CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

De Oude Seinpaal_Toelichting.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ib 24 juni 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Seinpaal.14.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

60,0 parkeerplaatsen 32,5 parkeerplaatsen 15,0 parkeerplaatsen 63,0 parkeerplaatsen 170,5 parkeerplaatsen

In de bestaande situatie is de parkeercapaciteit van het gezamenlijke parkeerterrein 190 parkeerplaatsen. Dit is ruimschoots voldoende voor de aanwezige functies.

6

QuickScan Sporthal de Seinpaal in Volendam, toetsing in het kader van natuurwetgeving, Van Der Goes en Groot, 7 juli 2017 7 Inventarisatie De Seinpaal in Volendam, Inventarisatie vleermuizen in het kader van de natuurwetgeving, Van Der Goes en Groot, actualisatie 7 september 2020 8 Ecologisch werkprotocol, inclusief ontheffing, Van Der Goes en Groot, 20 april 2020

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

25/40

In de toekomstige situatie wordt de bestaande sporthal De Seinpaal gesloopt en wordt op deze locatie 54 sociale huurappartementen gebouwd. Voor deze nieuwe appartementen is de parkeernorm 1,1 parkeerplaats per appartement. De maximale parkeercapaciteit voor het gehele gebied wordt dan als volgt: Tennisvereniging Tafeltennisvereniging 42 seniorenappartementen 54 appartementen

bestaand bestaand bestaand

2,5 p.p. per baan x 13 1,5 p.p. per tafel x 10 tafels 1,5 p.p. per app. X 42 app.

32,5 parkeerplaatsen 15 parkeerplaatsen 63 parkeerplaatsen

nieuw

1,1 p.p. per app. X 54 app.

59,4 parkeerplaatsen

Totaal

169,9 parkeerplaatsen

Om de appartementen te kunnen realiseren wordt het gedeelte van het parkeerterrein ter hoogte van de toegang tennisvereniging en de oude Seinpaal opnieuw ingericht. In de nieuwe situatie worden er in totaal 193 nieuwe parkeerplaatsen aangelegd. Dit is ruimschoots voldoende om te kunnen voldoen aan de norm. Elektrische laadpalen De verwachting is dat er laadpalen gerealiseerd moeten worden bij deze ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid is er echter nog op gericht dat we op aanvraag een laadpaal plaatsen. Er worden vanuit de gemeente geen laadpalen geplaatst.

5.7

Geluid

5.7.1 Inleiding Het plangebied is gelegen binnen de zones van de wegen de Dijkgraaf de Ruiterlaan en Grote Ven. De overige nabijgelegen wegen hebben vanwege een maximumsnelheid van 30 km/uur geen zone. Het plangebied is niet gelegen binnen een geluidzone rond een industrieterrein. Wel bevinden zich direct naast een deel van het plangebied een openluchtzwembad De Waterdam en tennisvereniging Dijkzicht, waardoor bedrijfsgeluid van het zwembad en de tennisbaan eveneens dient te worden onderzocht. 5.7.2 Wegverkeerslawaai Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningen. De Wet geluidhinder (Wgh) beschouwt dergelijke woningen als geluidsgevoelig. Onderzocht dient te worden of wordt voldaan aan de voorwaarden van de Wgh. De Wet geluidhinder (Wgh) richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig, behalve:  

wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).

Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wgh. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wgh door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. De wettelijke zone voor de hier te beschouwen wegen bedraagt 200 meter. Door Cauberg-Huygen is akoestisch onderzoek uitgevoerd9. Hierbij is aandacht besteed aan de Dijkgraaf de Ruiterlaan en de Grote Ven.

