Bijlage 3 Verkennend Bodemonderzoek Julianaweg 85 Foksiastraat 1_Landvie....pdf
Tekst van het document
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING .......................................................................................................................2 1.
INLEIDING .........................................................................................................................3
2.
VOORONDERZOEK ..........................................................................................................4 2.1 2.2 2.3
3.
BASISINFORMATIE .......................................................................................................4 HISTORISCH ONDERZOEK ..........................................................................................4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................5
OPZET BODEMONDERZOEK ...........................................................................................6 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ..............................................................6 BEMONSTERINGSSTRATEGIE ....................................................................................6 CHEMISCHE ANALYSES...............................................................................................6 TOETSINGSKADER.......................................................................................................7
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ...............................................................................8 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN VELDONDERZOEK ................................................................................8 ANALYSERESULTATEN GROND ..................................................................................9 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER .....................................................................9
5.
AANVULLEND BODEMONDERZOEK............................................................................. 10
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................. 10
7.
SLOTOPMERKINGEN ..................................................................................................... 12
8.
REFERENTIES ................................................................................................................ 13
BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5 6
Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek Foto´s huidige situatie
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
SAMENVATTING Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 te Volendam, gemeente Edam-Volendam. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is echter, dat er (licht) verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de mogelijk puinhoudende grond aanwezig zijn. De voormalige tank wordt als aandachtspunt gezien, alwaar verhoogde gehalten aan minerale olieproducten in de grond en of het grondwater aanwezig kunnen zijn. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001 en 2002. In mengmonster bg2 van de bovengrond is een matige verhoging van zink geconstateerd. Daarnaast zijn lichte verhogingen van koper, kwik, lood en som PCB’s aangetroffen. In het aanvullend onderzoek is in (enkelvoudig) monster m3 een verontreiniging tot boven de interventiewaarde met zink geconstateerd. In de andere monsters is maximaal een lichte verhoging van zink aangetroffen. In enkelvoudig monster m6 van de puin en kooltjeshoudende laag is een matige verhoging van nikkel geconstateerd. Daarnaast zijn lichte verhogingen van kobalt, koper, molybdeen, zink en som PAK aangetroffen.
In de overige (meng)monsters van de boven- en ondergrond zijn maximaal lichte verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwatermonster uit peilbuis 2 zijn lichte verhogingen van barium en zink aangetroffen. In het grondwatermonster uit peilbuis 1 (voormalige tank) zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De verhoogde gehalten van zware metalen en PAK in de grond bij boring 6 kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van puin en kooltjes in de grond. In puin/kooltjeshoudende grond worden regelmatig verhoogde gehalten aan dergelijke stoffen aangetroffen. Voor het instellen van een vervolgonderzoek hiernaar wordt geen aanleiding gezien, aangezien het meest verdachte monster is geanalyseerd. Bij de (voormalige) tank zijn in de grond nog lichte verhogingen van minerale olie geconstateerd; tijdens het veldwerk zijn ook oliegeuren waargenomen. In het grondwater zijn geen verhogingen met minerale olieproducten (meer) aangetroffen. Desondanks wordt geadviseerd om NA sloop van de opstallen nog na te gaan of ONDER het (voormalige) pand verhoogde gehalten van minerale olie aanwezig zijn. Bij wijziging van bestemming van het terrein naar woningbouw is het niet wenselijk dat nog oliegeuren waargenomen worden of verhoogde gehalten aanwezig zijn.
Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in is verwerkt, is uitgevoerd, kan het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. Aangezien bij boring 3 interventiewaarden worden overschreden, bestaan er daar mogelijk risico's voor de volksgezondheid. Wegens de aanwezigheid van bebouwing aldaar kan een nader onderzoek echter pas plaatsvinden NA sloop van de opstallen. Als de verontreinigingsituatie voldoende vaststaat, kan aan het bevoegd gezag worden gevraagd een uitspraak te doen of er sprake is van urgentie om te saneren. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel. -2-
Landview BV Bodemonderzoek
1.
Rapportnummer 2016240
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Edam-Volendam is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 te Volendam, gemeente Edam-Volendam. Het onderzoek is verricht door Landview BV uit Hoorn, in de periode juni 2016, conform de offerte van 8 juni 2016. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en betreft daarmee dus een momentopname. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is echter, dat er (licht) verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de mogelijk puinhoudende grond aanwezig zijn. De voormalige tank wordt als aandachtspunt gezien, alwaar verhoogde gehalten aan minerale olieproducten in de grond en of het grondwater aanwezig kunnen zijn. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001 en 2002. Aanleiding voor het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd.
Doel van het onderzoek is aan te tonen dat de verwachte verhoogde gehalten verontreinigende stoffen in de grond op de locatie niet tot meer gebruiksbeperkingen leiden dan beperkingen in het hergebruik. Van hergebruik is sprake wanneer grond, die bij eventueel graafwerk is vrijgekomen, buiten de locatie wordt toegepast. Daarnaast wordt nagegaan of op het grootste deel van het terrein inderdaad geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen, behalve barium van nature, aanwezig zijn in het grondwater. Nabij de voormalige tank kunnen verhoogde concentraties van minerale olieproducten in de grond en of het grondwater aanwezig zijn. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Landview BV is een onafhankelijk en erkend onderzoeksbureau. Er bestaat tussen de opdrachtgever cq. eigenaar van de locatie en Landview BV geen andere relatie dan die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het procescertificaat van Landview BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Dit rapport heeft de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het vooronderzoek NEN 5725.
