CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hoogveldsweg 40/40A, Echt15.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting -

Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt Gemeente Echt-Susteren

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt Gemeente Echt-Susteren

IDN-nummer:

NL.IMRO.1711.BP20200162-VGBP

Status:

vastgesteld

Datum:

4 november 2021

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 6

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

9

2.1 2.2 2.3

9 9 10

Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie Beoogde situatie

Hoofdstuk 3 Beleidskader

15

3.1 3.2 3.3 3.4

15 18 22 23

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

25 25 26 27 28 29 30 34 37 39

Inleiding Bodem Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Natuur Archeologie en cultuurhistorie Water Verkeer en parkeren

Hoofdstuk 5 Plan opzet

41

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Inleiding Uitgangspunten Toelichting op de planregels Toelichting op bestemmingen Algemene regels Overgangs- en slotregels

41 41 42 43 44 45

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

47

6.1 6.2 6.3

47 47 47

Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

3

Hoofdstuk 7 Procedure

49

7.1 7.2 7.3

49 49 49

Te volgen procedure Vooroverleg met instanties Ontwerp en vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ter plaatse van de percelen Hoogveldsweg 40 en 40a te Echt bestaat het voornemen om een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden op te richten. In het verleden waren er op deze percelen reeds twee woningen aanwezig: één woning betrof een reguliere burgerwoning en één woning betrof een bedrijfswoning bij het hier gevestigde café. De reguliere burgerwoning aan Hoogveldsweg 40a is door een brand verwoest. Het cafépand met de bedrijfswoning aan Hoogveldsweg 40 zijn door de tijd heen dermate slecht onderhouden, dat deze een vervallen en verloederde indruk maakten. Omdat de toenmalig aanwezige bebouwing ter plaatse van Hoogveldsweg 40 en 40a niet meer aan de kwalitatieve (woning)bouweisen voldeed, is in overleg met de gemeente en omgeving besloten de bebouwing te slopen. Na de sloop van de bebouwing liggen de percelen inmiddels al enige tijd braak. Zoals gezegd bestaat in de huidige bestaat het concrete voornemen om op de percelen een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden op te richten. Daarnaast worden op de percelen bijgebouwen opgericht en wordt een deel van de percelen ingericht als kleinschalig zonneveldje. Het voornemen om op de percelen Hoogveldsweg 40 en 40a te Echt een woongebouw (bestaande uit twee wooneenheden), bijgebouwen en een kleinschalig zonneveldje te realiseren, is reeds middels een principeverzoek (d.d.

13 juli 2020) kenbaar gemaakt aan de gemeent Echt-Susteren. Bij schrijven van 21 oktober 2020 heeft de gemeente Echt-Susteren aangegeven dat de gemeente in principe bereid is medewerking te verlenen aan het plan. Om de realisatie van het woongebouw, de bijgebouwen en het kleinschalig zonneveldje planologisch-juridisch mogelijk te maken, dient het vigerend bestemmingsplan te worden herzien. Hiertoe is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. In het kader van de bestemmingsplanherziening heeft tevens een grondruil plaatsgevonden tussen initiatiefnemer en gemeente Echt-Susteren. Hierbij heeft initiatiefnemer een kleine strook aan de westzijde van zijn woonperceel (een gedeelte stoep aan de Hoogveldsweg) geruild met een strook gemeentelijke grond (agrarische gronden) aan de achterzijde (oostzijde) van het woonperceel. Door de grondruil is de (openbare) stoep in eigendom gekomen van de gemeente en is dit gecompenseerd met een kleinschalige uitbreiding van het woonperceel van initiatiefnemer aan de oostzijde. De geruilde stukken grond worden in onderhavig bestemmingsplan op passende wijze bestemd.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Hoogveldsweg 40 en 40a, aan de oostelijke zijde van de kern Echt (gemeente Echt-Susteren). Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Echt, sectie K, nummers 5485, 5486 en 5709 (ged.).

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

5

Indicatie begrenzing en ligging plangebied

Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door de woonpercelen aan de Hoogveldsweg. Hierbij geldt dat de zuidelijk gelegen woning (aan de Hoogveldsweg 38) een bedrijfswoning betreft, behorend bij een bedrijfslocatie waar productiegebonden detailhandel is toegestaan. De noordwestzijde van het plangebied wordt begrensd door de Hoogveldsweg en aan de overzijde van de Hoogveldsweg is de bebouwing van de kern Echt gelegen. Ten zuidoosten van het plangebied strekt het buitengebied behorend bij de gemeente Echt-Susteren.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied gelden (voor zover relevant) de bestemmingsplannen 'Stedelijk gebied' (vastgesteld 26 mei 2016, inmiddels onherroepelijk), 'Facetbestemmingsplan Deregulering' (vastgesteld 6 november 2019) en 'Buitengebied' (vastgesteld 6 juli 2016). Op basis van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied' is het plangebied gelegen binnen de bestemmingen 'Wonen - Uit te werken 2' en 'Wonen'. Binnen de bestemming 'Wonen - Uit te werken 2' is een bouwvlak met de bouwaanduiding 'vrijstaand' en maatvoeringseisen 'maximum bouwhoogte: 10 m' en 'maximum goothoogte: 7 m' opgenomen. Ook geldt de maatvoeringseis 'maximum aantal wooneenheden: 1'. Het is hier, onder voorwaarden, toegestaan één woning binnen het bouwvlak te realiseren. Binnen de bestemming 'Wonen' is tevens een bouwvlak met maatvoeringseisen 'maximum bouwhoogte: 10 m' en 'maximum goothoogte: 7 m' opgenomen. Ten aanzien van de nieuwbouw van woningen geldt dat enkel vervangende nieuwbouw is toegestaan. Het maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt hier 100 m2 en het maximaal toegestane oppervlakte aan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 40 m2 .

