CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing De Meermin

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Adviesrecht de Meermin12.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De Meermin, Edam Goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFLo)

gemeente projectnummer datum

Edam-Volendam 1479 24 september 2025

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging projectgebied .................................................................................................... 4 Het omgevingsplan ....................................................................................................... 5 Procedure...................................................................................................................... 6 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6

2 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving ............................................................................................................ 7 Huidige situatie ............................................................................................................. 7 Achtergrond voorgenomen ontwikkeling ....................................................................... 7 Stedenbouwkundig plan................................................................................................ 8

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5

Beleid .......................................................................................................................... 10 Inleiding ....................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ................................................................................................................... 10 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................................. 10 Instructieregels Rijk (AMvB’s) ..................................................................................... 10 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................................ 11 Nationaal waterbeleid ................................................................................................. 12 Provinciaal en regionaal beleid ................................................................................... 13 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022 ............... 13 Woonagenda 2020-2050 ............................................................................................ 13 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) .......................................................

14 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 14 Omgevingsvisie Edam-Volendam ............................................................................... 14 Woonvisie 2022-2025 ................................................................................................. 15 Doelgroepenverordening (Verordening doelgroepen sociale en middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen Edam-Volendam 2023).............................. 16 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 17

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Fysieke leefomgeving ................................................................................................. 18 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw ............................................................ 18 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 19 Water ........................................................................................................................... 19 Natuur ......................................................................................................................... 20 Geluid .......................................................................................................................... 21 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 23 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 23 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 25 Omgevingsveiligheid ................................................................................................... 26 M.e.r.-beoordeling .......................................................................................................

27 Gezondheid ................................................................................................................. 27 Duurzaamheid ............................................................................................................. 27 Conclusie effecten fysieke leefomgeving .................................................................... 28

5 5.1 5.2

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 29 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 29 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 29

6

Belangenafweging en conclusie ................................................................................. 31

DNS Planvorming BV

2/31

Inleiding

6.1 6.2

Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? ....................... 31 Conclusie .................................................................................................................... 31

BIJLAGEN (SEPARAAT OPGENOMEN):  Archeologisch bureauonderzoek  Archeologisch verkennend booronderzoek  Verkennend bodemonderzoek  Quickscan ecologie  Verdiepend natuuronderzoek  Onderzoek stikstofdepositie  Akoestisch onderzoek  Tekening toekomstige situatie

DNS Planvorming BV

3/31

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Wooncompagnie is eigenaar van locatie De Meermin te Edam. Een locatie waar momenteel nog een verouderd verzorgingstehuis staat en opvang van Oekraïense vluchtelingen plaatsvindt. Wooncompagnie heeft het voornemen om de huidige gebouwen te slopen en op het terrein 40 zorgwoningen en 90 reguliere woningen te realiseren. Met de nieuwbouw kunnen toekomstbestendige en duurzame (zorg)woningen worden gerealiseerd, waar een grote behoefte aan bestaat. De voorgenomen woningbouw is niet passend binnen het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Edam-Volendam. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient er te worden afgeweken van het omgevingsplan. Voor deze afwijking is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor planologisch strijdig gebruik aangevraagd. Een vereiste bij deze aanvraag is dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Met de voorliggende ‘goed onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ (GoFLo, hierna: onderbouwing) wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling daarmee in lijn is.

1.2

Ligging projectgebied

De Meermin ligt in Edam-Zuid op het adres Paulus Pietersstraat 1 te Edam. Het betreft het kadastraal perceel Edam C-2779 en C-2780. De locatie ligt aan de Dijkgraaf Poschlaan en aan de kruising met de toegangsweg naar Oud Edam. Het is een duidelijke zichtlocatie bij binnenkomst van Edam vanaf de N247.

Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied op luchtfoto

Pagina 4 van 31

Inleiding

1.3

Het omgevingsplan

Het planologisch kader voor de locatie wordt gevormd door het omgevingsplan gemeente Edam-Volendam. Dit tijdelijke omgevingsplan is op 1 januari 2024, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in werking getreden. Het omgevingsplan gemeente Edam-Volendam bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder bestemmingsplannen en plaatselijke verordeningen. Daarnaast bestaat het tijdelijke omgevingsplan uit de Bruidschatregels. Dit zijn de voormalige Rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. De bouw- en gebruiksregels die voor het projectgebied gelden zijn opgenomen in onderstaande bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Beheersverordening Edam-Zuid Parapluherziening parkeren c.a. Beheersverordening Edam-Zuid 1e herziening 2021 Parapluplan Datacenters

Vastgesteld 17 mei 2018 14 juni 20218 25 november 2021 21 maart 2024

Status Onherroepelijk Onherroepelijk Onherroepelijk Onherroepelijk

Beheersverordening Edam-Zuid Een beheersverordening is een beheerregeling voor bestaand gebruik voor een gebied met een lage dynamiek. In de beheersverordening Edam-Zuid is bepaald dat binnen het besluitgebied het bestaande gebruik en de bestaande bouwwerken zijn toegestaan. De plankaart en voorschriften uit het bestemmingsplan ‘Edam-Zuid’ zijn van toepassing verklaard. Hieruit volgt dat sprake is van de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’. Reguliere woningen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Daarnaast zijn gebouwen voorzien buiten het bouwvlak en wordt de maximale bouwhoogte van 12 meter overschreden. Zowel de bouw als het gebruik is in strijd met de bepalingen uit het bestemmingsplan.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Edam-Zuid

