Rapport Rekenkameronderzoek 2024
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek 2024 Woonbeleid en prestatieafspraken
Inhoudsopgave Voorwoord
4
Deel 1: Bestuurlijke nota, rekenkameronderzoek woonbeleid en prestatieafspraken.
5
1. Inleiding op woonbeleid en prestatieafspraken 1.1 Context: woonbeleid en prestatieafspraken in de sociale huursector 1.2 Onderzoeksopzet
6 6 7
2. Resultaten op hoofdlijnen 2.1 Normenkader 2.2 Oordeel op de onderzoeksvragen
8 9 10
3. Conclusies
14
4. Aanbevelingen 4.1 Aanbevelingen aan het college 4.2 Aanbevelingen aan de gemeenteraad
17 18 18
Deel 2: Nota van bevindingen, rekenkameronderzoek woonbeleid en prestatieafspraken
19
1. Inleiding nota van bevindingen
20
1.1 Doelstelling van het onderzoek 1.2 De werkwijze 1.3 Normenkader en factoren van belang bij woonvisie en prestatieafspraken 2. Context van de woonvisie 2.1 De basis van de woonvisie 2.2 De breedte van de woonvisie
20 21 22
23 24 25
2
3. De uitvoering weergegeven in de documenten van de P&C-cyclus
28
4. De prestatieafspraken 2022, 2023 en 2024
33
5. De uitvoering van de prestatieafspraken 2022 2023 en 2024 5.1 Beschikbaarheid, kwaliteit en vastgoedtransitie 5.2 Betaalbaarheid 5.3 Duurzame sociale huurwoningen 5.4 Wonen met zorg en maatschappelijke doelgroepen 5.5 Leefbaarheid en integrale veiligheid 5.6 Samenwerking en informatie-uitwisseling
36 38 40 41 41 42 44
5.7 Rol huurdersbelangenvereniging
45
6. De rol van de gemeenteraad
46
7. Beoordeling normenkader bij woonvisie en prestatieafspraken 7.1 Oordeel op de onderzoeksvragen
50 52
Bijlage 1. Gesprekspartners
57
Bijlage 2. Documentenlijst en literatuurlijst
57
Bestuurlijke reactie
59
Reactie rekenkamer
63
3
Voorwoord rekenkamer Echt-Susteren Het rekenkameronderzoek richt zich op het woonbeleid en de implementatie daarvan binnen de gemeente Echt-Susteren. De aanleiding voor dit onderzoek zijn vragen die rezen over de totstandkoming en uitvoering van de prestatieafspraken met de wooncorporaties. Met het opstellen van een woonvisie en het maken van prestatieafspraken vult de gemeente haar woonbeleid in en kan zij invloed uitoefenen op de woningcorporaties en andere partijen, zoals projectontwikkelaars en zorginstellingen. Daarnaast geeft de gemeente ook op andere terreinen invulling aan het woonbeleid, zoals voor speciale doelgroepen, bijvoorbeeld voor mensen die zorg behoeven, statushouders, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. Het onderzoeksrapport is bestemd voor de gemeenteraad, het college en de organisatie van de gemeente Echt-Susteren en bestaat uit twee delen. In deel 1, de bestuurlijke nota, komen op hoofdlijnen de resultaten van het onderzoek van de rekenkamer aan de orde met daarbij de conclusies en aanbevelingen. In deel 2, de nota van bevindingen, zijn de onderzoeksgegevens, analyses, de inbreng van de gesprekspartners en achtergrondinformatie terug te lezen, die de basis vormen voor de conclusies en aanbevelingen. Deel 2 geeft nadere informatie over de breedte van het thema wonen, zoals dit momenteel bestuurlijk, landelijk en lokaal speelt.
