Toelichting
Tekst van het document
Er is sprake van een serieus, hard plan waarover het bevoegd gezag zijn principeakkoord heeft uitgesproken.
2. Inbreiden en herstructureren vóór uitbreiden; in casu is er sprake van inbreiding binnen de bebouwing in het 'stedelijk' gebied. Woningbouw afstemmen op kwalitatieve behoefte in relatie tot de bestaande voorraad (doelgroepenbenadering: senioren, starters, zorg, nultreden, huur/koop, gestapeld/ grondgebonden etc.); c.q. voorkomen van concurrentie tussen bouwplannen. -
Het plan voorziet in de grote behoefte naar energiezuinige, levensloopbestendige en betaalbare woningen. Het betreft een inbreidingslocatie. In par. 4.3.5. is een onderbouwing opgenomen van de kwalitatieve behoefte.
3. Concurrentie tussen plannen voorkomen. -
Er is veel behoefte aan het de betreffende woningen. Het bouwen van de betreffende
woningen
vormt
geen
bouwprojecten.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
echte
concurrentie
voor
grotere
SMA-Advies
32
4. Nieuwbouw het liefst bij voorzieningen en/of op een knooppunt van openbaar vervoer. -
Binnen 500 meter van het plangebied bevinden zich meerdere voorzieningen voor voorzieningen voor de eerste levensbehoefte en mogelijkheden voor openbaar vervoer.
5. Initiatief moet iets toevoegen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (bv. behoud of ontwikkeling van cultuurhistorische waarden, voorkomen leegstand en verpaupering, komen tot beter stedenbouwkundig geheel, komen tot bijzondere (kleinschalige) woonmilieus etc.). -
Met onderhavige ontwikkelingen zijn geen specifieke waarden in het geding. De bestaande bebouwing wordt volledig gesloopt. De gebouwen verkeren in een slechte bouwkundige staat. Hergebruik van de bestaande gebouwen is niet aan de orde.
6.
Per kern moeten er concrete bouwmogelijkheden zijn in de planperiode. -
7.
in casu niet van toepassing.
Initiatief moet geen onaanvaardbare of niet-oplosbare knelpunten opleveren vanuit externe veiligheid en
geen belemmeringen vormen ten aanzien van een
aantal andere milieutechnische en milieuhygiënische overwegingen (zoals bodem, geluid, archeologie, flora en fauna. -
In hoofdstuk 5 komen naast externe veiligheid een aantal onderwerpen aan de orde die mogelijk belemmerend zijn voor de planontwikkeling. Ten aanzien van externe veiligheid blijkt uiteindelijk dat het planvoornemen geen belemmering vormt.
4.4.4
Gemeentelijk Kwaliteitsmenu 2021-2025
Het planvoornemen ziet op het realiseren van 16 grondgebonden woningen ter plaatse van de gronden gelegen aan de Kasteel Ter Borchstraat 1, 3, 3A en 5. De panden Kasteel Ter Borchstraat 3A en 5 zijn bestaande woningen waardoor er feitelijk 2 woningcontingenten beschikbaar zijn. In het kader van de beschreven gemeentelijke structuurvisie dient bij het aan de orde zijnde
planvoornemen
toepassing
gegeven
te
worden
aan
het
Gemeentelijk
Kwaliteitsmenu (GKM). Ruimtelijke ontwikkelingen die niet aan het bestemmingsplan voldoen, kunnen op basis van het menu alsnog doorgang vinden onder voorwaarde dat een groene, dan wel financiële tegenprestatie wordt geleverd. Het GKM beperkt zo een ongebreidelde uitrol van bebouwing en realiseert met name projecten die tevens een ruimtelijke
meerwaarde
en
waardevermeerdering
oplevert.
Onderkend
is
dat
kleinschaligere (woning)bouwprojecten door het GKM worden geremd dan wel niet gerealiseerd
kunnen
worden
waardoor
de
woningmarkt
kwantitatieve zin in onbalans is geraakt.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
in
kwalitatieve-
en
SMA-Advies
33
Op 18 januari 2023 heeft de gemeenteraad van de gemeente Echt-Susteren besloten om de GKM-vergoeding voor kleinere woningbouwprojecten in stedelijk gebied met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 te schrappen. Voor het aan de orde zijnde project betekent dat dat er geen compensatie betaald hoeft te worden.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
34
5.
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
5.1.
Bodem
Ingevolge de door de gemeente vastgestelde Nota bodembeheer Limburg Noord 20202029
(14-01-2020)
dient
voor
een
bestemmingswijziging/herziening
een
vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd te worden. Vastgesteld moet worden of de bodem geschikt is voor het nieuwe gebruik. In onderhavige planvoornemen wordt de vigerende bestemming “Horeca” omgevormd naar een woonbestemming, in die zin is er sprake van een Partiële herziening. Mede gezien het intensief voormalig gebruik van de grond binnen het plangebied, heeft de gemeente aangegeven dat een alsnog bodemonderzoek uitgevoerd moet worden om vast te stellen of deze geschikt is voor het beoogde gebruik als wonen. Er zijn bij het recent en huidig bodemgebruik verder geen (bedrijfsmatige)activiteiten uitgevoerd die mogelijk bodembedreigend zijn of zijn geweest. Door Adviesbureau Aelmans te Voerendaal is in april 2022 een bodemonderzoek ingevolge de NEN 5740 uitgevoerd (kenmerk E222104.013/HWO, d.d. 13 juli 2022). Uit het bodemrapport blijkt dat in de bovengrond (0-50 cm minus maaiveld) licht verontreinigd
is
met
een
aantal
zware
metalen,
Polycyclische
aromatische
koolwaterstoffen (PAK, met name rond de bebouwing), Polychloorbifenielen (PCB) en minerale olie. De achtergrondwaarden voor de woonfunctie worden overschreden. Verder blijkt uit het rapport dat ter hoogte van de bebouwing Kasteel Ter Borchstraat 5, de bovengrond deels sterk verontreinigd is met PAK (ter hoogte van boring 7). Het braakliggend veld achter de bebouwing is licht verontreinigd met diverse concentraties zware metalen en PAK. Resumerend is gesteld dat de bovengrond licht verontreinigd is en dat deze geclassificeerd moet worden als industriegrond. Naast de aangetroffen verontreinigingen in de bovengrond van enkele zware metalen, PCB en PAK is de bovengrond deels ook sterk verontreinigd is met asbest. Uit het onderzoeksrapport blijkt verder dat de ondergrond van het gehele plangebied licht verontreinigd is met concentraties diverse van zware metalen. Gesteld is dat ondanks de lichte verontreiniging van de ondergrond deze als nog geschikt is voor de beoogde
woonfunctie.