Door het Facetbestemmingsplan Deregulering zijn enkele aanpassingen in het plan doorgevoerd, waaronder de maximaal toegestane oppervlakte bijgebouwen (maximaal 150 m2) Verder gelden voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en gebiedsaanduiding 'milieuzone - roerdalslenk'. Op basis van het bestemmingsplan 'Buitengebied' is een kleine strook aan de achterzijde c.q. oostzijde van het plangebied bestemd als 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden'. Dit betreft de verkregen grond in het kader van de grondruil tussen gemeente Echt-Susteren en initiatiefnemer.

6

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Uitsnede vigerend bestemmingsplan met plangebied binnen blauwe contour

De beoogde nieuwbouw van het woongebouw betreft geen vervangende nieuwbouw en is buiten de huidige begrenzing van het bouwvlak geprojecteerd. Ook geldt dat het voorziene oppervlak aan bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde de maximaal toelaatbare oppervlaktes overschrijdt. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het planvoornemen niet past binnen de regels van het vigerend bestemmingsplan. Verder geldt dat ten gevolge van de grondruil tussen gemeente Echt-Susteren en initiatiefnemer een kleine strook grond aan de westzijde van het plangebied wordt herbestemd van 'Wonen' naar 'Verkeer' en een kleine strook grond aan de oostzijde van het plangebied wordt herbestemd van 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' naar 'Wonen'. Om de realisatie van het woongebouw, de bijgebouwen en het kleinschalig zonneveldje planologisch-juridisch gezien mogelijk te maken en de grondruil op passende wijze te bestemmen, dient het vigerend bestemmingsplan voor deze locatie te worden herzien.

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

7

8

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Ruimtelijke en functionele context

Onderhavig plangebied is gelegen aan de Hoogveldsweg 40 en 40a, aan de oostrand van de kern Echt. De oostrand van de kern Echt wordt van oudsher ruimtelijk gescheiden van de hoofdkern Echt door de spoorlijn Roermond-Sittard en de Rijksweg Noord (N295). De oostrand van de kern Echt wordt gevormd door de kern Pey, de woonbuurt Schilberg en het buurtschap Hingen. Door infrastructurele werken en industriële ontwikkeling zijn deze gebieden aan elkaar gegroeid. Tot aan het eind van de 19e eeuw bestonden deze gebieden vooral uit lintbebouwing en hadden ze een agrarisch karakter. De Hoogveldsweg met kenmerkende beplanting en lintbebouwing vormt van oudsher de verbindingsweg tussen Hingen en Pey.

Ligging plangebied (gele ster) binnen Echt

2.2

Huidige situatie

In het verleden waren op de percelen Hoogveldsweg 40 en 40a een burgerwoning en een cafépand met bedrijfswoning aanwezig. Aangezien een deel van de bebouwing was afgebrand en een deel van de bebouwing zich, door een gebrek aan onderhoud, in een dermate slechte staat bevond, is ervoor gekozen alle bebouwing op de percelen te slopen. Na de sloop van de woning, het voormalig cafépand met bedrijfswoning en de bijbehorende bouwwerken ligt het perceel nu al enige tijd braak. Het perceel is geheel onbebouwd en er is geen sprake van een landschappelijke waarde. Er is enkel één boom op het perceel aanwezig.

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

9

Impressie huidige situatie plangebied

2.3

Beoogde situatie

Met dit bestemmingsplan wordt de nieuwbouw van een woongebouw met 2 - zelfstandige - wooneenheden, bijgebouwen en een kleinschalig zonneveldje aan de Hoogveldsweg 40 en 40a te Echt mogelijk gemaakt. In deze paragraaf worden de onderdelen separaat toegelicht.

Woongebouw Met dit bestemmingsplan wordt de nieuwbouw van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden mogelijk gemaakt. Met de nieuwbouw van het woongebouw worden als het ware de twee woningen die in het verleden op de percelen aanwezig waren vervangen. Het woongebouw beschikt over een oppervlakte van ca. 556 m2 . De omvang van het huidige bouwvlak wordt daarom vergroot en het bouwvlak wordt verplaatst door het meer centraal op het perceel te situeren. Bij het ontwerp van het woongebouw is ervoor gekozen om de gevel te laten verspringen. Voor één wooneenheid geldt dat deze is uitgevoerd in één bouwlaag met kap. De goot- en bouwhoogte van deze wooneenheid bedragen respectievelijk ca. 6 meter en 10 meter. De andere wooneenheid is uitgevoerd in twee bouwlagen met kap. De goot- en bouwhoogte van deze wooneenheid bedragen respectievelijk ca. 8 meter en 13 meter. Vanuit stedenbouwkundig opzicht is ervoor gekozen om de wooneenheden afwijkend van e lkaar ten opzichte van de weg te oriënteren, waarbij één wooneenheid haaks met de kopse zijde op de weg is gesitueerd en de andere wooneenheid parallel met de langgevelzijde aan de weg is gesitueerd. Hierdoor wordt eveneens benadrukt dat het woongebouw in twee separate wooneenheden voorziet.

10

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Aanzicht voorgevel (voorgenomen bouwplan)

Bijgebouwen Bij het woongebouw worden bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 300 m2 toegestaan. Een deel van de bijgebouwen dient als garage. Gezien het open karakter van de Hoogveldsweg (zie ook onderstaand figuur), is het namelijk niet wenselijk om voor het woongebouw meerdere auto’s (minimaal 4 parkeerplaatsen in dit geval), continue in het zicht te hebben. Het ontwerp van het betreffende bijgebouw voorziet erin de omgeving zoveel mogelijk vrij te waren van geparkeerde voertuigen door het bieden van voldoende uit het zicht liggende parkeerplaatsen voor de bewoners. Het betreffende bijgebouw is namelijk los van het woongebouw en zover mogelijk terug van de weg, gesitueerd. Op deze manier zal dit ‘volume’ zo onopvallend mogelijk in het straatbeeld op gaan.

