Bijlage 2 NvU programma Energie Klimaat 100% versie
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten Programma Energie & Klimaat
Themaraad 13 november 2025 Raadsplein 18 december 2025
1
Inhoudsopgave 1
2
3
Aanleiding ........................................................................................................................4 1.1
Introductie ................................................................................................................4
1.2
Context .....................................................................................................................4
1.2.1
Omgevingsprogramma’s ......................................................................................4
1.2.2
Uitgangspunten ...................................................................................................5
1.2.3
Beleidsanalyse bestaand beleid ...........................................................................5
1.2.4
Digitaal raadpleegbaar in DSO ..............................................................................5
1.2.5
Concretisering van de doelen ...............................................................................6
1.2.6
Toelichting begrippen ...........................................................................................6
Leeswijzer ........................................................................................................................8 2.1
Inhoud ......................................................................................................................8
2.2
Centrale vragen .........................................................................................................9
2.3
Totstandkomingsproces ............................................................................................9
Beleidsmatige uitgangspunten ........................................................................................ 12 3.1
Energieneutraal en broeikasgasvrij 2050 .................................................................. 12
3.1.1
Algemene uitgangspunten .................................................................................. 12
3.1.2
Uitgangspunten over Gebouwde omgeving ......................................................... 12
3.1.3
Uitgangspunten over Energie .............................................................................. 14
3.1.4
Uitgangspunten over Energie & Mobiliteit ............................................................ 15
3.1.5
Uitgangspunten over Mobiliteit ........................................................................... 15
3.1.6
Uitgangspunten over Landbouw ......................................................................... 17
3.1.7
Uitgangspunten over Klimaatadaptatie ............................................................... 17
3.2
Afvalvrij 2050 .......................................................................................................... 18
3.2.1 3.3
Uitgangspunten over Circulariteit ....................................................................... 18
Een toekomstbestendige leefomgeving .................................................................... 21
3.3.1
Uitgangspunten over Klimaatadaptatie en Gebouwde omgeving .......................... 21
3.3.2
Uitgangspunten over Klimaatadaptatie en Mobiliteit ............................................ 23
3.3.3
Uitgangspunten over Klimaatadaptatie ............................................................... 23
4
Financiële uitgangspunten.............................................................................................. 28
5
Organisatorische uitgangspunten ................................................................................... 29
6
Juridische uitgangspunten .............................................................................................. 30
7
Uitgangspunten Warmteprogramma ............................................................................... 31
8
Bijlage............................................................................................................................ 32 2
Bijlage 1: Overzicht bestaande beleidsdocumenten ............................................................ 32 Bijlage 2: Overzicht oranje uitgangspunten ......................................................................... 34 Bijlage 3: Overzicht vervallen (rode) beleidsuitgangspunten ................................................ 56
3
1 Aanleiding 1.1 Introductie In de ‘omgevingsvisie Samen zetten we koers’ van 20 juli 2023 van gemeente Edam-Volendam is opgenomen dat de gemeente zal werken volgens de beleidscyclus van de Omgevingswet. Dat betekent dat de gemeente haar ambities en doelen in de omgevingsvisie uitwerkt via omgevingsprogramma’s en indien nodig daarvoor regels stelt in het omgevingsplan. Op 6 februari 2024 heeft het college van B&W een plan van aanpak ‘werken met omgevingsprogramma’s’ vastgesteld en de raad hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. In het plan van aanpak ‘werken met omgevingsprogramma’s’ staat hoe het college en de raad gedurende de eerste twee omgevingsprogramma’s in ieder geval met elkaar samenwerken. De raad stelt een nota van uitgangspunten vast. Het college stelt een ontwerp-programma op. De raad wordt vervolgens om een zienswijze gevraagd. Het college stelt het omgevingsprogramma vast met inachtneming van de zienswijzen. Het college informeert de raad met een raadsinformatiebrief. De nota van uitgangspunten van programma Waterfront en programma Energie & Klimaat wordt ter vaststelling aan de raad voorgelegd.
1.2 Context 1.2.1 Omgevingsprogramma’s Er bestaan verschillende soorten omgevingsprogramma’s. De voor de gemeente relevante omgevingsprogramma’s zijn vooralsnog de verplichte en onverplichte omgevingsprogramma’s. In de omgevingsvisie zijn zes grote opgaven genoemd, waarvan nu de eerste twee, Warmte, Energie & Klimaat, en Waterfront, worden uitgewerkt in programma’s. Het Warmteprogramma is een verplicht programma volgens de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Warmte is daarnaast ook een vorm van energie. Om deze redenen hebben we besloten om het programma in het vervolg Energie & Klimaat te noemen, waarin het verplichte Warmteprogramma als een hoofdstuk zal fungeren. Deze programma’s kunnen vervolgens thematisch (sectoraal) en gebiedsgericht (integraal) van aard zijn. In een themagericht omgevingsprogramma worden sectoraal beleidsvoornemens ten aanzien van een bepaald thema uitgewerkt. In een gebiedsgericht omgevingsprogramma wordt gelijktijdig gewerkt aan verschillende thema’s met een grote verscheidenheid aan maatregelen tot gevolg. Een programma kan ook een combinatie van bijvoorbeeld themagericht en gebiedsgericht, te denken valt aan een programma over aardgasvrije wijken. Het programma Energie & Klimaat is dus grotendeels een themagericht programma.
Om slagvaardig met een themagericht Omgevingsprogramma aan het werk te gaan is het van belang dat het thematisch beleid voldoende op orde is. Binnen een themagericht programma is het goed mogelijk om per programmathema beleid bij elkaar te brengen en ook de afweging te maken of er voldoende beleid is om de werkzaamheden te kunnen doen. Het kan wenselijk zijn om bij specifieke programmathema’s specifiek beleid op te stellen als algemeen thematisch beleid 4
binnen de gemeente als dat onderdeel nog ontbreekt. Bij het ontwikkelen van specifiek beleid is bij het onderdeel participatie een toets nodig bij de gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s of dit ook bijdraagt aan de programmadoelen, een ‘integrale gemeentelijke’ toets.
1.2.2 Uitgangspunten Er zijn verschillende soorten uitgangspunten te benoemen. De uitgangspunten fungeren als een soort kader waarbinnen het programma opgezet gaat worden. Wij noemen hier de juridische, financiële, organisatorisch en beleidsmatige uitgangspunten. Deze zijn in de hoofdstukken hierna te lezen.
1.2.3 Beleidsanalyse bestaand beleid Om te weten binnen welke beleidsmatige uitgangspunten het programma mag bewegen moeten we eerst weten welke beleidsmatige uitgangspunten de raad reeds heeft vastgesteld en of deze van toepassing zijn op het betreffende programma. De omgevingsvisie is met inwerkingtreding van de Omgevingswet het enige strategische document van de gemeente met betrekking tot de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie moeten de strategische beleidsuitgangspunten zijn opgenomen. Deze zijn overgenomen uit de relevante beleidsdocumenten overgenomen in de visie. Die beleidsdocumenten bevatten niet alleen strategische beleidsuitgangspunten. Dat is dan ook de reden dat de raad bij vaststelling van de omgevingsvisie geen beleidsstuk heeft kunnen intrekken. De rest van dat betreffende beleidsdocument is namelijk nog steeds van toepassing. Nadat de technische commissie in de vergadering van 13 februari 2025 heeft besloten om ook de beleidsmatige uitgangspunten te willen vaststellen heeft de organisatie 68 beleidsdocumenten regel voor regel gelezen op beleidsuitgangspunten en deze onderscheiden in strategische, tactische en beleidsmatige uitgangspunten. Vervolgens hebben de programmamanagers de grote verzameling beleidsuitgangspunten verder geanalyseerd op het betreffende programma.
