CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 inhoudsopgave + regelbibliotheek Edam-Volendam.pdf

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot instemmen met hernummering van het handboek (0-4) en vaststellen van de Regelbibliotheek met bijlage 1.13.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 5. Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel X

Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2 , bepaald volgens NEN 6090; 28

b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2 , bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist. 3. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. 4. Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. 5. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. § 5.4.1.2

Hoofdgebouwen

Artikel X

Algemene regels gebouwen bij sportvoorzieningen 1. Dit artikel is van toepassing op het bouwen van een gebouw binnen het gebied ‘locaties voor sport’. 2. Het gebouw wordt gebouwd binnen het bouwvlak. 3. De bouwhoogte van het gebouw is niet hoger dan aangegeven op de aanduiding ‘maximale bouwhoogte’. 4. Het gebouw wordt niet voorzien van een dakterras.

§ 5.4.1.3

Bijbehorende bouwwerken PM

§ 5.4.1.4

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde.

Artikel X

Algemene regels agrarische bouwwerken in het achtererfgebied 1. Bij het bouwen van een bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering in het achtererfgebied, is de bouwhoogte niet hoger dan 2 m. 2. De bouwhoogte van een ruwvoedersilo is niet hoger dan 15 m. 3. Een mestsilo heeft: a. een bouwhoogte van niet hoger dan 5 m; en b. een inhoud van niet meer 750 m3.

Artikel X

Algemene regels sport- of speeltoestel 1. Bij het bouwen van een sport- of speeltoestel anders dan voor particulier gebruik, is deze niet hoger dan 4 m. 2. Het sport- of speeltoestel is alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.

29

Artikel X

Algemene regel zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening Bij het bouwen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw wordt het bouwwerk niet voorzien van een overkapping.

Artikel X

Algemene regels erf- of perceelafscheiding 1. Bij het bouwen van een erf- of perceelafscheiding is deze hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m. 2. De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat. 3. De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd op meer dan 1 m van toegankelijk gebied, tenzij er geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

Artikel X

Algemene regel antennes Bij het bouwen van een antenne is de bouwhoogte niet hoger dan 5 m.

Artikel X

Algemene regel vlaggenmast Bij het bouwen van een vlaggenmast is de bouwhoogte niet hoger dan 6 m.

Artikel X

Algemene regels luchtbehandelingskasten, liftschachten, schoorstenen en airco’s 1. Bij het bouwen van een luchtbehandelingskast, liftschacht, schoorsteen of airco: a. is de bouwhoogte niet hoger dan 1 m; en b. wordt deze niet geplaatst aan de voorgevel en zijgevel grenzend aan de openbare weg of openbaar groen. 2. Het eerste lid, onder b, geldt niet als plaatsing aan de voorgevel of zijgevel grenzend aan de openbare weg of openbaar groen onvermijdelijk is. In dat geval wordt de luchtbehandelingskast, liftschacht, schoorsteen of airco zo klein en onopvallend mogelijk gemaakt.

Artikel X

Algemene regels dakterras en balkon 1. Een dakterras wordt gebouwd op aangebouwde bijbehorende bouwwerken. 2. Een dakterras heeft een maximale diepte van 2,5 m, gemeten vanuit de gevel van het hoofdgebouw. 3. Bij het bouwen van een hek voor een dakterras of balkon is de bouwhoogte van het hek niet hoger dan 1,2 m. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een hek voor het afscheiden van twee balkons.

Artikel X

Algemene regel buisleidingen De volgende buisleidingen worden niet gebouwd: a. een buisleiding als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. een buisleiding voor warm water of stoom anders dan een buisleiding als bedoeld onder a.

Artikel X

Algemene regel droogpalen Bij het bouwen van een droogpaal binnen Stadsgezicht en Attentiegebied is de bouwhoogte niet hoger dan 6 m.

