Bijlage 1. Rapportage Ruimtelijke en economische verkenning 1.0.pdf
Tekst van het document
Het resultaat wordt nader toegelicht in de financiële paragraaf 5.4.
28
5.3.3. Scenario 3: Kernregio Waterland en overloop MRA In het derde scenario is in de ruimtebehoefte de bovenregionale vraag naar bedrijventerrein meegenomen. De ruimtevraag is gebaseerd op uitbreiding en vervangingsvraag van de kernregio Waterland en op een overloop van bedrijven uit de MRA. De ruimtebehoefte betreft 70 ha bruto (54 ha netto). In dit scenario bestaat het bedrijventerrein uit twee delen, gescheiden door de Oosterweg. De bestaande agrarische bedrijven maken deels ruimte voor bedrijvigheid aan de oostzijde en westzijde van de Oosterweg. Door tegen de Oosterweg te ontwikkelen blijft het deel tegen Edam-Volendam ten noorden van de Edammerweg vrij. Ook in dit scenario wordt er een groene zone gerealiseerd om de impact van het bedrijventerrein op de omgeving zoveel te beperken.
Figuur 27 Scenario 3
29
Dit scenario kent een aantal sterke en minder sterke punten.
Sterk • •
• •
Flexibiliteit in aanbod en mogelijkheden voor lokale en regionale economische transformatie en uitbreiding Stimuleert economische diversiteit en groei van Edam-Volendam en de regionale partners Maximaal benutten van de ruimte en het stimuleren van de lokale en regionale economie Schaalgrootte biedt kansen voor hogere doelstellingen voor klimaatbestendigheid en circulariteit
Minder sterk •
• • • •
Geeft minder invulling aan de lokale context en wensen op het behoud van agrarische bedrijven, zichtlijnen en uitzicht Grotere impact op het landschap Meer nadelige milieueffecten Toename van de verkeerdruk Omvang zodanig dat behouden van woningen voor bewoners niet aantrekkelijk is
Dit derde scenario geeft ruimte voor een toekomstsbestendig gebied waar lokale, regionale en bovenregionale economische groei en flexibiliteit in aanbod wordt gecreëerd. Het geeft de ruimte om samen met regionale partners invulling te geven aan de toekomstige economie van de regio. Het brengt nieuwe bedrijvigheid naar EdamVolendam en geeft de huidige ondernemers ruimte om te groeien. Daartegenover staat een grotere impact op het landschap en een afname van agrarische bedrijvigheid. Tevens wordt het uitzicht tot aan de Oosterweg beperkt vanuit Edam-Volendam. In dit scenario is het zaak de volledige groene zone langs de ringvaart te ontwikkelen zodat het groene karakter van het gebied zoveel mogelijk behouden blijft. Deze groene zone kan als recreatieve ruimte worden ingericht voor fietsen en wandelen. Een pluspunt van dit scenario is dat het noordelijk deel van de Edammerweg intact blijft, wat aansluit bij de wensen vanuit bewoners en omwonenden. Een minder sterk punt van dit scenario is dat de verkeersbewegingen toenemen. Dat betekent dat een goede verkeersafwikkeling een belangrijk punt voor nadere uitwerking wordt. Bewoners geven aan dat de verkeerssituatie aan het Groot-Westerbuiten een belangrijk aandachtspunt is. Er is geen ruimte om hier meer verkeer toe te staan. Aanvullende verkeersmaatregelen zijn daarom nodig.
Daarnaast hebben meerdere bewoners aangegeven liever niet tussen twee delen van het bedrijventerrein te willen wonen. In het derde scenario lijkt het dus niet realistisch dat de huidige bewoners en ondernemers blijven. Dit betekent dat er mogelijk een vierde scenario ontstaat, waarbij het gehele WVG-gebied wordt ontwikkeld (Figuur 28). Verder maken omwonenden uit Groot Westerbuiten, Klein Westerbuiten en Molenwerf zich zorgen om nadelige milieueffecten van het te realiseren bedrijventerrein. Deze zorgen zijn het grootste in dit derde scenario, met het grootste aantal oppervlakte bedrijventerrein. In scenario 3 is een positief resultaat van ca. 3,8 mln naar verwachting niet voldoende. De huidige investeringsopgave van ca. 84,1 mln betreft namelijk het uitgangspunt dat slechts gronden aangekocht worden en de opstallen langs de Oosterweg behouden blijven. Door een aantal bewoners / eigenaren is al aangegeven niet te willen blijven zitten aan de Oosterweg tussen twee bedrijventerreinen in. Indien we de opstallen en bedrijven aan de Oosterweg gaan verwerven veranderen de opzet en de verhouding van kosten en opbrengsten drastisch. De enige manier om dit scenario dan nog financieel haalbaar te maken is door meer ha kavels uit te geven en het Wvggebied zo volledig mogelijk te benutten, op de groene buffer na. Het resultaat wordt nader toegelicht in de financiële paragraaf 5.4.
