Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Landgoed De Bongerd Toelichting 17 April 2025
Klement Rentmeesters. Liefde voor monumenten en landgoederen.
Bestemmingsplan Landgoed De Bongerd Toelichting Rijksweg 4
NL.IMRO.1711.BP20230091-VG01
6271 AE Gulpen
Vastgesteld
Nieuwe Waalreseweg 189 Opdrachtgever
Opgesteld door
Datum
Dhr. F.P.W.M. Omloo
Ralf Buelens
17 april 2025
Dorpsstraat 5 6261 NH Mheer T. 06-15254767
5552 EJ Valkenswaard
Gecontroleerd door
043 – 32 33 511
Giel Leunissen
info@klement2.com www.klement2.com
Inhoudsopgave 1
2
3
4
INLEIDING ...................................................................................................................................................... 1 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................................. 1
1.2
Ligging plangebied............................................................................................................................... 1
1.3
Vigerend planologisch kader .............................................................................................................. 2
1.4
Procedure ............................................................................................................................................. 4
1.5
Leeswijzer ............................................................................................................................................. 4
PLANBESCHRIJVING ...................................................................................................................................... 5 2.1
Historie .................................................................................................................................................. 5
2.2
Bestaande situatie ............................................................................................................................... 6
2.3
Toekomstige situatie ......................................................................................................................... 10
BELEID .......................................................................................................................................................... 15 3.1
Rijksbeleid ........................................................................................................................................... 15
3.2
Provinciaal beleid ............................................................................................................................... 18
3.3
Regionaal beleid ................................................................................................................................. 22
3.4
Gemeentelijk beleid........................................................................................................................... 23
OMGEVINGSASPECTEN .............................................................................................................................. 25 4.1
Archeologie en Cultuurhistorie ........................................................................................................ 25
4.1.1 Archeologie ........................................................................................................................................ 25 4.1.2. Cultuurhistorie .................................................................................................................................. 26
5
6
4.2
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................................ 28
4.3
Bodem ................................................................................................................................................. 30
4.4
Natuur ................................................................................................................................................. 31
4.5
Externe veiligheid .............................................................................................................................. 35
4.6
Geluid .................................................................................................................................................. 39
4.7
Luchtkwaliteit ..................................................................................................................................... 40
4.8
Verkeer ................................................................................................................................................ 42
4.9
Water ................................................................................................................................................... 43
4.10
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................ 47
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ............................................................................................................... 49 5.1
Planbeschrijving ................................................................................................................................. 49
5.2
Regels .................................................................................................................................................. 49
UITVOERBAARHEID ..................................................................................................................................... 53 6.1
Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................................... 53
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................. 53
BIJLAGEN 1. Landschapsplan 2. Archeologisch onderzoek 3. Bodemonderzoek 4. Ecologische quickscan 5. Berekening stikstofdepositie 6. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 7. Omgevingsdialoog
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om ten zuiden van Echt een aantal agrarische percelen om te vormen naar een nieuw agrarisch landgoed, Landgoed de Bongerd. De agrarische functie van de gronden wordt met voorliggend initiatief nieuw elan ingeblazen. Er wordt een voedselbos als agrarisch systeem aangelegd. Daarbij wordt aangesloten bij de kleinschaligheid van het landschap. Als onderdeel van het landgoed wordt er een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken, een schuur en een kas gerealiseerd. Voor de ontwikkeling van het landgoed is een principeverzoek aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren heeft bij brief van 20 juli 2020 aangegeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan het initiatief. Op 11 maart 2022 is een tweede principeverzoek aangevraagd om twee woningen in plaats van één te mogen realiseren op het landgoed. In de brief van 19 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van EchtSusteren aangegeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan twee woningen. Naar aanleiding van een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan van de Provincie Limburg is de tweede woning komen te vervallen. Het initiatief past niet binnen het geldende juridisch planologisch kader. Door middel van een nieuw bestemmingsplan wordt het initiatief juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet hier in.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen ten zuiden van Echt, tussen de stedelijke bebouwing en de weg Ophoven. Op afbeelding 1.1 is een luchtfoto weergegeven. Met rood is het plangebied aangegeven.
1
A2 Echt
Ophoven
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied
Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de weg Ophoven, aan de west- en oostzijde door aangrenzende akkers en aan de noordzijde door de stedelijke bebouwing van Echt. Het betreft de volgende kadastrale percelen, allen bekend onder de kadastrale gemeente Echt; sectie AC, nummers 885, 886, 903, 904, 559, 571, 572, 573, 574, 575, 576, 577, 579, 1040, 1088, 1089, 1194 en 1195. Sectie M nummers 1059, 1060, 1061, 1062, 1073 en 1074.
1.3
Vigerend planologisch kader
Vigerende bestemmingsplannen Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2017; 2. Bestemmingsplan ‘De Loop 2012, 1e herziening’ vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2016; 3. Bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ vastgesteld door de gemeenteraad op 22 september 2016; 4. Facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ vastgesteld door de gemeenteraad op 6 november 2019.
2
Bestemmingsplan Buitengebied Voor het overgrote deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied. Aan de gronden zijn de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ en ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ toegekend. Hier zijn agrarische activiteiten toegestaan, met behoud waarden. Voor een deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' ten behoeve van het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de grond. Voor de zuidwestelijke gronden geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol ensemble', ten behoeve van het behoud en de bescherming van de waarde van het ensemble van Ophoven. Tevens geldt voor gronden langs de Molenbeek de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen' voor het beheer en het onderhoud van de aangrenzende waterloop, alsmede voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van ecologische waarden van de waterloop. De gronden ten westen van de Molenbeek vallen binnen de gebiedsaanduiding ‘zone ecologische hoofdstructuur’ en maken onderdeel uit van de Groenblauwe mantel. Ter plaatse van de aanduiding 'recontstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn intensieve veehouderijen niet toegestaan. Bestemmingsplan ‘De Loop 2012, 1e herziening Voor een klein deel, aan de noordzijde, van het plangebied, geldt het bestemmingsplan ‘De Loop 2012, 1e herziening.
