CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Allee ongenummerd te Koningsbosch"12.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.1.5

Conclusie archeologie Op grond van het verrichte archeologisch onderzoek kan het plangebied niet vrij worden gegeven. De op het plangebied rustende archeologische waarde-aanduiding (Waarde- Archeologie 3) dient derhalve gehandhaafd te worden op de verbeelding. Alvorens de bouw en grondroeringen in het plangebied kunnen aanvangen dient er nader archeologisch onderzoek middels proefsleuven te worden uitgevoerd. Voor aanvang van de werkzaamheden zal tijdig een Programma van Eisen Protocol Proefsleuven ter goedkeuring aan het bevoegde gezag worden overgelegd.

5.2

Kabels en leidingen Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.

5.3

Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.

5.3.1

Verkeersstructuur De locatie ligt aan een geasfalteerde weg (Allee). De Allee heeft een smal wegprofiel met aan beide zijden een bomenlaan. Het is dan ook niet wenselijk om zwaar (agrarisch en vracht)verkeer via deze weg te ontsluiten. De te realiseren ontsluiting aan de weg Allee zal primair dienen voor het

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

31

M171253.019/ASA

ontsluiten van de (bedrijfs)woning en is zal worden gebruikt door licht (auto)verkeer. Voor het zwaar (vracht)verkeer wordt aan de achterzijde van het perceel een tweede inrit aangelegd. Dat verkeer kan dan via Majoorsweg/Heugdenerweg richting de N274 (Prinsenbaan) rijden. Hoewel het aantal verkeersbewegingen beperkt zal zijn tot gemiddeld maximaal twee vrachtwagen en enkele auto’s met trailers per dag, kan dit verkeer af- en aanrijden via de Majoorsweg richting de provinciale weg N274. Het merendeel van het verkeer en zeker het zware verkeer zal gebruik maken van deze inrit. Middels die aan- en afvoerroute wordt de dorpskern van Koningsbosch gemeden/ontlast en hoeft er, zeker met zwaar verkeer, geen gebruik gemaakt te worden van de aan de noordelijke zijde gelegen Molenweg. De grondruil noodzakelijk voor de realisatie van deze inrit is reeds doorgevoerd.

Adviesroutes ter uitsluiting van het plangebied

5.3.2

Parkeren Voor een woning wordt door de gemeente Echt-Susteren een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen gehanteerd. Ten behoeve van kantoor wordt uitgegaan van 2,8 parkeerplaatsen per 100 m² BVO. Het totale oppervlakte BVO ten behoeve van kantoor bedraagt 48 m². Derhalve dienen 1,4 parkeerplaatsen voor kantoordoeleinden te worden gerealiseerd. Voor een manege wordt per paardenbox uitgegaan van 0,5 parkeerplaatsen. Uitgaande van 24 paardenboxen, dienen 12 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. In totaliteit moeten ten behoeve van voorliggend voornemen minimaal 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Die parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd op eigen terrein. Voor de garage van de bedrijfswoning kunnen 2 auto’s (t.b.v. de bedrijfswoning) worden geparkeerd. Aan de oostelijke zijde van de van de nieuwe rijhal is voldoende ruimte voor het realiseren van 6 parkeerplaatsen. Tevens worden aan de achterzijde van de rijhal 10 parkeerplaatsen beoogd ten behoeve van de paardenhouderij. Deze plaatsen zijn groter van aard zodat daar auto’s met trailers kunnen worden geparkeerd. In het landschapsplan zijn deze parkeerplaatsen groen

32

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

ingepast, waardoor langdurig ‘uit het zicht’ kan worden geparkeerd.

Ligging parkeerplaatsen – rechtsboven 2 parkeerplaatsen, linksonder 10 parkeerplaatsen

5.4

Waterhuishouding

5.4.1

Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).

5.4.2

Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

33

M171253.019/ASA

5.4.3

Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is. Voorliggend bestemmingsplan is aangemeld via de digitale watertoets. Uit het doorlopen van de toets is gebleken dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat het Waterschap betrokken dient te worden bij de voorbereiding van het plan. Uit het toetsresultaat blijkt dat dit plan gevolgen kan hebben voor het waterbeheer. Vandaar dat de normale watertoets-procedure gevolgd moet worden.

Dit houdt in dat het waterschap een wateradvies geeft over het duurzaam waterbeheer binnen het plangebied.

5.4.4

Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Echt-Susteren. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Aansluiting op de gemeentelijke riolering dient plaats te vinden via een drukriool. Daartoe dient een persleiding te worden aangelegd in openbaar gebied en een pompgemaal te worden geplaatst. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening. Als voorziening wordt een grote vrij liggende kikkerpoel aangelegd.

