septoebijlage1
Tekst van het document
M.e.r.-beoordelingsnotitie bij bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
COLOFON Opdrachtgever: Datum:
Holikiday B.V. 6 september 2022
Projectnummer:
VPA 2021.98-MER
Vandewall Planologisch Advies BV Boschstraat 21A • 6211 AS Maastricht • 043.3217613 info@vandewall-planologie.nl • www.vandewall-planologie.nl
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Inhoud 1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ................................................................................................................................ 4 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................. 4 2 Wettelijk kader
5
3 Projectgebied 7 3.1 Ligging van het projectgebied .................................................................................................... 7 3.2 Bestaand gebruik projectgebied ................................................................................................ 7 3.3 Gevoelige gebieden in en nabij het projectgebied .................................................................... 9 4 Kenmerken project
10
5 Milieuaspecten 12 5.1 Waterhuishouding/hydrologie ................................................................................................ 12 5.2 Ecologie, flora & fauna ............................................................................................................. 17 5.3 Geluid ....................................................................................................................................... 19 5.4 Bodemkwaliteit ........................................................................................................................ 20 5.5 Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 21 5.6 Externe veiligheid .................................................................................................................... 23 5.7 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................................ 25 5.8 Milieuzonering ......................................................................................................................... 25 5.9 Overige milieuhinder ............................................................................................................... 25 6 Conclusies
27
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 2 -
2
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Separate bijlagen: 1) Infiltratieadvies t.b.v. nieuwbouw aan de Susterderweg 31 te Nieuwstadt, Geonius Milieu B.V., rapportnummer GA220419.R01.V2.0, d.d. 28.07.2022; 2) Quickscan Wet natuurbescherming Susterderweg 31 Nieuwstadt, Bureau Meervelt, projectnummer 22-026, d.d. 12.04.2022; 3) AERIUS-berekening woonzorgcomplex Susterderweg 31 te Nieuwstadt, Vandewall Planologisch Advies, rapportnummer VPA 2021.98 AERIUS, d.d. 08.04.2022; 4) Akoestisch onderzoek nieuwbouw woonzorgcomplex aan de Susterderweg 31 in Nieuwstadt, Spider Monkey Consultancy, rapportnummer 220204 ROIV (vierde uitgave), d.d. 06.09.2022; 5) Vooronderzoek Susterderweg 31 te Nieuwstadt, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MB220146.R01.V1.0, d.d. 22.07.2022; 6) Onderzoek externe veiligheid Transformatie naar woonzorgcomplex Susterderweg 31 te Nieuwstadt, WSP, rapportnummer SLM20086.NOT001.AC.RL, d.d. 16.06.2022; 7) Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord: Standaardadvisering externe veiligheid bij toxische scenario’s in Limburg Noord, d.d. 01.07.2022.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 3 -
3
m.e.r.-beoordelingsnotitie
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Holikiday B.V. (hierna te noemen: de initiatiefnemer) is voornemens op het perceel aan de Susterderweg 31 te Nieuwstadt (perceel kadastraal bekend als gemeente Nieuwstadt, sectie F, nummer 605) een woonzorgcomplex te ontwikkelen. In het nieuw te realiseren gebouw worden 23 zelfstandige zorgwoningen voor senioren met een zorgindicatie en een inpandige bedrijfs-/dienstwoning (appartement) voor de zorgverleners gerealiseerd. Op dit perceel (hierna te noemen: het plangebied) is thans een kantoorpand gesitueerd. Dit in slechte bouwkundige staat verkerende kantoorpand wordt gesloopt om ruimte te maken voor het nieuwe woonzorgcomplex. Tevens worden op het perceel parkeerplaatsen en een zorgvuldige landschappelijke inpassing gerealiseerd. Het perceel heeft een oppervlakte van 3.935 m². Het plangebied is in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ bestemd tot ‘Kantoor’ en voorzien van de functieaanduidingen ‘dienstverlening’ en ‘wonen uitgesloten’. Op basis van deze bestemming en functieaanduiding is de realisering van het beoogde woonzorgcomplex niet mogelijk. Om de ontwikkeling van het woonzorgcomplex mogelijk te maken dient derhalve een nieuw bestemmingsplan met een passende juridische regeling te worden opgesteld. Dit bestemmingsplan ligt thans voor.
1.2 Doelstelling Het doel van het bestemmingsplan is het mogelijk maken van een woonzorgcomplex bestaande uit 23 zorgwoningen voor senioren en een inpandige bedrijfs-/dienstwoning aan de Susterderweg 31 te Nieuwstadt (perceel kadastraal bekend als gemeente Nieuwstadt, sectie F, nummer 605). Door middel van de voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotitie krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Er wordt beoordeeld de realisering van het beoogde bouwplan mogelijk significante nadelige milieueffecten kunnen bewerkstelligen.
