer zowel de daadwerkelijke uitvoering als ook de gerealiseerde kosten met de onderliggende planningen in de pas (blijven) lopen, is dat een indicatie dat het onderliggende plan een goede onderbouwing voor de getroffen voorziening is. Reeds in het eerste jaar dat de geactualiseerde in uitvoering zijn gekomen, is al sprake van een behoorlijke achterstand, zowel financieel als qua uitvoering. Voor dit laatste verwijzen wij u ook naar de paragraaf “Onderhoud kapitaalgoederen”. Nu de voorzieningen weer gevormd zijn, is het van belang dat u periodiek vaststelt dat de getroffen voorzieningen nog in de pas lopen met de onderliggende beheerplannen en daarbij horende kostenramingen. De achterblijvende uitgaven kunnen verschillende oorzaken hebben, waaronder: ▪ Uitstel van geplande werkzaamheden (bijvoorbeeld door vertraging in de voorbereiding of aanbesteding); ▪ Capaciteitsproblemen binnen de organisatie of bij aannemers; ▪ Strategisch schuiven van onderhoud in afwachting van herontwikkeling; ▪ Beperkte beschikbaarheid van materialen of vergunningen. Wij adviseren u hier een nadere analyse op uit te voeren, waarbij ingegaan kan worden op de volgende punten: ▪ Analyseer per project de oorzaak van de vertraging: Een nadere inventarisatie is nodig om vast te stellen of het gaat om incidentele of structurele oorzaken.
▪ Actualiseer waar nodig de impact op de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP): Als werkzaamheden zijn doorgeschoven, moet mogelijk het MJOP worden geactualiseerd en afgestemd op de nieuwe uitvoeringsrealiteit. ▪ Voorkom kwaliteitsverlies door onderhoudsachterstanden: Laat zo nodig een technische inspectie uitvoeren om te beoordelen of het uitstel tot extra risico's of kosten leidt.
312020004.25.332 - 18
▪
▪
Herijk het budget waar nodig: Als blijkt dat bepaalde uitgaven structureel niet nodig zijn of doorgeschoven worden, moet overwogen worden om budgetten aan te passen of door te schuiven naar latere jaren. Dit dient zorgvuldig en onderbouwd te gebeuren. Versterk de projectbeheersing en uitvoeringscapaciteit: Overweeg organisatorische maatregelen, zoals het versnellen van aanbestedingstrajecten, het inzetten op meerjarige raamcontracten met uitvoerders en aanvulling van capaciteit binnen het projectbeheer.
Het is van belang om grip te houden op zowel de staat van onderhoud als op het financieel beheer. Gelet op het verschil tussen de geraamde en gerealiseerde onttrekkingen is dit een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Tijdige bijsturing voorkomt ongewenste consequenties op de lange termijn.
Onzekerheden sociaal domein – prestatielevering niet vastgesteld
Het vaststellen dat de prestaties in het kader van de Wmo ZIN en Jeugdwet ZIN zijn geleverd, moet op twee manieren worden vastgesteld, namelijk: ▪
▪
Enerzijds via de productieverantwoordingen van de zorginstelling die zijn voorzien van een controleverklaring met goedkeurend oordeel van de accountant van de zorginstellingen. Zorginstellingen zijn op basis van het “Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2024” verplicht bij productieverantwoordingen boven de € 125.000 een controleverklaring van de accountant van de zorginstelling toe te voegen. De accountant stelt bij de controle onder andere vast dat de zorg is geleverd. Anderzijds door bij productieverantwoordingen zonder controleverklaring, of in die gevallen waar geen goedkeurende controleverklaring is verstrekt, het college aanvullende controles uit te laten voeren om vast te stellen dat de prestaties zijn geleverd. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een telefonische enquête vast te stellen dat de cliënt de zorg heeft ontvangen.
Over 2024 is in totaal € 610.000 aan bestedingen in het kader van de Wmo ZIN en in totaal € 869.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN niet voorzien van een productieverantwoording met (goedkeurende) controleverklaring van de accountant van de zorginstelling of zijn geen aanvullende controles uitgevoerd om vast te stellen dat de prestaties zijn geleverd. Wij hebben deze bestedingen daarom als onzeker aangemerkt. Deze cumulatieve onzekerheden passen binnen grenzen voor goedkeuring.
Onzekerheden Pgb’s (Wmo en Jeugdwet)
Bij de controle op de Persoonsgebonden budgetten (Pgb’s) voor de Wmo en de Jeugdwet is het van belang om de rechtmatigheid van de lasten vast te stellen. Uw gemeente kent de Pgb’s toe voor jeugdzorg en Wmo. De Pgb-bestedingen zijn door uw gemeente (verplicht) belegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft een controleverklaring met beperking bij de verantwoordingen 2024 verstrekt vanwege diverse rechtmatigheidsafwijkingen. De SVB beoordeelt een deel van de bestedingen ten laste van de Pgb-budgetten als onrechtmatig. Dit betekent voor uw gemeente voor de Jeugd Pgb’s een meest waarschijnlijke fout van € 3.910 en voor Wmo Pgb’s € 700.