De opzet van het bodemonderzoek en het toetsingskader worden in hoofdstuk 3 weergegeven. De resultaten van het veldonderzoek en analyses staan in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 staan de resultaten van de analyses van het aanvullend onderzoek weergegeven. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken, samen met aanbevelingen voor eventuele vervolgstappen.
-3-
Landview BV Bodemonderzoek
2.
Rapportnummer 2016240
VOORONDERZOEK
Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is in juni 2016 een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725, exclusief de financieel / juridische aspecten en de geohydrologische schematisatie. Doel van het vooronderzoek is na te gaan of er op, of binnen een straal van 25 meter van, de onderzoekslocatie sprake is van de aanwezigheid van puntbronnen of overige potentieel bedreigende activiteiten. Op basis van de verzamelde gegevens wordt de onderzoeksstrategie opgesteld (zie hoofdstuk 3).
2.1
BASISINFORMATIE
De aanleiding tot het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De regionale situatie rond de onderzoekslocatie staat weergegeven in bijlage 1. De locatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Volendam. In bijlage 2 is een situatietekening van het terrein gegeven. Tabel 1: overzicht basisgegevens Kadastraal bekend : gemeente Edam, sectie D, nummers 13756 en 13757 Oppervlakte : circa 7000 m² Gebruik verleden : agrarisch Gebruik heden : panden met publieke functies Gebruik toekomst : woningbouw
2.2
HISTORISCH ONDERZOEK
De gegevens van het historisch onderzoek zijn verzameld door Landview BV. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen van de opdrachtgever, de gemeente Edam-Volendam. De informatie is bij voorkeur digitaal verkregen. Wanneer daartoe de noodzaak bestond, is aanvullende informatie verzameld door middel van archiefbezoek bij de gemeente of andere archieven. Voor verzamelen van de informatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen. Tabel 2: overzicht geraadpleegde bronnen Aard Bron Bodeminformatie BIS Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Toepassingen asbest Dempingen, activiteiten Voormalige activiteiten Bijzondere waarden Archeologie Verhardingen, bebouwingsgraad Eerdere onderzoeken
gemeente bodemkwaliteitskaart gemeente, www.bodemloket.nl locatie-inspectie, eerdere onderzoeken historische kaarten, opdrachtgever, locatie-inspectie lokale / regionale archieven, historische kaarten https://maps.noordholland.nl/extern/gisviewers/bodemvisie/ http://archeologieinnederland.nl opdrachtgever / gebruiker, locatie-inspectie opdrachtgever, eigen archief, gemeente
relevantie groot gering X X X X X X X X X X
Bodemgebruik en situatie op het terrein: De locatie bevindt zich in stedelijk gebied. Op de locatie bevinden zich diverse panden. De meeste panden zijn, volgens de BAG viewer van het kadaster, in 1953 gebouwd. Momenteel hebben de panden een bijeenkomst-, kantoor- of sportfunctie. De bestaande panden zullen worden gesloopt en vervangen worden door woningen. Volgens de bodemkwaliteitskaarten van de gemeente Edam-Volendam bevindt de locatie zich in zone ‘wonen 1’. Uit de kaarten blijkt dat op de locatie schone grond verwacht kan worden.
-4-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
Vergelijking tussen luchtfoto’s en topografische atlassen uit verschillende perioden heeft opgeleverd, dat het verkavelingspatroon vrijwel niet gewijzigd is. Bedrijvigheid / Potentiële bronnen van verontreiniging: Op het terrein zijn in het verleden, midden jaren ’90, meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Over het algemeen zijn hierbij geen noemenswaardige verontreinigingen geconstateerd. Alleen ter plaatse van een ondergrondse HBO-tank zijn toentertijd verontreinigingen in zowel de grond als het grondwater met minerale olie geconstateerd (zie bijlage 5). De tank is in 1996 verwijderd. Bodemloket (www.bodemloket.nl) heeft geen verdere gegevens over de locatie of de directe omgeving beschikbaar. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er nog brandstoftanks, met bodemvreemd materiaal gedempte sloten of aangevoerde verstevigingmaterialen op de locatie aanwezig zijn. Vanwege een eventuele (ver)bouwdatum tussen de jaren ’30 en ’80 kunnen in de opstallen asbesthoudende materialen verwerkt zijn. Door uitvoering van een asbestinventarisatie onderzoek, welke geen deel uitmaakt van dit onderzoek, kan bekeken worden of asbesthoudende stoffen gebruikt zijn. In 2006 zijn uit diverse panden al asbesthoudende materialen verwijderd.
Gezien de aard van de locatie is de kans op het aantreffen van asbestresten in de bodem als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten, gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbestafval of asbestcalamiteiten wegens bijv. brand in de bodem gering. Bijzondere waarden: Uit de Bodemvisie kaart van de Provincie Noord-Holland blijkt, dat de locatie zich niet bevindt in een grondwaterbeschermingsgebied. De locatie is niet binnen een aardkundig waardevol gebied gelegen of staat bekend als aardkundig monument. De bodem ter plaatse van de locatie is (onder voorwaarden) geschikt voor Warmte-koude opslag; diep danwel ondiep. De locatie is niet gelegen in een gebied van archeologische waarde. De locatie is niet gelegen binnen een zone van de (Provinciale) Ecologische Hoofdstructuur (EHS) of een Natura-2000 gebied. De locatie en de directe omgeving ervan zijn daarnaast niet beschermd door overige vormen van gebiedsbescherming.