De strategische beleidsuitgangspunten zijn vervolgens vergeleken met de strategische uitgangspunten van de omgevingsvisie. De tactische beleidsmatige uitgangspunten horen thuis in het omgevingsprogramma. De operationele uitgangspunten landen in het omgevingsplan of in een uitvoeringsagenda. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de bestaande beleidsstukken.
1.2.4 Digitaal raadpleegbaar in DSO Tot slot is bij de beleidsanalyse gebruik gemaakt van onderwerpen en thema’s die ook gebruikt worden in het digitaal stelsel omgevingswet (hierna DSO). De programma’s die vanuit de omgevingsvisie worden uitgewerkt hebben het karakter en status van een omgevingsprogramma en worden gekwalificeerd als een omgevingsdocument. Omgevingsdocumenten moeten in een standaard toepassingsprofiel omgevingsdocumenten openbaar worden gemaakt. Dit gebeurt in het DSO. Plaatsing van de documenten in het DSO draagt bij aan de ambitie van de Omgevingswet namelijk transparantie en gelijk kennisniveau. De beleidsanalyse is raadpleegbaar zodat de andere programma’s makkelijker de beleidsuitgangspunten kunnen toepassen op de programma’s die dan op dat moment worden opgesteld. 5
1.2.5 Concretisering van de doelen De nota van uitgangspunten heeft betrekking op bestaande beleidsmatige uitgangspunten. Het omgevingsprogramma Energie & Klimaat wordt programmatisch aangepakt. Voor de eerste twee omgevingsprogramma’s is gekozen voor de VPNG-methodiek. Deze methodiek helpt de organisatie om het overzicht van het programma te bewaren en de doelen SMART te maken. Voor programma Energie & Klimaat zijn er natuurlijk al een aantal landelijke en regionale doelen met betrekking tot de Klimaatopgave. Een aantal van deze doelen zijn al SMART. Hierin hebben wij zelf als gemeente niet altijd een keuze te maken. Wanneer jaartallen of beoogde percentages in doelen veranderen is dat iets wat ons wordt opgelegd. Dit betekent niet dat we nergens meer een keuze in kunnen maken. Er zijn op genoeg vlakken nog lokale keuzes te maken. Zo gaan de opgelegde doelen vaak over een langere termijn, en zijn er nog onderwerpen waar we lokaal nog doelen kunnen stellen (zoals Klimaatadaptatie). Het is uiteindelijk de bedoeling dat voor alle programmathema’s ER-doelen (meer, minder, beter) komen en hieruit SMART-doelen worden geformuleerd. Vervolgens bepalen we wat we gaan DOEN om die SMART-doelen te halen. Die SMART-doelen monitoren en evalueren we vervolgens in de reguliere P&C cyclus.
Nu we in kaart hebben gebracht welke beleidsmatige uitgangspunten er al zijn kunnen we met de doelen ook het gesprek voeren of we nog andere uitgangspunten nodig hebben. Meer informatie over deze doelen volgt in het programmaplan. Een eerste toelichting op de algemeen geformuleerde doelen in de omgevingsvisie staan in deze nota wel rees opgenomen.
1.2.6 Toelichting begrippen Voordat we de uitgangspunten verdelen over de doelen is het handig om enkele begrippen te definiëren zodat we daar een gedeeld beeld bij hebben. a. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van de gemeente voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. De omgevingsvisie bevat de volgende elementen: 1) Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan? 2) De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied: wat gebeurt er/ gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied? 3) De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid: wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt? b. Het omgevingsprogramma is een beleidsdocument gericht op het uitwerken en vormgeven van beleid over (onderdelen van) de fysieke leefomgeving. Een programma bevat voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving: 1) Een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan; 2) Maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. c.
Het omgevingsplan is het instrument waarin de gemeente regels stelt over de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan dat geldt voor haar hele grondgebied. Het omgevingsplan bevat de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast kun je in het omgevingsplan regels 6
d.
e. f. g. h.
i.
opnemen over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving en kun je in het omgevingsplan omgevingswaarden vastleggen. Een strategisch beleidsuitgangspunt is een beleidsuitgangspunt dat een algemene richting, ambities en doelstellingen van de gemeente benoemt. Wat zijn onze doelen en ambities ten aanzien van de fysieke leefomgeving en de activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving? Deze worden in de omgevingsvisie opgenomen. Strategische beleidsuitgangspunten worden vooral opgenomen in het kerninstrument omgevingsvisie. Een tactisch beleidsuitgangspunt is een beleidsuitgangspunt dat iets zegt over hoe we de ambities en doelen gaan bereiken. Tactische beleidsuitgangspunten worden vooral opgenomen in het kerninstrument omgevingsprogramma’s. Een operationeel beleidsuitgangspunt is een beleidsuitgangspunt dat tot doel heeft om dagelijkse uitvoering van taken en processen om de tactische plannen te realiseren. Het is de operationele uitwerking van de hoe vraag in acties (uitvoeringsagenda) en afspraken in regels (omgevingsplan). Een operationeel beleidsuitgangspunt wordt vooral opgenomen in de kerninstrumenten omgevingsprogramma als maatregelen en in het omgevingsplan als juridische regel.
7
2 Leeswijzer 2.1 Inhoud In hoofdstuk 1 wordt een inleiding gegeven waarom de nota van uitgangspunten wordt opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt context gegeven over omgevingsprogramma’s, soorten uitgangspunten en de beleidsanalyse van bestaand beleid. In hoofdstuk 3 worden de beleidsmatige uitgangspunten opgesomd die relevant zijn voor het programma Energie & Klimaat. In hoofdstuk 4 worden de financiële uitgangspunten genoemd, in hoofdstuk 5 de organisatorische en in hoofdstuk 6 de juridische uitgangspunten. In hoofdstuk 7 zijn de uitgangspunten voor het Warmteprogramma opgenomen. Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de omgevingswet en vervangt de Transitie Visie Warmte (TVW). Op dit moment wordt het Warmteprogramma geschreven en in deze nota van Uitgangspunten worden de gewijzigde en één nieuw uitgangspunt voor het warmteprogramma meegenomen in de besluitvorming. Deze was/wordt lijst is opgenomen in de bijlage Uitgangspunten Warmteprogramma. De bestaande beleidsuitgangspunten uit de TVW zijn in deze nota van uitgangpunten niet meer opgenomen. Die worden in 2026 vervangen door het warmteprogramma. Het Warmteprogramma bemoeit zich vooral met de programmathema’s Gebouwde omgeving en energie. Het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie 2022-2024 zit nu ook in een vernieuwingsproces.
