Toelichting
Tekst van het document
Toelichting
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 3 1.2 Doelstelling van dit bestemmingsplan ........................................................................................... 3 1.3 Begrenzing van het plangebied ..................................................................................................... 3 1.4 Geldende bestemmingsplannen .................................................................................................... 4 1.5 Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt .................................................................... 5 1.6 Verantwoording en opbouw bestemmingsplan ............................................................................ 5 2 Beleidskader 6 2.1 Wetgeving en rijksbeleid ............................................................................................................... 6 2.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 10 2.3 Regionaal beleid ..........................................................................................................................
13 2.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 16 3 Randvoorwaarden 18 3.1 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 18 3.2 Waterparagraaf ........................................................................................................................... 25 3.3 Ecologie en stikstof ...................................................................................................................... 30 3.4 Archeologie .................................................................................................................................. 31 4 Planbeschrijving 32 4.1 Plangebied en omgeving .............................................................................................................. 32 4.2 Stedenbouwkundig plan .............................................................................................................. 33 4.3 Parkeren ...................................................................................................................................... 34 5 Planopzet 36 5.1 Inleiding .......................................................................................................................................
36 5.2 Indeling van de regels .................................................................................................................. 36 5.3 Artikelsgewijze beschrijving bestemmingsregels ........................................................................ 37 6 Uitvoerbaarheid 39 6.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 39 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................. 39 Separate bijlagen: 1a. Aelmans, ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Molenveldweg 6, Susteren’, rapportnummer E219975.011.R3/SBI, d.d. 08.05.2023; 1b. Aelmans, ‘Aanvullend PFAS-onderzoek Molenveldweg 6 te Susteren’, rapportnummer E219975.016/SBI, d.d. 19.01.2022; 2. Spider Monkey Consultancy, ‘Stedenbouwkundig plan Molenveldweg 6 in Susteren’, rapportnummer, 211203, zesde uitgave, d.d. 19.06.2023; 3. Kragten, Watertoets Ontwikkeling Molenveldweg 6, Susteren, rapportnr. ECH118, d.d. 21-042023; 4. Ecolybrium, ‘Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6, te Susteren, rapportnummer 21-1043, d.d. 18.02.2022; 5. Vandewall Planologisch Advies BV, ‘AERIUS-berekening nieuwbouwwoningen aan de Molenveldweg 6 te Susteren’, rapportnummer VPA 2021.104-AERIUS, d.d. 03.07.2023.
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 2 -
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Aanleiding Een initiatiefnemer heeft een bouwplan ontwikkeld om op de locatie Molenveldweg 6 te Susteren zes grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren, na sloop van een aantal in onbruik geraakte opstallen op het terrein. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Susteren, sectie D, nummer 6016. De ontwikkeling van deze woningen past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan ’Stedelijk gebied’ van de gemeente Echt-Susteren. Het perceel is weliswaar tot ‘Wonen’ bestemd, maar het op de verbeelding opgenomen bouwvlak en het aantal toegestane woningen laten de bouw van de zes grondgebonden woningen niet toe. Hierdoor is sprake van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren heeft op 1 februari 2022 besloten onder voorwaarden principemedewerking te verlenen aan het initiatief. Eén van deze voorwaarden is dat er een bestemmingsplanwijziging plaatsvindt, waarin de zes grondgebonden, levensloopbestendige woningen planologisch-juridisch worden vastgelegd. Daarnaast dient te worden voldaan aan de geldende (milieu-)planologische en beleidsmatige uitgangspunten en randvoorwaarden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze vereisten.
1.2 Doelstelling van dit bestemmingsplan De doelstelling van het voorliggende bestemmingsplan is het bieden van de planologische mogelijkheid om zes grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren in het voorliggende plangebied in de kern Susteren. Met de ontwikkeling van dit plan wordt een bijdrage geleverd aan de toevoeging van grondgebonden, levensloopbestendige woningen waaraan grote behoefte is met het oog op de vergrijzing die de komende jaren verder doorzet.
1.3 Begrenzing van het plangebied Het plangebied is gelegen op het perceel D 6016 (ged.) en wordt aan de westzijde begrensd door de garageboxen aan de Molenveldweg, aan de noordzijde door de achtertuinen behorende bij de woningen aan de Molenlaan, aan de oostzijde door het woonperceel Molenveldweg 5 en aan de zuidzijde door de bestaande woning Molenveldweg 6 en de Molenveldweg. De begrenzing van het plangebied is aangegeven op onderstaande overzichtskaart:
Overzichtskaart plangebied
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 3 -
Toelichting
1.4 Geldende bestemmingsplannen d Ter plaatse van het plangebied vigeren twee bestemmingsplannen, te weten het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ en het facetbestemmingsplan ‘Deregulering’. Deze komen in het onderstaande aan de orde. Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is thans planologisch juridisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ (vastgesteld door de raad van Echt-Susteren d.d. 26.05.2016). Het plangebied is daarin bestemd tot ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is voor de woning Molenveldweg 6 een bouwvlak opgenomen. Binnen dat bouwvlak mag één woning aanwezig zijn met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Op de overige delen van het perceel mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd. Naast de enkelbestemming ‘Wonen’ is over het hele plangebied een gebiedsaanduiding ‘milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied’ opgenomen. Deze aanduiding ligt over een groot deel van de kern Susteren. De strekking van deze gebiedsaanduiding is dat in deze gebieden de bescherming van de grondwaterkwaliteit ten behoeve van de drinkwatervoorziening leidend is en niet in gevaar mag komen. Hiervoor zijn aanvullende regels opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg.
