CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke motivering

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Woningbouwproject Maasbrachterweg 2 te Echt (adviesrecht gemeenteraad)15.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt

Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage

: ROM250056.004/WWU : 13 oktober 2025

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt

Onderdeel

: Ruimtelijke motivering behorende bij een Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA)

Status

: ontwerp

Contactpersoon Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. : ing. H.N.J.M. Steins Opsteller rapportage

: W.J.M.C. Wulms

Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. Kerkstraat 2 6095 BE Baexem +31 (0)475 45 92 60 info@aelmans.com www.aelmans.com

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14091320. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.

Sjabloonversie mei 2024

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 1

2

Projectlocatie en project ..................................................................................... 3 2.1 Projectlocatie.......................................................................................................................... 3 2.2 Bestaande situatie .................................................................................................................. 3 2.3 Nieuwe situatie ....................................................................................................................... 4 2.4 Ruimtelijk-visuele effecten ..................................................................................................... 6

3

Planologische-juridische situatie ......................................................................... 9 3.1 Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren.................................................................................... 9

4

Beleid en regelgeving ........................................................................................ 11 4.1 Rijksbeleid............................................................................................................................. 11 4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels ............................................................................... 14 4.3 Regionaal beleid ................................................................................................................... 18 4.4 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 19

5

Fysieke leefomgeving ........................................................................................ 21 5.1 Beschermen van de gezondheid........................................................................................... 21 5.2 Geluid door activiteiten ........................................................................................................ 22 5.3 Kwaliteit van de buitenlucht................................................................................................. 23 5.4 Geur ...................................................................................................................................... 25 5.5 Bodemkwaliteit .................................................................................................................... 26 5.6 Wegen, verkeer en parkeren ................................................................................................ 28 5.7 Omgevingsveiligheid............................................................................................................. 29 5.8 Natuur................................................................................................................................... 31 5.9 Water en watersystemen .....................................................................................................

34 5.10 Cultureel erfgoed.................................................................................................................. 37 5.11 Activiteiten en milieuzonering.............................................................................................. 38 5.12 M.e.r.-beoordeling ............................................................................................................... 40 5.13 Duurzaamheid en klimaat .................................................................................................... 41

6

Uitvoerbaarheid ................................................................................................ 43 6.1 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................. 43 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid....................................................................................... 44

7

Afweging van belangen en conclusie ................................................................. 47

Bijlagen Bijlage 1

Schetsontwerp herontwikkeling, SJEF architecten (d.d. 9-10-2025)

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting, Aelmans ROM BV (d.d. 15-05-2025)

Bijlage 3

Vooronderzoek bodem, Aelmans Milieu Voerendaal BV (d.d. 07-04-2025)

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek, Aelmans Milieu Voerendaal BV (d.d. 20-05-2025)

Bijlage 5

Voortoets stikstof, Aelmans ROM BV (d.d. 27-03-2025)

Bijlage 6

B1 AERIUS berekening sloop en realisatiefase

Bijlage 7

B2 AERIUS berekening gebruiksfase van de 10 appartementen

Bijlage 8

Quickscan Ecologische Waarden, Ecolybrium (d.d. 08-05-2025)

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Aelmans ROM BV (d.d. 15-05-2025)

ROM250056.004/WWU

1 Inleiding Het voornemen is om op de locatie Maasbrachterweg 2 te Echt de bestaande vrijstaande woning te slopen en een appartementencomplex met daarin 10 appartementen terug te bouwen. Kadastraal is deze locatie bekend als gemeente Echt, sectie M, perceelnummer 2826. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 1.795 m².

Uitsnede topografische kaart met aanduiding projectgebied.

Voorliggend voornemen is strijdig met het ter plekke vigerende bestemmingsplan ‘Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren’ zoals vastgesteld op 11 december 2024 door de gemeenteraad van de gemeente van Echt-Susteren. Dit bestemmingsplan maakt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 onderdeel uit van het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan gemeente Echt-Susteren’ (hierna: het Omgevingsplan). Op grond van de planregels voor de functie ‘Wonen – Stedelijk’ mag het aantal woning niet toenemen en mogen woningen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Hier voldoet onderhavig voornemen niet aan. In de geldende planologisch-juridische regeling zijn géén binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen waarmee het voornemen alsnog zou kunnen worden vergund. De gemeente Echt-Susteren heeft per brief (d.d. 19 november 2024, zaaknummer: Z2024-00024331) kenbaar gemaakt medewerking te willen verlenen aan voorliggend project middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Ten behoeve van de vergunningverlening dient middels een Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

1

ROM250056.004/WWU

omgevingsvergunning te worden afgeweken van het geldend Omgevingsplan. Dit is enkel mogelijk indien het voornemen passend is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl; ETFAL). Middels voorliggende motivering wordt daar nader gemotiveerd.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

2

ROM250056.004/WWU

2 Projectlocatie en project 2.1

Projectlocatie Onderhavig voornemen ligt aan de Maasbrachterweg 2 te (6101 AZ) Echt. Het projectgebied is kadastraal bekend als gemeente Echt, sectie M, perceelnummer 2826. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 1.795 m². Onderstaande luchtfoto en kadastrale kaart duiden de ligging van het projectgebied (rood omlijnd) ten opzichte van de omgeving aan.

