CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Toelichting Kwadijk 16 ow 231116_3

Raadsplein Bespreekronde Ia 20 juni 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Kwadijk 16.20.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

46

3.2

100 meter

50 meter

tabel 7. Gewenste afstand tot milieuhinderlijke situaties (VNG)

Kwadijk is een woon- en werklint. Rond de planlocatie zijn overwegend woningen gesitueerd, en de volgende bedrijven: Kwadijk 14 Kwadijk 14 bestaat uit een woning en een voormalige bedrijfsruimte. De loods wordt gebruikt als opslag van diverse materialen. De woning Kwadijk 14 is op dit moment maatgevend van milieukundig opzicht. De beoogde nieuwe woningen liggen deels op kortere afstand van de loods. Omdat de hele kavel in dit bestemmingsplan als wonen wordt bestemd, is alleen een bedrijf aan huis mogelijk. De bedrijvigheid moet passen in de woonomgeving. Het huidige gebruik is reeds passend, dus er is geen sprake van een overgangssituatie. Schilder- en timmerbedrijf, Kwadijk 23a Het bedrijfsterrein ligt achter de woonbebouwing aan de Kwadijk. De activiteiten van het schilder– en timmerbedrijf beperken zich op de locatie tot opslag van materialen in de schuur. Bouwwerkzaamheden vinden op een andere locatie plaats. In de schuur is een kleine machinale inrichting aanwezig. Het aannemersbedrijf valt daarom op basis van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ in de categorie ‘Aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. < 1000 m2’. De richtafstand tot woningen is 30 meter. Het bedrijf voldoet hieraan. De afstand tot Kwadijk 16 is ca. 100 m. Aannemings- en verhuurbedrijf , Kwadijk 9a Het bedrijfsterrein grenst direct aan de Kwadijk.

De activiteiten van het aannemeings- en verhuurbedrijf beperken zich op de locatie tot opslag van materialen in de schuur. Bouwwerkzaamheden vinden op een andere locatie plaats. In de schuur is een kleine machinale inrichting aanwezig. Het aannemersbedrijf valt daarom op basis van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ in de categorie ‘Aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. < 1000 m2’. De richtafstand tot woningen is 30 meter. Het bedrijf voldoet hieraan. De afstand tot Kwadijk 16 is ca. 165 m. Paardenhouderij, Kwadijk 24a De afstand van de paardenhouderij tot de beoogde ontwikkeling Kwadijk 16 is ca. 250 m. Het perceel grenst in de bestaande situatie aan zowel de oost- als de westzijde aan een bestaande woning van derden. Geurhinder zou kunnen worden ervaren vanaf de stal en mestopslag. Voor een paardenfokkerij geldt voor geur een richtafstand van 50 meter tot nabijgelegen woningen van derden. Gezien de ruimte afstand vormt de beoogde ontwikkeling van woningen op de locatie Kwadijk 16 geen belemmering voor de bedrijfsvoering van de paardenfokkerij. In de omgeving van de planlocatie bevinden zich in een straal van 100 m geen andere (agrarische) bedrijven. Het tegenoverliggende perceel Kwadijk 12 kent een woonbestemming. Op het perceel zijn een paardenbak, een stal en mestopslag aanwezig achter de woning. Er is sprake van het hobbymatig houden van dieren.

De Wet geurhinder en veehouderij geeft geen regels voor het uitsluitend hobbymatig houden van dieren. De regels in deze wet zijn daarom niet van toepassing op het onderhavige perceel. Geurhinder zou kunnen worden ervaren vanaf de stal en mestopslag. In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn geen richtafstanden voor een (hobbymatige) paardenhouderij opgenomen, wel voor een paardenfokkerij. Indien er sprake zou zijn van een paardenfokkerij (wat hier niet het geval is) geldt voor geur een richtafstand van 50 meter tot nabijgelegen woningen van derden. Voor de aspecten geluid en stof geldt voor een paardenfokkerij een richtafstand van 30 meter tot woningen in een rustig woongebied. Het betreft hier bijvoorbeeld de aanwezigheid van een paardenbak. De beoogde woningbouwlocatie heeft voldoende afstand tot de stal en de mestopslag.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

47

Conclusie: • Bestaande bedrijven in de ruime omgeving van de planlocatie worden niet belemmerd in het functioneren. Er is voor de planlocatie Kwadijk 16 sprake van een aantoonbaar aanvaardbaar woon- en leefklimaat en er bestaat vanuit milieuhygiënische overwegingen geen bezwaar tegen het plan. • De beoogde functiewijziging veroorzaakt ook geen milieuhinder voor de omliggende woningen.