Deze gebiedsaanduiding is niet aan verandering onderhevig en is in dit nieuwe bestemmingsplan overgenomen. Daarnaast is in het vigerende bestemmingsplan op het pand Molenveldweg 6 een aanduiding ‘karakteristiek’ opgenomen. Deze blijkt onterecht aan dit pand te zijn toebedeeld. In dit bestemmingsplan wordt deze aanduiding niet meer opgenomen. Op onderstaande uitsnede uit het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ is de begrenzing van dit nieuwe bestemmingsplan aangeduid:
Fragment bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’
De bestaande woning (Molenveldweg 6) wordt meegenomen in dit bestemmingsplan omdat er geluidwerende maatregelen aan de gevel van deze woning dienen te worden aangebracht die als voorwaardelijke verplichting zijn opgenomen in de regels bij dit plan. Daarnaast wordt tevens de Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 4 -
Toelichting
mogelijkheid benut de ten onrechte opgenomen aanduiding ‘karakteristiek’ van de woning af te halen. d Facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ In het facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ (vastgesteld d.d. 06.11.2019) is opgesteld om meer flexibiliteit te bieden aan de burger door het vaker rechtstreeks toelaten van functies dan wel het bieden van een ruimer afwegingskader voor de niet-rechtstreeks toegelaten functies. Hierdoor kunnen burgers, bedrijven en instanties sneller en daardoor efficiënter worden bediend. In het facetbestemmingsplan zijn algemene regels opgenomen maar ook specifieke regels voor het stedelijk gebied en specifieke regels voor het buitengebied. Ook is nieuw vastgesteld beleid (internetwinkels en arbeidsmigrantenhuisvesting) in dit facetbestemmingsplan vertaald. Daarnaast is de gangbare bijgebouwenregeling aangepast. De bepalingen uit dit facetbestemmingsplan zijn, voor zover relevant, overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
1.5 Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt De structuur van bestemmingsplannen dient conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1711.BP20220512- (en hierachter de status van het plan); - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:1.000. De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de zich daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. De toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan.
1.6 Verantwoording en opbouw bestemmingsplan De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau weergegeven. In hoofdstuk 3 worden de randvoorwaarden (op planologisch en/of milieukundig gebied) beschreven en worden onder andere de resultaten van uitgevoerde onderzoeken besproken. In hoofdstuk 4 worden de programmatische en ruimtelijke uitgangspunten van het plan voor het plangebied aangegeven. Hoofdstuk 5 handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. De toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan aan de orde komen. Binnen de maatschappelijke uitvoerbaarheid komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde.
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 5 -
Toelichting
2 Beleidskader
d
2.1 Wetgeving en Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer urgentie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1) De langere periodes van droogte die Nederland de afgelopen jaren meemaakt, maakt het urgent dat het watergebruik beter wordt afgestemd op het beschikbare water en dat water langer wordt vasthouden. De keuzes hiervoor dragen bij aan een klimaatbestendige inrichting in 2050, waarmee Nederland wordt voorbereid op klimaatverandering en zeespiegelstijging. 2) In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt gewerkt aan maatregelen om de gevolgen voor de economie zoveel mogelijk te beperken. De ambitie voor de langere termijn is het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. 3) Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn.
Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied plaats, klimaatbestendig en natuurinclusief. 4) De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van de natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland.
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 6 -
Toelichting
Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Let wel: het Rijk eigent zich geen centraliserende d rol toe. Integendeel, de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen gezamenlijk. Plangebied Voor het onderhavige plangebied bevat de NOVI geen relevante uitgangspunten. Wet natuurbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG). Deze richtlijnen hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke EU-lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura2000’. In de Wet natuurbescherming zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld. Conform deze wet zijn de provincies het bevoegd gezag binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Gebiedsbescherming Voor de Natura2000-gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats.
Plangebied Op enige afstand van het plangebied zijn Natura2000-gebieden gelegen. Ten noordwesten van het plangebied, op een afstand van circa 4 km ligt het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’ en op een afstand van circa 4,5 kilometer ten noordoosten van het plangebied ligt het Natura2000-gebied ‘Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop’. Op het onderstaande kaartje is het plangebied door middel van een rode stip aangeduid. De genoemde Natura 2000-gebieden zijn met een groene kleur weergegeven:
Ligging plangebied ten opzichte van N2000-gebieden
Gelet op de ligging van het plangebied op ruime afstand tot de genoemde Natura2000-gebieden vormt de planontwikkeling naar alle waarschijnlijkheid geen belemmering voor de realisatie van
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 7 -
Toelichting
het plan. Er dient echter ook rekening te worden gehouden met de bepalingen in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. d Wet stikstofreductie en natuurverbetering (2021) Op 1 juli 2021 zijn de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Staatsblad 2021, 140) en het daarbij behorende Besluit in werking getreden. Het gaat om een wijziging van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming. In deze wet is onder meer een vrijstelling opgenomen voor stikstofdepositie als gevolg van bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Hierdoor is alleen de gebruiksfase relevant voor nieuwe ontwikkelingen. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat deze bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Het is onvoldoende zeker dat er geen schade optreedt aan natuurgebieden. Het probleem zit in het feit dat de aanpak die gebruikt wordt bij de bouwvrijstelling; eventuele negatieve effecten tijdens de bouwfase worden gecompenseerd door maatregelen met positieve effecten. Deze aanpak is alleen mogelijk als de maatregelen ook daadwerkelijk uitgevoerd zijn én vaststaat dat deze maatregelen tot het geplande positieve effect leiden. Omdat veel van de geplande maatregelen nog niet uitgevoerd zijn, voldoet de bouwvrijstelling niet aan deze voorwaarden.