34

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

Capaciteit hemelwatervoorziening Bij nieuwbouw dient minimaal 80% van het verharde oppervlak afgekoppeld te worden. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient de hoeveelheid af te voeren hemelwater te worden berekend bij extreme buien van t=25 en t=100. Door voorliggend planvoornemen wordt ongeveer 6.420 m² aan verhard oppervlak en bebouwing toegevoegd. Bij een bui t=25 (50 mm) dient de capaciteit van de infiltratievoorziening 321 m³ te bedragen. Bij een bui t=100 (84 mm) moet de voorziening 540 m³ kunnen bergen. De vrij liggende kikkerpoel heeft een beoogde oppervlakte van 450 m² en een bergend vermogen van 450 m² * 1,2 m = 552 m³. Deze capaciteit voor retentie en infiltratie is ruim voldoende. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening wordt alleen schoon hemelwater opgevangen, waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. Door het gebruik van niet-uitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen. Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat geen water in de te realiseren gebouwen kan vloeien.

Omdat de beoogde locatie is gelegen in het buitengebied, met ruime afstanden naar nabijgelegen woningen en bebouwing en de afwezigheid van reliëf, kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld, dat hiervan geen sprake zal zijn.

5.4.5

Conclusie Gelet op vorenstaande en de resultaten van de watertoets vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

5.5

Ecologie en landschap

5.5.1

Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

35

M171253.019/ASA

5.5.2

Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is het op ongeveer 4 kilometer gelegen ’Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop’.

Kaart ‘Natuur’ POL2014 met aanduiding plangebied

Indien er sprake zou zijn van een effect, dan betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Gezien de afstand tot het plangebied is een effect van geluid en licht uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de nieuwbouw van een bedrijf met paarden betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een significante toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is derhalve niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUSberekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Enkel wanneer er geen toename aan stikstofdepositie is, is een effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied uitgesloten. Is dit niet het geval dan dienen maatregelen te worden genomen om de netto toename in stikstofdepositie tot nul terug te brengen. Middels AERIUS-berekeningen is nagegaan of de vestiging van deze paardenhouderij leidt tot een toename van stikstofdepositie op omliggende stikstofgevoelige natuurgebieden. In een Memo (zie bijlage 7) zijn die berekeningen nader toegelicht. Uit de berekeningen voor de realisatiefase met de AERIUS-module blijkt, dat er tijdens de realisatiefase geen sprake is van een significant effect op een voor stikstof gevoelig natuurgebied.

Er ontstaat geen depositie > 0,00 mol/ha/jr., waardoor effecten op instandhoudingsdoelen van N-2000

36

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

gebieden ten gevolge van stikstof met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt, dat de depositie in deze fase > 0,00 mol/ha/jr is, waardoor een mogelijk significant effect op N-2000 gebieden niet op voorhand kan worden uitgesloten. Derhalve is voor deze fase gebruik gemaakt van interne saldering (zie bijlage 2 bij Memo) met het grasland waarmee het mogelijke significante effect teniet wordt gedaan. Uit deze AERIUS-berekeningen en Memo blijkt derhalve dat onderhavig planvoornemen niet tot een toename van stikstofdepositie leidt op de omliggende stikstofgevoelige Natura2000-gebieden zoals de Meinweg, Swalmdal, Roerdal, Leudal, Geleenbeekdal, Brunssummerheide, en Bunder- en Elslooërbos. Derhalve heeft voorliggend planvoornemen geen negatieve effecten op de natuurlijke waarden in die gebieden. Voorafgaande aan de ingebruikname van de paardenhouderij dient nog een Wnb-vergunning te worden aangevraagd. Voordat het bestemmingsplan kan worden vastgesteld dient met enige mate van zekerheid duidelijk te zijn dat de Wet natuurbescherming de ontwikkeling niet in de weg staat. Dit blijkt uit de bijgevoegde Memo (bijlage 7). Het al dan niet verlenen van de Wnb-vergunning is ter beoordeling van het bevoegd gezag (in dit geval de provincie Limburg). 5.5.3

Natuurgegevens provincie Limburg De provincie Limburg heeft in 2008 de haar beschikbare natuurgegevens geactualiseerd. Uit deze gegevens blijkt dat binnen het plangebied geen beschermde vogels, vegetatie en flora voorkomen.