Impressie straatbeeld Hoogdveldsweg

Op basis van het vigerend facetbestemmingsplan Deregulering geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van de,

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

11

al dan niet met vergunning gebouwde, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde per woning maximaal 150 m² bedraagt. Gezien het planvoornemen voorziet in de realisatie van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden, bedraagt de toegestane gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde in dit geval 300 m2 . De voorgenomen realisatie van de bijgebouwen is daarmee passend binnen de vigerende regeling ten aanzien van bijgebouwen.

Kleinschalig zonneveldje Het plan voorziet in de realisatie van een kleinschalig zonneveldje ter grootte van ca. 450 m2 . Het kleinschalig zonneveldje wordt aan de achterzijde (oostzijde) van het perceel ingericht, wordt omheind door een haag en ligt daarmee zoveel als mogelijk buiten het zicht van de omgeving. Het zonneveld is voor eigen gebruik. In de BENG-berekeningen wordt voor huisnummer 40 en 40a samen indicatief circa 22.000 kWh per jaar verwacht. Daarbij dienen nog een drietal elektrische auto's (indicatief circa 8.000 kWh per auto per jaar) bij te worden opgeteld, dit betekent dat de installaties met auto's een verbruik hebben van circa 46.000 kWh per jaar. Uitgaande van de huidige standaard verkrijgbare zonnepanelen, dan is ca. 450 m2 aan zonnepanelen nodig om op jaarbasis elektrische energie voor eigen gebruik op te kunnen wekken. De nu ingetekende zonneweide maakt het een oppervlak van 450 m2 aan zonnepanelen mogelijk. Uitgaande van de huidige standaard verkrijgbare zonnepanelen, dan kan er op jaarbasis met deze oppervlakte indicatief het bovengenoemde elektrisch energie voor eigen gebruik worden opgewekt. De realisatie van het kleinschalig zonneveldje sluit aan bij de nationale, provinciale en lokale ambities ten aanzien van duurzaamheid.

Impressie ligging kleinschalig zonneveldje

12

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Totaal Het perceel wordt omheind door een erfafscheiding van ten hoogste 2,2 meter. Bovendien wordt het perceel, ook aan de achterzijde ter plaatse van de zonnepanelen, landschappelijk ingepast. De onderstaande afbeeldingen tonen een beeld van de totaalontwikkeling van het woongebouw, de bijgebouwen en het kleinschalig zonneveldje binnen het plangebied. In Bijlage 1 is tevens een vergrote weergave van de inrichting van het perceel en de ligging van het woongebouw opgenomen. Het plan is reeds aan de Welstandscommissie van gemeente Echt-Susteren voorgelegd en goedgekeurd.

Impressie totaalontwikkeling

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

13

14

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de voormalige Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Gevolgen voor planontwikkeling Onderhavig plangebied is niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De SVIR heeft geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.1.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden.

In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Gevolgen voor planontwikkeling

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

15

Onderhavig plangebied is niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening en Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een ruimtelijke plan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen.

Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn 11 woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus 12. Ook heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat zonnevelden niet als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro jo. artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, Bro moeten worden aangemerkt (ABRvS 23 januari 2019, 201804681/1/A1).

Gevolge voor planontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden op een locatie waar in het verleden reeds twee woningen aanwezig waren. Daarnaast wordt een kleinschalig zonneveldje ter grootte van ca. 450 m2 gerealiseerd. Gelet op de jurisprudentie wordt de ontwikkeling van twee woningen (netto gezien is er geen sprake van een toename in het aantal woningen) en een kleinschalig zonneveldje niet aangemerkt als "stedelijke ontwikkeling" zoals bedoeld in het Bro. Dit betekent dat de ontwikkeling niet Ladderplichtig is. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 3.1.4 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt. Aan de aan van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2.

16

Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel.

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

3. 4.

Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelinge van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden.

Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave'. In dat kader wordt voortgeborduurd op de SVIR en voorziet onderhavig planvoornemen in een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het betreft de nieuwbouw van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden, op een locatie waar in het verleden reeds twee woningen aanwezig waren. Met oog op ruimtelijke kwaliteit zijn de twee woningen (waarvan één deels afgebrand en één slecht onderhouden) in het verleden gesloopt. Door de nieuwbouw van het woongebouw wordt daarom een kwaliteitsverbetering gerealiseerd. Het woongebouw wordt ontworpen met oog op klimaatbestendigheid en duurzaamheid. In dit kader wordt tevens een kleinschalig zonneveldje bij het woongebouw gerealiseerd. Dit zonneveldje is ten behoeve van de eigen energievoorziening. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat met het planvoornemen een bijdrage wordt geleverd aan een veilige en gezonde leefomgeving. 3.1.5 Energieakkoord Zowel op rijks-, provinciaal als gemeentelijk niveau zijn er ambitieuze doelstellingen op het gebied van duurzame energie geformuleerd, vastgelegd in onder meer het Energieakkoord. In het Energieakkoord besloten meer dan veertig organisaties in september 2013 voor duurzame groei.

Gezamenlijk gaan zij voor verduurzaming van de samenleving en economie. Daarbij wordt ingezet op: een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar; 100 petajoule energiebesparing per 2020; een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023; ten minste 15.000 voltijdbanen extra. Bovenstaande uitgangspunten zorgen voor een aanzienlijk opgave welke op zowel nationaal, regionaal alsook lokaal niveau zal doorwerken.