9

Onderzoek omgevingsgeluid, Cauberg Huygen, d.d. 26 februari 2021, ref. 05753-51717-05

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

26/40

De maximale geluidbelasting Lden vanwege de Dijkgraaf de Ruiterlaan bedraagt 57 dB (na 5 dB aftrek ex art. 110g Wgh) op de gevel. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden maar de maximale ontheffingswaarde niet. De maximale geluidbelasting Lden vanwege Grote Ven bedraagt 57 dB (na 5 dB aftrek ex art. 110g Wgh) op de gevel. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde niet. Hogere waarden Voor die delen van het plan waarbij de geluidbelasting ten gevolge van een geluidbron boven de betreffende voorkeurgrenswaarde maar niet boven de maximale ontheffingswaarde ligt, worden hogere waarden aangevraagd. Bij het vaststellen van hogere waarden dient in principe te worden voldaan aan de Beleidsregels vaststellen hogere waarde Wet geluidhinder Gemeente Edam-Volendam. Deze zijn in 2007 vastgesteld. Doch na de fusie met oud gemeente Zeevang zijn geen nieuwe regels vastgesteld, dan wel zijn de oude beleidsregels herbevestigd om de beleidsregels met betrekking tot een deel van de oude gemeente zijn rechtskracht te laten behouden. Bij een gemeentelijke fusie vervallen beleidsregels van rechtswege. Niettemin kan analoog aan dit beleid en per afzonderlijke geval een afweging worden gemaakt.

De Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) geven een regeling voor de toegestane geluidsbelasting door wegen, spoorwegen of industrieterreinen e.d. op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten (zoals scholen en ziekenhuizen). De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt de voorkeurswaarde genoemd. Als in bijzondere omstandigheden niet aan deze voorkeurswaarde kan worden voldaan, is het mogelijk om hiervan af te wijken door het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag echter nooit hoger mag zijn dan het in de Wgh respectievelijk het Bgh vastgelegde maximum (de maximaal toelaatbare waarde). De Wet geluidhinder beoogt zo min mogelijk geluidsgevoelige bestemmingen met een vastgestelde hogere waarde. Bij het onderhavige project wordt de maximaal toelaatbare waarde niet overschreden. Verder worden de mogelijkheden om een hogere waarde vast te stellen begrensd door de criteria die de Wgh en het Bgh daarvoor stellen. Indien aan deze criteria wordt voldaan toetst het bevoegde gezag op basis van haar vastgestelde beleidsregels (in dit geval naar analoge toepassing daarvan) of de gewenste hogere waarde aanvaardbaar is.

De beleidsregels geven het kader waarbinnen zoveel mogelijk nieuwbouw op de meer geluidsbelaste locaties mogelijk wordt, maar waarbij tevens de toekomstige bewoners worden beschermd tegen een te grote geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer, industrieterrein e.d.. De voorkeursvolgorde is hierbij bron- en overdrachtsmaatregelen met daarbij geluidsisolerende maatregelen aan de woning, bouw met een geluidsluwe zijde, eisen aan het gebouw (zoals zoveel mogelijk verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde). Bij het vaststellen van hogere waarden Wgh gaat het om een ambtshalve procedure en is de eerste aanleiding in dit geval het nieuwbouwproject op de locatie van de oude Seinpaal, waarvoor een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk is. Met de inwerkingtreding van de herziene Wet geluidhinder per 1 januari 2007 is voor het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 110a van de genoemde wet de mogelijkheid ontstaan om (op verzoek) hogere waarden vast te stellen indien het vasthouden aan de voorkeursgrenswaarden tot knelpunten zou leiden. Als ondersteuning bij het uitoefenen van deze bevoegdheid zijn de criteria in genoemde beleidsregels in principe hier dus van toepassing. Doch omdat deze beleidsregels niet opnieuw zijn vastgesteld, kan het college per geval een afweging maken. Daarbij komt haar een zeker mate van beleidsvrijheid toe.

De voorkeursvolgorde is bron- en overdrachtsmaatregelen met daarbij geluidsisolerende maatregelen aan de woning, bouw met een geluidsluwe zijde, eisen aan het gebouw (zoals zoveel mogelijk verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde).

