CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 BP Kwadijk 25 incl. bijlagen

Raadsvergadering 16 mei 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Kwadijk 25.25.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Kwadijk 25 te Kwadijk

Gemeente Edam-Volendam

Planstatus:

definitief

Identificatiecode plan:

bpKwadijk25-vg01

Datum:

19 maart 2024

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes

Kenmerk Plannen-makers:

PM22038

Opdrachtgever:

Ruben Wennekers B.V.

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id:NL8634.45.639.B.01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

Inhoudsopgave 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 4 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

2

Het plan ............................................................................................................................................ 5 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5 Beschrijving plan...................................................................................................................... 6 Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................................... 7

3

Beleidsmatige onderbouwing ........................................................................................................... 8 Rijksbeleid ............................................................................................................................... 8 Provinciaal ............................................................................................................................. 10 Regionaal beleid .................................................................................................................... 17 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 18

4

Milieutechnische uitvoerbaarheid ................................................................................................... 20 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 20 Geluidhinder .......................................................................................................................... 21 Ecologie ................................................................................................................................. 22 Bodemkwaliteit....................................................................................................................... 25 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 25 Externe Veiligheid .................................................................................................................. 28 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................... 30 Waterhuishouding .................................................................................................................. 32 Verkeer en Parkeren .............................................................................................................

34 Energietransitie en duurzaamheid ......................................................................................... 35

5

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 36 Plansystematiek..................................................................................................................... 36 Opzet van de regels .............................................................................................................. 36 De bestemmingen.................................................................................................................. 37

6

Maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid ........................................................................ 38 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 38 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 38

7

Bijlagen ........................................................................................................................................... 39

Pagina 3 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

1 Inleiding Aanleiding en doelstelling Aan de Kwadijk 25 te Kwadijk is een stolpboerderij gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing te slopen en daar nieuwbouw te plaatsen met 2 woningen in de vorm van een stolpboerderij. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2016’. Het planvoornemen ligt in de bestemming ‘Agrarisch - Paardenfokkerij’. Voorliggende ontwikkeling past niet in de huidige bestemming. Hiervoor moet een nieuw (postzegel)bestemmingsplan worden opgesteld waarbij de agrarische bestemming wordt omgezet naar de woonbestemming. In overleg met de gemeente is bepaald dat een nieuw bestemmingsplan opgesteld moet worden om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor de daarna aan te vragen reguliere omgevingsvergunning. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde goede ruimtelijke onderbouwing en een juridisch bindend kader in de vorm van regels en een verbeelding.

Leeswijzer Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

2 Het plan Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Kwadijk 25 te Kwadijk. Kwadijk is als plaats onderdeel van de gemeente Edam-Volendam. Kwadijk is gekarakteriseerd door agrarische cultuurlandschap met lintbebouwing. Aan de weg Kwadijk zijn woningen gesitueerd; de overige gronden zijn vooral bestemd als agrarisch en bedrijf. Op 500 meter ten zuiden van het plangebied ligt de N244. Anderhalve kilometer ten westen is de A7 gelegen.

Figuur 1: Uitsnede luchtfoto, plangebied in rode cirkel. (Bron: Google Earth)

Figuur 2: Uitsnede luchtfoto met globale plangrens (Bron: Google Earth)

Pagina 5 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

Beschrijving plan In de huidige situatie is in het plangebied een stolpboerderij gesitueerd. In overleg met de gemeente is bepaald dat renovatie van de stolp niet mogelijk is en dat nieuwbouw de beste optie is. Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.120 m2 en bestaat uit 6 kadastrale percelen: 2708, 2709, 2710, 664, 663 en 666 sectie E. Op het achterste perceel is ook een schuur gelegen. Op de plek van de huidige stolpboerderij zal na sloop een nieuwe stolpboerderij worden gebouwd, in lijn met de regels die gelden voor de uitstraling van een stolp. De hoofdvorm van de huidige stolp wordt gekenmerkt door een rechthoek, met afmetingen van ca. 12 x 13 meter. In de nieuwe situatie zal de afmeting van de hoofdvorm ca. 11,8 x 12,5 meter bedragen met aan de achterzijde een staartstuk. Daarnaast wordt ervoor gekozen om zoveel mogelijk de uitstraling van de huidige stolp terug te laten komen in het nieuwe ontwerp. De dwarsdeur aan de voorzijde zal ook weer worden opgenomen in het nieuwe ontwerp, evenals de materialisering van de gevels. Binnen de nieuwe stolpboerderij worden 2 woningen gerealiseerd. Aan de voorzijde van de stolp is een gemeenschappelijke voortuin. Er zijn 2 inritten en achter op het terrein is voor elke woning voor 3 parkeerplaatsen.

