Toelichting BP Reigelsbroekweg ongen.
Tekst van het document
Princenweg 42a 6002 AK Weert T 06 - 294 209 18 E ester@buro-ester.nl I www.buro-ester.nl
Bestemmingsplan ‘ Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost ’ Toelichting Gemeente Echt - Susteren
Toelichting Bestemmingsplan St. Joost’
‘Reigelsbroekweg
ongenummerd,
Gemeente Echt - Susteren
Opdrachtgever:
Familie Ernst
Plangebied:
Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost Kadastraal bekend als gemeente Echt, sectie AD, nummer 1426
Opgesteld door:
Bu-RO Ester | Buitengebied en Ruimtelijke ordening
Datum:
17 februari 2022
Status:
vaststelling
IMRO-code:
NL.IMRO.1711. BP20210914-VG01
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
2
Inhoudsopgave
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding...................................................................................................................................... 5 1.1.
Aanleiding en doel .............................................................................................................. 5
1.2.
Ligging van het plangebied ................................................................................................ 6
1.3.
Geldende bestemmingsplannen ......................................................................................... 6
1.4.
Leeswijzer ........................................................................................................................... 7
Planbeschrijving nieuwbouw woning Reigelsbroekweg ...................................................... 8 2.1.
Gebiedsbeschrijving ........................................................................................................... 8
2.2.
Planvoornemen ................................................................................................................ 11
Beleidskader ............................................................................................................................ 14 3.1.
Rijksbeleid ........................................................................................................................ 14
3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 17
3.3.
Regionaal en gemeentelijk beleid .................................................................................... 21
Onderzoeksaspecten .............................................................................................................. 24 4.1.
Inleiding ............................................................................................................................ 24
4.2.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................................ 24
4.3.
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................. 24
4.4.
Bodem .............................................................................................................................. 28
4.5.
Geluid ............................................................................................................................... 30
4.6.
Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 31
4.7.
Externe veiligheid ............................................................................................................. 33
4.8.
Waterparagraaf ................................................................................................................. 35
4.9.
Wet natuurbescherming ................................................................................................... 37
4.10.
Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................... 39
4.11.
Verkeer en parkeren ......................................................................................................... 42
Juridische planopzet .............................................................................................................. 44 5.1.
Planstukken ...................................................................................................................... 44
5.2.
Verbeelding ...................................................................................................................... 44
5.3.
Regels............................................................................................................................... 44
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 47 6.1.
Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................... 47
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 47
6.3.
Procedure ......................................................................................................................... 47
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
3
Bijlagen: 1. Verkennend bodemonderzoek Brachterzijde 14 te St. Joost. BodemInzicht, 1 september 2021 2. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Brachterzijde 14 te St. Joost. Target advies, 17 augustus 2021 3. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden en AERIUS-calculatie Brachterzijde 14, te Sint Joost. Ecolybrium, 23 augustus 2021 4. Archeologisch bureauonderzoek Brachterzijde 14 te Sint Joost, Gemeente Echt-Susteren. KSP Archeologie, 20 augustus 2021 5. Verslag dialoog
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
4
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding en doel
Op de locatie hoek Brachterzijde - Reigelsbroekweg, aan de rand van St. Joost, is een woning (Brachterzijde 14) en oude loods/ stal aanwezig. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Echt, sectie AD, nummers 1426 en 1427. De percelen hebben een omvang van respectievelijk 675 en 990 m2.
Afbeelding 1: Luchtfoto Bachterzijde 14 - Reigelsbroekweg en directe omgeving (bron: pdok.nl)
De locatie is op dit moment geregeld in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en is hierin bestemd tot ‘Wonen’. Tevens is het ‘Facetbestemmingsplan Deregulering’ op deze gronden van toepassing. Op grond van de bestemming ‘Wonen’ is één woning, namelijk de bestaande woning, toegestaan. Initiatiefnemers zijn eigenaar van het perceel. Zij streven naar het slopen van de oude schuur en verkopen van een deel van hun terrein, waarbij op het perceel 1426 een nieuwe woning gerealiseerd kan worden. Het oprichten van een nieuwe woning past niet binnen de bestemming, zoals die op dit moment voor de locatie geldt. Middels een herziening van het bestemmingsplan kunnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het perceel worden afgestemd op de wensen van initiatiefnemers. De gemeente heeft besloten om in principe medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
5
1.2.
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen nabij het bebouwingslint Brachterzijde, dat vanuit de kern St. Joost in noordelijke richting het buitengebied in loopt. De locatie ligt ongeveer 500 meter ten noorden van het dorpscentrum van St. Joost en ca. 700 meter ten zuiden van de autosnelweg A73. De locatie vormt tot heden de achtertuin van de woning Brachterzijde 14. De (secundaire) weg Brachterzijde is voor de woning, ten westen van het plangebied, gelegen. Ten zuiden van het plangebied loopt de Reigelsbroekweg en aan de oostzijde wordt de locatie ontsloten door de landweg Achter de Brachterzijde. Het gebied kan worden gekarakteriseerd als bebouwingslint, omgeven door agrarische gronden met op enige afstand enkele verspreid liggende natuur- en landschapselementen.
1.3.
Geldende bestemmingsplannen
Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld op 14 december 2017 en de daarop volgende herziening. De gronden van het plangebied zijn als volgt bestemd: • • •
Enkelbestemming: ‘Wonen’; Gedeeltelijk dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 1’; Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevol ensemble’.
