Toelichting
Tekst van het document
Gevolgen voor de planontwikkeling Het planvoornemen wordt aangemerkt als NIBM. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
4.6
Externe veiligheid
Wettelijk kader Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het enerzijds om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen, waarmee men het volgende wil bereiken: bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven; bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijk ongeval met een groot aantal slachtoffers. Om de mogelijke risico's in kaart te brengen is een inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied uitgevoerd waarbij gebruik is gemaakt van de 'Risicokaart Nederland' - www.risicokaartnederland.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten).
Op basis van de risicokaart is inzichtelijk gemaakt welke risicobronnen zich in de omgeving van het plangebied bevinden.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
29
Uitsnede Risicokaart met plangebied bij gele ster
Op basis van de Risicokaart wordt geconcludeerd dat op ca. 410 meter ten westen van het plangebied transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de Rijksweg Noord (N276). Beide wegen hebben een risicoafstand (PR 10-6) van 0 meter. Ten zuiden van het plangebied vindt tevens transport van gevaarlijke plaats over de N572. Tot slot geldt dat op ca. 920 meter ten westen van het plangebied transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de spoorlijn Sittard-Roermond. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico 10-6 ligt op 1 meter gerekend van het hart van de doorgaande spoorbundel tussen Sittard en Venlo.
Gevolgen voor de planontwikkeling Het plangebied is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour en het invloedsgebied van de regionale wegen en de spoorlijn. Verder geldt dat er zich geen risicovolle inrichtingen in de nabijheid van het plangebied bevinden. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.7
Natuur
Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Dit wordt geregeld in de Wet natuurbescherming die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Het natuurbeschermingsrecht is verder te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. Om in te schatten of er binnen het plangebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep, is door MIECON B.V. een quickscan flora en fauna uitgevoerd (d.d.
30
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
13 maart 2019). Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 4. Tevens zijn conclusies van het rapport in onderstaande opgenomen. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. 4.7.1 Soortenbescherming Het plangebied herbergt mogelijk dergelijke beschermde soorten. De quickscan is erop gericht om (strikt) beschermde soorten in het plangebied uit te sluiten op basis van soortspecifieke habitateisen, verspreidingsgebied en de actuele situatie in het plangebied. Soorten die niet kunnen worden uitgesloten, kunnen aanleiding vormen om een nader onderzoek op te starten wanneer de beoogde ontwikkelingen een negatief effect kunnen veroorzaken. Hieronder volgt per soortgroep een beschrijving van de situatie in het plangebied.
Planten Veel planten zijn beschermd, maar deze zijn allemaal gebonden aan bijzondere abiotische omstandigheden. Het plangebied is erg verstoord en herbergt alleen zeer algemene plantensoorten. Het is onwaarschijnlijk dat strikt beschermde soorten planten voorkomen in het plangebied. Bovendien zijn aangeplante cultivars van beschermde planten niet beschermd. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op beschermde plantensoorten.
Zoogdieren In het plangebied worden alleen kleine en zeer algemene soorten verwacht. Er zijn geen sporen aangetroffen die duiden op recente aanwezigheid van beschermde, grondgebonden zoogdiersoorten. De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen negatieve invloed op beschermde, grondgebonden zoogdieren.
Vleermuizen Hoewel vleermuizen tot de Klasse van de zoogdieren behoren wordt hier wel apart aandacht aan deze groep geschonken omdat de dieren vaak een rol spelen in de ruimtelijke ordening of bij ingrepen in bebouwing. Vleermuizen zijn in te delen in twee groepen. De eerste groep heeft vaste rust- of verblijfplaatsen in bomen, de andere groep in gebouwen. Er is ook een groep die zowel van bomen gebruik maakt als van gebouwen. De quickscan wijst uit dat er voor zowel boombewonende als gebouwbewonende vleermuissoorten geen sprake is van negatieve effecten. Ook negatieve effecten op vaste vliegroutes van vleermuizen zijn op voorhand uit te sluiten en negatieve effecten op essentiële foerageergebieden van vleermuizen zijn niet te verwachten.
