Bijlage 1. Rapportage Ruimtelijke en economische verkenning 1.0.pdf
Tekst van het document
Toekomstig bedrijventerrein in de Purmer Ruimtelijke en economische verkenning
rapportage Juni 2021
Inhoudsopgave 1.
Introductie
3
2.
Omschrijving huidige WVG- gebied de Purmer
6
3.
Economisch behoefteonderzoek
10
4.
Ruimtelijke verkenning
15
5.
Ruimtelijke scenario’s
20
6.
Vervolg
39
Bijlage 1. Stakeholderanalyse
Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Bijlage 2. Economisch behoefteonderzoek
40
Bijlage 3. Enquête
40
Bijlage 4. Verslagen participatiebijeenkomsten
40
2
1.
Introductie 1.1. Het WVG-gebied in de Purmer
In 2019 waren er veel ogen gericht op het poldergebied de Purmer. De polder zou potentieel ruimte kunnen bieden aan duurzaamheid, klimaatadaptatie, woningbouw en de economie. De huidige Purmer is in gebruik als woon, werk en recreatiegebied en bestaat grotendeels uit agrarische gronden. De Purmer behoort tot de gemeenten Purmerend, Waterland en Edam-Volendam (regio Waterland). Deze gemeenten hebben ieder een eigen visie en bestemmingsplan voor de polder, die afzonderlijk van elkaar zijn opgesteld en vastgesteld. In 2020 zijn de gemeenten een samenwerking aangegaan om de gezamenlijke kernwaarden te inventariseren om een gezamenlijke visie voor de Purmer op te kunnen stellen. Deze samenwerking leidde er toe dat op een deel van het poldergebied in de Purmer in september 2020 de Wet Voorkeursrecht Gemeenten (WVG) is gevestigd. Aanleiding voor het vestigen van WVG is het tekort aan ruimte om te ondernemen in de regio, wat wordt versterkt door de transformatie van een aantal huidige bedrijventerreinen tot woon/werk gebied. Om transformatie op deze locaties te realiseren en ondernemers met bijbehorende werkgelegenheid tegelijkertijd in de regio te houden, is de zoektocht naar een nieuwe locatie voor een bedrijventerrein gestart. Daarnaast kan een nieuw bedrijventerrein ook een impuls geven aan de lokale economie, door het mogelijk maken van meer diversiteit in de bedrijvigheid.
Het WVG gebied in de Purmer kwam naar voren als potentiële ontwikkellocatie voor een nieuw bedrijventerrein. Om inzicht te krijgen in hoe groot dit bedrijventerrein moet worden en hoe het bedrijventerrein ruimtelijk kan worden ingepast, is er een economische en ruimtelijke verkenning uitgevoerd als eerste onderdeel van het integraal haalbaarheidsonderzoek naar een bedrijventerrein op deze locatie. Het onderzoek naar het bedrijventerrein in de Purmer is nadrukkelijk gekoppeld aan de herontwikkeling van huidige industriegebieden. Naast het economische en ruimtelijke onderzoek naar een bedrijventerrein in de Purmer, wordt voor het gehele poldergebied van de Purmer een structuurvisie opgesteld. Dit betreft een intergemeentelijke structuurvisie tussen de gemeente Edam-Volendam, Waterland en Purmerend. Het economische en ruimtelijke onderzoek naar het bedrijventerrein is een bouwsteen voor de structuurvisie van de Purmer. Voor het economisch en ruimtelijk onderzoek is door de gemeenteraad een tijdslimiet van 1 jaar opgenomen. Dit geeft bewoners en bedrijven in de Purmer zo spoedig mogelijk zekerheid over de toekomst van het gebied. Daarnaast stelt dit tijdslimiet de huidige gemeenteraad in staat uitkomsten te bespreken alvorens de resultaten worden opgenomen in de structuurvisie. 1.2.
Plan van aanpak Om inzicht te krijgen in de ruimtebehoefte van ondernemers en de ruimtelijke inpassing van een bedrijventerrein in de Purmer zijn een aantal stappen doorlopen. Het stappenplan betreft een iteratief proces, waarin stappen tegelijkertijd en meermaals worden doorlopen. Participatie is bijvoorbeeld ook onderdeel van stap 2 en 4. Stap 1. Voorbereiding
Stap 2. Inventarisatie verkenning en onderzoek
Stap 3. Participatie en uitgangspunten
Stap 4. Scenario’s en haalbaarheid
Stap 5. Bestuurlijke afweging / scenario keuze
Figuur 1 Stappenplan onderzoek bedrijventerrein in de Purmer
In stap 1 zijn gesprekken gevoerd met de betrokken gemeenten om de afbakening van de opdracht helder te maken. Ook is in deze eerste stap het plan van aanpak verder uitgewerkt. Stap 2 heeft betrekking op het economisch behoefte onderzoek en de ruimtelijke verkenning. Bureau Buiten heeft het economisch behoefteonderzoek uitgevoerd. De aanpak van het economisch behoefte onderzoek is te lezen in bijlage 2. Een belangrijk onderdeel van het economisch behoefteonderzoek is participatie. Om inzicht te krijgen in
3
de ruimte behoefte van ondernemers is gesproken met ondernemersverenigingen, makelaars en strategische partners uit de regio. De resultaten van deze gesprekken zijn meegenomen in de economische analyse. Daarnaast is er onder ondernemers in de regio een enquête uitgezet om informatie te vergaren over hun ruimtebehoefte en eventuele bereidheid om zich in de Purmer te vestigen. De vragen van deze enquête zijn afgestemd met de kerngemeenten uit de regio Waterland en de ondernemersverenigingen. Zij hebben ook allen een rol gespeeld in de verspreiding van de enquête. De resultaten van de enquête geven een extra onderbouwing aan het economisch behoefte onderzoek. Gelijktijdig met het economisch behoefte onderzoek is er een ruimtelijke verkenning van het gebied gemaakt door Arcadis. Hierbij zijn relevante onderzoeken en beleidsdocumenten geanalyseerd op het gebied van onder andere archeologie, bodem, water, verkeer, milieu en eigendommen. Dit heeft geleid tot verschillende kaarten en inzicht in mogelijke belemmeringen voor het realiseren van een bedrijventerrein. De ruimtelijke verkenning van het gebied en het economisch behoefte onderzoek zijn samen input voor het opstellen van de scenario’s. In stap 4 zijn er voor de Purmer drie scenario’s voor een bedrijventerreinlocatie opgesteld, gebaseerd op drie verschillende groottes.
De resultaten van het economisch behoefte onderzoek geven een indicatie van de benodigde grootte van het bedrijventerrein. De ruimtelijke verkenning heeft geleid tot inzicht in mogelijke belemmeringen, waarmee rekening is gehouden bij het opstellen van scenario’s. Tevens is er bij het opstellen van de scenario’s rekening gehouden met de uitgangspunten zoals meegegeven door inwoners, omwonenden, ondernemers, makelaars, de strategische partners en de gemeenteraad. De drie scenario’s zijn vervolgens in een participatiesessie besproken met de omgeving. Ook is er een normatieve financiële haalbaarheidsanalyse uitgevoerd, om per scenario een eerste inzicht te geven in de financiën. Vervolgens zullen de scenario’s in stap 5 worden voorgelegd aan de gemeenteraad van Edam-Volendam. Zij zal zich vervolgens uitspreken over een voorkeursscenario, waarbij de regionale en lokale belangen zorgvuldig afgewogen moeten worden. De ruimtelijke en economische verkenning zijn onderdeel van een breder proces om tot de plannen voor een bedrijventerrein in de Purmer te komen. Onderstaande afbeelding toont dit gehele proces. Het economische en ruimtelijk onderzoek en de financiële analyse maken onderdeel uit van de planvorming en haalbaarheid. In een tweede deel van het haalbaarheidsonderzoek wordt het voorkeursscenario uitgewerkt tot een globaal stedenbouwkundig plan.
Ook wordt er een ontwikkelstrategie opgesteld en wordt de samenwerking verder vormgegeven. In de vervolgstappen wordt het participatietraject vervolgd. Iinitiatief (WVG)
Planvorming
Haalbaarheid
Ontwikkelstrategie
Ruimtelijke procedure
Figuur 2 Planvorming proces bedrijventerrein in de Purmer
1.3. Participatie Het WVG-gebied in de Purmer is een belangrijk gebied voor verschillende betrokkenen. Er is daarom een participatietraject gestart om hen bij de ruimtelijke planvorming te betrekken. Er zijn bijeenkomsten georganiseerd voor ondernemersverenigingen uit de regio en voor inwoners en omwonenden van het WVG-gebied. Daarnaast heeft er afstemming plaatsgevonden met regionale en provinciale strategische partners. Een complete stakeholderanalyse vindt u in bijlage 1. In de volgende paragrafen leest u hoe het participatieproces is vormgegeven. In de volgende hoofdstukken zijn de inhoudelijke conclusies weergegeven. Van alle participatiebijeenkomsten zijn verslagen gemaakt. Ook deze leest u in de bijlagen.
