septoebijlage1
Tekst van het document
Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. Wet- en regelgeving Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 23 -
23
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is op 1 januari 2010 een circulaire gepubliceerd voor de risiconormering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen). Deze Circulaire is in juli 2012 gewijzigd in verband met Basisnet Spoor en enige andere aanpassingen (Stc. 2012-14687, d.d. 20.07.2012). Voor de risico's als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of waterweg wordt in navolging van het Bevi gewerkt aan een Besluit externe veiligheid voor transportroutes. Met betrekking tot veiligheidsaspecten van transport over de weg, het water en het spoor, wordt momenteel beleid geformuleerd in het kader van het Basisnet Weg, Basisnet Water en Basisnet Spoor. Het definitieve ontwerp voor het Basisnet Water is inmiddels aangeboden aan de Tweede Kamer. Hieruit blijkt dat bij zelfs een zeer extreme groei van het transport, er nagenoeg nergens een 10-6 contour op de oever terecht komt en er ook geen overschrijdingen van de oriëntatiewaarde voor het GR optreden. Wel is er een extra veiligheidsambitie gesteld. Voor het meest voorkomende transport (brandbare vloeistoffen LF1/LF2) wordt hiermee rekening gehouden door plasbrandaandachtsgebieden vast te stellen.
Het definitieve ontwerp voor het Basisnet Weg is tevens aangeboden aan de Tweede Kamer. Wat betreft het Basisnet Spoor is een stand van zaken aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor het Basisnet Spoor lopen nog diverse discussies tussen belanghebbende partijen over de te hanteren uitgangspunten. Externe veiligheid buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) in werking getreden. In dit besluit worden in lijn met het Bevi normen gesteld aan het PR en het GR voor buisleidingen. Externe veiligheid hoogspanningskabels In het advies met betrekking tot hoogspanningslijnen van de Staatsecretaris van VROM is aangegeven dat, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, vermeden dient te worden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (µT), de magneetveldzone. Binnen deze 0,4 µT zone wordt geadviseerd geen nieuwe gevoelige bestemmingen (woningen, scholen, kinderopvangplaatsen) te realiseren. Projectlocatie Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door bureau WSP een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven.
Onderzoek externe veiligheid Transformatie naar woonzorgcomplex Susterderweg 31 te Nieuwstadt, WSP, rapportnummer SLM20086.NOT001.AC.RL, d.d. 16.06.2022 Conclusie Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Sittard-Roermond en de aardgasleidingen met kenmerk A-665, A-630 en A-578. Het groepsrisico (in zowel de bestaande als de toekomstige situatie) is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de voorgenomen ontwikkeling. Zowel voor de spoorlijn Sittard-Roermond als voor de aardgasleidingen volstaat een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag moet hiertoe de Veiligheidsregio Limburg-Noord in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen over de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied. De overige risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied vormen geen belemmering voor de transformatie van het voormalige kantoor naar een woonzorgcomplex aan de Susterderweg 31 in Nieuwstadt. De rapportage van het onderzoek externe veiligheid is opgenomen als separate bijlage 6 bij deze notitie. Het advies van de Veiligheidsregio Limburg-Noord is als separate bijlage 7 bijgevoegd.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 24 -
24
m.e.r.-beoordelingsnotitie
5.7 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Onderhavig plan Archeologie Het onderhavige plangebied is in het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ niet voorzien van een archeologische dubbelbestemming. Dit betekent dat het plangebied archeologisch is vrijgegeven. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is derhalve niet aan de orde.
Cultuurhistorie In het ter plaatse vigerende facetbestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ is het onderhavige plangebied niet voorzien van een dubbelbestemming dan wel aanduiding ten behoeve van de bescherming van cultuurhistorische waarden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de realisering van het onderhavige plan.
