Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing De Meermin
Tekst van het document
4.5
Geluid
Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Betekenis voor het project De woningen worden gerealiseerd in de geluidzone van verschillende wegen. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting7. Het berekende geluid van gemeentelijke wegen bedraagt maximaal 65 dB. Hiermee wordt de standaardwaarde van 53 dB overschreden maar de grenswaarde van 70 dB niet. Maatregelen worden niet doelmatig geacht. 5
Onderzoek stikstofdepositie De Meermin Edam, DNS Planvorming BV, 8 april 2025 Verdiepend onderzoek Meermin te Edam. Els & Linde, 12 november 2024 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Roever Omgevingsadvies, 1 september 2025 6
DNS Planvorming BV
21/31
Fysieke leefomgeving
Het berekende geluid van provinciale weg N247 bedraagt maximaal 56 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 53 dB overschreden maar de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet. Er zijn maatregelen onderzocht voor een geluidsreductie tot maximaal de standaardwaarde en voorkeursgrenswaarde. Bronmaatregelen Het toepassen van geluidreducerend wegdek, het verlagen van verkeersintensiteiten of het aanpassen van de maximale snelheid kan leiden tot lagere geluidniveaus. Het vervangen van het wegdek van de verschillende wegen wordt niet als een reële optie gezien om het geluid afkomstig van de provinciale weg of doorgaande gemeentelijke wegen te verlagen. Daarnaast is over het algemeen het over een langere afstand vervangen van het wegdektype voor de realisatie van dit aantal woningen niet financieel doelmatig. Maatregelen die de verkeersstromen wijzigen (zoals het verlagen van de verkeersintensiteiten of de maximumsnelheid) zullen niet ad hoc worden genomen, maar zijn een onderdeel van een uitgebreide verkeersstudie. Het beperken van het geluid bij dit aantal woningen vormt doorgaans geen aanleiding voor een uitgebreide verkeersstudie. Overdrachtsmaatregelen Een afschermende voorziening of het vergroten van de afstand van de woningen tot de wegen kan leiden tot lagere geluidniveaus.
Vanuit een stedenbouwkundig oogpunt is het niet wenselijk om een scherm te realiseren tussen de beoogde woningen en de Dijkgraaf Poschlaan te realiseren. Daarnaast zullen de kosten voor nieuwbouw of uitbouw van een scherm niet opwegen tegen het gewenste effect bij het realiseren van dit aantal wooneenheden. Wanneer de beoogde woningen verder van de doorgaande weg af zouden worden gerealiseerd dan zou het plan niet langer financieel rendabel zijn, omdat van het gehele plangebied gebruik wordt gemaakt. Hierdoor is dit vanuit een stedenbouwkundig oogpunt geen wenselijke maatregel. Maatregelen bij de ontvanger Bij het ontwerp van de woningen wordt, waar nodig, rekening gehouden met de extra benodigde geluidwering van de desbetreffende geveldelen. De gemeente Edam-Volendam heeft een beleid rondom wegverkeerslawaai vastgesteld in het document “Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam over de bevoegdheid tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingwaarden (Beleidsregels vaststellen hogere waarde gemeente Edam-Volendam)”. In dit beleid worden verschillende eisen gesteld voor het verlenen van een hogere waarde. Aan deze eisen wordt voldaan.