4
1.3.1. Bewoners en omwonenden Het doel van de participatie met bewoners en omwonenden is om hen te informeren over het proces en uitgangspunten op te halen voor de ruimtelijke scenario’s voor het toekomstige bedrijventerrein. Met de eigenaren van de gronden in het WVG-gebied heeft de gemeente één-op-één gesprekken gevoerd. Het participatietraject met bewoners en omwonenden startte met een informatieve brief over de stand van zaken en een uitnodiging voor een digitale informatiebijeenkomst. Aan deze bijeenkomsten namen ruim 60 mensen deel. Tijdens deze informatiebijeenkomst zijn de deelnemers geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van het nieuwe bedrijventerrein en het vervolgproces. Via de digitale participatietool Mentimeter is tijdens de informatiebijeenkomst opgehaald welke uitgangspunten bewoners en omwonenden belangrijk vinden als er een bedrijventerrein wordt gerealiseerd. Daarnaast hadden de deelnemers van de bijeenkomst de mogelijkheid om vragen te stellen en een reactie te geven tijdens de bijeenkomst, zowel in gesprek als via de chat. Tevens konden er achteraf via de mail vragen worden gesteld. De bewoners zijn vervolgens uitgenodigd voor een tweede participatiesessie waarin de resultaten van het economisch behoefte onderzoek zijn gepresenteerd en de ruimtelijke scenario’s zijn getoond.
Via de digitale tool Mural zijn de aandachtspunten van de bewoners bij deze ruimtelijke scenario’s opgehaald. Ook tijdens deze bijeenkomst konden deelnemers een reactie geven tijdens de sessie en achteraf. Van alle participatiebijeenkomsten is een verslag gemaakt. 1.3.2. Ondernemers Voor de ondernemersverenigingen is een digitale bijeenkomst georganiseerd. De ondernemersverenigingen zijn in twee groepen gedeeld, zodat de groep klein genoeg was om met elkaar het gesprek aan te gaan. In de bijeenkomst is aan de ondernemers gevraagd hoe groot volgens hen de behoefte aan een bedrijventerrein is en welke uitgangspunten belangrijk zijn. Ook is met de ondernemers besproken welke mogelijkheden zij zien op de huidige bedrijventerreinen en welke belemmeringen zij ervaren. Daarnaast is er een enquête gehouden onder ondernemers uit de regio Waterland. De enquête kon gedurende drie weken digitaal door ondernemers worden ingevuld. De enquêteresultaten zijn te lezen in bijlage 3. 1.3.3. Lokale makelaars Ten behoeve van het economisch onderzoek hebben er gesprekken plaatsgevonden met lokale makelaars. Deze makelaars hebben informatie geleverd over de huidige bedrijvenmarkt in de gemeenten Waterland, Purmerend en Edam-Volendam. Tevens hebben de makelaars aangegeven hoe zij verwachten dat de behoefte aan bedrijfsruimte zich in de toekomst zal ontwikkelen. 1.3.4.
Regionale/provinciale stakeholders In het kader van het economisch behoefte onderzoek is er een sessie georganiseerd met strategische partners uit de regio, te weten: MRA, Plabeka, provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, gemeente Zaanstad, gemeente Waterland, gemeente Purmerend en gemeente Edam-Volendam. Tijdens deze sessie zijn de strategische partners geïnformeerd over de stand van zaken en zijn de resultaten van het economisch behoefte onderzoek voorgelegd en besproken. Naar aanleiding van deze sessie heeft er een vervolgafspraak plaatsgevonden om de resultaten uit het onderzoek te valideren en aan te scherpen. 1.3.5. Interne afstemming De ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Purmer raakt verschillende beleidsvelden. Interne afstemming tussen verschillende disciplines is daarom cruciaal. Er zijn meerdere interdisciplinaire bijeenkomsten georganiseerd om intern uitgangspunten voor het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein op te halen.
5
2.
Omschrijving huidige WVG- gebied de Purmer
De Purmer is een polderlandschap met een lange geschiedenis. In 1815 waren de belangrijkste bouwstenen van de Purmer al zichtbaar (Figuur 3 De Purmer in 1815). Het roze omlijnde gebied is het gebied waar WVG is gevestigd. In de loop der jaren worden de bebouwinglinten duidelijker en komen er meer panden in het gebied. Vanaf 1950 breiden steden buiten de polder zich langzaam steeds verder uit. In 1975 breiden de steden ook buiten de polder zich uit richting de polder, maar is de sprong over de ringvaart nog niet gemaakt.
Figuur 3 De Purmer in 1815
Vlak voor de 21ste eeuw zijn er grotere stedelijke uitbreidingen in de omliggende gemeente gekomen die ook in de polder een plek krijgen, zoals te zien in Figuur 4.
Figuur 4 De Purmer in 1975
6
In het huidige beeld zijn er diverse woningen, landbouw en industrie gevestigd in de Purmer. Het grootse deel van de landbouw wordt gekenmerkt door grondgebonden veehouderij. Binnen de Purmer is een gebied benoemd waar WVG is gevestigd. Dit gebied ligt in het noordoosten van de Purmer tegen de grens van Edam aan, tussen de ringvaart, N244 en de Middenvaart. Het WVG-gebied bestaat grotendeels uit agrarische kavels met enkele gebouwen. Een aantal kavels zijn privaat. Deze zijn veelal deels bebouwd. Daarnaast zijn er veel sloten en greppels in het gebied. Tevens lopen er aan de noord- en zuidzijde van het gebied twee wegen. De Oosterweg loopt daarnaast dwars door het WVG-gebied van noord naar zuid. In Figuur 5 is de ligging van het WVG-gebied in de omgeving te zien. Nabij de WVG-locatie ligt de ontwikkellocatie van bedrijventerrein Baanstee-Noord. De BaansteeNoord is de afgelopen jaren als bedrijventerrein en groeit nog door. Het betreft een regionaal bedrijventerrein met vestigingen van bedrijven uit met name de regio Zaanstreek-Waterland. Andere nabijgelegen bedrijventerreinen zijn onder andere de Oosthuizerweg (Edam), Julianaweg (Volendam), Slobbeland (Volendam) en De Koog (Purmerend). Het terrein aan de Oosthuizerweg zal behouden blijven. De bedrijventerreinen Julianaweg en Slobbeland komen in aanmerking voor transformatie.
Figuur 5 Huidige industrie en bebouwing De Purmer
Figuur 6 Ruimtegebruik WVG-gebied
7
In de Purmer zijn diverse cultuurhistorische bouwstenen en identiteitsdragers. De Purmer is omgeven door een ringvaart. Dit water vormt een ruimtelijke afscheiding tussen de Purmer en het omliggende gebied. Daarnaast loopt er van noord naar zuid een Middenvaart en zijn er diverse primaire sloten. Deze inrichting is belangrijk voor de efficiënte opzet van landbouwgebieden. Tussen de ringvaart en de Middenvaart ontstonden twee bebouwingslinten met erflintbebouwing van noord naar zuid. Aan deze bebouwingslinten zitten landbouwgebieden. De bebouwing bestaat hier veelal uit luxe woningen en stolpboerderijen. Het bebouwingslint langs de Oosterweg is een centrale as door het gebied en dient als identiteitsdrager zoveel mogelijk behouden te blijven. Tot slot is de verkaveling in het gebied een belangrijke structuurdrager.
Figuur 7 Cultuurhistorische bouwstenen en identiteitsdragers
2.1. Waarde van het gebied Het WVG-gebied in de Purmer kent meerdere functies. Het gebied wordt gebruikt als woon-, werk- en verblijfsgebied. Er zijn een aantal agrarische ondernemers in het gebied gevestigd. Ook zijn er een aantal (monumentale) stolpboerderijen in de Purmer gevestigd, waarvan er één in het WVG-gebied ligt. Deze boerderij is van monumentale waarde, vanwege de oorspronkelijke functie van de boerderij, de bouwstijl en het historisch plaatselijk belang. Aangezien er geen bestemmingsplan voor het gebied is vastgesteld, heeft het pand nog geen formele juridische waarde. Wanneer een bestemmingsplan of omgevingsplan voor het gebied wordt vastgesteld zal deze formele status wel worden vastgelegd.
