CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Commissie Omgeving 17 juni 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Tracébesluit A2'29.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Tracébesluit A2

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

6 6 17

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Artikel 5 Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden Artikel 6 Bedrijventerrein Artikel 7 Groen Artikel 8 Natuur Artikel 9 Verkeer Artikel 10 Water Artikel 11 Leiding - Hoogspanningsverbinding Artikel 12 Leiding - Ondergronds Artikel 13 Waarde - Aardkundige waarde Artikel 14 Waarde - Archeologie 1 Artikel 15 Waarde - Archeologie 3 Artikel 16 Waarde - Archeologie 5 Artikel 17 Waarde - Cultuurhistorie Artikel 18 Waterstaat - Beschermingszone waterkering Artikel 19 Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed Artikel 20 Waterstaat - Waterkering Artikel 21 Waterstaat - Waterlopen

19 19 25 32 37 41 42 45 46 47 49 51 53 55 58 60 62 63 65 66

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 22 Anti-dubbeltelregel Artikel 23 Algemene bouwregels Artikel 24 Algemene gebruiksregels Artikel 25 Algemene aanduidingsregels Artikel 26 Algemene afwijkingsregels Artikel 27 Algemene wijzigingsregels Artikel 28 Algemene procedureregels Artikel 29 Overige regels

68 68 69 71 72 76 77 78 79

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 30 Overgangsrecht Artikel 31 Slotregel

85 85 86

Bijlagen bij regels

87

Bijlage 1 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens. Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren

88

Bijlage 2

Aardkundige waardenkaart

289

Bijlage 3

Waardering van het historisch cultuurlandschap

291

Bijlage 4

Lijst van bedrijfsactiviteiten

293

Bijlage 5

Cultuurhistorische waardenkaart

310

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

2

Bijlage 6

Aardkundig ensemble Oude Maas

313

Bijlage 7

Cultuurhistorisch waardevol ensemble Aasterberg

315

Bijlage 8

Cultuurhistorisch waardevol ensemble Baakhoven

318

Bijlage 9

Cultuurhistorisch waardevol ensemble Berkelaar

322

Bijlage 10

Cultuurhistorisch waardevol ensemble Ophoven

326

Bijlage 11

Cultuurhistorisch waardevol ensemble Oud-Roosteren

330

Bijlage 12

Parkeerkencijfers

334

Bijlage 13

Landschapstypen en kenmerken

360

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

3

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

4

Regels

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan 'Tracébesluit A2' met indentificatienummer NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 van de gemeente Echt-Susteren.

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

aan huis verbonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de eigenaar/gebruiker van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris of advocaat; evenwel met uitzondering van prostitutie.

1.6

aardkundig ensemble

gebied met specifieke landschappelijke kenmerken die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied.

1.7

aardkundige waarde

die onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied. Deze onderdelen kunnen worden verdeeld in 4 subgroepen: a. b. c. d.

1.8

Geologie: Opbouw van de aarde onder het aardoppervlak. Geomorfologie: Vormen van het aardoppervlak Hydrologie: Gedrag en eigenschappen van water in en op het aardoppervlak. Bodemkunde: Verschillende grondsoorten en hun ontstaanswijze.

achtergevel

gevel aan de achterkant van een gebouw.

1.9

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van: a. het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt en/of; b. het houden van dieren; met dien verstande dat maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

6

aangemerkt.

1.10

agrarisch deskundige/adviseur

een onafhankelijk deskundige op het gebied van de agrarische bedrijfsvoering.

1.11

AMK-terrein

een archeologisch terrein (monument) waaraan door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed een waardering is toegekend en dat als zodanig is aangeduid op de Archeologische Monumentenkaart (AMK).

1.12

antennedrager

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.13

archeologische verwachtingswaarde

de kans (hoog, middelhoog of laag) op het aantreffen van archeologische waarden (vondsten en/of informatie) in een gebied, gebaseerd op onder andere bodemtypen, relatieve hoogtes en bekende archeologische vindplaatsen.

1.14

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.15

bebouwingspercentage

een percentage, dat de grootte van het bouwvlak en/of bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de planregels anders is bepaald.

1.16

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

1.17

beeldbepalend pand of beeldbepalende schoorsteen

gebouw of schoorsteen die gezien het karakter, de cultuurhistorische waarde en/of de betekenis voor het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van belang is. Bij dit gebouw horen eventueel ook bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.18

beperkt kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden.

1.19 bestaand a. bij bouwwerken: bestaand ten tijde van het inwerking treden van het bestemmingsplan, voor zover op een legale wijze tot stand gekomen, met dien verstande dat als bestaand bouwwerk ook worden aangemerkt bouwwerken die na dat tijdstip zijn of mogen worden gebouwd krachtens een Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

7

omgevingsvergunning waarvan de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend; b. bij gebruik: bestaand ten tijde van het inwerking treden van het bestemmingsplan, voor zover op een legale wijze tot stand gekomen.

