CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Reigelsbroekweg ongen.

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Reigelsbroekweg ongenummerd, Sint Joost'13.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel is niet nodig. Industrielawaai De eventuele geluidsinvloed van omliggende bedrijven en inrichtingen op het plangebied is reeds getoetst in paragraaf 4.3. Aan de, op grond van de VNG-brochure, aanbevolen afstanden wordt voldaan. Een nader akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluid legt, zowel voor het onderdeel ‘wegverkeer’ als voor het onderdeel ‘industrielawaai’, wel beperkingen op aan de beoogde woningbouwontwikkeling aan de Reigelsbroekweg.

4.6.

Luchtkwaliteit

Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • • • •

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen. ‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: • •

Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

31

Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBMproject en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De 3% is als volgt gekwantificeerd: •

•

Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m 2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

Bij voorliggend initiatief is sprake van ontwikkeling van één nieuwe woning binnen het plangebied. Deze omvang is dusdanig beperkt, dat de ontwikkeling ruimschoots binnen de NIBM-grens valt. Het plan geldt dan ook als een NIBM-project. Huidige achtergrondconcentratie Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit in het plangebied zelf. In de nieuwe situatie is immers sprake van een nieuw gevoelig object. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2, die niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. De norm voor langdurende blootstelling van de bevolking is de grenswaarde van 40 μg/m3 voor de jaargemiddelde NO2-concentratie.

Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. Woningen zijn gevoelige functies voor het aspect luchtkwaliteit. De situatie is dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de verspreidingskaarten (Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland, Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu). Ter hoogte van het plangebied is sprake van de volgende waarden:

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

32

Waarde plangebied Grenswaarde (μg/m3) (μg/m3) - 2025 (gegevens 2021) PM10 15 40 PM2,5 8 25 NO2 12 40 Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt voor de belangrijkste luchtkwaliteitscomponenten binnen het plangebied voldaan aan de grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse legt dan ook geen belemmeringen op aan de beoogde ontwikkeling. Conclusie Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wordt er ruim voldaan aan de grenswaarden van de achtergrondconcentraties. Hierdoor is te concluderen dat er ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van één woning aan de Reigelsbroekweg.

4.7.

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); • het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); • het gebruik van luchthavens; • het gebruik van windturbines. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan.

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

33

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico.

(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Plangebied Uit de Risicokaart blijkt dat de dichtst bijgelegen risicobron zich op circa 385 meter van het plangebied bevindt (spoortraject Maastricht – Eindhoven met vervoer gevaarlijke stoffen).

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

34

Afbeelding 21: Uitsnede risicokaart Reigelsbroekweg en omgeving (bron: risicokaart.nl)

De afstand tussen het plangebied en de risicobron is dusdanig groot, dat er geen sprake is van een verhoogd risico aan de Reigelsbroekweg. Het aspect ‘externe veiligheid’ legt dan ook geen beperkingen op aan de ontwikkeling van de woning aan de Reigelsbroekweg.

4.8.

Waterparagraaf

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Beleid Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Limburg, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal Waterplan, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: - vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); - voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

35

Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. Vanuit het Waterschap Limburg geldt de Keur, waarvan de meest recent gewijzigde versie op 1 april 2019 in werking is getreden. Op grond van deze Keur dienen alle plannen te worden voorgelegd aan het waterschap (er is geen sprake meer van een ondergrens). Bij nieuwe plannen is het vooral van belang dat het hemelwater afkomstig van het nieuw te verharden oppervlakte gebufferd/geïnfiltreerd zal worden volgens de norm van 100 mm per m 2 in 24 uur. Hierbij dient rekening gehouden te worden met hoogteverschillen in het plangebied en de omgeving. De voorkeursvolgorden voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit dienen toegepast te worden, evenals de voorkeurstabel afkoppelen. Hemelwater Het plan betreft de sloop van een oude schuur in de tuin van een bestaande woning en realisatie van een nieuwe woning op deze plek. Door het plan ontstaat de mogelijkheid om één extra woning te realiseren. Bij het plan is in elk geval sprake van sloop van 220 m2 bebouwing. Voor een deel van deze gronden is de realisatie van de nieuwe woning voorzien. Naar verwachting bedraagt de footprint van de nieuw te realiseren woning met aangebouwde bijgebouwen ca. 110 m2.