8
Figuur 8 Stolpboerderijen langs het lint van de Oosterweg
Daarnaast wordt het gebied gebruikt voor recreatie. Het gebied heeft grote landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Voor inwoners uit Edam-Volendam, Purmerend en Waterland is de ringvaart in het poldergebied een populaire plaats om te wandelen en fietsen. Tijdens de informatiebijeenkomst voor omwonenden is gevraagd wat de belangrijkste waarde van het gebied is. 50% van de deelnemers gaf aan dat recreatie de belangrijkste waarde van gebied is. Tevens gaf 50% aan dat de zichtlocatie van de Purmer een belangrijke waarde heeft. 25% van de deelnemers stelde dat bewoning belangrijk is. Werk/inkomstenbron en familie/historisch worden door minder deelnemers van de bijeenkomst als belangrijke waarden van het gebied gezien. Dat kan verklaard worden doordat een groot deel van de deelnemers van de informatiebijeenkomst niet in het WVG-gebied zelf woonachtig is, maar in de omgeving woont. 2.2. Vigerend beleid Er zijn verschillende beleidsdocumenten die relevant zijn voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein in de Purmer. Een voorbeeld van vigerend beleid voor dit gebied is de Beheersverordening Buitengebied EdamVolendam (2015). De beheersverordening kan worden ingezet wanneer er in het gebied geen (grote) ruimtelijke plannen worden voorzien. In de tijd dat de beheersverordening werd opgesteld, waren er geen concrete plannen voor ontwikkelingen in dit gebied.
Nu is dat wel het geval. Uiteindelijk zal er voor het gebied ook een bestemmingsplan en structuurvisie moeten worden opgesteld. Deze zomer wordt er gestart met het opstellen van de structuurvisie voor het gebied. Tevens zijn er voor dit gebied provinciale beleidsdocumenten opgesteld, zoals de Omgevingsvisie 2050 Provincie Noord-Holland. De ontwikkeling van de Purmer wordt hier niet expliciet in benoemd, maar er worden wel uitgangpunten benoemd die betrekking hebben op het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein. Zo staat er in de Ontwerp Omgevingsvisie vermeld dat: “Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie- en data-knooppunten.” Zoals eerder benoemd is in september 2020 WVG gevestigd op een deel van de Purmer. Het vestigen van een voorkeursrecht geeft aan de gemeente het eerste recht van koop van gronden en eventueel opstallen. Besluit een eigenaar tot verkoop dan moet hij de grond eerst aan de gemeente aanbieden en kan hij dus niet direct de grondmarkt op. De gemeente beslist of zij de grond al dan niet wil kopen. Met dit instrument verstevigt de gemeente haar positie op de grondmarkt en gaat grondspeculatie tegen. De gemeente kan met de grond die zij zo verkrijgt, publieke doelen en ruimtelijke plannen (bestemmingsplan, inpassingsplan of structuurvisie) uitvoeren.
Dit gebiedsontwikkelingsinstrument is effectief gebleken in het bereiken van ruimtelijke ordeningsdoelen.
9
De WVG op een deel van de Purmer kon worden aangenomen omdat het huidige gebruik van de gronden afwijkt van de bestemming die de gronden zullen krijgen bij de realisatie van een bedrijventerrein. In september 2021 bespreekt de gemeenteraad de scenario’s voor de ontwikkeling van de bedrijventerreinen, waarna zij een besluit zal nemen over een voorkeursscenario voor de Purmer. Deze tijdsplanning voorkomt dat grondeigenaren lang in onzekerheid blijven omdat zij niet weten of hun perceel binnen het plangebied van het te ontwikkelen bedrijventerrein valt.
3.
Economisch behoefteonderzoek 3.1. Inleiding
Bureau Buiten heeft onderzoek uitgevoerd om de economische ruimtebehoefte naar een bedrijventerrein in de Purmer inzichtelijk te maken. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in hoe groot het bedrijventerrein in de Purmer zou moeten of kunnen zijn. Het gehele onderzoek is te lezen in bijlage 2. In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting van het onderzoek gegeven. In het onderzoek is op drie schaalniveaus de ruimtebehoefte van ondernemers inzichtelijk gemaakt. Het eerste scenario richt zo op het lokale schaalniveau van de gemeente EdamVolendam. Dit scenario richt zich op de vervangingsvraag uit deze gemeente, in het kader van de transformatie van bestaande bedrijventerreinen. Er zijn in de gemeente Edam-Volendam twee bedrijventerreinen die naar waarschijnlijkheid getransformeerd worden tot (deels) woonlocatie. Dit betreft de bedrijventerrein Julianaweg (14 ha transformatie) en Slobbeland (3,4 ha transformatie). Het tweede scenario richt op het schaalniveau van de regio Waterland. In het scenario wordt gekeken naar de ruimtebehoefte die het gevolg is van uitbreiding van bedrijven en vervangingsvraag van de gemeente EdamVolendam, Purmerend en Waterland ten gevolge van de transformatie van bedrijventerreinen. Naast vervanging door transformatie is er in dit scenario ook rekening gehouden met de toekomstige behoefte aan bedrijfsruimte tot 2050.
Het derde scenario richt zich op een schaalniveau hoger en kijkt aanvullend op het tweede scenario ook naar de toekomstige behoefte vanuit de MRA. Ook in de MRA is bedrijfsruimte schaars, worden bedrijventerreinen getransformeerd en is het moeilijk om een nieuw bedrijventerrein in te passen. 3.2. Methode In het economisch onderzoek wordt gekeken naar de behoefte aan bedrijventerrein in de Purmer tot 2050. Het economisch behoefteonderzoek geeft inzicht in de grootte van het bedrijventerrein en gaat niet in op kwalitatieve aspecten van het te ontwikkelen bedrijventerrein. Het onderzoek is grotendeels gebaseerd op desk research. Op de drie schaalniveaus is gekeken naar de ontwikkeling van de vraag naar bedrijfsruimte. Ook is geanalyseerd wat het huidige aanbod is en wat de transformatieplannen van de bedrijventerreinen in de regio zijn. Hiervoor zijn gegevens van onder andere Plabeka en het CBS gebruikt. In de rapportage is een link naar deze bronnen te vinden. Om de uitbreidingsvraag voor scenario 2 en 3 inzichtelijk te maken, is de terreinquotiëntenmethode gehanteerd. Dit model (Figuur 9) geeft inzicht in de lange termijn behoefteramingen. Het model bestaat uit drie onderdelen/kolommen, waarvoor een prognose wordt gemaakt: • • •
10
De werkgelegenheidsontwikkeling (het aantal banen); Het aandeel van de banen dat zich op bedrijventerreinen vestigt, technisch aangeduid met de term locatievoorkeur; Het ruimtegebruik per baan (het terreinquotiënt (TQ)
Figuur 9 Structuur ramingsmodel Bureau BUITEN
Met dit model wordt het berekende ruimtebeslag in de toekomst en in de huidige situatie in beeld gebracht. Het verschil hiertussen is de uitbreidingsvraag. Om rekening te houden met de onzekerheid van economische ontwikkelingen in de toekomst, is er voor de werkgelegenheidsprognose gebruik gemaakt van een laag scenario met beperkte economische groei wat resulteert in een afname van de werkgelegenheid (krimp) en een hoog scenario met gematigde groei van de werkgelegenheid. Een laag en hoog scenario is toegepast op het schaalniveau van regio Waterland en de MRA. Op gemeentelijk schaalniveau is er enkel gekeken naar de vervangingsvraag en niet naar de uitbreidingsvraag, waardoor er voor dit schaalniveau geen hoog en laag scenario is berekend. Naast desk research is er in het kader van het economisch behoefte onderzoek gesproken met verschillende stakeholders, om zo kwantitatieve data te combineren met kwalitatieve gegevens. Deze stakeholders zijn ondernemersverenigingen uit de regio Waterland, regionale strategische partners en makelaars. Deze gesprekken dienen ter aanvulling en aanscherping op de desk research. 3.3. Resultaten Op het schaalniveau van Edam-Volendam is er een vervangingsvraag van 17,5ha netto uitgeefbaar bedrijventerrein als gevolg van de transformatie van bedrijventerreinen de Julianaweg en Slobbeland. Daarbij is uitgegaan van 50% transformatie.