Artikel X

Algemene regels bouwwerken op het industrieterrein 1. Dit artikel is van toepassing op het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, binnen het gebiedstype Bedrijventerreinen. 2. Bij het bouwen van een silo is de bouwhoogte niet hoger dan 20 m. 30

3. Bij het bouwen van een vrijstaande antenne-installatie voor telecommunicatie, zonder techniekkast, is de bouwhoogte, in afwijking van artikel X, niet hoger dan 15 m. 4. Het derde lid is niet van toepassing op schotelantennes.

Artikel X

Algemene regels veranderen bouwwerk, geen gebouw zijnde 1. Bij het veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, worden er geen veranderingen aangebracht in de draagconstructie. 2. Bij het veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt de brandcompartimentering of beschermde subbrandcompartimentering niet veranderd. 3. Bij het veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, worden de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume niet uitgebreid.

§ 5.4.1.5

Nutsvoorzieningen

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bouwwerken voor nutsvoorzieningen.

Artikel X

Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk voor een nutsvoorziening te bouwen als deze hoger is dan 3, maar niet hoger dan 5 m.

Artikel X

Algemene regel Een bouwwerk voor een nutsvoorziening is niet hoger dan 5 m.

§ 5.4.1.6

Dakkapellen

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van dakkapellen.

Artikel X

Vergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel te bouwen of in stand te houden in het voordakvlak, als: a. deze breder is dan 2,40 m; b. er al een dakkapel aanwezig is in het dakvlak; c. de onderzijde minder dan 0,5 m of meer dan 1 m boven de dakvoet wordt geplaatst; d. de bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok wordt geplaatst; of e. de zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak worden geplaatst. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel te bouwen of in stand te houden in een naar het openbaar gebied gekeerd zijdakvlak, als: a. deze breder is dan 2,40 m; b. deze breder is dan 50% van het dakvlak; of c. deze minder dan 1,2 m uit de voor- en achterkant van het dakvlak blijft. 3. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aangekapte dakkapel te bouwen of in stand te houden in het achterdakvlak, als: a. er geen rij dakpannen onder de nok wordt gelaten; b. het in de dakkapel te realiseren kozijn hoger is dan 1,40 m, gemeten vanaf de voet van de dakkapel; of c. de zijkanten van de dakkapel op minder dan 0,5 m vanaf de zijkanten van het dakvlak worden geplaatst. 31

4. De verboden, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, gelden niet voor dakkappellen als bedoeld in artikel 2.29, onder b, van het Besluit bouwwerken leefomgeving. 5. De verboden8, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor: a. dakkapellen die meegenomen zijn in het architectonisch ontwerp van een woning; b. meerdere identieke dakkapellen op een doorgaand dakvlak, als deze worden geplaatst: 1. in een horizontale lijn; en 2. met een regelmatige rangschikking.

Artikel X

Algemene regels dakkapellen 1. Het materiaal en de kleur, stijl en detaillering van de dakkapel worden afgestemd op het hoofdgebouw. 2. De dakkapel kan uit kunststof bestaan, als de profilering aansluit bij het hoofdgebouw. 3. De zijwanden van de dakkapel: a. bestaan uit rabatdelen of staande delen; en b. worden donker, wit of in de kleur van het dak uitgevoerd. 4. Dichte panelen worden in het voordakvlak slechts beperkt toegepast. 5. Het boeiboord van de dakkapel is ten hoogste 0,30 m en kan een kleine overstek hebben.

§ 5.4.1.7

In stand houden en gebruiken van bouwwerken

Artikel X

Overbewoning woonruimte 1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel X

Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel X

Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk 1. Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 2. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

8

In de artikelgewijze toelichting moet worden toegelicht wat hier precies mee bedoeld wordt en wanneer deze regel wel en niet van toepassing is. Wat bijvoorbeeld wel met deze regel wordt bedoeld, zijn meerwerkopties, meegenomen met de bouw van de woning en trendsetters. Dit is de de toelichting wordt bedoeld met de architectonische vormgeving.

32

c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. § 5.4.1.8

In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen

Artikel X

Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1. Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan. 4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend. 5. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen. Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen (nog toevoegen)

Artikel X

Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen 1. De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 2. Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 3. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, 33

is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Artikel X

Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Paragraaf 5.4.2 Bouwactiviteit: technische eisen

Artikel X

Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Artikel X

Specifieke zorgplicht beschermen omgeving bouw- en sloopwerkzaamheden De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor technische bouwactiviteiten in dat beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere bestaande roerende of onroerende zaken wordt voorkomen.