Zowel in de huidige als in de nieuwe situatie zijn de omliggende gronden onderdeel van de woonfunctie. Deze kunnen worden benut als tuin, erf en/ of inrit. In de bestaande situatie is een deel verhard en deel onverhard. Aangenomen mag worden dat dat ook in de toekomstige situatie zo is. Rond de bebouwing en verharding is dan ook in de toekomstige situatie ruimte aanwezig voor de infiltratie van hemelwater. De dimensionering van de infiltratievoorziening wordt in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag, onderdeel bouwen uitgewerkt. In de voorschriften van de vergunning zal worden opgenomen dat voorzien dient te worden in voldoende ruimte voor hemelwaterberging. Dit betreft het toekomstig bebouwd / verhard oppervlak in m2 x 0,10 = bergingsbehoefte in m3. De infiltratie-/ bergingsvoorziening dient te voldoen aan de regels van het waterschap. Door bij de uitwerking van het bouwplan aan te tonen dat aan het voorgaande wordt voldaan, wordt de nieuwe woning hydrologisch neutraal gerealiseerd. Dit draagt tevens bij aan klimaatadaptatie. Nu er in het plangebied per saldo geen sprake is van toename van bebouwd oppervlak en een infiltratievoorziening wordt gerealiseerd, is het bestemmingsplan waterneutraal. Afvalwater Het (huishoudelijk) afvalwater van de nieuwe woning wordt aangesloten op de riolering.

Overleg waterbeheerder Het overleg met het waterschap Limburg heeft niet geleid tot opmerkingen op of noodzakelijke wijzigingen van het plan.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

36

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief geen belemmeringen oplevert voor de waterhuishoudkundige situatie en dat de waterhuishoudkundige situatie ook geen belemmeringen oplevert voor de bestemmingswijziging aan de Reigelsbroekweg ongenummerd.

4.9.

Wet natuurbescherming

Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming) en de Boswet zijn opgegaan in deze overkoepelende wet. Uitgangspunt van de wet is dat beschermde gebieden en soorten niet aangetast mogen worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om gebieden naar keuze, gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland, aan te wijzen en te beschermen via eigen provinciaal beleid. Deze gebieden worden aangeduid als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, onderscheidenlijk ‘bijzondere provinciale landschappen’.

Natura 2000-gebieden en ook andere natuurgebieden kunnen schade ondervinden door diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming van beschermde flora- en fauna opgenomen. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes omschreven. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing en vrijstelling kan worden verleend. Er zijn drie beschermingsregimes, de soorten op basis van de Vogelrichtlijn, de soorten op basis van de Habitatrichtlijn en de andere soorten genoemd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

37

Onderzoek Reigelsbroekweg Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied is een natuurtoets en stikstofonderzoek uitgevoerd. De resultaten van de natuurtoets zijn verwoord in de ‘Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en AERIUS-calculatie Brachterzijde 14, te Sint Joost’ (Ecolybrium, 23 augustus 2021) – bijlage 3. Quickscan ecologische waarden De conclusies van de Quickscan ecologische waarden luiden als volgt: -

-

-

-

De bebouwing en het terrein is ongeschikt voor vleermuizen om te dienen als vaste rust- en verblijfplaats, primair jachtgebied en primaire vliegroute. Nader soortgericht onderzoek is daarmee niet aan de orde; De bebouwing is geheel ongeschikt als broedlocatie voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en huiszwaluw; Er maken geen uilen gebruik van de te slopen bebouwing. Er zijn geen geschikte toegangen voor dergelijke soorten en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de schuur/loods gebruikt wort door uilen (geen braakballen en uitwerpselstrepen); Er treden geen effecten op met de sloop van de bebouwing op beschermde vaatplanten, broedvogels, amfibieën, vissen, grondgebonden zoogdieren, libellen, dagvlinders, reptielen en overige ongewervelden; Werkzaamheden dienen zoveel mogelijk buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden, om daarmee eventuele verstorende werkzaamheden op broedvogels te voorkomen. Er kan ook gestart worden net voorafgaande aan het broedseizoen, zodat broedvogels zelf andere nestlocaties kunnen opzoeken. Het broedseizoen is doorgaans vanaf half maart tot en met half juli/augustus.