Hierom zijn de beleidsuitgangspunten uit dit document niet meegenomen in deze Nota van Uitgangspunten. Met betrekking tot de beleidsmatige uitgangspunten is het goed om een extra uitleg te geven. Dit hoofdstuk is het hart van de nota van uitgangspunten en gaat over eerder door de raad vastgesteld beleid toegepast op de doelen van het programma. In de omgevingsvisie staan 4 ambities benoemd binnen het programma Energie & Klimaat benoemd. Dit zijn: ❖ Energieneutraal en aardgasvrij 2050 ❖ Afvalvrij 2050 ❖ Biodiversiteit stimuleren ❖ Klimaatadaptatie Deze ambities hebben we grotendeels overgenomen. In plaats van aardgasvrij hebben we besloten om broeikasgasvrij te gebruiken. Broeikasgassen is een meeromvattende term en komt beter overeen met de inhoud van de Klimaatopgave. Daarnaast hebben we Biodiversiteit stimuleren en Klimaatadaptatie samengevoegd. Deze keuze hebben we gemaakt omdat biodiversiteit en klimaatadaptatie hand in hand gaan, en teveel van elkaar afhankelijk zijn om als aparte ambitie te behandelen. De programmathema’s dragen bij aan de volgende drie ambities die vertaald zijn naar doelen: ❖ Energieneutraal en broeikasgasvrij 2050 ❖ Afvalvrij 2050 ❖ Toekomstbestendige leefomgeving
8
Het programma Energie & Klimaat is aan de hand van de doelen opgebouwd uit zes programmathema’s; 1. Gebouwde omgeving 2. Energie 3. Mobiliteit 4. Landbouw 5. Circulariteit 6. Klimaatadaptatie
2.2 Centrale vragen De uitgangspunten zijn verdeeld over de hierboven genoemde doelen waarbij de centrale vragen waren: 1) Onder welk programmathema past het uitgangspunt? 2) Draagt dit uitgangspunt op een of andere manier bij aan het realiseren van een van de doelen? 3) Op welk niveau bevindt het uitgangspunt zich? a) Uitgangspunten die niet in de omgevingsvisie staan neemt het programma Energie & Klimaat met zich mee totdat de omgevingsvisie is geactualiseerd. Strategische uitgangspunten die wel in de omgevingsvisie staan worden niet meegenomen. b) Bevindt het uitgangspunt zich op tactisch niveau, dan nemen we die mee in het programma. c) Bevindt het uitgangspunt zich op operationeel niveau, dan nemen we het uitgangspunt niet mee. Operationele uitgangspunten zijn over het algemeen óf acties óf regels voor het omgevingsplan. Na de nota van uitgangspunten wordt het programma opgesteld met SMART-doelen en worden de uitgangspunten op operationeel niveau of in de uitvoeringsagenda opgenomen of bij het omgevingsplan neergelegd om de regel op te nemen (voor zover dat nog niet is gebeurd).
2.3 Totstandkomingsproces Nota van uitgangspunten: overnemen, wijzigen of niet relevant In het totstandkomingsproces van de nota van uitgangspunten is gewerkt met meerdere versie, namelijk een 70%versie, een 90% versie en de 100% versie. De 100% versie ligt voor u. De 70% en de 90% versie hebben we besproken met de technische commissie.
2.3.1.1 90%versie Nadat het betreffende uitgangspunt is gekwalificeerd als van toepassing op het programma, zijn de uitgangspunten in de 90% versie van de nota van uitgangspunten beoordeeld op meenemen, wijzigen of niet relevant. Groene uitgangspunten zijn de uitgangspunten die we meenemen bij het opstellen van het programma en die onverkort al in vastgestelde beleidsstukken staan. Oranje uitgangspunten betekende tekstueel aanpassen (naar B1-niveau) of inhoudelijk iets wijzigen (denk hierbij aan het toevoegen of enkel weghalen van woorden). Rode uitgangspunten zijn uitgangspunten die dubbel 9
zijn, inhoudelijk niets zeggen, gedateerd zijn of iets zegt dat tegenstrijdig is met andere uitgangspunten. Voor de duidelijkheid: uitgangspunten die geen betrekking hebben op het programma zijn niet meegenomen in de nota van uitgangspunten. In de bijlage is een overzicht opgenomen van zowel de oranje evenals de rode uitgangspunten. De suggestie voor de oranje uitgangspunten staan ook hier vermeld, evenals de reden voor de verandering.
2.3.1.2 100%versie De 100%-versie kent dezelfde uitgangspunten als de 90%-versie, maar leest net iets anders. In deze versie zijn nog slechts twee soorten uitgangspunten opgenomen: • De uitgangspunten die voorheen groen waren, zijn nu in zwart opgenomen. • De uitgangspunten die in de 90%-versie oranje waren, waren destijds de originele teksten. Daarbij deden we in de bijlage een voorstel tot wijziging. In de 100%-versie zijn deze wijzigingen nu doorgevoerd. Daarom zijn deze uitgangspunten cursief weergegeven, zodat zichtbaar blijft welke uitgangspunten zijn aangepast. De oorspronkelijke teksten zijn terug te vinden in de bijlage. Om terug te kunnen vinden hoe de oorspronkelijke uitgangspunten precies waren, hebben we zowel de gewijzigde (oranje) als de niet meer relevante (rode) uitgangspunten in een bijlage opgenomen. Nadat het betreffende uitgangspunt is gekwalificeerd als van toepassing op het programma, dan worden ze beoordeeld op meenemen, wijzigen of niet meenemen. Aangezien programma Energie & Klimaat een themagericht programma is, kan onder andere de nota van uitgangspunten leiden tot intrekking van uitgangspunten in beleidsdocumenten of gehele beleidsdocumenten. Achter elk uitgangspunt staat uit welk beleidsdocument het uitgangspunt afkomstig is en het niveau dat het heeft gekregen. De uitgangspunten zijn benaderd vanuit de doelen zoals hierboven al benoemd.
Vervolgens hebben we een onderscheid gemaakt per programmathema en onderwerp van het uitgangspunt. Wanneer uitgangspunten breder waren en eigenlijk betrekking hebben op het gehele doen, zijn opgesomd onder het kopje -Algemeen-. Voor het overzicht willen we namelijk de uitgangspunten maar één keer benoemen in de nota van uitgangspunten.
Strategische uitgangspunten Tot slot, zoals eerder gezegd staan in deze nota van uitgangspunten de strategische uitgangspunten uit alle beleidsdocumenten die niet in de omgevingsvisie staan. Programma Energie & Klimaat neemt deze uitgangspunten mee totdat de omgevingsvisie is geactualiseerd. Strategische uitgangspunten die wel in de omgevingsvisie staan worden niet meegenomen. Het beleidsmatig kader op strategisch niveau voor programma Energie & Klimaat is nu de omgevingsvisie en de strategische uitgangspunten in deze nota. Het beleidsmatig kader op tactisch niveau voor programma Energie & Klimaat is deze nota van uitgangspunten. Het beleidsmatig kader op operationeel niveau zijn de regels in het omgevingsplan en de toelichting daarop. 10
11
3 Beleidsmatige uitgangspunten 3.1 Energieneutraal en broeikasgasvrij 2050 Het doel Energieneutraal en broeikasgasvrij 2050 komt uit het Klimaatakkoord en is vanuit het Rijk o.a. gedelegeerd naar de gemeente. We hebben dit doel daarom ook opgenomen in onze omgevingsvisie. Het doel bestrijkt de programmathema’s; gebouwde omgeving, energie(opwek), mobiliteit en landbouw. Dit doel houdt in dat de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, in evenwicht is met de opname van deze gassen uit de atmosfeer. Dit kan bereikt worden door: 1. Vermindering van de uitstoot: Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door bijvoorbeeld over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen, energie te besparen, efficiënter te produceren, te consumeren, en minder afval te produceren. 2. Opwekken en gebruik van hernieuwbare energie De energievraag neemt toe. De overschakeling naar hernieuwbare energiebronnen vraagt om een opschaling in de opwek. Hierbij zijn andere vraagstukken zoals netcongestie ook van belang.