Op grond van artikel 19 ‘Wonen’ van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, gelezen in samenhang met de wijzigingen van de regels zoals opgenomen in het facetbestemmingsplan, zijn de gronden primair bestemd voor wonen, met één woning per bestemmingsvlak. Daarnaast zijn aan huis verbonden beroepen, paardenbakken en hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen toegelaten. Daar waar een bouwvlak is toegekend dient de woning binnen het bouwvlak gebouwd te worden. Binnen het geldend bestemmingsvlak ‘Wonen’, dat geldt voor voorliggend plangebied, is de woning Brachterzijde 14 reeds aanwezig. Hiermee is invulling gegeven aan één woning per bestemmingsvlak. Het bouwen en in gebruik nemen en houden van (een) extra woning(en) is op grond van de geldende regeling dan ook niet toegestaan binnen het plangebied. In het geldend plan zijn geen wijzigings-, uitwerkings- of afwijkingsbevoegdheden opgenomen, waarmee de gewenste ontwikkeling toegelaten kan worden. Om binnen het plangebied exact de mogelijkheden te bieden die gewenst zijn, is dit ‘postzegel’bestemmingsplan opgesteld.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
6
Afbeelding 2: Uitsnede geldend bestemmingsplan Reigelsbroekweg en omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3.1.
‘Facetbestemmingsplan Deregulering’
Voor het gehele grondgebied heeft de gemeente Echt-Susteren op 6 november 2019 het bestemmingsplan ‘Facetbestemmingsplan Deregulering’ vastgesteld. Hiermee wordt meer flexibiliteit geboden, worden mogelijkheden verruimd, nieuw beleid verwerkt en een aantal begrippen geüniformeerd. Het facetbestemmingsplan heeft geen invloed op de toegekende bestemmingen en aanduidingen.
1.4.
Leeswijzer
Het volgende hoofdstuk van deze toelichting beschrijft de huidige en gewenste situatie in het plangebied. Vervolgens wordt deze gewenste ontwikkeling in hoofdstuk 3 afgezet tegen de relevante beleidskaders. Hoofdstuk 4 toetst de milieugevolgen, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planbeschrijving is opgenomen. Tenslotte behandelt hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
7
2.
Planbeschrijving nieuwbouw woning Reigelsbroekweg
In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de bestaande situatie in het plangebied en de beoogde situatie na de voorgenomen ontwikkeling.
2.1.
Gebiedsbeschrijving
Omgeving De locatie ligt in de gemeente Echt-Susteren, ten noorden van het dorp St. Joost, en is in de huidige situatie deels bebouwd en deels onbebouwd. De Brachterzijde is de belangrijkste weg in de omgeving van het plangebied. Omliggende gronden zijn met name ten noorden en zuiden van de locatie bebouwd. Het betreft burgerwoningen en agrarische bedrijven met de daarbij behorende bedrijfsgebouwen. De gronden ten oosten en westen van het plangebied zijn voor een belangrijk deel onbebouwd en in gebruik als agrarische productiegronden. Het plantsoen tussen het doorgaande en secundaire deel van de Brachterzijde, ten westen van het plangebied, is het belangrijkste groenelement in de omgeving. Daarnaast liggen op een afstand van ruim 500 meter van het plangebied enkele bosgebiedjes. De veelal groene tuinen en agrarische gronden leveren tevens een bijdrage aan de groene uitstraling van het gebied.
Afbeelding 3: Luchtfoto plangebied en verdere omgeving (bron: pdok.nl)
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
8
Historische en huidige situatie plangebied De locatie is gelegen binnen een perceel, dat reeds een lange bewoningshistorie kent. De huidige woning en schuur zijn opgericht in 1960. Uit oude historische kaarten, beschikbaar sinds 1850, wordt duidelijk dat ook voor die tijd (woon-)bebouwing aanwezig was in en rond het plangebied. Reeds in deze periode was er in het gebied sprake van een vergelijkbare verkeersstructuur.
Afbeelding 4 t/m 9: Weergave historische ontwikkeling plangebied op topografische kaart (bron: topotijdreis.nl)
Afbeelding 10: Aanzicht nieuwe woonperceel vanaf de Reigelsbroekweg, met zicht op de oude schuur Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
9
Het plangebied heeft een oppervlakte van 675 m2. Op het perceel is een schuur/ voormalig bedrijfsgebouw aanwezig met een voetprint van circa 220 m2. Deze schuur is in het verleden gebruikt als stal voor vee van een veehandelaar. Daarna heeft het gebouw vele jaren dienst gedaan als stallingsruimte voor caravans. Sinds omstreeks 1991 doet de schuur uitsluitend nog dienst voor privé-opslag en -hobbyruimte voor de bewoners van Brachterzijde 14. De onbebouwde gronden rond de schuur zijn ingericht als inrit, sier- en groentetuin. Een deel is met het oog op dit gebruik verhard.
Afbeelding 11: Zicht op de oude schuur vanuit de tuin van woning Brachterzijde 14
Afbeelding 12: Reigelsbroekweg in oostelijke richting, langs het perceel
Afbeelding 13: Zicht op de splitsing Brachterzijde – Reigelsbroekweg, en de woning Brachterzijde 14
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
10
2.2.
Planvoornemen
Initiatiefnemers hebben de wens om een deel van hun huidige tuin als bouwkavel te ontwikkelen. Het nieuwe woonperceel wordt gerealiseerd aan de achterzijde van het huis. Aangezien de locatie Brachterzijde 14 aan drie zijden door openbare wegen wordt omsloten, is zowel voor de bestaande woning als de nieuwe woning een goede ontsluiting gewaarborgd. Met de ontwikkeling van het initiatief wordt een win-win situatie gecreëerd: 1.
