Bijlage 1 inhoudsopgave + regelbibliotheek Edam-Volendam.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN .................................................................. 4
Afdeling 1.1
Begripsbepalingen en meet-en rekenbepalingen ................................ 4
Afdeling 1.2
Overige algemene bepalingen ........................................................... 6
HOOFDSTUK 2
DOELEN .......................................................................................... 7
Afdeling 2.1
Gebiedsgerichte doelen .................................................................... 7
Afdeling 2.2
Themagerichte doelen ...................................................................... 8
Hoofdstuk 3 Afdeling 3.1
Gebiedsaanwijzingen ...................................................................... 10 Beperkingengebieden ..................................................................... 10
Paragraaf 3.1.1
Archeologie ............................................................................. 10
Paragraaf 3.1.2
Leidingen ................................................................................ 10
Paragraaf 3.1.3
Bodem .................................................................................... 10
Paragraaf 3.1.4
Openbare ruimte ..................................................................... 11
Paragraaf 3.1.5
Stelling van Amsterdam ........................................................... 11
Afdeling 3.2
Gebiedsaanwijzingen ...................................................................... 11
Paragraaf 3.2.1
Bouwwerken en welstand ......................................................... 11
Paragraaf 3.2.2
Natuur .................................................................................... 12
Paragraaf 3.2.3
Erfgoed ................................................................................... 12
Afdeling 3.3
Andere aanwijzingen ...................................................................... 12
Afdeling 3.3.1 Hoofdstuk 4
Werken, anders dan bouwwerken ............................................... 12
Gebiedstypen ................................................................................. 13
Afdeling 4.1
Oude kommen ............................................................................... 13
Afdeling 4.2
Woongebieden ............................................................................... 13
Afdeling 4.3
Landelijke gebieden ....................................................................... 14
Afdeling 4.4
Bedrijventerreinen .......................................................................... 15
Hoofdstuk 5 Activiteiten ............................................................................................ 17 Afdeling 5.1
Inleidende bepalingen .................................................................... 17
Afdeling 5.2 Activiteiten met gebruiksruimte: wonen, werken, recreëren en maatschappelijk .................................................................................................... 17 Paragraaf 5.2.1
Algemeen ................................................................................ 17
Paragraaf 5.2.2
Wonen .................................................................................... 18
Paragraaf 5.2.3
Uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis ........................... 18
Paragraaf 5.2.4
Bed and breakfast .................................................................... 20
Paragraaf 5.2.5 Opslaan van consumentenvuurwerk ............................................ 20 Paragraaf 5.2.6
Opslaan van propaan of propeen .............................................. 20
Paragraaf 5.2.7
Biologische agens .................................................................... 21
Paragraaf 5.2.8
Diepe delfstoffen ..................................................................... 22
Paragraaf 5.2.9
Detailhandel ............................................................................ 22 1
Paragraaf 5.2.10
Dienstverlening ...................................................................... 22
Paragraaf 5.2.11
Kantoren ............................................................................... 22
Paragraaf 5.2.12
Maatschappelijke activiteiten .................................................. 23
Paragraaf 5.2.12
Verlenen van zorg .................................................................. 23
Paragraaf 5.2.13
Kinderopvang ........................................................................ 23
Paragraaf 5.2.14
Begraafplaatsen ..................................................................... 24
Paragraaf 5.2.15
Sport ..................................................................................... 24
Paragraaf 5.2.16
Horeca .................................................................................. 25
Paragraaf 5.2.17
Traditioneel schieten .............................................................. 25
Paragraaf 5.2.x
PM .......................................................................................... 25
Paragraaf 5.2.x
PM .......................................................................................... 25
Afdeling 5.3
Trekkende activiteiten met gebruiksruimte....................................... 25
Afdeling 5.4
(Bouw)Werken ............................................................................... 25
Paragraaf 5.4.1
Ruimtelijke bouwactiviteit ......................................................... 25
Paragraaf 5.4.2
Bouwactiviteit: technische eisen ............................................... 34
Paragraaf 5.4.3
Aanlegactiviteiten .................................................................... 34
Paragraaf 5.4.4
Sloopactiviteiten ...................................................................... 34
Afdeling 5.5
Openbare ruimte ............................................................................ 34
Paragraaf 5.5.1
Buisleidingen ........................................................................... 34
Paragraaf 5.5.2
Gasleidingen ............................................................................ 35
Paragraaf 5.5.3
Ligplaatsen .............................................................................. 36
afdeling 5.6