Uit de toetsing aan de Wet natuurbescherming blijkt dan ook dat er geen overtredingen optreden van verbodsbepalingen. Op basis hiervan blijkt dat er geen knelpunten optreden, geen nader onderzoek benodigd is en dat er geen ontheffingsaanvraag benodigd is voor de uitvoering van de plannen. De sloop kan worden uitgevoerd, zoals beoogd. Stikstofonderzoek De conclusies van het Stikstofonderzoek luiden als volgt: -

-

Uit de AERIUS-berekening is gebleken dat de stikstofdepositie niet boven de 0,00 mol/ha/jr. grenswaarde uitkomt en daardoor worden voor de omliggende Natura 2000-gebieden de stikstofgrenzen niet overschreden; Deze resultaten gelden echter enkel als, voor de verkeersaantrekkende werking voor de gebruiksfase, de hoeveelheden wordt gehanteerd zoals vermeld in dit rapport of lager (8,6 mvt/etmaal).

Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het project doorgang kan vinden zonder dat aanvullend onderzoek en/of een ontheffing ‘Wet natuurbescherming’ benodigd is. Conclusie Uit het natuurwaardenonderzoek kan worden geconcludeerd dat de bestemmingswijziging niet wordt belemmerd door natuuraspecten (soorten- en gebiedsbescherming).

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

38

4.10.

Archeologie en cultuurhistorie

4.10.1.

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: • •

De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’.

De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. Aan het plangebied is een hoge verwachting toegekend, die in het bestemmingsplan is vertaald in de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Gezien de aanwezige verwachtingswaarde is een archeologische onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage ‘Archeologisch bureauonderzoek Brachterzijde 14 te Sint Joost, Gemeente Echt-Susteren’ (KSP Archeologie, 20 augustus 2021) – bijlage 4. Met het onderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied opgesteld. Op basis van de landschappelijke ligging op een helling van een dalvlakteterras en de archeologische vondstlocaties uit de omgeving is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het MiddenPaleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd is een hoge verwachting aan het plangebied toegekend. Aangezien er binnen het plangebied bouwhistorische resten en bijbehorende sporen worden verwacht die kunnen teruggaan tot in de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) wordt een archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.

Dit is noodzakelijk wanneer graafwerkzaamheden dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld en als gevolg daarvan eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan. Geadviseerd wordt de ondergrondse sloop van de schuur archeologisch te laten begeleiden evenals de aanleg van de bouwput onder het protocol opgraven. Voor de archeologische begeleiding is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van de begeleiding vastgelegd. Het bevoegd gezag, de gemeente Echt-Susteren, heeft een selectiebesluit genomen overeenkomstig bovenstaand advies. In afwachting van het Programma van Eisen is voor het plangebied de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ opgenomen, waarmee potentieel aanwezige archeologische waarden worden beschermd.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

39

4.10.2.

Cultuurhistorie

Voor het plangebied is in het geldend bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevol ensemble’ opgenomen. Uit het bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’, dat is vastgesteld op 22 september 2016 en zich specifiek richt op cultuurhistorie, is op te maken dat het plangebied aan de rand van het cultuurhistorisch ensemble Schrevenhof is gelegen.

Afbeelding 22: Uitsnede bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ met cultuurhistorisch waardevol ensemble Schrevenhof opgelicht (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ In de regels van het bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ is vastgelegd welke karakteristieken en waarden bij nieuwe ontwikkelingen gerespecteerd dienen te worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bijlagen, die de unieke kenmerken per cultuurhistorisch ensemble omschrijven. De regels bepalen voorts dat: • •

• •

Bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet mag worden gewijzigd; Burgemeester en wethouders nadere eisen mogen stellen aan de situering, vorm en kwaliteit van bouwwerken om onevenredige aantasting van cultuurhistorische landschapswaarden te voorkomen; Er voor een aantal werken en werkzaamheden een (aanleg)vergunningplicht geldt; Sloopvergunning-plichtig is, voor zover het betreft panden met de aanduiding ‘karakteristiek’ en bebouwing van voor 1940 betreft.