Binnen
5
meter
minus
maaiveld
is
geen
grondwater
aangetroffen. Volgens het onderzoeksprotocol is het dan niet noodzakelijk om het grondwater te bemonsteren. Op grond van de aangetroffen verontreinigingen in de bovengrond, wordt door Aelmans Advies geadviseerd om een nader bodemonderzoek uit te voeren. In dat onderzoek zal vastgesteld moeten worden wat de horizontale en verticale verspreiding is van de sterk verontreinigde grond met PAK ter hoogte van de bebouwing Kasteel Ter Borchstraat 5.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
35
Naar aanleiding van de aangetroffen concentraties asbest en PAK zoals beschreven in het uitgevoerde Vooronderzoek (E222104.013/HWO, d.d. 13 juli 2022) is door de gemeente Echt-Susteren besloten om ter plaatse van het plangebied een nader bodem- en asbestonderzoek uit te voeren. Nader bodemonderzoek 26 april 2023 Door Adviesbureau Aelmans te Voerendaal is op 26 april 2023 een rapport Nader bodem- en asbestonderzoek opgesteld ( kenmerk E230431.005/SBI ) naar aanleiding van een op 13 maart uitgevoerd bodemonderzoek. Uit dat onderzoek blijkt dat ter hoogte van Kasteel ter Borchstraat 5 een sterk verhoogde concentratie asbest en PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) aanwezig is. De verontreiniging is horizontaal en ook verticaal ingekaderd waaruit blijk het gaat om ca. 10 m3 verontreinigd bodemmateriaal hetgeen betekent dat het niet gaat om een ernstig geval van bodemverontreiniging (minder dan 25 m3 sterk verontreinigde grond). Op basis van de onderzoeksresultaten is gesteld dat de bodem gesaneerd moet worden om de bodem geschikt te maken voor de functie wonen. Geadviseerd is om de immobiele bodemsanering uit te voeren met een zogenoemde BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen)4 waarmee het bevoegde gezag (provincie Limburg) in moet stemmen. De
provincie Limburg
heeft
aangegeven in te
stemmen met
een
bodemsanering waarbij, naast de asbestsanering, ook de PAK verontreiniging volledig moet worden gesaneerd. Bij de uit te voeren sanering wordt tevens het aanwezige gresriool
met
asbesthoudende
moffenkit
gesaneerd.
De
sanering
zal
worden
uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd aannemersbedrijf en worden begeleid door een daartoe gecertificeerd Adviesbureau. Het terrein wordt vervolgens met schone grond
aangevuld
die
voldoet
aan
de
functieklasse
wonen.
De
feitelijke
saneringswerkzaamheden zullen eest worden uitgevoerd nadat de opstallen volledig zijn gesloopt. Gesteld kan worden dat, rekening houdend met de uit te voeren bodemsanering, de te realiseren bodemkwaliteit geen belemmering vormt om de gewenste woningen te realiseren. Het Nader bodem- en asbestonderzoek is opgenomen als bijlage 2A. Quickscan ontplofbare oorlogsresten Door AVG Explosieven Opsporing NL is op 8 maart 2023 (rapport 146000032) ter plaatse van het plangebied en in de omgeving daarvan, een rapport Quickscan ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 2B opgenomen.
4
Aangezien sprake is van immobiele verontreinigingen geldt voor de melding het formulier melding sanering
categorie immobiel (art. 1.2.a) van de Regeling uniforme saneringen.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
36
Door de gemeente Echt-Susteren is namelijk gesteld dat binnen het onderzoeksgebied mogelijk ontplofbare oorlogsresten zijn achtergebleven door gevechtshandelingen of dumpingen. Uit het rapport blijkt niet dat specifiek binnen het plangebied of in de onmiddellijke nabijheid daarvan explosieven zijn achtergebleven. Op ca. 185 meter afstand van het plangebied zijn naar verwachting wel inslagen van mogelijk ontplofbare oorlogsresten geweest. Het is niet met zekerheid vast te stellen dat binnen het plangebied alsnog sprake is of is geweest van aanwezigheid van mogelijk ontplofbare oorlogsresten. Naar aanleiding van de resultaten van het dossieronderzoek en om het risico uit te sluiten dat binnen het plangebied mogelijk toch ontplofbare oorlogsresten zijn achtergebleven, zal aansluitend aan de volledige sloop van de opstallen ter plaatse van het plangebied, conform het CS-VROO, een volledig vooronderzoek worden uitgevoerd.
5.2
Geluid
Voor verkeerswegen en spoorwegen is een wettelijk kader (Wet geluidhinder-Wgh) ontwikkeld om het aantal geluidgehinderden ten gevolge van industrielawaai, wegen/of spoor-weglawaai te voorkomen, dan wel zo veel mogelijk te beperken, zodanig dat er een prettig woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. De feitelijke geluidzone is het creëren van een minimum afstand tussen de geluidbron, zoals een weg of spoorweg dan wel een bedrijf en het geluidgevoelige object, zoals woningen en woningen. Indien er geen mogelijkheden bestaan om afstand te creëren (bijvoorbeeld in bestaande situaties) tot een gevoelig object, bestaat de mogelijkheid om in de overdrachtsweg (bijvoorbeeld het aanleggen van een geluidwal) of ter plaatse van het gevoelige object zelf maatregelen te treffen (door het akoestisch isoleren van bijvoorbeeld een woning of woonappartement). Het dichtstbij gelegen spoortraject waarover verkeersbewegingen plaatsvinden is gelegen op een afstand van ca. 3700 meter. Geluid ten gevolge van spoorweglawaai is vanwege de afstand van het plangebied tot de betreffende spoorlijn niet relevant om verder te beschouwen. Conform artikel 40 van de Wgh ligt er rond het gezoneerd industrieterrein een zone waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein de 50 dB(A) niet overschrijdt. Het plangebied valt niet binnen de geluidzone van een geluidgezoneerd industrieterrein.
Andere vormen industrielawaai is voor het plangebied verder niet relevant. Spoorweglawaai en industrielawaai vormen voor het realiseren van de te realiseren woning dus geen belemmering.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
37
Wegverkeerslawaai Het plangebied is wel gelegen binnen de geluidzone van een aantal wegen waarover verkeersbewegingen plaatsvinden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en het vaststellen van geluidhinder ten gevolge van wegverkeer, dienen de meest relevante wegen te worden betrokken om vast te stellen wat de te verwachten gevelbelasting is ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen. In dat kader zijn de wegen Maaseikerweg (N296) en Maasheuvel het meest geluidrelevant. Tevens is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de invloed van Kasteel Ter Borchstraat, het Schettereind en de Burgemeester Schoolmeesterstraat beschouwd.
5.1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Op 19 juli 2023 is door K+ Adviesgroep te Echt, een akoestisch rapport opgesteld (kenmerk
Rm210462aaA0.wesi_05)
om
de
gevelbelasting
ten
gevolge
van
wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen vast te stellen. Uit het akoestisch rapport blijkt dat ten aanzien van het verkeer op de Maaseikerweg (N296) bij een aantal woningen de voorkeursgrenswaarde (van 48 dB) wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde geldt voor 11 van de 16 te realiseren woningen. Voor die woningen zal door de gemeente Echt-Susteren een aparte procedure gevolgd moeten worden om een hogere grenswaarde vast te stellen. De gevel op de begane grond van deze woningen, grenzend aan de tuin, moeten geluidluw c.q. als dove gevel worden uitgevoerd. In de aan te vragen Wabovergunning zal daartoe een en ander nader worden uitgewerkt.
Figuur 5.1 Locatie gesloten muur ter plaatse van de groene stroken
Verder zal er op twee locaties, zoals in bovenstaand figuur 5.1 is opgenomen, een geheel
gesloten
geluidafschermende
geluidsmuren
worden
gerealiseerd.
