De Oude Seinpaal_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal Toelichting
Opdrachtgever
De Vooruitgang
Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer
Edam-Volendam NL.IMRO.0385.DeOudeSeinpaal-vg01 Vastgesteld 11 mei 2021 M.J. Schmeink en R. Dekker 2019-260
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 5 Aanleiding ..................................................................................................................... 5 Ligging plangebied ........................................................................................................ 5 Geldend bestemmingsplannen ..................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6
2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving ............................................................................................................ 7 Inleiding ......................................................................................................................... 7 Bestaande situatie ........................................................................................................ 7 Nieuwe situatie .............................................................................................................. 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleidskader ............................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Rijksbeleid ................................................................................................................... 11 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 14 Regionaal en gemeentelijk beleid ............................................................................... 16 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 21
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 22 Algemeen .................................................................................................................... 22 Archeologie ................................................................................................................. 22 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 22 Water........................................................................................................................... 23 Flora- en fauna ............................................................................................................ 24 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 25 Geluid .......................................................................................................................... 26 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 30 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 31 Externe veiligheid ........................................................................................................
31 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 33 Duurzaamheid ............................................................................................................. 34 Vormvrije m.e.r.-beoordeling....................................................................................... 34 Conclusie milieu- en omgevingsfactoren .................................................................... 35
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 36 Algemeen .................................................................................................................... 36 Planopzet en systematiek ........................................................................................... 36 Verbeelding ................................................................................................................. 36 Planregels ................................................................................................................... 36 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 38
6 6.1 6.2
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 39 Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 39 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 39
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Bijlagen bij de toelichting (separate documenten): 1. Verkennend bodemonderzoek op de locatie Seinpaal in Volendam, Back Milieu – advies en onderzoek B.V., d.d. januari 2007 2. Verkennend bodemonderzoek Wester Ven 45 te Volendam, Landview bodemonderzoek, d.d. 11 mei 2017 3. Watertoets De Oude Seinpaal, d.d. 26 juni 2020 4. Onderzoek stikstofdepositie, Van Der Goes en Groot BV, d.d. 11 juni 2020 5. QuickScan Sporthal de Seinpaal in Volendam, toetsing in het kader van natuurwetgeving, Van Der Goes en Groot, d.d. 7 juli 2017 6. Inventarisatie De Seinpaal in Volendam, Inventarisatie vleermuizen in het kader van de natuurwetgeving, Van Der Goes en Groot, actualisatie d.d. 7 september 2020 7. Ecologisch werkprotocol, inclusief ontheffing, Van Der Goes en Groot, 20 april 2020 8. Onderzoek omgevingsgeluid, Cauberg Huygen, d.d. 26 februari 2021 9. Besluit hogere grenswaarden, d.d. 18 mei 2021 10. Schaduwstudie, TBE-ZA, architecten en ingenieurs, d.d. 01-03-2021 11. Verslaglegging participatie, De Vooruitgang, d.d. 10 december 2020
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
3/40
1
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
4/40
2
Inleiding
2.1
Aanleiding
Stichting woningbeheer De Vooruitgang heeft het voornemen om op het perceel van de voormalige sportvoorziening De Seinpaal een appartementengebouw te realiseren met 54 sociale huurwoningen. Omdat deze ontwikkeling niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
2.2
Ligging plangebied
Het plangebied van De Seinpaal ligt in het noorden van de wijk Munnikeveld in Volendam. Ten noorden ligt de Dijkgraaf de Ruiterlaan, ten oosten de Grote Ven, ten zuiden de Wester Ven en ten westen de tennisvereniging Dijkzicht.
afbeelding 1.1: luchtfoto met projectlocatie in rood aangeduid
2.3
Geldend bestemmingsplannen
Ter plaatse gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Oud Volendam, vastgesteld op 26-03-2009; Parapluherziening parkeren c.a., vastgesteld op 14-06-2018.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
5/40
2.3.1 Bestemmingsplan Nieuw Volendam In het bestemmingsplan Nieuw Volendam zijn de gronden aangewezen voor de bestemmingen ‘Sport’ , ‘Verkeer – Verblijfsgebied’, ‘Groen’ en ‘Bedrijf’ (nutsvoorziening). De gronden met de bestemming ‘Sport’ mogen worden gebruikt ten behoeve van sportvoorzieningen en evenementen. De gronden met de bestemming ‘Verkeers - Verblijfsgebied’ mogen worden gebruikt ten behoeve van verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. De gronden met de bestemming ‘Groen’ mogen worden gebruikt ten behoeve van groen, water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden en nutsvoorzieningen. De gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ mogen alleen worden gebruikt ten behoeve van nutsvoorzieningen.
afbeelding 1.2: uitsnede uit het bestemmingsplan ‘Oud Volendam’ met in het rode kader het plangebied
2.3.2 Bestemmingsplan Parapluherziening parkeren c.a. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeren c.a.’ is opgesteld naar aanleiding van het komen te vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening waarmee bijvoorbeeld de parkeernormen werden geborgd. De parapluherziening heeft een vangnetfunctie voor de parkeernormering en geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente.
2.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 is de juridische planbeschrijving opgenomen. De uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
6/40
3
Planbeschrijving
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat een analyse van de bestaande situatie in het plangebied en de directe omgeving. Vervolgens wordt ingegaan op de nieuwe ontwikkeling.