Zoals eerder vermeld ontstaat vanuit financieel oogpunt en de opmerkingen van de
30
huidige gebruikers in het gebied een aangepast scenario (scenario 3 PLUS). Dat scenario is hieronder als kaartbeeld opgenomen.
Figuur 28 Extra scenario; bovenregionaal plus
Dit scenario gaat in tegen de wensen van de raad en de omgeving, maar geeft wel ruimte voor economische groei op bovenregionaal niveau. Daarmee voegt het nieuwe bedrijven en banen toe en maakt de regio veerkrachtiger. Het brengt ook meer risico met zich mee in de verwerving van opstallen en eventueel verplaatsing van agrarische bedrijven, de afzet (groter dan uit behoefteonderzoek blijkt) en de planologische procedures met beroep en bezwaar. Globaal komt het resultaat exclusief aankoop van opstallen maar inclusief aankoop van gronden op een positief resultaat van 15,5 mln. Dit aangepaste scenario kan in principe met optimalisatie tot een haalbaar plan leiden. Bijvoorbeeld in combinatie met aanvullende functies zoals sport (zie paragraaf 5.5). 5.4. Financiële verkenning De gemeente kiest met inzet van WVG voor een actief grondbeleid in het gebied. Om een indicatie te geven van de financiële gevolgen is er een normatieve haalbaarheidsanalyse uitgevoerd. De normatieve haalbaarheidsanalyse maakt een eerste doorrekening van de grondexploitatie inzichtelijk. 5.4.1. Resultaat In zijn uitkomsten van de financiële doorrekeningen van de drie scenario’s opgenomen. Alle scenario’s komen (vooralsnog) positief uit. Dit resultaat biedt mogelijkheden om tegenvallers op te vangen, maar ook om kwaliteitsversterkingen in het gebied in te passen.
Denk daarbij aan klimaatadaptatie (groen/blauwe ontwikkelingen), materiaalgebruik en ruimte voor wandelen, fietsen en verblijven in en om het gebied.
31
Financieel overzicht Totale investeringsposten Totale opbrengstenposten Indexatie - Totale kasstroom -Index uitgaven -index inkomsten - Totale kasstroom geïndexeerd Rente en saldoverloop - Rente - Saldo Eindwaarde - Netto contante waarde
€*1mln
Scenario 1 -€ 35,07 € 37,00
Datum EW
1-1-2021
Scenario 2 Scenario 3 Scenario 3 PLUS -€ 44,80 € 55,50
-€ 84,13 € 99,90
-€ 101,57 € 133,20
€ 1,93 € 10,70 € 15,77 € 31,63 € -4,15 € -6,40 € -18,56 € -22,21 € 4,75 € 7,68 € 14,17 € 18,89 € 2,53 € 11,98 € 11,38 € 28,31 31-12-2032 31-12-2036 31-12-2040 31-12-2040 € -1,53 € -2,68 € -5,76 € -5,24 € 1,00 € 9,30 € 5,62 € 23,07 € 0,79 € 6,77 € 3,78 € 15,52
Tabel 3 Financieel overzicht van de drie ontwikkelscenario’s in mln.
Hoewel de scenario’s allen een positief resultaat laten zien, dient er rekening gehouden te worden met diverse aandachtspunten en onzekerheden in het plangebied die een financieel effect kunnen hebben: • • • • • • • • • • •
Van normatief ruimtegebruik, naar verwacht ruimtegebruik o.b.v. stedenbouwkundige schets; Verwervingsopgave (wat kopen wel aan en wat niet, waardering van eventuele opstallen); Inpassing en waardering (stolp-)boerderij met monumentale status; Verkeersontsluiting-(en) buiten het plangebied; Aanleg en voorfinanciering van nutsvoorzieningen; Integraal ophogen, noodzaak en omvang van het grondwerk en fundering i.v.m. poldergebied; Waterhuishouding en wateropgave (i.v.m. poldergebied); Groencompensatie inpassing en buffer; Risico/beperkingen van eventuele ligging van kabels- en leidingen in het gebied en milieu- en hindercontouren rondom bedrijven (met name scenario 3); Marktconformiteit van de grondprijzen; Fasering van kosten en opbrengsten en uitgifte tempo.