2.3
ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Op grond van kaartmateriaal en gegevens van de Rijksgeologische Dienst (RGD), het voormalige Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), de voormalige Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), het DLO Staring Centrum, de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Landview BV kan de volgende bodemopbouw worden verwacht. De locatie is gelegen in een gebied met een maaiveldhoogte van circa 2,3 m -NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1 m -maaiveld (mv). Dit betreft het ondiepe grondwater dat onder invloed van neerslag staat. De grondwaterstroming is naar het aanwezige oppervlaktewater toe gericht. Gezien de ligging en het neerslagoverschot is er sprake van lokale inzijging (neerwaartse stroming van het grondwater). De Pleistocene ondergrond, afgezet tijdens de laatste ijstijd, bevindt zich op een diepte tussen de 10 en 20 m -NAP. Deze goed doorlatende zandlagen worden beschouwd als het 1e watervoerende pakket. Gedurende verschillende overstromingsfasen zijn in het Holoceen, vanaf circa 10.000 jaar geleden, door de zee op de Pleistocene ondergrond mariene sedimenten afgezet en is plaatselijk veenvorming opgetreden. Deze Holocene afzettingen vormen de slecht tot matig doorlatende deklaag. -5-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
De locatie is gesitueerd op een ontgonnen veenvlakte. De venen van westelijk Nederland zijn, voor zover niet als brandstof of voor zoutwinning gebruikt, na de ontginning in de Middeleeuwen door ontwatering sterk geklonken. Typisch zijn in sommige gebieden de sloten met hoge waterstanden en de iets hoger dan de omgeving liggende slootranden. Het veen is soms met een dunne laag klei of zand bedekt, waarvan de herkomst niet altijd te achterhalen valt. Door menselijke beïnvloeding zijn natuurlijke bodemprofielen gewijzigd.
3.
OPZET BODEMONDERZOEK
3.1
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE
Op grond van het vooronderzoek is voor de opzet van het bodemonderzoek uitgegaan van een nietverdachte locatie, waar echter (licht) verhoogde gehalten van zware metalen en of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) aangetroffen kunnen worden in de mogelijk puinhoudende (boven)grond. In het grondwater worden, behalve barium van nature, geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen verwacht op het overgrote deel van de locatie. Bij de voormalige tank kunnen echter verhoogde concentraties van minerale olie in zowel de grond als het grondwater verwacht worden.
3.2
BEMONSTERINGSSTRATEGIE
Uitgaande van een niet-verdachte locatie met een oppervlakte van 7000 m² worden, conform de NEN 5740 en de BRL SIKB 2000 richtlijnen, op de locatie 3 grondboringen verricht tot de grondwaterstand, met een maximum van 2 m –mv. Ter controle op de representativiteit van de grondboringen worden aanvullend 12 boringen tot 0,5 m -mv verricht. De grond wordt in principe bemonsterd in trajecten van 0,5 m. Van deze algemene richtlijn kan worden afgeweken als tijdens het veldwerk duidelijk afwijkende lagen, zintuiglijke verontreinigingen of verschillende grondsoorten worden geconstateerd. Bij de voormalige tank wordt 1 boring tot circa 2,0 m –mv verricht. Van de bovengrond worden 2 mengmonsters samengesteld. Van de ondergrond worden 2 mengmonsters samengesteld. Het meest verdachte grondmonster bij de tank wordt voor analyse geselecteerd. De grondwaterstand bevindt zich op dusdanige diepte, dat de kwaliteit van het grondwater in het onderzoek dient te worden betrokken. Hiertoe worden 2 boringen verricht, welke met een peilbuis worden afgewerkt. De filterstelling van deze peilbuizen is circa 0,5 m tot 1,5 m -grondwaterstand. Één van deze peilbuizen zal bij de voormalige tank worden geplaatst. Na een wachttijd van één week voor het herstel van het bodemchemisch evenwicht zullen 2 grondwatermonsters uit deze peilbuizen worden genomen.
3.3
CHEMISCHE ANALYSES
De grondmengmonsters en één grondwatermonster worden geanalyseerd op de stoffen van de standaardpakketten. Deze stoffen, die zijn geselecteerd door de overheid, vormen de belangrijkste parameters (graadmeters) voor mogelijke verontreinigingen. De analyses worden, conform de AS3000 richtlijnen, uitgevoerd door Eurofins Omegam uit Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Grond De grondmonsters worden gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De boven- en ondergrond worden onderzocht op de gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). Het meest verdachte monster bij de tank wordt onderzocht op het gehalte aan minerale olie.
-6-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
De gehalten worden weergegeven in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Hiertoe wordt van de grond(meng)monsters het droge stofgehalte vastgesteld. Tevens worden representatieve monsters geanalyseerd op de gehalten aan organische stof en lutum (klei) ter vaststelling van de toetsingswaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich rond 1 m –mv. De vluchtige aromatische koolwaterstoffen en de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen worden daarom bij voorkeur in het grondwater onderzocht. De aanwezigheid van deze vluchtige stoffen kan namelijk eerder worden aangetoond in het grondwater dan in de grond. Het grondwater wordt onderzocht op de concentraties aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische stoffen (inclusief naftaleen), (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen en minerale olie. Het grondwater uit de peilbuis bij de tank wordt onderzocht op de concentraties van aromatische stoffen (inclusief naftaleen) en minerale olie. De concentraties worden weergegeven in microgrammen per liter (µg/l). De pH (zuurgraad), Ec (soortelijke geleiding) en troebelheid worden in het veld bepaald.
3.4
TOETSINGSKADER
Het toetsingskader voor verontreinigende stoffen in grond wordt gevormd door de achtergrond- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de toetsing van de grondwaterkwaliteit wordt het toetsingskader gevormd door de streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten worden geïnterpreteerd aan de hand van deze toetsingskaders (zie bijlagen 4.2 en 4.3). De norm voor barium is (tijdelijk) ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium. De toetsingswaarden voor de verschillende stoffen in de grond zijn afhankelijk van de hierin aanwezige hoeveelheid klei (lutum) en organische stof, omdat de verontreinigingen zich aan deze bodemdelen hechten. De achtergrondwaarde (AW2000) van een bepaalde stof komt overeen met de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van deze achtergrondwaarde of de streefwaarde in het grondwater kunnen we spreken van een lichte verhoging.
