CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorlopige jaarrekening BsGW 2024

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2026 en -meerjarenraming 2027-2030 BsGW14.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Jaarrekening 2024

Pagina 25 van 42

3. Balans 3.1. Balans per 31 december 2024 Activa (x € 1.000,-)

31 december 2024

31 december 2023

Immateriële vaste activa 1 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

0

0

Totaal immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa 2 Investeringen met economisch nut

39

77

Totaal materiële vaste activa

39

77

39

77

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar 3 Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist

630 14.744

218 7.804

Totaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar

15.374

8.022

Banksaldi 4

-0

0

Totaal liquide middelen

-0

0

Overlopende activa 5 Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

1.372

883

Totaal overlopende activa

1.372

883

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

16.746

8.905

TOTAAL ACTIVA

16.786

8.981

Vaste Activa

TOTAAL VASTE ACTIVA Vlottende activa

Bedrag recht op verliescompensatie krachtens de Wet Vpb 1969 bedraagt € 0,-.

Pagina 26 van 42

Passiva (x € 1.000,-)

31 december 2024

31 december 2023

Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Resultaat boekjaar

1.501 3.723

-2.498 956 -1.293

Totaal eigen vermogen

5.224

-2.835

Voorzieningen Voorzieningen voor te verwachten verplichtingen

2.349

2.449

Totaal voorzieningen

2.349

2.449

Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar 8 Onderhandse lening van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

857

1.143

Totaal vaste schulden

857

1.143

8.431

756

Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar 9 Overige kasgeldleningen Overige schulden

0 7.999

0 7.895

Totaal netto-vlottende schulden

7.999

7.895

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

356

330

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

-

-

Totaal overlopende passiva

356

330

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

8.355

8.224

16.786

8.981

Vaste passiva 6

7

TOTAAL VASTE PASSIVA Vlottende passiva

10

TOTAAL PASSIVA

De aan natuurlijke en rechtspersonen verstrekte borgstellingen of garantstellingen bedraagt € 0,-.

Pagina 27 van 42

3.2. Toelichting op de balans per 31 december 2024 3.2.1. Toelichting algemeen Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. BsGW beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een duurzame waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Van een duurzame waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde.

Een verlies als gevolg van een duurzame waardevermindering wordt direct als een last verwerkt in het overzicht van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het actief. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waar ze betrekking op hebben. Als gevolg van het verbod op het opnemen van voorzieningen en andere verplichtingen uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden dergelijke personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume wordt geen voorziening of andere verplichting verantwoord. De referentieperiode voor het bepalen van een vergelijkbaar volume is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten een periode van vier jaar. Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het Dagelijks Bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.

Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, zijnde de inkoopprijs en bijbehorende kosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag. In navolging van de nota financieel beleid wordt voor investeringen een ondergrens van € 20.000,gesteld aan het activeren van uitgaven. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van de verwachte economische levensduur (netto-methode). Voor activa die gedurende het jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. De immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur van 5 jaar. In de waardering wordt rekening gehouden met duurzame waardeverminderingen indien deze zich voordoen.

Pagina 28 van 42

Materiële vaste activa Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, zijnde de inkoopprijs en bijbehorende kosten. In navolging van de nota financieel beleid wordt voor investeringen een ondergrens van € 20.000,- gesteld aan het activeren van uitgaven. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van de verwachte economische levensduur (nettomethode). Voor activa die gedurende het jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur. Inventaris wordt afgeschreven in 10 jaar en hardware (ICT) in 5 jaar. In de waardering wordt rekening gehouden met duurzame waardeverminderingen indien deze zich voordoen. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen wegens verwachte oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De per balansdatum aanwezige liquide middelen staan ter vrije beschikking aan de gemeenschappelijke regeling. Overlopende activa Overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening. Algemene reserve Algemene reserves zijn reserves waar het bestuur geen specifieke bestemming aan heeft gegeven. De algemene reserve betreft de algemene buffer die de gemeenschappelijke regeling heeft om incidentele nadelen en risico's te kunnen opvangen. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ten behoeve van concrete of specifieke risico’s en verplichtingen die op de balansdatum bestaan en waarvan de omvang onzeker is doch redelijkerwijs in te schatten. Daarnaast worden voorzieningen gevormd voor kosten welke in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Voorzieningen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva Overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Pagina 29 van 42