Natuur ........................................................................................... 36
Paragraaf 5.6.1
Natuurnetwerk Nederland ........................................................ 36
Paragraaf 5.6.2
Natuurparken .......................................................................... 36
afdeling 5.7
Cultureel Erfgoed ........................................................................... 36
Paragraaf 5.7.1
Archeologisch waardevol gebied ............................................... 36
Paragraaf 5.7.2
Aardkundig waardevol gebied ................................................... 38
Paragraaf 5.7.3
Stelling van Amsterdam ........................................................... 39
Paragraaf 5.7.4
Monumenten en beeldbepalende panden .................................. 40
afdeling 5.8
Water ............................................................................................ 40
Paragraaf 5.8.1
Bouwactiviteiten ...................................................................... 40
Paragraaf 5.8.2
Aanlegactiviteiten .................................................................... 41
Paragraaf 5.8.3
Innemen van ligplaatsen .......................................................... 41
Hoofdstuk 6
Overige bepalingen ........................................................................ 42
afdeling 6.1
Programma’s ................................................................................. 42
afdeling 6.2
beheer en onderhoud ..................................................................... 42
afdeling 6.3
financiële bepalingen ...................................................................... 42
afdeling 6.4
procesregels .................................................................................. 42 2
afdeling 6.5
handhaving.................................................................................... 42
afdeling 6.6
monitoring en informatie ................................................................ 42
afdeling 6.7
overgangsrecht .............................................................................. 42
afdeling 6.7
slotbepalingen ............................................................................... 42
Gereserveerd
Optie Werkingsgebied Voorbeeld
3
HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
AFDELING 1.1
BEGRIPSBEPALINGEN EN MEET-EN REKENBEPALINGEN
Artikel 1.1
Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit omgevingsplan wordt verstaan onder:
In de software kunnen begripsbepalingen niet ‘los’ toegevoegd worden aan dit artikel. Een begripsbepaling wordt toegevoegd nadat een regel is opgesteld. Indien vanuit de regel behoefte is om een begrip te definiëren, wordt het begrip geselecteerd en wordt via de edit-modus gekozen voor toevoegen begrip. Vervolgens kom je in de bibliotheek, waar het gewenste begrip geselecteerd kan worden. Het begrip wordt dan automatisch toegevoegd aan artikel 1.1. agrarisch deeltijdbedrijf: een bedrijf waar de agrarische bedrijfsactiviteiten geen volledige en constante bezetting van één arbeidskracht vereisen en daarnaast een ondergeschikt inkomen opleveren; aangekapte dakkapel; een dakkapel die is voorzien van een schuine kap; bebouwingspercentage: het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd; bed and breakfast: het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben; bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; beroep of bedrijf aan huis: beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en die op kleine schaal in een
woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; bouwhistorisch onderzoek: een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van een gebouw of ensemble met een nadruk op de fysieke samenstelling, conform de ´Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek´ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke daknok uitkomt en de onderzijden van de constructie in een of beide dakvlakken zijn geplaatst; dakvoet: het laagste punt van een schuin dak; detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
evenement: periodieke of incidentele manifestatie, zoals een sportmanifestatie, concert, bijeenkomst, voorstelling, show, tentoonstelling, thematische markt, kermis, circus of andere vertoning; frans balkon: een hekwerk voor een naar binnen draaiend deel, dat tot de vloer loopt, op een verdieping van een gebouw; horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; 4
kaakberg: gebouw met pyramidaal dak op palen met vierkante plattegrond; loggia: een buitenruimte welke zich bevindt binnen het gevelvlak van het hoofdgebouw; manege: een bedrijf, niet zijnde een agrarisch bedrijf, gericht op het geven van paardrijlessen of de verhuur van paarden; nok: de horizontale snijlijn tussen twee dakvlakken die het hoogste punt van een schuin dak vormt; nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; ondergronds bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen;
ondersteunende horeca: horeca waarbij de horeca-activiteit ondersteunend is aan de hoofdactiviteit maar daaraan ondergeschikt is; overkapping: bouwwerk geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak; recreatie: bedrijfsmatig verlenen van diensten op het gebied van recreatie, sport, educatie, toerisme of cultuur welke geheel of in overwegende mate in de open lucht worden aangeboden, met de daarbij behorende voorzieningen; richtlijn biologische agentia: Richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk (PbEU 2000, L 262); standplaats: vanaf een vaste locatie te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel; stolpwoning: van oorsprong voor agrarische doeleinden, inclusief wonen, opgericht gebouw op een vierkante plattegrond, bestaande uit één bouwlaag met pyramidaal dak, dat rust op een constructie van poeren en dwarsbalken;
volkstuinen: gronden waarop voor particulier gebruik op recreatieve wijze voedings- en siergewassen worden geteeld; waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede bereikbaarheid over water, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratie voorzieningen, gemalen, inlaten, kademuren, bruggen/brugconstructies en andere daarmee gelijk te stellen voorzieningen; Artikel 1.2
Aanvullende begripsbepalingen Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dei omgevingsplan, tenzij in artikel 1.1 anders is bepaald.