Indien het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (tussenwaarde) wordt overschreden, kunnen we spreken van een matige verhoging. De interventiewaarde is de waarde waarboven sprake is van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde spreken we van een sterke verontreiniging. Als grondmengmonsters zijn onderzocht, kunnen de gehalten in afzonderlijke monsters hoger zijn. In een aanvullend of nader onderzoek kunnen vervolgens de enkelvoudige monsters worden geanalyseerd. Alleen met aanvullende analyseresultaten kan doorgaans voldoende inzicht worden verkregen in de omvang van de verontreinigingen. De ernst van een verontreiniging is, conform de Wet Bodembescherming (Wbb), gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te kunnen spreken, dient voor ten minste één stof de interventiewaarde te worden overschreden in minimaal 25 m3 3 grond of 100 m grondwater. Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd. -7-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
4.
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
RESULTATEN VELDONDERZOEK
Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 20 juni 2016 door de heer F. Borst. Tijdens het veldwerk is het volgende (extra) aandachtspunt voor mogelijke bodemverontreiniging naar voren gekomen. Ter plaatse van boring 6 is een laag met puin en kooltjes aangetroffen. Gelijkmatig verdeeld over het terrein zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 6 grondboringen tot de grondwaterstand en 10 boringen tot 0.5 m -mv verricht. Daarnaast zijn 2 peilbuisboringen verricht, waarin een filter is geplaatst. Het algemene, kenmerkende bodemprofiel op de locatie tot een diepte van circa 2,4 m -mv bestaat overwegend uit zwak siltig, matig fijn zand op sterk siltige klei op zwak kleiig veen. Tijdens het veldwerk is bij boring 1 een zwakke brandstofgeur en zwakke olie-water reactie waargenomen. Bij boring 5 is eveneens een zwakke brandstofgeur waargenomen. In boring 6 is puin en zijn kooltjes aangetroffen. Voor het overige zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de opgeboorde grond aangetroffen. Aangezien de boringen met een Edelmanboor (diameter 12 cm) zijn verricht, is deze informatie slechts indicatief. De boorpunten (1 t/m 18) zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2.
Uit de in het veld genomen enkelvoudige monsters van de bovengrond zijn door het laboratorium, volgens de opdracht van Landview BV, twee mengmonsters samengesteld. Uit de monsters van de ondergrond zijn eveneens twee mengmonsters samengesteld; één van het zand en één van de klei. Daarnaast zijn, het meest verdachte monster van boring 1 (genomen met steekbus) en het naar olie ruikende monster van boring 5, enkelvoudig ter analyse aangeboden. Ook het puin en kooltjeshoudende monster van boring 6 is enkelvoudig ter analyse aangeboden. Bij de monstername is soms afgeweken van de trajecten van 0,5 m gezien de geconstateerde verschillende grondsoorten en (plaatselijk) de zintuiglijke verontreinigingen. Ter bemonstering van het grondwater zijn de grondboringen 1 en 2 afgewerkt met een peilbuis. Het filter is conform NEN geplaatst, gebaseerd op de tijdens het veldonderzoek ingeschatte grondwaterstand. De verbinding tussen filter en stijgbuis is geklemd. Het filter is voorzien van een filterkous. Tot een halve meter boven het filter is het boorgat opgevuld met filtergrind; hierboven is een halve meter opgevuld met Bentoniet (zwelklei). De peilbuis is niet ingemeten ten opzichte van NAP, omdat bij verkennend bodemonderzoek op niet-verdachte locaties hieraan geen prioriteit wordt gegeven.
Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, na het plaatsen van de peilbuis en voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven. Bij het schoonpompen is een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De bemonstering is op 28 juni 2016 door de heer F. Borst uitgevoerd. De geschatte grondwaterstand tijdens plaatsing, de filterstelling van de bemonsterde peilbuizen, de grondwaterstand bij bemonstering (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3: gegevens grondwater Peilbuis 1 2
Geschattte gws (m –mv) 0,80 0,80
Filterstelling Gemten gws (m –mv) (m –mv) 1,35 – 2,35 0,58 1,4 – 2,4 0,78
Zuurgraad (pH) 6,96 7,03
-8-
Ec (µS/cm) 1150 970
Troebelheid (FTU) 19,46 7,55
Zintuiglijke afwijkingen zwak brandstof geen
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. Naar onze mening is, ondanks de verhoogde troebelheidswaarde van het grondwater uit peilbuis 1, toch een representatief monster verkregen voor analyse. Bij de interpretatie wordt rekening gehouden met de gemeten hogere troebelheid. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de boringen, de peilbuizen, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven. Zintuiglijk waarneembare afwijkingen ten aanzien van de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen en de kleur van het bodemmateriaal zijn qua aard en mate beschreven.
