Bijlage 3 Overzicht van de opgehaalde inbreng
Tekst van het document
Dorps- en wijkraden willen dat per onderwerp wordt bepaald* of bewoners voor informatie bij de gemeente moeten zijn of dat de communicatie via de dorps- en wijkraden loopt. *: bijvoorbeeld door het GDO Graag duidelijker definities van de verschillende rollen (zoals klankborden). Tip: gebruik de rollen zoals Dorpswerk NH die heeft gedefinieerd.
Dorps- en wijkraden willen hun gemeenschap kunnen blijven vertegenwoordigen. Zonder die positie te hebben kunnen zij ook hun andere rollen niet goed vervullen. Niet over elk onderwerp (als er teveel verdeeldheid bestaat) en niet elke dorps- of wijkraad zal die rol willen vervullen. Maatwerk moet mogelijk zijn.
Wat hebben we dit overgenomen en hoe? Deze wens leggen we neer bij het MT. We willen niet de verwachting wekken dat dit tot een andere keuze leidt. Deze wens leggen we neer bij het hoofd van het KCC (Klant Contact Centrum). We willen niet de verwachting wekken dat dit tot een andere keuze leidt. In alle gevallen waarin snelheid geboden is, is het raadzaam om het algemene nummer te bellen. Het Klant Contact Centrum is altijd bereikbaar en zorgt ervoor dat de vraag direct op de juiste plek terecht komt. Het is handig om de gemeentelijke contactpersoon wel te informeren zodat deze weet wat er speelt. Hier zijn we het tijdens de avond niet over eens geworden. Hier komen we in een apart gesprek op terug.
Wat hebben we niet overgenomen, en waarom?
De rollen zoals die zijn benoemd in het praatpapier zijn mede geformuleerd op basis van de rollen die Dorpswerk NH noemt. We zullen ze duidelijker definiëren en die definities afstemmen met het GDO, zodat voor alle partijen duidelijk is wat er onder elke rol wordt verstaan. Hier zijn we het tijdens de avond niet over eens geworden. Hier komen we in een apart gesprek op terug.
De rollen die Dorpswerk NH noemt, overlappen deels. We missen er ook enkele. Daarom hanteren we niet precies dezelfde indeling en omschrijving als Dorpswerk NH.
30
Wat hebben we opgehaald? Doe eventueel een experiment (aanbod Edam)
Neem het GDO op in het convenant.
Wat hebben we dit overgenomen en hoe?
We gaan met Wijkraad Breed Edam in gesprek over de vraag hoe zo’n experiment er uit zou kunnen zien. Dat is reeds toegezegd. We nemen dit mee wanner we samen met het GDO een nieuw concept convenant opstellen. We komen in een apart gesprek terug op het onderwerp ‘actievoeren’: wat versta je daar onder en kan dat wel of niet. Het vervolggesprek wordt voorbereid met een afvaardiging vanuit de dorps- en wijkraden. Daarbij kijken we ook of we tot definities kunnen komen die voor alle partijen duidelijk zijn.
31
Wat hebben we niet overgenomen, en waarom?
Verslag vervolg evaluatie over en met dorps en wijkraden 3-06-2024 • •
Aanwezig: dorpsraden van Hobrede, Middelie, Oosthuizen, Schardam, Warder; voorzitter GDO; gemeente, wijkraden Breed Edam en Oude Kom; Afwezig: dorpsraden Beets (nog in oprichting), Kwadijk (hebben een vergadering) en Purmer (nog in oprichting).
Geluidsopname Door omstandigheden heeft de notulist op het laatste moment afgezegd. Is het akkoord om een geluidsopname te maken van de bijeenkomst? Die wordt vernietigd wanneer het verslag gereed is. De aanwezigen gaan daarmee akkoord. Proces Op 12 juni is het GDO. We spreken af om dan een terugkoppeling op hoofdlijnen te geven van de uitkomsten van deze avond voor de mensen die niet bij deze bijeenkomst konden zijn. Moeten de dorps- en wijkraden (dwr) nog een keer een sessie organiseren om de vragen die vanavond aan bod komen met de gemeenschap te bespreken? Joeri: als er onderwerpen zijn waarvan jullie denken dat dit nodig is om dat te checken, dan is het goed om dat te doen. Proces verder (na vanavond): in de zomer gaat de gemeente een voorstel schrijven. Op 30 september zal het die plannen presenteren aan de inwoners. Daarna gaat het voorstel de besluitvorming in. Inbreng kan komende maanden nog meegegeven worden. Naar planning beslist het college in oktober, de raad in december. Waarover zijn we het eens? De gespreksleider heeft de punten uit de notitie op vijf sheets gezet. Het zijn punten waarvan de gemeente denkt dat de dwr en de gemeente het daarover eens zijn. We checken per sheet of het klopt dat de dwr het eens zijn met die punten. Sheet 1/5: de aanwezigen zijn eens over de definities van de rollen die hier staan. Bij ‘meedenken’ wordt ook ‘faciliteren’ genoemd.
De definities zijn bruikbaar, maar de gespreksleider schat in dat de aanwezigen het wel eens zijn over de rollen, maar wellicht niet over de invulling daarvan. Schardam ziet graag een nader gesprek over de rollen maar vindt deze definities een goede basis om op voort te bouwen. Dorps- en wijkraden kunnen zelf kiezen welke rollen zij wel en niet vervullen. De dwr bestaan immers uit vrijwilligers. Je moet niet verplicht gaan stellen wat ze wel en niet doen. De gemeente wil wel als eis stellen dat dwr de verbindende schakelfunctie vervullen. Wijkraad Edam: het lijkt erop alsof alleen de dwr verplichtingen hebben en de gemeente niet. Welke plichten liggen er vanuit de gemeente richting de dwr? Schardam: met die verbindende schakelfunctie zijn we het op zich niet oneens. Maar het is niet heel duidelijk wat daaronder verstaan wordt. Dat gaan we uitschrijven (definitie opstellen). Sheet 2/5: de aanwezigen zijn het eens met deze punten.
32
Schardam: de gemeente kan helpen bij de verbreding van het draagvlak van dwr. Helpen met enquêtes bijvoorbeeld. Edam heeft moeite om draagvlak te vinden. Wellicht kan de afdeling communicatie van de communicatie helpen. Dwr kunnen het gesprek faciliteren dat de gemeente met inwoners voert over onderwerpen die gevoelig liggen, en neemt dan een neutrale rol aan. De dwr bereiken immers meer mensen. Sheet 3/5: • De verplichting/rol van de gemeente staat hier erg vrijblijvend geformuleerd. • Wat als gemeente en dorpsraad het niet met elkaar eens zijn? Stel er is een meningsverschil. Hoe kom je dan verder? Kun je dan escaleren (het hogerop spelen)? • Dwr willen het liefst dat het gesprek zoveel mogelijk via dwr gaat. • Zorg ervoor dat de dwr een goede informatiepositie hebben (weten wat er speelt). Als je dwr wilt ondermijnen dan moet je ze vooral niet informeren over wat er gebeurt. • Het is iets anders als de gemeente met de dwr in gesprek gaat en de dwr zelf zegt: wij willen hierover wel/niet namens de gemeenschap spreken. Je bent dat als dwr niet verplicht. • Anderzijds wil de gemeente het niet als een recht formuleren. Het moet niet zo zij dat dwr gaan zeggen: je bent verplicht om dit onderwerp via de dwr te spelen. • Het gaat om tweerichtingsverkeer. Wens om duidelijker te normeren & definiëren wanneer een onderwerp sowieso via dwr loopt en wanneer niet.
• En om elkaar goed informeren: hoe kunnen de dwr weten wat gemeente van plan is, in het dorp/de wijk. • Als een onderwerp geen belangen van inwoners raakt, is participatie niet nodig. Sheet 4/5: Op deze sheet gaat het onder andere over vertrouwen. Daar had dit proces mee moeten beginnen. Constateren dat je met elkaar wilt samenwerken, dat je allebei zelfde wilt. Joeri: ik denk dat ik het proces lastiger heb gemaakt dan nodig. Maar ik heb ook het gevoel dat we de afgelopen tijd bezig zijn het te hervinden. Laten we elkaar daar op aanspreken. De passage dat dwr een verbindende schakelfunctie hebben roept discussie op. Hoe doe je dit dan? Wat versta je er onder? • Goed verwachtingsmanagement • Antwoorden motiveren/toelichten (beide kanten op) • Ga alleen naar pers/raad als je er niet uitkomt met het college • Elkaar niet verrassen: meld het vooraf als je denkt dat het nodig is om naar pers/raad te stappen Hoe moeten we die rol vervullen als we gedwongen worden dat we via een ambtenaar moeten communiceren? Sheet 5/5: situaties waarin een dwr overweegt om te procederen zijn zeer zeldzaam. Laten we hier niet te lang bij stilstaan / laat hier niet alle energie naartoe gaan.