Aan de gronden is de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ toegekend. Hier zijn agrarische activiteiten toegestaan, met behoud van de waarden. Ten behoeve van het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de grond geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Ter bescherming van de bodem is een ‘milieuzone - bodembeschermingsgebied' opgenomen. Vanwege het naastgelegen bedrijventerrein is een ‘geluidzone – industrie’ toegekend. Binnen deze geluidzone zijn geen nieuwe woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen toegestaan. Bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren Het plangebied is eveneens gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’, vastgesteld op 22 september 2016. Op grond van dit bestemmingsplan ligt op een gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie’ ten behoeve van de instandhouding en versterking van ter plaatse aanwezige cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen, patronen en gebieden. Daarnaast is voor het ensemble Ophoven een specifieke aanduiding opgenomen waaraan een beschrijving van het ensemble is gekoppeld. Facetbestemmigsplan Deregulering Dit bestemmingsplan is opgesteld nadat regelmatig belemmeringen werden ervaren en geconstateerd bij het toetsen van initiatieven en bouwplannen.
Het facetbestemmingsplan wijzigt deels de regels van de vigerende bestemmingsplannen die binnen het plangebied van het facetbestemmingsplan zijn gelegen. De regels van ‘Facetbestemmingsplan Deregulering’ worden overgenomen in de regels van onderhavig bestemmingsplan.
3
Strijdigheid Binnen de huidige agrarische bestemmingen is het niet mogelijk om een bedrijfswoning toe te voegen. Daarnaast ontbreekt er een bouwvlak ter plaatse van de nieuwe schuur en de kas. Hierdoor kunnen deze bouwwerken niet worden opgericht.
1.4
Procedure
Voordat dit bestemmingsplan rechtskracht verkrijgt dient de procedure te zijn doorlopen, zoals vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voor advies voorgelegd aan relevante overlegpartners zoals Provincie Limburg en het Waterschap Limburg. Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. De ingediende zienswijzen worden afgewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ook ter inzage gelegd. Gedurende deze terinzagelegging kan door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Raad van State.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 staat de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor het initiatief. Hierbij wordt ingegaan op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt het initiatief in hoofdstuk 4 getoetst aan relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de juridische planbeschrijving beschreven. Tot slot volgt in hoofdstuk 6 een beschrijving van de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
4
2
PLANBESCHRIJVING
2.1
Historie
De vroegste vermelding van Echt in historische bronnen dateert uit de 10de eeuw, toen Uilla Ethi genaamd. Waarschijnlijk heeft het dorp zich rond een vroegmiddeleeuws hof ontwikkeld. De kern was omgeven door een gracht, en wal en gedurende een periode ook met een muur met poorten. Het plangebied ligt in het agrarische buitengebied, circa 150-200 m ten zuidwesten van de historische dorpskern. Op afbeelding 2.1 is een kaart uit 1804-1805 weergegeven. Met rood is de locatie van het plangebied aangegeven.
Afbeelding 2.1: Historische kaart omstreeks 1804-1805
Op afbeelding 2.1 is te zien dat het plangebied onbebouwd is. Het is hoofdzakelijk in gebruik als weien bouwland. De Echtermolenbeek stroomt door het plangebied. De naam is te herleiden naar de Echter Molen uit omstreeks 1300, die circa 700 m ten noorden van het plangebied heeft gestaan. De weg tussen Ophoven en Echt ten zuiden van het plangebied is reeds aanwezig. Gedurende de 19e en eerste gedeelte van de 20e eeuw verandert er weinig aan deze inrichting. Tijdens het interbellum werd er een tramlijn aangelegd. Het betreft de tramlijn tussen Roermond en Maaseik. Verder blijft het plangebied ook gedurende de 20e eeuw onbebouwd. De tramlijn is rond 1965 buiten gebruik geraakt. Sindsdien is het tracé in gebruik als wandelpad.
5
2.2
Bestaande situatie
Het gebied kenmerkt zich door een kleinschalige verkaveling. Het lijkt een vergeten stukje agrarisch gebied tussen de zuidrand van Echt en de weg naar Ophoven. De beplante restanten van twee voormalige trambanen, de Molenbeek en de opvallende hoeveelheid kavelrandbeplanting geven dit gebied een bijzondere uitstraling. Centraal ligt een oude hoogstamboomgaard. Op afbeelding 2.2 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergegeven.
6
2 7
5 3
1
4
Afbeelding 2.2: Luchtfoto bestaande situatie
De percelen liggen gegroepeerd rond de Molenbeek. De Molenbeek is met blauwe lijn op afbeelding 2.2 aangegeven. Het is een gegraven beek die door de inwoners van Echt gegraven is om water door Echt te laten stromen. Zo konden onder andere een paar watermolens functioneren. De Molenbeek volgt het spoor van een restgeul van de Maas in de ondergrond vanaf de Geleenbeek ten zuiden van Ophoven, richting Echt. Vanuit Echt vervolgt de beek zijn loop in noordwestelijke richting onder het Julianakanaal door om vervolgens uit te monden in de Oude Maas.
6
Afbeelding 2.3: Foto’s van de Molenbeek
Naast de Molenbeek is een ander belangrijk landschapselement in dit gebied, het tracé van de oude trambaan. Het tracé is met oranje lijn op afbeelding 2.2 aangegeven. De trambaan werd in 1922 aangelegd en was hoofdzakelijk voor het goederenvervoer bestemd. In 1924 kwam er vanuit BuchtenGrevenbicht een zuidelijke tak bij. Later werd de tram ook gebruikt voor personenvervoer. Echter, dit werd in 1938 weer gestaakt. Tot 1964 heeft de pannenfabriek De Valk een gedeelte van het tracé nog gebruikt voor het vervoer van klei vanuit de Doort en het gebied ten noordwesten hiervan.