Kaart met aanduiding natuurgegevens provincie

Omdat de data van natuurgegevens verouderd is, is tevens de website waarneming.nl geraadpleegd. Deze website bevat data met waarnemingen omtrent flora en fauna. Uitgaande van waarneming.nl zijn ook vanaf november 2017 in het plangebied geen beschermde flora en fauna aangetroffen. Binnen het gebied ‘Koningsbosch – Aan Reijans’ is één waarneming van de beschermde/zeldzame vogelsoort bijeneter. Deze waarneming werd echter op ruime afstand van het plangebied gedaan.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

37

M171253.019/ASA

Plangebied ingetekend binnen het gebied ‘Koningsbosch – Aan Reijans’ op waarneming.nl

5.5.4

Effectenindicator Voorliggende planontwikkeling is getoetst aan de effectenindicator. De selectie is uitgevoerd op gebied 'Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop' en activiteit 'Grondgebonden landbouw'. Daaruit blijkt, mede door de afstand van 4 km tussen het plangebied en de Natura2000-gronden, dat voorliggend planvoornemen geen invloed heeft op dat dichtstbijzijnde natuurgebied. Het planvoornemen zorgt niet voor oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging en/of verstoring van het gebied 'Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop'. Tevens zal door het planvoornemen de soortensamenstelling niet bewust worden veranderd.

Resultaten effectenindicator

38

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

5.5.5

Inpassingsplan Op basis van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van een nieuwvestiging van een aan het buitengebied gerelateerd bedrijf in het landschap van het Hoogterras, met een maximaal bouwvlak van 1,5 ha. Volgens de criteria voor ‘basiskwaliteit plus’ dient de planlocatie goed te worden ingepast, waarbij ten minste 10 procent van het bouwvlak ten goede moet komen aan de landschappelijke maatregelen en 5% als aanvullende kwaliteitsverbetering. Dit betekent dat een oppervlakte van 2.250 m² ten goede moet komen aan de landschappelijke (en aanvullende) inpassing. De afwisseling in patronen en landschapstypen vormt de kwaliteit van het omliggende landschap. Ook de historische wegenstructuur en de te behouden kleinschalige landschapselementen vormen een meerwaarde voor het landschap. De kansen liggen dan ook vooral in het verder ontwikkelen van de groenstructuren en de erfbeplanting in de bebouwingslinten. In de tussenliggende gebieden is juist het behoud van de openheid een speerpunt van het landschapsbeleid. Het erf met bovenstaande voorzieningen zal zo compact mogelijk worden gehouden. Om openheid en doorzichten vanaf de Allee te behouden, zal het erf circa 80-100 meter van de weg worden gesitueerd.

Het erf krijgt een traditionele opzet, met de bedrijfswoning en privétuin aan de voorzijde, en het bedrijfsgedeelte op het achtererf. Hierbij worden landschapsontsierende elementen zoals parkeren en mestplaten zoveel mogelijk uit het zicht gehouden. Aan de zijde van de weg Allee ligt de entree tot de planlocatie. Een oprijlaan met aan beide zijden winterlindes, benadrukt de entree. Aan weerszijden van de oprijlaan worden paardenweiden aangelegd, die omheind worden met een kastanje houten hekwerk. Het woonperceel wordt omlijst met een lage beukenhaag van circa 1,20 m hoog. Aan de andere zijde van de oprijlaan wordt de voorgevel van de rijhal deels aan het zicht onttrokken door de aanplant van twee winterlindes. Het bedrijfsgedeelte met alle voorzieningen voor de paardenhouderij wordt omgeven door robuuste groen- (of bos)singels van circa 10 meter breed. De singels worden ingeplant met gebiedseigen heesters en boomvormers (zomereik, linde, hazelaar, meidoorn, sleedoorn lijsterbes en kardinaalsmuts), zodat een dichte groensingel ontstaat die ook in de winter het zicht op de planlocatie verzacht of zelfs geheel ontneemt. Aan de westzijde wordt rondom de poel en nabij de secundaire ontsluiting een opening behouden. Rondom de poel wordt een meer open beplantingsstructuur voorgesteld, door de aanplant van enkele struikgroepen.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

39

M171253.019/ASA

Door de voorgenoemde maatregelen zal het totale oppervlakte groen 3.339 m² bedragen, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan het gestelde in het GKM.