De bedrijven die willen of moeten verplaatsen, hebben een sterke voorkeur om binnen de gemeente te verhuizen. De verwachting is dat de bedrijven per saldo meer ruimte zullen vragen op een nieuwe locatie in verband met uitbreiding. De vervangingsvraag ten gevolge van transformatie wordt in dit scenario daarom geschat op 20 ha netto. Het lokale aanbod naar bedrijfsruimte is beperkt. Er is geen nieuw uitgeefbaar aanbod binnen de gemeente. Daarnaast staan er maar weinig objecten leeg, minder dan 3% van de voorraad. Beperkte leegstand is noodzakelijk om de lokale bedrijfshuisvestingsmarkt te laten functioneren. Op regionaal schaalniveau bestaat de vraag naar ruimte uit uitbreidingsvraag en uit vervangingsvraag. De vervangingsvraag wordt bepaald op basis van de verwachte transformatie van bedrijventerreinen in de gemeente Edam-Volendam, Waterland en Purmerend. Voor de vraag naar uitbreidingsruimte wordt er gekeken naar de werkgelegenheidsprognose, het aandeel banen op bedrijventerreinen en het ruimtegebruik per baan. Op basis van deze cijfers wordt er in het lage scenario een lichte afname verwacht aan bedrijfsruimte tot 2050 (-3ha). In het hoge scenario komt de uitbreidingsvraag uit op 42 ha netto voor de regio Waterland. Voor de vervangingsvraag is er gekeken naar de plannen voor de transformatie van bedrijventerreinen. Gemeente Purmerend is voornemens 8
11
ha van bedrijventerrein De Koog te transformeren. De totale vervangingsvraag voor de regio Waterland komt daarmee uit op 17,4 (scenario 1) ha + 8 ha = 25,4 ha. In tegenstelling tot het lokale schaalniveau, is er op het regionale niveau in Waterland nog uitgeefbaar bedrijventerrein. Dat ligt voor het overgrote deel op BaansteeNoord in Purmerend. Daarnaast is er nog 1,2 ha aanbod op bedrijventerrein Katwoude in Waterland. In totaal is er daarmee 37,8 ha aanbod in de regio Waterland. In het derde scenario wordt er naast de regio Waterland ook gekeken naar de overloop vanuit de MRA. Voor Amsterdam wordt er in 2040 een tekort van ruim 150 ha netto aan bedrijventerrein geschat. De verwachting is dat 24 ha hiervan in de regio Waterland moet landen. Vanuit de MRA wordt er naar 100 ha netto boven het Noordzeekanaal gezocht. De Purmer lijkt hiervoor de meest logische oplossing. Dit betekent dat er geen extra aanbod is ten opzichte van scenario 2. Voor een regionale oplossing waarbij rekening wordt gehouden met de tekorten aan bedrijventerrein ten noorden van het Noordzeekanaal zou het nieuwe bedrijventerrein in de Purmer dus 54 ha netto groot moeten worden. Scenario 1. Edam- Scenario 2. Regio Volendam Waterland laag
Scenario 2. Regio Waterland hoog
Scenario 3. Regio Scenario 3. Regio Waterland en Waterland en overloop MRA laag overloop MRA hoog
Netto ha vraag 20
22,4
67,7
46,4
91,7
Netto ha aanbod
0
37,8
37,8
37,8
37,8
Tekort
20
-15,4(overschot)
29,9
8,6
53,9
Tabel 1 Vraag-en aanbod scenario's bedrijventerrein De Purmer
3.4. Conclusies De behoefte aan bedrijventerrein in de Purmer op gemeentelijk schaalniveau is 20 ha netto. Op het schaalniveau van regio Waterland is de behoefte 30 ha netto in het hoge scenario. Het hoge scenario gaat uit van een lichte groei van het aantal banen wat noodzakelijk is om de arbeidsmarktbalans ten noorden van het Noordzeekanaal niet te laten verslechteren. Op het schaalniveau van de MRA is de ruimtebehoefte 54 ha netto in het hoge scenario. Uit deze cijfers volgt dat er behoefte is aan een nieuw bedrijventerrein in de Purmer van minstens 20 ha netto. Het is echter logischer om niet naar scenario 1, maar naar de schaal van de regio Waterland te kijken, aangezien de arbeidsmarkt en de economie zich ook verder strekken dan de gemeentegrenzen. Ook met het oog op de arbeidsmarktbalans is het wenselijk om voldoende ruimte te bieden voor banen in de regio Waterland. Vanuit het economisch belang wordt vanuit economisch perspectief geadviseerd om een bedrijventerrein te realiseren die minimaal voorziet in de regionale vraag. Bij de keuze voor de uiteindelijke schaal zal ook naar de regionale compensatie worden gekeken. Wanneer er in de Purmer een bedrijventerrein wordt gerealiseerd die ook voorziet in de ruimtebehoefte van de MRA, levert EdamVolendam een belangrijke bijdrage aan het regionaal-economisch belang.
Hier kan de gemeente wat voor terugvragen aan de MRA partners, bijvoorbeeld in de kwaliteit van OV-ontsluiting of infrastructuur. 3.5. Participatie De omgeving is op verschillende manieren betrokken bij het economisch behoefte onderzoek. Er is gesproken met ondernemersverenigingen, makelaars en regionale strategische partners. Ook zijn de resultaten gepresenteerd aan inwoners en omwonenden. Hieronder staan een aantal aandachtspunten uit de gesprekken benoemd.
12
3.5.1. Aandachtspunten ondernemersverenigingen •
• • • •
• • • •
In Edam-Volendam is de ruimte voor bedrijventerreinen op. De verplaatsing van bedrijven zit hierdoor op slot. Krapte op bedrijventerrein belemmert nog niet de economische groei van bedrijven, maar dit zit er wel aan te komen. Vanuit Purmerend zal de uitbreiding van bedrijven deels plaatsvinden op de Baanstee-noordoost. De ontwikkeling van de Baanstee-Noord gaat vrij snel. Bedrijven die van de Julianaweg naar de Purmer zullen gaan, zullen eerder vergroten dan verkleinen. Een aantal bedrijven hebben grote problemen om uit te breiden. Ook zijn er bedrijven wiens huidige bedrijfspand niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd. Veel bedrijventerreinen in de regio zijn gericht op kleine bedrijven. Maar er zijn ook veel bedrijven die een grote buitenruimte nodig hebben. Voor deze bedrijven zijn er weinig mogelijkheden op de huidige bedrijventerreinen. Baanstee-Noord is bijvoorbeeld niet geschikt voor bedrijven met een grote buitenruimte. Bedrijven met veel transportbewegingen zouden wellicht beter buiten een dorp geplaatst kunnen worden. Er zijn bedrijven die onder andere vanwege marketing zich liever vestigen in Volendam dan in Purmerend. De voorkeur voor een adres is Volendam is erg groot. Doel is om forenzen naar bijvoorbeeld Almere te voorkomen. Als de Purmer niet ontwikkeld wordt als bedrijventerrein, zullen bedrijven intensiveren of verplaatsen naar Hoorn, Almere etc.
Er is druk vanuit de regio Amsterdam op bedrijventerreinen in de regio Waterland. De zorg bestaat dat het bedrijventerrein in De Purmer wordt ingenomen door bedrijven uit Amsterdam, waardoor lokale ondernemers geen ruimte meer hebben om te verplaatsen. Er is behoefte aan inzicht in de middelen die de gemeente kan inzetten om dit te voorkomen.
3.5.2. Aandachtspunten makelaars • • • • • •
Er is heel weinig aanbod aan bedrijfsruimte. De voorkeur van ondernemers gaat meestal uit naar grond, waar de ondernemers zelf hun bedrijfspand kunnen bouwen. Veel bedrijven willen in Volendam gevestigd blijven, ook al is hier te weinig ruimte. Het is een lokaal gerichte markt. Bedrijven die moeten verplaatsen zullen vaak behoefte hebben aan veel bedrijfsruimte. Daarnaast is er onder ondernemers behoefte aan kleinere units. De ene makelaar geeft aan niet veel vraag van buiten de regio te verwachten, de andere makelaar wel. Hier zijn de meningen over verdeeld. Industriële sectoren hebben behoefte aan distributiecentra. Ook is er een verwachte ruimtevraag vanuit de transportsector, auto-industrie, entertainment en ICT. 3.5.3. Aandachtspunten regionale strategische partners
•
• • •
13
Er is behoefte aan een actualisatie van het aanbod van bedrijfsruimte. Vervolgens kan inzicht worden verkregen in de ruimtebehoefte in de regio ten Noorden van het IJmeer, de Baanstee polder en de Boekelemeer polder. In het economisch behoefte onderzoek is gebruik gemaakt van de meest actuele gegevens. Welk scenario kiezen we voor de behoefteraming? Hoog bestuurlijke scenario als uitgangspunt nemen? In Zaanstad ligt het uitgifteniveau al boven het hoogste scenario. Als de transformaties en actualisatie van de MRA bij elkaar worden opgeteld (o.a. 150 hectare Lelystad, 220 hectare Almere) is er een tekort van honderd hectare. Er is behoefte aan terreinen die de milieucategorie 3.1 en hoger toestaan. Ook is er behoefte aan percelen groter dan 10 hectare.
