CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 bij de toelichting bestemmingsplan.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Oorgat 6-6a.21.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

vastgesteld bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Toelichting

Oorgat 6/6a

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

6

1.1 1.2 1.3

Algemeen De plangrens Vigerend bestemmingsplannen

Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 2.2

Bestaande situatie Gewenste ontwikkeling

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 3.2 3.3

Europees en nationaal beleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

6 6 8

11 11 17

22 22 26 34

42

4.1 4.2

Bedrijven en milieuzonering Cultuurhistorie

42 42

4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Externe veiligheid Geluid Water Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Bodem Natuur en ecologie m.e.r.-beoordeling

42 43 44 49 52 53 56 61

Hoofdstuk 5 Planregeling 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Algemeen Opzet planregels Bestemmingen Algemene regels Handhaving

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

62 62 62 62 63 64

65 65 65

68

3

Oorgat 6/6a

4

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Toelichting

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

5

Oorgat 6/6a

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Op het perceel Oorgat 6/6a was tot enkele jaren geleden eerst een sloopbedrijf en daarna een loonwerkbedrijf gevestigd. Het bedrijf is beëindigd en de ontwikkelaars Oorgat Ontwikkeling BV en Bouwmeester BV hebben het perceel met opstallen verworven om het te herontwikkelen. Het initiatief behelst de ontwikkeling van een kleinschalige particuliere woon-zorgvoorziening in de vorm van een kleinschalig woonzorgcomplex en een naastliggende woning. In het kleinschalig woonzorgcomplex zal kwalitatieve 24-uurs zorg worden aangeboden gericht op ouderen met dementie. Het concept richt zich op patiënten met een zorgindicatie ZZP5 (kwetsbare gezondheid) tot ZZP10 (terminale zorg). Het inclusieve kleinschalig woonzorgcomplex zal bestaan uit zorgappartementen, een zorghotel, een hospice en eventueel een kleine buurtkamer (+-30 m2) met dagbesteding voor cliënten en omwonenden. Hierdoor wordt ruimte geboden aan initiatieven die zich richten op saamhorigheid, sociale binding en het tegengaan van eenzaamheid. Duurzaamheid staat bij deze ontwikkeling hoog in het vaandel, er wordt extra geïnvesteerd om de gebouwen gasloos en energieneutraal te ontwikkelen. Het geldende bestemmingsplan laat de herontwikkeling niet toe, omdat het perceel uitsluitend is bestemd voor bedrijfsvestiging. Om de herontwikkeling mogelijk te maken is daarom de voorliggende herziening van het bestemmingsplan nodig.

1.2

De plangrens

Het plangebied ligt in het centrum van Edam aan het Oorgat, nabij de sluis. De navolgende afbeeldingen geven inzicht in de globale ligging en begrenzing van het plangebied.

6

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Afbeelding boven en onder: situering plangebied Oorgat 6/6a, Edam

De plangrens van het voorliggende bestemmingsplan wordt gevormd door de grenzen van het huidige bedrijfsperceel.

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

7

Oorgat 6/6a

Afbeelding: grenzen van het bestemmingsplan

1.3

Vigerend bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, gelden ter plaatste de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan 'Oorgat e.o.'; Bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren c.a.'

1.3.1 Bestemmingsplan 'Oorgat e.o.' Het bestemmingsplan 'Oorgat e.o.'. is vastgesteld op 19 januari 2012 en na uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 januari 2013 onherroepelijk geworden, met uitzondering van het perceel Oorgat 38.

8

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Oorgat e.o.' (www.ruimtelijkeplannen.nl)

De kavel Oorgat 6/6a heeft de bestemming 'Bedrijf' en mag gebruikt worden voor bedrijven tot en met categorie B uit de Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging, met uitzondering van risicovolle inrichtingen alsmede voor een sloop- en transportbedrijf van puin en ander sloopmateriaal en een handelsbedrijf in sloopmateriaal, zand, grind en grond. Voorts is een bedrijfswoning toegelaten in het gebouw gelegen aan de weg. Verder zijn daaraan ondergeschikte parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en bijbehorende bouwwerken. Binnen het bestemmingsplan gelden voor de planlocatie de volgende bouwregels: Binnen de bouwvlakken zijn gebouwen toegelaten; De maximum goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning aan de weg bedraagt 3,5 en 7,5 meter (gemeten vanaf maaiveld); De maximum goot- en bouwhoogte van het grote bedrijfsgebouw bedraagt 5 en 9 meter (gemeten vanaf de hoogte van de weg); De maximum goot- en bouwhoogte van het lange bedrijfsgebouw aan de westelijke kavelgrens bedraagt 2,5 en 4,5 meter (gemeten vanaf maaiveld); De maximum goot- en bouwhoogte van het kleinste bedrijfsgebouw bedraagt 3 meter (gemeten vanaf maaiveld); Buiten het bouwvlakken worden maximaal 50 m² aan bijbehorende bouwwerken met een maximum bouwhoogte van 3 meter toegelaten (gemeten vanaf maaiveld). Het toegelaten bebouwd oppervlak bedraagt 1.085 m2:

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

9

Oorgat 6/6a

Van dit oppervlak is 1.035 m2 gerealiseerd: het toegelaten bijgebouw van 50 m2 is niet bestaand maar in de planregels als bouwrecht opgenomen.

1.3.2 Bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren c.a.' Door de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014 (Wet van 19 november 2014 tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) zijn de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening komen te vervallen. Vanaf dat moment moeten deze bepalingen opgenomen worden in het bestemmingsplan. Omdat het overgangsrecht op 1 juli 2018 verliep en een aantal bestemmingsplannen, vastgesteld voor 29 november 2014, op dit punt nog niet waren aangepast, is de parapluherziening Parkeren c.a. vervaardigd. De parapluherziening bevat een eenduidige parkeernormering voor de hele gemeente. Op grond van deze herziening zijn de gemiddelde parkeerkencijfers voor matig stedelijke gebieden uit de CROW-publicatie 317: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van toepassing. Daarnaast kent de parapluherziening een uitsterfconstructie, omdat de opgenomen regeling, voor zover relevant, in alle toekomstige bestemmingsplannen van de gemeente Edam-Volendam zal worden verwerkt.