2.
3.
Een ruim perceel met een oppervlakte van 1.665 m2 wordt gesplitst, waardoor de buitenruimte voor de huidige bewoners beperkter wordt. Dit geeft hun gelegenheid om ook op hogere leeftijd in hun eigen woning te blijven wonen; Daarbij ontstaat een nieuw woonperceel, waarvoor reeds een geïnteresseerde bekend is. Deze potentiële nieuwe bewoners zijn nu woonachtig op een groot perceel (ca. 5.000 m2) in het buitengebied van St. Joost. Zij willen graag in de omgeving blijven, maar ook kleiner gaan wonen. Uitgangspunt is dat hun zoon het ouderlijk huis gaat betrekken, zodra de potentiële nieuwe bewoners hebben kunnen bouwen aan de Reigelsbroekweg; Uit ruimtelijk oogpunt ontstaat tevens kwaliteitswinst door de sloop van de verouderde schuur en het verdwijnen van buitenopslag.
Het nieuwe woonperceel heeft een omvang van 675 m2. Op het perceel is ruimte voor één vrijstaande woning met bijbehorende bijgebouw(en) en onbebouwde gronden (tuin, inrit). Beoogd wordt een grondgebonden, levensloopbestendige woning te realiseren, die ontsloten wordt vanaf de Reigelsbroekweg. De voorgevel wordt gesitueerd in de lijn van de huidige voorgevel van de schuur en de bestaande woning Reigelsbroekweg 1, die ten oosten van het plangebied is gesitueerd.
Afbeelding 14: Nieuwe perceelsgrens tussen Brachterzijde 14 en het nieuwe woonperceel
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
11
Binnen het bestemmingsvlak wordt een bouwvlak toegekend, waarbinnen de nieuwe woning gerealiseerd dient te worden. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 240 m2. Vanwege het beoogde woningtype, levensloopbestendig met alle voorzieningen op de begane grond en daardoor een grotere footprint, is voor de afstand tussen de zijdelingse perceelsgrens en de grens van het bouwvlak 2,5 meter gehanteerd. Deze maat wijkt af van de rechtstreeks geldende afstand van 5 meter uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. In dit plan is echter een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, om de afstand te verkleinen tot 2,5 meter (artikel 19.4.2 bestemmingsplan ‘Buitengebied’). Gezien het beoogde woningtype en de ruimtelijke situatie is er voor gekozen direct van deze kortere afstand uit te gaan. Stedenbouwkundig en landschappelijk leidt dit niet tot onaanvaardbare gevolgen. De milieu-impact is getoetst in hoofdstuk 4 en leidt eveneens niet tot belemmeringen.
Afbeelding 15: Situatietekening schetsontwerp nieuwe woning (bron: Algra & Marechal architecten bv)
Afbeelding 16: Vooraanzicht en zijgevel nieuwe woning, aanzicht vanuit respectievelijk Reigelsbroekweg en Achter de Brachterzijde (bron: Algra & Marechal architecten bv)
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
12
Bij de ontwikkeling wordt de verouderde schuur op het perceel gesloopt en wordt het buitenterrein aangepast. Tussen de tuin van Brachterzijde 14 en het nieuwe perceel wordt voorzien in een erfafscheiding.
Afbeelding 17: De locatie Brachterzijde – Reigelsbroekweg, met grijs aangeduid de bebouwing zoals opgenomen in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG)
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
13
3.
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt voor zover relevant het ruimtelijke beleid voor de projectlocatie beschreven.
3.1.
Rijksbeleid
3.1.1.
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland. Het toekomstperspectief is 2050. Met de vaststelling van de NOVI wordt vooruitgelopen op de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. De NOVI voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal; alle plannen moeten met oog voor natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt worden. Bij het maken van keuzes wordt gebruik gemaakt van drie afwegingsprincipes: 1. combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; 3. afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk wil daarbij sturen en richting geven op vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Prioriteit 1 gaat over de ambitie van Nederland om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, zoals voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Daarnaast gaat het ook over de ambitie van Nederland om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen en de bijbehorende energie infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie. Afkoppeling van hemelwater en duurzaam bouwen zijn uitgangspunten voor voorliggende ontwikkeling. Bij prioriteit 2 wordt aangegeven dat de ambitie voor de lange termijn is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige omgeving en een goed vestigingsklimaat, inclusief een goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
14
het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. Nieuwvestiging van toerisme vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. In het plangebied wordt één nieuwe woning toegestaan, waarmee een positieve bijdrage wordt geleverd aan de leefomgeving voor twee en indirect drie huishoudens. Het initiatief heeft op de economische componenten van deze prioriteit geen invloed. Prioriteit 3 zet in op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Hieraan wordt een stevige impuls gegeven. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Daarbij behouden grote open ruimten tussen de steden hun groene karakter. De ontwikkeling vindt plaats in bestaand bebouwd gebied.
De wensen voor de verstedelijkheidsgraad van de leefomgeving verschillen van persoon tot persoon. Met voorliggend plan wordt twee huishoudens de mogelijkheid geboden langer aan de rand van het landelijk gebied te blijven wonen, conform hun wensen. Zowel de bestaande als de nieuwe woning zijn levensloopbestendig, waarmee voor nu en de toekomst een belangrijke doelgroep wordt bediend. Aangezien de ontwikkeling plaatsvindt door splitsing van een bestaand woonperceel wordt geen afbreuk gedaan aan het groene karakter van de omgeving. Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Het omhoog brengen van het waterpeil, kan (ongewenste) gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd is de inzet de kwaliteiten van het landschap te behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed. Het voorgenomen initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor natuurlijke en cultuurhistorische waarden, zoals nader gemotiveerd in hoofdstuk 4 van deze toelichting.
Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang laat het rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen aan de provincies en gemeenten over. In de NOVI is een tabel opgenomen die weergeeft hoe de relatie is tussen de in de NOVI opgenomen nationale belangen, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de uitvoeringsregels in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro, Bro, en straks Bkl, blijven ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de SVIR dient daarom verder getoetst te worden aan het Barro. Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
15
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling aan de Reigelsbroekweg is ten opzichte van het rijksbeleid zeer kleinschalig van aard. Het rijksbeleid legt geen specifieke kaders of voorwaarden op aan de realisatie van één nieuwe burgerwoning. De vier hoofdprioriteiten van het Rijk worden met de ontwikkeling gevolgd. 3.1.2.
Besluit en ministriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In bovenbeschreven omgevingsvisie is bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn, dat ze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) verankert deze kaderstellende uitspraken juridisch. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormt de bijbehorende ministeriële regeling. Op 30 december 2011 is het Barro en op 1 december 2020 de (gewijzigde) Rarro in werking getreden. In het Barro en Rarro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. De regels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. Conclusie Het plangebied ligt niet in één van de gebieden waar het Barro of Rarro betrekking op heeft, zoals militaire terreinen of reserveringsgebieden voor nieuwe infrastructuur. De regels vormen dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling. 3.1.3.
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het geval van stedelijke ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking conform artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Daarnaast is de ladder erop gericht om ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijk gebied op te vangen waardoor verstening van het buitengebied wordt tegengegaan. Het is een toetsingsinstrument dat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toepassing van de ladder is verplicht voor initiatieven die nieuwe stedelijke ontwikkelingenmogelijk maken. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: nieuwe bebouwing die een stedelijk karakter heeft zoals woningbouw, realisatie winkelruimte, kantoorpanden, bedrijventerreinen of overige stedelijke functies. Indien sprake is van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan dient op grond van de herziene versie van de Ladder gemotiveerd te worden wat de behoefte is aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
16
Voordat de inhoudelijke toetsing aan de Ladder plaatsvindt, moet worden vastgesteld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. De beoogde ontwikkeling bestaat uit realisatie van één nieuwe woning, in een bestaande, bebouwde achtertuin. In de afgelopen jaren zijn door de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State diverse uitspraken met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking gedaan. Uit deze uitspraken is te herleiden dat een ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn, om aangemerkt te kunnen worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor woningbouw is uit de uitspraken op te maken dat indien een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. De kenmerken van de omgeving zijn tevens relevant om te bepalen of een ontwikkeling in relatie tot het beoogde gebied als stedelijk moet worden gezien. De nieuwe woning aan de Reigelsbroekweg wordt gebouwd aan de rand van het bebouwingslint Brachterzijde op een bestaand woonperceel. Ter plaatse is reeds bebouwing aanwezig in de vorm van een oude schuur met een oppervlakte van circa 220 m2.
In relatie tot deze bestaande omgeving is bij de ontwikkeling, mede gezien het feit dat het voorliggend bestemmingsplan de realisatie van slechts één nieuwe woning mogelijk maakt, geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing. Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet om bouwen voor leegstand te voorkomen en om in beginsel een verdere verstening van stedelijke functies in het buitengebied te voorkomen. In onderhavige situatie is, zoals toegelicht, geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Bovendien is sprake van een aantoonbare behoefte. De beoogde bewoners zijn reeds bekend. De woning wordt geheel ontwikkeld naar hun wensen en ideeën.
3.2.
Provinciaal beleid
3.2.1.
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. Vanuit de Omgevingsvisie heeft de provincie regels verankerd in de Omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.2.). In de Omgevingsvisie Limburg staan drie hoofdopgaven centraal: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
17
b. b. in landelijk gebied 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw transitie; 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Hoewel de opgaven Limburg-breed aan de orde zijn, verschillen de accenten per gebied en per sector. Per sector is in de Omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is, welke ambitie de provincie heeft met deze sector en welke keuzes worden gemaakt. Voor de landelijke kernen, waartoe Sint Joost kan worden gerekend, wordt ingezet op behoud van leefbaarheid en vitaliteit. Ook zijn zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en goede bereikbaarheid belangrijke uitgangspunten. Door de voorliggende wijziging wordt een extra woning gecreëerd aan de rand van Sint Joost. Met de bouw ontstaat (direct of indirect) ruimte voor de vestiging van een nieuw huishouden, hetgeen de leefbaarheid en vitaliteit ten goede komt. Door de sloop van de verouderde schuur wordt een bijdrage geleverd aan de goede kwaliteit van de leefomgeving. Wonen is één van de door de provincie onderscheiden sectoren. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat de grootste opgave, op korte en middellange termijn, is gelegen in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Economische ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt.
Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Deze omstandigheden leiden op korte termijn tot een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen en lokaal tot een overschot aan plannen en woningen die niet aansluiten bij de huidige vraag. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die nog niet over de gehele gemeente het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, soms niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte. Daarnaast zijn ook sociaal-economische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving zijn van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en kunnen bijdragen aan het voorkomen van sociale problemen.