4.10

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5 titel 2) bedoeld. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. De wetgever noemt ‘gevoelige bestemmingen’ (zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Met dit bestemmingsplan wordt enkel de functie gewijzigd, er worden geen nieuwe woningen gebouwd.

Huidige luchtkwaliteit De huidige luchtkwaliteit ter plaatse / in de omgeving van het plangebied is op basis van de meeste recente lokale gegevens zoals te vinden op de site www.nsl-monitoring.nl goed. De toetspunten op de N244 en de Kwadijk blijven onder de 20 μg/m3. Dit ligt ruim onder de grenswaarde van 40 μg/m3. Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Niet in betekende mate (NIBM-tool) Met het voorgenomen plan is er in beperkte mate sprake van extra personenverkeer. Het personenverkeer heeft gezien de beperkte omvang geen significante werking op de luchtkwaliteit. Er vinden enkel verkeersbewegingen ten behoeve van zwaarder verkeer plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vinden alleen verkeersbewegingen plaats die samenhangen met de woonfunctie. Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Deze conclusie wordt door het invoeren van de basisgegevens in het project in onderstaande tabel volgens de NIBM-tool bevestigd:

tabel 8.

Worst-case berekening NIBM-tool

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

48

Conclusie: Er is sprake van een ‘klein project’ welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het wijzigen van het bestemmingsplan.

4.11

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen geldt de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. De locaties van risicobronnen en risicocontouren zijn terug te vinden op www.risicokaart.nl.

afb.15

Uitsnede Risicokaart.nl

Afweging De planlocatie ligt niet binnen het invloedsgebied van inrichtingen of transport over weg, water, spoor of door buisleidingen. De risico’s als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N506 vormen geen belemmering van de ontwikkeling. Het planvoornemen is niet in strijd met de gemeentelijke Beleidsvisie externe veiligheid. Invloedsfeer N244 De woningen komen op tenminste 350 meter van de N244 te liggen daarmee buiten de invloedssfeer van de weg. Hoewel de weg niet op de risicokaart staat aangegeven is incidenteel vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg denkbaar.. De gemeente hoeft niet te toetsen aan externe veiligheid. Wel is het in verband met een mogelijke ongevalsscenario van giftige wolk raadzaam om een centraal afschakelbare mechanische ventilatie in de woningen te hebben. Dit is ook verstandig als vanwege een brand in de omgeving het plangebied in de rook komt te liggen. Dit zal in de uitwerking van de woningen worden meegenomen.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

49

Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid Het erf wordt ontsloten via een doodlopende weg van ca. 6 meter breed en ca. 70 m lang. De inrichting voldoet aan de handreiking bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid: Bestaat er geen keermogelijkheid, dan is er minimaal 5 meter wegbreedte nodig. Er geldt een maximale lengte van 80 meter. Conclusie: De Risicokaart geeft in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen, buisleidingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen aan die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Er zijn voor het plan dan ook geen belemmeringen aanwezig op het gebied van externe veiligheid.

4.12

Kabels en Leidingen

Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied ligt een hoofdwaterleiding die beperkingen oplegt aan het gebruik in de omgeving. Hoofdwaterleiding In het te ontwikkelen terrein ligt een betonnen, deels AC, drinkwaterleiding van de PWN; Inwendige diameter 500mm, uitwendige diameter 616mm. De leiding is oorspronkelijk aangelegd in 1961 en vervolgens in 2020 geheel gerelined middels een PE buis. De lichtblauwe arcering geeft het gedeelte AC (asbest cement) aan. Op de leiding zit een zakelijk recht.

