CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting ontwerp bestemmingsplan

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Molenweg 10814.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

Voorts vormt de nieuw te realiseren woning geen maatgevende woning die leidt tot (extra) belemmeringen bij eventuele toekomstige bedrijfsontwikkelingen ter plekke van de Molenweg 91. Immers, in dat verband zijn de naastgelegen adressen Molenweg 85 en Molenweg 95 maatgevend. Molenweg 95 De locatie Molenweg 95 is bestemd tot een agrarisch bedrijf met specifieke aanduiding ‘intensieve veehouderij’. Ter plekke is echter geen sprake (meer) van een agrarische bedrijfsvoering. Dit is ook als zodanig door de gemeente geconstateerd in 2014, waaruit is gebleken dat geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsvonden en slechts sprake was van het hobbymatig houden van enkele dieren. De nieuw te realiseren woning vormt voorts geen maatgevende woning bij het eventueel in de toekomstig opnieuw oprichten van een agrarische intensieve bedrijfsvoering ter plekke van de Molenweg 95. Immers, de bestaande woning Molenweg 108 en naastgelegen adressen Molenweg 91 en Molenweg 101 zijn op kortere afstand gelegen. Bij het invullen van bedrijfsactiviteiten ter plekke van de Molenweg 95 op grond van het bestemmingsplan dient te worden voldaan aan de normen die gelden op grond de Wet milieubeheer. Op basis daarvan mag worden geconcludeerd dat in de nieuw te realiseren woning een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

5.3.3

Deelgebied Kerkstraat 100/100A Voor wat betreft het deelgebied Kerkstraat 100/100A vormt het aspect milieuzonering geen belemmeringen vanwege het feit dat ter plekke enkel één wooneenheid wordt onttrokken.

5.3.4

Conclusie milieuzonering Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

5.4

Luchtkwaliteit

5.4.1

Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;  een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

31

M186602.008/ASA

 een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit;  een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.

5.4.2

Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. In voorliggend planvoornemen wordt een agrarisch bedrijf herbestemd tot ‘Wonen’. De intensieve veehouderij ter plekke wordt opgeheven, waarna er één (zorg)woning wordt gerealiseerd. Doordat sprake is van het onttrekken van een wooneenheid in het deelgebied Kerkstraat 100/100A, is er per saldo geen sprake van het toevoegen van een woning. Omdat een intensieve veehouderij wordt opgeheven, zal dit positieve gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit ter plekke.

NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.665 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. Voorliggend planvoornemen zal niet leiden tot een dergelijk groot aantal verkeersbewegingen.

5.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het besluit is niet van toepassing op onderhavig planvoornemen.

5.4.4

Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

32

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

5.5

Externe veiligheid In onderhavig geval is sprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object. Het beleid is derhalve van toepassing en er is een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid. Uit raadpleging van de Risicokaart blijkt dat in de omgeving van het deelgebied Molenweg 108 geen sprake is van risicovolle bronnen en/of transportroutes en/of buisleidingen voor gevaarlijke stoffen gelegen welke een risico vormen binnen het plangebied.

Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied

Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

33

M186602.008/ASA

34

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

6

Overige ruimtelijke aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 5, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.

6.1

Archeologie

6.1.1

Archeologische monumentenzorg (Erfgoedwet) Archeologische waarden zijn bij wet beschermd. Daaromtrent zijn in de Erfgoedwet bepalingen opgenomen die de gemeenteraad in acht moet nemen.

6.1.2

Archeologische verwachtingswaarden Voor onderhavig plangebied is ten aanzien van het aspect archeologie de Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart van de gemeente Echt-Susteren geraadpleegd.

Uitsnede Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart met aanduiding plangebied

Op grond van de bovenstaande kaart is voor onderhavig plangebied sprake van middelhoge archeologische verwachtingswaarden.