•
• •
Galgeriet in Waterland is grotendeels getransformeerd. De andere bestaande bedrijventerrein worden niet getransformeerd. Bedrijven die een verplaatsingsbehoefte hebben, worden specifiek gevraagd om lokaal te verhuizen. Belangrijk vraagstuk is: Waarom wil je bepaalde sectoren in welk gebied zien? Een kwalitatieve analyse is hierbij belangrijk. Denk aan gefaseerd ontwikkelen. Wellicht is het mogelijk om gefaseerd te besluiten over de omvang van het bedrijventerrein, door eerst een deel te ontwikkelen en afhankelijk van de economische ontwikkelingen later nog een deel te ontwikkelen. Denk ook aan het gefaseerd realiseren van het bedrijventerrein, om leegstand en braakliggende gronden te voorkomen. 3.5.4. Enquête ondernemers regio Waterland
Zoals vermeld in het plan van aanpak is er een enquête gehouden onder ondernemers om te inventariseren hoe groot hun toekomstige ruimtebehoefte is. Daarnaast geeft de enquête inzicht in de bereidheid van ondernemers om eventueel naar de Purmer te verhuizen. De resultaten van de enquête zijn te lezen in bijlage 3. In deze paragraaf volgen de belangrijkste conclusies. In totaal hebben 114 mensen de enquête ingevuld. Na een foutcorrectie blijven er 109 juist ingevulde enquêtes over. Beschrijving respondenten Het grootste gedeelte van de respondenten is gevestigd op de Julianaweg, in het centrum van Edam-Volendam of elders (o.a. de binnenstad van Monnickendam, in het landelijk gebied, op de Wheermolen, in Klein westerbuiten, Kwadijk, buiten regio Waterland of aan huis). De meeste respondenten werken in de sectoren: advies/zakelijke dienstverlening, bouw & vastgoed, groot-en detailhandel of , productie en recycling of ‘overig’. Ongeveer twee derde van de respondenten is eigenaar van het bedrijfspand waarin het bedrijf gevestigd is. Bijna de helft van de respondenten heeft een kaveloppervlakte en bebouwd oppervlakte tussen de 100 en 1.000 m2 en een zevental groter dan 10.000. Behoefte om uit te breiden Ongeveer de helft van de respondenten (N=65) geeft aan niet de behoefte te hebben de bedrijfsruimte uit te breiden ten opzichte van de huidige locatie.
Van de respondenten die deze behoefte wel hebben (38%) of hierover twijfelen (9%), wil 56% in totaal maximaal 1.000 m2 aan kaveloppervlakte. 67% van de respondenten (N=17) geeft aan tussen de 100 en 1.000 m2 aan bebouwd oppervlak te wensen. Het doel van de extra ruimtebehoefte is voor de helft van de respondenten (N=43) uitbreiding. Eén van de respondenten geeft aan: “uitbreiden op de huidige locatie blijft rommelen in de marge.” 23% van de respondenten wil uitbreiden in verband met vernieuwing en 12% wil uitbreiden in verband met bereikbaarheid. 7% wil uitbreiden vanwege het samenvoegen van meerdere vestigingen en 7% van de respondenten heeft een andere reden voor uitbreiding, zoals behoefte aan opslagruimte. Behoefte om te verhuizen 45% van de respondenten (N=64) verwacht binnen circa 15 jaar te willen verhuizen. Het grootste gedeelte hiervan geeft aan binnen nu en 5 jaar te willen verhuizen. De meest genoemde reden voor verhuizing is dat ondernemers willen uitbreiden (46%), maar daar op de huidige locatie geen ruimte voor is. 44% van de respondenten (N=32) hanteert de eigen gemeente als zoekgebied en 47% de regio Waterland. De eerder genoemde stellinginname dat ondernemers ook buiten hun eigen gemeentegrenzen kijken, wordt bevestigd door deze enquête. 45% van de respondenten (N=33) is bereid om eventueel naar de Purmer te verhuizen.
5 van deze respondenten zijn momenteel op de Julianaweg gevestigd. 1 ondernemer van de Julianaweg geeft aan alleen onder speciale voorwaarden naar de Purmer te willen verhuizen en twee ondernemers zijn niet bereid om naar de Purmer te verhuizen. De overige zeven ondernemers die op de Julianaweg gevestigd zijn en de enquête hebben ingevuld, weten nog niet of ze naar de Purmer willen verhuizen of hebben deze vraag niet ingevuld. Slechts één van de respondenten heeft bij verhuizing interesse in een zwaardere milieucategorie. Hieruit is op te maken dat de huidige toegestane milieucategorie voor veel ondernemers geen belemmering vormt. Ook blijkt uit
14
deze enquête dat er geen behoefte is aan kavels met een toegestane milieucategorie van zwaarder dan 4.2. De belangrijkste onderwerpen voor een nieuwe vestigingslocatie zijn parkeergelegenheid, beschikbare oppervlakte bedrijfspand, beschikbare oppervlakte kavel en bereikbaarheid per fiets. Met deze onderwerpen zal rekening worden gehouden bij het ontwerp van het bedrijventerrein. Opvallend is dat verreweg het grootste gedeelte van de respondenten liever een bedrijfsruimte wil kopen (81%), dan grond kopen (41%) of huren 19%).
4.
Ruimtelijke verkenning
De ruimtelijke verkenning is gebaseerd op de huidige kenmerken van het gebied en de mogelijkheden die het gebied ruimtelijk biedt voor de realisatie van een nieuw bedrijventerrein. Een globale omschrijving van het huidige gebied is te lezen in hoofdstuk 2. 4.1. Eigendomssituatie Het WVG-gebied bestaat uit agrarische kavels, bedrijven en woningen. Er zijn in totaal 14 eigenaren in het gebied, waaronder één stichting. De meeste grondeigenaren hebben bebouwing op hun kavel staan. Vaak zijn dit (bedrijfs)woningen of gebouwen ten behoeve van de agrarische onderneming.
Figuur 10 Oppervlaktes grondgebruik
15
4.2. Verkeer De Purmer is gelegen nabij de verkeersader de N244, die richting de A7 en N247 loopt. Dit biedt een goede ontsluiting voor het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein in de Purmer. Door het WVG-gebied lopen de Edammerweg van oost naar west en de Oosterweg van noord naar zuid. Deze twee wegen vormen belangrijke verkeersaders voor het realiseren van een bedrijventerrein. Langs de ringvaart ligt de Purmerdijk, een eenbaansweg die voornamelijk voor recreatie wordt gebruikt. Het gebied biedt tevens mogelijkheden voor nieuwe verbindingen. Deze mogelijkheden voor nieuwe verkeersverbindingen zijn weergegeven in Figuur 11. Bij een verdere uitwerking van de scenario’s zou rekening moeten worden gehouden met kosten voor de realisatie van deze verkeersverbindingen.
Figuur 11 Huidige ontsluiting Purmer
Figuur 12 Potentiële nieuwe verkeersverbindingen
4.3. Bodem Inzicht in de bodem van het WVG-gebied is belangrijk voor de aanleg van de openbare ruimte en voor de fundering van eventuele bebouwing. Ook voor de waterhuishouding speelt de bodem een belangrijke rol. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat de bodem in het WVG-gebied bestaat uit kalkarme leek/woudeerdgronden; klei. Dit zijn kleigronden met een humeuze bovengrond. Kleigronden zijn typerend voor poldergebieden.