1.20

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.21

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.22

bevoegd gezag

bevoegd gezag als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren).

1.23

bijbehorend bouwwerk

functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd, op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk met een dak.

1.21

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.22

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.24

bouwhistorisch onderzoek

in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument of beeldbepalend pand, overeenkomstig de door het college te stellen eisen.

1.25

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping.

1.26

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.27

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

8

1.28

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.29

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.30

cultureel erfgoed

structuren en landschappelijke elementen met betrekking tot bouwkundig erfgoed, historische groenwaarden, historisch-geografisch erfgoed en het archeologisch erfgoed waaraan de vroegere ontginnings- en bewoningsgeschiedenis nog goed afleesbaar zijn.

1.31

cultuurhistorisch basisonderzoek

het rapport waarin is opgenomen met welke cultuurhistorische en aardkundige waarden in de gemeente rekening gehouden moet worden. Het betreft het rapport 'Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens. Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren' d.d. 24 februari 2015 en als Bijlage 1 tot en met 3 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd.

1.32

cultuurhistorisch ensemble

een ruimtelijk en inhoudelijk samenhangend geheel van cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en/of zones.

1.33

cultuurhistorisch onderzoek

in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de cultuurhistorische waarden van een monument of beeldbepalend pand, een complex van monumenten en/of beeldbepalende panden en/of een gebied, overeenkomstig de door het college te stellen eisen.

1.34

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van gronden en gebouwen, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan: a. de stedenbouwkundige waarden of waarden van de gebouwde (of: bebouwde) omgeving; b. de historische landschapswaarden, aardkundige waarden of historisch-geografische waarden.

1.35

cultuurhistorische waardenkaart

de kaart waarop de in de gemeente aanwezige cultuurhistorische waarden zijn aangegeven met betrekking tot het (steden)bouwkundig erfgoed, het historisch erfgoed en de historische groenwaarden.

1.36

dagrecreatie

recreatief gebruik van gronden voor een periode niet langer dan een dag.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

9

1.37

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.38

dienstverlening

het verlenen van economische, (para-)medische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij een rechtstreekse relatie bestaat met het publiek, zoals reisbureaus, bankinstellingen, postkantoren, verzekerings- en/of administratiekantoren, makelaarskantoren, advocaten- en/of notariskantoren, uitzendbureaus, apotheken, praktijkvestigingen voor tandtechniek, kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio's, schoenmakerijen, kleermakerijen en video-/dvd-verhuurbedrijven, fotostudio's en hondentrimsalons.

1.39

dierenasiel

een niet-agrarisch bedrijf, dat is gericht op het tijdelijk opvangen en verzorgen van dieren om deze vervolgens weer te herplaatsen bij een derde, waaronder mede begrepen wordt het terugplaatsen bij degene die het dier tijdelijk heeft afgestaan.

1.40

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond.

1.41

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

1.42

escortbedrijf

het bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbieden door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend, zoals escortservices en bemiddelingsbureaus.

1.43

evenement

periodieke en/of incidentele manifestaties, zoals concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen en shows, waarbij sprake is van onversterkte muziek dan wel van mechanisch versterkte muziek met een versterkt geluidniveau van maximaal 70 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning van derden of van een ander geluidgevoelig gebouw.

1.44

functie

doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan.

1.45

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

10

1.46

geluidszoneringsplichtige inrichting

een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone als bedoeld in die wet moet worden vastgesteld.

1.47

grondgebonden agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij voor de bedrijfsvoering hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond.

1.48

hobbymatig agrarisch gebruik

het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze.

1.49

hoofdgebouw

een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.50

horeca

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt; een en ander met dien verstande dat seksinrichtingen hier niet onder worden begrepen.

1.51

houtopstand

begroeiing die geheel of gedeeltelijk bestaat uit bomen en/of struiken, voor zover niet vallend onder de Boswet en behoudens laagstamfruitbomen en de bijbehorende windsingels.

1.52

huishouden

een persoon of een groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en verhuur ten behoeve van arbeidsmigranten wordt daaronder niet begrepen.

1.53

intensieve veehouderij

het bedrijfsmatig houden van dieren zonder dat het bedrijf hoeft te beschikken over grond bestemd voor de voerproductie van deze dieren. De dieren worden in stallen of hokken gehouden. Waar in dit bestemmingsplan wordt gesproken over intensieve veehouderij wordt in principe gedoeld op het hebben van een bedrijfsmatige tak van varkens, kippen, vleeskuikens, vleeskalveren, stieren voor de roodvleesproductie, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen of parelhoenders (waarvoor een omgevingsvergunning is verleend). De melkveehouderij wordt niet als intensieve veehouderij beschouwd.