De woning op het nieuwe bouwperceel aan de Reigelsbroekweg wordt ontwikkeld door de toekomstige bewoners. Daarmee is duidelijk, dat sprake is van een woning die aansluit bij de vraag. De nieuwbouw is levensloopbestendig ontworpen, waarmee het huis nu en in de toekomst geschikt is voor de bewoning door specifieke doelgroepen. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt de aanwezige, verouderde schuur gesloopt, waardoor (verdere) verloedering wordt voorkomen en de kwaliteit van leefomgeving verbetert.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
18
Conclusie De woning wordt gebouwd voor een concrete behoefte/ vraag en wordt levensloopbestendig en duurzaam uitgevoerd. Bij de ontwikkeling wordt een kwaliteitsslag gerealiseerd door sloop van de loods. Het initiatief past dan ook binnen kaders uit de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 3.2.2.
Ontwerp Omgevingsverordening Limburg
Op 25 mei 2021 is de ontwerp Omgevingsverordening Limburg ter inzage gelegd. In de Omgevingsverordening legt de provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). Met de regels in de verordening borgt de provincie de beleidskeuzen die in de Omgevingsvisie gemaakt zijn, vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) is hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 (zie paragraaf 3.2.3). De ontwerp verordening bevat enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen. Het gaat om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Aangezien de Omgevingsverordening Limburg 2021 nog niet is vastgesteld en in werking getreden en er voor onderhavig project geen beleidswijzigingen zijn voorzien, wordt volstaan met toetsing aan de geldende Omgevingsverordening Limburg 2014. 3.2.3.
Omgevingsverordening Limburg 2014
In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is uitgebreid met een hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. De omgevingsverordening is vastgesteld op 12 december 2014. Nadien zijn er nog enkele wijzigingsverordeningen vastgesteld. Reigelsbroekweg en omgeving zijn aangewezen als ‘Landelijk gebied – Noord-Limburg’. In de verordening zijn voor een aantal thema’s en functies nadere regels uitgewerkt.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
19
Voor het aspect ‘Wonen’ is in artikel 2.4.2 bepaald dat een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. In de toelichting bij het ruimtelijk plan dient te worden aangegeven hoe een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave, gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Voor de toetsing van het initatief aan de Reigelsbroekweg aan de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg verwezen naar paragraaf 3.3.1. Milieubeschermingsgebieden Het plangebied is gelegen binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II. In bepaalde gebieden is het grondwater van nature beschermd tegen verontreinigingen vanaf maaiveld. Deze zogeheten geologische bescherming, waarbij het diep gelegen watervoerende pakket wordt afgedekt met slecht doorlatende kleilagen, komt voor in de Venloschol, de Roerdalslenk en delen van ZuidLimburg. Deze grondwatervoorraden zijn vanuit provinciaal oogpunt gereserveerd voor menselijke consumptie.
Diepe boringen tasten de natuurlijke geologische bescherming aan en kunnen op termijn een bedreiging vormen voor de kwaliteit van het diepe grondwater. In dit gebied zijn daarom alle boringen (en het roeren van grond) dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei verboden. Boringen dieper dan 30 meter dienen gemeld te worden bij de Provincie Limburg. Voorliggend plan voorziet niet in grondboringen dieper dan 30 meter of andere aantastingen van de boringsvrije zone. Tevens is de locatie aangewezen als ‘Regionale wateroverlast – normering 1:25’. De norm geeft aan waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moet zijn ingericht. Voor het plangebied en een groot deel van de omgeving geldt de norm 1:25. Met de ontwikkeling in het kader van voorliggend plan verdwijnt bestaande bebouwing (oude schuur). In plaats daarvan wordt Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
20
een woning teruggebouwd. De bebouwde oppervlakte neemt af en bij de woning wordt voorzien van infiltratievoorzieningen, waarmee invulling gegeven wordt aan waterberging en -infiltratie. Hiermee levert het plan een positieve bijdrage aan de waterhuishouding. Het plan heeft geen directe invloed op open wateren of waterlopen. Beschermingszones natuur- en landschap en functie-specifieke zones Het plangebied is niet gelegen binnen een beschermde landschaps- of natuurzone. Ook is het gebied niet specifiek aangewezen of uitgesloten voor windturbines, intensieve veehouderij en glastuinbouw. Wel ligt juist ten oosten van Reigelsbroekweg 1 een bufferzone verdrogingsgevoelige natuurgebieden. Ook is het gehele gebied aangewezen als Roerdalslenk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de Omgevingsverordening Limburg 2014 en de daarop volgende wijzigingsverordeningen geen belemmering vormen voor het plan.
3.3.
Regionaal en gemeentelijk beleid
3.3.1.
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021
Het woningbouwbeleid van de gemeente Echt-Susteren is verankerd in het regionale beleidsdocument Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021. In deze Structuurvisie is door de zeven Midden-Limburgse gemeenten vastgelegd hoe dient te worden omgegaan met de actuele en te verwachten demografische en economische ontwikkelingen. De nadruk ligt hierbij op de benodigde transformatie van de bestaande woningvoorraad en de gevolgen voor de directe woonomgeving. Deze structuurvisie is de opvolger van de regionale visie voor de periode 2014 - 2017 en heeft betrekking op de periode 2018 tot en met 2021. Tevens is de visie basis voor afspraken op de middellange termijn tussen de samenwerkende gemeenten en de provincie (doorkijk 2030). In de Structuurvisie 2018 wordt de lijn uit de Structuurvisie 2014 voortgezet, gericht op het maken van regionale afspraken voor het terugbrengen van de overtollige plancapaciteit. Dit mede om ruimte te creëren om medewerking te kunnen verlenen aan die concrete initiatieven waar in de huidige markt wel behoeft aan bestaat. Het beleid is gericht op het zo goed en snel mogelijk kunnen (laten) voorzien in de feitelijke woningbehoefte. Hierbij wordt gekeken naar de kwantitatieve en kwalitatieve opgave en is er aandacht voor specifieke doelgroepen.