Waar zijn we het (nog) niet over eens? Sheet 1/8 Eens met dit punt
33
2/8 Hanteer de definitie van dorpswerk: we gaan samen een definitie opstellen. Het is prima om daar ook de definitie van DNH bij te betrekken. 3/8 Eens 4/8 Ook als de gemeente ervoor kiest om het gesprek direct met de inwoners te voeren blijft het zaak dat gemeente en dwr elkaar goed blijven informeren en elkaar niet verrassen. De keuze om het gesprek via de dwr te voeren of direct met inwoners zal afhangen van hoe gevoelig het onderwerp ligt. Misschien is opportuun een beter woord? Dwr willen de kans krijgen om mee te denken hoe de gemeente het gesprek met de inwoners het beste kan organiseren. 5/8 Bezwaar maken is iets anders dan naar de rechter gaan. Maar ook dat niet? Overweeg om een ombudsman aan te stellen binnen de gemeente, als stootkussen. Opnemen in het convenant. 6/8 Relatie kan verkleuren/veranderen zoals in de sheet wordt aangegeven. We spreken af dat we samen een definitie opstellen van wat we verstaan onder ‘Verbindende schakel’. 7/8 We constateren dat we het niet eens zijn en zullen worden over het wel of niet hebben van directe contactpersonen. Bij specifieke werkzaamheden is de projectleider wel de directe contactpersoon. Dat staat ook zo vermeld in de brieven over die werkzaamheden. 8/8 In de discussie of (bestuurs)leden van dwr al of niet ook politiek actief mogen zijn, kunnen ambtenaren niet veel betekenen.
Dat is een politieke afweging van de raadsfracties.
Vervolgproces • Het onderwerp subsidies bespreken we op een later moment, met de agendacommissie. Dan maken we ook een voorstel voor de definities: ‘wat zijn dorps- en wijkraden’ en ‘wat is de verbindende schakelfunctie’. Als er nog andere vertegenwoordigers van DWR willen aansluiten zijn ze uiteraard van harte welkom. • Er komt een (tabel)verslag van deze avond. • Op maandagavond 30 september (19.30 uur, Pius X) presenteert de gemeente de voorstellen voor het nieuwe beleid aan de inwoners. • Daarna verwerken we de input uit die avond en gaat het voorstel naar het college. • De planning is dat het voorstel in december door de raad behandeld wordt. Hoe kijken de deelnemers terug op de avond? Hilda: Positief gevoel, begon ook positief. Er lag een stuk waarin we onszelf herkenden, behoorlijk veel tijd/energie in gestoken. We gaan naar een oplossing. We komen eruit als we onze taal op goede manier formuleren. Paar principiële punten maar dat zien we dan wel. Gaan er wel uitkomen. 34
Jan Willem: dat positieve gevoel deel ik. Toen ik het stuk las, was zichtbaar dat we een stap verder zijn gekomen. Ik zie ook hoe je probeert de discussie met ons vorm te geven. Maar dat je ook het college achter je hebt. Dat je een goeie brug probeert te maken. Lex: Zit nog te denken, kan zijn dat er full time functie nodig is. Ben je 1 uur per maand beschikbaar of meer? Joeri: dat jullie van te voren hebben meegedacht over de opzet en voorbereiding van deze bijeenkomst heeft mij wel geholpen. Het was een goed idee om dit keer jullie eigen stuk als uitgangspunt te nemen. Dat hielp mij om meer vanuit jullie te denken. Ook goed dat er een gesprek is geweest. Dat was niet de eerste keer: ook in eerdere gesprekken hebben jullie me geholpen om zoveel mogelijk vanuit de inwoner te denken/schrijven. De manier waarop we dat proces hebben vormgegeven zegt iets over participatie als samenwerking. Participatie zelf mede vormgeven om te kijken hoe je nader tot elkaar komt. Dank voor jullie inbreng en de constructieve sfeer.
35
Evaluatie met Team Projecten en Team Bouwen / Vastgoed, 30-01-2024 Wat hebben we opgehaald?
Wat hebben we verwerkt, en hoe?
Het is beter om niet te werken met vertegenwoordigers, maar met de inwoners (belanghebbenden) zelf in gesprek te gaan. Inwoners vinden het moeilijk om in het belang van de hele buurt te denken. De projectleiders zien dat inwoners voornamelijk voor het eigen belang gaan in plaats van zich in te leven in het algemene belang (van de gemeenschap als geheel). Bij dorpsraden speelt dit ook. Projecten ervaart de bereikbaarheid en ondersteuning vanuit afd. Communicatie als onvoldoende. “Ze zeggen meestal: kom maar met een voorzet”. Zij wijten dit aan gebrek aan menskracht. ‘Heeft Communicatie voldoende beeld van wat er bij ons speelt?’ Er is behoefte aan expertise t.a.v. het organiseren van participatie (sparren/adviseren en uitvoeren). Het is niet wenselijk als het bestaande team dat erbij moet doen: meer menskracht nodig. Omgevingsmanagement is een ondergeschoven kindje is Teamleden vullen dit op eigen manier in. Er is behoefte aan eenduidigheid met betrekking tot omgevingsmanagement. Er is behoefte aan een gesprekleider of regisseur die tijdens participatiebijeenkomsten (voorbeeld: De Ark) het gesprek in goede banen leidt. De emoties kunnen tijdens zo’n avond hoog oplopen. Wanneer is inwonersparticipatie genoeg (wanneer is het genoeg geweest)? Er komt steeds wat nieuws. Soms kun je inwoners blijven meenemen maar blijft er steeds iets komen.
Behoefte om te weten waar een participatieplan aan moet voldoen. Aan welke criteria toetsen we dat? Graag een checklist. Participatieplannen worden getoetst op basis van onderbuikgevoel en vergelijking met andere plannen. Er is geen afvinklijstje. *** 36
Wat hebben we niet verwerkt, en waarom?
Dergelijke afwegingen zijn afhankelijk van de situatie en de context. Hier is geen standaard beleidsantwoord op te geven. Check: bedoelen Lisa en Paola hetzelfde met dat ‘afvinklijstje’? Ik denk dat ze elk iets anders bedoelen.
Een afvinklijst is niet de juiste manier omdat participatie juist ook waardevol is om op te halen wat er speelt onder inwoners. Er is wel een participatiewerkwijze. Over hoe participatie moet worden uitgevoerd. Nu de uitvoering nog. Extra capaciteit bij communicatie of bij omgevingsmanagement? Er kan wel een mooi plan worden gemaakt maar het gaat ook over cultuur. Over de grondhouding die je als persoon hebt ten opzichte van inwonersparticipatie. Die grondhouding gaat de een makkelijker af dan de ander. Er moet een centrale plek zijn waar bekend is welke afdelingen met inwonersparticipatie bezig zijn, bijvoorbeeld om te voorkomen dat twee inwonersbijeenkomsten op dezelfde avond gepland staan. Zorg voor een goede uitwisseling van kennis en informatie binnen de gemeente. We moeten voorkomen dat we over verschillende onderwerpen allemaal hetzelfde wiel uitvinden. Er wordt een integrale rapportage gemaakt gedurende elk project waarin ook melding wordt gemaakt van participatie. In het EVRPP komen communicatie en participatie aan bod. Is er ruimte voor maatwerk? Elk project is anders.
Grondzaken geeft aan vaak te faciliteren aan andere afdelingen of externe partijen. Bijvoorbeeld bij het neerzetten van POP-huisje voor het telecomnetwerk. De communicatie verliep vanuit projecten. We dachten dat participatie daar was besproken maar hier is het toch tussen wal en schip gevallen. Dit lijkt te komen doordat er geen vergunning aangevraagd hoefde te worden (vergunningsvrij) en daardoor geen participatie en geen toets op participatie had plaatsgevonden. Behoefte aan een onafhankelijke mediator (gespreksleider), zekere bij onderwerpen die gevoelig liggen. Zoals huisvesting van asielzoekers, Oekraïners en statushouders. Casus Beets, Maria Goretti, De oude seinpaal, Parkeerterrein Singelpark Casus Beets: Casus waar veel van is geleerd. We houden geen inwonersbijeenkomsten rondom de huisvesting van asielzoekers, Oekraïners en statushouders.
