Toelichting
Tekst van het document
zijn er voor wat betreft het aspect geluid geen bezwaren om het bestemmingsplan ten behoeve van de realisering van de beoogde woning vast te stellen. 3.1.3 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10¯6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde.
Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. Wet- en regelgeving Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater geldt de Wet basisnet. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe veiligheid transport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG). Externe veiligheid buisleidingen Ten aanzien van buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). In dit besluit met bijbehorende regeling worden in lijn met het Bevi normen gesteld aan het PR en het GR voor buisleidingen.
Externe veiligheid risicovolle bedrijven/inrichtingen Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen is wettelijk vastgelegd in het Revi. In de nabijheid van het onderhavige plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die op het gebied van externe veiligheid een risico vormen. Dit aspect blijft bij het vervolg van deze paragraaf derhalve buiten beschouwing. Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 21 -
Toelichting
Beleidsvisie Externe Veiligheid gemeente Echt-Susteren In december 2012 is de Beleidsvisie Externe Veiligheid Echt-Susteren, verder Beleidsvisie, d vastgesteld. Er zijn daarbij vijf zones aangegeven die planologisch-juridisch van belang zijn: 1. De veiligheidszone De zone waarbinnen het plaatsgebonden risico groter is dan 10 -6. Daarbinnen is het wettelijk verboden om kwetsbare objecten te vestigen. Beperkt kwetsbare objecten vergen een voor beroep vatbare afweging. 2. Het plasbrandaandachtsgebied Dit gebied geldt langs aangewezen routes (weg, spoor, eventueel water). Binnen het plasbrandaandachtsgebied kunnen door middel van een omgevingsvergunning eisen worden gesteld aan constructie en gevels. Nieuwbouw in het plasbrandaandachtsgebied vergt een voor beroep vatbare verantwoording. 3. De 100%-letaliteitszone Het gebied waar ook mensen die in gebouwen verblijven slachtoffer kunnen worden van een ongeval. De aanwezigheidsdichtheid in dit gebied bepaalt in de regel volledig de hoogte van het groepsrisico. 4. De 200 meter-zone De zone waarbinnen ruimtelijke beperkingen gesteld kunnen worden uit oogpunt van externe veiligheid. Daarbuiten is dat juridisch niet meer mogelijk. Ontwikkelingen buiten de 200 m zone hebben in de regel geen of een zeer kleine invloed op het groepsrisico. 5.
Het invloedsgebied De zone waarbinnen mensen nog kunnen overlijden door een ongeval met een gevaarlijke stof. Wanneer een plangebied overlapt met een invloedsgebied dient het bevoegd gezag het groepsrisico te verantwoorden. In deze Beleidsvisie is voorts een aantal richtsnoeren vastgelegd dat een wezenlijke invulling vormt van de beleidsruimte voor de verantwoording groepsrisico. Door toepassing van de richtsnoeren wordt het groepsrisico zo beperkt mogelijk gehouden en wordt rekening gehouden met het te verantwoorden aspect zelfredzaamheid. Wanneer de richtsnoeren van de beleidsvisie vertaald worden naar onderhavige ontwikkeling dan betekent dat het volgende: 1. Hoge dichtheden zo ver mogelijk van de buisleiding af projecteren, of vanaf minimaal op 200 meter afstand hiervan. 2. Bouwobjecten bedoeld voor minder zelfredzame personen buiten het invloedsgebied, op 560 meter afstand van de buisleidingen, projecteren; 3. Bouwobjecten bedoeld voor minder zelfredzame personen vanaf minimaal 200 meter projecteren; 4. Goede verkeerskundige ontsluiting voor de hulpdiensten en aandacht voor vluchtroutes van de risicobron af, in ieder geval binnen 200 meter afstand van de buisleiding; 5. Bluswatervoorzieningen geborgd in het plan. De richtsnoeren worden bij een nieuwe ontwikkeling in oplopende volgorde afgewogen.