Hierdoor is formeel voor omgevingsvergunningen en/of ruimtelijke plannen weer een berekening van de aanleg-/bouwfase noodzakelijk. Er is in het kader van deze wetgeving een stikstofberekening uitgevoerd voor de gebruiksfase van het plan. De resultaten daarvan komen aan de orde in paragraaf 3.3 van deze toelichting. Het resultaat van het onderzoek is dat er geen stikstofdepositie hoger dan 0,0 mol/ha/jaar plaatsvindt in zowel de gebruiks- als de bouwfase. Soortenbescherming Ook de soorten bescherming is verankerd in de Wet natuurbescherming. Om te bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling negatieve gevolgen heeft voor beschermde flora en fauna dient een ecologische quickscan te worden uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn verwoord in paragraaf 3.3 van deze toelichting. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk Rijksbeleid te borgen. Van provincies en gemeenten wordt gevraagd de inhoud van het Barro te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. De hierin aangegeven juridische kaders zijn derhalve concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect (dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie), door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.
In hoofdstuk 2 van het Barro (titel 2.1 t/m titel 2.13) zijn de nationale belangen opgenomen. Plangebied Er zijn ten behoeve van onderhavig plan geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van het voorliggende projectafwijkingsbesluit dienen te worden beschouwd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Op basis van artikel 3.1.6, tweede lid Bro geldt een motiveringsplicht indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De aanvaardbaarheid van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient in de toelichting van dat plan te worden onderbouwd. Deze onderbouwing dient volgens de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen. Deze ‘ladder’ bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 8 -
Toelichting
De Ladder voor duurzame verstedelijking voor onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een Nieuwe Stedelijke d Ontwikkeling (NSO)? Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: ‘… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, 0detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van woningbouwlocaties in principe als stedelijke ontwikkeling dient worden aangemerkt. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt de afgelopen jaren dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien er meer dan elf woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Plangebied In het voorliggende bestemmingsplan worden mogelijkheden geboden om zes nieuwe woningen te ontwikkelen. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ hoeft derhalve niet te worden doorlopen.
Wet milieubeheer: m.e.r.-beoordelingsnotitie Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm) dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b., en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16, lid 2 tot en met 4 Wm. Op basis van artikel 7.17 Wm dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Onderhavig plan Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2020:729, d.d. 11 maart 2020, een casus waarbij na sloop van een schoolgebouw twaalf rijwoningen worden gebouwd) valt op te maken dat de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In de voornoemde uitspraak is aangegeven dat de bouw van 12 woningen na sloop van een schoolgebouw, gelet op de beperkte omvang ervan, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar is sprake van een geringe toename van de bebouwingsmogelijkheden en weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van de woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 9 -
Toelichting
is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. d Het voorliggende bouwplan, waarbij sprake is van de realisatie van zes levensloopbestendige woningen kan worden vergeleken met de situatie die omschreven is in de bovenvermelde casus. Ook hier is sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling, waarbij het ruimtebeslag beperkt is en die bovendien de helft kleinschaliger is dan de aangegeven casus. Het plan kan derhalve niet worden gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject en het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie is hierdoor niet noodzakelijk. Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21ste eeuw Directe aanleiding voor het kabinetsstandpunt „Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw‟ (WB21)‟, is de zorg over het toenemend hoogwater in de rivieren, wateroverlast en de versnelde stijging van de zeespiegel. Het kabinet is van mening dat er een aanscherping in het denken over water dient plaats te vinden. Nadrukkelijker zal rekening moeten worden gehouden met de (ruimtelijke) eisen die het water aan de inrichting van Nederland stelt.
De Rijksoverheid heeft voor het waterbeleid in de 21e eeuw de volgende drie uitgangspunten opgesteld: - anticiperen in plaats van reageren; - niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van „vasthouden-bergen-afvoeren‟ en: - meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. De watertoets vormt een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening. De watertoets wordt sinds 2001 toegepast op plannen die gevolgen voor de waterhuishouding kunnen hebben. Er wordt gekeken naar veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De watertoets wordt toegepast door in een vroegtijdig stadium de waterbeheerders te betrekken bij plannen die een invloed kunnen hebben op de waterhuishouding. Plangebied De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met het aspect water is beschreven in paragraaf 3.2 van deze toelichting.
2.2 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 is de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. - zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds.
Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel;
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 10 -
Toelichting
preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. d Plangebied De onderhavige projectlocatie is gelegen binnen de zone ‘Landelijke kern’. In de landelijke kernen van Limburg is het behoud en versterken van de leefbaarheid en vitaliteit belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels, en werklocaties. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Op onderstaande uitsnede is de ligging van het plangebied in deze zone aangegeven:
Uitsnede POVI
De met dit plan voorziene herontwikkeling van een binnenstedelijke locatie ten behoeve van levensloopbestendige woningen in de kern Susteren past binnen het doel om leefbaarheid van de kern te versterken en geschikte woningen te realiseren voor (onder meer) de doelgroep senioren in de nabijheid van de centrale voorzieningen in de kern. het plan voldoet daarmee aan de uitgangspunten vanuit de POVI. Omgevingsverordening Limburg 2014 Plangebied Vanuit de Omgevingsverordening Limburg 2014 is een gebiedsspecifieke waarde opgenomen die als gebiedsaanduiding in het bestemmingsplan wordt meegenomen. Grondwaterbeschermingsgebied Het voorliggende plangebied is in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen. De grondwaterbeschermingsgebieden zijn beschermingszones voor de onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening. Er wordt onderscheid gemaakt in freatische (niet afgesloten door een ondoordringbare grondlaag) en niet-freatische grondwaterwinningen. In de voornoemde Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn de regels en maten aangaande grondwaterbeschermingsgebieden opgenomen. In de juridische regeling behorende bij deze gebiedsaanduidingen wordt hiernaar verwezen. Wonen Bij de vaststelling van het POL2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld.