Verderop in deze paragraaf worden de opzet en uitgangpunten van de grondexploitatie verder toegelicht. 5.4.2. Conclusies financiële verkenning Scenario 1 heeft bijna dezelfde verwervingsopgave als scenario 2 echter minder uitgeefbare meters. Daarmee heeft scenario 1 nog wel een positief resultaat van 0,8 mln, maar dat laat weinig ruimte voor nog onzekere factoren zoals eerder vermeld en investering in kwalitatieve aspecten. Scenario 2 laat een gezond resultaat zien. Hier zijn te verwerven gronden beter in verhouding met de uit te geven kavels. Vanuit het resultaat van ca. 6,8 mln kunnen bijvoorbeeld de aankoop of uitkoop van woningen en/of bedrijven aan de westzijde van de Oosterweg worden gedekt. Dat zal verder in een verwervingsstrategie uitgewerkt worden. Tevens kan extra worden geïnvesteerd in de groene buffer en de kwaliteit van het plan. In scenario 3 is een positief resultaat in de huidige opzet van ca. 3,8 mln naar verwachting niet voldoende. Door een aantal bewoners en eigenaren is al aangegeven niet te willen blijven aan de Oosterweg tussen twee bedrijventerreinen in. Indien we de opstallen en bedrijven aan de Oosterweg gaan verwerven veranderen de opzet en de verhouding van kosten en opbrengsten drastisch. De enige manier om dat scenario financieel haalbaar te maken is door meer ha kavels uit te geven en het Wvg- gebied zo volledig mogelijk te benutten.
Daarvoor is bij scenario 3 in deze rapportage is een voorzet opgenomen voor een plus scenario, dat scenario betreft ca. 74 ha uitgeefbaar en 94 bruto plangebied. Het resultaat komt daarmee op ca. 15,5 mln positief, exclusief de
32
aankoop van de opstallen. Daarmee is het mogelijk een financieel haalbaar scenario. De vraag is of het ook een maatschappelijk wenselijk scenario is, gezien de invloed op de huidige eigenaren, gebruikers en omwonenden. Tevens neemt het risico’s met zich mee op fasering en afzet. We kunnen concluderen dat scenario 1 en scenario 3 in deze opzet een positief resultaat laten zien maar weinig financiële draagkracht hebben, als we alle financiële onzekerheden laten meewegen. Indien gekozen wordt voor 1 van deze scenario’s moet worden gekeken naar optimalisatie mogelijkheden zoals het plus scenario bij 3. Scenario 2 heeft wel voldoende financiële draagkracht om tegenvallers op te vangen en biedt tevens ruimte om extra te investeren in kwaliteit. Bij de verdere uitwerking gaan we in detail kijken naar de te verwerven gronden en eventuele opstallen. Tevens is het belangrijk om te analyseren welke plussen en minnen uit de verschillende scenario’s tot een wenselijke situatie leiden vanuit financieel, planmatig, maatschappelijk en politiek oogpunt. Daarbij kan worden gezocht naar optimalisaties in het plan waardoor de meerwaarde weer kan worden ingezet voor de kwaliteit van het plan. Denk daarbij aan klimaat, energie, uitstraling, inpassing en recreatieve inrichting van de bufferzone. 5.4.3.
