CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bjlage 2 bestemmingsplan EdamAtletiekbaan.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ib 25 november 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Beheersverordening Edam-Zuid.14.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen

Artikel 1 Begrippen 

1.1 plan:

1.2 bestemmingsplan:

1.3 aanduiding:

1.4 aanduidingsgrens:

1.5 atletiek:

1.6 atletiekbaan:

1.7 bebouwing:

1.8 bestemmingsgrens:

1.9 bestemmingsvlak:

1.10 bouwen:

1.11 bouwgrens:

1.12 bouwvlak:

1.13 bouwwerk:

1.14 Burgemeester en Wethouders:

1.15 gebouw:

1.16 horeca:

1.17 omgevingsvergunning

1.18 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

1.19 prostitutie:

1.20 waterhuishoudkundige voorzieningen:

1.1 plan: het Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam van de gemeente Edam-Volendam;

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0385.bpAVedam-vg01met de bijbehorende regels;

1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 atletiek: de sporten hardlopen, springen, speer- en discuswerpen, kogelstoten en kogelslingeren en varianten daarop;

1.6 atletiekbaan: terreinen en bouwwerken ten behoeve van de uitoefenuing van atletiek;

1.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.8 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.9 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.10 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.11 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.12 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.13 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.14 Burgemeester en Wethouders: Burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;

1.15 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.16 horeca: een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

1.17 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.18 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.19 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.20 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder mede begrepen (natuurlijke) oevers, kademuren, sluizen, gemalen, duikers en dammen.

Artikel 2 Wijze van meten 

2.1 bebouwingspercentage:

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:

2.3 de oppervlakte van een bouwwerk:

2.4 peil:

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bestemmingsvlak of bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden;

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.4 peil: a.

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:

 b.

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:

 c.

de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

indien op of in het water wordt gebouwd:

 d.

de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

de gemiddelde waterstand ter plaatse;

bij de ligging anders dan aan een dijk, weg of verhard terrein of aan het water:

het maaiveld.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Sport 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

sportvelden met bijbehorende voorzieningen;

b.

atletiekbaan met bijbehorende voorzieningen;

met de daarbij horende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, beplantingen groenvoorzieningen en water en bouwwerken geen gebouwen zijnde.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 3.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 3.2.2 Bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

maximum bebouwingspercentage: 5%;

b.

maximum bouwhoogte lichtmasten ten behoeve van de sportvelden en atletiekbaan: 20 meter;

c.

maximum bouwhoogte vlaggemasten: 6 meter;

d.

maximum bouwhoogte terreinafscheidingen 2 meter;

e.

maximum bouwhoogte overige bouwwerken: 10 meter.

Artikel 4 Water

Artikel 4 Water 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

sloten, watergangen en waterwegen;

b.

de wateraanvoer en -afvoer en waterberging en sierwater met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals aanlegsteigers, steigers, duikers, keerwanden, keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiing, bruggen en werken, geen bouwwerk zijnde.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 4.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming, met dien verstande dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijde, zijn toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a.

maximum bebouwingspercentage: 5%;

b.

maximum bouwhoogte: 3 meter.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven Artikel 6 Algemene gebruiksregels

Artikel 6 Algemene gebruiksregels 6.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de in Hoofdstuk 2 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.

6.2 Verbodsregels a.

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 6.1 wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en bebouwing ten dienste van: 1.

prostitutie;

2.

horeca;

3.

als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen;

4.

de opslag van vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte voer-, vaar- of vliegtuigen en machines of onderdelen daarvan, oude of nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, zand, grind en brandstoffen.

b.

Onder verboden gebruik wordt niet verstaan: 1.

vormen van gebruik onder a die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de bestemmingsomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt;

2.

het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel verwezenlijking van de bestemming.

c.

Burgemeester en wethouders verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 een omgevingsvergunning wanneer strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Indien niet met toepassing van een andere bepaling van deze regels afgeweken kan worden, zijn Burgemeester en wethouders bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c, van de Wet ruimtelijke ordening een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van de desbetreffende bepalingen van dit bestemmingsplan, met dien verstande dat: a.

in het plangebied de volgende bebouwing wordt toegestaan: 1.

gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het gebruik van sportvelden en/of atletiekbaan, met een maximum bouwhoogte van 3 meter en een maximum bruto vloeroppervlak van 25 m², alsmede;

2.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, vrijstaande muren, bruggen, steigers, duikers en andere waterbouwkundige constructies;

b.

de in de regels toegestane maximale bouwhoogten met niet meer dan 10% worden vergroot;

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht

Artikel 8 Overgangsrecht 8.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b.

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%.

c.

Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

8.2 Overgangsrecht gebruik a.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

c.

Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d.

Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 9 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Edam-Volendam gehouden op ...........

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam

Toelichting

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

INHOUD 1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Plangrenzen 1.4 Leeswijzer

1 1 2 3 3

2.

PLANKADER 2.1 Beschrijving plangebied 2.2 Toekomstige situatie

4 4 6

3.

BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Beleid Hoogheemraadschap 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

9 9 11 13 14 15

4.

PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1 Bodem 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Externe veiligheid 4.6 Ecologie 4.7 Cultuurhistorie en archeologie 4.8 Lichthinder 4.9 Milieueffectrapportage

19 19 19 20 21 21 22 24 25 26

5.

WATERPARAGRAAF

27

6.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 6.1 Standaardisatie en digitalisering 6.2 Opbouw van het bestemmingsplan 6.3 Verbeelding 6.4 Regels

29 29 29 29 30

7.

UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

32 32 32

Bijlagen 1. Parkeeronderzoek Atletiekbaan (Goudappel Coffeng, 15 juli 2011) 2. Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet (Van der Goes en Groot, maart 2010) 3. Atletiekbaan te Edam; inventarisatie beschermde fauna 2010 (Van der Goes en Groot, oktober 2010) 4. Beslissing op verzoek ontheffing Flora en faunawet (Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, 28 november 2011) 5. Archeologisch bureauonderzoek terrein AV Edam (Hollandia, oktober 2010) 6. Biotooprapport (Laméris-Huis Adviseurs, 2006) 7. Lichthinderadvies (A.Hak Verlichtingstechniek, 13 december 2011) 8. Wateradvies Atletiekbaan Edam (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 19 juli 2011) 9. Watervergunning (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 17 augustus 2011) 10. Verkennend (water)bodemonderzoek (Landview, 23 augustus 2011)

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding bestemmingsplan De gemeente Edam-Volendam en de Atletiekvereniging Edam zijn voornemens om de bestaande atletiekbaan aan de Burgemeester Versteeghsingel 5 te vervangen. Bij vaststelling van de gemeentebegroting van 2010 zijn hiervoor middelen gereserveerd. In Normbladen en in het ’Handboek voor Sportaccommodaties’ van NOC*NSF zijn de eisen aan atletiekbanen vastgelegd. De normen zijn opgesteld door nationale en internationale normcommissies, waarin experts zitten uit zowel sportbonden als het bedrijfsleven. In het handboek is aangegeven dat een normale standaard baanatletiekaccommodatie bestaat uit een kunststof atletiekaccommodatie die geschikt is voor zowel wedstrijden als trainingen. Atletiek valt te onderscheiden in de disciplines lopen, snelwandelen, springen en werpen in verschillende vormen. Op een volwaardige accommodatie zijn dan ook voorzieningen voor alle disciplines aanwezig. In de standaard lay-out van een atletiekbaan geschikt voor wedstrijdgebruik is voor de loopnummers een 400 meter rondbaan opgenomen. De bestaande 300-meterbaan voldoet niet aan de eisen van NOC*NSF en is daarnaast technisch verouderd. Het nu en in de toekomst niet kunnen beschikken over kunststofvoorzieningen voor de training van de diverse disciplines zal uiteindelijk, onder meer door de niet continue gebruiksmogelijkheden van halfverharding en gras, leiden tot ledenverlies.

De baan wordt daarom vervangen door een nieuwe volledig toegeruste 400-meterbaan. De 400-meterbaan is in lengte en breedte groter dan de bestaande baan en past daardoor niet op dezelfde plek. De nieuwe baan kan ruimtelijk worden ingepast wanneer deze een kwart slag wordt gedraaid ten opzichte van de bestaande baan. Daartoe moet een sloot gedempt worden. Deze sloot is in het geldende bestemmingsplan bestemd als ‘Water’. De draaiing van de baan kan daarom niet worden gerealiseerd zonder de bestemming van de sloot te veranderen. Voorts geldt dat, vanwege het dempen van de sloot en de waterhuishouding, ter compensatie nieuw water moet worden gegraven op locaties waar nu de bestemming ‘Recreatie’ geldt. Het voorliggende bestemmingsplan Atletiekbaan Edam heeft derhalve als doel om de vergroting en draaiing van de atletiekbaan juridisch planologisch mogelijk te maken. Daartoe wordt de bestemming van de te dempen sloot veranderd in ‘Sport’. Daarnaast wordt ten behoeve van de compensatie van het te dempen water en extra watercompensatie voor meer verharding op twee locaties, nieuw water gerealiseerd, waarvoor de bestemming ter plaatse wordt veranderd in ‘Water’.

1

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

1.2

Ligging plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan Atletiekbaan Edam van de Atletiekvereniging Edam ligt aan de noordoostelijke rand van de bebouwde kom van Edam binnen de gemeente EdamVolendam. De gronden in de directe omgeving van atletiekbaan grenzen aan de woonbuurten Singelwijk, Molenbuurt en de oude kern van Edam. Ten oosten van de atletiekbaan bevinden zich de sportvelden van de Edamse Voetbal Club.

Edam

Volendam

Edam-Oude Kom

Singelwijk Molenbuurt

Afbeelding: de satellietfoto’s geven de ligging van het plangebied van bestemmingsplan Atletiekbaan Edam weer. Het plangebied bevindt zich aan de noordoostelijke zijde van Edam. Op de ingezoomde afbeelding is het bestemmingsplangebied bij benadering blauw omkaderd.

2

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

1.3

Plangrenzen Het plangebied van bestemmingsplan Atletiekbaan Edam bestaat uit drie delen. Eén deel betreft een te dempen waterloop, welke gesitueerd is tussen de bestaande 300-meterbaan en het ten zuiden gelegen sportveld. Een ander delen betreffen twee stroken grond, waarvan één is gelegen in het verlengde van de ten oosten van de atletiekbaan gelegen waterloop en de tweede is gelegen langs de bestaande waterloop langs de sloot Broekgouw respectievelijk de Broekgouwstraat.

bestaande atletiekbaan

bestaand sportveld

Broekgouwstraat

Afbeelding: weergegeven zijn de plangrenzen behorend bij het bestemmingsplan Atletiekbaan Edam.

1.4

Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding met bijbehorende planregels, alsmede een toelichting op het plan en de bijlagen. Deze toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na een korte inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied en de toekomstige situatie gegeven. De geldende bestemmingsplannen, alsmede het relevante beleid wordt beschreven in hoofdstuk 3. De planologische aspecten en de waterparagraaf worden in hoofdstuk 4 en 5 toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 een juridische planbeschrijving gegeven. Tot slot komt in hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.

3

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

2.

Plankader

2.1

Beschrijving plangebied Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan Atletiekbaan Edam maakt onderdeel uit van een cluster aan sportvoorzieningen dat gelegen is aan de Burgemeester Versteeghsingel 5 in Edam en wordt in deze paragraaf vanuit dit bredere perspectief beschouwd. Ontstaansgeschiedenis De atletiek vereniging “Edam” is opgericht op 9 juli 1945. In 1950 werd er verzocht een wedstrijd te mogen organiseren, maar dit werd door de K.N.A.U. afgewezen daar A.V. Edam niet over een echte accommodatie beschikte. In 1959 dient het bestuur een plan in voor een springaccommodatie en een kogelring, maar er kon door de gemeente geen uitzicht worden geboden op een accommodatie voor de springnummers. Na een aantal tijdelijke oplossingen opende Burgemeester Boelens op 6 oktober 1967 de accommodatie met een sintelbaan van 140 meter met een mogelijkheid tot uitbreiding van de baan tot 300 meter. Ook werd naast het veld een Clubkleedgebouw, bergruimte en keukentje geplaatst. In 1974 had A.V. Edam een rondebaan van 300 meter. In de jaren tachtig verslechterde de situatie van de baan en vatte men het plan op om te komen tot een geheel vernieuwde accommodatie, maar dit slaagde niet. In 1992 werd groot onderhoud gedaan en zijn enkele kunststof aanlopen geplaatst bij het verspring en hoogspringgedeelte.

