Bjlage 2 bestemmingsplan EdamAtletiekbaan.pdf
Tekst van het document
In de onderhavige situatie geldt dat alleen de woning Burgemeester Versteeghsingel 3 op een kortere afstand dan 50 meter tot de grens van de nieuwe sportbestemming is gelegen, te weten 40 meter (Burgemeester Versteeghsingel 1 ligt op 62 meter afstand). Van belang is echter dat het geldende bestemmingsplan nu reeds op een kleinere afstand dan dat sportvoorzieningen mogelijk maakt, zodat het voorliggende bestemmingsplan niet leidt tot een onaanvaardbare situatie of een planologische verslechtering.
20
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
4.4
Luchtkwaliteit In de Wet luchtkwaliteit, die is opgenomen in de Wet milieubeheer, worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit, wat betreft een zestal stoffen. Voor de normen voor zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood geldt dat overschrijding daarvan in Nederland nauwelijks valt te verwachten. De norm voor stikstofdioxide wordt in Nederland met name in de directe omgeving van drukke (snel)wegen overschreden. De norm voor zwevende deeltjes wordt eveneens op diverse locaties overschreden. In de Wet milieubeheer is indirect een koppeling gelegd met ruimtelijke plannen. Deze koppeling houdt in dat bij het voorbereiden van ruimtelijke plannen, waaronder een bestemmingsplan, de luchtkwaliteit moet worden betrokken in de afwegingen. Met name de in de Wet milieubeheer opgenomen ‘grenswaarden’ zijn in dit kader relevant. Grenswaarden geven een niveau van de buitenluchtkwaliteit aan dat op een aangegeven moment zoveel mogelijk moet zijn bereikt, en waar die kwaliteit al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. In deze wet is geregeld dat voor projecten die ‘niet in betekenende mate bijdragen’ aan de luchtverontreiniging niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Bepaald is dat een project dat maximaal 1.500 (sinds inwerkingtreding Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, per 1 aug.
2009) nieuwe woningen mogelijk maakt en kantoorlocaties met een 2 bruto oppervlak kleiner dan 100.000 m , ‘niet in betekende mate’ zijn en daarmee voldoen aan de Wet luchtkwaliteit. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de aanleg van een vernieuwde, gedraaide atletiekbaan mogelijk. Het oppervlak van gronden met de sportbestemming / recreatieve bestemming neemt daarbij echter niet toe, maar af. Het bestemmingsplan leidt daarom juridisch-planologisch bezien niet tot een toename van voorzieningen met een verkeersaantrekkende werking. De nieuwe atletiekbaan heeft feitelijk wel meer potentie dan de bestaande atletiekbaan, zodat ten gevolge daarvan meer verkeer te verwachten is dan in de bestaande (werkelijke) situatie, zoals al in paragraaf 4.2 is aangegeven. Dit is echter veel geringer dan de verkeersaantrekkende werking 2 van 1.500 woningen of 100.000 m kantoorvloeroppervlak. Het project is daarom aan te merken als ‘niet in betekenende mate’ en is op grond van de Wet milieubeheer geen uitgebreid luchtkwaliteitonderzoek nodig. Derhalve kan gesteld worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vernieuwing van de atletiekbaan en dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Wet milieubeheer.
4.5
Externe veiligheid Het bestemmingsplan moet op basis van het BEVI (Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) en circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen worden getoetst aan de externe veiligheidsaspecten zijnde het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Opslag gevaarlijke stoffen Het gebruik en/of de opslag van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, LPG en giftige stoffen kan risico’s met zich meebrengen. Voor ruimtelijke projecten in de nabijheid van het gebruik en/of de opslag van gevaarlijke stoffen moet daarom rekening worden gehouden met individueel (plaatsgebonden) en/of groepsrisico. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft de grenswaarden aan voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten ten aan aanzien van de plaatsgebonden risicocontouren. Volgens de risicokaart van de provincie zijn in en nabij het plangebied geen inrichtingen aanwezig waar activiteiten plaatsvinden die een risico vormen voor de omgeving. Een nader onderzoek is op grond daarvan niet nodig.
21
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
Vervoer van gevaarlijke stoffen Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is de ‘Circulaire Risiconormering Vervoer gevaarlijke stoffen’ het kader. In deze circulaire wordt ingegaan op de veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Op basis van het rapport ‘Veiligheidsadvies vervoer gevaarlijke stoffen over de weg gemeente Edam-Volendam, juli 2007’ opgesteld door de Regionale Brandweer Zaanstreek Waterland (RBZW) wordt voor wat betreft deze locatie de drempelwaarde voor transporten van gevaarlijke stoffen niet overschreden. Het plangebied ondervindt daarom geen risico vanwege het transport van gevaarlijke stoffen. Hoofdtransportleidingen gas Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen voor gas aanwezig die een risico voor het plangebied zouden kunnen vormen. Aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van de bouwaanvraag zal een Klic-melding worden aangevraagd. Nieuwe bronnen van risico ten gevolge van het plan Het bestemmingsplan maakt de nieuwe vestiging van een inrichting dat leidt tot direct of indirect risico niet mogelijk. Ook maakt het bestemmingsplan de nieuwe vestiging van bedrijven die leiden tot vervoer van gevaarlijke stoffen niet mogelijk.