1.3 Leeswijzer In dit eerste inleidende hoofdstuk heeft de inleiding van de voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotie plaatsgevonden. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk beleidskader beschreven, waaruit de wettelijke verplichting van de m.e.r.-beoordeling voortkomt. In het derde hoofdstuk wordt de ligging en begrenzing van de projectlocatie beschreven. In hoofdstuk 4 worden de kenmerken van het project beschreven en in hoofdstuk 5 zijn de relevante milieuaspecten en de conclusies van de uitgevoerde milieuonderzoeken verwoord. In het zesde en laatste hoofdstuk zijn deze conclusies overzichtelijk samengevat.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 4 -
4
m.e.r.-beoordelingsnotitie
2 Wettelijk kader Wet milieubeheer Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16 lid 2 tot en met 4 Wm. Op basis van artikel 7.17 Wm dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Dit project kan worden ondergebracht in categorie 11.2 van de D-lijst: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De (relevante) drempelwaarde van categorie 11.2 ziet toe op gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 3.935 m² en is gelegen in de kern Nieuwstadt aan de Susterderweg 31. Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de Susterderweg, direct ten noorden van de bebouwde kom van Nieuwstadt. De Susterderweg voert in noordelijke richting naar de kern Susteren en in zuidelijke richting naar de kern Nieuwstadt. Er zal als gevolg van dit plan een gebouw worden gerealiseerd met 23 zelfstandige zorgwoningen en een inpandige bedrijfs-/-dienstwoning. Hiermee wordt de drempelwaarde zoals vastgelegd onder categorie 11.2 van de D-lijst niet overschreden. Aangezien de activiteit onder de drempelwaarden van 11.2 van de D-lijst blijft dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.
Initiatiefnemer dient hiervoor een m.e.r.-beoordelingsnotitie (ook wel aanmeldnotitie genoemd) op te stellen. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Echt-Susteren, moet vervolgens beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor een m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk is. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. De achterliggende gedachte bij de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dat ook kleinere projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: - belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk; - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r. (beoordeling) plaatsvinden. Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 5 -
5
m.e.r.-beoordelingsnotitie
In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2014/52/EU) een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Bij de beslissing of voor het project wel of geen m.e.r. nodig is houdt het bevoegd gezag rekening met deze criteria: - kenmerken van het project; - locatie van het project; - soort en kenmerken van het potentiële effect. Deze criteria zijn uitgewerkt in onderstaande tabel:
-
-
-
Criteria m.e.r.-beoordeling Kenmerken van het project omvang van het project; cumulatie met andere projecten; gebruik van natuurlijke grondstoffen; productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, mede gelet op de gebuikte stoffen en technologieën. Locatie van het project bestaand grondgebruik; de relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnameniveau van het natuurlijke milieu, met aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Natura2000-gebieden, gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Soort en kenmerken van het potentiële effect bereik van het effect (geografische zone en grootte van de betrokken bevolking); grensoverschrijdende karakter van het effect; waarschijnlijkheid van het effect; duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
De m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Daar waar geen onderzoek noodzakelijk is geweest, is een motivering opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 6 -
6
m.e.r.-beoordelingsnotitie
3 Projectgebied 3.1 Ligging van het projectgebied Het projectgebied heeft een oppervlakte van 3.935 m² en is gelegen in de kern Nieuwstadt aan de Susterderweg 31. Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de Susterderweg, direct ten noorden van de bebouwde kom van Nieuwstadt. De Susterderweg voert in noordelijke richting naar de kern Susteren en in zuidelijke richting naar de kern Nieuwstadt. Op het onderstaande topografische kaartje is het projectgebied middels een rode kleur weergegeven:
Overzichtskaartje projectgebied
3.2 Bestaand gebruik projectgebied Huidige functie In de huidige situatie bevindt zich binnen het projectgebied een kantoorpand. Dit kantoorpand, dat in slechte bouwkundige staat verkeerd, is nog gedeeltelijk in gebruik. Na de vaststelling van het bestemmingsplan zal dit kantoorpand worden gesloopt om plaats te maken voor de realisering van het beoogde woonzorgcomplex. Bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ Het plangebied is thans planologisch-juridisch geregeld in het vigerend bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ (vastgesteld door de raad van de gemeente Echt-Susteren op 26.05.2016). In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd tot ‘Kantoor’.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 7 -
7
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Op de onderstaande uitsnede van de bij het vigerende bestemmingsplan behorende verbeelding is het projectgebied middels een rode omlijning aangeduid:
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’
Enkelbestemming ‘Kantoor’ De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: kantoor, al dan niet in combinatie met aan de kantoorfunctie ondergeschikte dienstverlening; dienstverlening, ter plaatse van de aanduiding ‘dienstverlening’; wonen, uitsluitend op de verdieping, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘wonen uitgesloten’ niet is toegestaan; met de daarbij behorende: bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; (*) tuinen, erven en verhardingen; wegen en paden; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.
alsmede
(*): deze aanduiding is niet van toepassing op het onderhavige plangebied. Gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ Het volledige plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. Deze gebiedsaanduiding regelt de geluidzone van industrieterrein Swentibold. Facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ In het facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ (vastgesteld d.d. 06.11.2019) is opgesteld om meer flexibiliteit te bieden aan de burger door het vaker rechtstreeks toelaten van functies dan wel het bieden van een ruimer afwegingskader voor de niet-rechtstreeks toegelaten functies. Hierdoor kunnen burgers, bedrijven en instanties sneller en daardoor efficiënter worden bediend. In het facetbestemmingsplan zijn algemene regels opgenomen maar ook specifieke regels voor het stedelijk gebied en specifieke regels voor het buitengebied. Ook is nieuw vastgesteld beleid (internetwinkels en arbeidsmigrantenhuisvesting) in dit facetbestemmingsplan vertaald. Daarnaast Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 8 -
8
m.e.r.-beoordelingsnotitie
is de gangbare bijgebouwenregeling aangepast. De bepalingen uit dit facetbestemmingsplan zijn, voor zover relevant, overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren Het plangebied is tevens planologisch-juridisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ (vastgesteld d.d. 22.09.2016). in dit bestemmingsplan is het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Echt-Susteren planologisch-juridisch verankerd. Het onderhavige plangebied is in dit bestemmingsplan niet voorzien van een dubbelbestemming of aanduiding, waardoor dit bestemmingsplan geen specifieke uitgangspunten bevat voor het onderhavige plangebied. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ De ontwikkeling van het beoogde woonzorgcomplex is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het plan voorziet in een maatschappelijke woonvorm, bestaande uit 23 zorgwoningen en een bedrijfswoning (appartement). Deze appartementen betreffen allemaal zelfstandige wooneenheden. Conform de vigerende bestemming ‘Kantoor’ in combinatie met de aanduiding ‘wonen uitgesloten’ is de woonfunctie op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Bovendien past de beoogde bebouwing niet binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak en de bouwregels behorende bij de bestemming ‘Gemengd’.