In het kader van verduurzaming van de bestaande woningvoorraad wordt onder meer ingezet op het langer zelfstandig kunnen wonen. De kwaliteitsenveloppen uit de visie vormen een handzaam kader voor het beoordelen van nieuwe plannen. Daarnaast hebben gemeenten de vrijheid om regionaal geformuleerde afwegingscriteria aan te passen aan de lokale situatie of om extra criteria toe te voegen. Een mogelijkheid voor de gemeente Echt-Susteren om aanvullende voorwaarden te stellen bij plannen voor nieuwe woningen is de toepassing van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 3.3.3.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
21
Voorliggend plan voorziet in één extra woning, en heeft daarmee gevolgen voor de gemeentelijke planvoorraad. Ondanks dat de woning is beoogd op een bestaand woonperceel, dient een woningbouwcontingent te worden toegekend. Dit kan door de gemeentelijke saneringsopgave van de planvoorraad op te ogen met één contingent. Met de beoogde splitsing van het bestaande, royale woonperceel, worden twee kavels gecreëerd die beter passen binnen de huidige marktvraag en die zorgen dat twee huishoudens langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Op de locatie in het bebouwingslint kan kwaliteitswinst bereikt worden door het slopen van de oude schuur. Er is sprake van een concrete behoefte, aangezien de ontwikkeling voortkomt uit particulier initiatief. In lijn met de uitgangspunten van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 wordt de nieuwe woning levensloopbestendig uitgevoerd. Het initiatief voor het bouwen van één nieuwe woning op deze locatie en de sloop van de verouderde schuur, wordt gezien als een positieve ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie De splitsing van het perceel en het toekennen van de extra woningbouwmogelijkheid zorgt voor een ruimtelijke en volkshuisvestelijk gewenste ontwikkeling. Het initiatief draagt bij aan de doelstellingen uit de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg. 3.3.2.
Structuurvisie Echt-Susteren 2025
De Structuurvisie Echt-Susteren 2025 is door de gemeenteraad vastgesteld op 31 mei 2018. In de visie worden de huidige karakteristiek en het gewenste toekomstbeeld omschreven. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van de gemeente Echt-Susteren. Voor dit gebied zijn in de structuurvisie een aantal doelstellingen geformuleerd. Voor nieuwe woningbouwontwikkelingen zijn de meest relevante doelstellingen: -
De realisering van een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de vraag; Het behoud van (be)leefbare kernen.
Tevens geldt als doelstelling dat wonen en nieuwbouw van woningen bij voorkeur plaatsvindt in het stedelijk gebied, waarbij inbreiding en herstructurering expliciet als doelstellingen zijn aangemerkt. De gemeente heeft hierbij de wens geformuleerd dat in elke kern kwantitatief en kwalitatief gebouwd wordt voor de behoefte. Conclusie De voorgenomen realisatie van een woning op een bestaand woonperceel in het stedelijk gebied past in de doelstellingen van de structuurvisie. Door het splitsen van de kavel Brachterzijde 14 ontstaan twee percelen die beter aansluiten bij de behoefte van de op leeftijd gerakende (potentiële) bewoners. Zowel voor de huidige eigenaren als voor de toekomstige bewoners van de beoogde nieuwe woning ontstaat een woonplek die past bij de behoeftes van hun huidige levensfase. Met de ontwikkeling van de woning in de tuin van een bestaande woning wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt van inbreiding. Door de sloop van de verouderde schuur wordt een ruimtelijke kwaliteitswinst gerealiseerd.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
22
Afbeelding 18: Uitsnede Structuurvisie Echt-Susteren 2025 (bron: gemeente Echt-Susteren) 3.3.3.
Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM)
In de Structuurvisie Echt-Susteren 2025 wordt een koppeling gelegd met het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM). De provincie Limburg verlangt van de Limburgse gemeenten om uitwerking te geven aan het Limburgse Kwaliteitsmenu (LKM). Het basisprincipe hiervan is dat bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit. Dit verlies dient gecompenseerd te worden door een kwaliteitsverbeterende maatregel en/of financiële bijdrage. De gemeente Echt-Susteren heeft het LKM vertaald in een Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM). Conclusie In het kader van voorliggende planontwikkeling zal een bijdrage op basis van het GKM door initiatiefnemers worden geleverd. De verplichting tot het betalen van een financiële bijdrage is vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente Echt-Susteren en de initiatiefnemers.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
23
4.
Onderzoeksaspecten
4.1.
Inleiding
Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur, verkeer en parkeren en duurzaamheid. Ook de hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
4.2.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties geldt dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' uitgevoerd moet worden. Deze toets is weliswaar 'vormvrij'; de wet stelt echter wel eisen aan de inhoud. In de praktijk betekent dat in de toelichting bij het ruimtelijk plan een paragraaf 'vormvrije m.e.r.beoordeling' wordt opgenomen. Beoordeling In dit geval is voorliggende toelichting onderdeel van een bestemmingsplan, dat één nieuwe woning mogelijk maakt op een bestaand woonperceel.
Hiertoe wordt een oude schuur van circa 220 m2 vloeroppervlak gesloopt. Er is geen sprake van een activiteit die genoemd wordt in onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde en het opstellen van een aanmeldingsnotitie of plan-m.e.r. niet noodzakelijk.
4.3.
