CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 7 maart 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Molenveldweg 616.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bron: rapportage Spider Monkey Consultancy

3. Maatregelen bij de ontvanger. Op de onderstaande plekken dienen maatregel bij de ontvanger te worden gerealiseerd: - Kavel 3: zijgevel op de verdieping ter hoogte van rekenpunt B15: een dove gevel; - Molenveldweg 6: de ramen aan de zijgevel van Molenveldweg 6, op de verdieping, waaraan een geluidgevoelig vertrek grenst, dienen te worden voorzien van een koude, onzuivere vliesgevel met een te behalen effect van 8 dB (immers 63-55 = 8). Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 20 -

Toelichting

Deze maatregelen dienen te worden geborgd in de regels en de verbeelding van het d bestemmingsplan. Deze zijn zodoende op de verbeelding door middel van aanduidingen weergegeven en als voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in de regels. Bij toepassing van deze maatregelen kunnen de onderstaande conclusies worden getrokken. Goed woon- en leefklimaat Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau kan in alle situaties voldoen aan de streefwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde onder stap 2 van Bedrijven en milieuzonering. Het maximale geluidsniveau LAmax overschrijdt in een aantal situaties de streefwaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde. Met de geluidmaatregelen voor de verkeersbewegingen binnen het plangebied (paragraaf 5.1) wordt het maximale geluidniveau LAmax zodanig gereduceerd dat kan worden voldaan aan de streefwaarden onder stap 2, dan wel stap 3 van Bedrijven en milieuzonering. Het effect van het geluidscherm voor het gebruik van de garageboxen wordt beperkt door de opening vanwege de keercirkel. Daar niet in alle situaties kan worden voldaan aan de streefwaarden onder stap 2 of stap 3, is in een beperkt aantal situaties toepassing van stap 4 noodzakelijk. Dit wordt gemotiveerd acceptabel geacht (zie paragraaf 5.2 van de rapportage).

Verkeersaantrekkende werking, indirecte hinder De hoogste waarde voor de geluidbelasting op de gevel treedt op bij de woningen Molenveldweg 29 en 30 en Op de Rooter 1A en bedraagt 41 dB(A) etmaalwaarde; aan de streefwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt ruim voldaan. Warmtepompen Gelet op de spreiding van de woningen en de geluideis onder artikel 3.8 van het Bouwbesluit die geldt op de perceelsgrens, mag er van worden uitgegaan dat er geen sprake van een zodanig gezamenlijk geluid van de warmtepompen dat deze ruimtelijke afweging behoeft. Het geluid van de warmtepompen dient hierom onder de procedure van de omgevingsvergunning (ver)bouwen te worden beschouwd. Eindconclusie Uit het onderzoek volgt dat met geluidmaatregelen en met de motivering opgenomen in de paragrafen 5.1 en 5.2 van het rapport het plan inpasbaar wordt geacht. Hiermee wordt het gebruik van de garageboxen niet ingeperkt door de nieuwe geluidgevoelige bestemming. De geluidmaatregelen dienen te worden geborgd in het bestemmingsplan. 3.1.3 Bedrijven en milieuzonering Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Een algemeen geaccepteerd instrument waarmee dit beoordeeld kan worden is de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009).

Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van (bedrijfs)bestemmingen ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. Hiermee kan worden bepaald of de beoogde bestemming in lijn is met een goede ruimtelijke ordening. Bedrijfsactiviteiten die hinder kunnen vormen voor omliggende woningen zijn opgenomen in de bedrijvenlijst van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Per bedrijfsactiviteit wordt de hierin milieucategorie aangegeven. Deze milieucategorie verwijst naar de afstand die aangehouden moet worden tot woningen in een rustige woonwijk. De maximale hinderstanden zijn als volgt: Categorie Afstand (m)

1 10

2 30

3.1 50

3.2 100

4.1 200

4.2 300

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 21 -

5.1 500

5.2 700

5.3 1000

6 1500

Toelichting

Algemeen worden bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en categorie 2 (lichte bedrijvigheid) goed inpasbaar geacht in een woonwijk. Indiendsprake is van een gemengd gebied (met meerdere omliggende bestemmingen en/of één geluidbron zoals een (spoor)weg) mogen de afstanden worden teruggebracht met één trede. In de voorliggende situatie is sprake van een ‘rustige woonwijk’. Bij de VNG-lijst worden vier aspecten beschouwd: geur, stof, gevaar en geluid. Het aspect geluid is reeds afgewogen in het akoestisch onderzoek (zie subparagraaf 3.1.2). In deze subparagraaf dienen in het kader van de goede ruimtelijke ordening derhalve nog de aspecten geur, stof en gevaar te worden beschouwd. Plangebied In de directe omgeving van het plangebied zijn geen functies gelegen die van invloed kunnen zijn op een goed woon- en leefklimaat voor de te realiseren woningen ten aanzien van de drie voornoemde aspecten. Er kan worden geconcludeerd dat milieuzonering geen beperkingen oplegt aan de beoogde woningbouw die in dit plan is voorzien en vice versa. 3.1.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen.

De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10¯6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. Wet- en regelgeving Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater geldt de Wet basisnet. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water.

Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe veiligheid transport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG). Externe veiligheid buisleidingen Ten aanzien van buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). In dit besluit met bijbehorende regeling worden in lijn met het Bevi normen gesteld aan het PR en het GR voor buisleidingen. Externe veiligheid risicovolle bedrijven/inrichtingen Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 22 -

Toelichting

bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor d categoriale inrichtingen is wettelijk vastgelegd in het Revi. In de nabijheid van het onderhavige plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die op het gebied van externe veiligheid een risico vormen. Dit aspect blijft bij het vervolg van deze paragraaf derhalve buiten beschouwing. Beleidsvisie Externe Veiligheid gemeente Echt-Susteren In december 2012 is de Beleidsvisie Externe Veiligheid Echt-Susteren, verder Beleidsvisie, vastgesteld. Er zijn daarbij vijf zones aangegeven die planologisch-juridisch van belang zijn: 1. De veiligheidszone De zone waarbinnen het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6. Daarbinnen is het wettelijk verboden om kwetsbare objecten te vestigen. Beperkt kwetsbare objecten vergen een voor beroep vatbare afweging. 2. Het plasbrandaandachtsgebied Dit gebied geldt langs aangewezen routes (weg, spoor, eventueel water). Binnen het plasbrandaandachtsgebied kunnen door middel van een omgevingsvergunning eisen worden gesteld aan constructie en gevels. Nieuwbouw in het plasbrandaandachtsgebied vergt een voor beroep vatbare verantwoording. 3. De 100%-letaliteitszone Het gebied waar ook mensen die in gebouwen verblijven slachtoffer kunnen worden van een ongeval.

De aanwezigheidsdichtheid in dit gebied bepaalt in de regel volledig de hoogte van het groepsrisico. 4. De 200 meter-zone De zone waarbinnen ruimtelijke beperkingen gesteld kunnen worden uit oogpunt van externe veiligheid. Daarbuiten is dat juridisch niet meer mogelijk. Ontwikkelingen buiten de 200 m zone hebben in de regel geen of een zeer kleine invloed op het groepsrisico. 5. Het invloedsgebied De zone waarbinnen mensen nog kunnen overlijden door een ongeval met een gevaarlijke stof. Wanneer een plangebied overlapt met een invloedsgebied dient het bevoegd gezag het groepsrisico te verantwoorden. In deze Beleidsvisie is voorts een aantal richtsnoeren vastgelegd dat een wezenlijke invulling vormt van de beleidsruimte voor de verantwoording groepsrisico. Door toepassing van de richtsnoeren wordt het groepsrisico zo beperkt mogelijk gehouden en wordt rekening gehouden met het te verantwoorden aspect zelfredzaamheid. Wanneer de richtsnoeren van de beleidsvisie vertaald worden naar onderhavige ontwikkeling dan betekent dat het volgende: 1. Hoge dichtheden zo ver mogelijk van de buisleiding af projecteren, of vanaf minimaal op 200 meter afstand hiervan. 2. Bouwobjecten bedoeld voor minder zelfredzame personen buiten het invloedsgebied, op 560 meter afstand van de buisleidingen, projecteren; 3.

Bouwobjecten bedoeld voor minder zelfredzame personen vanaf minimaal 200 meter projecteren; 4. Goede verkeerskundige ontsluiting voor de hulpdiensten en aandacht voor vluchtroutes van de risicobron af, in ieder geval binnen 200 meter afstand van de buisleiding; 5. Bluswatervoorzieningen geborgd in het plan. De richtsnoeren worden bij een nieuwe ontwikkeling in oplopende volgorde afgewogen. Indien richtsnoer 1 niet mogelijk is kan men gemotiveerd afwijken naar richtsnoer 2 en zo verder. Bij een calamiteit met een buisleiding wordt de hittestraling zo groot dat mensen, ook in gebouwen, tot op een afstand van 200 meter hieraan kunnen overlijden. Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 23 -

Toelichting

Plangebied-persoonsgebonden risico (PR) Transport gevaarlijke stoffen d In het plangebied en omgeving zijn geen transportroutes van gevaarlijke stoffen gelegen die invloed kunnen hebben op het plangebied. De meest nabijgelegen transportroutes waarop transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn de A2 (op 2,1 kilometer) en de spoorlijn Roermond-Sittard (430 meter en zonder PAG). Ten aanzien van deze spoorlijn Roermond-Sittard kan worden aangegeven dat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. Hierdoor is artikel 7 van het Bevt van toepassing. Ee dient in het invloedsgebied van een spoorlijn op meer dan 200 meter te worden ingegaan op de mogelijkheid tot voorbereiding van bestrijding en beperkingen van de omvang van een ramp op de spoorweg en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich een dergelijke ramp voordoet. Vanuit de Veiligheidsregio wordt geadviseerd rekening te houden met onderstaande beheersmaatregelen ter verbetering van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voor zowel de initiatiefnemer, gebruiker van het gebouw en de gemeente: - wanneer voor ventilatie een installatie nodig is, plaats dan op een makkelijk te bereiken plaats, een noodknop waarmee de installatie uitgezet kan worden zodat er geen ventilatielucht meer van buitenaf wordt ingebracht.

De noodknop kan bijvoorbeeld in de meterkast of bij een brandmeldinstallatie worden geplaatst. - maak de gebruikers bewust van de risico’s en het handelingsperspectief: binnenblijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten. - indien gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van natuurlijke ventilatie is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden en de mechanische ventilatie uitgezet kan worden. - neem het toxisch scenario en handelwijze op in het bedrijfsnoodplan. Buisleidingen In het plangebied en omgeving zijn geen buisleidingen gelegen met een risico op het gebied van externe veiligheid. de meest nabijgelegen leiding is op ruim 480 meter van het plangebied gesitueerd. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan. Risicovolle bedrijven In het plangebied en omgeving zijn geen risicovolle bedrijven gelegen. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan. Plangebied-groepsgebonden risico (PR) Omdat er geen sprake is van risicobronnen in de directe omgeving zijn er ook geen belemmeringen ten aanzien van het groepsrisico. Resumerend kan worden aangegeven dat bij de voorliggende plan geen sprake is van risico’s op het gebied van externe veiligheid.