3.2
Bestaande situatie
Op de projectlocatie heeft de sporthal De Seinpaal gestaan. Inmiddels is deze sporthal gesloten en is de nieuwe sporthal De Seinpaal in gebruik genomen. De gronden naast de te slopen hal zijn grotendeels ingericht met groen en parkeerplaatsen.
3.3
Nieuwe situatie
De nieuwe situatie bestaat uit het realiseren van een appartementengebouw met 54 sociale huurwoningen.
afbeelding 2.1: bouwplan gezien vanuit noord-westelijke richting
Wat betreft bebouwd oppervlak en footprint vertoont het gebouw gelijkenis met het andere door De Vooruitgang gerealiseerde gebouw net ten zuiden van de projectlocatie aan de Wester Ven. Net als dat gebouw wordt de nieuwbouw opgericht in een L-vorm met een speelse gevelindeling en verspringende bouwhoogtes. De positie van het gebouw is georiënteerd op de ontsluitingsstructuur. Het gebouw volgt daarmee de structuur van de reeds bestaande bebouwing in de Gouwwijk. De gevelrooilijn aan de Grote Ven is teruggesprongen t.o.v. de weg. De afstand van deze rooilijn t.o.v. de grondgebonden rijwoningen aan de overzijde van de Grote Ven is gelijk aan het eerder gerealiseerde appartementencomplex ten zuiden van het plangebied. De gevelrooilijn aan de Dijkgraaf de Ruiterlaan volgt de sterke bebouwingslijn van de grondgebonden rijwoningen te zuidoosten van het plangebied. Het gebouw staat daarmee op ruime afstand van de Dijkgraaf de Ruiterlaan, doch
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
7/40
op een iets kortere afstand dan de genoemde grondgebonden woningen. De geschakelde volumes aan de Grote Ven en de Dijkgraaf de Ruiterlaan vormen een samen een haakvorm. Het gebouw kent een speelse opbouw in hoogte, hetgeen het resultaat c.q. de uitkomst is van het participatietraject. Het gebouwdeel aan de Grote Ven heeft een hoogte van 3 lagen om qua hoogte aan te sluiten op de grondgebonden rijwoningen. De wijze waarop het gebouw opbouwt van 3 lagen aan de Grote Ven naar 6 lagen op het hoogste punt is mede door de bewoners-participatie tot stand gekomen met als doel om de visuele aanwezigheid van het gebouw vanuit de grondgebonden woningen aan de Grote Ven te reduceren. De afbouw van het gebouw van 6 lagen naar 4 lagen aan de zijde van de tennisbanen zorgt voor een evenwichtige vorm van het hoofdvolume aan de Dijkgraaf de Ruiterlaan en tevens voor een breder doorzicht voor de bewoners in de appartementen aan de Frans Halsstraat, gelegen te noordwesten van het plangebied.
afbeelding 2.2: bouwplan gezien vanuit zuid-oostelijke richting
De lage delen van het gebouw bestaan uit 3 bouwlagen. Het hoogste deel bestaat uit 6 bouwlagen. Daartussen zijn er delen van het gebouw met 5 en 4 bouwlagen.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
8/40
afbeelding 2.3: bovenaanzicht van het voorgenomen bouwplan
Het programma bestaat uit 54 appartementen, onderverdeeld in 36 appartementen van 60 m2 gebruiksoppervlakte met 2 kamers, 15 appartementen van 71 m2 gebruiksoppervlakte met drie kamers en 3 appartementen van 96 m2 met vier kamers. Voor alle appartementen geldt een maximale maandhuur van € 597,-. 3.3.1 Schaduwwerking Ten behoeve van het bouwplan is een schaduwstudie 1 uitgevoerd waarin is onderzocht welke schaduwwerking het bouwplan heeft op naastgelegen percelen. In deze studie zijn de maanden januari, februari, oktober en november getoetst. Op deze data staat de zon op zijn laagste punt en is deze lage stand vaak leidend voor de normering. Het betreffen 21 januari: de eerste dag van de strenge norm; 19 februari: de eerste dag van de lichte norm; 21 oktober: de laatste dag van de lichte norm; 22 november: de laatste dag van de strenge norm. De schaduwwerking beperkt zich in overwegende mate tot de gronden noordelijk ten opzichte van het bouwplan aan de zijde van de Dijkgraaf de Ruiterlaan. Op deze gronden is geen bebouwing aanwezig en is dus geen sprake van negatieve effecten. Alleen aan de randen van de dag is er enige schaduwwerking op percelen ten westen (’s ochtends in de winter) en ten oosten (einde middag in de nazomer). De percelen ten westen betreffen de tennisclub.
De percelen ten oosten zijn woningen waarbij enige schaduwwerking mogelijk is aan de voorzijde van de woningen.