De doelstelling van het onderzoek is het beoordelen van de doeltreffendheid van het woonbeleid. Met doeltreffendheid wordt bedoeld: de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten en gestelde doelen van het beleid daadwerkelijk worden behaald. Het resultaat van het onderzoek levert gegevens op, die de uitvoering van het beleid helder maken en verschillen tussen beleid en uitvoering inzichtelijk maken. Om de doeltreffendheid van de prestatieafspraken te beoordelen, bekijken we hoe de woonvisie en de prestatieafspraken tot stand zijn gekomen en in hoeverre doelstellingen worden gerealiseerd. We geven aan wie er bij betrokken zijn. We kijken in het bijzonder naar de positie en invloed van de gemeenteraad. De prestatieafspraken over de jaren 2022-2024 zijn beoordeeld. Deze worden opgesteld en vastgelegd en ondertekend door de gemeente, de wooncorporaties Nester en ZOwonen en de huurdersbelangenorganisaties. Er blijkt in gesprekken een grote betrokkenheid op het thema wonen in Echt-Susteren bij ambtenaren, raadsleden, portefeuillehouder, wooncorporaties, huurdersbelangenvereniging en projectontwikkelaar. De rekenkamer richt een woord van dank aan iedereen die heeft bijgedragen aan het vergaren van informatie, het presenteren van ervaringen, het aangeven van meningen en visies.
Vervolgprocedure: De rekenkamer vraagt het college van burgemeester en wethouders een bestuurlijke reactie te geven op de conclusies en aanbevelingen. Vervolgens wordt het rapport met deze reactie en een slotreactie van de rekenkamer aangeboden aan de gemeenteraad. Rekenkamer Echt-Susteren, 15 juli 2024 Stef Strous
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
4
Deel 1 Bestuurlijke nota
1. Inleiding op woonbeleid en prestatieafspraken 1.1 Context: woonbeleid en prestatieafspraken in de sociale huursector De basis van het woonbeleid is vervat in de regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 20222025 ‘Samen gericht bouwen aan de toekomst’. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld in december 2022. Daarnaast hebben meerdere beleidsvelden invloed op het lokale woonbeleid. In paragraaf 2.2 van de Nota van Bevindingen wordt dit uitgebreid weergegeven. De regionale woonvisie is opgesteld met inachtneming van zowel rijksbeleid, provinciaal als regionaal beleid, en komt tegemoet aan een groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. De Structuurvisie Wonen wordt jaarlijks gemonitord, met een actualisatie van de planvoorraad. Het college van B&W legt verantwoording af aan de raad via de jaarrekening, de bestuurlijke rapportages en raadsinformatiebrieven. Specifieke regionale opgaven, die voor alle gemeenten in de regio gelden en dus ook voor Echt-Susteren zijn: • Het vergroten van het aantal huurwoningen • De uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen • De huisvesting van statushouders • Opgave tot realiseren van (nieuwe)woonvormen in het kader van wonen met zorg.
• De capaciteit “short stay” voor internationale werknemers • Transformatie van leegstaand (commercieel) vastgoed • Het toekomstbestendig maken en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad Voor de gemeente is daar speciaal aan toegevoegd: • Particuliere initiatieven • Toestroom van burgers van buiten de gemeente • Jongerenhuisvesting • Startersleningen Het Hoofdlijnenakkoord 2022-2026, Eenheid door vertrouwen, is een tweede belangrijk document voor het woonbeleid. Dit akkoord is opgesteld door de coalitiepartijen in de gemeente en vastgesteld in april 2022. In het Hoofdlijnenakkoord worden nieuwe beleidspunten opgevoerd en enkele onderdelen uit de regionale structuurvisie wonen aangescherpt. Het streven is 500 woningen te bouwen tot 2026. Verder is het woonbeleid van de gemeente vervat in meerdere documenten die raken aan woonbeleid. Het gaat onder andere om de Omgevingswet, de provinciale woondeal, Beleidsagenda Meedoen en wonen 2024 en de Beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten 2023. Tijdens de landelijke Woontop op 29 februari 2024 ondertekenden 12 partijen de Uitvoeringsagenda Wonen, met een oproep om in een periode van 10 jaar elk jaar 100.000 woningen te bouwen. Ook heeft de demissionaire minister van Wonen een Wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting aan de Tweede Kamer aangeboden.