Verder worden er vanuit het gemeentelijk beleid geen expliciete eisen gesteld voor een geluidluwe gevel of -buitenruimte, maar wel voor het nemen van geluidsisolerende maatregelen en het plaatsen van de woon- en leefruimtes aan de geluidluwe zijden van de woningen. Daarnaast geldt er vanuit het Bkl (art. 5.78ab) sowieso wel de eis om in ieder geval het belang van een geluidluwe gevel te betrekken bij een ruimtelijke ontwikkeling. De meeste appartementen beschikken over een geluidluwe gevel. Alleen circa de helft van de appartementen in het oostelijke blok (aan de oostzijde) en circa een kwart van de appartementen in het westelijke blok (westzijde 2e en 3e verdieping) hebben geen geluidluwe gevel. Echter is de ontmoetingsruimte in het middelste blok wel aan volledig geluidluwe gevels gelegen. Ook het ontmoetingsplein en alle andere buitenruimtes tussen de blokken zijn geluidluw. De drie van de vier gezamelijke woonkeukens in het westelijke blok zijn ook aan een geluidluwe gevel gelegen (alleen de woonkeuken op de 2e etage is net niet geluidluw). Hieruit blijkt dat de geluidluwe gevel betrokken is bij het ontwerp van het plan. Het is niet mogelijk om voor alle appartementen een geluidluwe gevel te creëren, maar doordat het ontwerp voorziet in interne afscherming kan er toch een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het
DNS Planvorming BV
22/31
Fysieke leefomgeving
aspect worden gerealiseerd. Aan het gemeentelijke beleid wordt voldaan. Het gezamelijke geluid bedraagt ten hoogste 65 dB ter plaatse van de oostgevels het gebouw. De vereiste karakteristieke geluidwering bedraagt dan maximaal 65 – 33 = 32 dB. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de beoogde woningen wordt als acceptabel aangemerkt. Het cumulatieve geluid staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg.
4.6
Bedrijven en milieuzonering
De Omgevingswet en het omgevingsbeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project Onderhavig plangebied kan gelet op de diversiteit aan functies op het landgoed worden aangemerkt als een gemengd gebied. Externe werking De externe werking betreft de vraag of de nieuwe functie in onderhavig plan niet leidt tot hinder voor de bestaande of toekomstige hindergevoelige functies. In het plangebied worden geen nieuwe hinderveroorzakende functies mogelijk gemaakt. Er hoeft daarom niet onderzocht te worden of de functie in het plangebied hinder veroorzaakt voor omliggende functies. Interne werking Naast de externe werking moet ook de interne werking worden beoordeeld.
Met andere woorden: laat de omgeving de nieuwe functie toe? Aan de overzijde van de Dijkgraaf Poschlaan is een brandweerkazerne aanwezig. Een brandweerkazerne is een categorie 3.1 inrichting met een richtafstand van 30 m tot woningen in gemengd gebied. De (zorg)woningen worden op meer dan 30 meter van het terrein van de brandweerkazerne gerealiseerd. De brandweerkazerne staat een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.7
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren Betekenis voor het project Verkeer Als gevolg van de ontwikkeling treedt er een wijziging op in de verkeersgeneratie van en naar het plangebied. De verkeersgeneratie voor de woningen is bepaald op grond van de kencijfers van de CROW (2024), waarbij is uitgegaan van het omgevingstype ‘matig stedelijk' en de ligging in de categorie ‘rest bebouwde kom’. Alle reguliere woningen hebben een oppervlak van 75 m² - 100 m².
DNS Planvorming BV
23/31
Fysieke leefomgeving
Het kencijfers voor de verkeersgeneratie van deze woningen (gemiddelde van de bandbreedte) bedraagt 6 motorvoertuigen per woning per dag. Met 90 woningen bedraagt de verkeersgeneratie 540 motorvoertuigen per woning per dag. Voor zorgwoningen zijn geen kencijfers beschikbaar om de verkeersgeneratie te bepalen. Daarom is de verkeergeneratie berekend op basis van ervaringsgegevens en aannames. Uitgangspunten en berekening verkeersgeneratie 40 zorgwoningen; uitgaande van geen autobezit/-mobiliteit door bewoners en één bezoek per bewoner per dag: 2 motorvoertuigbewegingen per dag per woning; aantal werknemers 20, 2 motorvoertuigbewegingen per dag per werknemer; aantal bevoorradingen per dag: 2, in totaal 4 motorvoertuigbewegingen per dag. Het totaal aantal verkeersbewegingen per dag voor de zorgwoningen bedraagt 124 autoverkeersbewegingen (40x2 + 20x2 + 2x2). Het plan leidt in totaal tot 664 verkeersbewegingen per dag. De woningen zullen via de Dijkgraaf Poschlaan worden ontsloten. Het verkeer kan via deze route op een goede wijze worden afgewikkeld. Parkeren De parkeerbehoefte voor de woningen is bepaald op grond van de kencijfers van de CROW (2024). Onderstaande tabel 4.1 geeft de parkeerbehoefte in de voorgaande situatie weer bij het gebruik als verzorgingstehuis met zelfstandige aanleunwoningen. Hieruit volgt een bestaand tekort van 71,9 parkeerplaatsen.