Gebruik keerlus voor veiligheidsdiensten De Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) heeft positief gereageerd op de oplossing met de keerlus welke gedeeltelijk op het naastgelegen perceel is gesitueerd. Deze situatie komt het dichtst in de buurt van de uitgangspunten waarbij een nieuwbouwgebied géén tweede toegang heeft. Ondanks dat de tweede toegangsweg het uitgangspunt is heeft de VRLN aangegeven dat het onder voorwaarden mogelijk is om een doodlopend eind toe te passen, door een keerlus toe te passen. In deze situatie bevindt zich de keerlus op een afstand die langer is dan de toegestane 80 meter voor een doodlopend eind, maar gezien de marginale overschrijding kan in deze specifieke situatie akkoord worden gaan met de toepassing van de keerlus. Uiteraard dienen er wel maatregelen te worden getroffen waardoor de keerlus te allen tijde vrije doorgang biedt. Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 24 -

Toelichting

3.1.5 Luchtkwaliteit d In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 Luchtkwaliteitseisen opgenomen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig gelden de volgende besluiten en regelingen: Besluit gevoelige bestemmingen, Besluit ‘Niet in betekenende mate’ en Regeling ‘Niet in betekenende mate’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Huidige jaargemiddelde concentraties: NSL-Monitoringstool Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, Atlas voor de Leefomgeving) volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied (veel) lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor beide 40 µg/m³). De NO2-concentratie bedraagt 5-10 µg/m³ in het plangebied en de PM10-concentratie bedraagt eveneens 5-10 µg/m³ (cijfers juni 2023). Deze concentraties liggen (ver) beneden de grenswaarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied.

Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend. Omdat geen van deze functies wordt gerealiseerd met behulp van dit bestemmingsplan is dit besluit derhalve niet van toepassing. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Plangebied In het plangebied worden zes woningen gerealiseerd. Omdat dit aantal past binnen de bandbreedte van het Besluit NIBM (1.500 resp. 3.000 woningen) kan worden vastgesteld dat dit plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

3.2 Waterparagraaf De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedureafspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 25 -

Toelichting

in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen den omgevingsvergunningen (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient in principe de watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. De waterhuishoudkundige aspecten omvatten onder meer veiligheid voor water, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Voor het voorliggende plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten. Waterschap Limburg: Waterbeheerplan 2022-2027 De gemeente Echt-Susteren valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg.

Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg. Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027. In het waterbeheerprogramma geldt als centrale opgave dat alle toekomstige initiatieven voor wat betreft het watersysteem moeten aansluiten bij de natuurlijke waterkringloop en de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Dit betekent dat schoon hemelwater van verhardingen niet met het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd naar de zuiveringsinstallatie, maar wordt geïnfiltreerd of geborgen op lokaal niveau. Voor nieuwe bebouwing wordt gestreefd naar een volledig gescheiden rioolstelsel (en maximaal 20% verharding aangesloten op riolering). Voor bestaand stedelijk gebied is het doel om 20% van het bestaand verhard oppervlak op middellange termijn af te koppelen.

De belangrijkste ruimtegerelateerde doelstellingen zijn: - aansluiten bij de natuurlijke waterkringloop door het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering; - zoveel mogelijk voldoen aan de watervraag van de functies; - voor schoon oppervlaktewater is het sanering of verminderen van overstorten uit de riolering ook een belangrijk middel. Vanuit het streven naar een duurzaam regenwaterbeheer geldt voor (vervangende) nieuwbouw een afkoppelbeleid. Bij voorkeur wordt het regenwater geïnfiltreerd in de bodem. Het regenwater dient dan schoon te blijven en licht verontreinigd regenwater wordt gezuiverd. Daarnaast dient wateroverlast te worden voorkomen. Hiertoe heeft het Waterschap een voorkeurstabel opgesteld, waarbij de voorkeursmaatregelen voor grondoppervlakken, dakoppervlakken, hergebruik, beheer en dimensionering worden weergegeven. De waterbeheerders hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden c.q. infiltreren, bergen en afvoeren. De voorkeur gaat uit naar open bovengrondse centrale infiltratievoorzieningen met een bodemfilter. Wanneer niet geïnfiltreerd kan worden, mag vertraagd worden geloosd op oppervlaktewater. Legger en Keur Waterschap Limburg (2019) Op de Legger van Waterschap Limburg is aangegeven welke waterinfrastructuur in beheer is van het waterschap.

Voor het waterschap is de legger, samen met de Keur, hét instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 26 -

Toelichting

set van kaarten die samen onder meer aangeeft waar de primaire en secundaire watergangen zijn gelegen en welke gebods- en verbodsbepalingen daarvoor gelden. Ook geeft de legger aan wie d waarvoor onderhoudsplichtig is. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen watergangen gelegen die op de legger zijn vastgelegd. Het beleid van Waterschap Limburg schrijft voor de afhandeling van regenwater de trits ‘opvangen, bergen en infiltreren’ voor. Dit beleid is opgenomen in de Keur van het waterschap. Per 1 april 2019 geldt als norm voor Midden- en Noord-Limburg dat 100 mm/dag per m² verhard oppervlak opgevangen dient te worden binnen het plangebied. Gemeentelijk Waterplan De gemeente Echt-Susteren wil, in samenwerking met Waterschap Limburg en het Waterschapsbedrijf Limburg, het watersysteem en de waterketen op orde hebben en houden. Hiervoor heeft de gemeente een waterplan opgesteld. Het doel van het waterplan is het vastleggen van de gemeenschappelijke lange termijnvisie van de gemeente Echt-Susteren, waterschap en overige waterpartners. De visie omvat alle wateraspecten binnen de gemeente en dient te worden uitgewerkt naar een concreet en pragmatisch uitvoeringsprogramma. Plangebied Er is voor dit plan een waterparagraaf opgesteld.