4.2
ANALYSERESULTATEN GROND
Ter vaststelling van de toetsingswaarden voor de grond zijn voor dit onderzoek het organische stofgehalte en de lutumfractie van representatieve grondsoorten door het laboratorium bepaald. De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor de grond volgens de BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) van Rijkswaterstaat Leefomgeving staat weergegeven in bijlage 4.2. In enkelvoudig monster m6 van de puin en kooltjeshoudende laag overschrijdt het gehalte aan nikkel de (voormalige) tussenwaarde. Daarnaast overschrijden de gehalten aan kobalt, koper, molybdeen, zink en som PAK de achtergrondwaarden. In mengmonster bg2 van de bovengrond overschrijdt het gehalte aan zink de (voormalige) tussenwaarde. Daarnaast overschrijden de gehalten aan koper, kwik, lood en som PCB’s de achtergrondwaarden. In mengmonster ogklei van de ondergrond overschrijdt het gehalte aan kwik de achtergrondwaarde. In mengmonster ogzand van de ondergrond overschrijdt het gehalte aan som PCB’s de achtergrondwaarde. In de monsters olie1 en olie5 overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. In mengmonster bg1 van de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd.
4.3
ANALYSERESULTATEN GRONDWATER
De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. In het grondwatermonster uit peilbuis 2 overschrijden de concentraties van barium en zink de streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis 1 (voormalige tank) zijn van de geanalyseerde parameters geen verhoogde concentraties gemeten.
-9-
Landview BV Bodemonderzoek
5.
Rapportnummer 2016240
AANVULLEND BODEMONDERZOEK
Gezien de analyseresultaten van mengmonster bg2 van de bovengrond is in een 2e fase een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Aangezien het gehalte aan zink in dit mengmonster de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde overschrijdt, bestaat formeel een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging. Alvorens een nader onderzoek wordt ingesteld, worden in eerste instantie enkelvoudige grondmonsters onderzocht voor het verkrijgen van een beeld over de ruimtelijke verdeling van de verontreinigingen. Daarnaast kan meer zekerheid over mogelijke actuele risico's voor de volksgezondheid en eventuele gebruiksbeperkingen worden verkregen. Voor het verder uitsluiten van actuele risico's voor de volksgezondheid en de inschatting van de omvang van de verontreinigingen zijn 9 enkelvoudige monsters geanalyseerd op het gehalte aan zink. De analyseresultaten van de grondmonsters staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. In grondmonster m3 overschrijdt het gehalte aan zink de interventiewaarde. In de grondmonsters m12 en m9 overschrijdt het gehalte aan zink de achtergrondwaarde. In de overige grondmonsters is geen verhoogd gehalte aan zink geconstateerd.
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In enkelvoudig monster m6 van de puin en kooltjeshoudende laag is een matige verhoging van nikkel geconstateerd. Daarnaast zijn lichte verhogingen van kobalt, koper, molybdeen, zink en som PAK aangetroffen. In mengmonster bg2 van de bovengrond is een matige verhoging van zink geconstateerd. Daarnaast zijn lichte verhogingen van koper, kwik, lood en som PCB’s aangetroffen. In het aanvullend onderzoek is in (enkelvoudig) monster m3 een verontreiniging tot boven de interventiewaarde met zink geconstateerd. In de andere monsters is maximaal een lichte verhoging van zink aangetroffen. In mengmonster ogklei van de ondergrond is een lichte verhoging van kwik aangetroffen. In mengmonster ogzand van de ondergrond is een lichte verhoging van som PCB’s aangetroffen. In de monsters olie1 en olie5 is een lichte verhoging van minerale olie aangetroffen. In mengmonster bg1 van de bovengrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwatermonster uit peilbuis 2 zijn lichte verhogingen van barium en zink aangetroffen. In het grondwatermonster uit peilbuis 1 (voormalige tank) zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. De hypothese dat in de grond licht verhoogde gehalten verontreinigende stoffen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek niet bevestigd.
Bij boorpunt 3 wordt de interventiewaarde voor zink overschreden en bij boorpunt 6 is een matig verhoogd gehalte van nikkel geconstateerd. De hypothese dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aanwezig zijn, behalve een van nature verhoogde concentratie barium, wordt in het onderzoek niet geheel bevestigd. De verhoogde gehalten van zware metalen en PAK in de grond bij boring 6 kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van puin en kooltjes in de grond. In puin/kooltjeshoudende grond worden regelmatig verhoogde gehalten aan dergelijke stoffen aangetroffen. - 10 -
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2016240
Voor het instellen van een vervolgonderzoek hiernaar wordt geen aanleiding gezien, aangezien het meest verdachte monster is geanalyseerd. In Nederland worden in het grondwater veelvuldig verhoogde concentraties barium geconstateerd, waarvoor een natuurlijke oorzaak wordt verondersteld. In het kader van verkennend bodemonderzoek op niet-verdachte locaties wordt aan een vervolgonderzoek geen hoge prioriteit gegeven. Bij de (voormalige) tank zijn in de grond nog lichte verhogingen van minerale olie geconstateerd; tijdens het veldwerk zijn ook oliegeuren waargenomen. In het grondwater zijn geen verhogingen met minerale olieproducten (meer) aangetroffen. Desondanks wordt geadviseerd om NA sloop van de opstallen nog na te gaan of ONDER het (voormalige) pand verhoogde gehalten van minerale olie aanwezig zijn. Bij wijziging van bestemming van het terrein naar woningbouw is het niet wenselijk dat nog oliegeuren waargenomen worden of verhoogde gehalten aanwezig zijn. Bij graafwerkzaamheden op het terrein kunnen er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie bestaan. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. Indien het bodemonderzoek voorafgaand aan eventuele sloop van opstallen, waar asbest in is verwerkt, is uitgevoerd, kan het bevoegd gezag eisen dat NA sloop een verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. Aangezien bij boring 3 interventiewaarden worden overschreden, bestaan er daar mogelijk risico's voor de volksgezondheid. Teneinde hierover uitspraken te kunnen doen en na te kunnen gaan in hoeverre risico's voor de ecologie of verspreidingsrisico's aanwezig zijn, is nader onderzoek noodzakelijk. Hiertoe dient in eerste instantie de omvang van de verontreinigingen beter in kaart te worden gebracht. Wegens de aanwezigheid van bebouwing aldaar kan een nader onderzoek echter pas plaatsvinden NA sloop van de opstallen. Als de verontreinigingsituatie voldoende vaststaat, kan aan het bevoegd gezag worden gevraagd een uitspraak te doen of er sprake is van urgentie om te saneren. Deze beslissing wordt genomen op basis van de actuele risico's voor de mens en het ecosysteem bij het huidige of beoogde gebruik. Ook worden de actuele verspreidingsrisico's in de afweging betrokken.