1
Schaduwstudie, TBE-ZA architecten en ingenieurs, dd 01-03-2021
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
9/40
afbeelding 2.4: schaduw 21 januari 10.00 uur (links) en 21 oktober 16.00 uur (rechts)
Het bouwplan leidt niet tot onevenredig nadelige schaduwwerking.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
10/40
4
Beleidskader
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Betekenis voor het project Het project betreft een binnenstedelijke herontwikkeling en voorziet in woningen in het betaalbare segment en sluit daarmee aan bij de doelstellingen van de NOVI. 4.2.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie vervangt een aantal rijksbeleidsnota's,
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
11/40
waaronder de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. De hoofdlijnen van de Structuurvisie gaan over bereikbaarheid, concurrentiekracht, leefbaarheid en veiligheid. In de Structuurvisie wordt een groot deel van ruimtelijke ordeningskwesties bij de provincies en gemeenten neergelegd. Zo staat in de Structuurvisie dat het rijk afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap aan de provincies en gemeenten overlaat, het budget voor provinciaal en regionaal verkeer en vervoer ook bij provincies en gemeenten komt te liggen en gemeenten ruimte krijgen voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Het beleid dat in de structuurvisie is neergelegd wordt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd in regelgeving. Hierin zijn directe regels voor provincies en gemeenten opgenomen die de Rijksbelangen beschermen. In de structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; b. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Binnen deze drie hoofddoelen benoemt het Rijk onderwerpen van nationaal belang en welke instrumenten voor deze belangen worden ingezet. Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling past binnen de hoofddoelstellingen zoals opgenomen in de Structuurvisie. Edam – Volendam maakt onderdeel uit van de ‘Metropoolregio Amsterdam’ (MRA). In de SVIR is aangegeven dat het gebied van en rond de MRA een grote ruimtedruk kent. De regio staat voor een forse woningbouwopgave, zowel kwantitatief als kwalitatief. In het gebied van de Noordvleugel (exclusief het Utrechtse deel) is er tot 2040 vraag naar bijna 290.000 extra woningen om in de groei van het aantal huishoudens te voorzien. De overige nationale belangen zijn niet van betekenis voor dit plangebied. 4.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd.
Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 54 appartementen. Een dergelijke ontwikkeling is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Woningbehoefte De gemeente Edam – Volendam is in het Regionale Actieprogramma Wonen (RAP) voor de regio ‘Amstelland-Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland’ (voorheen: stadsregio Amsterdam) opgenomen. Het RAP geeft aan dat er op dit moment een tekort is aan harde plannen. Er is nog ruimte, of beter gezegd, noodzaak voor het vaststellen van nieuwe plannen. Binnenstedelijk is onvoldoende ruimte om de behoefte op te vangen. Na vaststelling van het RAP is deze aangevuld met een oplegger waarin het actuele overzicht met woningbouwplannen in de periode 2017 – 2024 is opgenomen. Het plan ‘Seinpaal’ is in deze plancapaciteit met 54 woningen opgenomen als ‘besluit in voorbereiding’. Omdat sprake is
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
12/40
van een binnenstedelijk plan en in het RAP is aangegeven dat er binnenstedelijk onvoldoende ruimte is om de aanwezige behoefte in te vullen, geeft het RAP de onderbouwing van de woningbehoefte in het kader van de Ladder. In de Woonvisie (zie hoofdstuk 3.4.7) van de gemeente wordt benadrukt dat onder andere de vraag van kleine huishoudens in de toekomst zal toenemen en dat met de nieuwbouw van meer appartementen beoogd wordt te voorzien in de diversiteit van de vraag naar woningen. De laddertoets is hiermee succesvol doorlopen. Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied en is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het project voorziet in de plaatselijke en de regionale behoefte aan woningen in het betaalbare segment. 4.2.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden (en sindsdien een aantal keer gewijzigd) en borgt nationale ruimtelijke belangen uit onder meer de SVIR in regelgeving. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan ruimtelijke plannen van gemeenten moeten voldoen.
Dit betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich daarbij primair richt tot de gemeenten. Beoordeling en conclusie De onderwerpen in het Barro hebben geen invloed op het plangebied doordat de betreffende onderwerpen niet aan de orde zijn in of nabij het plangebied. 4.2.5
Nationaal waterbeleid
Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergenafvoeren’. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met water’ (2000). Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraad-beheer, etc.).
Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21 e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
13/40
de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren. Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor de komende jaren en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelf bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd-watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.
Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kader stellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende vijf ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Betekenis voor het project Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. In het kader van de watertoets vindt afstemming plaats met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 4.4 wordt hier nader op ingegaan.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie Noord-Holland ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. 5 bewegingen In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
14/40
3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Betekenis voor het project Het project is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.3.2 Provinciale Omgevingsverordening NH2020 De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Op het plangebied zijn drie werkingsgebieden uit de verordening van toepassing: Bodemsanering, Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura2000 en Peilbesluit.
Figuur 3.1: Uitsnede kaart Provinciale Omgevingsverordening NH2020
Bodemsanering Afdeling 4.3 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bodemsanering. Ingevolge artikel 4.44 maakt degene die bodemsanering feitelijk uitvoert melding van de voorgenomen sanering bij Gedeputeerde Staten. Voor voorliggend plan heeft dit geen consequenties. Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura2000 Afdeling 4.1 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op natuurbeheer. Ingevolge de artikelen 4.3 en 4.4 gelden binnen het plangebied regels voor tijdelijke en uitzonderlijk gebruik van helikopters of andere luchtvaartuigen en ontbrandingstoestemming. Voor voorliggend plan heeft dit geen consequenties. Peilbesluit Afdeling 6.10 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op water. Artikel 6.82 heeft betrekking op het peilbesluit van het waterschapsbestuur. Voor voorliggend plan heeft dit geen consequenties. Betekenis voor het project De verordening heeft geen invloed op het project. Daarnaast betreft dit een herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied en past deze ontwikkeling volgens de Provinciale Omgevingsverordening NH2020 daarbinnen. Voor de definitie bestaand stedelijk gebied sluit de verordening aan bij 1.1.1 eerste lid h van het Besluit ruimtelijke ordening. 4.3.3 Provinciale woonvisie In de provinciale woonvisie is het woonbeleid van de provincie neergelegd. De speerpunten van dit beleid zijn: 1.
Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
15/40
2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. 3. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. In de woonvisie is beschreven dat in het zuidelijk deel van Noord-Holland de groei van de bevolking de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen en naar verwachting zal blijven groeien. Betekenis voor het project De binnenstedelijke transformatie, waarbij 54 woningen in het betaalbare segment worden gerealiseerd in de bestaande kern van Volendam, is passend binnen de doelstellingen van het provinciaal woonbeleid.
4.4
Regionaal en gemeentelijk beleid
4.4.1
Metropoolregio Amsterdam, Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige metropool 2020-2024 (MRA-agenda 2.0) Met de Agenda beogen de aangesloten overheden te werken aan het versterken van de Metropoolregio Amsterdam als een internationale economische topregio met hoge leefkwaliteit. Dit wordt gedaan aan de hand van 3 opdrachten die de MRA zichzelf heeft gegeven: 1. Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone economie; 2. Bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken; 3. Vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem. Betekenis voor het project Het project is in lijn met opdracht twee. Met de (her)ontwikkeling van de Seinpaallocatie wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van Volendam. Er worden woningen gerealiseerd in het betaalbare segment waar een grote behoefte aan bestaat. 4.4.2 Regiovisie Waterland 2040 De zeven Waterlandse gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland, Wormerland en voorheen gemeente Zeevang vormden voorheen het Intergemeentelijke Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW/Regio Waterland). Deze is thans opgeheven en opgegaan in MRA-Noord (Zaanstreek-Waterland). Het ISW had een ontwikkelkader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040.
In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Hieraan dient het ruimtelijke beleid zoveel mogelijk bij te dragen, zonder het authentieke karakter van het landschap aan te tasten. Betekenis voor het project Het project heeft betrekking op een binnenstedelijke herontwikkeling ten behoeve van het vergroten van de voorraad sociale huurwoningen. Er wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Het project past daarmee binnen de ambities van de Regiovisie. 4.4.3
Regionaal Actieprogramma 2016 – 2020 Amstelland-Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland’ De gemeente Edam - Volendam is in het Regionale Actieprogramma Wonen (RAP) van de regio Amstelland-Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland opgenomen. Doel van het RAP is regionale afstemming van de woningbouwproductie zodat vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten. Het gaat om de kernthema's woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. De uitvoering van het RAP wordt opgepakt per deelregio. Al langere tijd werken gemeenten in de regio met elkaar samen om de woningbouwproductie af te stemmen. Daarbij is een aantal opgaven benoemd:
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
16/40
Het bevorderen van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de snel groeiende woningbehoefte en de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020. Nieuwe plekken voor woningbouw te zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied. Transformatie en het benutten van (leegstaand) vastgoed spelen hier een belangrijke rol in. Het werken aan een gezonde en diverse woningmarkt. Doel is een ‘complete metropool’. Aanvullend daaraan worden in dit RAP bouwstenen aangeleverd die gemeenten kunnen gebruiken bij het opstellen van de onderbouwing voor woningbouwplannen in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
Betekenis voor het project Het RAP geeft aan dat er op dit moment een tekort is aan harde plannen. Een groot deel van de plannen waarvoor de Ladder doorlopen moet worden, past dus binnen de actuele regionale behoefte voor de komende 10 jaar. Er is nog ruimte, of beter gezegd, noodzaak voor het vaststellen van nieuwe plannen. Binnenstedelijk is onvoldoende ruimte om de behoefte op te vangen. Na vaststelling van het RAP is deze aangevuld met een oplegger waarin het actuele overzicht met woningbouwplannen in de periode 2017 – 2024 is opgenomen. De locatie Seinpaal is deze oplegger opgenomen als ‘besluit in voorbereiding’ met 54 woningen. 4.4.4 Samenwerkingsagenda Zaanstreek-Waterland De portefeuillehouders Wonen van de 15 gemeenten hebben in de Regionale Samenwerkingsagenda 2016-2020 vastgelegd aan welke 10 opgaven zij willen samenwerken. Deze opgaven hebben betrekking op drie onderwerpen, namelijk woningproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. Woningproductie 1. Opgave is de woningbouwproductie te bevorderen om tegemoet te komen aan de snelgroeiende woningbehoefte en de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020. 2. Opgave is aanvullend op de huidige locaties nieuwe plekken voor woningbouw te zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied.
Transformatie en het benutten van (leegstaand) vastgoed spelen hier een belangrijke rol in. 3. Opgave is het bevorderen van het aanbod middensegment huur in de regio. Er is behoefte aan minimaal 5.000 woningen in het middensegment huur tot prijsgrens €900. 4. Opgave is te werken aan een gezonde woningmarkt. Doel is een 'complete metropool', met aanbod in de verschillende woonmilieus, prijssegmenten en type woningen. Betaalbare voorraad 5. Opgave is op basis van inzicht in de positie van de verschillende doelgroepen te sturen op de ontwikkelingen in het aanbod en de voorraad van 'betaalbare' woningen. 6. Een belangrijk toetspunt hierbij is de spreiding van de sociale voorraad en de beschikbaarheid over de regio, naar deelregio. Uitgangspunt is dat de verschillen tussen de deelregio's niet verder toenemen. Aanvulling bij opgave 5 en 6: Het gaat om te zorgen voor gelijkblijvend aanbod, een gelijkblijvende slaagkans voor de primaire doelgroep en voldoende spreiding van sociale huur, en 5% aanbod aan alternatieven voor de sociale huur. 7. Opgave is de sociale voorraad beter te benutten door doorstroming stimuleren en te zorgen voor meer flexibiliteit. 8. Opgave is om investeringen in duurzaamheid te bevorderen. Woonruimteverdeling 9. Opgave is te zorgen voor een toegankelijke, rechtvaardige en transparante verdeling van sociale huurwoningen.
