CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Toelichting Kwadijk 16 ow 231116_3

Raadsplein Bespreekronde Ia 20 juni 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Kwadijk 16.20.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

27

Conclusie toets aan provinciaal beleid: De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom van Kwadijk, en is bestaand stedelijk gebied. Op basis van de Omgevingsverordening NH2020 zijn de werkingsgebieden MRA – landelijk gebied en BPL (Bijzonder Provinciaal Landschap) van toepassing. Het bedrijfsterrein Kwadijk 16 is een van de locaties die door de provincie is opgenomen in de ‘Notitie lintbebouwing-probleemlocaties in dorpslinten’. Het woningbouwplan is ambtelijk uitgewerkt met de provincie. De gemeente kan ten behoeve van de vaststelling van dit bestemmingsplan een ontheffing aanvragen van GS. Uit de voorliggende toelichting blijkt dat voorliggend plan past binnen (de strekking van) het provinciaal ruimtelijk beleid. De bestemmingswijziging vormt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering en sluit aan op de ambities uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De beoogde ontwikkeling van 11 woningen is opgenomen in de regionale lijst met ´zachte plannen´ en geeft als plan invulling aan een deel van de bouwopgave in de regio.

3.4

Regionaal beleid Waterland

3.4.1 Regiovisie Waterland 2040 De regio Waterland heeft een ontwikkelkader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kern en vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Hieraan dient het ruimtelijke beleid zoveel mogelijk bij te dragen, zonder het authentieke karakter van het landschap aan te tasten. De regio Waterland maakt qua woningmarkt en werkgelegenheid deel uit van de Metropoolregio Amsterdam en de Randstad. In deze regio is een forse behoefte aan extra woningen. Waterland kan en wil zich daar niet aan onttrekken, maar kiest vanwege het waardevolle landschappelijke karakter en de mobiliteitsproblematiek niet voor grootschalige verstedelijkingsopties. Als regio is er bewust voor gekozen om het bevolkingsaantal niet te laten teruglopen door een kleine kwalitatieve impuls. Een goede en hoogwaardige ruimtelijke ordening, een goede verkeersafwikkeling en het respecteren van de landschappelijke kwaliteiten voorop. Afweging De voorgenomen bestemmingswijziging van het perceel Kwadijk 16 is passend binnen de Regiovisie Waterland 2040.

3.4.2

Woonakkoord Zaanstreek-Waterland

Om samen te werken aan sterke(re) regio’s, moeten gemeenten in de regio’s het samen eens worden over bijvoorbeeld nieuwe woningbouw en de bestaande woningvoorraad. Daarom worden er regionale afspraken gemaakt. De regionale woonafspraken bestaan uit: • woonakkoorden tussen regio en provincie; • regionale woningbouwprogrammeringen met afspraken over woningbouwplannen van de regio (zowel aantallen als segmenten, typen en prijscategorieën). Het Woonakkoord Zaantreek-Waterland is medio 2021 gereed gekomen. De gemeente EdamVolendam heeft de uitgangspunten van het woonakkoord onderschreven. De gemeenten in Zaanstreek-Waterland spraken in de woonagenda 2017 de ambitie uit om tot 2035, 1.500 woningen per jaar te bouwen. De regiogemeenten willen bijdragen aan de Woondeal door te bouwen voor de eigen woningbehoefte en voor een deel voor de MRA-woningbehoefte. Deze woningen bouwen de gemeenten in verschillende woonmilieus, die passen bij de verscheidenheid, en in verschillende prijsklassen en woningtypen. Om de ambitie te realiseren heeft de regio momenteel een plancapaciteit beschikbaar van ca. 16.700 woningen t/m 2024 en bijna 14.000 woningen in de periode 2025 t/m 2029. De focus ligt hierbij op een maximale uitvoering en daarmee de opgave om snel een groot deel van de

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

28

plancapaciteit van zacht naar hard te brengen. Per november 2020 hebben de regiogemeenten voor de bouw van ruim 6.200 woningen (6.208) harde plannen en voor de bouw van ruim 36.000 (36.156) woningen zachte plannen. De regio volgt in nieuwbouw de principes van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ambities uit het woonakkoord zijn meegenomen in de propositie Zaanstreek-Waterland (najaar 2021). Zaanstreek-Waterland biedt ruimte voor meer dan 43.500 woningen in de regio boven het IJ, in de steden en in de kernen van het landelijk gebied. Daarmee kan de regio een bijdrage leveren aan het oplossen van de woningnood en het creëren van betaalbare en toegankelijke woningmarkt in de regio en de MRA. Afweging De regiogemeenten stemmen conform de Omgevingsverordening onderling de bouwproductie af. Leidend in de locatiekeuze voor de woningbouwproductie is de beschikbare plancapaciteit tot 2030. De locatie Kwadijk is meegenomen in de plancapaciteit tot 2030. Gemeenten streven ernaar zoveel mogelijk zachte plancapaciteit om te zetten in harde plancapaciteit. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt een ‘zacht’ plan ‘hard gemaakt. De bouwproductie is gericht op landelijk wonen (conform eerder provinciaal onderzoek). De beoogde ontwikkeling van de locatie Kwadijk 16 sluit qua programmering hier op aan.

Conclusie toets aan regionaal beleid: Voorliggend plan past binnen het regionale afsprakenkader.

3.5

Beleid gemeente Edam-Volendam

Voor zover niet genoemd in hoofdstuk 4 Milieu- en Omgevingsaspecten (o.a. water, groen en ecologie, archeologie, parkeernormen).

3.5.1 Structuurvisie Zeevang 2040 De huidige gemeente Edam-Volendam is een fusie (2016) van de oude gemeente EdamVolendam en de gemeente Zeevang. De structuurvisies van de beide gemeenten zijn met de fusie voor het grondgebied blijven bestaan. In Kwadijk is de Structuurvisie Zeevang 2040 (vastgesteld 13-04-2013) van toepassing. De structuurvisie betreft een ruimtelijke visie in de zin van artikel 2.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor de gehele gemeente. De structuurvisie heeft betrekking op de functies wonen, werken, recreatie, natuur water en voorzieningen. Hierbij wordt aangegeven dat de hoofdopgaven binnen de gemeente de zorg voor een duurzaam landbouwkundig gebruik (als drager van het landschap), behoud en ontwikkeling van natuurwaarden, een optimale waterhuishouding, verbeteren van recreatieve mogelijkheden (wandel-fietsroutes), bescherming van cultuurhistorische patronen en elementen, en de woningbouwopgave zijn.