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

27/40

In eerste instantie moet worden onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn aan de bron of in de overdracht. Onderzocht zou kunnen worden of door toepassing van een stiller wegdektype de geluidbelasting voldoende verlaagd kan worden. In de nabije toekomst zal volgens het (oudere) Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan nieuwe geluidsreducerende wegdekverharding (geluidsarm asfalt) worden aangebracht op delen van de Dijkgraaf de Ruiterlaan. De Harlingenlaan is recent geleden al gereconstrueerd. Daarbij is geluidsarm asfalt toegepast. Ter hoogte van het kruispunt is geluidsreducerende asfaltverharding echter niet toepasbaar in verband met de beperkte slijtvastheid. Daarnaast zijn overdrachtsmaatregelen in de vorm van geluidsschermen op deze locatie echter niet inpasbaar. Dit in verband met de bestaande (en toekomstig te bouwen) woningen, fietsvoorzieningen, trottoirs en aansluitende wegen. Daarnaast zijn overdrachtsmaatregelen niet wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt in een onderhavige stedelijke omgeving. Zoals aangegeven zal de binnenwaarde aan de eerdergenoemde eis in het Bouwbesluit van 33 db(A) moeten voldoen. De verblijfsruimten zijn zoveel mogelijk aan de meest rustige zijde (geluidsluwe zijde als bedoeld in de eerdergenoemde beleidsregels) gepland.

Wat onder geluidsluwe gevel moet worden verstaan, wordt niet nader gedefinieerd in de genoemde beleidsregels (die overigens alleen analoog kunnen worden toegepast). De gemeente staat het dus vrij om ook zonder een geluidluwe zijde hogere waarden te verlenen. Gelet op de bestaande stedelijke omgeving moet onder de term geluidsluwe zijde niet verstaan worden, dat deze geheel geluidsarm is, maar van een zijde die over het algemeen als rustig kan worden ervaren. Een geluidluwe gevel is een (deel van) een gevel met een lage(re) geluidsbelasting. Hierbij is de achterliggende gedachte dat het voor de bewoner mogelijk moet zijn om bij minimaal één ruimte een raam open te zetten zonder dat daarbij enorm veel geluid naar binnen zal komen. Aan de binnenzijde/hoek van het te bouwen appartementencomplex (die in de vorm van een L-vorm wordt gebouwd) bestaat de mogelijkheid tot het verblijven in een rustige buitenruimte, waarbij naar de huidige inzichten sprake is van een goed woon- een leefklimaat. Een rustige buitenruimte betreft dus niet alleen een balkon of een afgeschermd (gezamenlijk) dakterras. Maar dit kan ook een rustig groen binnenterrein zijn in de directe omgeving van het te bouwen complex. De theoretische berekende piekoverschrijdingen ten gevolge van de tennisvereniging, moeten hierbij worden genuanceerd, aangezien deze in de praktijk sporadisch voorkomen.

Dit blijkt ook uit het gegeven dat een vergelijkbaar gebouw aan de andere kant van de Wester Ven is gerealiseerd met zelfs de luwe zijde grotendeels gericht naar het complex van de tennisvereniging. Vanuit dit complex zijn geen klachten meer bekend over geluidsoverlast als gevolg van tennis- en padelspelers. Als extra maatregel wordt de westelijke kopgevel van het te bouwen complex doof uitgevoerd alsook de galerijeinde aan de westzijde wordt gesloten uitgevoerd. Conclusie: binnen dit project wordt derhalve voldaan aan de voorwaarde van een geluidluwe zijde. Ondanks bovengenoemde maatregelen zal de grenswaarde (voor geluidsbelastingtoename) worden overschreden. Daarvoor wordt op basis van de Wgh een procedure gelijktijdig met het bestemmingsplan gevolgd. Derhalve zal voor deze te bouwen woningen over worden gegaan tot het vaststellen van hogere grenswaarden. 5.7.3 Activiteitenbesluit Vanwege de nabijheid van het openluchtzwembad De Waterdam, dat is gelegen ten noordoosten van het plangebied en de tennisvereniging Dijkzicht, die gelegen is ten westen van het plangebied, is onderzocht of ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. In het onderzoek is de systematiek van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” gehanteerd.