In deze hierna beschreven notitie wordt beschreven op welke wijze rekening gehouden wordt met de waterhuishoudkundige aspecten en met de wensen en voorwaarden van de waterbeheerder. Hiervoor zijn de relevante uitgangspunten zoals het beleid, de omgeving, de bodemopbouw en de grondwaterstanden beschreven. Vervolgens worden de beoogde waterhuishoudkundige voorzieningen getoetst aan het beleid van Waterschap Limburg ten aanzien van het afkoppelen van hemelwater. Kragten, Watertoets Ontwikkeling Molenveldweg 6, Susteren (separate bijlage 3). Grondwaterstand Uit de gegevens van het DINO-loket wordt geconcludeerd dat voor het plangebied een gemiddelde grondwaterstand (GHG) van circa NAP +29 meter kan worden aangehouden. Dit houdt in dat de GHG circa 2 tot 3 meter beneden maaiveld ligt. Tijdens het infiltratieonderzoek (zie verder) zijn boringen in het gebied geplaatst waarbij de grondwaterspiegel op circa 2 meter beneden maaiveld is aangetroffen, het geen een bevestiging van de aanname van de GHG op 2 meter beneden maaiveld betekent. Infiltratie-onderzoek Om de mogelijkheden voor de omgang met hemelwater te onderzoeken is op het terrein een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Daarbij is aan de hand van boringen de bodemopbouw inzichtelijk gemaakt en de textuur uit de te onderscheiden horizonten geclassificeerd.

Uit de boringen is gebleken dat de bovenste 1,5 meter van de ondergrond bestaat uit matig fijn zand, welk afwisselend matig siltig en kleiig is. Op circa 1,5 m beneden maaiveld bevindt zich een kleilaag van 0,3 meter tot 0,5 meter dik. Onder deze kleilaag bevindt zich matig grof zand, welk matig siltig is. In het noorden van het gebied bevindt zich onder deze zandlaag een kleilaag op circa 3,5 m beneden maaiveld. Uit de resultaten van het infiltratieonderzoek valt op te maken dat de infiltratiewaarde van het kleiige zand, zoals verwacht, laag is. Deze heeft een doorlatendheid van 0,1 m/dag De doorlatendheid van het matig fijn zand is, zoals verwacht, hoger. De gemiddelde doorlatendheid van het matig siltig, matig fijn zand is 1,8 m/dag. Om de rekenwaarde van de k-waarde te bepalen wordt conform het voorschrift van Stichting RioNED een factor 0,5 op de gemiddelde k-waarde toegepast. De k-waarde waarmee voor een ventuele infiltratievoorziening in het kleiige zand rekening mee gehouden dient te worden is (0,1 m/dag * 0,5 = 0,05 m/dag. Voor een infiltratievoorziening in het matig siltig, matig fijne zand dient rekening gehouden te worden met een k-waarde van (1,8 * 0,5 =) 0,9 m/dag. Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 27 -

Toelichting

Mogelijkheden hemelwaterafkoppeling Zoals aangegeven geldt als norm voor Middend en Noord-Limburg dat 100 mm/dag per m² verhard oppervlak opgevangen dient te worden binnen het plangebied. Aan de hand van het stedenbouwkundig plan is het toekomstig verhard oppervlak van de ontwikkeling vastgesteld. Er wordt vanuit gegaan dat er in de nieuwe situatie circa 2.020 m² aan verharding wordt aangelegd. Dit komt voort uit de in onderstaande tabel benoemde verharde oppervlakken:

Bron: rapportage Kragten en stedenbouwkundig plan

Indeling verharding in plangebied (bron: rapportage Kragten)

Berging De gemeente heeft in haar beleid staan dat er over het volledige toekomstig verhard oppervlak 45 mm moet worden geborgen. De infrastructuur wordt door initiatiefnemer gerealiseerd conform het handboek van de gemeente en de keerlus zoals hier beschreven en op tekening is aangegeven. De toekomstige eigenaren van de woningen staan vrij in hoe zij de berging willen vormgeven. In onderstaande tabel staat aangegeven hoeveel berging er in de tuinen dient te worden gerealiseerd:

Bron: rapportage Kragten

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 28 -

Toelichting

Daarnaast dient er ook hemelwaterberging aangelegd te worden voor de openbare verharding, dus voor infrastructuur en parkeren. Dit heeft een gezamenlijk oppervlak van 715 m². De d bergingsopgave voor de openbare verharding is hierdoor (715 * 0,045 =) 32,2 m³. Ondergrondse oplossingen zijn in de regel financieel minder aantrekkelijk dan bovengrondse oplossingen. Bovengrondse maatregelen kosten echter meer ruimte aan het maaiveld. In het plan lijkt er weinig ruimte te zijn om bovengrondse hemelwaterberging te implementeren. Hierom is er voor gekozen om de hemelwaterberging ondergronds in te richten met behulp van en lavakoffer rondom de HWA-leiding, welke is uitgevoerd als een infiltratieleiding. Bij bovenstaande bergingsconstructie wordt water geborgen in zowel de infiltratieleiding als het lavapakket. De leiding komt onder de verharding te liggen aan de voorzijde van de woningen en moet circa 100 m aan lengte hebben om tot de erfgrens aan de Molenveldweg te komen. Er is in deze watertoets vanuit gegaan dat de leiding een diameter gaat krijgen van 300 mm, wat resulteert in een berging in de leiding van 7 m³. Om de leiding heen komt een pakket van lavastenen te zitten. Een pakket lavastenen heeft een porositeit van 48%. Dit betekent dat 1 m³ aan lavastenen 0,48 m³ aan water kan bergen. Dit lavapakket wordt om de volledige lengte van de infiltratieleiding heen gelegd.