Luchtfoto en uitsnede kadastrale kaart met aanduiding projectgebied (rood omkaderd).

Het projectgebied is gelegen in het noordwestelijke deel van de kern Echt. Echt (Limburgs: Ech) valt onder de gemeente Echt-Susteren, provincie Limburg (Nederland). Aan zowel de zuid- als westzijde van het projectgebied zijn hoofzakelijk burgerwoningen van derde gelegen. Aan de noord- en oostzijde van het projectgebied ligt een inrit/ parkeerplaats die hoort bij de naastgelegen supermarkt.

2.2

Bestaande situatie Momenteel is ter plaatse van het projectgebied één vrijstaande woning (verouderde bebouwing) met een bijgebouw aanwezig. Deze woning is gebouwd in 1952 en heeft een bruto vloeroppervlakte van circa 110 m², het bijgebouw heeft een bruto vloeroppervlakte van circa 27 m². Het overige deel van het perceel is in gebruik als tuin bij de woning. De tuin bestaat hoofdzakelijk uit gras, bosschage en een aantal bomen. De bestaande situatie wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van navolgende oblique-luchtfoto.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

3

ROM250056.004/WWU

Obliek luchtfoto ter plaatse van het projectgebied.

2.3

Nieuwe situatie Het voornemen is om ter plaatse van het projectgebied de bestaande vrijstaande woning te slopen en een appartementencomplex met daarin 10 appartementen terug te bouwen. Door bureau SJEF architecten is een schetsontwerp gemaakt van het beoogde appartementencomplex, het gehele schetsontwerp is terug te vinden in Bijlage 1. Onderstaande uitsnedes van het schetsontwerp betreft de voor- en achtergevel van het nieuwe appartementencomplex; zoals zichtbaar vanaf de Maasbrachterweg en vanaf de achterliggende parkeerplaats.

Uitsnede Bijlage 1: Voorgevel nieuwe situatie.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

4

ROM250056.004/WWU

Uitsnede Bijlage 1: achtergevel nieuwe situatie

Hieronder is de situatietekening van de beoogde terreinindeling opgenomen.

Uitsnede Bijlage 1: Situatietekening nieuwe situatie.

Zoals zichtbaar op bovenstaande situatietekening wordt het appartementencomplex centraal in het projectgebied gerealiseerd. Hierdoor blijft rondom het nieuwe hoofdgebouw ruimte over voor tuin, parkeergelegenheid, ontsluiting en één buitenberging voor ieder appartement. Het appartementencomplex heeft een bruto vloeroppervlakte van circa 454 m².

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

5

ROM250056.004/WWU

Op grond van onderhavig bouwplan worden de goothoogte en de bouwhoogte gemeten vanuit bouwkundig 0 (‘nul’) peil conform de maatvoering zoals op de tekeningen is aangegeven (zie bijlage 1). Aan de rechterzijde (oostzijde) van het projectgebied zijn diverse soorten bestaande beplanting aanwezig. Deze beplanting (circa 158 m²) wordt gehandhaafd in de vorm van een groenbuffer ten opzichte van de naastgelegen woning. Op zowel de begane grond als de 1e verdieping worden vier appartementen gerealiseerd. Deze appartementen hebben een gebruiksoppervlak variërend tussen de 75 m² en 98 m². Op de 2e verdieping worden twee appartementen gerealiseerd met een gebruiksoppervlakte van circa 136 m² en 143 m². Alle appartementen worden voorzien van een balkon/ buitenruimte. De voordeuren van de appartementen zijn gelegen aan de centrale hal die door het midden van het gebouw loopt. De appartementen op de verdieping zijn bereikbaar middels zowel een lift als trap.

2.4

Ruimtelijk-visuele effecten Ieder nieuwbouwplan gaat gepaard met het optreden van ruimtelijke-effecten. Beoordeeld dient te worden of de effecten die optreden vanuit ruimtelijk-visueel oogpunt aanvaardbaar mogen worden gevonden. Navolgende uitsnede van Bijlage 1 geeft een impressie van het beoogde appartementencomplex.

Uitsnede Bijlage 1: Massastudie.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

6

ROM250056.004/WWU

Uitsnede Bijlage 1: Impressie.