Het bestemmingsplan maakt de modernisering en draaiing van een atletiekbaan mogelijk, wat een kwetsbaar object is en niet zelf tot risico voor de omgeving leidt. Een nader onderzoek naar de externe veiligheid ten gevolge van het plan is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Samenvattend kan worden gesteld dat de beoogde activiteiten binnen het plangebied geen gevolgen hebben voor de externe veiligheid. Het plangebied bevindt zich eveneens niet binnen het invloedsgebied van externe veiligheid relevante activiteiten buiten het plangebied. 4.6
Ecologie Op grond van internationale verplichtingen moet Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Nederlandse wet implementeren. Het gaat hierbij om behoud van de vogelstand (Vogelrichtlijn) en instandhouding van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitatrichtlijn). De bescherming is voor soortbescherming geregeld in de Flora- en faunawet (2002) en voor gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet. De wijziging van de laatstgenoemde wet is nog niet van kracht zodat op een aantal punten de Vogel- en Habitatrichtlijn gelden. Het plangebied is niet aangewezen als beschermd gebied in de zin van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Op grond van de Flora- en faunawet is het verboden beschermde planten te vernielen of te beschadigen, beschermde dieren te verstoren, te verwonden of te doden. Daarnaast is het verboden rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te beschadigen, weg te nemen of te vernielen. Indien uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid danwel activiteit
22
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
pas kunnen plaatsvinden na ontheffing danwel vrijstelling op grond van de Flora en Faunawet. Bij de beoordeling van deze ontheffing danwel vrijstelling is de habitatrichtlijn mede toetsingskader. In opdracht van de gemeente Edam-Volendam is door Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in maart 2010 een zogenaamde quickscan uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van flora en fauna in het bestemmingsplan (zie bijlage 2). Deze quickscan houdt in dat er een bezoek aan het plangebied is gebracht om de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en om eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna. Op basis van de aangetroffen biotopen is per soortgroep een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van in ieder geval die beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, ontheffing moet worden aangevraagd in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. In het onderzoek wordt gesteld dat geen beschermde flora zijn waargenomen. Het plangebied wordt wel geschikt geacht voor beschermde amfibieën en vissen uit tabel 2 en 3 van de Flora- en Faunawet. In dit kader is vervolgonderzoek naar de Rugstreeppad, de Kleine Modderkruiper en de Bittervoorn noodzakelijk. Het onderzoeksgebied blijkt verder, bij gebrek aan een goede biotoop, niet geschikt voor andere beschermde diersoorten.
Geconstateerd is dat in het plangebied geen vleermuizen kunnen verblijven. Tot slot wordt in de quickscan gewezen op het feit dat in het plangebied broedvogels kunnen voorkomen. Werkzaamheden die tot verstoring van broedvogels kunnen leiden, dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing voor broedvogels is dan niet nodig. Naar aanleiding van het gestelde in de quickscan heeft een vervolgonderzoek plaatsgevonden naar het voorkomen en de verspreiding van beschermde fauna, namelijk beschermde vissoorten en de Rugstreeppad, binnen het plangebied. Hieromtrent heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot op 21 september 2010 gerapporteerd (zie bijlage 3). Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied geen Rugstreeppad is waargenomen. De sloten met de hoge visbezetting blijken zeer ongunstig te zijn als voortplantingswater voor de pad. Wel zijn binnen het plangebied de Kleine Modderkruiper en Bittervoorn aangetroffen. Het dempen van water in het plangebied, zoals het voorliggende bestemmingsplan toestaat, kan een negatief effect op deze vissen hebben.
Voorafgaand aan de verstorende werkzaamheden is daarom in augustus 2011 een ontheffingsaanvraag in het kader van de Flora- en Faunawet ingediend bij Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Na beoordeling van de ontheffingsaanvraag heeft de Dienst bij brief van 28 november 2011 meegedeeld dat de gevraagde ontheffing niet verleend behoeft te worden, omdat gelet op de beschrijving behorende bij de aanvraag om ontheffing is gebleken dat er geen sprake is van overtreding van de verbodsbepalingen van de Flora en faunawet. Dit houdt in dat het is toegestaan om de voorgenomen werkzaamheden zonder ontheffing uit te voeren mits de in de brief genoemde maatregelen worden uitgevoerd. Deze brief is opgenomen als de bijlage 4. Natura 2000 De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. Voor Nederland gaat het in totaal om 162 gebieden. Het doel van Natura 2000 is het behoud en herstel van de biodiversiteit in Europa.
De Europese Unie wil, door middel van de Natura 2000-gebieden, bedreigde en waardevolle habitattypen en soorten in stand houden en zo nodig herstellen. Op afstand van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Polder Zeevang’ en het ‘Markermeer en IJmeer’.