10

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Hoofdstuk 2 2.1

Het plangebied

Bestaande situatie

2.1.1 Het plangebied Het plangebied 'Oorgat 6/6a' ligt in het zuidoostelijke deel van de gemeente Edam-Volendam. De hoofdstructuur van het Oorgat wordt voornamelijk bepaald door de waterstructuur en de oostelijke ontsluitingsweg van Edam. Het plangebied bestaat uit het bebouwingslint langs de weg Oorgat en Zeevangszeedijk, alsmede het buurtje met bungalows rond de Coen de Koninglaan. Het oorspronkelijke lint kenmerkt zich door de open kavels die uitzicht bieden op het open agrarische buitengebied. De afgelopen jaren is het lint aan het Oorgat verdicht met woningbouw, waardoor het een wat meer besloten karakter heeft gekregen. Van oudsher waren langs het Oorgat veel bedrijven gevestigd, afgewisseld met woningen in uitsluitend zgn. ‘eerste lijnsbebouwing’. De afgelopen jaren zijn veel bedrijven beëindigd en is er (deels seriematige) woningbouw voor in de plaats gekomen, waardoor een woonlint is ontstaan. Inmiddels overheerst de woonfunctie. Door de verspringende rooilijn en verschillende typen bebouwing laten de bebouwingsstroken een gevarieerd beeld zien. In contrast met het stadscentrum van Edam is aan de kant van het Oorgat grenzend aan de Nieuwehaven seriematige woningbouw gerealiseerd. Achter de woningen Oorgat 20 en 22 zijn volkstuinen gelegen.

Tussen de woningen Oorgat 8 en 12 is een toegangsweg naar het buiten het plangebied gelegen Fort bij Edam, onderdeel van het Nationaal Landschap de 'Stelling van Amsterdam'. De oevers van de sloot ten noorden van het Oorgat zijn groen en dienen ook behouden te blijven. Zij fungeren als overgang naar het open landschap. Het plangebied is kadastraal bekend onder nummers Edam B 78, 964, 979 en 980 met een gezamenlijk oppervlak van ongeveer 2.766 m2.

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

11

Oorgat 6/6a

Afbeelding: kadastrale gegevens (bron: www.kadastralekaart.com)

Het perceel is gedeeltelijk bebouwd, zoals op onderstaande afbeelding is weergegeven.

12

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Afbeelding: bebouwing huidige situatie

Op onderstaande foto's is de bestaande situatie weergeven.

Afbeelding: zicht op het perceel Oorgat 6a (bron: Google Streetview)

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

13

Oorgat 6/6a

Afbeelding: woning Oorgat 6

2.1.2 De omgeving Oorgat bestaat uit een straat met ter weerszijden lintbebouwing. Over het algemeen betreft het woningen, op enkele locaties zijn bedrijven gevestigd. Grotere bedrijfspanden zijn veelal vervangen door nieuw woningbouw. De belendende percelen zijn hierna weergegeven met foto's en een beknopte beschrijving. Oorgat 8, woning

14

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Het betreft een woning heeft een woonoppervlakte van 200 m2 en bevindt zich op een ruim perceel met een oppervlakte van 430 m2. De woning is gebouwd in 1910. Oorgat 2 en 4, woningen

Oorgat 2 betreft een woning met een woonoppervlakte van 321 m2 en is gebouwd in 1905. Oorgat 4 is de woning die tegen de perceelgrens staat en heeft een woonoppervlakte van 69 m2. Het is gebouwd in 1915. Oorgat tussen 1 en 3, bedrijfsperceel

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

15

Oorgat 6/6a

Op dit perceel was voorheen Aannemings- en Molenmakersbedrijf Kistemaker gevestigd. Momenteel is het perceel niet meer in gebruik bij dit bedrijf. De huidige eigenaar beoogt het perceel te herontwikkelen naar wonen daarvoor is (nog) geen planologisch besluit in procedure. Oorgat 1, woning met tuin

Dit betreft een bewoond Rijksmonument met een woonoppervlakte van 157 m2 en bevindt zich op een ruim perceel met een oppervlakte van 1.544 m2. De woning is gebouwd in 1829.

16

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

2.2

Gewenste ontwikkeling

Het aantal mensen met dementie is door de vergrijzing bijna verzesvoudigd. Van 50.000 in 1950 tot 290.000 nu. Het aantal zal in de toekomst explosief stijgen tot meer dan een half miljoen in 2040. Tot 2050 zal het aantal mensen met dementie verder oplopen naar 620.000. Volgens onderzoek van TNO op basis van gegevens van het CBS, is er in opdracht van Alzheimer Nederland onderzoek gedaan naar het aantal personen met dementie per gemeente. Geschat wordt dat er in 2020 in de gemeente Edam-Volendam 322 personen lijden aan dementie. In 2040 is het aantal personen geschat op 931 in de gemeente. De cijfers van het aantal personen met dementie wordt altijd geschat omdat personen met beginnende dementie vaak nog geen aanspraak doen op een Wmo- of Wlz indicatie. Op het Oorgat 6a ter hoogte van het Fort bij Edam in de gemeente Edam-Volendam wordt voor mensen met geheugenproblematiek een thuis geboden. Hiervoor wordt een kleinschalig woonzorgcomplex met 26 zorgappartementen en ondersteunende voorzieningen ontwikkeld die in de plaats komt van de huidige bedrijfsgebouwen. Het kleinschalig woonzorgcomplex bestaat voornamelijk uit zorgappartementen voor dementerenden.

Een aantal appartementen zal worden bestemd voor zorghotelkamers. Hier kunnen ouderen uit Edam terecht wanneer zij bijvoorbeeld uit het ziekenhuis worden ontslagen, maar nog niet naar huis kunnen omdat zij nog zorg nodig hebben. Op de begane grond komen gemeenschappelijke voorzieningen zoals een eetkamer, woonkamer en bibliotheek. In overleg met de zorgexploitant wordt ook onderzocht of er een buurtkamer kan komen waar eenzame ouderen uit Edam ook deel kunnen nemen aan dagelijkse activiteiten. Het woon-zorgcomplex wordt gasloos en energieneutraal (EPC=0,0). Daarnaast wordt er aandacht besteed aan natuur inclusief en klimaat adaptief bouwen. De huidige bedrijfswoning (boerderij) wordt vervangen door een nieuwe vrijstaande villa met garage. De villa wordt gesitueerd naast de woning aan het Oorgat 8.

Stedenbouwkundige uitgangspunten

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

17

Oorgat 6/6a

De eerste stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn neergelegd in het haalbaarheidsonderzoek (zie Bijlage 1), zoals hierna weergegeven. Vrijstaande woning De vrijstaande woning heeft een nok- en goothoogte van 5 meter en 9,5 meter. Deze maten zijn hierbij uiterste maten, de 10% afwijkingsmogelijkheid voor het technisch haalbaar maken komt hierbij te vervallen. Zorgcomplex Door gebruik te maken van het schuin aflopende erf en het ingraven van de voorzijde van het zorgcomplex, krijgt het gebouw een lagere nokhoogte dan de naastgelegen vrijstaande woning. Dit zorgt mooi voor een optische verkleining van het gebouw wanneer bekeken vanaf het Oorgat. De plaatsing van het gebouw achter op het erf, maakt het realiseren van parkeerplaatsen op de voorzijde van het erf mogelijk. Deze parkeerplaatsen zijn direct aan het Oorgat gelegen, deze ruimte moet groen worden ingericht. Er moet voorkomen worden dat er een zeer vergrijst beeld ontstaat langs het Oorgat. Denk hierbij aan groenblijvende erfafscheiding en groen naast de parkeerplaatsen. De gemeente neemt dit als voorwaarde op in de omgevingsvergunning. Het bouwplan voorziet in een lift aan de voorzijde van het gebouw. Om te voorkomen dat een liftopbouw het dakvlak verstoort en een ongeorganiseerd beeld creëert moet een liftsysteem zonder dakopbouw geplaatst worden.