De architectuur van de nieuwbouw is gestoeld op het bestaande pand dat wordt gesloopt. De massaopbouw is zodanig ontworpen dat er sprake is van een duidelijke hiërarchie, waarbij bewust is afgezien van symmetrie. De bebouwing sluit goed aan bij de bestaande omgeving met ruime vrijstaande woningen. Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat de ruimtelijk-visuele effecten van voorliggend project aanvaardbaar zijn.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

7

ROM250056.004/WWU

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

8

ROM250056.004/WWU

3 Planologische-juridische situatie Ter plaatse van het projectgebied vigeert het van rechtswege verkregen ‘Omgevingsplan gemeente Echt-Susteren’ (hierna: Omgevingsplan). Dit Omgevingsplan is in werking getreden op 1 januari 2024. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn alle geldende ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, e.d.) onderdeel van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Echt-Susteren. In het nieuwe deel van het Omgevingsplan zijn nog geen specifieke regels voor onderhavige locatie opgenomen. Daar er nog geen specifieke regels zijn vastgesteld in het Omgevingsplan is voor onderhavige locatie het bestemmingsplan ‘Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren’ geraadpleegd.

3.1

Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren Ter plaatse van het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Initieel Omgevingsplan Echt Susteren’, vastgesteld op 11 december 2024 door de gemeenteraad van de gemeente Echt-Susteren. Op grond van het ‘Initieel Omgevingsplan Echt Susteren’ heef het projectgebied de functie ‘Wonen – Stedelijk’ met een bouwvlak. Ter plaatse van het bouwvlak gelden de aanduidingen ‘Maximum goothoogte (m): 6’ en ‘Maximum bouwhoogte (m): 9’. Ter plaatse van het gehele projectgebied geldt tevens de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II’.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren’ met aanduiding projectgebied (rood omkaderd).

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

9

ROM250056.004/WWU

Aan de noordzijde van het projectgebied bevindt zich nog een strook grond met de functie Wonen welke in gebruik is als inrit van de naastgelegen suppermarkt. Op grond van de planregels voor de functie ‘Wonen – Stedelijk’ mag het aantal woning niet toenemen en mogen woningen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, hier voldoet onderhavig voornemen niet aan. In de geldende planologisch-juridische regeling zijn géén binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen waarmee het voornemen alsnog zou kunnen worden vergund. De gemeente Echt-Susteren heeft kenbaar gemaakt medewerking te willen verlenen aan voorliggend project middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Omdat het voornemen voorziet in een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), dient in het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning een afweging te worden gemaakt of sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). Ten behoeve van de bedoelde vergunningverlening is voorliggende motivering van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit opgesteld.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

10

ROM250056.004/WWU

4 Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid en wordt het project hieraan getoetst. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de instructieregels Rijk (AMvB’s). Voor de beschrijving van het provinciaal beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Omgevingsverordening Limburg (OvL). Tot slot is het regionale beleid besproken aan de hand van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg en is het gemeentelijke beleid ontleend aan de Structuurvisie Echt-Susteren 2012 – 2025.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: 'NOVI') vastgesteld. In de NOVI staat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, waarmee wordt bedoeld dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. In de NOVI wordt gebruik gemaakt van afwegingsprincipes bij het maken van keuzes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; c. Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI zijn de volgende belangrijkste keuzes opgenomen: a. een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zodanig wordt ingericht dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; b. de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie dient oog te zijn voor omgevingskwaliteit; c. de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden; d. de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland, waarmee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden; e.

het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden; f. het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

11

ROM250056.004/WWU

In de NOVI wordt ten aanzien van Limburg aangegeven dat de regio sociaaleconomische en fysieke opgaven heeft die van betekenis zijn in een bijzondere grensoverschrijdende omgeving (met regio's rond het Duitse Aken, het Waalse Luik en het Vlaamse Hasselt). De opgaven die te maken hebben met bereikbaarheid (drielandentrein), circulaire economie (Chemelot) en bevolkingsdaling (voormalige mijnstreek) zijn stuk voor stuk fors en vragen alle drie internationale afstemming en overleg. Een Rijksrol is daarbij noodzakelijk. Meer specifiek heeft het Rijk in de provincie Limburg enkele belangrijke gebieden aangewezen. Het Rijk kent de Greenport Venlo en Brainport Zuidoost Nederland een belangrijke waarde toe voor de concurrentiepositie van Nederland. Het verstedelijkte gebied rondom Sittard-Geleen en Maastricht is zodoende dan ook aangewezen als een voor de concurrentiepositie essentieel gebied. Met name de bereikbaarheid van deze gebieden verdient derhalve extra aandacht. Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn met name de algemene belangen aan de orde, zoals het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving, het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte en het waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid.

Verder geldt dat sprake is van een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen zoals genoemd in de NOVI in het geding zijn. Onderhavige locatie valt niet binnen een door het rijk gekenmerkte opgaven en/of ontwikkeling. Kortom, de beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s)

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit (Ob) richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen.

De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid,

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

12

ROM250056.004/WWU

duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat regels ter bescherming van de nationale belangen aan de hand van instructieregels, waaronder: 1. waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); 2. beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); 3. beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; 4. beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; 5. het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; 6. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën. Toepassing In Hoofdstuk 5 van deze motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld.

Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze regels in Hoofdstuk 5 bij het betreffende aspect behandeld. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het plan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en, indien de ontwikkeling buiten het stedelijk gebied is voorzien, de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in die behoefte te kunnen voorzien. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Deze instructieregel geldt ook voor een omgevingsvergunning Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit regelt artikel 8.0b Bkl. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Over de vraag wanneer precies sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’ heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich gebogen in een overzichtsuitspraak d.d. 28 juni 2017 (zaaknummer 201608869/1/R3).

Daarin is onder andere overwogen dat een woningbouwplan van 12 of meer woningen een stedelijke ontwikkeling betreft. Onderhavige ontwikkeling het slopen van één bestaande vrijstaande woning en het terugbouwen van een appartementencomplex met daarin 10 appartementen. Van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

13

ROM250056.004/WWU

is bij voorliggend project geen sprake, waardoor verdere toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid

Onderhavig project levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie en eventuele van toepassing zijnde rijksinstructieregels. Het project is passend binnen de doelstellingen en beleid van het Rijk. Er bestaan geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggende ontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI)

Op 15 december 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door Gedeputeerde Staten, waarna vervolgens Provinciale Staten deze op 1 oktober 2021 hebben vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. In algemene zin is de Omgevingsvisie een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. In de visie worden onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed omschreven. Daarnaast worden tevens de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving - indachtig de Omgevingswet - in de Omgevingsvisie meegenomen. Hoofdopgaven In de Omgevingsvisie worden door de provincie drie hoofdopgaven onderscheiden die Limburg-breed spelen. Wel verschillen de accenten per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Limburgse principes en algemene zonering Bij het maken van afwegingen op het gebied van de fysieke leefomgeving hanteert de provincie de volgende principes: -

gestreefd wordt naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal; meer stad, meer land; zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, boven- én ondergronds.

Op basis van de POVI wordt onderscheid gemaakt tussen thematische visies en gebiedsgerichte visies; hetgeen is onderverdeeld in 'zoneringen'. Onderhavig plangebied is, zoals navolgende afbeelding weergeeft, gelegen in de zone ‘Landelijke kern’.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

14

ROM250056.004/WWU

Uitsnede provinciale zoneringen met aanduiding project (blauw omkaderd).

De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Wanneer onderhavig initiatief wordt getoetst aan bovengenoemde waarde kan worden gesteld dat het voornemen, gezien de aard van de ontwikkeling (wonen), passend is binnen deze beleidsuitgangspunten van de provincie Limburg. Visie Wonen en leefomgeving De provincie onderscheidt in de Omgevingsvisie diverse thematische visies. Per thema beschrijft de provincie in de Omgevingsvisie het provinciale belang, de opgave, de ambities en waar de provincie voor kiest. Voor onderhavige voornemen is sprake van een ontwikkeling gericht op wonen. Daarop wordt in de (provinciale) thematische visie ‘Wonen en leefomgeving’ ingegaan. Aangegeven wordt dat er op het gebied van wonen en leefomgeving veel uitdagingen en kansen liggen. Zo vermeldt de Omgevingsvisie het volgende: "De woningbehoeften van de Limburgers veranderen. Daarom kiezen wij voor een goed doordacht, flexibel beleid op hoofdlijnen. Hiermee spelen we in op de huidige opgaven én de te verwachten uitdagingen in de toekomst.

De woonbehoeften van onze inwoners zijn hierbij leidend." Voorts wordt het volgende aangegeven: "Wat betreft onze ambitie is het succes van de woningmarkt onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kunnen we een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen voorkomen. Daarnaast heeft dit een positief effect op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen." Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

15

ROM250056.004/WWU

Het provinciale beleid ten aanzien van wonen heeft een vertaling gekregen in de in maart 2023 door partijen (provincie Limburg, alle gemeenten in Limburg, woningcorporaties, en waterschap) ondertekende 'Limburgse Woondeal 2023-2030'. In deze woondeal is afgesproken dat voor de drie woonregio's in Limburg (Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg) er minimaal 26.550 woningen bij komen. Daarbij is tevens de ambitie uitgesproken voor nog eens 20.000 woningen extra. Op grond van de woondeal wordt gestreefd naar een productie van circa 3.000 woningen per jaar. Met de Woondeal Limburg wordt gestreefd naar betaalbaar wonen voor iedereen. Onderhavig voornemen betreft de ontwikkeling van een appartementencomplex met daarin 10 appartementen ter plaatse van het projectgebied aan de Maasbrachterweg 2 te Echt. Geconcludeerd kan worden dat middels voorliggend planvoornemen tegemoet wordt gekomen aan de provinciale doelen op het gebied van woningbouw. 4.2.2

Omgevingsverordening Limburg Op 1 januari 2024 is de 'Omgevingsverordening Limburg' (OvL) in werking getreden. De Omgevingsvisie Limburg (POVI) is een zelfbindend document en bindt daarmee enkel de provincie Limburg. Daar waar de provincie van mening is dat het noodzakelijk is om bindende regels te stellen voor de uitwerking van onderdelen van beleid in de POVI, dan gebeurt dit in de Omgevingsverordening Limburg. In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: 1. instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven; 2. regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. Bij de OvL behoren een aantal thematische kaarten.