37
Dit is een belangrijk toetscriterium voor het beleid zelf: laat dat de medewerkers voldoende ruimte voor maatwerk? Nadenken over de vraag hoe om te gaan met participatie bij vergunningsvrije projecten.
Evaluatie met Team Bouwen en Milieu, 01-02-2024 Wat hebben we opgehaald?
Wat hebben we verwerkt, en hoe?
Team Beroep en Bezwaar is erbij geholpen als altijd bekend is hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat daar uit is gekomen zodat dit kan worden gebruikt in de bezwaarprocedure. “Als er geen participatie is gevoerd maar er wel bezwaar komt, wil je weten of dat klopt en wat er wellicht wel is gedaan aan participatie.”
De Omgevingswet schrijft voor dat het college gehouden is (motiveringsplicht) om bij bepaalde besluiten aan te geven wat het beleid is t.a.v. inwonersparticipatie, hoe het college daar invulling aan heeft gegeven t.a.v. dit besluit, wat daar uit is gekomen en hoe dat is verwerkt. We overwegen om dat voor alle besluiten toe te gaan passen. Het is goed dat medewerkers een zekere mate van tolerantie hebben voor inwoners die op een onprettige manier reageren / de confrontatie aangaan. Maar daar zitten grenzen aan. Waar ligt die grens? Vinden we bedreigingen toelaatbaar?
We hebben geen behoefte aan meer ondersteuning of training t.a.v. grensoverschrijdend gedrag. Dat kun je toch niet voorkomen. Er zijn altijd inwoners die op een onprettige manier reageren / de confrontatie aangaan. “Na 30 jaar ervaring heb ik een steeds dikkere huid gekregen. Het ligt eraan hoe je zelf bent als persoon. Ik heb tegenwoordig wel vaker de angst dat ik met vier lekke banden kom te staan. Het komt tegenwoordig dichter bij, ook privé.” Mensen worden mondiger en agressiever. Het is nog nooit echt misgegaan maar bedreigingen over de telefoon gebeuren regelmatig. Vooral schreeuwen. Ook als mensen zelf een verkeerder keuze hebben gemaakt (iets bouwen zonder vergunning) en dat te horen krijgen gaan sommige inwoners best ver. De medewerkers hebben er moeite mee dat zij niet vrijuit kunnen communiceren met aanvragers. “Je begint met goede moed om objectief te adviseren maar de negatieve ervaringen vormen je. Bij een beroep/bezwaar is het ook geschiedenis wat wordt weergegeven. Soms kan het gedrag van een persoon meespelen in het objectief beoordelen.”
38
Wat hebben we niet verwerkt, en waarom?
Dit type afweging is dusdanig van de situatie afhankelijk dat we het niet haalbaar achten hier beleidsregels voor op te stellen. Vooralsnog is ons voorstel om deze afweging per geval te laten maken door de
betreffende ambtenaren. Alles wat op schrift staat valt onder de WOO. Aanwezigen hebben er moeite mee dat ze zichzelf erg moeten indekken. Zowel naar de burger als soms naar bestuurders / gemeenteraad. Die neigen er soms naar om de inwoners eerder te geloven. Dan moet de ambtenaar zich verdedigen. Zij hebben behoefte aan rugdekking en ervaren deze ook vanuit het management en vanuit hun naaste collega’s.
Team Evenementenvergunningen ervaart geen problemen met grensoverschrijdend gedrag en heeft geen behoefte aan meer ondersteuning of training op dat punt. “Het gaat vaak over buurtfeesten. Dan is er al een goede sfeer. Weinig weerstand. Soms wel achteraf over overlast, maar dan is het feest al geweest en vragen we de organisator de volgende keer om daar rekening mee te houden.”
39
Het is positief dat medewerkers rugdekking ervaren. Het is verstandig om afwegingen en revelante informatie vast te leggen. Het hoort staande praktijk te zijn dat we pas een standpunt innemen als alle informatie voorhanden is (na toepassen van hoor en wederhoor). We kijken of het nodig is dat in beleid vast te leggen. Helder.
Evaluatie met Team Ontwikkeling & Projecten (Samenleving), 13-022024
Wat hebben we opgehaald?
Wat hebben we verwerkt, en hoe?
Waar is behoefte aan m.b.t. advies? Het lastig is om de juiste doelgroep te bereiken.
Wellicht is het zinvol om een adviesraad te hebben die bepaalde doelgroepen (minderheidsgroepen) vertegenwoordigt. De leden van het sportplatform zijn volgende de regels onafhankelijk. In de praktijk spreken zij meer vanuit (het belang van) de organisatie waarvoor zij actief zijn, dan dat zij uit eigen naam spreken / in algemene zin meedenken.
De denklijn is om bij het maken van een participatieplan na te denken over de vraag welke doelgroepen je wilt bereiken. Communicatie kan meedenken over de beste wijze om die doelgroep(en) te bereiken. Is een van de opties t.a.v. de vraag hoe we ervoor zorgen dat de stem van minderheidsgroepen meegenomen wordt.
In zowel de adviesraden als de dorps- en wijkraden zitten inwoners. Die hebben per definitie eigen belangen. De denklijn is om scherper onderscheid te maken tussen onafhankelijke advisering (van buitenaf) en belangenbehartiging. Ook bij de adviesraden die door De denklijn is om scherper het college zijn ingesteld lopen onderscheid te maken tussen belangenbehartiging en advies onafhankelijke advisering (van door elkaar heen. buitenaf) en belangenBelangrijk om het onderscheid behartiging. tussen een adviesraad en een Opties: leden van buitenaf, of belangenorganisatie duidelijk te de taak van de adviesraden hebben. Een adviesraad wordt terug brengen tot de ingesteld door het college. wettelijke kerntaak: cliëntenraden. De vraag is wanneer er sprake is In principe vragen we advies van gevraagd advies en wanneer we nieuw beleid of wanneer van ongevraagd uitvoeringsregels maken die advies. betrekking hebben op het terrein van die adviesraad. Als een adviesraad over een onderwerp wil adviseren, gaan we in gesprek over de vraag of 40
Wat hebben we niet verwerkt, en waarom? Hier kwam geen duidelijk antwoord op.
Hoe verhoudt zich dat tot de denklijn dat we niet met vertegenwoordigers praten maar met de mensen om wie het gaat?
Zoekende in wat de goede stappen zijn. Het kan soms voelen als tegen de gemeente, het idee is juist met de gemeente.
Daarbij ook de vraag: Wat versta je onder onafhankelijk. Technisch zitting nemen maar je informatie halen uit de achterban. Kan het naast elkaar bestaan dat je belangenbehartiger bent en vertegenwoordiger? De jeugdraad heeft vaak een kennisachterstand over waar we als gemeente mee bezig zijn. Dus in de praktijk zijn we meer informatie aan het geven aan hen dan dat zij een advies aan ons geven. Hoe brengen we ze in stelling zodat er daadwerkelijk advies wordt gegeven?
De wens is er dat de jeugdraad effectiever gaat werken. We willen de goede verstandhouding echter niet op het spel zetten.
dat een gevraagd advies kan worden. Zo nee, dan kan de adviesraad overwegen om een ongevraagd advies uit te brengen. Wellicht lossen we dit op door scherper de lijn te trekken tussen advies en belangenbehartiging. ‘Tegen’ de gemeente ben je immers doorgaans alleen vanuit een belang. Als het onderwerp jouw belang niet raakt is er geen sprake van een belangenconflict.