Vogels Alle broedende vogels zijn beschermd. Als broedende vogels in een plangebied aanwezig zijn en kunnen worden verstoord door de werkzaamheden, dan zit er niets anders op dan te wachten totdat de vogels klaar zijn met broeden. In het plangebied staan bomen en struiken. Hierin zijn geen actieve broedgevallen aangetroffen ten tijde van het veldbezoek, maar de begroeiing is geschikt om te dienen als broedplaats voor algemeen voorkomende soorten. Het is daarom raadzaam om de benodigde snoei- en kapwerkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen uit te voeren en zodoende de vogels deze mogelijkheid tijdelijk te
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
31
ontnemen. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dan zal eerst moeten worden onderzocht of er actieve broedgevallen aanwezig zijn, alvorens de werkzaamheden uit te voeren. Er zijn geen sporen gevonden die wijzen op aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogelsoorten. Uit de gegevens blijkt dat het plangebied binnen het verspreidingsgebied ligt van een aantal jaarrond beschermde vogelsoorten. De meeste daarvan zijn soorten die eisen stellen aan hun broedlocaties waar het plangebied op voorhand al niet aan voldoet. De enige soort waarvoor dit niet geldt is de huismus. Huismussen broeden veelal onder de eerste twee rijen dakpannen. De voormalige bebouwing binnen het plangebied is echter inmiddels gesloopt, waardoor ook voor de huismus geen broedplaats maar binnen het plangebied aanwezig is. Negatieve effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten zijn niet te verwachten.
Amfibieën Alle amfibieën zijn voor hun voortplanting afhankelijk van water. Daarnaast dient een geschikte landbiotoop aanwezig te zijn omdat de meeste soorten niet het gehele jaar in water leven. Zowel de voortplantingsbiotoop (water) als de landbiotoop (ruigtes, opgestapelde dakpannen, strooisel) zijn niet aanwezig in de tuin. Bovendien heeft het plangebied geen aansluiting met geschikt leefgebied. Negatieve effecten op vaste rust- of verblijfplaatsen van amfibieën zijn niet te verwachten.
Reptielen Reptielen zijn met name voor gevoelig landschapsversnippering door hun lage mobiliteit en daarmee samenhangende lage dispersie. Daarnaast zijn de reptielen van Nederland allemaal afhankelijk van structuurrijke overgangen of andere bijzondere habitats. Door de sterke achteruitgang van de natuurlijke habitat en de vergaande versnippering van het landschap zijn alle zeven reptielsoorten van Nederland beschermd. De omstandigheden binnen het plangebied zijn absoluut ongeschikt om reptielen te herbergen. Er zijn geen verdere consequenties vanuit de Wet Natuurbescherming op het gebied van reptielen.
Vissen In het plangebied is geen open water aanwezig en dus ook geen vissen. De watergang aan de voorzijde van het plangebied kan wel (beschermde) vissoorten bevatten maar hier hebben de ontwikkelingen geen invloed op. Er zijn geen verdere consequenties vanuit de Wet Natuurbescherming op het gebied van beschermde vissoorten.
Ongewervelden Alle beschermde ongewervelden zijn afhankelijk van zeer specifieke habitats. Die habitats komen bijna allemaal alleen voor in natuurgebieden. In het plangebied komt geen geschikte habitat voor beschermde ongewervelden voor. Negatieve effecten treden niet op. Er zijn geen verdere consequenties vanuit de Wet Natuurbescherming op het gebied van beschermde ongewervelden.
Gevolgen voor de planontwikkeling In en rondom het plangebied zijn geen beschermde soorten te verwachten. Negatieve effecten op beschermde plant- en diersoorten ten gevolge van het planvoornemen worden niet verwacht. Het aspect
32
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
'soortenbescherming' vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.7.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, 'Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop', bevindt zich op circa 2,4 kilometer en 5 kilometer afstand ten oosten van het plangebied (zie onderstaand figuur). Verder zijn Natura 2000-gebieden 'Grensmaas' (ca. 4,1 kilometer), 'Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek' (ca. 5 kilometer), 'Hamonterheide, Hageven, Buitenheide, Stamprooierbroek en Mariahof' (ca. 7 kilometer) en 'Roerdal' (ca. 8 kilometer) rondom het plangebied gelegen.
Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden
Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Er vindt geen oppervlakteverlies of versnippering van Natura 2000-gebied plaats. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, licht, trillingen of depositie van stikstof. Externe effecten zoals toenamen van geluid, licht en trillingen als gevolg van de voorgenomen plannen op de locatie Hoogveldsweg 40 en 40a zijn, gezien de afstand (± 2,4 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (realisatie woongebouw bestaande uit twee wooneenheden, bijgebouwen en kleinschalig zonneveldje) niet te verwachten. Ook is uit een onderzoek naar stikstofdepositie gebleken dat het planvoornemen niet leidt tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (zie Bijlage 5). Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
33
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. Het dichtsbijzijnde Natuurnetwerk bevindt zich op ca. 620 meter afstand ten oosten van het plangebied. In onderstaand figuur is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.