23
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
Externe werking Natura 2000 Ontwikkelingen in de omgeving van een Natura 2000-gebied kunnen vergunningspichtig zijn, de wet kent namelijk de zogenaamde externe werking. Als een activiteit die buiten een beschermd natuurgebied plaats zal vinden, negatieve gevolgen kan hebben voor het beschermde natuurgebied, moet deze worden onderzocht. In het recente verleden zijn onderzoeken verricht naar de betekenis van de externe werking ten aanzien van enkele plannen in Edam en Volendam, zoals de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk “De Broeckgouw” (circa 1.200 woningen), de nieuwbouw van de woning Zeedijk 3, de realisatie van bedrijfsunits aan de Oosthuizerweg 13 en de voorgenomen uitbreiding van het industrieterrein aan de Oosthuizerweg. Voor deze projecten, die dichter bij de beschermde natuurgebieden zijn gelegen, werd al geconstateerd dat zij niet van invloed waren op de te beschermde natuurwaarden. Omdat het voorliggende bestemmingsplan Atletiekbaan Edam op ruimere afstand van de Natura 2000-gebieden ligt, is omsloten door bestaande stedelijke bebouwing en geen significante functieveranderingen / grotere bouwmassa mogelijk maakt ten opzichte van de bestaande situatie, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve gevolgen kunnen zijn voor de aantallen van de desbetreffende relevante soorten en habitattypen, waarvoor deze twee gebieden zijn aangemeld of aangewezen.
De instandhoudingdoelstellingen van de getoetste soorten komen dus niet in gevaar door de realisatie van de nieuwe atletiekbaan. 4.7
Cultuurhistorie en archeologie Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Op grond daarvan dient de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Cultuurhistorische Waardenkaart Door de provincie Noord-Holland is een Cultuurhistorische Waardenkaart gemaakt. Daarop zijn onder andere archeologische en geografisch historisch waardevolle vlakken en lijnen weergegeven. De gronden binnen het plangebied bevatten geen nadere cultuurhistorische kwalificatie. Archeologie De Stichting Cultureel Erfgoed Noord-Holland is om archeologisch advies gevraagd. Zij adviseren gezien de omvang van het plan, de diepte van de werkzaamheden en de kans op archeologische resten in het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uit te voeren (zie bijlage 5). Tijdens het bureauonderzoek worden de oude, huidige en nieuwe situatie vergeleken en wordt een verwachting uitgesproken ten aanzien van archeologische resten. Het bureauonderzoeksrapport dient ook een advies te bevatten over de omgang met de mogelijk aanwezige archeologische resten als het behoud ervan in de bodem mogelijk is.
In opdracht van de gemeente Edam-Volendam is derhalve in oktober 2010 een bureauonderzoek uitgevoerd door Hollandia archeologen naar de te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 5 opgenomen bij dit bestemmingsplan. Uit dit onderzoek, op basis van diverse historische bronnen, blijkt dat het plangebied in het verleden als landbouwgrond in gebruik is geweest, waardoor het voorkomen van middeleeuwse of prehistorische sporen zeer klein wordt geacht. Een vervolgonderzoek wordt daarom niet nodig geacht.
24
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
Molenbiotoop Ten zuiden van het bestemmingsplangebied bevindt zich de Zuidpoldermolen. Het betreft hier een poldermolen die officieel niet meer als zodanig in gebruik is. Wel is de molen nog maalvaardig. Ten behoeve van het functioneren van een windmolen is het van belang dat de omgeving van de molen gevrijwaard blijft van objecten die de windvang van de molen kunnen verstoren. Zoals in de in opdracht van de Provinciale Molencommissie Noord-Holland door Laméris-Huis Adviseurs uitgevoerde Molenbiotoopinventarisatie Noord-Holland 2006, biotooprapport 102 (zie bijlage 6) is aangegeven, is sprake van een bijzonder slechte molenomgeving. Het gemaal en de molen met de mooie voorboezem laten nog een klein stukje poldergeschiedenis zien. De rest is verleden tijd. Er staat een vijftigerjaren nieuwbouwwijk met veel te hoog uitgelopen bomen. De windvang vanaf het noordwesten en het zuidoosten is zeer slecht. Het plangebied ligt ten westen van de molen. De eerste 100 meter vanaf de molen dient bebouwingsvrij te blijven. Vanaf 100 meter is bebouwing toegelaten. Daarvoor geldt op basis van de richtlijnen voor de molenbiotoop van de Vereniging Hollandsche Molens een formule die bepalend is voor de toelaatbare bouwhoogte.