Bij het voorbereiden van een adviesaanvraag hoort dat je de adviesraad de nodige informatie geeft om advies te kunnen uitbrengen. Daarbij gaat het niet om ‘kennis van zaken ‘- als ze die niet hebben, dan moet je hen niet om advies (willen) vragen. Ook bij andere vormen van inwonersparticipatie moet je vaak eerst enige kennis overbrengen voor inwoners daadwerkelijk mee kunnen denken. Het moet meerwaarde hebben. Met de Koepel zijn we in gesprek over de vraag hoe we een relatie opbouwen waarin je tegen elkaar kunt zeggen wat goed gaat en niet, zodat je daar vervolgens aan kunt werken. Wellicht is dat ook bij de Jeugdraad een optie. Andere optie: maak er een jeugdplatform van. En dan voor de uitvoering van de jeugdwet gebruik maken van een cliëntenraad. Er wordt nu
41
Als het onderwerp jouw belang raakt is er sprake van (de schijn van) een belangenconflict en is adviseren / breder vertegenwoordigen lastig / niet verstandig.
Het moet niet voelen als een verplichting, een paraaf halen. Dan voeren we de wet niet echt uit – het klopt wel volgende de letter van de wet maar niet volgens de geest van de wet.
Twijfels of het lukt om cliëntenraad op te zetten. Nemen mensen daarin echt deel? Jeugdigen?
De aard van het werk is veranderd. Geen grote boekwerken vol beleid maar veel meer gericht op interventies. Je wil weten hoe dit in de doelgroep wordt ervaren. Zijn er voldoende dorps- en wijkraden? De ervaring is dat dorps- en wijkraden nu vooral belangenorganisaties zijn. Er is behoefte aan een procesbeschrijving rondom inwonersparticipatie: wat kun je doen en in welke volgorde. Dat zou ook eenduidigheid geven voor de hele afdeling. Bij sport is het nu te random.
ruggenspraak over de uitvoer van de jeugdwet gemist. Een cliëntenraad kan ook uit ouders bestaan. De vorm van een raad past inderdaad vaak minder goed bij jongeren. Een andere vorm waarin ze hun mening kunnen geven (een app-groep bijvoorbeeld) zou een optie kunnen zijn.
Elke kern heeft een dorps- of wijkraad.
Het huidige idee is om een checklist te maken met vragen die je jezelf kunt stellen als je nadenkt over participatie. En wellicht een kennisfunctie binnen de organisatie waarmee je kunt sparren. In het participatieplan beschrijf je waarom je kiest voor welke vorm van participatie. Afhankelijk van het doel zet je bepaalde middelen / kanalen in.
Behoefte aan handvatten om draagvlak te krijgen zodat er niet te veel weerstand komt bij de besluitvorming. Er is gebrek aan kennis en vaardigheden op dit gebied. Bijvoorbeeld: hoe zorg je voor een goede enquête. Hoe moet je analyseren en terugkoppelen. Afweging: moet er iemand worden aangesteld hiervoor of krijgen we tools om dit zelf onder de knie te krijgen. We zien hier een kennisachterstand.
Communicatie biedt reeds ondersteuning en heeft lopende contracten voor het opzetten van online enquêtes
42
43
Evaluatie met Team Omgevingsbeleid, 15-02-2024 Wat hebben we opgehaald?
Wat hebben we verwerkt, en hoe?
Infomeren is belangrijk. Ook bij een groot project onlangs is dit onvoldoende is gedaan. Juist vooraf al mensen laten weten wat de gemeente van plan is. Om goodwill te kweken. Idee: raad van ervaringsdeskundigen maar dan integraal.
Het voorstel is om altijd aan het begin een participatieplan te maken. Daarin is een kernvraag: wanneer begin je met informeren en wanneer met participeren. Participeren kan niet altijd aan het begin. Communiceren wel. We overwegen een Denktank in te stellen. Die leggen we vragen voor, bijvoorbeeld via het ‘Praathuis’ op onze website. Het staat alle leden van de Denktank vrij om te reageren of niet. De verwachting is dat mensen vooral zullen reageren op onderwerpen die hun belang(stelling) raken en waar zij expertise op hebben. In het voorstel noemen we als optie om groepen met tegenstrijdige belangen juist bij elkaar te zetten. Dan krijgen ze inzicht in elkaars belangen (kweek je begrip) en kan ter plekke al een belangenafweging ontstaan. Participatie is inderdaad grotendeels maatwerk. Dat willen we behouden.
Onderscheid tussen participatie door derden en inwonersparticipatie wordt benoemd. Hoe maak je het lijntje tussen die twee. Zet ze bij elkaar? De keuze voor participatie is steeds verschillend. Geen behoefte aan handleidingen, het is soms ook ervaring en intuïtie.
Wat hebben we niet verwerkt, en waarom?
We stellen voor om wel te gaan werken met een handleiding. We willen sommige onderdelen namelijk wel standaardiseren (meer eenduidigheid) en een aantal stappen afspreken die iedereen zet. Zo zal je een participatieplan moeten maken aan het begin, en moeten verantwoorden wat je hebt gedaan en wat er uit is gekomen aan het eind. Dat laatste is een eis vanuit de Omgevingswet.
44
We zullen voorstellen dat je de gemaakte keuzes verantwoordt: waarom is er voor gekozen om wel/geen participatie te doen, bijvoorbeeld. De handleiding helpt mensen om dat participatieplan te maken. Daarnaast kun je in de handleiding tips opnemen. Insteek is heel belangrijk: hebben bewoners echt invloed gehad. Wat is de inzet. Sta je open voor de invloed?
Zet bij nieuwbouw zowel de mensen die er willen gaan wonen als de mensen die kritiek hebben bij elkaar.
Voor het ontwikkelkader moet ook participatie plaatsvinden.
Bij het ene projecten konden we sturing geven aan de participatie in nauwe samenspraak met de externe partij die dit verzorgde. Bij een ander project was dit niet het geval. Daar zijn we nooit uitgenodigd. Dan verlies je feeling met de mensen. Dat is problematisch aan de manier waarop projectontwikkelaars de participatie mogen vormgeven. Als we participatie gaan professionaliseren dan moeten daar ook professionals bij betrokken worden. Mensen
Door aan het begin van het traject te formuleren wat al vast ligt en wat de criteria zijn waarop we de inbreng zullen toetsen, wordt duidelijk wat de ruimte is voor belanghebbenden om invloed uit te oefenen. In het voorstel noemen we als optie om groepen met tegenstrijdige belangen juist bij elkaar te zetten. Dan krijgen ze inzicht in elkaars belangen (kweek je begrip) en kan ter plekke al een belangenafweging ontstaan. Het voorstel is om altijd aan het begin een participatieplan te maken. Daarin bepaal je of er participatie komt, waarover, wanneer en hoe.
We zullen voorstellen om middelen te ontwikkelen die participatie door derden ondersteunen (verleiden). We zullen daarin aangeven dat het wenselijk is dat de participatie aansluit bij wat de inwoners gewend zijn, zodat het soepeler verloopt (lobbyen). Tenslotte is het wenselijk om met de ontwikkelaars in gesprek te blijven om te volgen of de participatie goed verloopt en zo nodig suggesties ter verbetering te doen (leuren). We zullen adviseren om een adviseur participatie aan te stellen. Een sparringpartner die mee kan denken over de vragen die je jezelf stelt bij het 45
Participatie is geen verplichting. Als er redenen zijn om geen participatie te organiseren, is het wel zaak om dat goed te motiveren.
aan boord hebben die dit kunnen. Communicatiebureau, goede ervaring mee. Extra werk is extra expertise nodig Wat is gepast bij welk stadium. Zou fijn zijn als je iemand daarin kunt consulteren. Communicatieplan is goed maar dan is er wel iemand nodig die dit kan begeleiden en coördineren. Voordeel van extern bureau is dat ze onafhankelijk zijn. Iemand die vanuit het belang van omwonenden kan kijken naar zo’n proces. Grensoverschrijdend gedrag: de groep is niet onbekend met bedreigingen. Behoefte aan centraal zicht op welke participatietrajecten er allemaal lopen op dat moment
De digitale participatie tool Citizenlab is nog niet bij iedereen bekend. Willen graag meepraten bij de inkoop ervan. Gespreksleider inzetten bij controversiële onderwerpen / botsende belangen Hoe stroomlijn je de opgehaalde informatie. Dat het een goede representatie is. Hoe krijg je de stille meerderheid mee t.o.v. de harde schreeuwers? Als er maar een paar mensen reageren hoe weet je dan dat dit een goede weergave is van de hele groep?