Ligging plangebied (rode aanwijzer) t.o.v. NNN (groene vlakken)
Het plangebied is op ruim 620 meter afstand van een onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Door de voorgenomen plannen binnen het plangebied in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland derhalve niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht.
Gevolgen voor de planontwikkeling Geconcludeerd wordt dat het aspect gebiedsbescherming geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
4.8.1 Archeologie Als wettelijk toetsingskader in Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze
34
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. De Wamz is in zijn geheel opgenomen in de Monumentenwet 1988 (Mw art. 38 t/m 60). In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen.
Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart is het plangebied gelegen in een gebied met middelhoge verwachting voor droge landschappen. De archeologische verwachting is in het bestemmingsplan vertaald middels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Ter plaatse van de als 'Waarde Archeologie 3' aangewezen gronden dient bij bodemverstoringen dieper dan 0,40 meter onder maaiveld én een omvang groter dan 500 m² een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die zullen worden verstoord naar oordeel het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of de archeologische waarden door de beoogde bouwwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.
Inventariserend veldonderzoek Door ArcheoPro is een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (rapportnr. 18138, d.d. 22 november 2018) om de archeologische waarden die zich mogelijk in het plangebied bevinden vast te stellen. De bevindingen en conclusies uit het onderzoek zijn in deze paragraaf overgenomen. Daarnaast is de onderzoeksrapportage als Bijlage 6 toegevoegd bij de toelichting. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten behorend bij (semi)permanente landbouwgemeenschappen daterend uit het neolithicum tot en met nieuwe tijd. De hoge verwachting geldt voor nederzettingen, grafcomplexen en zogenaamde off-site resten. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten behorend bij (semi)permanente landbouwgemeenschappen daterend uit het neolithicum tot en met nieuwe tijd. De hoge verwachting geldt voor nederzettingen, grafcomplexen en zogenaamde off-site resten.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
35
Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek bestaande uit zes grondboringen buiten de bestaande bebouwing, blijkt dat de oorspronkelijke bodem binnen het plangebied uit een vrijwel intacte moderpodzol met een duidelijke Bw-horizont onder een relatief dunne bouwvoor bestaat. Binnen het westelijke deel van het plangebied nabij de bestaande panden is de bodem (plaatselijk) opgehoogd waardoor de moderne bouwvoor/Ap-horizont hier 40 tot 70 cm dik is. Grootschalige bodemverstoringen onder de bouwvoor zijn niet geconstateerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en de aangetroffen vrijwel intacte bodemopbouw is er geen aanleiding om de hoge archeologische verwachting bij te stellen. Geadviseerd wordt derhalve om ingeval van bodemingrepen onder de moderne bouwvoor archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Gezien de aard van de te verwachten vindplaatsen (sporenvindplaatsen vanaf het neolithicum tot en met nieuwe tijd en off site resten) wordt geadviseerd om het vervolgonderzoek door middel van proefsleuven uit te laten voeren. Het onderzoek doet geen uitspraak over de intactheid van de oorspronkelijke bodem onder de toenmalig aanwezige bebouwing. Bovenstaande betreft een advies. In overleg met het bevoegd gezag kan de exacte vorm en invulling van eventueel vervolgonderzoek inclusief voorwaarden nader worden bepaald.
Ten behoeve van gemeentelijk selectiebesluit dienaangaande dient contact te worden opgenomen met de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente Echt-Susteren. Het uitvoeren van een archeologisch proefsleuvenonderzoek is enkel toegestaan op basis van een vooraf door de gemeente Echt-Susteren vooraf goedgekeurd programma van eisen (PvE).
Gevolgen voor de planontwikkeling In overleg met een beleidsmedewerker archeologie van de gemeente Echt-Susteren is overeengekomen om de archeologische dubbelbestemming over te nemen in het bestemmingsplan. Voor het concrete bouwplan is verder geen vervolgonderzoek vereist. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.8.2 Cultuurhistorie Vanaf 1 januari 2012 dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met cultuurhistorie. Dit is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. Het plangebied is onbebouwd. Er is dan ook geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing binnen het plangebied. Verder geldt dat het plangebied op basis van het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt-Susteren' (vastgesteld 22 september 2016) niet als cultuurhistorisch waardevol is aangemerkt: er is geen sprake van een aardkundig waardevol gebied of historisch cultuurlandschap.