Toepassing van de biotoopformule leert dat op een afstand van 100 meter een bouwhoogte van 4,2 meter is toegelaten, oplopend tot 5,3 meter hoogte ter plaatse van de verst van de molen afgelegen punt van de nieuwe bestemming ‘Sport’. Het vigerende bestemmingsplan Edam-Zuid en het voorliggende bestemmingsplan maken juridisch planologisch de draaiing van een atletiekbaan mogelijk ten westen van de Zuidpoldermolen. Tevens maakt het bestemmingsplan op de bedoelde gronden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogelijk tot een hoogte van 3 meter en lichtmasten tot een hoogte van 20 meter. Deze bouwmogelijkheden bestaan echter al voor de omliggende, reeds als ‘Recreatieve doeleinden’ bestemde gronden. Het voorliggende bestemmingsplan leidt niet tot meer bouwmogelijkheden en er is daarom planologisch geen verslechtering van de potentiële windvang. Bovendien is de windvang nu al slecht. Er is daarom geen aanleiding om in het voorliggende bestemmingsplan nadere beperkingen voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen op te nemen. 4.8
Lichthinder Het bestemmingsplan Atletiekbaan Edam maakt mede juridisch planologisch de aanleg van de vernieuwde, gedraaide atletiekbaan mogelijk, inclusief bijbehorende lichtmasten tot een hoogte van 20 meter. Onderbouwd dient te worden dat de lichtmasten met hun lichteffecten geen hinder veroorzaken voor de omgeving en daarmee in strijd zouden zijn met een goede ruimtelijke ordening. In het Activiteitenbesluit ‘Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer' (2008) wordt gesteld dat voor de vaststelling of er sprake is van hinder er geen universele definitie van het begrip 'lichthinder' beschikbaar is. Wel kunnen de volgens het besluit de "Algemene Richtlijnen betreffende lichthinder" van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) als uitgangspunt worden gehanteerd. Door de Nederlandse Vereniging voor Verlichtingskunde (NSSV) is een richtlijn voor sportverlichting opgesteld, namelijk de ‘Algemene richtlijn betreffende lichthinder deel 1, algemeen en grenswaarden voor sportverlichting’. Het uitgangspunt van deze richtlijn is dat er gehinderden zijn die last kunnen hebben van lichtinstallaties.
Lichthinder is door de vereniging als volgt gedefinieerd: 'het ten gevolge van een buitenverlichtingsinstallatie ontstaan van ongewenste visuele neveneffecten bij meer dan een nader bepaald percentage van personen, buiten de groep personen waarvoor de verlichtingsinstallatie oorspronkelijk bedoeld is'.
25
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
De sportverlichting die toegepast zal worden ter plaatse van de nieuw aan te leggen atletiekbaan voldoet aan de richtlijn voor sportverlichting van de NSVV, zodat tevens wordt voldaan aan de gestelde grenswaarden. Uit de rapportage van A.Hak Verlichtingstechniek van 13 december 2011 (zie bijlage 7) blijkt dat er derhalve geen sprake zal zijn van onredelijke lichthinder als gevolg van de toegestane functies op basis van het bestemmingsplan. Opgemerkt dient overigens te worden dat het geldende bestemmingsplan reeds voorziet in de mogelijkheid 20 meter hoge lichtmasten op te richten op kortere aftand tot de omliggende woningen. 4.9
Milieueffectrapportage Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. In het besluit wordt onderscheid gemaakt in MER-beoordelingsplichtige activiteiten en MER-plichtige activiteiten. Het aantal situaties waarvoor een m.e.r. verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd. Er zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld kan worden of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee conclusies leiden: o belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; o belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De diepgang van de vormvrije m.e.r.-beoordeling hangt af van: o de aard van de voorgenomen activiteit; o de (gevoeligheid van de) omgeving waarin de activiteit is gesitueerd; o de maatschappelijke aandacht voor de activiteit; o mate van beschikbaarheid van informatie, bijvoorbeeld over de gevoeligheid van gebieden. Gezien de geringe planologische impact van het voorliggende bestemmingsplan is een zeer beperkte beoordeling aan de orde. De aanpassing van de vergroting en draaiing van de atletiekbaan leidt niet tot significante nieuwe emissies of nieuwe verkeersaantrekkende werking. De grondoppervlak met de bestemming ‘Sport’ is kleiner dan de bestaande situatie, ten gunste van het opperlak water. De aanpassing heeft geen (nieuwe) invloed op gevoelige gebieden in de ruime omgeving. Het initiatief heeft geen effecten op cultuurhistorische en archeologische waarden. Het bestemmingsplan geeft daarom geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.
26
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
5.
Waterparagraaf Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de ste startovereenkomst Waterbeheer 21 eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat is geactualiseerd in juni 2008. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorts bepaald dat waterbeheerders dienen te worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen. De watertoets is een instrument om bij alle ruimtelijke plannen en besluiten waarin waterhuishoudkundige aspecten voorkomen te toetsen of in voldoende mate rekening wordt gehouden met die aspecten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aan- en afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is de waterbeheerder van het voorliggende plangebied. Watertoets Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is met het oog op het dempen van water en de toename van verhard oppervlak een wateradvies bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aangevraagd.
Deze is verkregen op 19 juli 2011 en als bijlage 8 aan deze 1 plantoelichting gevoegd . Waterkwantiteit / Waterkwaliteit Het voorliggende bestemmingsplan maakt juridisch planologisch de aanleg van de vernieuwde, gedraaide atletiekbaan mogelijk. Het bestemmingsplan voorziet hiertoe in de demping van een 2 2 bestaande sloot (1.450 m ) en een toename van verharding (9.875 m ). Ter compensatie daarvan 2 wordt 2.438 m nieuw oppervlaktewater aangelegd. Het voorliggende bestemmingsplan bestemd het nieuwe water als ‘Water’, zodat de realisatie en in standhouding van dat water wordt gegarandeerd. Op 17 augustus 2011 is door het Hoogheemraadschap een watervergunning afgegeven (zie bijlage 9) op grond waarvan het dempen en nieuw aanleggen van water kan worden uitgevoerd. Het bestemmingsplan heeft daardoor geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding. Tevens maakt het bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk die nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit kunnen hebben. Waterkeringen Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een waterkering.