Voorafgaand aan het proces spelregels afspreken. Wie
opstellen van een participatieplan en kan adviseren over vormen. Mogelijk zullen we ook adviseren ondersteuning bij het organiseren van participatiebijeenkomsten aan te stellen. Het inzetten van daarvoor gespecialiseerde bureaus is en blijft een mogelijkheid. Misschien is het ook een idee om medewerkers die veel te maken hebben/krijgen met participatie op sommige competenties extra te trainen. Idem
We stellen een richtlijn op voor hoe om te gaan met grensoverschrijdend gedrag. De afdeling Communicatie houdt een evenementen-kalender bij. We werken aan een vorm om die ook online beschikbaar te stellen. Die is nog in de maak. Als de tool door de testfase komt en voldoet aan alle mogelijkheden, wordt hij breder uitgerold en kan er in overleg met Communicatie een traject opgestart worden. Deze optie nemen we mee in de voorstellen. We zullen voorstellen om de uitkomsten van inspraak ook te verspreiden onder mensen die niet aanwezig waren zodat zij kunnen reageren / aanvullen. Een andere optie is mensen van tevoren te peilen (proactief), zodat je een breder palet van geluiden hoort en je mensen die de stille meerderheid vertegenwoordigen kunt uitnodigen. We zullen als optie het inzetten van een of meer omgevingsmanagers / gebiedsmanagers noemen, die als taak hebben te peilen wat er leeft en speelt en een netwerk op te bouwen. Het voorstel is om altijd aan het begin een participatieplan te maken. Daarin 46
heeft welke rol. Gemeente, ontwikkelaar en dorpsraad of andere belangenpartijen.
Daarin ook afspreken wanneer we weer op de radar komen bij de mensen
De mening van de dorpsraden is vaak zo negatief. Dat beïnvloedt ook de anderen. Belangrijk om vooraf de rol goed duidelijk te maken.
benoem je de stakeholders en geef je aan wie je op welk moment en op welke manier betrekt (welke trede van de participatieladder). We maken ook afspraken met het college en de raad over het proces vanuit hun rol daarin. In het voorstel presenteren we verwachtingsmanagement als een van de twee pijlers van succesvolle inwonersparticipatie. Dat betreft o.a. de vraag wanneer je de betrokkenen informeert over de voortgang. We zijn in gesprek met de dorps- en wijkraden over hun rol bij participatie. De vermoedelijke richting is dat we bij controversiële onderwerpen direct met de inwoners in gesprek gaan (waarbij ook dorps- en wijkraadleden welkom zijn). Als een onderwerp niet controversieel is, halen we bij de dorpsof wijkraad op wat er speelt.
47
Evaluatie met Team Openbare Werken, 22-02-2024 Wat hebben we opgehaald?
Wat hebben we verwerkt, en hoe?
De externe start bijeenkomst in de PX (26/2/’24) zal worden geleidt door een externe gespreksleider om het gesprek goed te leiden Onderstaande was nog niet bekend bij team OW van de starbijeenkomst van 22/2/2024
In het voorstel nemen we de suggestie op om bij controversiële onderwerpen met een externe gespreksleider te werken.
Bij de externe startbijeenkomst waren vooral participatietijgers aanwezig, mensen van dorpsraden etc. Weinig aanmeldingen van andere mensen. Optie is om mensen op straat te bevragen. Meer in het voordeel van de burgers gaan participeren (Liander) Ze moeten genoeg informatie delen, niet te kort en bondig. Concrete datum en uitleg zodat burgers minder vragen hebben aan de gemeente. Met een bepaalde partij hebben we een samenwerkingsovereenkomst opgesteld maar die houdt zich daar niet aan. OW is bezig met een beslisboom. OW heeft geen behoefte aan advies van de adviesraden of
Wat hebben we niet verwerkt, en waarom?
We zullen voorstellen om de uitkomsten van inspraak ook te verspreiden onder mensen die niet aanwezig waren zodat zij kunnen reageren / aanvullen. Een andere optie is mensen van tevoren te peilen (proactief), zodat je een breder palet van geluiden hoort en je mensen die de stille meerderheid vertegenwoordigen kunt uitnodigen. We zullen als optie het inzetten van een of meer omgevingsmanagers / gebiedsmanagers noemen, die als taak hebben te peilen wat er leeft en speelt en een netwerk op te bouwen.
We werken aan uniforme criteria op basis waarvan we de participatie door derden beoordelen. Dat doen we op meerdere plekken in de organisatie. Die teams zullen we daarbij betrekken. Bij de bouwcommissie wordt gesproken dat het een omgevingstafel moet worden. Eerst dialoog voordat je een vergunning verleent. Joeri checkt hoe dat zit met de omgevingswet.
We werken aan een gezamelijke beslisboom (die partij en gemeente), waar duidelijke afspraken in staan m.b.t planning, uitvoering e.d.
Met de KSD gaan we in gesprek over het feit dat er weinig behoefte is aan de adviezen. Gaan we dan werken aan de kwaliteit van de adviezen, of kunnen we 48
De wet beperkt de mate waarin we eisen mogen stellen aan participatie door derden.
een adviesfunctie bij de sportraad. In de sportraad staan de verenigingen vaak tegenover elkaar. Dorps- en wijkraden werken vaak meer vanuit eigenbelang dan het belang van hun gemeenschap. Niet gekozen door burgers. Behoefte aan checklist wanneer participatie wel/of niet en hoe. Optie om bepaalde zaken uit te sluiten, onderhoud bijvoorbeeld.
beter naar alternatieven kijken, zoals direct met inwoners in gesprek gaan?
Hoe voorkom je het dat mensen het over allemaal andere dingen willen hebben?
In het voorstel presenteren we verwachtingsmanagement als een van de twee pijlers van succesvolle inwonersparticipatie (belangrijk dat aan de voorkant het beleid wel klopt). Dat betreft o.a. de vraag waar inwoners wel en niet over kunnen participeren. Een goede gespreksleider kan mensen zo nodig afkappen als ze het over andere onderwerpen hebben. Bij de presentatie van de plannen aan het college nemen we dit mee in het gesprek. Het is van belang dat, wanneer externe partijen iets zeggen, er hoor en wederhoor plaatsvindt. Ook belangrijk om af te stemmen hoe de bestuurders elkaar willen steunen wanneer het nodig is samen de rug recht te houden.
Er is soms sprake van ondermijning door o.a. ondernemers. Het is een kleine gemeenschap. Direct contact met wethouders. Iedereen tevreden willen houden, angst voor confrontatie bij het college.
We zijn in gesprek met de dorps- en wijkraden over hun rol bij participatie. De vermoedelijke richting is dat we bij controversiële onderwerpen direct met de inwoners in gesprek gaan (waarbij ook dorps- en wijkraadleden welkom zijn). Als een onderwerp niet controversieel is, halen we bij de dorps- of wijkraad op wat er speelt. Het voorstel is om altijd aan het begin een participatieplan te maken. Daarin bepaal je aan of er participatie komt, waarover, wanneer en hoe. We komen met een checklist / vragen die je jezelf kunt stellen om te bepalen of participatie nodig is. (bijv. het uitsluiten van participatie als het gaat over onderhoud)
49
Als er redenen zijn om geen participatie te organiseren, is het wel zaak om dat goed te motiveren.
Verslag interne presentatie uitkomsten evaluatie en voorstellen nieuw beleid, 23-09-2024 Presentatie Verslag Datum en tijd Locatie Onderwerp Bijlage(n)
: Joeri Kempen : Gretha Kwakman : Maandag 23 september 2024 om 11.00 uur : Pius X : Uitkomsten van evaluatie en voorstellen nieuw inwonersparticipatiebeleid : Powerpoint presentatie
Centrale evenementenkalender Vraag: staan alle evenementen op de kalender dus ook bijv. de kermis enz. Antwoord: alles wat de gemeente organiseert staat op de kalender. (we kunnen zo ook kijken of we twee evenementen samen kunnen organiseren of bij grote evenementen eventueel één verplaatsen). Geen omgevingsmanagers/wijkmanagers aanstellen Vraag: De extra acties die het nieuwe participatiebeleid van ons vraagt, betekenen meer werk. Wij krijgen het dus drukker, terwijl we het nu al heel druk hebben. Dan heb je dus capaciteitsuitbreiding nodig. Omgevingsmanager/wijkmanager is ook een vak apart. Antwoord: Daar zijn we ons van bewust. Die vraag hebben we besproken in het MT. Daar hebben we de inschatting gemaakt dat het investering is die zichzelf terugverdient, en dus aan de ene kant tijd kost, maar aan de andere kant ook tijd bespaart. Als we aan de voorkant meer ons oor te luisteren leggen, komen we minder vaak voor verrassingen te staan. Verrassingen kosten veel tijd. Voorkomen is altijd beter dan genezen – en het is efficiënter. Of de tijdwinst echt opweegt tegen de hoeveelheid tijd die de meer systematische aanpak van ons vraagt, moet in de praktijk blijken. Als dat tegen blijkt te vallen, kan dat reden zijn om de keuze opnieuw tegen het licht te houden.