Artikel 1.3
Meet- en rekenbepalingen Voor de toepassing van dit omgevingsplan wordt als volgt gemeten en gerekend: De bouwhoogte van een antenne-installatie: a. in geval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; of b. in geval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. De bouwhoogte van balkon- en dakterrassen: tussen het hoogste punt van het balkon- of dakterrashek en de bovenkant van de balkonvloer of het dak. 5
De bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. De goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. De bouwhoogte van schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen: tussen het hoogste punt van de schoorsteen, antenne of naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen en de plaats van het dak waar dit bouwwerk is aangebracht. De breedte en diepte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van scheidingsmuren. De dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. De inhoud van het een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevel of het hart van de scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. De oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. De vloeroppervlakte: de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580. Peil: a.
voor het hoofdgebouw binnen een bouwvlak: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van het bouwvlak; b. voor het hoofdgebouw gelegen aan een dijk: de hoogte van de kruin van de dijk ter plaatse van het bouwvlak; c. voor een bouwwerk binnen en buiten het bouwvlak gebouwd aan een hoofdgebouw: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van het bouwvlak; d. voor een bouwwerk binnen en buiten het bouwvlak gebouwd aan een hoofdgebouw gelegen aan een dijk: de gemiddelde hoogte van het terrein ter plaatse van het bouwwerk; e. overige bouwwerken die vrijstaand zijn gebouwd: het gemiddelde niveau van het aanliggende maaiveld; en f. straatpeil: voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, en voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. AFDELING 1.2
OVERIGE ALGEMENE BEPALINGEN <Gereserveerd>
Het is alleen gewenst om algemene bepalingen op te nemen in deze afdeling als deze ook daadwerkelijk algemeen zijn en dus betrekking hebben op het gehele omgevingsplan. Als dat niet het geval is, kunnen deze bepalingen beter worden opgenomen in het betreffende hoofdstuk. Deze afdeling beknopt houden. 6
HOOFDSTUK 2
DOELEN
AFDELING 2.1
GEBIEDSGERICHTE DOELEN1
Artikel X
Doelen Oude kernen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, binnen het gebiedstype Oude kernen gericht op: a. het beschermen van de cultuurhistorische waarde; b. het behouden van de gebiedskarakteristieken; c. het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving; d. het waarborgen van de leefbaarheid; e. het bevorderen van de verkeersveiligheid; f. het bevorderen van de bereikbaarheid; g. het tegengaan van wateroverlast en hittestress; h. het bieden van voldoende geschikte woonruimte; i. het waarborgen van een goede openbare buitenruimte; j. het bieden van voldoende voorzieningen; k. het bevorderen van maatschappelijke verbondenheid;
Artikel X
Doelen Woongebieden Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, binnen het gebiedstype Woongebieden gericht op: a. het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving; b. het realiseren van duurzame woonwijken; c. het duurzaam en efficiënt gebruiken van de ruimte; d. het waarborgen van de leefbaarheid; e. het waarborgen van de kwaliteit van de bestaande woongebieden; f. het bieden van voldoende geschikte woonruimte; g. het waarborgen van een goede openbare buitenruimte; h. het bieden van voldoende voorzieningen; i. het bevorderen van de maatschappelijke verbondenheid;
]Artikel X
Doelen Landelijke gebieden Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, binnen het gebiedstype Landelijke gebieden gericht op: a. het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving; b. het versterken van de toekomstbestendigheid en economische draagkracht van de landelijke gebieden; c. het behouden van het open, groene en agrarische karakter van het veenweidelandschap; d. het versterken van de economische draagkracht van het buitengebied;
Artikel X
Doelen Bedrijventerreinen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, binnen het gebiedstype Bedrijventerreinen gericht op: a. het realiseren van duurzame bedrijventerreinen; b. het bevorderen van de bereikbaarheid van de bedrijven; c. het tegengaan van wateroverlast en hittestress; d. het bevorderen van werkgelegenheid, ondernemerschap en innovatie;
1
De doelen die als illustratie zijn opgenomen, zijn afgeleid uit de concept omgevingsvisie
7
AFDELING 2.2
THEMAGERICHTE DOELEN
Artikel X
Doelen duurzaam Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, voor het thema duurzaam gericht op: a. het stimuleren van een duurzaam gebruik van de leefomgeving; b. het bevorderen van duurzame mobiliteit; c. het bevorderen van duurzaam toerisme en duurzame recreatie; d. het stimuleren van duurzaam wonen en ondernemen; e. PM
Artikel X
Doelen gezond Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, voor het thema gezond gericht op: a. het beschermen en bevorderen van de gezondheid; b. het beperken van gezondheidsrisico’s; c. het voorkomen van negatieve effecten voor de gezondheid; d. het waarborgen van een schone leefomgeving; e. PM
Artikel X
Doelen sociaal Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, voor het thema sociaal gericht op: a. het waarborgen en bevorderen van de sociale verbondenheid; b. PM
Artikel X
Doelen veilig Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, voor het thema veilig gericht op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. PM
Artikel X
Doelen kwalitatief Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, voor het thema kwalitatief gericht op: a. het beschermen van de kwaliteit van de leefomgeving; b. PM
Artikel X
Doelen bereikbaar Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, voor het thema bereikbaar gericht op: a. het behouden en verbeteren van de mobiliteit; b. het bevorderen van snellere, gezondere, duurzamere en veiligere vormen van mobiliteit; c. het behouden van de kwaliteit van de infrastructuur; d. PM
Artikel X
Doelen ecologisch Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, voor het thema ecologisch gericht op: a. het beschermen van het water, de bodem en de lucht; b. het beschermen van de natuur; 8
c. het geven van ruimte aan recreatie en agrarische activiteiten in het buitengebied met respect voor natuur en ecologie; d. het voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen; e. het beheren van bestaande bodemverontreinigingen; f. PM
9
Hoofdstuk 3
Gebiedsaanwijzingen
AFDELING 3.1
BEPERKINGENGEBIEDEN
Paragraaf 3.1.1 Archeologie
Artikel X
Doelen Voor cultureel erfgoed gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM b. PM
Artikel X
Regels over archeologisch waardevol gebied 1. Er is een archeologisch waardevol gebied, dat bestaat uit: a. archeologisch waardevol gebied van de eerste categorie; b. archeologisch waardevol gebied van de tweede categorie; c. archeologisch waardevol gebied van de derde categorie; d. archeologisch waardevol gebied van de vierde categorie; e. archeologisch waardevol gebied van de vijfde categorie; f. archeologisch waardevol gebied van de zesde categorie; en g. archeologisch waardevol gebied van de zevende categorie. 2. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen archeologisch waardevol gebied voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.7.1 Archeologisch waardevol gebied.