DNS Planvorming BV

5/31

Inleiding

Parapluherziening parkeren c.a. Op 14 juni 2018 is een nieuw paraplubestemmingsplan vastgesteld dat voorziet in een regulering voor parkeren. Beheersverordening Edam-Zuid 1e herziening 2021 De Beheersverordening Edam-Zuid is in 2021 herzien in verband met een aantal aspecten uit de beheersverordening die verbetering behoefden. Hiervoor is deze beheersverordening “Edam-Zuid 1e herziening” opgesteld. Het betreft met name de zogenaamde ‘tuinkamerproblematiek’. Op grond van de beheersverordening geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ ten behoeve van de bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. Parapluplan Datacenters In het Parapluplan Datacenters is geregeld dat het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van een datacenter met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 en een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA als strijdig gebruik wordt aangemerkt.

1.4

Procedure

Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven is de voorgenomen ontwikkeling niet passend binnen het geldend planologisch kader. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan. Er zijn twee mogelijkheden om medewerking te verlenen aan initiatieven die niet passend zijn binnen het omgevingsplan: 1. Wijziging van het omgevingsplan; 2. Verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet biedt hiervoor het kader. Er wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om buitenplans af te wijken van het omgevingsplan. Gelet op de impact van het plan op de omgeving en te verwachten zienswijzen is op de onderhavige aanvraag de uitgebreide procedure uit afdeling 3,4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is 26 weken. Het plan wordt 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Binnen deze termijn wordt een bijeenkomst georganiseerd waarbij het plan wordt toegelicht en vragen kunnen worden gesteld. In de ‘Regeling adviesrecht, delegatie en participatie Edam-Volendam’ zijn gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangewezen waarbij de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. De nieuwbouw van meer dan drie woningen is één van deze gevallen.

Er wordt daarom advies gevraagd aan de gemeenteraad. Voor de technische bouwactiviteit wordt een separate aanvraag gedaan. Deze volgt een eigen procedure.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het project. In de GoFlo wordt beoordeeld of de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Onderdeel hiervan is enerzijds de toetsing aan geldend beleid (hoofdstuk 3) en anderzijds een beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Aan de hand van de toetsing van de verschillende aspecten, wordt in hoofdstuk 6 een belangenafweging gemaakt. Hieruit volgt of de beoogde activiteit aanvaardbaar is.

DNS Planvorming BV

6/31

Planbeschrijving

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

De Meermin ligt in Edam-Zuid aan de Dijkgraaf Poschlaan en aan de kruising met de toegangsweg naar Oud Edam. Het is een duidelijke zichtlocatie bij binnenkomst van Edam vanaf de N247.In de huidige situatie staat er een verouderd verzorgingshuis dat nu tijdelijk bewoond wordt door Oekraïense vluchtelingen. Een aantal aanleunwoningen is nog bewoond door bewoners die huren van de Zorgcirkel tot 1 juli 2025. De Zorgcirkel ondersteunt deze bewoners bij het vinden van een andere woning.

Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie

In de huidige situatie is de Meermin een gesloten bouwwerk, waardoor het massief oogt. In het midden bevindt zich nu het hoogste gebouwdeel van vier lagen met daarbovenop nog deels een kleine opbouw. De aanleunwoningen aan de Dijkgraaf Poschlaan zijn twee verdiepingen hoog. Het gebouwdeel aan de Paulus Pietersstraat telt op dit moment drie verdiepingen. De gebouwdelen zijn onderling met elkaar verbonden met een bouwwerk van één laag.

2.2

Achtergrond voorgenomen ontwikkeling

In september 2022 heeft Wooncompagnie de huidige Meermin gekocht met als doel het behoud van een goede woon- en zorgvoorziening in Edam. De Wooncompagnie heeft vervolgens, samen met de Zorgcirkel, een initiatief ingediend om de huidige Meermin te slopen en nieuw te bouwen tot een toekomstbestendige woonzorg community. De herontwikkeling van de Meermin moet gezien worden in de context van de invoering van het scheiden van wonen en zorg. Verzorgingshuizen, zoals de huidige Meermin er één van was, bestaan niet meer. Daarnaast is er wel een steeds grotere vraag naar huisvesting voor ouderen. Er is namelijk sprake van een dubbele vergrijzing. In 2022 waren er 3.400 mensen van 75+ in de gemeente Edam-Volendam. Dit worden 5.700 mensen in 2040. Daarnaast neemt het aantal mensen ouder dan 90 jaar procentueel nog verder toe. Met name voor mensen met een WLZ indicatie (Wet Langdurige Zorg) zijn er nu geen woningen in een Beschermd Wonen concept beschikbaar in de kern Edam. Dit concept is bedoeld voor mensen met een intensieve zorgvraag, die vanwege lichamelijke aandoeningen of een vorm van dementie, intensieve en professionele zorg nodig hebben. In 2022 waren er 345 mensen met een WLZ indicatie in Edam. In 2040 worden dit waarschijnlijk circa 580 mensen op basis