Dus geef het aan jouw teamleider en/of afdelingshoofd door als je merkt dat we alsnog veel tijd kwijt zijn aan verrassingen. Vraag: als we mensen inzetten om ons de participatie uit handen te nemen, gaat dat sneller en beter. Antwoord: die optie is overwogen en daar is niet voor gekozen. Dan krijg je een scheiding tussen inhoud en proces (participatie). We willen het bij de medewerkers zelf houden. Laat het weten aan je Teamleider als je ondersteuning nodig hebt. We hebben wel voorgesteld om een adviseur aan te trekken waar je mee kunt sparren en advies aan kunt vragen. Vraag: online participatie zie ik hier niet terug. Antwoord: Duurzaamheid is aan het experimenteren met het Praathuis op onze website. Jorit Hajema kan je daar meer over vertellen. Tips wanneer starten wij met participatie (welk stadium) In een vroeg stadium starten is wel iedereen het mee eens. Eerst een brief aan de burgers en daarna de participatieavond organiseren heeft wel de voorkeur. Mensen vinden het ook fijn want ze wisten al vroeg middels een brief wat de gemeente wilde. Wij bepalen het beleid maar ga wel vroeg aanvoelen wat er leeft in een buurt. Leg je oor te luister. Verwachtingsmanagement: (check bij mensen wat de verwachtingen zijn) bijv. in een straat. Geef ook aan wat mogelijk is en wat niet. Tijdig goed informeren. Mag via mail, brief of app.
Enquêtes die jaarlijks worden gedaan zijn ook even van te voren erbij pakken voor de data waar je misschien wat aan hebt. Dat maakt de participatie soms makkelijker.
50
Waarover moet je participeren, wanneer niet (dilemma) Je hebt soms een wettelijke plicht om participatie mogelijk te maken. Verder is het advies om te kijken hoe groot de impact is van het beleid of het project. Als er meerdere groepen zijn, voor wie de mate van impact verschilt, dan is het goed om onderscheid te maken. De mensen voor wie het veel impact heeft, betrek je dan intensiever dan mensen op wie het minder impact heeft. Overigens mag je altijd afwijken van de leidraad dat de mate van impact aangeeft hoe intensief de participatie zou moeten zijn. Als je bijvoorbeeld geen keuze hebt (bijvoorbeeld bij een vergunning, of omdat vanuit het rijk of eerdere beleid al van alles vastligt), dan heeft participatie geen zin. Je kunt mensen dan immers geen invloed bieden. In dat geval zet je extra in op communicatie: uitleggen waarom ze geen invloed kunnen uitoefenen, en wat er gaat gebeuren. Een van de aanwezigen deelt de ervaring dat als er na afloop van de participatie altijd wel iemand is die toch een andere mening heeft, en het risico is dat de participatie dan weer opnieuw begint. Antwoord: als dat informatie oplevert waardoor je denkt: als ik dat eerder had geweten, dan had ik een ander plan gemaakt, dan is het zinvol om wel iets te doen met die informatie.
Als mensen gewoon niet tevreden zijn en geen relevante nieuwe informatie of argumenten aandraagt, is dat geen reden om de participatie opnieuw te doen. Participatie heeft niet als doel om iedereen tevreden te stellen. Dat kan immers niet. Geef ook rustig aan dat er een deadline is voor de participatie. Je moet door kunnen. Dan is voor iedereen duidelijk wanneer het klaar is. Als bepaalde dingen al vast liggen is het belangrijk om de inwoners daar goed over te informeren. Dit is een kwestie van verwachtingsmanagement. Vraag: wat doe je met mensen die verschillende belangen hebben? Antwoord: je kunt groepen met verschillende belangen samen aan tafel vragen. Dan raken ze in gesprek, kweek je begrip voor elkaars belangen en komen ze wellicht zelf wel tot de conclusie welk belang het zwaarst weegt. Vraag: Maar als het gaat om mensen die ergens dwars op liggen en de rest is boos? Antwoord: voor zover de wet dat toelaat moet je mensen niet bij naam en toenaam noemen. Wel dat er bezwaar is gemaakt of een tegenargument is aangedragen, maar niet van welke persoon dat afkomstig is. Vraag: moet je elke keer 700 brieven sturen om mensen op de hoogte te houden? Openbare Werken heeft eigenlijk niet genoeg mensen. Huis aan huis brieven bezorgen (gebeurde wel eens) is dus niet handig. Antwoord: Je kunt in je eerste brief aangeven dat je mensen op de hoogte houdt via onze website.
Als je daar een aparte pagina aan jouw project wijdt, en daar het nieuws op bijhoudt, is dat goed genoeg. Je kunt ook af en toe een bericht in de lokale media zetten. Conclusie is dat je aan de voorkant goed moet bedenken hoe en wie de communicatie gaat doen.
Wat als er een lage opkomst is, hoe representatief is de uitkomst dan? Tip: check de uitkomst dan door die via een verslag of nieuwsbrief te verspreiden en te vragen of mensen daarop willen reageren als ze aanvullingen hebben of het er niet mee eens zijn. Of via een online vragenlijst. Je kunt ook langs gaan: bijv. bij scholen of langs de deuren indien het een klein, plaatselijk project is. Of vraag een actieve bewoner die bereid is om hun oor te luisteren te leggen. Wat te doen met belangengroepen? Dorps- en wijkraden willen graag spreken namens hun inwoners. Je kunt echter nooit 100% bereik hebben, en namens iedereen spreken. Dus het is altijd goed om te checken of er nog andere geluiden 51
en belangen zijn. Dus altijd dubbel checken wat zij zeggen. Dat geldt ook voor andere belangenorganisaties. Opmerking t.a.v. projecten in de openbare ruimte: Doordat er minder geld beschikbaar is, hebben we minder mogelijkheid om wensen en behoeften van inwoners in een project te honoreren. Verwachtingsmanagement is hierin erg belangrijk geef duidelijk aan dat het budget beperkt is en er scherpe keuzes gemaakt zullen moeten worden. Online middelen om te participeren Vraag: krijgen we beter en snellere middelen om te participeren bijv. op MijnOverheid.nl Antwoord: we willen onze website duidelijker maken voor inwoners, door middel van een loket. Daar heeft de raad een motie voor aangenomen. Vraag: Wat als het beleid klaar is. Antwoord: Dat is pas het begin. Daarna gaan we het implementeren. We maken een plan hoe we dit gaan realiseren. Dat doen we in samenspraak met de adviseur (als de raad daarmee instemt).
Wat hebben we opgehaald?
Wat hebben we daarvan overgenomen en hoe hebben we dat verwerkt?
De voorstellen kosten extra tijd: een participatieplan maken, je oor te luisteren leggen, aan het eind verantwoorden wat je hebt gedaan en wat daar uit is gekomen. Dat betekent dat er extra capaciteit nodig is.
Wat hebben we niet overgenomen en waarom niet?
We denken dat het investering is die zichzelf terugverdient, en dus aan de ene kant tijd kost, maar aan de andere kant ook tijd bespaart. Als we aan de voorkant meer ons oor te luisteren leggen, komen we minder vaak voor verrassingen te staan. Verrassingen kosten veel tijd. Voorkomen is altijd beter dan genezen – en het is efficiënter. Of de tijdwinst echt opweegt tegen de hoeveelheid tijd die de meer systematische aanpak van de organisatie vraagt, moet in de praktijk blijken. Als dat tegen blijkt te vallen, kan dat reden zijn om de keuze opnieuw tegen het licht te houden. Die optie is overwogen en daar is niet voor gekozen. Dan krijg je een scheiding tussen inhoud en proces (participatie). We willen het bij de medewerkers zelf houden. Het staat altijd vrij om voor een bepaald project (of team) wel iemand aan te stellen specifiek voor de participatie.