Deze kaarten zijn digitaal raadpleegbaar, waarbij op perceelniveau kan worden beoordeeld welke provinciale regels uit de OvL van toepassing zijn. Op onderhavig project zijn de volgende provinciale regels van toepassing: Instructieregel landelijke kern Op basis van de OvL is onderhavig projectgebied gelegen binnen een gebied gekenmerkt als 'Landelijke kernen' op grond waarvan volgens de omgevingsverordening specifieke regels gelden met betrekking tot: • • • • • •

de realisatie van een of meerdere woningen (artikel 12.1); het toevoegen van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel (artikel 12.3); het toevoegen van vestigingsmogelijkheden voor kantoren (artikel 12.4); het toevoegen van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen (artikel 12.5); het toevoegen van vestigingsmogelijkheden voor vrijetijdseconomie (artikel 12.6); het tijdelijk huisvesten van specifieke doelgroepen op recreatieterreinen (artikel 12.9).

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

16

ROM250056.004/WWU

Onderhavig voornemen heeft betrekking op het toevoegen van tien nieuwe woning en de sloop van een bestaande woning. Artikel 12.1 van de OvL stelt dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft dat: 1. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; 2. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; 3. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; 4. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5 van de OvL; 5. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Bovenstaande onderdelen zijn nader uitgewerkt in de voorliggende motivering van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Bovenstaande instructieregels vormen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Instructieregel overstromingskansgebied C (Artikel 3.1 OvL) Op grond van de provinciale regels geldt, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, voor 'overstromingskansgebied E' een gemiddelde overstromingskans per jaar van 1:100 als omgevingswaarde. De omgevingswaarden bedoeld in het OvL zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap waaraan uiterlijk in 2035 dient te zijn voldaan. Onderhavig planvoornemen levert geen strijdigheid op met onderhavige provinciale (instructie)regels. Op het aspect water wordt in paragraaf 5.9 van voorliggende motivering nader ingegaan. Instructieregel Roerdalslenk II Op basis van de OvL is onderhavige locatie gelegen in de zone 'Roerdalslenk zone II' op basis waarvan aanvullende regels gelden voor bescherming van de drinkwatervoorziening. Naast een verbod in de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden is in de OvL een verbod opgenomen voor diepe boringen in de boringsvrije zones. De boringsvrije zone Roerdalslenk is onderverdeeld in vier deelzone's, waarbij per gebied de diepte van het boorverbod varieert.

Met betrekking tot deelzone II is in de OvL aangegeven dat boringen tot de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei zijn toegestaan en dat een melding moet worden verricht indien een boring dieper dan 30 meter onder maaiveld plaatsvindt. Aangezien onderhavig voornemen niet gepaard gaat met dergelijke diepe boringen in de bodem, vormt de ligging in de zone 'Roerdalslenk zone II' geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling. 4.2.3 Conclusie provinciaal beleid

Onderhavig project levert geen strijd op met de Provinciale Omgevingsvisie en eventuele van toepassing zijnde provinciale instructieregels. Het project is passend binnen de doelstellingen en

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

17

ROM250056.004/WWU

beleid van de Provincie en er bestaan geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggend project.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025

In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (vastgesteld op 22 september 2022) leggen de gemeenteraden in de regio Midden-Limburg de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting vast op het gebied van wonen. Uitganspunt is dat Midden-Limburg het verbindend hart is van Limburg, waar wonen aantrekkelijk is. De kwaliteit van de leefomgeving en daarmee van het wonen is hoog. Toch zijn er op het gebied van wonen, zeker gezien de huidige woningmarkt, uitdagingen: het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. De structuurvisie legt de nadruk op het tegemoet komen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Maar ook de bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger worden. In de Structuurvisie wordt ruimte gemaakt om de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment te kunnen realiseren. De ambitie, zoals opgenomen in de Structuurvisie, is hoog. Daarnaast is er aandacht voor transformatie en herstructurering. Doel is het op peil houden van de leefbaarheid in steden en dorpen en een thuis te kunnen bieden aan (toekomstige) inwoners. Vanwege demografische ontwikkelingen neemt het aantal jongere huishoudens af en het aantal oudere huishoudens fors toe. De woningbehoefte wordt dan ook grotendeels bepaald door de woonwensen van de groeiende groep ouderen.