DNS Planvorming BV

7/31

Planbeschrijving

van de demografische ontwikkeling. Kortom: er is een duidelijke behoefte aan een locatie voor Wonen met zorg in de kern Edam. Dit is ook altijd een uitgangspunt geweest in de Woonzorgvisies van de gemeente. De herontwikkeling voorziet in woningbouw, waarbij de nadruk ligt op een aanbod van appartementen sociale en middeldure huur (circa 2/3) en beschermd woningen (circa 1/3). Uitgangspunt voor een herontwikkeling van de Meermin is meervoudig ruimtegebruik, waaronder het integreren van een centrale ontmoetingsruimte.

2.3

Stedenbouwkundig plan

Het stedenbouwkundig plan bestaat uit drie losstaande gebouwen. Eén gebouw met 40 appartementen voor mensen die een WLZ-indicatie hebben (beschermd wonen). Dit gebouw staat aan de Paulus Pietersstraat. Daarnaast komen er twee gebouwen met appartementen in een beschutte woonomgeving. In deze twee gebouwen (gebouw aan de Dijkgraaf Poschlaan en het middelste gebouw) komen 90 appartementen voor mensen met een sociaal of middeninkomen. Voor de zorgwoningen is sprake van 24-uurs zorg. Alle woningen zijn zelfstandig verhuurbare appartementen. Alle ruimten in de woning worden gelijkvloers en zonder drempels uitgevoerd. De basis van de stedenbouwkundige opzet is de mogelijkheid van ontmoeting tussen de gebouwen. De gebouwen zijn gekoppeld aan een gemeenschappelijk plein waar ook de omgeving gebruik van kan maken. Het plein is zichtbaar voor de omgeving. Tussen de gebouwen zijn groene tuinen ingetekend en bij het achterste gebouw is deze tuin besloten in verband met de doelgroep (dementerende ouderen) die daar komen te wonen. Alle drie de gebouwen zijn alzijdig ontwerpen. Dit zorgt voor rondom een goede uitstraling.

Afbeelding 2.2: Stedenbouwkundig plan

De nieuwe bebouwing bestaat uit één volume van vijf lagen hoog en twee volumen van vier lagen hoog. De extra bouwhoogte leidt niet tot onevenredige effecten voor de omgeving. De schaduwdiagrammen van de te realiseren bebouwing tonen aan dat er geen sprake is van negatieve gevolgen op de omliggende bebouwing. De oriëntatie van de gebouwen is oost-west, waardoor er zichtlijnen ontstaan vanaf de Paulus Pietersstraat richting het achterpad van de woningen gelegen aan de Dirrick Gerritszstraat en de Jan Hoeckstraat.

DNS Planvorming BV

8/31

Planbeschrijving

De volumes worden, ten opzicht van de bestaande bebouwing, meer naar buiten geplaatst. Hierdoor verdwijnt aan de westzijde gras, maar ontstaat ruimte voor kwalitatieve openbare tuinen, waar ontmoeting plaats kan vinden. De noordelijke hoek van het plangebied, die naar de kruising van de Dijkgraaf Poschlaan met de Paulus Pietersstraat is gericht en daarmee aan de entree van Edam ligt, geeft aanleiding tot de situering van een representatieve open gevel en functie in de plint. Hier zal een verbijzondering van de terreininrichting rondom deze kop plaatsvinden, zodat de beleving wordt versterkt. Ontmoeten De nieuwe Meermin heeft een uitnodigend, open karakter. Het ontwerp van de drie gebouwen draagt bij aan elkaar spontaan kunnen ontmoeten binnen en buiten. Dit ontmoeten is ook voor anderen uit de wijk, zodat er een levendig hart ontstaat voor jong en oud. Aan het plein komt, op de kop van het middelste gebouw, de ontmoetingsruimte. De ruimte biedt gelegenheid voor ontmoeting en gezamenlijke activiteiten. Het biedt ruimte om hier in de toekomst mogelijk een (uitleenpunt) van de bibliotheek in op te nemen, waarbij het de bedoeling is dat de ontmoetingsruimte en de functie van het uitleenpunt elkaar versterken. Door de bewoners en omwonenden daar samen te brengen, wordt voorzien in de behoefte aan zorg en ontmoeting van de bewoners met minimale inzet van professionals.

Voor zover er activiteiten plaatsvinden worden die zoveel mogelijk door en voor bewoners en omwonenden georganiseerd. De welzijnspartij en de bibliotheek die de begeleiding en ondersteuning van vrijwilligers in buurtkamers verzorgt, ondersteunen hierbij. Daarbij organiseert de bibliotheek zelf ook activiteiten.