Hierin krijgen overheden extra wettelijke instrumenten om meer betaalbare woningen te bouwen. Beoogd wordt de afstemming tussen woonvraag en woonaanbod niet alleen meer van de markt te laten afhangen, maar een nationale zaak te laten zijn waarbij het Rijk, provincie en gemeenten verplicht zijn een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen en uit te voeren. In paragraaf 2.2 van de Nota van Bevindingen wordt dit uitgebreid toegelicht.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
6
1.2 Onderzoeksopzet Dit onderzoek richt zich op de doeltreffendheid van het woonbeleid en de prestatieafspraken. Het woonbeleid is vervat in een regionale woonvisie, zoals in de vorige paragraaf in een context is geplaatst. Daarbij kijken we naar de totstandkoming van het beleid en de prestatieafspraken en naar de uitvoering daarvan. De prestatieafspraken over de jaren 2022-2024 zijn beoordeeld. Deze worden opgesteld en vastgelegd en ondertekend door de gemeente, de wooncorporaties Nester, ZOwonen en de huurdersbelangenorganisaties. Voor het onderzoek zijn de volgende vier hoofdvragen geformuleerd: 1. Hoe is de woonvisie tot stand gekomen? 2. Hoe zijn de prestatieafspraken tot stand gekomen? 3. Worden de doelen van de woonvisie in de prestatieafspraken gehaald? 4. Worden de prestatieafspraken gehaald? De beoordeling richt zich op de totstandkoming en het behalen van de doelen en afspraken. Hiervoor is een normenkader opgesteld waarin de belangrijkste aspecten van totstandkoming en uitvoering zijn opgenomen. Het gebruikte normenkader is uitgewerkt en verder toegelicht in de Nota van Bevindingen. In het volgende hoofdstuk vatten we dit samen.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
7
2. Resultaten en hoofdlijnen
2. Inleiding 2.1 Normenkader Het normenkader gekoppeld aan de onderzoeksvragen: Deelvraag
Norm
Beleid 1. Hoe is de woonvisie tot stand gekomen?
2. Hoe zijn de prestatieafspraken tot stand gekomen?
• De woonvisie is afgestemd met regionale kaders. • De woonvisie is met belanghebbenden opgesteld. • De doelstellingen van de woonvisie zijn eenduidig. • De afspraken sluiten aan bij de lokale woonvisie (en Woningwet 2015) • De prestatieafspraken zijn SMART. Specifiek, meetbaar, acceptabel, relevant en tijdgebonden
Rol van de gemeenteraad
Hoe is de raad betrokken bij de totstandkoming van de woonvisie en prestatieafspraken?
• De raad heeft duidelijke kaders gesteld op basis van voldoende informatie. • De raad is betrokken bij het opstellen van (de doelstellingen van) de woonvisie. • De raad is op de hoogte van de gemaakte prestatieafspraken.
Uitvoering
3. Worden de doelen van de woonvisie als het gaat om de prestatieafspraken gehaald?
4. Worden de prestatieafspraken gehaald?
• De procesdoelen (de wijze waarop de prestatieafspraken zijn gemaakt) op basis van de woonvisie zijn gehaald. • De doelen voor de sociale huurwoningen zijn behaald. • Andere in de prestatieafspraken gestelde doelen zijn gehaald. • De afgesproken invulling van de rol van de gemeente heeft plaatsgevonden. • De inhoudelijke doelen van de prestatieafspraken zijn gehaald.
Rol van de gemeenteraad Hoe is de raad geïnformeerd over de uitvoering van woonvisie en prestatieafspraken?
• De informatie is voldoende om de controlerende rol in te vullen. Resultaten zijn gerapporteerd. • De raad heeft de mogelijkheid tot bijsturing. • De raad maakt gebruik van de mogelijkheid tot bijsturing.
Bij de beoordeling van de normen worden de volgende categorieën gebruikt: Er wordt grotendeels voldaan aan de norm. Er wordt gedeeltelijk voldaan aan de norm. Er wordt niet/ nauwelijks voldaan aan de norm.
!