1
In aanvulling op het wateradvies is door het Hoogheemraadschap aangegeven dat in het wateradvies is ingegaan op de benodigde watercompensatie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen, maar dat daarin getallen zijn genoemd die iets anders zijn dan in de watervergunning. Het hoogheemraadschap zal toezien op het realiseren van de hoeveelheid watercompensatie zoals die in de vergunning is beschreven. De getallen uit het wateradvies kunnen hierop als aangepast worden beschouwd.
27
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
Riolering / Afvalwater Voor het nieuwe verharde oppervlak is afvoer van regenwater nodig. Het hoogheemraadschap heeft in haar wateradvies aangegeven dat dit hemelwater afkomstig van de nieuwe oppervlakken als schoon kan worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Voor de nieuwe ontwikkeling is daarom geadviseerd om een gescheiden stelsel aan te leggen en het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Aan deze adviezen wordt gevolg gegeven.
28
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
6.
Juridische planbeschrijving
6.1
Standaardisatie en digitalisering Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Het bestemmingsplan “Atletiekbaan” moet daarom voldoen aan de bepalingen van de Wro en de daaruit volgende aanvullende regelingen. De Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stellen de digitalisering van ruimtelijke plannen en besluiten volgens daartoe gestelde standaarden verplicht. De digitaliserings- en standaardisatieverplichting is op 1 januari 2010 in werking getreden. Het nieuwe Bro stelt verplicht dat een bestemmingsplan in digitale vorm volgens de rostandaarden voor de digitalisering wordt vastgesteld. Voor nieuwe bestemmingsplannen is er altijd een digitaal plan, welke prevaleert boven het analoge, afgedrukte plan. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet aan de standaarden voor vergelijkbaarheid (de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen, het SVBP 2008) alsmede de ‘Werkafspraak SVBP begrippen vs. Wabo’ (Geonovum, concept september 2010) en is als digitaal plan (GMLbestand) opgesteld.’
6.2
Opbouw van het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand, regels en een toelichting. Het GML-bestand bevat de verbeelding (plankaart), waaraan de regels zijn gekoppeld. Deze vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
6.3
Verbeelding Op grond van de Wro moeten alle plannen volgens de standaarden voor vergelijkbare bestemmingsplannen, de SVBP 2008, in elektronische vorm worden vastgesteld en vervolgens beschikbaar gesteld. Daarnaast moet een versie van het plan in analoge vorm worden vastgesteld. Op de analoge verbeelding van het bestemmingsplan (plankaart) wordt door middel van letters, kleuren, cijfers, lijnen en aanduidingen het toegestane gebruik van de gronden en de bouwregels aangegeven. Mocht tussen de inhoud van het analoge / papieren plan en de elektronische weergave / digitale vorm een verschillende uitleg mogelijk zijn, dan prevaleert de elektronische weergave of plan in digitale vorm. Als tussen beide vormen van het plan een verschillende uitleg mogelijk is, prevaleert het digitale plan. Als ondergrond voor de plankaart is een recente topografische kaart (GBKN) gehanteerd. Daarmee kan exact worden bepaald waar het plan is gelegen en hoe begrenzingen lopen. Om de goede leesbaarheid van de analoge plankaart te waarborgen is gekozen voor een schaal van 1:1000. De kaarten zijn voorts voorzien van een legenda en een noordpijl. Het plangebied van het bestemmingsplan is aan de hand van een plangrens (bolletjeslijn) op de analoge plankaart weergegeven.
29
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
6.4
Regels In de standaarden voor vergelijkbare bestemmingsplannen, de SVBP 2008, is voorgeschreven hoe de regels van het bestemmingsplan dienen te worden opgebouwd. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid dienen de regels in hoofdstukken te worden geplaatst. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de begrippen en wijze van meten behandeld. Deze hebben als doel begrippen in de regels te verklaren en eenduidige richtlijnen te geven op basis waarvan de bouwmaten die zijn opgenomen in de regels, dienen te worden gemeten. In het tweede hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op alle bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Het derde en vierde hoofdstuk omvat een aantal regels die niet op een bepaalde bestemming betrekking hebben, maar voor het gehele bestemmingsplan gelden. Het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling zijn opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) 2008 met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. De Wro bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Dit hoeft dus niet in de planregels te worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor de strafbepaling.