Omdat deze parkeerbehoefte buiten het plangebied werd ingevuld, hoeft dit in de nieuwe situatie niet te worden opgelost.
Parkeerkencijfers 2024 Bestaande situatie Serviceflat bewoners Serviceflat bezoekers Intensieve zorg Behoefte Aangelegd Bestaand tekort
aantal
norm 52 52 79
0,8 0,15 0,5
maximaal 41,6 7,8 39,5 88,9 17 71,9
werkdag vrijdag zaterdag zondag ochtend middag avond nacht middag avond middag avond middag Bewoners 25,0 25,0 37,4 41,6 29,1 29,1 31,2 33,3 31,2 Bezoekers 3,1 3,9 5,9 0,0 4,7 7,8 7,8 7,8 7,0 Zorg 39,5 39,5 19,8 9,9 39,5 19,8 39,5 39,5 39,5 Behoefte 67,6 68,4 63,0 51,5 73,3 56,7 78,5 80,6 77,7 Aangelegd 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 17,0 Bestaand tekort 50,6 51,4 46,0 34,5 56,3 39,7 61,5 63,6 60,7 Tabel 4.1: Parkeerbehoefte voorgaande situatie
DNS Planvorming BV
24/31
Fysieke leefomgeving
Tabel 4.2 toont de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie.
Nieuwe situatie Verzorging Bewoners huur Bezoekers huur Totaal Totaal minus bestaand tekort
werkdag vrijdag zaterdag zondag ochtend middag avond nacht middag avond middag avond middag 20,0 20,0 10,0 5,0 20,0 10,0 20,0 20,0 20,0 48,6 48,6 72,9 81,0 56,7 56,7 60,8 64,8 60,8 5,4 6,8 10,1 0,0 8,1 13,5 13,5 13,5 12,2 74,0 75,4 93,0 86,0 84,8 80,2 94,3 98,3 92,9 23,4 24,0 47,0 51,5 28,5 40,5 32,8 34,7 32,2
Tabel 4.2: Parkeerbehoefte nieuwe situatie
Er komen 16 plaatsen op maaiveld onder het gebouw, welke alleen gebruikt kunnen worden door bewoners met een toegangspas. Deze plekken kunnen niet dubbel worden gebruikt en tellen voor 0,85 plaatsen mee in het voorzien van de parkeerbehoefte van bewoners. De resterende behoefte in onderstaande tabel 4.3 laat zien hoeveel plaatsen er buiten het afsluitbare hek in het openbaar gebied moeten worden aangelegd. Parkeerbehoefte bewoners (ET)
werkdag vrijdag zaterdag zondag ochtend middag avond nacht middag avond middag avond middag Restant bewoners openbaar 40,4 40,4 60,7 67,4 47,2 47,2 50,6 53,9 50,6 Bezoekers openbaar 5,4 6,8 10,1 0,0 8,1 13,5 13,5 13,5 12,2 Verzorging 20,0 20,0 10,0 5,0 20,0 10,0 20,0 20,0 20,0 Totaal openbaar 65,8 67,2 80,8 72,4 75,3 70,7 84,1 87,4 82,7 Bestaand tekort in de openbare ruimte 50,6 51,4 46,0 34,5 56,3 39,7 61,5 63,6 60,7 Totaal openbaar nodig 15,3 15,8 34,7 37,9 19,0 31,0 22,6 23,8 22,0 Plaatsen op eigen terrein 16,0 16,0 16,0 16,0 16,0 16,0 16,0 16,0 16,0 Totaal aantal plaatsen 31,3 31,8 50,7 53,9 35,0 47,0 38,6 39,8 38,0
Tabel 4.3: Parkeerbehoefte op maatgevende moment in nieuwe situatie
Omdat er op de rijbaan aan de noordzijde van het plangebied niet meer kan worden geparkeerd voor een veilige verkeersafwikkeling tussen de Dijkgraaf Poschlaan en de bocht met de Paulus Pietersstraat, moeten er 13 langsparkeerplaatsen worden gecompenseerd in het plan. De 7 langsparkeerplaatsen aan de westzijde van het plangebied blijven behouden. In totaal zijn er 67 parkeerplaatsen nodig, waarvan 16 op maaiveld onder het gebouw. Zie afbeelding 2.2 op bladzijde 8 in hoofdstuk 2 toont de parkeersituatie bij de nieuwe ontwikkeling. Bovenstaande tabel geeft aan dat als er niets zou wijzigen rond het langsparkeren in de Paulus Pieterstraat er 54 parkeerplaatsen nodig zijn op het drukste moment (de doordeweekse nacht). Deze 54 bestaan uit 37,9 parkeerplaatsen buiten + 16 plaatsen onder het gebouw. Echter dienen er 13 langsparkeerplaatsen gecompenseerd te worden, waardoor er in totaal 54 + 13 = 67 parkeerplaatsen nodig zijn. Afbeelding 2.2 op bladzijde 8 in hoofdstuk 2 toont de parkeersituatie bij de nieuwe ontwikkeling.