3.1.1 Algemene uitgangspunten 1. In het nieuwe klimaat- en duurzaamheidsprogramma zullen energiezuinigheid en woonkwaliteit, direct merkbaar voor bewoners en ondernemers, centraal staan. (Omgevingsbeleidsplan 2016 – 2020) (Strategisch) 2. Edam-Volendam wordt energieneutraal en aardgasvrij. Binnen deze transitie kiezen we zo veel mogelijk voor oplossingen met een lage maatschappelijke kostprijs en waarbij de ruimtelijke impact op onze leefomgeving en het milieu zo veel mogelijk beperkt blijft. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.1.2 Uitgangspunten over Gebouwde omgeving 3.1.2.1 Algemeen 3. Met de transformatie willen we onze bedrijfspanden en woningvoorraad verduurzamen. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 4. Ook willen we doorstroming op de woningmarkt en op bedrijventerreinen als middel inzetten om verduurzaming van de bestaande bebouwde omgeving te bereiken. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.1.2.2 Eigen vastgoed en gronden 5. We houden rekening met verdere beleidsdoelen bij verkoop van grond voor bebouwing. Bijvoorbeeld het duurzaamheidsbeleid en het handboek inrichting openbare ruimte (HIOR). Bebouwing van grond moet aardgasvrij (gasloos). Initiatiefnemers moeten zich houden aan de eisen in de HIOR om de ruimtelijke kwaliteit te bewaren. (Grondbeleid 2018-2022) (Tactisch)
12
6. We streven echter naar een hogere ambitie om volledig energie neutrale gebouwen te realiseren (ENG). Deze ambities gaan verder dan het vigerende bouwbesluit. (Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Edam-Volendam 2022) (Tactisch)
3.1.2.3 Wonen 7. Duurzaamheid is belangrijk, met name innovatieve oplossingen die zonder of met zeer beperkte aantasting van het stadsgezicht voor verduurzaming van woningen zorgen. (Edam Vitaal 2018) (Strategisch) 8. De gemeente Edam-Volendam erkent dat geen enkele bestaande woning over de deurdrempel hetzelfde is en dat de inwoners een leerproces doorgaan als zij aan de slag gaan met hun woonwensen. De gemeente hanteert drie type woonwensen of eindpunten van het leerproces: Woonwens 1. realiseren van kleine maatregelen Woonwens 2. energievraag flink beperken met isoleren en ventileren Woonwens 3. een comfortabele, energie-efficiënte aardgasvrije woning (Isolatieaanpak woningen 2024-2026) (Tactisch) 9. De gemeente legt de organisatie en uitvoering van de collectieve inkoopactie deels neer bij een externe partij. (Isolatieaanpak woningen 2024-2026) (Tactisch) 10. Met De Vooruitgang en Wooncompagnie maken we nadere prestatieafspraken om bestaande huurwoningen -waar mogelijk- levensloopgeschikter en duurzamer te maken. (Woonvisie Edam-Volendam 2022-2025) (Tactisch) 11. We starten met het verlagen van de energierekening door het isoleren van de woningen, in te zetten op energieadvies, elektrisch koken en kierdichting. (Isolatieaanpak 20242026) (Tactisch) 12.
Op basis van ons Warmteprogramma gaan we per wijk aan de slag met plannen en projecten voor aardgasvrije warmte in woningen. Deze plannen heten wijkuitvoeringsplannen (WUP’s). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 13. Het samenvoegen van de data heeft vijf startclusters opgeleverd. In de clusteraanpak bepalen we nu eerst welke bouwkundige maatregelen of installatiemaatregelen we kunnen organiseren via een collectieve inkoopactie. We bepalen ook hoe we de doelgroepen hierbij kunnen betrekken. (Isolatieaanpak woningen 2024-2026) (Tactisch) 14. In de gezamenlijke aanpak kan men hulp krijgen bij subsidieaanvragen. Dit doen we alleen als er genoeg mensen zijn om dit te doen. (Isolatieaanpak woningen 2024-2026) (Tactisch) 15. De wijkvolgorde van de clusteraanpak is bepaald op basis van bouwjaar, energieverbruik en waar bewoners het meest kunnen besparen. De volgorde is: 1. Bloemenbuurt 2. Planetenbuurt 3. Rozettenbuurt 4. Blokgouw 1+2 5. Katham oudekom (Isolatieaanpak woningen 2024-2026) (Tactisch) 16. De activiteiten voor de isolatie-aanpak zijn verdeeld in drie delen: 1. Mensen bewust maken en informatie geven 2. Advies geven en uitvoeren a. Voor één persoon 13
b. Voor een groep 3. Inzicht en monitoring (Isolatieaanpak woningen 2024-2026) (Tactisch) 17. We gebruiken onder andere het haalbaarheidsrapport ‘Warmtenetten Edam-Volendam’ om te bepalen welke (bouwkundige of installatie) maatregel geschikt is. (Isolatieaanpak woningen 2024-2026) (Tactisch)
3.1.3 Uitgangspunten over Energie 3.1.3.1 Algemeen 18. We stimuleren zuiniger omgaan met energie en het gebruik van duurzame energie. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.1.3.2 Opwek 19. We willen geen grote zonnepaneelvelden in onze gemeente. Zo beschermen we de bodem en zorgen we dat het niet te warm wordt in de buurt. (Omgevingsvisie EdamVolendam 2023) (Tactisch) 20. Windturbines zien we vanwege de impact op het aangezicht van onze leefomgeving liever ook niet terug in ons landschap. Echter valt niet uit te sluiten dat windturbines in de verdere toekomst mede nodig zullen zijn om onze ambitie voor de energietransitie te behalen. We zetten in dat geval in op locaties waar al zichtschade is of locaties waar de zichtschade beperkt is. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 21. In de Regionale Energiestrategie (RES) werken we samen met onze regio aan een regionale bijdrage voor de opwekking van duurzame energie. De focus tot 2030 ligt daarbij op het stimuleren van zonnepanelen op daken zoals bij woningen, industrieel en agrarisch vastgoed in combinatie met asbestsanering en dubbel ruimtegebruik zoals zon op parkeerterreinen en fietspaden. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 22. We zien afvalwater als bron van energie. De relatief hoge temperatuur van het afvalwater kunnen we gebruiken om warmte uit het riool te winnen door riothermie. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 23. In ons buitengebied helpen wij niet mee aan het plaatsen van hoogspanningsmasten en zonnepaneelvelden.
(Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.1.3.3 Infrastructuur 24. Onze ruimtelijke ambities (zoals woningbouw, economische ontwikkeling en transitie mobiliteit) vragen samen met de energietransitie om een robuust elektriciteitsnetwerk. We willen dat het energienetwerk toekomstbestendig is en dat de ontwikkeling van het netwerk anticipeert op de te verwachten toekomstige ontwikkelingen in onze gemeente. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 25. Om woningbouw niet te vertragen en de bestaande bebouwde omgeving te verduurzamen is samenwerking met onze netwerkbeheerder(s) essentieel. We denken daarom in een vroegtijdig stadium samen na over slimme locaties voor energie-infrastructuur. We informeren onze netwerkbeheerder(s) over onze ambities en stemmen groot onderhoud aan wegen af. We ondersteunen onze netbeheerder(s) bij het geschikt maken van de
14
energie-infrastructuur en reserveren boven- en ondergronds ruimte. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 26. Ook voor de opslag van energie reserveren we binnen bestaand stedelijk gebied en binnen toekomstige ontwikkelingen ruimte. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.1.4 Uitgangspunten over Energie & Mobiliteit 3.1.4.1 Laden en laadinfrastructuur 27. Het gebruik van elektrische auto’s in het wagenpark van de gemeente is een goede optie. De gemeente zal bij afschrijving van huidige auto’s deze bij voorkeur vervangen door elektrische modellen. Hiermee neemt de gemeente een voorbeeldfunctie op zich. (Omgevingsbeleidsplan 2016-2020) (Tactisch)
3.1.5 Uitgangspunten over Mobiliteit 3.1.5.1 Algemeen 28. In de kern van Edam streven wij naar meer veilige ruimte voor voetgangers en fietsers. Fiets parkeren moet gefaciliteerd worden. Op de langere termijn kan met een duidelijk verwijssysteem iedere doelgroep naar de geschikte plaats worden verwezen. (Edam Vitaal 2018) (Strategisch) 29. Transitie van mobiliteit betekent dat we richten op maatregelen met de focus op de mobiliteitstransitie, bestaande uit het bevorderen van emissievrije mobiliteit zoals stimuleren van lopen en fietsen maar ook van elektrisch vervoer. Dat betekent ook dat we in eerste instantie naar andere oplossingen kijken voor de groei van mobiliteit dan het verhogen van de netwerkcapaciteit voor de auto. (Mobiliteitsplan Edam-Volendam 2024) (Strategisch) 30. Groei mobiliteit duurzaam opvangen. (Mobiliteitsplan Edam-Volendam 2024) (Strategisch) 31. Daarnaast streeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) naar een grotere inzet van duurzame vervoermiddelen, zoals vastgelegd in de Greendeal MRA. Dit biedt ook kansen voor onze gemeente om deel te nemen aan deze transitie naar een duurzamere logistieke sector. (Mobiliteitsplan Edam-Volendam 2024) (Strategisch) 32. Voor de lange termijn is het wenselijk de logistieke functies van het bedrijventerrein te verplaatsen naar de Purmer.
Dit zorgt voor een afname van zwaar verkeer in de kernen Edam en Volendam, maar blijft het voor de bedrijven en de bijbehorende werkgelegenheid mogelijk om gevestigd te blijven in de gemeente. De haalbaarheid hiervan dient verder onderzocht te worden. (Mobiliteitsplan Edam-Volendam 2024) (Tactisch) 33. Ook toeristisch bezoek aan Edam-Volendam is economisch van belang. Ingezet wordt op een langere verblijfsduur van deze dagjesmensen en op het opvangen van het parkeren aan de randen. Hierdoor neemt de verkeersoverlast als gevolg van deze doelgroep in de kernen af. Net als bij de touringcars gaat dit om het zoveel mogelijk opvangen van parkeren bij het Marinapark in Volendam en de Singelweg in Edam. (Mobiliteitsplan EdamVolendam 2024) (Tactisch)
15
34. Om emissievrij te worden maken we momenteel een transitie van fossiel naar elektrisch. Maar ook andere technieken zoals waterstof kunnen hier een rol in gaan spelen. Om hier in onze leefomgeving goed rekening mee te houden, maken we binnen het op te stellen omgevingsprogramma een uitvoeringsplan voor laadinfrastuctuur, gaan we laadinfrastructuur voor fiets en auto opschalen en verkennen we de mogelijkheden voor een tankstation voor waterstof (1). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 35. Het heeft onze voorkeur om eerst de fiets- en wandelinfrastructuur te verbeteren om inwoners te verleiden de auto te laten staan, in plaats beperkingen op te leggen. We investeren daarom in infrastructuur voor gezonde mobiliteit (2,7,8). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 36. Maar ook de transitie naar andere vormen van mobiliteit zien we als een antwoord op de opgave om de totale capaciteit van onze mobiliteit te vergroten. We werken daarom aan een goed lokaal en regionaal fietssnetwerk (7&8). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 37. Binnen onze gemeente hebben we reeds verschillende mogelijkheden voor het gebruik van deelmobiliteit. Door meer plekken aan te bieden willen we de uitbreiding van het aanbod stimuleren (11). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 38.
Regionaal werken we doorlopend samen om de bereikbaarheid van regio Waterland in stand te houden en te verbeteren, zoals door middel van de uitbreiding van (elektrische) busverbindingen en de doorstroming van de provinciale weg N247 (12). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 39. Vroeger losten we een groei van verkeer op door wegen en ander vervoer aan te passen. Maar er is steeds minder ruimte. Daarom kijken we nu ook naar hoe mensen reizen. We willen dat mensen vaker kiezen voor duurzame manieren van vervoer. Zo kunnen we beter omgaan met het verkeer. Met duurzame manieren van vervoer bedoelen we fietsen en lopen, openbaar vervoer (OV), deelmobiliteit of elektrische auto’s. (Mobiliteitsplan EdamVolendam 2024) (Tactisch) 40. We verbeteren de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Dit doen we door het maken een nieuwe buslijn door de Lange Weeren. En door te onderzoeken of we een snelle buslijn kunnen maken tussen Edam-Volendam en Purmerend. (Mobiliteitsplan EdamVolendam 2024) (Tactisch) 41. We moedigen mensen aan om korte afstanden te lopen of te fietsen. Bijvoorbeeld door het gebruik van een E-bike. (Mobiliteitsplan Edam-Volendam 2024) (Tactisch) 42. We ondersteunen de doelstelling van de Vervoerregio om het openbaar vervoer emissievrij te maken. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 43.
Daarom willen we - naast de verbetering van de (bestaande) infrastructuur - innovatieve en duurzame vormen van mobiliteit mogelijk maken. Niet alleen voor ons woonwerkverkeer, maar ook voor de vervoersstromen van logistiek en toerisme. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 44. We maken in het plan voor laadinfrastructuur afspraken voor de komende jaren. We doen dit samen met onze netwerkbeheerder(s). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
16
3.1.6 Uitgangspunten over Landbouw 3.1.6.1 Algemeen 45. Het Rijk, de provincie Noord-Holland en ook de gemeente Edam-Volendam streven naar een duurzame landbouw in het plangebied. Juist ter behoud en ontwikkeling van de kernkwaliteiten van het landschap is duurzame landbouw van belang. (Bestemmingsplan buitengebied Zeevang 2016) (Strategisch) 46. Grondgebonden landbouwbedrijven moeten via het bestemmingsplan kansen krijgen om een sterkere vorm te krijgen. Deze kansen gaan over duurzame productie, zoals het ruilen van percelen en het verbeteren van het landschap. Ook gaat het over het ondersteunen van verschillende soorten landbouw, zoals recreatie en natuurbeheer. (Bestemmingsplan buitengebied Zeevang 2016) (Tactisch) 47. Onze veenweidegebieden zetten we niet zomaar onder water. (Omgevingsvisie EdamVolendam 2023) (Tactisch) 48. We maken ruimte voor landbouwprojecten die goed passen in het landschap en helpen om oxidatie te verminderen. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.1.7 Uitgangspunten over Klimaatadaptatie 3.1.7.1 Technische oplossingen 49. We gebruiken de CO2 ladder bij het bepalen van klimaatadaptatie maatregelen. We zoeken vooral naar maatregelen die het minst nadelig zijn voor het klimaat. (Groenbeleidsplan 2020-2024) (Tactisch)
17
3.2 Afvalvrij 2050 Het doel "Afvalvrij 2050" in Nederland houdt in dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is, wat betekent dat er geen afval meer geproduceerd wordt en grondstoffen steeds opnieuw worden gebruikt. Dit houdt in dat producten en materialen niet meer worden weggegooid, maar hergebruikt, gerepareerd, gerecycleerd of op een andere manier opnieuw worden ingezet. We hebben als gemeente een grote invloed op het realiseren van dit doel vanwege de inzameling van het huishoudelijk afval, de milieustraten. Ook hebben we invloed via inkoop en aanbesteding, en het in stand houden van onze openbare ruimte en maatschappelijke gebouwen.