Er is voor gekozen om de lavakoffer een afmeting te geven van 1,1 m x 0,6 m (b x h). In het deel van de lavakoffer waar de leiding ligt, wordt geen water geborgen in de lavakoffer zelf, maar in de leiding. Hierom mag dit deel van de lavakoffer niet meegerekend worden als bergend oppervlak voor de lavakoffer. Het bergend oppervlak van de lavakoffer is hierdoor circa (1,1 * 0,6 – 0,152 * π =) 0,59 m². Over een lengte van 100 m en rekening houdend met de porositeit kan hier dus circa (0,59 * 100 * 48 % =) 28,3 m³ water in geborgen worden. In totaal kan er in de leiding en het lavapakket samen (7 + 28,3 =) 35,3 m³ water geborgen worden. Dit voldoet hiermee aan de bergingsopgave voor het openbaar gebied. Onderstaand is de ligging van deze leiding weergegeven:

Bron: rapportage Kragten

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 29 -

Toelichting

Leegloop De voorzieningen moeten worden aangelegdd in het goed doorlatende zand. De doorlatendheid van het zand is 0,9 m/d. De infiltratiekoffer rondom de infiltratieleiding heeft een wandoppervlak van circa (100 * 0,6 * 2 + 1,1 * 0,6 * 2 =) 121,3 m². Hiermee is de leegloop snelheid van het lavapakket circa (0,9 * 121,3 =) 109,2 m³/d. Dit is ruim voldoende om de bergingsvoorziening te laten ledigen via infiltratie. De leiding en de kratten dienen ook aangesloten te worden op het gemeentelijke stelsel. Deze aansluiting dient uitgevoerd te worden met een overstort, waardoor er pas water op het gemeentelijk stelsel wordt overgestort als er 45 mm is geborgen. Deze overstort dient de hoogte te hebben van de bovenkant van het lavapakket. Overstortmogelijkheid Voor het geval de bergingsinhoud ter plaatse van de voorzieningen overbelast raakt (om welke reden dan ook) dient een overstortmogelijkheid (escape) te worden voorzien. Op de perceelsgrens moet het water vrijelijk kunnen overstorten naar het openbare gebied zonder daarbij overlast te veroorzaken.

3.3 Ecologie en stikstof Zoals aangegeven zijn de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Ten behoeve van de soortenbescherming is een ecologische quickscan uitgevoerd. Ten behoeve van de gebiedsbescherming is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Beide onderzoeken worden in het navolgende kort besproken. Plangebied Soortenbescherming Om te kunnen bepalen of er in een bepaald plangebied (habitats van) beschermde plant- en diersoorten aanwezig zijn wordt, voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Mocht uit deze quickscan blijken dat er geen (habitats van) beschermde floraen fauna aanwezig zijn dan is daarmee aan de onderzoeksplicht voldaan. Is er naar aanleiding van deze quickscan wel sprake van aanwezigheid of vermoeden van voorkomen van (habitats van) beschermde plan- en diersoorten dan dient in veel gevallen een vervolgonderzoek hierover meer duidelijkheid te verschaffen. Voor het plangebied is een quickscan ecologische waarden uitgevoerd. Ecolybrium, ‘Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6 te Susteren, separate bijlage 4.

Op basis van het onderzoek en in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) kan gesteld worden dat: - er geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden door het bouwplan en voorgenomen ingrepen op broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) indien de werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen; - er geen effecten en daarmee geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden door de ingreep op vleermuizen, omdat er geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in de schuur; - effecten op essentiële jachtgebieden en primaire vliegroutes treden ook niet op omdat deze niet aanwezig/ontwikkeld zijn ter plekke; - er geen effecten optreden ten aanzien van amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, overige ongewervelden en grondgebonden zoogdieren zoals marterachtigen; Op basis van deze resultaten gesteld kan worden dat er geen vervolgonderzoeken noodzakelijk zijn. Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 30 -

Toelichting

Er is geen noodzaak tot het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende maatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming. De herbestemming en ruimtelijke d ingrepen uitgevoerd kunnen worden zoals beoogd. Gebiedsbescherming NNN-gebieden Het plangebied is niet gelegen in of nabij een gebied dat aangewezen is in het kader van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Voor het Limburgse grondgebied betekent dit dat het plangebied niet is gelegen in of nabij een goudgroene of zilvergroene natuurzone zoals aangegeven in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg. Vanuit het NNN-netwerk zijn er derhalve geen belemmeringen voor het plan. Stikstofdepositieonderzoek Het doel van een stikstofdepositie-onderzoek is het beoordelen of de toekomstige activiteiten die mogelijk worden gemaakt op basis van de planologische situatie mogelijk significante gevolgen hebben op kwalificerende natuurwaarden in de voornoemde, nabijgelegen Natura2000-gebieden én of het op basis van de stikstofdepositie noodzakelijk is een passende beoordeling op te stellen. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de programmatische aanpak stikstof (PAS). Het plan wordt getoetst conform de aanbevelingen in de “Handreiking passende beoordeling stikstofaspecten bestemmingsplannen”. Vandewall Planologisch Advies BV, ‘Onderzoek stikstofdepositieberekening, separate bijlage 5.