Daarin wordt onderzocht of enerzijds de bedrijfsvoering van het openluchtzwembad en de tennisvereniging door de komst van het plangebied niet wordt beperkt en anderzijds of enige geluidhinder ter plaatse van de woningen tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

28/40

De geluidvermogens en geluidniveaus zijn berekend conform de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”, versie 1999. De relevante geluidbronnen zijn: Zwembad:  Stemgeluid van bezoekers op de ligweide en in en rond de baden.  De grasmaaier die het gras van de ligweide maait. Tennisbaan:  Tennisspelers. Volgens VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” geldt voor het plangebied het omgevingstype “gemengd gebied” en valt openluchtzwembad onder categorie 4.1. Het plan valt binnen de dan geldende richtafstand van 100 m voor de milieucontour van geluid. De tennisbaan valt onder categorie 3.1. Het plan valt binnen de dan geldende richtafstand van 30 m voor de milieucontour van geluid. Zwembad Er is aangetoond dat ter plaatse van het plan aan de geluidgrenswaarden van 55 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en 70 dB(A) etmaalwaarde voor het maximale geluidniveau gaat worden voldaan. Tennisbaan De geluidbelasting is hoger dan de geluidgrenswaarden van 55 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Aan de 70 dB(A) etmaalwaarde voor het maximale geluidniveau wordt voldaan. De theoretische berekende overschrijdingen ten gevolge van de tennisvereniging, moeten hierbij worden genuanceerd, aangezien deze in de praktijk sporadisch voorkomen. De in het rapport voorgestelde representatieve bedrijfssituatie is een extreem drukke dag.

Daarnaast is de tennisbaan na de avond c.q. in de nachtperiode gesloten. In de nachtperiode vindt dus geen hinder plaats. Er is een vergelijkbaar appartementengebouw aan de andere kant van de Wester Ven gerealiseerd met zelfs de luwe zijde grotendeels gericht naar het complex van de tennisvereniging. Vanuit dit complex zijn geen klachten (meer) bekend over geluidsoverlast door tennis- en padelspelers. Als extra maatregel wordt de westelijke kopgevel doof uitgevoerd. Ook de galerijeinde aan de westzijde wordt gesloten uitgevoerd. De eerdergenoemde waarden zijn derhalve acceptabel. Gelet op de bestaande stedelijke omgeving kan de zijde die over het algemeen als rustig wordt ervaren, als geluidluw verstaan worden. Een geluidluwe gevel is een (deel van) een gevel met een lage(re) geluidsbelasting. Hierbij is de achterliggende gedachte dat het voor de bewoner mogelijk moet zijn om bij minimaal één ruimte een raam open te zetten zonder dat daarbij enorm veel geluid naar binnen zal komen, hetgeen hier niet aan de orde is. Aan de binnenzijde/hoek van het te bouwen appartementencomplex (die in de vorm van een L-vorm wordt gebouwd) bestaat de mogelijkheid tot het verblijven in een rustige buitenruimte, waarbij naar de huidige inzichten sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Een rustige buitenruimte betreft dus niet alleen een balkon of een afgeschermd (gezamenlijk) dakterras.

Maar dit kan ook een rustig groen binnenterrein zijn in de directe omgeving van het te bouwen complex. 5.7.4 Conclusie Als gevolg van het wegverkeerslawaai is een besluit hogere waarden benodigd. Enige milieuhinder van de tennisvereniging in de nabijheid van het plangebied kan als aanvaardbaar worden beschouwd. Daarnaast worden extra maatregelen getroffen. De bedrijfsvoering van beide bedrijven wordt door de komst van het complex niet beperkt. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

29/40

5.8

Bedrijven en Milieuzonering

De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Edam-Volendam de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBIcode gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied.

Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Door de aanwezigheid van verschillende niet-woonfuncties rondom de locatie kwalificeert zich het plangebied als gemengd gebied. In de tabel met richtafstanden (zie hieronder) is steeds de maatgevende afstand opgenomen. Voor voorliggend project is dat bij het zwembad en de tennisbanen de richtafstand voor geluid. Milieu-categorie 1 2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m

3.1 3.2

50 m 100 m

30 m 50 m

4.1 4.2

200 m 300 m

100 m 200 m

5.1 5.2

500 m 700 m

300 m 500 m

5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Tabel 4.1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