1.54 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover de onder a en b bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

11

zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebuikt voor (niet-permanent) recreatief nachtverblijf.

1.55

karakteristiek

alle beeldbepalende panden.

1.56

kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico cq. een risico-afstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden.

1.57

landschappelijke waarde

bijzondere landschappelijk kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.

1.58

landschappelijke waarden

ruimtelijke objecten, structuren of gebieden in het cultuurlandschap die om esthetische, cultuurhistorische en/of ecologische redenen van waarde worden geacht.

1.59

landschapselement

beplanting die om esthetische, cultuurhistorische of ecologische redenen van waarde en algemeen belang wordt geacht in zijn ruimtelijke context.

1.60

loon- en mechanisatieactiviteiten

een bedrijf gericht op het verrichten en leveren van diensten en producten aan agrarische bedrijven (agrarisch loonwerk).

1.61

manege

een bedrijf, dat is gericht op het verzorgen en dresseren en trainen van paarden voor de ruitersport alsmede het geven van paardrijlessen.

1.62

mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Huisvesting ten behoeve van mantelzorg vindt in of bij een woning plaats en is toegestaan voor één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

12

1.63

Natuurnetwerk Limburg

de Limburse vertaling van een zone die wordt bepaald door het door het Rijk vastgestelde Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Binnen het Natuurnetwerk heeft de natuur (plant en dier) voorrang wordt deze beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. Het Natuurnetwerk Nederland kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur.

1.64 nevenactiviteit a. nevenactiviteit bij agrarisch: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel; b. nevenactiviteit bij wonen: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk en functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel.

1.65

omgevingsvergunning

omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo.

1.66

ondergeschikte functie

een functie die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie en daarvan ten dienste staat c.q. daar functioneel mee verbonden is.

1.67

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.

1.68

paardenbak

een niet overdekt terrein ingericht ten behoeve van het paardrijden, met daarbij behorende voorzieningen.

1.69

parkeervoorzieningen

elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer.

1.70

permanente bewoning

bewoning van een ruimte als hoofdverblijf.

1.71

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.72 risicovolle inrichting a. een inrichting waarvoor ingevolge het besluit externe veiligheid een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij in het bestemmingsplan toegelaten Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

13

kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, of b. een inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer afstanden gelden met het oog op de externe veiligheid, met uitzondering van gasdrukmeet- en regelstations.

1.73

recreatief medegebruik

vorm van recreatie waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is, maar waarvoor kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes.

1.74

schuilgelegenheid

een in het buitengebied gelegen overdekte ruimte, die maximaal aan 3 zijden is omsloten door wanden, waarvan het/de betreffende dier(en) gebruik moet(en) kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierwelzijn en waarbij nabij de schuilgelegenheden geen opslag is toegestaan.

1.75

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.76

seksuele dienstverlening

een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het verrichten van erotisch/pornografische vertoningen.

1.77

sport- en/of speelvoorziening

Een plek die is ingericht als sportvoorziening of als speelvoorziening. Hieronder worden onder andere verstaan: speeltuinen, tennisclubs, voetbalclubs, jeugdverenigingen en schutterijen, waarbij: a. in het geval van speelvoorzieningen: één of meerdere speelvoorziening(en) aanwezig is/zijn voor de leeftijdscategorie tot en met 12 jaar; commerciële speelvoorzieningen zijn uitgesloten. b. in het geval van sportvoorzieningen: golfbanen zijn uitgesloten.

1.78

stedenbouwkundige waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied (tot uitdrukking komend in de bouwmassa, hoogtematen, dakvorm en gevelopbouw).

1.79

Structuurvisie Echt-Susteren 2025

De Structuurvisie Echt-Susteren 2025, zoals vastgesteld op 31 mei 2018.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

14

1.80

teeltondersteunende voorzieningen

voorzieningen/constructies met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel het vervroegen als het verlaten van de teelt ten opzichte van de normale open teelt en/of het beschermen van het gewas tegen weers invloeden, ziekten en plagen hetgeen leidt tot een beter kwaliteit van het product.

1.81

tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders

het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten.

1.82

tijdelijke teeltondersteunende voorziening

teeltondersteunende voorzieningen die korter dan 6 maanden, al dan niet aaneengesloten in het jaar aanwezig zijn.

1.83

volwaardig (agrarisch) bedrijf

een (agrarisch) bedrijf met ten minste de arbeidsomvang van een volwaardige arbeidskracht en een zodanige bedrijfsomvang (overeenkomstig de normen voor Standaardopbrengst en Standaardverdiencapaciteit) dat de continuïteit ook op langere termijn in voldoende mate is gewaarborgd.