Woonbuurten In de jaren negentig wordt het sportpark langzaam steeds verder ingesloten door bebouwing. De Molenbuurt is in de jaren tachtig ten zuiden van het plangebied gerealiseerd en ontleedt haar naam aan de Zuidpoldermolen. De Zuidpoldermolen stamt uit 1670 en bevindt zich, afgescheiden door een waterloop, ten zuidwesten van de atletiekbaan. De bebouwing van de Molenbuurt omsluit het sportcomplex, tezamen met de ten westen gelegen Singelwijk en het ten noorden gelegen de oude kern van Edam, inmiddels voor driekwart. Alleen de oostelijke kant grenst nog aan weilanden. Aan deze zijde wordt momenteel in de Zuidpolder de woonwijk De Broeckgouw gerealiseerd.

Afbeelding: de atletiekbaan ligt nabij de molen

4

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

Het sportpark Vanaf de jaren tachtig werden bij de atletiekbaan meerdere sportverenigingen ondergebracht (Edamse Voetbal Club, diverse verenigingen in Sporthal Het Bolwerck, beachvolleybal accommodatie ’t Beachwerck van MOVE en Postduivenvereniging Strijd en Vriendschap Edam's Luchtpost) waardoor een groter sportpark ontstond. De atletiekbaan en voetbalvelden worden van elkaar gescheiden door boomformaties, waarbij de atletiekbaan tevens nagenoeg geheel door kleinschalige waterlopen wordt omsloten. Ten noorden van de atletiekbaan bevindt zich het verenigingsgebouw van de atletiekvereniging en een parkeerterrein. Dit parkeerterrein wordt ontsloten via de Burgemeester Versteeghsingel. Deze staat, naast de atletiekvereniging Edam, mede ten dienste van de eveneens ten noorden van de atletiekbaan gesitueerde maatschappelijke voorzieningen.

Afbeelding: de accommodatie wordt door sloten omgeven

De atletiekbaan De in 1974 aangelegde atletiekbaan bestaat in de huidige situatie uit een oost-westgerichte ovale baan van 300 meter lengte. De baan is voorzien van een sintelondergrond en bevat geen baanindeling. Op het binnenterrein van en rondom de atletiekbaan bevinden zich, naast grasvlakten, voorzieningen, zoals kunststof aanlopen, voor de werp- en springonderdelen. De atletiekbaan, inclusief bijbehorende voorzieningen, bestrijkt op dit moment een lokaal verzorgingsniveau. Zo staat het sportcomplex ten dienste van de atletiekvereniging, maar behoren ook scholen tot de gebruikers van het complex. A.V. Edam heeft tegenwoordig circa 645 leden. Er geldt een ledenstop vanwege de beperkingen van de huidige accommodatie. De capaciteit voor het goed uitoefenen van de atletieksport is op de huidige baan niet mogelijk en de veiligheid laat te wensen over. Voor sommige onderdelen moet worden uitgeweken naar andere locaties. Officiële wedstrijden kunnen en mogen dan ook niet worden gehouden.

5

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

2.2

Toekomstige situatie De Atletiekvereniging Edam en de gemeente Edam-Volendam bereiden gezamenlijk de planvorming voor om de bestaande 300-meterbaan te vervangen door een nieuwe uit kunststof opgebouwde 400-meterbaan. De situering en verschijningsvorm van de kleedruimten en kantine blijft ongewijzigd. De nieuwe atletiekbaan leidt ertoe dat de veiligheid voor gebruikers wordt bevorderd en dat voldaan wordt aan de vereisten om officiële wedstrijden te kunnen organiseren. De baan wordt hiertoe, zoals gesteld in het door de atletiekvereniging opgestelde Programma van Wensen en Eisen, uitgevoerd conform de laatste specificaties van het Handboek Sportaccommodaties van NOC*NSF. Met de aanleg van de nieuwe 400-meterbaan wordt de Atletiekvereniging Edam de mogelijkheid geboden om als vereniging zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht te groeien. Ook kan, in samenwerking met andere gebruikers, een breder programma aan sportgerelateerde activiteiten worden aangeboden. Voorbeelden zijn het kunnen aanbieden van naschoolse sport en het kunnen uitbouwen van het gehandicaptenbeleid.

Afbeelding: illustratie van de situatie na realisatie van de 400meterbaan. De atletiekbaan wordt noord-zuidgericht aangelegd. Als gevolg van deze situering zullen veranderingen aan een strook bosplantsoen, de parkeervoorzieningen en aan een waterloop moeten worden doorgevoerd (niet op deze foto weergegeven). 2

In verband met het grotere ruimtebeslag van de nieuwe 400-meterbaan (16.900 m ) ten opzichte 2 van de bestaande 300-meterbaan (8.700 m ) zal de baan noord-zuidgericht worden aangelegd; de bestaande oost-westoriëntatie biedt niet voldoende mogelijkheden voor de benodigde uitbreiding. Ter plaatse van de gronden voor de nieuwe baan bevinden zich in de bestaande situatie een waterloop en een strook bosplantsoen. Om de realisatie van de nieuwe baan mogelijk te maken zal de waterloop gedempt worden en zal een deel van de strook bosplantsoen ter plaatse van de nieuw aan te leggen atletiekbaan verwijderd worden. Ter compensatie en ter aankleding zal nieuw 6

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

groen worden aangeplant. Ter compensatie van deze waterdemping zal langs de nieuwe baan een bestaande waterloop worden verlengd (oostzijde van de nieuwe baan) en een andere waterloop worden verbreed (westzijde van de nieuwe baan). In verband met de huidige en toekomstige parkeerbehoefte worden bestaande gedoogde parkeerplaatsen geformaliseerd en zullen in de toekomst extra parkeerplaatsen worden aangelegd. Daarvoor is ruimte op het westelijke deel van de bestaande atletiekbaan, dat op dit moment deels verhard is. Het geldende bestemmingsplan staat het gebruik voor parkeren toe. Hieronder is de indeling van de te realiseren atletiekbaan weergegeven. De baan wordt aangelegd volgens de actuele specificaties van de NOC*NSF. Op veilige wijze wordt ruimte geboden aan alle bij atletiek behorende disciplines. De afbeelding toont een accommodatie die is ingedeeld met 8 rondbanen en 8 sprintbanen. Indien bij aanbesteding van de aanleg van de baan blijkt dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor een achtlaans baan, dan wordt deze aangelegd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt dit ook mogelijk. Indien de aanbesteding ongunstiger uitvalt wordt volstaan met een zeslaans baan. Een zeslaans kunststof atletiekaccommodatie kan als toereikend beschouwd worden voor een atletiekvereniging met circa 1.000 leden.