Daarbij neemt ook het aantal 1- en 2persoonshuishoudens toe en het aantal gezinnen af. Hierdoor ontstaat een grotere vraag naar kleinere en betaalbare woningen in zowel de huur- als koopsector. Op basis van de meest recente huishoudenprognose wordt in Midden-Limburg de komende jaren, op basis van de huidige bevolking, nog een groei van het aantal huishoudens verwacht van 5.387 met een top in 2034. Als gevolg van deze ontwikkeling zijn er regionaal meer woningen nodig. Al met al zet de regio ambitieus in voor wat betreft woningbouw, namelijk 975-1.150 woningen per jaar. Specifiek voor de gemeente Echt-Susteren is in de structuurvisie aangegeven dat binnen de gemeente hard wordt gewerkt aan de transitie van het centrum van de kern Echt en de kern Susteren. Daarnaast besteedt de gemeente ook aandacht aan het realiseren van woningbouw binnen overige kernen van de gemeente. In de structuurvisie wordt aangegeven dat dit kan door nieuwbouw c.q. herstructurering, hierbij kan worden gedacht aan het opvullen van lege plekken in linten of het herinrichten van rotte plekke. Dit alles kan tevens door de transitie van bestaande bouw. Ter plaatse van het projectgebied is in de huidige situatie reeds één verouderde vrijstaande woning aanwezig. Deze wordt gesloopt ter realisatie van het voornemen.

Onderhavig voornemen betreft de ontwikkeling van een appartementencomplex met daarin 10 appartementen aan de Maasbrachterweg 2 te Echt. Het voornemen ziet op een herstructurering van een inbreidingslocatie binnen de kern Echt. Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

18

ROM250056.004/WWU

Geconcludeerd kan worden dat middels voorliggend planvoornemen tegemoet wordt gekomen aan de regionale doelen op het gebied van woningbouw. Het voornemen is passend binnen de ambities zoals de regio deze stelt in de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Echt-Susteren 2012 - 2025 'Ontwikkelen met kwaliteit'

Op 12 december 2012 heeft de gemeenteraad van Echt-Susteren de 'Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025' vastgesteld. Deze visie geeft koers en richting aan de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Echt-Susteren. De structuurvisie gaat ook in op de wijze waarop de gemeente van plan is die voorgenomen ontwikkeling te verwezenlijken. Voor het stedelijk gebied, waarin onderhavig projectgebied onderdeel van is, zet de gemeente in op het leefbaarheid houden van de kernen zodat de gemeente een aantrekkelijke gemeente blijft waarin het prettig is om te wonen, werken en recreëren. De ambities zijn: • • • • • • •

Realisatie van een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de vraag; Gericht ruimtegebruik voor en door alle typen bedrijven; Concentratie van verstedelijking gericht op behoud van een onderscheidend detailhandelsaanbod; Concentratie en combinatie van maatschappelijke voorzieningen; Behoud van (be)leefbare kernen; Optimale bereikbaarheid van stedelijke functies; Het zijn van een veilige en duurzame gemeente.

Met name de ambitie voor het realiseren van een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de vraag en het behouden van (be)leefbare kernen sluiten goed aan bij onderhavig voornemen. Ten aanzien van wonen stelt de structuurvisie dat dit bij voorkeur plaats dient te vinden in stedelijk gebied waarbij de nadruk ligt op inbreiden, herstructureren en temporiseren. Het is daarnaast van belang dat in elke kern kwalitatief en kwantitatief gebouwd wordt voor de behoefte. Doormiddel van het slopen van één verouderde vrijstaande woning kan een appartementencomplex met daarin 10 appartementen gerealiseerd worden. Hiermee is sprake van inbreiding. Onderhavig initiatief past binnen de ambities en uitganspunten die de gemeente Echt-Susteren in de ‘Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025’ benoemd. 4.4.2 Conclusie gemeentelijk beleid

Gelet op de vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavig project passend is binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Echt-Susteren.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

19

ROM250056.004/WWU

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

20

ROM250056.004/WWU

5 Fysieke leefomgeving Bij de realisering van een project moet rekening worden gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit hoofdstuk wordt elk aspect in een paragraaf beschreven en onderbouwd.

5.1

Beschermen van de gezondheid

5.1.1 Wettelijk kader

Als onderdeel van de afweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet in een Omgevingsplan ook rekening worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, vierde lid Omgevingswet). Gelet hierop dient, indien sprake is van wijziging van activiteiten in de fysieke leefomgeving, te worden aangegeven op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Hierbij gaat het om zowel het beschermen alsook het bevorderen van de gezondheid. De regels met betrekking tot de ‘gezondheid’ is mede afhankelijk van het gemeentelijke beleid. Ter plaatse van onderhavige locatie zijn, op grond van het omgevingsplan gemeente Echt-Susteren diverse regels van toepassing ten behoeve van het beschermen van de gezondheid. 5.1.2 Omgevingsplan gemeente Echt-Susteren

De hieronder genoemde artikelen uit het Omgevingsplan gemeente Echt-Susteren (afkomstig uit de bruidsschat) hebben betrekking op gezondheid en zijn ter plaatse van onderhavige locatie van toepassing: • • • • •

Artikel 22.11: aansluiting op distributienet voor drinkwater; Artikel 22.12: aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater; Artikel 22.16: overbewoning woonruimte; Artikel 22.18: specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk; Artikel 22.20: specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen;

Onderhavig planvoornemen voldoet, daar waar nodig, aan bovenstaande artikelen uit de Bruidsschat zoals opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Echt-Susteren. De genoemde artikelen vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 5.1.3 Spuitzonering

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

21

ROM250056.004/WWU

Binnen een afstand van 50 meter tot het projectgebied zijn geen agrarische gronden gelegen. Voorts zijn en binnen aan afstand van 50 meter tot het projectgebied geen overige gronden aanwezig waar gewasbeschermingsmiddelen gebruik (mogen) worden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘spuitzonering’ geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 5.1.4 Conclusie beschermen van de gezondheid

Gelet op vorenstaande wordt in het kader van gezondheid voldaan aan de regels en is ter plekke sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect ‘beschermen van de gezondheid’ levert geen belemmering op voor onderhavige afwijking van het Omgevingsplan.