Indien sprake is van een urgente sanering, zal een tijdstip worden bepaald waarop met de sanering dient te worden begonnen. Daarnaast kan een urgentie voor het nemen van sanerende maatregelen aanwezig zijn wegens nieuwbouwplannen of overdracht van het terrein.
- 11 -
Landview BV Bodemonderzoek
7.
Rapportnummer 2016240
SLOTOPMERKINGEN
Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht door Landview BV uit Hoorn. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Hoewel de grootste zorgvuldigheid wordt betracht bij de uitvoering van het onderzoek is het, juist door de steekproefsgewijze bemonstering, mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in het bodemprofiel aanwezig zijn, welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Landview BV aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook. In dit kader wordt tevens opgemerkt dat Landview BV niet kan instaan voor de volledigheid en juistheid van door derden verstrekte informatie en van eventueel door derden uitgevoerd (voor)onderzoek. Het uitgevoerde bodemonderzoek betreft een momentopname. Beïnvloeding van bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate er een langere tijd is verstreken na uitvoering van het onderzoek, dient meer voorzichtigheid te worden betracht bij het gebruik van de resultaten van het onderzoek. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
- 12 -
Landview BV Bodemonderzoek
8.
Rapportnummer 2016240
REFERENTIES
*
Verkennend bodemonderzoek op de locatie Julianaweg 95 te Volendam. Back Milieu-advies en onderzoek, projectnummer 97B0617, juli 1997.
*
Zintuiglijk nader onderzoek ter plaatse van de ondergrondse HBO-tank op het perceel aan de Foksiastraat 1a te Volendam. HB Milieukundig en Cultuurtechnisch adviesbureau BV, projectnummer 1388-M311, 19 maart 1996.
*
Bodem, Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725:2009. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, januari 2009.
*
Bodem, Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, NEN 5740/A1. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, februari 2016.
*
Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat voor Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 2000. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, vigerende versie.
*
Bodem, boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek, NPR 5741. Nederlands Normalisatieinstituut, Delft, 1994.
*
Wijziging Circulaire bodemsanering. Vigerende versie. Staatscourant, ’s-Gravenhage.
*
Wijziging Regeling bodemkwaliteit. Vigerende versie. Staatscourant, ’s-Gravenhage.
*
Leidraad Bodembescherming. Vigerende aflevering. SDU uitgeverij, 's-Gravenhage.
*
Kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Noord-Holland benoorden het IJ. Regionale studies, Werkgroep Noord-Holland, Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding, Wageningen, 1982.
*
Grondwaterkwaliteit. Een eerste presentatie van grondwaterkwaliteitsgegevens uit het Provinciaal Meetnet Grondwaterkwaliteit, Provincie Noord-Holland, december 1996.
*
Bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan gemeente Edam-Volendam. Syncera Milieu, projectnummer B06GO185, 21 juni 2007.
*
Atlas van historische topografische kaarten Noord-Holland (1894-1923). Uitgeverij 12 Provinciën, 2003.
*
Topografische atlas van Noord-Holland. Uitgeverij 12 Provinciën, 2009.
- 13 -
BIJLAGE 1 REGIONALE SITUATIE
Uw referentie: Landview BV; 2016240
n ia
9
11
6 59
60 19 14 27 8
60
20 60
21
60
60
33
60 60 2 7 26
1
3
08
0
5 10 3 10
14310
g we
8
na
15
84
7
95
14
30
Ju
7762
56
13756
1
lia
49
16 0
97
99
11
1
2
10
60
3 1
11 11 082 08 1
24
t
08
25
4
11
60
aa
10
28 60
str
56 7
29 60 5
54 11
30 60
63
6
Fo k
19
9
60
31 60
10
7
sia
18
60
17
10
89
8
66
63
10
32 60 9
3
2
13793
5
4
55
79
59
63
13
94
59
1
17
14169
14167
10
15
14168
4
5
13 14
10
6
at
7
11 12
14170
11 8
str a
9
10
3857
60
10
60
go
22
43
13753
8
Da
7
lia
str
12
Be
1
a
Uittreksel Kadastrale Kaart
1 54
15 2
48
30
58
32
56
57
28
57
54 8 57 6 26
57
25
27
14308
2
ht
10333 36
55
87
90
55
54
92
91
gr
5012 5011
89 10 m
ac ht
Sc
hi
21
pp
er
20
sg
4707 4708
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
EDAM D 13757
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
ra
ch
19
t
64
66
54
46
45
54
54
91
er
0A
87
t aa str er
89
54
88
54
4 6 8 10
12
Me
22
14
18
0
1
53
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 15 juni 2016 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
5203
6
57
54
55
4
51
57
95
13
13
57
50
Me
13
57
49
57
13 8
9
57
48
94
14
54
57
11
20
54
23
23
93
58
24
22
86
24
57
25
35
86 5
14
ra c
37
54
7
16
rg
25
29
58
33
32 31
28
58
35
34
ee
0m
12345
63
5 45 8 55 16 45 57 65 55 45 56 17 55
47
37 36
1
47
6
77
1
58 55 85
3
74
2
M
54
1
57
48
58
52
53
2
58
14
29
33
4
58
10
14
49
50
54
11023 5474
30
57
13757
26
ht
46
1
58
58
rac
15 0
e rg
34
Me
18
Omgevingskaart
Klantreferentie: Landview BV; 2016240
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object EDAM D 13757 Julianaweg 95, 1131 DG VOLENDAM CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
7
1 5
kin
de
6
rop
va
17
ng
8
16
4
15
18
11
3
pe ut er s
9
2 pe el za al
gymzaal
12
10 13
14
Projectcode: 2016240
BIJLAGE 3 BOORPROFIELEN
Boring:
Datum:
1
20-06-2016
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin
0
Boring:
2
3 100 4
20-06-2016
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin
0
1
50
Datum:
2
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, grijs
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin 2
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, grijs Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, geen olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, grijs
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs 100
3
Klei, sterk siltig, zwak humeus, donkergrijs 4 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, zwakke olie-water reactie, zwakke brandstofgeur, donkergrijs