6.1.3

Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ De middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde van het gebied heeft geleid tot het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Op basis van deze dubbelbestemming is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk, indien bodemverstorende activiteiten bij een diepte groter dan 40 cm en als de oppervlakte meer bedraagt dan 500 m². De beoogde (zorg)woning heeft een grondplan van 100 m². Daarmee blijft het onder de ondergrens en is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

35

M186602.008/ASA

Binnen het deelgebied Kerkstraat 100/100A is sprake van het samenvoegen van twee woningen naar één woning middels een inpandige verbouwing. Hierbij is geen sprake van bodemverstorende werkzaamheden. Op basis van de Erfgoedwet geldt echter de verplichting dat, indien tijdens toekomstige graafwerkzaamheden desondanks archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden aangetroffen, deze per direct gemeld dienen te worden bij de gemeente Echt-Susteren.

6.2

Kabels en leidingen Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.

6.3

Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.

6.3.1

Verkeersstructuur Voorliggende planontwikkeling leidt niet tot een (benodigde) verandering in de huidige verkeersstructuur ter plaatse van de beide deelgebieden. In dit verband dient te worden opgemerkt dat het totale aantal verkeersbewegingen van een naar beide deelgebieden zullen afnemen ten opzichte van de bestaande situatie, waardoor er geen negatieve invloed is op de verkeersafwikkeling.

6.3.2

Parkeren Deelgebied Molenweg 108 Ter plekke van de Molenweg zal een extra (vrijstaande) woning worden toegevoegd. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied is in bijlage 13 ‘Parkeerkencijfers’ van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een parkeerbehoefte van gemiddeld 2,4 parkeerplaatsen. Op het eigen terrein behorende bij beide woningen is voldoende ruimte om aan deze parkeerbehoefte te voldoen. Deelgebied Kerkstraat 100/100A Ter plekke zal het aantal wooneenheden afnemen van twee naar een, wat ook een afname van parkeerbehoefte betekent. Uitgaande van een parkeerbehoefte van gemiddeld 2,2 parkeerplaatsen (uitgaande van een twee-onder-een-kap in weinig stedelijk gebied), zal de behoefte dalen van 4,4

36

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

naar 2,2 parkeerplaatsen.

6.3.3

Conclusie verkeer en parkeren Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

6.4

Waterhuishouding

6.4.1

Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).

6.4.2

Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.

6.4.3

Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

37

M186602.008/ASA

Raadpleging van de digitale watertoets leert dat onderhavig plangebied niet is gelegen in een gebied met waterbelang. Uit de melding blijkt dat dit plan geen of weinig negatieve gevolgen voor het waterbeheer heeft. Daarmee valt het plan onder zogenaamde ondergrens voor het wateradvies en kan de korte watertoetsprocedure gevolgd worden. Dit houdt in dat het waterschap geen wateradvies geeft maar dat het waterschap vertrouwt op de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en de gemeente om binnen het plan invulling te geven aan duurzaam waterbeheer. De betreffende stukken zijn bijgevoegd in bijlage 4. In voorliggende planontwikkeling is sprake van een afname van dakverharding. In totaal wordt in het kader van kwaliteitsverbetering op het erf ongeveer 216 m² aan agrarische opstallen gesloopt. Daartegenover staat het realiseren van de nieuwe (zorg)woning met een dakoppervlakte van 125 m². In saldo is er sprake van een afname van (216 – 125 =) 91 m² aan dakverharding, waardoor er sprake is van ontstening. In het deelgebied Kerkstraat 100/100A betreft het planvoornemen een inpandige verbouwing, waardoor hier geen sprake is van waterbelangen.

6.4.4

Conclusie Gelet op vorenstaande en de resultaten van de watertoets vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

6.5

Natuur en landschap

6.5.1

Kernkwaliteiten Blijkens de kaart ‘Natuur’ van het POL2014 is onderhavig plangebied gelegen buiten de ‘Goudgroene natuurzone’, ‘Zilvergroene natuurzone’ en/of ‘Bronsgroene landschapszone’ en buiten eventuele belemmerende milieubeschermingsgebieden zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (zie tevens paragraaf 4.2.1 en 4.2.2).

6.5.2

Soorten- en gebiedsbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

38

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

Soortenbescherming De provincie Limburg heeft in 2011 de haar beschikbare natuurgegevens geactualiseerd. Binnen het deelgebied Molenweg 108 is in 2008 een grote lijster waargenomen. Binnen het deelgebied Kerkstraat 100/100A zijn geen waarnemingen bekend. Verder zijn geen beschermde flora en fauna binnen het plangebied waargenomen. Dit betreft echter verouderde gegevens. Op de website www.waarneming.nl zijn de meest recente waarnemingen opgenomen. Het afgelopen jaar zijn in beide deelgebieden geen waarnemingen gedaan van beschermde flora en fauna. Het is derhalve aannemelijk dat binnen het plangebied geen beschermde flora en fauna aanwezig zijn. Beschrijving deelgebied Molenweg 108 Het deelgebied omvat een voormalige agrarisch bedrijf met de daarbij behorende bebouwing. Ter plekke is onder andere de bestaande woning, een oude stal met daaraan gelegen opstallen, een nieuwere loods en op het naastgelegen perceel een veldschuur aanwezig. Binnen het deelgebied is geen opgaande beplanting aanwezig; het gebied bestaat uit erfverharding en vooral soortenarm gazon. Rond het deelgebied zijn agrarische percelen gelegen, grotendeels akkers. Langs de Molenweg is sprake van eiken in laanbeplanting. In de toekomstige situatie wordt het deelgebied herbestemd naar ‘Wonen’ en wordt de veldschuur op het naastgelegen perceel onder het overgangsrecht geplaatst.

In concreto worden binnen onderhavig deelgebied drie werkzaamheden beoogd: (1) op het gazon voor de nieuwere loods wordt een nieuwe woning gebouwd, (2) rond de oude stal wordt een aantal opstallen gesloopt, en (3) er zal in het kader van het GKM beplanting worden aangebracht ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Bouw nieuwe woning De locatie voor de beoogde zorgwoning bestaat in de huidige situatie uit gazon. Het betreft een gecultiveerd gazon dat regelmatig wordt gemaaid. Een open veld kan een vestigingsplaats zijn voor bepaalde weidevogels. De beschikbare natuurgegevens tonen echter aan dat geen waarnemingen bekend zijn van weidevogels op en rond voorliggende locatie. Voorliggende locatie biedt tevens geen vestigingsmogelijkheden voor andere broedvogels of andere (beschermde) flora en fauna. Voorliggende locatie zou eventueel wel als foerageergebied kunnen worden gebruikt door een aantal vogelsoorten. De in 2008 waargenomen grote lijster maakt zijn nestplaats in dichte begroeiing, maar foerageert op open grasland. De bouwwerkzaamheden zullen effecten kunnen hebben op de aanwezige foeragerende soorten binnen het deelgebied. Rond de locatie Molenweg 108 zijn door de aanwezigheid van graslanden voldoende uitwijkmogelijkheden voor deze soorten om te foerageren. De negatieve effecten op deze soorten zullen daarmee beperkt zijn.

De bomenrij langs de Molenweg is door vleermuizen in gebruik als vliegroute. Het behouden en beschermen van deze vliegroute wordt middels voorliggend plan op meerdere wijzen beoogd. Er is ter plekke geen sprake van het kappen van een of meerdere bomen, waardoor het aaneengesloten karakter van de bomenlaan wordt behouden. Daarmee wordt geen onderbreking in de vliegroute gecreëerd. Tevens wordt bij de bouw van de woning rekening gehouden met de milieucirkels van de

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

39

M186602.008/ASA

omliggende agrarische bedrijven. De beoogde woning zal daarom achter de voorgevellijn van de bestaande woning zijn gelegen. Doordat de woning als levensloopbestendige woning (één bouwlaag met kap) wordt uitgevoerd, is de hoogte van de nieuwe bebouwing beperkt. Voorliggende maatregelen zorgen ervoor dat geen extra belemmering in de vliegroute voor vleermuizen wordt gecreëerd. Door tijdens de bouwwerkzaamheden zo min mogelijk tijdelijke verlichting te gebruiken, en als dat noodzakelijk is zo op te stellen tussen de bomenrij en de (te bouwen) woning zodat de lichtbundels van de bomenrij af schijnen, wordt beoogd lichtverstoring op de vleermuizen tijdens de bouwfase zo beperkt mogelijk te houden. De bouwwerkzaamheden zullen desalniettemin grotendeels overdag plaatsvinden, waardoor lichtverstoring zoveel mogelijk wordt voorkomen. Tijdens de gebruiksfase kan lichtverstrooiing op de bomen (met verstoring van de vliegroute voor vleermuizen tot gevolg) worden tegengegaan door het toepassen van zo min mogelijk led-armaturen met een beperkte lichtsterkte. Led-armaturen hebben ten opzichte van overige lampen minder verstrooiing tot gevolg. Voorkomen dient te worden dat het licht richting de bomenrij schijnt. Te slopen opstallen Ten behoeve van voorliggend planvoornemen worden rond de oude stal een aantal aangebouwde opstallen gesloopt.

Deze aangebouwde opstallen zijn vrij eenvoudig van constructie. De gehele stal is opgebouwd uit een enkele laag betonblokken. In de muren zijn geen spouwmuren of andere openingen aanwezig. De stal met de opstallen zijn afgedekt door (asbest) golfplaten. De openingen tussen het dak en de muren zijn afgedicht. Een aantal opstallen heeft een open front. De opstallen verkeren in een redelijke onderhoudskundige staat.

Afbeelding staat van de te slopen opstallen

Er zijn op basis van de beschikbare gegevens geen waarnemingen bekend van beschermde flora en fauna. In combinatie met de bouwtechnische staat van de bebouwing is de aanwezigheid van flora en fauna ter plekke niet te verwachten. Omdat geen spouwmuren en/of openingen in de muren aanwezig zijn, biedt de stal/opstallen geen vestigingsmogelijkheden voor grondgebonden zoogdieren als een marter. Andere grondgebonden zoogdieren als de das vestigt zich in holen en niet op een dergelijke locatie.

40

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

Door de eenvoudige constructie van het dak (golfplaten) zonder verdere openingen, zijn geen holle ruimtes in de muren en in het dak aanwezig. De aanwezigheid van nestplaatsen voor broedvogels en vleermuizen is derhalve niet aannemelijk. Vogels en vleermuizen vestigen zich en schuilen namelijk vooral in de holle ruimtes van muren en onder dakpannen. De vliegroutes voor vleermuizen zal door de sloop van de opstallen niet worden aangetast. De aangebouwde opstallen worden gesloopt, de stal zelf blijft aanwezig. De aanwezigheid van overige beschermde fauna (reptielen, salamanders en ongewervelden) is op basis van de karakteristieken van het plangebied, bijvoorbeeld door het ontbreken van oppervlaktewater, zeer onwaarschijnlijk. Op de muren van de te slopen opstallen is geen beschermde plantensoorten aanwezig. Vochtige muren zouden eventueel een mogelijke plaats zijn voor beschermde varens. De sloop van de opstallen zullen derhalve geen negatieve gevolgen hebben voor de beschermde flora en fauna ter plekke. Om de gevolgen voor de mogelijke flora en fauna verder te beperken, kunnen de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen (medio maart tot medio juli) worden uitgevoerd. Landschappelijke inpassing Daarnaast zal in het kader van de landschappelijke inpassing groen worden aangeplant.

Voorliggend plangebied is gelegen aan de Molenweg, waarlangs sprake is van laanbeplanting in de vorm van eiken. Om het plangebied als vierkant te benaderen, is ervoor gekozen het plangebied te omzomen met verschillende vormen van beplanting, passend bij de afmeting en functie van de gebouwen. Rond de woningen zal de beplanting kleiner van vorm zijn; aan de achterzijde wordt rond de stal en schuur robuustere vormen van beplanting toegepast. Aan de oost- en achterzijde van het perceel wordt struweel met enkele overstaanders aangeplant. Rond de woningen worden fijnere vormen van beplanting in de vorm van hagen beoogd. Tevens zullen twee winterlindes worden aangeplant. Naast het inpassen van de bebouwing, zal de landschappelijke inpassing een versterking vormen voor de flora en fauna ter plekke. Door het toepassen van lage hagen aan de voorzijde van het perceel, wordt getracht de vliegroutes voor vleermuizen niet te belemmeren. De robuustere beplantingsvormen worden beoogd rond de grotere bebouwingmassa’s, waardoor geen aantasting plaatsvindt van vliegroutes. Het toevoegen van beplanting zorgt er tevens voor dat voor broedvogels aanvullende nestmogelijkheden worden gecreëerd. Tevens kunnen kleine grondgebonden zoogdieren schuilmogelijkheden vinden in de beoogde beplanting.

Beschrijving deelgebied Kerkstraat 100/100A Onderhavig deelgebied omvat het pand met de woningen Kerkstraat 100 en 100A en de bijbehorende tuinen. De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Koningsbosch. Binnen de eigen tuin is sprake van een gazon zonder verder opgaande beplanting. In de directe omgeving is sprake van een gemengd gebied met woningen, tuinen waarvan enkele opgaande beplanting in struik- en boomvorm hebben. Rond de loods (Kerkstraat 96) op het naastgelegen perceel zijn enkele bomen aanwezig. Deze locaties zijn beter geschikt als vestigingsplaats voor plant- en diersoorten. Ook de staat van de bebouwing biedt weinig perspectief voor de vestiging van plant- en diersoorten. De woning ter plekke verkeert in een goede staat, waarbij geen sprake is van gevelopeningen of

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

41

M186602.008/ASA

verval waardoor diersoorten als vleermuizen en broedvogels zich toegang kunnen verschaffen tot de woning. De aanwezigheid van deze diersoorten is dan ook niet te verwachten. Ter plekke blijft de bestaande woonfunctie gehandhaafd. Er vindt ter plekke een inpandige verbouwing plaats waarbij twee wooneenheden worden samengevoegd tot één woning. Eventuele aanwezige diersoorten kunnen worden verstoort door deze werkzaamheden. Voor deze soorten is in de nabijheid van het plangebied voldoende uitwijkingsmogelijkheden. Overige flora en fauna worden door inpandige werkzaamheden niet verstoord.

6.5.3

Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is het op 3,6 kilometer van het deelgebied Molenweg 108 gelegen ‘Abdij Lilbosch’.

Kaart ‘Natura2000’ OvL2014 met aanduiding plangebied

Stikstof De gevolgen op de nabijgelegen Natura2000-gebieden wordt beschreven middels een onderbouwing met betrekking tot stikstofdepositie en de milieueffectenindicator. Vanwege de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het Programma Aanpak Stikstof niet meer worden gebruikt als basis om toestemming te verlenen voor de activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura2000 gebieden. Derhalve dient te worden gekeken naar mogelijke bouw- en sloopwerkzaamheden en veranderingen ten opzichte van het huidige gebruik. De Rijksoverheid heeft een ‘Handreiking woningbouw en AERIUS' opgesteld. Uit deze handreiking blijkt dat onder bepaalde omstandigheden de stikstofdepositie in de bouwfase minder bedraagt dan de geldende norm. Hiervoor is een stikstofberekening niet nodig. Deze omstandigheden zijn:  als sprake is van maximaal 50 laagbouwwoningen;

42

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

 als wordt gebouwd op zandgrond;  én op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied. Bij voorliggende ontwikkeling is sprake van sloop van een beperkte oppervlakte van opstallen, de bouw van één grondgebonden (laagbouw)woning en een inpandige verbouwing. De beoogde ontwikkeling valt derhalve ver onder de genoemde 50 te bouwen woningen. Voorliggende locatie ligt tevens op zandgrond. Echter, de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebied bedraagt 3,6 km. Echter, door de kleinschaligheid van voornemen (bouw van één woning en beperkte sloop), is geen sprake van de hoeveelheid stikstofuitstoot die vrijkomt bij de bouw van 50 woningen. Derhalve wordt geconcludeerd dat tijdens de bouwfase de depositie 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar bedraagt. In de handreiking zijn tevens kencijfers opgenomen voor de indicatieve stikstofdepositie in de gebruiksfase. Hierin is opgenomen dat als de woningen meer dan 3 kilometer van een Natura 2000gebied is gelegen, een aantal van 100 woningen een indicatieve depositie van 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar bedraagt. Omdat door onderhavig voornemen per saldo géén extra woning wordt toegevoegd, worden deze kencijfers bij lange na niet gehaald. Ook moet worden aangetekend dat door voorliggend voornemen een agrarische locatie met de aanduiding intensieve veehouderij wordt wegbestemd.

De stikstofdepositie van het beoogde gebruik (Wonen) zal significant lager zijn dan een de depositie van een intensieve veehouderij. Al met al zorgt voorliggende ontwikkeling voor minder depositie. Milieueffectenindicator Om de effecten van voorliggend voornemen op flora en fauna te toetsen, is de milieueffectenindicator ingevuld. Daarbij is gekozen voor de activiteit woningbouw.

Resultaten milieueffectenindicator

Door voorliggend planvoornemen is geen sprake van verlies aan oppervlakte, gezien de flinke afstand tot het Natura2000-gebieden en de ligging van beide deelgebieden. Het deelgebied Molenweg 108 ligt in agrarisch gebied, het deelgebied Kerkstraat 100/100A in bebouwd gebied. Door voorliggend planvoornemen vindt geen versnippering van natuurgebieden plaats, vanwege de ligging buiten de natuurgebieden. Door het landschappelijk inpassingsplan wordt in het deelgebied Molenweg 108 extra groen toegevoegd, waardoor voor met name vogelsoorten extra

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

43

M186602.008/ASA

vestigingsplaatsen wordt gecreëerd. Van extra verontreiniging is door voorliggend voornemen geen sprake. Ter plekke van het deelgebied Kerkstraat 100/100A is reeds sprake van de functie ‘Wonen’ en worden planologisch geen functies met negatieve milieueffecten toegelaten. Op de locatie Molenweg 108 wordt een agrarische functie met de aanduiding intensieve veehouderij herbestemd tot ‘Wonen’. De emissie van fijnstof, ammoniak en andere schadelijke stoffen neemt door onderhavig voornemen af, waardoor minder verontreiniging is te verwachten. Op beide locaties is geen verdroging van natuurgebieden te verwachten, omdat geen sprake is van ontwatering. Door de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een toename van verstoring door geluid, licht, trilling en mechanische effecten te verwachten. Binnen het deelgebied Molenweg 108 zal door de herbestemming de negatieve milieueffecten op de omgeving en nabijgelegen natuurgebieden afnemen, waardoor minder sprake zal zijn van mogelijke verstoringen voor plant- en diersoorten. Binnen het deelgebied Kerkstraat 100/100A vindt geen verandering plaats van functie of een uitbreiding van bebouwing, waardoor geen extra verstoring optreedt. Derhalve is in deelgebied Kerkstraat 100/100A geen sprake van optisch verstoring. Binnen het deelgebied Molenweg 108 wordt bebouwing toegevoegd.

Deze is echter op dusdanige manier gesitueerd tussen de bestaande bebouwing dat geen extra optische verstoring plaatsvindt. De effecten op de omliggende natuurgebieden zijn blijkens de milieueffectenindicator en bovenstaande uiteenzetting minimaal.

6.5.4

Landschappelijk inpassingsplan De provincie Limburg verlangt van de Limburgse gemeenten om uitwerking te geven aan het Limburgse Kwaliteitsmenu (LKM). Het basisprincipe hiervan is dat bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied ter plaatse leidt tot verlies aan omgevingskwaliteit. Dit verlies dient gecompenseerd te worden door een kwaliteitsverbeterende maatregel en/of financiële bijdrage. De gemeente EchtSusteren heeft dit LKM vertaald in een Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM). Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) Onderhavig plangebied is blijkens bijlage 3 (Landschapstypen en Kenmerken) van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ gelegen binnen het landschapstype ‘Hoogterras’ waarbij de kenmerken ‘versterken beeld van steilrand en erosiedalen’, ‘behouden open ruimtes op plateau’, ‘behouden en versterken doorzichten’, ‘nieuw bos aansluiten op bestaande blokken’ en ‘inpassen kernen’ als speerpunten worden benoemd. Voor onderhavige gebiedseigen ontwikkeling is de categorie ‘Basiskwaliteit’ van toepassing. Basiskwaliteit wil zeggen dat nieuwe bebouwing en verharding (of de plek waar de functiewijziging plaatsvindt) goed ingepast moet worden. Dit betekent dat er ook voorzieningen worden getroffen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek als gevolg van nieuwe bebouwing en verharding.

Als basis voor omvang van de inpassing geldt dat de oppervlakte ‘landschappelijke inpassing' of ander groen/natuur overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bestemmingsvlak ‘Wonen’. In voorliggend planvoornemen wordt de locatie Molenweg 108 herbestemd van ‘Agrarisch’

44

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

naar ‘Wonen’ om naast de bestaande woning een (zorg)woning mogelijk te maken. De oppervlakte van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ zal circa 3.330 m² bedragen. Derhalve dient de landschappelijke inpassing/nieuw groen een oppervlakte van circa 330 m² te omvatten. Landschapskader Noord- en Midden-Limburg Het plangebied is volgens het Landschapskader gelegen in het landschapstype ‘velden’. Een typisch veld wordt gekenmerkt door een relatief grote maat van openheid zonder enige bebouwing welke in groot contrast staat met de kleinschaligere verdichte rand, waarin wel beplantingselementen en gebouwen staan. Het contrast in schaal en maat tussen dit open landschap en de omringende bebouwing en dorpen in de directe nabijheid maakt deze gebieden bijzonder waardevol. Nabij bebouwing moet uiterst zorgvuldig met de doorzichten naar het (open) achterland te worden omgegaan. Op aansluitende gronden is blijkens het landschapskader sprake van plateau-ontginningen. Het behoud van de weidsheid van de plateau-ontginningen staat voorop. Deze moet in voorliggend inpassingsplan worden gerespecteerd. Ontwerp landschappelijke inpassing De mogelijke kwaliteitsverbeterende maatregelen op onderhavige locatie zijn onder meer de toepassing van erfbeplanting, het verwijderen van overtollige (agrarische) gebouwen en opstallen en het respecteren van de open ruimte en de doorzichten op van het hoogterras.

Tevens wordt als een van de bouwstenen bij kavelinpassing gegeven om de kavel als vierkant te benaderen. Het landschappelijk inpassingsplan is in zijn geheel bijgevoegd in bijlage 5.

Landschappelijk inpassingsplan Molenweg 108 te Koningsbosch

Voorliggend plangebied is gelegen aan de Molenweg, waarlangs sprake is van laanbeplanting in de vorm van eiken. Om het plangebied als vierkant te benaderen, is ervoor gekozen het plangebied te omzomen met verschillende vormen van beplanting, passend bij de afmeting en functie van de

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

45

M186602.008/ASA

gebouwen. Rond de woningen zal de beplanting kleiner van vorm zijn; aan de achterzijde wordt rond de stal en schuur robuustere vormen van beplanting toegepast. Aan de westzijde van de schuur wordt een struweel aangeplant welke het zicht op de bestaande schuur ontneemt. Om het aanzicht op het dak te breken, zullen binnen dit struweel een aantal overstaanders in de vorm van zomereiken en winterlindes worden aangeplant. Ook aan de achterzijde van het perceel is gekozen voor een robuustere vorm van beplanting. Ook hier is gekozen voor struweel met enkele overstaanders, om het zicht op de varkensstal en de schuur te verminderen. Voor de beide struwelen is gekozen voor een combinatie van inheemse struiksoorten met een beoogde eindbreedte van het struweel van 3 meter. Rond de woningen worden fijnere vormen van beplanting beoogd. Om het plangebied toch als één landschappelijke eenheid te benadrukken zal langs de zijdelingse perceelsgrenzen hagen worden aangeplant. Langs de beoogde zorgwoning wordt een haag van circa 30 meter aangeplant. Aan de andere zijde van het plangebied wordt een haag aangeplant met een lengte van 65 meter. De hagen wordt aangeplant in de soort haagbeuk of veldesdoorn, omdat het groen van deze soorten niet schadelijk zijn de paarden die de initiatiefnemer wenst te houden.