Voor wedstrijden op nationaal niveau, anders dan het Nederlands kampioenschap, kan volstaan worden met deze omvang. Het verschil in ruimtebeslag tussen de accommodatie met 6 of 8 rondbanen/sprintbanen is gering, deze is 175x105 meter respectievelijk 180x110 meter.

Afbeelding: nieuwe indeling van het sportveld

7

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

De nieuwe situering van de atletiekbaan houdt in dat het bestaande trainingsvoetbalveld ten zuiden van de huidige atletiekbaan wordt opgeheven. Voor de gebruikers van dit veld, de Edamse Voetbal Club en de beachvolleybalvereniging Move, wordt op andere locaties op het bestaande sportcomplex capaciteit ingeruimd. Binnen het complex zal voor de Edamse Voetbal Club een kunststofgrasveld worden aangelegd. Dit veld past binnen het geldende bestemmingsplan en kan daarom zonder aanpassing van het vigerende bestemmingsplan worden uitgevoerd. De bestaande accommodatie van de beachvolleybalvereniging Move zal eveneens worden verplaatst. Hiervoor is langs de nieuwe atletiekbaan ruimte gereserveerd. Voor een deel zal deze eveneens worden geprojecteerd op de te dempen sloot die is opgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan ‘Atletiekbaan Edam’.

8

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

3.

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 14 juni 2011 heeft het kabinet het ontwerp van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) aan de Tweede Kamer gestuurd met daarbij een ontwerp Algemene maatregel van bestuur (Amvb) Ruimte (Barro). In de structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; b. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

Bij de inwerkingtreding van de SVIR en het Barro zullen de Nota Ruimte en de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid komen te vervallen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en deze treedt begin 2012 (datum nog niet bekend gemaakt) in werking. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a. Rijksvaarwegen; b. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c. Kustfundament; d. Grote rivieren; e. Waddenzee en waddengebied; f. Defensie; g. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h. Elektriciteitsvoorziening; i. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j. Ecologische hoofdstructuur; k. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; l. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Vertrouwen in medeoverheden is de basis voor het decentraliseren van beslissingsbevoegdheid. Om die reden bevat deze structuurvisie een beperkter aantal nationale belangen dan voorheen en bevat de Amvb Ruimte minder regels dan eerder was voorgenomen. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale ruimtelijke belangen die via wet- en regelgeving aan andere overheden opgedragen worden door hen goed worden behartigd. Waar de Amvb Ruimte bepalingen bevat aangaande 9

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

gemeentelijke bestemmingsplannen gaat het Rijk er vanuit dat deze doorwerking krijgen. Het Rijk zal de bestemmingsplannen dan ook niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op de voorliggende vernieuwing van de atletiekbaan. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt de bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland: Wet op de waterhuishouding; Wet op de waterkering; Grondwaterwet; Wet verontreiniging oppervlaktewateren; Wet verontreiniging zeewater; Wet droogmakerijen en indijkingen (Wet van 14 juli 1904); Wet beheer rijkswaterstaatswerken (het zogenaamde “natte gedeelte”); Waterstaatswet 1900; Waterbodemparagraaf uit de Wet bodembescherming. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers.

Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op het aspect water. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Het Nationaal Waterplan is op 22 december 2009 in de Ministerraad vastgesteld en beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Belangrijke onderdelen van het Nationaal Waterplan zijn het nieuwe beleid op het gebied van waterveiligheid, het beleid voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en de Stroomgebiedbeheerplannen op grond van de KRW. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo toeneemt.

Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar houden. Bij de aanpak van de stedelijke wateropgave wordt rekening gehouden met verdergaande verstedelijking en klimaatverandering. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de dynamiek van de stad. De combinatie van water en groen biedt volop kansen om het stedelijk watersysteem robuuster en klimaatbestendiger te maken.

10

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

Het bestemmingsplan Atletiekbaan Edam maakt ruimte voor compenserende maatregelen door extra waterberging mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan is daarom in lijn met het Nationaal waterplan. 3.2

Provinciaal beleid Structuurvisie Noord-Holland 2040 ‘Kwaliteit door veelzijdigheid’ en Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening met de daarbij behorende Invoeringswet in werking getreden. Deze wet voorziet in een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten. Hiertoe stelt de provincie een structuurvisie vast. In de structuurvisie legt de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vast en moet zij tevens aangeven hoe zij deze visie denkt te realiseren. De structuurvisie is zelfbindend. Voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid naar de gemeenten toe staan de provincie – naast de bekende bestuurlijke middelen als subsidies, overleg, convenanten e.d. – diverse juridische instrumenten ter beschikking, zoals een provinciale ruimtelijke verordening, een pro-actieve aanwijzing, een inpassingsplan en andere instrumenten. De Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland hebben op 21 juni 2010 de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie vastgesteld. In de Structuurvisie Noord-Holland 2040 zijn de provinciale belangen verwoord die een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland.

Het gaat daarbij met name om het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, het bevorderen van duurzaam ruimtegebruik en de klimaatbestendigheid. De provinciale verordening is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen of projectbesluiten. Het provinciale belang en de provinciale visie zoals verwoord in de structuurvisie moeten de inzet van de verordening rechtvaardigen. Het uitgangspunt is hierbij dat bevoegdheden ter doorwerking van het ruimtelijke beleid zoveel mogelijk pro-actief worden ingezet. Op zowel de kaart behorend bij de structuurvisie als op de kaart behorend bij de verordening is het plangebied aangewezen als ‘Bestaand Bebouwd Gebied’ en is onderdeel van ‘Metropolitaan stedelijk gebied en regionale kern – Bestaand Bebouwd Gebied’. Voor deze gebieden wordt gestreefd naar innovatief ruimtegebruik, intensiveren en herstructureren, kwaliteitsverbetering, kennisintensieve en creatieve milieus. Het voorliggende bestemmingsplan gaat gedeeltelijk uit van het vernieuwen van een bestaande, verouderde atletiekbaan en leidt daarom tot kwaliteitsverbetering van het voorzieningenniveau in bestaand gebied. Het voorliggende bestemmingsplan past derhalve binnen de beleidsuitgangspunten van de provinciale structuurvisie en verordening.