Indien richtsnoer 1 niet mogelijk is kan men gemotiveerd afwijken naar richtsnoer 2 en zo verder. Bij een calamiteit met een buisleiding wordt de hittestraling zo groot dat mensen, ook in gebouwen, tot op een afstand van 200 meter hieraan kunnen overlijden. Plangebied-persoonsgebonden risico (PR) Transport gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied zijn geen transportroutes van gevaarlijke stoffen gelegen die invloed kunnen hebben op het plangebied. De meest nabijgelegen transportroutes waarop Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 22 -
Toelichting
transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn de A2 (op 1,4 kilometer) en de spoorlijn (4,3 kilometer). Dit aspect vormt geen belemmering d voor het plan. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen met een risico op het gebied van externe veiligheid. De meest nabijgelegen leiding is op circa 1,5 kilometer van het plangebied gesitueerd. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan. Risicovolle bedrijven In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle bedrijven gelegen. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan. Plangebied-groepsgebonden risico (PR) Omdat er geen sprake is van risicobronnen in de directe omgeving zijn er ook geen belemmeringen ten aanzien van het groepsrisico. Resumerend kan worden aangegeven dat bij het voorliggende plan geen sprake is van risico’s op het gebied van externe veiligheid. 3.1.4 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 Luchtkwaliteitseisen opgenomen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig gelden de volgende besluiten en regelingen: Besluit gevoelige bestemmingen, Besluit ‘Niet in betekenende mate’ en Regeling ‘Niet in betekenende mate’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.
Huidige jaargemiddelde concentraties: NSL-Monitoringstool Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, Atlas voor de Leefomgeving) volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in het plangebied (veel) lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor beide 40 µg/m³). De NO2-concentratie bedraagt 12-14 µg/m³ in het plangebied en de PM10-concentratie bedraagt 30-39 µg/m³ (cijfers augustus 2022). Deze concentraties liggen (ver) beneden de grenswaarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend.
Omdat geen van deze functies wordt gerealiseerd met behulp van dit bestemmingsplan is dit besluit derhalve niet van toepassing. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 23 -
Toelichting
voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 d woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Plangebied In het plangebied wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Omdat dit aantal past binnen de bandbreedte van het Besluit NIBM (1.500 resp. 3.000 woningen) kan worden vastgesteld dat dit plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
3.2 Waterparagraaf De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedureafspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient in principe de watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. De waterhuishoudkundige aspecten omvatten onder meer veiligheid voor water, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. Beleidsregels grote rivieren De Beleidsregels grote rivieren bieden een kader voor de beslissing omtrent de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht bezien die nodig is voor het verkrijgen van een vergunning op grond van de Waterwet/Waterbesluit. In de Beleidsregels is aangegeven welke uitgangspunten en randvoorwaarden gelden voor gebieden in het waterbergend rivierbed.
Voor wat betreft de oppervlaktewaterlichamen zijn conform het Waterbesluit gebieden aangewezen die zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor het gebruik van waterstaatswerken. Uit het kaartmateriaal behorende bij bijlage IV van het Waterbesluit blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van het gebied dat is vrijgesteld van de vergunningplicht voor het gebruik van het waterstaatswerk (conform art. 6.16 Waterbesluit). Plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen het waterbergend rivierbed waar paragraaf 6 van hoofdstuk 6 van het Waterbesluit van toepassing is. Derhalve is het aanvragen van een watervergunning voor de bouw van de woning niet noodzakelijk. Opgemerkt dient te worden dat er ter plaatse wel kans bestaat op wateroverlast bij hoogwater. Het bouwen in het rivierbed is voor eigen risico waardoor eventuele schade niet verhaald kan worden op het Rijk. Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 De gemeente Echt-Susteren valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg.
Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 24 -
Toelichting
De verplichting om elke zes jaar een nieuw waterbeheerprogramma vast te stellen is vastgelegd in de (nog niet in werking getreden) Omgevingswet. Het Nationale Waterprogramma en het d Provinciaal Waterprogramma hebben dezelfde looptijd en bieden de kaders voor het strategisch grondwaterbeheer, de regionale normering wateroverlast, de functietoekenning voor de oppervlaktewateren en de waterkwaliteitsdoelen voor de KRW-waterlichamen (Kader Richtlijn Water) en de overige wateren. Het Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 geeft hier de regionale invulling aan. Plangebied Voor het voorliggende plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten. Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende legger als kaart, bijgewerkt tot maart 2019). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones.
Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhouds- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Ten aanzien van dit plangebied zijn er geen aanduidingen op de legger van het waterschap aangegeven. Het beleid van Waterschap Limburg schrijft voor de afhandeling van regenwater de trits ‘opvangen, bergen en infiltreren’ voor. Dit beleid is opgenomen in de Keur van het waterschap. Per 1 april 2019 geldt als norm voor Midden- en Noord-Limburg dat 100 mm/dag per m² verhard oppervlak opgevangen dient te worden binnen het plangebied. Gemeentelijk Waterplan De gemeente Echt-Susteren wil, in samenwerking met Waterschap Limburg en het Waterschapsbedrijf Limburg, het watersysteem en de waterketen op orde hebben en houden. Hiervoor heeft de gemeente een waterplan opgesteld. Het doel van het waterplan is het vastleggen van de gemeenschappelijke lange termijnvisie van de gemeente Echt-Susteren, waterschap en overige waterpartners. De visie omvat alle wateraspecten binnen de gemeente en dient te worden uitgewerkt naar een concreet en pragmatisch uitvoeringsprogramma. Plangebied Er is voor onderhavig bouwplan rekening gehouden met infiltratie op eigen terrein. Bij de uitwerking van dit plan zal de wijze van infiltreren van hemelwater verder worden uitgewerkt.
3.3 Ecologie en stikstof In de Wet natuurbescherming zijn de soortenbescherming (ten aanzien van flora en fauna) en gebiedsbescherming (ten aanzien van Natura 2000-gebieden) geregeld. De bepalingen uit deze wet dienen te worden nageleefd bij nieuwe planologische activiteiten. Ten behoeve van de soortenbescherming is een ecologische quickscan uitgevoerd. Soortenbescherming Om te kunnen bepalen of er in een bepaald plangebied (habitats van) beschermde plant- en diersoorten aanwezig zijn wordt in de meeste gevallen voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Mocht uit deze quickscan blijken dat er geen (habitats van) beschermde flora en fauna aanwezig zijn dan is daarmee aan de onderzoeksplicht voldaan. Is er naar aanleiding van deze quickscan wel sprake van aanwezigheid of vermoeden van Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 25 -
Toelichting
voorkomen van (habitats van) beschermde plant- en diersoorten dan dient in veel gevallen een vervolgonderzoek hierover meer duidelijkheid d te verschaffen. Voor het plangebied is een quickscan ecologische waarden uitgevoerd. Ecolybrium, Rapportage Quickscan Ecologische Waarden nieuwbouw Kempstraat (ong.), Roosteren, kenmerk 23-1344, d.d. 13.02.2023 (separate bijlage 4). Op basis van het onderzoek en in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) kan gesteld worden dat: - het gebied vormt in geen enkel opzicht een geschikt groeibiotoop voor vogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten). Effecten op broedvogels en daarmee knelpunten in het kader van de Wet natuurbescherming treden daarmee niet op. Nader onderzoek is niet aan de orde. - Effecten op algemeen voorkomende vogelsoorten die in de omgeving kunnen broeden (waarvan de nesten alleen tijden het broedseizoen beschermd zijn) treden alleen op als de werkzaamheden uitgevoerd worden binnen de broedperiode (half maart – half juli). - De voorgenomen bouwwerkzaamheden kunnen leiden tot een vernietiging en/of aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen als de boom met holte gekapt wordt. Nader onderzoek naar de functie van de aanwezige boomholte is dan noodzakelijk. - Essentiële foerageergebieden en primaire vliegroutes van vleermuizen zijn niet aanwezig op en rondom de onderzoekslocatie.