Daarna zijn stedenbouwkundige beoordelingen gedaan in het kader van vragen vanuit de welstandscommissie en de wensen van participanten om het woon-zorgcomplex te draaien en de woning te verplaatsen. Bij de beoordeling van de ontwerpen van het plan en de formulering van de stedenbouwkundige randvoorwaarden is gekeken naar de hoofdlijnen van de welstandsnota en "enkele" criteria uit de bijlage 2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden van het bestemmingsplan Oorgat (zie Bijlage 2). Leidend hierbij zijn de volgende uitgangspunten geweest: 1. Het zeer landelijke karakter (welstandsnota). Volgens de welstandsnota krijgt dit landelijk karakter vorm door de hoge mate van transparantie tussen de bebouwing naar het achterliggende land. Er is gekozen voor een schuur typologie welke thuishoort in het landelijke karakter van het lint. Voorts is er transparantie tussen de bebouwing behouden. Het woonzorgcomplex is gesitueerd op de plek van de huidige bedrijfsloods. De woning is gelet op de monumentale boom aan de andere zijden gesitueerd. 2. Waarborgen doorzicht naar het Fort bij Edam (Unesco erfgoed en cultuurhistorisch waardenvol) (bijlage 2 stedenbouwkundige randvoorwaarden). De bouwvlakken die in bijlage 2 stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn meegenomen geven een mogelijkheid tot zicht op het achterliggende landelijk gebied en het fort.

De nieuwe bouwvlakken van de woning en het woon-zorgcomplex waarborgen ook de zichtlijnen op het fort. Het bouwvlak van de nieuwe woning is op dezelfde plaats gesitueerd als een van de bouwvlakken voorgesteld in de stedenbouwkundige randvoorwaarden. 3. Behoud Monumentale boom (bijlage 2 stedenbouwkundige randvoorwaarden). De wortels van de boom krijgen de ruimte door verplaatsing van de woning en het uitvlakken en verlagen van 0,25m van het parkeerterrein. 4. Parkeren op eigen terrein. (bijlage 2 stedenbouwkundige randvoorwaarden). Er worden 17 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigenterrein. 5. Buitenruimten, semi-private ruimten, parkeerplaatsen, aansluitingen openbaarheid,

18

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

beplantingen, verhardingen, en erf- of terreinafscheidingen mee ontwerpen ( bijlage 2 stedenbouwkundige randvoorwaarden). In het voorlopig ontwerp van 31 maart 2022 is hieraan voldaan. 6. Hoofdbebouwing mag binnen zone van minimaal 3 meter tot maximaal 30 meter van de kant van de weg liggen (bijlage 2 stedenbouwkundige randvoorwaarden). Het woon-zorgcomplex ligt op circa 17 meter van de kant van de weg. Zij is gesitueerd op dezelfde plek als het huidige hoofdgebouw (de bedrijfsloods). Op basis van de naar voren gebrachte stedenbouwkundige randvoorwaarden is het ontwerp aangepast en is het Voorlopig Ontwerp van 31 maart 2022 ontstaan. In de stap van Voorlopig Ontwerp naar Definitief Ontwerp is op verzoek van omwonenden bezien of het een mogelijkheid is het woon-zorgcomplex een kwartslag te draaien. Het gebouw wordt in deze variant meer naar achter geplaatst op het erf ten opzichte van de weg. Op die suggestie is ingegaan in het stedenbouwkundig advies van 7 juni 2022 (zie Bijlage 3). Op basis van de in dat advies getrokken conclusie dat niet uitgegaan dient te worden van de gedraaide variant en na vervolgoverleg met omwonenden en de zorgexploitant is door de initiatiefnemer het Definitief Ontwerp van 18 november 2022 opgesteld (zie Bijlage 4).

Bouwvolume De goot- en nokhoogte van de nieuwbouw van het kleinschalig woonzorgcomplex is op de planverbeelding weergegeven als 7,6 meter resp. 9,3 meter. Dit gebouw is op het perceel het hoofdgebouw en de meting van de hoogte geschied daarom vanaf de weg - net als hoe in het oude bestemmingsplan de hoogte van het grote bedrijfsgebouw werd gemeten. Omdat het maaiveld wordt geëgaliseerd ligt het maaiveld in de nieuwe situatie iets lager: in plaats van circa een meter onder het niveau komt het maaiveld te liggen op 1,5 meter onder de weg. De nieuwe woning bevindt zich op een eigen (bouw)perceel en bevindt zich aan de weg. De goot- en bouwhoogte wordt gemeten vanaf de weg en is op de planverbeelding weergegeven en bedraagt 5 resp. 9,5 meter. Naast de woning wordt een garage gebouwd en daarachter nog een aanbouw, de hoogte daarvan wordt eveneens vanaf wegniveau gemeten omdat het wordt gebouwd aan het hoofdgebouw.

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

19

Oorgat 6/6a

Op de verbeelding is een hoogte van 3 meter weergegeven voor de garage en 1,5 meter voor de aanbouw. Het nieuwe toegelaten bebouwd oppervlak bedraagt 855 m2:

Terreininrichting Aan de voorzijde van het Oorgat worden 17 parkeerplaatsen gerealiseerd op een peil van -0,25m. Dit parkeerterrein wordt omzoomd met groene hagen op eigen terrein gerealiseerd. De kenmerkende monumentale beuk die aan de voorkant van het terrein staat wordt daarbij behouden. Verder wordt de buitenruimte van het kleinschalige woonzorgcomplex groen ingevuld.

Zowel de kavel van de woning als de kavel van het woonzorgcomplex worden langs de waterkant beschoeid. Tussen het belendende perceel Oorgat 2-4 en het kleinschalige woonzorgcomplex wordt een betonnen grondkeerwand (0-60cm) met een hekwerk van 3 meter geplaatst begroeid met hedera en andere klimplanten. Het hekwerk wordt aan de achterkant verlaagd zodat er vanuit de tuin zicht blijft op de watergang. Bij het kavel met de woning wordt ook een betonnen keerwand gerealiseerd met hedera. Hieronder worden refentiebeelden van dergelijke oplossingen weergegeven en daaronder een dwarsdoorsnede van het perceel met de peilmaten, keerwanden en het hekwerk.