5.8.1 Betekenis voor het plan In de nabijheid van het plangebied bevinden zich een zwembad en een tennisbaan waarvan de effecten op het woon- en leefklimaat moeten worden beschouwd. In dat kader is het onderdeel ‘geluid’ al aan de orde gekomen in paragraaf 4.7. De richtafstanden tussen het zwembad en de woningen voor wat betreft de milieuhinder aspecten geur, stof en gevaar bedragen respectievelijk 30 m, 0 m en 10 m. Het bouwplan valt buiten deze richtafstanden. Verdere beoordeling van deze milieuhinder aspecten is niet noodzakelijk. De richtafstanden tussen de tennisbanen en de woningen voor wat betreft de milieuhinder aspecten geur, stof en gevaar bedragen 0 meter. Het bouwplan valt buiten deze richtafstanden. Verdere beoordeling van deze milieuhinder aspecten is niet noodzakelijk. 5.8.2 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bedrijven- en milieuzonering geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

30/40

5.9

Luchtkwaliteit

5.9.1 Wettelijk kader Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan:  grenswaarden niet worden overschreden;  de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft;  het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit;  het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.

Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m 2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project De ontwikkeling Seinpaal bevat de realisatie van minder dan 1.500 woningen. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat onderzoek naar luchtkwaliteit voor de ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt niet nodig is en dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2012, 2015 en 2020 langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen. Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. 5.9.2 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

5.10

Externe veiligheid

5.10.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

31/40

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Kantoorgebouwen groter dan 1.500 m2 bvo zijn op grond van artikel 1, eerste lid, sub l Bevi een kwetsbaar object. Groepsrisico Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Vervoer van gevaarlijke stoffen In de wet "Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen" is vastgelegd wat de maximale risico´s zijn die veroorzaakt mogen worden door het transport van gevaarlijke stoffen over weg-, spoor- en watertrajecten. Het doel van de wet is om de veiligheid van bewoners langs de routes te vergroten.

Ook zorgt de wet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden, nu en in de toekomst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de routes met de minste risico´s. Verder is met de wet helder gemaakt waar ruimtelijke ontwikkelingen kunnen blijven plaatsvinden en waar niet. Het Basisnet heeft spelregels vastgesteld voor nieuwe bestemmingsplannen in de directe omgeving van de hoofdinfrastructuur. Deze regels zijn opgenomen in het "Besluit transportroutes externe veiligheid" (Btev). Hierdoor mag op grond van een nieuw bestemmingsplan geen kwetsbaar object (bijvoorbeeld een woning) in de veiligheidszone worden gebouwd. Daarnaast bevat de Btev ook de spelregels voor de verantwoording over de hoogte van het groepsrisico. Het Btev is ook van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van provinciale en gemeentelijke infrastructuur. Doordat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid van een rijksweg of provinciale weg en de betreffende gemeentelijke wegen niet zijn aangewezen voor transport van gevaarlijke stoffen, zijn er geen te toetsen aspecten als gevolg van de eerder genoemde wet en regelgeving. Er zijn geen wegen, spoor of water aanwezig waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

5.10.2 Betekenis voor het plan De Risicokaart geeft aan dat er geen bedrijven met risicocontouren en buisleidingen aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied. Er is ook geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen. De meest nabijgelegen risicovolle inrichting ligt op 600 meter van het plangebied aan de Julianaweg.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

32/40

Figuur 4.1: Uitsnede Risicokaart (bron: www.risicokaart.nl)

5.10.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

5.11

Cultuurhistorie

5.11.1 Algemeen Door de wijziging van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Om die reden is een korte analyse verricht van de ontstaansgeschiedenis en de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied. 5.11.2 Betekenis voor het plan De provincie Noord-Holland heeft in de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie de aanwezige cultuurhistorische waarden van Noord-Holland in kaart gebracht en voorzien van een aantal basisgegevens. De informatiekaart verdeelt de cultuurhistorische waarden in de volgende waarden:        

landschapstypen; aardkundige waarden; archeologische waarden; historische structuurlijnen; cultuurhistorische objecten; openheid; stilte en donkerte; dorps-DNA.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

33/40

afbeelding 4.2: uitsnede Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie (plangebied in de rode cirkel).