Het beoogde bouwplan is derhalve niet uitvoerbaar op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’.
3.3 Gevoelige gebieden in en nabij het projectgebied Natura2000-gebieden Voor de Natura2000-gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Onderhavig plan Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 4,8 kilometer, ligt het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’. Dit is het is het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied. De afstand van het plangebied tot de Natura2000-gebieden is zodanig groot, dat storingsfactoren zoals verlichting en geluid en optische verstoring, die optreden in het plangebied, niet reiken tot in de Natura2000-gebieden. De enige uitzondering hierop zou stikstof kunnen zijn. Voor de tijdelijke uitstoot van stikstofverbindingen in het kader van de sloop- en bouwactiviteiten is echter een vrijstelling van kracht op grond van artikel 2.9a Wet natuurbescherming, dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor uitstoot van stikstofverbindingen in de gebruiksfase van het woonzorgcomplex (indien van toepassing) is een AERIUS-berekening nodig. Als uit de berekening blijkt dat in de gebruiksfase sprake is van een extra stikstofbelasting in de daarvoor gevoelige Natura2000-gebieden, is een voortoets en/of passende beoordeling nodig.
Als een passende beoordeling moet worden uitgevoerd is ook een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming. De resultaten van de AERIUS-stikstofberekening die ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is uitgevoerd, zijn beschreven in paragraaf 5.2 van deze notitie. AERIUS-berekening woonzorgcomplex Susterderweg 31 te Nieuwstadt, Vandewall Planologisch Advies, rapportnummer VPA 2021.98 AERIUS, d.d. 08.04.2022
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 9 -
9
m.e.r.-beoordelingsnotitie
4 Kenmerken project In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project beschreven. Hierbij is de volgorde uit de Selectiecriteria Europese Richtlijn gehanteerd: 1) de omvang van het project; 2) de cumulatie met andere projecten; 3) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; 4) de productie van afvalstoffen; 5) verontreiniging en hinder; 6) risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen en technologieën; 7) risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). De bovenstaande aspecten worden in de onderstaande tabel beschreven. Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen
Locatie van het project Criteria Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnameniveau van het natuurlijke milieu, met aandacht voor: - gevoelige gebieden* (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, habitaten Vogelrichtlijngebieden
Toets Het projectgebied heeft een oppervlakte van 3.935 m². Op het terrein bevindt zich een kantoorpand met een voetprint van 733 m². Het overige gedeelte van het projectgebied is deels in gebruik als parkeerterrein en deels groen ingericht. De bestaande bebouwing wordt gesloopt om de realisatie van het woonzorgcomplex met bijbehorende parkeervoorziening mogelijk te maken. Niet van toepassing. Er wordt geen permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen, derhalve niet van toepassing. Er zal geen sprake zijn van de productie van afvalstoffen, anders dan bouwafval dat na de sloop van de oude bebouwing en na de bouw van de nieuwe bebouwing zal worden opgeruimd en afgevoerd. De ontwikkeling vindt plaats in het stedelijk gebied van de gemeente Echt-Susteren. De sloop-, aanlegen bouwwerkzaamheden die gepaard gaan met de realisering van het bouwplan kunnen mogelijk leiden tot overlast. Deze overlast is echter tijdelijk van aard en zal zoveel mogelijk worden beperkt. Er is geen sprake van de realisering van een nieuwe risicobron. Er zijn ook geen bestaande risicobronnen in de omgeving aanwezig die de uitvoering van het project belemmeren. Toets In de huidige situatie zijn de gronden bestemd tot ‘Kantoor’. Er bevindt zich een bestaand kantoorgebouw binnen het projectgebied, dat gedeeltelijk nog in gebruik is. Dit bestaande gebouw verkeert in een slechte bouwkundige staat.
Deze bestaande bebouwing wordt gesloopt. Niet van toepassing.
In dit geval zijn de omliggende Natura2000-gebieden relevant. Op 4,8 kilometer afstand van het projectgebied is het Natura2000-gebied ‘Grensmaas’ gelegen. Dit betreft het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied. Uit de uitgevoerde stikstofdepositieberekening komt naar voren dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr. plaatsvindt op dit en andere Natura2000-gebieden.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 10 -
10
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Er is derhalve geen noodzaak tot een passende beoordeling en derhalve ook geen natuurvergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming. Gebieden waarbij vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden (gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang)
Het projectgebied is in het Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) aangeduid als ‘Landelijke kern’. Deze zonering leidt niet tot belemmeringen voor het planvoornemen. Er is geen sprake van milieunormen die nu overschreden worden.
* Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlage bij het besluit m.e.r. wordt onder een gevoelig gebied verstaan: - een gebied dat krachtens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is aangewezen als Natura 2000-gebied; - een kerngebied, begrensd natuurontwikkelingsgebied of begrensde verbindingszone, dat deel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur, zoals die structuur is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals die structuur voorkomt op de kaart Ecologische Hoofdstructuur, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte (LNV-kenmerk GRR-95194); - een gebied met behoud en herstel van de bestaande landschapskwaliteit, zoals dat gebied is vastgelegd in een geldend bestemmingsplan of, bij het ontbreken daarvan, in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening, of, bij het ontbreken daarvan, zoals dat gebied voorkomt op de kaart Landschap, behorend bij deel 4 van het Structuurschema Groene Ruimte; - een krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de wet bij provinciale verordening aangewezen gebied met uitzondering van de zones waar het met het oog op de bescherming van het diepe grondwater is verboden te boren; - een gebied dat krachtens artikel 3.1
van de Erfgoedwet is aangewezen als rijksmonument; - een Belvédère-gebied als bedoeld in de bijlage ‘Gebieden’ bij de Nota Belvédère, beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting’ voor zover dat is vastgelegd in een geldende structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening of geldend bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 11 -
11
m.e.r.-beoordelingsnotitie
5 Milieuaspecten In dit hoofdstuk worden eventuele milieueffecten als gevolg van het beoogde revitaliseringsplan beschreven. De milieueffecten worden beschreven voor de volgende onderwerpen: 1) water/hydrologie; 2) ecologie, flora & fauna; 3) geluid; 4) bodemkwaliteit; 5) luchtkwaliteit; 6) externe veiligheid; 7) archeologie en cultuurhistorie; 8) milieuzonering; 9) overige aspecten. Voor zover onderzoeken zijn uitgevoerd zijn deze als bijlage bij deze notitie gevoegd.
5.1 Waterhuishouding/hydrologie Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Projectlocatie Voor de onderhavige projectlocatie kent dit beleid geen specifieke uitgangspunten. Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 De gemeente Echt-Susteren valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg.
elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027. De verplichting om elke zes jaar een nieuw waterbeheerprogramma vast te stellen is vastgelegd in de (nog niet in werking getreden) Omgevingswet. Het Nationale Waterprogramma en het Provinciaal Waterprogramma hebben dezelfde looptijd en bieden de kaders voor het waterbeheerprogramma. Het Provinciaal Waterprogramma geeft onder andere kaders voor het strategisch grondwaterbeheer, de regionale normering wateroverlast, de functietoekenning voor de oppervlaktewateren en de waterkwaliteitsdoelen voor de KRW-waterlichamen (Kader Richtlijn Water) en de overige wateren. Het Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 geeft hier de regionale invulling aan.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 12 -
12
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende legger als kaart, bijgewerkt tot maart 2019). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Ten aanzien van dit plangebied zijn er geen aanduidingen op de legger van het waterschap aangegeven. Het beleid van Waterschap Limburg schrijft voor de afhandeling van regenwater de trits ‘opvangen, bergen en infiltreren’ voor. Dit beleid is opgenomen in de Keur van het waterschap. Per 1 april 2019 geldt als norm voor Midden- en Noord-Limburg dat 100 mm/dag per m² verhard oppervlak opgevangen dient te worden binnen het plangebied. Afkoppelen hemelwater Het hemelwater in het plangebied dient te worden afgekoppeld.
Voor het afkoppelen van het hemelwater heeft het Waterschap Limburg een 8-stappenplan opgesteld. Bij de realisatie van de beoogde woning dienen de in het stappenplan opgenomen stappen in acht te worden genomen. Deze voorwaarden worden opgenomen in de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Afkoppelen van hemelwater in 8 stappen: 1) Circa 10% van het plangebied reserveren voor water Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of het plangebied nodig is voor de wateropgave van omliggende gebieden, zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd; 2) Rekening houden met hoogteverschillen in het plangebied en omgeving Voorkomen dat wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom;
3) Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand Input voor het ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen; 4) Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit Schoonhouden, scheiden, zuiveren; 5) Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool; 6) Toepassen van voorkeurstabel afkoppelen Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen; 7) Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord-Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard, met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren;
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 13 -
13
m.e.r.-beoordelingsnotitie
8) Beheer en onderhoud regelen Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. Onderhavig plangebied Door bureau Geonius is ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan een infiltratieonderzoek uitgevoerd. In het navolgende worden de resultaten die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Infiltratieadvies t.b.v. nieuwbouw aan de Susterderweg 31 te Nieuwstadt, Geonius Milieu B.V., rapportnummer GA220419.R01.V2.0, d.d. 28.07.2022 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: doorlatendheid groter is dan circa 0,2 m/d; (*) de grondwaterstand dieper dan 0,5 á 0,7 meter beneden maaiveld aanwezig is; het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd. (*): infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren. Toetsing In de onderstaande tabel zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaatse van de metingen. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de eerste eis voldoet.
Tabel doorlatendheden (bron: Geonius)
Aan de tweede eis wordt voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1) infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) door middel van een oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. Tevens zal rekening gehouden moeten worden met de humeuze toplaag, deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. 2) Infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) middels een open bovengronds systeem zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort voor het merendeel van de locatie tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem.
3) Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot circa 3,5 meter beneden maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Het gekozen infiltratiesysteem dient wel op voldoende afstand van de bestaande nieuwbouw Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 14 -
14
m.e.r.-beoordelingsnotitie
geprojecteerd te worden. 4) Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan 3,5 meter beneden maaiveld). Dit kan middels grindpalen naar een dieper niveau, waarmee de leeglooptijd van de infiltratievoorziening kan worden verkort. Dit behoort tot de mogelijkheden, echter dient dan de doorlatendheid van de diepere ondergrond onderzocht te worden. Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat de infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is (vrij) goed. Dimensionering infiltratievoorziening Uitgangspunten Op verzoek van de opdrachtgever en de aangeleverde tekening is in het infiltratieadvies de dimensionering van een greppel uitgewerkt. Dit systeem is gezien de beschikbare ruimte geschikt voor deze locatie. Bij de dimensionering van het infiltratiesysteem is rekening gehouden met de verharde afmetingen van de geplande nieuwbouw en parkeervoorziening. In de berekeningen voor de greppel is rekening gehouden met infiltratie door de bodem en wanden. Om infiltratie te bevorderen en het ruimtebeslag te verkleinen kan het systeem via een bodemfilter en/of overstortvoorziening nog op een ondergronds pakket van poreus materiaal, infiltratiekratten of drainbuizen worden aangesloten.
Bij het dimensioneren van de voorziening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: opdrachtgever is voornemens om halfdoorlatende verhardingen toe te passen ter plaatse van 20 parkeerplaatsen, van de in totaal 30 parkeerplaatsen. De overige tien parkeerplaatsen worden middels verhard oppervlak uitgevoerd; het totaal aan afwaterend oppervlak is gebaseerd op de door de opdrachtgever aangeleverde situatietekening, welke is afgebeeld in figuur 1.1 van het onderzoeksrapport. Op basis hiervan bedraagt het totale afwaterend oppervlak voor de geplande nieuwbouw circa 900 m² (nieuwbouw met terras) en circa 300 m² (parkeerterrein met toegangsweg excl. halfverhard). Het totaal aan afwaterend oppervlak voor de geplande nieuwbouw bedraagt hiermee circa 1.200 m²; conform opgave van de gemeente Echt-Susteren, dient de voorziening gedimensioneerd te worden op een bui T=100 (45 mm in 30 minuten). Als infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is kan middels een leegloopvoorziening van maximaal 2 l/s/ha vertraagd worden afgevoerd; de hoeveelheid toestromend water is berekend op basis van het afwaterend oppervlak en de gehanteerde bui. De uitkomst van deze berekeningen bedraagt circa 64 m³; conform de richtlijnen van RIONED wordt een ledigingstijd van maximaal 24 uur gehanteerd.
Indien vanwege de doorlatendheid niet aan de ledigingstijd van 24 uur kan worden voldaan, kan een leegloopvoorziening worden toegepast; bij de dimensionering van de voorziening wordt uitgegaan van infiltratie tijdens een bui; voor de doorlatendheid is op basis van de maatgevende doorlatendheidsmetingen een kwaarde gehanteerd van 0,5 m/dag; conform de ISSO-publicatie 70.1 is de afvloeiingscoëfficiënt aangehouden op 1; dat wil zeggen dat alle neerslag op het beschouwde oppervlak in het infiltratiesysteem terecht komt; voor het infiltratieveld is uitgegaan van een talud van 1:1; voor het infiltratieveld wordt ervan uitgegaan dat deze ontstaat door ontgraving van het terrein en bodemoppervlak. Ontwerpadvies In de onderstaande tabel is berekend welke dimensionering de voorziening minimaal moet hebben om aan de eisen te voldoen en of de voorziening daarmee aan de ledigingseis voldoet. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kunnen afwijkende afmetingen worden toegepast. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 5 van het onderzoeksrapport. In de berekeningen is uitgegaan van twee Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 15 -
15
m.e.r.-beoordelingsnotitie
greppels (1x ten behoeve van de nieuwbouw en 1 x ten behoeve van de parkeervoorziening).
Tabel berekening dimensionering (bron: Geonius)
Overige ontwerpaspecten Indien de woningen van een kruipruimte of een kelder worden voorzien wordt geadviseerd de greppel op voldoende afstand van de belendingen te plaatsen om wateroverlast in de kruipruimten/kelders te voorkomen. Het infiltratiesysteem dient van een noodoverstort te worden voorzien. Bij zeer intensieve buien (bijvoorbeeld T>100), zal het systeem het toestromende regenwater mogelijk niet kunnen verwerken en kan het regenwater gecontroleerd naar elders afstromen. Indien gekozen wordt voor een ondergrondse overstort op het gemeentelijke riool dan dient de overstort van terugslagklep te worden voorzien. Om infiltratie te bevorderen en het ruimtebeslag te verkleinen kan het systeem via een bodemfilter en/of overstortvoorziening nog op een ondergronds pakket van poreus materiaal, infiltratiekratten of drainbuizen worden aangesloten. Tijdens de aanleg van de greppel dient te worden opgelet dat bouwverkeer de bodem niet dichtrijdt of verslempt. In deze fase vormt ook het dichtslibben van de bodem door bouwafval, zand en slib een risico welke de infiltratiecapaciteit negatief beïnvloedt. Er wordt geadviseerde de wadi van een bodemfilter te voorzien met humeus materiaal. Hierop kan vegetatie groeien, waarvan de beworteling zorgt voor een doorlopend poriënstelsel, hetgeen de infiltratie bevordert.