Als uitgangspunt voor de verkeersgeneratie die in de Aerius-calculator moet worden ingevuld is uitgegaan van de uitgave ‘Toekomstbestendig parkeren’ (CROW, uitgave 381). Daarin is gekozen voor de woningtypes ‘koop, vrijstaand en koop, tweekapper), stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ en de locatie ‘rest bebouwde kom’. Hiervoor geldt een verkeersgeneratie van 8.6 (vrijstaand) tot 8,2 (tweekapper) per woning per dag. Dit resulteert bij zes woningen in een verkeersgeneratie van 50 voertuigbewegingen (auto’s) per etmaal. Uit de rekenresultaten van AERIUS-Calculator blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden zowel in de gebruiksfase als in de bouwfase in ieder geval niet hoger dan 0,00 mol/ha/jr is. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op de beschermende natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen.

3.4 Archeologie De Erfgoedwet is thans de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet is een raamwet, die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De gemeenten zijn in deze wet tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Uit het vigerend bestemmingsplan blijkt geen archeologische verwachtingswaarde voor dit gebied. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is hierdoor niet aan de orde.

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 31 -

Toelichting

4 Planbeschrijving

d

4.1 Plangebied en omgeving Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is gelegen ten zuiden van het centrum van de kern Susteren. Dit deel van de kern is een overwegend woongebied waar nauwelijks tot geen andere functies aanwezig zijn. Het plangebied wordt gevormd door de woning Molenveldweg 6 en het bijbehorende achterterrein en is gelegen in een bouwblok dat alzijdig wordt gevormd door grondgebonden woningen. Op de onderstaande luchtfoto is de locatie van het plangebied aangeduid binnen de rode belijning:

Luchtfoto met plangebied

Aan de Molenveldweg is sprake van een gedifferentieerd bebouwingsbeeld: rijwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen uit verschillende bouwperioden wisselen elkaar af. De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit twee bouwlagen met een kap en de kaprichting is parallel aan de weg georiënteerd. Aan de Stationsstraat, de Molenlaan en de Swentiboldstraat is het beeld vergelijkbaar. Het perceel Molenveldweg 6, dat het plangebied van de voorliggende ontwikkeling vormt, grenst aan drie zijden aan achtertuinen van omliggende woningen. Aan de westzijde grenst het perceel aan een garageboxenlocatie die eveneens vanaf de Molenveldweg ontsloten is. Op het terrein zijn een grote schuur en een garage gelegen. Deze zullen als gevolg van het plan worden gesloopt. Het plangebied ligt op loopafstand (circa 250 meter) van de centrumvoorzieningen van Susteren met onder meer winkelvoorzieningen, een gezondheidscentrum, restaurants en maatschappelijke voorzieningen. Hiermee is het een uitstekende locatie voor bijvoorbeeld seniorenwoningen. Het plangebied wordt voor alle modaliteiten ontsloten via de Molenveldweg. In de omgeving zijn uitsluitend 30 km/uur-wegen gelegen; het openbaar gebied is verkeersveilig ingericht. Het trein- en hoofdbusstation van Susteren is op circa 600 meter van het plangebied gelegen.

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 32 -

Toelichting

4.2 Stedenbouwkundig plan d In het plangebied is sprake van één bestaande woning (Molenveldweg 6), die opnieuw wordt meegenomen in dit bestemmingsplan omdat er geluidwerende maatregelen aan de gevel van deze woning dienen te worden aangebracht die als voorwaardelijke verplichting zijn opgenomen in de regels bij dit plan. De overige zes woningen zijn nieuw te bouwen woningen en hiervoor is een ontwerp gemaakt. Dit ontwerp komt in het navolgende aan de orde. Door Chris Ghijsen Architect is een stedenbouwkundig plan ontworpen dat ruimte biedt aan een hofje/woongebiedje met zes grondgebonden levensloopbestendige koopwoningen. Bij de positionering van de woningen is gekeken naar de omliggende bouwmassa’s van woningen en carports en is getracht zo min mogelijk privacybelemmeringen op te werpen door de bebouwingshoogte te beperken, voldoende afstand tot andere percelen in acht te nemen en de positie van gevelopeningen goed af te stemmen om de omgeving. Er worden twee vrijstaande woningen en vier tweekappers gerealiseerd. Op de onderstaande afbeelding is het stedenbouwkundig plan weergegeven:

Woning 1

Woning 2

Keerlus calamiteiten

Woning 3 Woning 4

Woning 5

Woning 6

Bestaande woning Molenveldweg 6

Stedenbouwkundig plan (bron: Chris Ghijsen Architect) Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 33 -

Toelichting

De maximale goot- en bouwhoogte van de zes nieuwe woningen varieert als volgt: woning 1 en 2 → goothoogte 3,64 meter, bouwhoogte 5,375 meter. d woning 3 en 4 → goothoogte 3 meter, bouwhoogte 6 meter; woning 5 en 6 → goothoogte 4 meter, bouwhoogte 7 meter; Deze goot- en bouwhoogte van woning 1 en 2 zijn afgestemd op de ligging van woningen ten noorden van het plangebied. De woningopbouw is gevarieerd; er worden drie typen woningen gebouwd, die alle bestaan uit één bouwlaag met een kap. Hierdoor valt het nieuwe woonhofje niet op binnen het bouwblok en vanaf de openbare weg, omdat de woningen aan de randen daarvan allemaal uit twee bouwlagen met een kap bestaan. Door toepassing van één bouwlaag ontstaan er ook geen onevenredige privacybelemmeringen voor de bewoners van de omliggende woningen. Aan de voorzijde van de woningen 3, 4, 5 en 6 worden carports gebouwd. Bij de woningen 1 en 2 is dit niet het geval. Vanwege de geluiduitstraling vanaf het ten westen van het plangebied gelegen perceel met garageboxen dienen er geluidwerende maatregelen te worden genomen. Aan de westzijde van het plangebied, ter hoogte van woning 1 en 3, dienen geluidschermen te worden geplaatst. Daarnaast dienen geluidwerende maatregelen te worden genomen ten behoeve van het geluid van af- en aanrijdend verkeer.