1.84

voorgevel

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

1.85

voorgevelrooilijn

denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan dan wel ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn'.

1.86

voorzieningen van algemeen nut

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.

1.87

wabo

de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.88

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

15

1.89

wet/wettelijke regelingen

indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., worden de regelingen bedoeld zoals deze luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald.

1.90

wonen

de permanente huisvesting van een of meerdere personen in een woning of bijzondere woonvorm, om daar zelfstandig of met meerdere personen gezamenlijk een huishouden te voeren

1.91

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

1.92

(planologisch geregelde) woonfunctie

een woning binnen een woonbestemming dan wel een woning die in de regels en/of op de verbeelding als zodanig is aangeduid.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

16

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de loodrechte afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat perceel voorkomend bouwwerk.

2.2

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.

2.3

het bebouwingspercentage

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen', zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5

de breedte, diepte c.q. lengte van bouwwerken

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.

2.6

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.7

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.8

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.9

de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk

loodrecht vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

2.10 de oppervlakte van een bouwwerk a. voor bouwwerken met wanden: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

17

bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; b. voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): de overdekte grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak).

2.11 peil a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor een woonwagen, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van de bestaande verharding van de standplaats; d. voor een bouwwerk ten behoeve van spoorwegdoeleinden: de bovenkant van de spoorstaaf.

2.12

ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwc.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,50 meter bedraagt. Tevens worden hieronder gevelisolerende of andere duurzaamheidsmaatregelen verstaan, mits de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

18

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

f.

agrarisch grondgebruik; behoud en bescherming onverharde en halfverharde wegen; de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven; behoud en ontwikkeling van recreatief medegebruik; detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, met dien verstande dat: 1. uitsluitend detailhandel in agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of agrarische producten die op het eigen bedrijf en/of in de directe omgeving daarvan op een ander agrarisch bedrijf zijn bewerkt. Onder agrarische producten worden tevens streekproducten en aanverwante artikelen, passend in het assortiment van boerderijwinkels, gerekend; 2. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit uitsluitend is toegestaan binnen de bestaande bebouwing en het verkoopvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 200 m²; kunstwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - kunstwerk';

g. aan huis verbonden beroep in de bedrijfswoning en/of bijbehorend bouwwerk, mits: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 2. de (mede) daarvoor in gebruik te nemen vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 50 m²; 3. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep, mits de te koop aangeboden goederen en/ of producten een relatie hebben met het aan huis gebonden beroep; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; h. waterretentie, natuurvriendelijke oevers en het onderhouden van de waterloop voor zover de gronden zijn gelegen binnen 5 m van de bestemming 'Water'; met de daarbij behorende: i. nutsvoorzieningen; j. inritten, erven en terreinen; k. erfbeplanting; l. tuinen bij bedrijfswoningen; m. wegen en paden; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken

Op de gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen de onderstaande bouwwerken uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd: a. de bij één agrarisch bedrijf behorende bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat uitsluitend de bestaande veestallen zijn toegestaan; b. bedrijfswoning met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met in achtneming van het bepaalde in lid 3.1; c. paardenbakken tot een oppervlakte van 1.200 m²; d. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen mestplaten, hooibergen, Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

19

mestsilo's, sleufsilo's, voedersilo's, kuilvoeropslag e.d.; e. teeltondersteunende voorzieningen; f. kassen. 3.2.2

Toegestane bouwwerken binnen de gehele bestemming

Binnen de gehele bestemming mogen uitsluitend worden gebouwd: a. schuilgelegenheden, met dien verstande dat: 1. bestaande schuilgelegenheden zijn toegestaan, mits de schuilgelegenheden op een legale wijze tot stand zijn gekomen; b. bestaande bebouwing, met dien verstande dat de bestaande bebouwing op een legale wijze tot stand is gekomen; c. gebouwen van openbaar nut, zoals trafo's, abri's, schakelstations, meet- en regelstations; d. teeltondersteunende voorzieningen, uitsluitend in de vorm van afdekfolie en minitunnels; e. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze bestemming zoals bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het recreatief medegebruik (o.a. zitbanken en wegwijzers), openbaar nut en verkeersgeleiding en niet zijnde de bouwwerken zoals bedoeld in sublid 3.2.1 onder d. 3.2.3

Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in de subleden 3.2.1 en 3.2.2, gelden de volgende regels: a. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Bouwwerken

Maximale Maximale Maximale goothoogt bouwhoogte oppervlakte in m² e in m in m

Maximale inhoud in m³

Bedrijfsgebouwen

7,7

13,3

Geen beperking

Geen beperking

Bedrijfswoning

6

10

Geen beperking

750

Bijbehorende 3,5 bouwwerken bij de bedrijfswoning

5,5

70, met dien verstande Geen beperking dat indien de oppervlakte van het bouwperceel meer dan 500 m² bedraagt de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 100 m².