Paragraaf 5.4.3 Aanlegactiviteiten

Paragraaf 5.4.4 Sloopactiviteiten

AFDELING 5.5

OPENBARE RUIMTE

Paragraaf 5.5.1 Buisleidingen

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten binnen het belemmeringengebied buisleiding.

Artikel X

Algemene regel kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen In het belemmeringengebied buisleiding worden de volgende gebouwen niet gebouwd: a. kwetsbare gebouwen, tenzij die een functionele binding hebben met die buisleiding; en b. zeer kwetsbare gebouwen.

34

Artikel X

Vergunningplicht 1. Het is in het belemmeringengebied buisleiding verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk op te richten. 2. Het is in het belemmeringengebied buisleiding verboden activiteiten die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding te verrichten, met uitzondering van graafwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten.

Artikel X

Beoordelingsregel De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als is gewaarborgd dat de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad.

Paragraaf 5.5.2 Gasleidingen § 5.5.2.1

Bouwactiviteiten

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bouwwerk binnen het beperkingengebied gasleiding.

Artikel X

Vergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen binnen het beperkingengebied gasleidingen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen in verband met het aanleggen en onderhouden van een gasleiding.

Artikel X

Beoordelingsregels De vergunning wordt alleen verleend, als: a. het belang van de betrokken leidingen zich hier niet tegen verzet; en b. burgemeester en wethouders hierover advies hebben ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.

§ 5.5.2.2

Aanlegactiviteiten

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van aanlegactiviteiten binnen het beperkingengebied gasleiding.

Artikel X

Vergunningplicht werken en werkzaamheden Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande of diepwortelende beplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging, met inbegrip van het dempen van watergngen; c. het graven, anders dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het indrijven van voorwerpen in de bodem; of g. het permanent opslaan van goederen of afvalstoffen.

Artikel X

Beoordelingsregels De vergunning wordt alleen verleend, als: 35

a. het belang van de betrokken leidingen zich hier niet tegen verzet; en b. burgemeester en wethouders hierover advies hebben ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. Paragraaf 5.5.3 Ligplaatsen

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het innemen van ligplaatsen voor vaartuigen, anders dan woonschepen.

Artikel X

Locaties voor vaartuigen 1. Een ligplaats wordt alleen ingenomen of beschikbaar gesteld binnen het gebied ‘locaties voor vaartuigen’. 2. In aanvulling op het eerste lid kan binnen het gebied ‘locaties voor afmeren bij woningen’ een ligplaats worden ingenomen door vaartuigen met een lengte van minder dan 5 meter.

AFDELING 5.6

NATUUR

Paragraaf 5.6.1 Natuurnetwerk Nederland

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten binnen het Natuurnetwerk Nederland.

Artikel X

Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor het verrichten van agrarische activiteiten binnen het Natuurnetwerk Nederland in ieder geval in dat de wezenlijke kenmerken en waarden van dat netwerk niet worden aangetast.

Artikel X

Verbod Met het oog op het behoud van het open landschap wordt er niet gebouwd binnen het Natuurnetwerk Nederland.

Paragraaf 5.6.2 Natuurparken

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten binnen natuurparken.

Artikel X

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten binnen natuurparken: a. PM

AFDELING 5.7

CULTUREEL ERFGOED

Paragraaf 5.7.1 Archeologisch waardevol gebied

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van de volgende activiteiten binnen archeologisch waardevol gebied: a. het bouwen van een bouwwerk; 36

b. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; c. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; d. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het verrichten van graafwerkzaamheden; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; h. het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; en i. het dempen van watergangen.