Het beleid uit paragraaf 2.4.2 geeft voor woningen in Midden-Limburg aan dat er geen nieuwe Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 11 -
Toelichting
woningen mogen worden gerealiseerd die niet passen in de regionale woonvisie voor MiddenLimburg. Met de verordening wordt beoogdd dat de kwaliteit van de woningvoorraad op peil blijft en aansluit bij de vraag van de huidige en toekomstige woonconsument. De vitaliteit en de kwaliteit van wonen en leven in Midden-Limburg wordt hiermee versterkt. De Verordening moet voorkomen dat de mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit verder toeneemt. Dit betekent dat het overaanbod aan woningen niet verder mag toenemen en dat de kwaliteit van nieuwbouwwoningen moet voldoen aan de eisen van de huidige en toekomstige woonconsument. In deze beleidsregels is een koppeling gelegd tussen het bouwen van nieuwe woningen en het saneren van de overtollige woningvoorraad. In de zomer van 2020 is een wijziging van de Omgevingsverordening vastgesteld, waarin is besloten dat bij de toevoeging van nieuwe woningbouwplannen geen directe koppeling meer wordt gelegd met het saneren van overtollige planvoorraad. In de toelichting van een ruimtelijke plan hoeft hierdoor niet langer een verantwoording opgenomen te worden van de bijdrage die het betreffende plan levert aan het terugbrengen van de planvoorraad van onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Doel van deze wijziging is om kwalitatief goede plannen voor doelgroepen zoals senioren en starters te bevorderen en te versnellen.
Dit sluit aan bij de doelstelling van de Limburgse Agenda Wonen. De huidige woningmarktaanpak is in belangrijke mate gericht op verbetering van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast is er ruimte voor nieuwe toevoegingen aan de voorraad. Het opruimen en aanpassen van plannen die niet langer in de actuele behoefte voorzien blijft onverkort een belangrijke opgave. Voor wat betreft de toevoeging van woningen aan de bestaande planvoorraad in relatie tot de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 wordt verwezen naar paragraaf 2.3. Wijzigingsverordening Omgevingsverordening 2014 provincie Limburg Op 29 maart 2022 is door Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg een wijzigingsverordening vastgesteld waarmee de Omgevingsverordening 2014 van de provincie Limburg op punten wordt aangepast/aangevuld. De aangepaste/aanvullende regels hebben onder andere betrekking op de thema’s wonen en zonne-energie. De aanpassing van de regels ten aanzien van het thema wonen zijn relevant voor het voorliggende bestemmingsplan. In artikel 2.4.2 van de wijzigingsverordening zijn instructieregels opgenomen omtrent het thema wonen.
Dit artikel luidt als volgt: Artikel 2.4.2 De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft dat: a) rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en hoofdstuk 5 (Wonen en leefomgeving) van de provinciale Omgevingsvisie; b) sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c) over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d) het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; e) realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid van realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig plan Onderhavig bouwplan voldoet aan alle bovengenoemde criteria. Op welke wijze wordt voldaan aan criteria a) is beschreven onder het kopje ‘Provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI)’ in deze toelichting. Ook wordt voldaan aan criterium b).
Op 29 november 2022 is de Woonmonitor 2022 vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. In opdracht van de provincie is
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 12 -
Toelichting
onderzoek verricht naar de regionale woningbehoefte in de regio’s Noord-Limburg, MiddenLimburg en Zuid-Limburg. d Het onderhavige plangebied is gelegen in de regio Midden-Limburg. In het Bijlagenboek behorende bij de Woonmonitor 2022 is als bijlage het Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg opgenomen. Uit dit woningbehoefteonderzoek blijkt dat er in de regio Midden-Limburg de komende jaren grote behoefte bestaat aan levensloopbestendige (nultredenwoningen), zowel in de vorm van appartementen als grondgebonden woningen. Er is met name behoefte aan nultreden (koop)woningen in de prijssegmenten € 215.000 tot € 355.000,- en in het prijssegment ‘meer dan € 355.000,-‘. Hiermee sluit het onderhavige plan, dat voorziet in de realisatie van zes levensloopbestendige grondgebonden woningen, aan bij de woningbehoefte in Midden-Limburg voor de komende periode. Aan de criteria c), d) en e) kan eveneens worden voldaan. De gemeente Echt-Susteren zal ervoor zorgdragen dat het plan wordt opgenomen in de regionale Woonmonitor. De realisatie van de woningen is beoogd binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
Als binnen 5 jaar na vaststelling van het gemeentelijk omgevingsplan de woningen niet zijn gerealiseerd, behoudt de gemeente Echt-Susteren zich het recht voor om de onbenutte bouwtitels weg te bestemmen, indien uit een actueel en onafhankelijk regionaal behoefte-onderzoek blijkt dat er geen behoefte meer bestaat aan de te bouwen woningen. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan voldoet aan de Wijzigingsverordening van de provincie Limburg. Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 is de Omgevingsverordening 2021 vastgesteld. Deze treedt pas in werking nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.