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

17

Gevolgen voor planontwikkeling De realisatie van een kleinschalig zonneveldje als onderdeel van dit planvoornemen zorgt voor een goede stap in de richting om tot meer duurzame energieopwekking te komen. Het zonneveldje heeft tot doel om te kunnen voorzien in de eigen energiebehoefte. Geconcludeerd wordt dat het plan bijdraagt aan de in het Energieakkoord geformuleerde doelstellingen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 ProvinciaalOmgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten van Limburg als onderdeel van een integrale omgevingsvisie het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 ‘Voor de kwaliteit van Limburg’ (hierna: POL 2014) vastgesteld. Het POL 2014 is op 16 januari 2015 in werking getreden. De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en een sterk punt van Limburg. Om recht te doen aan dit punt, worden in het POL zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied is gelegen binnen het bebouwde gebied van de gemeente Echt-Susteren en is aangeduid als 'Overig bebouwd gebied'. De opgaven voor het gebiedstype 'Overig bebouwd gebied' zijn de transformatie van de bestaande (regionale) woningvoorraad, een goede bereikbaarheid, balans voorzieningen en detailhandel, stedelijk groen en water en de kwaliteit van de leefomgeving.

Uitsnede POL2014 met plangebied bij blauwe contour

De provincie Limburg heeft de ambitie binnen de provincie een voortreffelijk woon- en leefklimaat te bieden waarin mensen zich prettig voelen. Daartoe dient de Limburgse woningmarkt in voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek te voorzien. Dit vraagt een woningvoorraad die voldoende mogelijkheden biedt voor doorstroming, die toekomstbestendig is en die flexibel kan inspelen op (veranderende) woonwensen. De Limburgse woningmarkt moet dan ook in kwalitatief en kwantitatief opzicht de sprong

18

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

maken naar een nieuwe werkelijkheid. De woningmarkt moet immers aansluiten bij de demografische ontwikkeling. De groei eindigt, maar niet in de hele provincie gelijktijdig en op dezelfde manier. In Midden-Limburg wordt de 'top' in de woningbehoefte naar verwachting rond 2028 bereikt. Bovendien moet de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig gemaakt en gehouden worden. Maatschappelijke trends (inclusief demografische) vragen andere woningen dan de voorraad nu biedt, de vraag naar levensloopbestendige woningen neemt toe. Deze kwalitatieve opgave moet, gezien de afnemende kwantitatieve vraag, vooral gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad, waarbij nieuwbouw (in de vorm van uitbreiding dan wel vervanging) vooral moet worden ingezet om te voorzien in de vraag naar datgene waaraan ook op langere termijn het meest behoefte bestaat. De sleutel ligt in dynamisch voorraadbeheer, hetgeen verder moet worden vormgegeven in regionale structuurvisies voor de drie regio's Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Dynamisch voorraadbeheer omvat het werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad door kwaliteitsverbetering, herstructurering en waar nodig sloop. Dynamisch voorraadbeheer betekent ook dat woningtoevoegingen enkel mogelijk zijn indien daadwerkelijk kwaliteit wordt toegevoegd en de ontwikkeling gepaard gaat met het schrappen van slechte voorraad binnen de regio.

In voornoemde visies dient invulling te worden gegeven aan de gezamenlijke ambities en opgaven voor de betreffende regio, waarbij een en ander concreet wordt gemaakt in programma's. Daarbij wordt ten minste ingegaan op de volgende onderdelen: herstructurering en kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad; nieuwbouw (verdeeld naar relevante segmenten, huur/koop, doelgroepen, woonmilieus); sloop (incl. overige onttrekkingen); afstemmen van de planvoorraad op de behoefte; geprogrammeerd hergebruik van bestaand vastgoed. Gevolgen voor de planontwikkeling Dit planvoornemen voorziet in de realisatie van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden op de locatie waar in het verleden reeds twee woningen aanwezig waren. De twee woningen zijn in het verleden gesloopt, omdat deze wegens slecht onderhoud en brandschade niet meer bewoonbaar waren. Het woongebouw c.q. de twee te realiseren wooneenheden zijn beiden levensloopbestendig en voldoen aan de BENG-eisen. Met de realisatie van het woongebouw bestaande uit de twee wooneenheden is daarmee sprake van toevoeging van kwaliteit aan de woningvoorraad. Bij het woongebouw wordt tevens een kleinschalig zonneveldje gerealiseerd, waarmee wordt bijgedragen aan de provinciale duurzaamheidsdoelstellingen. Geconcludeerd wordt dat het plan passend is binnen het provinciaal beleidskader.

3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het vaststellen van het POL 2014 is door Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. De Omgevingsverordening voorziet in de borging van provinciale belangen die voortvloeien uit het POL en in de juridische borging van de eerder met de Limburgse gemeenten gemaakte bestuursafspraken over c.q. de regionale structuurvisies voor de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie in de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Wonen Artikel 2.4.2 'Wonen' van Omgevingsverordening Limburg 2014 bepaalt dat een ruimtelijk plan - zoals een omgevingsvergunning - voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. In de toelichting bij het ruimtelijk plan dient te worden aangegeven hoe een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

19

en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave, gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Op de toetsing aan de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg wordt verder nader ingegaan in paragraaf 3.3.1.

Boringsvrije zone Het plangebied is gelegen binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II. Alle boringen (en roeren grond) dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei zijn in het gebied Roerdalslenk II verboden. Voor boringen dieper dan 30 meter dient een melding te worden gemaakt bij de Provincie Limburg. Aangezien geen grondboringen dieper dan 30 meter zijn voorzien, vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Beschermingszones natuur- en landschap Het plangebied is niet gelegen binnen een beschermde landschaps- of natuurzone.

Gevolgen voor de planontwikkeling Het planvoornemen is passend binnen het regionaal afgestemde woonbeleid. Verder geldt dat het plangebied niet is gelegen binnen een beschermde landschaps- of natuurzone en dat de ligging van het plangebied binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Geconludeerd wordt dat het planvoornemen niet in strijd is met de regels uit de Omgevingsverordening.