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Structuurvisie van de provincie Noord-Holland en de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie zijn op 22 juni 2010 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een onderdeel van het uitvoeringsprogramma van de structuurvisie en beschrijft de kernkwaliteiten van de verschillende Noord-Hollandse landschappen. Gemeentelijke bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen in het landelijke gebied dienen rekening te houden met deze karakteristieke eigenschappen. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie geeft aan welke kernkwaliteiten van landschap en cultuurhistorie van provinciaal belang zijn. PS willen dat deze kwaliteiten op een zorgvuldige wijze

11

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

worden meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen waar nut en noodzaak van zijn onderbouwd. Het betreft ontwikkelingen zoals woningbouw, bedrijfsontwikkeling, natuur- en recreatieprojecten, infrastructuur et cetera. Of veranderingen wel of niet plaatsvinden is eigenlijk geen discussiepunt, het gaat om de wijze waarop, de mate waarin en de vormgeving ervan. De provincie gebruikt deze leidraad bij de ontwikkeling van eigen ruimtelijke plannen en bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit van gemeentelijke plannen. De Provincie Noord-Holland wordt gekenmerkt door een rijk bodemarchief, waarvan de bewaarcondities over het algemeen gunstig zijn. Dat maakt dat bijna de gehele provincie een potentiële archeologische verwachting heeft. In het licht van de structuurvisie, waarbij de provincie haar eigen belang formuleert, is een aantal gebieden in Noord-Holland aan te wijzen die een bovenregionale archeologische waarde vertegenwoordigen. Deze gebieden bevatten waardevolle archeologische vindplaatsen en vertegenwoordigen in het algemeen een of enkele perioden en daarmee de kenmerkende bewoningsgeschiedenis van het gebied. Samen vormen deze gebieden een staalkaart van de vroege bewoningsgeschiedenis van Noord-Holland. Deze geschiedenis is ook vandaag de dag vaak nog af te lezen in het huidige landschap. De regio Waterland is één van de 10 gebieden die van provinciaal belang zijn.

Gemeenten zijn wettelijk verplicht om bij ruimtelijke plannen voldoende rekening te houden met de te verwachte archeologische waarden en de bekende archeologische waarden (conform artikel 38a van de Monumentenwet). Het plangebied bevindt zich niet in of bij waardevolle archeologische vindplaatsen, zodat geen bijzondere bescherming aan de orde is. Voorts wordt hierop nader ingegaan in paragraaf 4.7, onderdeel ‘archeologie’. Van belang zijnde cultuurhistorische objecten in de omgeving van bovenlokaal belang volgens de leidraad zijn molens en molenbiotopen. In paragraaf 4.7 wordt ook hierop nader ingegaan. Provinciaal Waterplan 2010-2015 Het Provinciaal Waterplan ‘Beschermen, benutten, beleven en beheren’ is op 26 november 2009 vastgesteld door Provinciale Staten en beschrijft de kaders voor het waterbeheer in NoordHolland. Het waterplan is het strategisch plan van de provincie op het gebied van water. Het plan is zelfbindend voor de provincie en bevat het beleid voor de periode 2010-2015. Voor de ruimtelijke aspecten heeft het plan de status van een structuurvisie, zoals dit is bepaald op basis van de Wet ruimtelijke ordening. In het waterplan worden de provinciale waterbelangen en de ruimtelijke consequenties hiervan benoemd. De ruimtelijke opgaven uit het waterplan zijn integraal afgewogen bij de vaststelling van de Structuurvisie Noord-Holland 2040.

In het waterplan worden diverse uitgangspunten genoemd die de basis vormen voor het beleid. Zo wordt er door de provincie gestreefd naar een klimaatbestendig waterbeheer. Van belang hierbij is dat water als medesturende factor wordt gezien in ruimtelijke ontwikkelingen. Uitgangspunten zijn tevens het versterken van culturele en natuurwaarden, hetgeen samenhangt met een goed waterbeleid. Tevens acht de provincie het van belang dat water wordt benut en beleefd: het kan kansen bieden voor economische ontwikkeling en bijdragen aan de woonkwaliteit. Het voeren van een goed waterbeheer, waardoor de kwaliteit van zowel het oppervlakte- als het grondwater wordt versterkt, stelt de provincie hiervoor als een belangrijke voorwaarde. Gemeenten worden bij het opstellen van bestemmingsplannen geacht rekening te houden met het gestelde in het waterplan. Daarbij zijn gemeenten verplicht om een waterparagraaf binnen het bestemmingsplan op te nemen. Hierin wordt voorzien door hoofdstuk 5 van deze plantoelichting.

12

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

3.3

Beleid Hoogheemraadschap Waterbeheersplan 4, 2010-2015 In dit plan beschrijft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de doelstellingen voor de periode 2010-2015 voor de drie kerntaken: veiligheid tegen overstromingen, droge voeten en schoon water. De agenda van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wordt in deze periode sterk bepaald door de klimaatverandering. Deze verandering heeft direct invloed op de kerntaken. De missie van het hoogheemraadschap is erop gericht om ook de komende jaren, ondanks klimaat- en weersveranderingen, Noord-Holland boven het Noordzeekanaal veilig te houden tegen overstromingen en te zorgen voor droge voeten en schoon water. Het kerndoel van het waterbeheersplan is vierledig: 1. Het op orde houden van het watersysteem en dit onder dagelijkse omstandigheden doelmatig en integraal beheren; 2. De verontreiniging van het watersysteem door directe en indirecte lozingen voorkomen en/of beheersbaar houden; 3. Het op orde houden van de primaire waterkeringen en overige waterkeringen met een veiligheidsfunctie en deze onder dagelijkse omstandigheden doelmatig beheren; 4. Het in stand houden en ontwikkelen van een calamiteitenorganisatie die onder bijzondere omstandigheden onmiddellijk operationeel is en die beschikt over actuele calamiteitenbestrijdingsplannen voor veiligheid, wateroverlast en waterkwaliteit.

