CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissie Omgeving 22 maart 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Oud Roosteren23.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

Toelichting

Inhoud

d

1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling van dit bestemmingsplan ........................................................................................... 4 1.3 Begrenzing van het plangebied ..................................................................................................... 4 1.4 Geldende bestemmingsplannen .................................................................................................... 5 1.5 Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt .................................................................... 7 1.6 Verantwoording en opbouw bestemmingsplan ............................................................................ 7 2 Beleidskader 8 2.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 8 2.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 10 2.3 Regionaal beleid ..........................................................................................................................

13 2.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 15 3 Randvoorwaarden 21 3.1 M.e.r.- beoordeling ...................................................................................................................... 21 3.2 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 24 3.3 Waterparagraaf ........................................................................................................................... 33 3.4 Natuur .......................................................................................................................................... 35 3.5 Archeologie .................................................................................................................................. 38 3.6 Cultuurhistorie ............................................................................................................................. 40 4 Planbeschrijving 42 4.1 Ruimtelijke karakteristiek ............................................................................................................ 42 4.2 Functionele karakteristiek ...........................................................................................................

44 4.3 Nieuwe ontwikkelingen ............................................................................................................... 46 5 Planopzet 49 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 49 5.2 Indeling van de regels .................................................................................................................. 49 5.3 Artikelsgewijze bespreking .......................................................................................................... 50 6 Uitvoerbaarheid 53 6.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 53 6.2 Handhaving .................................................................................................................................. 53 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................. 54 Bijlage 1 Functiekaart Oud Roosteren ............................................................................................... 55 Bijlage 2 Nota beantwoording inspraakreacties ................................................................................

56 Bijlage 3 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ............................................................... 57 Separate bijlagen: 1. Geonius Milieu BV, ‘Vooronderzoek Oud Roosteren 15 en 24 in Roosteren, rapportnummer MA190777.R01.V1.0, d.d. 24.07.2020; 2. Spider Monkey Consultancy, ‘Akoestisch onderzoek drie locaties in Oud-Roosteren’, rapportnummer 20191002, d.d. 11.09.2020; 3a. Lievense WSP, ‘beoordeling externe veiligheid Oud Roosteren 15, rapportnummer SLM010951.NOT002.RL_v1, d.d. 21.08.2020; 3b. Lievense WSP, ‘beoordeling externe veiligheid Oud Roosteren 24, rapportnummer SLM010951.NOT002.RL_v1, d.d. 02.09.2020; Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 2 -

Toelichting

4. Ecolybrium, ‘Quickscan Ecologische Waarden Oud Roosteren 12, 15 en 24 te Oud Roosteren, rappoortnummer 19-557, d.d. 29.05.2020; d 5. Lievense WSP, ‘Onderzoek stikstofdepositieberekening’, rapportnummer SLM010951.NOT001.NG.NP, d.d. 13.08.2020; 6. Geonius, ‘Archeologisch vooronderzoek Oud Roosteren 15 en 24’, rapportnummer AA200001.R01.v0.1.ARG190, d.d. 07.08.2020.

Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 3 -

Toelichting

1 Inleiding

d

1.1 Aanleiding In de buurtschap Oud Roosteren is sprake van de aanwezigheid van enkele (intensieve) veehouderijen en (deels) leegstaande en/of in verval geraakte panden. Deze situatie heeft er in de afgelopen jaren in toenemende mate aan bijgedragen dat het woon- en leefklimaat in de buurtschap onder druk is komen te staan. De bedoeling van dit bestemmingsplan is om mogelijkheden te bieden om ongewenste functies die een belemmering vormen voor een goed woon- en leefklimaat weg te bestemmen en verdere ontwikkeling van passende nieuwe functies te bevorderen. Eén van de belangrijkste opgaven daarbij is het bieden van oplossingen voor eindigende agrarische bedrijven in het plangebied. Het in procedure brengen van het voorliggende bestemmingsplan is het vervolg op het d.d. 26.09.2019 door de raad van Echt-Susteren genomen voorbereidingsbesluit voor Oud Roosteren (met IDN-code NL.IMR0.1711.VB20190652-VG01). Dit voorbereidingsbesluit is op grond van artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) genomen en dient ter voorkoming van ongewenste ontwikkelingen die niet passen binnen het kader van dit nieuwe bestemmingsplan. Het voorbereidingsbesluit is bekend gemaakt op 18 oktober 2019 en in werking getreden op 19 oktober 2019.

Het heeft een werkingsduur van één jaar vanaf inwerkingtreding, hetgeen concreet inhoudt dat het ontwerp van een nieuw bestemmingsplan uiterlijk 18 oktober 2020 ter inzage dient te worden gelegd. Ten behoeve van de her te bestemmen (intensieve) veehouderijen aan Oud Roosteren 15 en 24 is door het college van burgemeester en wethouders een ruimtelijk-stedenbouwkundig kader vastgesteld. Dit kader vormt de basis voor de herbestemming van deze gronden. Hierover meer in hoofdstuk 4 (’Planbeschrijving’) van deze toelichting. De overige ontwikkelingsmogelijkheden binnen het plangebied zijn verwoord in de regels en de voorliggende toelichting en hebben met name betrekking op beoogde bestemmings- en/of functiewijzigingen in de nabije toekomst.

1.2 Doelstelling van dit bestemmingsplan De doelstelling van het voorliggende bestemmingsplan is het bieden van mogelijkheden om (intensieve) veehouderijen in het woongebied van Oud Roosteren te herbestemmen, waarmee het woon- en leefklimaat ter plaatse op termijn aanzienlijk kan worden verbeterd. Daarnaast worden, waar gewenst en mogelijk, mogelijkheden geboden om op termijn bij beëindiging van andere (agrarische) bedrijvigheid onder voorwaarden andere functies toe te staan en/of nieuwe of vervangende bebouwing op te richten. Op deze wijze is getracht een toekomstgerichte planologisch-juridische regeling vast te leggen waarbinnen geurhinder veroorzakende functies tot het verleden gaan behoren.

