Brief namens St Gezond Leefklimaat LW.pdf
Tekst van het document
Kennedy Van der Laan Kennedy Van der Laan N.V, MolenwerÍ 1 6, 101 4 BG Aasterdam, PO. Box 5Bl88, NL-1040 HD Amslerdarn t. +31 (0)20 5506 666 IBAN NL1 9rNG80662967615 BIC INGBNL2A, VAï nr, NL8173.15.019.801 ChaÍrber of Coí]rmerce no. 34261 1 55 wvwv.kvdl.com
SPOED
AANTEKENEN De gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam
Postbus 180
1130AD VOLENDAM Tevens per e-mail: oriff ie @ edam-volendam.nl Cc de voorzitters van de in de raad verteqenwoordiqde f racties
uw reÍ.
tel direct (secr.)
221094820,221095067
+31 20 55 06 666
onze reÍ.
Íax direct
67864
+31 20 5506777
datum
12mei2021
Jan.van.der.grinten @ kvdl.com
inzake: Totaalvisie Lange Weeren en ontwikkelkader Lange Weeren Geachte raad, Als raadsman en gemachtigde van Stichting Gezond LeeÍklimaat Lange Weeren (hierna: "de Stichting") bericht ik u het volgende.
1. lnleiding De Stichting heeft kennisgenomen van het door het college van B&W aan uw raad voorgelegde voorstel om tijdens de raadsvergadering van 20 mei a.s. in te stemmen met de zogenoemde
"totaalvisie De Lange Weeren" en het "ontwikkelkader De Lange Weeren". De Stichting meent dat dit voorstel zowel procedureel als inhoudelijk dermate onzorgvuldig tot stand is gekomen, dat niet tot besluitvorming kan worden overgegaan, laat staan dat het voorstel rechtmatig zou kunnen worden aanvaard. Dat zal in deze brieÍ worden toegelicht. Hierna zal ik eerst kort ingaan op het belang van de Stichting (paragraaf 2). Vervolgens zal ik uiteenzetten waarom in dit stadium niet tot besluitvorming kan worden overgegaan (paragraaÍ 3). Tot slot volgt een korte conclusie en een verzoek aan uw raad (paragraal4).
b.lDelkirt.j,J:t, i)t1z,s iliir!;ífllitriilitCl,J.
A iilt;if;ilcn af ajt iiêbililv
Kennedy Van der Laan
2. Belang van De Stichting De Stichting staat voor een leefbaar en gezond klimaat in de Lange Weeren, waarbij zowel huidige als nieuwe bewoners prettig kunnen wonen. De Stichting is niet tegen woningbouw in de Lange Weeren, maar wél voor het behoud van voldoende groen en een groene long tussen
de Blokgouw en de nieuwe woonwijk in de Lange Weeren binnen de gemeente. ln de RaadsinformatiebrieÍ van 29 apriljl., die in vele opzichten misleidend is, heeÍt de Stichting moeten lezen dat het college aan Scholtens het recht op de bouw van minimaal 940 woningen in de Lange Weeren wil toekennen. Dat deze brief misleidend is volgt uit de cijÍers die worden
weergegeven voor de Broeckgouw, waaruit blijkt dat daar een woningdichtheid van 30 woningen per hectare zouden worden gerealiseerd. KuijpersCompagnons, dat verantwoordelijk is voor de opzet van de Broeckgouw, heeft echter een opzet voor de gronden van BPD en Scholtens gemaakt die vergelijkbaar is met de voor de Broeckgouw gehanteerde opzet (biilage 1). Daaruit volgt dat volgens die opzet met een oppervlakte van 60,9 hectare en de bouw van 1 140 woningen een woningdichtheid ontstaat van 19 woningen per hectare. De stelling van het college in de RaadsinformatiebrieÍ dat het plan van Scholtens voor de Lange Weeren met 32 woningen per hectare vergelijkbaar zou zijn met de opzet voor de Broeckgouw, is volgens KuijpersOompagnons dan ook pertinent onjuist. ln de Broeckgouw geldt volgens dit bureau namelijk ook een dichtheid van 19 woningen per hectare, die volgens bijgevoegde opzet dus eveneens op de gronden van Scholtens en BPD kan worden gerealiseerd en die in
stedenbouwkundig opzicht vele malen aantrekkelijker is. Analyse toont aan dat door ontwikkeling van de Lange Weeren op basis van een integraal totaalplan het gehele kwaliteitsniveau van het gebied zeer sterk toeneemt, anders dan bij separate onaÍhankelijke ontwikkeling van de deelgebieden. Het voornemen om het recht op de bouw van minimaal 940 woningen in de Lange Weeren aan Scholtens toe te kennen gaat voorts geheel tegen bestaande procedurele én inhoudelijk
aÍspraken in. Volgens de Stichting stelt het college met dit voornemen het individuele belang van Scholtens boven het algemeen belang en boven de belangen van alle andere direct betrokken partijen. Realisering van de voorgelegde totaalvisie zal leiden tot een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke waarden van het gebied die bij een zorgvuldige planvorming kan worden voorkomen. Gelet op het zwaanruegende belang van het behoud van een groene leeÍomgeving en een ruimtelijke ontwikkeling die op verantwoorde wijze plaatsvindt, pleit de Stichting dan ook voor
een integrale aanpak voor het totale gebied op basis van de inbreng van alle direct betrokken paftijen, waarbij niet eenzijdig op de visie en het belang van Scholtens wordt gestuurd.
2
Kennedy Van der Laan
3. Redenen waarom niet tot besluitvorming kan worden overgegaan De Stichting zal hierna uiteenzetten om welke procedurele en inhoudelijke redenen op dit moment niet tot besluitvorming kan worden overgegaan.
3.1 Op geen enkele wijze wordt voldaan aan de eisen uit de Pilot Waterland Begin 2011 heeft de gemeente Edam-Volendam het Bestuursakkoord Pilot Waterland (biilage 2, hierna "Bestuursakkoord") ondertekend. Dit Bestuursakkoord is een overeenkomst tussen het ministerie van lnfrastructuur en Milieu, de provincie Noord-Holland, de gemêenten EdamVolendam, Waterland, Wormerland, Landsmeer, Oostzaan en het stadsdeelAmsterdam-Noord.
Doelvan het Bestuursakkoord is om te komen tot nadere aÍspraken over rollen, verantwoordelijkheden en inzet van partijen voor de gezamenlijke ontwikkeling van de rijksbuÍferzone Amsterdam-Purmerend (p. 1). Het Bestuursakkoord is nog onverminderd van kracht, wat betekent dat partijen gebonden zijn aan de aÍspraken zoals die zijn vastgelegd in het akkoord (zie ook de bevestiging daarvan door gedeputeerde staten op 12 Íebruari2019, bijlage 3). Een van de uitgangspunten van het Bestuursakkoord is dat onder voonaraarden de bouw van in totaal 740 woningen mogelijk wordt gemaakt op de Locatie Lange Weeren (artikel 4.2 onder c)
op een grondgebied van circa 60 hectare. De aan uw raad voorgelegde totaalvisie daarentegen voorziet in de bouw van 940-1 100 woningen op een oppervlak van circa 28 hectare (het stuk grond van Scholtens). De totaalvisie is alleen al daardoor op een wezenlijk punt evident in strijd met het Bestuursakkoord. Bovendien merkt de Stichting op dat de groencompensatie (van €10.000 per woning) nu uitsluitend voor het deel van Scholtens wordt gebruikt, terwijl in het Bestuursakkoord over de totale Lange Weeren wordt gesproken (artikel 5.1). Deze groencompensatie is volgens de toelichting op het Bestuursakkoord bedoeld om een
substantiêle meenvaarde aan de groene en recreatieve waarden van het gebied te leveren. Volgens de Stichting wordt deze compensatie niet op de door partijen beoogde wijze aangewend als deze veruolgens maar voor een klein deel van het gebied wordt gebruikt. Voorts staat rn het Bestuursakkoord een aantal kwaliteitseisen genoemd (artikel 7.1 onder a) waar de ontwikkelingen minimaal aan moeten voldoen. Zo moet worden voldaan aan (eisen
voor) het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, met inachtneming van landschappelijke, ecologische, recreatieve en cultuurhistorische waarden. Het staat buiten kijf dat de ontwikkelingen zoals beschreven in de totaalvisie en het ontwikkelkader niet voldoen aan die kwaliteitseisen. Niet alleen door de bouw van een dergelijk groot aantal woningen op een
zeer klein oppervlak, maar ook omdat de aÍstand lussen de woningen op de Blokgouw en de Lange Weeren straks slechts 17 - 40 meter bedraagt. Dit is vanuit het landschappelijk oogpunt en met het oog op de belangen van de bewoners van het gebied niet acceptabel. Bovendien is
3
Kennedy Van der Laan
er geen extra investering opgenomen voor de natuurcompensatie aan de oostzijde van de Lange Weeren (Blokgouw - Lange Weeren). Deze extra investering is noodzakelijk om aan de oostzijde een groene long met waterreservoirs te plaatsen voor wateropvang, natuur en vogelbehoud.