5.2

Geluid door activiteiten In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. Het betreft geluid door activiteiten (wegen, spoorwegen en industrieterreinen e.d.) en specifieke activiteiten (windturbines e.d.).

5.2.1 Wettelijk kader

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels over geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer komen te vervallen. Deze regels zijn tijdelijk verhuisd naar het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente ('de bruidsschat’). Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidbelasting is in de Omgevingswet een afweging die gemeente zelf moet maken. Gemeenten dienen dus voor elke locatie in de gemeente gedurende de overgangsperiode (tot 1 januari 2032) eigen regels op te nemen in het omgevingsplan. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelige gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De instructieregels hierover in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft het Rijk gesteld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl). Wanneer nieuwe activiteiten worden toegelaten in het omgevingsplan, zijn instructieregels voor activiteiten van toepassing (5.59 Bkl). 5.2.2 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

Onderhavig planvoornemen, het realiseren van een appartementencomplex met daarin 10 appartementen, ziet op het toevoegen van een nieuw geluidgevoelig gebouw/ nieuwe geluidgevoelige ruimte. De beoogde appartementen zijn niet gelegen in een zone of aandachtsgebied voor industrieof railverkeerslawaai.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

22

ROM250056.004/WWU

Omdat er een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt gerealiseerd is de geluidsbelasting op de gevel van het appartementencomplex berekend ten gevolge van o.a. het omliggend wegennet. Deze geluidsbelasting is getoetst aan de normstelling uit het Omgevingsplan. Tevens is bepaald wat het gezamenlijke geluid ter hoogte van het projectgebied is, zodat kan worden bezien of extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De berekeningen van de gevelbelasting zijn uitgevoerd met behulp van de rekenmethode volgens bijlage IVe van de Omgevingsregeling. Hiertoe is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu van DGMR. Het akoestisch onderzoek naar het de gevelbelasting ter plaatse van onderhavig voornemen is uitgevoerd door Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2. Uit de toets in het kader van de gevelbelasting blijkt dat op enkele gevels de standaardwaarde wordt overschreden. Hierbij wordt de grenswaarde niet overschreden. Maatregelen om het geluid te reduceren tot de standaardwaarde stuiten op bezwaren van diversen aard. Omdat het gezamenlijk geluid hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevels.

Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de technisch aanvraag omgevingsvergunning. Op dat moment is bekend welke materialen worden toegepast in de gevels. Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen', bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen, geen belemmeringen oplevert voor onderhavige afwijking van het Omgevingsplan. 5.2.3 Geluid door (bedrijfs)activiteiten

Met betrekking tot het aspect geluid kan in de fysieke leefomgeving sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsmatige activiteiten die plaatsvinden op of nabij onderhavige locatie. Dit aspect is nader beoordeeld in paragraaf 5.11. 5.2.4 Conclusie wegen, spoorwegen en industrieterreinen

Gelet op vorenstaande wordt in het kader van geluid door activiteiten (wegen, spoorwegen, industrieterreinen, e.d.) voldaan aan de regels en is ter plekke sprake van een goed woon- en leefklimaat; evenals een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect 'geluid door activiteiten' levert geen belemmering op voor onderhavige afwijking van het Omgevingsplan.

5.3

Kwaliteit van de buitenlucht Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ook rekening gehouden te worden met de het belang van de bescherming van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Omdat luchtverontreiniging kan zorgen voor negatieve gezondheidseffecten bij de mens, is het belang om het thema luchtkwaliteit hierin mee te nemen.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

23

ROM250056.004/WWU

5.3.1 Wettelijk kader

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdlijnen voor regelgeving rondom de luchtkwaliteitseisen beschreven in de instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Volgens paragraaf 5.1.4.1 gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO²) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • •

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het project draagt alleen niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging.

De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: •

•

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.

Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld: • • •

bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg.

5.3.2 Toetsing

Onderhavig voornemen valt niet onder een van de categorieën 'Standaardgevallen NIBM' zoals opgenomen in artikel 5.54. Ook is het voornemen niet gelegen in een gebied aangemerkt als 'Aandachtsgebied'. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een 'worst-case' berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.705 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) pas in betekenende mate bijdragen

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

24

ROM250056.004/WWU

aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 3% vrachtverkeer. Van een dergelijke toename van de hoeveelheid verkeersbewegingen is als gevolg van onderhavig project geen sprake.