3.2.1 Uitgangspunten over Circulariteit 3.2.1.1 Productie en gebruik materialen 50. We willen bouwen met natuurlijke circulaire materialen bevorderen om CO2 te reduceren. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 51. We moeten beter omgaan met grondstoffen omdat er steeds meer vraag naar is. Het gaat om grondstoffen voor bijvoorbeeld eten, elektrische apparaten en kleding. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 52. In de toekomst zal het opslaan van grondstoffen in een circulaire economie meer ruimte nodig hebben dan nu. Daarom maken we een plan voor onze gemeente. In dit plan staat hoe we hiermee willen omgaan tot 2050. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.2.1.2 Afval 53. Het is niet genoeg om alleen een paar kleine verbeteringen te maken in het afval inzamelsysteem. Om de afvalscheiding te verbeteren zijn nieuwe prikkels nodig. Met andere woorden, het huidige inzamelsysteem moet veranderen. (Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022) (Strategisch) 54. Sinds 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken en laten hergebruiken van plastic verpakkingsafval van huishoudens. (Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022) (Tactisch) 55. Aangezien het huidige afval beleid al goed scoort op de bronscheiding van grof huishoudelijk afval, zullen de wijzigingen in het uit te voeren beleid zich vooral moeten richten op de scheiding van fijn huishoudelijk afval. (Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022) (Tactisch) 56. Ondergrondse containers passen goed in drukke woonwijken. Maar ze zijn niet altijd geschikt voor het landelijk gebied. Daarom stellen we voor om het restafval daar met kleine containers aan huis op te halen of te blijven ophalen zoals dat nu gebeurt. (Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022) (Tactisch) 57. De gemeente zal per buurt in overleg gaan met bewoners om een inzamelplan voor het afval te ontwikkelen. Dit gebeurt op basis van de al vastgestelde beleidsuitgangspunten. (Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022) (Tactisch)
18
58. We werken volgens het VANG-principe. VANG staat voor ‘Van Afval Naar Grondstof. De volgende stappen worden genomen om de VANG-doelstelling te halen: a. Er komt een controle bij het aanbieden van restafval. b. Mensen gaan beter en vaker afval scheiden bij de bron. Dit gaat om bronscheiding van GFT, oud papier/karton (OPK), glas en textiel. c. Het overgebleven restafval wordt naar een speciale installatie gebracht. Daar wordt nog afval gescheiden om spullen zoals plastic, drankenkartons, metalen, OPK, mineralen en organisch materiaal terug te winnen. Dit heet nascheiding. (Beleidsplan afvalbeheer 2017-2022) (Tactisch) 59. Het loont dan ook gescheiden in te blijven zamelen, en waar mogelijke gescheiden inzameling verder te stimuleren. (Omgevingsbeleidsplan 2016-2020) (Tactisch) 60. We hebben het doel om het gewicht aan restafval per persoon per jaar te verminderen, volgens het 'VANG-principe'. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 61. We werken verder aan ons afvalbeleid. We zorgen voor een duurzame manier om afval in te zamelen. Waar het kan, plaatsen we ondergrondse containers die 24 uur per dag open zijn. Zo helpen we ook om vervuiling te voorkomen. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 62. We grijpen de transformatie van de Julianaweg aan om onze afvalinzameling te verplaatsen, te vernieuwen en af te stemmen op een circulair gebruik van grondstoffen.
(Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 63. We streven naar een optimale plaatsing van containers zodat loopafstanden beperkt blijven. Buiten de bebouwde kom zorgen we voor een passend alternatief voor inzameling vanwege de lage inwonersdichtheid. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.2.1.3 MRA en regio 64. Wij, de gemeenten, de provincies en de Vervoerregio in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) hebben het doel om te groeien naar een volledig duurzame regio. (MRA Intentieverklaring Circulair opdrachtgeverschap en Circulair inkopen 2018) (Strategisch) 65. We willen in samen en in afspraak met de MRA circulair inkopen. De resultaten hiervan willen we monitoren en volgen. (MRA Intentieverklaring Circulair opdrachtgeverschap en Circulair inkopen 2018) (Strategisch) 66. Partijen zoeken actief naar regels die problemen geven. Ze zorgen dat deze problemen samen besproken worden. (MRA Convenant Green Deal Houtbouw 2021-2025) (Tactisch) 67. De partijen praten goed met elkaar om precies te weten wat de kosten zijn bij houtbouw. (MRA Convenant Green Deal Houtbouw 2021-2025) (Tactisch) 68. De gemeente steunt het regionale doel: Vanaf 2025 moeten minstens 20% van alle nieuwe huizen in de MRA van hout worden gebouwd. (Isolatieaanpak woningen 20242026) (Tactisch) 69. Partijen zeggen met dit akkoord te willen werken aan minder uitstoot van schadelijke stoffen, zoals omschreven in de klimaatdoelen van Parijs. Ze willen de bouw vernieuwen en sneller maken. Ook willen ze meer huizen bouwen en zorgen voor modern werk in de bouw. (MRA Convenant Green Deal Houtbouw 2021-2025) (Tactisch) 70. Bij houtbouwambities letten we op bouwsnelheid, lagere kosten en betaalbaarheid.
Het verminderen van CO2 en stikstof is hierbij heel belangrijk. (MRA Convenant Green Deal Houtbouw 2021-2025) (Tactisch)
19
71. Gemeenten en vastgoedbedrijven moeten snel nieuwe manieren vinden om te werken. Ze moeten ook nieuwe kennis en routines leren. Het is belangrijk voor vastgoedbedrijven om kennis te ontwikkelen en te delen, tot op een bepaald detailniveau. (MRA Convenant Green Deal Houtbouw 2021-2025) (Tactisch) 72. In 2022 willen we minstens 10% van onze producten, spullen en diensten op een circulaire manier inkopen. Omdat we verwachten dat de rijksoverheid deze plannen ook gaat gebruiken. We gaan ook regels maken om dit goed te doen. (MRA Intentieverklaring Circulair opdrachtgeverschap en Circulair inkopen 2018) (Tactisch) 73. We willen ervoor zorgen dat in 2025 de helft (50%) van onze inkopen op een circulaire manier gebeurt. We willen ook voldoen aan de regels van de rijksoverheid voor circulair inkopen. Dit betekent dat we circulariteit in onze organisatie goed meenemen. En dat we de resultaten daarvan goed bijhouden. (MRA Intentieverklaring Circulair opdrachtgeverschap en Circulair inkopen 2018) (Tactisch) 74. Via de MRA-werkgroep Circulair inkopen werken we het circulair inkopen uit in een stappenplan. Dit plan leggen we later apart voor om er een besluit over te nemen. (MRA Intentieverklaring Circulair opdrachtgeverschap en Circulair inkopen 2018) (Tactisch)
20
3.3 Een toekomstbestendige leefomgeving Het doel een toekomstbestendige leefomgeving vloeit voort uit de opgave om leren om te gaan met een veranderend klimaat. Dit doel is ervoor om te zorgen dat de omgeving waarin we leven nu en in de toekomst leefbaar, gezond en prettig is, rekening houdend met ecologische, sociale en economische factoren. Bij ontwikkelingen houden we rekening met de verandering van het klimaat en proberen we bestaande en toekomstige risico’s op te lossen. Dit betekent dat we duurzame keuzes moeten maken die de belasting op het milieu verminderen, de kwaliteit van leven voor bewoners verbeteren en economische kansen creëren. Hierbij is het belangrijk dat we meer ruimte geven aan de natuur. Klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn op deze manier verbonden. Ze zijn beide een groot onderdeel van de natuur en hoe we hiermee omgaan. Het creëren van een gezonde leefomgeving met schone lucht, schoon water, voldoende groenvoorzieningen, en mogelijkheden voor beweging en ontspanning is hierbij van belang. • Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie gaat over het aanpassen van de leefomgeving in voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme hitte, droogte en wateroverlast en overstromingen. • Biodiversiteit stimuleren We willen de biodiversiteit in onze gemeente ondersteunen.