5.11.3 Conclusie Het projectgebied is gelegen binnen stedelijk gebied zonder dat op of rond de locatie sprake is van bijzondere cultuurhistorische waarden.

5.12

Duurzaamheid

Lokale overheden hebben een belangrijke rol bij energiebesparing, duurzame energieopwekking en terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In het Programmaplan 2018-2022 heeft de gemeenteraad aangegeven duurzaamheid als prioriteit te beschouwen, waarbij het Klimaatakkoord van Parijs een belangrijke inspiratiebron vormt. Betekenis voor het project Wie tegenwoordig een woning bouwt, doet dit al bijna energieneutraal (EPC 0,4) en bij voorkeur met duurzame materialen. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en vragen nu om nieuwe bouwconcepten. In 2021 moet worden voldaan aan de dan geldende BENG-eisen (bijna energieneutraal). Hiermee wordt bij de realisatie van het project rekening gehouden.

5.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Uit het natuuronderzoek en de berekening stikstofdepositie, zoals beschreven in paragraaf 4.5 blijkt dat de ontwikkeling geen invloed heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwikkeling is ook niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. In onderstaande tabel is hier invulling aan gegeven. Projectnaam Kenmerken van de projecten

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

Seinpaal, Volendam

34/40

Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

Cumulatie met andere projecten Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Productie afvalstoffen Verontreiniging en hinder

Risico voor ongevallen Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte en complexiteit effect Waarschijnlijkheid effect Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect CONCLUSIE

5.14

D 11.2 Mogelijkheid tot stedelijk ontwikkelingsproject (drempelwaarde: >100 ha of > 2000 woningen of bedrijfsvloeroppervlakte > 200.000 m2) Betreft een ontwikkeling van in totaal maximaal 54 sociale huurwoningen. Geen Voor de bouw van de woningen en voorzieningen worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond). Enkel relevant tijdens de bouw Aanleg: enkel tijdens de bouw. Toename van geluid, verkeer en luchtkwaliteit leidt niet tot relevante milieu-effecten. Nee Braakliggend (voormalige locatie sporthal) Geen Geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebied of andere gevoelige gebieden.

Lokaal Nee Nee Geen Geen De bestemmingswijziging leidt niet tot relevante milieueffecten. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordelinq is niet noodzakelijk.

Conclusie milieu- en omgevingsfactoren

Uit bovenstaande paragrafen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de woningbouwontwikkeling in het plangebied.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

35/40

6

Juridische planbeschrijving

6.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

6.2

Planopzet en systematiek

Het voorliggende bestemmingsplan bevat gedetailleerde bestemmingen. Er is gekozen voor een gedetailleerde bestemmingen in verband met de hardheid van het bouwplan en de afstemming met de omwonenden. Er wordt op deze wijze voldoende rechtszekerheid geboden voor een zorgvuldige inpassing en voor de omgeving.

6.3

Verbeelding

De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. Deze bestemmingen corresponderen met de artikelen in de regels, zoals beschreven in paragraaf 5.4. Op de verbeelding staan de symbolen en maatvoeringen waarbij in de planregels is opgenomen wat de mogelijkheden en beperkingen zijn.

6.4

Planregels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels en hier komen de onderstaande artikelen in voor.  Artikel 1: Begrippen Dit artikel geeft de betekenis aan van een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.  Artikel 2: Wijze van meten Het tweede artikel geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

36/40

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:  Artikel 3: Bedrijf - Nutsvoorziening De trafo in het noord-westelijk deel van het plangebied heeft de bestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’.  Artikel 4: Groen Het openbaar toegankelijke terrein dat in overwegende mate is aangewezen voor openbaar groen heeft de bestemming ‘Groen’.  Artikel 5: Verkeer Het openbaar toegankelijke terrein bestaande uit parkeren en wegen hebben de bestemming Verkeer. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming is bouwen niet toegestaan.  Artikel 6: Wonen Voor het woongebouw is de bestemming Wonen opgenomen. Bouwen is alleen toegestaan binnen het bestemmingsvlak en de bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven. Er is op kleine schaal beroep aan huis mogelijk. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een bedrijf aan huis waarbij geldt dat slechts beperkt cliëntenbezoek aan huis is toegestaan. Onder beperkt bezoek wordt maximaal 2 cliënten tegelijk bedoeld. Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.