Bedrijven en milieuzonering
Goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Binnen het plangebied wordt een nieuwe woning toegestaan. De locatie is op dit moment reeds bestemd als ‘Wonen’ als onderdeel van de bestaande woning Brachterzijde 14 (tuin). Het
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
24
toevoegen van een tweede woning binnen het bestemmingsvlak is niet toegestaan. Het bouwen van bijgebouwen bij bestaande woningen is op grond van de regels wel toegestaan. Woningen en hun bijgebouwen worden niet beschouwd als functies die een negatieve milieuinvloed op hun omgeving hebben. Een toets van de invloed van de nieuwe functie in het plangebied op de omgeving hoeft dan ook niet plaats te vinden. Woningen zijn wel gevoelige functies. Bij het toekennen van een nieuwe woonfunctie dient inzichtelijk gemaakt te worden dat in de omgeving van de locatie geen bedrijven of inrichtingen voorkomen die het woon- en leefklimaat dusdanig slecht beïnvloeden, dat de nieuwe woning niet toegestaan kan worden. In een aantal gevallen dienen bijgebouwen ook als milieugevoelige functie beschouwd te worden. Dit geldt met name als de mogelijkheid bestaat dat hier gedurende langere tijd (meerdere uren per dag) mensen verblijven. Nu binnen het plangebied reeds bijgebouwen zijn toegestaan, mag worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat ter plaatse dermate is, dat tegen een woonfunctie geen overwegende bezwaren bestaan.
Volledigheidshalve is aan de hand van de (indicatieve) lijst ´Bedrijven en Milieuzonering´, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 2009), getoetst of de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de Reigelsbroekweg ongenummerd dusdanig is, dat een nieuwe woning kan worden toegestaan. Tevens dient zeker gesteld te worden dat bestaande bedrijven in de omgeving, niet beperkt worden door de ontwikkeling. Eén van de belangrijkste bouwstenen bij milieuzonering is de richtafstandenlijst. Deze lijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar. Daarnaast zijn indices voor verkeersaantrekkende werking, bodem, lucht en visueel opgenomen in de lijst. De opgenomen richtafstanden betreffen indicatief de aan te houden afstand tussen hinder veroorzakende en milieugevoelige functies. Indien dit voldoende gemotiveerd wordt kan hiervan afgeweken worden. De afstand dient (in principe) te worden gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de inrichting tot de milieugevoelige functie. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • •
•
Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’. Wanneer sprake is van ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één trede worden verlaagd; De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
25
gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat gemotiveerd afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: • in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; • in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; • ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie. Tabel: Milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden Milieucategorie Richtafstand 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Het perceel aan de Reigelsbroekweg wordt omringd door woonbestemmingen en agrarische productiegronden. Op enige afstand zijn enkele (agrarische) bedrijfslocaties gelegen. In onderstaande afbeelding zijn de inrichtingen in de omgeving aangeduid. In de navolgende tabel is de omschrijving van de bedrijvigheid en toetsing ten opzichte van het initiatief opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
26
2 3
1
3
Afbeelding 19. Bedrijvigheid in de omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)
Toegestane Milieucategorie Minimale bedrijvigheid o.g.v. VNG-lijst* aanbevolen bestemmingsplan afstand VNGlijst in rustige woonwijk (meter) 1. Agrarisch bedrijf met 3.2 100 nevenactiviteit (Boerderijwinkel) 2. Agrarisch bedrijf 3.2 100 3. Agrarisch bedrijf 3.2 100 (gekoppeld bouwblok)
Daadwerkelijke Voldoet afstand ja/ nee bouwvlak – bestemmingsvlak (meter) 71
nee
114 84
ja nee
* Op grond van de planregels is binnen een bouwvlak in de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. Paardenhouderij of intensieve veehouderij zijn uitsluitend toegestaan indien een specifieke aanduiding is opgenomen. Aansluiting is dan ook gezocht bij de categorie grondgebonden agrarische bedrijven met meeste milieu-impact op grond van de VNG-lijst. Gezien de aard van het gebied, dat zowel in de huidige situatie als na toevoeging van de extra woning een diversiteit aan functies kent, kan het gebied worden aangemerkt als een 'gemengd gebied' als bedoeld in de VNG-brochure. De indicatieve afstanden die dienen te worden
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
27
aangehouden worden in dat geval met 1 trede verlaagd, en bedragen daarmee voor bedrijven van milieucategorie 3.2 50 meter. Aan deze afstand wordt voor alle omliggende inrichtingen voldaan. Daarbij kan nog worden opgemerkt: 1. 2.
Het bouwvlak van de nieuw te realiseren woning ligt op grotere afstand van de inrichtingen dan de grens van het bestemmingsvlak; Voor alle omliggende inrichtingen geldt dat er bestaande woningen dichterbij gelegen zijn. Deze woningen zijn daarmee maatgevend voor de huidige en toekomstige mogelijkheden van de inrichtingen. De nieuwe woning aan de Reigelsbroekweg legt geen (extra) beperkingen op. Tevens dienen de agrarische bedrijven hun impact op omliggende gevoelige functies op grond van het Activiteitenbesluit te beperken. De maatregelen die worden genomen ten behoeve van de reeds bestaande woningen in het gebied, komen uiteraard ook ten goede aan de nieuwe woning aan de Reigelsbroekweg.
Conclusie Op basis van de omgevingscategorie ‘gemengd gebied’ wordt voor alle omliggende inrichtingen voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure. Binnen het plangebied is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aangezien aan de aanbevolen afstanden wordt voldaan en er reeds bestaande woningen dichterbij de omliggende inrichtingen liggen, heeft de nieuw te realiseren woning geen beperkende werking voor het functioneren en de mogelijkheden van de omliggende bedrijvigheid. Tenslotte heeft de nieuw te realiseren woning geen negatieve invloed op de milieuhygiënische kwaliteit van de directe omgeving en de aldaar aanwezige functies.