We maken afspraken op hoofdlijnen, maatwerk is mogelijk. Streven is woningzoekenden één etalage voor sociale huurwoningen te bieden.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
17/40
10. Opgave is om samen met de corporaties en marktpartijen te werken aan oplossingen om de grote huisvestingsopgave van vergunninghouders te realiseren. Daarbij moet huisvesting van vergunninghouders niet leiden tot verdringing van 'reguliere' woningzoekenden. Betekenis voor het project Dit plan draagt bij aan de leniging van de woningbehoefte en aan de voorraad sociale huurwoningen. Het plan is daarmee in overeenstemming met de regionale samenwerkingsagenda. 4.4.5 Structuurvisie Edam-Volendam Bij besluit van 26 februari 2009 heeft de gemeenteraad een Structuurvisie vastgesteld. Deze Structuurvisie geeft een beschrijving van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2020 met een doorkijk naar de lange termijn (2040). De geformuleerde speerpunten van beleid zijn: voldoende woningbouw ter voldoening aan de vraag van de eigen ingezetenen; de ontwikkeling van een aantal zgn. inbreidingslocaties; een woningbouwprogramma met uitgangspunten voor benoemde doelgroepen; de aanleg van een 3e ontsluitingsweg; een bescheiden groei in het aanbod van eigen bedrijventerrein; een uitvoeringsprogramma met een aantal afzonderlijke ontwikkelingen; een kader voor kostenverhaal. Beoordeling en conclusie Het planvoornemen betreft een binnenstedelijke transformatie waarbij sociale huurwoningen worden toegevoegd.
De doelgroep betreft eigen ingezetenen waarmee wordt voldaan aan de eerste 3 doelstellingen van de structuurvisie. 4.4.6 Woonvisie 2017 – 2021 Uitgangspunt voor het woonbeleid is een evenwichtige opbouw van bevolking en woonvoorraad, waarbij kwaliteit en variatie met betrekking tot woningaanbod als centrale opgave voor de toekomst staan. Het accent ligt op het gebied van herontwikkeling en doorontwikkeling van bestaande locaties en op de bestaande woningvoorraad. Daarnaast legt de Woonvisie ook verbindingen met beleid op aanpalende terreinen als zorg en welzijn, duurzaamheid en leefbaarheid. De gemeente streeft naar voldoende en kwalitatief goede woningen, uitgaande van migratiesaldo 0. Vanwege de verandering van de bevolkingssamenstelling door met name een (lichte) vergrijzing stijgt in het bijzonder op langere termijn het aantal 65-plussers. Het aanpassen van woningen, het creëren van nultredenwoningen en de combinatie van wonen met welzijn en (in een later stadium) zorg worden steeds belangrijker. Ook het bieden van voldoende sociale woningen vormt een opgave. De onderhavige Seinpaallocatie wordt in de onderhavige Woonvisie genoemd met een potentie van 36 woningen voor senioren/jongeren/starters. Zoals eerder aangegeven worden hier 54 woningen in deze klasse gerealiseerd. Beoordeling en conclusie Het project heeft betrekking op het realiseren van 54 sociale huurwoningen.
Daarmee wordt invulling gegeven aan voornoemde doelstelling. Er worden zelfs meer woningen gebouwd dan als mogelijke potentie is aangegeven in de Woonvisie, hetgeen overeenkomstig de doelstelling van de Woonvisie is. 4.4.7 Archeologienota Gemeenten zijn wettelijk verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende rekening te houden met de te verwachte archeologische waarden en de bekende archeologische waarden (conform artikel 38a van de Monumentenwet).
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
18/40
Door de gemeente is in samenwerking met Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland (SCENH) een beleidsnota archeologie opgesteld.
Beoordeling en conclusie Op basis van de kaart behorende bij de archeologienota geldt een onderzoeksplicht voor plannen groter dan 2500 m2 en dieper dan 40 cm. Het oppervlakte van het bouwplan blijft met 1045 m2 ruim binnen de maat van 2500 m2 en bovendien is van het te bebouwen oppervlak reeds 438 m2 geroerd door eerdere bebouwing. Archeologisch onderzoek is niet nodig. 4.4.8 Omgevingsbeleidsplan 2016-2020 Op 16 februari 2017 heeft de gemeenteraad het Omgevingsbeleidsplan 2016-2020 vastgesteld. Het Omgevingsbeleidsplan omvat de visie op het voor de gemeente te voeren omgevingsbeleid (Bouw, milieu en ruimtelijke ordening). Het Omgevingsbeleidsplan is de opvolger van het milieubeleidsplan 2009-2012 en het bouwbeleidsplan 2012-2016 uit Edam-Volendam en het Integraal Handhavingsbeleid gemeente Zeevang 2013-2017. Het eerste deel gaat over de kwaliteit van de leefomgeving; het tweede deel over het proces omtrent vergunningverlening, handhaving en toezicht. Omgevingskwaliteit gaat hand in hand met klimaat en duurzaamheid. De gemeente wil deze verbinding leggen, niet alleen om een bijdrage te leveren aan de eigen leefomgeving, maar eveneens om een bijdrage te leveren aan een duurzame wereld. De gemeente zet zich in om schadelijke activiteiten tegen te gaan en positieve activiteiten te stimuleren. Duurzaamheid is een belangrijk item.