1.3 Begrenzing van het plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan ‘Oud Roosteren’ is globaal gelegen tussen de kernen Roosteren en Dieteren en wordt gekenmerkt door drie ‘harde’ grenzen: de autosnelweg A2 aan de westzijde, de provinciale weg N296 (Susteren-Maaseik) aan de zuidzijde en het talud van de Geleenbeek aan de oostzijde. De noordelijke begrenzing is ingegeven door de meest noordelijke bebouwing ter hoogte van Oud Roosteren 61 en de percelen behorende bij het agrarisch bedrijf

Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 4 -

Toelichting

aan de Kanaalstraat 16. De begrenzing van het plangebied is aangegeven op onderstaande overzichtskaart: d

Overzichtskaart plangebied bestemmingsplan ‘Oud Roosteren’

1.4 Geldende bestemmingsplannen Er zijn meerdere (facet)bestemmingsplannen van kracht op de gronden gelegen binnen het plangebied. Deze komen in het onderstaande aan de orde. Bestemmingsplan Buitengebied Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is thans planologisch juridisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld door de raad van Echt-Susteren d.d. 14.12.2017). De belangrijkste bestemmingen die in het plangebied gelden zijn ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’, ’Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden’ (beide voor weilanden en agrarische bedrijven), ‘Wonen’ (woonfuncties) en ‘Maatschappelijk’ (het kerkhof). Deze enkelbestemmingen zijn, waar nodig, verduidelijkt met functieaanduidingen. Zo is ter plaatse van een intensieve veehouderij de functie-aanduiding ‘intensieve veehouderij’ opgenomen en is ter plaatse van het kerkhof de functieaanduiding ‘begraafplaats’ opgenomen. Voorts zijn agrarische bouwvlakken opgenomen en is op enkele plekken binnen de woonbestemming het aantal wooneenheden met een maatvoeringsaanduiding vastgelegd. Naast de enkelbestemmingen zijn er ook archeologische en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen met bijbehorende functieaanduidingen. Inmiddels is het aspect cultuurhistorie verankerd in een separaat facetbestemmingsplan (zie verder in deze paragraaf).

Tenslotte zijn nog gebiedsaanduidingen ter duiding van de ligging binnen het grondwaterbeschermingsgebied en in de Roerdalslenk (beide uit de Omgevingsverordening Limburg) en de vrijwaringszone voor de autosnelweg (Barro) en de provinciale weg (provincie) van toepassing. Deze dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen zijn niet aan verandering onderhevig en zijn in dit nieuwe bestemmingsplan overgenomen. Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 5 -

Toelichting

Op onderstaande uitsnede uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is de begrenzing van dit nieuwe bestemmingsplan ‘Oud Roosteren’ aangeduid. d

Fragment bestemmingsplan ‘Buitengebied’

Facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ In het facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ (vastgesteld d.d. 06.11.2019) is opgesteld om meer flexibiliteit te bieden aan de burger door het vaker rechtstreeks toelaten van functies dan wel het bieden van een ruimer afwegingskader voor de niet-rechtstreeks toegelaten functies. Hierdoor kunnen burgers, bedrijven en instanties sneller en daardoor efficiënter worden bediend. Daarnaast zijn de kaders verruimd ten aanzien van hergebruik van bestaande bebouwing in het buitengebied en zijn de mogelijkheden verruimd ten aanzien van het realiseren van schuilgelegenheden, waardoor uiteindelijk meer kwaliteit kan worden gerealiseerd en ongewenste situaties in het buitengebied worden voorkomen. De bijgebouwenregeling (zowel voor het stedelijk gebied als voor het buitengebied) is eveneens aangepast. Tenslotte is nieuw vastgesteld beleid in dit facetbestemmingsplan vertaald. De bepalingen uit dit facetbestemmingsplan zijn, voor zover relevant, overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ In het paraplubestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ (vastgesteld d.d. 22.09.2016) is het gemeentelijk cultuurhistorisch beleid planologisch vertaald. Het plangebied maakt volgens dit plan deel uit van het ‘Cultuurhistorisch ensemble Oud Roosteren’.

De belangrijkste cultuurhistorische waarden van Oud-Roosteren hebben te maken met de interne structuur van het dorp, aangezien de relatie met het landschap minder waardevol is. Belangrijk zijn vooral de gespaard gebleven infrastructuur, de kenmerkende strooiing van gebouwen daarlangs (deels agrarisch van aard, met onder meer enkele carrévormige boerderijen), de groene ruimtes achter en tussen de bebouwing en enkele beeldbepalende bomen. Bij het toestaan van nieuwe ontwikkelingen dienen deze waarden in acht te worden genomen. De bepalingen uit dit facetbestemmingsplan zijn, met de Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 6 -

Toelichting

bijbehorende bijlage waarin de cultuurhistorische waardestelling is verwoord, overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. d

1.5 Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt De structuur van bestemmingsplannen dient conform en artikel 3.1.7 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1711.BP20200653-OW01; - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:1.000. De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de zich daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels.

Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. De toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan.

1.6 Verantwoording en opbouw bestemmingsplan De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau weergegeven. In hoofdstuk 3 worden de randvoorwaarden (op planologisch en/of milieukundig gebied) beschreven en worden onder andere de resultaten van uitgevoerde onderzoeken besproken. In hoofdstuk 4 worden de programmatische en ruimtelijke uitgangspunten van het plan voor het plangebied aangegeven. Hoofdstuk 5 handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. De toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan aan de orde komen. Binnen de maatschappelijke uitvoerbaarheid komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde.

Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 7 -

Toelichting

2 Beleidskader

d

2.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het huidige ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau. De hoofddoelstelling van de SVIR is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Dit gebeurt aan de hand van drie deeldoelen waaraan 13 nationale belangen zijn gekoppeld: Doel Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk- economische structuur van Nederland

Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke en cultuurhistorische waarden behouden zijn

Nationaal belang 1. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van ruimte voor het hoofdnetwerk 2. voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond. 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande Mobiliteitssysteem; 7. het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13.

zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR zijn twee besluiten voorhanden waarmee dat mogelijk is: het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Beide besluit komen onderstaand aan de orde. Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 8 -

Toelichting

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro geeft de juridische kaders die nodig d zijn om het vigerend ruimtelijk Rijksbeleid te borgen. Van provincies en gemeenten wordt gevraagd de inhoud van het Barro te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. De hierin aangegeven juridische kaders zijn derhalve concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect (dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie), door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. In hoofdstuk 2 van het Barro (titel 2.1 t/m titel 2.13) zijn de nationale belangen opgenomen. Plangebied Voor dit plangebied is alleen het nationaal belang relevant ten aanzien van het in stand houden van het hoofdnet van wegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. Het betreft de autosnelweg A2, die direct ten westen van het plangebied gelegd is. De vrijwaringszone (bebouwingsvrije zone) van deze autosnelweg is deels binnen het plangebied gelegen. Deze is in dit bestemmingsplan middels een gebiedsaanduiding opgenomen op de verbeelding en in de regels. Hiermee is dit belang in het bestemmingsplan geborgd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Op basis van artikel 3.1.6, tweede lid Bro geldt een motiveringsplicht indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.

De aanvaardbaarheid van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient in de toelichting van dat plan te worden onderbouwd. Deze onderbouwing dient volgens de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen. Deze ‘ladder’ bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder voor duurzame verstedelijking voor onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een Nieuwe Stedelijke Ontwikkeling (NSO)? Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: ‘… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van woningbouwlocaties in principe als stedelijke ontwikkeling dient worden aangemerkt. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Uit jurisprudentie blijkt de afgelopen jaren dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien er meer dan elf woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Plangebied In het voorliggende bestemmingsplan worden mogelijkheden geboden om in totaal negen nieuwe woningen te ontwikkelen. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ hoeft derhalve niet te worden doorlopen. Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21ste eeuw Directe aanleiding voor het kabinetsstandpunt „Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw‟ (WB21)‟, is de zorg over het toenemend hoogwater in de rivieren, wateroverlast en de versnelde stijging van de zeespiegel. Het kabinet is van mening dat er een aanscherping in het denken over water dient plaats te vinden. Nadrukkelijker zal rekening moeten worden gehouden met de (ruimtelijke) eisen die het water aan de inrichting van Nederland stelt. De Rijksoverheid heeft voor het waterbeleid in de 21e eeuw de volgende drie uitgangspunten opgesteld: - anticiperen in plaats van reageren; Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 9 -

Toelichting

-

niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van „vasthouden-bergen-afvoeren‟ en: d meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen.

De watertoets vormt een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening. De watertoets wordt sinds 2001 toegepast op plannen die gevolgen voor de waterhuishouding kunnen hebben. Er wordt gekeken naar veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De watertoets wordt toegepast door in een vroegtijdig stadium de waterbeheerders te betrekken bij plannen die een invloed kunnen hebben op de waterhuishouding. Plangebied De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met het aspect water is beschreven in paragraaf 3.3 van deze toelichting. Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming De Wet natuurbescherming, die sinds 1 januari 2017 van kracht is, heeft drie wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Het Natura2000-netwerk bevat dus de gebieden die zijn aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn en zijn daarmee geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben.

Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Plangebied Hoe met natuurwaarden in dit bestemmingsplan is omgegaan is weergegeven in paragraaf 3.4 van deze toelichting. Erfgoedwet De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) zijn in de Erfgoedwet verankerd en vormen zo de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De gemeenten zijn in deze wet wederom tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een bepaalde archeologische verwachtingswaarde onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden. Als het vervolgens niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken.

Plangebied Er is sprake van archeologische verwachtingswaarden in het plangebied. De wijze waarop met deze waarden rekening is gehouden in relatie tot dit plan is verwoord in paragraaf 3.5 van deze toelichting.

2.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014 De centrale ambitie van het POL2014 komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 10 -

Toelichting

voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van d innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Elke gebied in Limburg kent zijn specifieke kenmerken en functionele mogelijkheden. Deze zorgen voor de diversiteit in het landelijk en stedelijk gebied van de provincie. Het is van belang de specifieke kenmerken van deze gebieden te behouden en waar mogelijk te versterken. Het POL2014 kent een zogenaamde ‘Zoneringenkaart’ waarop de belangrijkste functies en ontwikkelingsmogelijkheden per gebiedstype/zone zijn aangegeven.

Plangebied Voor het voorliggende plangebied geldt dat dit gedeeltelijk gelegen is in de zones ‘Buitengebied’ en ‘Bronsgroene landschapszone’. Op onderstaande uitsnede uit de Zoneringenkaart is de begrenzing van het plangebied ten opzichte van deze zones weergegeven:

Fragment uit de ‘Kaart Zoneringen’ van het POL2014

Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 11 -

Toelichting

Onderstaand is per type zonering aangegeven wat de belangrijkste ontwikkelperspectieven zijn die ten aanzien van deze gebieden in het POL zijn d vastgelegd. Zone Buitengebied Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Het zijn alle andere gronden in het landelijk gebied buiten de natuur- en landschapszones. In deze zone is ruimte voor de ontwikkeling van landbouw, tuinbouw en de vrijetijdseconomie. Het accent is gelegd op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties voor de landbouw, het terugdringen van milieubelasting vanuit landbouw en het bereiken van goede kwaliteit en goed functioneren van de ondergrond. In dit plan is het terugdringen van milieubelasting vanuit de landbouw een belangrijk aspect. Deze vindt plaats door herbestemming van (intensieve) veehouderijen naar de woonbestemming. Als gevolg hiervan zullen nieuwe woningen worden gerealiseerd. Het merendeel van deze nieuwe woningen wordt gerealiseerd binnen de bestaande (voormalige) agrarische bebouwing. Voor een enkele woning wordt nieuwbouw gepleegd, passend binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur.

Hierdoor is grotendeels sprake van inpandige verbouwingen tot woningen waardoor het bebouwd oppervlak slechts beperkt toeneemt. De kwaliteiten van de zone ‘Buitengebied’ worden daarmee niet aangetast. Bronsgroene landschapszone Deze zone omvat de landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d. Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. Het beleid in de bronsgroene landschapszone is er op gericht de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van deze zone te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘ja-mits’). Het accent is gelegd op de borgen van de kwaliteit en het functioneren van het regionaal watersysteem, de ontwikkeling van de landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten van landschap en cultuurhistorie en recreatief medegebruik. Nieuwe ontwikkelingen worden uitgewerkt op basis van het ‘Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM)’ dat een uitwerking is van het Limburgs Kwaliteitsmenu (zie paragraaf 2.4 ‘Gemeentelijk beleid’).

Omgevingsverordening Limburg 2014 Vanuit de Omgevingsverordening Limburg 2014 is een aantal gebiedsspecifieke waarden opgenomen dat als gebiedsaanduiding in het bestemmingsplan wordt meegenomen. Plangebied Het voorliggende plangebied is in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen. De grondwaterbeschermingsgebieden zijn beschermingszones voor de onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening. Er wordt onderscheid gemaakt in freatische (niet afgesloten door een ondoordringbare grondlaag) en niet-freatische grondwaterwinningen. Daarnaast ligt het plangebied in de boringsvrije zone Roerdalslenk II. In de boringsvrije zones gelden verboden voor het doorboren van de kleilagen voor specifieke toepassingen ter bescherming van de grondwatervoorraden. In de Roerdalslenk is de diepte waarop de kleilaag wordt aangetroffen veel grillig. Derhalve zijn vier verschillende zones aangewezen met toegestane boringsdieptes van respectievelijk 0, 20, 30 en 80 meter. Op diepere boringen in de betreffende zone is de regelgeving van toepassing. In de voornoemde Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn de regels en maten aangaande grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones opgenomen. In de juridische regeling behorende bij deze gebiedsaanduidingen wordt hiernaar verwezen. Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 12 -

Toelichting

2.3 Regionaal beleid d Regiovisie 2008-2028 ‘Het oog van Midden-Limburg’ (Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg) Per 1 januari 2007 vond in Midden-Limburg een gemeentelijke herindeling plaats, waarbij het aantal gemeenten is teruggebracht tot zeven: Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen, Roermond, Leudal, Weert en Nederweert. De gemeenten en de provincie Limburg zijn in 2008 van start gegaan met een regionale gebiedsontwikkeling, met als doel om samen met private partijen de gewenste ontwikkelingen in Midden-Limburg vorm te geven. De uitkomst van deze gebiedsontwikkeling is een regiovisie met een aantal onderliggende programmalijnen. De gebiedsvisie van de Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg richt zich op het creëren van Sterke Steden en Vitaal Platteland. Roermond en Weert zijn de twee steden in Midden-Limburg en zijn daardoor de motor van het gebied. Het is van belang dat beide steden zich sterk en in balans ontwikkelen. Stedelijke ontwikkeling helpt de hele regio. Beide steden versterken elkaar momenteel onvoldoende. Het profiel (wonen, werken, voorzieningen) is verschillend, maar nog onvoldoende onderscheidend. Beide steden slagen er op essentiële punten niet in gebruik te maken van elkaars sterke punten. Samen kunnen ze meer kracht ontwikkelen dan ze elk afzonderlijk nu doen.

Door niet vanuit concurrentie, maar juist vanuit differentiatie te werken, ontstaat de kracht die de regio de noodzakelijke impuls kan geven. Deze visie op de regio is te vertalen tot drie onontkoombare, concrete strategische keuzes: Benutten en versterken regionale economie: - ontwikkeling van uniek toeristisch-recreatief profiel; - de inrichting van regionale bedrijventerreinen; - investeren in hoogwaardige landbouw; - een duurzame wooneconomie in Midden-Limburg. Versterking van de sociale structuur: - versterking van de kracht van de ‘oude wijken’; - leefbaar houden van het platteland; - ontwikkelen van een duurzaam, hoogwaardig en fijnmazig zorgnetwerk. Verbetering van het vestigingsklimaat: - ontwikkeling van natuur en landschap; - investeren in een duurzame landbouw; - ontwikkeling van een fijnmazig toeristisch-recreatief netwerk; - herstructurering van bedrijventerreinen; - ruimte voor hoogwaardige zorgvoorzieningen; - uitzonderlijke woonmilieus. Deze strategische keuzes hebben geleid tot vier krachtige programmalijnen. Dit zijn: de Maasplassen, de ontwikkelingsas N280 Weert-Roermond, wonen en landbouw, natuur en recreatie. Plangebied Voor het voorliggende bestemmingsplan vormen ‘wonen’ en ‘landbouw, natuur en recreatie’ de belangrijkste thema’s.

Wonen Het is de ambitie van de samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg om een duurzaam en wervend palet aan woonmilieus tot stand te brengen en in stand te houden. Gestuurd wordt daarbij op een migratiesaldo van tenminste 0%. Deze samenwerking leidt tot draagvlak onder de Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 13 -

Toelichting

burgers en is nodig om de noodzakelijke investeringen, en het voorkomen van desinvesteringen in voorzieningen en woningen, tot stand ted brengen. Dit betekent dat gemeenten de huidige woonkwaliteiten (verder) verbeteren en investeren in aantrekkelijke voorzieningen die toekomstbestendig zijn. Deze voorzieningen zullen nadrukkelijk worden afgestemd op de woningbehoefte. De steden Roermond en Weert moeten daarbij een gezonde ontwikkeling kunnen doormaken en op het hoogste schaalniveau invulling kunnen geven aan stedelijke voorzieningen die de aantrekkingskracht van de gehele regio versterken. Inzet van de programmalijn Wonen is om in Midden-Limburg op het niveau van de woningmarkt te komen tot een gezamenlijk arrangement van gemeenten, Provincie, woningcorporaties, maatschappelijke instellingen en marktpartijen met de hierboven geschetste ambitie als uitgangspunt. De gebiedsontwikkeling kan in dit geheel een impuls en versnelling betekenen door op korte termijn in te zetten op de (verdere) uitwerking en uitvoering van een aantal opgaven en knelpunten, die van belang zijn om de geschetste ambitie te kunnen invullen. Deze opgaven en knelpunten concentreren zich op wonen en voorzieningen, de inzet van maatschappelijk kapitaal en gezonde marktverhoudingen: een regionaal belang. Inmiddels (2020) zijn regionale woonvisies opgesteld en geactualiseerd.

Hierover meer in deze paragraaf onder ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021’. Landbouw, natuur en recreatie De agrarische sector neemt een belangrijke plaats in binnen de economie van Midden-Limburg. Belangrijke voorwaarde voor verdere ontwikkeling is het verminderen van de spanning tussen agrarische bedrijfsactiviteiten en natuur en landschap. Binnen de ontwikkeling van de agrarische sector dient onderscheid gemaakt te worden tussen enerzijds intensivering en schaalvergroting, en anderzijds extensivering en verbreding. Beide vinden plaats zowel binnen de akkerbouw als de (intensieve) veehouderij en vragen om specifieke voorwaarden voor verdere ontwikkeling. Een innovatieve aanpak is noodzakelijk. Daarnaast zijn er ook bedrijven die niet kiezen voor schaalvergroting of verbreding. Voor deze bedrijven is het essentieel dat het mogelijk is een goede boterham te blijven verdienen op de locaties waar ze op dit moment zijn gesitueerd. Voor deze bedrijven is het uitgangspunt een verdere verduurzaming, zowel bedrijfseconomisch, landschappelijk als op het gebied van milieu en dierenwelzijn Bij natuurontwikkeling staat het dooraderen van de ecologische hoofdstructuur en het creëren van robuuste natuurlijke verbindingen centraal in de plannen.

Niet alleen moeten de natte natuurgebieden in het Maasdal onderling worden verbonden, ook de verbindingen tussen deze gebieden en de droge gebieden aan de flanken van het Maasdal moeten worden versterkt. Voor wat betreft recreatie handelt de visie met name over de Maasplassen en de versterking en vergroting van de herkenbaarheid daarvan als toeristische trekpleister. De gemeente Echt-Susteren is formeel geen Maasplassen-gemeente, maar kan hiervan wel revenuen van plukken. Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben in voorliggende nota de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg (hierna Structuurvisie 2014) geactualiseerd. Daartoe is een woningmarktonderzoek uitgevoerd (2018) met ondersteuning van de provincie Limburg. In deze actualisatie worden de leermomenten van de Structuurvisie 2014 meegenomen. Er zijn concrete afspraken gemaakt voor de periode 2018 tot en met 2021 en er wordt een doorkijk gegeven op de verwachte behoefte tot 2030. Deze actualisatie kan worden aangehaald als “Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021” (hierna Structuurvisie Wonen 2018). De voorliggende Structuurvisie Wonen 2018 is uitvoeringsgericht en in de praktijk toepasbaar, inclusief toetsingskaders.

Voorop blijft staan dat voorzienbaarheid gecreëerd wordt m.b.t. de benodigde reductie van de planvoorraad. Daarnaast ligt de focus op de realisatie van de (ver)bouwopgave en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. De Structuurvisie Wonen 2018 bevat een gereedschapskist, het in te zetten instrumentarium om deze opgaven te bereiken. Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 14 -

Toelichting

Deze geactualiseerde regionale woonvisie is op basis van analyse-uitkomsten en de resultaten van het Woningmarktonderzoek Midden-Limburg d (2018) tot stand gekomen. In deze visie blijft voorop staan dat voorzienbaarheid gecreëerd wordt met betrekking tot de benodigde reductie van de planvoorraad. Tevens ligt de focus op de realisatie van de (ver)bouwopgave en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Uit deze visie blijkt verder dat de afwegingscriteria uit de regionale Structuurvisie 2014 een goede basis vormen voor het wegen van bestaande plannen. De kwaliteitsenveloppen vormen een handzaam kader voor het beoordelen van nieuwe plannen. Daarnaast hebben gemeenten de vrijheid om de regionaal geformuleerde afwegingscriteria aan te passen aan de lokale situatie of om extra criteria toe te voegen. Uit het uitgevoerde woningmarktonderzoek blijkt specifiek voor de kern Roosteren (incl. Oud Roosteren) dat een afname van het totaal aantal huishoudens met 3,7% (absoluut gezien: 24 huishoudens) tot 2030 wordt verwacht. Tegelijkertijd neemt de woningbehoefte van oudere huishoudens (65-75 jaar) in de periode tot 2030 met 12,4% toe (absoluut gezien: 17 woningen) en van huishoudens vanaf 75 jaar en ouder is de toename zelfs 56,0% ofwel 55 woningen.

Er zullen dan ook met name tekorten ontstaan aan grondgebonden seniorenwoningen (levensloopbestendig) en aan appartementen met lift, zowel in de huur- als koopsector. Uit de wensbeelden blijkt dat de ouderen (65 jaar e.o.) in Roosteren met name huurwoningen wensen (81,9%) en bij voorkeur appartementen (59,5%). Wat betreft de jongeren (< 30 jaar) valt op dat zij, voor zover zij verhuisgeneigd zijn, niet in Roosteren willen wonen, maar elders. Van de verhuisgeneigde middengroep (30-65 jaar) wil ruim de helft (54%) binnen de gemeente blijven wonen; dit percentage is voor de ouderen (> 56 jaar) even groot, maar daarnaast wil nog eens 30% binnen de eigen woonplaats blijven. Ook hieruit blijkt dat met name de senioren een belangrijke groep vormen voor eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in Roosteren. Gelet op het onderzoek dient te worden ingestoken op levensloopbestendige huurwoningen voor senioren. Dat kunnen zowel grondgebonden woningen als appartementen zijn, echter gelet op de bestaande bebouwingsstructuur van Oud-Roosteren lijken grondgebonden woningen hier meer passend te zijn. Voorliggend plan heeft gevolgen voor de gemeentelijke planvoorraad. Er worden negen extra contingenten beschikbaar gesteld. Door dit plan wordt de gemeentelijke saneringsopgave van de planvoorraad verhoogd met negen contingenten.

De stand van zaken per 1-1-2019 was een totale saneringsopgave van 177, waarvan vóór 1 januari 2022 40%, zijnde 71 wooneenheden, moet zijn gerealiseerd (gesaneerd). Plangebied Onderhavig plan betreft een woningbouwtoename van negen wooneenheden in grotendeels bestaande (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Gelet op de achtergebleven woningbouwontwikkeling in de afgelopen periode 2014-2017 is er kwantitatief ruimte voor de realisatie van onderhavige wooneenheden.

2.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025, ‘Ontwikkelen met kwaliteit’ Zowel het buitengebied als het stedelijk gebied van de gemeente Echt-Susteren zijn volop in beweging. Er is schaalvergroting in de landbouw, er stoppen steeds meer agrarische bedrijven, er is meer behoefte aan het doorbrengen van vrije tijd in het buitengebied, de bevolking krimpt, het internetwinkelen neemt toe, de Rijksmiddelen voor natuur nemen drastisch af etc. Door deze ontwikkelingen is het buitengebied de afgelopen jaren verder versteend en in de kernen wordt toenemende leegstand geconstateerd. Dit draagt niet bij aan de leefbaarheid. Met deze toekomstvisie wil de gemeente de bescherming en verbetering van het buitengebied benadrukken en wil zij gericht sturen om de leefbaarheid in de kernen te optimaliseren. Er is gekozen voor een benadering waarbij ontwikkelingen worden toegestaan indien de kwaliteiten van het buitengebied Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 15 -

Toelichting

en de kernen er per saldo ook op vooruit gaan. Deze benadering sluit aan bij de ideeën van de provincie Limburg. Het beleid biedt volop kansen positief te reageren op initiatieven uit het veld. d Voorwaarde is wel dat initiatieven meer dan in het verleden respect hebben voor het landschap en de bestaande bebouwing én dat ze een duurzame bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van de gemeente. Voor zowel het buitengebied als het stedelijk gebied is in de structuurvisie een aantal ambities geformuleerd. Het realiseren van deze ambities draagt bij aan het halen van onze algemene doelstelling om ook in 2025 en lang daarna een aantrekkelijke gemeente te zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Voor het buitengebied (waar het voorliggende plangebied deel van uitmaakt) luiden deze doelstellingen als volgt: 1. Rust en ruimte in het buitengebied behouden en waar mogelijk versterken; 2. Verdere verstening tegengaan; 3. Vergroting van de contrasten tussen de aanwezige landschappen; 4. Komen tot een groen-blauwe ecologische ladder; 5. Behoud van een economisch gezonde, duurzame agrarische sector met het juiste bedrijf op de juiste plek; 6. Ruimte bieden aan een breed georiënteerde plattelandseconomie; 7. Het zijn van een toeristisch-recreatieve schakel in de Euregio. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor het buitengebied zijn onderstaand toegelicht.

In de Structuurvisie is ervoor gekozen de landschappelijke kwaliteit uitgangspunt te maken bij ruimtelijke keuzes. Belangrijk daarbij is dat de schaal en kenmerken van elk landschapstype bepalen wat er aan andere functies mogelijk is. Er worden daarbij zes landschapstypen onderscheiden: het Maasdal, de Beekdalen, de Oude Ontginningen, de Landduinen, de Jonge Ontginningen en het Hoogterras. Het streven is de identiteit van elk landschapstype en daarmee de contrastrijkheid van het buitengebied te vergroten. Insteek van beleid is dat een nieuwe ontwikkeling te allen tijde bijdraagt aan de versterking van de ‘kwaliteit’ ofwel de kenmerken van het landschap waarin de locatie is gelegen. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt binnen de landschapstype ‘Beekdalen’. Landschapstype Beekdalen De benaming van dit landschapstype heeft te maken met de twee beken die door dit gebied stromen: de Geleenbeek en de Rode Beek. Deze beken stromen af van de hoge Zuid-Limburgse plateaus naar de Maas. De twee beken slijten een brede laagte uit dwars door de terrassen van de Maas. Vanaf Oud Roosteren stromen de beken samen verder in de oude Maasmeander in het laagste Maasterras. De hogere delen kennen een typische kleinschaliger beekdalenstructuur. Lager gelegen is het weidsere Maaskarakter overheersend. Naast de Geleenbeek en Rode Beek ligt er de in 1800 gegraven Vloedgraaf.

Deze sloot eerst aan op de overslag van grachten bij kasteel Millen. In de 20ste eeuw is een systeem gemaakt waarbij water uit de Rode Beek en Geleenbeek in de Vloedgraaf stroomt. Vanaf toen kreeg de beek een opvangfunctie, ook om water uit de mijnen zo snel mogelijk af te voeren naar de Maas. Ten zuiden van Oud Roosteren vloeien de beken samen en gaan verder als Geleenbeek. Er is binnen dit landschapstype slechts beperkt bebouwing aanwezig. Op de hogere delen langs de beken zijn diverse kleine kernen ontstaan omgeven door fruitboomgaarden en akkers. De akkers zijn kleinschaliger dan bij de Oude Ontginningen en het landschap is meer besloten. Daarnaast liggen er in dit gebied een aantal boskernen, die als ‘stapstenen' van belang zijn voor flora en fauna.

Het doel van het ontwikkelen van de beekdalen is het herstellen van het kleinschalige en verrassende landschapsbeeld. Dit betekent: - ruimte geven aan de ruimtelijke dynamiek van de beken om deze tot herkenbare, structurerende elementen in het landschap te maken; - vergroten van de leesbaarheid van het landschap door ruimte te geven aan gras- en hooilanden en beekbegeleidende begroeiing (oevervegetatie heeft tevens een positieve werking op de kwaliteit van het beekwater); Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 16 -

Toelichting

-

ontwikkelen van lineaire landschapselementen loodrecht op de beek en beekbegeleidende beplanting, aanleg van poelen en bosjes; d verbeteren van de natuur en ecologische verbindingen door beekherstel door middel van aanleg van ruigten of Eiken-Essenbos en Elzenbos; verbeteren van de belangrijke rol voor het waterbeheer (waterhuishouding) van het gebied; mogelijkheid tot het oplossen van de verdrogingsproblematiek door hier water vast te houden en vertraagd af te voeren; de beken krijgen de ruimte d.m.v. overstromingsvlaktes en dammetjes die zorgen voor het vasthouden van water; bebouwing beperken tot de aan het beekdal grenzende hogere gronden; bebouwing in het beekdal is niet wenselijk en moet zo mogelijk worden verwijderd; nieuwe bebouwing moet worden opgenomen in bestaande bebouwingsstructuren (de bestaande linten en kernen); herstel van historische bouwelementen (watermolens, oude hoeves); volop ruimte geven aan extensieve recreatie.

In de Structuurvisie zijn kwaliteitsverbeterende maatregelen opgenomen die kunnen worden ingezet ten behoeve van de versterking van de specifieke kenmerken van dit landschap. Daarnaast is in de Structuurvisie aangegeven dat de gemeente een ‘ecologische ladder’ wil realiseren die bestaat uit met elkaar verbonden natuurgebieden, die vervolgens dienen aan te sluiten op gemeentegrensoverschrijdende delen van deze ladder. De hoofddelen van de ladder lopen in noord-zuid-richting en de sporten (o.a. in de vorm van beeklopen) in oost-west-richting. Tussen de stijlen en sporten van de groenblauwe ladderstructuur wordt gestreefd naar een aantrekkelijk agrarisch cultuurlandschap. Ten aanzien van het thema ‘water’ geldt dat binnen de ladder ‘blauwe natuur’ wordt ontwikkeld. Andere waterdoelen zijn vernatting van natuurgebieden, het vergroten van de sponswerking van het landschap, het voorkomen van wateroverlast en het behouden van goed en voldoende drinkwater. De ecologische ladder is direct aangrenzend aan het plangebied gelegen (talud van de Geleenbeek). In het buitengebied blijft de agrarische sector de ruimte krijgen, behalve in gebieden die behoren tot de ‘ecologische ladder’ of waar het landschap geen te grote agrarische ontwikkelingen kan dragen. In die gebieden wordt ingezet op behoud en versterking van natuur- en landschapswaarden.

Er wordt gewerkt volgens het adagium ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’: grootschalig en intensief agrarisch ondernemen is mogelijk in de twee daarvoor aangewezen landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s). In extensiveringsgebieden daarentegen hebben (natuur)waarden voorrang op het landbouwbelang (het voorliggende plangebied is gelegen in het extensiveringsgebied). In het tussengelegen ‘verwevingsgebied’ (zoals het voorliggend plangebied) zijn er ook nog ontwikkelmogelijkheden voor de landbouw. Er wordt onderscheid gemaakt in grondgebonden bedrijven en niet-grondgebonden bedrijven. Bij elke ontwikkeling is inpassing in het omliggende landschap vereist. Er worden ook ruime mogelijkheden geboden voor verbrede landbouw. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden voor functieverandering, met name in vrijkomende (agrarische) bedrijfsbebouwing. Er wordt voorts ruimte geboden voor andere, met landbouw en natuur combineerbare functies die goed inpasbaar zijn in het landschap en tegelijkertijd de leefbaarheid van het buitengebied en de plattelandseconomie een impuls geven. Een onderscheid wordt gemaakt tussen wel en niet aanhet-buitengebied-gebonden bedrijven. Naast functieverandering blijft in het buitengebied ook functieverbreding toegestaan. Ook hierbij geldt het streven dat de functieverbreding leidt tot verbetering van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.

Hergebruik van voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing (VABs) wordt in het merendeel van de gevallen toegejuicht. Diverse hergebruiksvormen zijn mogelijk. Naast hergebruik van VAB wordt ingezet op sloop van VAB. Ten aanzien van het buitengebied geldt dat het toevoegen van nieuwe woningen ongewenst is. Incidentele nieuwbouw is enkel nog onder voorwaarden mogelijk. Ter behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing zijn er meer mogelijkheden.

Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 17 -

Toelichting

Plangebied In het voorliggende plan zijn mogelijkhedendopgenomen om agrarische gronden en gebouwen die thans deel uitmaken van een (intensieve) veehouderij naar een woonbestemming om te zetten. Hiermee kan de geurhinder als gevolg van deze bedrijven tot het verleden gaan behoren en kan het woon- en leefklimaat in de buurtschap Oud Roosteren aanzienlijk worden verbeterd. Als gevolg van deze mogelijke bedrijfsbeëindiging(en) komen ook, al dan niet cultuurhistorisch waardevolle, gebouwen vrij. Niet alle gebouwen zijn daarbij waardevol, doch zijn zij alle gelegen binnen het cultuurhistorisch ensemble van Oud Roosteren. Het is daarom wenselijk dat deze gebouwen en het ensemble zoveel mogelijk intact worden gelaten. Dit kan door deze te benutten voor nieuwe functies. In dit geval gaat het om woningen. Het grootste deel van de nieuwe woningen wordt in bestaande bebouwing gerealiseerd. Aangezien deze (mogelijke) ontwikkelingen in de bebouwingscluster van de buurtschap plaatsvindt blijft het omliggende landschap intact. Door een goede inpassing in combinatie met sloop van enkele stallen kan een passend landschappelijk beeld worden gecreëerd. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op het beekdal van de Geleenbeek. Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM, onderdeel Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025) Bij realisatie van woningen buiten de rode contour (m.u.v.

hergebruik van vrijkomende bebouwing) is het Limburgs Kwaliteitsmenu aan de orde. Essentie hiervan is dat de beoogde ontwikkelingen gepaard moeten gaan met landschappelijke kwaliteitsverbetering, natuurontwikkeling en ontstening. Dit ter compensatie van het door de ontwikkeling optredende verlies aan omgevingskwaliteit. De beoogde ontwikkelingen moeten niet alleen zelf goed ingepast worden in het landschap en de landbouwstructuur, maar bovendien gepaard gaan met een “compensatie” van het verlies aan omgevingskwaliteiten. Naast de realisatie van extra natuur en landschapselementen en het opruimen van ontsierende bouwwerken, worden óók mogelijkheden gezien voor bijdragen aan de realisatie van het gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan, recreatieve ontsluiting van de directe dorpsomgeving, herstel van cultuurhistorische waarden e.d.. Het Limburgs Kwaliteitsmenu is ook aan de orde voor ontwikkelingen van andere functies buiten de contour, waarvan na weging van alle relevante aspecten geconcludeerd is dat zo’n ontwikkeling buiten de contour aanvaardbaar is. Het Limburgs Kwaliteitsmenu bestaat om die reden uit meerdere modules, onder meer voor landbouw, toeristisch-recreatieve functies, landgoederen, woningen, bedrijven, uitbreidingen van werklocaties en woongebieden buiten de contouren.

Per module wordt in de Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu uitgewerkt hoe de kwaliteitsbijdrage kan worden bepaald, alsmede de aard van de te realiseren kwaliteitsverbeterende maatregelen. Uitvoering van het Limburgs Kwaliteitsmenu gebeurt door de gemeenten in een structuurvisie. Een goede inrichting en ontsluiting van het landelijk gebied is belangrijk voor landbouw, toerisme en de bewoners. Hergebruik van vrijkomende (agrarische of niet-agrarische) bebouwing in het buitengebied voor wonen, of kleinschalige vormen van bedrijvigheid is mogelijk mits gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing, de monumentale/architectonische kernmerken worden gerespecteerd, de bouwmassa niet toeneemt, er geen negatieve milieueffecten of belemmeringen optreden voor nabijgelegen functies, en er geen verstoring optreedt van het bundelingsbeleid voor wonen en werken. Uitgangspunt is dat overtollige gebouwen zoveel mogelijk worden gesloopt. In de Structuurvisie heeft de gemeente Echt-Susteren het LKM vertaald naar haar specifieke gemeentelijke situatie. Het gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM) omvat 16 modules en is van toepassing op vanuit ruimtelijk-functioneel oogpunt gezien niet-onaanvaardbare ruimtelijke ontwikkelingen die via een projectafwijking, wijziging of herziening van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.

Kenmerkend voor de bedoelde ontwikkelingen is dat het veelal nieuwe functies zijn die een nieuw ruimtebeslag leggen met daaraan verbonden specifieke ruimtelijke invloeden op de omgeving. Het GKM is hoofdzakelijk van toepassing op het buitengebied, maar ook op delen van het stedelijk gebied. Plangebied In het voorliggende plangebied zijn onder meer een intensieve veehouderij (Oud Roosteren 15) en een agrarisch bedrijf (Oud Roosteren 24) gelegen. Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 18 -

Toelichting

Op het perceel Oud Roosteren 15 vindt nog steeds intensieve veehouderij plaats. Met name het beëindigen van deze intensieve veehouderij dis noodzakelijk in het kader van het verbeteren van het woon- leefklimaat in de hele kern. Het perceel wordt aan meerdere zijden begrensd door woonfuncties die een belemmering vormen voor eventuele uitbreiding/doorontwikkeling van het bedrijf. Ondanks dat sprake is van een geldige milieuvergunning op basis van het bestemmingsplan veroorzaakt de geuroverlast inmiddels dermate veel hinder voor de omwonenden dat handhaving van deze functie alhier niet meer wenselijk is. Met de wijzigingsbevoegdheid in dit bestemmingsplan wordt de eigenaar de mogelijkheid geboden de locatie te ontwikkelen tot maximaal vijf woningen (inclusief één bestaande bedrijfswoning die in dit geval wordt herbestemd tot reguliere burgerwoning). Dit betekent een netto toevoeging van vier woningen. Op het agrarisch bedrijf Oud Roosteren 24 vinden thans geen landbouwgerelateerde activiteiten plaats. Hier wordt de bestaande bedrijfswoning rechtstreeks bestemd tot een reguliere woning en wordt het overige deel van het perceel eveneens bestemd tot ‘Wonen’ met een uitwerkingsplicht. Hier kunnen pas woningen worden gerealiseerd indien een uitwerkingsplan wordt vastgesteld waaruit blijkt dat aan de voorwaarden zoals opgenomen in de uitwerkingsplicht wordt voldaan.

Daarvoor is onder meer het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk. Omdat aan de overzijde, op nummer 15, sprake is van een intensieve veehouderij is een goed woon- en leefklimaat pas haalbaar indien de intensieve veehouderij wordt beëindigd. Dat kan op twee manieren: ófwel door toepassing van de in dit plan opgenomen separate wijzigingsbevoegdheid voor het wegbestemmen van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ ófwel door eerst de wijzigingsbevoegdheid naar ‘Wonen’ op de locatie Oud Roosteren 15 te benutten, waarvoor het noodzakelijk is dat de intensive veehouderij wordt beëindigd. Met de uitwerkingsplicht voor de locatie Oud Roosteren 24 in dit bestemmingsplan wordt de eigenaar de mogelijkheid geboden de locatie te ontwikkelen tot maximaal vier woningen. Dit betekent een netto toevoeging van vier woningen. Realiseren van woningen hoofzakelijk in bestaande bebouwing Het is op beide percelen Oud Roosteren 15 en 24 de bedoeling dat hoofdzakelijk in leegstaande en/of vrijkomende bebouwing woningen worden gerealiseerd. Deze ontwikkeling past binnen module 15 van het GKM (‘Omzetting vrijkomende agrarische bebouwing of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing)’. Als GKM-bijdrage geldt daarbij standaard een goede landschappelijke inpassing.

Bij uitbreiding van bebouwing dient een bedrag van € 15,-/m² te worden betaald. De extra solitaire woning (de enige woning die niet in bestaande bebouwing wordt gerealiseerd) is noodzakelijk om behoud van de panden met cultuurhistorische waarde en de milieuhygiënische verbetering te kunnen financieren/realiseren. Als GKM-bijdrage gold oorspronkelijk een bedrag van € 110,-/m² uitgeefbaar kaveloppervlak bij grondgebonden woningen. De GKM-bijdrage voor het toevoegen van een wooneenheid is recent aangepast: de GKM-bijdrage op basis van de structuurvisie bedraagt nu € 20.000,- per wooneenheid, aangevuld met € 20,- per m² perceeloppervlak. Met een initiatiefnemer voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor de locaties Oud Roosteren 15 en 24 kunnen nog nadere afspraken worden gemaakt over een financiële bijdrage in het kader van GKM. Dit zal mede afhankelijk zijn van de verdere invulling van het plan. Gebiedsvisie Roosteren (in ontwikkeling) Voor de gebiedsvisie Roosteren is gekozen voor een gebiedsvisie die het gehele gebied van de voormalige gemeente Roosteren omvat. Dit betekent dat naast de kern Roosteren ook de kernen van Oud Roosteren, Visserweert en Illikhoven worden belicht. Bovendien is er aandacht voor het tussen de kernen gelegen landelijk gebied. De reden voor deze keuze is dat het gebied van oudsher een eenheid vormt, zowel landschappelijk als maatschappelijk.

In deze gebiedsvisie is nog meer dan bij de voorafgaande gebiedsvisies ingezet op burgerparticipatie. De gebiedsvisie omvat een beschrijving van een aantal historische gebeurtenissen dat nog zichtbaar is in de tegenwoordige situatie. Het huidige Roosteren is vervolgens beschreven vanuit vijf belangrijke werkvelden te Bestemmingsplan Oud Roosteren Gemeente Echt-Susteren

- pagina 19 -

Toelichting

weten demografische ontwikkelingen, wonen, bedrijvigheid, sociaal domein, verkeer en openbare ruimte. Vervolgens wordt het toekomstbeeld d van genoemde beleidsvelden beschreven en hoe het werkproces voor de daaruit voortkomende projecten en activiteiten het beste kan worden ingericht. De visie geeft tevens een overzicht van projecten en kleinere werkzaamheden, die op korte termijn tot resultaten kunnen leiden. De projecten zijn samengevat in projectfiches. De visie geeft ten slotte een beschrijving van de criteria op grond waarvan gekomen kan worden tot een prioriteitsvolgorde. Beoogd is een gebiedsvisie op maat te maken, die richting kan geven aan de toekomst van Roosteren en het integraal uitvoeren van projecten die de leefbaarheid van Roosteren kan bevorderen. Ten aanzien van Oud Roosteren wordt in de gebiedsvisie met name aandacht besteed aan het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte (riolering en reconstructie weg). Daarnaast wordt ook vermeld dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van het agrarisch bedrijf Oud Roosteren 15 onder druk staat. Het oplossen van de problematiek rondom dit agrarische bedrijf wordt gezien als een gebiedsontwikkeling met eigen processen en financiële middelen. Hiervoor is onder meer het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=a4e1eb23-6a29-43df-9432-ea3ddaaacd01