20

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

21

Oorgat 6/6a

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Europees en nationaal beleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze samenleving' komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten hierin zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: 1. Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 juli 2022) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie paragraaf 3.1.2). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zie paragraaf 3.1.3).

Het voorliggende bestemmingsplan heeft geen directe raakvlakken met de nationale belangen en past binnen het beleid van het rijk.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt nationale ruimtelijke belangen uit onder meer de aan de NOVI voorafgaande Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in regelgeving. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan ruimtelijke plannen van gemeenten moeten voldoen en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. Het geeft regels over bestemmingen en het gebruik van gronden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, zoals bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal

22

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

medebewind. Het eerste deel van het Barro is in december 2011 van kracht geworden. In de loop van 2012 is een aantal onderwerpen toegevoegd, zoals de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Ook is het onderwerp Ladder voor duurzame verstedelijking in de regelgeving opgenomen, in het Besluit ruimtelijke ordening (zie 3.1.3). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Met de eerdergenoemde uitbreiding van het Barro is de juridische verankering van de SVIR compleet geworden. De voornoemde Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is een procesvereiste en draagt bij aan een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, ondersteunt gemeenten en provincies in een vraaggerichte programmering van hun grondgebied en helpt bij het maken van een zorgvuldige afweging van belangen bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. E.e.a.

betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met het oog voor de onderliggende vraag in de regio, de beschikbare ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied en een multimodale ontsluiting ('Nut en noodzaak”). De overige onderwerpen in het Barro hebben geen invloed op het plangebied doordat de betreffende onderwerpen niet aan de orde zijn in of nabij het plangebied.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De begrippen "bestaand stedelijk gebied" en "nieuwe stedelijke ontwikkeling" zijn opgenomen in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h en i Bro. De 'behoefte' is de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar -looptijd van een bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De afbakening van het onderzoeksgebied is dus afhankelijk van het beoogde programma in het bestemmingsplan.

De Ladder biedt de mogelijkheid om in geval van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingsplichten en/of wijzigingsbevoegdheden, in het moederplan te bepalen dat het Ladderonderzoek pas hoeft te worden verricht bij vaststelling van het uitwerkingsplan of het wijzigingsplan. Woningbehoefte De regio kent een nijpend tekort aan woningen. Hierbij gaat het zowel om een tekort aan

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

23

Oorgat 6/6a

reguliere woningen als zorgwoningen. Uit de provinciale beleidsstukken blijkt dat er een grote behoefte is aan nieuwe woningen, met name ook voor speciale doelgroepen. Deze woningen moeten vooral binnenstedelijk worden gerealiseerd, door verdichting. Zorgbehoefte De behoefte aan zorgvoorzieningen en zorgwoningen zal de komende jaren blijven toenemen. Daarnaast wordt de groep ouderen door de maatschappelijke vergrijzing toe. Daardoor neemt de vraag naar ambulante zorg en ondersteuning toe. Het aantal mensen met dementie is door de vergrijzing bijna verzesvoudigd. Van 50.000 in 1950 tot 290.000 nu. Het aantal zal in de toekomst explosief stijgen tot meer dan een half miljoen in 2040. Tot 2050 zal het aantal mensen met dementie verder oplopen naar 620.000. Volgens onderzoek van TNO op basis van gegevens van het CBS, is er in opdracht van Alzheimer Nederland onderzoek gedaan naar het aantal personen met dementie per gemeente. Geschat wordt dat er in 2020 in de gemeente Edam-Volendam 322 personen lijden aan dementie. In 2040 is het aantal personen geschat op 931 in de gemeente. De cijfers van het aantal personen met dementie wordt altijd geschat omdat personen met beginnende dementie vaak nog geen aanspraak doen op een Wmo- of Wlz indicatie. Op dit moment is hier sprake aan een tekort en zijn oplossingen nodig om aan de toenemende behoefte te kunnen voldoen.

De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte zorgvoorzieningen en woningen leveren hieraan een belangrijke bijdrage.

3.1.4 Verdrag van Malta Het Verdrag van Malta, ook wel het Verdrag van Valletta genoemd, beoogt om het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Het gaat om archeologische resten als nederzettingen, grafvelden, en gebruiksvoorwerpen. Uitgangspunt van het verdrag is dat het archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Dit is gevat in drie principes: 1. streven naar behoud in situ van archeologische waarden. De bodem is de beste garantie voor een goede conservering van archeologische resten (artikel 4). 2. tijdig rekening houden in de ruimtelijke ordening met de mogelijkheid of aanwezigheid van archeologische waarden, zodat er nog ruimte is voor archeologie vriendelijke alternatieven (artikel 5). 3. de verstoorder betaalt voor het doen van opgravingen en het documenteren van archeologische waarde, wanneer behoud in situ niet mogelijk is (artikel 6). Om de principes van het Verdrag van Malta verder door te voeren is op 1 september 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Deze wet regelt hoe rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De gemeente heeft voor haar grondgebied een archeologienota vastgesteld (zie paragraaf 3.3.4 Archeologienota).

24

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

3.1.5 Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de "watersysteembenadering" centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.5 Water wordt nader ingegaan op het aspect water.

3.1.6 Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan is op 10 december 2015 vastgesteld en beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Belangrijke onderdelen van het Nationaal Waterplan zijn het beleid op het gebied van waterveiligheid, het beleid voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en de Stroomgebiedbeheerplannen op grond van de KRW. Bij de ontwikkeling van locaties in stedelijk gebied wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar houden. Het voorliggende bestemmingsplan leidt ten opzichte van het voorgaande plan niet tot een relevante toename van verharding. Het bestemmingsplan is daarom in lijn met het Nationaal Waterplan.

3.1.7 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2020 Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee, dat natter, droger en heter is. De resultaten daarvan zijn wateroverlast, hittestress en druk op watervoorraden door droogte. Dit vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en intensiveren is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Daarin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de nadelige effecten van klimaatverandering tegen willen gaan. De kern is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en klimaat robuust is ingericht. Op nationaal niveau zijn stresstesten per gemeente uitgevoerd om de knelpunten van bestaande infrastructuur in kaart te brengen. In een drieledig nationaal programma worden deze kwetsbaarheden in beeld gebracht, afgewogen en geprioriteerd, om vervolgens tot concrete maatregelen te worden omgezet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal vooraf moeten worden gekeken of deze klimaatadaptief zijn en hoe de inrichting dusdanig robuust kan worden aangepast. Het woon-zorgcomplex wordt gasloos en energieneutraal (EPC=0,0). Daarnaast wordt er aandacht besteed aan natuur inclusief en klimaat adaptief bouwen.