Vervolgonderzoek is daarmee geheel niet noodzakelijk. - Op de locatie is geen sprake van optimaal ontwikkeld habitat voor dagvlinders, libellen, amfibieën, vissen, reptielen, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden. - Effecten op beschermde vaatplanten niet optreden omdat daar de groeiomstandigheden geheel ongeschikt voor zijn. Op basis van deze resultaten kan worden gesteld dat er geen vervolgonderzoeken noodzakelijk zijn, mits de boom met boomholte wordt gehandhaafd. Er is geen noodzaak tot het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende maatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming. De herbestemming en ruimtelijke ingrepen uitgevoerd kunnen worden zoals beoogd. Gebiedsbescherming Voor de Natura2000-gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Plangebied Het plangebied is gelegen in nabijheid van een Natura2000-gebied. Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 500 meter ligt het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’. Op het onderstaande kaartje is het plangebied door middel van een rode stip aangeduid.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 26 -
Toelichting
Het genoemde Natura2000-gebied is met een groene kleur weergegeven: d
Ligging plangebied ten opzichte van N2000-gebieden
Gelet op de afstand tot het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’ en de kleinschaligheid van het project zijn verstorende effecten, zoals geluid, trilling en licht, door de nieuw te realiseren woning niet te verwachten. Daarnaast is het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’ geen stikstofgevoelig gebied waardoor negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied ten gevolge van zowel de bouwfase als de gebruiksfase van het planvoornemen niet te verwachten zijn. Het uitvoeren van een AERIUS-stikstofberekening is derhalve niet aan de orde.
3.4 Archeologie De Erfgoedwet is thans de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet is een raamwet, die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De gemeenten zijn in deze wet tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Uit het vigerend bestemmingsplan blijkt dat de percelen zijn voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De gronden met deze dubbelbestemming hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde. Indien een bodemverstoring plaatsvindt met een diepte van 0,40 meter of meer beneden het maaiveld, over een oppervlakte van 500 m² of meer, dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Plangebied Hoewel de woningtoevoeging een bodemverstoring inhoudt, is er geen sprake van een bodemverstoring van 500 m² of meer. Derhalve is archeologisch onderzoek niet aan de orde.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 27 -
Toelichting
3.5 Bedrijven en milieuzonering d In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Dit heeft met name te maken met de uitstraling van eventuele omliggende bedrijfsactiviteiten op de toekomstige woningen dan wel de omgekeerde werking, waarbij de toekomstige woningen een belemmering kunnen vormen bij de uitvoering van de bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Volgens de VNG-brochure gelden richtafstanden voor functies tot gevoelige functies zoals wonen. De maatgevende hindertypen zijn geur, stof, geluid en gevaar. Volgens de VNG-brochure mag, bij ligging in een gebied waar meerdere bestemmingen zijn toegekend en nabijgelegen relevante geluidbronnen, worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Daarbij kan de richtafstand met een stap omlaag worden gebracht. Ten oosten van het plangebied is het sportcomplex van voetbalvereniging V.V. Roosteren gelegen. Voor een veldsportcomplex (met verlichting) zijn specifieke richtafstanden opgenomen in de VNGbrochure. Deze zijn weergegeven onder de SBI-code 931 ‘Veldsportcomplex (met verlichting)’.