afb.16 Situering hoofdwaterleiding

PWN heeft geen bezwaar tegen voorgenomen plannen onder de volgende voorwaarden (zie bijlage 13): • een strook grond van 10 m met de leiding in het hart wordt vrijgehouden zoals in het zakelijke recht contract wordt bedoeld; • op deze strook ten westen van de gevellijn van de meeste westelijk gelegen bebouwing, wordt niets ondernomen dat kan leiden tot grondzettingen; • voor het overige gedeelte van de strook is wel een sanering met een zandlaag acceptabel, omdat de leiding daar voldoende robuust is uitgevoerd; • het zakelijk recht wordt weer ingeschreven bij het kadaster; • de eventuele nieuwe eigenaar van de grond neemt kennis van dit recht en accepteert deze; • uitvoering van werkzaamheden in overleg met PWN (KLIC).

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

50

Een beperkte ophoging op het maaiveld (1m) ten behoeve van de tuinen en het openbaar gebied is hierdoor mogelijk. Ten westen van de gevellijn van de meest westelijke bebouwing blijft het maaiveld gelijk, dus geen ophogingen / afgravingen. In de regels zijn hiervoor de randvoorwaarden benoemd. In het stedenbouwkundig plan zijn bovenstaande randvoorwaarden op de volgende wijze verwerkt: • bebouwing staat op minimaal 5 meter afstand van de leiding zodat het tracé toegankelijk blijft voor beheer en onderhoud; • in openbaar gebied ligt de leiding zoveel mogelijk in een groenstrook i i.p.v. onder een weg; • tijdens de bouwfase wordt de leidingstrook vrij gehouden van bouwverkeer en opslag van materiaal en materieel, bouwketen etc.; • er worden geen diep-wortelende beplantingen (bomen) aangelegd in de leidingstrook. Conclusie: De bebouwingsvrije zone rond de waterleiding is vastgesteld in overleg met PWN en in dit bestemmingsplan juridisch geregeld. In en rondom de planlocatie zijn geen andere kabels en leidingen bekend die de ontwikkeling belemmeren.

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.- beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onderdeel D.11.2 bijlage bij het Besluit m.e.r. noemt de activiteit “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject“. De functiewijziging blijft ruim binnen deze drempelwaarden, maar een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ is wel verplicht. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 11). Uit de resultaten van de Natuurtoets (zie hoofdstuk 5.5) blijkt dat een passende beoordeling in het kader van de natuurbeschermingswet niet noodzakelijk is. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht. Gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten treden er geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in dit hoofdstuk zijn opgenomen.

Op basis van de toets op Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn, op basis van de milieubeoordelingen en op basis van de aanmeldnotitie zullen zich, op basis van de aard van de activiteiten en de gebiedskenmerken, geen aanzienlijke potentiële milieugevolgen als gevolg van de beoogde functiewijziging van de planlocatie Kwadijk 16 voordoen. De aanmeldnotitie is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd (zie bijlage 11), zodat deze procedureel wordt verankerd. Conclusie: Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in categorie D 11.2 van het bijlage bij het Besluit m.e.r. Uit de doorlopen vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat op voorhand kan worden geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatieve effecten op het milieu aan de orde zijn die een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage rechtvaardigen.

4.14

Conclusie toets van de omgevingsaspecten

Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

51

5.

HAALBAARHEID

5.1

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1 Overleg direct omwonenden Initiatiefnemer is op 18 mei 2022 in een informatieavond voor omwonenden in gesprek gegaan over beoogde woningbouwontwikkeling (zie bijlage 12 Verslag participatiebijeenkomst omwonenden, Architectenbureau Ruben Wennekers, 25 mei 2022). De reacties zijn positief op het plan, de architectuur is passend in dit gebied. Er is begrip voor het verplaatsen van het bedrijf naar een bedrijventerrein, hoewel direct omwonenden het terrein op dit moment niet als hinderlijk ervaren. Er zijn ook aandachtspunten genoemd. Dit betreft onder andere de uitrit, waarbij zorg is over inschijnende koplampen in de tegenoverliggende woning, en de gewenste uniformiteit in erfafscheidingen. Naar aanleiding van deze opmerking is de uitrit verbreed. De aandachtspunten worden voor zover mogelijk meegenomen in de uitwerking. Met enkele personen die niet aanwezig konden zijn wordt nog een nader overleg ingepland om het plan te bespreken.