Paragraaf 3.1.2 Leidingen
Artikel X
Doelen Voor leidingen gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM b. PM
Artikel X
Regels over leidingen 1. Er is een belemmeringengebied buisleiding. 2. Er is een beperkingengebied gasleiding. 3. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen het belemmeringengebied buisleiding voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.5.1 Buisleidingen. 4. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen het beperkingengebied gasleiding voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.5.2 Gasleidingen.
Paragraaf 3.1.3 Bodem
Artikel X
Doelen Voor bodem gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM b. PM
Artikel X
Regels over aardkundig waardevol gebied 1. Er is een aardkundig waardevol gebied.
10
2. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen aardkundig waardevol gebied voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.7.2 Aardkundig waardevol gebied. Paragraaf 3.1.4 Openbare ruimte
Artikel X
Doelen Voor openbare ruimte gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM b. PM
Artikel X
Regels over ligplaatsen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het innemen van een ligplaats met een vaartuig voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.5.3 Ligplaatsen.
Artikel X
Regels over water 1. Er is een beperkingengebied water. 2. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen het beperkingengebied water voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in afdeling 5.8 Water.
Paragraaf 3.1.5 Stelling van Amsterdam
Artikel X
Doelen Voor cultureel erfgoed gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM b. PM
Artikel X
Regels over de Stelling van Amsterdam 1. Er is een beperkingengebied Stelling van Amsterdam. 2. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen het beperkingengebied Stelling van Amsterdam voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.7.3 Stelling van Amsterdam.
AFDELING 3.2
GEBIEDSAANWIJZINGEN
Paragraaf 3.2.1 Bouwwerken en welstand
Artikel X
Doelen Voor bouwwerken en welstand gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM2 b. PM
Artikel X
Aanwijzing welstandsgebieden 1. Er is een beschermd stadsgezicht. 2. Er is een bijzonder welstandsgebied. 3. Er is een regulier welstandsgebied.
2
Hier kan bijvoorbeeld verwezen worden naar: CO2 neutraal, klimaatadaptief, leefomgevingskwaliteit
11
Artikel X
Regels over bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het bouwen of instandhouden van een bouwwerk voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in: a. paragraaf 5.4.1 Ruimtelijke bouwactiviteit; en b. paragraaf 5.4.2 Technische bouwactiviteit.
Paragraaf 3.2.2 Natuur
Artikel X
Doelen Voor natuur gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM b. PM
Artikel X
Regels over Natuurnetwerk Nederland Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen het Natuurnetwerk Nederland voldaan aan de regels, bedoeld in paragraaf 5.6.1 Natuurnetwerk Nederland.
Artikel X
Regels over natuurparken 1. Er is een gebied natuurparken. 2. Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het verrichten van activiteiten binnen natuurparken voldaan aan de regels, bedoeld in paragraaf 5.6.2 Natuurparken.
Paragraaf 3.2.3 Erfgoed AFDELING 3.3
ANDERE AANWIJZINGEN3
Afdeling 3.3.1
Werken, anders dan bouwwerken
Artikel X
Doelen Voor werken, anders dan bouwwerken, gelden de volgende doelen, bedoeld in afdeling 2.2: a. PM b. PM
Artikel X
Regels over aanleggen van werken Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel X, wordt bij het aanleggen of in stand houden van een werk, anders dan een bouwwerk, voldaan aan de regels over activiteiten, bedoeld in paragraaf 5.4.3 Aanlegactiviteiten.
3
Deze afdeling is toegevoegd voor de aanwijzingen die niet aan specifieke (beperkingen)gebieden zijn gekoppeld
12
Hoofdstuk 4
Gebiedstypen
AFDELING 4.1
OUDE KOMMEN
Artikel X
Aanwijzing Er is een gebiedstype Oude kommen.