Figuur 3: Inrichtingstekening plangebied. Bron. Architectenbureau Ruben Wennekers

Pagina 6 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingplan is Dorpskernen 2016, vastgesteld op 13 april 2017. Binnen het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch - Paardenfokkerij’. Er is sprake van een groot bouwvlak met ter plaatse van de huidige stolpboerderij de bouwaanduiding ‘karakteristiek’. Ter plaatse van deze aanduiding mag de inhoud van de stolpwoning niet meer bedragen dan 1.500 m 3. Ook gelden er de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Landschap – Stelling van Amsterdam’. De voor ‘Waarde – Archeologie 3’ en voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud van de aanwezige archeologische waarden. De voor ‘Waarde – Landschap – Stelling van Amsterdam’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en versterken van de kernkwaliteiten van het ‘Nationaal landschap’ en werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam' (een samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen, een groene en relatief stille ring rond Amsterdam en relatief grote openheid).

Figuur 4: Bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2016’ (Bron: ruimtelijkplannen.nl)

Bovenstaand is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan weergegeven. De uitsnede toont dat het huidig toegestaan gebruik van het plangebied ‘Agrarisch’ is. De beoogde nieuwe woonfunctie is niet toegestaan op de locatie. Om de ontwikkeling te realiseren is een nieuw planologisch kader nodig. Voorliggend plan voorziet in het nieuwe planologische kader.

Pagina 7 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

3 Beleidsmatige onderbouwing In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het geldende beleidskader dat relevant is voor het plangebied. Paragraaf 3.1 belicht het rijksbeleid. Het provinciaal/regionaal beleid wordt weergegeven in paragraaf 3.2 en het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.3.

Rijksbeleid 3.1.1 Wet ruimtelijke ordening/ Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat concrete beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland.

De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek Voorliggend plan betreft sloop-nieuwbouw van een stolpboerderij waarin twee woningen komen.

Het plangebied bevindt zich in bestaand bebouwd gebied, het versterkt hiermee de toekomstbestendigheid van het landelijk gebied. Het te ontwikkelen gebouw wordt een stolp, wat binnen de identiteit van het gebied past. Verder heeft het plan gezien de kleinschaligheid zeer beperkt raakvlak met het Rijksbeleid, maar sluit het desalniettemin aan op het beleid van de NOVI.

Pagina 8 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling betreft de realisatie van twee woningen. Het plan is dan ook niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling van 12 woningen of meer. De Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing.

Desalniettemin wordt in paragraaf 3.2.3 nader ingegaan op de behoefte aan voorliggend plan. 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • Rijksvaarwegen • Project Mainportontwikkeling Rotterdam • Kustfundament • Grote rivieren • Waddenzee en waddengebied • Defensie • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen • Natuurnetwerk Nederland • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Planspecifiek Voorliggend plan ligt in het gebied van de stelling van Amsterdam en valt daarmee onder ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’. In het Barro zijn regels opgenomen ten aanzien van erfgoederen.

Daaronder vallen ook regels voor de Stelling van Amsterdam. Deze regels zijn overgenomen in het provinciaal beleid. In paragraaf 3.2.1 bij provinciaal beleid wordt aangegeven hoe hierop wordt aangesloten. Vanuit het Barro volgen verder dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor het plan. Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het rijksbeleid. Pagina 9 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

Provinciaal 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid De Omgevingsvisie NH2050 – “Balans tussen economische groei en leefbaarheid” is de opvolger van de Structuurvisie 2040 uit 2010. De Omgevingsvisie is op 19-11-2018 door Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De Omgevingswet integreert een groot deel van de wetgeving op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De huidige wettelijk verplichte provinciale plannen (Structuurvisie, het Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan, het Milieubeleidsplan en de Watervisie) komen te vervallen en gaan op in één integrale omgevingsvisie voor de fysieke leefomgeving met onderliggende programma’s. In de Omgevingsvisie legt de provincie vast welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening. De visie dient als leidraad voor de manier waarop de ruimte zich de komende dertig jaar zou moeten ontwikkelen. De Omgevingsvisie NH2050 is in co-creatie tot stand gekomen met continue inbreng van een groot aantal partijen, professionals en inwoners. Sturingsfilosofie De provincie hanteert het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’. De opgave bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne.

De provincie is terughoudend met het opstellen van regels. Hoofdambitie De hoofdambitie zoals die geformuleerd is in de Omgevingsvisie NH2050 is tot een balans te komen tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die gemaakt worden. De provincie zet met deze visie een richting uit om houvast te bieden naar de toekomst. Die richting bestaat uit het benoemen van een aantal bewegingen naar de toekomst, ontwikkelprincipes en waar nodig randvoorwaarden en regels. Ambities • Een gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie Hiermee wordt een woon-werkomgeving bedoeld waar mensen zo min mogelijk worden blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. • Natuur en biodiversiteit: natuurinclusief ontwikkelen Om de biodiversiteit in Noord-Holland op peil te houden zullen toekomstige ontwikkelingen (verstedelijking, landbouw, klimaatmaatregelen) zoveel mogelijk natuurinclusief moeten zijn. Daarmee leveren ze een bijdrage aan behoud en vergroting van de biodiversiteit. Hierbij gaat het niet alleen om de kwantiteit (hectares) maar ook om de kwaliteit (soortenrijkdom, toegankelijkheid).