Voorzuivering en onderhoud Het maaien van de grasgedeeltes van de greppel dient in goede weersomstandigheden plaats te vinden. Er dient voorkomen te worden dat eventuele beplanting het infiltratieveld overwoekert. Afgevallen blad dient regelmatig uit de voorziening verwijderd te worden. Zonder regelmatige reiniging / doorspuiten hebben veel infiltratiesystemen na ca. 3 jaar nog maar 50% van de oorspronkelijke infiltratiecapaciteit beschikbaar, en functioneert het systeem na 5 tot 10 jaar enkel nog als buffer. Het dichtslibben van infiltratiesystemen is ook het gevolg van fijnstof, welke niet met een reguliere zandvang of bezinkput kan worden afgevangen en welke slechts deels uit een dichtgeslibd systeem te verwijderen is. Het te infiltreren hemelwater dient gezuiverd te worden door middel van een bodemfilter of zuiverend substraat. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. Er wordt geadviseerd een bodemfilter aan te leggen in de toplaag van de wadi. Een bodemfilter bestaat uit een organische stof- en lutumhoudende toplaag waarin verontreinigingen zich binden. De samenstelling moet een compromis zijn tussen het bindend vermogen van verontreinigingen en de waterdoorlaatbaarheid van de toplaag. Aanbevolen wordt om een bodemfilter aan te leggen Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 16 -
16
m.e.r.-beoordelingsnotitie
met een lutumgehalte van 3 - 5 % en een organisch stofgehalte van 2 - 4 %. Indien organische stof wordt toegevoegd, dient dit te gebeuren in de vorm van stabiele humus, omdat ‘verse’ organische stof (amorfe humusdelen) gemakkelijk uitspoelt en dus ook de hieraan gebonden verontreinigingen. Er dient rekening gehouden te worden met het dichtslibben van het bodemfilter. Het goed functioneren ervan zal dan ook sterk onderhoudsafhankelijk zijn. Er wordt dan ook geadviseerd de doorlatendheid van het bodemfilter periodiek te meten en indien nodig het bodemfilter te vervangen. Er zijn voorzuiveringssystemen beschikbaar waarmee tot ca. 80% van de vaste bestanddelen uit het te infiltreren water kunnen worden afgevangen. Zo kan toepassing van een goede voorzuivering en regelmatig onderhoud de levensduur van een infiltratiesysteem significant verlengen. Ook kan een vertraagde afvoer naar het riool of oppervlaktewater middels een regelbare debietbegrenzer worden toegepast, zodat de beschikbaarheid van de voorziening ook na een verminderde infiltratiecapaciteit kan worden gewaarborgd. De rapportage van het infiltratieonderzoek is als separate bijlage 1 bij deze notitie opgenomen.
5.2 Ecologie, flora & fauna Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient vanwege de Wet natuurbescherming zowel naar de gebiedsbescherming (Natura2000-gebieden) als de soortenbescherming (flora en fauna) te worden gekeken. Soortenbescherming Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is door Bureau Meervelt een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. In het onderstaande zijn de belangrijkste conclusies die uit de quickscan naar voren zijn gekomen beschreven. Quickscan Wet natuurbescherming Susterderweg 31 Nieuwstadt, Bureau Meervelt, projectnummer 22-026, d.d. 12.04.2022 Conclusies Conclusies soortenbescherming Het plangebied en omgeving maakt naar verwachting deel uit van het leefgebied van algemene beschermde soorten. Bij ruimtelijke ontwikkeling gelden voor de algemeen voorkomende soorten vaak een vrijstelling voor het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en het vangen van deze soorten. Wel geldt de zorgplicht. Deze zorgplicht is in de Wet natuurbescherming opgenomen in artikel 1.11. Deze zorgplicht is in dit artikel als volgt gedefinieerd: 1.
Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel; indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of; voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 17 -
17
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Voor minder algemene soorten en de habitatrichtlijnsoorten geldt deze vrijstelling niet. In de onderstaande tabel is per voorgenomen ontwikkeling aangegeven welke soorten nader onderzoek of andere vervolgstappen nodig (kunnen) zijn. Soortgroepen/soorten
Nader onderzoek nodig?
Ontheffing nodig?
Broedvogels (algemeen voorkomende soorten)
Nee. Omdat het plangebied geschikt is als broedgebied voor diverse algemener voorkomende soorten, dienen verstorende werkzaamheden voor broedvogels buiten de broedperiode uitgevoerd te worden. Onder verstorende werkzaamheden vallen in ieder geval het verwijderen van struweel en het kappen van bomen. Voor de broedperiode kan een indicatieve periode aangehouden worden van half maart tot 15 augustus.
Nee, mits rekening gehouden wordt met aanwezige broedgevallen.
Levendbarende hagedis
Let op: ook buiten deze periode zijn in gebruik zijnde besten beschermd. Nee
Amfibieën
Nee
Nee, mits maatregelen genomen worden om het plangebied ongeschikt te maken voor deze soort in de daarvoor vrijgestelde periode. Op grond van de zorgplicht zijn dezelfde maatregelen als bij Levendbarende hagedis voldoende voor deze soortgroep.