3.2.3 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Wonen In de ontwerp provinciale omgevingsvisie is het plangebied, net als in het POL, aangemerkt als stedelijk gebied (woongebied). De grootste opgave in het woongebied, op korte en middellange termijn, zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Daardoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de Provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die Limburgbreed nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte.

Daarnaast zijn ook sociaal-economische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving zijn van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en kunnen bijdragen aan het voorkomen van sociale problemen.

Energie Gedeputeerde Staten van Limburg hebben besloten om de Limburgse zonneladder, zoals beschreven in de

20

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

notitie 'Ruimte voor de zon' te hanteren als interim-beleid en als basis voor nadere uitwerking en onderzoek. De Provincie treedt hierover in overleg met betrokken partijen in de regio's om samen te komen tot een verdere invulling van de Limburgse zonneladder. De zonneladder in de definitieve vorm wordt - als onderdeel van de duurzaamheidsladder - opgenomen in de Omgevingsvisie Limburg. De zonneladder uit de notitie ‘Ruimte voor de zon’ kent 5 treden. Het provinciebestuur stimuleert daarbij de ontwikkeling van zonne-energie in trede 1 tot en met 3.

Limburgse Zonneladder

1.

2.

3.

4.

Toepassingvan zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen Omdat hier al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Bijzondere aandacht dient wel uit te gaan naar gebouwen en gebieden met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Verder verdient het aanbeveling om, naast kleinschalige toepassing van zonnepanelen op particuliere woningen, vooral ook in te zetten op de installatie van zonnepanelen op grotere dakoppervlakken. Gebruik van (onbenutte) terreinen in bebouwd gebied Hierbij kan het gaan om restruimten in het stedelijk gebied, in kernen of op bedrijventerreinen. Maar ook om dubbel grondgebruik, bijvoorbeeld van parkeerterreinen of sportvoorzieningen. Gemeenten, marktpartijen en andere organisaties dienen te worden uitgedaagd om met innovatieve ideeën en projecten te komen om de hier nog volop beschikbare ruimte meer te gaan inzetten en benutten. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur Daar waar ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn, gaat ook hier de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties op gronden die een andere primaire functie hebben dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, voormalige stortplaatsen, binnenwateren of bermen van spoor- en autowegen.

Gronden in gebruik voor landbouw Landbouwgronden kunnen alleen worden benut voor de opwek van zonne-energie onder strikte voorwaarden (nee, tenzij): een zorgvuldige ruimtelijke afweging ten aanzien van de locatie, regie van de overheid, combineren van meerdere doelen, landschappelijke inpassing, maximaal maatschappelijk

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

21

5.

draagvlak en participatie. Naast eventueel enkele kleinschalige pilots – om ervaringen op te doen met ontwikkeling en aanbesteden zonnevelden, participatieprocessen, gevolgen bodemkwaliteit et cetera – is er een duidelijke voorkeur voor de ontwikkeling van enkele (grootschalige) energielandschappen in Limburg, op zorgvuldig gekozen locaties. Uitsluitingsgebieden Voor een aantal gebieden, zoals waterwingebieden en Natura2000-gebieden, ligt het voor de hand om gelet op de aanwezige waarden en/of belangen het realiseren van grondgebonden zonneparken uit te sluiten. Dit zou verder ook van toepassing kunnen zijn voor gebieden met uitzonderlijke landschappelijke waarden.

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een kleinschalig zonneveldje (ca. 450 m2 ) aan de achterzijde van de woonpercelen Hoogveldsweg 40 en 40a. Hiermee wordt restruimte in het bebouwd gebied van de kern Echt benut. De ontwikkeling van de kleinschalig zonneveldje op deze locatie wordt aangemerkt als 'trede 2' van de Limburgse Zonneladder en wordt door de provincie gestimuleerd.

Gevolgen voor de planontwikkeling Het planvoornemen voorziet met de realisatie van een levensloopbestendig en duurzaam woongebouw (bestaande uit twee wooneenheden) in een kwaliteitsimpuls voor de Limburgse woningvoorraad. Hierbij geldt dat netto gezien geen sprake is van een toevoeging van woningen aan de woningvoorraad, gezien in het verleden op deze locatie reeds twee woningen zijn gesloopt. Verder geldt dat het plangebied is gelegen in de lintbebouwing aan de Hoogveldsweg en reeds wordt omgeven door woningen. De locatie is daarom passend voor de ontwikkeling van het woongebouw. Tot slot geldt dat bij het woongebouw een kleinschalig zonneveldje wordt gerealiseerd. De ontwikkeling van de kleinschalig zonneveldje wordt aangemerkt als 'trede 2' van de Limburgse Zonneladder. Dergelijke ontwikkelingen worden door de provincie gestimuleerd om de nationale, provinciale en lokale duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Geconcludeerd wordt dat het plan passend is binnen de (ontwerp) POVI.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021 De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben in voorliggende nota de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg (hierna Structuurvisie 2014) geactualiseerd. Daartoe is een woningmarktonderzoek uitgevoerd (2018) met ondersteuning van de Provincie Limburg. In deze actualisatie worden de leermomenten van de Structuurvisie 2014 meegenomen. Er zijn concrete afspraken gemaakt voor de periode 2018 tot en met 2021 en er wordt een doorkijk gegeven op de verwachte behoefte tot 2030. Deze actualisatie kan worden aangehaald als “Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021” (hierna Structuurvisie Wonen 2018). Voor alle gemeenten in Midden-Limburg geldt in de periode 2018 tot en met 2029 een afname van het aantal jongere huishouden en de huishoudens uit de middengroep en een toename van het aantal oudere huishoudens. Er zijn hier duidelijke verschillen tussen de stedelijke gemeenten Roermond en Weert en Nederweert en de landelijke gemeenten Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Echt-Susteren. De afname van het aantal jongere huishoudens is in de stedelijke gemeenten Roermond en Weert duidelijk lager dan in de overige gemeenten. Hetzelfde geldt voor het aantal huishoudens uit de middengroep.