Dit is niet alleen van belang in onze veenweidegebieden, maar ook binnenstedelijk. Hiervoor moeten we meer ruimte geven aan de natuur in onze openbare ruimte.
3.3.1 Uitgangspunten over Klimaatadaptatie en Gebouwde omgeving 3.3.1.1 Nieuwbouw 75. Na de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie wordt nieuwbouw standaard klimaatbestendig in de MRA en provincie Noord-Holland. Dit betekent dat gebouwen bestand zijn tegen een veranderend klimaat. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Strategisch) 76. Om het doel te bereiken, gebruiken we dezelfde regels en veiligheidsniveaus. We werken zoveel mogelijk op dezelfde manier en helpen elkaar als dat nodig is om kennis te delen of te verbeteren. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Strategisch) 77. We onderzoeken de opgaves van klimaatadaptatie in verschillende gebieden. Hierbij bespreken we met experts in dit vakgebied hoe we de opgaves kunnen aanpakken. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 78. Bij lange periodes zonder regen (maximaal 300 mm tekort, ongeveer eens in de 10 jaar) zorgen we dat gebouwen, wegen, planten en belangrijke dingen niet beschadigd raken. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 79. Tijdens hete dagen is de gebouwde omgeving voor een gezonde en fijne plek om te leven. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 21
80. Afhankelijk van de overstromingskans en waterdiepte proberen we schade tegen te houden of te beperken. We proberen er ook voor te zorgen dat er geen slachtoffers vallen bij overstromingen. Voor belangrijke en kwetsbare functies gelden extra regels en eisen. Welke regels gelden, hangt af van overstromingskans en waterdiepte in het gebied. De overstromingskans per waterdiepte staat in de Klimaateffectatlas. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 81. Groenblauwe gebieden en de biodiversiteit in het gebied worden sterker gemaakt. Bij het kiezen van maatregelen tegen klimaatverandering geven we altijd de voorkeur aan oplossingen met de natuur. We kiezen pas voor technische oplossingen als het echt nodig is. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 82. De verwachte grondwaterstanden en de beschikbaarheid van zoet water tijdens droogte bepalen hoe het plangebied wordt ingericht. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 83. Samen met andere bouwexperts pakken we klimaatadaptatie zo vroeg mogelijk aan. Het liefst al voor het eerste ontwerp van projecten. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 84. We laten zien welke meekoppelkansen er zijn om maatregelen te combineren.
Zo versterken ze verschillende doelen, zoals energieneutraliteit, circulariteit, duurzame mobiliteit en gezondheid. We proberen deze kansen altijd te gebruiken. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 85. Natuurlijke oplossingen en oplossingen met een basis in natuurlijke processen hebben altijd de voorkeur boven technische oplossingen. Dit geldt ook wanneer de kosten en prestaties hetzelfde zijn voor de maatschappij (Total Cost of Ownership benadering). (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Strategisch) 86. We treffen maatregelen om schade te beperken bij een overstroming. We doen dit alleen als de maatregelen nuttig zijn. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 87. Er moeten stappen worden genomen zodat mensen naar een veilige plaats kunnen gaan bij een overstroming. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 88. Bij groenblauwe gebieden en ecosystemen houden we bij de inrichting ervan rekening met de bredere omgeving. We kijken dan naar de totale oppervlakte. We kijken dus ook naar de hoogte van bomen en de oppervlakte ervan van boven gezien. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch) 89.
Bij nieuwbouw moet worden gezorgd dat het afvoeren en vasthouden van water niet slechter wordt door de bouw. Daarom moet een deel van het nieuwe verharde oppervlak (zoals wegen en gebouwen) worden gecompenseerd door extra open water. (Structuurvisie Edam-Volendam 2009) (Tactisch) 90. Het plangebied zorgt, afhankelijk van de grootte, voor een goede leefomgeving voor één of meer soorten dieren of planten om te leven. (Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland 2022) (Tactisch)
22
3.3.2 Uitgangspunten over Klimaatadaptatie en Mobiliteit 3.3.2.1 Leefomgeving en verbindingen 91. Omgevingskwaliteit hoort bij klimaat en duurzaamheid. De gemeente wil deze verbinding maken, niet alleen voor een betere leefomgeving, maar ook voor een duurzamere wereld. De gemeente werkt eraan om schadelijke activiteiten te stoppen en goede activiteiten te stimuleren. (Omgevingsbeleidsplan 2016 – 2020) (Strategisch) 92. We maken onze leefomgeving zo dat duurzame mobiliteit mogelijk is. Duurzame mobiliteit betekent vervoer dat goed is voor het milieu, weinig of geen CO₂ uitstoot en voor iedereen bereikbaar is, nu en in de toekomst. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.3.3 Uitgangspunten over Klimaatadaptatie 3.3.3.1 Gezondheid 93. Energieprojecten moeten goed zijn voor het milieu. Ze mogen de leefomgeving, de gezondheid en de veiligheid van mensen niet te veel beschadigen. (Omgevingsvisie EdamVolendam 2023) (Tactisch)
3.3.3.2 Biodiversiteit 94. Om de biodiversiteit binnen onze gemeente te versterken, passen we toe: de principes uit Basiskwaliteit Natuur (Groenbeleidsplan 2020-2024) (Tactisch) 95. Bij nieuwe plannen voor windturbines in Natura 2000 gebied moet worden gecontroleerd of er belangrijke gevolgen kunnen zijn voor het leefgebied van de vogels. Het gaat hier om vogels die in Natura 2000 gebied slapen en hier(buiten) eten. (Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek-Waterland 2024) (Tactisch) 96. We willen beter organiseren hoe we beheer en onderhoud doen. Zo kunnen we meer doen om de biodiversiteit in het bebouwde gebied te verbeteren. (Omgevingsvisie EdamVolendam 2023) (Tactisch) 97. We willen onze stedelijke gebieden ‘ecologisch verdichten’; dit betekent dat we meer ruimte geven aan ecologie binnen onze kernen en dorpen om de biodiversiteit te ondersteunen. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 98. "We passen bijvoorbeeld in ons openbaar groen natuurvriendelijke oevers, ecologisch maaibeheer en andere ecologisch bevorderende maatregelen toe. (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 99. we stimuleren het aanbrengen en integreren van bijvoorbeeld gevelnesten, geveltuinen en groene daken. We onderzoeken daarvoor de mogelijkheden tot het opzetten van een subsidieregeling1.