Conclusies houtopstanden Het plangebied ligt net buiten de bebouwde kom van Nieuwstadt en betreft in de huidige situatie een kantoor met tuin. De Wet natuurbescherming is daarom niet van toepassing. Voor het kappen van een boom in de gemeente Echt-Susteren kan een vergunning nodig zijn. Op de grond van de volgende wet- en regelgeving kan een vergunningplicht gelden: Bomennota Echt-Susteren en de daarbij behorende Boomstructuurkaarten en Waardevolle bomenlijst; bestemmingsplan; Wet natuurbescherming (in dit geval niet relevant, zie paragraaf 4.3 van de rapportage van de ecologische quickscan). Op de boomstructuurkaart Nieuwstadt is aangegeven dat de rijbeplanting langs de Susterderweg is beschermd, de overige bomen in het plangebied staan niet aangegeven als beschermd. Op de Waardevolle bomenlijst is langs de Susterderweg één eik aangewezen in de kern Peij, de bomen in het plangebied worden niet aangemerkt als waardevolle bomen. De bomen genieten geen bescherming op grond van het vigerende bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat eventuele kap van bomen zonder vervolgstappen plaats kan vinden (mits rekening wordt gehouden met eventueel aanwezige in gebruik zijnde nesten). De rapportage van de quickscan Wet natuurbescherming is als separate bijlage 2 bij deze notitie opgenomen.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect ecologie en stikstof geen belemmering vormt voor de realisering van het onderhavige plan.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 18 -
18
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Gebiedsbescherming Natura2000 Het plangebied ligt op een afstand van circa 4,8 kilometer van de meest dichtbij zijnde Natura2000gebieden (Grensmaas en Abdij Lilibosch & voormalig klooster Maria Hoop). De afstand van het plangebied tot de Natura2000-gebieden is zodanig groot, dat storingsfactoren zoals verlichting en geluid en optische verstoring, die optreden in het plangebied, niet reiken tot in de Natura2000gebieden. De enige uitzondering hierop zou stikstof kunnen zijn. Voor de tijdelijke uitstoot van stikstofverbindingen in het kader van de sloop- en bouwactiviteiten is echter een vrijstelling van kracht op grond van artikel 2.9a Wet natuurbescherming, dat is toegevoegd met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Voor uitstoot van stikstofverbindingen in de gebruiksfase van het woonzorgcomplex (indien van toepassing) is een AERIUS-berekening nodig. Als uit de berekening blijkt dat in de gebruiksfase sprake is van een extra stikstofbelasting in de daarvoor gevoelige Natura2000-gebieden, is een voortoets en/of passende beoordeling nodig. Als een passende beoordeling moet worden uitgevoerd is ook een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming. De resultaten van de AERIUS-stikstofberekening die ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is uitgevoerd, zijn in het navolgende beschreven.
AERIUS-berekening woonzorgcomplex Susterderweg 31 te Nieuwstadt, Vandewall Planologisch Advies, rapportnummer VPA 2021.98 AERIUS, d.d. 08.04.2022 Conclusie Uit de rekenresultaten van de AERIUS-Calculator blijkt dat ten gevolge van de beoogde planontwikkeling de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden in ieder geval niet hoger dan 0,00 mol/ha/jr in de gebruiksfase is. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op de beschermde natuurgebieden als gevolg van stikstofdepositie uit te sluiten. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstof geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen. De rapportage van de AERIUS-stikstofdepositieberekening is als separate bijlage 3 bij deze notitie opgenomen. Het aspect ecologie en stikstof vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige bouwplan. Natuurnetwerk Nederland/Goudgroene natuurzone Het plangebied overlapt niet met natuur- en landschapszones die op grond van de Omgevingverordening Limburg beschermd zijn. Vervolgstoppen met betrekking tot deze natuur- en landschapszones en het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg zijn niet nodig.
5.3 Geluid Ter voorbereiding op de realisatie van het bouwplan is door Spider Monkey Consultancy een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het navolgende zijn de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Akoestisch onderzoek nieuwbouw woonzorgcomplex aan de Susterderweg 31 in Nieuwstadt, Spider Monkey Consultancy, rapportnummer 220204 ROIV (vierde uitgave), d.d. 06.09.2022 Samenvatting en conclusie Wet geluidhinder (Wgh) Het plangebied ligt in de geluidzone wegverkeerslawaai van de Susterderweg, deels 50 deels 60 km/uur-weg. De geluidbelasting is berekend volgens de standaardrekenmethode II uit het ‘Rekenen meetvoorschrift geluid 2012’ (RMV 2012), als bedoeld in artikel 110 van de Wet geluidhinder. Voor acht appartementen geldt dat zij beschikken over tenminste één gevel/rekenpunt waar de Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 19 -
19
m.e.r.-beoordelingsnotitie
voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, maar de maximale ontheffingswaarde niet. Maatregelen zijn overwogen (zie paragraaf 3.4 van het onderzoeksrapport), maar worden niet mogelijk geacht, onder meer om stedenbouwkundige redenen en om redenen van kosteneffectiviteit. Hogere waarden procedure Wgh Het college van B en W van de gemeente Echt-Susteren dient te worden verzocht hogere waarden vast te stellen voor de geluidbelasting vanwege de Susterderweg. De vereiste karakteristieke geluidwering GA,k van de gevel dient volgens artikel 3.3 van het Bouwbesluit tenminste 25 dB te bedragen voor een verblijfsgebied aan de hoogst geluidbelaste gevel (zie paragraaf 3.5 van het onderzoeksrapport). Bedrijven en milieuzonering Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT vanwege alle geluidbronnen tezamen bedraagt ten hoogste 46 dB(A) in de avond, de maatgevende beoordelingsperiode. De streefwaarde van de 45 dB(A) in de avond wordt overschreden met ten hoogste 1 dB(A) op de rekenpunten 02_C, 03_C en 04_C. Een waarde van 46 dB(A) in de avond/51 dB(A) etmaalwaarde kan onder stap 3 toelaatbaar worden geacht. Met een geluidwering van tenminste 20 dB zal aan een binnenwaarde van 35 dB(A) ruim worden voldaan.