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

25

Oorgat 6/6a

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid De Omgevingsvisie NH2050 is door provinciale staten vastgesteld op 19 november 2018. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging. a. het beschermen tegen water uit de grote wateren om ons heen b. het waar mogelijk de ecologische waarden vergroten; en c. het benutten van de economische kansen van de unieke ligging voor energietransitie en recreatie en toerisme met een goede balans tussen rust en reuring. 2. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem. a. Wonen en weren zo veel mogelijk via binnenstedelijke verdichting; b. Aanpassen van totale mobiliteitssyteem aan de drukker wordende metropool; c.

Versterken van functies in het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem; d. Duidelijkheid van het Rijk over de ontwikkelruimte van Schiphol en het Noordzeekanaalgebied in relatie tot ruimte voor verstedelijkingsopgave. 3. Sterke kernen, sterke regio’s: Sterke kernen houden regio's vitaal. a. Ontwikkelen op basis van eigen kracht en kwaliteiten; b. Voorzieningenniveau en bereikbaarheid op peil houden; c. Principe van versterken complementariteit en regionale netwerken; d. Mogelijkheden om te bouwen voegen zich naar de vraag op dat moment. 4. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van de energietransitie. a. Ambitie is een klimaatneutrale provincie in 2050 en benutting van de economische potentie van de energietransitie en de circulaire economie; b. Adaptieve strategie voor het ontwikkelen van een duurzame energiemix op land; c. Grootschalige energieopwekking op zee; d. Ruimte voor energie-infrastructuur in Noord-Holland; e. Ruimte voor circulaire economie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: Vergroten biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. a. Economisch duurzame ontwikkeling agrifoodsector; b. Vergroten van biodiversiteit in Noord-Holland; c. Natuur-, recreatieve en waterdoelen worden in samenhang gerealiseerd; d. Partnerschap tussen agrifoodsector en ontwikkeling natuurwaarden; e.

Maatwerk in omvang en tempo van veranderingen. De Omgevingsvisie is uitsluitend zelfbindend voor de provincie en heeft geen gevolgen voor dit bestemmingsplan.

26

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

3.2.2 Omgevingsverordening De provincie heeft op 22 oktober 2020 een nieuwe verordening vastgesteld, zijnde de Omgevingsverordening NH2020. De Omgevingsverordening NH2020 vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe 'Lokaal wat kan, regionaal wat moet', gelet op de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Voor het onderhavige plangebied zijn de regels relevant die betrekking hebben op: a. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde b. Regionale waterkering - cat. 5 c. Beschermingszone regionale waterkering

3.2.2.1 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Artikel 6.49 van de Omgevingsverordening bepaalt: d. De kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde zijn uitgewerkt en geobjectiveerd in bijlage 7 bij de verordening. e. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde bevat regels gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. f. Een ruimtelijke plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde voorziet uitsluitend in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid niet aantasten. g. In afwijking van het derde lid kan het ruimtelijk plan voorzien in een grootschalige stads- of dorpsontwikkelingslocatie of glastuinbouwlocatie dan wel een grootschalig bedrijventerrein of infrastructuurproject, voor zover: 1. er sprake is van een groot openbaar belang; 2. er geen reële alternatieven zijn; en 3. er voldoende maatregelen worden getroffen om de nadelige effecten van de ontwikkeling op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid te mitigeren of te compenseren. h. Ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde voorziet een ruimtelijk plan niet in een windturbine. i.

Ter plaatse van Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam voorziet een ruimtelijk plan niet in een opstelling voor zonne-energie, tenzij de gronden zijn bestemd voor of feitelijk in gebruik zijn als nutsvoorzieningen, weg-, spoor-, water- of luchtverkeer, niet zijnde leidingtracés voor gas, water of elektriciteit. j. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wijze waarop compensatie als bedoeld in het vierde lid, onder c, plaatsvindt.

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

27

Oorgat 6/6a

In de genoemde bijlage 7 zijn de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen in een tabel opgesomd. De uitwerking van de kernkwaliteiten is opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De tabel dient in samenhang te worden gelezen met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De Nieuwehaven hoort, samen met het fort Edam dat buiten het plangebied valt, tot de hoofdverdedigingslijn van de ‘Stelling van Amsterdam’.

In de Stelling van Amsterdam zijn verschillende zoneringen te onderscheiden: 1. Stellingzone; 2. Kernzone; 3. Monumentenzone. Ad 1 Stellingzone De gehele Stelling van Amsterdam (UNESCO-werelderfgoed) is Stellingzone. De Stellingzone vormt het samenhangend geheel tussen de verdedigingswerken en het landschap. Ook voormalige inundatiegebieden maken deel uit van de Stellingzone. Voor deze Stellingzone geldt: Behoud van nog bestaande zichtlijnen tussen de forten en doorzichten op de forten; Openhouden van schootscirkels rond de forten in de nog open landschappen; Behoud van bestaande accessen. Dit zijn de plaatsen waar de hoofdverdedigingslijn werd doorsneden door dijken, kanalen, spoorlijnen en wegen. Ad 2 Kernzone De kernzone wordt gevormd door de hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten. De hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten zijn belangrijke elementen in het Stellinglandschap. De hoofdverdedigingslijn markeert de grens aanval-verdediging en tevens de grens van de inundaties. De schootscirkel is een cirkel van 1000 meter rond een fort. De kernzone is als volgt begrensd: 1. Hoofdverdedigingslijn: 100 meter aan de aanvalszijde en 100 meter aan de verdedigingszijde. 2. Schootscirkels rond de forten: cirkels van 1000 meter rond een fort.

Voor de Kernzone geldt: Geen bebouwing in gebieden die nu nog open zijn; Kleinschalige incidentele ontwikkelingen binnen de kernzone zijn alleen mogelijk als deze

28

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te versterken. De ontwikkeling dient ingepast te zijn in het landschap en met respect voor zichtlijnen en mag niet leiden tot een significant hoger geluidsniveau in de open ruimte en tot een significante aantasting van het groene en open landschap; Op agrarische bouwblokken is aanpassing en vernieuwing van agrarische opstallen mogelijk, mits ingepast in het landschap en passend binnen het omgevingsbeleid. Verdichting van bestaande bebouwingslinten is toegestaan, mits passend in het landschap en de bestaande bebouwingsintensiteit van het lint; Voor bestaande bebouwing die afbreuk doet aan de open ruimte in de schootscirkel en de zone langs de hoofdverdedigingslijn geldt: kansen tot aanpassing benutten in het kader van een integrale herinrichting van het gebied, waarbij per saldo een verbetering van de ruimtelijke situatie ontstaat; Handhaving van de eenheid en herkenbaarheid van de Stellingdijken die specifiek voor de Stelling van Amsterdam zijn aangelegd.