De zes speerpunten hierbij zijn: Duurzame ruimtelijke ontwikkelingen; Duurzame bouw (nieuwbouw en bestaande bouw); Energiebesparing; Eigen organisatie; Duurzame mobiliteit, en Duurzaam ondernemen. Op bovenstaande thema's wil de gemeente een actief beleid voeren. Bij het onderwerp duurzame bouw wil de gemeente (deels) voorlopend zijn, en in de eigen organisatie eveneens (deels) voorlopend en innovatief. Betekenis voor het project In paragraaf 4.12 is nader ingegaan op welke wijze invulling wordt gegeven aan duurzaamheid in het plan. 4.4.9 Uitvoeringsprogramma Omgeving 2020 Dit programma betreft de uitwerking van het uitvoerings- en handhavingsbeleid dat is vastgelegd in het Omgevingsbeleidsplan. Dit is onder meer van belang vanwege het beheer van de gegevens over wegverkeerslawaai en het begeleiden van maatregelen zoals stil asfalt en onderzoeken in het kader van omgevingskwaliteit. 4.4.10 Verkeersplan 2018 – 2023 en parapluplan parkeren Het Verkeersplan is een beleidsplan op hoofdlijnen voor de periode 2018-2023. Het is een actualisatie van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) en dient als toetsingskader om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Het benoemt de algemene richtlijnen die de gemeente hanteert. Daarnaast wordt een aantal projecten benoemd waarmee de gemeente aan de slag kan.
Het Verkeersplan is een leidraad in vraagstukken rond mobiliteit in de gemeente. De gemeente handelt volgens de richtlijnen die hierin zijn opgesteld en voert in beginsel de projecten uit het Verkeersplan uit. In het oude GVVP staat o.a. dat voor de Dijkgraaf de Ruiterlaan geluidsarm asfalt moet worden toegepast. En in het oude GVVP is volgens Omgevingsbeleidsplan (zie 3.4.8.) het terugdringen van verkeerslawaai vastgelegd. Rondom de projectlocatie wordt geluidarm asfalt toegepast. De weg Grote Ven/Harlingenlaan richting Mgr. C. Veermanlaan is recent geleden al gereconstrueerd met toepassing van geluidsarm asfalt.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
19/40
Betekenis voor het project Het plan leidt niet tot een verkeersonveilige situatie of een onleefbare situatie. Zie paragraaf 4.6. Het plan staat de doelstellingen van het gemeentelijk verkeersplan niet in de weg. 4.4.11 Groenbeleidsplan Edam-Volendam 2020 – 2024 Het Groenbeleidsplan 2020-2024 geeft inzicht in hoe de gemeente het groen wil onderhouden en welke kwaliteitsslag zij daarbij wil maken. Ook staat in het plan wat de visie en ambities zijn op het gebied van de belangrijkste groenthema’s: identiteit, klimaat, participatie, biodiversiteit en beheer en onderhoud. In de openbare ruimte wordt meer groen toegevoegd. Bij deze ambitie voor meer groen geldt dat de toekomstbestendigheid van het groen een absolute voorwaarde is. Indien er geen of onvoldoende ruimte is voor groen, worden alternatieven toegepast voor vergroening zoals waterdoorlatende verharding, het vergroten van de riolering, het gebruik van schaduwdoeken en het toepassen van waterpleinen. Betekenis voor het project Ten opzichte van de bestaande situatie wordt binnen het plangebied meer groen toegepast in de vorm van gras, struiken en bomen. Bij de straat en parkeerplaatsen wordt waar mogelijk gewerkt met open bestrating zodat het regenwater kan infiltreren en vertraagd kan worden afgevoerd.
Op de kaart behorende bij het Groenbeleidsplan is te zien dat er voor het plangebied geen bijzondere regels en ambities van toepassing zijn.
Figuur 3.2: Kaart Groenbeleidsplan met plangebied in rode cirkel
4.4.12
Duurzaamheidsagenda Edam – Volendam 2018 – 2022 verantwoord vooruit + uitvoeringsprogramma
Op 14 december 2017 is door de gemeenteraad de Duurzaamheidsagenda Edam-Volendam Verantwoord Vooruit 2018-2022 vastgesteld. De duurzaamheidsagenda heeft een nadere uitwerking gekregen in de vorm van een ‘uitvoeringsprogramma’ waarin concrete actiepunten benoemd staan ter invulling van dit ambitieuze plan. Voor de komende 4 jaar zijn de volgende hoofdpunten te benoemen:
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
20/40
20% energiebesparing op gemeentelijk vastgoed; Stimuleren verduurzaming bewoners; Transitie naar aardgasvrij => zie ook webpagina ‘energietransitie (klimaatakkoord)’; Stimuleren ondernemers te investeren in duurzame maatregelen; Verduurzaming mobiliteit => stimulering elektrisch rijden en toeristisch vervoer; Klimaatadaptie => het klimaatbestendig maken van de woon- en leefomgeving; Circulaire economie => het bevorderen en verbeteren van de afvalscheiding, alsmede de herinzet van waardevolle reststromen (zie ook ‘afval en milieu’); Het bevorderen van duurzaam toerisme; 10% duurzame inkoop van energie en overige producten en diensten in 2022; ‘Vergroening’ gemeentelijk wagenpark naar 100% elektrisch rijden.