312020004.25.332 - 19
De Auditdienst SVB controleert niet de prestatielevering die ten grondslag dient te liggen aan de Pgb's, omdat de SVB niet op prestatielevering toetst. Daarom dient de gemeente zelfstandig onderzoek naar de prestatielevering uit te voeren, bijvoorbeeld aan de hand van de BADO-notitie "PGB-verantwoording/controle door gemeenten" d.d. 13 maart 2018, om vast te stellen dat er daadwerkelijk prestaties aan de Pgb's ten grondslag liggen. Uw college heeft een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb's niet uitgevoerd. Op basis hiervan hebben wij de gehele massa aan Pgb’s van € 346.000 (waarvan € 43.000 toeziet op 2023) als onzeker gekwalificeerd. Dit betekent overigens niet dat wij fouten hebben geconstateerd.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) regelt de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, en stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Bij wet is vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2024 van € 233.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Ook dienen de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT-plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNTverantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht.
De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2024 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2024 stelden wij wel vast dat geen sprake was van een sluitende interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. Wel was de oplevering van de achterliggende documentatie van voldoende niveau. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2025 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2024 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken, voor een periode van tenminste zeven jaar. Als op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking. Wij hebben vastgesteld dat uw jaarrekening met daarin de WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2023 en eerdere jaren is gepubliceerd.
312020004.25.332 - 20
4.
Interne beheersing
312020004.25.332 - 21
4. Interne beheersing Kernboodschappen interim-controle 2024
Als onderdeel van de jaarrekeningcontrole hebben wij aandacht geschonken aan de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen van administratieve organisatie en interne beheersing, voor zover van belang voor onze controle op de betrouwbaarheid van de in de jaarrekening opgenomen gegevens. Naar aanleiding van de controle 2024 hebben wij met onze managementletter van 22 januari 2025 met kenmerk 312020004.24.756 onze bevindingen gedeeld met het college van burgemeester en wethouders. Op 13 februari 2025 hebben wij de managementletter besproken met de Commissie Planning & Control. De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen, welke wij in de managementletter hebben opgenomen, zijn: ▪
Wij hebben het college geadviseerd na te denken over de ambitie die uw gemeente heeft om de verbijzonderde interne controle (VIC) eventueel door te ontwikkelen naar een volgend niveau. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de notitie “De verbijzonderde interne controle bij decentrale overheden” van de Commissie BADO (Bedrijfsvoering, Auditing Decentrale Overheden).
▪
De VIC voert de werkzaamheden uit volgens het “Intern controleplan – Gemeente Edam-Volendam 2023-2027” welke – net als voorgaand jaar – een goede basis biedt voor de (interne) controle en verantwoording. Wij hebben het college de volgende mogelijkheden meegegeven om deze naar een nog hoger niveau te brengen: o Identificeer baten, lasten alsmede balansmutaties en bepaal of sprake is van een belangrijke post. Van een belangrijke post is sprake als wordt inschat dat in deze post individueel of tezamen met een andere post een inherent risico op een afwijking van materieel voor kan komen; o Voer per belangrijke post een risicoanalyse uit waarbij per onderkend materieel risico de kans en impact wordt bepaald. Betrek hierbij ook de intern opgestelde frauderisicoanalyse en zorg dat deze periodiek wordt geactualiseerd en wordt besproken met de raad (via de Commissie Planning en Control). Daarnaast dient van de niet belangrijke posten te worden gedocumenteerd waarom er geen sprake is van een materieel risico; o Verkrijg per belangrijke post inzicht in de interne beheersmaatregelen van de achterliggende processen. Op dit moment beschikt het college (nog) niet over dusdanige procesbeschrijvingen dat beheersmaatregelen op een eenvoudige manier kunnen worden geïdentificeerd of ontbreken belangrijke processtappen waardoor geen sprake is van een volledig beeld van de betreffende processen.
o Overweeg – als beheersmaatregelen zijn geïdentificeerd die het onderkende materiële risico afdekken – de werking van deze beheersmaatregelen te toetsen. Hierdoor kan de VIC kantelen van een voornamelijk gegevensgerichte aanpak naar een meer systeemgerichte aanpak. Een systeemgerichte aanpak kan onder andere leiden tot een efficiëntere controle en een verbetering van de risicobeheersing en processen, terwijl het management waardevol inzicht krijgt in de werking van de interne beheersing. o Formuleer – rekening houdende met het geïdentificeerde risico (stap 2) en het eventueel steunen op de beheersmaatregelen (stap 4) – passende controlewerkzaamheden, zoals het uitvoeren van steekproeven en/of cijferanalyses. 312020004.25.332 - 22
o
Rapporteer aan de raad (via de Commissie Planning en Control) over bevindingen en adviezen vanuit bovengenoemde stappen. Over 2024 was ten tijde van de interim=controle nog niet gerapporteerd.