Het behalen van de norm ligt in de toekomst.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
9
2.2 Oordeel op de onderzoeksvragen Per deelvraag en per geformuleerde norm wordt hierna een oordeel gegeven. In hoofdstuk 7 van de Nota van Bevindingen is het oordeel over de onderzoeksvragen gedetailleerd weergegeven. Beleid: Hoe is de woonvisie tot stand gekomen? • De woonvisie is afgestemd met regionale kaders. De woonvisie is regionaal vastgesteld met een lokale algemene toespitsing op de gemeente Echt-Susteren gevoegd. De Spreidingswet, de Omgevingswet, de Woonzorgvisie en andere beleidsterreinen en beleidsregelingen vragen om tussentijdse aanpassingen van het beleid. Dit wordt door de gemeente steeds opgepakt waarbij het opvalt dat er actief gestreefd wordt naar integraliteit. • De woonvisie is met belanghebbenden opgesteld. Het regionale woonbeleid is door de gemeenten opgesteld. De provincie is er bij betrokken omdat ze belangenbehartiger van de regionale woningmarkt is. Zij geeft aan de bijzonderheden van de regionale opgaven te kennen en monitort deze waar mogelijk. De wooncorporaties, zorginstellingen en projectontwikkelaars zijn niet betrokken bij de totstandkoming. • De doelstellingen van de woonvisie zijn eenduidig. Uit de combinatie van de algemene beleidspunten en de toegevoegde lokale beleidspunten in de regionale Structuurvisie Wonen is een set van toetsbare beleidspunten geformuleerd.
In het Hoofd-lijnenakkoord 2022-2026 is op onderdelen een concretisering geformuleerd. Beleid: Hoe zijn de prestatieafspraken tot stand gekomen? • De afspraken sluiten aan bij de lokale woonvisie (en Woningwet 2015). De Woningwet 2015 heeft als belangrijkste doel het nader reguleren van de activiteiten van de woningcorporaties en het toezicht daarop. Een onderdeel is de inbedding van het maatschappelijk presteren van corporaties in het lokale beleid, door een cyclus van een woonvisie, activiteitenoverzicht (het bod) en prestatieafspraken. In de prestatieafspraken komt tot uiting wat er van de corporaties en de gemeente en de huurdersbelangenorganisaties wordt verwacht. De wooncorporaties reageren met een bod op de gewenste uitvoering van de woonvisie, gekoppeld aan eigen inzichten. Binnen de gemeente wordt met alle relevante geledingen input opgehaald en verwerkt voor in de prestatieafspraken. De rol van de huurdersbelangenorganisaties ligt sterk bij de belangen van de huurders. Ze hebben vooral oog voor de huurprijzen en de woonlasten, met aandacht voor verduurzaming. Door deze wijze van invulling van ieders rol sluiten de prestatieafspraken aan bij de lokale woonvisie. Partijen constateren dat er goed en betrokken wordt samengewerkt en dat dit nog beter wordt als in de toekomst zorginstellingen ook een rol spelen bij het tot stand komen van de prestatieafspraken.
• De prestatieafspraken zijn SMART. De te kwantificeren afspraken zijn SMART (het specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebonden) geformuleerd: sloop, nieuwbouw, verkoop, renovatie, duurzaamheidsmaatregelen, betaalbaarheid en de prognose aantal te verhuren woningen. Aspecten als leefbaarheidsmaatregelen, veiligheid en samenwerking zijn niet SMART geformuleerd. Een aantal afspraken heeft een intentioneel karakter.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
10
Beleid: Hoe is de raad betrokken bij de totstandkoming van de woonvisie en prestatieafspraken? • De raad heeft duidelijke kaders gesteld op basis van voldoende informatie. De raad heeft de regionale Structuurvisie Wonen vastgesteld. Bij het opstellen van de visie zijn door de raad geen kaders gesteld. De raadsleden zijn in de gelegenheid geweest bij regionale sessies inbreng te leveren voor de totstandkoming van de structuurvisie. Tijdens de gesprekken is niet aangegeven dat hiervan gebruik is gemaakt. • De raad is betrokken bij het opstellen van (de doelstellingen van) de woonvisie. De gesprekspartners uit de fracties geven aan dat ze door de regionale aanpak van de Structuurvisie Wonen geen inbreng hebben kunnen leveren en daarmee ook geen duidelijke kaders hebben gesteld bij de totstandkoming van de woonvisie (“Tekenen bij het kruisje”). Het Hoofdlijnenakkoord is een document van de gemeenteraadsfracties, die het document als eindresultaat van de coalitiebesprekingen hebben opgesteld en ondertekend in 2022. In dit akkoord zijn aspecten van de woonvisie toegevoegd. • De raad is op de hoogte van de gemaakte prestatieafspraken. De prestatieafspraken 2022, 2023 en 2024 zijn beschikbaar op de website van Nester. De prestatieafspraken 2024 zijn beschikbaar op de site van de gemeente en er is een RIB aangeboden aan de raad.