Tabel: NIBM-tool (indicatieve berekening).

Voorliggend voornemen ziet op het realiseren van een appartementencomplex met daarin 10 appartementen aan de Maasbrachterweg 2 te Echt. Als gevolg van voorliggend plan is geen sprake van een dusdanig significante toename van het aantal verkeersbeweging dat deze in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Onderhavige ontwikkeling draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een verdere toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof is derhalve niet nodig. 5.3.3 Conclusie kwaliteit van de buitenlucht

Gelet op vorenstaande wordt in het kader van de kwaliteit van de buitenlucht voldaan aan de regels en is ter plekke sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect 'kwaliteit van de buitenlucht' levert geen belemmering op voor onderhavige afwijking van het Omgevingsplan.

5.4

Geur

5.4.1 Wettelijk kader

In de fysieke leefomgeving kunnen (bedrijfsmatige) activiteiten voorkomen die geurhinder veroorzaken. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de Omgevingswet is een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving (artikel 1.3 Ow: ‘zorg voor de fysieke leefomgeving’). Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels op voor geurbelasting (Artikel 5.91), maar de gemeente zelf bepaalt welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. 5.4.2 Beoordeling

Voorliggend voornemen ziet op het realiseren van een appartementencomplex met daarin 10 appartementen aan de Maasbrachterweg 2 te Echt. De omgeving van het projectgebied kenmerkt zich hoofdzakelijk als woongebied. De directe buren van het projectgebied betreffen burgerwoningen Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

25

ROM250056.004/WWU

(bestaand geurgevoelig objecten/toetspunten) en een supermarkt. In de directe omgeving zijn geen bedrijven aanwezig/bestemd waarvan de richtafstand voor geur reikt tot onderhavig projectgebied. Gelet op het vorenstaande zal in de beoogde appartementen, met betrekking tot het aspect ‘geur’ sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. 5.4.3 Conclusie geur

Gelet op vorenstaande wordt in het kader van geur voldaan aan de regels en is ter plekke sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect 'geur' levert geen belemmering op voor onderhavige afwijking van het Omgevingsplan.

5.5

Bodemkwaliteit Het aspect bodem(kwaliteit) maakt integraal onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Steeds dient te worden gezocht naar de juiste balans tussen enerzijds het beschermen van de gezondheid en het milieu en anderzijds het benutten van de bodem ten behoeve van maatschappelijke activiteiten.

5.5.1 Wettelijk kader

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies in de fysieke leefomgeving ter plekke. Ofwel dient bezien te worden of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. De regels met betrekking tot aspect bodemkwaliteit zijn opgenomen in het Bkl. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 (Bkl). Dit besluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid 1 Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het projectgebied is en of dit nog aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functietoedeling. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage IIA Bal). De gemeente kan echter in haar Omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid, van het Bkl niet worden overschreden. 5.5.2 Toetsing

Voorliggend project ziet op de realisatie van een appartementencomplex met daarin 10 woningen (nieuw bodemgevoelig gebouw). Op onderhavig projectgebied, aan de Maasbrachterweg 2 te Echt, is in de huidige situatie één vrijstaande woning (zijnde een bodemgevoelig gebouw) aanwezig met de bijhorende functie ‘Wonen - Stedelijk’. Daar het projectgebied reeds over de functie ‘Wonen - Stedelijk’ beschikt, kan om de kwaliteit van de bodem vast te stellen in eerste instantie worden volstaan met een vooronderzoek. Desbetreffend onderzoek is uitgevoerd door Aelmans Milieu Voerendaal B.V., de rapportage van dat onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 3.

Ruimtelijke motivering Maasbrachterweg 2 te Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.

26

ROM250056.004/WWU

Vooronderzoek bodem Het vooronderzoek heeft zich gericht op de projectgebied en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het projectgebied tot aan 25 meter buiten het projectgebied. Uit het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat in het verleden (voor 1995) enkele onderzoeken hebben plaatsgevonden, waarbij verontreinigingen met minerale olie zijn aangetroffen. Waarschijnlijk zijn deze verontreinigingen gesaneerd, doch hiervan zijn geen specifieke bewijzen aangetroffen. Voornoemde verontreinigingen bevinden zich weliswaar niet langs het te onderzoeken perceel doch in de directe nabijheid van de onderzoekslocatie, welke van oudsher één kadastraal perceel betrof. Vanwege de eerder aangetroffen verontreinigingen en het feit dat ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie zelf nooit specifieke boringen zijn geplaatst, is geadviseerd om een aanvullend verkennend bodemonderzoek uit te voeren; één en ander conform de NEN 5740, 2023 (tabel 11 “VEDHE-NL”). Aanvullend verkennend bodemonderzoek Ook het aanvullend verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door Aelmans Milieu Voerendaal B.V.. De rapportage van dat onderzoek is bijgevoegd als Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt, dat ter plaatse van de bovengrond diverse lichte overschrijdingen met zware metalen worden aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=ca91781b-7870-4f84-94f7-5eee944894b8