Daarnaast zal met maatschappelijk partners (zorgverleners, sportclubs, onderwijsorganisaties e.d.) binnen Edam-Volendam de samenwerking worden gezocht om ook een verduurzamingsslag binnen het maatschappelijk vastgoed na te streven. Door de rijksoverheid worden diverse maatregelen ondersteund met subsidies, waardoor de financiële haalbaarheid van dergelijke ingrepen voor het grijpen ligt. De komende jaren zal gewerkt worden aan de implementatie van al deze voornemens ten einde een duurzame toekomst van de gemeente Edam-Volendam veilig te stellen. Hierin heeft de gemeente Edam-Volendam zich gecommitteerd aan het nationale streven naar een klimaatneutrale samenleving 2050. Dit betekent onder meer dat er dan voor de gebouwde omgeving geen aardgas meer gebruikt mag worden voor de verwarming van gebouwen en dat de benodigde energie dient te worden verkregen uit andere duurzame bronnen. Om de noodzaak hiervan te onderstrepen hebben de gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam, inclusief de gemeente Edam-Volendam, een overeenkomst ondertekendom met ingang van 1 februari 2018 alle nieuwbouwprojecten aardgasvrij te realiseren. Betekenis voor het project Het plan voorziet in een gasloos appartementengebouw. Het bij het plan behorende terrein wordt zoveel mogelijk groen ingericht waarbij hemelwater vertraagd wordt afgevoerd. Het bouwplan voldoet aan de duurzaamheidsambities van de gemeente.
4.5
Conclusie beleidskader
Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
21/40
5
Milieu- en omgevingsaspecten
5.1
Algemeen
Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies.
5.2
Archeologie
5.2.1 Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 5.2.2 Betekenis voor het project Op basis van de kaart behorende bij de archeologienota geldt een onderzoeksplicht voor plannen groter dan 2500 m2 en dieper dan 40 cm. Het oppervlakte van het bouwplan blijft met 1045 m2 ruim binnen de maat van 2500 m2 en bovendien is van het te bebouwen oppervlak reeds 438 m2 geroerd door eerdere bebouwing. Archeologisch onderzoek is niet nodig. 5.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
5.3
Bodemkwaliteit
5.3.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient in een ruimtelijk plan aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Daarbij kan onderzoek van de bodem nodig zijn om te weten welke kosten mogelijk met een sanering zijn gemoeid. Een verplichting daartoe is er niet voor een ruimtelijk plan. De verplichting is er wel bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dan dient een onderzoeksrapport betreffende de bodemgesteldheid te worden overgelegd (conform artikel 2.4 onder d. van de Regeling omgevingsrecht). 5.3.2 Betekenis voor het project Er zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd. Het eerste onderzoek betreft het ‘verkennend bodemonderzoek op de locatie Seinpaal in Volendam’ van januari 2007 door Back Milieu – advies en onderzoek B.V.2 Het tweede onderzoek betreft het ‘Verkennend Bodemonderzoek Wester Ven 45 te Volendam’ van 11 mei 2017 door Landview Bodemonderzoek3. 2
Verkennend bodemonderzoek op de locatie Seinpaal in Volendam, Back Milieu – advies en onderzoek b.v, januari 2007 3 Verkennend bodemonderzoek Wester Ven 45 in Volendam, Landview bodemonderzoek, 11 mei 2017
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
22/40
De tijdens de onderzoeken aangetroffen verontreinigingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen zonder tuin. Bodemonderzoek dient in principe na eventuele sloop van opstallen plaats te vinden. Aangezien inpandige boringen niet mogelijk waren, kan het bevoegd gezag aanvullend onderzoek eisen na sloop. Dit om na te gaan of onder de (huidige) bebouwing afwijkend bodemmateriaal aanwezig is. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In de grond is wel plaatselijk potentieel asbestverdacht puin aangetroffen, maar dit bevindt zich over het algemeen niet in de bovengrond. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem echter niet specifiek op asbest onderzocht. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk.
Om uitsluitsel over de aanwezigheid van asbest voor het gehele terrein te kunnen geven, wordt geadviseerd een asbestonderzoek conform NEN 5707 uit te laten voeren na sloop van het pand. 5.3.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan. Wel dient nader asbestonderzoek conform NEN 5707 te worden uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning. Dit kan als nadere eis bij de omgevingsverordening worden aangegeven.
5.4
Water
De watertoets is een verplicht onderdeel van een bestemmingsplan. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Voor alle werkzaamheden in, langs, op, bij of aan open water, waterkeringen, alsmede voor het doen van lozingen op het oppervlaktewater en het realiseren van verhardingstoenames groter dan 800 m2, dient een watervergunning te worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap. Een watervergunning is een toestemming om, in afwijking van een verbod en met in achtneming van bepaalde voorwaarden en voorschriften, bepaalde activiteiten of ingrepen uit te mogen voeren. Watersysteem In het plangebied wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage.
Het hemelwater van de verharde oppervlakten zal afvloeien naar het aangrenzende water en op de onverharde delen kunnen infiltreren in de ondergrond. De hoeveelheid groen binnen het plangebied neemt toe ten opzichte de bestaande situatie. Er is sprake van vertraagde afvoer. De verharde delen betreffen de weg en de trottoirs. Bij de parkeerplaatsen wordt open bestrating toegepast.
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
23/40
Watertoets Ten behoeve van het project is een watertoets4 uitgevoerd op www.watertoets.nl. De locatie is in de huidige situatie grotendeels bebouwd en bijna geheel verhard. Het plan leidt niet tot een toename in bebouwd oppervlakte. Compensatie door middel van aanleg van oppervlaktewater is niet noodzakelijk. Ook vinden geen werkzaamheden aan watergangen plaats of wordt vervuild water afgevoerd op het oppervlaktewater. Vanwege de beperkte invloed op de waterhuishouding kan worden volstaan met de korte procedure voor de watertoets.. 5.4.1 Conclusie Er vindt geen toename plaats van oppervlakteverharding. Er is geen watervergunning nodig. Het watersysteem wordt gescheiden aangelegd waarbij hemelwater wordt afgevoerd via oppervlaktewater.
5.5
Flora- en fauna
5.5.1 Inleiding Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. De Wet natuurbeschermingswet vormt op dit moment het juridische kader voor natuurbescherming in Nederland. De verplichtingen voor de bescherming van Natura2000-gebieden en de bescherming van plant- en diersoorten is vastgelegd in deze wet. Er kan een tweedeling worden gemaakt in gebieds- en soortenbescherming. 5.5.2 Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Binnen het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het plangebied ligt op 750 meter afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000‐gebied, het Markermeer & IJmeer. Op ruim een kilometer afstand ligt Polder Zeevang. Gelet op de stikstofjurisprudentie is door Van Der Goes en Groot een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd5. 5.5.2.1 Stikstof De Natura 2000-gebieden die binnen 10 km van het plangebied zijn gelegen, zijn betrokken in het onderzoek. Dit houdt in dat (habittatten gelegen binnen) de Natura 2000-gebieden Polder Zeevang, Marker&IJmeer, Ilpenerveld, Varkensland, Oostzanepolder & Twiske beschouwd zijn. Hierbij is het relevant te constateren dat zowel polder Zeevang als het Markermeer & IJmeer geen voor stikstofgevoelige habitattypen kennen c.q. geen overbelaste situatie kennen v.w.b. de achtergronddepositie stikstof.
Uit het onderzoek volgt dat de maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van het nieuwe gebouw en de sloop van het oude gebouw 0,00 mol/ha/jaar bedraagt op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositie-waarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Het onderwerp stikstofdepositie staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan derhalve niet in de weg. 5.5.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN‐gebieden kunnen verbinden. Aangezien het natuurnetwerk geen bepalingen kent ten aanzien van ‘externe’ werking, hoeven de plannen niet verder getoetst te worden aan waarden binnen dit netwerk.
4 5
Watertoets, 26 juni 2020 Onderzoek stikstofdepositie, Van Der Goes en Groot BV, d.d. 11 juni 2020
Bestemmingsplan De Oude Seinpaal
24/40
Het gebied wordt niet begrensd door, danwel, is niet gelegen binnen, een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied. Een weidevogelleefgebied kent overigens geen bepalingen ten aanzien van ‘externe werking’. 5.5.3 Soortenbescherming Soortenbescherming is altijd van toepassing bij ruimtelijke ingrepen. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Als een ruimtelijke ingreep rechtstreeks kan leiden tot verstoring of vernietiging van bepaalde beschermde soorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de wet. Door Van Der Goes en Groot is onderzoek uitgevoerd naar soorten in het kader van de natuurwetgeving6. Uit dit onderzoek komt naar voren dat er, behalve Vleermuizen, geen (jaarrond) beschermde diersoorten zijn aangetroffen en geen potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn. Omdat de mogelijkheid van het voorkomen van foeragerende en verblijvende vleermuizen niet kon worden uitgesloten is door Van Der Goes en Groot een vleermuisinventarisatie uitgevoerd 7. In het plangebied zijn verblijvende vleermuizen aangetroffen. Het gaat om de Ruige dwergvleermuis. Ten behoeve van het project is een ecologisch werkprotocol8 opgesteld ten behoeve van de benodigde ontheffing voor het verstoren van de ruige dwergvleermuis.
De ontheffing is in april 2020 verleend door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (zie bijlage bij het werkprotocol). 5.5.4 Conclusie De benodigde aanvraag om ontheffing is ingediend en verleend door het bevoegd gezag. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect flora- en fauna voor het overige geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
5.6
Verkeer en parkeren
5.6.1 Verkeer Het project voorziet niet in een verandering van de verkeersstructuur. Het appartementengebouw komt in de plaats van een bestaande sporthal. De sporthal heeft een hogere verkeersaantrekkendewerking dan de 54 sociale huurwoningen omdat de sporthal gedurende grote delen van de dag voor verschillende sporten wordt ingezet terwijl verkeer vanwege woningen alleen piekt in de ochtend en avond. Er is dus sprake van een verbetering van de verkeersituatie. Het verkeer wordt afgewikkeld via Grote Ven en vanaf daar in noordelijke richting op de Dijkgraaf de Ruiterlaan en richting het zuiden op de Monseigneur C. Veermanlaan. 5.6.2 Parkeren In de bestaande situatie is sporthal De Seinpaal gesitueerd nabij een tennisvereniging, tafeltennisvereniging en seniorenappartementen. Al deze functies hebben gezamenlijk de volgende parkeervraag: Sporthal De Seinpaal 2,1 parkeerplaats per 100m² bvo Tennisvereniging 2,5 parkeerplaats per baan x 13 banen Tafeltennisvereniging 1,5 parkeerplaats per tafel x 10 tafels Seniorenappartementen 1,5 parkeerplaats per appartement x 42 app.