Noch voor de bebouwing binnen het plangebied, noch voor de bestaande woning Brachterzijde 14 is de aanduiding ‘karakteristiek’ opgenomen. Ook betreft het geen bebouwing van voor 1940 (bouwjaar beide panden 1960 o.b.v. BAG). De mogelijkheid van het stellen van nadere eisen is ook in voorliggend plan opgenomen. De aanlegvergunningplicht is gezien de aard en omvang van het plangebied niet overgenomen. Uit de analyse van Schrevenhof, bijlage bij de regels van bovengenoemd bestemmingsplan, blijkt het volgende:

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

40

Het cultuurhistorisch ensemble Schrevenhof betreft een boerderij met daaromheen liggende akkercomplexen. De boerderij, gelegen aan de huidige Schrevenshofweg, was een leengoed van het nabijgelegen kasteel Montfort. De twee haaks op elkaar staande akkercomplexen werden gescheiden door een moerassige laagte en elk van de complexen werd in meerdere kampen verdeeld door houtwallen. De westzijde van het westelijk akkercomplex werd al omstreeks 1842 gekenmerkt door een smal beekdal met daaraan een bebouwingslint. In het beekdal lag tevens een kloostercomplex; de huidige Kloosterhof aan de Caulitenstraat. 2020 1999

1910 1900 2019

1991 1991

1960 1960

1960

1885 1960 1960

1900

Afbeelding 23: Luchtfoto met weergave bebouwing (BAG) met toevoeging bouwjaar o.b.v. BAG (bron: pdok.nl, bewerkt Bu-RO Ester)

De historische landschappelijke karakteristiek is anno 2021 nog goed herkenbaar in het gebied. De wegenstructuur is grotendeels ongewijzigd en het agrarisch grondgebruik is voor een belangrijk deel in tact. Ook de Schrevenhof en Kloosterhof zijn in belangrijke mate gehandhaafd. Het bebouwingslint aan de westzijde van het westelijk akkercomplex is nog aanwezig en is deels een dubbellint geworden. Het lint kent veel 19e-eeuwse bebouwing. Dit lint betreft Brachterzijde. Qua bebouwing wordt de uitbreiding van St. Joost aan de zuidzijde van het cultuurhistorisch ensemble als potentiële aantasting van de waarde beoordeeld. Met de beoogde ontwikkeling aan de Reigelsbroekweg is geen sprake van aantasting van onbebouwde agrarische gronden die onderdeel uitmaken van het historisch akkercomplex. De nieuwbouw vindt plaats op een bestaand woonperceel en vervangt een oude, maar niet cultuurhistorisch waardevolle schuur. De te slopen schuur is na-oorlogs en heeft geen cultuurhistorische waarde.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

41

De wegenstructuur wordt met de ontwikkeling niet gewijzigd en ook is geen sprake van nieuwe perceelstoegangen. Aan de zijde van de Reigelsbroekweg is immers reeds een inrit aanwezig voor het perceel Brachterzijde 14 en de oude schuur. Uit een analyse blijkt dat veel bebouwing aan het lint Brachterzijde dateert van omstreeks 1960, 1990 of recent is vervangen. Slechts enkele panden dateren van voor of rond 1900. De sloop van de verouderde, naoorlogse schuur, zorgt voor een kwaliteitswinst in het gebied. De nieuw te realiseren woning wordt levensloopbestendig uitgevoerd, hetgeen zal resulteren in een beperkte bouwhoogte. Met de bouw van de nieuwe woning wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid in het gebied. Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van de Omgevingsvergunning op grond van de nadere eisen regeling indien gewenst voorwaarden stellen aan de nieuw te bouwen woning, om te waarborgen dat deze past in het cultuurhistorisch waardevol ensemble. De ligging, aard en schaal van de ontwikkeling zijn daarnaast dermate beperkt, dat geen afbreuk wordt gedaan aan de instandhouding van het cultuurhistorisch waardevol ensemble Schrevenhof. Conclusie Voor het aspect ‘archeologie’ is de archeologische dubbelbestemming opgenomen, ter bescherming van eventuele archeologische waarden.