• Duurzame en vernieuwende economie Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. Een duurzame economie houdt rekening met en bouwt voort op de kenmerken en karakteristieken van de locatie. De activiteiten zijn bij voorkeur vernieuwend, circulair en schoon en dragen bij aan een gezonde en duurzame leefomgeving. • Toekomstbestendige landbouw in Noord-Holland Er is in de land- en tuinbouw een omslag gaande naar een adaptieve kringlooplandbouw, die meer rekening houdt met behoud en versterking van biodiversiteit en bodem- en waterkwaliteit.

Pagina 10 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

•

•

•

•

•

Om de regionale kwaliteiten te versterken en innovatie te stimuleren, bieden we ruimte voor experimenten. Indien nodig wordt ruimte geboden aan schaalvergroting. Klimaatadaptatie Essentieel is dat wij zowel het landelijk als het stedelijk gebied beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dat vergt aanpassingen in zowel de ruimtelijke inrichting als het watersysteem. We zorgen ervoor dat we voldoende zijn voorbereid op wateroverlast, hittestress, verdroging, verzilting en de gevolgen van een overstroming. Nieuwe ontwikkelingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Energietransitie De provincie stuurt op een energietransitie met een maximale opwekking van duurzame energie voor de volledige energievraag in Noord-Holland in 2050. Om dit doel van een klimaatneutraal Noord-Holland in 2050 te bereiken, is een optimale mix nodig van energiebesparing en allerlei vormen van duurzame energie. Op weg naar 2050 houden we daarom oog voor alle nieuwe technologieën – ook buiten de energiesector – die daaraan een bijdrage kunnen leveren. Ontwikkeling van stad en land De locatiekeuze voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen staat onder invloed van de effecten van klimaatverandering, van bereikbaarheid, behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en van de energie-infrastructuur.

De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Uitgangspunt is – en daarop zal het verkeers- en vervoersnetwerk worden geoptimaliseerd – dat men zich effectief, veilig en efficiënt kan verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Daarbij heeft men zo veel mogelijk keuzevrijheid in het bepalen van zijn of haar vervoerswijze. Metropoolregio Amsterdam: dynamiek in balans houden Door de grote economische dynamiek zijn woon- en werklocaties vooral nodig in het zuidelijk deel van Noord-Holland, de Metropoolregio Amsterdam, met Amsterdam als zwaartepunt. Het is nodig om hierin te investeren juist ook uit oogpunt van benutting van de agglomeratiekracht. De grote economische dynamiek betekent dat de druk op het metropolitane landschap groot is, terwijl dat bijzonder belangrijk is voor het vestigingsklimaat. Zorgvuldigheid is dus geboden.

Noord-Holland Noord: ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit Het noordelijk deel van Noord-Holland beschikt over bijzondere eigen kenmerken en kwaliteiten, zoals (meer) rust, ruimte, groen, natuur en (gezonde) lucht. Om deze kwaliteiten te waarborgen is dynamiek en ontwikkeling in Noord-Holland Noord nodig. Verstedelijking nabij knooppunten van openbaar vervoer en in de omgeving van historische binnensteden en de nodige voorzieningen komt daarvoor het meest in aanmerking.

Planspecifiek In de digitale versie van de Omgevingsvisie zijn diverse kaarten opgenomen gebaseerd op ‘bewegingen voor ontwikkelingen’: dynamisch schiereiland, metropool in ontwikkeling, sterke kernen & sterke regio’s, nieuwe energie en natuurlijk & vitaal landelijke omgeving. Door in de interactieve kaart op het plangebied te klikken wordt aangegeven wat het relevante beleid is uit de Omgevingsvisie NH2050 voor het plangebied. Navolgend wordt ingegaan op het relevante beleid. 3.1 Ontwikkelingen en beheer passend bij landschap 1. Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap Noord-Holland beschikt over een unieke en rijke variatie aan (open) landschappen, Pagina 11 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

ruimtelijke structuren, aardkundige en archeologische waarden, cultuurhistorie en gebouwd (wereld)erfgoed. De provincie onderscheidt zich door haar openheid, de grote afwisseling en de contrasten in het landschap. Deze karakteristieken reflecteren de rijke ontstaansgeschiedenis en maken het aantrekkelijk voor mensen om hier te wonen, voor bedrijven om zich hier te vestigen en voor recreanten en toeristen om hier te verblijven. Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel deze waarden en karakteristieken van landschap en cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. En het gaat er om ontwikkelingen en transities te benutten om een goede landschapskwaliteit in stand te houden en zo nodig te creëren. Er wordt onderscheid gemaakt in het draagvermogen van de diverse landschappen. Mede op basis daarvan wordt zorgvuldig afgewogen welke ruimtelijk-economische ontwikkelingen op welke plek en op welke wijze ontwikkeld kunnen worden. Denk aan zonneparken, windmolens, verstedelijking, vergroting van agrarische bebouwing en waterberging. Er wordt onderkend dat er verschillende soorten gebieden zijn. In gebieden met grotere structuren en relatief geringere aanwezigheid van cultuurhistorie zijn meer en grotere ontwikkelingen mogelijk.