Gevolgen voor de planontwikkeling Er bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen binnen of nabij het plangebied. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
36
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
4.9
Water
Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Belangrijke thema’s zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toelichting aan te geven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Deze paragraaf kan als waterparagraaf worden beschouwd. 4.9.1 Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.
Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: Integraal waterbeheer: Het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet) water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen. Afwenteling voorkomen: Het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om afwenteling te voorkomen, maken beheerders onderling afspraken over acceptabele hoeveelheden en de kwaliteit van het te ontvangen water. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de volgende tritsen: 1. vasthouden-bergen-afvoeren 2. schoonhouden-scheiden-schoonmaken Ruimte en water verbinden: Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Het doel is dat de scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of elkaar versterken. Met deze aanpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten.
4.9.2 Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Per 1 april 2019 is de gewijzigde Keur van het Waterschap Limburg in werking getreden. Sindsdien dienen alle plannen te worden voorgelegd aan het waterschap (hierbij is ook de ondergrens van 2.000 m2 niet meer van toepassing). Bij nieuwe plannen is het vooral van belang dat het hemelwater afkomstig van het nieuw te verharden oppervlakte gebufferd/geïnfiltreerd zal worden volgens de norm van 100 mm per m2 in 24 uur. Hierbij worden de volgende toetsingspunten gehanteerd: 1.
Circa 10% van het plangebied reserveren voor water;
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
37
2. 3. 4. 5. 6. 7.
8. 9.
Rekening houden met hoogteverschillen in het plangebied en omgeving; Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand; Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit; Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit; Toepassen voorkeurstabel afkoppelen; Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur; Beheer en onderhoud regelen; Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan.
Verder gelden een aantal waterhuishoudkundige aspecten bij de aanleg van zonneweides. Bij zonneweides is er mogelijk sprake van extra verhard oppervlak, dat heel direct reageert op neerslag. Het is daarbij uiteraard sterk afhankelijk van de opstelling van de zonnepanelen en de inrichting van het perceel of er bij hevige neerslag (veel) water vanuit het zonnepanelenveld afstroomt. Het is daarbij niet denkbeeldig, dat een aaneengesloten dek van zonnepanelen ertoe leidt dat nagenoeg de gehele oppervlakte zich gaat gedragen als verhard oppervlak, waardoor er benedenstrooms water- en/of modderoverlast kan ontstaan, met name op hellende terreinen. Vooral in Zuid-Limburg bestaat er daarnaast het risico dat er (versterkt) bodemerosie optreedt. 4.9.3 Gevolg planvoornemen Het planvoornemen ziet toe op de realisatie van een woongebouw met bijgebouwen en een kleinschalig zonneveldje (ca. 450 m2 ). Het bebouwd oppervlak ten gevolge van het woongebouw en de bijgebouwen bedraagt ca. 773 m2 . Naar schatting bedraagt het totaal verhard oppervlak (incl. erfverharding) in de toekomstige situatie binnen het plangebied 950 m2 . Ten aanzien van het kleinschalig zonneveldje (ca. 450 m2 ) geldt dat het zo wordt ingericht dat geen sprake is van een aaneengesloten dek van zonnepanelen.
Tussen de zonnepanelen blijft voldoende ruimte gehandhaafd zodat het hemelwater dat vanaf de zonnepanelen op de bodem valt hier, conform de huidige situatie, in de bodem kan infiltreren. Waterschap Limburg hanteert zowel een voorkeursvolgorde voor waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) als voor waterkwantiteit (hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool). In aansluiting op het landelijk beleid hanteert Waterschap Limburg het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden – bergen – afvoeren” doorlopen. Bij nieuwbouw wordt in eerste instantie gekozen voor het niet aansluiten van hemelwater op het rioolwaterstelsel. Het afval- en hemelwater dienen in de mate van het mogelijke gescheiden van elkaar gehouden te worden. In onderhavig geval zal het afval- en hemelwater ten gevolge van het woongebouw gescheiden worden aangeboden aan het bestaande gemengde riool nabij het plangebied. Er worden geen knelpunten verwacht voor aansluiting op het bestaande riool. De aanleghoogtes van het systeem dienen nader bepaald te worden.