Afbeelding 2.3: Aanzicht pleinzijde

Ontsluiting en parkeren De ontsluiting vindt plaats via de Dijkgraaf Poschlaan. Er wordt een nieuwe in-/uitrit gemaakt op de Dijkgraaf Poschlaan. In de huidige situatie bestaat het complex uit 79 éénpersoonskamers en 52 tweekamerappartementen. Het aantal parkeerplaatsen is op dit moment circa 17 plaatsen. Er is in de huidige situatie alleen een klein parkeerterrein aan het begin van de Paulus Pietersstraat (aan de overzijde van de huisartsen) en een aantal parkeerplekken op de ventweg langs de Dijkgraaf Poschlaan. Vandaar dat er op dit moment veel langs geparkeerd wordt aan beide zijden van de Paulus Pietersstraat door de tijdelijke bewoners van de Meermin. In de toekomstige situatie kunnen de toekomstige bewoners van de Meermin parkeren op maaiveld onder het gebouw en naast de gebouwen (zie paragraaf 4.7).

DNS Planvorming BV

9/31

Beleid

3

Beleid

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  duurzaam economisch groeipotentieel  sterke en gezonde steden en regio’s  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Planspecifiek De onderhavige ontwikkeling sluit aan op het thema ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied. De woningen zullen voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen.

Het relevante beleidskader wordt verder gevormd door de provincie en vooral de gemeente. 3.2.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat deomgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. De hoofdonderwerpen waarvoor rijksinstructieregels gelden zijn hieronder opgesomd:  waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2)  beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3)

DNS Planvorming BV

10/31

Beleid

   

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Planspecifiek Op grond van artikel 5.1.8 van het Bkl dient bij een nieuwe ontwikkeling met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, rekening gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. In de inrichtring van de buitenruimte wordt hier rekening mee gehouden. Op de specifieke milieu- en omgevingsaspecten wordt in hoofdstuk 4 ingegaan. Hierbij wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de instructieregels. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) luidt: 1.

Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: o de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en o als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: o op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist en; o nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4.

Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

DNS Planvorming BV

11/31

Beleid

Planspecifiek Met de voorgenomen ontwikkeling worden 130 (zorg)woningen mogelijk gemaakt. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de aanwezige kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. In paragraaf 3.3.2 en 3.4.2 is dit toegelicht. De ladder schrijft voor dat bekeken moet worden of in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied (BSG). Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. In de jurisprudentie is het begrip nader ingevuld. Rust op gronden een niet-agrarische bestemming dan is er sprake van bestaand stedelijk gebied ook al is de locatie nog onbebouwd, mits de locatie onderdeel is van het bestaand stedelijk samenstel van bebouwing. Op grond van de huidige bestemming en bebouwing in het plangebied wordt de locatie aan gemerkt als bestaand stedelijk gebied.

Het woningbouwplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee gebaseerd op zorgvuldig ruimtegebruik. 3.2.4 Nationaal waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergenafvoeren’. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met water’ (2000).

Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraad-beheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water.

DNS Planvorming BV

12/31

Beleid

Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Planspecifiek Onderdeel van de planvoorbereiding is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets is afgestemd met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan.

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2022 (in werking vanaf 1 juli 2025). Ook vanuit de provincie gelden instructieregels waar een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan moeten voldoen.

Betekenis voor het project In de Omgevingsverordening NH2022 is bepaald dat een omgevingsplan (of afwijking) uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De gemeenten in de regio Waterland hebben een regionale woningprogrammering opgesteld. Deze wordt enkele malen per jaar geactualiseerd. Het onderhavige project is opgenomen in deze programmering. Op grond van artikel 6.75 dient de toelichting van een omgevingsplan (of afwijking) dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte, droogte (watertekort en verzilting), natuurinclusiviteit en biodiversiteit en ecologische en chemische waterkwaliteit. In paragraaf 4.12 is hier op ingegaan. 3.3.2 Woonagenda 2020-2050 In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het

DNS Planvorming BV

13/31

Beleid

provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. Betekenis voor het project Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de grote vraag naar betaalbare woningen in de gemeente Edam-Volendam. In paragraaf 3.3.3 is nader ingegaan op de regiovisie. 3.3.3 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) In december 2007 is het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 van de Metropoolregio Amsterdam vastgesteld. De ambitie die voor deze regio wordt gesteld is om de regio uit te laten groeien tot een metropool die vooral gekenmerkt wordt door diversiteit en menging (economisch, sociaal, cultureel, landschappelijk, ecologisch en qua woon, werken vrijetijdsmilieus) en die duurzaam is (in de zin van klimaatbestendigheid en verbeterde luchtkwaliteit). De regio maakt immers deel uit van de woningmarkt en arbeidsmarkt van de metropoolregio Amsterdam. In deze regio is er behoefte aan 150.000 extra woningen. De regio Waterland draagt aan de realisatie van deze extra woningen haar steentje bij, maar kiest vanwege het waardevolle landschappelijke karakter en de mobiliteitsproblematiek niet voor grootschalige verstedelijkingsopties.