In gebieden waar de waarden van bijvoorbeeld cultuurhistorie, openheid of ecologie hoog zijn en/of waar de betekenis voor de stad groot is, is alleen ruimte voor ontwikkelingen die bijdragen aan de instandhouding of versterking van deze kernkwaliteiten. Tegelijkertijd wordt gebiedsgericht geïnvesteerd in de landschappelijke, cultuurhistorische, recreatieve en ecologische kwaliteiten. In alle gevallen is ruimtelijke kwaliteit het uitgangspunt. Deze benaderingswijze betekent een vereenvoudiging van het landschappelijk beleid met minder regimes. Er zijn ook karakteristieke en gewaardeerde landschappen die niet stabiel zijn of waar veel dynamiek op afkomt en waar een integraal perspectief op een nieuwe balans tussen de opgaven, waarden, beleving en (economisch) gebruik noodzakelijk is. Randvoorwaarden a. Restricties behorend bij werelderfgoederen (UNESCO), in dit geval de Waddenzee, de Beemster, de Hollandse waterlinies (waaronder de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie) en de Amsterdamse grachtengordel. b. De Europese Landschapsconventie voor de bescherming van het landschap. De provincies dragen hiervoor een belangrijke verantwoordelijkheid c. Rijksmonumenten, provinciale monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten Voorliggend plan ligt in het gebied van de Stelling van Amsterdam, onderdeel van de Hollandse Waterlinies.

Het Werelderfgoed Stelling van Amsterdam is een cirkelvormig gebied van 135 km lang in het economisch kerngebied van Nederland. Voor ontwikkelingen binnen de Stelling van Amsterdam gelden bouwregels. De ontwikkeling vindt plaats op reeds bebouwde grond. De kernkwaliteiten van het werelderfgoed worden niet aangetast. Verder wordt het dorpsgezicht behouden door het terugbouwen van een stolp. Bij de uiteindelijke omgevingsvergunning voor het bouwen zal beoordeeld worden of de nieuwe stolpboerderij voldoet aan redelijke eisen van welstand. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening.

Pagina 12 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. We zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Planspecifiek Voor voorliggend plan zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening relevant: Artikel 6.9 MRA landelijk gebied 1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied MRA landelijk gebied niet voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling. 2. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of het agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; b.

de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; c. de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en d. een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. 3. In afwijking van het eerste lid kan een nieuwe burgerwoning worden toegestaan, indien deze woning wordt gesitueerd in een dorpslint en hierbij een aanwezige bedrijfswoning binnen het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied wordt wegbestemd en gesloopt. 4. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in een functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar een woonfunctie waarbij de karakteristieke boerderij mag worden gesplitst in meerdere burgerwoningen, indien geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing.

Voorliggend plan betreft de bouw van twee woningen op voormalig agrarisch grond. Hiertoe is artikel 6.9 lid 4 van toepassing. In voorliggend plan wordt de stolpboerderij herbouwd en hierbinnen worden 2 woningen mogelijk gemaakt. De oude stolpboerderij verkeerd in zeer slechte bouwkundige staat. Daarom wordt in dit plan voorgesteld de stolp te herbouwen. De nieuwe stolp doet qua ontwerp en architectonische uitstraling recht aan de huidige stolp. Het plan is daarmee in lijn met artikel 6.9 lid 4. Artikel 6.10 Noord-Holland Noord landelijk gebied 1. Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. De in het eerste lid genoemde afspraken kunnen alleen afspraken bevatten over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. 3. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan ook voorzien in functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Pagina 13 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

a. Ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; b. De functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; c. De bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en d. Een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. 4. In afwijking van het eerste lid kan een nieuwe burgerwoning worden toegestaan, indien deze woning wordt gesitueerd in een dorpslint en hierbij een aanwezige bedrijfswoning binnen het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied wordt wegbestemd en gesloopt. 5. In afwijking van het bepaalde eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in een functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar een woonfunctie waarbij de karakteristieke boerderij mag worden gesplitst in meerdere burgerwoningen, indien geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing. 6. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aan de afspraken, bedoeld in het eerste lid. Voorliggend plan betreft de bouw van twee woningen op voormalig agrarisch grond.