5.2.2 Bestemmingsplanprocedure In het kader van de onderzoeksfase ex 3.1.1 Bro is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de overlegpartners van de gemeente Edam-Volendam. Op basis van de reactie van de Provincie Noord-Holland is de opzet van het plan enigszins gewijzigd. De opmerkingen van de Omgevingsdienst IJmond, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland zijn in de toelichting verwerkt. Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden vervolgens bij de besluitvorming in het kader van de vaststelling door de gemeenteraad betrokken.

5.3

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

In artikel 6.12 van de WRO is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de grond waarop een bouwplan is voorgenomen. De zgn. Grondexploitatiewet heeft als doelstelling een goede regeling te treffen voor het kostenverhaal en locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Het verhalen van kosten kan de gemeente zowel op basis van de publiekrechtelijke (via een exploitatieplan), als de privaatrechtelijke weg (via een overeenkomst). Een exploitatieplan is verplicht, tenzij het kostenverhaal anderszins (bijvoorbeeld door een overeenkomst) is verzekerd. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de eigenaar. Het plan voorziet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Er is geen exploitatieplan nodig omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is conform 6.12 Wro. De exploitatiekosten zijn opgenomen in de anterieure overeenkomst. Daaronder vallen ook de plankosten voor het wijzigen van het bestemmingsplan. Leges zijn alleen nog verschuldigd voor de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

52

Conclusie: Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.

6.

JURIDISCHE PLANOPZET

6.1

Algemeen

Voorliggend bestemmingsplan is gericht op functiewijziging van bedrijf naar wonen en hieruit voortvloeiend de sloop van alle bestaande bedrijfsopstallen en de herbouw van 11 nieuwe woningen inclusief terreininrichting. De Wet ruimtelijke ordening geeft het bestemmingsplan als instrument aan de gemeente voor het mogelijk maken van deze ontwikkeling. In het bestemmingsplan moet aan ieder stuk grond een bepaalde bestemming (en omschrijving van het toegestane gebruik) worden gegeven. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het op een zodanige manier inpassen van de nieuwe ontwikkelingen dat recht wordt gedaan aan de aanwezige kwaliteiten van de nabijgelegen gebieden. Het bestemmingsplan zoekt zoveel mogelijk aansluiting bij de voorschriften van het bestemmingsplan Dorpen 2016 en recente bestemmingsplannen in de gemeente EdamVolendam.

6.2

Juridische vormgeving

6.2.1 Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

6.2.2 Opzet planregels Overeenkomstig de SVBP 2012 kennen de planregels van het bestemmingsplan de volgende hoofdstuk indeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk begint met de begripsbepalingen, waarin - om misverstanden bij de toepassing van het bestemmingsplan te voorkomen - een aantal in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen wordt toegelicht. In het daarop volgende artikel, de wijze van meten, wordt aangegeven op welke wijze de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering moet worden berekend. Ook dit artikel dient om interpretatieproblemen te vermijden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de voorschriften opgenomen die behoren bij de verschillende op de plankaart opgenomen bestemmingen die aan de gronden zijn toegekend. Ieder artikel begint met een bestemmingsomschrijving, waarin duidelijk de bestemmingen zijn weergegeven, waarvoor de gronden met de betreffende bestemming gebruikt mogen worden. Vervolgens wordt door middel van de bouwregels aangegeven wat en in welke mate op de gronden met deze bestemming mag worden bebouwd. In de ontheffing van de bouwregels staat onder welke voorwaarde van welk bouwvoorschrift mag worden afgeweken. De gebruiksregels geven aan wat verboden gebruik is en tenslotte wordt in de strafbepaling beschreven wat strafbaar is in dit kader. Onder voorwaarden mag soms ook van de gebruiksregels worden afgeweken.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

53

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels en algemene gebruiksregels opgenomen. Dit zijn regels die in hun algemeenheid voor het gehele bestemmingsplan gelden en min of meer losstaan van de bestemmingsbepalingen. In de Algemene afwijkingsregels zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de verschillende maatvoeringen in het plan. Deze afwijkingen zijn uitdrukkelijk bedoeld om op onvoorziene ontwikkelingen te kunnen inspelen. Om de landschappelijke inpassing (knipoog naar boerenerf en waarin ook de zichtlijn naar het achter gebied is opgenomen) te borgen in de regels van het bestemmingsplan is het beeldkwaliteitsplan toegevoegd aan de regels van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt afgesloten met de Overgangs- en slotregels, hoofdstuk 4.