4.4.
Bodem
Bij een functiewijziging dient gemotiveerd te worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoende is ten opzichte van de in het plan toegelaten bestemming/ functie. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s). In het kader van voorliggende bestemmingswijziging is door BodemInzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn vastgelegd in de norm NEN5740. De onderzoeksrapportage (Verkennend bodemonderzoek Brachterzijde 14 te St. Joost, 1 september 2021) is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. De conclusie van het onderzoek luidt samengevat als volgt: Resultaten NEN5740 Tijdens het verrichten van veldwerk is een bijmenging van puin en baksteen aangetroffen in de bovengrond dat aanleiding vormt voor aanpassing van de onderzoeksstrategie conform NEN5707. Hierbij wordt de bovengrond als asbestverdacht beschouwd door bijmenging van baksteen en metselpuin. In het mengmonster van visueel met baksteen en metselpuin verontreinigde bovengrond zijn gehaltes aan kobalt, koper, zink, cadmium, lood en PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. De verhoogde gehaltes zijn gerelateerd aan de aangetroffen bijmengingen. De concentraties aan zware metalen en PAK vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek.
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
28
In het mengmonster van zintuiglijk schone ondergrond zijn gehaltes aan kobalt en nikkel aangetoond boven de achtergrondwaarden. De marginaal verhoogde gehaltes aan zware metalen kunnen op basis van dit onderzoek niet verklaard worden, maar vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. Ditzelfde geldt voor het mengmonster van zintuiglijk schone ondergrond ter plaatse van de smeerput, ten aanzien van de stoffen kobalt en PCB’s. Resultaten NEN5707 Tijdens inspectie van maaiveld en gaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 van de druppelzone is een concentratie asbest aangetroffen. Uit de berekening van het gewogen gehalte blijkt een gehalte van 2.300 mg/kgds. Dit gehalte vormt formeel aanleiding voor nader asbestonderzoek. Mogelijk vormen de (respirabele) vezels humane risico’s. In het geval van een asbestverontreiniging in de druipzone van een asbesthoudend dak zonder dakgoot op de toplaag (0,0-0,1 m-mv) wordt nader onderzoek niet zinvol geacht. De toplaag tot maximaal 1 meter uit de muren raakt verontreinigd door de hemelwaterafspoeling met asbestvezels door verwering van golfplaten. Als gevolg van de wijze waar op de toplaag verontreinigd raakt met asbest, wordt verondersteld dat in de bovenste 10 cm direct onder de druiplijn de maximale concentraties aan asbest worden gemeten.
Zowel in de bodem onder de bewuste toplaag, als ook de bodem op meer dan 50 cm van de druiplijn zal geringe concentraties aan asbest bevatten. In het geanalyseerde monster mm2 van de meest verdachte bovengrond is geen asbest aangetoond. Nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie en advies Het asbestgehalte boven interventiewaarde ter plaatse van de druppelzone met een lengte van 20 meter (rood op onderstaande situering) vormt aanleiding voor bodemsanering. Hierbij wordt de toplaag tot 1 meter uit de schuur ontgraven tot minimaal 0,1 m-mv, resulterend in de afvoer van minimaal 2 m³ sterk verontreinigde grond.
Afbeelding 20. Druppelzone met te saneren gronden
Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting
29
Behoudens de sterk verontreinigde druppelzone, zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. Geadviseerd wordt de bodem te saneren op basis van een BUS-melding, uitgevoerd door een erkende bodemsaneerder. Conclusie De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt voor het grootste deel van het plangebied geen belemmering voor de beoogde nieuwe bouwkavel. Ter plaatse van de druppelzone aan de oostzijde van de schuur is een asbestverontreiniging aangetroffen. Deze wordt op basis van een BUS-melding gesaneerd door een erkend bodemsanneerder. De provincie Limburg is het bevoegd gezag voor de BUS-melding.
4.5.
Geluid
Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. Het plan voorziet in de realisatie van een nieuwe geluidgevoelige functie en is gelegen in de nabijheid van de Brachterzijde. Voor deze weg geldt een onderzoekszone van 200 meter (60 km/ uur). Door Target Advies is dan ook een akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn beschreven in de rapportage Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Brachterzijde 14 te St. Joost (17 augustus 2021), (bijlage 2). Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op zowel de Brachterzijde als de Reigelsbroekweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van het bouwplan overschrijdt.
De cumulatieve geluidbelasting dient op grond van de Wet geluidhinder te worden bepaald indien er sprake is van blootstelling aan meer dan één zoneplichtige geluidbron met een geluidbelasting boven de voorkeurswaarde. De correctie artikel 110g Wet geluidhinder met betrekking tot wegverkeer mag hierbij niet worden toegepast. Dit betekent dat in onderhavige situatie formeel gesproken de cumulatieve geluidbelasting niet bepaald hoeft te worden, omdat de zoneplichtige wegen niet resulteren in een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Formeel is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en ten behoeve van de bepaling van de benodigde geluidwering van de gevels ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat is de cumulatieve geluidbelasting wel bepaald, inclusief alle gemodelleerde wegen en spoorwegen. Deze gecumuleerde waarde is getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde bedraagt 53 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘redelijk’ en daarmee van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bestemmingsplan ‘Reigelsbroekweg ongenummerd, St. Joost’ | toelichting