In navolgende tabel zijn de richtafstanden voor deze functie weergegeven (op basis van de gebiedsclassificatie ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’): Activiteit Veldsportcomplex (met verlichting) → Rustige woonwijk Veldsportcomplex (met verlichting) → Gemengd gebied
Geluid 50
Gevaar 0
Stof 0
Geur 0
30
0
0
0
Zoals in het voorgaande besproken bevindt zich ten oosten van het plangebied het veldsportcomplex van V.V. Roosteren gelegen. Daarnaast liggen zowel ten zuiden als ten noorden verschillende agrarische bestemmingen. Verder zijn op korte afstand twee bedrijfsbestemmingen (autogarage en sportschool) en een maatschappelijke functie gelegen. Gezien de ligging van meerdere verschillende bestemmingen en functies in de omgeving kan de omgeving van het plangebied worden getypeerd als ‘gemengd gebied’. Derhalve kunnen de richtafstanden een stap omlaag worden gebracht. In het onderhavige geval wordt enkel de richtafstand voor het aspect ‘geluid’ teruggebracht tot 30 meter. De richtafstanden voor de aspecten gevaar, geur en stof bedragen 0 meter. Logischerwijs wordt aan deze richtafstanden voldaan. Het aspect ‘geluid’ is reeds beschouwd in subparagraaf 3.1.2. Op basis van voorgaande overwegingen kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de nieuw te realiseren woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en nabijgelegen bedrijven niet worden belemmerd door het planvoornemen.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 28 -
Toelichting
4 Planbeschrijving
d
4.1 Plangebied en omgeving Het plangebied is gelegen aan de noordwestelijke rand van de kern Roosteren. Dit deel van de kern is overwegend woongebied waar tevens enkele agrarische functies aanwezig zijn. Het plangebied wordt gevormd door de percelen kadastraal bekend als gemeente Roosteren, sectie F, nummer 1668. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.235 m². Op de onderstaande luchtfoto is de locatie van het plangebied aangeduid binnen de rode belijning:
Luchtfoto met plangebied
Het plangebied beslaat alle gronden die in het vigerende bestemmingsplan zijn bestemd tot ‘Wonen’. Door de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt een woningbouwtitel toegevoegd aan het perceel aan de Kempstraat te Roosteren.
4.2 Parkeren Bij het bepalen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de in het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ opgenomen parkeernormering, die is gebaseerd op de CROW-aanbevelingen dienaangaande. Deze normering kent een verdeling op basis van de stedelijkheidsgraad en de stedelijke zone waarin het plangebied is gelegen. Voor het plangebied wordt uitgegaan van de verstedelijkingsgraad ‘weinig stedelijk’ en de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Voor vrijstaande koopwoningen geldt een minimale norm van 1,9 parkeerplaatsen per woning en een maximale norm van 2,7 parkeerplaatsen per woning. Uitgegaan wordt van de minimale norm van 1,9 parkeerplaatsen per woning.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 29 -
Toelichting
Er dienen minimaal 2 parkeerplekken te worden aangelegd voor dit bouwplan. In het plangebied bevindt zich reeds in de bestaande situatied ruim voldoende parkeergelegenheid en voorziet het bouwplan in het realiseren van een garage en een carport. Daarmee kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte ter plaatse.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 30 -
Toelichting
5 Planopzet
d
5.1 Inleiding Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Ook is bij de gebruikte terminologie in dit bestemmingsplan aangesloten op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan ‘Kempstraat ongenummerd Roosteren’ bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs aangegeven.
5.2 Indeling van de regels 5.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels (art. 1 en 2) Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn bij de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. In beide artikelen is conform de SVBP2012 een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen. 5.2.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (art. 3 en 4) In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied beoogde (dubbel)bestemmingen en functies. Per artikel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering en positionering, kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. Hierover meer in paragraaf 5.3. 5.2.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels (art. 5 t/m 11) Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels (deels ingegeven door de verplichting vanuit paragraaf 3.2 van het Bro deze bepalingen op te nemen in ieder bestemmingsplan): een anti-dubbeltelregel (art. 5); algemene bouwregels (art.
6): in dit artikel zijn bepalingen opgenomen over parkeernormen, bestaande afwijkende afstanden en maten en over ondergronds bouwen; algemene gebruiksregels (art. 7): hierin worden onder meer de vormen van gebruik, die in strijd zijn met de aan de grond gegeven bestemming, verboden; algemene aanduidingsregels (art. 8): in dit artikel is de gebiedsaanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' opgenomen die van kracht is binnen het plangebied; algemene afwijkingsregels (art. 9): hierin wordt bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het plan middels een omgevingsvergunning ex artikel 2.1 sub c. en artikel 2.12 sub 1. onder 1e van de Wabo (de zogenaamde binnenplanse afwijking); het betreft hier onder andere afwijkingen voor maten, afmetingen en percentages tot 10%, het aanbrengen van luifels en het mogelijk maken van een grotere bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 31 -
Toelichting
-
-
algemene procedureregels (art. 10): hierin wordt geregeld welke procedure moet worden gevolgd in geval van toepassing d van omgevingsvergunningen, nadere eisen en wijzigingsbevoegdheden; overige regels (art. 11): hierin wordt bepaald welke regels voorrang dienen te krijgen en wanneer een kwaliteitsbijdrage is vereist voor een initiatief in het plangebied.
5.2.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (art. 12 en 13) In het overgangsrecht is bepaald dat bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. Het gebruik van grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag worden gehandhaafd. Dit overgangsrecht komt voort uit artikel 3.2.1 van het Bro en is een verplicht onderdeel van de regels. In de slotregel wordt aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangehaald.
5.3 Artikelsgewijze beschrijving bestemmingsregels In het navolgende worden de in hoofdstuk 2 van de regels opgenomen bestemmingsregels (artikelen 3 en 4) kort toegelicht. Artikel 3: Enkelbestemming Wonen Deze bestemming is opgenomen voor het realiseren van een nieuwbouwwoning in het plangebied. Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ mag alleen een vrijstaande woning worden gebouwd. Het volledige plangebied wordt middels de vaststelling van het bestemmingsplan bestemd tot ‘Wonen’. Ten behoeve van de bouw van de nieuwbouwwoning is een bouwvlak met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – nieuwe woning’ op de verbeelding opgenomen. Nieuwe woningen mogen, met uitzondering van vervangende nieuwbouw, uitsluitend worden opgericht ter plaatse van deze bouwaanduiding. In het bouwvlak is het aantal te bouwen woningen aangegeven. Met een aanduiding op de verbeelding is tevens de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte opgenomen. Er is ook een bijgebouwenregeling opgenomen voor het realiseren van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woning en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er mag in totaal 150 m² aan bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd, mits het achtererfgebied voor niet meer dan 50% bebouwd wordt.
Ook zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor het uitbreiden van de woning, het bouwen van een overkapping, het verleggen van de bouwgrenzen van het hoofdgebouw en het bouwen voor de voorgevellijn. Vanwege de ligging van het plangebied nabij het sportveldterrein van VV Roosteren dienen delen van de gevels van de woning als dove gevels uitgevoerd te worden. De positionering van de dove gevels is op de verbeelding opgenomen en in artikel 3.5.7 als voorwaardelijke verplichting opgenomen binnen de planregels. Dit betekent dat de woning niet als zodanig in gebruik mag worden genomen voordat de dove gevels gerealiseerd zijn. Artikel 4: Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. De voor 'Waarde Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde; danwel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 32 -
Toelichting
6 Uitvoerbaarheid
d
6.1 Economische uitvoerbaarheid Exploitatieplan In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de ruimtelijke ontwikkelingen die worden beschouwd als ‘bouwplan’ in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Onderhavig bestemmingsplan omvat een ruimtelijke ontwikkeling (‘het bouwen van één of meer woningen’) welke op basis van artikel 6.2.1 vergezeld dienen te gaan van een exploitatieplan dan wel waarvan het kostenverhaal anderszins dient te worden geregeld. Voor dit bestemmingsplan zal een anterieure overeenkomst worden gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Echt-Susteren. Omdat een (privaatrechtelijke) anterieure overeenkomst wordt gesloten en het kostenverhaal dus anderszins geregeld is, hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Zienswijzen ex art. 3.8 Wro Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Kempstraat ongenummerd Roosteren’ heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 23 november 2023 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen in het gemeentehuis te Echt. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Een en ander is conform het daartoe in de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht bepaalde openbaar bekend gemaakt middels publicatie op 23 november 2023. Gedurende voornoemde periode zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststellingsprocedure Het bestemmingsplan ‘Kempstraat ongenummerd Roosteren’ is in de raadsvergadering van 30 mei 2024 vastgesteld door de gemeenteraad van Echt-Susteren.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 33 -
Toelichting
7 Handhavingsparagraaf
d
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning verlenen.
Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd.
Bestemmingsplan Kempstraat ong. Roosteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 34 -