 Artikel 7: Anti-dubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing.

 Artikel 8: Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is bepaald dat plaatselijke verhogingen of overschrijdingen in bepaalde gevallen en onder voorwaarden mogelijk zijn.

 Artikel 9: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is opgenomen welk gebruik in ieder geval in strijd is met het onderhavige bestemmingsplan. Op basis van de algemene gebruiksregels is het mogelijk binnen de gronden waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft tijdelijke, al dan niet periodieke, evenementen te houden.

 Artikel 10: Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels zijn regels is opgenomen voor welke gevallen het bevoegd gezag af kan wijken van het bepaalde in het bestemmingsplan.

 Artikel 11: Overige regels In de overige regels wordt de verhouding beschreven van het plan in relatie tot overige wetgeving. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.  Artikel 12: Overgangsregels

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

37/40

Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik.  Artikel 13: Slotregel Dit artikel geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

6.5

Handhaafbaarheid

Met handhaving wil de gemeente bereiken dat:  het bestemmingsplan wordt nageleefd;  overtredingen snel worden gesignaleerd;  tegen overtredingen van bestemmingsplanregels met succes kan worden opgetreden. Een belangrijke voorwaarde voor adequaat handhavingsbeleid is dat de bedoeling van de regelgeving duidelijk uit het bestemmingsplan blijkt. Dit vraagt om heldere, leesbare en eenduidig te interpreteren planregels. Ook moet het plan actueel zijn en gebaseerd op een goed gedocumenteerde uitgangssituatie. Alleen dan kunnen eventuele strijdige bebouwings- en gebruiksvormen worden geconstateerd en effectief worden bestreden. Naast de eisen die handhaving stelt aan de juridische opzet van het bestemmingsplan, zullen maatregelen van financiële, organisatorische en communicatieve aard ertoe bijdragen dat handhaving van regelgeving een wezenlijke uitvoeringstaak van de gemeente is.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

38/40

7

Uitvoerbaarheid

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) dient in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente zijn de plankosten gedekt. Er hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Participatie Op 9 december 2019 is door de initiatiefnemer (Stichting Woningbeheer De Vooruitgang) een bijeenkomst georganiseerd in samenwerking met de gemeente Edam-Volendam. Tijdens de bijeenkomst is informatie gegeven en hebben omwonenden de gelegenheid gekregen om te reageren op de gepresenteerde voorlopige plannen door deel te nemen aan drie werksessies, volume, stijlen en openbare ruimte. Ruim 70 mensen hebben deelgenomen. In totaal zijn er tijdens de bijeenkomst 23 volumes gebouwd, 63 stijlstemmen uitgebracht en vijf openbare ruimtes ingericht. Men kon ook 10 dagen lang reageren op stellingen via een online enquête. De meeste volumes komen overeen met de plattegrond die is voorgesteld. Het gemiddeld aantal woningen dat men in het volume heeft geplaatst is 63 woningen. Het gemiddelde volume is getrapt van 3 naar 5 woonlagen aan de Grote Ven en recht (5 woonlagen) aan de Dijkgraaf de Ruiterlaan. Het laagste aantal woonlagen aan de Grote Ven is 3 woonlagen. Er zijn drie stijlen gepresenteerd. In totaal zijn er 134 voor- en afkeuren aangegeven. De stijl Stedelijk Blok heeft op verschillende onderdelen de meeste voorkeursstemmen gekregen. Wat betreft de openbare ruimte zijn de belangrijkste wensen en ideeën: zorg voor voldoende groene parkeerplaatsen in een groene omgeving.