2.3 Regionaal beleid Regiovisie 2008-2028 ‘Het oog van Midden-Limburg’ (Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg) De gemeenten in Midden-Limburg en de provincie Limburg zijn in 2008 van start gegaan met een regionale gebiedsontwikkeling, met als doel om samen met private partijen de gewenste ontwikkelingen in Midden-Limburg vorm te geven. De uitkomst van deze gebiedsontwikkeling is een regiovisie met een aantal onderliggende programmalijnen. De gebiedsvisie van de Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg richt zich op het creëren van Sterke Steden en Vitaal Platteland. Deze visie op de regio is te vertalen tot drie concrete strategische keuzes: Benutten en versterken regionale economie: - ontwikkeling van een uniek toeristisch-recreatief profiel; - de inrichting van regionale bedrijventerreinen; - investeren in hoogwaardige landbouw; - een duurzame wooneconomie in Midden-Limburg. Versterking van de sociale structuur: - versterking van de kracht van de ‘oude wijken’; - leefbaar houden van het platteland; - ontwikkelen van een duurzaam, hoogwaardig en fijnmazig zorgnetwerk.
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 13 -
Toelichting
Verbetering van het vestigingsklimaat: - ontwikkeling van natuur en landschap; d - investeren in een duurzame landbouw; - ontwikkeling van een fijnmazig toeristisch-recreatief netwerk; - herstructurering van bedrijventerreinen; - ruimte voor hoogwaardige zorgvoorzieningen; - uitzonderlijke woonmilieus. Deze strategische keuzes hebben geleid tot vier krachtige programmalijnen. Dit zijn: de Maasplassen, de ontwikkelingsas N280 Weert-Roermond, wonen en landbouw, natuur en recreatie. Plangebied Voor het voorliggende bestemmingsplan vormt het thema ‘wonen’ het belangrijkste thema. Wonen Het is de ambitie van de samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg om een duurzaam en wervend palet aan woonmilieus tot stand te brengen en in stand te houden. Gestuurd wordt daarbij op een migratiesaldo van tenminste 0. Deze samenwerking leidt tot draagvlak onder de burgers en is nodig om de noodzakelijke investeringen, en het voorkomen van desinvesteringen in voorzieningen en woningen, tot stand te brengen. Dit betekent dat gemeenten de huidige woonkwaliteiten (verder) verbeteren en investeren in aantrekkelijke voorzieningen die toekomstbestendig zijn. Deze voorzieningen zullen nadrukkelijk worden afgestemd op de woningbehoefte.
Inzet van de programmalijn Wonen is om in Midden-Limburg op het niveau van de woningmarkt te komen tot een gezamenlijk arrangement van gemeenten, provincie, woningcorporaties, maatschappelijke instellingen en marktpartijen met de hierboven geschetste ambitie als uitgangspunt. De gebiedsontwikkeling kan in dit geheel een impuls en versnelling betekenen door op korte termijn in te zetten op de (verdere) uitwerking en uitvoering van een aantal opgaven en knelpunten, die van belang zijn om de geschetste ambitie te kunnen invullen. Deze opgaven en knelpunten concentreren zich op wonen en voorzieningen, de inzet van maatschappelijk kapitaal en gezonde marktverhoudingen: een regionaal belang. Het regionale woonbeleid is thans verwoord in de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021’. Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022- 2025 Op 7 juli 2022 is de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 t/m 2025 vastgesteld. In deze structuurvisie ligt de nadruk op het tegemoet komen aan een groeiende woningbehoefte, met kwalitatief het juiste aanbod. Dat betekent dat er ambitie is voor en ruimte wordt gegeven aan nieuwe plannen die passen bij de kwalitatieve vraag, met aandacht voor aanpassing van plannen die niet (meer) passen bij de actuele behoefte.
De structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 t/m 2021 bevatte al de hoofdlijn om enerzijds de planvoorraad in beperkte mate terug te dringen en anderzijds mee te werken aan plannen waar kwalitatief behoefte aan bestaat. Planvoorraad stapsgewijs in overeenstemming met de behoefte De planvoorraad is idealiter zowel kwalitatief als kwantitatief in overeenstemming met de behoefte en biedt daarnaast voldoende ruimte om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. De regio erkent en accepteert dat een deel van de huidige planvoorraad wellicht nooit tot realisatie zal komen, ondanks bestaande titels en/of onderliggende overeenkomsten. Het proces voor het schrappen van dergelijke ‘harde’ plannen vergt veel tijd, inzet en capaciteit en soms ook financiële middelen. De komende periode heeft bouwen prioriteit boven schrappen. Echt-Susteren De structuurvisie bevat per gemeente een specifieke uitwerking van de ontwikkeling van het aantal inwoners en huishoudens en een prognose voor de toekomst. Het aantal inwoners in Echt-Susteren bedraagt op 1-1-2021 31.744, nagenoeg eenzelfde aantal inwoners als in 2018. Op basis van de meest recente bevolkingsprognose zal het aantal inwoners langzaam gaan afnemen. Regionaal Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 14 -
Toelichting
groeit het aantal inwoners nog met circa 1.800 personen tot 2030. Het aantal huishoudens bedraagt op 1-1-2021 14.261, dit is een stijging van 99 huishoudens vanaf 2018. Uit de prognose d van Etil 2021 blijkt dat de top van het aantal huishoudens verschuift naar 2029. Tot dit jaar vertoont het aantal huishoudens een stijgende lijn, met een toename van 339 ten opzichte van 1-12021. Lokale uitwerking In de gemeente Echt-Susteren worden, samen met woningcorporaties, projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers woningbouwplannen ontwikkeld en gerealiseerd met woningen voor specifieke doelgroepen, zoals jongeren, starters op de woningmarkt en senioren. Nieuwe woonconcepten en ontwikkelingen als transformatie en verduurzaming van de woningvoorraad zijn hierbij aanvullende opgaven. Naast de transitie van beide centra (Echt en Susteren) wordt tevens aandacht besteed aan het realiseren van woningbouw binnen de overige kernen van de gemeente. Dat kan door nieuwbouw c.q. herstructurering, denk hierbij aan het opvullen van lege plekken in linten of het herinrichten van rotte plekken. Dat kan ook door transitie van bestaande bouw.