Afbeelding 2.4: Foto’s van het tracé van de oude trambaan
De gronden ten westen van de oude trambaan (nummer 1 en 2 op afbeelding 2.2) zijn gedeeltelijk afgegraven ten behoeve van de kleiwinning. Het gebied ligt dan ook duidelijk lager dan de rest van het plangebied. Deze gronden zijn droger door het drainerende effect van de grind/zandlaag onder een relatief dunne laag teelaarde in combinatie met lage grondwaterstanden. De gronden zijn in gebruik als grasland en worden extensief beheerd. Het perceel tussen de oude trambaan en de Molenbeek (nummer 3 op afbeelding 2.2) is in gebruik als weiland. De percelen zijn voorzien van kavelrand beplanting die bestaat uit verschillende soorten inheemse bomen en struiken. Deze kavelrandbeplanting geeft het gebied een prettige kleinschaligheid. Daarnaast is de kavelrandbeplanting waardevol voor veel diersoorten.
7
Afbeelding 2.5: Foto’s van de gronden ten westen van de oude trambaan
Bij de percelen ten zuiden van de Molenbeek (nummer 4 op afbeelding 2.2) is goed te zien dat de grond naar het zuiden toe steeds hoger en droger wordt. Deze percelen zijn reeds langdurig in gebruik als akker. Op dit moment zijn ze in gebruik als maisakker.
Afbeelding 2.6: Foto’s van de maisakkers ten zuiden van de Molenbeek
In het midden van het plangebied (nummer 5 op afbeelding 2.2) ligt een oude boomgaard met diverse soorten fruit- en notenbomen van verschillende leeftijden. Enkele bomen zijn dood of verkeren in een slechte staat. De aanwezige perenbomen zijn meer dan 100 jaar oud. De boomgaard is omgeven door struweel. De oude boomgaard is het hart van het landgoed. Er is een nestkast voor een steenuil aanwezig en de boomgaard wordt extensief begraasd door schapen. Een sober oud hek vormt de toegang tot de boomgaard vanaf de veldweg.
8
Afbeelding 2.7: Foto’s van de boomgaard
De percelen ten noordoosten van de Molenbeek (nummer 6 op afbeelding 2.2) zijn reeds langdurig in gebruik als akker. Op dit moment zijn ze in gebruik als maisakker. De percelen worden aan de zuidkant begrensd door de Molenbeek en aan de noordkant door het voormalig tracé van de trambaan. Perceel met nummer 7 op afbeelding 2.1 is ingericht als paardenwei. Aan de zuidzijde grenzen de percelen aan de weg naar Ophoven, een smalle oude weg voorzien van laanbeplanting. Vanaf het punt waar de Molenbeek het dichtst bij de weg ligt, is tussen de bomen door de kerktoren van de Landricuskerk in Echt zichtbaar. Via wandelpaden worden de noordelijke percelen ontsloten. Deze wegen en paden zijn zandwegen. De paden en wegen in het gebied worden door recreanten gebruikt als wandelknooppunt. Ze zijn een onderdeel van een regionaal netwerk van wandelpaden die aan elkaar zijn gekoppeld.
9
2.3
Toekomstige situatie
Er wordt een agrarisch landgoed gerealiseerd met veel aandacht voor het landschap en de natuurwaarden van de omgeving. De agrarische functie van de gronden wordt met voorliggend initiatief nieuw elan ingeblazen. Er wordt een voedselbos als agrarisch systeem aangelegd. Hierbij wordt aangesloten bij de kleinschaligheid van het landschap. Het landgoed bestaat uit agrarische graslanden en akkers, voedselbossen inclusief notenakkers, een boomgaard, wandelpaden, een bedrijfswoning, een schuur en een kas ten behoeve van de agrarische activiteiten. Voor het initiatief is een landschapsplan opgesteld. Dit landschapsplan is als bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. Op afbeelding 2.8 is de nieuwe inrichting van het landgoed weergegeven.
Afbeelding 2.8: Inrichting van het landgoed
Agrarisch grasland De gronden ten westen van de vroegere trambaan ligger lager vanwege de afgraving ten behoeve van de kleiwinning. Deze gronden blijven dan ook in gebruik als natuurlijk grasland. De kavelrand beplanting die bestaat uit verschillende soorten inheemse bomen en struiken blijft behouden.
10
Hierdoor behoudt het gebied zijn kleinschaligheid en blijft de waardevolle beplanting behouden voor veel diersoorten. Het plaatsen van zonnepanelen op het maaiveld is hier niet toegestaan. De ecologische waarde van het gebied wordt hierdoor niet aangetast. Voedselbos Een voedselbosbouw is een nieuwe, integrale vorm van landgebruik. Het betreft een gelaagd ecosysteem, gericht op duurzame voedselproductie. Het bestaat uit bomen, struiken, gewassen, bodembedekkers, planten en schimmels. Een voedselbos is een bewezen aanjager van de biodiversiteit. De ontwikkeling van een voedselbos heeft bovendien een gunstig effect op de waterkwaliteit en biodiversiteit in de omgeving en de Molenbeek in het bijzonder omdat er bij een voedselbos geen gebruik gemaakt wordt van bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Dit in tegenstelling tot de huidige traditionele landbouw. De percelen die worden ingericht als voedselbos hebben de tijd nodig om zich te ontwikkelen. Net als bij andere houtige beplanting duurt het even tot het beoogde beeld bereikt is. Daarnaast geschiedt de aanplant van het voedselbos in fases. De aanplant zal in een eerste fase starten met pioniers. Dit zijn planten die als wegbereiders functioneren voor de meer veeleisende plantensoorten. Na ongeveer vier jaar komt de tweede fase. Dan worden de opbrengst genererende soorten toegevoegd. Niet alle gewassen zullen aanslaan.