Daartoe dienen aan de oostzijde van de inrit en aan de zuidzijde van woning 6 eveneens geluidschermen te worden geplaatst. Tenslotte dienen de ramen op de verdieping aan de zijgevel van de bestaande woning Molenveldweg 6 (waaraan een geluidgevoelig vertrek grenst) te worden voorzien van een vliesgevel. Deze maatregelen zijn als voorwaardelijke verplichting vastgelegd in de regels van dit plan. Kavel- en woninggrootte Er worden zes kavels gerealiseerd die in grootte variëren van 171 tot 511 m². De woninggrootte varieert van 91 tot 198 m². Ontsluiting De ontsluiting van het hofje vindt plaats via de huidige entree naast de woning Molenveldweg 6 (de woning van initiatiefnemer). De bestaande inrit wordt hiertoe aangepast en geschikt gemaakt (dat wil zeggen: voldoende breed) voor verkeersbewegingen in beide richtingen.

4.3 Parkeren Bij het bepalen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de in het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ opgenomen parkeernormering, die is gebaseerd op de CROW-aanbevelingen dienaangaande. Deze normering kent een verdeling op basis van de stedelijkheidsgraad en de stedelijke zone waarin het plangebied is gelegen. Voor het plangebied wordt uitgegaan van de verstedelijkingsgraad ‘weinig stedelijk’ en de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Voor vrijstaande koopwoningen geldt een minimale norm van 1,9 parkeerplaatsen per woning en een maximale norm van 2,7 per woning. Uitgegaan wordt van de minimale norm van 1,9 per woning. Voor tweekapper-koopwoningen geldt een minimale norm van 1,8 parkeerplaatsen per woning en een maximale norm van 2,6 per woning. Uitgegaan wordt van de minimale norm van 1,8 per woning.

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 34 -

Toelichting

Het bovenstaande resulteert in de volgende parkeerbehoefte: d Woningtype Vrijstaand-koop Tweekapper-koop Totaal

Norm 1,9 1,8

Aantal woningen 2 4 6

Parkeerbehoefte 3,8 7,2 11 p.p.

Er dienen derhalve minimaal 11 parkeerplaatsen te worden aangelegd voor dit bouwplan. Bij vier van de zes woningen zullen twee parkeerplaatsen op het eigen terrein worden aangelegd (samen 8 parkeerplaatsen). Bij twee woningen is dit één parkeerplaats per woning. Daarnaast zullen er nog twee parkeerplaatsen ter hoogte van de keerlus worden gerealiseerd. Op onderstaande afbeelding is dit aangegeven (situatie is 90 graden gedraaid t.o.v. het noorden):

Locatie van de 12 parkeerplaatsen

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 35 -

Toelichting

5 Planopzet

d

5.1 Inleiding Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Ook is bij de gebruikte terminologie in dit bestemmingsplan aangesloten op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan ‘Molenveldweg 6 Susteren’ bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs aangegeven.

5.2 Indeling van de regels 5.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels (art. 1 en 2) Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn bij de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. In beide artikelen is conform de SVBP2012 een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen. 5.2.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (art. 3 en 4) In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied beoogde (dubbel)bestemmingen en functies. Per artikel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering en positionering, kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. Hierover meer in paragraaf 5.3. 5.2.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels (art. 5 t/m 11) Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels (deels ingegeven door de verplichting vanuit paragraaf 3.2 van het Bro deze bepalingen op te nemen in ieder bestemmingsplan): een anti-dubbeltelregel (art. 5); algemene bouwregels (art.

6): in dit artikel zijn bepalingen opgenomen over parkeernormen, bestaande afwijkende afstanden en maten en over ondergronds bouwen; algemene gebruiksregels (art. 7): hierin worden onder meer de vormen van gebruik, die in strijd zijn met de aan de grond gegeven bestemming, verboden; algemene aanduidingsregels (art. 8): in dit artikel is de gebiedsaanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' opgenomen die van kracht is binnen het plangebied; algemene afwijkingsregels (art. 9): hierin wordt bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het plan middels een omgevingsvergunning ex artikel 2.1 sub c. en artikel 2.12 sub 1. onder 1e van de Wabo (de zogenaamde binnenplanse afwijking); het betreft hier onder andere afwijkingen voor maten, afmetingen en percentages tot 10%, het aanbrengen van luifels en het mogelijk maken van een grotere bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. algemene wijzigingsregels (art. 10): hierin wordt bepaald onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders bevoegd zijn het plan te wijzigen; het betreft hier beperkte Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 36 -

Toelichting

-

wijzigingen van bestemmingsgrenzen. Specifieke wijzigingsbevoegdheden die van toepassing zijn op bepaalde bestemmingen wordendwaar nodig de bestemmingsregels opgenomen; algemene procedureregels (art. 11): hierin wordt geregeld welke procedure moet worden gevolgd in geval van toepassing van omgevingsvergunningen, nadere eisen en wijzigingsbevoegdheden.