Figuur 13 Bodemkaart WVG-gebied
16
4.4. Archeologie Onderdeel van de ruimtelijke verkenning is een inventarisatie van de archeologische waarde van het gebied. De Purmer als geheel heeft een lage archeologische verwachtingswaarde volgens de IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde). Deze kaart geeft echter slechts een eerste indicatie. Volgens het beleid van de gemeente Edam-Volendam is nader onderzoek naar de archeologische waarde in de Purmer noodzakelijk wanneer het plan groter is dan 10.000m2 en de verwachte diepte meer dan 50cm is. Bij verder uitwerking zal verkennend archeologisch onderzoek worden verricht afhankelijk van het funderingstype en de diepte.
Figuur 14 IKAW de Purmer onderzoek
Figuur 15 Criteria beleid Edam-Volendam archeologisch
4.5. Water Figuur 16 toont de waterstructuur in het gebied. Het WVG-gebied ligt in een polder, wat verschillende aandachtspunten met zich meebrengt voor de waterhuishouding. De bestaande waterstructuren worden zoveel mogelijk behouden, ten behoeve van de waterhuishouding in het gebied. De watergangen zijn in eigendom van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en zullen bij herontwikkeling moeten voldoen aan de uitgangspunten van OSW HHNK. Door het gebied lopen ook meerdere peilgebieden en (particuliere) onderbemalingen. Naast het behoud van bestaand water zal wegens het toevoegen van verhard oppervlak waterberging moeten worden gerealiseerd. Een watertoets moet daar duidelijkheid over verschaffen wanneer het definitieve plangebied bekend is. Verder is een inschatting van de verwachte hoeveelheid afvalwater van belang om te bepalen of er voldoende verwerkingscapaciteit aanwezig is. Er dient rekening gehouden te worden met een compensatie eis van 15%. Doordat de Purmer een diepe polder is, kan het gebied bij overstroming grote schade oplopen. Rondom de dijken moet er een zone van 10 meter aangehouden worden, die gereserveerd moet blijven voor het dempen en vergraven van teensloten onderaan de dijken. Tevens dient een deel van deze zone een onderhoudsstrook te worden.
Daarnaast zal in een verdere fase in het planvormingsproces worden gekeken naar een klimaatbestendige inrichting van het gebied met water en groen.
17
Figuur 16 Waterstructuur WVG-gebied
4.6. Milieu Elk bedrijf in Nederland heeft een milieucategorie, die aangeeft hoeveel afstand er moet zitten tussen het bedrijf en een gevoelige functie zoals woningbouw. Niet alle bedrijven kunnen immers naast een gevoelige functie als woningbouw gerealiseerd worden. Ook andersom moet gemotiveerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Er zijn 10 verschillende milieucategorieën, van lichte bedrijvigheid (categorie 1) tot zeer zware industrie (categorie 6). Aan elke milieucategorie zit een hindercirkel van een bepaalde omvang verbonden, waarbinnen niet zomaar een gevoelige functie kan worden gerealiseerd. Deze milieucategorieën zijn gebaseerd op de milieufactoren geur, stof, gevaar en geluid. Figuur 18 geeft deze hindercirkels weer voor de laagste 8 milieucategorieën. Bedrijven met milieucategorie 5.3 en 6 komen slechts sporadisch voor en de Purmer is geen realistische locatie voor bedrijven met deze milieucategorieën. Figuur 18 geeft aan dat milieucategorie 4.2 de maximaal inpasbare categorie is. Bedrijven met deze milieucategorie vallen bijvoorbeeld onder de bouwsector en kleinschalige productie, voedselverwerking en recycling. Op de Julianaweg zijn een aantal bedrijven met een dergelijk milieucategorie die wegens transformatie naar de Purmer kijken als nieuwe locatie.
Milieucategorieën 5.1 en 5.2 zijn vanwege de grote hindercirkels niet haalbaar en ook niet wenselijk in het WVG-gebied. De hinder waaraan gedacht moet worden op een dergelijke locatie zijn met name geluid, verkeer en geur. Geur is hierbij beperkt door de toenemende normen voor filtrage en opslag. Daarnaast vinden de meeste bedrijfsprocessen die overlast zullen veroorzaken binnen plaatst. Welke milieucategorieën in welk deel van het bedrijventerrein daadwerkelijk toegestaan zal worden, moet nog nader bepaald worden. Deze milieucategorieën zullen passend zijn bij het profiel van Edam-Volendam.
18
Figuur 17 Milieuhindercirkels
4.7. Kabels en leidingen In het gebied lopen middenspanningskabels grotendeels onder de bestaande infrastructuur. De hoogspanningskabels lopen onder de Oosterweg, langs de Middenvaart in het WVG-gebied en tussen de Edammerweg en de N244 (rood). Deze hoogspanningskabels moeten worden ingepast. Er wordt ervan uitgegaan dat de hoogspanningsleidingen niet omgelegd hoeven te worden voor de realisatie van het bedrijventerrein. Er zijn geen belemmeringen in het gebied door gasleidingen, waterleidingen of riolering. Bij de inpassing van de kavels is rekening gehouden met de ligging van de kabels, waarbij met name de hoogspanningskabel moet worden ingepast aan de zijde van de Middenvaart en tussen de Edammerweg en N244.
Figuur 18 Kabels en leidingen WVG-gebied
19
4.8. Belemmeringen Met de ruimtelijke verkenning in de voorgaande hoofdstukken, zijn de ruimtelijke belemmeringen voor het realiseren van een bedrijventerrein in het WVG-gebied in beeld gebracht. Uit de analyse volgt dat de eigendomssituatie van invloed is op het realiseren van het bedrijventerrein. Het uitgangspunt van de gemeenteraad is om zoveel mogelijk rekening te houden met de bestaande woningen en eigendomssituaties in het gebied. Bij het opstellen van de scenario’s wordt geprobeerd de bestaande bebouwing zoveel mogelijk intact te laten. De huidige verkeersstructuur levert geen grote belemmeringen op voor het bedrijventerrein. Maar het bedrijventerrein zal tegen de kern van de gemeente Edam-Volendam komen te liggen, waardoor de verkeersafwikkeling een uitdaging wordt. Sluipverkeer door de aangrenzende woonwijken dient bijvoorbeeld voorkomen te worden. De Edammerweg is daarnaast niet ingericht op zwaar en veel verkeer. Het verkeer zal daarom zo veel mogelijk via de N244 richting de A7 geleid moeten worden. Uit de bodemkaart blijkt dat het gebied bestaat uit kleigrond. Deze bodemtypologie geeft geen grote belemmering voor het realiseren van een bedrijventerrein. Echter moet er bij bouw wel extra aandacht komen voor bebouwing op klei.
Uit de archeologische kaart blijkt dat archeologie weinig waarde heeft en waarschijnlijk geen belemmering zal vormen voor de realisatie van het bedrijventerrein. Bij het ontwikkelen van het bedrijventerrein zal wel rekening moeten worden gehouden met de waterstructuur in het gebied. Daarnaast ligt de Purmer onder NAP, waardoor bij het aanbrengen van verharding de compensatie van oppervlakte belangrijk is. De wettelijke normen ten aanzien van milieuhindercirkels zijn van invloed op de mogelijkheden voor het bedrijventerrein. Vanwege de milieuhindercirkels, kunnen enkel bedrijven tot maximaal milieucategorie 4.2 worden ingepast. Tevens kunnen bedrijven met deze milieucategorie zich alleen in het midden van het WVG-gebied vestigen en niet aan de randen. Bij het plaatsen van deze bedrijven langs de randen zullen zij te dicht op de bestaande bebouwing komen te liggen. De keuze voor de milieucategorie heeft daarnaast invloed op welke bebouwing in het WVG-gebied kan blijven bestaan. Wanneer bedrijven nabij de Oosterweg milieucategorie 4.2 hebben, zullen de bestaande woningen hiervoor moeten wijken. De kabels en leidingen in het gebied vormen geen belemmering voor het bedrijventerrein. Er lopen geen gasleidingen, waterleidingen of riolering waar rekening mee gehouden dient te worden. Wel zal de hoogspanningskabel moeten worden ingepast.
5.
Ruimtelijke scenario’s
Op basis van het economisch behoefteonderzoek, de ruimtelijke verkenning en het participatietraject zijn scenario’s opgesteld om de omvang en ligging van het te realiseren bedrijventerrein inzichtelijk te maken. Dit hoofdstuk beschrijft hoe deze scenario’s tot stand zijn gekomen en hoe de scenario’s eruit zien. 5.1. Ruimtelijke uitgangspunten Bij het ontwikkelen van de scenario’s zijn een aantal uitgangspunten door verschillende stakeholders meegegeven. De uitgangspunten zijn in Tabel 2 per stakeholder weergegeven. Dit zijn niet alle genoemde uitgangspunten, maar zij geven wel inzicht in wat er door de stakeholders belangrijk wordt gevonden. Bij de opzet van de scenario’s is zoveel mogelijk rekening gehouden met deze uitgangspunten.