Wijze van resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld volgens het principe van het ‘Stelsel van baten en lasten’. In het stelsel van baten en lasten worden uitgaven en inkomsten toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben. Onder baten worden verstaan de opbrengsten uit dienstverlening als gemeenschappelijke regeling aan de deelnemers plus de overige baten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Vanwege het onzekere karakter van de opbrengsten worden deze verantwoord op het moment dat de inbaarheid verwacht wordt. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd c.q. de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Resultaatbestemming Conform het BBV worden de mutaties in de reserves, zowel bij de begroting als de jaarrekening, separaat verantwoord. Het jaarrekeningresultaat is hierdoor zowel vóór als na bestemming inzichtelijk.

Pagina 30 van 42

3.2.2. Toelichting per balanspost 1) Immateriële vaste activa (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Boekwaarde begin Investeringen Ingebruikname Subsidies Afschrijvingen

-

651 0 -507 -144

Boekwaarde eind

-

-

2024

2023

Boekwaarde begin Investeringen Desinvesteringen/buitengebruikstelling Subsidies Duurzame waarderverminderingen Afschrijvingen

77 -37

116 -39

Boekwaarde eind

39

77

-301

-264

2) Materiële vaste activa (Bedragen x € 1.000,-) Investeringen met een economisch nut Overige materiële activa:

Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen

3) Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Een voorziening voor incourantheid wordt niet noodzakelijk geacht. De wet schatkistbankieren verplicht alle decentrale overheden om overtollige middelen boven het geldende drempelbedrag in de schatkist aan te houden via een rekening-courantovereenkomst die iedere decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden. Voor BsGW geldt het drempelbedrag van € 1 miljoen. De overtollige liquide middelen worden dagelijks automatisch afgeroomd naar de schatkist. Per einde kwartaal zijn in 2024 de volgende saldi afgeroomd: (bedragen x € 1.000,-) 31 maart 2024 30 juni 2024 30 september 2024 31 december 2024

3.505 4.338 10.267 9.985

Het saldo betreft de belastingontvangsten die kort voor de balansdatum per 31 december zijn ontvangen. Na verwerking in de belastingenadministratie worden de ontvangsten afgedragen aan de deelnemers. De nog af te dragen belastingontvangsten staan voor eenzelfde bedrag vermeld op de creditzijde van de balans. BsGW draagt wekelijks af aan de deelnemers.

Pagina 31 van 42

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren

Bedragen x € 1.000,-

(1)

(2) (3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)

Drempelbedrag

2024 1.000 Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

-

-

-

-

1.000

1.000

1.000

1.000

-

-

-

-

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b)

(4c)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

2024 27.296 27.296

-

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 Drempelbedrag 1.000 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden (5a) middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 92 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten (2) - (5a) / (5b) 's Rijks schatkist aangehouden middelen

4) Liquide middelen (Bedragen x € 1.000,-) Bank

Kwartaal 4 92 -

2024

2023

-

-

In verband met schatkistbankieren is het saldo van de liquide middelen € 0,-

5) Overlopende activa 2024 2023 (Bedragen x € 1.000,-) Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Voorgeschoten personeelskosten Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen projectbijdragen Nog te ontvangen bedragen

2 616 2 752

4 507 81 291

1.372

883

De vooruitbetaalde bedragen bestaan uit in 2024 ontvangen en betaalde facturen die betrekking hebben op 2025.

Pagina 32 van 42

6) Eigen vermogen (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Algemene reserve Bestemmingsreserve Resultaat boekjaar Totaal eigen vermogen

1.501 3.723 5.224

-2.498 956 -1.293 -2.835

Verloop algemene reserve Stand per 1 januari Toerekening resultaat voorgaand boekjaar Toevoeging bestemmingsreserve Dotatie in weerstandsvermogen Stand per 31 december (voor resultaatbestemming)

-2.498 -1.294 5.293 1.501

-2.810 312 -2.498

Het Algemeen Bestuur heeft op 27 juni 2024 besloten om het weerstandsvermogen met € 5,293 miljoen aan te vullen. Verloop bestemmingsreserve Stand per 1 januari Toerekening resultaat voorgaand boekjaar Toevoeging lopend boekjaar Vrijval Onttrekking Stand per 31 december

956 -517 -439 -

500 2.275 -1.819 956

De totale projectkosten AHA vallen uiteindelijk € 517 duizend lager uit dan begroot. Dit heeft er met name mee te maken dat de implementatiekosten lager uitvielen en een risicoscenario zich niet heeft voorgedaan. Daarom valt dit verschil vrij in 2024. € 439 duizend betreft de realisatie van dit project.

Pagina 33 van 42

7) Voorzieningen (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Voorziening proceskosten Voorziening vervroegd pensioen Voorziening verlofsparen Totaal voorzieningen

1.906 19 425 2.349

2.076 21 351 2.449

Voorziening proceskosten (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Stand per 1 januari

2.076

252

Dotatie voorziening 2021 Onttrekking voorziening 2021 Vrijval voorziening 2021

-

-76 -17

Dotatie voorziening 2022 Onttrekking voorziening 2022 Vrijval voorziening 2022

-65 -

-0

-5 -89

Dotatie voorziening 2023 Onttrekking voorziening Vrijval voorziening 2023

1.626 -2.011 -

2.011 -0 -

Voorziening oude jaren

1.626

2.076

De bedragen van de voorziening proceskosten met betrekking tot oude jaren (vóór 2024) zijn volledig besteed. Voor 2023 gekozen om een nieuwe dotatie aan de voorziening te doen omdat nog kosten voor dit belastingjaar worden verwacht. Deze dotatie is echter bestaat uit € 1.325.969,- aan daadwerkelijke proceskosten en € 300.040,- aan verwerkingskosten. Deze verwerkingskosten worden veroorzaakt door de grote hoeveelheid beroepen die behandeld dienen te worden (1.200 openstaande beroepen over belastingjaar 2023). Dotatie voorziening 2024 Onttrekking voorziening

280 -

-

Voorziening 2024

280

-

Dit bedrag bestaat voornamelijk uit de proceskosten voor openstaande beroepen over belastingjaar 2024 (700 beroepen). Stand per 31 december

1.906

2.076

Voorziening vervroegd pensioen (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Stand per 1 januari

21

24

Dotatie voorziening Onttrekking voorziening

-

-3

-3

Stand per 31 december

19

21

In 2015 zijn enkele BsGW medewerkers via stimuleringsmaatregelen vervroegd met pensioen gegaan. Daar waar deze stimuleringsmaatregelen niet eenmalig - via het pensioenfonds - konden worden afgekocht, is een voorziening gevormd voor de uitbetaling van de pensioengelden. Voor de voorziening vervroegd pensioen geldt dat er in 2024 geen sprake is van vrijval. Voorziening verlofsparen (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Stand per 1 januari

351

580

Dotatie voorziening Onttrekking voorziening

73 -

-229

Stand per 31 december

425

351

Pagina 34 van 42

8) Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Stand per 1 januari Aflossing (lening)

1.143 -286

1.429 -286

857

1.143

Stand vaste schulden per 31 december

Voor de financiering van de projectkosten van het Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 is BsGW gemandateerd een lening met een looptijd langer dan een jaar af te sluiten (DB 31-5-2018). Op 4 december 2020 werd een onderhandse lening, in de categorie binnenlandse banken en overige financiële instellingen, afgesloten bij de NWB. De lening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. De jaarlijkse rente bij deze lineair af te lossen lening bedraagt -/- 0,18% (rente baten), jaarlijks achteraf. De totale rentelast voor het begrotingsjaar met betrekking tot de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar bedraagt € 2.057 (vorig begrotingsjaar€ 2.571). De looptijd van de lening is 7 jaar.

9) Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar (Bedragen x € 1.000,-)

2024

2023

Nog te betalen bedragen Nog af te dragen belastingen aan deelnemers Nog te betalen proceskosten Crediteuren Belastingen en sociale lasten

1.093 4.759 36 1.153 958

920 1.985 3.515 623 852

7.999

7.895

2024

2023

139 71 147

330 184 51

356

565

De nog af te dragen belastingen aan deelnemers betreffen de belastingontvangsten die kort voor de balansdatum per 31 december zijn ontvangen.

10) Overlopende passiva (Bedragen x € 1.000,-) Vooruit ontvangen bijdragen deelnemers Vooruit ontvangen projectbijdragen Overige vooruitontvangen bedragen Betalingen onderweg

3.2.3. Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Huurovereenkomst BsGW heeft voor het huidige kantoorpand waarin het is gehuisvest een huurovereenkomst tot en met 31 oktober 2026. De jaarlijks huurprijs bedraagt € 493 duizend (prijspeil 2024). De totale verplichting voor de resterende 22 maanden bedraagt € 931 duizend (prijspeil begin 2025). ICT BsGW heeft langlopende inkoopcontracten met betrekking tot ICT. Het betreft hier contracten voor applicaties (waarderen en belastingen) en hosting. De totale contractwaarde per jaareinde 2024 bedraagt € 3,2 miljoen prijspeil begin 2025).

Pagina 35 van 42

4. Overzicht van baten en lasten 2024 4.1. Overzicht van baten en lasten naar soort Bedragen (x € 1.000)

Rekening 2024

Begroting 2024

Totaal baten Totaal dekkingsmiddelen Totaal saldo middelen

9.322 24.188 33.510

2.175 25.122 27.296

Totaal lasten 1

25.451

27.296

Totaal saldo van baten en lasten

8.059

-

Werkelijke toevoeging aan reserves Werkelijke onttrekking aan reserves 2 Vennootschapsbelasting Gerealiseerd resultaat

-5.293 956 3.723

-

1) Waarvan overhead 2) BsGW is niet vennootschapsbelastingplichtig

7.369

Er zijn geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Rekening 2024

Begroting 2024

Rekening 2023

LASTEN Bruto lonen

10.637

11.834

9.890

Sociale lasten Overige personeelskosten Personeelskosten Huisvestingskosten Afschrijvingskosten ICT kosten Drukwerk Print- en kopieerwerk Portikosten Telefonie en datacomkosten Incassokosten Kosten brongegevens Overige diensten door derden Kostenvergoeding bezwaar en beroep Overige operationele kosten Overige operationele kosten Algemene kosten Onvoorziene kosten Algemene kosten Bank- en girokosten Rentekosten Bank- en rentekosten Vrijval projectresultaat Toevoegingen aan voorzieningen TOTAAL LASTEN

2.952 581 14.170 754 37 3.192 2 377 406 99 1 287 2.294 2.768 89 6.324 785 785 185 3 188 25.451

3.785 723 16.342 889 357 2.775 12 191 590 26 393 982 3.391 114 5.699 589 332 921 280 33 313 27.296

2.859 231 12.980 773 701 5.245 1 194 483 146 1 288 3.285 5.080 2 9.480 889 889 185 6 191 30.258

1.182

13

711

6.563 6.563 1.577 9.322 16.129

2.162 2.175 25.122

729 729 2.039 3.479 26.778

Bedragen (x € 1.000)

BATEN Renteopbrengsten BsGW diensten aan derden Overige opbrengsten Diensten aan derden Opbrengst vervolgingskosten TOTAAL BATEN NETTO KOSTEN

Pagina 36 van 42

Gerealiseerde dekkingsmiddelen Bedragen (x € 1.000) BIJDRAGEN DEELNEMERS Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg aan de Geul Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg Bijdragen in de netto kosten BsGW SALDO VAN BATEN EN LASTEN Bijdrage samenwerkingsportaal Toevoeging aan bestemmingsreserve EXPLOITATIERESULTAAT

Bedragen (x € 1.000) Totaal lasten Waarvan overhead

Rekening 2024

Begroting 2024

Rekening 2023

276 606 247 218 541 575 527 304 250 1.870 973 663 576 419 2.293 391 141 275 699 361 1.033 190 1.797 460 218 306 2.372 211 867 4.862 24.522 8.393 -333

283 621 254 223 554 589 540 311 256 1.916 997 679 590 429 2.350 401 145 281 717 370 1.058 195 1.841 472 224 313 2.430 216 888 4.979 25.122 -

295 648 264 233 577 612 564 324 266 1.984 1.037 706 614 446 2.444 413 151 293 746 385 1.095 203 1.909 489 234 326 2.483 225 917 5.058 25.942 -837

8.059

-

-2.275 -3.112

Rekening 2024

Begroting 2024

Rekening 2023

25.451 7.369 28,95%

27.296 7.903 28,95%

30.258 7.282 24,07%

4.2. Toelichting Structurele lasten (verschil met begroting) Personeelskosten (incl. OOP-taakstelling van € 600 duizend): € 1,6 miljoen (voordeel) De personeelskosten 2024 waren initieel begroot op € 16,3 miljoen. Rekening houdend met de taakstellende kostenreductie vanuit OOP – die grotendeels via een formatiereductie wordt gerealiseerd – bedraagt deze begrotingspost € 15,7 miljoen. De gerealiseerde personeelskosten bedragen € 14,2 miljoen. De afdeling Klantzaken heeft een deel van het formatiebudget ingezet als flexibele schil voor de piekperiode. BsGW maakt dan gebruik van een extern callcenter voor de afhandeling van telefonische vragen naar aanleiding van de aanslagoplegging en de piek rondom dwanginvordering. De daadwerkelijke kosten voor deze flexibele schil in 2024 zijn opgenomen onder de operationele kosten: Overige diensten door derden.

Pagina 37 van 42

Daarnaast zijn in 2024 vacatures (nog) niet of later ingevuld. Voor het realiseren van de OOPtaakstelling worden sowieso niet alle vacatures bij BsGW automatisch opengesteld wanneer medewerkers uit dienst gaan. Om de formatie structureel te kunnen verlagen, wordt gewerkt met flexibele inhuur (zie post Operationele kosten: Overige diensten door derden), die desgewenst kan worden stopgezet. Per saldo leiden bovenstaande zaken tot lagere verwachte personeelskosten, anticiperend op de taakstellende kostenreductie van € 800 duizend in 2025 oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Huisvestingskosten: € 135 duizend (voordeel) BsGW werkt sinds corona hybride. Hierdoor is een verdieping in het huidige kantoorpand nagenoeg volledig buiten gebruik. De hieruit voortvloeiende lagere kosten (facilitaire en onderhouds- en schoonmaakkosten) hebben ertoe geleid dat de huisvestingskosten lager uitkomen dan begroot. Afschrijvingskosten: € 320 duizend (voordeel) Vanwege de implementatie van de nieuwe waarderings- en belastingapplicaties is sprake van lagere afschrijvingskosten. Dit is een incidenteel effect. Vanaf 2025 zal vanwege het werken in een SaaSomgeving vooral sprake zijn van licentie- en abonnementskosten (post ICT-kosten). ICT-kosten: € 417 duizend (nadeel) De ICT-kosten zijn boven begroting uitgekomen, dit vooral door de projecten waarbij voor € 496K aan ICT is uitgegeven.

De kosten voor deze projecten worden zichtbaar in de exploitatie, maar hier staan ook opbrengsten tegenover. Operationele kosten: € 625 duizend (nadeel) De overschrijding op de post Operationele kosten wordt met name veroorzaakt door de post Overige diensten door derden. Naast de zogenaamde flexibele schil voor de afdeling Klantzaken (zie Personeelskosten) worden, zoals gezegd, vacatures niet automatisch 1 op 1 opengesteld. Er wordt eerst gekeken of deze taken (geheel of deels) geautomatiseerd of efficiënter ingericht kunnen worden. Tot die tijd wordt – indien nodig – capaciteit ingehuurd. De post Proceskosten bezwaar- en beroep laat een onderschrijding zien, als gevolg van meerkosten 2023 en minderkosten 2024. Het aantal WOZ-gerelateerde bezwaren en beroepen is in 2024 fors lager dan in 2023.

Dit kan naast de bestendige kwaliteit van de aanslagoplegging ook worden

verklaard door de aanzienlijk lagere gemiddelde WOZ-stijging, de beperkte tariefstijgingen door de gemeentelijke

deelnemers

en

de

gewijzigde

wetgeving.

De

proceskosten

(uitkerings- en

uitvoeringskosten) 2024 blijven binnen de begroting. Het jaar 2023 kende een verdrievoudiging van het ‘gebruikelijke’ aantal beroepszaken, voortvloeiend uit een hausse aan bezwaren in betreffend jaar. Dit, in combinatie met de beperkte capaciteit bij de rechtbank, heeft ertoe geleid dat de afhandeling van de bezwaren niet in 2024 kan worden afgerond. Er is derhalve een aanzienlijke uitloop naar 2025. Veel beroepen zijn ingediend door NCNP-bedrijven. In het kader van de beroepsgang dienen zij de nodige interventieverzoeken in. Ook worden beroepszaken vlak voor of zelfs ter zitting ingetrokken. Uitkeringskosten zijn dan niet langer aan de orde, maar vanwege de voorbereidende werkzaamheden is er wel sprake van (een stijging van de) uitvoeringskosten. De in 2023 getroffen voorziening is niet toereikend maar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen deze meerkosten worden opgevangen door de minderkosten 2024.

Pagina 38 van 42

Zowel voor 2023 als 2024 is de bezwaarfase (financieel) afgehandeld. Voor de nog openstaande beroepen 2023 en de ontvangen beroepen 2024 is een schattingspost opgenomen op basis van de meest recente gegevens en de met de accountant afgestemde methode. Algemene kosten: € 136 duizend (voordeel) De onderschrijding op de post Algemene Kosten wordt met name veroorzaakt doordat de post Onvoorzien in 2024 niet is aangewend. In voorgaande jaren werd deze post als eerste aangewend ter dekking van de hogere dan begrote proceskosten. Bank- en rentekosten: € 125 duizend (voordeel) De bank- en rentekosten komen lager uit, doordat de werkelijk in rekening gebrachte bankkosten lager uitvallen dan begroot en er geen rentekosten in rekening worden gebracht i.v.m. negatieve rente. Structurele baten (verschil met begroting) Overige opbrengsten: € 6,563 miljoen (voordeel) De overige opbrengsten laten een positief incidenteel saldo zien als gevolg van nieuwe opdrachten met betrekking tot de voorkeursvarianten (met ingang van 2026 via KVM), maatwerkoffertes (met ingang van 2025 uit de begroting) en het resultaat van projecten (met name het project AHA).

Opbrengst vervolgingskosten: € 585 duizend (nadeel) Niet alleen de overstap naar een nieuwe belastingapplicatie, maar vooral het effect van de inwerkingtreding van de nieuwe Kostenverdeelmethode per 1 januari 2025 leidt ertoe dat het resultaat van de Opbrengst vervolgingskosten een nadere toelichting behoeft. Tot en met 2024 kwam de Opbrengst vervolgingskosten ten goede aan (de) BsGW(-begroting). Opbrengsten uit eerdere jaren compenseerden nog te ontvangen opbrengsten uit het lopend boekjaar. Hierdoor was de afwijking van de realisatie ten opzichte van de begroting relatief. Nu de Opbrengst vervolgingskosten met ingang van 1 januari 2025 ten goede komt aan de deelnemers ontstaat er per 31 december 2024 een harde grens. Alle invorderingsacties, met een grondslag van 1 januari 2025 of later, worden volgens de nieuwe Kostenverdeelmethode afgehandeld en worden dientengevolge doorgestort naar de deelnemer ten gunste waarvan de belastingopbrengst wordt geboekt. Incidentele baten Renteopbrengsten: € 1,169 miljoen (voordeel) BsGW maakt gebruik van schatkistbankieren. Door het relatief hoge rentepercentage heeft BsGW een aanzienlijke rente ontvangen. 4.2.1. Uiteenzetting financiële positie per programma De jaarrekening omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma.