Opzet en uitgangspunten grondexploitatie Voor het ramen van de kosten- en opbrengsten van de grondexploitatie zijn diverse aannamen gedaan die passen bij het nog globale karakter van het plan. Allereerst is een normatief ruimtegebruik afgeleid. Dat wil zeggen een verhouding van weg, trottoir, parkeren, groen en water in het gebied. In een latere fase van de planvorming zal dit ruimtegebruik aangescherpt worden op basis van een stedenbouwkundige schets. Verder zijn voor de drie ontwikkelscenario’s de onderdelen (groen, water etc.) van het ruimtegebruik nog niet in detail uitgewerkt. De aanname is gedaan dat een groot deel van de groen- en wateropgave wordt opgelost in de bufferzone. Voor diverse ramingen zijn kentallen en ervaringsgetallen gebruikt. De grondexploitatie is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Kosten • • • • • • • •
Verwerving van gronden (opstallen en bedrijven nog nader te waarderen indien van toepassing); Grondwerk; Onderzoeken; Bouw- en woonrijp maken; Plankosten; Planschade; Inrichten bufferzone voor groen, water en recreatie; Ontsluiting.
Opbrengsten •
Uitgifte prijs per m2 voor bedrijfskavels.
Verwerving Verwerving betreft de aankoop van agrarische gronden. Daarvoor is een indicatieve waarde opgenomen die rekening houdt met het huidig gebruik en ook met de ontwikkeling van deze waarde naar ruwe bouwgrond naar gelang de plannen vorderen. In deze berekening is nog geen rekening gehouden met eventueel aankoop en uitkoop van bewoners of volledige agrarische bedrijven. Dat moet nog nader worden ingeschat en zal uit het resultaat op de grondexploitatie moeten komen indien noodzakelijk. We hebben voor nu in de plannen, conform wens van de Raad, deze woningen en agrarische bedrijven zoveel mogelijk te behouden. Bij de verwerving is rekening gehouden met de aankoop van een groter gebied dan de vermelde bruto ha, om geen kleine agrarische deelkavels te creëren en ruimte te hebben voor watercompensatie en groene inpassing. Voor scenario’s 1 en 2 betreffen dit alle kavels exclusief bebouwing en huiskavel aan de westzijde van de Oosterweg en
33
ten noordenwesten van de Edammerweg. In scenario 3 ontkomen we er niet aan het volledige WVG gebied te verwerven gezien de wens van bewoners niet tussen twee bedrijventerreinen in te wonen. Grondwerk Het grondwerk is de voorbereiding van het gebied op de toekomstige bebouwing. Vanwege de ligging in een polder zullen ophoging en de methode van bouwen daarop moeten worden afgestemd. Hierbij is de waterhuishouding een belangrijk aandachtspunt. Tevens is gezien de klimaat ontwikkelingen het ook goed om de kavelhoogte en funderingen door onderzoek nader uit te werken. In de berekening is uitgegaan van integraal ophogen. We proberen het dempen van bestaande watergangen zoveel mogelijk te beperken maar dat zal ook op bepaalde plaatsen moeten gebeuren. Onderzoeken Als we verder de planvorming ingaan moeten aanvullende onderzoeken in het gebied worden uitgevoerd voor bijvoorbeeld bodem, water, archeologie, milieu etc. Voor deze onderzoeken is uit ervaringscijfers een aanname gedaan. Bouw- en woonrijp maken Bouwrijp maken betreft de voorbereiding van de ondergrondse infrastructuur zoals kabels en leidingen, riolering en afwatering en tevens de voorbereiding voor wegen en kavels tijdens de bouw. Woonrijp maken betreft de inrichting van het terrein met verharding, water, groen, straatmeubilair en verlichting.
Plankosten De plankosten betreffen zowel de kosten voor de planontwikkeling en bijbehorende procedures als de civiele uitwerking, directievoering en toezicht gedurende de realisatie. Deze kosten zijn op basis van gangbare percentages over de civiele kosten (grondwerk, bouw- en woonrijp maken) genomen. Planschade Indien de bestemming wijzigt van agrarisch naar bedrijvigheid heeft dat een mogelijk effect op de waarde van de omliggende woningen. In de exploitatie is een stelpost opgenomen om die eventuele planschade te dekken. Bufferzone Voor de bufferzone is een aparte stelpost opgenomen van 2,0 – 5,5 mln naar gelang het scenario. Dit is voor de inrichting als watercompensatie (>10%), groen en recreatieve infrastructuur. Verdere uitwerking volgt bij de stedenbouwkundige uitwerking. Ontsluiting Aansluiting en aanpassing infrastructuur voor de ontsluiting is eveneens een stelpost. Denk daarbij aan het aanleggen van een rotonde, verbreden en versterken van bestaande wegen en aansluitingen op de bestaande infrastructuur. Deze post verschilt per scenario. Hiervoor is tussen de 1,0 en 1,5 mln in de berekening opgenomen. Onvoorzien Voor de verwervingsopgave, civieltechnische werkzaamheden (o.a. ophogen, inrichting van de bufferzone), ontsluitingsstructuren en de gehanteerde grondprijzen bij uitgifte zijn nu dezelfde marktconforme kentallen gebruikt voor alle drie de scenario’s.