4.8
Luchtkwaliteit
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht nemen, behalve als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij
DNS Planvorming BV
25/31
Fysieke leefomgeving
als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 microgram/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM, artikel 5.54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt. In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in artikel 5.54 Bkl kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Betekenis voor het project Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 130 woningen (zonder gasgestookte verwarming).
Het aantal woningen licht ruimschoots onder de 1.500 en draagt daarom ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Raadpleging van het CIMLK-instrument heeft aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Het project draagt niet of nauwelijks bij aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.9
Omgevingsveiligheid
De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden.
Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het plan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen.
DNS Planvorming BV
26/31
Fysieke leefomgeving
Betekenis voor het project Uit raadpleging van de gegevens van de digitale risicokaart op www.atlasleefomgeving.nl blijkt dat het plangebied niet binnen de PR-contour en/of het invloedsgebied van de risicobronnen ligt. Daarmee is nader onderzoek niet noodzakelijk. Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.10
M.e.r.-beoordeling
Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Betekenis voor het project Het plan voorziet in de ontwikkeling van 130 appartementen op een locatie in het bestaand stedelijk gebied van Edam. De ontwikkeling kan worden aangemerkt als een gebruikswijziging van bestaande bebouwing. Dit is, zo blijkt uit de uitspraak van 17 april 2019, geen stedelijk ontwikkelproject. Hierbij is van belang dat het ruimtebeslag van de bestaande bebouwing beperkt is en dat de bebouwing niet wordt uitgebreid. Het voorzien in een beperkt aantal parkeerplaatsen leidt niet tot een andere afweging.
Uit de voorgaande paragrafen blijkt bovendien dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.(beoordelings-) procedure is niet nodig.
4.11
Gezondheid
Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Betekenis voor het project De gemeente Edam-Volendam heeft nog geen specifiek beleid vastgesteld met betrekking tot gezondheid. Gelet op de conclusies met betrekking tot de hiervoor benoemde aspecten omtrent de effecten of de fysieke leefomgeving, kan met betrekking tot gezondheid worden geconcludeerd dat er als gevolg van het project geen sprake is van negatieve effecten. Door de bewoners en omwonenden daar samen te brengen, wordt voorzien in de behoefte aan zorg en ontmoeting van de bewoners met minimale inzet van professionals.
4.12
Duurzaamheid
In de uitvoering van het plan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc.