Kerneisen bij woningbouw zijn het behouden van de vitaliteit van de kernen en rekening houden met de landschappelijk waardevolle landschappen, goede verkeersafwikkeling en goede en hoogwaardige ruimtelijke ordening. Betekenis voor het project Edam is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, waarvoor geldt dat daar waar ruimtelijk verantwoord, mogelijk en gewenst het stedelijk gebied geïntensiveerd kan worden. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de regionale behoefte binnen bestaand stedelijk gebied. Het initiatief past binnen de Strategische Visie Waterland 2040.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Edam-Volendam De Omgevingsvisie Edam-Volendam is vastgesteld op 20 juli 2023. De omgevingsvisie is een toekomstvisie voor de (ruimtelijke) leefomgeving. Met het invoeren van de omgevingsvisie wil de gemeente drie dingen bereiken: 1. Een goede leefomgeving in Edam-Volendam 2. Een duidelijke visie voor de toekomst van Edam-Volendam 3. Ruimte voor initiatief In de omgevingsvisie zijn de volgende vijf hoofdthema's benoemd: 1. Krachtige kernen en linten. De gemeente streeft naar krachtige en leefbare kernen en dorpslinten. Edam- Volendam maakt zich daarom hard voor voldoende geschikte woonruimte, een goede openbare buitenruimte, voldoende voorzieningen en maatschappelijke verbondenheid. 2. Werken aan ondernemen. Edam-Volendam is een hard werkende en ondernemende gemeenschap. Mensen zijn er innovatief en ambitieus. Stilstand is achteruitgang; Edam- Volendam maakt zich sterk voor de ontwikkeling van onze samenleving en hecht daarom waarde aan werkgelegenheid, ondernemerschap, innovatie en onderwijs binnen onze gemeente. 3. Ontspanning binnen handbereik. Edam-Volendam is altijd in beweging. De gemeente is een voedingsbodem voor (top)sport en de ruimte van onze leefomgeving wordt gebruikt voor ontspanning. Vrijetijdsbesteding moet binnen handbereik zijn! Edam-Volendam is levendig.

De gemeente bruist door mooie evenementen en omarmt de cultuur en beschermt de historie. 4. Zorg voor water en land. Water, land en lucht verbindt letterlijk en figuurlijk. Dus daar is de gemeente zuinig op. Uitgangspunt voor de gezamenlijke zorg voor de leefomgeving

DNS Planvorming BV

14/31

Beleid

is het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. De gemeente is trots op het agrarische cultuurlandschap. De agrariërs zijn de hoeders van ons landschap. Het veenweidelandschap blijft zo veel mogelijk open, groen en agrarisch. De gemeente geeft daarom ruimte aan de economische draagkracht van het buitengebied. 5. Klaar voor transitie. De leefomgeving is continu aan verandering onderhevig. Klimaatverandering, de transitie naar andere vormen van energie en biodiversiteit zijn actuele thema’s. In Edam-Volendam is men gewend om toekomstbestendig te handelen. Met haalbare ambities wordt er naar gestreefd om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te verbeteren voor toekomstige generaties. Specifiek over woningbouw is aangegeven dat wordt ingezet op binnenstedelijke woningbouw. Uitgangspunt is intensiveren omdat er zuinig met de ruimte moet worden omgegaan. Compact bouwen is het meest duurzame model van verstedelijking. Verdichting verkort afstanden, bevordert gezonde mobiliteit en vergroot het bestaansrecht van voorzieningen. Bij verdichting is de identiteit en het karakter van de plek leidend.

Betekenis voor het project Met de voorgenomen woningbouw waarbij sprake is van verdichting op een locatie binnen de kern van Edam wordt invulling gegeven aan het beleid uit de Omgevingsvisie Edam-Volendam. Er wordt met het plan invulling gegeven aan de grote woningbehoefte van zorgbehoevenden en huishoudens met een relatief laag inkomen en middeninkomen. Er wordt met betrekking tot wonen aangesloten bij het beleidsdoel ‘een plek om te wonen voor jong en oud’, Met de ontmoetingsruimte in het plan en de functie van de openbare ruimte als ontmoetingsplein wordt tevens aangesloten bij het beleidsdoel ‘sociaal verbonden en veilig'. Met betrekking tot de beleidsdoelen voor klimaatverandering en duurzaamheid wordt verwezen naar paragraaf 4.3 en 4.12. 3.4.2 Woonvisie 2022-2025 Op 5 oktober 2021 is de gemeentelijke woonvisie 2022-2025 van Edam-Volendam definitief vastgesteld. De gemeente formuleert het streven te komen tot een hoogwaardig en veilig leef-, woon- en werkmilieu, dat duurzaam van kwaliteit is. Om te zorgen voor voldoende en geschikte huisvesting voor inwoners en nieuwe bewoners, moet rekening gehouden worden met de financiële mogelijkheden, gezinssamenstelling en zorgbehoefte. De visie is uitgewerkt aan de hand van vier thema's, te weten: 1. woningbouwopgave: er dienen voldoende woningen gebouwd te worden om te voorzien in de behoefte. 2.