6.2.3 Verbeelding Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) veranderd. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak De in het plan voorkomende bestemming bestaat uit twee vlakken: een bestemmingsvlak én een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeduid waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Het bestemmingsvlak is op de verbeelding voorzien van aanduidingen.

6.3

Verantwoording keuze van de bestemmingen

De regels bij het bestemmingsplan sluiten aan op de regels in het bestemmingsplan Dorpen 2016 Buitengebied 2012, en recente bestemmingsplannen van de gemeente Beemster. Het plan kent drieenkelbestemmingen en een dubbelbestemming: Agrarisch met waarden De bestemming 'Agrarisch met waarden' geldt voor het achterste deel van de gronden de gronden van het voormalige bedrijfsterrein die buiten het woonerf ‘Kwadijk 16’ vallen. De agrarische bestemming sluit aan op de aangrenzende agrarische gronden. Deze gronden zijn bestemd voor uitoefening van volwaardige en reële veehouderijen en weidebedrijven. Binnen dit deel van het gebied is geen bebouwing toegestaan. Verkeer De bestemming 'Verkeer' is opgenomen voor het (semi)openbaar gebied: het erf. Hier zijn naast verkeersdoeleinden ook groen, parkeervoorzieningen en speelvoorzieningen mogelijk. Water De bestemming ‘Water’ is opgenomen ten behoeve van water en waterhuishouding in het gebied. Voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist. Deze kan alleen verleend worden indien de waarden van de gronden niet onevenredig worden aangetast. Wonen en tuin De woonbebouwing is opgenomen in de bestemming 'Wonen'. Op de verbeelding zijn binnen deze bestemming bouwvlakken aangegeven waarbinnen de hoofdgebouwen dienen te worden gesitueerd.

Daarbij zijn op de verbeelding de maximum goot- en bouwhoogten aangegeven.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

54

Tevens is met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ duidelijk waar woningen aaneengebouwd kunnen worden. De voortuinen hebben de bestemming 'Tuin' gekregen. De realisatie en instandhouding van de hagen uit het inpassingsplan zijn als voorwaardelijke verplichting in het plan opgenomen. Dubbelbestemmingen zijn bestemmingen die dienen ter bescherming van een specifiek ruimtelijk belang. In dit geval de bescherming van de cultuurhistorische waarden. De dubbelbestemming valt over ‘onderliggende’ inhoudelijke bestemmingen heen en houdt beperkingen in voor de bouw- en of gebruiksmogelijkheden van die gronden. Het plan kent de volgende dubbelbestemmingen: Leiding – water Deze gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding van de waterleiding. Binnen een afstand van 5 m ter weerszijden van de leiding, niet worden gebouwd. Waarde - Archeologie Deze gronden zijn mede bestemd voor behoud en bescherming van de archeologische waarden. De dubbelbestemming geldt naast de enkelbestemming geldt. Voor deelgebied 4 geldt een maximale oppervlakte van 500 m² en diepte van 0,40 m. Met een omgevingsvergunning kunnen grotere en/of diepere bouwwerken worden toegestaan. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet archeologisch onderzoek laten doen. Voor het uitvoeren van de genoemde werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist.

De minimale oppervlakte en diepte zijn dezelfde als die voor bouwwerken gelden Waarde – Landschap – Stelling van Amsterdam Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en/of het herstel van de aldaar voorkomen de dan wel de daaraan eigen landschappelijke waarden. Op deze gronden mag niet worden gebouwd. Voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist. Deze kan alleen verleend worden indien de genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden aangetast

6.4

Handhaving

De Wet ruimtelijke ordening bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een belangrijk juridisch aspect in de uitvoering van het plan is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen ‘vasthouden’. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: de grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In het bestemmingsplan is in dit verband gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van, in het bijzonder, de planregels van het plan.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=4b93a532-d684-4004-96cd-899bf7c88364