20
Gemeenteraad
Ondernemersverenigingen Bewoners
Strategische partners
Indien er een duidelijke, Stel niet te veel eisen aan de Sluit zoveel mogelijk aan op Zorg voor voldoende ruimte reële en concrete behoefte is hoeveelheid bebouwd de Baanstee-Noord, houd voor bedrijven uit de MRA onder (onze) ondernemers, oppervlak op de kavels. rekening met de die zich in de Purmer willen dan de noodzakelijke recreatieroutes en houd het vestigen. uitbreiding van het gebied tussen de Oosterweg industriegebied bij voorkeur en Edam open en groen. tegen de bestaande Baanstee-Noord gebieden positioneren. Als onderdeel van het Bied voldoende ruimte aan Ontwikkel een brede onderzoek m.b.t. de bedrijven met een (groen)strook tussen het gebiedsvisie op de Purmer zwaardere milieucategorie. bedrijventerrein en het behoud van een brede woongebied. Bv. een breed groenstrook stuk bos, waterstromen of (agrarisch/natuur) tussen een recreatiegebied. Edam-Volendam en Purmerend -parallel aan de N247- mee te nemen. Zoveel mogelijk rekening houden met bestaande woningen en bedrijven in het WVG-gebied in de Purmer.
Houd rekening met de Laat het bedrijventerrein Ontwikkel percelen die gewenste uitbreiding van aansluiten op de Baanstee- groter zijn dan 10 hectare. bedrijven, dus bouw extra Noord. ruimte in voor toekomstige groei. Zorg voor voldoende buitenruimte en maak het bedrijventerrein niet te compact.
Denk aan meetregelen ten aanzien van het veranderde klimaat (wateroverlast/hitte/ droogte/overstroming)
Bij voorkeur geen grote distributiecentra.
Houd rekening met de huidige zichtlijnen in het gebied.
Zorg voor een goede verkeersafwikkeling voor transportbedrijven. Deze bedrijven wil je uit de huidige kernen halen.
Zorg voor een goede verkeersontsluiting en voorkom verkeersoverlast.
Zorg voor voldoende Zorg voor een groene netcapaciteit in het gebied. waterrijke inrichting van de openbare ruimte. Voorkom of beperk overlast van geluid, geur en licht Zorg voor behoud uitzicht huidige bewoners Het is belangrijk dat bestaande boeren hun
21
Zorg dat er ruimte is voor bedrijven met milieucategorie 3.1 en hoger.
werkzaamheden kunnen voortzetten. Realiseer mogelijkheden voor inwoners om te wandelen/fietsen op het terrein. Tabel 2 Ruimtelijke uitgangspunten opzet scenario’s
5.2. Ruimtelijk raamwerk De onderwerpen die in hoofdstuk 4 zijn benoemd hebben invloed op de ontwikkeling van het bedrijventerrein. De kaarten geven aan waar kansen en uitdagingen voor de realisatie van een bedrijventerrein liggen. Op basis van informatie uit bovenstaande hoofdstukken is een landschappelijk raamwerk voor de Purmer opgesteld. Een belangrijk onderdeel hiervan is de inpassing van groen. Kenmerkend voor de Purmer is de lintbebouwing die van noord naar zuid loopt. Het is mogelijk dit lint te versterken met kavelgroen. Ook is het mogelijk om de ringvaart en de Middenvaart te voorzien van groene bufferzones. Deze groene zones zorgen voor een inpassing van het bedrijventerrein in het landschap en dragen bij aan de mogelijkheden voor recreatie in het gebied.
Figuur 19 Versterken van het kavelgroen
Figuur 20 Groene bufferzomen
In het landschappelijk raamwerk is een deel van het WVG-gebied aangemerkt als potentieel industriegebied, dit betreft het lichtroze gebied in Figuur 21. Binnen dit gebied kan het bedrijventerrein worden gerealiseerd. Dit gebied wordt grotendeels omringd door beplanting, die uitzicht op de industrie belemmeren en zorgen voor afwisseling in het landschap. Het gebied langs de lintbebouwing is aangemerkt als groene bufferzone en deelt het potentiegebied van het bedrijventerrein op in tweeën. Het lint dient als eenduidige landschappelijke bouwsteen. Ook langs de Middenvaart en ringvaart is een gebied aangewezen als groene bufferzone. Op de kruising van de Oosterweg en de N244 kan een bomenweide worden ingepast. Door groene bufferzones, beplanting en de bomenweide wordt industrie gecombineerd met groen en zo ingepast in het huidige landschap. Verticaal lopen er door het gebied twee potentiële nieuwe verkeersaders. Ook lopen er twee potentiële verkeersaders in het noorden en zuiden van het gebied van oost naar west. Voor de gehele Purmer wordt nog een structuurvisie opgesteld, waarin het landschappelijk raamwerk verder zal worden uitgewerkt. In Figuur 22 is het ruimtelijk raamwerk van het WVG-gebied in meer detail te zien.
22
Figuur 21 Landschappelijk raamwerk De Purmer
Figuur 22 Landschappelijk raamwerk WVG-gebied
23
Het bedrijventerrein kan binnen dit raamwerk op verschillende manieren worden ingepast. Figuur 23 toont voor verschillende delen van het WVG-gebied een mogelijk principeprofiel en geeft aan hoe verschillende elementen landschappelijk kunnen worden ingepast. In deel 1-1 op de kaart zou het principeprofiel vanaf de Middenvaart tot aan het bedrijventerrein er bijvoorbeeld als volgt kunnen uitzien: berm met fiets-wandelpad, Middenvaart (20 meter), nieuw rietland verlagen en vernatten (45 meter), nieuwe opgaande beplanting (30 meter) en een nieuw bedrijventerrein. Bewoners gaven aan dat hun voorkeur ernaar uitgaat de ruimte langs de middenvaart kleiner te maken en de ruimte aan de kant van de bestaande bebouwing groter voor groene inpassing op deze locatie. De middenvaart kan volgens een aantal bewoners namelijk minder beleefd worden. Langs de middenvaart zou een groenzone gerealiseerd kunnen worden met bijvoorbeeld een bomenrij (natuurverbinding en houtbouw bos) en een graszoom om de oever te onderhouden.
Figuur 23 Principeprofielen landschappelijk raamwerk
5.3. Drie scenario’s Voor de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein zijn drie scenario’s opgesteld. Deze scenario’s zijn gebaseerd op de economische ruimtebehoefte op drie schaalniveaus, zoals toegelicht in hoofdstuk 3. Daarnaast is er bij elke scenario een ‘sport plus’ scenario toegevoegd met de mogelijkheid voor het toevoegen van sport in het gebied. Dit scenario is toegevoegd aan de ruimtelijke verkenning in verband met een initiatief van meerdere partijen die zich bij de gemeente hebben gemeld met de ambitie een sportlocatie te realiseren in de Purmer. Het sportscenario wordt verder toegelicht in paragraaf 5.5 Voor elk scenario is het beoogde aantal netto en bruto ha benoemd. Netto ha verwijst naar de netto uitgeefbare bedrijfskavels. Bruto ha verwijst naast de netto uitgaafbare bedrijfskavels plus de openbare ruimte voor onder andere wegen, groen en water binnen het gebied. Het betreft nog niet de groene zones voor de ruimtelijke inpassing in het gebied. Voor elk scenario wordt een overzicht gegeven van een aantal sterke en minder sterke punten, zoals deze zijn benoemd in de gevoerde gesprekken.
24
Scenario 1: Vervangingsvraag binnen Edam-Volendam (20 ha netto)
Scenario 2: Uitbreiding en vervangingsvraag Kernregio Waterland (30 ha netto)
Scenario 3: Kernregio Waterland en Overloop MRA (54 ha netto)
Figuur 24 Overzicht drie scenario's bedrijventerrein de Purmer
5.3.1. Scenario 1: vervangingsvraag binnen Edam-Volendam Scenario 1 richt zicht op de lokale ruimtebehoefte, die afkomstig is van de vervangingsvraag binnen EdamVolendam. Dit scenario dat uitgaat van de lokale vervangingsvraag ten gevolge van de transformatie van bedrijventerrein en een beperkte uitbreidingsgroei, vraagt om 26 ha bruto (20 ha netto) bedrijventerrein. In dit scenario wordt er een bedrijventerrein gerealiseerd aan de linkerkant van de Oosterweg ten zuiden van de Edammerweg. Het bedrijventerrein ligt nabij de Baanstee-Noord met ontsluiting op de N244.