betaalbaar huren: sociale huurwoningen worden gebouwd om de mogelijkheden voor mensen met een kleine portemonnee te vergroten. 3. kwaliteit bestaande woningen: een deel van de bestaande voorraad dien levensloopbestendig gemaakt te worden. 4. wonen met zorg: de gemeente tracht te investeren in goede woonzorgvormen, passend bij ouderen en andere zorgvragers voor wie levensloopbestendige woningen niet voldoende zijn. Betekenis voor het project De Woonvisie is een belangrijke basis voor het maken voor nadere prestatieafspraken met de lokale woningbouwcorporaties. In voorliggend plan wordt allereerst voorzien in thema 1, aangezien de woningbouwontwikkeling bijdraagt aan de kwantitatieve behoefte die er is in de gemeente. Thema 2 betreft de realisatie van voldoende sociale huurwoningen. De huidige woningvoorraad in de gemeente wordt sterk gedomineerd door koopwoningen. Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van meer sociale huurwoningen, waardoor meer mensen een plek hebben om te wonen. De komende jaren zal het aantal oudere huishoudens toenemen. Een deel van deze doelgroep zoekt een appartement (levensloopbestendig), liefst op niet al te grote afstand van voorzieningen. Met name de groep een- en tweepersoonshuishoudens van 75 jaar en ouder zal sterk toenemen. Dit heeft gevolgen voor de woningbehoefte in de gemeente.

De vraag naar kleinere en (vooral) levensloopgeschikte woningen zal de komende jaren doorzetten. Met het woningbouwprogramma van voorliggend plan wordt invulling gegeven aan deze behoefte.

DNS Planvorming BV

15/31

Beleid

Uit de Woonzorganalyse van Companen volgt dat in de gemeente Edam-Volendam het aantal ouderen (65+ers) sterk gaat stijgen in de komende jaren en met name ook de groep vanaf 75 jaar. De combinatie met nabijheid van zorg bij dit woningbouwproject maakt het een aantrekkelijke vestigingslocatie voor senioren. De realisatie van 130 huurwoningen op de locatie van de Meermin wordt gezien als een welkome toevoeging voor de gemeentelijke woningvoorraad. Voor beide woningbouwcategorieën (sociale huur en middenhuur) is een sterke behoeftevraag. Gelet op de lange wachtlijsten in de sociale huursector, de beperkte sociale huurwoningvoorraad in Edam-Volendam (17%) en de realisatie van deze woningen door een corporatie is het wel vanuit Wonen wenselijk dat het percentage sociale huurwoningen beduidend hoger ligt dan het percentage midden huurwoningen op deze locatie en deze mogelijkheid om veel sociale huurwoningen bij te bouwen goed benut wordt. Voor de woningen in het gebouw met Beschermd Wonen is een indicatie nodig. De toewijzing van de appartementen in dit gebouw van Beschermd Wonen loopt via de Zorgcirkel. Voor de woningen van Beschut Wonen worden de woningen toegewezen door Wooncompagnie. Hierbij kan als voorbeeld worden gekeken naar De Friese Vlaak, waar een gemengde vorm van Beschermd Wonen en Verzorgd Wonen is gerealiseerd.

Dit kan als voorbeeld worden gebruikt, zowel ten aanzien van de eerste toewijzing als later. Het zijn reguliere zorggeschikte woningen waar mensen zonder en met een lichte zorgvraag zelfstandig kunnen wonen. Het plan is passend binnen de gemeentelijke woonvisie. 3.4.3

Doelgroepenverordening (Verordening doelgroepen sociale en middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen Edam-Volendam 2023) In 2023 is een doelgroepenverordening vastgesteld in de gemeente Edam-Volendam waarbij nieuwbouwwoningen die worden gerealiseerd in de segmenten sociale huur, middenhuur en sociale koop worden toegekend aan desbetreffende doelgroepen op basis van inkomenseisen. Net als in de rest van Nederland, zien we ook in Edam-Volendam veel vraag naar sociale en middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen. Om beter te kunnen sturen op de woningmarkt zijn deze categorieën opgenomen in de verordening verordening doelgroepen sociale en middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen Edam-Volendam 2023. Doelgroepen  De doelgroep voor sociale huurwoningen zijn huishoudens met een maximaal inkomen tot aan de DAEB-norm.  De doelgroep voor middeldure huurwoningen zijn huishoudens met een inkomen tot en met maximaal 1,5 keer de DAEB-norm.  De doelgroep voor sociale koopwoningen zijn in eerste instantie huishoudens met een maximaal inkomen tot en met 1,5 keer de DAEB-norm en in tweede instantie huishoudens met een maximaal inkomen van 1,5 tot en met 1,75 keer de DAEB-norm. De DAEB-norm, of Dienst van Algemeen Economisch Belang norm, verwijst naar de regels en grenzen die woningcorporaties moeten hanteren bij het toewijzen van sociale huurwoningen (DAEB-woningen).