Deze
2
schermen dienen een minimale massa te hebben van 10 kg/m en een hoogte van minimaal 2,5 meter boven maaiveld. In de regels wordt daarvoor een voorwaardelijke verplichting opgelegd. Op het moment dat een hogere waarde wordt verleend, moet voor de betreffende woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
38
van het Bouwbesluit. In tabel 4.6 van het genoemde akoestisch rapport is de benodigde karakteristieke geluidwering weergegeven. Tevens zullen een aan de woningen zelf een aantal andere bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden om het binnenniveau ter plaatse van geluidgevoelige ruimten van de betreffende woningen te maximeren op 33 dB (Conform het Bouwbesluit 2012). Ook wordt aanbevolen om openbare ruimten te voorzien van een absorberende verharding om zo enige bodemdemping te genereren. In ieder geval kunnen voldoende (bouwkundige) maatregelen worden getroffen om een goed woon- en leefklimaat te genereren. In de verdere uitwerking van de plannen zal dat in samenwerking met de gemeente verder worden uitgewerkt. Op pagina 24 van het rapport is tabel 4.6 opgenomen met daarin per rekenpunt een overzicht van de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai. In deze tabel is opgenomen wat de karakteristieke geluidgevelwering minimaal dient te zijn. In de nog aan te vragen en af te geven Wabo-vergunning voor de activiteit bouwen, zullen de te nemen bouwkundige maatregelen worden vastgelegd. Geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de weg Maasheuvel ligt ruim onder de voorkeursgrenswaarde.
Dat geldt ook voor de gedezoneerde wegen (30 kilometer wegen) die bij de berekening betrokken zijn zoals Schettereind, de Kasteel Ter Borchstraat en de Burgemeester Schoolmeesterstraat. Resumerend kan worden gesteld dat met het nemen van de juiste bouwkundige maatregelen en het realiseren van een alsnog een goed woon- en leefklimaat kan worden gegenereerd. Ter plaatse van de woningen waarbij de voorkeursgrenswaarde ter plaatse van de betreffende gevels wordt overschreden, kan de gemeente als bevoegd gezag een hogere grenswaarde vaststellen. Resumerend wordt gesteld dat bij 11 van de 16 woningen sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege de Maaseikerweg (N296). Er is geen sprake van een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Voor deze woningen dient zoals beschreven een hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Het is overigens niet noodzakelijk een dove gevel in het bestemmingsplan of de regels vast te leggen. Ten
aanzien
van
(gecumuleerd)
wegverkeerslawaai
zullen
extra
bouwkundige
maatregelen genomen moeten worden om aan het minimale binnenniveau te kunnen voldoen. Bij de verdere uitwerking van het plangebied zal in overleg met de gemeente een en ander worden uitgewerkt.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
39
Voorwaardelijke verplichting Het uitvoeren en de instandhouding van maatregelen die bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening, moeten in beginsel als een voorwaardelijke verplichting in de planregels worden opgenomen. In deze gaat het dan om een pakket van (bouwkundige) maatregelen zoals beschreven in het akoestisch rapport om alsnog aan het minimale binnenniveau te kunnen voldoen. Er kan in het bestemmingsplan geen directe verplichting worden opgelegd om ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden ook daadwerkelijk uit te voeren. Het gaat om een verplichting met een voorwaardelijk karakter. Een voorwaardelijke verplichting is een planregel die verplicht tot het uitvoeren van bepaalde maatregelen alvorens een nieuwe ontwikkeling tot stand kan worden gebracht, Die maatregelen zijn nodig om de nieuwe ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar te laten zijn. Zoals aangegeven
moeten
de
betreffende
woningen
aan
de
voorwaarden
van
het
Bouwbesluit voldoen en kunnen in dit kader voorwaarden worden gekoppeld aan de af te geven Wabo-vergunning. Juridische borging Met een voorwaardelijke verplichting wordt bepaald dat de binnenwaarde in de verblijfsgebieden van woningen, maximaal 33 dB mag bedragen. Dat geldt in aanvulling op het Bouwbesluit ook voor 30 km/h-wegen. Verder wordt bepaald dat de berekende gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de waarden zoals opgenomen in tabel 4.6 van het genoemde akoestisch rapport van 19 september 2023. Verder wordt bepaald dat ter plaatse van de betreffende 11 woningen 2 geheel gesloten geluidafschermende geluidsmuren moeten worden gerealiseerd. Deze schermen hebben een minimale massa van 10 kg/m2 en een hoogte van minimaal 2,5 meter boven maaiveld.
5.2
Geluidbelasting Burg. Schoolmeesterstraat 27
Om in het kader van een goede ruimtelijke ordening vast te stellen of tijdens de sloop van e bestaande bebouwing en na het realiseren van de 16 grondgebonden woningen ter plaatse van de Burgemeester. Schoolmeesterstraat 27 een ander akoestisch klimaat ontstaat, is door Adviesgroep K-plus te Echt een akoestisch onderzoek uitgevoerd (14-09-2023, bijlage 3A). Daarbij is de actuele akoestisch situatie en de akoestische situatie na realiseren van het bouwplan bepaald. Uit de rekenresultaten is gebleken dat op de gevels van de woning gelegen aan de Burgemeester Schoolmeesterstraat 27,
de geluidbelasting maximaal 1 dB toeneemt
ten opzichte van de huidige situatie. Gesteld is dat bij een toename van 1,5 dB zou sprake kunnen zijn van een reconstructie-effect volgens de Wet geluidhinder. Nu de toename kleiner is dan 1,5 dB(A) is daar dus geen sprake van. Geconcludeerd wordt dat er bij de betreffende woning geen sprake is van een onaanvaardbare (of hoorbare) toename in geluidbelasting. Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
40
Het is dus niet noodzakelijk om ter plaatse van de woning dan wel in de overdrachtsweg maatregelen te treffen voor het realiseren van een goed woon- en leefklimaat.
5.3
Luchtkwaliteit
Ruimtelijke plannen moeten worden getoetst aan hoofdstuk 5, titel 2, van de Wet milieubeheer (de Wet luchtkwaliteit). Dit hoofdstuk is op 15 november 2007 in werking getreden en bevat alle basisregels over luchtkwaliteit. In augustus 2009 zijn de regels aangevuld om de Europese richtlijn luchtkwaliteit in de Nederlandse wetgeving over te nemen. De luchtkwaliteitseisen van de Wet luchtkwaliteit vormen geen belemmering voor plannen wanneer de activiteiten kleinschalig zijn dan wel “niet in betekenende mate” bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (artikel 5.16 lid 1 onder c Wet milieubeheer). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ter hoogte van het plangebied indicatief de luchtkwaliteit bepaald. Aan de hand van de monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl/viewer) als onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), is een indicatieve berekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen uit de Wet milieubeheer zoals weergegeven in tabel ‘grenswaarden maatgevende stoffen Wm’. Het maximaal aantal overschrijdingsdagen van het 24-uurs gemiddelde voor fijnstof ligt onder de grenswaarde. In de onderstaande afbeelding zijn van de meest belastende wegen de rekenpunten weergegeven.
Uitsnede kaartviewer NSL-Monitoringstool
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
41
Gesteld wordt dat het onderhavige plan voor het realiseren van 16 grondgebonden woningen “niet in betekenende mate” bijdragen aan het aspect luchtverontreiniging. Er zal ten behoeve van het gebruik van deze woningen geen sprake zijn van een meetbare toename van emissie van stoffen die een negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit zoals de emissie van CO2 en NOx verkeersbewegingen van voertuigen. Bij de ontwikkeling van het plan zal ook rekening gehouden moeten worden met de luchtkwaliteit ter plaatse van de omliggende wegen. Verder leidt het plan niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en is er naar verwachting geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarden. Luchtkwaliteitseisen vormen
onder
de
Wet
luchtkwaliteit
geen
belemmering
voor
de
geplande
bestemmingsherziening.
5.4
Wet natuurbescherming, Flora en Fauna
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de ‘Wet natuurbescherming’ (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en
gebiedsbescherming
een
uitwerking
van
de
Europese
Vogelrichtlijn
en
Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebieds-bescherming plaats door middel van het Natuur-netwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de
Europees
beschermde
Natura
2000-gebieden.