Dit zijn de Liniewal Liebrug-Liede (gemeente Haarlemmerliede), de Geniedijk in de Haarlemmermeerpolder (gemeente Haarlemmermeer), de Liniewal in de Starnmeerpolder (gemeente Graft-De Rijp), de Vuurlijn (gemeenten Uithoorn en Aalsmeer), de Liniewal ten oosten van Fort bij Veldhuis (gemeenten Heemskerk en Uitgeest) en de Liniewal Aagtendijk-Zuidwijkermeer (gemeenten Zaanstad en Beverwijk). De zichtlijnen langs deze dijken moeten gehandhaafd blijven; Een groene of blauwe zone rond de forten waarborgen op die plaatsen waar die nu nog aanwezig is; Stimuleren en ontwikkelen van blauwe functies die het contrast met de hoofdverdedigingslijn versterken of die (voormalige) inundatiegebieden in het landschap zichtbaar maken. Ad 3 Monumentenzone De Monumentenzone vormt het hart van de Stelling van Amsterdam. Binnen de Monumentenzone liggen objecten die door de Erfgoedwet of deze Omgevingsverordening zijn beschermd, zoals dijken, forten, sluizen en andere objecten. Ruim 20 objecten zijn op dit moment opgenomen als rijksmonument ingevolge de Erfgoedwet. Binnen afzienbare tijd komen daar waarschijnlijk nog 10 rijksmonumenten bij. Ongeveer 120 objecten zijn opgenomen als provinciaal monument volgens de provinciale Omgevingsverordening.

Voor deze Monumentenzone gelden naast de regels in deze verordening over de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde ook de regels uit de Erfgoedwet en de regels over monumenten (cultureel erfgoed) in deze verordening. Dit komt samengevat neer op geen ontwikkelingen toestaan die het (UNESCO-) monument beschadigen, vernielen of ontsieren, en een verbod om noodzakelijk onderhoud aan het monument te onthouden. Specifiek voor De Beemster (eveneens UNESCO werelderfgoed) geldt dat de ruimtelijke hoofdstructuur van dit gebied gerespecteerd moet worden. Ontwikkelingen in de kernzone en stellingzone mogen niet strijdig zijn met het beleid voor het UNESCO werelderfgoed van droogmakerij De Beemster. Beleidskaders Verder gelden de volgende kaders waarin de kernkwaliteiten verder zijn uitgewerkt per deelgebied: het Provinciaal Beeldkwaliteitsplan Stelling van Amsterdam (2008); het Ruimtelijk Beleidskader Stelling van Amsterdam (2008); Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

29

Oorgat 6/6a

Ontwikkelingen die de uitzonderlijke universele waarden (UUW’s) aantasten, dienen als gevolg van de Operational Guidelines for the Implementation of the World Heritage Convention voorgelegd te worden aan het Werelderfgoedcomité. In de Leidraad wordt de Stelling van Amsterdam onderverdeeld in drie zones. Voor iedere zone is specifiek beleid geformuleerd. Deze zones zijn hiervoor al behandeld. In aanvulling op de Leidraad wordt in het Ruimtelijk Beleidskader ten aanzien van het Deelgebied Edam opgemerkt dat behalve het Fort bij Edam er weinig herkenbare elementen van de Stelling van Amsterdam in dit gebied aanwezig zijn. De toetsing moet zich vooral richten op het behoud van de openheid aan de buitenzijde van de stelling. Voorts dienen de zichtlijnen vanaf het fort richting het Fort bij Kwadijk en het Markermeer behouden te blijven. In het Provinciaal Beeldkwaliteitsplan Stelling van Amsterdam zijn per landschappelijk deelgebied specifieke aanknopingspunten voor behoud en verbetering van de Stelling bepaald. Om sturing te kunnen geven aan ruimtelijke ontwikkelingen die op de Stelling afkomen is een ruimtelijk toetsingskader opgesteld, gebaseerd op een typering per deelgebied en per ensemble. De projectlocatie ligt in 'Deelgebied 10 Edam'.

Typerend voor dit deelgebied is het contrast tussen de binnenzijde van de Stelling, waar de kernen Purmerend en Edam/Volendam liggen en het weidse landschap van de veenweidepolders en het Markermeer aan de buitenzijde. Behalve het Fort bij Edam zijn er weinig herkenbare elementen van de Stelling aanwezig. Toetsing zou zich vooral moeten richten op het behoud van de openheid aan de buitenzijde van de Stelling.

Afbeelding: kaart deelgebied 10

Toetsing De projectlocatie is bebouwd en rondom begroeid. Van bestaand zicht vanaf het Oorgat op het fort is geen sprake. De projectlocatie bevindt zich ook niet in het open landschap. De nieuwe bebouwing is niet noemenswaardig groter (0,30 m hoger) dan de bestaande bebouwing. De

30

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

projectlocatie maakt geen deel uit van de te behouden accessen. Het project is daarom niet van invloed op de Stellingzone. De projectlocatie ligt binnen de Kernzone. Het betreft echter geen locatie in open gebied. Het gaat om een kleinschalige incidentele ontwikkeling binnen de kernzone maar heeft niet als primair doel de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te versterken. Van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is niettemin sprake, omdat oude incourante bedrijfsbebouwing wordt vervangen door een moderne woonvoorziening dat voldoet aan de redelijke eisen van welstand en huidige duurzaamheidsdoelstellingen. Door het verwijderen van de bestaande opstallen en opslag op het achtererf wordt aan de andere kant weer wat meer openheid gecreëerd. Omdat het woonzorgcomplex op de plaats van de bestaande bedrijfsgebouw wordt gebouwd blijven de bestaande zichtlijnen in tact. De ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op zichtlijnen en leidt niet tot een significant hoger geluidsniveau in de open ruimte of een significante aantasting van het groene en open landschap. Verdichting van bestaande bebouwingslinten is toegestaan, mits passend in het landschap en de bestaande bebouwingsintensiteit van het lint. In dit geval wordt de bebouwingsdichtheid echter verminderd: het bebouwd oppervlak neemt af van 1.035 m2 naar 855 m2.

Het plan is niet van invloed op bestaande bebouwing in de open ruimte of het groene/blauwe zone. Het project is daarom inpasbaar in de Kernzone. De projectlocatie is niet gelegen binnen de Monumentenzone en is daarop ook niet van invloed. De herontwikkeling van de projectlocatie is niet van invloed op de openheid aan de buitenzijde van de Stelling, aangezien de locatie niet is gelegen in die open buitenzijde. De ontwikkeling is dan ook niet strijdig met het Provinciaal Beeldkwaliteitsplan Stelling van Amsterdam (2008), het Ruimtelijk Beleidskader Stelling van Amsterdam (2008) of de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. Er wordt dan ook voldaan aan de bepalingen uit de Omgevingsverordening ten aanzien van de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Bij de voorgenomen herontwikkeling van de projectlocatie is met de cultuurhistorische waarde rekening gehouden doordat het bebouwd oppervlak afneemt ten opzichte van bestaand en het bouwvolume van de twee te realiseren hoofdgebouwen niet groter is dan bestaand.