Andere specifieke groepen die de komende jaren aandacht vragen binnen de gemeente Echt-Susteren zijn: - particuliere initiatieven; - het realiseren van zorgwoningen; - arbeidsmigranten, en dan met name de buitenlandse werknemers die de intentie hebben hier langer te blijven (mid- en longstay); - woningzoekenden vanuit de zuidoostelijke regio van de provincie Noord-Brabant en vanuit westelijk Nederland; - de hoog opgeleide kenniswerkers vanuit het industriegebied Chemelot, het ontwikkelgebied rondom NedCar en het bedrijventerrein Midden-Limburg. Onderhavig plan Met de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan worden zes rechtstreekse bouwtitels vastgelegd. Deze contingenten vallen niet binnen de reeds gereserveerde woningbouwaantallen voor het centrumplan Susteren. Dit wordt opgelost door het verschuiven van contingenten binnen de gemeentelijke planvoorraad. Hierdoor wordt de gemeentelijke saneringsopgave van de planvoorraad verhoogd met zes contingenten. De zes woningen passen binnen de woonopgave voor Midden-Limburg waarin onder meer veel vraag is naar grondgebonden levensloopbestendige seniorenwoningen, waarbij lichte vormen van zorg mogelijk zijn en de ouderen dus langer zelfstandig thuis kunnen wonen. In deze categorie is behoefte aan levensloopbestendige woningen in alle prijssegmenten.
Het voorliggende plan voorziet in koopwoningen in het segment tussen € 350.000 en € 450.000 v.o.n. en voldoet derhalve aan de kaders van het regionale woonbeleid. Uitvoeringsnotitie Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving In de Uitvoeringsnotitie is de opgave die vanuit de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg is aangegeven, kwantitatief en kwalitatief nader uitgewerkt. Daarbij heeft de gemeente EchtSusteren voorkeuren/accenten aangegeven die bij afwegingen van aanvragen voor nieuwe woningbouwprojecten mee worden gewogen. In de Uitvoeringsnotitie is een kwalitatieve indeling gemaakt van voorkeurslocaties voor potentiële nieuwbouwprojecten. Deze indeling is als volgt: 1. Rotte plekken; 2. Kleine projecten in de kernen; 3. Herstructurering; 4. Directe particuliere bouwtitels; 5. Wijzigingsbevoegdheden - indirecte bouwtitels. Het voorliggende plan valt binnen categorie 2. Er is geen sprake van herstructurering. Desondanks is er geen bijdrage in het kader van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) meer van toepassing; Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 15 -
Toelichting
dit is het gevolg van het besluit van de gemeenteraad op basis van een amendement d.d. 18.01.2023 (zie tevens onder LKM/GKM). d LKM/GKM De provincie Limburg verlangt van de Limburgse gemeenten om uitwerking te geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). Het basisprincipe hiervan is dat bepaalde ontwikkelingen ter plaatse leiden tot verlies aan omgevingskwaliteit. Dit verlies dient gecompenseerd te worden door een kwaliteitsverbeterende maatregel en/of financiële bijdrage. In stedelijk gebied gaat het met name om ontwikkelingen die ruimtelijk-functioneel toelaatbaar zijn, maar minder gewenst, omdat ze botsen met andere beleids- of projectdoelen. Om die reden wordt er een kwaliteitsbijdrage gevraagd om een investering elders in het stedelijk gebied te kunnen doen ter compensatie. De gemeente Echt - Susteren heeft dit LKM vertaald in een Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM), dat is verankerd in de Structuurvisie Echt-Susteren 2021-2025 (zie verder in deze paragraaf). Middels een amendement (d.d. 18.01.2023) heeft de gemeenteraad van de gemeente Echt - Susteren de financiële bijdrage voor binnenstedelijke ontwikkelingen geschrapt. Derhalve kan de GKM-bijdrage voor het onderhavige plan achterwege blijven.
2.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025, ‘Ontwikkelen met kwaliteit’ Zowel het buitengebied als het stedelijk gebied van de gemeente Echt-Susteren zijn volop in beweging. Er is schaalvergroting in de landbouw, er stoppen steeds meer agrarische bedrijven, er is meer behoefte aan het doorbrengen van vrije tijd in het buitengebied, de bevolking krimpt, het internetwinkelen neemt toe, de Rijksmiddelen voor natuur nemen drastisch af etc. Door deze ontwikkelingen is het buitengebied de afgelopen jaren verder versteend en in de kernen wordt toenemende leegstand geconstateerd. Dit draagt niet bij aan de leefbaarheid. Met deze toekomstvisie wil de gemeente de bescherming en verbetering van het buitengebied benadrukken en wil zij gericht sturen om de leefbaarheid in de kernen te optimaliseren. Het beleid biedt volop kansen positief te reageren op initiatieven uit het veld. Voorwaarde is wel dat initiatieven meer dan in het verleden respect hebben voor het landschap en de bestaande bebouwing én dat ze een duurzame bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van de gemeente. Voor zowel het buitengebied als het stedelijk gebied is in de structuurvisie een aantal ambities geformuleerd. Het realiseren van deze ambities draagt bij aan het halen van de algemene doelstelling om ook in 2025 en lang daarna een aantrekkelijke woongemeente te zijn.