Het hoogheemraadschap hanteert bij zijn beleid de volgende uitgangspunten: het beheersgebied van het hoogheemraadschap is beveiligd tegen overstromingen; dijkversterking blijft altijd mogelijk; alle inwoners van het beheersgebied van het hoogheemraadschap hebben recht op het afgesproken beschermingsniveau tegen wateroverlast; watersystemen zijn gezond voor mens, plant en dier; problemen worden opgelost waar ze ontstaan; met de watervoorraad wordt zorgvuldig omgegaan; niet alles kan overal; samenwerking staat centraal; water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening; het waterbeheer is toekomstgericht. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op het aspect water. De Waterwet en de Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2009 De Waterwet is een integratiewet van negen wetten die betrekking hadden op het waterbeheer. De doelstellingen van de wet die gericht zijn op het watersysteem zijn: Voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; Bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Voor handelingen in oppervlaktewaterlichamen is onder de Waterwet in beginsel nog maar één watervergunning vereist, waarin alle aspecten van het waterbeheer integraal worden getoetst.

Een watervergunning van HHNK is op grond van de wet in ieder geval vereist voor: Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam (art. 6.2 lid 1); Met behulp van een werk, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, water of stoffen te brengen op een zuivering technisch werk (art. 6.2 lid 2);

13

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

Het brengen van water in of onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam (art. 6.5). Voor het onderhavige project is op 16 juni 2011 een watervergunning aangevraagd. Inmiddels is deze verleend (zie bijlage 9). Voorts is op grond van artikel 6.6 Waterwet en nader uitgewerkt in hoofdstuk 6 van het Waterbesluit HHNK bevoegd om bij verordening (keur) nadere regels te stellen voor het gebruik van watersystemen. HHNK heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. De verordening is op 18 november 2009 vastgesteld als Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2009. De regels in de keur zijn onder te verdelen in twee categorieën: gebodsbepalingen en verbodsbepalingen. Met de geboden worden derden verplicht het aan hen toegewezen onderhoud aan waterstaatswerken uit te voeren. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het onderhouden van walkanten en het schoonhouden van sloten. De verboden zijn er om te voorkomen dat wijzigingen worden aangebracht in waterstaatswerken, waardoor ze niet (goed) meer functioneren. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op het aspect water. 3.4

Regionaal beleid Regiovisie Waterland 2040 De ‘Regiovisie Waterland 2040’ is een samenwerkingsproduct van de gemeenten Purmerend, Beemster, Waterland, Zeevang, Landsmeer, Wormerland en Edam-Volendam. Op 26 februari 2009 is de regiovisie vastgesteld door de gemeenteraad. De doelstellingen van de Regiovisie Waterland 2040 zijn om het karakter van de regio te behouden en om zorgzaam om te gaan met de hoeveelheid ruimte die binnen de regio beschikbaar is. Hierbij is het tevens van belang dat natuurwaarden in stand worden gehouden en de kwaliteit van het oppervlaktewater wordt verbeterd. Op de kaart van de Regiovisie Waterland 2040 is het plangebied van bestemmingsplan Atletiekbaan Edam opgenomen binnen het gebied dat is weergegeven als ‘Versterking van de sociaal-economische vitaliteit van de kernen door herstructurering en waar mogelijk intensivering, met vergroting van de diversiteit van woon- en werkmilieu’.

Plangebied

Afbeelding: weergegeven is een uitsnede van de kaart behorend bij de Regiovisie Waterland 2040.

Het bestemmingsplan biedt een planologische basis voor de realisatie van een vernieuwde atletiekbaan binnen bestaand stedelijk gebied en is in die zin in lijn met de visie door een bijdrage te leveren aan de sociaal economische vitaliteit van de kernen in de regio.

14

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

3.5

Gemeentelijk beleid Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het bestemmingsplangebied geldt het bestemmingsplan Edam-Zuid. Dit bestemmingsplan is op 23 april 2009 door de gemeenteraad vastgesteld van de gemeente EdamVolendam en op 29 september goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie NoordHolland (besluitnr. 09-54254). Het bestemmingsplan Edam-Zuid bestaat uit voorschriften, een toelichting en vier deelplannen (plankaarten), waarvan het zogenaamde deelplan Molenbuurt betrekking heeft op de gronden die centraal staan in het voorliggende bestemmingsplan Atletiekbaan Edam. Doel van het bestemmingsplan Edam-Zuid is om de bestaande situatie vast te leggen en om concrete kleinschalige ontwikkelingen mogelijk te maken. Het bestemmingsplan is derhalve hoofdzakelijk conserverend van karakter en dient als actueel juridisch planologisch beheerkader.

Recreatieve doeleinden

Water

Maximale bebouwingspercentage

Afbeelding: Uitsnede van de plankaart, behorend bij bestemmingsplan Edam-Zuid, ter plaatse van de atletiekbaan.

De voor het bestemmingsplan Atletiekbaan Edam relevante delen uit het bestemmingsplan EdamZuid hebben betrekking op de bestemmingen ‘Recreatieve doeleinden’ en ‘Water’. De relevante delen van deze bestemmingen worden hierna kort toegelicht. Recreatieve doeleinden Deze bestemming rust op de gronden waarop de huidige atletiekbaan is gelegen, alsmede op de nu als voetbalveld in gebruik zijnde gronden ten zuiden van de atletiekbaan. De gronden met 15

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

deze bestemming mogen worden gebruikt voor sportieve recreatie en dagrecreatieve voorzieningen, zoals sportvelden met bijbehorende voorzieningen, gebouwen ten behoeve van sportieve recreatie, inclusief ondergeschikte horecavoorzieningen, gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer en voor een antenne-installatie voor mobiele communicatie. Ook zijn bijbehorende infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen en water toegestaan. Binnen de bestemming ‘Recreatieve doeleinden’ zijn ook bouwvoorschriften opgenomen. Zo zijn gebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de plankaart aangegeven bouwvlakken en geldt voor elk bestemmingsvlak een maximum bebouwingspercentage. Tevens geldt een maximum goothoogte zoals op de plankaart is weergegeven. Voor de gronden ter plaatse van de huidige atletiekbaan houdt dit in dat deze gronden voor maximaal 5% bebouwd mogen worden en dat een maximum goothoogte van 3 meter geldt. Doordat deze gronden zijn voorzien van bouwvlakken zijn de bouwmogelijkheden begrensd. Op de gronden ten zuiden van de huidige atletiekbaan, die in gebruik zijn als voetbalveld, geldt een maximum goothoogte van 6 meter en eveneens een bebouwingspercentage van 5%. Doordat het bouwvlak op deze gronden ruimer van opzet is zijn de bouwmogelijkheden hier qua situering van gebouwen groter.