3.2.2.2 Regionale waterkering - cat. 5 / Beschermingszone regionale waterkering De locatie Oorgat 6/6a is in de Omgevingsverordening aangewezen als Regionale waterkering cat. 5 en als Beschermingszone regionale waterkering. Op onderstaande afbeelding is de begrenzing van beide aanwijzingen weergegeven.

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

31

Oorgat 6/6a

Afbeelding: aanwijzing Regionale waterkering - cat. 5 / Beschermingszone regionale waterkering

Artikel 6.77 van de Omgevingsverordening geeft regels ter bescherming van het belang van de waterkering. Daarin is geregeld dat: ter plaatse van het werkingsgebied Regionale waterkering en ruimtelijk plan dient te voorzien in bescherming van de waterkerende functie door op deze functie toegesneden bestemmingen en regels. ter plaatse van het werkingsgebied beschermingszone regionale waterkering een ruimtelijk plan dient te voorzien in een beschermingszone aan weerszijden van de waterkering waar geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan zijn. In het derde lid is bepaald dat afwijking van het voorgaande nieuwe ontwikkelingen wel mogelijk zijn indien hierover blijkens de toelichting bij het ruimtelijk plan overeenstemming is bereikt tussen betrokken gemeenten, waterbeheerder en provincie.

Toetsing Gelijk aan het bestemmingsplan 'Oorgat e.o.' voorziet dit nieuwe bestemmingsplan in de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Het aangewezen instrument voor de bescherming van de waterkering is de Keur van het Hoogheemraadschap. Binnen het werkingsgebied 'beschermingszone regionale waterkering' wordt met het voorliggende bestemmingsplan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling toegestaan. Daarover is overeenstemming is bereikt tussen de gemeenten en het Hoogheemraadschap (zie paragraaf 4.5.7).

32

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

3.2.2.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Voorts zijn nog de regels ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling relevant. Een ruimtelijk besluit of plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ten aanzien van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen geldt dat deze ontwikkeling vanwege de aard en omvang is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 3.1.3is de behoefte voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen reeds behandeld en aangetoond. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de Omgevingsverordening.

3.2.2.4 Overig Het bedrijfsperceel grenst aan gebieden die zijn aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap, NatuurNetwerk Nederland en Landelijk gebied maar maakt daar geen onderdeel van uit. Deze drie aanwijzingen leiden daardoor niet tot randvoorwaarden of beperkingen voor de beoogde herontwikkeling. het bedrijfsperceel ligt voorts niet in een Natura2000 gebied, maar wel binnen de invloedssfeer daarvan. In de Omgevingsverordening is dit aangeduid als 'Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura2000'. De Omgevingsverordening stelt te dien aanzien alleen regels over het gebruik van helikopters en andere luchtvaartuigen en over het vuurwerk. Voor de beoogde herontwikkeling is dat niet relevant.

3.2.3 Regionaal Woonakkoord Zaanstreek-Waterland In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen. Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten samen met de provincie een woonakkoord te willen maken voor de periode 2021-2025. Dit aan de hand van vier thema’s: 1. Nieuwbouw/ woningbouwprogrammering 2. Betaalbare voorraad 3. Wonen en Zorg 4. Duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). In het RAP maakten de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland jarenlang afspraken over het woonbeleid. In tegenstelling tot het RAP in de voorgaande periode zal de provincie partij zijn in de regionale woonafspraken. Voor de voorgenomen herontwikkeling zijn de volgende opgaven uit het Woonakkoord relevant: werken aan de eigen én regionale woningbehoefte

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

33

Oorgat 6/6a

zoveel als mogelijk binnenstedelijk bouwen zoveel als mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten in de stadsharten versnellen van de woningbouwproductie werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad werken aan de huisvesting van senioren De groei van het aantal senioren, en hun veranderende woonwensen vraagt om toegankelijke wijken en voldoende passende woonvormen. De nieuwe generatie ouderen heeft andere woonwensen dan de vorige generaties. De regiogemeenten streven ernaar dat de groeiende groep oudere inwoners langer zelfstandig kan (blijven) wonen door een diversiteit aan woningen en woonvormen te bieden. Iedere gemeente probeert daarnaast - tenminste in de hoofdkernen - voldoende huisvesting voor ouderen met een zorgbehoefte te realiseren. De realisatie van andere woonvormen en aanvullende voorzieningen die langer zelfstandig thuis wonen mogelijk maken is maatwerk per gemeente.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie gemeente Edam-Volendam 2020-2040 Op 26 februari 2009 heeft de gemeenteraad van Edam-Volendam een Structuurvisie vastgesteld. Deze Structuurvisie geeft een beschrijving van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2020 met een doorkijk naar de lange termijn (2040). De geformuleerde speerpunten van beleid zijn: voldoende woningbouw ter voldoening aan de vraag van de eigen ingezetenen; de ontwikkeling van een aantal zgn. inbreidingslocaties; een woningbouwprogramma met uitgangspunten voor benoemde doelgroepen; de aanleg van een 3e ontsluitingsweg; een bescheiden groei in het aanbod van eigen bedrijventerrein; een uitvoeringsprogramma met een aantal afzonderlijke ontwikkelingen; een kader voor kostenverhaal. Tevens geeft deze Structuurvisie input voor op te stellen bestemmingsplannen.

34

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Afbeelding: Visiekaart met beschrijving

Op de bijbehorende plankaart van de Structuurvisie, zoals hierboven getoond, is het plangebied van dit bestemmingsplan aangewezen als cultuurhistorisch element met natuurwaarde, als onderdeel van het gebied direct rond het Fort bij Edam. Deze aanwijzing heeft primair betrekking op het fort zelf. Bij de voorgenomen herontwikkeling van de projectlocatie is met de cultuurhistorische waarde rekening gehouden doordat het bebouwd oppervlak afneemt ten opzichte van bestaand en het bouwvolume van de twee te realiseren hoofdgebouwen niet groter is dan bestaand.