150
150
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
5 5
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
200
200
6 6
Boring:
Datum:
3
20-06-2016
houten vloer Lege rimte
0
50
Boring:
Datum:
4
20-06-2016
houten vloer Lege ruimte
0
50 2
Zand, matig fijn, zwak siltig, blauwgrijs Klei, matig zandig, sterk humeus, zwak gleyhoudend, schelpen, donker grijsbruin
3 100 3
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, donker grijsbruin
100
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin 4
4 150
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak schelphoudend, grijs Veen, zwak kleiïg, donkerbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig schelphoudend, donkergrijs
150 5
5
200
200
6
6
Lokatienaam: Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 Boormeester: F. Borst
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 2016240
BIJLAGE 3 BOORPROFIELEN
Boring:
Datum:
5
20-06-2016
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, cremebruin
0
Boring:
20-06-2016
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, cremebruin
0
1
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
50
Datum:
6
2
50
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen klei, bruingrijs
3
3 100
100 4
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwakke brandstofgeur, donkergrijs
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig puinhoudend, zwak koolhoudend, grijs
Klei, uiterst siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, zwak zandhoudend, donkerbruin Klei, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin
4 150
Boring:
Datum:
7
0 1
2
20-06-2016
groenstrook Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, donkerbruin
Datum:
8
20-06-2016
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend, bruin
0
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend, bruin
50
Boring:
Boring:
50
Datum:
9
20-06-2016
groenstrook Zand, matig fijn, kleiïg, matig humeus, donkerbruin
0
Boring:
Datum:
10
20-06-2016
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin
0
1
1
50
50 2
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsblauw 3 100
Boring:
Datum:
11
20-06-2016
gras Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, donkerbruin
0
Boring:
2
3
100
20-06-2016
groenstrook Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, donkerbruin
0
1
50
Datum:
12
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, donkerbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin
4
Lokatienaam: Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 Boormeester: F. Borst
getekend volgens NEN 5104
Projectcode: 2016240
BIJLAGE 3 BOORPROFIELEN
Boring:
Datum:
13
20-06-2016
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, donkerbruin
0
Boring:
1
50
50
Datum:
15
20-06-2016
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
0
Boring:
Datum:
16
20-06-2016
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak puinhoudend, bruin
0
1
1
50
Boring:
20-06-2016
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
0
1
Boring:
Datum:
14
50
Datum:
17
20-06-2016
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin
0
Boring:
Datum:
18
0 1
1 2 50
50 3
Lokatienaam: Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 Boormeester: F. Borst
20-06-2016
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig gleyhoudend, sporen klei, donkerbruin
Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin
getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 4.1 ANALYSECERTIFICATEN LABORATORIUM Locatie Projectnummer
: Julianaweg 95 - Foksiastraat 1 te Volendam : 2016240
Project code:
600587 600614 602344 602909
Landview B.V. T.a.v. mevrouw P. Pijnenburg Postbus 4060 1620 HB HOORN
Uw kenmerk : 2016240-maria Ons kenmerk : Project 600587 Validatieref. : 600587_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : AWDU-FBUY-OCDH-FNNW Bijlage(n) : 4 tabel(len) + 4 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 28 juni 2016 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 F +31-(0)20-597 66 89 CSOmegam@eurofins.com www.omegam.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 600587 : 2016240-maria : Landview B.V.
Monsterreferenties 2565852 = bg1 1 (0-45) 11 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50) 17 (0-50) 5 (0-40) 6 (0-40) 7 (20-50) 2565853 = bg2 10 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 2 (0-50) 3 (100-120) 4 (50-65) 8 (0-50) 9 (0-50) 2565854 = ogklei 18 (50-80) 2 (120-150) 4 (100-135) 6 (70-100) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
20/06/2016 21/06/2016 21/06/2016 2565852 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
20/06/2016 21/06/2016 21/06/2016 2565853 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
20/06/2016 21/06/2016 21/06/2016 2565854 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droogrest % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
89,1 0,6 <1
77,2 8,6 2,1
67,9 9,7 10,5
Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) FIAS/Fims mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
< 20 < 0,20 < 3,0 < 5,0 < 0,05 < 10 < 1,5 4 23
83 0,45 < 3,0 32 0,27 57 < 1,5 7 220
65 < 0,20 4,8 8,1 0,13 40 < 1,5 12 68
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
< 35
82
150
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 0,09 0,08 0,26 0,13 0,15 0,08 0,14 0,10 0,10 1,2
< 0,05 0,12 0,06 0,24 0,12 0,14 0,08 0,11 0,13 0,11 1,1
< 0,05 0,12 0,05 0,23 0,10 0,13 0,07 0,10 0,11 0,10 1,0
Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
< 0,001 < 0,001 0,002 < 0,001 0,007 0,005 0,004 0,020
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,004 0,003 0,002 0,012
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Tabel 2 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 600587 : 2016240-maria : Landview B.V.