Uitvoering: Worden de doelen van de woonvisie als het gaat om de prestatieafspraken gehaald? • De procesdoelen (de wijze waarop de prestatieafspraken zijn gemaakt) op basis van de woonvisie zijn gehaald. De procesdoelen gaan over de totstandkoming van de prestatieafspraken. Dit gebeurt zorgvuldig (evaluatie, koppeling aan woonvisie en andere beleidsdocumenten), transparant (met meermaals overleg met huurders en corporaties en het voornemen ook zorg en welzijn te betrekken op basis van woonzorganalyses), integraal (binnen de gemeente en tussen portefeuillehouders binnen het college). De procesdoelen worden gehaald. De woonvisie is geen statische visie en evolueert met het nieuwe woonbeleid van het Rijk, de provincie en de gemeenten in de regio. De Uitvoeringsagenda Wonen, de Woondeal Limburg, de beleidsagenda Meedoen en wonen 2024, het opstellen van de Woonzorgvisie en het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting worden bij de aanpassingen van de woonvisie betrokken. En zullen vervolgens ook een plek krijgen in de prestatieafspraken. • De doelen voor de sociale huurwoningen zijn behaald. De kwantitatieve doelen voor de sociale huurwoningen worden gehaald. • Andere gestelde doelen zijn gehaald. Op verschillende onderdelen worden doelen gerealiseerd, zoals het huisvesten van statushouders.
Op andere onderdelen, zoals de capaciteit ‘short stay’ internationale werknemers en het toevoegen van extra standplaatsen voor woonwagenbewoners wordt onderzoek gedaan en zijn geen resultaten zichtbaar. Een aantal doelstellingen krijgen in de jaarrekening het predicaat continu en zijn daarmee niet te beoordelen.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
11
Uitvoering: Worden de prestatieafspraken gehaald? • De afgesproken invulling van de rol van de gemeente heeft plaatsgevonden. De afgesproken invulling van de rol van de gemeente heeft zowel ambtelijk als bestuurlijk plaatsgevonden. Ambtelijk met een integrale aanpak binnen de organisatie. Bestuurlijk door de thema’s met collega-bestuurders te bespreken en af te stemmen. De afstemming met de corporaties en huurdersbelangenorganisaties heeft plaats gehad, niet alleen bij het opstellen, maar ook bij het bespreken van de voortgang. Hierbij ligt de rol van de gemeente in het tot stand laten komen van beleid, in het coördineren, faciliteren en voorwaarden scheppen in beleid en bij het verlenen van vergunningen. De ondertekenaars van de prestatieafspraken ervaren de prestatieafspraken als een adequaat instrument om afspraken vast te leggen en na te gaan of de naleving van de afspraken ook afdoende geschiedt. Toch merken sommigen op dat er nog enige vrijblijvendheid zit in de afspraken. Gememoreerd wordt dat er ook behoefte is de afspraken op onderdelen meerjarig te maken, omdat dit voor de corporaties vertrouwen geeft om meerjarig te investeren of inzet te plegen. • De inhoudelijke doelen van de prestatieafspraken zijn gehaald. De inhoudelijk kwantitatieve doelen worden gehaald.