Teeltondersteunen n.v.t. de voorzieningen

4

Geen beperking

n.v.t.

Teeltondersteunen n.v.t. de voorzieningen, in de vorm van afdekfolie en minitunnels

0,5

Geen beperking

n.v.t.

Kassen

n.v.t.

7

1.000 m²

n.v.t.

Sleufsilo's en n.v.t. mestopslagplaatse n e.d.

6

Geen beperking

Geen beperking

Hooibergen, voedersilo's e.d.

15

Geen beperking

Geen beperking

n.v.t.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

20

Erf- en n.v.t. terreinafscheidinge n binnen het bouwvlak

2

n.v.t.

n.v.t.

Erf- en n.v.t. terreinafscheidinge n buiten het bouwvlak

1,50

n.v.t.

n.v.t.

gebouwen van 2,7 openbaar nut, zoals trafo's, abri's, schakelstations, meet- en regelstations

3,5

15

Geen beperking

Bouwwerken, geen n.v.t. gebouwen zijnde ten behoeve van deze bestemming zoals bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het recreatief medegebruik (o.a. zitbanken en wegwijzers), openbaar nut en verkeersgeleiding

2, met dien Geen beperking verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de openbare verkeersverlic hting niet meer dan 6 mag bedragen.

Geen beperking

Overkappingen buiten het bouwvlak

n.v.t.

2

40 m² per ha

Geen beperking

Kunstwerken

n.v.t.

12

n.v.t.

n.v.t.

overige n.v.t. bouwwerken, geen gebouwen zijnde

2

n.v.t.

n.v.t.

b. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. 3.3

Nadere eisen

a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de landschappelijke en ruimtelijke inpassing, zoals is bedoeld in artikel 29.2, van de uitbreiding van de agrarische bebouwing binnen het bouwvlak. b. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van waarborging van de brandveiligheid, rampenbestrijding en zelfredzaamheid van personen en overige nadere eisen ten aanzien van externe veiligheid in het algemeen, bijvoorbeeld ten aanzien van de oriëntatie van gebouwen en toegang en vluchtwegen, de bereikbaarheid van het perceel en bouwkundige maatregelen ter beperking van de effecten van bijvoorbeeld een ongeval met gevaarlijke stoffen, alsmede ter voorkoming van hoge personendichtheden.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

21

3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1

Overschrijden van het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak en het veranderen van de vorm van het bouwvlak voor het bouwen van bouwwerken, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De overschrijding mag niet meer bedragen dan 10% van de oppervlakte van het bouwvlak. b. De overschrijding en de vormverandering dient aantoonbaar noodzakelijk te zijn in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering. c. De bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing. d. Aangrenzende natuur- en landschapswaarden door de overschrijding en de vormverandering niet onevenredig worden aangetast, e. De wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Limburg mogen niet worden aangetast. f. Aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 29.2.2. g. Er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de milieusituatie; 2. de verkeersveiligheid; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. het landschaps- en bebouwingsbeeld. 3.4.2

Het bouwen van veestallen binnen het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 ten behoeve van het bouwen van veestallen binnen het bouwvlak, mits is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie in een Natura 2000-gebied, dan wel dat de depositie geen gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied. 3.4.3

Schuilgelegenheden

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De schuilgelegenheid is noodzakelijk uit het oogpunt van dierenwelzijn. b. De schuilgelegenheid wordt uitsluitend gebruikt voor hobbymatig (agrarisch) gebruik. c. Het perceelsoppervlak bedraagt minimaal 5.000 m² en grenst niet aan het huisperceel van de eigenaar. d. De schuilgelegenheid wordt aan de rand van perceel opgericht. e. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 30 m² en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. f. Eén wand van de schuilgelenheid dient open te zijn. g. De landschappelijke- en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast. h. De wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Limburg mogen niet worden aangetast. i. Er mag geen buitenopslag plaatsvinden. j. De schuilgelegenheid mag niet worden voorzien van bouwwerken, zoals een rijbak, stapmolen, stroen hooiopslag en parkeerplaats voor een paardentrailer. k. Aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 29.2.3. 3.4.4

Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen direct aansluitend aan het bouwvlak te worden Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

22

gerealiseerd, tenzij is aangetoond dat er geen mogelijkheden zijn om teeltondersteunende voorzieningen direct aansluitend aan het bouwvlak te realiseren. b. De tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig zijn en na afloop geheel worden verwijderd. c. Aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 29.2.2. d. Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan in de beekdalen zoals zijn weergegeven in de Structuurvisie Echt-Susteren 2025. 3.4.5