De verordening regelt dat de verschillende categorieën woningen gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven voor de daarvoor aangewezen doelgroepen via instandhoudingstermijnen. Betekenis voor het project Wooncompagnie verhuurt- en wijst de zelfstandige huurwoningen in gebouw A en B toe conform de doelgroepenverordening gemeente Edam-Volendam (Verordening doelgroepen sociale en middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen Edam-Volendam 2023). De Ontwikkelaar is verplicht om vijftig procent (50%) van de in het Programma begrepen sociale huurwoningen (niet zijnde sociale huurwoningen bestemd voor de woonvorm beschermd wonen met 24 uurs zorg waarvan de toewijzing door Stichting de Zorgcirkel geschiedt) en vijftig procent (50%) van de in het Programma begrepen woningen voor middenhuur conform de regels van de huisvestingsverordening van de Gemeente bij voorrang

DNS Planvorming BV

16/31

Beleid

toe te wijzen aan ingezetenen van de Gemeente Edam-Volendam. Voor zover nodig zal de Gemeente de voorschriften van de huisvestingverordening hierop aanpassen. Wooncompagnie verhuurt de woningen in gebouw C. De individuele verhuur van de woonruimte(n) wordt door De Zorgcirkel aangedragen kandidaat-huurder vastgelegd in een huurovereenkomst. ln de huurovereenkomst of een bijlage daarvan wordt een duidelijke- en onlosmakelijke koppeling aangebracht tussen de huurovereenkomst en de tussen De Zorgcirkel en de kandidaat-huurder te sluiten zorgverleningsovereenkomst. Deze koppeling dient dusdanig geformuleerd te zijn, dat de noodzaak daarvan in voldoende mate wordt onderbouwd. Daarom is de huisvestingsverordening en de doelgroepenverordening van de Gemeente op dit punt niet van toepassing. Gelet op de vergrijzing is er een grote behoefte aan wonen met 24-uurs zorg bij ingezetenen van de gemeente Edam-Volendam. De Zorgcirkel spant zich tot het uiterste in om zoveel als mogelijk ingezetenen van de gemeente Edam-Volendam met een zorgindicatie voorrang te geven bij de woningtoewijzing

3.5

Conclusie beleidskader

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau en voldoet aan de instructieregels van Rijk en provincie.

DNS Planvorming BV

17/31

Fysieke leefomgeving

4

Fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving is per aspect in een aparte paragraaf opgenomen. De gemeente kan omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Het moet dan gaan om omgevingswaarden die het gemeentebestuur kan beïnvloeden of beheersen door de inzet van beleidsinstrumenten, zoals voor geur of geluid. Door de gemeente Edam-Volendam zijn nog geen omgevingswaarden in het omgevingsplan vastgesteld.

4.1

Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw

Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Omgevingswet en de Erfgoedwet bevatten de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Betekenis voor het project De locatie ligt buiten het beschermd stadsgezicht van Edam. De te slopen gebouwen zijn niet als monument of karakteristiek pand aangewezen. Met de voorgenomen ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Het perceel kent een archeologische verwachtingswaarde waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een bouwplan/bodemingrepen groter dan 2.500 m2 waarbij de bodem dieper dan 40 cm. Omdat deze verstoringsnorm wordt overschreden is archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd1.

Op basis van de verzamelde bodemkundige, historische en archeologische gegevens in dit bureauonderzoek is een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd vastgesteld. In de top van het veenpakket kunnen archeologische resten uit deze perioden worden aangetroffen. De archeologische verwachting voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd is middelhoog, omdat het plangebied zich in ieder geval vanaf de tweede helft van de 16e eeuw in de weilanden (ver) buiten de stadsmuren van Edam bevindt. Waarschijnlijk is het plangebied onbebouwd geweest tot de realisatie van de huidige bebouwing in 1975 en 1982. Er heeft wel een traject van een stoomtram door het plangebied gelopen tussen 1906 en 1956. Gezien de locatie buiten de stad worden dus niet direct nederzettingssporen verwacht binnen het plangebied, maar er kunnen bijvoorbeeld wel sporen van landbouw en ontginning en eventueel gedumpt stadsafval worden aangetroffen. De archeologische verwachting voor het laat-paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen is laag. Het plangebied was in de ijzertijd tot en met de ontginningen aan het eind van de

1

Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied De Meermin aan de Dijkgraaf Poschlaan in Edam, Hollandia Archeologen, 15 november 2024

DNS Planvorming BV

18/31

Fysieke leefomgeving

vroege middeleeuwen te nat voor bewoning vanwege de ligging in een uitgestrekt veengebied. Ook de archeologische verwachting voor de vroege prehistorie is laag. In theorie kunnen archeologische waarden uit het laat-paleolithicum, mesolithicum en neolithicum worden aangetroffen in het Basisveenpakket, het pleistocene zandpakket en de kwelderafzettingen, maar deze zijn in de omgeving van het plangebied nog nooit aangetroffen en vanwege de grote diepteligging van deze niveaus vallen ze ook ver buiten de scope van de plannen binnen het plangebied. Gezien de middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd is een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen (IVO-O) uitgevoerd binnen het plangebied2. Uit dit onderzoek volgt dat het plangebied tot een aanzienlijke diepte is verstoord. Doordat het bouwplan grotendeels overlapt met de bestaande bebouwing, zal eventuele bodemverstoring worden beperkt. Gezien de diepte van de bodemverstoring, de maximale verstoringsdiepte van de beoogde grondwerkzaamheden en het uitblijven van archeologische indicatoren, is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Mochten er tijdens de toekomstige werkzaamheden archeologische sporen worden aangetroffen dan is men, conform de Erfgoedwet, verplicht deze aan het bevoegd gezag te melden.