De
Vogelrichtlijn-
en
Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen.
Als
er
naar
aanleiding
van
projecten,
plannen
en
activiteiten
mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect
hebben
op
de
beschermde
natuur
in
een
Natura
2000-gebied
zijn
vergunningplichtig. Op ca. 800 meter ten westen van de onderzoekslocatie is het N-2000 gebied de Grensmaas gelegen. Dit gebied is niet voor stikstof gevoelig. Gezien de relatief korte afstand tot het plangebied zijn er ten aanzien de depositie van stikstof mogelijk nadelige effecten op dat natuurgebied te verwachten. Op ca. 890 meter van het plangebied (grondgebied België, gemeente Kinrooi) ligt het stikstofgevoelige N-2000 gebied “Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek”. Dit gebied is ca 645.000 ha groot en ligt in de vallei van de Maas, die de grens vormt tussen de provincies Belgisch en Nederlands Limburg. Dit rivierlandschap bestaat uit talrijke leefgebieden zoals grindbanken, sliboevers, overstromende oevers, graslanden en bossen. Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
42
Berekening stikstofemissies Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (1-7-2021) regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en zo de natuur te herstellen. Er worden binnen de dimensies van het plangebied 16 nieuwe woningen opgericht. De woningen
zullen
geen
gebruik
gaan
maken
van
gasverwarming
of
andere
stikstofemitterende brandstoffen. Voor ruimteverwarming wordt gebruik gemaakt van alternatieve
vormen
van
energie,
zoals
het
gebruik
van
zonnepanelen
en
warmtepomp. De woningen worden alle all-electric- uitgevoerd. Op 15 maart 2023 is door Aelmans
ECO BV een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie
bijlage 7, 7A en 7B). Uit de uitgevoerde Aeriusberekening blijkt dat de stikstofdepositie ter plaatse van het dichtstbij gelegen (voor stikstof gevoelig) N2000-gebied, tijdens de sloopfase, bouwfase en exploitatiefase, kleiner of gelijk is aan 0,00 mol per hectare per jaar. Voor dit project is dus geen vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming.
Uitsnede kaart Natura-2000 gebieden, “Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek” ca. 880 meter van het plangebied.
Soortenbescherming Uit het rapport blijkt dat de onderzoekslocatie onderdak biedt aan de steenmarter en mogelijk ook voor de hazelworm, gierzwaluw, huismus en gebouw-bewonende vleermuizen.
Gesteld
wordt
dat
de
(potentiele)
verblijfplaatsen
door
het
planvoornemen verloren gaan. Aangegeven wordt ook dat de (solitair) staande fruitboom gerooid zal worden. Deze boom kan nesten bevatten. De boom moet daarom buiten het broedseizoen worden gerooid.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
43
Tevens is er een verlies van groen en variatie. Verder zijn in het plangebied geen houtopstanden
aanwezig
waarop
het
onderdeel
houtopstanden
uit
de
wet
natuurbescherming van toepassing is. Op 4 mei 2022 is door Nipa Milieutechniek B.V. een Ecologisch onderzoek uitgevoerd (kenmerk N22209 van 4 mei 2022). Het rapport is bijgevoegd als bijlage 6. In de onderstaande tekst worden de conclusies op hoofdlijnen besproken. Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt resumerend gesteld dat niet kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden. In het rapport worden aanbevelingen gedaan op welke wijze en binnen welke periode van het jaar de opstallen het beste gesloopt kunnen worden. Geadviseerd is om ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van de hazelworm, de gierzwaluw, de huismus en de gebouwbewonende vleermuizen een nader onderzoek uit te voeren. Vervolgonderzoek 15-maart 2023 Op
15
maart
2023
is
door
Ecolybrium
(kenmerk:
22-1237)
een
nieuwe
tussenrapportage opgesteld van het natuurwaardenonderzoek waarbij de resultaten het genoemde onderzoek van 4 mei 2022 opnieuw zijn getoetst. Het gaat daarbij om een onderzoek naar de aanwezigheid
van vleermuizen, gierzwaluw, huismus,
steenmarter en hazelworm binnen het
plangebied. Aangegeven is dat
nader
soortgericht onderzoek naar deze soorten/soortgroepen noodzakelijk is om vast te stellen of met de renovatie, zijnde de sloopwerkzaamheden en bouw van de nieuwe woningen, verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, aangezien bovengenoemde soorten beschermd zijn. Uit het onderzoek blijkt dat in elk geval 2 vaste rust- en verblijfplaatsen (jaarrond in gebruik) aanwezig zijn van gewone dwergvleermuizen in de te renoveren woningen. Verder blijkt dat geen effecten op het oppervlakte van het foerageergebied van vleermuizen, huismussen en/of gierzwaluwen optreden omdat de werkzaamheden zich alleen op de woningen richten en niet op de groene tuininrichtingen en omgeving. Door de voorgenomen ingrepen treden in elk geval negatieve effecten op als het gaat om het verstoren en vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen. Dat betekent dat in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing nodig is. Ook is het treffen van mitigerende maatregelen benodigd. In de praktijk betekent dit dat er, (mogelijk) tijdelijke, maar zeker permanente vleermuisvoorzieningen
gerealiseerd
dienen
te worden.
In
het
kader van
de
ontheffingsaanvraag moet verder worden nagedacht over de locatie en mate van mitigatie voor de betreffende soorten in de nieuwbouw.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
44
Dit dient in samenwerking met de ontwikkelaar te worden uitgevoerd en bij de definitieve ontheffingsaanvraag bij de provincie Limburg ingediend te worden. Andere vormen van verstoring zoals geluid en trillingen tijdens het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van de nieuwe woningen is te verwachten. Optredende verstoring zal in ieder geval zo veel mogelijk worden voorkomen en als het voorkomt zo veel mogelijk worden beperkt. In het kader van de te treffen mitigerende maatregelen zal maximaal rekening gehouden moeten worden met mogelijk optredende verstoringen tijdens de voorbereidingsfase en de bouw van de nieuwe woningen.
5.5
Geur
Met betrekking tot het aspect geur wordt gesteld dat de te realiseren woningen aangemerkt worden als geurgevoelig in de zin van de diverse wet- en regelgeving voor geur en geurhinder. In de directe omgeving van het plangebied liggen met name woningen. Zuidelijk van het plan loopt de Rijksweg/ Maaseikerweg waarvan geurhinder ten gevolge van wegverkeer kan worden verwacht. In de directe omgeving van het plan liggen verder geen bedrijven of andere bestemmingen waar geurhinder van kan worden verwacht. In die zin kan worden gesteld dat geur ten gevolge van bedrijfsactiviteiten verder geen rol speelt. Het is aannemelijk dat het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners van de te realiseren wooningen (ten aanzien van geur) niet onevenredig wordt aangetast ten gevolge van omliggende bedrijfsmatige activiteiten. Tevens kan worden gesteld dat het planvoornemen geen belemmeringen vormt voor omliggende bedrijven. Geur vormt dus verder geen verdere randvoorwaarde bij de voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Externe veiligheid
Risico’s naar de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen of het vervoer daarvan, moeten bij nieuwbouwplannen of functiewijziging/herzieningen integraal worden afgewogen. Om er zeker van te zijn dat de externe veiligheid problematiek in ruimtelijk beleid goed wordt meegewogen, is in de wet (Besluit externe veiligheid inrichtingen) de zogenaamde verantwoordingsplicht opgenomen die eisen stelt aan gegevens die over het groepsrisico verzameld moeten worden alvorens een ruimtelijk besluit genomen kan worden (art. 13 Bevi).
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
45
Op basis daarvan moet door het bevoegd gezag een schriftelijke verantwoording worden opgesteld waarin wordt onderbouwd waarom een bepaald risico aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht geldt op het moment dat de nieuwe ontwikkeling voorziet in het toevoegen van extra personen binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit (risicobron). Om risico’s zo veel mogelijk te reguleren is op 27 oktober 2004 het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden met de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Het Bevi verplicht het bevoegd gezag op basis van de Wet milieubeheer om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. In het Bevi zijn gevoelige objecten gedefinieerd als kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De risicovolle bedrijven zijn genoemd in artikel 2 van het Besluit. In de (onmiddellijke) nabijheid van het plangebied zijn geen (risicovolle) bedrijven gelegen waarbij handelingen met gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd, liggen geen ondergrondse buisleidingen en vindt geen transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaats waar bij dit plan rekening mee gehouden moet worden.
Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water, zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. De transporten die over water plaatsvinden is LF1, LF2, GF3 en GT3. Afhankelijk van de soort stoffen die worden getransporteerd reikt het invloedsgebied voor de modaliteit water van 35 meter tot maximaal 1070 meter. De dichtstbij gelegen waterweg (Julianakanaal/ Maascorridor) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd ligt op ca. 570 meter oostelijk van het plangebied. Daarmee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied (GT3). Transport over wegen De planlocatie is gelegen op een afstand van ca. 750 meter van de autosnelweg A2. Uit de vervoersgegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A2 (wegvak L84) de stofcategorieën LF1, LF2, LT1, LT2, en GT3 worden vervoerd (zie tabel 5.5.1 en 5.5.2.). De toxische vloeistoffen bepalen in dit geval de begrenzing van het invloedsgebied. Uit de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) volgt dat de maatgevende grens van het invloedsgebied als gevolg van transport van LT2, 880 meter bedraagt. Daarmee
ligt
op
basis
van
de
afstandsmeting
het
plangebied
binnen
het
invloedsgebied van de rijksweg A2. De Maaseikerweg en overige omliggende wegen zijn niet opgenomen in het Basisnet. Deze weg blijft buiten beschouwing.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
46
Figuur Uitsnede Risicokaart Nederland
Transport per spoor Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Het traject (Geleen) Sittard– Roermond (traject 50) is opgenomen in het Basisnet Spoor. Over het spoortraject vinden conform Basisnet (zie bijlage II Regeling Basisnet) transporten met stofcategorieën A (brandbaar gas), B2 (toxisch gas), C3 (zeer brandbare
vloeistof)
en
D3
(toxische
vloeistof)
plaats.
De
maatgevende
1%
letaliteitsafstand wordt in onderhavige situatie veroorzaakt door toxisch gas (B2) en is ca. 995 meter. De spoorlijn ligt op een afstand van ca. 3500 meter van het plangebied. Daarmee ligt de planontwikkeling dus ruim buiten het invloedsgebied van de spoorlijn Sittard-Roermond. Spoorwegemplacement Sittard Op circa 9310 meter ten zuid-oosten van het plangebied ligt tevens het spoorwegemplacement Sittard. Het plangebied ligt ruim buiten het invloedsgebied van deze inrichting en de plaatsgebonden 10-6 risicocontour waarmee kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen relevante bijdrage levert aan het groepsrisico van deze inrichting. Gezien de ligging van het plangebied buiten het invloedsgebied van het spoorwegemplacement en rekening houdend met toxische scenario’s is het opstellen van een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
47
Tabel 5.5.1. renvooi gevaarlijke stoffen
Stofcategorie
Invloedsgebied 1%-letaliteitsafstand (mtr)
Weg, water
Spoor
Spoor
LF1
Weg
Water
45
35
LF2
C3
35
45
35
LT1
D3
375
730
600
880
880
>4000
n.v.t.
LT4
n.v.t.
n.v.t.
GF1
40
n.v.t.
GF2
280
65
355
90
245
n.v.t.
LT2 LT3
D4
GF3
>4000
A
460
GT2 GT3
B2
995
560
1070
GT4
B3
>4000
>4000
n.v.t.
GT5
B3
>4000
>4000
n.v.t.
Tabel 5.5.2. Invloedsgebied per stofcategorie en modaliteit.
Plangebied Het gebied rond het plangebied is geïnventariseerd op grond van de beschikbare gegevens uit de risicokaart. Hieruit is het volgende gebleken:
Binnen
het
plangebied
zelf
vinden
geen
activiteiten
plaats
die
externe
veiligheidsrisico’s voor het plangebied of de omgeving met zich meebrengen;
Risicovolle bedrijven bevinden zich op ruim 380 meter afstand van het plangebied (Total tankstation Roosteren, Maaseikerweg 19);
Ter plaatse van het NS-Emplacement Sittard, gelegen op ca. 3500 meter westelijk van het plangebied) vinden handelingen plaats met gevaarlijke stoffen (Beviinrichting NS-emplacement Sittard). Het invloedsgebied strekt zich uit tot 995 meter buiten de risicovolle activiteit. Het plangebied ligt daarmee ruim buiten het invloedsgebied;
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
48
Over het Julianakanaal (Maascorridor) vindt transport plaats van gevaarlijke stoffen. Gezien de afstand tot het plangebied bevindt deze zich binnen het invloedsgebied;
Op ca. 780 meter oostelijk van het plangebied loopt een buisleiding van de Gasuni (Z-540-01). Deze buis heeft een diameter van 37 cm en een werkdruk van 40 Bar Het plangebied ligt ruim buiten het invloedsgebied van deze aardgasleiding.
Verantwoording groepsrisico Ten aanzien van de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van het Julianakanaal (Maascorridor) en de autosnelweg A2, geldt dat de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen over deze transportas zo nodig meegewogen moeten worden in een beperkte verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Daartoe moet het bevoegd gezag bij de besluitvorming het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Zuid (VRZL) in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen over bestrijding van een ramp of een (zwaar) ongeval en over de zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied en het plangebied. Gelet op het maatgevende toxisch scenario, kan zoals aangegeven worden volstaan met het standaardadvies dat de Veiligheidsregio Limburg-Zuid heeft opgesteld voor dit scenario. Het advies van de veiligheidsregio kan beperkt worden tot de onderdelen, bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Het standaardadvies van de VRZL is als bijlage 8 bij deze onderbouwing gevoegd. Voor de bestrijdbaarheid van een eventuele calamiteit moet het plangebied goed bereikbaar zijn voor hulpverleningsdiensten via 2 afzonderlijke aanvalsroutes. Voor het onderhavig plan is het plangebied van minimaal 2 zijden goed bereikbaar. De inrichting
van
het
plangebied
heeft
ook
geen
invloed
op
de
te
verkrijgen
bluswatervoorzieningen. Als het gaat om zelfredzaamheid zijn de te realiseren woningen thans niet en in de toekomst zover voorzien, niet bedoeld voor minder zelfredzame personen. Indien onverhoopt alsnog minder redzame personen in het plangebied aanwezig zijn, kan er vanuit worden gegaan dat deze personen door valide personen alsnog in veiligheid worden gebracht. In het geval van het scenario dat ter plaatse van de autosnelweg of de waterweg (Julianakanaal) een toxische wolk vrijkomt, is het beste advies om ramen en deuren te sluiten en ventilatievoorzieningen (handmatig) te sluiten. Luchtbehandelingsinstallaties moeten met een beweging uitgezet kunnen worden. Nu het gaat om het nieuw inrichten van de woningen aan de laatste bouwregels, zal er alsnog rekening mee worden gehouden dat de woningen goed gesloten moeten worden. Bij een eventuele ontruiming moet haaks op de windrichting gevlucht kunnen worden. Vluchtwegen dienen als zodanig ingericht te zijn. Het bestaande wegennet is zodanig ingericht dat afzijdig/in de tegenovergestelde richting van de risicobron gevlucht kan worden.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
49
Tenslotte zal in een dergelijk scenario conform de Wet Veiligheidsregio’s de invulling van de risicocommunicatie worden opgepakt en uitgevoerd. De gemeente EchtSusteren zal in een voorkomend geval worden geadviseerd door de Veiligheidsregio. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen directe belemmeringen bestaan en dat de restrisico’s als gevolg van de ligging binnen het invloedsgebied van omliggende risicobronnen, gezien de voorliggende situatie en de hierboven gegeven afwegingen, aanvaardbaar worden geacht.
5.7
Bedrijfshinder/ milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van voorzienbare hinder en gevaar door omliggende (woon)bestemmingen. Met andere woorden dient rekening te worden gehouden met de milieuzone van de voorgenomen activiteiten ten opzichte van de omliggende bedrijven. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe ontwikkelingen een passende bestemming krijgen. Daarbij is het in eerste instantie belangrijk dat bedrijven en voor verstoring gevoelige objecten, ruimtelijk van elkaar worden gescheiden. Uiteindelijk weegt het bevoegde gezag alle belangen mee in het besluit bepaalde ontwikkelingen wel of andere weer niet toe te staan. De huidige bestemming Horeca wordt omgevormd naar een woonbestemming en daarbij horende voorzieningen. Voor de omliggende woonbestemmingen betekent dat door het wegbestemmen van de horecafunctie met de betreffende vormen van verstoring het woon- en leefklimaat er beduidend op vooruit gaat. Het dichtstbij gelegen bedrijf (detailhandel, slagerij-supermarkt Courage) ligt op ruim 85 meter van het plangebied. Voor detailhandel geldt een richtafstand van 10 meter (brochure VROM “Bedrijven en milieuzonering” 2009). Gezien de ruime afstand vormt het detailhandelsbedrijf geen randvoorwaarde. Verder ligt op ca. 55 meter zuidelijk van het
plangebied een
bedrijfsbestemming
(Lanterdijk 3-5, bestemmingsplan
Grensmaas 2016 met specifieke vorm van bedrijf: timmerbedrijf). Volgens het bestemmingsplan mogen alleen bedrijven worden toegelaten voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de betreffende bijlage 1 'Staat van bedrijfsactiviteiten'. De grootste richtafstand tot woningen van derden is 30 meter, waarmee ook dit bedrijf in potentie geen belemmering vormt voor de planontwikkeling. Andere bedrijfsbestemmingen liggen op een grotere afstand waardoor ook deze bedrijven/ functies geen negatieve invloed hebben op de nieuwe ontwikkeling, dan wel dat de betreffende bedrijven in hun ontwikkelingen worden belemmerd.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
Gesteld
kan
50
worden
dat
omliggende
bedrijven
door
het
realiseren
van
16
grondgebonden woningen niet worden belemmerd. Evenmin zal door aanwezigheid van omliggende bedrijven, gezien de ruime afstand tot de dichtstbij gelegen bedrijven ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen.
5.8
Waterhuishouding
Nota Waterhuishouding (NW4) De watertoets is het procesinstrument dat ruimtelijke plannen toetst op de mate waarin zij rekening houden met het beleid om water in Nederland meer ruimte te geven. Er wordt steeds meer nadruk gelegd op duurzaam waterbeheer in de bebouwde omgeving. In de Nota Waterhuishouding (NW4, 1998) staat versterking en verbreding van integraal en duurzaam waterbeheer centraal. In het POL 2014 wordt verder vorm gegeven aan (grensoverschrijdende) stroom-gebiedsbenadering, het solidariteitsprincipe (niet afwentelen) een brongerichte aanpak, en het vooraf betrekken van water bij ruimtelijke ontwikkelingen en afwegingen. Ook wordt ingezet op behoud en herstel van ecologisch gezonde en veerkrachtige watersystemen: ecologische goed functionerende watersystemen die het variërende aanbod en de wisselende kwaliteit van water op een natuurlijke manier opvangen. De provincie Limburg wenst dat te bereiken door de aan de watersystemen gebonden functies meer in balans te brengen met variaties in de schikbaarheid en kwaliteit van water. Een van de strategische doelen ten aanzien van het provinciaal waterbeleid is ‘Herstel sponswerking’, dat is het voorkomen van wateroverlast en watertekort in het regionale watersysteem, anticiperend op veranderende klimatologische omstandigheden.
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat in de toelichting van ruimtelijke plannen dient te worden beschreven hoe bij de planontwikkeling rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Door Rijkswaterstaat is in het kader van het aan de orde zijnde planvoornemen aangegeven dat het plangebied in het waterbergend rivierbed ligt waar paragraaf 6 van hoofdstuk 6 van het Waterbesluit (gebruik van rijkswaterstaatswerken) niet van toepassing is. Dit betekent concreet dat er geen Watervergunning hoeft te worden aangevraagd voor het bouwen van de 16 grondgebonden woningen. Wel zou er kans zijn op wateroverlast bij hoogwater. Het bouwen in een rivierbed is voor eigen risico waarbij eventuele schade door hoog water niet kan worden verhaald op het Rijk.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
51
Beleid gemeente Echt-Susteren Door klimaatverandering heeft Nederland te maken met de problematiek rond wateroverlast, hitte en droogte. Onderdeel daarvan is dat in bestaande situaties regenwater, als het kan, zoveel mogelijk wordt afgekoppeld (waar dat dus mogelijk is) om te infiltreren in de bodem en grondwater. Infiltratie-onderzoek van 5 april 2022 Door Aelmans ECO B.V. is op 13 juli 2022 een bodemonderzoeksrapport opgesteld (zie tevens par. 5.1 en bijlage 2). Naast het uitvoeren van het bodemonderzoek is tevens een waterdoorlaatbaarheidstoets/infiltratie-onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of, en op welke diepte en mate, de bodem ter plaatse van het plangebied geschikt is voor het infiltreren van hemelwater. Vrijkomend hemelwater van dakvlakken en verhardingen moet namelijk binnen het plan opgevangen kunnen worden. Afhankelijk van de mogelijkheden binnen het plangebied kan vervolgens een voorstel worden gedaan waarbij rekening gehouden moet worden met een landschappelijke inpassing van het gekozen ontwerp. Het infiltratie-onderzoek is opgenomen als bijlage 9 van het genoemde bodemonderzoek. Uit het onderzoeksrapport blijkt in ieder geval dat op basis van de gemeten doorlatendheid, de bodem binnen het plangebied geschikt is voor het opvangen en infiltreren van neerslagwater. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond blijkt voldoende te zijn.
Het infiltreren van hemelwater kan direct in de ondiepe ondergrond (beneden maaiveld -2,5 meter) plaatsvinden. Met dat gegeven kan in overleg met de gemeente Echt-Susteren een infiltratieplan worden
opgesteld
waarbij
rekening
wordt
gehouden
met
de
landschappelijke
inpassing. Een
combinatie
van
grindkoffers
in
combinatie
met
grindpalen
is
een
van
mogelijkheden die verder uitgewerkt kan worden. Andere varianten zoals beschreven in het rapport behoren tot de mogelijkheden. Bij de verder uitwerking en ontwerp van het
plangebied
wordt
het
opvangen
en
infiltreren
van
hemelwater
verder
meegenomen. In dat kader is al aangegeven om het bouwpeil van de te bouwen woningen te verhogen ten opzichte van de kruin van de weg om wateroverlast verder te voorkomen.
5.9
Archeologie en cultuurhistorie
De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. Het gaat om een raamwet die regelt hoe het Rijk, provincies en gemeenten bij ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de (Limburgse) bodem. Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
52
De gemeenten zijn bij deze wet in principe aangewezen als bevoegd gezag en moeten de archeologische belangen op een goede manier verweven en mee laten wegen in het ruimtelijk beleid. Voldoende duidelijk moet zijn dat met de ontwikkelingen geen archeologische waarden worden bedreigd. Volgens “Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Echt-Susteren” is het gebied waar het plan in valt mede bestemd voor
de
instandhouding
en
bescherming
van
de
archeologische
waarden
en
oudheidkundige waardevolle elementen en valt de onderzoekslocatie binnen het onderzoeksgebied/ aandachtsgebied voor een hoge, mogelijke verwachting van archeologische
waarden
(Waarde-Archeologie-2)
omdat
in
de
regio
meerdere
vindplaatsen zijn geweest uit de late prehistorie tot de vroegere middeleeuwen. Omdat er meer dan 100 m2 bodem wordt verstoord bij een diepte meer dan 40 cm minus maaiveld, heeft de gemeente gesteld dat er een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd.
5.9.1
Archeologisch (voor)onderzoek
In april 2022 is door Aeres Milieu een archeologisch onderzoek uitgevoerd (kenmerk: AM22100. Rapport d.d. 28-4-2022 en bijgevoegd als bijlage 4). Uit het rapport blijkt dat binnen het gehele plangebied er alsnog funderingsresten aanwezig kunnen zijn van gebouwen vanaf de late bronstijd tot de nieuwe tijd. Ter plaatse van de zuidzijde van het plangebied zijn bouwresten en erfstructuren aangetroffen die mogelijk stammen uit de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd. Aan de gemeente Echt-Susteren is geadviseerd is om een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren voordat de bestaande bouwwerken worden gesloopt. Ten tijde van de sloopwerken zal een ter zake deskundig persoon aanwezig zijn om de uit te voeren e grondwerkzaamheden te begeleiden om zo de beschadiging of vernietiging van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum te beperken. Ten behoeve daarvan zal een Programma van Eisen worden opgesteld en ter controle te
worden
voorgelegd
aan
de
gemeente
Echt-Susteren.
Mogelijke
aanwezige
archeologische waarden worden zo goed mogelijk in kaart gebracht. Alvorens de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen afgegeven kan worden en feitelijk gebouwd kan worden, zal een en ander in overleg met de gemeente worden afgestemd. Programma van eisen archeologisch onderzoek Op 8 augustus 2022 is door Econsultancy B.V. een programma van eisen opgesteld. Het rapport is opgenomen als bijlage 5 bij deze onderbouwing. Het onderzoek is opgesteld naar aanleiding van een gemeentelijk besluit om in te stemmen met het door Aeres Milieu B.V. gegeven advies voor een vervolgonderzoek. De gemeente EchtSusteren heeft aangegeven dat ter plaatse van de niet bebouwde zone er alsnog een Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
53
proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uitgevoerd moet worden ter plaatse van het niet bebouwde deel c.q. het centrale en noordelijke deel van het plangebied. Tevens is aangegeven dat een vervolgonderzoek ter plekke van de te slopen bestaande bebouwing in het zuidelijke dele van het plangebied, tegen de Kasteel Ter Borchstraat aan noodzakelijk is, in de vorm van een opgraving-variant archeologische begeleiding. Dit houdt in dat alle sloop- en graafwerkzaamheden beneden het maaiveld archeologisch begeleid
zullen worden. De zone waarbinnen het
proefsleuven-
onderzoek uitgevoerd moet worden heeft een oppervlakte van circa 3.200 m2 en de zone waarbinnen de opgraving - variant archeologische begeleiding uitgevoerd dient te worden heeft een oppervlakte van circa 1.450 m2. De verdere uitwerking en de te nemen vervolgstappen komen in het rapport uitgebreid aan de orde. Wat archeologie voor de realisering van het planvoornemen betekent, is in het rapport besproken. In overleg met de gemeente Echt-Susteren zal een en ander te zijner tijd worden uitgewerkt.
5.9.2
Proefsleuvenonderzoek en karterend onderzoek
In april 2022 is zoals beschreven door Aeres Milieu B.V. een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Op grond van de resultaten is vervolgens een nader onderzoek uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase, en een opgravingsvariant archeologische begeleiding (rapport van 9 augustus 2023, bijgevoegd als bijlage 5A). Tevens is in dat vervolgonderzoek een opgravingsvariant archeologische begeleiding opgenomen. Doel van het proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase, is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het
vooronderzoek. Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht
onderzoek. Doel van de opgravingsvariant archeologische begeleiding, is een inventarisatie, karakterisering en documentatie van de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarmee wordt inzicht verkregen in de archeologische betekenis van het gebied en vindt een registratie van de aangetroffen/of afwezige waarden plaats. Er wordt alleen onderzoek gedaan binnen de voor de ondergrondse sloopwerkzaamheden geplande ontgravingsdiepte en -oppervlakte. Op het moment dat gestart gaat worden met het feitelijke grondverzetgrondverzet wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van dit rapport. De resultaten van het onderzoek worden uiteindelijk gerapporteerd uitgewerkt en geconserveerd zoals in het rapport is beschreven.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
54
Bij de voorbereidende werkzaamheden voor het realiseren van het planvoornemen zal dus maximaal rekening gehouden worden met mogelijk ter plaatse aanwezige archeologische waarden.
5.10
Ondergrondse infrastructuur
Het is niet aannemelijk, dat gezien het huidig gebruik van de bestemming als tuin binnen
het
onderzoeksgebied
onderzoeksgebied
liggen
in
kabels ieder
en
leidingen
geval
geen
gelegen
leidingen
zijn. van
Binnen de
het
Gasunie,
energieleveranciers of Defensie. Indien werkzaamheden uitgevoerd gaan worden, kan er eventueel voor worden gekozen om een
Klic-melding5 uit te voeren om de aanwezigheid van kabels of
leidingen uit te sluiten.
5.11
Parkeren
5.11.1 Parkeerstructuur Het parkeerbeleid van de gemeente is vastgelegd in de “Parkeerkencijfers” en is als bijlage 8 opgenomen in het toepasselijk bestemmingsplan “Stedelijk Gebied” van 2605-2016. Hierin is een eenduidige en eenvoudige systematiek voor parkeervoorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen en bouwplannen opgenomen. De parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW-publicatie “Parkeer-kencijfers, basis voor parkeernormering”. Het plangebied is zoals beschreven gelegen binnen het bestemmingsplan “Stedelijk Gebied”. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de stedelijkheidsgraad “weinig stedelijk” en “buitengebied”. Bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen wordt voor onderhavig plan dus uitgegaan van de stedelijkheidsgraad “weinig stedelijk” /“buitengebied” dan wel “Rest bebouwde kom” zoals dat in de bijlage 8 “parkeerkencijfers” is aangegeven. Per hoofdgroep is onderscheid gemaakt naar een viertal stedelijke zones, te weten ‘centrum’, ‘schil / overloopgebied’, ‘rest bebouwde kom’ en buitengebied. Daarnaast wordt voor wat betreft de toe te passen parkeernormering rekening gehouden met de stedelijkheidsgraad van een gebied. Het aan de orde zijnde plangebied is voor zowel de stedelijke zone als de stedelijkheidsgraad gelegen in de zone ‘Rest bebouwde kom’.
5
Kabels en leidingen informatiecentrum
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
55
Voorliggende planontwikkeling heeft betrekking op het planologisch regelen van de gewenste woningbouw en het wegbestemmen van een horecafunctie. In totaal wordt ca. 4495 m2 horecafunctie wegbestemd. Parkeernormen In Bijlage 8 van het betreffende bestemmingsplan zijn in de parkeerkencijfers opgenomen. Relevant zijn de kencijfers voor wonen en horeca. Zoals in de nota is aangegeven gaat de gemeente in principe uit van de maximaal gewenste situatie.
Tabel 1. Uitsnede parkeernota gemeente Echt-Susteren 2-5-2016
In bovenstaand schema zijn de parkeernormen weergegeven zoals opgenomen in de parkeernota van de gemeente Echt-Susteren. In onderstaand schema is de bestaande parkeerbehoefte weergegeven alsmede de gewenste parkeerbehoefte op basis van de betreffende bestemmingen.
Tabel 2
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
56
Inpassing parkeerplaatsen binnen exploitatiegebied en bestaande parkeerplaatsen overloopgebied.
Per woning is in het beschreven scenario minimaal 1,8 parkeerplaats noodzakelijk en maximaal 2,6. De parkeernorm is zoals in tabel 1 (pag. 46) af te lezen, dus 1,8 resp. 2,6 parkeerplaatsen per woning. Uitgaande van de 16 te realiseren woningen (type “twee-onder-een-kap”
voor
alle
woningen6.),
zijn
in
totaal
minimaal
29
parkeerplaatsen nodig en maximaal (afgerond) 42 parkeerplaatsen. In hoofdstuk 3 van deze onderbouwing zijn de 2 woonvarianten (woningtype 1 en woningtype 2) zoals die zijn voorzien beschreven. Voor elke woning is ter plaatse van de oprit ruimte voor het parkeren van 1 auto c.q. 1 parkeerplaats. Dat betekent dus dat ter plaatse van de 16 te bouwen woningen in totaal 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Verder worden 7 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied en 7 nieuwe parkeerplaatsen zuidelijk van het plangebied (het exploitatiegebied). In totaal worden er dus 30 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd waarmee in principe aan de (minimale) parkeernorm kan worden voldaan. De 5 bestaande parkeerplaatsen oostelijk gelegen van het plangebied (het zogenoemde overloopgebied) worden niet meegerekend om te kunnen voldoen aan de parkeernorm, immers dient de parkeervraag in principe binnen het plangebied te worden opgelost. Indien alle parkeerplaatsen zijn bezet kan alsnog van deze parkeerplaatsen gebruik worden gemaakt.
6
De woningen worden aangemerkt als type 2-onder 1 kap, ondanks dat niet alle woningen geschakeld zijn. De
gemeente zal daarover nog een beslissing moeten nemen.
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
5.12
57
Mer-beoordeling
Milieubelangen en effecten ten gevolge het planvoornemen Het
aan
de
orde
zijnde
planvoornemen
voorziet
in
het
realiseren
van
16
grondgebonden woningen. Het toevoegen van 16 woningen heeft mogelijk significante effecten op de directe omgeving, het milieu, natuur en (stads)landschap. Er kan sprake zijn van een bepaalde mate van verontreiniging en hinder eventueel ook door cumulatie met andere projecten. Of er mogelijk sprake is van significante negatieve gevolgen van particuliere projecten kan worden bepaald aan de hand van bijlage III van de Europese richtlijn betreffende de “milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten”. De geografische ligging ten opzichte van eventueel kwetsbare gebieden wordt daar ook bij betrokken zoals bosgebieden, wetlands of reservaten. Het project kan worden beoordeeld als “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” zoals beschreven in onderdeel D, categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer). Bij het toetsen aan de in die categorie opgenomen drempelwaarden is het plan (1) niet groter dan 100 hectare, (2) omvat het plan niet meer dan 2000 woningen en gaat het niet om (3) een bedrijfsoppervlak van meer dan 200.000 m2. Relevantie voor het plangebied Het planvoornemen, c.q.
de daarin opgenomen dimensies blijven (zeer) ruim onder de drempelwaarden zoals opgenomen in Bijlage D, categorie D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage en zoals hierboven beschreven. De Wet Natuurbescherming is bij dit planvoornemen ook een afwegingskader (zie ook par. 5.4). Bij mogelijk significatie, negatieve effecten op bijvoorbeeld Natura 2000gebieden, dient een zogenoemde plan-m.e.r-procedure te worden gevolgd. Zoals uit de onderbouwing blijkt, zijn er geen significante negatieve effecten ter plaatse van Natura-2000 gebieden te verwachten. In de onderbouwing van de diverse randvoorwaarden is in voldoende mate gebleken dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten. Bij wijze van een vormvrije meraanmeldnotitie
wordt
aan
de
hand
van
de
onderstaande
kenmerken
het
projectvoornemen andermaal beschreven: 1. Kenmerken van het project: a.
Het toepasselijk bestemmingsplan maakt met een bestemmingsherziening het realiseren en het toevoegen van 16 grondgebonden en levensloopbestendige woningen mogelijk. De drempelwaarden van categorie D11.2 (bijlage 1 Besluit m.e.r.) worden daarmee niet overschreden;
b.
Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen autonome (vergelijkbare) projecten bekend waardoor er geen sprake is van cumulatie van (nadelige) milieueffecten met deze projecten;
Toelichting Partiële herziening Kasteel Ter Borchstraat, Roosteren
SMA-Advies
c.
58
Tijdens de voorbereidingsfase/ realisatiefase, worden geen milieubelastende stoffen geproduceerd. Afvalstoffen van bewoners worden via de reguliere processen door of namens de gemeente afgevoerd naar een daartoe erkend verwerker;
d. Het project wordt binnen de dimensies van bestaande bebouwingsstructuur gerealiseerd. Uit de quickscans en de onderbouwing blijkt dat ten aanzien van de aspecten bodem, (afval) water, archeologie, geluid, bedrijven en milieuzonering, luchtkwaliteit/ geur en externe veiligheid geen onoverkomelijk bezwaren zijn te verwachten. Ten aanzien van bodem, archeologie en flora/ fauna, worden in overleg met de gemeente nadere onderzoeken uitgewerkt en zullen de adviezen worden opgevolgd zoals die op basis van de nadere onderzoeken zullen volgen. Bij de verdere ontwikkeling van het plan zal de waterparagraaf en oplossingen voor het opvangen van hemelwater binnen het plan in overleg met de gemeente verder worden uitgewerkt. e. Het realiseren van het project leidt niet tot een toename van risico’s ten aanzien van handelingen met gevaarlijke stoffen. 2. Plaats van het project en kenmerken potentieel effect: a. De huidige situatie in het plangebied is conform het toepasselijk bestemmingsplan bestemd voor horecadoeleinden. Het pand staat al geruime tijd leeg en is inmiddels in verval geraakt. Milieuhygiënisch maar ook in ruimtelijk opzicht is dat een ongewenste ontwikkeling. In relatie tot de beoogde c.q. toekomstige ontwikkeling bestaan er geen belemmeringen; b. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van gevoelige gebieden zoals wetlands, bergen/ dalen, bosgebieden ed.