Tevens zijn voor alle onderdelen gezien het globale karakter van de plannen posten onvoorzien van 15% opgenomen. Opbrengsten De opbrengsten van de uitgeefbare kavels (lees netto ha) zijn gelijk gesteld aan verkopen in de omgeving, zoals op bedrijventerrein Baanstee-Noord. Daarbij is rekening gehouden met een afslag van 7,5% om eventuele marktfluctuaties en differentiatie in prijs en ligging op te vangen aangezien de verkaveling nog nader uitgewerkt moet worden. Fasering De fasering van de kosten en opbrengsten (uitgiftetempo) is nu nog grofmazig gedaan op basis van het scenario. Voor scenario 1, 2 en 3 zijn respectievelijk 8, 12 en 16 jaar als uitgangpunt genomen. Dat is een uitgifte tempo van
34
2,5 tot 3,5 (4,5 in 3PLUS scenario) ha per jaar. Bij de nadere planvorming zal deze steeds scherper worden gemaakt.
35
Parameters De financiële parameters (kosten- en opbrengstenstijging) zijn gebaseerd op basis van marktconforme uitgangspunten. De rente is op 1,2% gesteld voor 10 jaar en daarna op 2% gezet. De disconteringsvoet is eveneens op 2% gesteld. De opbrengstenstijgingen van de uitgeefbare kavels zijn voorzichtigheidshalve gesteld op 2,4% per jaar afbouwend naar 1%. Zowel voor de korte, middellange en lange termijn is het uitgangspunt dat de kosten stijgen met 2,4% per jaar. 5.5. Sportscenario Tijdens de verkenningsfase is het initiatief voor de realisatie van een multifunctioneel sportcomplex ter sprake gebracht bij de gemeente. Het sportcomplex zou ruimte bieden voor diverse sporten in zaal, trainingsvelden en in een nieuw stadion voor FC Volendam. Het is een potentiële samenwerking tussen diverse verenigingen, waarbij in deze fase de zaalvoetbal, amateur voetbalvereniging en de proforganisatie zijn aangehaakt. Tijdens de verkenningsfase zijn de besturen van FC en RKAV Volendam gezamenlijk met de gemeente in gesprek gegaan om hun initiatief voor de realisatie van een multifunctioneel sportcomplex te bespreken. Voor de locatie wordt gekeken naar de Purmer, omdat hier ruimte is, goede ontsluitingen liggen, afstand tot woongebieden is en kansen liggen voor diverse samenwerkingen met bedrijven en verenigingen.
Er wordt uitgegaan van een terrein van 17 ha, in te richten met trainingsvelden, wedstrijdvelden, een sporthal en stadion en waarbij nadrukkelijk samenhang wordt gezocht met het te ontwikkelen bedrijventerrein. Er zijn kansen voor samenwerking tussen bedrijven en verenigingen, zo kunnen ruimtes in een stadion dagelijks gebruikt worden, kunnen er voorzieningen gerealiseerd worden voor werkende mensen doordeweeks, en sporters of cultuurbezoekers in het weekend of 's avonds. Het initiatief zou een apart project in het gebied kunnen zijn. Omdat het betrekking heeft op hetzelfde gebied als het potentiële bedrijventerrein, moet het ook in samenhang worden bekeken en uitgewerkt. Een QuickScan met het gemeentelijk beleid levert een aantal conclusies op: Het is wenselijk om: • • • • • • •
Het centrum van Volendam te ontlasten van verkeer en evenementen; Het ruimtegebrek van de amateurvereniging op te lossen; De proforganisatie wil op natuurgras te laten voetballen; Meerdere functies te combineren en zo meerwaarde te genereren voor de gebruikers van het gebied; Sport en cultuur in Edam-Volendam te blijven stimuleren; Een geschikte locatie voor (grotere) evenementen te realiseren; Kansen aan te grijpen om in Edam-Volendam klimaatbestendig, duurzaam en toekomstbestendig te ontwikkelen.