Lid 5 bepaald dat een ruimtelijk plan kan voorzien in een functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar een woonfunctie waarbij de karakteristieke boerderij mag worden gesplitst in meerdere burgerwoningen, indien geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing. In voorliggend plan wordt de stolpboerderij herbouwd en hierbinnen worden 2 woningen mogelijk gemaakt. De oude stolpboerderij verkeerd in zeer slechte bouwkundige staat. Daarom wordt in dit plan voorgesteld de stolp te herbouwen. De nieuwe stolp doet qua ontwerp en architectonische uitstraling recht aan de huidige stolp. Het plan is daarmee in lijn met artikel 6.10. Artikel 6.46 Bijzonder provinciaal landschap 1. De kernkwaliteiten van het Bijzonder provinciaal landschap zijn vastgelegd in Bijlage 6. 2. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Bijzonder provinciaal landschap bevat regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten.Bijzonder Provinciaal Landschap 3. In afwijking van artikel 6.3 bevat het ruimtelijk plan geen regels die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. 4. Het ruimtelijk plan kan regels bevatten die een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, mits deze ontwikkeling de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast. 5.

De toelichting op het ruimtelijk plan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en een motivering van de wijze waarop wordt voldaan aan het tweede en, indien van toepassing, het vierde lid. 6. …. Onderstaand is een beschrijving van de kernkwaliteiten opgenomen en de motivering hoe daaraan voldaan wordt zoals bedoeld in lid 5. Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in NoordHolland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte differentiatie. In de ruimtelijke onderbouwing van een

Pagina 14 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. Voorliggend plan is gelegen in het BPL Zeevang. De ambities en ontwikkelprincipes bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het Zeevang ensemble zijn: • De ontwikkeling bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; • De ontwikkeling bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid; • De ontwikkeling helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Concreet betekent dit dat de huidige verkavelingsstructuur gerespecteerd dient te worden en evenwijdig aan kavelsloten gebouwd moet worden. Nieuwe bebouwing dient te worden beperkt tot bebouwde linten met respect voor de doorzichten vanaf de linten naar het landschap. Daarnaast is een ruimtelijke ontwikkeling binnen een stolpenstructuur gebaat bij het bewaren of herstellen van de karakteristiek van een stolp en zo de beleving te versterken. Dit vraagt om een streekgebonden benadering van de relatie tussen openbare ruimte en stolp, het bijplaatsen van (bij)gebouwen, de erfinrichting-en beplanting en ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de stolp.

De beschrijving van de kernkwaliteiten van Zeevang die specifiek op de planlocatie toezien zijn: - Het BPL Zeevang wordt dooraderd door relatief brede, natuurlijke veenwaterlopen. In voorliggend plan worden de waterlopen niet gewijzigd. - Het verkavelingspatroon van de veenweidepolders is eeuwenlang grotendeels onveranderd gebleven en maakt het landschap met haar geschiedenis zichtbaar. In voorliggend plan wordt het verkavelingspatroon niet gewijzigd. De Stolpboerderij komt op dezelfde kavel terug iets verder van de Kwadijk gelegen ten opzichte van de bestaande situatie. Er is geen sprake van aantasting van het verkavelingspatroon. - Het open weidegebied in het BPL Zeevang is van grote waarde. De openheid is zeer kwetsbaar omdat in het vlakke land bijna elke ruimtelijke ingreep zichtbaar is. Ruimtelijke ontwikkelingen in het open landschap die leiden tot (verdere) verdichting of verrommeling zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. Voorliggend plan grenst aan de noordoostzijde aan open weidegebied. Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich een bedrijf en een bedrijfswoning. Het voorliggende plan houdt de herbouw van een stolp in. Er is in de bestaande situatie op dit deel van de Kwadijk geen sprake van doorzicht naar het open weidegebied. Als gevolg van het plan treedt er geen verdere aantasting of beperking van het doorzicht op.

Door het naar achter plaatsen van de woning zal mogelijk een beperkte extra doorzicht naar het noordoosten mogelijk zijn. Dit betreft echter een zeer kleine toename van het doorzicht. - Een groot deel van het BPL Zeevang is een geschikt habitat voor weidevogels. Ruimtelijke ontwikkelingen die de habitat voor de weidevogels verkleinen zijn in beginsel een aantasting. Voorliggend plan vindt plaats op het bestaande bouwperceel. Er is dan ook geen sprake van aantasting van de habitat voor de weidevogels als gevolg van het plan. Geconcludeerd kan worden dat het plan aansluit bij de ontwikkelprincipes van het BPL Zeevang. De kernkwaliteiten worden als gevolg van het plan niet aangetast. Artikel 6.49 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 1. De kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde zijn uitgewerkt en geobjectiveerd in bijlage 7 en bijlage 7a bij de verordening. 2. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde bevat regels gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Pagina 15 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

3. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde voorziet uitsluitend in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid niet aantasten. 4. …. Voorliggend plangebied is gelegen in Unesco Erfgoed Hollandse waterlinies en dan het deel de Stelling van Amsterdam. De kernkwaliteiten van de stelling van Amsterdam zijn: Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: - een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; - sluizen en voor- en achterkanalen; - de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; - inundatiegebieden; - voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); - de landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten; 2. Relatief grote openheid; 3.Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. Het plangebied is gelegen in een bebouwingslint aan de Kwadijk. Het plangebied ligt niet direct in een fort, inundatiegebied of schootsveld. Het plangebied houdt de herbouw van een bestaande stolpboerderij in. De nieuwe stolp komt iets verder van de Kwadijk gelegen dan in de bestaande situatie.