Gelijktijdig met de terinzage legging van het ontwerp bestemmingsplan wordt een Programma van Eisen opgesteld en ter besluitvorming aan het bevoegd gezag aangeboden. Het Programma van Eisen is gericht op archeologische begeleiding van de sloop- en bouwwerkzaamheden. Het aspect ‘cultuurhistorie’ legt geen beperkingen op aan de ontwikkeling van het plangebied.

4.11.

Verkeer en parkeren

Verkeer De gronden, behorende bij de bestaande woning Brachterzijde 14, zijn aan 3 zijden begrensd door openbaar toegankelijke infrastructuur. De daadwerkelijke ontsluiting vindt plaats via de Brachterzijde en Reigelsbroekweg. In de nieuwe situatie blijft de woning Brachterzijde 14 ontsloten via deze wegen. De nieuwe woning wordt ontsloten aan de Reigelsbroekweg en dit perceel grenst tevens aan de openbare weg Achter de Brachterzijde. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied zal in de toekomstige situatie beperkt toenemen. De verkeersbewegingen van één nieuw te realiseren woning kunnen zonder problemen verwerkt worden op de Reigelsbroekweg en direct daaraan grenzende Brachterzijde. De dimensionering van deze wegen is zodanig, dat deze verkeersbewegingen niet tot problemen leiden. Parkeren De parkeernorm wordt vastgesteld op basis van de parkeerbehoefte per functie. Voor de ontwikkeling van de nieuwe woning aan de Reigelsbroekweg heeft de gemeente Echt-Susteren de eis gesteld dat minimaal twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

42

Na de sloop van de oude schuur en realisatie van de woning is op eigen terrein ruim voldoende ruimte aanwezig om twee parkeerplaatsen te realiseren. Mogelijk wordt één parkeerplaats inpandig gerealiseerd. Met (tenminste) twee parkeerplaatsen wordt voldaan aan de parkeernormen, zoals die door de gemeente zijn opgelegd. Het initiatief zal geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Afbeelding 24 t/m 26: Verkeersstructuur in de omgeving van het plangebied: Linksboven – Reigelsbroekweg, met een deel van de woning Brachterzijde 14 aan de linkerzijde; Rechts – Oostelijke perceelsgrens met Achter de Brachterzijde; Linksonder – Hoofdroute Brachterzijde en parallelle traject Brachterzijde

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

43

5.

Juridische planopzet

5.1.

Planstukken

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en voorliggende toelichting. Bij de regels en toelichting horen een aantal bijlagen. De verbeelding en regels vormen de juridisch bindende elementen van het plan.

5.2.

Verbeelding

Op de verbeelding is de begrenzing van het plangebied vastgelegd, evenals de van toepassing zijnde bestemmingen in dit plan. De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500. De uitgangspunten uit de SVBP2012 zijn toegepast bij het tekenen van de bestemmingen en aanduidingen. Tevens is aangesloten op de systematiek die de gemeente EchtSusteren hanteert voor de bestemmingen, zoals opgenomen in het plangebied.

5.3.

Regels

De regels zijn, conform de SVBP2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • • •

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

Bij de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en enkele recente partiële herzieningen zoals in procedure gebracht door de gemeente EchtSusteren. 5.3.1.

Inleidende regels

In de inleidende regels staan de bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen lezen en toepassen. Daar waar begrippen zijn gedefinieerd in het Bro of de SVBP2012 zijn deze overgenomen. De begripsbepalingen (artikel 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden of in dit plan een specifieke uitleg kennen. De wijze van meten (artikel 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes, etc.. 5.3.2.

Bestemmingsregels

Voor het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Wonen’. De bestemmingsregelingen beginnen, overeenkomstig de SVBP2012, met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de bestemming is toegekend, gebruikt mogen worden. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door de bouwregels,

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

44

waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan. Afhankelijk van de bestemming en de noodzakelijke regeling kunnen de bouwregels worden gevolgd door nadere eisen, specifieke gebruiksregels, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voormalige aanlegvergunning), omgevingsvergunning voor het slopen van bouwwerken (voormalige sloopvergunning) en wijzigingsbevoegdheden. Ook kunnen afwijkingsregels voor bebouwing en gebruik zijn opgenomen (voormalige ontheffingsbepalingen). Tevens gelden voor het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevol ensemble’. Deze bestemmingen, gericht op de bescherming van specifieke elementen of aspecten, kennen dezelfde opbouw als de genoemde enkelbestemmingen. Om duidelijk te maken waar de nieuwe woning gebouwd mag worden en dat slechts één nieuwe woning is toegestaan, zijn een bouwvlak een maatvoeringsaanduiding opgenomen. 5.3.3.