Het is onwenselijk om: • • • •
Overlast te veroorzaken voor bewoners in en nabij het gebied in verband met geluidsoverlast en lichtvervuiling en aantrekkingskracht voor bezoekers; Sport voor de jeugd op afstand van woongebieden te plaatsen; Het landschap en de zichtlijnen te onderbreken; Agrarisch ondernemerschap en wonen te belemmeren of bemoeilijken.
Uit deze punten blijkt dat het initiatief kansen biedt, maar ook een aantal belangrijke nadelen heeft. Uit de inbreng van de omwonenden blijkt dat de nadelige effecten dermate zwaar gevonden worden, dat men het een onredelijke aantasting van belangen van bewoners in het gebied vindt.
36
Deze reactie maakt dat de gemeente een zorgvuldige afweging moet maken of de noodzaak aangetoond kan worden om deze ontwikkeling mogelijk te maken, of dat een andere inpassing in het gebied de neveneffecten voor de bewoners wegneemt of vermindert.
Figuur 30 Inpassing sport scenario 1
Figuur 29 Inpassing sport scenario 2
37
Figuur 31 inpassing sport scenario 3
5.6. Profiel van het bedrijventerrein Naast de ligging van het bedrijventerrein is er ook een eerste verkenning gedaan naar het gewenste type bedrijventerrein. Wat betreft typologie zal het bedrijventerrein aansluitend en aanvullend zijn op de BaansteeNoord. Ondernemersverenigingen hebben aangegeven dat de kavels op de Baanstee-Noord niet altijd aansluiten bij de wensen van de ondernemers. Zo is er behoefte aan kavels waar een grote buitenruimte is toegestaan. Er zal in de Purmer ieder geval ruimte moeten worden geboden aan de bedrijven die moeten verplaatsen door de transformatieopgave op onder andere bedrijventerrein de Julianaweg en Slobbeland. Daarnaast is de vraag van de strategische partners om ruimte te bieden aan bedrijven met milieucategorie 3.1 en hoger. Zoals uit de kaart met de milieuhindercirkels bleek (Figuur 17), kan er in principe aan deze wens worden voldaan. Bewoners en omwonenden geven echter aan zich zorgen te maken over geur- en geluidsoverlast en bedrijven met maximaal milieucategorie 3 te willen in het gebied. Er zal in ieder geval geen ruimte worden geboden aan bedrijven met een milieucategorie 4.2 of hoger. Verder gaven zowel de ondernemers als de bewoners en omwonenden aan dat grootschalige distributiecentra niet gewenst zijn. De hoogte en uitstraling van gebouwen worden als belangrijke aandachtspunten genoemd.
Grootschalige distributiecentra lijken niet in dit beeld te passen. Daarnaast is grootschalige logistiek niet passend op het bedrijventerrein, omdat de verkeersafwikkeling daar niet voldoende op kan worden ingericht. Bedrijven die wel passen bij het profiel zijn bijvoorbeeld bedrijven gericht op bouw, recycling, voedselverwerking en eventueel visclusters. Vanuit de gemeenteraad is de wens meegegeven om te focussen op bedrijven met een hoge arbeidsintensiteit. Hier wordt voor zover mogelijk op ingespeeld. In de vervolgfase kunnen voorwaarden voor de verkoop van gronden worden opgesteld. Daarnaast blijkt uit de gevoerde gesprekken dat er vraag is naar percelen waarop het toegestaan is een grote buitenruimte te realiseren. Ook werd er gevraagd naar percelen van meer dan 10 ha. In de eerste twee scenario’s is het niet realistisch om een perceel van 10 ha beschikbaar te stellen.
38
Tot slot zal het bedrijventerrein ruimte bieden voor (openbaar) groen. Zowel omwonenden als ondernemers geven aan graag een bedrijventerrein te zien da goed toegankelijk is, ook te voet of met de fiets. Groene daken en een parkachtige inrichting van het bedrijventerrein worden als wenselijk beschouwd. Na besluit over het voorkeursscenario zal het gewenste profiel van het bedrijventerrein verder worden onderzocht. 5.7. Participatie Er zijn twee participatiebijeenkomsten voor bewoners en omwonenden georganiseerd om input op te halen voor de ruimtelijke scenario’s. Het merendeel van de aanwezigen van de eerste informatiebijeenkomst heeft aangegeven het liefst geen nieuw bedrijventerrein in het gebied te zien. Door een deel van de deelnemers aangegeven dat de nut en noodzaak van een bedrijventerrein eerst goed moet worden aangetoond, voordat zij willen meedenken over de ruimtelijke scenario’s voor het bedrijventerrein. De genoemde aandachtpunten zijn te lezen in bijlage 4.