Het maximale geluidniveau LAmax (piekgeluid) vanwege geluidbronnen op het openbare parkeerterrein bedraagt ten hoogste 67 dB(A) in de dag en 47 dB(A) in zowel de avond als de nacht, ter plaatse van appartement 1.5. Het maximale geluidniveau LAmax vanwege geluidbronnen op de sportvelden bedraagt ten hoogste 65 dB(A) in de dan en avond, ter plaatse van appartement 2.6. Aan de streefwaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde wordt hiermee voldaan. De appartementen beschikken niet over een tuin; gebruik van de buitenruimte zal naast/bij het gebouw plaatsvinden. Gelet op het bovenstaande is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Eindconclusie: realisatie van het plan Het plan wordt planologisch inpasbaar geacht, mits een hogere waarde voor het verkeerslawaai vanwege de Susterderweg wordt aangevraagd. De rapportage van het akoestisch onderzoek is als separate bijlage 4 bij deze notitie opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit de Wet geluidhinder geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
5.4 Bodemkwaliteit Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Onderhavig plan Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige plan is door Geonius een vooronderzoek bodem uitgevoerd. Een verkennend bodemonderzoek zal worden uitgevoerd na vaststelling van het bestemmingsplan, wanneer het bestaande gebouw is gesloopt. Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het voorliggende bestemmingsplan is geborgd dat de gronden pas voor de beoogde maatschappelijke functie mogen worden gebruikt wanneer uit een verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde maatschappelijke functie.
Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 20 -
20
m.e.r.-beoordelingsnotitie
In het navolgende zijn de conclusies die uit het vooronderzoek bodem naar voren zijn gekomen beschreven. Vooronderzoek Susterderweg 31 te Nieuwstadt, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MB220146.R01.V1.0, d.d. 22.07.2022 Conclusies en aanbevelingen Doelstelling van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017). Bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie verdacht is voor bodemverontreiniging. De resultaten van het vooronderzoek alsmede eventuele verdachte deellocaties, staan samengevat in de onderstaande tabel:
Tabel resultaten vooronderzoek (bron: Geonius)
Asbest in bodem Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn tijdens de terreininspectie geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. In het verleden is de aanwezigheid van asbest ter plaatse van de locatie niet onderzocht, derhalve zijn hierover geen gegevens bekend. Echter, op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie geen asbestverdachte activiteiten te verwachten zijn en kan met betrekking tot asbest in bodem de hypothese ‘onverdacht’ aangenomen worden. Verder onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Aanbevelingen Gezien de resultaten van het vooronderzoek wordt aanbevolen op de locatie een verkennend milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de NEN 5740 met de onderzoeksstrategie voor een heterogeen verdachte niet lijnvormige locatie (VED-HE-NL) uit te voeren. Zoals aangegeven wordt het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd na vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan, zodra de bestaande bebouwing is gesloopt. De rapportage van het vooronderzoek bodem is als separate bijlage 5 bij deze notitie opgenomen.
5.5 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is titel 2 luchtkwaliteitseisen opgenomen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig zijn de volgende besluiten en regelingen van kracht: het besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM), de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM), de regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 en de regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 21 -
21
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend. Het voorliggende plan behoort niet tot deze gevoelige bestemmingen, waardoor het Besluit gevoelige bestemmingen op dit bouwplan niet van toepassing is. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan het geschetste luchtkwaliteitskader. Projectlocatie Bestaande situatie luchtkwaliteit plangebied Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, Atlas voor de Leefomgeving) volgt dat de concentratie stikstofdioxide (NO 2) ter plaatse van de projectlocatie 10-12 µg/m³ bedraagt en de concentratie fijnstof (PM10) 15-17 µg/m³ bedraagt (bron cijfers: Atlas voor de Leefomgeving, december 2021). Beide waarden liggen daarmee lager dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor beide 40 µg/m³). Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied. Luchtkwaliteit als gevolg van dit bouwplan De bijdrage als gevolg van dit bouwplan aan de luchtkwaliteit kan worden berekend met de zogenaamde NIBM-tool.
Daarbij is uitgegaan van een ‘wordt case’-scenario, alsof er nu geen bebouwing/functies op de locatie aanwezig zijn. Een belangrijke input bij de berekening is de verkeersaantrekkende werking van het plan. Voor het bepalen van de verkeersaantrekkende werking is voor de zorgwoningen uitgegaan van de categorie ‘serviceflat’ conform de CROW-normen. Deze categorie kent de grootste overeenkomst met de zorgwoningen die in het onderhavige plan worden gerealiseerd, omdat de bewoners (senioren met een zware zorgindicatie) niet over een eigen auto beschikken. Voor wat betreft de ligging van het plangebied is uitgegaan van een ‘matig stedelijk’ gebied, gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Voor de categorie ‘serviceflats’ geldt op een dergelijke locatie een gemiddelde verkeersgeneratie van 2,45 (min. 2,1 en max. 2,8) verkeersbewegingen per woning per gemiddelde weekdag. Voor 23 zorgwoningen komt dit neer op 56,35 verkeersbewegingen per dag. Hierbij dient tevens 3% vrachtverkeer bij opgeteld te worden. Voor de bedrijfs-/-dienstwoning geldt een verkeersgeneratie van 3,6 verkeerbewegingen per dag. In totaal bedraagt de verkeersgeneratie 62 verkeersbewegingen per dag. Deze gegevens zijn ingevoerd in de NIBM-tool 2021 (versie 06.04.2021). Het resultaat is als volgt: Bestemmingsplan ‘Woonzorgcomplex Susterderweg 31 Nieuwstadt’
- pagina 22 -
22
m.e.r.-beoordelingsnotitie
Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van onderhavig plan.
5.6 Externe veiligheid Risicobenadering externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10¯6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting.