Toelichting
Tekst van het document
De geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit kunnen echter niet zonder meer worden gebruikt om te beoordelen of een ruimtelijk plan inpasbaar is. De methodiek van de in de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgenomen indicatieve richtafstanden is hier meer op toegespitst. Deze handreiking geeft ook richtafstanden tussen geluidsbelastende en -gevoelige functies voor het aspect geluid. Aanvaard is dat als er aan de richtafstand wordt voldaan, geen onaanvaardbare geluidhinder te verwachten valt. Dit bestemmingsplan ziet eerst op het beëindigen van de voormalige intensieve veehouderij ter plaatse van het plangebied en het herbestemmen van de bestaand aanwezige voormalige bedrijfswoning. Daarnaast maakt het in ruil voor het slopen van de overtollige voormalig agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse de nieuwbouw van één extra burgerwoning mogelijk. Gelet hierop betekent dit bestemmingsplan dat in het plangebied geen sprake meer zal zijn van een geluidsbelastende functie en er een geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd. Dit betekent dat voor onderhavig bestemmingsplan in eerste instantie alleen hoeft te worden getoetst of er sprake is van voldoende afstand tussen de bestaande en de nieuwe woning ter plaatse van het plangebied en geluidsbelastende functies in de omgeving van het plangebied.
Dit uitgaande van de indicatieve richtafstanden voor het aspect geluid uit voornoemde VNG-handreiking. Zie hiervoor tabel 4.2. Adres/locatie
Type bedrijf
Molenweg 73, Koningsbosch
Veehandel
Indicatieve richtafstand aspect geluid 100 m
Kleinste werkelijke afstand1 ±545 m
Molenweg 80, Koningsbosch
Vleeskuikenhouderij
4.1
50 m
±513 m
Molenweg 91, Koningsbosch
3.1
50 m
±335 m
4.1
50 m
±310 m
Molenweg 101, Koningsbosch
Containerreiniging Varkenshouderij (voormalig) Bloementeelt
2
30 m
±248 m
Molenweg 103, Koningsbosch
Garagebedrijf
2
30 m
±235 m
Molenweg 130, Koningsbosch
Akkerbouw
2
30 m
±315 m
Groeve Havert Zandwinning 4.1 200 m afstand tussen grens van het bestemmings- of bouwvlak en gevel woning
±104 m
Molenweg 95, Koningsbosch
1
Milieucategorie 3.2
•
28
Tabel 4.2: Toetsing richtafstanden aspect geluid VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
Gezien tabel 4.2 wordt wat betreft alle aan de Molenweg gevestigde bedrijven ruimschoots aan de indicatieve richtafstanden op het aspect geluid voldaan, maar is dat niet zo met betrekking tot de zuidelijk van het plangebied gelegen zandgroeve. De werkelijke afstand tussen zowel bestaande als nieuwe woning en het noordelijkste punt van de zandgroeve voldoet niet. Zodoende is op basis van afstand nog niet te concluderen dat voor de woningen geen onaanvaardbare geluidhinder vanwege inrichtingen te verwachten valt. En omdat de nieuwe woning dichterbij het noordelijkste punt van de groeve is voorzien dan de bestaande, is vanuit afstand ook nog niet te concluderen, dat dit plan niet van invloed is op de geluidruimte van de zandgroeve. Daarom is in het kader van het bestemmingsplan akoestisch onderzoek verricht naar de mogelijke geluidsbelasting vanuit de zandgroeve op de bestaande en nieuwe woning. Het rapport van dit onderzoek is als bijlage 3 opgenomen bij deze toelichting. Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat het noodzakelijk is een geluidswal of -scherm aan te leggen om te bereiken dat: • er sprake zal zijn van een geluidsbelasting op beide woningen, waarmee de richtwaarde voor een rustige woonomgeving niet wordt overschreden; • de nieuw te bouwen woning niet leidt tot het inperken van de vergunde geluidruimte van de zandgroeve.
Bij aanleg ten zuidwesten van de te bouwen nieuwe woning is een geluidswal of -scherm van 2,6 meter hoog en 38 meter lang noodzakelijk. Bij aanleg langs de zuidwestelijke perceelsgrens moet een geluidswal of -scherm 6,5 meter hoog en 156 meter lang uit worden gevoerd. Op basis van het voorgaande kan qua geluid het volgende worden geconcludeerd. Met een beschreven geluidswal of -scherm als geluidswerende voorziening is er voor zowel de bestaande als nieuwe woning ter plaatse van het plangebied wat dit betreft sprake van een goed woon- en leefklimaat. Andersom zullen beide woningen op dit gebied dan niet leiden tot beperkingen voor de activiteiten van bedrijven in de omgeving van het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect geluid zijn geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.1.5
LUCHTKWALITEIT Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm), de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en in de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In Titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan, in welke gevallen een nieuwe woningbouwlocatie in elk geval NIBM is. Volgens voorschrift 3A.2 ligt de NIBM-grens (3% criterium) bij woningbouwlocaties op: • 1.500 woningen (netto) bij minimaal één ontsluitingsweg;
29
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
• 3.000 woningen (netto) bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op totaal twee woningen. Het aantal vervoersbewegingen zal vanwege het verdwijnen van de voormalige varkenshouderij afnemen in plaats van toenemen. Zowel in relatie tot de bovengenoemde bijlage 3A als het invullen van de NIBM-tool berekening (zie figuur 4.3, ruim genomen uitgegaan van 20 vervoersbewegingen per weekdag) blijkt dat onderhavig bestemmingsplan NIBM is.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
20
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
NO2 in μg/m
3
0,01
PM10 in μg/m
3
0,00
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig •
Figuur 4.3: Resultaat NIBM-tool (bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/ hulpmiddelen/nibm-tool/
Uit het bovenstaande volgt dat dit bestemmingsplan met zekerheid ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging en dus wat luchtkwaliteit betreft geen nader onderzoek noodzakelijk is. Om te bepalen of uit oogpunt van luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat kan er gekeken worden naar de achtergrondwaarden voor fijnstof en stikstofdioxide volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN, GDN). Tabel 4.4 toont de achtergrondwaarden en -normen. Totale concentratie NO2 Totale concentratie PM10 Plangebied 10,34 μg/m³ 14,66 μg/m³ Norm 40 μg/m³ 40 μg/m³ • Tabel 4.4: achtergrondwaarden en -normen ter plaatse van het plangebied
Totale concentratie PM2,5 8,408 μg/m³ 25 μg/m³
Uit de tabel blijkt dat de achtergrondconcentraties aan stikstofdioxide en fijnstof ter plaatse van het plangebied ruim beneden de gestelde normen liggen. Zodoende kan worden gesproken van een acceptabel woon- en leefklimaat in het plangebied qua luchtkwaliteit. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.1.6
GEUR De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en het Activiteitenbesluit vormen het toetsingskader voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv en
30
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
het Activiteitenbesluit bevatten normen voor de geurbelasting, die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object dan wel vaste minimum afstanden van een veehouderij tot een geurgevoelig object. Op grond van de Wgv gelden zowel burger- als bedrijfswoningen als een geurgevoelig object. Slechts de van een veehouderij onderdeel uitmakende bedrijfswoning(en) blijven voor die veehouderij zelf buiten beschouwing. Artikel 3, lid 1 Wgv bevat verschillende normen voor de geurbelasting welke een veehouderij maximaal mag veroorzaken op een geurgevoelig object binnen dan wel buiten de bebouwde kom. In artikel 3, lid 2 Wgv en artikel 14, lid 2 Wgv is vastgelegd dat in afwijking van de hierin gestelde normen een vaste minimum afstand van toepassing is tussen: • een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij; • een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd op een kavel, welke op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij en in samenhang met het geheel/ deels beëindigen van de veehouderij en de sloop van bedrijfsgebouwen die onderdeel uit hebben gemaakt van de veehouderij. Indien betreffend(e) geurgevoelig object of woning gelegen is buiten de bebouwde kom, is er een minimum afstand van 50 meter van toepassing.
De Wgv biedt gemeenten een mogelijkheid om met een geurverordening binnen bepaalde marges af te wijken van de in deze wet vervatte geurnormen en vaste minimum afstanden. Met de geurverordening die de gemeente Echt-Susteren vastgesteld heeft, geldt alleen een afwijkende vaste minimum afstand tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom van de kernen Slek, Berkelaar en Maria Hoop en binnen het project Kloostertuin Koningsbosch. Dit bestemmingsplan ziet eerst op het beëindigen van de voormalige intensieve veehouderij ter plaatse van het plangebied en het herbestemmen van de bestaand aanwezige voormalige bedrijfswoning. Daarnaast maakt het in ruil voor het slopen van de overtollige voormalig agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse de nieuwbouw van één extra burgerwoning mogelijk.
Gelet hierop geldt er vanuit de Wgv voor de woningen het volgende: • De bestaande woning betreft een geurgevoelig object zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 Wgv; deze woning heeft na 19 maart 2000 opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij; • De nieuw te bouwen woning is een in artikel 14, lid 2 Wgv bedoelde woning; • Gezien het plangebied buiten de bebouwde kom is gelegen, moet uit oogpunt van aanvaardbare geurhinder de afstand tussen de woningen en veehouderijen waar dieren (kunnen) worden gehouden met een geuremissiefactor (zoals varkens, pluimvee) voldoen aan een vaste minimum afstand van 50 meter. Uit de in de paragrafen 4.1.3 en 4.1.4 opgenomen tabellen 4.1 en 4.2 blijkt dat in de nabije omgeving van het plangebied twee (voormalige) veehouderijen voorkomen en bij beide dieren met een geuremissiefactor gehouden (kunnen) worden. De daarbij vermelde werkelijke afstanden van ±310 en ±513 meter zijn zodanig, dat de afstand tussen zowel de bestaande woning in het plangebied als de hier voorziene nieuwe woning en die veehouderijen ruimschoots voldoet aan de minimaal vereiste 50 meter. Gezien het voorgaande is er vanuit voorgrond geurbelasting voor beide woningen sprake van aanvaardbare geurhinder. Omdat binnen een straal van 2,0 kilometer rondom het
31
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
plangebied slechts drie andere intensieve veehouderijen gevestigd zijn, op een afstand van meer dan 1,0 kilometer van het plangebied, zal dat ook het geval zijn vanuit achtergrond geurbelasting. Op gebied van geur is er voor zowel de bestaande als nieuwe woning ter plaatse van het plangebied dan ook sprake van een goed woon- en leefklimaat. Andersom zullen deze woningen wat geur betreft niet leiden tot beperkingen voor de veehouderijen in de omgeving van het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect geur zijn geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.1.7
EXTERNE VEILIGHEID Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie als het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s moeten beoordeeld worden op het plaatsgebonden risico en op het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico gaat over de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bijv. een bedrijf, weg of spoorlijn). De 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) is daarbij de maatgevende grenswaarde. Het groepsrisico betreft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een ramp. Dit risico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijv.
10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans op overleven. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke toename van het groepsrisico binnen het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van die verandering in de besluitvorming is betrokken. Naast de hoogte van het groepsrisico moeten er andere kwalitatieve aspecten mee worden gewogen, onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Om inzicht te krijgen in of er op gebied van gevaarlijke stoffen risicobronnen aanwezig zijn in (de omgeving van) het plangebied, zijn de landelijke Risicokaart (zie figuur 4.2) en de rapportage van het voor het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uitgevoerde onderzoek externe veiligheid geraadpleegd. Hieruit komt naar voren dat: • In het plangebied zelf een risicobron met een plaatsgebonden risicocontour 10-6 aanwezig is; • Binnen één kilometer van het plangebied geen risicobronnen als buisleidingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen of risicovolle inrichtingen gelegen zijn; • Het plangebied niet ligt binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6 of het invloedsgebied voor het groepsrisico van buiten het plangebied gelegen transportroutes voor gevaarlijke stoffen, risicovolle inrichtingen of buisleidingen.
32
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
•
Figuur 4.5: Uitsnede Risicokaart (bron: https://www.risicokaart.nl)
De in het plangebied aanwezige risicobron betreft een bestaande propaantank. Om deze tank ligt een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 25 meter. Als gevolg van dit bestemmingsplan zullen de risico’s in relatie tot de opslag van propaan in betreffende tank echter niet toenemen. De tot burgerwoning her te bestemmen voormalige bedrijfswoning én de nieuw te bouwen extra burgerwoning waar dit plan betrekking op heeft, zijn gelegen/geprojecteerd op meer dan 25 meter afstand van en zo buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de propaantank. De woningen leiden daarnaast hier niet tot een dusdanige personendichtheid binnen een straal van 150 meter rondom de propaantank dat een nadere verantwoording is vereist wat het groepsrisico betreft. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.2
WATER Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van het Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt in het beheersgebied van het Waterschap Limburg. Uit het raadplegen van de voor het beheersgebied van het Waterschap Limburg geldende legger blijkt dat zich ter plaatse en in de omgeving van het plangebied geen wateren of objecten bevinden, waar de in de Keur opgenomen regels van het waterschap op van toepassing zijn. Ook is te zien dat hier geen zones aangewezen zijn voor toekomstige ontwikkelingen of bescherming van het watersysteem. Zie figuur 4.6.
33
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
•
Figuur 4.6: Uitsnede legger Waterschap Limburg (bron: https://www.waterschaplimburg.nl)
Gelet hierop is er in en rondom het plangebied geen sprake van waterbelangen. Dit bestemmingsplan ziet eerst op het beëindigen van de voormalige intensieve veehouderij ter plaatse van het plangebied en het herbestemmen van de bestaand aanwezige voormalige bedrijfswoning. Daarnaast maakt het in ruil voor het slopen van de overtollige voormalig agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse de nieuwbouw van één extra burgerwoning mogelijk. Over de wijze waarop hierbij met water omgegaan zal worden, is het volgende te zeggen. Afvalwater Het bewonen van de bestaande en nieuwe woning heeft huishoudelijk afvalwater tot gevolg. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het vereist om dit afvalwater af te voeren via het gemeentelijk riool. Het van de bestaande woning afkomstige huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via de al bestaand aanwezige aansluiting op het gemeentelijk riool. Voor de nieuwe woning dient er een nieuwe rioolaansluiting voor te worden gerealiseerd. Gezien het slechts om één extra aansluiting gaat die bedoeld is voor één woning, zal dat geen problemen geven qua capaciteit van het gemeentelijk riool. Hemelwater Van belang is dat de ontwikkeling waar dit plan op ziet, hydrologisch neutraal is. In het kader van hydrologisch neutraal ontwikkelen geldt wat betreft hemelwater het uitgangspunt dat dit op eigen terrein wordt verwerkt.
Met de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling wordt ±912,5 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt en rondom gelegen verharding verwijderd. Hoewel in ruil hiervoor één extra nieuwe burgerwoning wordt gerealiseerd met een deels verhard bijbehorend erf, is over het geheel genomen sprake van een behoorlijke afname aan verhard oppervlak in het plangebied. Het hemelwater dat neerkomt op de daken van de bestaande woning en de hierbij behorende bijgebouwen en de verharde delen van erf en tuin rond deze bebouwing, wordt net
34
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
als nu afgevoerd naar de in de bijbehorende achtertuin bestaand aanwezige vijver. Het daarin geborgen hemelwater zakt er vervolgens weg in de bodem. Voor het hemelwater, afkomstig van de daken van de te bouwen nieuwe woning en het hierbij behorende bijgebouw en het verharde deel van erf en tuin rond deze bebouwing zal afgevoerd gaan worden naar een langs de linker zijdelingse perceelsgrens aan te leggen infiltratiegreppel. Zie hiervoor het als bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan. Deze greppel kan en zal gedimensioneerd worden als een bergingsvoorziening voor een maatgevende bui T=100 (100 millimeter in 24 uur). Al het hemelwater dat ter plaatse van de onverharde delen van het plangebied neerkomt, infiltreert rechtstreeks in de bodem. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, geen nadelige gevolgen heeft voor het waterbeheer. Conclusie Vanuit het aspect water zijn geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.3
NATUUR Op 1 januari 2017 trad de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet vervangen. De Wnb voorziet in vereenvoudigde regels voor bescherming van natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar de provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Ook wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen Europees en nationaal beschermde soorten. De Wnb is als gevolg van het samenvoegen van genoemde wetten zowel gericht op gebieds- als soortenbescherming.
4.3.1
GEBIEDSBESCHERMING Wat gebieden betreft heeft de bescherming van de Wnb alleen betrekking op aangewezen Natura 2000-gebieden. De tabel hieronder geeft de afstand van het plangebied van dit bestemmingsplan tot zulke gebieden weer. Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Maria Hoop (westelijk deel) Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Maria Hoop (oostelijk deel) Grensmaas Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek (België) Roerdal Andere Natura 2000-gebieden
Kortste afstand (kilometer) >4 >5 > 8,7 > 9,4 > 9,8 > 10
Alleen de Natura 2000-gebieden Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek en Roerdal gelden als stikstofgevoelig. Volgens de Wnb mag een bestemmingsplan worden vastgesteld als het plan geen significant negatieve effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor betreffend gebied. Om het volgende bestaat er voldoende zekerheid dat het voorliggende bestemmingsplan geen significant negatieve effecten zal hebben op bovenstaande Natura 2000-gebieden.
35
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
Gebruiksfase Wanneer de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebied zo groot is zoals hiervoor vermeld, kan alleen wat betreft de veroorzaakte stikstofemissie en -depositie sprake zijn van mogelijke effecten. In dit geval is om het volgende met zekerheid te stellen dat de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling een positief effect gaat hebben wat dit betreft: • Doordat de intensieve veehouderij ter plaatse van het plangebied wordt beëindigd en de geldende vergunning om er varkens te mogen houden ingetrokken wordt, zal met de ontwikkeling de vanuit het plangebied mogelijke stikstofemissie door het houden van varkens vervallen. Dit betreft gecorrigeerd naar het Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren een maximale emissie van 977,8 kg/jaar; • Voertuigbewegingen veroorzaken in verhouding veel minder stikstofemissie dan bij het houden van vee het geval is. Bovenal blijkt uit paragraaf 4.5 dat in dit geval de beoogde nieuwe situatie betekent dat er ten opzichte van de bestaande situatie sprake is van een afname in het aantal voertuigbewegingen naar/vanaf het plangebied. Ten opzichte van de bestaande situatie is met de beoogde nieuwe situatie dus sprake van een verbetering als het gaat om de instandhouding(sdoelstellingen) van Natura 2000gebieden.
Bouwfase Door de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is de bouwfase sinds 1 juli 2021 vrijgesteld van de Wnb-vergunningplicht. Daardoor is er voor de bouwfase geen beoordeling meer nodig. Conclusie Vanuit het oogpunt van gebiedsbescherming zijn geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.3.2
SOORTENBESCHERMING Wat soorten betreft richt de bescherming van de Wnb zich op het tegengaan van verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied van beschermde soorten. Dit bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling, waarbij ter plaatse van het plangebied de nieuwbouw van één extra burgerwoning mogelijk wordt in ruil voor het slopen van de overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Om te komen tot de beoogde situatie, worden de ±705 m2 grote voormalige varkensstal, ±130 m2 grote paardenstal en twee tussenleden gesloopt. Daarnaast zal ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing een deel van de bestaand aanwezige essensingel worden uitgedund en nieuwe erfbeplanting worden aangeplant. Met de sloopwerkzaamheden en werkzaamheden ter uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan is er sprake van ruimtelijke ingrepen die beoordeling vragen van of ze mogelijk kunnen leiden tot verstoring van (verblijfplaatsen en leefgebied van) beschermde plant- en diersoorten. Voor deze beoordeling is ter plaatse van het plangebied een quickscan soortenbescherming verricht. Conclusie vanuit deze quickscan is dat de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling en de daarmee verband houdende werkzaamheden naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten.
Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de voorgenomen werkzaamheden worden beïnvloed en uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen van de voorgenomen activiteiten zijn op de voortplanting en instandhouding van beschermde plant- en/of diersoorten.
36
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
Uit de quickscan volgt zodoende dat er wat soortenbescherming betreft geen aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Van overtreding van de Wnb zal geen sprake zijn, een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde plant- en/of diersoorten is niet nodig. Volgens de quickscan kunnen de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling en de daarmee verband houdende werkzaamheden mogelijk wel leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen van en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene plant- en diersoorten. Hiervoor is op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 een algehele vrijstelling van toepassing. Het rapport van de verrichte quickscan soortenbescherming is als bijlage 4 opgenomen bij deze toelichting. Conclusie Vanuit het oogpunt van soortenbescherming zijn geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.4
ERFGOED
4.4.1
ARCHEOLOGIE Het archeologisch bodemarchief is de belangrijkste bron voor onze oudste geschiedenis. Sinds 1 juli 2016 regelt de Erfgoedwet de bescherming en het behoud van archeologische waarden in de bodem. Belangrijkste doel van de wet is de bescherming van archeologische waarden op de oorspronkelijke plek, dus in de bodem zelf (behoud in situ). Een gemeente heeft volgens de wet de verplichting om in ruimtelijke plannen rekening te houden met het mogelijk aanwezig zijn van archeologische waarden. De mogelijke archeologische waarden ter plaatse van het plangebied zijn beschermd door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’, die in het op 14 december 2017 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’ ter plaatse is opgenomen en in dit bestemmingsplan is overgenomen. Deze dubbelbestemming houdt concreet in dat sprake is van een (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde en archeologisch onderzoek is vereist bij bodemingrepen over een oppervlakte van 500 m2 of meer én dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld. Voor de in paragraaf 2.2 beschreven nieuwe situatie zijn geen bouw- of aanlegwerkzaamheden boven bovengenoemde omvang voorzien. In dit bestemmingsplan is ten behoeve van de te bouwen woning binnen de woonbestemming de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning’ opgenomen.
Uitgaande van de oppervlakte van het vlak met deze aanduiding kan deze woning een grondplan van maximaal 200 m2 krijgen. Het bij deze woning voorziene bijgebouw betreft een bestaand aanwezig voormalig bedrijfsgebouw. Los hiervan valt nog te constateren dat de te bouwen nieuwe woning en ook de paarden(rij)bak grotendeels worden gerealiseerd ter plaatse van de te slopen voormalige varkensstal. Aangezien deze een oppervlakte van ±705 m2 heeft en onderliggende mestkelders van ±1,8 of ±2,1 meter diep onder maaiveld, is de bodem ter plaatse in het verleden al over een behoorlijke oppervlakte tot op aanzienlijke diepte geroerd. Op basis van het voorgaande is te concluderen dat ten behoeve van dit bestemmingsplan geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In dit geval volstaat het overnemen van
37
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ in voorliggend bestemmingsplan als waarborg voor het beschermen van de mogelijke archeologische waarden ter plaatse. Conclusie Vanuit het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
4.4.2
CULTUURHISTORIE Volgens de Erfgoedwet die sinds 1 juli 2016 van kracht is, moet er bij ruimtelijke plannen rekening worden gehouden met het aanwezige culturele erfgoed. De wet maakt zo integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Het plangebied ligt volgens de kaart Cultuurhistorie van de Atlas Limburg in gebied dat van oudsher bouwland en hiermee cultuurlandschap is (zie figuur 4.3). De Heugenderweg en grens tussen Nederland en Duitsland zijn volgens de kaart (gedeeltelijk) in het landschap herkenbare cultuurhistorische lijnen. Gezien de kaart zijn in het plangebied en in de directe omgeving geen monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig.
•
Figuur 4.4: Uitsnede kaart Cultuurhistorie Atlas Limburg (bron: https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default)
Onderhavig bestemmingsplan heeft geen nadelige invloed op de herkenbaarheid van de genoemde ter plaatse voorkomende cultuurhistorisch waardevolle elementen. Met de volgens het plan beoogde nieuwe situatie is geen sprake van afname van de oppervlakte aan onbebouwde gronden in het plangebied. Met het aan dit bestemmingsplan verbonden landschappelijke inpassingsplan wordt er met gebruikmaking van de bestaand aanwezige landschappelijke inpassing zorg voor gedragen dat de beoogde nieuwe situatie een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing inhoudt. En het plan leidt er niet toe dat de ligging en/of inrichting (ter plaatse) van de Heugenderweg en de grens van Nederland en Duitsland wijzigt. Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn geen belemmeringen aanwezig voor dit wijzigingsplan.
38
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
4.5
VERKEER EN PARKEREN Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen en het aantal benodigde parkeerplaatsen in en/of rondom het plangebied. Het is daarom van belang om inzichtelijk te maken welke veranderingen er kunnen optreden en of deze effect hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbehoefte. In dit geval is hiertoe gebruik gemaakt van CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018). Verkeersafwikkeling Genoemde CROW-publicatie geeft geen kencijfers voor de verkeersgeneratie van een varkenshouderij. Uit ervaringscijfers kan worden afgeleid dat een varkenshouderij in het algemeen per etmaal zorgt voor maximaal 12 voertuigbewegingen van vrachtwagens en 8 voertuigbewegingen van personen- en/of bestelauto’s. Dit vanwege aan- en afvoer van varkens, afvoer van kadavers, aanvoer van voer en stro, afvoer van mest, aan- en afvoer van andere materialen en bezoek van dierenartsen, adviseurs, monteurs enz. Dit bestemmingsplan ziet eerst op het beëindigen van de voormalige intensieve veehouderij ter plaatse van het plangebied en het herbestemmen van de bestaand aanwezige voormalige bedrijfswoning. Daarnaast maakt het in ruil voor het slopen van de overtollige voormalig agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse de nieuwbouw van één extra burgerwoning mogelijk.
De verkeersgeneratie van de bestaande én nieuwe woning is wel af te leiden van in genoemde CROW-publicatie opgenomen kencijfers. Hiervoor kan uit worden gegaan van het kencijfer voor een vrijstaande koopwoning in buitengebied van maximaal 8,6 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling waar dit plan in voorziet per saldo leidt tot afname van het dagelijks aantal verkeersbewegingen vanaf/naar het plangebied. Aan de ene kant zorgt het beëindigen van de varkenshouderij voor het vervallen van maximaal 20 voertuigbewegingen van vracht-, personen- en bestelauto’s per dag vanaf/naar het plangebied. Aan de andere kant heeft het toevoegen van een extra burgerwoning per dag weer maximaal 8,6 extra bewegingen van een personenauto vanaf/naar het plangebied tot gevolg. Het plangebied is in de bestaande situatie zowel ter hoogte van de bestaand aanwezige woning als de te slopen voormalige varkensstal met brede uitwegen ontsloten op de Heugenderweg. Ter ontsluiting van het erf van de bestaande woning blijft de hiervoor gelegen bestaande uitweg gehandhaafd. Het erf van de te bouwen nieuwe woning zal een eigen ontsluiting krijgen door rechts van deze woning een aangepaste uitweg te realiseren. Die wordt smaller dan de bestaande uitweg ter hoogte van dit deel van het plangebied.
Gelet op de afname van het dagelijks aantal verkeersbewegingen vanaf/naar dit gebied noodzaakt de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling verder niet tot veranderingen in de bestaande verkeersstructuur of aan bestaande wegen. De ontwikkeling zal geen probleem veroorzaken qua afwikkeling van het verkeer. De Heugenderweg kan erftoegangsweg blijven en de verdere ontsluiting van het plangebied kan plaats blijven vinden via de Molenweg, waar de Heugenderweg naar het noorden toe uitkomt. Parkeren Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op zowel een bestaande als een nieuw te bouwen woning. Wat betreft het aantal vereiste parkeerplaatsen bij deze woningen kan er uitgegaan worden van de bijlage ‘Parkeerkencijfers’, die onderdeel is van de regels van
39
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
het op 14 december 2017 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Volgens deze bijlage staat er voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied een parkeerkencijfer van ten hoogste 2,8 parkeerplaatsen per woning. Vanuit het algemene uitgangspunt dat er op eigen terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, betekent dit dat er zowel op het erf van de al bestaande woning als op het erf van de nieuwe woning tenminste drie parkeerplaatsen moeten zijn. Met de in het plangebied voorgenomen ontwikkeling blijft de verharding die bestaand voor de bestaande woning aanwezig is, behouden. Te constateren is dat die voldoende ruimte biedt voor het parkeren van minimaal drie voertuigen. Uit figuur 2.5 in paragraaf 2.2 blijkt dat op het voorerf rechts voor de nieuw te bouwen woning het realiseren van drie parkeerplaatsen is voorzien. Conclusie Vanuit oogpunt van verkeer en parkeren zijn er geen belemmeringen aanwezig voor dit bestemmingsplan.
4.6
KABELS EN LEIDINGEN Er zijn in of in de directe omgeving van het plangebied geen kabels en leidingen aanwezig die ter plaatse een planologische belemmering geven. De aanwezigheid van kabels en leidingen voor nutsvoorzieningen is evident, maar deze kabels en leidingen kunnen in het geval dat noodzakelijk is eenvoudig worden verlegd of verwijderd.
HOOFDSTUK 5
40
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
5 1 Juridische planbeschrijving 5.1
ALGEMEEN Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Deze planonderdelen moeten in onderling verband gelezen worden. De verbeelding geeft de vastgelegde bestemmingen en aanduidingen visueel weer en in de regels zijn de daarbijbehorende gebruiks- en/of bouwmogelijkheden vastgelegd. Deze toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van dit bestemmingsplan. Hierin zijn ten eerste de beweegredenen, beleidsuitgangspunten, toetsen onderzoeksresultaten beschreven, die ten grondslag liggen aan het plan. Verder is de toelichting een hulpmiddel bij het interpreteren van het plan.
5.2
OPZET VERBEELDING EN REGELS Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het plan. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels en de functie van visualisering van de bestemmingen en aanduidingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen en aanduidingen weergegeven, met de daarbij behorende randvoorwaarden. De regels betreffen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen over het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. Op de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven: • Bestemming ‘Wonen-1’, met daarbinnen de aanduidingen: o ‘specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning’; o ‘specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 1’; o ‘specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2’; o ‘maximum aantal wooneenheden: 1’; o ‘specifieke vorm van wonen uitgesloten - geluidsgevoelige ruimte’ • Bestemming ‘Agrarisch’, zonder aanduidingen ‘bouwvlak’ en ‘intensieve veehouderij’; • Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’; • Gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’.
Bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) en het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 (IMRO2012). De regels van dit bestemmingsplan zijn conform de SVBP 2012 in vier hoofdstukken onderverdeeld: • Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Artikel 1 definieert de begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden en artikel
41
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
•
•
5.3
2 bepaalt hoe maten gemeten moeten worden. Dit om interpretatieverschillen te voorkomen. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In de artikelen 3 tot en met 5 zijn de regels voor de (dubbel)bestemmingen ‘Agrarisch’, en ‘Wonen-1’ en ‘Waarde - Archeologie 3’ opgenomen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Artikel 6 betreft de gebruikelijke anti-dubbeltelregel. De artikelen 7 tot en met 11 bevatten de algemeen van toepassing zijnde bouw, gebruiks-, afwijkings-, wijzigings- en procedureregels. De overige regels van artikel 12 zien onder meer toe op de juridische verankering van het binnen de Structuurvisie Echt-Susteren 2025 opgenomen GKM. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk is zoals gebruikelijk het overgangsrecht vastgelegd (artikel 13) en aangegeven hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald (artikel 14).
BESTEMMINGEN In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat het bestemmingsplan vergezeld moet gaan van een toelichting, waarin onder andere een omschrijving is gegeven van de bestemmingen en de doeleinden van die bestemmingen. Wat betreft de omschrijving voor de (dubbel)bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Waarde - Archeologie 3’ wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld op 14 december 2017. Hieronder wordt kort ingegaan op de bestemming ‘Wonen-1’, die in dit bestemmingsplan is opgenomen voor het herbestemmen van de bestaand aanwezige voormalige bedrijfswoning tot één burgerwoning en het planologisch mogelijk maken van nieuwbouw van één extra burgerwoning. Op de verbeelding zijn op basis van de in paragraaf 2.2 beschreven beoogde nieuwe situatie twee aparte vlakken met de bestemming ‘Wonen-1’ vastgelegd voor enerzijds de bestaande woning en de daarbij behorende bijgebouwen, erven en tuinen en anderzijds de nieuw te bouwen woning en de daarbij behorende bijgebouwen, erven en tuinen. Dat resulteert enerzijds in een ±4.500 m2 groot bestemmingsvlak en anderzijds in een ±3.700 m2 groot bestemmingsvlak.
Voor de bestemmingsregels is zoveel mogelijk aangesloten op de regels voor de bestemming ‘Wonen’ van het 14 december 2017 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en de regels voor de bestemming ‘Wonen-1’ van het 8 april 2021 vastgestelde bestemmingsplan ‘Molenweg 108 - Kerkstraat 100/100A te Koningsbosch. Dit brengt onder meer het volgende met zich mee: • De nieuw te bouwen woning is uitsluitend mogelijk binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning’. De plaats van deze aanduiding is afgestemd op de plaats van deze woning volgens de in paragraaf 2.2 beschreven beoogde nieuwe situatie; • Het hergebruik van het ene deel van één van de voormalige varkensstallen als bijgebouw bij de bestaande woning en het andere deel als bijgebouw bij de nieuwe woning is eerst geregeld door aan die delen de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 1’ en ‘specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2’ toe te kennen. In de
42
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
regels is gekoppeld aan deze aanduidingen een grotere toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken vastgelegd. De in paragraaf 2.3 en 4.1.4 bedoelde voorwaardelijke verplichtingen met betrekking tot het realiseren en instandhouden van de vereiste landschappelijke kwaliteitsverbetering en inpassing en geluidwerende voorziening zijn in de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Wonen-1’ opgenomen (artikel 4.5.2). Via artikel 4.6.4 bieden de regels een afwijkingsmogelijkheid om via een omgevingsvergunning toe te kunnen staan dat in voorkomend geval ten opzichte van het tot dit plan behorende landschappelijk inpassingsplan een andere invulling valt te geven aan de vereiste landschappelijke kwaliteitsverbetering en inpassing.
43
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
6
1 Uitvoerbaarheid
6.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient er rekening te worden gehouden met de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Dat wil zeggen dat iedereen gelegenheid behoort te krijgen om kennis te nemen van de met het plan voorgenomen ontwikkeling en om indien gewenst daar op te reageren. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan waar nodig overleg pleegt met andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Hierbij valt te denken aan de naburige gemeenten, het waterschap en de diensten van de provincie en het Rijk die zich bezighouden met ruimtelijke ordening. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is hierbij van overeenkomstige toepassing. Doel van dit vooroverleg is de opstellers van bestemmingsplannen tijdig de mogelijkheid te bieden een plan desgewenst te wijzigen ter verwerking van opmerkingen van andere overheden en overheidsdiensten. De gemeente Echt-Susteren heeft dit bestemmingsplan gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan aan de relevant geachte wettelijke adviseurs voorgelegd in het kader van artikel 3.1.1 Bro. Hierop is alleen van het Waterschap Limburg een vooroverlegreactie ontvangen. Deze is verwerkt in deze toelichting.