Als aanvulling zullen tussen de beoogde woning en de bestaande stal twee winterlindes worden aangeplant. Daarmee worden de twee losstaande ‘landschappelijke’ massa’s visueel gekoppeld tot één erf, waarmee wordt beoogd om samen met de bestaande bebouwing één vierkante kavel met bijbehorende massa te creëren. Als aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregel zullen een aantal agrarische opstallen worden gesaneerd. Initiatiefnemer is voornemens om rond de bestaande varkensstal circa 220 m² aan opstallen af te breken. In voorliggend planvoornemen wordt 125 m² aan nieuwe (dak)verharding toegevoegd. De capaciteit van de infiltratievoorzieningen dient in onderhavig geval 125 x 0,084 = 10,5 m³ te bedragen. Aan de voorzijde van het perceel wordt als infiltratievoorziening een zaksloot aangelegd met een capaciteit van 11 m³.

6.5.5

Conclusie natuur en landschap De locatie, waaronder de bebouwing, veldschuur en omliggende percelen, waren tot voor kort in gebruik als een intensive veehouderij, waarbij door het intensieve gebruik van bebouwing en omgeving de aanwezigheid van beschermde flora en fauna klein te achten is. De meest recente beschikbare gegevens ondersteunen dit dat op onderhavige locatie geen beschermde flora en fauna te verwachten zijn. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

6.6

Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen.

46

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zullen verder worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning/bouwvergunning.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

47

M186602.008/ASA

48

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

7

Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

7.1

Grondexploitatie

7.1.1

Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.

7.1.2

Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan.

Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden:  het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd;  het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden;  het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden;  het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen;  het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

49

M186602.008/ASA

De gemeente Echt-Susteren sluit een anterieure (exploitatie)overeenkomst met de initiatiefnemer van voorliggend plan. Het verhaal van kosten is hierdoor anderszins verzekerd.

7.2

Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. In de met de gemeente Echt-Susteren te sluiten anterieure (exploitatie)overeenkomst worden tevens afspraken aangaande planschade vastgelegd.

50

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

8

Planstukken Het bestemmingsplan ‘Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A’ van de gemeente Echt-Susteren bestaat uit voorliggende toelichting, regels en verbeelding.

8.1

Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2012’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd:  er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist;  er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.

Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd;  er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.

8.2

Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

51

M186602.008/ASA

8.2.1

Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.

8.2.2

Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -

-

-

-

Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Voorlopige bestemmingen o Uit te werken bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel o Algemene bouwregels o Algemene gebruiksregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingssregels o Algemene wijzigingsregels o Verwezelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels o Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel

De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid

52

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan.

8.2.3

Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:1000. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

53

M186602.008/ASA

54

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

9

Vooroverleg, inspraak en formele procedure

9.1

Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

9.2

Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties.

9.3

Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Echt-Susteren beschikt over in inspraakverordening. Uitgaande van deze verordening behoeft geen inspraak te worden gehouden en kan direct overgegaan worden tot de formele bestemmingsplanprocedure.

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

55

M186602.008/ASA

9.4

Formele procedure

9.4.1

Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. 2. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende

6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. 3. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. 4. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. 5. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. 6. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. 7. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

9.4.2

Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf …-…-2019 tot en met …-…-2019 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.

56

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

Bijlagen 1. Brief principemedewerking d.d. 9 april 2019 (kenmerk: Z19/005187-D-11792); 2. Rapportage verkennend bodem- en asbestonderzoek Molenweg 108 Koningsbosch d.d. 4 oktober

2019 (Aelmans ECO B.V., rapportnummer: E198430.008/HWO); 3. Rapportage akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Molenweg 108 Koningsbosch d.d. 22 mei 2019 (Aelmans ROM B.V., rapportnummer: M186602.001.001/GGO); 4. Stukken digitale melding watertoets d.d. 6 mei 2019; 5. Landschappelijk inpassingplan d.d. 2 september 2019 (documentnummer: M186602.009/ASA).

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

57

M186602.008/ASA

58

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M186602.008/ASA

Bestemmingsplan Molenweg 108 – Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=32db3f10-6786-4da8-b7be-24d70650a825