6.
Vervolg
De resultaten van het economisch en ruimtelijk onderzoek geven inzicht in de omvang en ligging van het nieuw te realiseren bedrijventerrein. In het najaar van 2021 besluit de gemeenteraad over welke aspecten uit de scenario’s zij willen terug zien in het voorkeursscenario. Na een positief besluit over een voorkeursscenario of aspecten uit de verschillende scenario’s kan het integrale haalbaarheidsonderzoek verder worden uitgevoerd. De volgende vervolgstappen zullen dan worden uitgevoerd: •
Afstemming regio en MRA; in hoeverre wil de gemeente ruimte bieden aan ondernemers uit de regio? De gemeente Edam-Volendam zal samen met Waterland en Purmerend om tafel moeten om te bepalen hoeveel ruimte zij willen bieden aan ondernemers. Dit zullen zij ook moeten afstemmen met de bovenregionale strategische partners.
•
Opstellen programma van eisen (PvE), waarin beleidsambities en -wensen zijn opgenomen en gewogen. Hiervoor worden één-op- één gesprekken gevoerd met beleidsambtenaren en werksessies georganiseerd en vindt nadere beleidsinventarisatie plaats. Om tot het PvE te komen, zullen er een aantal globale onderzoeken moeten worden uitgevoerd op het gebied van bijvoorbeeld verkeer en flora & fauna.
•
Scenario’s uitwerken naar een globaal stedenbouwkundig plan met de input vanuit het programma van eisen. Participatie met de omgeving is onderdeel van deze stap.
•
Financiële haalbaarheidsanalyse uitwerken naar een gezamenlijke grondexploitatie en fasering waarin de kosten en baten, kansen en risico’s uiteengezet worden.
•
Contouren schetsen voor de samenwerking tussen gemeenten waarin eventueel al een intentieovereenkomst wordt opgesteld.
•
Besluitvorming over het ruimtelijke en financiële kaders (PvE, globaal stedenbouwkundig plan, financiële haalbaarheid en contouren samenwerking). Deze besluitvorming zal plaatsvinden in het 4e kwartaal van 2022. Dat betekent dus een investering van tijd en geld in het voorbereiden van plannen. Over het eventueel aankopen van gronden of vastgoed wordt apart besloten in de verwervingsstrategie. Deze stap is tevens een go/no go moment om verder te gaan met de planvorming.
•
Het uitvoeren van ruimtelijke onderzoeken die een noodzakelijke basis zijn voor de haalbaarheid en het omgevingsplan. Dit zijn de volgende (nadere) onderzoeken: o o
39
Archeologie Cultureel erfgoed/monumentale waarden
•
o Bodem o Geluid o Lucht o Externe veiligheid o Flora en fauna o Geurhinder o Stikstof o Verkeer en parkeren o Water o Windhinder o Bezonning o Trillinghinder o Explosieven o Behoefteonderzoek o Financiële haalbaarheid o Maatschappelijke haalbaarheid Borgen uitgangspunten van het bedrijventerrein in de structuurvisie.
•
Opstellen strategie voor verwerving, fasering en ontwikkeling om de verdere planvorming en realisatie op te tuigen en daarover afspraken te kunnen maken. Onderdeel hiervan is het opstellen van voorwaarden/selectiecriteria voor verkoop van de gronden. Deze stap is een go/no moment.
•
Opstellen RO-strategie en start ruimtelijke procedure om tot een omgevingsplan te komen. Hierbij wordt de omgeving betrokken in een participatietraject. Naar verwachting kan het omgevingsplan in 2023 worden vastgesteld.
Bij deze vervolgstappen zal er regelmatig afstemming plaatsvinden met de planning van de Julianaweg en Slobbeland. De realisatie van het bedrijventerrein in de Purmer en de transformatie van deze bedrijventerreinen hebben immers veel invloed op elkaar.
Bijlage 1. Economisch behoefteonderzoek Bijlage 2. Participatie verslagnota Bijlage 3. Enquête
40