In een bestemmingsregel wordt aangegeven waarvoor en – zo nodig – hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid dient hierbij een vaste volgorde te worden aangehouden. Voor zover voor het betrokken bestemmingsplan van toepassing, geldt dit voor alle soorten bestemmingen. Ingevolge de SVBP 2008 moeten de regels van een bestemming als volgt worden opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. Het voorliggende bestemmingsplan ‘Atletiekbaan Edam’ gaat uit van de draaiing en vergroting van de bestaande atletiekbaan, een verplaatsing van de bestaande accommodatie van de beachvolleybalvereniging Move, alsmede het graven van nieuw water. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet enkel in eindbestemmingen, zodat een direct recht ontstaat om de nieuwe baan aan te leggen, eventuele daarbij behorende bouwwerken te bouwen en het nieuwe water te graven. Tevens ontstaat een direct recht voor de aanleg van het beachvolleybalveld.
Voor de in het nieuwe bestemmingsplan geprojecteerde bestemmingen ‘Sport’ en ‘Water’ is zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de bestemmingen ‘Recreatieve doeleinden’ en ‘Water’ uit het bestemmingsplan Edam-Zuid. Het nieuwe bestemmingsplan betreft immers slechts kleine stroken grond te midden van de gronden met de genoemde bestemmingen uit het bestemmingsplan Edam-Zuid. Dat de benaming ‘Sport’ is gebruikt in plaats van de in bestemmingsplan Edam-Zuid toegepaste bestemming ‘Recreatieve doeleinden’ heeft met niets anders te maken dan dat nu bij nieuwe
30
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
bestemmingsplannen aangesloten moet worden op de SVBP2008. De benaming ‘Recreatieve doeleinden’ komt daarin niet voor, ‘Sport’ wel. De bouw- en gebruiksmogelijkheden die de bestemming ‘Recreatieve doeleinden’ (van het bestemmingsplan Edam-Zuid) voor de omliggende gronden biedt, zijn niet helemaal overgenomen: de mogelijkheid om gebouwen te bouwen is niet in het nieuwe bestemmingsplan geboden, omdat op de onderhavige gronden geen bouw van gebouwen wordt beoogd. Het is wel mogelijk masten, hekken en dergelijke op te richten. De regels van de in het nieuwe bestemmingsplan geprojecteerde bestemming ‘Water’ zijn overeenkomstig de bestemming ‘Water’ uit het bestemmingsplan Edam-Zuid, behalve dat redactionele aanpassingen zijn doorgevoerd die verband houden met de standaardisatie op basis van de SVBP2008.
31
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
7.
Uitvoerbaarheid
7.1
Economische uitvoerbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan te worden aangetoond. Dit om te voorkomen dat een rechtssituatie geldt die niet realistisch blijkt te zijn. In afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn regels opgenomen ten aanzien van grondexploitatie. In artikel 6.12, lid 1 Wro is daarbij bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De ontwikkeling die door middel van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is niet te kwalificeren als bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond daarvan is geen kostenverhaal via een exploitatieplan aan de orde en kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan. De in dit bestemmingsplan begrepen gronden zijn in eigendom van de gemeente EdamVolendam. Voor de realisatie van de nieuwe atletiekbaan zijn in de gemeentebegroting financiële middelen gereserveerd door de gemeente Edam-Volendam. Het bestemmingsplan is hiermee economisch uitvoerbaar.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Over het voorontwerpbestemmingsplan is geen inspraak gehouden. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het voorontwerp van het bestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro verzonden aan de volgende instanties: 1. VROM-Inspectie, regio Noord-West; 2. Provincie Noord-Holland; 3. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; 4. Gasunie; 5. Liander; 6. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland; 7. Regionale Brandweer. De VROM-Inspectie heeft laten weten dat het voorontwerp bestemmingsplan de betrokken rijksdiensten geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen, gelet op de nationale belangen in de Nationaal Ruimtelijk Beleid (RNRB, TK 2007-2008, 31500 nr. 1). Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft laten weten geen opmerkingen op het voorontwerp bestemmingsplan te hebben, aangezien het wateradvies in het plan is opgenomen en de watervergunning al is afgegeven. Wanneer aan de voorwaarden in die vergunning wordt voldaan (met name de te realiseren dieptes en de hoeveelheid watercompensatie) dan worden geen verdere obstakels wat betreft de waterhuishouding verwacht.
De provincie Noord-Holland heeft laten weten dat, gelet op het feit dat het plangebied geheel is gelegen binnen bestaand bebouwd gebied en het plan niet strijdig is met provinciale belangen, er geen aanleiding bestaat voor het maken van opmerkingen. 32
Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting
De Regionale Brandweer heeft naar aanleiding van de aangeleverde gegevens met betrekking tot het bestemmingsplan geconcludeerd dat er geen sprake is van relevante risico’s ten aanzien van externe veiligheid. Zij maakt op basis van haar beleid geen gebruik van haar adviesrecht als bedoeld in artikel 13 van het Bevi. De overige instanties hebben niet gereageerd.