Zet omgevingsmanagers of wijkmanagers in die goed zijn in het contact met inwoners, want niet iedereen is daar even goed in. Sommige mensen weten heel veel van de techniek, maar zijn minder goed in communicatie. Laat iedereen doen waar ie goed in is.
52
Inspraakreactie Koepel Sociaal Domein, 10-09-2024
Volendam, 10 september 2024 Aan: fracties politieke partijen vertegenwoordigd in de gemeenteraad van Edam-Volendam.
Betreft: toekomst inwonersparticipatiebeleid van de gemeente Inleiding N.a.v. het lezen van de raadsinformatiebrief voortgang evaluatie inwonersparticipatiebeleid d.d. 11 juli jl. en het document met werktitel “Eigenlijk is het heel simpel?” met als ondertitel “Uitkomsten van de evaluatie van het inwonersparticipatiebeleid en voorstellen voor nieuw beleid” d.d. 27 augustus jl. draagt de KSD de volgende aspecten van beleid aan. Top down en bottom-up benadering van beleid Nieuw beleid wordt vanuit hogere overheden top down uitgerold over de gemeenten. Inwoners mogen participeren en de mate waarin wordt verduidelijkt in de zgn. participatieladder. Het gevraagd reageren van de inwoners op het realiseren van nieuw beleid wil de gemeente eigenlijk vorm geven door cliëntenpanels en denktanks. In het stuk van de gemeente wordt vooral gehint op de nieuwe Omgevingswet en het daaruit voortvloeiende Edam-Volendams Ruimtelijk Planproces (EVRPP). De KSD en de onderliggende adviesraden adviseren op beleidsthema’s in het Sociaal domein. Hoe zouden cliëntenpanels eruit kunnen zien?* Cliëntenpanels zijn specifiek bedoeld om belangen te behartigen van een groep inwoners, cliënten enz. Cliëntenpanels kunnen waardevolle inzichten bieden in de behoeften en ervaringen van de doelgroep, wat helpt bij het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening.
Dit geldt voor zowel de Wmo, waar gemeenten ondersteuning bieden aan mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn, als voor de participatiewet en jeugdzorg. Andere vormen: - cliëntenraden: dit zijn formele groepen die regelmatig bijeenkomen om advies te geven over beleid en uitvoering. - focusgroepen: kleine tijdelijke groepen die samenkomen om specifieke onderwerpen te bespreken. - enquêtes en vragenlijsten: hiermee kunnen gemeenten brede feedback verzamelen van een grote groep mensen. 53
-
Inloopbijeenkomsten en informatieavonden: open bijeenkomsten waar inwoners hun mening kunnen geven en vragen kunnen stellen. digitale platforms: online fora of apps waar inwoners ideeën kunnen delen en discussies kunnen vormen. individuele gesprekken: persoonlijke gesprekken om diepgaande feedback te krijgen.
Interessant is hoe de gemeente burgers selecteert die als actieve burgers de gemeente met raad en daad bijstaan of aanwijzingen geven hoe zaken aangepakt moeten worden. Lukt het om leden van een cliëntenpanel bij elkaar te houden als advisering meerdere bijeenkomsten vraagt? *Alle voorbeelden van cliëntenpanels zijn ingebed in de wijze van werken van de KSD! Hoe zou de denktank** eruit kunnen zien? Denktanks kunnen waardevol zijn op de terreinen van Wmo, participatie en jeugdzorg. Gemeenten worden aangemoedigd om innovatieve en participatieve methoden te gebruiken om beleid en dienstverlening te verbeteren. Denktanks kunnen hierbij helpen door expertise en diverse perspectieven samen te brengen om complexe vraagstukken aan te pakken. **de KSD is een denktank. Inwonersparticipatiebeleid gaat voorbij aan het ongevraagd adviseren van het gemeentebestuur betreffende onderwerpen in het Sociaal domein, de bottom-up benadering. Ongevraagd adviseren kan het gevolg zijn van wat je zou kunnen noemen “achterstallig onderhoud” van beleidsterreinen, blinde vlekken in het beleid of onderwerpen die door het gemeentebestuur nog niet als urgent of relevant worden ervaren of gezien.
Enkele voorbeelden uit het prille verleden: ➢ prikkelarme kermis; ➢ woonbehoefte-onderzoek senioren; ➢ SVn-lening voor ouderen die hun woning levensloopbestendig willen maken; ➢ Toekomst van de zorg in onze gemeente vanaf 2022 toegespitst op wonen, welzijn en zorg. Adviseren versus belangenbehartiging Op pagina 16 van bedoelde evaluatie is geschreven: “In de huidige vorm – een adviesraad – lopen belangenbehartiging en advisering onbedoeld door elkaar heen. Dit is om meerdere redenen onwenselijk. Het kan leiden tot onzuivere adviezen, waarin niet alle belangen op dezelfde wijze tegen elkaar zijn afgewogen. Het biedt bovendien partijen die zitting hebben in de adviesraad en tevens belangenbehartiger zijn, zoals de seniorenadviesraad, de gelegenheid om zijn belangen in de vorm van een formeel advies aan het college te gieten waar andere belangenbehartigers die gelegenheid niet hebben. Aangezien het niet de bedoeling is dat belangenbehartiging de status en vorm krijgt van een formeel advies, is ook dit reden om de huidige vorm (een adviesraad) te herzien”.
54
Een denkfout is dat belangenbehartiging en adviseren door elkaar zouden lopen of in elkaars verlengde liggen. Het vervelende daarvan is dat vooral het werk van de Seniorenraad op die wijze bekeken wordt. Deze twee begrippen die niet worden toegelicht. Het verschil tussen advies en belangenbehartiging: ➢ advies betekent een ander raad geven, iemand met raad en daad bijstaan, aanwijzingen geven hoe iets aangepakt moet worden; ➢ belangenbehartiging is er voor zorgen dat de zaken die belangrijk zijn voor een bepaalde groep personen aan bod komen. Convenant gemeentebestuur met de Stichting Seniorenraad Edam-Volendam Wat zegt het convenant met het gemeentebestuur? De Stichting Seniorenraad Edam-Volendam heeft als doel: Het fungeren als platform voor alle ouderen in de gemeente Edam-Volendam, georganiseerd of niet georganiseerd en te adviseren over alle zaken die het plaatselijk en regionaal ouderenbeleid betreffen, initiatieven van derden te ondersteunen en waar noodzakelijk haar standpunt openbaar te maken en voorts binnen de door haar gegeven mogelijkheden te voorzien in gevallen waarin het ouderenbeleid niet voorziet en daaraan uitvoering te geven; Het verrichten van alle verdere handelingen die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
Teneinde deze doelstelling nader inhoud te kunnen geven is met het College van Burgemeester en Wethouders een convenant gesloten, waarin onder meer is overeengekomen dat de Seniorenraad aan het College van B&W zowel gevraagd als ongevraagd advies zal geven over beleidsvoorstellen van de gemeente over zaken ten aanzien van inwoners van 55 jaar en ouder uit de gemeente Edam-Volendam. De Seniorenraad is een adviesorgaan voor het College van B&W, onafhankelijk en niet gelieerd aan enige politieke partij. Belangenbehartiging ouderen via het Programma Beleidsbepalend Orgaan (PBO) van de L.O.V.E. Het PBO is een wettelijk aangewezen orgaan dat de redactionele visie en programmakeuzes bepaalt en controleert. Het PBO is een zo goed mogelijke afspiegeling van de L.O.V.E. Tot de stromingen in het PBO behoren de senioren (in 2024 is het aantal 65+ers 24% van de inwoners van Edam-Volendam en in 2030 bijna 30%). In 2012 en 2013 heeft de Seniorenraad de handschoen opgepakt en heeft inmiddels 50 uitzendingen van het programma “100- min en ouder” uitgezonden op de L.O.V.E. (Andere belangenbehartigers als Sport, Religie, Cultuur, Jongerenwerk enz. hebben ook de mogelijkheid en de gelegenheid content te leveren via de L.O.V.E.).