5.8 Milieuzonering In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gesitueerd die een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied kunnen belemmeren. Direct ten westen van het plangebied is een sportveldencomplex gelegen. In het kader van de milieuzonering is voor deze functie het aspect geluid maatgevend. Voor geluid geldt, uitgaande van een ‘gemengd gebied’, een richtafstand van 30 meter. Omdat aan deze richtafstand niet wordt voldaan, is middels een akoestisch onderzoek aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat (zie paragraaf 5.3 van deze toelichting. Voor de overige aspecten (geur, stof, gevaar) geldt voor het sportveldencomplex een richtafstand van 0 meter. Het aspect milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor de realisering van het plan.
5.9 Overige milieuhinder Trillingshinder Het initiatief betreft de realisering van een trillingsgevoelige object. Er is echter geen trillingshinder te verwachten als gevolg van de in de directe omgeving gelegen weg(en) of inrichting(en). Er is derhalve geen nader onderzoek noodzakelijk. Het plan veroorzaakt zelf ook geen trillingshinder voor naastgelegen functies.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 25 -
25
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Lichthinder Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een lichthindergevoelige functie. De verlichte sportvelden die ten westen van het plangebied zijn gesitueerd liggen echter op een dusdanige afstand dat er geen sprake zal zijn van lichthinder. Geurhinder Het initiatief betreft de realisering van een woning. Een woning is een geurgevoelige functie. In de directe omgeving is geen sprake van een inrichting met een geurcontour. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het plan veroorzaakt zelf ook geen geurhinder voor naastgelegen functies.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 26 -
26
m.e.r.-beoordelingsnotitie
6 Conclusies In de onderstaande tabel is per milieuaspect een conclusie opgenomen naar aanleiding van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling: Milieu-aspect Water/hydrologie
Onderzoek Er kunnen infiltratievoorzieningen worden aangelegd in het projectgebied waarmee de afkoppeling van hemelwater afkomstig van de bebouwing en de verharding kan worden geregeld. Daarmee kan worden voldaan aan de uitgangspunten van het waterschap.
Conclusie Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.
Ecologie/stikstof
Uit de uitgevoerde ecologische quickscan komt naar voren dat het plan niet leidt tot aantasting van beschermde plant- en/of diersoorten. Uit de
Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.
uitgevoerde AERIUS-berekening is gebleken dat het project geen nadelige gevolgen voor omliggende Natura2000-gebieden zal hebben. Geluid
Wet geluidhinder Er zijn geen belemmeringen voor het plan inzake de Wet geluidhinder, mits een Besluit hogere waarde wordt vastgesteld door de gemeente Echt-Susteren en de noodzakelijke dove gevels in het bestemmingsplan worden geborgd.
Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.
Goede ruimtelijke ordening Er is geen sprake van negatieve uitstraling van omliggende functies op het projectgebied dan wel vanwege de bouwontwikkeling op omliggende functies. Bodemkwaliteit
Ter voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure is een vooronderzoek bodemkwaliteit uitgevoerd. Uit dit onderzoek is
gebleken dat de locatie verdacht is voor wat betreft asbest. De locatie is wel verdacht voor bodemverontreiniging. Na de sloop van de bestaande bebouwing zal voor het volledige perceel een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels behorende bij het bestemmingsplan is bepaald dat de gronden pas voor de beoogde maatschappelijke functie mogen worden gebruikt wanneer middels bodemonderzoek is aangetoond dat de bodemkwaliteit in voldoende mate geschikt is voor deze functie.
Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu, onder voorbehoud van graafdiepte.
Luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.
Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.
Archeologie en cultuurhistorie
Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de realisatie van het beoogde bouwplan niet zal
Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 27 -
27
m.e.r.-beoordelingsnotitie
leiden tot verstoring van archeologische waarden. Externe veiligheid
Er is geen sprake van risico’s vanwege het Individueel risico of het groepsrisico.
Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.
Overige milieuaspecten
Er zijn geen omliggende functies die zorgen voor belemmeringen aangaande geur, stof en gevaar. Ook de functie zelf levert geen hinder of gevaar op.
Geen sprake van nadelige gevolgen voor het milieu.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 28 -
28