Hagelnetten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Hagelnetten niet zijn toegestaan in de beekdalen zoals zijn weergegeven in de Structuurvisie Echt-Susteren 2025. b. De hagelnetten dienen landschappelijk te worden ingepast. Dit betekent in ieder geval dat netten niet mogen doorlopen tot aan de grond en voorts dat er randvoorwaarden kunnen worden gesteld aan de zichtbaarheid van de hagelnetten. Bij het toetsen van de toelaatbaarheid zijn, mede met het oog op de zichtbaarheid, de volgende aspecten van belang: 1. zicht op de continuïteit van het agrarisch bedrijf; 2. beschrijving van de locaties waar de hagelnetten geplaatst worden; 3. invloed van het reliëf op de zichtbaarheid; 4. het gebruikte (constructie)materiaal voor de netten; 5. de aangevraagde oppervlakte hagelnetten; 6. de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing. c. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies. d. De bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond. 3.4.6

Uitbreiden woning ten behoeve van mantelzorg

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.3 ten behoeve van het uitbreiden van de omvang van de woning en de bijbehorende bouwwerken met ten hoogste 75 m³ ten behoeve van mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De goothoogte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 3,5 m en de bouwhoogte niet meer dan 5,5 m. b. De uitbreiding dient zich te beperken tot de begane grondbouwlaag. Een kapconstructie kan echter worden toegestaan indien dit uit architectonisch en beeldkwalitatief oogpunt geboden is. c. Er mag geen extra woning worden gecreëerd. Er moet dus sprake blijven van één woning: door de uitbreiding mogen niet twee volledig gescheiden of gemakkelijk te scheiden wooneenheden ontstaan met elk alle voor een huishouden benodigde voorzieningen. d. De cultuurhistorische en architectonische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. e. Het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven. 3.4.7

Hogere bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.3 ten behoeve van het vergroten van de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak tot ten hoogste 2 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.

De grotere bouwhoogte is noodzakelijk in verband met de bestemming. De erfafscheidingen mogen niet gesloten zijn. De landschappelijke waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. De wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Limburg mogen niet worden aangetast. e. Het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

23

3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1

Strijdig gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 24.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d.

het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren; verkooppunten voor motorbrandstoffen; seksuele dienstverlening; permanente bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken en recreatieve verblijven (bv. vakantieappartement/vakantiewoning) betreft; e. bewoning als inwoning; f. het beoefenen van lawaaisporten; g. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; h. het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen buiten het bouwvlak; i. de inname van mest van derden. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in lid 3.1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand. b. Het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas. c. Het verwijderen van onverharde wegen of paden. d. Het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. 3.6.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 3.6.1 is niet van toepassing: a. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; c. op werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen. 3.6.3

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.6.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen en, wanneer mogelijk, een positieve bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige cultuurhistorisch-landschappelijke waarden. 3.6.4

Advies

Het staat het bevoegd gezag vrij om advies in te winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld onder artikel 3.6.1 bij de in de gemeente operationele en ter zake deskundige commissie op het vlak van monumenten, welstand, landschap, archeologie en cultuurhistorie.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

24

Artikel 4 4.1

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

agrarisch grondgebruik; behoud en bescherming van onverharde en halfverharde wegen; de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven; behoud en ontwikkeling van recreatief medegebruik; detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, met dien verstande dat: 1. uitsluitend detailhandel in agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd en/of agrarische producten die op het eigen bedrijf en/of in de directe omgeving daarvan op een ander agrarisch bedrijf zijn bewerkt. Onder agrarische producten worden tevens streekproducten en aanverwante artikelen, passend in het assortiment van boerderijwinkels, gerekend; 2. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit uitsluitend is toegestaan binnen de bestaande bebouwing en het verkoopvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 200 m²; f. aan huis verbonden beroep in de bedrijfswoning en/of bijbehorend bouwwerk, mits: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 2. de (mede) daarvoor in gebruik te nemen vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 50 m²; 3.

geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep, mits de te koop aangeboden goederen en/ of producten een relatie hebben met het aan huis gebonden beroep; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; g. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; h. waterretentie, natuurvriendelijke oevers en het onderhouden van de waterloop voor zover de gronden zijn gelegen binnen 5 m van de bestemming 'Water'; met de daarbij behorende: i. nutsvoorzieningen; j. inritten, erven en terreinen; k. erfbeplanting; l. tuinen bij bedrijfswoningen; m. wegen en paden; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken

Op de gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen de onderstaande bouwwerken uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd: a. de bij één agrarisch bedrijf behorende bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat uitsluitend de bestaande veestallen zijn toegestaan; b. bedrijfswoning met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met in achtneming van het bepaalde in lid 4.1; c. paardenbakken tot een oppervlakte van 1.200 m²; d. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen mestplaten, hooibergen, mestsilo's, sleufsilo's, voedersilo's, kuilvoeropslag e.d.; e. teeltondersteunende voorzieningen; f. kassen. Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

25

4.2.2

Toegestane bouwwerken binnen de gehele bestemming

Binnen de gehele bestemming mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bestaande schuilgelegenheden, met dien verstande dat de schuilgelegenheden op een legale wijze tot stand zijn gekomen; b. bestaande bebouwing, met dien verstande dat de bestaande bebouwing op een legale wijze tot stand is gekomen; c. gebouwen van openbaar nut, zoals trafo's, abri's, schakelstations, meet- en regelstations; d. teeltondersteunende voorzieningen, uitsluitend in de vorm van afdekfolie en minitunnels; e. andere bouwwerken, en niet zijnde de bouwwerken ten behoeve van deze bestemming zoals bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het recreatief medegebruik (o.a. zitbanken en wegwijzers), openbaar nut en verkeersgeleiding en niet zijnde de bouwwerken zoals bedoeld in sublid 4.2.1 onder d. 4.2.3

Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in de subleden 4.2.1 en 4.2.2, gelden de volgende regels: a. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Bouwwerken

Maximale Maximale Maximale goothoogt bouwhoogte oppervlakte in m² e in m in m

Maximale inhoud in m³

Bedrijfsgebouwen

7,7

13,3

Geen beperking

Geen beperking

Bedrijfswoning

6

10

Geen beperking

750

Bijbehorende 3,5 bouwwerken bij de bedrijfswoning

5,5

70, met dien verstande Geen beperking dat indien de oppervlakte van het bouwperceel meer dan 500 m² bedraagt de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 100 m².

Teeltondersteunen n.v.t. de voorzieningen

4

Geen beperking

n.v.t.

Teeltondersteunen n.v.t. de voorzieningen, in de vorm van afdekfolie en minitunnels

0,5

Geen beperking

n.v.t.

Kassen

n.v.t.

7

1.000 m²

n.v.t.

Sleufsilo's en n.v.t. mestopslagplaatse n e.d.

6

Geen beperking

Geen beperking

Hooibergen, voedersilo's e.d.

n.v.t.

15

Geen beperking

Geen beperking

Erf- en n.v.t. terreinafscheidinge n binnen het bouwvlak

2

n.v.t.

n.v.t.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

26

Erf- en n.v.t. terreinafscheidinge n buiten het bouwvlak

1,50

n.v.t.

n.v.t.

gebouwen van 2,7 openbaar nut, zoals trafo's, abri's, schakelstations, meet- en regelstations

3,5

15

Geen beperking

Bouwwerken, geen n.v.t. gebouwen zijnde ten behoeve van deze bestemming zoals bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het recreatief medegebruik (o.a. zitbanken en wegwijzers), openbaar nut en verkeersgeleiding

2, met dien Geen beperking verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de openbare verkeersverlic hting niet meer dan 6 mag bedragen.

Geen beperking

Overkappingen buiten het bouwvlak

n.v.t.

2

40 m² per ha

Geen beperking

overige n.v.t. bouwwerken, geen gebouwen zijnde

2

n.v.t.

n.v.t.

b. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. 4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van waarborging van de brandveiligheid, rampenbestrijding en zelfredzaamheid van personen en overige nadere eisen ten aanzien van externe veiligheid in het algemeen, bijvoorbeeld ten aanzien van de oriëntatie van gebouwen en toegang en vluchtwegen, de bereikbaarheid van het perceel en bouwkundige maatregelen ter beperking van de effecten van bijvoorbeeld een ongeval met gevaarlijke stoffen, alsmede ter voorkoming van hoge personendichtheden. 4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1

Overschrijden van het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.1 ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak en het veranderen van de vorm van het bouwvlak voor het bouwen van bouwwerken, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De overschrijding mag niet meer bedragen dan 10% van de oppervlakte van het bouwvlak. b. De overschrijding en de vormverandering dient aantoonbaar noodzakelijk te zijn in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering. Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

27

c. De bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing. d. Aangrenzende natuur- en landschapswaarden door de overschrijding en de vormverandering niet onevenredig worden aangetast, e. De wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Limburg mogen niet worden aangetast. f. Aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 29.2.2. g. Er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de milieusituatie; 2. de verkeersveiligheid; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. het landschaps- en bebouwingsbeeld. 4.4.2

Het bouwen van veestallen binnen het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.1 ten behoeve van het bouwen van veestallen binnen het bouwvlak, mits is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie in een Natura 2000-gebied, dan wel dat de depositie geen gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied. 4.4.3

Schuilgelegenheden

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2 ten behoeve van het realiseren van schuilgelegenheden, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De schuilgelegenheid is noodzakelijk uit het oogpunt van dierenwelzijn. b. De schuilgelegenheid wordt uitsluitend gebruikt voor hobbymatig (agrarisch) gebruik. c. Het perceelsoppervlak bedraagt minimaal 5.000 m² en grenst niet aan het huisperceel van de eigenaar. d. De schuilgelegenheid wordt aan de rand van perceel opgericht. e. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 30 m² en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. f. Eén wand van de schuilgelenheid dient open te zijn. g. De landschappelijke- en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast. h. De wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Limburg mogen niet worden aangetast. i. Er mag geen buitenopslag plaatsvinden. j. De schuilgelegenheid mag niet worden voorzien van bouwwerken, zoals een rijbak, stapmolen, stroen hooiopslag en parkeerplaats voor een paardentrailer. k. Aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 29.2.3. 4.4.4

Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2 ten behoeve van het oprichten van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen direct aansluitend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd, tenzij is aangetoond dat er geen mogelijkheden zijn om teeltondersteunende voorzieningen direct aansluitend aan het bouwvlak te realiseren. b. De tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen maximaal 6 maanden per jaar aanwezig zijn en na afloop geheel worden verwijderd. c. Aangetoond is dat de landschappelijke en ruimtelijke inpassing op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, waarbij wordt aangetoond op welke wijze wordt voldaan aan de te leveren verbetering van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 29.2.2. d. Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan in de beekdalen zoals zijn weergegeven in de Structuurvisie Echt-Susteren 2025.

Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

28

4.4.5

Hagelnetten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2 ten behoeve van het oprichten van hagelnetten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Hagelnetten niet zijn toegestaan in de beekdalen zoals zijn weergegeven in de Structuurvisie Echt-Susteren 2025. b. De hagelnetten dienen landschappelijk te worden ingepast. Dit betekent in ieder geval dat netten niet mogen doorlopen tot aan de grond en voorts dat er randvoorwaarden kunnen worden gesteld aan de zichtbaarheid van de hagelnetten. Bij het toetsen van de toelaatbaarheid zijn, mede met het oog op de zichtbaarheid, de volgende aspecten van belang: 1. zicht op de continuïteit van het agrarisch bedrijf; 2. beschrijving van de locaties waar de hagelnetten geplaatst worden; 3. invloed van het reliëf op de zichtbaarheid; 4. het gebruikte (constructie)materiaal voor de netten; 5. de aangevraagde oppervlakte hagelnetten; 6. de ligging ten opzichte van wegen, paden, dorpen en bebouwing. c. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies. d. De bedrijfseconomische noodzaak is aangetoond. 4.4.6

Uitbreiden woning ten behoeve van mantelzorg

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.3 ten behoeve van het uitbreiden van de omvang van de woning en de bijbehorende bouwwerken met ten hoogste 75 m³ ten behoeve van mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De goothoogte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 3,5 m en de bouwhoogte niet meer dan 5,5 m. b. De uitbreiding dient zich te beperken tot de begane grondbouwlaag. Een kapconstructie kan echter worden toegestaan indien dit uit architectonisch en beeldkwalitatief oogpunt geboden is. c. Er mag geen extra woning worden gecreëerd. Er moet dus sprake blijven van één woning: door de uitbreiding mogen niet twee volledig gescheiden of gemakkelijk te scheiden wooneenheden ontstaan met elk alle voor een huishouden benodigde voorzieningen. d. De cultuurhistorische en architectonische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. e. Het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven. 4.4.7

Hogere bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.3 ten behoeve van het vergroten van de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak tot ten hoogste 2 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.

De grotere bouwhoogte is noodzakelijk in verband met de bestemming. De erfafscheidingen mogen niet gesloten zijn. De landschappelijke waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. De wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Limburg mogen niet worden aangetast. e. Het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast. 4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1

Strijdig gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 24.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d.

het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren; verkooppunten voor motorbrandstoffen; seksuele dienstverlening; permanente bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken en recreatieve verblijven (bv. vakantieappartement/vakantiewoning) betreft; e. bewoning als inwoning; f. het gebruik van gronden als volkstuin; Tracébesluit A2 NL.IMRO.1711.BP20220086-OW01 vastgesteld

29

g. het beoefenen van lawaaisporten; h. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; i. het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen buiten het bouwvlak. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in lid 4.1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; c. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; d. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas; e. het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt; f. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; g. het verwijderen van half- en onverharde wegen of paden; h. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. 4.6.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=7c957c6f-c242-4083-b873-cae2dea81fc0