3.3.2 Woonzorgvisie Edam-Volendam 2018-2023 In de Woonzorgvisie wordt ingegaan op hoe alle inwoners met een (toekomstige) zorgvraag zo lang als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in gemeente Edam-Volendam. Om dit te realiseren wordt gebruik gemaakt van een integrale benadering op zorg, welzijn en wonen. Zowel in hun eigen woning als intramuraal. Vanwege de vergrijzing en de wens van mensen om langer zelfstandig thuis te wonen worden er hoge eisen gesteld aan zorg en de woningvoorraad. Door het scheiden van wonen en zorg zijn er effecten ontstaan op het gebied van vereenzaming en aanspraak moeten doen op de sociale omgeving. Inde visie wordt geconstateerd dat nog onvoldoende plekken zijn voor personen die vanuit het ziekenhuis ontslagen worden en die naar intramuraal moeten doorstromen. Hierbij gaat het om eerstelijnszorg wat gefinancierd wordt vanuit de Zorgverzekeringswet. Gezien de stijgende vraag naar zorg in de gemeente wordt het ontwikkelen van een locatie voor 24-uurs zorg als essentieel gezien. In de Visie is dit weliswaar benoemd in het kader van ontwikkelingen door De Zorgcirkel, maar onafhankelijk van wie dit ontwikkelt is de behoefte een feit.

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

35

Oorgat 6/6a

3.3.3 Welstandsnota (2017) Het welstandsbeleid van de gemeente Edam-Volendam is neergelegd in de Welstandsnota 2017, die in feite een samengevoegd welstandsbeleid van de gemeente Edam-Volendam en (voormalige) gemeente Zeevang behelst. Met welstandstoezicht regisseert de gemeente het uiterlijk van de stad; het doel is om een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de ruimte. Cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden worden daarbij benoemd en kunnen zodoende een rol spelen bij ontwikkelingen. Er is sprake van zowel een gebiedsgerichte als een objectgericht aanpak met bijbehorende criteria. Het plan dient te voldoen aan de welstandsnota, dat wordt beoordeeld door de Welstand- en Monumentencommissie Edam-Volendam. Het plan is enkele keren besproken en de commissie heeft op 4 april 2022 geconstateerd dat het plan op hoofdlijnen voldoet aan redelijke eisen van welstand (zie Bijlage 5). Er zijn enkele suggesties op details gedaan, waarvan de commissie verdere uitwerking met belangstelling tegemoet ziet. Daarmee is aannemelijk dat een positief eindadvies kan worden verkregen. 3.3.4 Archeologienota Gemeenten zijn wettelijk verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende rekening te houden met de te verwachte archeologische waarden en de bekende archeologische waarden (conform artikel 38a van de Monumentenwet).

Door de gemeente is in samenwerking met Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland (SCENH) een beleidsnota archeologie opgesteld. In deze beleidsnota valt het plangebied onder de tweede categorie. Voor deze categorie geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemroering groter dan 50 m2 en dieper dan 40 centimeter.

Afbeelding: Archeologische beleidskaart (5 november 2014; plangebied rood omlijnd)

Over de zone EdVo19 (Stelling van Amsterdam) is in de beleidsnota vermeld dat het Fort bij Edam van het begin van de 20e eeuw dateert en als een van de laatste forten werd opgenomen in de militaire verdedigingslinie van de Stelling van Amsterdam. De resten van het fort leveren een bijdrage aan de militaire geschiedenis van het gebied en de constructie van het fort. Op deze locatie zijn geen sporen van oudere periodes meer te verwachten.

36

bestemmingsplan Oorgat 6/6a

Oorgat 6/6a

Door archeologisch onderzoeksbureau Argo is in oktober 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (rapportage november 2021, zie Bijlage 6). het onderzoek is uitgegaan van de sloop van een bedrijfswoning en loods, de egalisatie van het terrein en de bouw van een vrijstaande woning (138 m²) en een woonzorgcomplex (726 m²). Ontgravingen ter plaatse van de woning zullen tussen ca. 1,0 en 1,6 meter onder het huidige maaiveld reiken. Voor het woonzorgcomplex zal minder diep gegraven worden: tussen ca. 0,10 en 0,50 meter. Ook de zone direct ten noorden van het geplande parkeergedeelte en tussen de geplande woning en het geplande complex zal enigszins ontgraven worden. De oppervlaktes en dieptes komen boven de in het bestemmingsplan en archeologische nota vastgelegde vrijstellingsgrens (onderzoek verplicht bij plannen groter dan 50 m² en dieper dan 0,35 m -mv), waardoor archeologisch onderzoek verplicht wordt gesteld. Het doel van het onderhavige onderzoek was het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Uit het onderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied een hoge kans is op het aantreffen van nederzettingsresten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.

Deze kunnen zich reeds binnen enkele decimeters onder de oppervlakte bevinden en kunnen concreet bestaan uit fundamenten van huizen, ophogingen, afvalkuilen, waterputten, beerputten, paalsporen van huizen, slootvullingen, gebruiksvoorwerpen alsmede sporen van werkplaatsen en handelsactiviteiten. Vooral in de zuidwesthoek van het plangebied (het deel rond de geplande vrijstaande woning) zullen archeologische waarden bedreigd worden, hier is de ontgraving het grootst en bevinden zich vermoedelijk nog intacte archeologische nederzettingsresten vanaf de Late Middeleeuwen. Vooral in de zuidwesthoek van het plangebied (het deel rond de geplande vrijstaande woning) zullen archeologische waarden bedreigd worden, hier is de ontgraving het grootst en bevinden zich vermoedelijk nog intacte archeologische nederzettingsresten vanaf de Late Middeleeuwen. Ter hoogte van het parkeergedeelte worden ook intacte archeologische nederzettingsresten vanaf de Late Middeleeuwen verwacht al zullen deze mogelijk deels verstoord zijn door de huidige bebouwing. Deze verwachtte resten worden echter (net zoals die op het achterterrein) niet bedreigd omdat het maaiveld hier wordt opgehoogd.

Op de locatie van het geplande woonzorgcomplex zal tot een geringe diepte ontgraven worden (maximaal 0,5 m -mv), hier is de verwachting op nederzettingsresten minder hoog omdat bebouwing hier ontbreekt op de kaart uit 1700. Bovendien overlapt het grootste deel van het geplande woonzorgcomplex met de bestaande loods, hier zal de ondergrond al tot enige diepte verstoord zijn. Omdat nu nog onduidelijk is in hoeverre het bodemprofiel intact is en om de bodemopbouw in kaart te brengen, wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd. Er dient in ieder geval geboord te worden op de locatie van de geplande vrijstaande woning en de directe omgeving hiervan (de strook ten westen van de woning en naar het noord(oost)en toe tot aan de geplande loods, het oostelijke deel dat binnen het parkeergedeelte valt hoeft niet onderzocht te worden). Op onderstaande afbeelding is binnen het blauwe kader het deel van het plangebied te zien waarvoor een vervolgonderzoek is geadviseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=964cbf65-6b8a-4ac5-a13b-c7e97a53f492