Artikel X
Regels voor activiteiten met gebruiksruimte 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen het gebiedstype Oude kommen, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in afdeling 5.2, alleen de volgende activiteiten verricht: a. wonen; b. horeca-activiteiten; c. maatschappelijke activiteiten; d. sport; e. dienstverlening; f. detailhandel; en g. PM. 2. Bij het wonen wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.3 Beroep of bedrijf aan huis; b. paragraaf 5.2.4 Bed and breakfast; en c. PM 3. Bij horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.16 Horeca; en b. PM [Variant 1: 4. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan paragraaf 5.2.12 Maatschappelijke activiteiten.] [Variant 2: 5. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.12 Verlenen van zorg; b. paragraaf 5.2.13 Kinderopvang; c. paragraaf 5.2.14 Begraafplaatsen; en d. PM] 6. Bij sport wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.15 Sport; en b. PM 7. Bij dienstverlening wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.10 Dienstverlening; b. paragraaf 5.2.11 Kantoren; en c. PM
AFDELING 4.2
WOONGEBIEDEN
Artikel X
Aanwijzing Er is een gebiedstype Woongebieden.
Artikel X
Regels voor activiteiten met gebruiksruimte 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen het gebiedstype Woongebieden, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in afdeling 5.2, alleen de volgende activiteiten verricht: a. wonen; 13
b. horeca-activiteiten; c. maatschappelijke activiteiten; d. sport; e. dienstverlening; en f. PM 2. Bij het wonen wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.3 Beroep of bedrijf aan huis; b. paragraaf 5.2.4 Bed and breakfast; en c. PM 3. Bij horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.16 Horeca; en b. PM [Variant 1: 4. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan paragraaf 5.2.12 Maatschappelijke activiteiten.] [Variant 2: 4. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.12 Verlenen van zorg; b. paragraaf 5.2.13 Kinderopvang; c. paragraaf 5.2.14 Begraafplaatsen; en d. PM] 5. Bij sport wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.15 Sport; en b. PM 6. Bij dienstverlening wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.10 Dienstverlening; b. paragraaf 5.2.11 Kantoren; en c. PM AFDELING 4.3
LANDELIJKE GEBIEDEN
Artikel X
Aanwijzing Er is een gebiedstype Landelijke gebieden.
Artikel X
Regels voor activiteiten met gebruiksruimte 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen het gebiedstype Landelijke gebieden, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in afdeling 5.2, alleen de volgende activiteiten verricht: a. wonen; b. agrarische activiteiten; c. maatschappelijke activiteiten; d. sport; e. dienstverlening; en f. PM 2. Bij het wonen wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.2 Wonen; b. paragraaf 5.2.3 Beroep of bedrijf aan huis; c. paragraaf 5.2.4 Bed and breakfast; en d. PM 3. Bij agrarische activiteiten wordt voldaan aan: a. PM; b. PM. 14
[Variant 1: 4. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan paragraaf 5.2.12 Maatschappelijke activiteiten.] [Variant 2: 4. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.12 Verlenen van zorg; b. paragraaf 5.2.13 Kinderopvang; c. paragraaf 5.2.14 Begraafplaatsen; en d. PM] 5. Bij sport wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.15 Sport; en b. PM 6. Bij dienstverlening wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.10 Dienstverlening; b. paragraaf 5.2.11 Kantoren; en c. PM AFDELING 4.4
BEDRIJVENTERREINEN
Artikel X
Aanwijzing Er is een gebiedstype Bedrijventerreinen.
Artikel X
Regels voor activiteiten met gebruiksruimte 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen het gebiedstype Bedrijventerreinen, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in afdeling 5.2, alleen de volgende activiteiten verricht: a. wonen; b. bedrijfsactiviteiten; c. dienstverlening; d. maatschappelijke activiteiten; e. sport; en f. PM 2. Bij het wonen wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.2 Wonen; b. paragraaf 5.2.3 Beroep of bedrijf aan huis; c. paragraaf 5.2.4 Bed and breakfast; en d. PM 3. Bij bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.5 Opslaan van consumentenvuurwerk; b. paragraaf 5.2.6 Opslaan van propaan of propeen; c. paragraaf 5.2.7 Biologische agens; d. paragraaf 5.2.8 Diepe delfstoffen; e. paragraaf 5.2.9 Detailhandel; en f. PM 4. Bij dienstverlening wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.10 Dienstverlening; b. paragraaf 5.2.11 Kantoren; en c. PM [Variant 1: 5. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan paragraaf 5.2.12 Maatschappelijke activiteiten.] [Variant 2: 15
5. Bij maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.12 Verlenen van zorg; b. paragraaf 5.2.13 Kinderopvang; c. paragraaf 5.2.14 Begraafplaatsen; en d. PM] 6. Bij sport wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.15 Sport; en b. PM
16
Hoofdstuk 5 Activiteiten AFDELING 5.1
INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 5.1
Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is, met uitzondering van afdeling 5.1 en paragraaf 5.2.1, alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald.