Door het afval- en hemelwater gescheiden aan te bieden aan het gemengde riool wordt vast voorgesorteerd op de mogelijkheid dat in de toekomst het gemengde riool wordt vervangen door een gescheiden stelsel. In dat geval is het woongebouw reeds in staat het afval- en hemelwater gescheiden aan te bieden.
Gevolgen voor de planontwikkeling Het hemelwater zal direct op eigen terrein worden geïnfiltreerd. Hiervoor wordt een norm gehanteerd van 100
38
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
mm per m2 in 24 uur. Uitgaande van een verhard oppervlak van ca. 950 m2 , dient de capaciteit van de bergingsvoorziening minimaal (950 x 0,1 =) 95 m3 te bedragen. Indien een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingediend voor het realiseren van de bebouwing, dient ten behoeve van de uitwerking van een hemelwatervoorziening rekening te worden gehouden met vorenstaande kengetallen. Gelet op de grootte van onderhavig plangebied (ca. 4.150 m2 ) is afdoende ruimte beschikbaar voor het kunnen realiseren van een adequate hemelwatervoorziening. Hierbij zal rekening worden gehouden met de toetsingspunten zoals geformuleerd in het wateradvies in Bijlage 7. Geconcludeerd wordt dat het aspect water geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
4.10
Verkeer en parkeren
Verkeer Ten gevolge van de realisatie van het woongebouw (bestaande uit twee wooneenheden) neemt het aantal verkeersbewegingen binnen en rondom het plangebied in zeer geringe mate toe. Op basis van de CROW normen geldt een maximale norm van 8,2 bewegingen per woning per etmaal in een weinig stedelijk gebied in het buitengebied. Het woongebouw (bestaande uit twee woningen) wordt aan de noord en zuidzijde ontsloten middels een oprit aan de Hoogveldsweg. (zie Bijlage 1 Bouwplan nieuwe situatie) De Hoogveldsweg vormt een verbindingsweg tussen Hingen en Pey. De maximaal toegestane snelheid op de Hoogveldsweg bedraagt 30 km/u. De bestaande infrastructuur is in staat de geringe toename in het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de realisatie van de woongebouw probleemloos en verkeersveilig op te vangen.
Parkeren Op basis van de gemeentelijke parkeernormen (gebaseerd op de CROW-normen) geldt voor het woongebouw een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen per wooneenheid. De totale parkeerbehoefte ten gevolge van het woongebouw bedraagt aldus 4. Deze parkeerbehoefte kan uitstekend worden opgelost op eigen terrein. Het parkeren wordt hoofdzakelijk mogelijk gemaakt achter het hoofdgebouw als ook ter plaatse van de zuidelijke oprit. Het bijgebouw dat achter het woongebouw is gelegen doet dienst als garage.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
39
40
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
Hoofdstuk 5 5.1
Plan opzet
Inleiding
In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht.
5.2
Uitgangspunten
5.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wettelijke regeling voor bestemmingsplannen is vervolgens verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Het bestemmingsplan dient te voldoen aan de als bijlage bij de voornoemde Regeling opgenomen Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Dit betekent dat bestemmingsplannen kwalitatief gelijkwaardig zijn en uniform in aanpak, uitvoering, uitwisseling van gegevens en raadpleging daarvan. 5.2.2
Planonderdelen
Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden opgenomen en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/GBKN ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de gebruiks- en bouwmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd conform de door het SVBP2012 voorgeschreven systematiek en gebaseerd op de regels uit de vigerende bestemmingsplannen ('Stedelijk gebied' en 'Facetbestemmingsplan Deregulering').
De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en ten slotte de overgangs- en slotregels.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
41
5.3
Toelichting op de planregels
5.3.1 Inleidende regels In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om onduidelijkheid door interpretatieverschillen te voorkomen. Er zijn alleen begripsbepalingen opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Een gedeelte van de begrippen is omschreven in het SVBP en dient letterlijk daaruit te worden overgenomen. Deze begrippen en de voorgeschreven omschrijvingen zijn overgenomen. Ook over de bepaling van afstanden, hoogtes en oppervlaktes kunnen interpretatieverschillen ontstaan. Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtes en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de wijze van meten worden in de SVBP2012 regels gegeven, welke in het plan letterlijk zijn overgenomen. 5.3.2 Bestemmingsregels Per bestemming, die op de verbeelding wordt gebruikt, worden gebruiks- en bouwregels opgenomen.
De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid; Niet alle onderdelen komen bij elke bestemming voor. Van de meest gebruikte onderdelen volgt hieronder een korte toelichting.
Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie(s) worden als eerste genoemd. Indien van toepassing worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies genoemd. De ondergeschiktheid kan worden aangegeven door de woorden 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie binnen de betreffende bestemming.
Bouwregels In de bouwregels is bepaald welke bouwwerken mogen worden opgericht, waarbij in ieder geval een onderscheid wordt gemaakt tussen de regeling van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en daar waar van toepassing ook tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. Voorts bevatten de bouwregels, voor zover van toepassing, minimale en maximale maatvoeringen voor de diverse bouwwerken zoals goothoogtes, bouwhoogtes, oppervlaktes en dakhellingen.
42
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
Afwijken van de bouwregels Door het opnemen van afwijkingsbevoegdheden wordt flexibiliteit in bestemmingsregels gecreëerd door mogelijkheden te bieden om in beperkte mate af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Deze bevoegdheden zijn niet bedoeld voor afwijkingen van de bouwregels, waarvan de verwachting is, dat ze veelal kunnen worden verleend. In dat geval zijn de bouwregels hierop aangepast. Voor elke afwijking is aangegeven waarvan een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels wordt verleend, de maximale afwijking die met de omgevingsvergunning kan worden toegestaan en meestal de situaties of voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Indien afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels (zijnde algemene regels).
Specifieke gebruiksregels Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening vervallen. In dit artikel was het verbod opgenomen om gronden te gebruiken op een manier die in strijd is met het bestemmingsplan. Derhalve moeten in de specifieke gebruiksregels bepaalde functies concreet worden genoemd als zijnde verboden gebruik. Ook het laten gebruiken moet specifiek worden genoemd.
Afwijken van de gebruiksregels Door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels kan van de gebruiksregels in het plan worden afgeweken ten behoeve van een concrete vorm van grondgebruik. Dit mag echter niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel kan worden afgeweken van de gebruiksregels ten behoeve van functies die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies, maar dat via het afwijken geen 'nieuwe' functies kunnen worden toegestaan. Het afwijken van de gebruiksregels dient te zien op kleinere, planologisch minder ingrijpende onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ruimtelijke ingrepen dienen te worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid of een afzonderlijke bestemmingsplanherziening.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden Met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een werk of werkzaamheid worden verbonden. Onder deze inrichtingsactiviteiten valt niet het bouwen en het gebruiken. Een vergunningenstelsel wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals landschappelijke of natuurlijke waarden, ecologische waarden of de groen- en/of waterstructuur. Een vergunningenstelsel kan in specifieke en bijzondere situaties worden opgenomen in verband met bijvoorbeeld het verwijderen van waardevolle boombeplanting.
5.4
Toelichting op bestemmingen
Hierna zijn de binnen het plangebied gelegen bestemmingen afzonderlijk opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de desbetreffende bestemming.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
43
5.4.1 Bestemming Verkeer De bestemming 'Verkeer' is opgenomen ter plaatse van de westelijke strook van het plangebied, grenzend aan de Hoogveldsweg. Hiermee wordt aangesloten op de bestaande begrenzing/bestemming van de Hoogveldsweg ten oosten van het plangebied. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeers- en verblijfsfunctie, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundinge voorzieningen. 5.4.2 Bestemming Wonen Ten behoeve van het woongebouw (bestaande uit twee wooneenheden) is de bestemming 'Wonen' opgenomen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen met bijbehorende tuinen, erven en verhardingen, bijbehorende voorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. Per woning bedraagt het gezamenlijk oppervlak aan bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 150 m². Zonnepanelen worden hierbij niet meegerekend. 5.4.3 Dubbelstemming Waarde - Archeologie 3 De dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” geldt voor de gronden waar ingevolge het gemeentelijke erfgoedbeleid een lage verwachting geldt voor het aantreffen van archeologische waarden.
Het is verboden bodemverstorende ingrepen uit te voeren die een gebied beslaan groter dan 500 m2 en dieper dan 0,4 cm beneden maaiveld zonder een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.
5.5
Algemene regels
5.5.1 Anti-dubbeltelregeling Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.5.2 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens een aantal algemene bouwregels. Deze zijn dus niet opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen. 5.5.3 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een bepaling opgenomen waarin het wordt verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en 5.5.4 Algemene aanduidingsregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens regels met betrekking tot de specifieke aanduiding 'milieuzone - roerdalslenk'.
44
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
5.5.5 Algemene afwijkingsregels Behalve de specifieke afwijkingsregels, opgenomen binnen de bestemmingsregels, kent het plan ook een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden. Deze bevoegdheden hebben als doel om flexibel te kunnen inspelen op afwijkingen en overschrijdingen van beperkte aard of omvang. 5.5.6 Algemene wijzigingsregels De specifieke en algemene wijzigingsbevoegdheden hebben als doel het bestemmingsplan van flexibiliteit te voorzien. Via gedeeltelijke planwijziging, zoals bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, kan worden besloten tot wijziging van het plan, zonder dat daarvoor een normale (integrale) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. 5.5.7 Algemene procedureregels In deze bepaling wordt aangegeven welke procedure moeten worden doorlopen bij het stellen van nadere eisen. De procedure voor het wijzigen of het afwijken van het bestemmingsplan is al bij wet geregeld. 5.5.8 Overige regels In dit artikel is een bepaling opgenomen waarmee alle op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunningen, vrijstellingen of ontheffingen voor een activiteit waarvoor in dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning is vereist, gelijk worden gesteld met zo'n omgevingsvergunning.
Verder is in dit artikel een voorrangsregeling opgenomen, die bepaalt dat primair het bepaalde met betrekking tot een dubbelbestemming geldt. Ook is aangegeven welke dubbelbestemming de prioriteit krijgt indien meerdere dubbelbestemmingen over elkaar heen liggen.
5.6
Overgangs- en slotregels
5.6.1 Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen. 5.6.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
45
46
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van een bestemmingsplan aan diverse omgevingsaspecten, dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Dit wordt geregeld door middel van een exploitatie overeenkomst tussen de gemeente Echt-Susteren en de initiatiefnemer. In deze overeenkomst worden de principes op basis waarvan het woongebouw, de bijgebouwen en de kleinschalig zonneveldje worden gerealiseerd en de afwenteling van eventuele planschadeclaims geregeld. Voor de gemeente zelf zijn er geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische en financiële uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens de periode van ter inzage legging kunnen bewoners, bedrijven, dorps- en stadsraden en andere geïnteresseerden of belanghebbenden reageren op het plan. In dezelfde periode is ook overleg gevoerd met andere overheden over het plan. De resultaten van de ter inzage legging kunnen leiden tot aanpassingen, verbeteringen of wijzigingen van het plan.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
47
48
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure, te weten: a.
b. c.
d.
Voorbereiding: 1. Vooroverleg met instanties 2. Watertoets 3. Inspraak (niet verplicht) Ontwerp: 1. 1e ter inzage legging (ontwerp bestemmingsplan) Vaststelling: 1. Vaststelling door de Raad 2. 2e ter inzage legging (vastgesteld bestemmingsplan) Beroep: 1. (Gedeeltelijk) onherroepelijk bestemmingsplan 2. Reactieve aanwijzing 3. Beroep bij Raad van State
In het kader van deze procedure kunnen gedurende de ter inzageligging van het ontwerp bestemmingsplan (fase b) zienswijzen worden ingesteld. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Uiteindelijk besluit de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, indien nodig, over het plan in zijn onherroepelijke vorm.
7.2
Vooroverleg met instanties
Onderhavig planvoornemen heeft enkel betrekking op de realisatie een woongebouw (bestaande uit twee wooneenheden), bijgebouwen en een kleinschalig zonneveldje, passend binnen het vigerend beleid. Het planvoornemen betreft slechts invulling van open plek in het bestaande bouwingslint aan de Hoogveldsweg. Er zijn hiermee geen rijks-, provinciale en gemeentelijke belangen in het geding. Om deze reden is er geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Er heeft in het kader van het vooroverleg een watertoets plaatsgevonden. De overige reguliere vooroverlegpartners worden geinformeerd over de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan.
7.3
Ontwerp en vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 11 juni 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze kenbaar te maken. In totaal is er één zienswijze ingediend. Het betreft de zienswijze namens Waterschap Limburg, wegens het feit dat gebruik is gemaakt van de (verouderde) Watertoets. Naar aanleiding hiervan is de waterparagraaf aangepast op basis van de nieuwe Keur.
Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van datum gewijzigd vastgesteld.
bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt
49