Monsterreferenties 2565855 = ogzand 10 (70-110) 11 (90-120) 2 (50-80) 2 (80-120) 3 (150-200) 5 (40-70)
Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
20/06/2016 21/06/2016 21/06/2016 2565855 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droogrest % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
79,0 1,9 <1
Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) FIAS/Fims mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
< 20 < 0,20 < 3,0 < 5,0 < 0,05 < 10 < 1,5 <4 27
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
< 35
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 0,20 0,12 0,36 0,18 0,19 0,08 0,16 0,08 0,08 1,5
Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,002 < 0,001 < 0,001 0,006
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Tabel 3 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 600587 : 2016240-maria : Landview B.V.
Monsterreferenties 2565856 = olie1 1 (70-95) 2565857 = olie5 5 (110-160) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
20/06/2016 21/06/2016 21/06/2016 2565856 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
20/06/2016 21/06/2016 21/06/2016 2565857 Grond uitgevoerd <1 nvt uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droogrest % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds)
84,8 0,8
78,1 0,8
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
260
310
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Tabel 4 van 4 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 600587 : 2016240-maria : Landview B.V.
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,4% (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 % m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Oliechromatogram 1 van 4
OLIE-ONDERZOEK Monstercode : Project omschrijving : Uw referentie : Methode :
2565853 2016240-maria bg2 10 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 2 (0-50) 3 (100-120) 4 (50-65) 8 (0-50) 9 (0-50) minerale olie (florisil clean-up)
OLIECHROMATOGRAM
➝ oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)
fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40
1% 40 % 46 % 12 %
minerale olie gehalte: 82 mg/kg ds
ANALYSEMETHODE Voorbewerking grond Voorbewerking AP04 Voorbewerking water Analyse Interpretatie
: : : : :
Extractie gebaseerd op NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie conform NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie gebaseerd op ISO 9377-2, incl. florisil clean-up. Gaschromatograaf met capillaire kolom en vlamionisatie detectie. Raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek.
De volgende aanvullende clean-up mogelijkheden kunnen worden aangevraagd: Veen clean-up : Verwijdert eventuele restanten natuurlijke verbindingen uit extract. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Oliechromatogram 2 van 4
OLIE-ONDERZOEK Monstercode : Project omschrijving : Uw referentie : Methode :
2565854 2016240-maria ogklei 18 (50-80) 2 (120-150) 4 (100-135) 6 (70-100) minerale olie (florisil clean-up)
OLIECHROMATOGRAM
➝ oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)
fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40
3% 21 % 71 % 6%
minerale olie gehalte: 150 mg/kg ds
ANALYSEMETHODE Voorbewerking grond Voorbewerking AP04 Voorbewerking water Analyse Interpretatie
: : : : :
Extractie gebaseerd op NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie conform NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie gebaseerd op ISO 9377-2, incl. florisil clean-up. Gaschromatograaf met capillaire kolom en vlamionisatie detectie. Raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek.
De volgende aanvullende clean-up mogelijkheden kunnen worden aangevraagd: Veen clean-up : Verwijdert eventuele restanten natuurlijke verbindingen uit extract. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Oliechromatogram 3 van 4
OLIE-ONDERZOEK Monstercode : Project omschrijving : Uw referentie : Methode :
2565856 2016240-maria olie1 1 (70-95) minerale olie (florisil clean-up)
OLIECHROMATOGRAM
➝ oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)
fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40
54 % 42 % 3% <1 %
minerale olie gehalte: 260 mg/kg ds
ANALYSEMETHODE Voorbewerking grond Voorbewerking AP04 Voorbewerking water Analyse Interpretatie
: : : : :
Extractie gebaseerd op NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie conform NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie gebaseerd op ISO 9377-2, incl. florisil clean-up. Gaschromatograaf met capillaire kolom en vlamionisatie detectie. Raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek.
De volgende aanvullende clean-up mogelijkheden kunnen worden aangevraagd: Veen clean-up : Verwijdert eventuele restanten natuurlijke verbindingen uit extract. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Oliechromatogram 4 van 4
OLIE-ONDERZOEK Monstercode : Project omschrijving : Uw referentie : Methode :
2565857 2016240-maria olie5 5 (110-160) minerale olie (florisil clean-up)
OLIECHROMATOGRAM
➝ oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)
fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40
60 % 37 % 3% <1 %
minerale olie gehalte: 310 mg/kg ds
ANALYSEMETHODE Voorbewerking grond Voorbewerking AP04 Voorbewerking water Analyse Interpretatie
: : : : :
Extractie gebaseerd op NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie conform NEN 6978, incl. florisil clean-up. Extractie gebaseerd op ISO 9377-2, incl. florisil clean-up. Gaschromatograaf met capillaire kolom en vlamionisatie detectie. Raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek.
De volgende aanvullende clean-up mogelijkheden kunnen worden aangevraagd: Veen clean-up : Verwijdert eventuele restanten natuurlijke verbindingen uit extract. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: AWDU-FBUY-OCDH-FNNW
Ref.: 600587_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 600587 : 2016240-maria : Landview B.V.
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
monster
diepte
barcode
2565852
bg1 1 (0-45) 11 (0-50) 15 (0-50) 16 (0-50) 17 (0-50) 5 (0-40) 6 (0-40) 7 (20-50)
1 11 15 16 17 5 6 7