Inspraak De gemeente Echt-Susteren beschikt over een inspraakverordening. Uitgaande van deze verordening hoeft er in het kader van dit bestemmingsplan geen inspraak te worden gehouden en kan er direct over worden gegaan tot de formele procedure tot vaststellen van een bestemmingsplan. Formele procedure Voorliggend bestemmingsplan vormt een herziening van het op 14 december 2017 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en moet worden vastgesteld conform de in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voorgeschreven procedure. Hieruit volgt dat op de voorbereiding tot vaststelling afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Dit betekent dat in het kader van de procedure het ontwerpbestemmingsplan van 30 mei 2022 tot 11 juli 2022 voor zes weken ter inzage heeft gelegen en dat iedereen gedurende de inzagetermijn de gelegenheid heeft gehad om op het plan zienswijzen in te dienen. De terinzagelegging is op 27 mei 2022 bekendgemaakt in de gemeentelijke bladen, op de website van de gemeente en in de digitale Staatscourant. Voor inzage is het ontwerpbestemmingsplan via www.ruimtelijkeplannen.nl voor iedereen digitaal beschikbaar gesteld. Uitkomst van de terinzagelegging is dat er geen zienswijzen zijn ingediend op het ontwerpbestemmingsplan.
Vanwege een gewenste ambtshalve wijziging is het bestemmingsplan uiteindelijk wel voor gewijzigde vaststelling voorgelegd aan de raad van de gemeente EchtSusteren.
44
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
6.2
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Op grond van art. 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet wat betreft de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan ook worden ingegaan op economische aspecten. Het gaat hierbij om de aspecten kostenverhaal en planschade. Kostenverhaal Volgens art. 6.12, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet de gemeenteraad in het kader van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit een exploitatieplan vaststellen voor de in het plan of besluit begrepen gronden als het betrekking heeft op een in art. 6.2.1 Bro aangewezen bouwplan. In art. 6.12, lid 2 Wro is bepaald dat de raad kan besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien: • het verhaal van kosten over de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is; • het bepalen van een tijdvak of een fasering zoals bedoeld in art. 6.13, lid 1, onder c Wro niet noodzakelijk is, en • het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels zoals bedoeld in art. 6.13, lid 2, onder b, c of d niet noodzakelijk is. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een in het Bro aangewezen bouwplan, want het maakt ook het bouwen van een woning planologisch mogelijk. In dit geval kan de raad van de gemeente Echt-Susteren echter op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen.
Het vaststellen van zo’n plan kan in het kader van dit bestemmingsplan achterwege blijven, omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd wordt. De gemeente Echt-Susteren en initiatiefnemer gaan ten behoeve hiervan voorafgaand aan de formele procedure een anterieure overeenkomst over de grondexploitatie sluiten. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is een particulier initiatief. Doordat met de gesloten anterieure overeenkomst het kostenverhaal anderszins verzekerd is, kan het plan op dit punt voor de gemeente economisch uitvoerbaar worden geacht. Planschade Een in een bestemmingsplan opgenomen regel kan een oorzaak zijn van (plan)schade als bedoeld in art. 6.1 Wro. Een eventuele vanwege een regel in een bestemmingsplan uit te betalen tegemoetkoming in planschade komt eerst voor rekening van de gemeente. Gelet op de in deze toelichting beschreven gevolgen van het plan en het feit dat de afstand van het plangebied tot omliggende bedrijfs- en woonbestemmingen of bouwvlakken van andere agrarische bedrijven meer dan 145 meter bedraagt, is het niet waarschijnlijk dat dit bestemmingsplan leidt tot planschade.
Om desondanks met zekerheid te voorkomen dat een uit dit bestemmingsplan voortvloeiende tegemoetkoming in planschade voor rekening van de gemeente blijft, wordt als onderdeel van de anterieure overeenkomst over de grondexploitatie ook een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. De gemeente kan het uitgekeerde bedrag dan verhalen op initiatiefnemer. Conclusie Op basis van het bovenstaande is voor de gemeente de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan gewaarborgd.
45
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
1 Bijlagen •
Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan, Ir G.W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt, kenmerk: PNR 6104RL8, datum: 6 november 2021
•
Bijlage 2: Rapport Verkennend bodemonderzoek, Econsultancy, kenmerk: 14159.001, versie D1, datum 15 december 2020
•
Bijlage 3: Rapport Akoestisch onderzoek, Hiëronymus Beheer BV, kenmerk: Woning Heugenderweg te Koningsbosch, datum: 21 juli 2021
•
Bijlage 4: Rapport Quickscan soortenbescherming, Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan, kenmerk: EX.19.1682, datum: 31 maart 2022
46
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting
47
Bestemmingsplan Heugenderweg 8 Koningsbosch - Toelichting