33
Deventer
Den Haag
Eindhoven
Snipperlingsdijk 4
Verheeskade 197
Flight Forum 92-94
7417 BJ Deventer
2521 DD Den Haag
5657 DC Eindhoven
F +31 (0)570 666 888
Leeuwarden
Amsterdam
Postbus 161
F. HaverSchmidtwei 2
De Ruyterkade 143
7400 AD Deventer
8914 BC Leeuwarden
1011 AC Amsterdam
T +31 (0)570 666 222
Gemeente EdamEdam -Volendam
Parkeeronderzoek atletiekbaan
Datum Kenmerk Eerste versie
15 juli 2011 EVD038/Bkc/0205 11 juli 2011
1
Inleiding
De gemeente Edam-Volendam is voornemens de atletiekbaan te vergroten tot officiële afmetingen. Hiervoor zal de baan worden gedraaid en komt deze deels buiten de bestemmingsplangrens te liggen. Om realisatie van de baan mogelijk te maken, zal het bestemmingsplan gewijzigd moeten worden. Onderdeel hiervan is de parkeersituatie, voldoet deze nog na de vergroting?
2
Huidige situatie
De atletiekvereniging maakt gebruik van een gemeenschappelijke parkeerplaats. Deze parkeerplaats heeft ruimte voor 38 auto’s. Daarnaast kunnen 22 auto’s parkeren buiten de vakken, deze worden gedoogd. Het parkeerterrein wordt gebruikt door de in tabel 2.1 genoemde functies/voorzieningen. Functies
grootte
eenheid
kinderdagverblijf
6
werknemers
kinderdagverblijf
62
kinderen
islamitische gebedsruimte
25
personen
cultureel centrum/wijkgebouw
1.392
m2 bvo
Atletiekbaan
8.700
m2
Tabel 2.1: Gebruikers parkeerterrein
www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl
In overleg met de heer Bouman (voorzitter atletiekvereniging) is op zondag 26 juni en op woensdag 6 juli 2011 een parkeerdruk- en parkeermotiefmeting uitgevoerd op het naastliggende parkeerterrein. Op de zondag werden vanaf 11.00 uur wedstrijden georganiseerd. In tabel 2.2 zijn de resultaten van dit onderzoek weergegeven. binnen de buiten de tijd
vak vakken
10.45 uur
36
11.45 uur
38
16.30 uur
16
0
16 waarvan 4 voor het kinderdagverblijf
17.30 uur
6
0
6 waarvan 2 voor het kinderdagverblijf
18.30 uur
34
0
34
D ag zondag 26 juni
woensdag 6 juli
vak vakken
totaal
opmerkingen
8
44
allemaal voor atletiekbaan
22
60
allemaal voor atletiekbaan
en 2 voor de school waarvan 1 voor de gebedsruimte
Tabel 2.2: Resultaten parkeerdruk- en parkeermotiefonderzoek Op basis van deze resultaten kan geconcludeerd worden dat het parkeerterrein enkel wordt gebruikt door de aanliggende voorzieningen en dat het niet gebruikt wordt als overloopterrein van de voetbalvereniging of de omliggende woonwijken. Wanneer er wedstrijden worden georganiseerd, is de parkeercapaciteit onvoldoende. Het is onduidelijk waar deze mensen parkeren. De wedstrijden hebben een incidenteel karkater; als reguliere pieksituatie is de trainingavond het maatgevende moment. Het parkeerkengetal van de bestaande atletiekbaan bedraagt 0,38 pp per 100 m2 of, uitgaande van 600 leden, 5,5 parkeerplaats per 100 leden.
3
Toekomstige situatie 2
De atletiekbaan wordt vergroot van 8.700 naar 16.900 m . De atletiekvereniging heeft de ambitie om van 600 naar 1.000 leden te groeien. Het is niet te verwachten dat de vergroting van de atletiekbaan in oppervlakte één op één zal leiden tot evenredige vergroting van de parkeervraag. Naar verwachting is de belasting van de atletiekbaan nu relatief hoog: niet voor niets wil men groeien. Ook zal 2 de nieuwe, grote atletiekbaan per 100 m oppervlak niet zo intensief worden gebruikt als de bestaande kleinere baan. Een onderbouwing hiervoor kan bijvoorbeeld worden gevonden in het feit, dat het huidige parkeerkengetal van de atletiekbaan hoger is, dan de bovengrens zoals die door CROW wordt aangegeven (0,27 pp per 100 m2). Op termijn mag op basis van de ambitie van de atletiekvereniging wel een ledengroep met bijbehorende toename aan gebruikers van de atletiekbaan worden verwacht. De vergroting van de baan maakt dit ook mogelijk. De geambieerde ledengroei lijkt voor de
Parkeeronderzoek atletiekbaan
2
bestemmingsplanperiode (10 jaar) een reële bovengrens van de ontwikkeling van het aantal bezoekers en de parkeervraag. De parkeervraag van de toekomstige situatie kan nu op twee manieren worden bepaald: ■ Op basis van het parkeerkental van CROW; ■ Op basis van de groeiambitie van de atletiekvereniging. Op basis van de CROW-uitgave: Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering, derde druk, september 2008 kan de parkeervraag voor de nieuwe situatie berekend worden. Daarnaast is als bovengrens voor de atletiekbaan een parkeercijfer op basis van het aantal leden toegevoegd. Functies
grootte
eenheid
kinderdagverblijf
6
werknemers
0,7
kinderdagverblijf
62
kinderen
0,11
islamitische gebedsruimte
kencijfer
25
personen
0,15
cultureel centrum/wijkgebouw
1.392
m2 bvo
0,015
Atletiekbaan I
16.900
100 m2
0,27
Atletiekbaan II
100
leden
5,5
Tabel 3.1: Uitgangspunten Toelichting op de kencijfers Voor alle functies, met uitzondering van de atletiekbaan en het halen en brengen van de kinderen is uitgegaan van het gemiddelde CROW-kencijfer voor stedelijkheidsgraad 3, rest bebouwde kom. De overige functies zijn hierna nader omschreven. ■ Kinderdagverblijf: Uit eerdere onderzoeken van Goudappel Coffeng blijkt dat 1 parkeerplaats voldoende is voor 9 kinderen, de parkeernorm per kind is 1/9= 0,11. ■ Atletiekbaan: De drukmeting resulteerde in een parkeerkencijfer van 0,38 parkeerplaatsen per 2 100 m . Er is voor de toekomst uitgegaan van het maximale parkeerkental voor de atletiekbaan, maar niet van een hogere waarde vanwege het minder intensieve gebruik van de grotere baan. Er wordt daarom uitgegaan van het maximale CROW-kencijfer 2 van 0,27 parkeerplaatsen per 100 m . w erkdagerkdag-
w erkdagerkdag-
w erkdagerkdag-
z aterdagaterdag-
och oc h tend
mid middag
avond avon d
mid middag
kinderdagverblijf
100%
80%
0%
0%
kinderdagverblijf (kinderen)
100%
80%
0%
0%
islamitische gebedsruimte
50%
100%
50%
50%
cultureel centrum/wijkgebouw
10%
40%
60%
40%
atletiekbaan
30%
50%
100%
100%
Tabel 3.2: Aanwezigheidspercentages
Parkeeronderzoek atletiekbaan
3
Toelichting op de aanwezigheidspercentages ■ Kinderdagverblijf: Een kinderdagverblijf is enkel geopend op werkdagochtenden en -avonden. ■ Islamitische gebedsruimte: De vrijdagmiddag is traditioneel het drukst bezochte gebedstijdstip, voor de overige momenten is een aanwezigheid van 50% gehanteerd. ■ Cultureel centrum/wijkgebouw: Het culturele centrum heeft enkele zalen in de verhuur en biedt met enige regelmaat cursussen aan. Deze cursussen zijn voornamelijk gericht op jongeren en de lokale bevolking. ■ Atletiekbaan: Sporten vindt voornamelijk plaats buiten de reguliere werktijden. Dit geldt vooral voor het autogebruik naar een dergelijke functie.
4
Berekening parkeervraag
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten is voor de verschillende maatgevende momenten het benodigde aantal parkeerplaatsen berekend. Dit is weergegeven in tabel 4.1. werkdagwerkdag-
werkdagwerkdag-
werkdag werkdag-
zaterdagzaterdag-
och oc h tend
mid middag
avond
mid middag
kinderdagverblijf
4
3
0
0
halen en brengen
7
6
0
0
islamitische gebedsruimte
2
4
2
2
cultureel centrum/wijkgebouw
2
8
13
8
Atletiekbaan
14-17
23-28
46-55
46-55
parkeervraag
29- 32
44- 49
61- 70
56-65
Tabel 4.1: Benodigd aantal parkeerplaatsen
Beschikbaar parkeeraanbod Het parkeerterrein biedt ruimte aan 60 auto’s (38 parkeerplaatsen plus 22 gedoogde parkeerplaatsen). Op basis van de maximumnorm van CROW overschrijdt de parkeervraag enkel op werdag-avond aanbod minimaal, zie tabel 4.1. Wanneer de volledige ambitie voor het aantal leden wordt gerealiseerd, ontstaat een tekort van maximaal tien parkeerplaatsen. Het is zaak in ieder geval de gedoogde parkeerplaatsen om te zetten in formele parkeerplaatsen. We bevelen bovendien aan een reservering op te nemen van circa 10 extra parkeerplaatsen. We verwachten echter niet dat deze op korte termijn al nodig zullen zijn.
Parkeeronderzoek atletiekbaan
4
Wedstrijdfunctie atletiekbaan Door de vergroting van de atletiekbaan komt de vereniging in aanmerking om officiële wedstrijden te gaan organiseren. Deze wedstrijden zullen incidenteel voorkomen en zodoende dan ook niet worden opgenomen in deze parkeerbalans. In de omgeving van de atletiekbaan is parkeerruimte voorhanden om deze piek te kunnen opvangen. Hierbij kan worden gedacht aan het parkeerterrein aan de Burgemeester Versteeghsingel.
5
Verkeersgeneratie
Doordat de baan wordt vergroot tot een officiële wedstrijdbaan, zal het aantal wedstrijden toenemen. Deze wedstrijden zullen echter incidenteel zijn, waardoor geen sprake zal zijn van een structurele toename van het autoverkeer. Door een toename van het aantal leden zal de verkeersintensiteit op de wegen ook navenant toenemen. Het gaat echter in alle gevallen om beperkte hoeveelheden.
Parkeeronderzoek atletiekbaan
5