Een chronologisch overzicht van thema’s over wonen, welzijn en zorg in onze gemeente van 2013 tot heden: ➢ dementie; verschillende aspecten; ➢ eenzaamheid {interview met (emeritus) hoogleraar Sociologie Jenny Gierveld}; ➢ activiteiten 60+ bus (opgericht door de Seniorenraad); ➢ erfelijke ziekten; 55
➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Huis aan het Water; kwetsbare ouderen in het verkeer; ouderen tijdens feestdagen; woonvormen voor ouderen; wijkverpleegkundige; activiteiten van WelzijnWonenPlus; jeugdzorg en Jeugdraad; Wmo; mobiliteit van mensen met beperkingen in het publieke domein; hospice (Den Helder en Thuis van Leeghwater in Middenbeemster); comfortabel en veilig wonen; CarMar; levensloopbestendig bouwen (2 x); energietransitie; 75 jaar vrijheid; vaarwens Stichting Vaarwens; woningcrisis; het Volendams Museum; vrijwilligers hospice Thuis van Leeghwater; 70 jarig bestaan Volendams Operakoor; mondzorg senioren; samenwerking De Zorgcirkel met Team Sportservice (met o.a. cognitieve fitness); mantelzorgproject ARTIS van Amsterdam UMC; fit- & vitaaldag PX respijtzorg door WWP en respijthuis Het Buitenhuis in Wormer; routekaart inburgering en begeleiding statushouders naar betaald werk; 1572 en daarna: Edamse zeekapiteins; specialisten ouderengeneeskunde; diverse appgroepen op Facebook om mensen bij elkaar te brengen (met Pauline Silven); stichting Invident over activiteiten voor visueel gehandicapten; fit- & vitaaldag in Oosthuizen (inclusief interview met Machteld Huber); Moedige Moeders; vertrekkende pastoor, nieuwe pastoor en nieuwe kapelaan parochie HH Maria en Vincentius; ➢ doel en activiteiten Katholieke bond voor ouderen (KBO).
Enkele van de hierboven genoemde onderwerpen hebben geleid tot het uitbrengen van een ongevraagd advies door de KSD: ( woonbehoefte-enquête in 2016/2017, SVn-lening, comfortabel en veilig wonen n.a.v. Woonvisie 2017-2021, toekomst van de zorg – wonen, welzijn en zorg – vanaf 2022 in 2021). Belangenbehartiging en advies lopen niet door elkaar; belangenbehartiging kan leiden en heeft geleid tot enkele ongevraagde adviezen door de KSD.
56
Conclusies en aanbevelingen KSD ❖ In de visie notitie Participatiebeleid van 2020 heeft de KSD aangegeven behoefte te hebben aan: ➢ een concrete afspraak over de beleidscyclus van de gemeente: dit t.a.v. evaluatie van advies bij sommige beleidsnota’s en terugkoppeling naar de KSD; ➢ duidelijkheid over de rol bij omgevingsplannen bij aspecten van de KSD: - publiek domein; - jeugdraad; - participatieraad; - Wmo-raad. ➢ Inbreng leveren aan beleidsnota’s nog voordat de KSD om een formeel advies wordt gevraagd. Daartoe zou de KSD in samenwerking met de gemeente een jaarlijkse beleidsagenda willen opzetten. ❖ Adequate werkwijze gemeente in relatie tot de KSD Wat de samenwerking met de gemeentelijke organisatie aanmerkelijk verbetert, is als de gemeente een vast format hanteert voor het ophalen van input voor gevraagde adviezen, alsmede voor de communicatie in verband daarmee. Genoemd format moet ook geschikt zijn om de input van ongevraagde adviezen te verwerken. In de raadsinformatiebrief geeft u op hoofdlijnen aan wat vanuit de gemeentelijke organisatie verbeterd kan of moet worden. Kort samengevat dient de gemeentelijke organisatie zodanig te zijn of worden ingericht dat de werkwijze en communicatie vice versa, het komen en gaan van bestuurders, ambtenaren en leden van adviesraden overleeft.
De gemeente zorgt ervoor dat advisering – gevraagd en ongevraagd – gefundeerd is in een verordening. De gemeente kan dan altijd terugvallen op een vaste kern van betrokken inwoners met een schat aan ervaring en expertise, mensen bovendien die de ogen en oren van de samenleving vormen. Het bovenstaande zou niet meer het geval zijn als de gemeente alleen met (ad hoc) groepen of panels gaat werken. Dan is het maar afwachten welke kwaliteit de gevraagde input oplevert, hoe het verloop is naarmate panels of groepen langere tijd betrokken blijven bij een project enz. ❖ Ongevraagde adviezen In de raadsinformatiebrief wordt geen onderscheid gemaakt tussen gevraagde en ongevraagde adviezen van de KSD. De kracht van de KSD ligt in de ongevraagde adviezen. Vier van de meest in het oog springende voorbeelden zijn: de toekomst van de zorg in onze gemeente vanaf 2022, de toekomst van het Boelenspark, bouwen van appartementen voor (aanstaande) senioren die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, prikkelarme kermis. De KSD speelt dus in op actuele maatschappelijke ontwikkelingen/vraagstukken of zaken die van belang zijn voor de inwoners. De KSD heeft hiervoor gestructureerd overleg met de woningbeheerstichtingen De Vooruitgang en Wooncompagnie, De Zorgcirkel, Evean, CBW, dorpsraden vertegenwoordigd in het GDO enz.
De jaarverslagen van de KSD en Stichting Seniorenraad zijn wat dat betreft heel duidelijk.
57
❖ Signaleren en monitoren De KSD signaleert via de onderliggende adviesraden maatschappelijke ontwikkelen die kunnen leiden tot ongevraagde adviezen. Samen met onze gesprekspartners vormen we de ogen en oren in de samenleving. ❖ Gevraagde adviezen De KSD is van mening dat de aangeleverde gevraagde adviezen verder gaan dan het verplichte vinkje halen. De KSD levert vanuit een gedegen kennisbasis adviezen en heeft tot nu toe geen informatie vanuit het ambtelijk en bestuurlijk apparaat gekregen dat de adviezen ondermaats zijn of op welke wijze de kwaliteit van adviezen verbeterd zou kunnen worden. ❖ Toekomstige rol van de KSD Als onderdeel van de procedure van de voortgang van de evaluatie inwonersparticipatiebeleid stelt de KSD voor om op basis van genoemde argumenten samen met de gemeente (lees ambtelijk apparaat) vorm te geven aan een op de toekomst gerichte invulling van het advieswerk, gevraagd en ongevraagd. Hoogachtend namens de KSD Drs. J.H.C.M. Tol, voorzitter; C.H.M. Schilder, secretaris.
Secretaris Koepel Sociaal Domein Edam-Volendam C.H.M. Schilder, Sint Nicolaashof 27, 1131 GV Volendam Tel.: 06-51865779. E-mail: casschilder@ziggo.nl
58
Inspraakreactie inwoner (geanonimiseerd), 7-10-2024
Zie volgende pagina
59
60
61
62
63
Ongevraagd advies Koepel Sociaal Domein, 3-12-2024
Volendam, 3 december 2024 Aan: ➢ de leden van de gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam; ➢ de leden van de KSD en onderliggende adviesraden Jeugdraad, Participatieraad, Wmoraad en Stichting Seniorenraad Edam-Volendam. Betreft: de rol van de KSD en onderliggende adviesraden bij de constructieve samenwerking met de gemeente inclusief de ambtelijke staf in het licht van de Wet versterking participatie op decentraal niveau: van inspraak- naar participatieverordening.
Geachte leden van de raad, In de raadsinformatiebrief voortgang evaluatie inwonersparticipatiebeleid van 9 juli 2024 bent u op de hoogte gebracht van de hoofdlijnen van de uitkomsten van de evaluatie tot nu toe. De in deze brief beschreven oplossingsrichtingen zijn gebaseerd op deze evaluatie. In december aanstaande buigt uw raad zich over de beleidskaders voor participatie van inwoners van de gemeente, dat wil zeggen het betrekken van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. Hiermee geeft uw raad tevens uitvoering aan artikel 150 van de Gemeentewet, zoals dat artikel zal luiden na inwerkingtreding van de Wet versterking participatie op decentraal niveau. In deze brief gaat de KSD in op de inhoud en conclusies van bovengenoemde raadsinformatie brief. Als inleiding nemen wij u kort mee in het begrip participatie en bespreken wij: het juridisch kader, de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wet versterking participatie op decentraal niveau, de wijze waarop de burger- en overheidsparticipatie in de gemeente nu geregeld is in formele zin via de Inspraakverordening Edam-Volendam 2016 (KSD verordening), en in de praktijk: de rol en werkwijze van de Koepel Sociaal Domein (KSD).