Op 13 januari 2020 is een tweede bijeenkomst georganiseerd waarbij er drie modellen zijn gepresenteerd. Ze verschillen in vorm, aantal appartementen, aantal woonlagen en plek waar het hoogste punt van het gebouw zich bevindt. Tijdens het onderdeel ‘wandelen langs de modellen’ is gevraagd naar gedachten en ideeën over de ontwerpen. Net als in de eerste bijeenkomst werd een tweedeling zichtbaar. De bewoners aan de Grote Ven willen het plan tegenover hun zo laag mogelijk, de rest van het plan mag hoger. De bewoners van de flat in de Frans Halsstraat willen precies hetzelfde, maar dan voor hun situatie. In totaal waren er 13 mensen bij de tweede bijeenkomst. Na de bijeenkomst is nog 3 dagen de mogelijkheid geboden om via een enquête te reageren. In totaal hebben 62 mensen gereageerd op de enquête. Door de tweedeling heeft De Vooruitgang nog een keer separaat gesproken met een delegatie van de flat in de Frans Halsstraat en met een delegatie van de bewoners van de Grote Ven. Dit heeft geresulteerd in een vierde model, die 3 lagen hoog is aan de Grote Ven, aan de Dijkgraaf de Ruiterlaan oploopt naar 6 lagen en afbouwt naar de flat tot 4 lagen. Dit ontwerp is goedgekeurd door de welstandscommissie en is op 24 november gepresenteerd tijdens een (online) bijeenkomst.

7.2.2 3.1.1 Bro overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient overleg plaats te vinden met (overheids)instanties die mogelijk een belang hebben in of bij het plangebied. Belangen van Rijk, provincie en buurgemeenten worden niet geraakt. Ook hebben Rijk en provincie

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

39/40

bij dit soort ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied aangegeven geen belang te hebben c.q. te hechten aan overleg. Een watertoets heeft plaatsgevonden. Aan de (water)eisen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) wordt voldaan. Verdere afstemming zal plaatsvinden bij de daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden. 7.2.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft van d.d. 2 april 2021 tot d.d. 14 mei 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. De procedure is voorafgegaan door een publicatie in de plaatselijke nieuwsbladen, de Staatscourant en op de gemeentelijke website. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning was digitaal via de landelijke voorziening ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke website te raadplegen. Het ontwerpbesluit vaststelling hogere grenswaarde geluid heeft naast de fysieke terinzagelegging ook op de gemeentelijke website gestaan. Voor informatie over de stukken kon men telefonische inlichtingen inwinnen. Desgewenst kon na gemaakte afspraak een gesprek plaatsvinden, uiteraard met in achtneming van de geldende omgangsregels. Er zijn binnen de genoemde termijn van de terinzagelegging geen zienswijzen ingediend. 7.2.4 Crisis- en herstelwet Omdat het bestemmingsplan de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is de Crisisen herstelwet van toepassing.

Hierdoor is het beroepsrecht beperkt en worden striktere eisen gesteld aan het beroepschrift. Dit brengt onder meer met zich mee dat alle beroepsgronden in het beroepschrift dienen te worden opgenomen. Tevens kunnen de beroepsgronden na afloop van de beroepstermijn niet meer worden aangevuld. Doordat de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing is, zijn dat de (beroeps-)procedures korter. Zo duurt de beroepsprocedure voor het onderhavige bestemmingsplan op grond van de Chw korter dan de normale termijn van een jaar, namelijk maximaal een half jaar. 7.2.5 Coördinatie Door de gemeenteraad is bij besluit van 20 september 2018 (nr. 94-2018) de coördinatieregeling vastgesteld. De coördinatieverordening gem. Edam-Volendam is op 27 september 2018 in werking getreden. Op basis van deze besluiten kunnen de Wabo omgevingsvergunning, de ontheffing op grond van de Wgh en het bestemmingsplan gecoördineerd de procedure doorlopen. Hiervan wordt bij de ontwikkeling De Oude Seinpaal gebruik gemaakt. Dat wil zeggen dat de ontwerp vergunning samen met het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerpbesluit vaststelling hogere grenswaarden geluid ter inzage wordt gelegd. Tegen de gecoördineerde besluiten staat in één rechtsgang beroep open bij de Raad van State.

Bestemmingsplan De Oude Seinpaal

40/40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=6f6a3003-19cb-445a-82b9-59f1fc86c667