▪
Het college heeft een frauderisicoanalyse opgesteld, waarmee een belangrijke stap is gezet in het verder in control brengen van de bedrijfsvoering. Wij hebben kennisgenomen van de frauderisicoanalyse en het college aan aantal aandachtspunten meegegeven bij de verdere ontwikkeling van deze analyse. Wij verwijzen hiervoor naar onze managementletter.
▪
Bij de VIC wordt momenteel niet nagegaan of uw IT-omgeving ondersteunend kan zijn aan de interne en externe controle. Wij hebben het college geadviseerd om de beoordeling van de IT General Controls op te nemen in het controleplan van de VIC. Op basis van de conclusies vervolgens kan de impact op de verder uit te voeren controles bepaald worden.
▪
De focus van het college heeft in het afgelopen jaar vooral gelegen op de implementatie van het nieuwe financieel pakket. De “monitor verbetering interne processen”, waarmee wordt gestuurd op de opvolging van aanbevelingen uit de interne en externe controle is mede daardoor beperkter bijgehouden dan in voorgaande jaren het geval was en is in mindere mate opvolging gegeven aan eerder gedane aanbevelingen. Aanbevelingen die wel zijn opgevolgd, zijn meegenomen bij de implementatie van het nieuwe financiële pakket per 1 januari 2024. Dit zijn voornamelijk bevindingen rondom uw financiële administratie, zoals het gebruikmaken van een contractenregister, de implementatie van een integrale verplichtingenadministratie en het documenteren van de prestatielevering. Nieuwe bevindingen die wij hebben geconstateerd hebben, houden verband met het betaalproces, doorvoeren van functiescheidingen bij het doen van boekingen in de financiële administratie en de administratie van de omgevingsvergunningen.
▪
In de managementletter hebben wij verder een aantal aandachtspunten voor de jaarrekening opgenomen ten aanzien van uw grondexploitaties, onderhoudsvoorzieningen en pensioenvoorziening en zijn wij ingegaan op actuele ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording. Deze punten zijn door het college opgevolgd met de jaarrekening 2024.
Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit onze managementletter verwijzen wij daarnaar.
Functiescheiding bij het boeken van rechtstreeks boekingen is (nog) niet geïmplementeerd
Het (fraude)risico ten aanzien van management override of controls is een verplicht (verondersteld) risico voor de accountant en geldt niet specifiek voor uw organisatie. Het uitgangspunt hiervan is dat het management zich in een unieke positie bevindt om fraude te plegen, omdat het in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken. Hoewel het risico dat het management interne beheersingsmaatregelen doorbreekt in sommige organisaties groter is dan in andere, wordt verondersteld dat het bij alle organisaties aanwezig is. Als gevolg van de onvoorspelbaarheid van de wijze waarop het management internebeheersingsmaatregelen doorbreekt, vormt dit een risico een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude, en besteden wij hier in onze controle bijzondere aandacht aan.
312020004.25.332 - 23
Journaalboekingen In het nieuwe financiële pakket is het voor Senior Financieel Medewerkers (tijdelijk) mogelijk om rechtstreekse boekingen te maken in de (nieuwe) financiële administratie. Dit is een bewuste keuze geweest, zodat de beginbalans kon worden ingeboekt en waar nodig correcties gedurende het boekjaar konden worden doorgevoerd. Wij hebben het college geadviseerd, mede gelet op het risico zoals hiervoor omschreven, functiescheiding aan te brengen tussen het opstellen van rechtstreekse boekingen en het controleren van deze boekingen.
312020004.25.332 - 24
5.
Overige aangelegenheden
312020004.25.332 - 25
5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college van burgemeester en wethouders
Er zijn geen meningsverschillen met het college geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.
Bevestigingen van het college van burgemeester en wethouders ontvangen
Wij hebben namens het college een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.
Naleving van wet- en regelgeving
Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die elders in het rapport zijn opgenomen ten aanzien van met name Europese aanbestedingen (voorwaardecriterium in de rechtmatigheidsverantwoording).
Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving
Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.
Geen aanwijzingen van fraude
In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeente Edam-Volendam, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken.
312020004.25.332 - 26
Ook hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2024 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude. Tot slot merken wij op dat het college inmiddels beschikt over een frauderisicoanalyse.