Daarom is nu nog niet exact aan te geven waar de voedselbos percelen uit bestaan. De dichtere voedselbosvlakken worden afgewisseld met meer open notenakkers. Deze percelen bevatten verschillende soorten notenbomen (tamme kastanje, walnoot en eventueel ook amandelbomen) in een lage dichtheid en een willekeurig patroon. Onder de notenbomen zal een vorm van zeer extensieve akkerbouw kunnen plaatsvinden. De eerste drie jaar bestaat de ondergroei voornamelijk uit klaversoorten als groenbemesters. In latere instantie kan geëxperimenteerd worden met graansoorten en haver. Voor de bomen van de notenakkers geldt dat zij hoog worden opgesnoeid. Zo blijft er voldoende licht beschikbaar, is de toegankelijkheid met (klein) materieel handiger en blijft het doorzicht beter behouden. Deze notenakkers, zorgen voor een zachte overgang van respectievelijk de bebouwing van Echt naar het landgoed. Aan de zuidzijde geeft dit een mooie overgang van het voedselbos naar de openheid van het Hamveld. Het voedselbos zal gaan voorzien in een breed palet aan fruit en noten. Denk daarbij aan appels, peren, kersen, abrikozen, perziken, bessen, frambozen bramen, tamme kastanjes, walnoten en amandelen. Per categorie worden verschillende soorten en ondersoorten toegepast.
Het doel is tweeledig, enerzijds een spreiding van het biologische risico en anderzijds kan zo een breed scala van smaken en kleuren worden geboden. Met het voedselbos gaan er verse en geconserveerde producten worden geproduceerd. De producten worden op het landgoed verwerkt, geconserveerd, opgeslagen en van hieruit gedistribueerd. Deze functies worden ondergebracht in het bedrijfsgebouw van het landgoed. De bijbehorende afzetkanalen zullen gaande de ontwikkeling van de voedselproductie verder worden ontwikkeld. Het plaatsen van zonnepanelen op het maaiveld is niet toegestaan in het voedselbos.
11
Boomgaard De oude boomgaard vormt het hart van het landgoed. De boomgaard is oud. De perenbomen zijn naar schatting 100 jaar oud. Maar het is zichtbaar dat veel bomen het eind van hun levensduur bereikt hebben. Op termijn wordt de huidige boomgaard vernieuwd en uitgebreid. Via de nieuwe verbinding naar de weg naar Ophoven komt de boomgaard aan de as van het landgoed te liggen. Hiermee wordt de verbinding met de Molenbeek versterkt. Wandelpaden Centraal op het landgoed wordt een pad toegevoegd dat de boomgaard met de Molenbeek en weg naar Ophoven verbindt en aansluit bij de bestaande wandelpaden. Op deze manier is het landgoed verbonden met Echt en ontstaat er letterlijk ruimte voor een positieve interactie tussen het landgoed en de omwonenden. Het pad wordt richting de weg naar Ophoven begeleid door een fraaie rij bomen. Deze bomenrij bestaat uit grote bomen die passen in het landschap en het pad de sfeer van een oprijlaan mee kunnen geven. Het pad wordt uitgevoerd in halfverharding. Verder wordt gebruik gemaakt van de bestaande padenstructuur. De padenstructuur is op afbeelding 2.10 aangegeven met een lichtrode kleur. Het landgoed is voor wandelaars te bereiken via de brug over de Molenbeek ter hoogte van de overgang van de Lindestraat in de Palmbrugweg ten noordoosten van het plangebied. Het pad wordt vervolgd tot aan het bruggenhoofd op het verhoogde oude tramtracé.
Hier buigt het pad af naar het westen tot aan de boomgaard. Ter plaatse van de boomgaard wordt aangesloten op het nieuwe pad. De wandelroute via de oude trambaan (Palmbruggerveldweg) blijft bestaan. Via dit pad kan de wandelroute langs de Molenbeek richting Ophoven worden vervolgd. Bebouwing De nieuwe bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken, een schuur (bedrijfsgebouw) en een kas. De bebouwing wordt geclusterd en vormt een ensemble aan de rand van het voedselbos. Het ligt op ruime afstand van de weg naar Ophoven. De bouw van de bedrijfswoning versterkt de herkenbaarheid van het landgoed als entiteit. De schuur ligt verscholen aan de rand van het voedselbos. De bebouwing kan worden voorzien van zonnepanelen. Een licht onregelmatige bomenrij markeert de locatie van de bebouwing, zowel aan de zijde van de weg naar Ophoven, als aan de zijde van de Molenbeek. De bomenrij begeleidt niet alleen op subtiele wijze de blik naar de bebouwing, zij zorgt tevens voor verankering en verzachting van het beeld. De bedrijfswoning krijgt een eigentijds, duurzaam en subtiel karakter. Het krijgt een zeker lichtheid, door het niet op de bodem te plaatsen maar op palen. Hierdoor lijkt het enigszins boven het landschap te zweven. Een vlonderpad vormt de toegang tot de bedrijfswoning.
Dit vlonderpad is ook boven het maaiveld uitgetild, gelijk aan de begane grond van de bedrijfswoning. Zo ontstaat er een architectonische eenheid. Op afbeelding 2.9 is een visualisatie van de nieuwe bedrijfswoning met vlonderpad weergegeven. Zwevend boven het landschap.
12
Afbeelding 2.9: Visualisatie toekomstige bedrijfswoning
Ten dienste van het voedselbos wordt een schuur (bedrijfsgebouw) en een kas gerealiseerd. Het bedrijfsgebouw zal worden gebruikt ten behoeve van opslag van materiaal en voor het stallen van voertuigen. Daarnaast worden er producten (fruit en andere vruchten) gereinigd, verwerkt, geconserveerd, gedroogd, opgeslagen, verpakt en van hieruit gedistribueerd. Het betreft alleen de verwerking van producten die ook op het landgoed worden geproduceerd. De distributie vindt plaats vanuit het bedrijfsgebouw. De producten worden tevens via het internet verkocht waarbij het klantcontact digitaal verloopt en de verzending per post geschiedt. Dagelijks zal een pakketdienst de betreffende bestellingen komen ophalen. Verder worden in het bedrijfsgebouw installaties geïnstalleerd die ten dienste staan van de bedrijfswoning en zal het bedrijfsgebouw worden voorzien van een schaftruimte annex kantoor inclusief sanitaire voorzieningen. Het gebouw wordt conventioneel gefundeerd. De gevels worden uitgevoerd in houten gevelbeplating. Ter ondersteuning van het voedselbos, maar ook van éénjarige aanplant is een glazen kas voorzien. Relaties en zichtlijnen Tussen de verdichtende elementen door (voedselbos percelen en bebouwing) zijn ruime zichtlijnen vanaf de weg Ophoven tot aan de Molenbeek gecreëerd. Dit versterkt de leesbaarheid van het landschap terwijl het voedselbos zich ontwikkelt.