De toename van het aantal oudere huishoudens is in alle gemeenten ongeveer gelijk met een iets hogere toename in Leudal, Nederweert en Roermond. Op basis van de prognoses Etil 2017 wordt voor gemeente Echt-Susteren de huishoudensgroei vanaf 2014

22

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

geschat op 590. Op basis hiervan is de regionale afspraak gemaakt om maximaal 458 woningen te bouwen tot de top van het aantal huishoudens. Tevens is afgesproken om 40% van de overcapaciteit de komende vier jaar te reduceren. Voor gemeente Echt-Susteren geldt voor de periode 2018-2021 een reductieopgave van 47 woningen. Tot slot geldt dat het kwantitatief kader 2014-2024, zoals dit door de gemeenten is afgesproken in de Structuurvisie 2014, uitgangspunt blijft van het beleid. Dit betekent dat: Elke gemeente opnieuw de mogelijkheid geboden wordt te bouwen in elke kern; Tegelijkertijd voor elke gemeente een plafond aangegeven wordt van het aantal woningen dat maximaal gebouwd mag worden (gemeente Echt-Susteren 458), met dien verstande dat de realisatie of de in productie name van de toegestane te bouwen woningen daadwerkelijk moet gebeuren voor 1-1-2024; De opgave om de planvoorraad in de komende planperiode verder terug te dringen, gehandhaafd blijft; Daarbij evenals in de voorgaande planperiode een realisatie opgave van 40% afbouw wordt afgesproken in de periode 2018 tot en met 2021. Gevolgen voor de planontwikkeling Het planvoornemen ziet toe op de realisatie van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden. Beide wooneenheden worden levensloopbestendig uitgevoerd: de keuken, woonkamer, slaapkamer en badkamer worden op de begane grond gerealiseerd.

Verder geldt dat het woongebouw zo duurzaam mogelijk wordt opgericht en door de ontwikkeling van het kleinschalig zonneveldje zoveel als mogelijk in de eigen energiebehoefte voorziet. Met de realisatie van het woongebouw is ten opzichte van de voormalige situatie binnen het plangebied (waarbij twee kwalitatief slechte woningen aanwezig waren) sprake van een duidelijke kwaliteitsverbetering. Netto gezien is geen sprake van een toename in het aantal woningen. Het planvoornemen wordt als passend binnen de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg beschouwd.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025 De gemeenteraad van Echt-Susteren heeft op 12 december 2012 de “Structuurvisie Echt-Susteren 2025” vastgesteld. Voor zowel het buitengebied als het stedelijk gebied formuleert de structuurvisie een aantal ambities. Het realiseren van deze ambities draagt bij aan het halen van de algemene gemeentelijke doelstelling om ook in 2025 en lang daarna een aantrekkelijke gemeente te zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. De ambities voor het buitengebied luiden als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Rust en ruimte in ons buitengebied behouden en waar mogelijk versterken; Verdere verstening tegengaan; Vergroting van de contrasten tussen de aanwezige landschappen; Komen tot een groen-blauwe ecologische ladder; Behoud van een economisch gezonde, duurzame agrarische sector met het juiste bedrijf op de juiste plek; Ruimte bieden aan een breed georiënteerde plattelandseconomie; Het zijn van een toeristisch-recreatieve schakel in de Euregio.

Daarnaast worden zes leidende principes gehanteerd bij alle ruimtelijke (locatie)keuzes binnen de gemeente Echt-Susteren. Deze principes dragen ertoe bij dat ruimtelijke kwaliteit leidend is, zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Vaak zal een combinatie van thema’s bruikbaar zijn, waardoor een optimale belangenafweging wordt verkregen. Deze principes luiden als volgt: 1.

Meer aandacht voor de onderste lagen (bodem, water, landschap, natuur, cultuurhistorie en infrastructuur);

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

23

2. 3. 4. 5. 6.

Zorgvuldig ruimtegebruik (met oog voor beeldkwaliteit én economie); Grensoverschrijdend denken en handelen; Tegengaan van verdere verstening van het buitengebied; Kwaliteit belangrijker dan kwantiteit; Bereikbaarheid belangrijker dan aanwezigheid of nabijheid.

Daarnaast zijn er in de structuurvisie een aantal afwegingscriteria opgenomen voor woningbouwplannen. Een van deze ciriteria is dat het initiatief iets moet toevoegen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld door het voorkomen van leegstand en verpaupering, het komen tot een beter stedenbouwkundig geheel en het komen tot bijzondere (kleinschalige) woonmilieus. Tot slot wordt als criteria gesteld dat het absolute streven is om per saldo niet meer woningen aan de voorraad toe te voegen.

Gevolgen voor de planontwikkeling Met het planvoornemen wordt aan de afwegingscriteria voor woningbouwplannen voldaan. In het verleden zijn op de locatie Hoogveldsweg 40 en 40a reeds twee bestaande woningen (i.v.m. brandschade en gebrek aan onderhoud) gesloopt. Het planvoornemen ziet op deze locatie toe op de realisatie van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden dat aan de huidige kwaliteitseisen voldoet. Het woongebouw namelijk wordt levensloopbestendig, klimaatbestendig en duurzaam uitgevoerd. Daarnaast wordt een kleinschalig zonneveldje bij het woongebouw gerealiseerd, waarmee een nog onbenut deel van het perceel wordt ingezet voor de opwek van duurzame energie. Hiermee is tevens sprake van duurzaam ruimtegebruik. Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen past binnen de “Structuurvisie Echt-Susteren 2025”.