Artikel X

Vergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel X te verrichten binnen archeologisch waardevol gebied van de eerste categorie. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel X te verrichten binnen archeologisch waardevol gebied van de tweede categorie, als de activiteit wordt verricht: a. over een oppervlakte van ten minste 50 m²; en b. dieper dan 0,40 meter. 3. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel X te verrichten binnen archeologisch waardevol gebied van de derde categorie, als de activiteit wordt verricht: a. over een oppervlakte van ten minste 500 m²; en b. dieper dan 0,40 meter. 4. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel X te verrichten binnen archeologisch waardevol gebied van de vierde categorie, als de activiteit wordt verricht: a. over een oppervlakte van ten minste 2500 m²; en b. dieper dan 0,40 meter. 5. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel X te verrichten binnen archeologisch waardevol gebied van de vijfde categorie, als de activiteit wordt verricht: a. over een oppervlakte van ten minste 10.000 m²; en b. dieper dan 0,50 meter. 6.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel X te verrichten binnen archeologisch waardevol gebied van de zesde categorie, als de activiteit wordt verricht: a. over een oppervlakte van ten minste 500 m²; en b. dieper dan 4 meter. 7. Dit artikel is niet van toepassing: a. op locaties waar eerder een bouwwerk heeft gestaan; b. op normale onderhoudswerkzaamheden; en c. op het verlagen van de bodem en het afgraven van gronden, als daarvoor een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit is vereist.

Artikel X

Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De vergunning wordt alleen verleend als: a. de aanvrager van de vergunning een rapport overlegt waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld; 37

b. burgemeester en wethouders advies hebben ingewonnen bij een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige; c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied.

Artikel X

Voorschriften omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.

Paragraaf 5.7.2 Aardkundig waardevol gebied § 5.7.2.1

Bouwactiviteiten

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bouwwerk binnen aardkundig waardevol gebied.

Artikel X

Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk binnen aardkundig waardevol gebied wordt in ieder geval geweigerd, als door het bouwen of door het bouwwerk het belang van het aardkundig waardevolle gebied onevenredig geschaad wordt. 2. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk binnen aardkundig waardevol gebied wordt alleen verleend, als: a. de aanvrager een rapport overlegt waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld; b. burgemeester en wethouders advies hebben ingewonnen bij een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige; c. burgemeester en wethouders advies hebben ingewonnen bij de provincie; en d. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aardkundige waarden van het gebied.

§ 5.7.2.2

Aanlegactiviteiten

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten met gevolgen voor de bodem binnen archeologisch waardevol gebied.

Artikel X

Vergunningplicht aanlegactiviteiten in aardkundig waardevolle gebieden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem en/of gronden; 38

b. het bebossen en beplanten van gronden; c. het dempen van water; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil. 2. Het verbod geldt niet voor het normale onderhoud van paden, water, tuinen en groenvoorzieningen.

Artikel X

Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden binnen aardkundig waardevol gebied wordt in ieder geval geweigerd, als het belang van het aardkundig waardevol gebied onevenredig wordt geschaad.

Paragraaf 5.7.3 Stelling van Amsterdam § 5.7.3.1

Bouwen

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bouwwerken in het beperkingengebied Stelling van Amsterdam.

Artikel X

Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen binnen het beperkingengebied Stelling van Amsterdam.

Artikel X

Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd, als door het bouwwerk of de bouwwerkzaamheden het belang van het Nationaal landschap en werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' onevenredig wordt geschaad.

Artikel X

Algemene regels bouwen bij de Stelling van Amsterdam 1. Bij het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in het beperkingengebied Stelling van Amsterdam is het bebouwingspercentage van ten hoogste 5%. 2. Bij het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in het beperkingengebied Stelling van Amsterdam is de bouwhoogte ten hoogste 3 m.

§ 5.7.3.2

Verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem in het beperkingengebied Stelling van Amsterdam.

Artikel X

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem te verlagen, af te graven, op te hogen of te egaliseren in het beperkingengebied Stelling van Amsterdam. 2. Het verbod geldt niet voor het uitvoeren van normaal onderhoud aan paden, water, tuinen of groenvoorzieningen.

Artikel X

Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd, als door de activiteit het belang van het Nationaal landschap en werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' onevenredig wordt geschaad.