De ruimtelijke effecten van het plan zijn dan ook zeer beperkt. Het plan vormt geen aantasting van de kernkwaliteiten van de Hollandse waterlinies – onderdeel stelling van Amsterdam. 3.2.3 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De agenda maakt de inzet en de bijdrage concreet van de provincie voor een goed functionerende woningmarkt. Daarnaast concretiseert de agenda de optimale bijdrage aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland op het gebied van wonen. De algemene doelstelling in de woonagenda is: ‘De provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen’. Dit is vervolgens uitgewerkt in speerpunten, richtinggevende principes en actiepunten: Speerpunten: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Richtinggevende principes: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig.

De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. Pagina 16 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden maken we afspraken om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Actiepunten: 1. Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden 2. We bieden kennis, meedenkkracht en hulp 3. Versnellen woningbouwproductie 4. Samenwerking stimuleren 5. Verduurzaming wonen 6. Meer flexibiliteit in de woningmarkt 7. Stimuleren circulair bouwen 8.

Leveren van informatie en monitoring Deze speerpunten, principes en actiepunten moeten helpen bij het oplossen van de grote woningbehoefte in de provincie. Wijziging ten opzichte van de voorgaande woonvisie is ook dat regionale afspraken ten aanzien van woningbouw niet meer in Regionaal Actie Programma's (RAP's) worden vastgelegd maar dat tussen gemeenten/regio en de provincie woonakkoorden worden gesloten. Planspecifiek Het planvoornemen houdt de sloop nieuwbouw van een stolpboerderij in waarin twee woningen gerealiseerd worden. De woonagenda geeft aan dat ‘vraag’-gestuurd moet worden gebouwd. ‘Vraag’gestuurd bouwen houdt in dat wordt gebouwd naar behoefte. De twee nieuwe woningen zorgen voor een vergroting van de lokale woningvoorraad, zodat doorstroming wordt bevorderd. Gezinnen kunnen bijvoorbeeld ruimer gaan wonen, waardoor goedkopere (koop)woningen vrijkomen. Het planvoornemen wordt gebouwd vanuit de directe behoefte van de initiatiefnemer. Het plan sluit daarom aan op het speerpunt duurzaam en toekomstbestendig bouwen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan niet in strijd gaat met het provinciaal beleid.

Regionaal beleid 3.3.1 Regionale visie Waterland 2040 Het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW) is een samenwerkingsverband van zeven Waterlandse gemeenten: Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang. Samen vormen deze gemeenten de regio Waterland. De regio Waterland heeft in 2009 de Regiovisie Waterland 2040 opgesteld. Het motto van de Regiovisie is: Vitaal met Karakter. De Regiovisie Waterland 2040 vormt de basis voor de gemeentelijke plannen. Tevens wordt

Pagina 17 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

hij gebruikt voor het inbrengen van de mening van de regio Waterland bij plannen van de Provincie Noord-Holland en die van de Stadsregio Amsterdam. Volgens de visie dient de sociaaleconomische vitaliteit van de kernen te worden bewaakt. Hieraan dient het ruimtelijke beleid zoveel mogelijk bij te dragen, zonder het authentieke karakter van het landschap aan te tasten. Verder is er een plus nodig op het gebied van woningbouw ter bevordering/instandhouding van de vitaliteit van de kernen. Daarbij horen ook de locaties van Waterlands Wonen, die kwantitatief tot 2020 nog niet zijn ingevuld. Deze dienen na 2020 verder te worden ontwikkeld. Planspecifiek Voorliggend plan betreft sloop-nieuwbouw van een stolpboerderij waarin twee woningen komen. De nieuwe bebouwing betreft een stolp, het authentieke landschap blijft behouden met dit plan. Verder wordt de woningvoorraad versterkt, wat bijdraagt aan de vitaliteit van het gebied. Geconcludeerd plan worden dat voorliggend plan niet in strijd gaat met het regionaal beleid.