24

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Milieuaspecten mogen niet in de weg staan aan de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling. Het is van belang dat het planvoornemen plaatsvindt binnen een goed woon- en leefklimaat en dat de verandering niet leidt tot onevenredige (milieukundige) gevolgen voor bestaande waarden en functies. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in.

4.2

Bodem

Algemeen Bij de voorbereiding en ontwikkeling van een bestemmingsplan heeft een gemeente een onderzoeksplicht naar verschillende aspecten die bij de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan een rol (kunnen) spelen, waaronder een bodemonderzoek. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro moet de toelichting bij een (ontwerp-) bestemmingsplan ook de inzichten van de uitvoerbaarheid van een plan bevatten. Analoog hieraan kan de noodzaak van bodemonderzoek zich voordoen bij procedures voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo). Op basis van de onderzoeksresultaten toetst de gemeente voor bestemmingsplannen, dan wel in het kader van de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan of de bodem milieuhygiënisch geschikt is voor de geplande vorm van bodemgebruik. Met uitzondering van de voorwaarden genoemd in paragraaf 7.2.2 van de Nota Bodembeheer Maas & Roer dient voor een bestemmingswijziging altijd een vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd te worden. Indien uit dit vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is voor bodemverontreiniging kan de bodemkwaliteitskaart in combinatie met het vooronderzoek als bewijsmiddel dienen.

De bodemkwaliteitskaart in combinatie met een vooronderzoek is géén geldig bewijsmiddel in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of bestemmingsplanprocedure wanneer uit het vooronderzoek conform NEN5725 blijkt dat de locatie of een gedeelte van de locatie verdacht is. Dan dient altijd minimaal een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd te worden. Verkennend bodemonderzoek Er is een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de Nederlandse Normen NEN-5707, NEN5725 en NEN-5740 (Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV, d.d. 6 december 2018) uitgevoerd. De bevindingen en conclusies uit het onderzoek zijn in onderstaande overgenomen. De onderzoeksrapportage is tevens toegevoegd als Bijlage 2 bij deze toelichting. Naar aanleiding van het verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat in de grond plaatselijk diverse bodemvreemde bijmengingen zijn waargenomen. In de bovengrond met bodemvreemde bijmengingen zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium, lood, zink, PCB en PAK aangetoond. In de bovengrond zonder bodemvreemde bijmengingen zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogde gehalte aan kobalt aangetoond. De bovengrond voldoet deels aan de maximale waarden voor wonen en deels aan de achtergrondwaarden (AW2000). De ondergrond voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000).

Naar aanleiding van het verkennend asbestonderzoek wordt geconcludeerd dat in de grond plaatselijk asbestverdacht materiaal is waargenomen. De totale asbestconcentratie in de grond wordt bepaald door de aanwezigheid van asbest in de grove fractie (> 20 mm) en de fijne fractie (<20 mm). Deze concentraties dienen

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

25

daarom normaal gesproken bij elkaar te worden opgeteld. Hiervoor dienen de asbestconcentraties in de materiaalmonsters van de grove fractie te worden omgerekend naar een asbestgehalte in de grond / puin (mg/kg.ds gewogen). Het berekende asbestgehalte is 47,84 mg/kg d.s.. Uit de analyses van de fijne fractie blijkt dat in de actuele contactzone de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden voor PV 13. Nader asbest onderzoek bleek noodzakelijk om de verontreiniging verder in kaart te brengen. Aanvullend asbestonderzoek Uit de analyses van de fijne fractie blijkt dat in de actuele contactzone de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden voor PV 13. De resultaten van het verkennend asbestonderzoek leveren hiermee een bezwaar op. Er zijn aanwijzingen dat op de locatie een bodemverontreiniging aanwezig is. Het betreft de aanwezigheid van asbest. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is er een aanvullend asbestonderzoek conform NEN5707 en NEN5898 uitgevoerd (Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV, d.d. 14 december 2020, zie ook Bijlage 3). Gedurende het aanvullend asbestonderzoek is gebleken dat uit de analysesresultaten van de fijne fractie geen asbest is aangetoond boven de bepalingsgrens.

Conclusie Op basis van het aanvullend asbestonderzoek wordt geconcludeerd dat de resultaten van het eerder uitgevoerd verkennend asbestonderzoek niet worden bevestigd. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en in de fijne fractie is geen asbest aangetoond. Het in eerder onderzoek aangetroffen asbest is hoogstwaarschijnlijk een stuk verdwaalde plaat geweest (een toevalsvondst). Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect 'Bodem' vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3

Geluid

Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een omgevingsvergunning een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien de ontwikkeling een nieuwe geluidsbron of wijziging van een bestaande geluidsbron (aanpassing weg) mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van de ruimtelijke onderbouwing. Dit planvoornemen voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden. Een woning c.q. wooneenheid is een geluidgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Voor de omliggende wegen rond het plangebied (zoals Hoogveldsweg, Kasteelweg, In de Planten, Clarastraat) geldt een snelheidsregime van 30 km/u. Wegen met een snelheidsregime van 30 km/u kennen geen geluidzone en zijn niet onderzoeksplichtig in het kader van de Wet geluidhinder. Wel dient de geluidbelasting afkomstig van deze wegen beoordeeld te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

De Hoogveldsweg, Kasteelweg, In de Planten en Clarastraat betreffen geasfalteerde wegen met een gemiddelde verkeersintensiteit. Gezien het feit dat de wegen geasfalteerd zijn, is de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer aanzienlijk lager dan wanneer de wegen in klinkers zouden zijn uitgevoerd. De verwachting is dan ook dat de gevelwerendheid van het te realiseren woongebouw in voldoende mate zorgt voor een goed binnenniveau van 33 dB, conform het bouwbesluit. Verder is het plangebied niet gelegen in de nabijheid van een spoorlijn dan wel gezoneerd industrieterrein. Spoorweg- en industrielawaai zijn derhalve niet aan de orde.