DNS Planvorming BV
27/31
Fysieke leefomgeving
Betekenis voor het project Energiegebruik Nieuwe woningen mogen niet worden aangesloten op het gasnet. De woningen worden voorzien van een warmtepomp of WKO-installatie. Er wordt onderzoek gedaan naar collectieve installaties. Vanaf 1 januari 2021 moet worden voldaan aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Er wordt voldaan aan de wettelijke vereisten. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert, een belangrijk onderdeel hiervan zijn de hevigere weersomstandigheden zoals; wateroverlast, hittestress en droogte. Toepassing van groen als waterberging verhoogt de lokale weerbaarheid tegen extreme neerslag en effecten van droogte. Er wordt op delen van daken een sedumdak toegepast. Het groen in het plan zorgt voor een verkoelende werking in warme perioden. Gezondheid Met de inrichting van het maaiveld wordt rekening gehouden met ruimte voor ontmoeting van bewoners. Ecologie Het voornemen is om in de nieuwe bebouwing vogel- en vleermuiskasten toe te passen. Daarnaast wordt bij de groene inrichting en keuze van beplanting rekening gehouden met goede omstandigheden voor vogels en insecten.
4.13
Conclusie effecten fysieke leefomgeving
Gelet op de conclusies uit de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van het plan aanvaardbaar zijn.
DNS Planvorming BV
28/31
Uitvoerbaarheid
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten; aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. De plankosten, inclusief het gemeentelijke kostenverhaal, worden gedragen door Wooncompagnie. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van nadeelcompensatie. Hiervoor is een overeenkomst tussen Wooncompagnie en de gemeente gesloten. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op 15 april 2024 heeft Wooncompagnie een inloopbijeenkomst georganiseerd voor onwonenden en andere stakeholders. Tijdens deze avond is het plan gepresenteerd en zijn wensen en ideeën opgehaald voor de uitwerking van het plan. Het merendeel van de bezoekers heeft over het algemeen een positieve grondhouding voor vernieuwing van De Meermin. Enkele kritische kanttekeningen en tips zijn naar voren gebracht, o.a. over het parkeren en de verkeersontsluiting. Er is een werkgroep gevormd waarmee nader overleg heeft plaatsgevonden. Op 20 mei 2025 heeft een inloopbijeenkomst plaatsgevonden waarbij de uitgewerkt ontwerptekeningen zijn gepresenteerd. Er is een uitgebreid verslag van deze bijeenkomst opgesteld, welke als bijlage bij deze GoFlo is opgenomen. Omwonenden zijn tevens op de hoogte gehouden door middel van nieuwsbrieven die zijn gedeeld met alle direct omwonenden (ca 120 adressen) van De Meermin. Dit zijn bewoners van de Paulus Pietersstraat, Persijnstraat, Dirick Gerritszstraat, Jan Hoeckstraat en Dijkgraaf Poschlaan. Het bevoegd gezag kan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bij besluit van toepassing verklaren op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b.
waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Op grond van lid b. (de impact op de omgeving en te verwachten zienswijzen) is op de onderhavige aanvraag de uitgebreide procedure uit afdeling 3,4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is 26 weken. In de ‘Regeling adviesrecht, delegatie en participatie Edam-Volendam’ zijn gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangewezen waarbij de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. De nieuwbouw van meer dan drie woningen is één van deze gevallen. Er wordt daarom advies gevraagd aan de gemeenteraad. Het ontwerpbesluit wordt met de bijbehorende stukken voor 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kunnen door een ieder zienswijzen worden ingebracht. Tijdens deze termijn
DNS Planvorming BV
29/31
Uitvoerbaarheid
wordt een bijeenkomst georganiseerd waarbij het plan wordt toegelicht en vragen kunnen worden gesteld. Zienswijzen worden afgewogen en meegenomen in het definitieve besluit dat door het College van B&W wordt genomen.
DNS Planvorming BV
30/31
Belangenafweging en conclusie
6
Belangenafweging en conclusie
6.1
Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen.
6.2
Conclusie
Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
DNS Planvorming BV
31/31