Verder geeÍt het college in het voorstelvan het ontwikkelkader nota bene zelÍ aan dat het ontwikkelkader zoals deze voorligt mogelijk "niet voldoet aan de voorwaarden uit het Bestuursakkoord' en dat het risico bestaat dat de provincie ook tot deze beoordeling komt. Dat de plannen van Scholtens niet overeenstemmen met het Bestuursakkoord is bovendien door het college een aantaljaar geleden zelf nog bepleit. Dit zal in de volgende paragraaf nog nader worden toegelicht.
3.2 Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt genegeerd De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: "AÍdeling
bestuursrechtspraak") heeÍt op 22 november 2017 (ECLI:NL:RV3:2017:3202, bijlage 4) het hoger beroep van Scholtens tegen de weigering haar een omgevingsvergunning te verlenen voor onder andere 84 woningen in de Lange Weeren, ongegrond verklaard. Het college heeft bij deze uitspraak destijds het belang benadrukt van het Bestuursakkoord en de totstandkoming van een integraal plan, zie r.o. 6.1:
'6.1. Het college heeft bij de weigering van de omgevingsvergunning overwogen dat het geen medewerking wilverlenen aan plannen die vooruit lopen op een (integrale)
ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie. Volgens het college wordt voor de middellange en lange termijn de potentie van de ontwikkeling van de Lange Weeren nog onderzocht. Ook is een integrale visie op de locatie de Lange Weeren nog in ontwikkeling. Voorts bestaat er volgens het college thans geen dringende behoefte aan nieuwe uitbreidingsmogelijkheden, omdat de bestaande woningbouwcapaciteit nog niet volledig is benut.
(...) Het college heeft tot slot van belang geacht dat de Lange Weeren in de Provinciale
Verordening als 'Landelijk gebied' en als bufferzone is aangewezen. Dit brengt volgens het college met zich dat bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan de afspraken tussen Rijk en provincie die gemaakt zijn in het kader van de 'Pilot Waterland' en neergelegd in het Bestuursakkoord Pilot Waterland van 15 april 2011. ln het bestuursakkoord is opgenomen dat de ontwikkeling van de woonwiik de Lange Weeren pas plaatsvindt wanneer de financiële afdracht en de realisering van groene en
recreatieve waarden voldoende geborgd zijn. Afgesproken is dat uit de voorziene woningbouw een bijdrage wordt afgestaan ten behoeve van het realiseren van nieuwe groene en recreatieve waarden in de (Rijks)bufferzone. Deze aspecten zijn volgens het college nog onvoldoende in de plannen geborgd. Het college wijst er verder op dat voor
4
Kennedy Van der Laan
de economische uitvoerbaarheid in de ruimtelijke onderbouwing wordt uitgegaan van een anterieure overeenkomst, maar dat deze niet tot stand is gekomen." De Afdeling voegt daar in r.o. 6.3 nog aan toe dat voor deze ontwikkeling inderdaad een integrale visie ontbreekt en dat ook in zoverre het betoog van Scholtens Íaalt. Naast Scholtens is BPD eigenaar van gronden in het gebied en ook het belang van de Stichting is direct betrokken bij alle daar voorgestelde ontwikkelingen. Het college lijkt nu de eenzijdig door of althans uitsluitend in samenspraak met Scholtens voorgestelde plannen te willen presenteren als integraal plan door daaraan de kwaliÍicatie totaalvisie toe te kennen. ln
werkelijkheid ligt aan het plan totaal geen vrsle ten grondslag die strookt met de wijze waarop een integraal plan tot stand behoort te komen, namelijk met daadwerkelijke inbreng van alle stakeholders in het gebied, waaronder in dit geval in ieder geval de Stichting en BPD. Daarbij zou ook het nog maar kort geleden voor de Afdeling bestuursrechtspraak verdedigde belang om de kaders van het Bestuursakkoord te respecteren, een uitgangspunt bij de vorming van een integrale visie behoren te zijn. Verder valt op dat in de RaadsinÍormatiebrief de bouw door Scholtens plotsklaps als urgent belang wordt voorgesteld, terwijl het college bij de AÍdeling bestuursrechtspraak nu juist heeÍt bepleit dat de bestaande woningbouwcapaciteit nog niet volledig is benut. Overigens zou de eventuele urgentie van woningbouw in de Lange Weeren uiteraard nooit een argument kunnen zijn voor onzorgvuldige planvorming die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, zwaarwegende belangen van derden en geldende bestuurlijke afspraken.
3.3 lntentieovereenkomst wordt niet nageleefd Voorts wijst de Stichting op de intentieovereenkomst "De Lange Weeren" die tussen de gemeente en Scholtens overeengekomen is op 23 december jl. (bijlage 5). ln de intentieovereenkomst is vastgelegd dat partijen zich maximaalzullen inspannen om derden te betrekken bij hun onderzoek naar de ontwikkeling, om zo de haalbaarheid daarvan te vergroten (artikel 3.2). Verder volgt uit de intentieovereenkomst dat indien derden niet bij het onderzoek betrokken wensen te worden oÍ de ontwikkeling van het gebied de Lange Weeren niet ondersteunen, paftijen zullen overwegen om het onderzoeksgebied te verkleinen (artikel 3.3). Scholtens en het college hebben op geen enkele wijze gepoogd een integraal plan uit te werken met reële inbreng van de meest betrokken partijen. lntegendeel, de visies en belangen van die partijen zijn bij de planvorming volstrekt genegeerd. Volgens de Stichting kunnen op zichzelÍ al vraagtekens worden geplaatst bij het sluiten van een intentieovereenkomst met (slechts) één
van de betrokken grondeigenaren in het gebied. ln ieder geval is het volgens haar een bestuurlijke gotspe vervolgens een "totaalvisie" aan de raad voor te leggen waarin de toch al beperkte waarborgen die in die intentieovereenkomst zijn opgenomen voor betrokkenheid van derden, met voeten zijn getreden.
5
Kennedy Van der Laan
Verder volgt ook uit de intentieovereenkomst dat partijen voor de uitvoering van de plannen c.q. die overeenkomst gebonden zijn aan het Bestuursakkoord en dat partijen zijn overeengekomen dat Scholtens haar visie dusdanig uitwerkt dat wordt voldaan aan de eisen uit genoemd
Bestuursakkoord (artikel 5.a). Nu is gebleken dat met de onderhavige totaalvisie en het ontwikkelkader op geen enkele wijze wordt voldaan aan het Bestuursakkoord, volgt ook daaruit dat de intentieovereenkomst niet wordt nageleeÍd.
3.4 Participatieproces onjuist weergegeven De Stichting meent dat het participatieproces zoals dat is weergegeven in het Participatierapport "Woningbouwontwikkeling De Lange Weeren - Volendam, Tussenstand d.d.
26 maarl2021" (Hierna: "Participatierapport", bijlage 6) gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van zaken. ln het Participatierapport staat dat het eerste gesprek met de Stichting op 4 december jl. heeft plaatsgevonden en dat de Stichting zou hebben aangegeven "daarna geen behoefte te hebben aan veruolgcontact'(p.4) . De Stichting benadrukt dat deze stelling pertinent onjuist en volledig uit de lucht gegrepen is. ln werkelijkheid heeft Scholtens verschillende participatieavonden via ZOOM georganiseerd om zogenaamd omwonenden te betrekken bij het opstellen van het ontwikkelkader. ln feite werden deze avonden zo vormgegeven dat hier met name medewerkers van Scholtens bij aanwezig waren, waardoor het gesprek ten gunste van Scholtens werd gekleurd. De Stichting meent dan ook dat van enige daadwerkelijke participatie geen sprake is geweest. Dat blijkt overigens ook uit de inhoud van de totaalvisie waarin aandacht voor de belangen die de Stichting behartigt op geen enkele wijze
tot uitdrukking komt.