We willen dat platte daken bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen groen worden ingericht, mits deze niet anderszins worden benut (zoals zonnepanelen). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 100. Daarom gaan we onderzoeken hoe we, met bijvoorbeeld bouw- en/of beheersvoorschriften, ecologisch zouden kunnen verdichten of een (meer) natuurinclusieve leefomgeving zouden kunnen bereiken. (Omgevingsvisie EdamVolendam 2023) (Tactisch) 23
101. Rondom De Lange Weeren maken we een natuurgebied dat een schakel vormt tussen het Waterlandse landschap en hoofdgroenstructuren in bestaand stedelijk gebied (9). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 102. Samen werken met partners aan een goede gevarieerde waterplanten- en visstand, zodat een robuust ecosysteem ontstaat. Daarbij monitoren we de voortgang. (Visie op Waterrecreatie Noord-Holland 2030) (Tactisch) 103. We passen maaifrequentie en maaipatronen aan om biodiversiteit te versterken. (Groenbeleidsplan 2020-2024) (Tactisch)
3.3.3.3 Groen 104. We richten ons beleid over vergroening van privé ruimtes op bewustwording en samenwerking. (Groenbeleidsplan 2020-2024) (Tactisch) 105. Vanwege het tegengaan van hittestress in onze woongebieden, maar ook de opname van CO2 en de bevordering van biodiversiteit, breiden we in onze woongebieden ons bomenareaal uit (12). (Omgevingsvisie Edam-Volendam 2023) (Tactisch) 106. We maken de openbare ruimte klimaatbestendig. Dat doen we door grijze plekken, zoals stoepen en straten, waar mogelijk te vervangen door groen en water. Denk aan bomen, planten, vijvers en sloten. (Groenbeleidsplan 2020-2024) (Tactisch) 107. Wij zijn een groene gemeente en bij de aanleg/ontwikkeling van nieuwe wijken, sport-/beweegplekken en speeltuinen houden wij rekening met de aanwezigheid van voldoende groen en natuurlijke schaduwplekken. (Plan van aanpak Naar een gezonde generatie in Edam-Volendam 2023) (Tactisch)
3.3.3.4 Water 108. We zorgen voor een goede en veilige waterhuishouding. Dit betekent dat het water in een gebied goed wordt beheerd. (Beeldkwaliteitsplan Zeevang 2013) (Strategisch) 109. Door samen te werken met andere ruimtelijke en economische plannen in de openbare ruimte, kunnen de extra kosten beperkt blijven. Ook zorgt samenwerking voor een betere en prettige leefomgeving. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland) (Strategisch) 110. We maken plannen over het beschermingsniveau en welke maatregelen nodig zijn in de komende jaren bij meer zware regenbuien en de klimaatverandering. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland) (Strategisch) 111. Het vasthouden van water betekent voor het gebied dat we moeten tegenhouden dat water wegstroomt naar een laag liggende plek. (Bestemmingsplan buitengebied Zeevang 2016) (Strategisch & Tactisch) 112. Gewenste volgorde voor het verwerken van hemelwater: We zorgen op een slimme en goede manier voor het afvoeren van hemelwater. Volgens het principe 'VasthoudenBergen-Afvoeren' houden we hemelwater zo veel mogelijk vast. Dit is vooral belangrijk bij plekken waar vaak wateroverlast is in de openbare ruimte. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 113. Hieronder worden de verschillende stappen van het waterbeleid voor de gemeente Edam-Volendam uitgelegd: 1.
Vasthouden 24
We houden water zo lang mogelijk vast in het gebied waar het komt. Dit kan door het grondwater op een juist peil te houden. Of door meer oppervlaktewater te maken. 2. Bergen Als vasthouden niet genoeg helpt, maken we speciale plekken om water op te slaan. Dit is vooral belangrijk om grote hoeveelheden water tijdelijk op te vangen. 3. Afvoeren De laatste stap is het water weg laten lopen. Dit doen als laatste omdat de wateroverlast dan wordt verplaatst naar een ander gebied. (Bestemmingsplan buitengebied Zeevang 2016) (Tactisch) 114. Hemelwaterzorg betekent dat we goed omgaan met hemelwater. We zorgen ervoor dat het gebied Zaanstreek-Waterland beter tegen waterproblemen kan. We maken duidelijke regels voor het ontwerp van de boven- en ondergrond. Zo gebruiken we alle kansen om het gebied waterbestendig te maken. We zorgen dat water blijft waar het valt. Als dat niet kan, slaan we het water op plekken op waar geen schade ontstaat. Als laatste voeren we water af naar het oppervlaktewater. (Gemeentelijk Rioleringsplan EdamVolendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 115. Bij het ontwerp van het maaiveld zorgen we dat gebouwen geen wateroverlast krijgen. Plekken waar dit toch problemen kan geven, krijgen extra aandacht. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 116.
Bij het waterrobuust maken van onze steden, dorpen en regio nemen we ook de gevolgen voor de vitale en kwetsbare infrastructuur mee. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 117. We bestrijden wateroverlast door het vergroten van de sponswerking van onze leefomgeving door nieuwe groene voorzieningen en extra oppervlaktewater te realiseren. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 118. Het idee ‘functie volgt peil’ helpt problemen met grondwater te tegen te houden. Dit betekent dat het waterpeil bepaalt wat er in het gebied kan gebeuren. De gemeente neemt maatregelen in openbare gebieden om schade door het grondwater zo veel mogelijk tegen te houden of minder te maken. (Gemeentelijk Rioleringsplan EdamVolendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 119. Om het tekort aan waterberging op te lossen, moet er meer plek voor oppervlaktewater komen. (Structuurvisie Edam-Volendam 2009) (Tactisch) 120. We willen dat meer mensen zich bewust worden van het belang van een waterbestendige gemeente. Ook willen we dat inwoners, bedrijven en andere partijen zelf meedoen en stappen zetten. Daarom starten we samen met de regio een grote publiekscampagne. Actief meedoen betekent dat mensen zelf ideeën uitvoeren om de omgeving beter te beschermen tegen water.
Om dit te stimuleren, betrekken we partijen bij projecten waarin waterbestendig bouwen en inrichten belangrijk zijn. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 121. De riolering is niet groot genoeg om al het zware hemelwater op te vangen. Daarom gebruiken we ook nieuwe en bestaande oplossingen boven de grond om hemelwater op te vangen. We zorgen dat het water blijft waar het valt, bewaren het op plekken waar het geen problemen geeft, of voeren het af naar sloten, meren of rivieren. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 25
122. Als gemeente zorgen we samen met de regio voor een digitaal waterloket, waar mensen in de komende jaren informatie kunnen vinden over het grondwater. (ZaanstreekWaterland)) (Tactisch) 123. We moedigen het veranderen van tuinen en daken aan zodat ze meer water kunnen vasthouden. (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 124. Nieuwbouw moet een apart afvoersysteem krijgen, zodat schoon hemelwater niet onnodig naar de waterzuivering gaat. (Structuurvisie Edam-Volendam 2009) (Tactisch)
3.3.3.5 Riolering 125. We beschermen de volksgezondheid, handhaven een goede en een gezonde leefomgeving en beschermen de natuur, het milieu en oppervlaktewater. We werken daarom op een moderne en flexibele manier, zodat we mensen en bedrijven goed kunnen helpen. Daarnaast zorgen we voor goed onderhoud en gebruik van het riool en het watersysteem in de stad. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (ZaanstreekWaterland) (Strategisch) 126. De gemeenten en het hoogheemraadschap maken samen een waterstructuurschets voor de hele regio. Dit is een schets van de watersystemen. Als gemeente doen wij mee aan dit plan, omdat wij verantwoordelijk zijn voor het waterbeheer en de ruimtelijke inrichting in onze gemeente. (Gemeentelijk Rioleringsplan EdamVolendam (Zaanstreek-Waterland) (Strategisch) 127. De gidsprincipes laten zien hoe we in de toekomst het beste kunnen omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater. Als we het riool aanpassen of iets veranderen in de openbare ruimte, denken we aan deze principes en gebruiken we deze zolang het handig is. (Gemeentelijk Rioleringsplan Edam-Volendam (Zaanstreek-Waterland)) (Tactisch) 128. We zorgen dat waterbestendige plannen passen bij andere plannen voor de ruimte en economie van verschillende organisaties.