5.2.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (art. 12 en 13) In het overgangsrecht is bepaald dat bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. Het gebruik van grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag worden gehandhaafd. Dit overgangsrecht komt voort uit artikel 3.2.1 van het Bro en is een verplicht onderdeel van de regels. In de slotregel wordt aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangehaald.

5.3 Artikelsgewijze beschrijving bestemmingsregels In het navolgende worden de in hoofdstuk 2 van de regels opgenomen bestemmingsregels (artikelen 3 en 4) kort toegelicht. Artikel 3: Enkelbestemming Verkeer Deze bestemming regelt de functie van de openbare wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeers- en verblijfsfunctie en van de meeste voet- en rijwielpaden. Binnen deze bestemming mogen onder meer parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, straatmeubilair waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen worden geplaatst of gerealiseerd. Binnen deze bestemming is tevens een deel voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – calamiteitenontsluiting’; deze gronden zijn uitsluitend bestemd voor hulpdiensten. Parkeren of andere fysieke belemmeringen zijn binnen deze zone verboden. Artikel 4: Enkelbestemming Wonen Deze bestemming is opgenomen voor de bestaande woning Molenveldweg 6 en de zes nieuwe woningen in het plangebied. Er mogen uitsluitend grondgebonden woningen worden gebouwd en ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ mogen dat alleen vrijstaande woningen zijn. Bij de woonfuncties behorende aan huis verbonden beroepen en bedrijven (conform lijst in bijlage 1 bij de regels) zijn binnen de in dit artikel aangegeven voorwaarden toegestaan, alsmede een eenvoudige vorm van een internetwinkel en mantelzorg.

Voor het starten van een bed & breakfast en aan huis verbonden bedrijven die niet op de lijst van bijlage 1 staan (maar wel op de Lijst van bedrijfsactiviteiten in bijlage 2), voor internetwinkels met opslag- en verzendfunctie en voor kamerverhuur is een omgevingsvergunning noodzakelijk van het bevoegd gezag (binnenplanse afwijkingsbevoegdheid). Ten behoeve van de bouw van de zes nieuwe woningen zijn bouwvlakken op de verbeelding opgenomen, waarbij per bouwvlak het aantal te bouwen woningen is aangegeven. Met een aanduiding op de verbeelding is de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte opgenomen. Ter plaatse van de twee achterste woningen zijn specifieke aanduidingen opgenomen voor de dakhelling en voor een afwijking voor een hogere erfafscheiding. Ook is het via een afwijkingsprocedure mogelijk hogere erfafscheidingen te realiseren bij deze twee achterste kavels. De bestaande woning op de Molenveldweg 6 is met de bestaande juridische regeling opgenomen. Er is geen bijgebouwenregeling opgenomen voor het realiseren van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woning. Wel is een regeling voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde opgenomen. Ook zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor het uitbreiden van de woning, het verleggen van de bouwgrenzen van het hoofdgebouw en het bouwen voor de voorgevellijn.

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 37 -

Toelichting

Ten behoeve van de te realiseren carports aan de voorzijde van 4 van de 6 woningen is een specifieke bouwaanduiding opgenomen. Op d deze plekken mogen uitsluitend carports worden gebouwd, waarbij deze – in tegenstelling tot reguliere carports – met twee wanden omsloten mogen zijn. De verkeersontsluiting alsmede het gebruik van de aanpalende garageboxen leiden tot een bepaalde geluiduitstraling voor woningen binnen dit bouwplan of andersom. Om deze geluiduitstraling te voorkomen dienen op vijf plekken in het plangebied geluidwerende voorzieningen te worden opgericht in de vorm van geluidschermen. Deze dienen verschillende hoogtes te hebben. Daarnaast dienen aan de bestaande woning Molenveldweg 6 ook (maar andere) geluidwerende voorzieningen getroffen te worden. Ook de locatie van deze voorzieningen is vastgelegd op de verbeelding. Al deze geluidwerende voorzieningen zijn in artikel 7 lid 3 als voorwaardelijke verplichting opgenomen binnen de planregels. Dit betekent dat de woningen niet als zodanig in gebruik mogen worden genomen voordat deze geluidwerende voorzieningen gerealiseerd zijn.

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 38 -

Toelichting

6 Uitvoerbaarheid

d

6.1 Economische uitvoerbaarheid Exploitatieplan In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de ruimtelijke ontwikkelingen die worden beschouwd als ‘bouwplan’ in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Onderhavig bestemmingsplan omvat een ruimtelijke ontwikkeling (‘het bouwen van één of meer woningen’) welke op basis van artikel 6.2.1 vergezeld dienen te gaan van een exploitatieplan dan wel waarvan het kostenverhaal anderszins dient te worden geregeld. Voor dit bestemmingsplan is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Echt-Susteren. Omdat een (privaatrechtelijke) anterieure overeenkomst wordt gesloten en het kostenverhaal dus anderszins geregeld is, hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro Er heeft geen vooroverleg plaatsgevonden omdat er geen sprake is van specifieke belangen van instanties. Zienswijzen ex art. 3.8 Wro Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Molenveldweg 6 Susteren’ heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf (P.M.) gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen in het gemeentehuis te Echt. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Een en ander is conform het daartoe in de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht bepaalde openbaar bekend gemaakt middels publicatie op (P.M.). Gedurende voornoemde periode zijn (P.M.) zienswijzen ingediend. Vaststellingsprocedure Het bestemmingsplan ‘Molenveldweg 6 Susteren’ is in de raadsvergadering van (P.M.) vastgesteld door de gemeenteraad van Echt-Susteren.

Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 39 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=76265844-afa4-4772-b908-2fe70b899f2a