39

§ 5.7.3.3

Bebossen en beplanten van gronden

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bebossen en beplanten van gronden in het beperkingengebied Stelling van Amsterdam.

Artikel X

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden te bebossen of te beplanten in het beperkingengebied Stelling van Amsterdam. 2. Het verbod geldt niet voor het uitvoeren van normaal onderhoud aan paden, water, tuinen of groenvoorzieningen.

Artikel X

Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd, als door de activiteit het belang van het Nationaal landschap en werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' onevenredig wordt geschaad.

Paragraaf 5.7.4 Monumenten en beeldbepalende panden 9

Artikel X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op PM. 2. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. cultuurhistorisch rapport: PM; en b. cultuurhistorische waardestelling: PM.

Artikel X

Vergunningplicht PM

Artikel X

Beoordelingsregel omgevingsvergunning PM

AFDELING 5.8

WATER

Paragraaf 5.8.1 Bouwactiviteiten

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het beperkingengebied water.

Artikel X

Vergunningplicht water Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegsteiger of overstapplaats binnen het beperkingengebied water te bouwen voor het gebruik van recreatieve routes, als deze hoger is dan 3 m.

Artikel X

Algemene regel 1. Bij het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, behorend bij een waterkering is de bouwhoogte niet hoger dan 3 m. 2. Bij recreatieve routes is de onderdoorgang van bruggen ten opzichte van het waterpeil niet lager dan 1,5 m.

9

Deze paragraaf is in de opzet alleen opgenomen om de begrippen cultuurhistorisch rapport en cultuurhistorische waardestelling een plek te geven, zodat ze niet worden vergeten.

40

3. Afmeerplaatsen worden grenzend aan openbaar gebied gebouwd. Paragraaf 5.8.2 Aanlegactiviteiten

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten met gevolgen voor de bodem binnen het beperkingengebied water, anders dan het bouwen van bouwwerken.

Artikel X

Omgevingsplanactiviteit uitvoering van werken en werkzaamheden 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het graven, vergraven of dichten van waterlopen en het maken van dammen; b. het verwijderen van rietkragen; c. het aanbrengen van voorzieningen bij afmeerplaatsen voor dagrecreatie in het kader van het aanleggen van recreatieve routes en bijbehorende voorzieningen; en d. het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen en beplantingen. 2. Het verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. noodzakelijk zijn voor het beheer of gebruik van de grond of het water; of c. worden uitgevoerd voor de voortzetting van het bestaande gebruik van de grond of het water.

Paragraaf 5.8.3 Innemen van ligplaatsen

Artikel X

Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het innemen van ligplaatsen in openbaar water.

Artikel X

Algemene regels 1. Er wordt alleen een ligplaats ingenomen door een woonschip binnen het gebied ‘ligplaatsen voor woonschepen’. 2. Binnen de aanduiding ‘maximaal aantal woonschepen’ wordt door ten hoogste het daarbij genoemde aantal woonschepen een ligplaats ingenomen. 3. Een woonschip heeft ten hoogste: a. de lengte die is aangegeven bij de aanduiding ‘maximale lengte woonschip’; b. de hoogte die is aangegeven bij de aanduiding ‘maximale hoogte woonschip’, gemeten vanaf het waterpeil; c. de oppervlakte die is aangegeven bij de aanduiding ‘maximale oppervlakte woonschip’; en d. de breedte die is aangegeven bij de aanduiding ‘maximale breedte woonschip’. 4. Als een woonschip is voorzien van een kap, is de dakhelling meer dan 15° en niet meer dan 30°.

41

Hoofdstuk 6

Overige bepalingen

AFDELING 6.1

PROGRAMMA’S

AFDELING 6.2

BEHEER EN ONDERHOUD

AFDELING 6.3

FINANCIËLE BEPALINGEN

AFDELING 6.4

PROCESREGELS

AFDELING 6.5

HANDHAVING

AFDELING 6.6

MONITORING EN INFORMATIE

AFDELING 6.7

OVERGANGSRECHT

AFDELING 6.7

SLOTBEPALINGEN

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=975a3de6-3096-4b6d-bb28-f48634154b9c