4.2

Bodemkwaliteit

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;  beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen;  evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;  duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen Betekenis voor het project Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek3 uitgevoerd. Er zijn in plaatselijk zowel in de boven- als ondergrond lichte verhogingen aangetoond aan diverse zware metalen. In het grondwater zijn verhogingen aan barium, nikkel, xylenen en dichloormethaan aangetoond.

De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek.

4.3

Water

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap.. In het kader van de watertoets wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Indien het advies niet wordt opgevolgd, dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden. 2

Archeologisch verkennend booronderzoek voor het plangebied De Meermin aan de Dijkgraaf Poschlaan in Edam, Hollandia Archeologen, januari 2025 3 Verkennend bodemonderzoek Paulus Pietersstraat 1 (locatie De Meermin) te Edam, Grondslag, 10 mei 2021

DNS Planvorming BV

19/31

Fysieke leefomgeving

Betekenis voor het plan Voor het plan heeft afstemming plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Watercompensatie. Onderstaand overzicht toont de aanwezige verharding in de huidige en toekomstige situatie. Oude situatie

Nieuwe situatie

Bebouwing (footprint)

3364

m² 3216

m²

Verharding (incl. terras/tuin)

1966

m² 1806

m²

Verharding (parkeerplaats groen)

646

m²

Verharding (onderhoudsstrook)

162

m²

De parkeerplaatsen en onderhoudsstrook in de nieuwe situatie worden met waterdoorlatende verharding gerealiseerd. In de berekening van de verhardingstoename mag dit daarom voor 50% worden meegerekend. De verhardingstoename in de nieuwe situatie bedraagt circa 96 m². Op grond van de waterverordening van het HHNK is watercompensatie nodig vanaf een verhardingstoename van 230 m². Dat is hier niet aan de orde. Desondanks zal een deel van de daken als sedumdak worden uitgevoerd. Dit betreft een oppervlak van in totaal minimaal 100 m². Waterkwaliteit en riolering Er wordt aangesloten op het aanwezige rioolstelsel ter plaatse. Het afstromende hemelwater kan als schoon worden beschouwd. HHNK raadt aan om terughoudend om te gaan met uitlogende materialen zoals koper, lood en zink. Klimaatadaptatie De verandering van het klimaat heeft gevolgen voor de veiligheid, de economie en de gezondheid van inwoners. Hevige buien veroorzaken schade en overlast. Langdurige droge periodes veroorzaken hittestress, met name in stedelijke gebieden. Een slim ingerichte ruimtelijke inrichting helpt deze steeds vaker voorkomende weersextremen het hoofd te bieden. Het uitgangspunt hierbij is om water lokaal op te slaan tijdens (extreme) buien, zodat het vervolgens gebruikt kan worden in droge perioden.

Eén van de maatregelen die in dit kader wordt genomen is de aanleg van parkeerplaatsen met open (waterdoorlatende) bestrating. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het oogpunt van water geen belemmeringen zijn voor het initiatief.

4.4

Natuur

In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan natuur4 uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder beschreven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Polder Zeevang’ ligt op een afstand circa 1 km van het plangebied. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Geluid en beweging die met de werkzaamheden gepaard

4

Quickscan ecologie De Meermin te Edam, Els & Linde, 2 januari 2024

DNS Planvorming BV

20/31

Fysieke leefomgeving

gaat reiken enkele honderden meters ver. Gezien de ligging van het plangebied en de tussenliggende bebouwing ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten van geluid en beweging op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van het Natura 2000-gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging en verdroging. Ook leiden de werkzaamheden niet tot verstoring door verlichting en door mechanische effecten. Er zijn stikstofberekeningen met het programma Aerius uitgevoerd5. Uit deze berekeningen volgt dat de maximale projectbijdrage in de gebruiksfase en aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. De planlocatie ligt op ongeveer 1,9 km van het Natuurnetwerk Nederland.

Het afwegingskader Natuurnetwerk Nederland is alleen van toepassing voor ingrepen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming Uit de uitgevoerde quickscan volgt dat de aanwezigheid van vleermuizen en gierzwaluw niet kan worden uitgesloten. Er zijn geen huismussen waargenomen. De daktrim en het boeibord sluit niet overal strak aan op de gevel wat invliegmogelijkheden voor deze soorten creëert. Tevens bevat de gevel van de Dijkgraaf Poschlaan open stootvoegen waardoor vleermuizen hier ook de gevel kunnen binnendringen. Er is daarom verdiepend onderzoek uitgevoerd naar deze soorten6. Uit de resultaten van het verdiepend onderzoek blijkt dat er binnen de planlocatie 2 zomerverblijven en 1 paarverblijf van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Gezien de sloop van het pand is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk. Conclusie Met betrekking tot gebiedsbescherming en soortenbescherming zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. De algemene zorgplicht (Artikel 1.6 van de Omgevingswet) en de specifieke zorgplicht omtrent Natura2000-gebieden dient bij de uitvoering van het project in acht te worden genomen (art 11.6 van het bal).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=a246ec48-82aa-4818-8c54-e9a7b0d6e636