Figuur 25 Scenario 1
25
Dit scenario kent een aantal sterke en minder sterke punten.
Sterk • • • • • • • •
Ruimte besparend en groene inpassing Behoud uitzicht Edam-Volendam met een openheid en zichtlijnen Behoud agrarische woningen Deels behoud van agrarische bedrijven Aansluiting op Baanstee-Noord Ruimte voor verplaatsing en beperkte lokale groei Maximaal rekening houdend met context en wensen bewoners en omwonenden Verlichting verkeersdruk Volendam
Minder sterk • •
• •
Beperkt ruimte voor uitbreiding in de toekomst anders dan verplaatsing Beperkte schaalgrootte zorgt voor minder flexibiliteit aanbod en groeimogelijkheden voor nieuwe lokale ondernemers Geen ruimte voor transformatie en uitbreiding vanuit de kernregio en versterken van regionale economie Geen rekening met samenwerkingspartners uit kernregio en economische regio MRA
Het overzicht van de sterke en minder sterke punten van dit scenario geeft aan dat dit scenario de minste ruimtelijke impact heeft. Het scenario komt daarmee het meeste tegemoet aan de wensen van bewoners en omwonenden van het gebied, die een zo klein mogelijk bedrijventerrein wensen. In dit scenario blijft de linkerzijde van de Oosterweg tot aan de ringvaart intact. Om het bedrijventerrein heen is een groene zone getekend, wat aansluit bij de uitgangspunten van de bewoners, omwonenden en de raad om een goede overgang tussen het bedrijventerrein en de omgeving te realiseren. Dit maakt het voor bewoners mogelijk om in hun huidige woning te blijven en daarbij door groen omringd te zijn. Tevens sluit dit scenario aan bij de wensen van de gemeenteraad om het nieuwe bedrijventerrein dicht bij de Baanstee-Noord te ontwikkelen. Het risico van dit scenario is dat er geen ruimte wordt gerealiseerd voor ondernemers uit de regio. Het scenario voorziet enkel in de ruimtebehoefte van ondernemers in de gemeente Edam-Volendam. Dit betekent dat er in dit scenario geen rekening wordt gehouden met de samenwerkingspartners uit de kernregio Waterland en de MRA. Tevens sluit dit scenario niet aan op de samenwerking die de gemeente Edam-Volendam heeft met de gemeenten Waterland en Purmerend om samen invulling te geven aan de Purmer.
Daarnaast beperkt dit scenario de kansen voor economische groei en diversificatie van de economie. Er is geen rekening gehouden met de komst van nieuwe bedrijven of grootschalige uitbreidingen van de huidige bedrijven in de gemeente. Daarbij is het zo dat er in de praktijk over de gemeentegrenzen heen wordt gekeken. Bewoners en ondernemers kijken voor een baan en doorgroeimogelijkheden ook vaak buiten de eigen gemeentegrens. Hierdoor is het scenario weinig toekomstbestendig en beperkt het op de lange termijn de economische groei van de kernregio waterland. Daarnaast Scenario 1 heeft op basis van een globale financiële analyse (paragraaf 5.4) een positief resultaat van 0,8 mln netto contant op 1-1-2021, met de kanttekening dat nog veel nader onderzocht en uitgewerkt moet worden. Dit resultaat geeft daarmee weinig financieel comfort ten opzichte van de geraamde 35 mln aan investeringen. In dit scenario is bijvoorbeeld verwerving een grote onzekere factor. Doordat relatief veel meer verworven dient te worden dan uiteindelijk tot ontwikkeling wordt gebracht (gelijk aan scenario 2) komt bij tegenvallende verwervingskosten de exploitatie al snel onder druk. De reden dat meer verworven dient te worden is de aanleg van de groene buffer voor onder andere de watercompensatie en het voorkomen van reststukken agrarisch waar de huidige eigenaren geen baat bij hebben.
26
5.3.2. Scenario 2: Uitbreiding en vervangingsvraag Kernregio Waterland In scenario 2 komt de ruimtebehoefte voort uit de uitbreidingsvraag vanuit de huidige bedrijven en een vervangingsvraag van de te transformeren bedrijventerreinen in de kernregio Waterland. De ruimtebehoefte in dit scenario betreft 40 ha bruto (30 ha netto). Deze 40 ha kan op verschillende manieren in het plangebied worden ingepast. In de voorkeursoptie wordt het bedrijventerrein, net zoals in scenario 1, tegen de Baanstee-Noord geplaatst. Daarnaast wordt het deel ten noorden van de Edammerweg bedrijventerrein. Net zoals in het eerste scenario is het bedrijventerrein omgeven met groen. De bebouwing aan de Oosterweg kan intact blijven, maar zal omgeven worden door groen. In dit scenario blijven de bedrijven ten westen van de Oosterweg.
Figuur 26 Scenario 2
27
Dit scenario kent een aantal sterke en minder sterke punten.
Sterk • • • • • • •
Ruimte besparend en groene inpassing Behoud van uitzicht Edam-Volendam en zichtlijnen Behoud van agrarische woningen Deels behoud van agrarische bedrijven Aansluiting Baanstee- Noord Ruimte voor verplaatsing en beperkte uitbreiding vanuit de kernregio Rekening houdend met lokale en regionale context en wensen
Minder sterk • • • •
•
Grotere impact op het landschap Meer nadelige milieueffecten Grotere druk op verkeersnetwerk Weinig tot geen rekening met samenwerkingspartners uit economische regio MRA Minder ruimte tussen agrarische bedrijven en nieuwe bedrijvigheid
Dit tweede scenario sluit gedeeltelijk aan bij de wensen en belangen van bewoners en omwonden. In dit scenario kunnen de agrarische bedrijven en woningen gedeeltelijk behouden blijven. In tegenstelling tot het eerste scenario wordt er meer ruimte geboden voor de regionale economische groei en vervangingsvraag. Dit zorgt voor een grotere ruimtelijke impact van het bedrijventerrein op haar omgeving. Het gevolg is dat de bedrijven dichter tegen de agrarische bedrijven aan de Oosterweg liggen. De groene inpassing langs de Oosterweg draagt eraan bij om de overgang zachter te maken. Hierdoor is het voor de huidige bewoners wel mogelijk om te blijven. In dit scenario is ook het noordelijk deel van de Edammerweg bij het bedrijventerrein betrokken. Dit gaat tegen de wensen van de bewoners en omwonden in. Het betrekken van het noordelijk deel van de Edammerweg vraagt om een extra inzet op de groene buffer richting de Ringvaart om de bebouwing goed in te passen. Een sterk punt van dit scenario is net als in scenario 1 dat het Oostelijk deel van de Purmer aan de Oosterweg intact blijft. Dit gebied kan zijn huidige functies behouden en door de groen buffer rondom de Oosterweg zal ook het zicht op het bedrijventerrein worden beperkt.
In dit scenario wordt rekening gehouden met de ruimtevraag vanuit de kernregio Waterland, waarmee de samenwerking tussen gemeente Edam-Volendam, Purmerend en Waterland en het gezamenlijk opstarten van inventarisatie, onderzoek en verkenning ook een gezamenlijk vervolg krijgt. Voor de realisatie van een bedrijventerrein in de Purmer is ook afstemming en overeenstemming met de strategische regionale en provinciale partners van belang. In dit scenario is weinig ruimte om bij te dragen aan de bovenregionale ruimtebehoefte van ondernemers. Dat kan betekenen dat banen ten noorden van Amsterdam onder druk komen te staan. Daar werken ook mensen uit de kernregio Waterland. De kans bestaat dat deze werknemers in de toekomst verder moeten forenzen. Scenario 2 laat een gezond financieel resultaat zien van ca. 6,8 mln. Hier zijn die verworven moeten worden ook beter in verhouding met de uitgeefbare kavels. Vanuit het resultaat kunnen bijvoorbeeld de aankoop of uitkoop van woningen en/of bedrijven aan de westzijde van de Oosterweg worden gedekt. Dat zal verder in een verwervingsstrategie uitgewerkt worden. Dit resultaat geeft financieel comfort ten opzichte van de investering van ca. 44,8 mln. Hierdoor kunnen tegenvallers worden opgevangen en kan extra worden geïnvesteerd in de groene buffer, inpassing en de kwaliteit van het plan.