De zichtlijnen naar de beek structureren het ruimtelijke patroon van het landschap. Naast deze zichtlijnen naar de beek is een extra zichtlijn gecreëerd waarmee het zicht op de Landricus kerktoren vanaf de weg Ophoven behouden blijft. Deze zichtlijn geeft extra lucht en ruimte in het landgoed en ondersteunt het kleinschalige karakter. Wandelend over het landgoed zijn er, dankzij de diverse zichtlijnen, verschillende doorkijkjes naar onder meer de beek. Op afbeelding 2.10 is een vogelvlucht van het landgoed weergegeven. Hier zijn de relaties en zichtlijnen op aangegeven.
13
Afbeelding 2.10: Vogelvlucht: relaties en zichtlijnen
14
3
BELEID
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Beoordeling Op rijksniveau is geen specifiek beleid vastgesteld ten aanzien van landgoederen. Voorliggend initiatief betreft een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen in het geding zijn.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt een vertaling van de planologische rijksbelangen uit de SVIR in instructieregels voor provincies en gemeenten. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en bewerkstelligen dat nationale
15
ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau in bestemmingsplannen te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op ondermeer het kustfundament, de grote rivieren, de ecologische hoofdstructuur en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Relevante regels Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen een radarverstoringsgebied van het radarstation Volkel. In een gebied rondom een radarstation moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom een radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In onderhavig radarverstoringsgebied is de maximale hoogte gesteld op 114 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. De maximaal toegestane bouwhoogtes vanuit de radarverstoringsgebieden vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat een uitwerking van bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het Bro is onder meer het volgende opgenomen: •
de verplichting om ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur digitaal ('electronisch') beschikbaar te stellen. Alle ruimtelijke plannen zijn te vinden op ruimtelijkeplannen.nl. Er is overgangsrecht opgenomen in het Bro;
•
de vormgeving en inrichting van ruimtelijke plannen en dergelijke;
•
gedetailleerde bepalingen over de inhoud van een bestemmingsplan;
•
overgangsrecht voor bestaande gebouwen, bouwwerken of bestaand gebruik;
•
de procedure voor het afhandelen van een planschadeverzoek;
•
bepalingen over het exploitatieplan en subsidieregelingen.
16
Relevante regels In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2). De Ladder is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het doel van de ladder is een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Wanneer een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt dient het initiatief te worden getoetst aan de ladder. De ladder heeft betrekking op ontwikkeling van woningbouw, kantoren, bedrijven, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Beoordeling Met voorliggend initiatief wordt de agrarische functie nieuw elan ingeblazen. De bestaande agrarische percelen worden omgevormd naar een nieuw agrarisch landgoed. De agrarische functie wordt niet gewijzigd. Hierdoor is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarnaast wordt er één bedrijfswoning toegevoegd.
Gelet op de uitspraak van de Raad van State op 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) kan worden geconcludeerd dat het initiatief te klein is om te spreken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Deze uitspraak gaat over een woningbouwproject van 11 woningen. Hierbij oordeelde de Raad van State dat een dergelijke kleinschalige ontwikkeling niet gezien kan worden als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro. Omdat het initiatief niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling hoeft niet te worden getoetst aan de ladder.
3.1.4 Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie.
17
In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan is opgenomen in paragraaf 4.10.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) is 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. De Omgevingsvisie Limburg richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook de aspecten gezondheid, veiligheid en gezonde leefomgeving zijn in de Omgevingsvisie meegenomen. Op de bij het POVI behorende kaart ‘Limburgse principes’ is het onderhavige plangebied grotendeels aangeduid als ‘Buitengebied’. De gronden in het westen van het plangebied zijn aangeduid als ‘Groenblauwe mantel’. Op afbeelding 3.1 is een uitsnede van de deze kaart weergegeven. Met rood is de locatie van het plangebied aangegeven.
Afbeelding 3.1: Uitsnede kaart ‘Limburgse principes’
18
Buitengebied Het buitengebied biedt de meeste ruimte voor land- en tuinbouw en vrijetijdseconomie. Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. In deze zone is het beleid gericht op terugdringen milieubelasting vanuit landbouw, facilitering landschap en cultuurhistorie en ontwikkeling van de landbouw. De gronden worden ingericht als een nieuw agrarisch landgoed. Er worden graslanden, voedselbossen, notenakkers en een boomgaard voorzien. Daarnaast wordt er nieuwe bebouwing toegevoegd dat een ensemble vormt aan de rand van het voedselbos. Met de ontwikkeling van het landgoed wordt er kwaliteit toegevoegd aan het huidige landschap. Er is rekening gehouden met de (cultuurhistorische) waarden van het gebied. De ontwikkeling van een voedselbos heeft bovendien een gunstig effect op de waterkwaliteit en biodiversiteit in de omgeving en de Molenbeek in het bijzonder omdat er bij een voedselbos geen gebruik gemaakt wordt van bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Dit in tegenstelling tot de huidige traditionele landbouw. De nieuwe bebouwing wordt geclusterd en vormt een ensemble aan de rand van het voedselbos.
Gelet hierop sluit het initiatief aan op de uitgangspunten die gelden voor het buitengebied. Groenblauwe mantel De gebieden van de groenblauwe mantel hebben vaak een functie als buffer rond en verbindingszones tussen bestaande natuurgebieden. Het betreft gebieden met overwegend (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinschalige landschapselementen en waterlopen. In de Groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige omgevingskwaliteiten. De gronden ten westen van de vroegere trambaan blijven in gebruik als grasland. Ze zijn voorzien van kavelrand beplanting die bestaat uit verschillende soorten inheemse bomen en struiken. De huidige vegetatie en kavelrandbeplanting blijft met voorliggend initiatief behouden. Ook de bestaande boomgaard blijft behouden. Deze wordt op termijn vernieuwd en uitgebreid. De aanwezige omgevingskwaliteiten ter plaatse van de aanduiding Groenblauwe mantel worden met voorliggend initiatief niet aangetast.