Gevolgen voor de planontwikkeling

26

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

Er wordt geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies en gevoelige functies op een verantwoorde afstand van elkaar gesitueerd worden. Dit dient twee doelen: 1. 2.

het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Bij de planontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven, om de kwaliteit van het leefmilieu te garanderen en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde handreiking Bedrijven en milieuzonering. Hierin wordt per bedrijf aangegeven wat de milieu-invloed op de omgeving is en welke indicatieve afstand hierbij minimaal in acht moet worden genomen. Van deze indicatieve afstand kan worden afgeweken indien op basis van een onderzoek de daadwerkelijke afstand kan worden bepaald. Daarnaast geldt voor inrichtingen waar dieren worden gehuisvest geurspecifieke regelgeving, waarin milieuafstanden zijn bepaald. Toetsing richtafstanden omliggende functies Met het planvoornemen worden een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden, een bijgebouw en een kleinschalig zonneveldje gerealiseerd. De planontwikkeling vindt plaats op een locatie waar op basis van het vigerend bestemmingsplan reeds een woonfunctie is toegestaan. In het kader van het vastgestelde bestemmingsplan heeft dan ook al een toetsing ten aanzien van het woon- en leefklimaat op deze locatie plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat een woonfunctie op de locatie passend en niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening is.

Gezien het feit dat het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van een hindergevoelige functie (wonen), worden hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied volledigheidshalve nogmaals kort beschouwd. Direct ten zuiden/zuidwesten bevindt zich een bedrijfslocatie. De locatie bestaat uit een bedrijfswoning dat direct aan de Hoogveldsweg is gelegen met een bedrijfsloods aan de achterzijde van het perceel. De inrit van de bedrijfslocatie bevindt zich ten zuiden van de bedrijfswoning. Op basis van het vigerend bestemmingsplan zijn ter plaatse van de bedrijfslocatie bedrijfsactiviteiten met de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel-productiegebonden' alsmede bedrijfsactiviteiten in de milieucategorie 1 en 2 toegestaan. De bedrijfslocatie wordt in de huidige situatie hoofdzakelijk gebruikt als opslag/loods en er vinden nauwelijk milieubelastende activiteiten plaats. Echter, omdat er een nieuw bestemmingsplan wordt gemaakt, is de afweging of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat opnieuw onderzocht. Gezien het feit dat maximaal milieucategorie 2 is toegestaan, waarbij de richtafstand 30 m is, is getoetst aan het onderdeel dat het meest effect heeft op het woon- en leefklimaat nl geluid.

Teneinde een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende te kunnen waarborgen, is derhalve een onderzoek verricht naar de akoestische effecten van de (mogelijke) bedrijfsbestemming. (zie Bijlage 8 Akoestisch onderzoek industrielawaai) Er vinden momenteel weinig tot geen bedrijfsactiviteiten plaats ter plaatse van de bestemming. Vandaar dat In het onderzoek de worst-case-benadering is gehanteerd, met als onderzoeksinsteek de maximale planologische geluidemissie, kijkende naar de bestemming van het bedrijf.

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

27

De conclusie van het onderzoek is dat duidelijk is dat in huidige situatie een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is en dat met het onderzoek wordt aangetoond dat indien op de bestemming gebruik gemaakt wordt van de maximale planologische geluidemissie, er nog steeds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op ca. 45 meter ten zuiden van het plangebied is nog een bedrijfslocatie gelegen waar op basis van het vigerend bestemmingsplan bedrijfsactiviteiten in de milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan. De grootste richtafstand voor bedrijfsactiviteiten in de milieucategorie 2 bedraagt 30 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Daarnaast geldt dat in de huidige situatie een dierenartsenpraktijk binnen de bedrijfslocatie is gevestigd. Voor deze functie geldt op basis van de VNG publicatie een maximale richtafstand van 10 meter en hier wordt tevens ruimschoots aan voldaan. Toetsing effecten op omliggende functies Er dient niet alleen getoetst te worden of hinder voor het te realiseren woongebouw wordt voorkomen. Ook dient getoetst te worden of bedrijven en organisaties voldoende zekerheid geboden wordt dat zij, ondanks de realisatie van het woongebouw, hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen blijven uitoefenen.

Voor alle besproken functies die zich in de omgeving van het plangebied bevinden, geldt dat zij wegens kadastrale begrenzingen of vanwege reeds nabij gelegen gevoelige functies geen mogelijkheid hebben om richting het plangebied uit te breiden. Ook geldt dat deze functies op basis van de geldende woonbestemming binnen het plangebied reeds in hun bedrijfsactiviteiten zijn beperkt. De realisatie van het woongebouw leidt dan ook niet tot nieuwe belemmeringen voor omliggende bedrijven en/of organisaties. Voor wat betreft de realisatie van de kleinschalig zonneveldje geldt dat dit geen milieuhinderlijke bedrijfsactiviteit in termen van milieuzonering betreft. Gevolgen voor de planontwikkeling Het aspect Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.5

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervallen. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. NIBM Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek

28

bestemmingsplan Hoogveldsweg 40 - 40a, Echt

uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit het NSL. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m² bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m² bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Onderhavig planvoornemen voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de bouw van een woongebouw bestaande uit twee wooneenheden. Dit valt binnen het niet in betekenende mate criterium van de Wet milieubeheer. Verder geldt dat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid van zware industrie of een concentratiegebied van intensieve veehouderijen. Derhalve wordt redelijkerwijs aangenomen dat ten aanzien van luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de te realiseren woning op deze locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=0eb380e6-d161-47e2-b3f6-996d0abea306