4. Conclusie: een integraal plan ontbreekt, de'totaalvisie' is onaanvaardbaar Tegen de achtergrond van het voorgaande meent de Stichting dat een integraal plan dat ook maar enigszins voldoet aan de daaraan te stellen eisen voor wat betreft de totstandkoming en inhoud daarvan, ontbreekt. Voor zover de RaadsinformatiebrieÍ het voorstelt alsof de totaalvisie
aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit, is die brief misleidend. Voorts sluiten de totaalvisie en het ontwikkelkader inhoudelijk niet aan op de in het verleden gemaakte aÍspraken, waaronder het maximale aantal woningen en de kwaliteitseisen uit het Bestuursakkoord, de ontwikkeling van een integrale visie waarvan het belang bij de AÍdeling bestuursrechtspraak nog is benadrukt en de maximale inspanning die zou moeten worden verricht om derden te betrekken bij het onderzoek (artikel 3.2 van de intentieovereenkomst). De Stichting wijst erop dat er nog altijd twee partijen zijn die ieder een deelvan de woningbouw op zich willen nemen: Scholtens en BPD. Het mag niet zo zijn dat Scholtens er (zonder enige
6
Kennedy Van der Laan
vorm van transparantie en participatie) met de volledige buit vandoor gaat ten koste van de belangen van BPD en, met het oog op het ontbreken van ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit, van de Stichting. Dat de transparantie in dit proces ver te zoeken is en de belangen van de Stichting door het college worden opgeoÍferd ten behoeve van Scholtens, wordt geïllustreerd door de ronduit beschamende, op geen enkel juridisch houdbaar argument gebaseerde afwijzing van het Wobverzoek van de Stichting (bijlage 7) om informatie over de planvorming voor het gebied. Hiertegen zal de Stichting bezwaar maken. De Stichting benadrukt dat instemming met de zogenoemde totaalvisie betekent dat alle bij de ontwikkeling in de Lange Weeren betrokken belangen behalve die van Scholtens worden
genegeerd. Het behoeÍt geen betoog dat een dergelijk besluit om die reden bestuurlijk en juridisch onaanvaardbaar is. Dat is op zichzelt al reden genoeg om niet in te stemmen met het voorstel van het college. Daarnaast wijst de Stichting erop dat de gemeente, als uw raad anders zou beslissen, rekening dient te houden met forse schadeclaims die bestuurders aan wie over de gang van zaken persoonlijk een verwijt valt te maken, ook in persoon zouden kunnen raken. Tegen de achtergrond van het voorgaande verzoekt de Stichting de raad om op 20 mei a.s. niet in te stemmen met de totaalvisie maar voor een verantwoord, integraal plan dat op basis van de inbreng van alle betrokkenen tot stand wordt gebracht. Een kopie van deze brieÍ verzend ik per gelijke post aan het college Hooga_chtend,
L-è J.H.A. van der Advocaat
7
Kennedy Van der Laan Bijlagen bij brieÍ aan gemeenteraad 12 mei 2O21
Bijlage 1
weergave ruimtegebruik
Bijlage 2
bestuu rsakkoord Pilot Waterland
Bijlage 3
beantwoording GS 12 Íebruari2019
Bijlage 4
uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak RvS 22 november 2017
Bijlage 5
intentieovereenkomst Lange Weeren
Bijlage 6
paft icipatierapport Lange Weeren
Bijlage 7
brieÍ van gemeênte 15 april 2a21 inzake Wob-verzoek
n;
zr-Im
-1
É4&trydF6è
#
?Èf-+8 !Z!oZ@€ ulrceWd óu&)reklM
I
I I I
n ï N
I I
(puErq8j\i\
pp
q!*usg oootu't)
(wpg 4!*u€e q84s€peJ) Éud6€ep9s
-ILJ
ataa aaa
i.
fï
LJ
li
fr
I
Oppervlak:29,3 ha Totaal aantal won.: 940 won Woondichtheid : 33 won/ha
\
\J
i I
ilê
o
Afbeelding: globale hoofdstructuur van De Broeckgouw
H
q N
g
$
Ë
,!
Situering binnen De Broeckgouw
17
'v
I m
m ffi
flr
ffi
ltr rTiï / /
#1 ïsr "ll
I
I
l-__-
I
rl
\
\ I
-*l
t
.
-.!
/
t ,'."
r'...,i )
N-
,',,,,'
\
Oppervlak: 60,9 ha Totaal aantal won.: LI40 w Woondichtheid : L9 wo n/ha
0
\se*í
Provincie Noord-Holland
*Gcneente EdarVolendam
Gedeputeerde Staten
Burgemeester Postbus I 80
rrRflath ouders.Edam'Volendam
Uw contactperroon M,D. Alles
Ir30AD
Bá. afd./sectie . datum afdoening -ï..'. " "'...' -.'.'.. "..
NlStÁÍff
POSTTUS 3007 2001
BEL/RI
Ingekomen: 1j5 APft. 20ll afd./scctie
adv./tkn
koDie
Doorkiesnummer (023) 514 4195 allesm@noord-h olland.nl
datum
N tt AfR. tllfl tlz
Betreft Ondertekende versle Bestu ursaklcoord Pilot Waterland Kenmerlr
Geacht College,
-0 ÁPff. l3Íl
20il 11827 Uw kenmerk
Recentellf k heeft ook stadsdeel Amsterdam-Noord het bestuursakkoord <TPilot Waterland getekend. WU zUn verheugd u het ondertekende
akkoord hierbfl toe te sturen. Zoals besproken tijdens het overleg d.d I februarl 201I ls het RiJk zlch aan het beraden over mogelijke decentralisatie van de Rfksbufferzone. Toegezegd is dat toekomstige wijzingen in het Rijksbufferzonebeleld op de agenda komen te staan van de stuurgroep Pllot vl{aterland. Mocht her gewflzlgde helelrl hler aanleldln0 toe geven rlan zullen de afspraken binnen het Bestuursakkoord opnieuwworden besproken,
lnmiddels heeft er op 24 maart een startb[eenkomst plaatsgevonden waar alle gemeenten vertegenwoordigd waren. Het cOncept van de vlsle op hoofdliJnen ls hier besproken, lnclusief de groene en recreatieve opgaven en de potentiële wonlngbouwprojecten' Op kone termijn zal er een Stu urgroepbijeenkomst geplan d worden.
Postbus 3007
2001 DA Haarlem Telefoon (023) 514 3143 Fax (023) 514 3030
Ceylonpoon 5-25 Haarlem [2037 AAI nvvwry. noord-hol land. nl
NHooor
0
0
212
20il 118?7 Hopende u hlermee voldoende geihformeerd te hebben. B[ vragen kunt u contact opnemen met Maaike Alles, 023 514 4195 of allesm@noordHolland.nl, Hoogachtend, Gèdeputeerde Staten
van Noord-Holland, namens deze,
J genomen door het lld
Deze beslisslng is namens
van het college dat met
I bUlage(n)
0
belast.
0
Bestuursakkoord Pllot Waterland
Bestuursakkoord van de Provincie Noord-Holland, hat Rijk, de gemeenten Êdam-Volendam, Waterland, Wormerland, Landsmeer en Oostzaan en sfadsdeal Noord voor de gezamenllJke ontwlkkellng van de Riiksbuffenone Amsterdam-Purmarend
De partifen
-
de gemesnten Edam-Volendam, Waterland, Wormerland, Landsmeer, Oostzaan en
-
stadsdeel Amsterdam-Noord; het Ministerie van lnfrastructuur en Milieu;
de Provlncie Noord-Holland;
komen als volgt overeen,
1. Doel Dit bestuursakkoord heeft tot doel om te komen lot nadere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en inzet van de partijen voor de gezamenlijke ontwlkkeling van de rijksbufÍerzone Amsterdam-Purmerond. Verder te noemen de 'pllot Waterland'. Met deze pilot wordt de mogelijkheld geboden om onder voonruaarden ervaring op te doen in het benutten van gestuurde rode ontwlkkelingen ten behoeve van versterking van de groene en recreatleve functie van de Rfiksbuffezone.
2. Definltiss en begrenring De pilot Waterland heeft betlekking op de ontwlkkeling van de Rijksbufbrzone AmsterdamPutmerend, vêrdêr tê noemên do'rljl€buÍiemon€" Voor de begrenzlng van de rljksbuÍferzone wordt kaart lc van de ontwerp-AMvB Ruimte gehanteerd (bfilage 2). Het gebied binnen de rode conlouren maakt geen onderdeel ult van de rijksbufferzone. Het Rijksbufferzonebeleid heeÍt dan ook geen betrekking op het bouwen binnen de rode contour. De riJksbuffezone is geheel gelegen in het Natlonaal Landschap Laag Holland (m.u.v. de locatle Lange Weeren).
3. Ultgangspunten gebiedsontwlkkeling riJkabufferzone 3.'l ln de'rijksbufferzone staan het behoud en versterken van de kernkwalíteíten van het landschap, het voorkomen van verdere verstedeliJking en het bieden van ruimle voor recreatle en ontsPanning vooroP. 3.2 PaÉ'rjen spreken af om de ontwikkeling van de r[ksbufferzone door middel van oen gebiedsgerichte aanpak gezamonlijk te realiseren (gebiedsonfiMkkeling). Hierbij worden de plannen, maatregelen en lnanclering op het vlak van natuur, recreatie en wonen in samenhang bezien en afgewogen ên zo veel mogeliJk gecombineerd rnet die op het vlak van rilater, landbouw, werken en lnfrastructuur. 3.3 Stakeholders (publieke en prlvate partijen) worden betrokken biJ de gebiedsontwikkoling. Welke stakeholders en de wiJze van betrokkenheid wordt nader bepaald door de gezamenlflke Partijen.
Bóstuuísakkoord Pllot Waterland - 2 ffiniaÍi 2011
0
\
I
0
n
3.4 ln het kader van dezo gebiedsontwikkeling wordt er vodr de iijksbuffenone een vísie en een uitvoeringsprogiamma opgesteld. De wijze van evaiueren (inc!. critdria) en een financierlngsconstruclie maken hier onderdeel van uit, 3.5 Het rijks-, provlnclaal- en gemeentelflk beleiC zijn Ui€angspunt bij de gebiedsontwikkeling. 3.6 De mog'elijkheid vàn gebiedsoótwlkkeling voor de buffezone ls opgenomen in de provinciale $tructuurvislq Noord-Holland2040 met bijbehorendè verordening,
4. wonlngbouw 4.1 Woningbquw in de rijksbuffeaone maakt deel uit van dè gebiedqgerichte aanpák waarblj behoud en verstei'klng van de kwaliteiten van ds bufferzóne voórop sta'at.
4.2 De pitot Waterland maakt onder voorwaarden de boUw van in toJaal 875 woningen mogelilk, uitgesplitst in:
a. 100 woningeh op een aantal nader te bepalon kleinschallge locaties in de b.
rijksbuffezone.
35 terpwoningen op de locatie Bennenwerf (Marken, gemeènte Waterland, zie plankaaÉ bijlage 4) 740 woningen op de locatie Lange Weeren (Edam-Volendaín, zie biJlage 3) 4.3 De (verstedelflklngs]ocatle Lange Weeren maakt nu nog ondeÍdeel ult van de rijksbuffaÈone. Het Rljk plaátst dè Lang€ Weeien buiten dg rijks[u'ffêzons nadat is geboigd dat de pilot (lnclusief de l-enge Weergn) ook daadwerkelijk bijdreagt eah de groonè en reëreallevè l$Íualiteiten van het gebied. Het Rijk zal hiêrvOor de grens van do
c.
r[ksbufferzoÍie aanpassen, 4.4 Hel selectíeprpces voor de 100 woning€ri moêt nog worden uitgewerkt; de uiteindelljke selectle zal geschieden door de gezgmenlÍke paÉijen (2ie artikel 9 Orgartisatie). 4.5 Stadsdpel Amstgrdaryr-Noqrd doet geen aanspraak op woningbouw als. bedoeld ln dit besJuursakkoord
(lo verder loelichtln g),
5. Blidrage ult wonlngbouw 5,1 De ontwikkellng van de Lange Weeren, de ontwikkellngen op Marken en de 100 nog te selectgren. woningen moêton per woning € 10.000 eiJro gensren om te kunnen investeren in greene dn recreatie.ve uraarden in de rijkSbufferzonê (zie verder toelichting ïinanclële bíJdrage'), 5.2 De in het eerste lld bedoelde bijdrage zal ctpgebracht dignen te worden door de
ontwikkelende partijen, de geméenten staan niet garànt voor afdracht van deze bijdrage.
5,3 De gemeenten spannen zich in om de bijdragen langs prlvaatrechtelijke of publiekrechtelljke weg op de ontwikkelaar / exploitant te verhalen. De bijdrage hoeft niet eerder afgedragen te worden dan nadat de wortingen in aanboitw z[in genomen. 5.4 Pas lij voldoende.bo.rging van de financiëlq afdracht en de ruimtelijke kwalitelt kan de onhvikkeling plaatsvlnden. 5.5 De bijdrage ult de wonlngbouw is bedoeld om additionele groene en recreatieve wAarden in de rijksbufÍeaone toe te voegen, nlet voor reeds vooaiene actlviteiten of om 'aohterstallig onderhoud' te plegen. 5.6 De toavoeging van additionele groene en recreatieve waarden in de riiksbufferzone volgt uit de (nog op te stellen) vlsie, de ontwlkkelingsstfatesie e1r uilvoeringsprogramma voor de iiJksbuffezone, waarin ook de totale opgave voor groón en recreatle beschreven wordt.
Bestuureakkmrd PlÍot WatêÍland - 2 februaÍl 2011
0
2
v
0
a,
6 Kwaliteitsteam 6.1 Partijen stellen een kwaliteitsteam samen dat de ontwlkkelingen in deze pÍlot beoordeelt (-Kwaliteitsteam Waterlandl. Dit team bestaat uit onafhankelfike deskundigen uit verschillende disciplines (o.a. stedenbouw, architectuur, landschap).
6,2 De ontwikkelingen worden beoordeeld aan de hand van een kwaliteltskada dat door de bstrokken partiJen wordt opgesteld (zie artikel 7 kwaliteitscriterla)'
6.3 Het kwaliteitsteam adviseert aan de stuurgroop.
7 Kwallteltscrlterla 7.1 De kwaliteitseisen voor de ontwikkelingen betreffen mlnlmaal:
a. voldoen aan (elsen voor) behoud en versterking van de ruimtelljke kwaliteit, met lnachtneming van landschappelfike, ecologlsche, recreatieve en cultuurhistorische waarden. Hieronder vallen onder andere de kernkwaliteiten van Nationaal Landschap Laag Holland (deze worden in het kwaliteitskader ultgewerkt en gelden nlet voor de Lange Woeren): het behoud en de ontwikkeling van de openheid van het landschap; het behoud van de rljkdom aan weid+ en moerasvogels; hel behoud van het oude geometrische lnrichtingspatroon in de droogmakerijen; hetbehoud van hetveenpakket; het behoud van de mlddeleeuwse strokenverkavelingen en de historische watergangen in het veenweidegebied; het behoud van een groot aantal archeologische locatiee; het behoud en de ontwikkeling van karakteristieke dijk- en lintdorpen.
een verantwoording ven de mate waarin bij deze nieuwe functies aandacht is voor de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap; de aansluitÍng bij de ordeningsprinolpes van het landsohap, de bebouwingskarakteristieken (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte) ter plaatse; de ínpasslng van het nieuwe functiee in het plangebied in de wijdere omgeving (grotere landsohapseenheid) en de aandacht voor de bestaande kvuallteÍten van het gebled (inclusief de ondergrond) en voor de maatregelen die nodlg zijn om negaiievc cffccten op deze kultaliteit op te huÍÍun irr relatie tot de nleuwe func,ties. aansluiten binnen de (nog op te stellen) visie en uitvoeringsprogramma voor de
-
b. .
c.
-
rijksbufÍezone.
I
Borglng en evaluatle
8.1 De belangrijkste vooruaarden voor verders ontwikkolingen in de rijksbufferzone zijn:
a. garanties en borging met betrekking tot de kwaliteit b. maatvoerlng en inpassing van de ontwikkelingen c, een koppelíng in de tijd van de rode en groene ontwikkelingen.
8.2 Nadere afspraken over kwalitelt en kwantitelt worden vastgelegd in de visie en het ullvoeringsprogramma. ln het ultvoeringsprogramma zullen ook de vooruvaarden voor de rode en (daarmee samenhangende) groene ontwikkelingen, alsook de ontwlkkelingen zeff, worden geborgd. lnclusief borging van voldoende (netto) afdracht van rode ontwikkellng aan de grcene en recreatíeve opgaven. 8.3 De procedures en weder{dse afhankelljkheld van de verschillende plannen (visie on ullvoeringsprogramma i.r.t. bestemmingsplan en ontheffing) moeten nog nader uitgewerkt worden
Bestuursakkoold Pllot WatoÍland - 2
0
)
0
+
8.4 De pilot is geslaagd als aan de kwaliteitscriteiia wordt voldaan en de pllot ook daadwerkelijk bijdiaagt aan de verbetering van de groene en recreatieve larvaliteiten van het gebied. Hiertoe wordt de pllot geëvalueerd.
8.5 Evaluatiemomenten en Sturingsmogelljkheden worden eveneens vastgelegd in de visie en het uitvoerlngsprogramma.
8.6 Mêt deze afspraken oVer een gebledsgerichte aanpak zien de Provincie Noprd-Holland en de gemeentsn af van de aantallen en locaties van de buffetwoningen en uitleglocatles in de rijksbufferzone zoals die voorzien waren in de Streekplanuitwerking Walerlands Wonen ).
8.7 Partfen gaan akkoord dat pas na de evaluatip op bestuurlijk niveau (door de gezamenlÍjke partflen uit dit akkoord) wordt besloten of en onder welke voorwaatden de pilot Waterland een vervolg krijgtt. 'De eindevaluatie vindt pláats als zowelde rode als de groene ontwikkelingen, die a. volgen uit de pilot, volledig ljn getealiseerd.Of in een zodanig stadium dat die op hun merites kunnen worden beoordeeld (m.u.v. Lange Weeren; dqalvoor moet het Beeldkwaliteitsplan geieed zijn alsook de borging van de flnanciêle bijdrage alsook de keuze voor de groene en recreatleve opgav€n (vjsie/uitvoérlngsplan)). b. Onderdeef van de evaluatiecriteria zijn in iedor geval: de bijdrage aan gno€n ln de rijksbufferzone de biidrage aan dagrecreatle in de rljkSbufferzone de bfldrage van de iode ontwikkelingen aan de kwaliteit van de rljkSbufferzone de bijdrage aan de kernltwaliteiten van het Nátionaal Landschap Laag Holland (m.u.v. de Lange Weeren) c. ook dlent de werkwilze (constructie die pártiien zijn aangegaan en het proces) geëvalueerd le worden.
o . . r
9 Organisatie g.1 De definitieve organisaiiestructuurwordt dcior de gezamenlijke partfien nader bepaald, als basle díent de organlsatiestrucluur zoals weergegoven in bijlage 1.
9.2 be re$lo (alle genieenten die hebben ondertekend) ls hekker vah de gcbledsontwlkkeling, dc prwlncie is fucilitÈrend. 9.3 BiJ de start van het proc€s moeten de gbzamenlíjke partijah aÍspraken máken over de Íinanciering van het proces (procesmanager, kwallteltsteam, communicatie etc.) g.4 Na éán jaar zal bekeken worden of er binnen het proces van de gezamenlijke aanpak met alle betrokken partljen voldoende voortgang geboekt is. Op basis van deze uitkomst wordt eventueel de rol van de provinole bijgesteld.
í0 Planning 10,í Het strevsn is om de vlsie, de ontwlkkelstrategle en het uitvoeringsprogramrna binnen een termijn van 2 jaar te reallseren. 10.2 Dit akkoord treedt direct na ondertekening van alle partijen ln werking.
1Í Slot 11.1 De toelichting maakt deel uit van dlt bestuursakkoord.
Bastuursakkoord Pllot Watedand - 2 íabruad 2O11
0
4
0
OndeÉekenlng Dit bestuursakkoord is in 1-voud opgemaakt en ondertekend to Haarlem op2Íebruarl2011
Provlncie Noord-Holland
* oz - fl.ott 'Ko Drir,SÍret'.
-.P*.se,,, "ï:.Írru*ctza-rler
Gemeente Oostzaan
hE,LtíÊTeUeuS
b)ertoqÈFk @Wí?e\
Gemeente Landgmeer,
.3t...nt.r.ï*,tt..... !í.*0.e. ...à ../t c+e.rd.&(.r.fr.c.... GemeenteWormerland,
3l-or-rorr toco -3tr4s6ígíè /*rtt ",*e R.O.
?,P Gemeente Waterland,
P.. f-\à. . sapgï$FfhgSyàáht.:f. .......
Gemeente Edam-Volendam,
?t'
[o]T/ uan /\ut êdla^-trbtu, a(ep
Stadsdeel
- acrt
O'repe.ru€e,l Mlnisterie van
O4' 0.L.,...L.tr t.... -f, .,
B$tuursakkooÉ Pllot Watsrland - 2 ffiruarl 201 1
0
,fï Pu, 5
0
Toelichting op het drkoord Korte terugblik op de totstandkoming van de afsprqken Algameèn Het overleg tussen rijk en de ptovincie NH over de gewenste ontwlkkeling Van de rijksbufferzone Amsterdam-Purmerend verkeerde tot sind 2008 h een lmpasse. De belangrijkste oorzaat< daaryan was de spanning tussen het Rijksbufferzonebeleiden de provinciale bouwplannen ondei de noemer Waterlands Wonen, ln een ovérleg tussen VROM en provinêie NH gericht op het doorbreken van deze impasse, is oVqr een weer verkend wat de mogeliJkhgden waren om nader tot elkaar te komen. Geconstateerd werd dat het vast Hijven houden aan de eigen standpunten heeft géleid tot een sltuatie waar hel landsóhap noch de betrókkenen baat bij hebben. Provincie NH heeft vervolgens het belang van een gèbieilsgeriohte aanpak ultgesproken en daarmêe ontstond voor het r'1jk de gewenste opening, wat uiteindelilk heeft geresulteerd in éqn afispraak over een pilot Waterland. lnmiddels zijn ook de relevante gemeqntebeatuurders betrokken en worden do aÍspraken ovei deze pilot ln onderhavlg akkoord nu vastgelegd. Hoogte flnanciële bljdraQen woningbouw Ondanks de gebÍedsgerichte aanpak van de pilot en daarmee ebn megr integrale afirveging be6taet het gevaar dat de 2wakkere functie van landschap êh grOèn onvoldoende aandacht kijgt in het uiteindelljke resultaat.
Om dat lisico tê veimijden is daarom egn inveqtering van in totaal8,75 miljoen euro afgesprqken, waarmee een Subs!ántiële meenltraarde aan de groene en reqreatieve waarden in de rfiksbuffórzone geleverd kan worden, Dit komt neêr op een bijdrage van €í0.000 per wonlng. ln artikel 5.1 is aangégèven dat de bijdrage uit dp w.oningbouw is bedoeld otn additiónqle groene en rÊcreatievewaarden in de rijksbufferzonè toe te voegen, niet voor reeds vooziene activiteiten of om 'achterstelllg onderhoudi te plegen. ln dè vls-ie en het uitvoeringsprogramma voor'da Rijksbufferzone worden d9 groene en rQcreatieve ppgavsn opgenonien' Alle ondefiei<enende parlflen zljn uitdrukkelijk bij zowal de Visie als het uitvoeringsprogramma betrokken. De $tuurgroep zal bepqlen welke groene/recreatievq opgaven (incl. lcÈatie én wljze) Uit dè financlële afdracht gefinancierd zullen worden. Pas blj voldoende borglng van de groene/recreatleve opgaven, de flnanciële afdracht (d,m,v. oyoreonkorhst gomoonte on ontwikkqlonde pertij) sn de ruimtelljke kwallteit van de rodc ongryikkeling (Beeldkwaliteitsplan) kan de ontwikkeling plaatsvinden. De bljtlrage hoeft echter niet eerdor afgedragen te worden nadat de wonlngen in aanbouw zljn genomen. Ro/ SÍadsdee I Amsterdam- Noord StadsdeelAmsterdam-Noord doet geen aanspraak op de woningbouw (100 woningen op nog nader te bepalèn locaties).
Mogelijk dat StadsdeelArnsterdam-Noord een enkele boerderiJverplaatsing mogelljk wll maken. Voor.zover besluítvormlng hbrbver ln het kader van de pilot nodlg is valt deze besluitvorming onder de stuufgroep. Dlt geldt ook voor Ínitlatieven die door anderen dan Stadsdeel Amsterdam-Noord Worden ingebracht voor woningbouw op hst Amsterdamse deel van de Rijksbufferzone. Stadedeel Amsterdam.Noord neemt geen zittlng ln de stuurgroep.
Rolvan het RijR De Nota Rulmte is het uitgangspunt van het buffezonebeleld, Deze nota vormt het huidig riJksbeleidskader voor de ruimtelljke ontwikkeling ván Nederland en stelt dat gebiedsontwikkeling zo min mogelljk ten koste van het landschap mag gaan. Dat goldt ook
voor de bufferzones, Om te zorgen dat het landschap open èn groen blijft moeten de zones vrlj blijven v'an grootschalige bebouwlng, zoals glastuinbouw, lntensievg veehouderij, nleuwe woonw[ken of bedrijventerrelnen. En recreatie moet ln het landschap passen. De provincie heeft deze doelstellingen in de Structuulisie Noord-Holland 2040 oveÍgênomen. Met de komst van het nieuwe kabinet
B€stuursakkoord Pllot Waterland - 2 Ídbruan 2011
-i.*,.
0
0
ook het bufferzonebeleid in een niouwe Íase terecht (Beleidsbrlef lnftastructuur en Milieu, 2611-2010), Nu het rljk en de reglo samen de spelregels hebben opgesteld om te komen tot een gewenste ontwikkeling van de buffezone (dit bestuursakKoord) wordt de eerder genoemde impasse hierover doorbroken. Rekening houdend met de actualÍsatie- en decentralisatieplannen van het djksbeleid en riJkstaken, is deelname van het riJk aan stuurgroep en kernteam na het vaststellen van deze spelregels niet langer opportuun. Het dJk laat de verdere uitwerking en uitvoering van de pilot over aan de provincÍe en gemeênten.
Natlonaal Landschap Laag.Holland Het Nationaal Landschap Laag Holland is het oer-hollandse agrarlsch cultuuíandschap tussen Amsterdam, Hoorn, Alkmaar en Zaanstad met zijn veenweldegebieden, droogmakerijen en zijn karakterlstieke dijk- en lintdorpen. Het ls de voortuln van de metropoolregio, en daarmee de plek waar stad en land elkaar ontmoeten (belevlng van rust, rulmte en groen, recreatie, verbrede landbouw, streekproducten). De provlncie voerl de regie over het behoud, duurzaam beheer on waar mogeliJk versterking van de landschappolijke, cultuurhistorlsche en natuurlljke kernkwallteíten van dit gebied. Om deze kernkwallteiten te kunnen behouden en ontwikkelen, wordt tevens regie gevoerd op de volgende hiervan afgeleide doeten: Het behoud en de ontwlkkeling van de landbouw als economische drager yan het open landschap; Het verkrijgen van eèn robuust watersysteem met sen goede waterkwaliteit; Het bevorderen van de toegankelijkheid van het gebied voor recreatie en toerisme; Een op de burger gerlchte communicatie oveÍ het Nationaal Landschap.
r . . r r
Voor de begrenzing van het Nationaal Landschap wordt de kaart uit de Streekplanhoziening Begrenlng Nationaal Landschap Laag Holland gehanteerd. De rode contouren maken ondordgel uit van dlt Nalonale.Landschap. Dit houdt in dat binnen de rode contour, aansluitend op het reguliere beleid van de Provincie Noord-Holland, ook het beleid voor Nationale Landschappen van toepassing is (kwaliteltseisen). De rijksbuffoaone ls (m.u.v. locatie Lange Weeren) geheel gelegen blnnen het Nationaal Landschap Laag Holland.
Kwaliteltscrlterla en lreuordellng hilallteltótóám Randvoonruaarde van de pilotWaterland is dat de kwalitelt van de ontwikkelingen binnen de Rijksbufferzone Amsterdam-Purmerend moet voldoen aan de kwaliteitselsen. Dit gaat enerzflds om de kwaliteit van de rode ontwikkeling (de woningen, de woonomgeving en de
landschappelijke lnpassing) anderzijds ook om de kwalitelt van de groene en recreatieve ontwikkeling die mede door de rode ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Een (nog samen te stellen) multldisciplinair kwaliteltsteam Waterland zal advies uitbrengen over de ruimtelllke kwaliteit van voorgênomen ontwikkelingen blnnen de pllot Waterland. Het gaat om deskundlgen op het gebled rran landschap, stedenbouw, recreatle, natuur en cultuurhlstorie. Naast het oordeelvan het kwaliteitsteam Waterland zal de provlnciale Adviesoommissie Rulmtelijke Ontwikkeling (ARO) oordelen over de ruimtelijke laualÍteit van voorgênomen ontwikkelingen binnen de pilot Waterland. lndlen mogeliJk zullen de bevoegdheden van de ARO gedelegeerd worden aan het kwallteitsteam,
Pllot Waterland en fase na de pllot Binnen de rljksbufferzones zijn rood-voorgroen/recreatie constructles (ldeinschallg rood met als doel de financlering van groen/rocreatie) mogelijk als de voonivaarden daarvoor zijn uitgewerkt in een provinciale verordening en in een provlnciale en/of intergemeentelijke structuurvisie de locaties daarvoor binnen de rljksbuffezones zijn bepaald. De voorwaarden betreffen in elk geval maatregelen ter vergrotlng van de ruimtel'rJke kwallteit of ter versterking van de dagrecreatieve funclie. De procedures en wederzijdse
B€6bursÉkkooÍd Pllot Waterland - 2 februaÍi 2011
o
0
oÍ de visie
verEchillehde Ètannen wordèn nog nadEr uitgewerkt, Zo moet no$ bekeken wordeh forinele en uituobrlhg$PÊgramma (die tesamen de benodigde strucluurvisie vormèn) een inspraakproóiurá moeten doorlopen voordát ontheffing voor het bestemmingqplan kan
worden verleend. We begevàn ons met de pllot op de rand van dat wat blnnen de huldlge kaders vbtil de rijkqbuierzones Í1ogAlilk is: dit hesft o.a. te makèn met de beqogde bouwactlvllelten en h9t groen onvoldoênde rlsico dat ln de iniegiaÉ afrrreglng de aarakkerefunotie vàn laódsèhap en van de opgaven je deel wejk is onbekehd Verder resultaat. aandacht kijgt ln het uiteindelijke van èen .{!1 met de pllot-kunt reallseren. Dit is dE reden dat e.e.á. gegchiedt iÈ do vorm "n vervolgfaee met esn ingestêmd wcirden kan pilotWaterlànd ieeds niet vooiafgaand àan de waarln ook wonlngbouw zit'
Beotuursakt(oord Pllot Waterland - 2 íabruáÍl 2011
0
0
Biilage í Organlsatlestructuur
Kwallteltsteam Waterla n d
PROJECTTEAM Provlncie Noord-Holland
lsw
tuotectleklerNH
PrcjecllslderlSW
De Stuurgroep hssft als taak:
- bewaken voortgang pilot - bewaken kwaliteit visie - vaststellen investeringen ln opgaven groen en recreatie - vaststellen visle - vaststellen uitvoerlngsprogramma - instellenlwallteitsteam - selecteren van de l00lossewonlngen
Het aantal malen dat de Stuurgroep bij elkaar komt is afhankelijk van de beoogde voortgang
van het proJect. Samenstellirrg Stuurgroop Vanult de Provincie Noord-Holland: gedeputeerde RO (voorzltter) Vanuit de Gemeenten: de wsthoudors van de betrokken gemeenten (met ullzonderlng van Stadsdeel Amsterdam-Noord)
BestuursakkooÍd Pllot Wat€rland
0
- zÍebruart 2Cí1
9
o
Billage 2 Het planologlsch regime
Om aan tg geven waar het planologisch regime vgor de fljksbuffezones ryecle3 geldt, wordt ge*"rkt mei O" begrenzing'van.de rijksbuffqrzones, z9al9 ygOlOlsteld in de ontwap Amvb É,uimte. Als ultgangspunt daarbiJ geldgn de grenzen uit de NoJa Ruimte, zoals die in de . provincie stregkplannen ?ijn opgenomen, r,raaarbij de amenderlngen die daarop tussen rijk en gelegen in rijksbgfferzones de de ljn ov'ereengekómen eveneens zijn meegenqmsn. Ook Uónouwtngs[einon {voohee.r.r weld hfer ók wel de term rode contogl voor gêbruikt) worden (zie kaart UegrensC.-Oaárbinnàn gêldt helplanologisch regime voor de rijksbuffezones nlet 1
c rijksbuffezone Amsterdam-Purmerend' )
Kaart lc rii ltsbuffer?pnê
op hdsran d8
h6lilf
{dqtfrrflÉd
h:tlfrbàratrd
op:
p
urend.pdf
*, Bestuursakkoord Pllot Waterland - 2 Íebruan 2Q11
0
10
0
Billage 3 Plangebled De lange Weeren Kaart locatie
Kaart
het Structuurplan Edam-Volendam 2008
Bestuursakkoord Pilot Wat€rland - 2 Íebruail 2O1 1
0
Bijlage 4 Plangebled De Bennewerf (Marken)
Mit ltu
Aêrttriwrt aia,rfr. wl * r&rdrg.
PROGSP{.I}íÀ vlr{ €È€fF4nt}rcflyí
BestuursakkooÍd Pllot Watsíland
0
' 2 iebruart 2O11.
1
z t>t\ o2 r'L \!04/ --
"-l
-:= t.rl.i ::''l t'-ll
Yfr Yh
g
Provincie Noord-Holland
201 9 7
Á
l.,t'
'!)
ll-r
Aan de leden van Provinciale Staten van Noord'Holland
..'t.
Datum ingekomen vragen : lO i-anuari 2Ol9 : 12 februari 2019 Datum Gí-besluit: i,l:{l
,")
:-..; .-1
:::at
Vragen nr.7
':.
irl-tt -_- ,t ; _,...,.
l
iti. ïlll-', .
'1) I
:.'.'.
:_: ._- ;
,'
i
plan woni.ngen te bouwen in de bufferzone Vragen Van mevrouw J.M.E. de Groot (SP) over het in NNti in Oostknollendam (gemeente Wormerland)
ËnïJ."it.lijk
u overeenkomstig het.bepaalde in OrU. voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
De voorzitter van Provinciale staten van Noord'Holland deelt
artikel 45 van ftet negià;eni uin provinciare staten, mevrouw provinciare staten,nJiè, aát op r0 januari 20rg door het lid van J.Mi:ilèi"àt (Sp), J" uàfg.tiau vágen bij Gedeputeerde Staten zijn ingekomen'
,"1
{.'!l
INLEIDING VRAGEN
,waterlandswonen bij oostknollendam, kan dat?'van 9 januari 2017 besteedt ln het artikel college van B en W van Wormerland Dagblad Zaanstreek aandacht aan áen Uorwàà".t áat.het Het betreft de bouw oostknollendam' nabij ;;i;ilr"J;itoniwitlïi;;Ë;*s;ill"n realis"iun bufferzone en in ligt locatie De beóosde Zaan. de ;;;;iJ;ài="u.n f u*. *íninóln aan W u"n wor'nerlaid willen gebluik de van de pilot maken gedeettelijk in NNN. H;i.;!l;;";!,' B qn fraterlands Wonen om op deze plek te kunnen bouwen'
VRAGEN:INCLUsIEFBEANTWooRDINGGEDEPUTEERDESTATEN
Vraag l:
-
er dan uws ligt?Als dat het geval Ëf'"i;rirt dat de beoogde locatie in de.bufferzone 'J'?Uldat niet het luxe woningen te bouwen?Als
inziens - mogelijkheJ""-át àó de locatie zeven op deze plek niet kan? geval is, kunt u on, áàn àe redenen laten weterr waarom woningbouw
Antwoord l:
deel in de bufferzone, Voor dat deel is het mogelUk om het ïàninóUouivpro;ect in tJ dienen voor de Pilot Waterland' Ja, de beoogde locatie ligt voor een
Vraag 2: welk deel van de bouwlocatie ls hetJuist dat de beoogde locatie in NNN ligt? Kunt u b.eschrijven Wonen van 28 februari 2006 Waterlánds ing i;lge;s;àitt""iptaníittàtt zich in NNN bevindt? een plattegrond zenden liqt het qebied in zijn g;Ëà1Èrii"n ae'roáe .ontourën'. Kunt u ons zijn? ingetekend *áàtop áe betreffendJlocatie en NNN
Antwoord 2: vanaf de Dorpsstraat Clii."fËfUt ligt de planlocatie binnen NNN. Het gaat om het voorste stuk, beschouwd.
2019
B
7
fl Ë
Ni46
".wi,
I
i : )rt,rr:.rrrt :
.,":il'.
l
{
ir
,í
ín Voetbalv€Íeniging
l!
w'Knollendam"
t,
q
Mlt6 g -rl
lerveeí
E
I ;al( lIr'1
,^, @2019
Planlocat e omkad Bron: googlemaps
met zwarte lijnen. Loopt tot aan de Dorpsstraat
.l
Planlocatie omkaderd met zwarte lijnen. Loopt tot aan de Dorpsstraat' Groen is NNN. Bron. Provinciale Ruimtelijke Verordening
Vraag 3: BSC en in NNN Ai;á; woningbouwlocatie in Oostknollendam inderdaad in zijn geheel buiten luxe woningen in zeven van bouwen het gediend met dan er is belang ii!. *"fn óràót openbaar gebied? dit
Antwoord 3: ceen. De bouw van woningen dient hier geen groot openbaar belang Vraag 4: allerlei ln 2015 heeft pS u verzocht de pilot Waterlands Wonen te heroverwegen' Dit vanwege U (en meebrengt). ookweer nu onó"*ánti. ontwikt<etingàn Oie'de pilot met zich meebracht
2019 !i 7 &
mee dat het niet mogelijk was deze pilot te beëindigen omdat u het akkoord niet deelde -enzijdig kunt aanpassen oíof,heffen. U zou in beginsel gebonden zijn aan de afspraken die u en Rijk) hebt gemáakt. Tot welke datum loopt de pilot nog? Op á.tïàË." partijen 'kuniu tóemeentàn de einddatum de pilot beëindigen? oikan PS vóór *Àlt" wijze
Antwoord 4:
pilot waterland (gemeenten en provincie) besloten de ciË-ó-áriàUer 2016 heeft de Stuurgroep pilot voort te zetten. Betrokkenenliln in overle-g over de wíjze waarop de afdracht van van ètO.OO0,- per woning wordt geregeld en hoe afspraken.te maken over de realisatie (rood groen). het bestuursakkoord ln voor de bufferzone óro1ecteá àie ten goË0. tomËn aán gebonden aan iiitot Waterland is geen einddatum voor de pilot opgenomen. ln.beginsel zijn wlj Pilot bestuursakkoord in het partuen vastgelegd hebben r.t ánJ.r. vÍii die ae aisprafcen pilot niet de partijen dat constateren W"tuif""à. Van beëíndiging is pas spiake als alle uitvoerbaar is,
Vraag 5: Vàoi-róu.r bij ons bekend is met betrekking tot de pilot Waterlands Wonen destijds áui ónaêi áe vlag van deze pilót z+o woningen gebouwd kunnen worden op de "idrpiàk.n toiatiL LangeWeeren,35 won-íngen gebouwd kunnen worden op de Ben-newerf telvlarken en Kunt u ons meedelen of het streefgetal van 1 00 woningen op nog nader te 6"pal-"n locaties, ióó ;;i;ó.n ob a.ietreffende nader te bepalen locaties reeds gehaald werd? Ky-deja, kunt u nog steeOs een beroep doen op de pilotWaterlandswonen?Zo
óàrilítàfrórmlrlaná
uw antwoord toelichten?
Antwoord 5: steeds een Er zijn nog geen woningen gerealiseerd. De gemeente Wormerland kan dus nog Pilot heeft.de piláiwaórland. Overigens vraag.4. op Zie verder antwoord U"óóp do-eí op de pilot het voor gedaan de op geen worden beroep kan Er wituiËnU Uetràt<ting óp aé Uuff.rrone. NNN regime.
Vraag 6: projecto.ntwikkelaar is die op de frniï ons meedelen wie de eigenaar van de grond/ grónd-reeds in eigendom van.deze eigenaar/ de il lang g"in ptekwil Éóuuí*niHoe fËti"n*6. die de Wormerland van W óiài*rtónltlikelaarZ'eestaan er toezeggingen van I en gebouwd in oostknollendam de locatie er op dat kunnen fevén ó1.á;.iià"t*ikkelaar de indrut gewekt? verwachting is deze en wanneir wie door i<an worden? Zo 1a,
Antwoord 6:. opvragen bij het Kadaster. Voor zover ons bekend, ij'il;i h"i èigendom en de aankoopdatagedaan over de realisatie van dit plan' De gemeente heeft de geméente nooit toezeggingen de Pilot Waterland' vanuit zijn heeft weliangegeven dat er kanien
Raad varigtate U itspra ak 201609657 l1 I A1
ECLI
EC L I : N L: RVS:201 7 :3202
Datum uitspraak
22 november 2017
lnhoudsindicatie
Bij besluit van24juni 2015 heeft het college geweigerd aan [appellantel omgevingsvergunning eerste fase te verlenen voor het ontwikkelen van de 1e fase van de Lange Weeren te Volendam.
Volledige tekst 20160965711141. Datum uitspraak: 22 november 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van lappellanteJ, gevestigd te Iplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 1 1 november 2016 in zaak nr 1513248 in het geding tussen: lappellantel en
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam Procesverloop Bij besluit van24juni 2015 heeft het college geweigerd aan lappellantel omgevingsvergunning eerste fase te verlenen voor het ontwikkelen van de 1e fase van de Lange Weeren te Volendam.
Bij uitspraak van 11 november 2016 heeft de rechtbank het door lappellantel daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
U itspraak 20 1 609657/1
/41
Tegen deze uitspraak heeft [appellantel hoger beroep ingesteld
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven lappellantel heeft nadere stukken ingediend De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 oktober 2017, waar lappellante],
vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. P.H. Revermann, rechtsbijstandverlener te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door Th.H.M. Silven en drs. M.J.C. Orij, bijgestaan door mr. A. de Snoo, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen Overwegingen lnleiding
juni 2014 ingediende aanvraag voorziet in de bouw van 84 woningen ten westen van de kern Volendam en het aanleggen van een ontsluitingsweg ter hoogte van het Karveel, via de wijk Blokgouw. Het project is voorzien op de locatie Lange Weeren. Het is de eerste fase van de door lappellantel beoogde volledige ontwikkeling van de Lange Weeren. 1 . De op 23
2. Het project is voor een klein deel, te weten de ontsluitingsweg, voorzien op gronden die vallen onder het bestemmingsplan' Nieuw-Volendam". Het overgrote deel van het project is gelegen op gronden waar het bestemmingsplan 'Uitbreidingsplan in hoofdzaken' gold. Dit bestemmingsplan, dat tot stand is gekomen onder 'l de Woningwet 1901 , behield op grond van artikel 9.3.2 lnvoeringswet Wro zijn werking tot juli2013. Op 1 juli2013 is hetvan rechtswegevervallen. Op 12 september2013 is een
voorbereidingsbesluit genomen. Op 21 mei 2015 is opnieuw een voorbereidingsbesluit genomen. Daarin is opgenomen dat het verboden is het feitelijk gebruik van gronden, opstallen en bouwwerken, zoals dat bestond op het moment van inwerkingtreding van het besluit te wijzigen in een ander gebruik. Tevens is bepaald dat bij omgevingsvergunning hiervan kan worden afgeweken. Met dit voorbereidingsbesluit is toepassing gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening. 3. Het college heeft geweigerd met toepassing van artikel 2.12, eersïe lid, aanhef en onder a, onder 3', van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) af te wijken van het bestemmingsplan 'Nieuw-Volendam' en omgevingsvergunning te verlenen. Beoordeling van het hoger beroep
4. [appellantel betoogt tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat de aanvraag om omgevingsvergunning had moeten worden getoetst aan het ten tijde van de aanvraag geldende recht. Ten tijde van het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning op 23 juni 2014 gold ter plaatse van de voorziene woningbouw geen bestemmingsplan. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, heeft als uitgangspunt te gelden dat bij een besllssing op een aanvraag om omgevingsvergunning het recht dient te worden toegepast zoals dat op het moment van de beslissing op de aanvraag geldt. Bij wijze van uitzondering mag een aanvraag worden getoetst aan het ten tijde van de indiening ervan nog wel, maar ten tijde van het besluit op de aanvraag dan wel het besluit op een daartegen ingediend bezwaar niet
U its praa k 20 1 609657/ 1 /A 1
2
meer geldend recht, maar slechts indien ten tijde van de indiening van de aanvraag het bouwplan in overeenstemming was met het toen geldende recht en op dat moment geen voorbereidingsbesluit van kracht was voor een bestemmingsplan, dan wel een ontwerp voor een bestemmingsplan ter inzage was gelegd, waarmee dat bouwplan in strijd was. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, deed deze situatie zich in dit geval evenwel niet voor, nu op 12 september 2013 een voorbereidingsbesluit was genomen dat ten tijde van het indienen van de aanvraag van kracht was. De aanvraag diende te worden getoetst aan, voor zover thans van belang, het ten tijde van het besluit van 24 junl 2015 geldende voorbereidingsbesluit van 21 mei 201 5. 5. [appellantel betoogt dat de rechtbank, nu zij van oordeel is dat het voorbereidingsbesluit van 21 mei 2015 deel uit maakt van het toetsingskader, terwijl het college de aanvraag daar niet aan heeft getoetst, het beroep gegrond had moeten verklaren en het besluit had moeten vernietigen dan wel artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) had moeten toepassen. Volgens lappellantel heeft de rechtbank ten onrechte het besluit in stand gelaten en daarbij de motivering ervan aangevuld.
Het college heeft ook niet verzocht om een aanvulling van het besluit en zij heeft zich niet kunnen uitlaten over alle relevante aspecten van de besluitvorming, aldus [appellantel. 5.1. Artikel 2.12, eerste lid, van de Wabo luidt: "Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,
onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet tn strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening
3o in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke
onderbouwing bevat;
d. indien de activiteit in strijd is met een voorbereidingsbesluit: met toepassing van de in het voorbereidingsbesluit opgenomen regels inzake afwijking.' 5.2. Het project voorziet in de bouw van 84 woningen en het aanleggen van een ontsluitingsweg. Dit heeft de rechtbank, anders dan lappellante] betoogt, terecht als een onlosmakelijk geheel gezien. 5.3. Een deel van het project, te weten de ontsluitingsweg, is in strijd met het bestemmingsplan. Het andere deel van het project, de voorziene woningbouw, is in strijd met het voorbereidingsbesluit van 21 mei 2015. Vast staat dat het college bij de beoordeling van de aanvraag niet expliciet het voorbereidingsbesluit heeft betrokken. Echter, bij zowel afwijking van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3", van de Wabo als afwijking van het voorbereidingsbesluit op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo, geldt dat, ingevolge artikel 2.12, eerste lid, aanhef, van de Wabo, het project niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening.
U itspraa
k 20 1 609657/1 /Al
e
Het college heeft bij de beoordeling van de aanvraag het gehele project, derhalve ook de voorziene woningbouw, in aanmerking genomen en beoordeeld of het in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de rechtbank niet heeft kunnen overwegen dat een expliciete toetsing van de aanvraag aan het voorbereidingsbesluit de door het college gemaakte beoordeling of het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening niet anders maakt. De rechtbank heeft evenmin, door in de aangevallen uitspraak ook in te gaan op de voorziene woningbouw, de motivering van het besluit aangevuld. Voor zover lappellante] betoogt dat zij zich niet heeft kunnen uitlaten over de relevante aspecten die van belang waren voor de besluitvorming, geldt dat [appellante] in de gelegenheid is geweest haar bezwaren tegen het standpunt van het college aan te voeren en
dat ook heeft gedaan. De rechtbank heeft vervolgens het standpunt van het college en de bezwaren van [appellante] daartegen beoordeeld.
Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank in de omstandigheid dat het college het voorbereidingsbesluit niet expliciet bij de beoordeling van de aanvraag heeft betrokken grond had moeten zien het besluit te vernietigen dan wel artikel B:51a van de Awb had moeten toepassen. Het betoog faalt 6. lappellantel betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Zij voert daartoe aan dat uit verschillende beleidsdocumenten op onder meer gemeentelijk en provinciaal niveau blijkt dat de locatie waar het project is voorzien, uitsluitend is gereserveerd voor woningbouw. Volgens lappellantel is de omvang van de woningbouw op de locatie bekend, bestaat er ook behoefte aan nieuwe woningen en zijn er geen alternatieven waar deze woningen kunnen worden gerealiseerd. Het project is opgesteld. ingericht en gestructureerd overeenkomstig de beleidsstukken, aldus [appellante]. lappellantel betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat uit het besluit niet blijkt welke verkeerskundige en verkeerstechnische bezwaren er bestaan tegen de ontsluitingsweg via het Karveel.
Zij wijst er verder op dat de provincie medewerking verleent aan een zogeheten 'derde ontsluitingsweg', bedoeld om Volendam te ontsluiten, en de locatie Lange Weeren op die weg zal aantakken, de raad van de gemeente Edam-Volendam al een budget heeft vastgesteld voor deze 'derde ontsluitingsweg' en een aankoopopdracht heeft verstrekt aan een taxatiebureau om gronden bij het tracé te verwerven. lappellantel betoogt tot slot dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er ten tijde van het besluit geen anterieure overeenkomst was gesloten. Zij voert daartoe aan dat de rechtbank hierbij voorbij is gegaan aan de omstandigheden dat de economische uitvoerbaarheid van het project is verzekerd, nu er een sluitende exploitatieopzet is, zii aan het college een toezegging heeft gedaan kostenverhaal te zullen bieden en zij een overeenkomst daartoe wil afsluiten. Daarbij komt dat het college voorschriften over een exploitatiebijdrage aan de vergunning kan verbinden of een exploitatieplan kan opstellen, aldus [appellante]. 6.1 . Het college heeft bij de weigering van de omgevingsvergunning overwogen dat het geen
U itspraa k 20 1 609657/1 /A 1
4
medewerktng wil verlenen aan plannen die vooruit lopen op een (integrale) ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie. Volgens het college wordt voor de middellange en lange termijn de potentie van de ontwikkeling van de Lange Weeren nog onderzocht. Ook is een integrale visie op de locatie de Lange Weeren nog in ontwikkeling. Voorts bestaat er volgens het college thans geen dringende behoefte aan nieuwe uitbreidingsmogelijkheden, omdat de bestaande woningbouwcapaciteit nog niet volledig is benut. Het college heeft voorts van belang geacht dat de infrastructurele voorziening aan het Karveel alleen bestaansrecht heeft als onderdeel van de volledige ontwikkeling. Als de uitvoerbaarheid van de gehele ontwikkeling onvoldoende aannemelijk is, is aanleg van de (tijdelijke) ontsluitingsweg aan het Karveel niet realistisch. Het college heeft de aangevraagde ontsluiting via het Karveelvoorts als onwenselijk beoordeeld en twee andere mogelijke ontsluitingswegen als niet mogelijk geacht. Het college heeft tot slot van belang geacht dat de Lange Weeren in de Provinciale Verordening als'Landelijk Gebied'en als bufferzone is aangewezen.
Dit brengtvolgens het college met zich dat bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan de afspraken tussen Rijk en provincie die gemaakt zijn in het kader van de 'Pilot Waterland' en neergelegd in het Bestuursakkoord Pilot Waterland van 15 aprll 2011 . ln dat bestuursakkoord is opgenomen dat de ontwikkeling van de woonwijk de Lange Weeren pas plaatsvindt wanneer de financiële afdracht en de realisering van groene en recreatieve waarden voldoende geborgd zijn. Afgesproken is dat uit de voorziene woningbouw een bijdrage wordt afgestaan ten behoeve van het realiseren van nieuwe groene en recreatieve waarden in de (Rijks)bufferzone. Deze aspecten zijn volgens het college nog onvoldoende in de plannen geborgd. Het college wijst er verder op dat voor de economische uitvoerbaarheid in de ruimtelijke onderbouwing wordt uitgegaan van een anterieure overeenkomst, maar dat deze