Water De bestemming ‘Water’ is van toepassing op de waterlopen die de bestaande atletiekbaan omgeven. De gronden waarop deze bestemming rust mogen worden gebruikt voor sloten, watergangen en waterwegen. Ook zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan ten behoeve van de waterhuishouding, alsmede steigers en bruggen. Qua bouwvoorschriften is in het bestemmingsplan bepaald dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan mits de waterbeheerder hiertegen geen bezwaar heeft en mits zij niet hoger zijn dan 3 meter. Conclusie Het aanleggen van een nieuwe 400-meter atletiekbaan zoals beschreven in paragraaf 2.2 is niet mogelijk op basis van de vigerende planologische regeling. Doordat de nieuwe atletiekbaan noord-zuidgericht dient te worden gerealiseerd zal deze deels worden aangelegd op gronden die momenteel voorzien zijn van de bestemming ‘Water’. Ook de te verplaatsen accommodatie van de beachvolleybalvereniging Move is geprojecteerd op gronden met de bestemming ‘Water’. De bestemming ‘Water’ staat geen functies als een atletiekbaan e.d. toe. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hier wel in. Binnen de geldende bestemming ‘Recreatieve doeleinden’ is de aanleg van nieuw water mogelijk, maar daarmee is de instandhouding van (compenserend) water niet gegarandeerd. Om die reden wordt in het voorliggende bestemmingsplan het nieuwe, compenserende water bestemd als ‘Water’.

16

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

Structuurvisie Edam-Volendam Bij besluit van 26 februari 2009 heeft de gemeenteraad een structuurvisie vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een beschrijving van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2020 met een doorkijk naar de lange termijn (2040). De geformuleerde speerpunten van beleid zijn: voldoende woningbouw ter voldoening aan de vraag van de eigen ingezetenen; de ontwikkeling van een aantal zogenaamde inbreidingslocaties; een woningbouwprogramma met uitgangspunten voor benoemde doelgroepen; e de aanleg van een 3 ontsluitingsweg; een bescheiden groei in het aanbod van eigen bedrijventerrein; een uitvoeringsprogramma met een aantal afzonderlijke ontwikkelingen; een kader voor kostenverhaal. In de structuurvisie wordt de gemeente Edam-Volendam gekarakteriseerd als een zeer dynamische woon- en werkgemeente met 28.500 inwoners, circa 10.000 arbeidsplaatsen en een naar verhouding jonge bevolking. Gesteld wordt dat de gemeente een ruim aanbod kent aan voorzieningen voor binnen- en buitensportbeoefening, waarbij de sportverenigingen over het algemeen over voldoende ruimte beschikken om goed te kunnen functioneren.

Met betrekking tot de atletiekvereniging wordt in de structuurvisie wel een knelpunt geconstateerd: de inpassing van een 400-meterbaan, hetgeen een vereiste is om officiële wedstrijden te mogen organiseren, kan niet plaatsvinden door een gebrek aan ruimte op hetzelfde terrein. In de structuurvisie wordt de herschikking van het complex van de Edamse Voetbal Club als mogelijke oplossing voor de atletiekvereniging genoemd. Deze oplossing ligt ten grondslag aan de regeling in het voorliggende bestemmingsplan. Op de kaart behorend bij de structuurvisie is het cluster aan sportvoorzieningen ter plaatse van de Burgemeester Versteeghsingel 5 als bestaande sportvoorziening opgenomen (zie afbeelding, sportvelden met rood omcirkeld).

17

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

Sportnota 2010-2012 De Sportnota is de uitwerking van de Sportvisie “Doeners en Talenten” zoals die door de werkgroep sportplatform op 11 oktober 2008 aan het college van B&W van de gemeente EdamVolendam is aangeboden. Het gemeentebestuur heeft deze visie op de maatschappelijke betekenis van sport onderschreven en baseert daarop haar legitimering tot het voeren van een actief sportbeleid. Ook wordt de meerwaarde onderschreven van een integraal beleid. Daarom vindt op de beleidsterreinen sport, onderwijs, gezondheid, jeugd, ouderen, minderheden en mensen met een beperking, onderlinge afstemming van beleid plaats. Dat wordt ook in de sportnota zichtbaar gemaakt. In paragraaf 1.2 van de nota wordt aangegeven dat in Edam 35,5 % van de bevolking lid is van een sportvereniging. Dit is nagenoeg gelijk aan het landelijke gemiddelde van 36%. Aangegeven wordt dat het lidmaatschapspercentage in Edam hoger kan zijn omdat bij diverse sportverenigingen, waaronder atletiek een ledenstop bestaat vanwege het gebrek aan voldoende accommodatie om nieuwe leden op verantwoorde manier te kunnen opvangen. Om deze reden is er door de raad een motie aangenomen voor het onderzoeken van mogelijkheden voor de ontwikkeling van een 400 meter kunststof atletiekbaan.

In paragraaf 2.2 van de nota is aangegeven dat het de bedoeling is dat in de toekomst de scholen meer gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen zodat de complexen multifunctioneel gebruikt worden tijdens en ook naschools. Het voortgezet onderwijs in Edam, de Triade, heeft een eigen voorziening voor de zaalsporten, maar maakt daarnaast momenteel gebruik van sporthal het Bolwerck en gymzaal de Botter. Voor de buitensporten maken ze gebruik van de atletiekbaan en de velden van EVC.

18

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

4.