3.2.2 Omgevingsverordening Op 1 januari 2024 is de 'Omgevingsverordening Limburg' in werking getreden. Hierin staan de (instructie)regels die het omgevingsbeleid van de Omgevingsvisie Limburg juridische binding geven. Onderstaand wordt ingegaan op de voor het plangebied van belang zijnde aspecten. Relevante regels
19
Groenblauwe mantel De gronden ten westen van de Molenbeek zijn aangeduid als ‘Groenblauwe mantel’. De kernkwaliteiten in de ‘Groenblauwe mantel’ zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed, het reliëf, ruimte voor water en waterberging. De motivering bij een plan dat betrekking heeft op een gebied in de ‘Groenblauwe mantel’ beschrijft: a. de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel; b. de waarde van het plangebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg in het bijzonder met het oog op de impact voor de in het aanwijzingsbesluit aangewezen habitattypen en soorten in de Natura 2000 -gebieden (inclusief Natura 2000-gebieden ondergrondse kalksteengroeven) en overige bedreigde soorten die er hun leefgebied hebben; c.
de waarde van het plangebied met het oog op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg;
d. de waarde van het plangebied voor het bieden van ruimte voor water en als waterberging in laagten en beekdal en e. de wijze waarop rekening is gehouden met de waarden onder a tot en met d; f.
hoe op gebiedsniveau per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt van de waarden onder a tot en met d.
g. hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De gronden ten westen van de voormalige trambaan zijn voorzien van kavelrand beplanting die bestaat uit verschillende soorten inheemse bomen en struiken. Deze kavelrandbeplanting geeft het gebied een prettige kleinschaligheid. Daarnaast is de kavelrandbeplanting waardevol voor veel diersoorten. De huidige vegetatie en kavelrandbeplanting wordt met voorliggend initiatief niet aangetast, waardoor de landschappelijke waarden behouden blijven. Tussen de voormalige trambaan en de Molenbeek ligt een boomgaard. De boomgaard bestaat uit diverse soorten fruit- en notenbomen van verschillende leeftijden. Hier staan onder andere een aantal oude perenbomen. De boomgaard is oud. Het is zichtbaar dat veel bomen het eind van hun levensduur bereikt hebben. Hierdoor wordt de boomgaard op termijn vernieuwd en uitgebreid. De landschappelijke waarden blijven hierdoor behouden. De gronden met de aanduiding ‘Groenblauwe mantel’ hebben in, overeenkomstig met het vigerend bestemmingsplan, in voorliggend bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden' toegekend gekregen.
Binnen deze bestemming zijn voldoende waarborgen opgenomen voor behoud van de aanwezige landschappelijke waarden, de aanwezige cultuurhistorische waarden en van bestaande natuurwaarden, ruimte voor water en waterberging, al dan niet in combinatie met het agrarisch gebruik. Beschermingsgebieden Aan het plangebied is de aanduiding ‘Roerdalslenk’ toegekend. De boringsvrije zone Roerdalslenk is onderverdeeld in vier deelzones. Deze onderverdeling is gemaakt omdat de kleilaag niet in iedere deelzone even diep is. In het geval dat er een boring of andere ingreep in de bodem plaatsvindt in de Roerdalslenk is het dus afhankelijk van de diepte van de kleilaag tot hoe diep dat is toegestaan.
20
Voor het plangebied geldt deelzone Roerdalslenk I. Binnen de deelzone Roerdalslenk I mag geen boorput of bodemenergiesysteem worden gerealiseerd dieper dan 20 meter beneden het maaiveld. Om dit te borgen is een artikel in de planregels van dit bestemmingsplan opgenomen. Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c.
over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;
d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Het plan voldoet aan de van toepassing zijnde inhoudelijke thema’s zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie. Zie hiervoor paragraaf 3.2.1. Het plan voldoet aan de vastgestelde Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025. Zie hiervoor paragraaf 3.3. De gemeente Echt-Susteren zal ervoor zorgdragen dat het plan wordt opgenomen in de regionale Woonmonitor. De bedrijfswoning wordt binnen 5 jaar na vaststelling van voorliggend bestemmingsplan gerealiseerd. Hier zijn afspraken over gemaakt en vastgelegd in de anterieure-exploitatieovereenkomst die gesloten is tussen de gemeente Echt-Susteren en de initiatiefnemer.
Klimaatadaptatie In de verordening opgenomen dat een plan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, overstroming en droogte). Met voorliggend initiatief wordt een agrarisch landgoed gerealiseerd met veel aandacht voor het landschap en de natuurwaarden van de omgeving. Er wordt een voedselbos als agrarisch systeem aangelegd. De ontwikkeling van een voedselbos heeft een gunstig effect op de waterkwaliteit en
21
biodiversiteit in de omgeving en de Molenbeek in het bijzonder omdat er bij een voedselbos geen gebruik gemaakt wordt van bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Dit in tegenstelling tot de huidige traditionele landbouw. Voorliggend initiatief voorziet in een minimale toename aan bebouwing en verharding. Er is in het plangebied voldoende ruimte om te voorzien in waterberging om (extreme) regenbuien goed te kunnen opvangen. Daarnaast is er voldoende ruimte voor de Molenbeek om buiten zijn oevers te treden. Er worden geen zware machines gebruikt waardoor de bodem minder in elkaar wordt gedrukt. Bij een extreme regenbui kan het water makkelijker de bodem in. Dit is ook te danken aan de natuurlijke aanwezigheid van dieren en planten, die de grond los en daarmee gezond houden. Het voedselbos en de boomgaard hebben een verkoelend effect op de omgeving door verdamping via de bladeren en schaduwwerking. Herfstbladeren en afgebroken takken is waardevol materiaal. Deze biomassa houdt namelijk vocht vast.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 Op 7 juli 2022 is de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie is de opvolger van de ‘Structuurvisie Wonen Midden Limburg 2018 tot en met 2022’. In deze structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld ‘Wonen’ voor de korte termijn (2022 tot en met 2025) en met een doorkijk naar de lange termijn vastgelegd. In de Structuurvisie is een terugblik van de regio opgenomen, waarin wordt ingegaan op de daadwerkelijke ontwikkelingen in de periode 2018 tot en met 2021. Daarnaast wordt ingegaan op de koers voor 2022 en verder, op de kwantitatieve en kwalitatieve kaders, op instrumenten voor regie en op een uitvoeringsparagraaf. Daarnaast ligt er een opgave in de (ver)bouwopgave en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Dit wordt vanuit het duurzaamheidsbeleid/de energietransitie opgepakt. Om de regio Midden-Limburg aantrekkelijk te houden, moet duurzaam worden geïnvesteerd in de toekomst. Deels betekent dit het behouden van het goede, deels betekent dit inzetten op verandering en verbetering. De opgave richt zich niet meer volledig op kwantitatieve groei maar meer en meer op kwalitatieve groei. De Structuurvisie geeft richting aan de kwalitatieve en kwantitatieve opgave waar de gemeenten voor staan.
In de visie wordt minder dan voorheen de nadruk gelegd op het schrappen van planvoorraad voor woningen en wordt meer de nadruk gelegd op het realiseren van plannen zodat de juiste woningen op de juiste plaats worden gerealiseerd. Ook omvorming van woningbouwplannen naar segmenten die beter bij de behoefte passen is uitgangspunt. Beoordeling De gemeente Echt-Susteren heeft de ambitie om het woningaanbod zowel kwantitatief als kwalitatief uit te breiden. In kwalitatief opzicht is in het kader van de regionale woonvisie uit 2018 een uitgebreid woningmarktonderzoek uitgevoerd. Wat betreft de kwalitatieve woonbehoeften zijn de uitkomsten van dat onderzoek nog actueel. Er is met name behoefte aan appartementen met lift, grondgebonden seniorenwoningen, woningen voor starters en overige woningen/nichemarkten.
22
Voorliggend initiatief voorziet in het toevoegen van één vrijstaande bedrijfswoning. Zowel kwantitatief als kwalitatief voldoet de woning niet direct aan het beleid uit de Structuurvisie. Kwalitatief gezien is de nieuwe woning in te schalen in het zeer exclusieve segment. Voor dit segment is in het woningmarktonderzoek geen onderzoek uitgevoerd en is geen specifiek beleid opgesteld. De bedrijfswoning wordt gerealiseerd als onderdeel van een nieuw landgoed. De bedrijfswoning is noodzakelijk voor het beheer en de exploitatie van het landgoed. De ontwikkeling van deze woning is inherent aan de ontwikkeling van het landgoed. Hierbij geldt dat de bedrijfswoning wordt gerealiseerd in het kader van een concrete woonbehoefte van de beheerder. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat de realisatie van de bedrijfswoning passend is binnen de regionale structuurvisie Wonen Midden-Limburg.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025 ‘Ontwikkelen met kwaliteit’ Op 12 december 2012 heeft de gemeenteraad van Echt-Susteren de structuurvisie vastgesteld. Op 31 mei 2018 heeft de raad het geactualiseerde uitvoeringsprogramma (bijlage 7 en 8 van de structuurvisie) vastgesteld. De visie geeft koers en richting aan de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De belangrijkste doelstellingen die betrekking hebben op verzoeken voor woningbouwontwikkeling in de structuurvisie zijn: •
De realisatie van een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de vraag;
•
Behoud van (be)leefbare kernen.
Ook zijn diverse ambities voor het buitengebied benoemd. Het gaat onder andere om: •
De rust en ruimte in het buitengebied behouden en waar mogelijk versterken;
•
Verdere verstening tegengaan;
•
Realiseren van een groen-blauwe ecologische ladder.
Beoordeling Het realiseren van nieuwe landgoederen is specifiek in de structuurvisie benoemd. Er wordt door de gemeente ingezet op het aanleggen van nieuwe landgoederen, bij voorkeur in de Landduinen of in de Oude Ontginningen tussen het stedelijk gebied ten zuiden van Echt en de Doort. Met uitzondering van het Maasdal zijn deze ook in de andere landschapstypen gewenst. Eisen worden gesteld aan landschappelijke inpassing, toevoeging van natuurwaarden en openstelling ten behoeve van publiek. In het Limburgs Kwaliteits Menu (LKM) wordt als drempelwaarde voor de oprichting van landgoederen (zowel nieuwe bebouwing als in bestaande bebouwing) de ontwikkeling van 2,5 tot 10ha. (afhankelijk van de situatie) groen voorgesteld. Deze drempelwaarde wordt voldoende geacht.
23
Het landgoed wordt gerealiseerd ten zuiden van Echt, tussen het stedelijke gebied en de Doort. Het heeft een oppervlakte van ca. 13ha, wordt landschappelijk ingepast en open gesteld voor publiek. Hierdoor wordt voldaan aan de voorwaarden uit de structuurvisie. Gemeentelijke kwaliteitsmenu De gemeente Echt-Susteren heeft in de Structuurvisie het Limburgse Kwaliteitsmenu (LKM) vertaald naar de specifieke gemeentelijke situatie: het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM). Doel is dat de gemeente hiermee instrumentarium in handen heeft om noodzakelijke of gewenste ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met gewenste kwaliteitsverbetering van datzelfde buitengebied. Als onderdeel van dit bestemmingsplan is een landschapsplan opgesteld waarmee wordt voorzien in de vereiste landschappelijke kwaliteitsverbetering en goede landschappelijke inpassing. In verband met de landschappelijke inpassing is initiatiefnemer verplicht zoveel mogelijk gelijktijdig met de realisatie van de bedrijfswoning het landschapsplan te realiseren. Er is een anterieure overeenkomst gesloten waarin dit is geborgd.