De hoofdlijnen op het gebied van wonen in de structuurvisie zijn: • wonen is de belangrijkste drager van de dorpskernen en -linten; • voorzien in voldoende woningbouw (overwegend lokale vraag) bij kleine kernen (uitleglocatie en zogenaamde bufferwoningen), in verband vitaliteit en leefbaarheid en basis voorzieningen, vraaggestuurd bouwen voor starters; • vervangende woningbouw op herstructureringslocaties, daar waar zich ontwikkelingen voordoen; • herinvulling van vrijkomende (agrarische) locaties met woningbouw passend in de karakteristiek van het lint; • passend bij de schaal en aard van Zeevang als “authentiek stukje Waterland”. Kwadijk De openheid naar de polder aan de noordzijde van dit lint dient behouden te blijven. De zuidzijde van het lint is sterker ontwikkeld dan de noordzijde. In het lint zijn reeds enkele grotere agrarische

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

29

bedrijven gevestigd zoals een melkveehouderij en maneges. Het gebied tussen het lint en de N244 langs de noordzijde van Purmerend is een buffer tussen het stedelijk gebied van Purmerend en het dorpse landelijke Zeevang. Door verbreding van de N244 zal de druk op dit overgangsgebied voor vestiging van bedrijven wellicht worden vergroot. Vanuit het bufferwoningenbeleid is er ruimte voor woningbouw in hart van Kwadijk nabij de kerk. Afweging Het planvoornemen behelst vervangende woningbouw op een vrijkomende bedrijfslocatie in het dorpslint van Kwadijk, ten zuiden van de Kwadijk, en is daarmee beleidsmatig in lijn met de structuurvisie. In ruimtelijke zin wordt aan de voorzijde van het perceel met een gedeelde stolp aangesloten op de structuur van het dorpslint. De bebouwing op de achterzijde van het perceel past daarentegen niet in de karakteristiek van het lint, zoals dat als voorwaarde in de structuurvisie wordt meegegeven. De tweedelijns bebouwing van negen woningen op het achter terrein grenst bovendien aan de landschappelijke buffer tussen Kwadijk en Purmerend, maar beperkt zich wel tot een gedeelte van het terrein dat door het aannemingsbedrijf in de bestaande situatie in gebruik is en ingericht is.

Daarmee wordt een compromis gevonden tussen een ongewenste ruimtelijke ontwikkeling (de realisatie van tweedelijns bebouwing), maar wordt wel een verbetering van de leefomgeving van het dorpslint en een verbetering van de landschappelijke buffer tussen Kwadijk en Purmerend gerealiseerd. Bovendien kan invulling worden gegeven aan volkshuisvestelijke doelstellingen van de gemeente. In ruimtelijke opzicht wordt aansluiting gezocht bij de hoofdopzet van karakteristieke agrarische erven, waardoor er ruimtelijke geen sprake is van tweedelijns bebouwing maar van één samenhangend (woon-)erf.

3.5.2 Woonvisie 2022-2025 De gemeente Edam-Volendam heeft als taak om te zorgen voor voldoende en geschikte huisvesting in de gemeente. De gemeente vindt het belangrijk om tot een evenwichtige opbouw van bevolking en woningvoorraad te komen. Hierbij gaat kwaliteit boven kwantiteit. Het streven is een hoogwaardig en veilig leef-, woon- en werkmilieu, dat duurzaam van kwaliteit is. Dit betekent investeren in de ruimtelijke kwaliteit, aandacht voor de bestaande wijken, uitgaande van een levensloopbestendige, veilige, schone en duurzame leefomgeving. Inwoners en nieuwe bewoners van de gemeente moeten hun woonwensen en wooncarrière kunnen invullen, waarbij rekening wordt gehouden met hun financiële mogelijkheden, gezinssamenstelling en zorgbehoefte. De woonvisie is uitgewerkt aan de hand van vier centrale thema's: 1. woningbouwopgave 2. betaalbaar huren 3. kwaliteit bestaande woningen 4. wonen met zorg De komende jaren zal de groei van de gemeente blijven doorzetten. Dat komt door een positief geboortesaldo, maar ook door de gezinsverdunning. Door meerdere factoren (vergrijzing, maar ook meer alleenstaanden die als starter de woningmarkt opgaan) neemt het aantal één en tweepersoonshuishoudens de komende jaren toe ten opzichte van de gezinnen met kinderen.

De vraag naar woningen komt ook door een toenemend aantal vestigers vanuit andere gemeenten (in de eerste plaats Amsterdam, maar ook uit Purmerend, Waterland en Zaanstad). De grootste huishoudensgroep zijn gezinnen met kinderen. Dat zal ook in de toekomst zo blijven. Maar de grootste groei zal plaatsvinden bij de oudere 1+2 persoonshuishoudens. Voor ouderen wordt ingezet op een gevarieerd programma aan levensloopgeschikte woningen; betaalbare koopwoningen, sociale huur, maar ook middeldure huur. Voor starters wordt ingezet op realisatie van betaalbare koopwoningen. In iedere kern moet ruimte zijn en blijven voor uitbreiding van de woningvoorraad. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de drie grote kernen (Edam, Volendam en Oosthuizen) en de

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

30

overige kernen. Bij het invullen van de woningbouwopgave wordt primair ingezet op het bouwen op inbreidingslocaties. Kwadijk Woningbehoefteonderzoek kwantitatief, kwalitatief gericht op de drie grote kernen: Volendam, Edam en Oosthuizen. De woningbouwopgave voor de kleine kernen is relatief beperkt en is maatwerk op locatieniveau. In Kwadijk zijn er de afgelopen jaren -ondanks een duidelijke woningbehoefte- relatief weinig woningen opgeleverd. In de komende jaren wil de gemeente extra aandacht hebben op het realiseren van woningen in deze kern, en zet het primair in op inbreidingslocaties. Naast de Stationslocatie (plan in uitvoering) is de herstructureringslocatie Kwadijk 16 in beeld. Kwadijk 16 is een inbreidingslocatie en biedt de kans om een bedrijfslocatie te transformeren tot wooonbestemming. Nieuwe plannen worden door de gemeente getoetst aan de geïnventariseerde woningbehoefte (op basis van periodiek woningmarktonderzoek). Op basis van de monitor woningbouw is de bruto plancapaciteit in de regio naar prijsklasse als volgt:

tabel 3. Bruto plancapaciteit 2022-2029 naar prijsklasse

De ambitie is om een aantal woningen in sociale koop, onder € 300.000 te realiseren. Juist in het onbekende deel is de verwachting dat het programma nog niet vastligt en dat daardoor voldoende mogelijkheden zijn om het aandeel betaalbaar in lijn te brengen met de doelstelling. Afweging De beoogde ontwikkeling betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling in Kwadijk. De doelgroep van de woningen is gezinnen met kinderen of huishoudens met kantoor aan huis, die niet in de Vinex maar wel nieuwbouw willen wonen in buitengebied. Het plan voorziet in een sanering van een bedrijfslocatie, gelegen binnen het bestaande bebouwingslint van Kwadijk, maar niet direct in de dorpskern. Het koopprogramma > € 355.000 is hierbinnen passend. Het plan voldoet daarmee aan de kwalitatieve vraag en Kwadijk en past binnen de gemeentelijke Woonvisie. Met de woningen op het terrein wordt invulling gegeven aan de doelstellingen van de Woonvisie van Gemeente Edam-Volendam.

3.5.3 Welstandsnota Het welstandsbeleid van de gemeente Edam-Volendam is neergelegd in de Welstandsnota 2017, die in feite een samengevoegd welstandsbeleid van de gemeente Edam-Volendam en (voormalige) gemeente Zeevang behelst. Met welstandstoezicht regisseert de gemeente het uiterlijk van de stad; het doel is om een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de ruimte. Cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden worden daarbij benoemd en kunnen zodoende een rol spelen bij ontwikkelingen. Er is sprake van zowel een gebiedsgerichte als een objectgericht aanpak met bijbehorende criteria. Het plangebied valt onder het gebiedstype 'Dorpslint'. In het specifieke gebiedstype M3 'Kwadijk' geldt een regulier welstandsniveau. Het welstandstoezicht moet een bijdrage leveren aan het behoud van de bestaande stedenbouwkundige, architectonische en culturele kwaliteit van Kwadijk. Voorkomen moet worden dat nieuwe toevoegingen leiden tot een aantasting van de bestaande structuur. Afweging Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

31

Het planvoornemen is niet in strijd met de geldende welstandsnota. De uiteindelijk planuitwerking wordt beoordeeld door de welstands- en monumentencommissie van de gemeente.

3.5.4 Omgevingsvisie Edam-Volendam (ontwerp) Gemeente Edam-Volendam werkt aan een Omgevingsvisie voor de gehele gemeente. In de omgevingsvisie zijn alle onderwerpen die met de leefomgeving te maken hebben opgenomen. Het concept van de visie is op 13 april tot en met 24 mei 2022 ter inzage gelegd. Met het invoeren van de omgevingsvisie wil de gemeente drie dingen bereiken: 1. Een goede leefomgeving in Edam-Volendam 2. Een duidelijke visie voor de toekomst van Edam-Volendam 3. Ruimte voor initiatief In de visie worden vijf hoofdthema's genoemd die de rode draad vormen voor de verdere uitwerking van de visie. • krachtige kernen en linten • werken aan ondernemen • ontspanning binnen handbereik • zorg voor water en land • klaar voor transitie Het planvoornemen valt onder het thema krachtige kernen en linten. Uitgangspunt bij dit thema is dat de kernen en dorpslinten binnen de gemeente krachtig en leefbaar zijn. Edam-Volendam maakt zich daarom hard voor voldoende geschikte woonruimte, een goede openbare buitenruimte, voldoende voorzieningen en maatschappelijke verbondenheid. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van grondgebonden woningen in betaalbaar en middelduur segment en levert daarmee een bijdrage aan voldoende geschikte woonruimte in de gemeente. Naar verwachting wordt de definitieve omgevingsvisie van Edam-Volendam vervolgens medio 2023 vastgesteld.

Conclusie toets aan gemeentelijk beleid: De ontwikkeling van het beoogde plan is binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid dat reeds jaren in Zeevang van toepassing is.

3.6

Conclusie beleidskader

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. • Op basis van het nationaal beleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Amvb Ruimte) zijn er geen bezwaren tegen het ontwikkelen van de locatie. Met de ontwikkeling van de planlocatie wordt op basis van de SVIR geen nationaal belang geschaad. De Stelling van Amsterdam zijn in het Barro aangewezen als ‘erfgoed van universele waarde’. Het plan beoogt de realisatie van 11 nieuwe woningen, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. • De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom van Kwadijk, en is bestaand stedelijk gebied. Op basis van de Omgevingsverordening NH2020 zijn de werkingsgebieden MRA – landelijk gebied en BPL (Bijzonder Provinciaal Landschap) van toepassing. Het bedrijfsterrein Kwadijk 16 is een van de locaties die door de provincie is opgenomen in de ‘Notitie lintbebouwingprobleemlocaties in dorpslinten’. Het woningbouwplan is ambtelijk uitgewerkt met de provincie. De gemeente kan ten behoeve van de vaststelling van dit bestemmingsplan een ontheffing aanvragen van GS. Uit de voorliggende toelichting blijkt dat voorliggend plan past binnen (de strekking van) het provinciaal ruimtelijk beleid.

De beoogde ontwikkeling van 11 woningen is opgenomen in de regionale lijst met ´zachte plannen´. • De ontwikkeling van het beoogde plan is binnen het integrale ruimtelijke kwaliteitsbeleid in de Zeevang en de gemeentelijke Woonvisie.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

32

4.

OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Algemeen

Een belangrijk onderdeel van de verantwoording vormt de afweging van de milieuaspecten (geluid, luchtkwaliteit etc.) en de omgevingsaspecten (water, natuur, cultureel erfgoed etc.). Op basis van het voorgenomen gebruik en de beoogde planlocatie zijn de volgende omgevingsaspecten nader onderzocht: duurzame ruimtelijke ontwikkeling (toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking), watercompensatie, bodemkwaliteit, geluidhinder, natuurbescherming, m.e.r.-plicht. De resultaten van het onderzoek zijn in dit hoofdstuk verwoord. Ook de hier nog niet genoemde omgevingsaspecten zoals duurzaamheid, verkeer en parkeren, archeologie, cultureel erfgoed, externe veiligheid, m.e.r.-beoordeling worden beschreven.

4.2

Duurzaam ruimtegebruik

4.2.1 Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking Het plan beoogt de realisatie van 11 nieuwe woningen. De in het plan voorziene ontwikkeling kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. Het betreft een duurzame ruimtelijke ontwikkeling omdat een bestaande bedrijfslocatie wordt getransformeerd naar een woonerf en agrarisch landschap. In lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking is bij deze ontwikkeling sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik.

4.2.2 Duurzaamheid en energiebesparing Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. De eisen aan de particuliere woningbouw staan beschreven in het Bouwbesluit. Het is van belang om al in een vroeg stadium duurzaamheid te zien als integraal onderdeel van de nieuwbouw en de duurzaamheidsambities vanuit het gemeentelijk beleid over te brengen aan de initiatiefnemer. Voor vragen op het gebied van duurzaam (verbouwen, energiebesparing of energie opwekken) kunnen inwoners en ondernemers tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Edam-Volendam participeert hierin. Het bouwplan beoogt de realisatie van 11 toekomstgerichte woningen, met een hoge mate van (woon-)comfort en een zo laag mogelijk energieverbruik. Enerzijds wordt dat bereikt met een duurzaam ontwerp van de plattegrond, anderzijds biedt techniek oplossingen. Dit gebeurt door: • er wordt gebouwd voor de komende 50-100 jr, met gebruikmaking van duurzame bouwmaterialen; • vanaf 2020 mogen alleen nog energieneutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd (EPC 0); • aardgasloos bouwen is vereist.

De woningen worden voorzien van laagtemperatuurverwarming in combinatie met warmtepomp systemen en extra fotovoltaïsche zonnepanelen; • tevens wordt de isolatiewaarde van de woningen verzwaard. Conclusie: Met de herstructurering van een bestaande bedrijfslocatie is er sprake van duurzaam ruimtegebruik. Het voorliggende bestemmingsplan staat duurzaamheid niet in de weg, en andersom ook niet. Geconcludeerd wordt dat in onderhavige situatie sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

33

4.3

Watertoets

De planlocatie valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Wateradvies korte procedure Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) is aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) op 20 maart 2023 gevraagd een reactie te geven op het plan (zie bijlage 2. Watertoets 20 maart 2023’). In dit advies staan de maatregelen die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier adviseert om wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Op basis van de door de aanvrager/initiatiefnemer ingevoerde gegevens heeft het hoogheemraadschap een aantal opmerkingen. Daarnaast is er een aantal aspecten die HHNK graag in de uitwerking van het plan verwerkt willen zien. Aspecten in het plan hebben een zodanig invloed op de belangen van het hoogheemraadschap dat de korte procedure moet worden gevoerd. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.

Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Integraal en doelmatig waterbeheer is mogelijk door slim samen te werken. HHNK geeft hier invulling aan in het Waterprogramma door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van HHNK te vinden zijn (https://www.hhnk.nl/keur/). Waterlopen De bestaande waterstructuur wordt met deze ontwikkeling behouden. Het bestaande slotenpatroon vormt een van de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Alle werkzaamheden binnen een zone van 5 meter van de insteek van waterlopen zijn vergunningplichtig, omdat deze invloed kunnen hebben op de water aan- en afvoer, waterberging of het onderhoud. Verharding en compenserende maatregelen Het bedrijfsterrein is op dit moment bijna volledig verhard.

Met beoogde woningbouwontwikkeling zal het terrein deels ´ontharden´. Er hoeven geen compenserende maatregelen te worden genomen. Waterkwaliteit en riolering Afvalwater zal worden afgevoerd via het bestaande rioolstelsel. De capaciteit van dit stelsel is afgestemd op de voormalige functie in dit gebied en is daarmee voldoende. Schoon water wordt afgevoerd op bestaande sloten. De waterkwaliteit wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater in de omgeving. De ontwikkeling heeft geen verslechtering van de waterkwaliteit tot gevolg. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt bij alle bouwplannen een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK'shoudende bouwmaterialen. Conclusie: Ten aanzien van het aspect water zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

34

afb.13 Waterlopen en kunstwerken in omgeving Kwadijk 16 (bron: legger HHNK 2022)

4.4

Bodemsituatie

In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart gebracht te worden. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daarbij is wettelijk bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers en het milieu. Voor een bestemmingsplanwijziging is het dan ook noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. Gezien het huidig gebruik is er een sterk vermoeden van grondvervuiling op de locatie. Op de locatie is een (water-)bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3. Milieukundig onderzoek Kwadijk 16 te Kwadijk, Grondslag, 26 september 2022).3 Onderzoeksresultaten De milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem en het puin ter plaatse van de onderzoekslocatie Kwadijk 16 te Kwadijk is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Chemisch bodemonderzoek

3

In het onderzoek zijn zowel Kwadijk 14 als Kwadijk 16 onderzocht. De boorpunten 18, 19 en 20 vallen buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan Kwadijk 16.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

35

Gezien de resultaten van voorgaand onderzoek en het feit dat de gehele locatie opgehoogd is met puin, kunnen matige tot sterke verhogingen aan zware metalen en PAK niet worden uitgesloten. De locatie wordt derhalve aangemerkt als verdacht voor het voorkomen van deze parameters. Voor het voorkomen van andere verontreinigingen wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als onverdacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een nietlijnvormige heterogeen verdachte locatie (VED-HE-NL)" van de NEN 5740. De geanalyseerde puinmonsters zijn indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit beoordeeld als NV-Bouwstof. De fijne puinfractie (< 2cm) van het mengmonster NENP02 is indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit beoordeeld als ‘niet toepasbaar’ op basis van een te hoog gehalte aan minerale olie en PAK. De aangetroffen AVI-slakken ter plaatse van boring 18 en 19 zijn beoordeeld als NV-bouwstof verruimd. De resultaten van het chemisch bodemonderzoek zijn als volgt: De olieverontreiniging ter plaatse van de kleine loods is geactualiseerd en wederom aangetoond. Ter plaatse van boringen 22, 23 en 25, die in de loods zijn verricht, zijn sterke verhogingen gemeten minerale olie. Op basis van visuele waarnemingen wordt gesteld dat de sterke olieverontreiniging ook voorkomt in bodemlagen met een sterke oliewaarneming ter plaatse van boringen 21 en 24.

In de ondergrond van boring 12 is eveneens een sterke verhoging gemeten aan minerale olie. Ter plaatse van boring 15 is een matige verhoging gemeten aan minerale olie, alsmede een matige verhoging aan koper. Onbekend is of de sterke olieverontreiniging van boring 12 onderdeel uitmaakt van de olieverontreiniging in de kleine loods, of dat hier sprake is van een andere olievlek. Ter plaatse van de boringen met een oliewaarneming zijn in het grondwater hooguit lichte verhogingen gemeten aan olie en aromaten. Omdat de tussenwaarde niet wordt overschreden is er geen sprake van een ‘mobiele’ olieverontreiniging. Er kan op basis van de huidige gegevens al gesteld worden dat er op de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging met minerale olie. Er is echter nog geen zicht in de omvang van de verontreiniging(en) in horizontale en verticale zin. De gestelde hypothese dat op het overig deel van het perceel matige tot sterke verhogingen aan metalen en/of PAK worden verwacht, is bevestigd. In de puinhoudende bodemlagen ter plaatse van boring 18, 19 en 20 is een sterke verhoging gemeten aan lood. Voor koper en zink wordt de tussenwaarde overschreden. Er is mogelijk sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met lood, koper en/of zink.

Asbestonderzoek Op basis van het vooronderzoek kan een bodem- en puinverontreiniging met asbest niet worden uitgesloten Het chemisch bodemonderzoek wordt gecombineerd uitgevoerd met een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 voor grond en de NEN 5897 voor puin. Het onderzoek volgt de strategie voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging van de NEN 5707. De gestelde hypothese dat de puinhoudende grond en de puinlagen verdacht zijn op het voorkomen van asbest, is bevestigd. Ter plaatse van inspectiegaten 09, 16 en 23 is asbest in de grove fractie aangetoond. Van deze inspectiegaten is tevens individueel de fijne fractie geanalyseerd. Alleen in inspectiegat 16 is asbest in de fijne fractie gemeten. Voor inspectiegaten 09 en 23 (respectievelijk puin en grond) is de toetswaarde voor nader onderzoek overschreden. In inspectiegat 16 is asbest aangetoond in een gehalte die de toetswaarde voor nader onderzoek niet overschrijdt. In het mengmonster van de puinhoudende grond ter plaatse van inspectiegaten 18, 19 en 20 is zowel in de grove als de fijne fractie geen asbest aangetoond. Waterbodem Op basis van het vooronderzoek kan een olieverontreiniging van het slib en de onderliggende waterbodem niet worden uitgesloten. Zowel het slib als de vaste waterbodem wordt als verdacht aangemerkt voor het voorkomen van een olieverontreiniging.

Alleen het deel van de sloot ter hoogte van de bekende olieverontreiniging is onderzocht. De waterbodem is onderzocht op het standaardpakket geldend voor verkennend onderzoek in regionale wateren. De resultaten van het waterbodemonderzoek zijn als volgt: Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

36

Er is een mengmonsters van de sliblaag en van de vaste waterbodem geanalyseerd op het standaardpakket voor regionale waterbodems. In het slib en vaste waterbodem zijn enkele verhogingen gemeten. Het slib is als volgt beoordeeld: • Niet toepasbaar op landbodems; • Toepasbaar onder water als klasse A; • Verspreidbaar op een aangrenzend perceel; • Toepasbaar in een ‘Grootschalige Bodem Toepassing’ (GBT) . De venige waterbodem is als volgt beoordeeld: • Toepasbaar op landbodems als klasse Industrie; • Toepasbaar onder water als klasse A; • Verspreidbaar op een aangrenzend perceel; • Toepasbaar in een ‘Grootschalige Bodem Toepassing’ (GBT) De gevolgde onderzoeksstrategie geeft voldoende inzicht in de kwaliteit van de sliblaag en de waterbodem. De resultaten geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. Afweging De verontreinigingen zijn beoordeeld als ‘immobiel’, inclusief de olieverontreiniging. De verontreinigingen kunnen derhalve worden gesaneerd door middel van het aanbrengen van een meter schone leeflaag en/of een verhardingslaag. Om te kunnen beoordelen of dit afdoende is, is een nadere uitwerking van de terreininrichting in een inrichtingsplan noodzakelijk. Afhankelijk van het nieuwe hoogtepeil en de ligging van het toekomstig riool, de kabel- en leidingsleuven etc. kan worden beoordeeld waar er graafwerkzaamheden in de verontreinigingen en puinlagen gaan plaatsvinden.

Op die plaatsen is mogelijk afperkend onderzoek benodigd. Gedacht kan worden aan het nader in kaart brengen van de olieverontreining en/of de asbestverontreinigingen. Indien blijkt dat het peil moet worden verlaagd alvorens de leeflaag en/of verhardingen aangebracht kunnen worden, kan het tevens nodig zijn om de grond aanvullend te onderzoek op PFAS. Om de afvoer van grond en/of puin zo beperkt mogelijk te houden, wordt geadviseerd om het toekomstige peil zo hoog mogelijk te maken. Het huidige peil ligt circa 0,6 à 0,9 meter lager van het wegpeil, na aftrek van gemiddeld 10 cm verharding. Voor exacte maatvoering zijn aanvullende hoogtemetingen nodig. Conclusie: • De milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem en het puin ter plaatse van de onderzoeks-locatie Kwadijk 16 te Kwadijk is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Er is een sterk vermoeden van grondvervuiling op de locatie. • Op basis van de resultaten uit het bodemonderzoek kan worden gesteld dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m³ van de onderzochte grond is tot boven de interventie waarde verontreinigd). • De verontreinigingen zijn beoordeeld als ‘immobiel’, inclusief de olieverontreiniging.

De verontreinigingen kunnen derhalve worden gesaneerd door middel van het aanbrengen van een meter schone leeflaag en/of een verhardingslaag. • Vooraf geldt bij grondwerkzaamheden (roeren / graven / afdekken) dat goedkeuring dient te worden gekregen via een BUS-melding (Besluit Uniforme Sanering) of saneringsplan bij het bevoegd gezag de Provincie Noord-Holland / ODIJmond. • Afhankelijk van het nieuwe hoogtepeil en de ligging van het toekomstig riool, de kabel- en leidingsleuven etc. kan worden beoordeeld waar er graafwerkzaamheden in de verontreinigingen en puinlagen gaan plaatsvinden. Op die plaatsen is mogelijk afperkend onderzoek benodigd. Gedacht kan worden aan het nader in kaart brengen van de olieverontreining en/of de asbestverontreinigingen. • De waterbodem is afdoend onderzocht. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft voldoende inzicht in de kwaliteit van de sliblaag en de waterbodem. De resultaten geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

37

4.5

Erfgoed

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet.

4.5.1 Landschap en cultuurhistorie De locatie ligt in de karakteristieke veenpolder Zeevang in de lintbebouwing langs de Kwadijk. Het betreft een nieuw woonerf op een bestaande bebouwde locatie. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) is geraadpleegd om inzicht te krijgen in de cultuurhistorische waarden van de planlocatie. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie verdeelt en beschrijft 20 ensembles en 10 provinciale structuren die zich onderscheiden in de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van landschap en cultuurhistorie. Ambities en ontwikkelprincipes in de Leidraad geven richting bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van de (algemene) informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie zijn voor de planlocatie Kwadijk 16 cultuurhistorische aspecten die via het ruimtelijke traject worden beschermd van belang, zoals de stolpenstructuur, de Stelling van Amsterdam, het karakteristieke landschapspatroon (lintbebouwing in een veenweidepolder) en de ruimtelijke context van de planlocatie. Verantwoording landschap en cultuurhistorie De algemene ambitie volgens de Leidraad is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek, • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

De beoogde planontwikkeling ondersteunt op de volgende wijze de ruimtelijke kwaliteit in de (zie hiervoor ook hoofdstuk 2.3): • ten behoeve van de waterhuishouding wordt een nieuwe waterloop rond en langs het perceel gegraven. Deze sluit aan op het historische verkavelingspatroon en vormt daarmee een verbetering van de kernkwaliteit; • de ontwikkeling leidt niet tot verdichting in het lint. Er is op dit moment grootschalige bedrijfsbebouwing op het terrein aanwezig. Dit wordt vervangen door (kleinere) woningen¸ waarbij centraal op het terrein een zichtlijn vanaf de Kwadijk op het achterliggende weidelandschap wordt vrijgehouden; • door het achterste deel van het bedrijfsterrein weer in te richten als weidelandschap wordt het habitat voor de weidevogels wordt met beoogde ontwikkeling vergroot; • doordat de bebouwing de huidige bebouwingsgrens van het bedrijfsterrein aanhoudt, verandert de verstoringszone door gebouwen en wegen niet. Dit vormt geen aantasting van de kernkwaliteit; • bestaand doorzicht in de lintbebouwing blijft behouden; • stolp en erfbebouwing worden in samenhang ontworpen. De erfbebouwing is in volume en uitstraling ondergeschikt aan de nieuwe stop in het lint.

De diepte van het erf komt overeen met de aanwezige diepte van de erven aan de zuidzijde van Kwadijk; Stolpen zijn kenmerkend voor het Noord-Hollandse platteland en geven uiting aan de NoordHollandse agrarische geschiedenis. De stolp was het karakteristieke bouwtype van boerderijen vanaf halverwege de 16e eeuw en is toegepast tot ca. 1950. Veel stolpen zijn rijksmonument of provinciaal monument. het realiseren van een nieuwe stolp met een relatie met het erf en het landschap, in dezelfde hoofdvorm en met hetzelfde volume van de karakteristieke NoordHollandse stolp past binnen het respecteren van de kernkwaliteiten in dit gebied. De beoogde ontwikkeling past daarmee binnen de kwaliteitseisen uit de Leidraad.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

38

4.5.2 Archeologie Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zo nodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De planlocatie heeft in het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Archeologie – waarde 4’. Dit betekent dat voor het roeren van de ondergrond een archeologisch onderzoek moet worden overlegd, indien het bouwwerkzaamheden betreffen dieper dan 0,40 m en een oppervlakte hebben van >500 m2.

Transect heeft in november 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. (zie bijlage 4. Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Transect archeologisch onderzoek & advies, 12 november 2020). Onderzoeksresultaten Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en het waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting. De onderzoeksresultaten van het archeologisch onderzoek zijn als volgt: • Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het noordwestelijke deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd vanwege de aanwezigheid van bebouwing op topografische kaarten uit de 17de en 18de eeuw. In het noordoosten geldt een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd vanwege de ligging langs de Kwadijk, een oorspronkelijk bewoningslint, maar bebouwing ontbreekt op topografische kaarten.

In het zuiden van het plangebied geldt een lage verwachting voor de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd vanwege de afstand tot het bewoningslint. Voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen geldt een lage verwachting vanwege het vermeende ontbreken van bewoonbare omstandigheden in het plangebied. • Op basis van het veldonderzoek kan de hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd in het noordwesten gehandhaafd blijven. In dit deel van het plangebied zijn ophooglagen waargenomen die kunnen worden gerelateerd aan het erf dat op topografische kaarten is afgebeeld. In de rest van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting. In het noordoosten zijn geen ophooglagen waargenomen die samenhangen met bewoning in de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd, maar met het in gebruik nemen van het terrein als bedrijfsterrein in de 20ste eeuw. Verder ontbreken bewoonbaar getijdegeuloevers of veraarde veenlagen. Afweging In het plangebied bestaat het voornemen om het bestemmingsplan te wijzigen om de sloop van de bestaande bebouwing en de nieuwbouw van woningen mogelijk te maken. Op basis van het archeologisch onderzoek geldt in het noordwesten van het plangebied een hoge archeologische verwachting. Op basis van het archeologisch onderzoek moet in dit deel van het plangebied een archeologische waarde in het bestemmingsplan opgenomen worden.

Indien er in deze zone bodemingrepen gepland zijn, is een aanvullend karterend en waarderend onderzoek gewenst. Dit kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor het uitvoeren van een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat door de gemeente is goedgekeurd.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

39

In het grootste deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting. Op basis van het archeologisch onderzoek kan dit deel van het plangebied vrijgegeven worden voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel geldt dat wanneer tijdens de grondwerkzaamheden in het plangebied onverhoopt toch archeologisch relevante zaken tevoorschijn komen, deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 moeten worden gemeld bij het bevoegd gezag (in deze de gemeente Edam-Volendam).

afb.14 Advieskaart: begrenzing archeologische verwachtingen Kwadijk 16 (zie bijlage 4)

Conclusie: Het aspect erfgoed staat de ontwikkeling vooralsnog niet in de weg: • Er staat geen monumentale bebouwing of beplanting op de planlocatie. • De beoogde herontwikkeling past binnen de cultuurhistorische identiteit van de Kwadijk als historische route en drager van ontwikkelingen. Met beoogde ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing ter plaatse verbeterd. • Geadviseerd is om een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren binnen het noordwestelijk deel van het plangebied. Hier geldt een hoge archeologische verwachting. Als leidraad voor de opgraving dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat vervolgens aan het bevoegd gezag ter goedkeuring wordt voorgelegd. Na het opgraven van de archeologische waarden kan de voorgenomen ingreep worden vrijgegeven met betrekking tot het aspect archeologie. • Het overige deel van de planlocatie kent op basis van het onderzoek een lage archeologische verwachting. • Indien bij bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.

4.6

Natuurtoets

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming).

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

40

4.6.1 Toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming Ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Groot Eco Advies heeft in oktober 2020, ten behoeve de sloop van de gebouwen op het terrein en de realisatie van 11 nieuwe woningen, een quickscan opgemaakt van de aanwezige natuurwaarden op de planlocatie. De op de planlocatie aanwezige natuurwaarden zijn als volgt beoordeeld (zie bijlage 5. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, Groot Eco Advies, 16 oktober 2020): Soortenbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de locatie geen potenties heeft voor beschermde soorten als Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Wel zijn potenties aanwezig voor de Rugstreeppad. Een waarneming uit de directe omgeving onderschrijft dit. Onderzoek naar de Rugstreeppad is noodzakelijk. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op minder dan 100 meter van het Natura 2000-gebied Zeevang en op ruimere afstand van de Natura 2000-gebieden Wormer- en Jisperveld (5.500 meter), IJsselmeer (5.000 meter) en Eilandspolder (8.100 meter). NNN-gebied ligt op 700 meter. De locatie grenst direct aan weidevogelleefgebied. Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging ten opzichte van de betrokken Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht op voorhand uit te sluiten.

In het kader van de stikstofproblematiek is wel nadere toetsing met betrekking tot stikstofdepositie noodzakelijk.

afb.15 Overzicht omliggende Natura 2000-gebieden

4.6.2 Aanvullend onderzoek Rugstreeppad In 2023 is door Groot Eco Advies aanvullend onderzoek uitgevoerd ten behoeve van nader onderzoek naar aanwezigheid van de Rugstreeppad (zie bijlage 6). Voor de inventarisatie is gewerkt volgens de soortinventarisatie-protocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie januari 2023) van het Netwerk Groene Bureaus (Netwerk Groene Bureaus, 2023). Tijdens drie avond-/nachtrondes is geluisterd naar kooractiviteit en gezocht naar eisnoeren, larven en juvenielen met behulp van geluidsnabootsing. Tijdens vier dagbezoeken zijn de oevers afgezocht op rondkruipende en onder zwerfvuil weggescholen individuen. Tijdens de inventarisatie zijn geen exemplaren van de Rugstreeppad aangetroffen. Er behoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming te worden aangevraagd. Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

41

4.6.3 Nader onderzoek stikstofdepositie Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof is een stikstofberekening gemaakt met behulp van de meest recente versie van het rekenprogramma AERIUS. AERIUS berekent de stikstofdepositie als gevolg van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden (zie bijlage 7. Stikstofberekening met AERIUS2023, Groot Eco Advies, 12 oktober 2023, bijlage 8. AERIUS2023 projectberekening aanlegfase 20231012 en bijlage 9. AERIUS2023 projectberekening gebruiksfase 20231012). Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden: de sloop- en aanlegfase (bouw) en de gebruiksfase (verkeersbewegingen van bewoners). De ontwikkeling is verantwoord. Uit de berekeningen blijkt dat de beoogde ontwikkeling in de realisatiefase als in de ontwikkelingsfase niet leidt tot een stikstofdepositie die hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Een vergunning of ontheffing is niet nodig. Hieruit volgend kan geconcludeerd worden dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan. Conclusie: • Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. De ontwikkeling is verantwoord. Een voortoets is niet noodzakelijk.

Uit de project berekeningen van de stikstofdepositie blijkt dat de beoogde ontwikkeling zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Een vergunning of ontheffing is niet nodig. • Op de planlocatie is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de Rugstreeppad. Deze zijn niet aangetroffen. Voor het overige beschermde soorten heeft het plangebied geen potenties. • Daarnaast is een belangrijk aspect van de flora- en faunawet het voorzorgsbeginsel. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft.

4.7

Geluidhinder

Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het realiseren van geluidsgevoelige objecten onderzocht worden of aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Voor beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Andere geluidsbronnen zijn niet van toepassing. Het akoestisch onderzoek uitgevoerd door HGO advies omvat het inzichtelijk maken van de geluidsbelasting op de te realiseren woningen op het perceel ten gevolge alle relevante wegen (alle wegen incl. 30 km/h) in de omgeving (zie bijlage 10. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, HGO advies, 27 december 2022). Dit betreft het verkeer op de wegen Kwadijk en de provinciale weg N244 Onderzoeksresultaten Door middel van het akoestisch onderzoek zijn de maximale gevelbelastingen ten gevolge van bovengenoemde wegen vastgesteld. Gebleken is dat de geluidsbelasting wegverkeer van de Kwadijk maatgevend is. De geluidsbelasting van de N244 is door de afstand tot het plangebied niet relevant gebleken en bedraagt maximaal 46 dB (incl. Art 110g Wgh).

Aangezien de Kwadijk een 30 km/h weg betreft is wettelijke toetsing aan de Wet geluidhinder en het vaststellen van hogere grenswaarden niet aan de orde. De maximale waarde Wet geluidhinder voor nieuwbouw in binnenstedelijke situaties bedraagt 63 dB. De hoogst berekende geluidsbelasting excl. Art. 110g Wgh bedraagt voor deze situatie 58 dB op de gevel van de stolp ten gevolge van de Kwadijk. (Bij toepassing van de aftrek Art. 110g Wgh bedraagt de geluidsbelasting 53 dB.). Gelet op deze geluidsbelasting wordt indien getoetst aan de Wet geluidhinder voldaan aan de maximale hogere grenswaarde wegverkeerslawaai. Wel

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

42

wordt hierbij de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai zijnde 48 dB overschreden. Als plafondwaarde voor de goede ruimtelijke ordening is eveneens de maximale geluidsbelasting Wet geluidhinder voor nieuwbouw in binnenstedelijke situaties gehanteerd, zijnde 63 dB incl. Art. 110 Wgh. Gelet op de hoogst berekende geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer op de Kwadijk, wordt aan deze plafondwaarde voldaan. De conclusie luidt dat de ontwikkeling voldoet aan het aspect goede ruimtelijke ordening. Cumulatie De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (excl. Art 110g Wgh) bedraagt maximaal 58 dB op de noordgevel van de stolp. Hiermee wordt voldaan aan de gehanteerde plafondwaarde van 65 dB. Gevelisolatie De benodigde gevelisolatie voor de stolp bedraagt hierbij maximaal 25 dB. Voor de overige woningen wordt volstaan met de wettelijke gevelisolatie-eis van 20 dB. Geluidmaatregelen Kwadijk Voor de geluidsbelasting ten gevolge van de Kwadijk dienen wettelijk geen geluidsmaatregelen te worden overwogen aangezien het hier een 30 km/h weg betreft die niet onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder valt. In het kader van de goede ruimtelijke ordening kan alsnog een overweging plaatsvinden over eventueel te nemen geluidsmaatregelen. Dit betreft, gelet op de berekende geluidsbelasting, alleen de stolp. Voor de overige woningen blijft na toepassing Art.

110g Wgh de geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde wegverkeerslawaai. De Kwadijk is deels uitgevoerd in een klinkerwegdek in keperverband met een afwijkend toepassing van de klinkers voor de fietssuggestiestroken. De effectiviteit van een geluidsreducerend wegdek zal er niet toe leiden dat alsnog aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt voldaan. Tevens is er voor het gehele dorpslint van de Kwadijk sprake van een 30 km/h regime waarbij de geluidsreducerende werking van een dergelijk wegdek bij deze lage snelheid niet efficiënt zal zijn. De kosten van de aanpassing van het huidige wegdek naar geluidsreducerend wegdek zullen hoog zijn ten aanzien van het aantal te beschermen woningen (1). Tevens zal er ter plaatse van de overgang asfaltklinkers een duidelijk herkenbare geluidspiek ontstaan. Ten gevolge van de vele afslagen naar de verschillende woonerven zal er sprake zijn van veel wringend verkeer waardoor de kwaliteit van dit type asfalt sneller verminderd aangezien dit aanzienlijk aan slijtage onderhevig zal zijn. Overdrachtsmaatregelen in de vorm van geluidschermen zijn stedenbouwkundig /technisch onvoldoende inpasbaar gelet op de situatie ter plaatse en financieel niet doelmatig. Gevelmaatregelen in de vorm van balkons zijn niet realistisch gelet op het karakter van de stolpwoning en aangezien het hier een grondgebonden woning betreft.