Algemene regels

Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels, voor het gehele plangebied. Artikel 6: Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelbepaling moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 7: Algemene bouwregels In deze regel is een aantal algemene bepalingen over toegestane bebouwing opgenomen. Hier wordt onder meer aandacht geschonken aan parkeren, ondergronds bouwen en bestaande afwijkende maatvoeringen. Artikel 8: Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt aangegeven welk gebruik voor het gehele plangebied in elk geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Artikel 9: Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van een aantal in het plan gestelde bouw- en gebruiksregels. Het gaat onder meer om beperkte afwijkingen van 10%, afwijkingen ten behoeve van kleine openbare gebouwtjes, zoals nutsgebouwtjes en wachthuisjes.

Artikel 10: Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders hebben met de algemene wijzigingsregels de mogelijkheid om bestemmingsgrenzen te overschrijden en bestemmingsregels aan te passen op wettelijke regelingen. Artikel 11: Algemene procedureregels Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

45

In deze regels is vastgelegd welke procedure wordt doorlopen bij het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid of de nadere eisen regeling. Artikel 12: Overige regels In dit artikel is bepaald hoe de enkel- en dubbelbestemmingen zich tot elkaar verhouden. 5.3.4.

Overgangs- en slotregels

In de overgangsregels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, waarin de benaming van het plan is geregeld.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

46

6.

Uitvoerbaarheid

6.1.

Economische uitvoerbaarheid

De voorgenomen realisatie van een woning aan de Reigelsbroekweg, en daartoe benodigde bestemmingsherziening, betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer, die eigenaar van de betreffende gronden is, fungeert als financiële drager van het onderhavige plan en heeft voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Met de gemeente wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin ook de onderdelen planschade en bijdrage GKM worden verankerd.

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De beoogde ontwikkeling vindt plaats op een perceel dat eigendom is van de initiatiefnemer. Het plan zorgt voor een verbetering van de uitstraling van de locatie door de sloop van de oude schuur. De nieuwe woning vormt een aanvulling op het bestaande bebouwingslint, dat bestaat uit woningen en (agrarische) bedrijven. 6.2.1.

Dialoog

In het kader van de beoogde ontwikkeling van een deel van het perceel aan de Reigelsbroekweg ten behoeve van de realisatie van een woning is een omgevingsdialoog gevoerd door de initiatiefnemer (juni/ juli 2021). De omwonenden zijn geïnformeerd over het voornemen om op een deel van het perceel een nieuwe woning te realiseren. Door initiatiefnemer zijn de plannen persoonlijk toegelicht aan omwonenden en één en ander is in een kort schrijven verwoord (bijlage 6). Naar aanleiding van deze communicatie is door alle benaderde omwonenden aangegeven dat zij bekend zijn met het initiatief. 1. 2. 3.

Adres Brachterzijde 13 Brachterzijde 15 Brachterzijde 30

4.

Reigelsbroekweg 1

6.3.

Beknopte weergave reactie Geeft aan op de hoogte te zijn Geeft aan op de hoogte te zijn Bedankt voor de verstrekte informatie en wenst succes met de plannen Ter kennisgeving aangenomen. Blijven graag op de hoogte van het vervolg.

Procedure

Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ is informeel voorgelegd aan de betrokken overleginstanties. Er is één reactie ontvangen van de provincie Limburg, die niet heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

47

Daarnaast is het ontwerp bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening in procedure gebracht. Het ontwerp plan heeft van 24 december 2021 tot en met 3 maart voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend tegen het plan. De raad stelt het bestemmingsplan vast. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt vervolgens zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Tijdens deze ter inzage termijn bestaat de mogelijkheid beroep tegen het plan aan te tekenen bij de Raad van State.

Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=75d499d4-0966-4b3c-bf38-0a1533d1868a