Gemeentelijk beleid De kern Kwadijk is onderdeel van de voormalige gemeente Zeevang. Sinds januari 2016 is gemeente Zeevang door gemeentelijke herindelingen tot de gemeente Edam-Volendam gaan behoren. Voor het huidige beleid dient gekeken te worden naar het beleid van de gemeente Zeevang tenzij het door een nieuwer beleid van de gemeente Edam-Volendam vervangen is. 3.4.1 Structuurvisie Zeevang 2040 De gemeentelijke Structuurvisie Zeevang 2040 ‘Vitaal perspectief’ (verder: structuurvisie) is op 17 december 2013 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zeevang vastgesteld. De structuurvisie heeft betrekking op de functies wonen, werken, recreatie, natuur water en voorzieningen. Hierbij wordt aangegeven dat de hoofdopgaven binnen de gemeente de zorg voor een duurzaam landbouwkundig gebruik (als drager van het landschap), behoud en ontwikkeling van natuurwaarden, een optimale waterhuishouding, verbeteren van recreatieve mogelijkheden (wandel-fietsroutes), bescherming van cultuurhistorische patronen en elementen, en de woningbouwopgave zijn. Daarnaast is er per dorpskern een visie opgenomen: Kwadijk De openheid naar de polder aan de noordzijde van dit lint dient behouden te blijven. De zuidzijde van het lint is sterker ontwikkeld dan de noordzijde. In het lint zijn reeds enkele grotere agrarische bedrijven gevestigd zoals een melkveehouderij en maneges.

Het gebied tussen het lint en de N244 langs de noordzijde van Purmerend is een buffer tussen het stedelijk gebied van Purmerend en het dorpse landelijke Zeevang. Door verbreding van de N244 zal de druk op dit overgangsgebied voor vestiging van bedrijven wellicht worden vergroot. Vanuit het bufferwoningenbeleid is er ruimte voor woningbouw in hart van Kwadijk nabij de kerk. Planspecifiek Voorliggend plan betreft sloop-nieuwbouw van een stolpboerderij waar twee woningen in komen. De nieuwe bebouwing wordt in dezelfde stijl gebouwd als het huidige gebouw, hierdoor blijven de cultuurhistorische elementen van het gebied behouden. Doordat het gaat om sloop-nieuwbouw worden er geen nieuwe gronden gebruik en wordt de openheid naar de polder niet beïnvloed. 3.4.2 Duurzaamheidsagenda Edam-Volendam Om de ambities en besparingsdoelstellingen, zoals vastgesteld in het Programmaplan 2017-2022 en de door de Raad vastgestelde Koersnotitie Klimaat en Duurzaamheid (15 december 2016) te halen, zijn de volgende thema's gerold die effectief en kansrijk: Pagina 18 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

1. 2. 3. 4. 5.

Energie; Circulaire Economie; Klimaatadaptatie; Duurzaam toerisme; en Duurzame gemeentelijke organisatie.

Voor de korte termijn (tot ca. 2022) zijn de volgende kansrijke maatregelen toepasbaar in de verschillende sectoren: • Energiebesparing in de bestaande woningbouw. Dit is de belangrijkste bron voor het totale energieverbruik in Edam-Volendam. Door toepassingen van eenvoudige maatregelen, zoals isolatie en installatie van energiezuinige apparatuur is het mogelijk het energiegebruik met minimaal 10% te reduceren. De benodigde investeringen zijn in minder dan 10 jaar terug te verdienen. • Energiebesparing in de industrie. Ook als is de bijdrage aan het energieverbruik van de industriesector in Edam-Volendam relatief gering. Naar aanleiding van verschillende (landelijke) onderzoeken en ramingen wordt een energiebesparingspotentieel van 10% verwacht. • Energiebesparing in de utiliteitsbouw. De kantoren in Edam-Volendam bestaan voor 50% uit bouwwerken van 1980 of ouder. Het is een uitdaging deze te renoveren tot toekomstbestendige kantoren. Door toepassing van eenvoudige maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 10 jaar, kan het energieverbruik in de utiliteit naar verwachting met 7,5% worden gereduceerd. • Energiebesparing publieke gebouwen.

Door monitoring van het gemeentelijk energieverbruik en hier adequaat op te anticiperen, is het mogelijk om tegen minimale investeringen het energieverbruik in bestaande gebouwen met 5-10% te reduceren (energiebeheer gebouwen, isolatie, verlichting, warmtepompinstallatie). • Verkeer en vervoer. Door technologische ontwikkelingen neemt het brandstofgebruik van voertuigen steeds verder af. Elektrisch vervoer zal naar verwachting sterk gaan groeien. Planspecifiek In voorliggend plan worden de woningen energiezuinig gebouwd. Tevens krijgen de woningen, conform de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) geen aardgasaansluiting. Tot slot zullen de woningen moeten voldoen aan de normen van de BENG (bijna energie neutrale woningen). Als onderdeel van de toetsing van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal daarop getoetst worden.

Pagina 19 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een ruimtelijke onderbouwing voor een omgevingsvergunning moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.

Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. In de brochure wordt onderscheid gemaakt in verschillende omgevingstypen. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. Planspecifiek In voorliggend plan wordt de agrarische bestemming opgeheven en een woonbestemming toegewezen.