Artikel 5.2
Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 5.3
Maatwerkvoorschriften4 1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over bouwactiviteiten en milieubelastende activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald. 2. Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over bouwactiviteiten en milieubelastende activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daartegen verzet. 3. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden. 4. Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving. 5. Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.
Artikel 5.4
Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
AFDELING 5.2
ACTIVITEITEN MET GEBRUIKSRUIMTE: WONEN, WERKEN, RECREËREN EN MAATSCHAPPELIJK
Paragraaf 5.2.1 Algemeen
Artikel X
Toepassingsbereik Afdeling 5.2 is van toepassing op activiteiten met gebruiksruimte, met uitzondering van trekkende activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in afdeling 5.3.
4
Het maatwerkvoorschrift voor bouwactiviteiten dient in het kader van de verdere invulling van de aanzet regelbibliotheek verder te worden uitgewerkt.
17
Artikel X
Oogmerken De regels in deze titel zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 4. een doelmatig beheer van afvalstoffen; 5. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder; 6. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet; 7. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; 8. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; en 9. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; 10. het beschermen van de duisternis en het donkere landschap in <beschermde duisternisgebieden>; 11. het beperken van verkeer van en naar activiteiten met gebruiksruimte.
Artikel X
Register bestaande activiteiten met gebruiksruimte 1. Er is een register van bestaande activiteiten met gebruiksruimte. 2. Het register wordt beheerd door het college van burgemeester en wethouders. 3. Het register is voor eenieder langs elektronische weg toegankelijk. 4. Het register wordt voortdurend geactualiseerd.
Paragraaf 5.2.2 Wonen
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op wonen.
Artikel X
Locaties voor wonen Er wordt alleen gewoond binnen het gebied ‘locaties voor wonen’.
Artikel X
Algemene regel wonen Er wordt alleen gewoond in een woning.
Paragraaf 5.2.3 Uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis
Artikel X
Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het exploiteren van een bed and breakfast als bedoeld in paragraaf 5.2.5.
Artikel X
Algemene regels bedrijf aan huis 1. De vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor het bedrijf aan huis in de woning of een bijbehorend bouwwerk is ten hoogste 20 m2. 2. Het bedrijf aan huis is ondergeschikt aan het wonen. 3. Er wordt geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat in de omgeving. 18
4. Het bedrijf aan huis omvat geen: a. horeca-activiteit; of b. detailhandelsactiviteit, met uitzondering van een beperkte verkoop van aan het bedrijf gerelateerde producten die ondergeschikt is aan de uitoefening van het bedrijf aan huis. 5. Degene die het beroep aan huis uitoefent, is in de Gemeentelijke Basisadministratie als bewoner van de woning ingeschreven. 6. Het beroep of bedrijf aan huis: 1. heeft geen nadelige invloed op de afwikkeling van het verkeer; en 2. zorgt niet voor een onevenredige toename van de parkeerdruk op de openbare ruimte. 7. Het bedrijf aan huis omvat geen activiteiten waarvoor een vergunningplicht of meldingsplicht geldt op grond van hoofdstuk 3 of 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 8. Er vindt beperkt cliëntenbezoek plaats. 9. Er worden geen reclame-uitingen geplaatst.
Artikel X
Algemene regels beroep aan huis 1. Het beroep aan huis omvat geen: a. horeca-activiteit; of b. detailhandelsactiviteit, met uitzondering van een beperkte verkoop van aan het beroep of bedrijf gerelateerde producten die ondergeschikt is aan de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. 2. Degene die het beroep aan huis uitoefent, is in de Gemeentelijke Basisadministratie als bewoner van de woning ingeschreven. 3. Er worden geen reclame-uitingen geplaatst.
Artikel X
Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beroep aan huis uit te oefenen, als de vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor het beroep aan huis in de woning of een bijbehorend bouwwerk groter is dan 20 m².
Artikel X
Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor het aan huis gebonden beroep niet groter is dan: 1. een derde deel van de totale oppervlakte van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken; en 2. 50 m2; b. het beroep aan huis ondergeschikt is aan het wonen; c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat in de omgeving; d. het beroep aan huis: 1. geen nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer; en 2. niet zorgt voor een onevenredige toename van de parkeerdruk op de openbare ruimte; e. het gebruik vanuit milieuhygienisch oogpunt inpasbaar is; f. er sprake is van niet meer dan beperkt cliëntenbezoek; en g. er wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel X.
19
Paragraaf 5.2.4 Bed and breakfast
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een bed and breakfast.