3.4.2 Landschapsvisie Echt Zuidrand Op 20 juli 2021 is de Landschapsvisie Echt Zuidrand vastgesteld. Er spelen meerdere initiatieven binnen het gebied. In het kader van een zorgvuldige ruimtegebruik en behoud van samenhang en de ruimtelijke kwaliteit is deze visie opgesteld. De visie heeft een functie als toetsingskader voor de initiatieven. Er wordt invulling gegeven aan de wijze waarop initiatieven op harmonieuze wijze kunnen worden ingepast in het landschap. Met voorliggend initiatief wordt aangesloten op de visie. Belangrijke cultuurhistorische landschapselementen zoals de oude trambaan, de Molenbeek, het zicht vanaf de weg Ophoven op de kern van Echt blijven behouden. De bestaande veldwegen blijven behouden. De recreatieve ontsluiting wordt versterkt. De waarden van het cultuurhistorisch ensemble Ophoven worden niet aangetast. De natuurwaarde en biodiversiteit worden versterkt.
24
4
OMGEVINGSASPECTEN
4.1
Archeologie en Cultuurhistorie
4.1.1 Archeologie Beleid, wet- en regelgeving De raad van de gemeente Echt-Susteren heeft op 24 februari 2011 een archeologische verwachtingskaart vastgesteld voor het gehele gemeentelijk grondgebied. Op deze kaart is te zien aan welke gebieden archeologische waarden en archeologische verwachtingswaarden (hoog, middelhoog en laag) zijn toegekend. Ook is hierop het provinciaal aandachtsgebied aangegeven. Situatie Uit de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart blijkt dat aan een groot deel van het plangebied een hoge verwachtingswaarde is toegekend. Deze verwachtingswaarde heeft geleid tot het uitvoeren van archeologisch bureau- en booronderzoek. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: Bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in stroomgebied van de Maas is gelegen. De Maas heeft de ondergrond geleidelijk aan uitgesleten, waardoor diverse terrassen zijn ontstaan. Het grootste gedeelte van het plangebied ligt op het Terras van Geistinge (Laatglaciaal), het oostelijke deel ligt op het terras van Mechelen aan de Maas (Weichselien). Gezien de datering van deze terrassen worden in theorie resten vanaf respectievelijk het Laat-Paleolithicum en MiddenPaleolithicum verwacht.
Dergelijke resten zijn echter waarschijnlijk geërodeerd of verspoeld en zullen vermoedelijk niet meer in situ aanwezig zijn. De vondst van een mogelijke Levallois-spits aan het maaiveld ten zuiden van het plangebied wijst hier op. Bovendien zijn vindplaatsen uit deze periode vooral gesitueerd op de hoger gelegen terrassen. Vermoedelijk worden de terrasafzettingen in het plangebied afgedekt met dekzand (of colluvium). Voor wat betreft het Mesolithicum – Late Middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op een gunstige ligging in een dalvlakteterras nabij een restgeul. Dergelijke landschappelijke situaties zijn van oudsher aantrekkelijk geweest voor de mens. Gezien het grote aantal vondsten uit deze perioden, zowel in als in de directe omgeving van het plangebied, is het aannemelijk dat er een vindplaats aanwezig is. De aangetroffen resten zijn vooral afkomstig van nederzettingsterreinen en grafvelden. Gezien de mogelijke aanwezigheid van een restgeul worden ook archeologische resten in natte context verwacht zoals oversteekplaatsen, visfuiken en deposities. Ook paleobotanische (micro- en macro)resten worden verwacht. Dergelijke organische resten kunnen gedetailleerde paleolandschappelijke reconstructies mogelijk maken.
Voor de gronden ten westen van de voormalige trambaan geldt een lage verwachting aangezien hier ontgrondingen tot ca 1,2 á 2 meter beneden het maaiveld hebben plaatsgevonden.
25
Booronderzoek Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen. Er wordt geadviseerd om bij graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 40 centimeter onder het maaiveld een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven. Na de uitvoering van het verkennende booronderzoek is de ligging van de toekomstige bebouwing gewijzigd. De beoogde situering van de bebouwing is enkele tientallen meters verschoven. Gezien de relatief korte afstand wordt aangenomen dat de bodemopbouw en de aanwezigheid en diepteligging van de archeologisch relevante niveaus vergelijkbaar is. Conclusie Het archeologisch bureau- en booronderzoek heeft geleid tot het opnemen van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ in de regels en op de verbeelding van voorliggend bestemmingplan. Hiermee worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bij toekomstige werkzaamheden beschermd.
4.1.2. Cultuurhistorie Beleid, wet- en regelgeving De gemeente Echt-Susteren heeft in 2012 een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van het gemeentelijke grondgebied laten opstellen. In 2015 is een actualisatie van de kaart doorgevoerd. De kaart vormt een gedegen onderlegger voor de ruimtelijke ordening, waarbij onder meer de provinciale cultuurhistorische waardenkaart verder ingevuld en gedetailleerd is. Situatie Op afbeelding 4.1 is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart weergegeven.
26
Afbeelding 4.1: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart
De vorm, maat schaal van de percelen is in de loop van de tijd veranderd. Tegelijkertijd is het gebied verrassend kleinschalig en authentiek gebleven. De ligging van de Molenbeek, de voormalige trambaan en de weg naar Ophoven zijn de constante elementen in het gebied. De oude trambaan is nog steeds herkenbaar. Dit spoor werd vroeger gebruikt door voormalige dakpannen en kleiwarenfabriek De Valk om producten en grondstoffen aan en af te voeren. De gronden ten westen van de oude trambaan zijn gedeeltelijk afgegraven ten behoeve van de kleiwinning. Deze gronden liggen dan ook duidelijk lager dan de rest van het landgoed. De oude trambaan valt buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. De cultuurhistorisch waarde van het tracé worden hierdoor niet aangetast. Opvallend is het pad vanaf de weg naar Ophoven in noordelijke richting naar de Molenbeek. Dit pad doorkruist de zuidelijke percelen van het landgoed en is terug te vinden op kaarten uit 1850, 1900 en 1950. Alleen op de meest recente kaart is het pad niet meer te zien. Het nieuwe landgoed wordt ontsloten vanaf de weg Ophoven. Dit sluit aan op de historische structuur waardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden. Een deel van het plangebied is onderdeel van het cultuurhistorisch ensemble Ophoven. Op afbeelding 4.2 is een uitsnede van de topografische kaart uit 1842 weergegeven.