Een woonbestemming is een milieugevoelige functie, gekeken moet worden of omliggende functies geen belemmering vormen voor de woonfunctie. Ten noordwesten van het plangebied ligt een bedrijfsbestemming, waarin een aannemersbedrijf toegestaan is. In de huidige situatie is er een aannemersbedrijf ‘Kwadijk Bouw’ gevestigd. Voor de motivering van de milieuzonering is op basis van bijlage B ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’ van de regels uit bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’ gekozen voor ‘aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. > 1000 m2’. De bedrijfsbestemming in het bestemmingsplan is groter dan 1.000 m2. Het gebied kan als gemengd gebied gezien worden, er zijn namelijk verschillende soorten bedrijven gevestigd rondom de woonbestemmingen. Voor gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één trede verlaagd worden zoals die opgenomen zijn in de VNG-uitgave. Voor een aannemersbedrijf > 1000 m2 in gemengd gebied geldt dan een richtafstand stof van 10 meter en een richtafstand geluid van 30 meter. De nieuwe woonbestemming komt tot aan de naastgelegen bedrijfsbestemming te liggen. Dit is gelijk aan de aangrenzende woonbestemmingen welke ook direct grenzen aan de bedrijfsbestemming. Voorliggend plan vormt dan ook geen grotere belemmering voor de aanwezige bedrijvigheid.

De huidige bedrijfsbestemming moet in de bedrijfsvoering al rekening houden met de nabijheid van de gevoelige bestemming. Het beoogde bouwvlak ligt 34 meter vanaf de grens van het bouwvlak van de bedrijfsbestemming vandaan. Voor hinder van geluid moet de hinder tot op het geluidgevoelige object bepaald worden. In voorliggend geval ligt het bouwvlak dus verder af dan voorgeschreven is op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering. Nabij het plangebied is er ook een paardenfokkerij aanwezig. Een paardenfokkerij heeft een milieucategorie van 3.1. De grootste richtafstand hiervoor is 50 meter. Ook hierbij geldt dat een trede lager aangehouden mag worden en daarmee wordt de aan te houden richtafstand 30 meter. De afstand Pagina 20 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

tot het bouwvlak van de paardenfokkerij en het beoogde bouwvlak is ongeveer 120 meter. Hiermee wordt ruimschoot voldaan aan de geldende richtafstand van 30 meter. Daarnaast is in het bestemmingsplan nog een woonbestemmingsvlak dichter bij de bedrijfsbestemming en de paardenhouderij gelegen. Dit bestemmingsvlak heeft echter expliciet de aanduiding bijgebouwen gekregen. In artikel 5.2.2. lid 1 is beschreven dat op deze gronden geen woning toegestaan is. Er is derhalve niet dichter bij de omliggende bestemmingen een woning mogelijk.

Figuur 5: Afstand van schilder- en timmerbedrijf tot het plangebied (Bron: Google Earth)

Geconcludeerd kan worden dat het aspect Bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor voorliggend plan.

Geluidhinder In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderhoudsverplichtingen gesteld. Planspecifiek Voorliggend plan betreft sloop-nieuwbouw van een stolp. In dit geval is alleen de weg Kwadijk relevant voor het aspect geluidhinder. De Kwadijk is een niet-gezoneerde 30 km/uur weg. Andere relevante bronnen in de zin van de Wet geluidhinder zijn er niet. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Weel geluidadvies, zie bijlage 1. De conclusie uit het onderzoek luidt:

Pagina 21 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

‘De geluidbelasting op de voorgevel van een te bouwen boerderij in Kwadijk bedraagt maximaal Lden=51 dB ten gevolge van het wegverkeer op een niet-gezoneerde weg. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd bij de gemeente. Er is met 3 geluidluwe gevels sprake van een goede ruimtelijke ordening.’ Het aspect geluidhinder vormt op basis van de conclusie geen belemmering voor dit plan.

Ecologie Natuur is een gevoelige functie die beschermd moet worden tegen negatieve effecten. Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en Nationaal beschermde soorten. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de Wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000-gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen).

Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.3.1 Flora en Fauna In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Bij voorliggend plan wordt het huidige pand gesloopt, daarnaast worden er mogelijk bomen gekapt. Hier kunnen beschermde diersoorten zoals vleermuizen en/of vogels zich huisvesten, om deze reden is er een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Blom Ecologie, zie bijlage 2. De conclusie uit het onderzoek luidt: Soortenbescherming Voorafgaande de beoogde ontwikkeling dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de volgende soorten of soortgroepen: gierzwaluw, huismuis en vleermuizen. De planlocatie is tevens mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli).

Pagina 22 Ruimtelijke onderbouwing Kwadijk 25 Edam-Volendam

Tabel 4.1 Overzicht van de Soortenbescherming.

Gebiedsbescherming De ontwikkeling vindt niet plaats binnen een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland of Natuurverbinding. Gezien de kleinschalige aard van de ontwikkeling is geen sprake van een aantasting van kernkwaliteiten van een Bijzonder Provinciaal Landschap. Indien traditionele heipalen toegepast worden dienen de mogelijke effecten hiervan op het omliggende Polder Zeevang in kaart te worden gebracht middels een Voortoets. Tabel 4.2 Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=545abc5a-16d3-40b5-8fa0-f45e4d460d6c