Artikel X
Algemene regels bed and breakfast 1. De bed and breakfast: a. is ondergeschikt aan het wonen; b. wordt alleen geëxploiteerd in het hoofdgebouw; c. wordt alleen geëxploiteerd door de gebruiker van het hoofdgebouw; d. biedt plaats aan ten hoogste vijf personen tegelijkertijd; en e. wordt alleen verhuurd voor recreatief gebruik. 2. De kamers die worden verhuurd, functioneren niet als zelfstandige wooneenheid. 3. De oppervlakte die wordt gebruikt voor de bed and breakfast is niet groter dan 45% van de oppervlakte van het hoofdgebouw. 4. Er worden geen horeca-activiteiten verricht, met uitzondering van het verstrekken van logies en ontbijt.
Paragraaf 5.2.5 Opslaan van consumentenvuurwerk
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van consumentenvuurwerk.
Artikel X
Locaties voor vuurwerkopslag Er wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen binnen het gebied ‘locaties voor vuurwerkopslag’.
Artikel X
Algemene regels Er wordt ten hoogste 10.000 kg consumentenvuurwerk opgeslagen.
Paragraaf 5.2.6 Opslaan van propaan of propeen
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van propaan of propeen.
Artikel X
Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning propaan of propeen op te slaan in meer dan twee opslagtanks.
Artikel X
Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks, met voor iedere opslagtank: 1. de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters; 2. de grootte in kubieke meters; en 3. een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; b. als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3: 1. de jaarlijkse doorzet in kubieke meters; 2. als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank; 20
3. als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp; en 4. een beschrijving van de ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet, die zich kunnen voordoen en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen daarvan; en c. als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3 of meer dan 50 m3 propaan of propeen: 1. de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en 2. de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.
Artikel X
Beoordelingsregel Op het verlenen van een omgevingsvergunning zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5.2.7 Biologische agens
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van een praktijkruimte of laboratorium waar gericht wordt gewerkt met biologische agens, met uitzondering van biologische agens die ingedeeld zijn of worden in groep 1 of groep 2 als gevolg van de indeling van risicogroepen van de richtlijn biologische agentia.
Artikel X
Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een praktijkruimte of laboratorium in werking te hebben waar gericht wordt gewerkt met biologische agens, met uitzondering van biologische agens die ingedeeld zijn of worden in groep 1 of groep 2 als gevolg van de indeling van risicogroepen van de richtlijn biologische agentia.
Artikel X
Aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de groep waarin het biologisch agens is of wordt ingedeeld als gevolg van de indeling in risicogroepen van de richtlijn biologische agentia; b. informatie over de op grond van artikel 2.22, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen ziekteverwekkers; en c. een aanduiding van de ligging van de ruimten waar gewerkt wordt met het biologisch agens.
21
Artikel X
Beoordelingsregel Op het verlenen van een omgevingsvergunning zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5.2.8 Diepe delfstoffen
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het zoeken en winnen van diepe delfstoffen.
Artikel X
Vergunningplicht diepe delfstoffen Het is verboden zonder omgevingsvergunning diepe delfstoffen te zoeken of te winnen binnen het “PM” gebied.
Paragraaf 5.2.9 Detailhandel
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. detailhandelactiviteiten; en b. bij detailhandelsactiviteiten behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel X
Locaties voor detailhandel 1. Detailhandelactiviteiten worden alleen verricht binnen het gebied ‘locaties voor detailhandel’. 2. Detailhandelactiviteiten in volumineuze goederen worden alleen verricht binnen het gebied ‘locaties voor detailhandel in volumineuze goederen’. 3. Bij detailhandelactiviteiten behorende ondergeschikte horeca-activiteiten worden alleen verricht binnen het gebied ‘locaties voor ondergeschikte horeca-activiteiten bij detailhandel’.
Artikel x
Locaties voor verkoop consumentenvuurwerk Er wordt alleen consumentenvuurwerk verkocht binnen het gebied ‘locaties voor verkoop consumentenvuurwerk’.
Paragraaf 5.2.10 Dienstverlening
Artikel X
Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op: a. dienstverleningsactiviteiten; en b. bij dienstverleningsactiviteiten behorende ondergeschikte activiteiten. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op kantooractiviteiten.
Artikel X
Locaties voor dienstverlening Dienstverleningsactiviteiten worden alleen verricht binnen het gebied ‘locaties voor dienstverleningsactiviteiten’.
Paragraaf 5.2.11 Kantoren
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. kantooractiviteiten; en b. bij kantooractiviteiten behorende ondergeschikte activiteiten. 22
Artikel X
Locaties voor kantoren Kantooractiviteiten worden alleen verricht binnen het gebied ‘locaties voor kantooractiviteiten’.
Paragraaf 5.2.12 Maatschappelijke activiteiten
[Variant 1]5 Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. maatschappelijke activiteiten; en b. bij maatschappelijke activiteiten behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel X
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een maatschappelijke activiteit te starten; of b. een maatschappelijke activiteit te wijzigen.
Artikel X
Aanvraagvereisten PM
Artikel X
Beoordelingsregels PM
[Variant 2]6 Paragraaf 5.2.12 Verlenen van zorg
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een instelling voor het verlenen van zorg.
Artikel X
Locaties voor zorg Instellingen voor het verlenen van zorg worden alleen geëxploiteerd binnen het gebied ‘locaties voor gezondheidszorg’.