Voor het stedelijk gebied (waar het voorliggende plangebied deel van uitmaakt) zijn zeven doelstellingen geformuleerd. De belangrijkste doelstellingen die betrekking hebben op verzoeken voor woningbouwontwikkeling zijn de realisering van een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de vraag en het behoud van (be)leefbare kernen. Ten aanzien van het wonen is daarnaast aangegeven dat dit bij voorkeur plaats dient te vinden in stedelijk gebied waarbij de nadruk ligt op inbreiden en herstructureren. Het is daarnaast van belang dat in elke kern kwalitatief en kwantitatief gebouwd wordt voor de behoefte. In Susteren is behoefte aan woningen in het segment levensloopbestendig. Plangebied Het voorliggende plan betreft een inbreidingslocatie in de kern Susteren, waarbij passende levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd voor onder meer de doelgroep senioren, die daar de komende jaren het meeste behoefte aan heeft. Het plan past daarmee binnen de doelstellingen voor het stedelijk gebied uit de structuurvisie. Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM, onderdeel Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025) Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is, zoals aangegeven, met name van toepassing op het buitengebied. Bij realisatie van woningen buiten de zogenaamde ‘rode contour’ (m.u.v. hergebruik van vrijkomende bebouwing), is het Limburgs Kwaliteitsmenu aan de orde.
Essentie hiervan is dat Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 16 -
Toelichting
de beoogde ontwikkelingen gepaard moeten gaan met landschappelijke kwaliteitsverbetering, natuurontwikkeling en ontstening. Dit ter compensatie van het door de ontwikkeling optredende d verlies aan omgevingskwaliteit. De beoogde ontwikkelingen moeten niet alleen zelf goed ingepast worden in het landschap en de landbouwstructuur, maar bovendien gepaard gaan met een ‘compensatie’ van het verlies aan omgevingskwaliteiten. Naast de realisatie van extra natuur en landschapselementen en het opruimen van ontsierende bouwwerken, worden óók mogelijkheden gezien voor bijdragen aan de realisatie van het gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan, recreatieve ontsluiting van de directe dorpsomgeving, herstel van cultuurhistorische waarden en dergelijke. In de Structuurvisie heeft de gemeente Echt-Susteren het LKM vertaald naar haar specifieke gemeentelijke situatie. Het gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM) omvat 18 modules en is van toepassing op vanuit ruimtelijk-functioneel oogpunt gezien niet-onaanvaardbare ruimtelijke ontwikkelingen die via een projectafwijking, wijziging of herziening van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Kenmerkend voor de bedoelde ontwikkelingen is dat het veelal nieuwe functies zijn die een nieuw ruimtebeslag leggen met daaraan verbonden specifieke ruimtelijke invloeden op de omgeving.
Het GKM is - net als het LKM - hoofdzakelijk van toepassing op het buitengebied, maar ook op nieuwe woningbouwontwikkelingen in de kernen waarbij geen sprake is van herstructurering of een rotte plek of directe bouwtitels. Middels een amendement (d.d. 18.01.2023) heeft de gemeenteraad van de gemeente Echt Susteren de financiële bijdrage voor binnenstedelijke ontwikkelingen geschrapt. Derhalve kan de GKM-bijdrage voor het onderhavige plan achterwege blijven.
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 17 -
Toelichting
3 Randvoorwaarden
d
3.1 Milieuaspecten 3.1.1 Bodem Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Plangebied Het voorliggende plan voorziet deels in de bestemmingswijziging van agrarische bedrijfsgronden naar de woonfunctie. Gelet op deze bestemmingswijziging naar een gevoelige functie dient inzicht te worden verkregen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit van deze gronden om te bepalen of deze geschikt zijn voor de woonfunctie. Voor de gronden waar geen functionele wijzigingen zijn voorzien hoeft geen bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Er is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd alsmede een PFAS-onderzoek. De resultaten van deze onderzoeken zijn in het navolgende aangegeven. Aelmans, ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Molenveldweg 6 Susteren’, separate bijlage 1a. Bodem en grondwater Uit de analyseresultaten van de ondergrond kan worden geconcludeerd dat geen van de onderzochte concentraties de achtergrondwaarden overschrijdt.
Bovengrond Uit de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in twee van de drie grondmengmonsters de concentraties cadmium en of PAK/zink de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex dan wel de interventiewaarden. Dit impliceert dat er sprake is van licht verontreinigde grond. In het derde grondmengmonsters overschrijden de concentraties kwik, minerale olie, PAK en zink de achtergrondwaarden. De concentratie zink overschrijdt de bodemindex, doch niet de interventiewaarden. Dit impliceert dat er sprake is van matig verontreinigde grond. Dit monster is uitgesplitst en separaat analytisch op lood onderzocht. Uit de uitsplitsing kan worden geconcludeerd dat geen van de onderzochte loodconcentraties nog de bodemindex dan wel de interventiewaarde overschrijdt. Er is nog maximaal sprake van één licht verhoogde concentratie lood. Ondergrond De hypothese ‘verdacht’ wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd. Echter de lichte verontreinigingen zijn van dien aard, dat ze geen belemmeringen veroorzaken voor de beoogde bestemmingsplanwijziging. Asbest Op basis van de bevindingen van het zintuiglijk bodemonderzoek en het analytisch asbestonderzoek dient de hypothese ‘onverdacht’ met betrekking tot asbest worden verworpen. Echter de lichte overschrijdingen zijn van dien aard, dat ze geen belemmeringen veroorzaken voor de beoogde bestemmingsplanwijziging.
Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 18 -
Toelichting
Resumerend kan gesteld worden, dat ondanks de licht verhoogde concentraties in de boven- en ondergrond, dit vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering vormt voor de voorgenomen d bestemmingsplanwijziging. Aelmans, ‘Aanvullend PFAS-onderzoek Molenveldweg 6 te Susteren’, separate bijlage 1b. Uit de resultaten van het PFAS-onderzoek blijkt dat diverse licht verhoogde concentraties PFAS worden aangetroffen. De aangetroffen overschrijdingen zijn dermate marginaal, dat deze geen belemmeringen opleveren voor de beoogde bestemmingswijziging. De planontwikkeling voldoet aan de wettelijke eisen met betrekking tot de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 3.1.2 Geluid Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai.
Voor andere geluidbronnen bestaan geen wettelijke kaders. Andere geluidbronnen kunnen wel noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Plangebied De navolgende aspecten zijn ten aanzien van dit plangebied aan de orde. Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs wegen geluidzones. Deze zijn geregeld in artikel 74 van de wet geluidhinder. In buitenstedelijk gebied geldt voor wegen, bestaande uit vijf of meer rijstroken een onderzoekszone van 600 meter, voor drie of vier rijstroken een onderzoekszone van 400 meter en voor wegen bestaande uit één of twee rijstroken een onderzoekszone van 250 meter, gemeten vanuit de as van de weg. Binnen de zone moet in het geval van een nieuwe situatie met een geluidgevoelige bestemming onderzoek worden verricht naar de optredende geluidsbelasting. Een aantal wegen heeft geen zone, te weten: - wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; - wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Er zijn geen wegen in de omgeving van het plangebied gelegen waarvan de onderzoekszone reikt tot in het plangebied. Spoorweglawaai In het plangebied en in de directe omgeving daarvan zijn geen spoorwegen gelegen. Spoorweglawaai is hier niet aan de orde.
Industrielawaai In het plangebied en in de directe omgeving daarvan zijn geen industrieën gelegen waarvan de geluidcontour reikt tot in het plangebied. Industrielawaai is hier niet aan de orde. Bedrijven en milieuzonering (aspect geluid) Naast de aan de Wet geluidhinder is het bij ruimtelijke ontwikkelingen van belang dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Een algemeen geaccepteerd instrument waarmee dit beoordeeld kan worden is de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Bestemmingsplan Molenveldweg 6 Susteren Gemeente Echt-Susteren
- pagina 19 -
Toelichting
Milieuzonering’ (editie 2009). Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van (bedrijfs)bestemmingen ten opzichte van d geluidgevoelige bestemmingen. Hiermee kan worden bepaald of de beoogde bestemming in lijn is met een goede ruimtelijke ordening. Bedrijfsactiviteiten die hinder kunnen vormen voor omliggende woningen zijn opgenomen in de bedrijvenlijst van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Per bedrijfsactiviteit wordt de milieucategorie aangegeven. Deze milieucategorie verwijst naar de afstand die aangehouden moet worden tot woningen in een rustige woonwijk. Deze afstand verschilt van 10 m tot 400 m. Algemeen worden bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en categorie 2 (lichte bedrijvigheid) goed inpasbaar geacht in een woonwijk. Onderzoek ‘goede ruimtelijke ordening’ Het aspect geluid in de zin van een ’goede ruimtelijke ordening’ is onderzocht en verwoord in de navolgende onderzoeksrapportage. Spider Monkey Consultancy, ‘Akoestisch onderzoek Stedenbouwkundig plan Molenveldstraat in Susteren’, separate bijlage 2. De goede ruimtelijke ordening, onder artikel 3.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), vereist dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Als er ruimtelijk relevante bestemmingen en/of geluidbronnen aanwezig zijn, die niet of niet in samenhang met andere geluidbronnen in wetgeving zoals de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer zijn geregeld, dan dient in het kader van de Wro toch een akoestische afweging gemaakt worden. In dit kader zijn beschouwd: het aan- en afrijden met personenauto’s op de nieuwe insteekweg en het aan- en afrijden over de openbare weg, de Molenveldweg (“verkeersaantrekkende werking”). Maatregelen Om tegemoet te komen aan de streefwaarden voor een goed woon- en leefklimaat, dienen maatregelen te worden getroffen. De geluidmaatregelen die noodzakelijk worden geacht voor de verkeersbewegingen binnen het plangebied en het gebruik van de garageboxen zijn als volgt: 1. Maatregel aan de bron. De insteekweg dient over een lengte van 26 meter, gemeten vanaf de rand van de Molenveldweg tot einde scherm 2 (zie verder bij overdrachtsmaatregelen), uitgevoerd te worden als asfaltweg, dus met een wegdek van dicht asfalt beton (dab). Dit betreft een oppervlak van 26 x 5,4 = 140,4 m². 2. Overdrachtsmaatregelen. Op de onderstaande plekken in het plangebied dienen geluidschermen te worden gerealiseerd.