Planologische aspecten

4.1

Bodem Het doel van de Wet Bodembescherming is het behoud en de verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Indien een bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt waarmee grondroerende werkzaamheden gemoeid zijn, is een onderzoek naar de bodemkwaliteit nodig om vast te stellen of er vervuiling is die belemmeringen oplevert voor het nieuwe gebruik. De bodem dient geschikt te zijn voor de toekomstige functies. Uit het onderzoek dient duidelijk te worden of eventueel aanwezige vervuilingen gesaneerd dienen te worden. Daartoe moet een verkennend bodemonderzoek worden verricht en afhankelijk van de resultaten eventueel een nader onderzoek. Het voorliggende bestemmingsplan Atletiekbaan Edam maakt, juridisch planologisch, de aanleg van een atletiekbaan mogelijk. Hiertoe wordt toegestaan om een bestaande waterloop te dempen en om ter compensatie elders nieuw water aan te leggen. Het betreft hier bodemroerende werkzaamheden, zodat een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zal moeten worden. Over het verkennend (water)bodemonderzoek is in augustus 2011 gerapporteerd door Landview bv (zie bijlage 10). Op de onderzochte locatie zijn lichte verontreinigingen vastgesteld. Deze liggen boven de achtergrondwaarde. De verontreinigingen zijn te verklaren door uitloging van lichte puinbijmenging in het verleden.

Op de locatie bestaan op grond van de resultaten van dit onderzoek geen risico’s voor de volksgezondheid of de ecologie bij het huidige en het toekomstige gebruik.

4.2

Verkeer en parkeren Met de planologische regeling uit dit bestemmingsplan Atletiekbaan Edam wordt de vervanging en vergroting van de bestaande atletiekbaan juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Hierna wordt ingegaan op de parkeer- en verkeerseffecten die kunnen ontstaan door de vergroting van de atletiekbaan. Bedacht moet worden dat het voorliggende bestemmingsplan per saldo niet leidt tot een vergroting van het oppervlak van de gronden met een sportbestemming maar een verkleining, doordat meer nieuw water wordt gemaakt dan dat er water wordt gedempt. Het grondoppervlak dat voor de nieuwe atletiekbaan wordt gebruikt, wordt nu ook al ten behoeve van sportbeoefening gebruikt. Voorts geldt dat op grond van het geldende bestemmingsplan al binnen de diverse vlakken met de bestemming ‘Recreatieve doeleinden’ veranderingen in de inrichting en sportbeoefening mogelijk zijn die tot een toename van bezoekersaantallen kunnen leiden. Het voorliggende bestemmingsplan leidt daarom in planologische zin niet tot een planologische verandering waaruit grotere bezoekersaantallen – en dus tot meer verkeersbewegingen – voortkomen. De nieuwe atletiekbaan is groter dan de bestaande 300-meterbaan en biedt de mogelijkheid het sportterrein intensiever te gebruiken.

De nieuwe baan kan daarom feitelijk van invloed zal zijn op de omvang van de verkeersstromen en de parkeervraag in de directe omgeving van de baan. In deze plantoelichting wordt ingegaan op de vraag of er als gevolg van de nieuwe atletiekbaan knelpunten zullen ontstaan op het gebied van verkeer en parkeren. Om de gevolgen ten aanzien van het parkeren inzichtelijk te maken is in opdracht van de gemeente Edam-Volendam door Goudappel Coffeng in juli 2011 een parkeeronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). In dit onderzoek is op basis van de zogenaamde CROW-normering berekend welke parkeervraag zich zal voordoen bij aanleg van de nieuwe atletiekbaan. Omdat het 19

Bestemmingsplan Atletiekbaan Edam Gemeente Edam-Volendam Toelichting

parkeerterrein dat ten dienste staat van de atletiekbaan gedeeld wordt met de aangrenzende maatschappelijke functies, is ook van deze functies de parkeervraag berekend. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat het huidige parkeerterrein ruimte biedt aan 60 auto’s (38 parkeerplaatsen plus 22 gedoogde parkeerplaatsen). Op basis van de maximumnorm van de CROW overschrijdt de parkeervraag het aanbod op de werkdag-avond in geringe mate. Wanneer de volledige ambitie van de vereniging voor het aantal leden wordt gerealiseerd, ontstaat een tekort van maximaal tien parkeerplaatsen. Naar aanleiding van dit onderzoek is bezien of en hoe aan de extra parkeerbehoefte kan worden tegemoet gekomen. Dat kan door een deel van het gebied van de Atletiekvereniging Edam in te richten als parkeerterrein. Ter plaatse van een deel van de huidige atletiekbaan dat bij realisatie van de nieuwe baan vrijkomt, kan voorzien worden in 32 parkeerplaatsen. Het geldende bestemmingsplan staat parkeervoorzieningen onvoorwaardelijk toe, zodat er geen planologische belemmering is om te voldoen aan de parkeerbehoefte. Daarbij moet bedacht worden dat de maximale parkeerbehoefte zich niet direct zal voordoen, maar na verloop van tijd, omdat de door de vereniging beoogde ledengroei niet van het ene op het andere moment zal plaatsvinden.

Door een toename van het aantal leden zal de verkeersintensiteit op de wegen toenemen. Het gaat echter in alle gevallen om relatief beperkte hoeveelheden: de atletiekbaan maakt deel uit van een veel groter sportcomplex, het aantal leden (en de toename daarvan) van de atletiekvereniging is maar een deel van het totaal aantal bezoekers van het sportcomplex. Doordat de baan wordt vergroot tot een officiële wedstrijdbaan, zal het aantal wedstrijden toenemen. Deze wedstrijden zullen echter incidenteel zijn, waardoor geen sprake zal zijn van een structurele toename van het autoverkeer. 4.3

Geluid In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer een nieuwe geluidsgevoelige bestemming wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen geluidgevoelige functies in de zin van de Wet geluidhinder mogelijk en heeft geen betrekking op nieuwe geluidbronnen. Binnen het huidige bestemmingsplan en de huidige bestemming zijn omroepinstallaties voor de sportvoorzieningen al toegestaan. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De VNG heeft op maart 2009 de geactualiseerde handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gepubliceerd. Daarin is een Richtafstandenlijst opgenomen, die tot doel heeft richtlijnen te geven om door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals sportvoorzieningen) en gevoelige functies (zoals woningen) een goede ruimtelijke ordening te bewerkstelligen. Voor het aspect geluid wordt in deze richtlijn een minimale afstand van 50 meter tussen veldsportcomplexen en woningen geadviseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=0a506176-d69a-4cc2-8cfa-cbfb43899458