Landschappelijk inpassingsplan

De omgevingscommissie heeft d.d. 29 januari 2019 een positief advies (zie bijlage 4) gegeven over onderhavig landschapsplan. 5.5.6

Conclusie ecologie en landschap Voorliggende ontwikkeling voorziet in een nieuwe paardenhouderij in het buitengebied van Koningsbosch. Uit de beschikbare gegevens blijkt, dat op onderhavige locatie geen beschermde flora en fauna is waargenomen. Tevens is de locatie op ruime afstand gelegen van omliggende natuurgebieden. Uit de berekening met de AERIUS-calculator blijkt, dat voorliggend planvoornemen geen rekenresultaten oplevert boven de 0,00 mol/ha/jr. Derhalve heeft voorliggend planvoornemen geen negatieve effecten voor de natuurlijke waarden in omliggende Natura-2000 gebieden. Het planvoornemen wordt beoogd in het open buitengebied. Daarom is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarin de bedrijfsgebouwen landschappelijk worden ingepast. De omgevingscommissie van de gemeente heeft een positief advies afgegeven op onderhavig voornemen. Het aspect ecologie en landschap vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

40

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

5.6

Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zullen verder worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning/bouwvergunning.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

41

M171253.019/ASA

42

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

6

Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

6.1

Grondexploitatie

6.1.1

Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van de openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.

6.1.2

Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: -

het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

43

M171253.019/ASA

De gemeente Echt-Susteren sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van het project. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld.

6.2

Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van een dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Tussen initiatiefnemer en de gemeente Echt-Susteren wordt een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten zodat eventuele toegewezen aanvragen van een tegemoetkoming in planschade voor rekening van initiatiefnemer komen.

44

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

7

Planstukken Het bestemmingsplan ‘Allee ong. te Koningsbosch’ van de gemeente Echt-Susteren bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1: 2000.

7.1

Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2008’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: -

-

-

er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website).

Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.

7.2

Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

45

M171253.019/ASA

7.2.1

Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.

7.2.2

Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -

-

-

-

Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Voorlopige bestemmingen o Uit te werken bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel o Algemene bouwregels o Algemene gebruiksregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingssregels o Algemene wijzigingsregels o Verwezelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels o Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel

De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid

46

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. In het voorliggend bestemmingsplan wordt de geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ gehandhaafd. Binnen deze bestemming wordt een bouwvlak van 1,5 ha opgenomen, waarop de functieaanduiding ‘gebruiksgerichte paardenhouderij’ van toepassing is. Daarmee wordt de beoogde paardenhouderij planologisch verankerd in het bestemmingsplan. Tevens blijft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ gehandhaafd, evenals de op deze locatie van toepassing zijnde gebiedsaanduidingen ‘hamsterbiotoop’ en ‘provinciale ontwikkelingszone groen’.

7.2.3

Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1 : 2000 en digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

47

M171253.019/ASA

48

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

8

Vooroverleg, inspraak en formele procedure

8.1

Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

8.2

Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties. Door de betreffende instanties zijn geen reacties c.q. adviezen gegeven/ingediend welke niet al reeds zijn opgenomen/verwerkt in onderhavige toelichting.

8.3

Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

49

M171253.019/ASA

De gemeente Echt –Susteren heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen.

8.4

Formele procedure

8.4.1

Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.

3. 4. 5.

6. 7.

8.4.2

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf [ datum ] tot en met [ datum ] voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn [ wel / geen ] zienswijzen ingekomen. [ indien van toepassing: ] Ten aanzien van deze zienswijzen heeft het college van burgemeester en wethouders een beantwoording geformuleerd in een zienswijzennota [ controleren of dit correcte benaming is ]. De zienswijzennota is toegevoegd als bijlage [ … ]. Deze zienswijzennota wordt samen met het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. Op [datum] is het bestemmingsplan [gewijzigd] [ongewijzigd] vastgesteld.

50

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M171253.019/ASA

9

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Brief Principebesluit d.d. 20 maart 2018 (documentnummer: 560394); Advies Adviescommissie Agrarische Bouwaanvraag (AAB); d.d. 11 oktober 2018; Landschappelijke inpassing Hippische accommodatie Allee ong. Koningsbosch, opgesteld door Pouderoyen Compagnons d.d. 1-3-2019 (documentnummer: 046-013); LKM-advies Omgevingscommissie d.d. 29 januari 2019; Historisch bodemonderzoek Aelmans ECO d.d.25 juli 2019; Archeologisch bureauonderzoek met verkennend booronderzoek, uitgevoerd door KSPArcheologie, rapport d.d. 21 mei 2019; Memo met AERIUS-berekeningen stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden.

Bestemmingsplan Allee ong. te Koningsbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=cb74ba8e-4e38-468c-9da2-d9a6379e45cc