Hogere waarde beleid De gemeente Edam- Volendam kent een hogere waarde beleid vastgesteld 1 januari 2007. Hierin zijn de volgende voorwaarden voor toekenning hogere waarden opgenomen: a. de woningen worden buiten de bebouwde kom verspreid gesitueerd; b. de woningen zijn ter plaatse noodzakelijk om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; c. de woningen vullen een open plaats tussen de aanwezige bebouwing op; d. de woningen worden gesitueerd ter vervanging van bestaande bebouwing; e. de woningen zijn in een dorpsvernieuwingsplan opgenomen. Aangezien de geluidsbelasting van de N244 de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai niet overschrijdt is er geen sprake van de vaststelling van hogere waarden en is er om deze reden toetsing aan het gemeentelijk hogere-waarde-beleid niet aan de orde. Wel zijn de berekende gevel-belastingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening getoetst aan de aanwezigheid van een ‘geluidsluwe gevel’ (≤ 48 dB incl Art. 110g Wgh), en de gecumuleerde geluidsbelasting (max. 65 dB). Hieruit blijkt dat: • ter plaatse van de achtergevels van de stolp en de woningen sprake is van een geluidsluwe gevel, de hoogst berekende geluidsbelasting bedraagt 46 dB (incl. Art 110g) op de woning 3 en 4 ten gevolge van de N244; • de gecumuleerde geluidsbelasting maximaal 58 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de gehanteerde grenswaarde van 65 dB.

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

43

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

44

Conclusie: Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op nieuwe woningen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. De 30 km weg Kwadijk veroorzaakt geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. Deze wegen zijn uitgezonderd van toetsing. Inhet kader van een goed woon- en leefklimaat dient bij de gevelwering van de stolp rekening te houden met de geluidbelasting vanwege de 30 km weg. Ten aanzien van het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.

4.8

Verkeer en parkeren

Toekomstige verkeerssituatie De ontwikkeling heeft extra verkeer tot gevolg, maar dat leidt niet tot een onacceptabele toename van verkeer op de Kwadijk. De Kwadijk is officieel afgesloten voor niet bestemmingsverkeer. Bewoners en bezoekers zijn als bestemmingsverkeer uitgezonderd van de geslotenverklaring. Op basis van onderstaande tabel wordt uitgegaan van een extra verkeersgeneratie van 91 personenauto’s per dag. Deze komen in de plaats van het zware vrachtverkeer dat dagelijks de locatie aan doet. Er is rekening gehouden met het relatief hoge autobezit in Kwadijk. Type woning

Aantal Kencijfer, Verkeersbewegingen per dag Vrijstaande woning 4 Koop huis vrijstaand, niet stedelijk, rest bebouwde kom, 8,6 Twee-onder-1-kap

4

Rijtjeshuis

3

Totaal

Verkeersbewegingen per dag 35

33 Koop twee-onder-1-kap, niet stedelijk, rest bebouwde kom, 8,2 Koop huis tussen/hoek, niet stedelijk, 23 rest bebouwde kom, 7,8 91

tabel 4. Verkeersgeneratie conform normen CROW

De ontsluiting op de Kwadijk is zo ingetekend dat het verkeer op de doorgaande weg voorrang heeft. In stedenbouwkundig opzicht is er sprake van een erf, met een stolpboerderij als hoofdgebouw aan de Kwadijk, en daarachter (ondergeschikte) erfbebouwing. De ontsluiting is vormgegeven als erfpad. Het erfpad is doodlopend, wel is er een toegang tot het achterliggende weiland. De dimensionering van de weg voldoet qua dimensionering voldoet aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid. De uitrit op de Kwadijk is breed en overzichtelijk vormgegeven. De breedte maakt het mogelijk dat auto’s naast elkaar kunnen staan en verminderd het directe inschijnen van koplampen in woningen. Parkeren In het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen Edam-Volendam’ staat beschreven dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk geldt dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Dit wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde bepaalde parkeernormen in de “Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom” (ASVV/CROW). Deels op eigen terrein, deels op het gezamenlijke erf. Type woning

Aantal Kencijfer, parkeren Vrijstaande woning 4 Koop huis vrijstaand, niet stedelijk, rest bebouwde kom, 2,2

Benodigd aantal parkeerplaatsen 8,8

Twee-onder-1-kap

8,4

4

Koop twee-onder-1-kap, niet stedelijk, rest bebouwde kom, 2,1

Toelichting bestemmingsplan ‘Kwadijk 16’, gemeente Edam-Volendam

45

Rijtjeshuis

3

Totaal

Koop huis tussen/hoek, niet stedelijk, 5,7 rest bebouwde kom, 1,9 23

tabel 5. Noodzakelijke parkeerplaatsen conform normen CROW

In het plan worden 16 eigen parkeerplaatsen gerealiseerd, aangevuld met 12 vrij te gebruiken parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Voor de 16 eigen parkeerplaatsen geldt een berekeningsaantal. De parkeerplaatsen op eigen terrein liggen naast elkaar (passeren is mogelijk), dan mag voor twee parkeerplaatsen een factor 1,7 worden gerekend. De berekening van het aantal beschikbare parkeerplaatsen is als volgt: Aantal Rekengetal

Beschikbaar

Vrijstaande woning 8

1,7 per 2

6,8

Twee-onder-1-kap

8

1,7 per 2

6,8

Openbaar gebied

12

12

12

Totaal

25,6

tabel 6. Beschikbare parkeerplaatsen

Er is sprake van een sluitende parkeerbalans. Conclusie: • De herontwikkeling zal beperkt leiden tot extra verkeersgeneratie van personenauto’s in relatie tot de huidige situatie. Daarbij opgemerkt dat in vergelijking met de planologische situatie (bedrijfsterrein) het zwaar verkeer van en naar de locatie verdwijnt. • Het perceel voorziet in parkeren deels op eigen terrein en deel op het gezamenlijk erf. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig. In dit bestemmingsplan is geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. • De beoogde ontwikkeling is op het gebied van verkeersgeneratie en parkeren verantwoord.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, geldt deze Wet en de verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder ten gevolge van deze bedrijven. In bestemmingsplannen wordt gebruik gemaakt van milieuzonering: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals geluid, geur, gevaar en stof. Richtlijnen voor afstanden zijn opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’.De afstanden in de tabel van de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” geven slechts indicatieve informatie en zijn niet als standaard-norm bedoeld. De adviesafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. Milieucategorie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=4b93a532-d684-4004-96cd-899bf7c88364