In het geval van BsGW betreft dit één programma “Lasten heffing en invordering belastingen”. 4.2.2. Wet normering topfunctionarissen (WNT) De regels voor de (semi)publieke sector zijn vastgelegd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Bij BsGW wordt het bestuur (Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur) beschouwd als topfunctionaris in de zin van de WNT. De governance van BsGW is in 2024 zo ingericht dat het bestuur de beslissingen neemt over aangelegenheden die de gehele organisatie betreffen. De bestuursleden van Pagina 39 van 42

BsGW zijn niet in dienst bij BsGW en zijn onbezoldigd. De directeur is wel in dienst van BsGW en is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van BsGW en is in die hoedanigheid een topfunctionaris in de zin van de WNT. De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking hebben geen dienstbetrekking bij andere WNT-instellingen als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan vanaf 1 januari 2024). In de volgende tabel is voor 2024 de topfunctionaris van BsGW zijn bezoldiging weergegeven. Daarna is een overzicht opgenomen van de onbezoldigde bestuursleden.

Bezoldiging topfunctionaris

Gegevens 2024

N.M.J.G. Lebens

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

Directeur 01-01 t/m 31-12 1 fte Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

€ 167.432 € 23.282

Subtotaal

€ 190.714

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 233.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

N.v.t. € 190.714

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2023

N.M.J.G. Lebens

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

Directeur 01-01 t/m 31-12 1 fte Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

€ 153.254 € 22.413 € 175.667

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 223.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

Pagina 40 van 42

N.v.t. € 175.667

Onbezoldigde bestuursleden Algemeen bestuur (AB) / Dagelijks Bestuur (DB) 2024

Organisatie

Naam

Zitting in

Functie

Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg

R. Diederen P.L.H.E. Janssen C.N.A. Nijkerken - de Haan G.W. Bollen J.L.W. van Dijk G.H.C. Frische M.J.G. Gerritsen J.A. Van Hulsteijn J.E.L.M. Last M.E.E. de Beer J.P.M. Paas C.P.G. Wilbach H. van Helden R.J.J. Cretskens H. Fokke B.P.J. Molling A.F. Herings J.W. Franssen H.P.J. Nijssen A.C.A.G. Smits D.W.H. Franssen S.C.J. Scheepers J.G.L.M. Bühler J.A.G. Ummels J.P. M.H. Kompier N.J.M.M. Dauven F.P.M. Schatorjé R.B.M. Braun T.J.J. van Gemert M.A.M. Breugelmans

AB AB AB AB AB AB/DB AB AB AB AB AB AB/DB AB AB AB/DB AB AB AB AB AB/DB AB AB AB AB AB AB AB/DB AB/DB AB AB/DB

Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder DB-Lid

Uit het bestuur Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Bergen Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Maasgouw Gemeente Nederweert Gemeente Stein

B.C.M. Vostermans M.H.E. Pelzer A. Splinter N.H.C. Ramaekers-Rutjens D.W.J. Schneider T.M. Heldens N.T.P. Wingelaar

AB AB/DB AB AB AB AB AB

Burgemeester Burgemeester Wethouder Burgemeester Burgemeester Wethouder Wethouder

4.2.3. Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings‐, voorwaarden‐, en misbruik‐ en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en de verordeningen en met bepalingen in de relevante wet‐ en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 12 december 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet‐ en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 763.530.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.

Pagina 41 van 42

Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 386.389 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 763.530. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

4.2.4. Resultaatbestemming De bestemming van het positief resultaat van € 3,723 miljoen over 2024 wordt 26 juni 2025 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. 4.2.5. Gerealiseerde baten en lasten per taakveld (x € 1.000,-) Jaarrekening 2024 Nr.

Naam taakveld

0.10 0.11 0.40 0.50 0.64 0.80

Mutaties reserves Resultaat rekening van baten en lasten Ondersteuning organisatie (overhead) Treasury Belastingen overig Overige baten en lasten

Lasten 2024

Baten 2024

5.293 3.723 7.369 3 18.079 34.466

956 1.182 32.328 34.466

Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor BsGW is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is er voor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen overig. De door de BBV voorgeschreven beleidsindicatoren zijn niet van toepassing op bovenstaande taakvelden en op BsGW.

5. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: het Algemeen Bestuur van BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2024 Volgt nog. Nog te ontvangen van de accountant ten behoeve van de definitieve jaarrekening.

Pagina 42 van 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=c6d9d47a-5158-4501-b117-29ee49ec74d0