Paragraaf 5.2.13 Kinderopvang
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een instelling voor kinderopvang.
Artikel X
Locaties voor kinderopvang Instellingen voor kinderopvang worden alleen geëxploiteerd binnen het gebied ‘locaties voor kinderopvang’.
5
In deze variant legt de gemeente de bestaande situatie op zichzelf niet vast in het omgevingsplan, maar stelt zij alleen wijzigingen in die situatie vergunningplichtig. De bestaande situatie wordt wel bijgehouden in een register (zie paragraaf 5.2.1). Daardoor is (vooralsnog) ook een verdere onderverdeling naar verschillende soorten maatschappelijke voorzieningen niet nodig. 6
In deze variant de bestaande situatie vastgelegd en wordt op basis van het afwijken van die situatie een vergunning vereist. Om de bestaande situatie voor de verschillende maatschappelijke voorzieningen goed vast te kunnen leggen, is hier wel een onderverdeling in de verschillende maatschappelijke activiteiten aangebracht. De bestaande situatie wordt dus vastgelegd via 'locaties voor X'. Dat zijn vlakken op de geometrie.
23
Paragraaf 5.2.14 Begraafplaatsen
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een begraafplaats.
Artikel X
Locaties voor begraafplaatsen Begraafplaatsen worden alleen geëxploiteerd binnen het gebied ‘locaties voor begraafplaatsen’.
Paragraaf 5.2.15 Sport
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport, met inbegrip van het exploiteren van horeca bij een sportvoorziening.
Artikel X
Locaties voor sportvoorzieningen Er wordt alleen gelegenheid geboden voor het beoefenen van sport binnen het gebied ‘locaties voor sport’.
Artikel X
Gegevens en bescheiden 1. Ten minste vier weken voor het begin van het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast, worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; 2. de ligging en de indeling van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit. 2. Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Artikel X
Licht 1. Met het oog op het beperken van lichthinder is de verlichting die hoort bij een gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht uitgeschakeld: a. tussen 23.00 uur en 07.00 uur; en b. als er geen sport wordt beoefend en geen onderhoud plaatsvindt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met: a. de viering van festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn aangewezen in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt; b. de viering van andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht; of c. door het college van burgemeester en wethouders aangewezen activiteiten, anders dan festiviteiten als bedoeld onder b, waarbij het aantal aan te wijzen dagen of dagdelen gebaseerd op dit artikel samen niet meer bedraagt dan twaalf dagen per kalenderjaar.
24
3. Een festiviteit of activiteit als bedoeld in het tweede lid die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op één dag.
Artikel X
Horeca bij sportvoorziening Horeca bij een sportvoorziening wordt alleen geëxploiteerd: a. binnen ‘locaties voor horeca bij sportvoorzieningen’; en b. in een sportkantine of in een daarmee vergelijkbare ruimte.
Paragraaf 5.2.16 Horeca
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op exploiteren van horeca.
Artikel X
Locaties voor horeca Er wordt alleen horeca geëxploiteerd binnen het gebied ‘locaties voor horeca’.
Artikel X
Locaties voor horecaterras Een horecaterras wordt alleen geplaatst of ingericht binnen het gebied ‘locaties voor horeca’.
Paragraaf 5.2.17 Traditioneel schieten
Artikel X
Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht.
Artikel X
Verbod traditioneel schieten Traditioneel schieten vindt niet plaats.
Paragraaf 5.2.x PM
Paragraaf 5.2.x PM
AFDELING 5.3
TREKKENDE ACTIVITEITEN MET GEBRUIKSRUIMTE
AFDELING 5.4
(BOUW)WERKEN
Paragraaf 5.4.1 Ruimtelijke bouwactiviteit § 5.4.1.1
Algemeen
Artikel X
Toepassingsbereik Afdeling 5.4 is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken.
25
Artikel X
Algemene beoordelingsregel omgevingsvergunning 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in deze afdeling wordt allen verleend, als: a. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota; en b. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: 1. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 2. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in deze afdeling wordt in ieder geval geweigerd, als door het bouwen of door het bouwwerk het belang van de natuurwaarde onevenredig geschaad wordt.
Artikel X
Repressief welstand 1. Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand 7 van toepassing zijn.
Artikel X
Aansluiting op distributienet voor elektriciteit 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
Artikel X
Aansluiting op distributienet voor gas 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
7
Dit lid in de verdere uitwerking schrappen als er geen welstandsvrije gebieden zijn.
26
Artikel X
Aansluiting op distributienet voor warmte 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. 2. Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. 3. Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. 4. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.
Artikel X
Aansluiting op distributienet voor drinkwater Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
Artikel X
Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie. 2. De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft. 3. Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput. 4. Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.2 kan in ieder geval worden bepaald: a.
als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat 27
stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.
Artikel X
Bluswatervoorziening 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist. 2. De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. 3. De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Artikel X
Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2 , bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2 , bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist. 3. Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering. 4.