De inhoudelijke kwalitatieve doelen zijn op onderdelen niet ‘SMART’ geformuleerd en kunnen niet beoordeeld worden. In hoofdstuk 5 van de Nota van bevindingen worden de verschillende onderdelen van de prestatieafspraken weergegeven. Geconcludeerd kan worden dat: 5.1 De streefdoelen worden gerealiseerd op de onderdelen beschikbaarheid van woningen, kwaliteit en vastgoedtransitie. 5.2 Bij de betaalbaarheid worden verschillende instrumenten ingezet die een positieve invloed hebben op de betaalbaarheid van de huur. 5.3 Corporaties werken serieus aan de verduurzaming van woningen. 5.4 De gemeente en de corporaties komen met een woonzorganalyse voor de doelgroep ouderen, mindervaliden en andere hulpbehoevenden, waarna concreet beleid geformuleerd kan worden. 5.5 Binnen de mogelijkheden van de vrijheid van woningkeuze is er oog voor toewijzing om zo concentraties van bepaalde doelgroepen in wijken te voorkomen. Zo blijft leefbaarheid op peil. Met de toekomstige inzet van de zogenaamde veerkrachtkaarten kan de leefbaarheid en (ervaren) veiligheid gemonitord worden. 5.6 Wooncorporaties, huurdersbelangenorganisaties en de gemeente zijn positief over de samenwerking. Men vindt verdere samenwerking met zorginstellingen en welzijnsinstellingen van groot belang. 5.7 Voor een aantal prestatieafspraken zijn de huurdersbelangenorganisaties verantwoordelijk.
In tegenstelling tot de wooncorporaties en de gemeente wordt het werk door bevlogen vrijwilligers gedaan. Of de aan hen toebedeelde afspraken worden nagekomen is niet te beoordelen.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
12
Uitvoering: Hoe is de raad geïnformeerd over de uitvoering van woonvisie en prestatieafspraken? • De informatie is voldoende om de controlerende rol in te vullen. Resultaten zijn gerapporteerd. In de verschillende verantwoordingsdocumenten wordt ingegaan op de resultaten. In de eerste bestuursrapportage is op één onderdeel gerapporteerd. In de jaarrekening wordt op tal van aspecten van het woonbeleid ingegaan. De evaluatie van de prestatieafspraken 2022 zijn niet in de commissie of raad aan de orde gesteld. De coalitiepartijen hebben aparte overlegvormen waar men van de portefeuillehouder informatie verkrijgt. Ook bestaat de mogelijkheid om direct met suggesties en vragen naar de portefeuillehouder te gaan. Het hangt van individueel initiatief af of bepaalde informatie het raadslid bereikt. In de beleving van de vertegenwoordigers uit de raad is de informatie niet voldoende om de controlerende rol in te vullen. • De raad heeft de mogelijkheid tot bijsturing. In formele zin heeft de raad de mogelijkheid tot bijsturing in de kadernota en de programmabegroting, als daar op het onderdeel Wonen voorstellen worden gedaan. Op eigen initiatief kan er altijd iets geagendeerd of geïnitieerd worden met bijvoorbeeld een motie vreemd aan de orde van de dag. De raadsleden ontvangen sinds 2024 de prestatieafspraken via een raadsinformatiebrief.
De evaluatie van de prestatieafspraken wordt niet met de raad gedeeld. • De raad maakt gebruik van de mogelijkheid tot bijsturing. De fractie van D66 heeft een motie ingediend bij de behandeling van de programmabegroting 2024, “een straatje erbij”. Hiermee is gebruik gemaakt van bijsturing van het woonbeleid. Van een bijsturing voor het opstellen van de prestatieafspraken is geen direct gebruik gemaakt.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
13
3. Conclusies
3. Conclusies 1. De doeltreffendheid van het woonbeleid De doelstelling van het onderzoek is de doeltreffendheid van het woonbeleid van de gemeente EchtSusteren te beoordelen. Conclusie 1a De doeltreffendheid van het woonbeleid is aanwijsbaar op een groot aantal onderdelen van het woonbeleid. Op enkele onderdelen is de doeltreffendheid niet aantoonbaar. • Het woonbeleid is vastgesteld in de regionale structuurvisie wonen en het Hoofdlijnenakkoord. • De aanpalende beleidsterreinen, zoals het woonwagenbeleid en huisvesting arbeidsmigranten hebben raakvlakken met het woonbeleid. In de verschillende verantwoordingsdocumenten worden de beoogde doelen niet steeds toegevoegd en zijn deze niet te beoordelen. • De integraliteit wordt door samenspraak in het college van B&W ingevuld en ook ambtelijk ingevuld. In de verantwoordingsdocumenten is deze integraliteit en de relatie van een beleidsdomein in het geheel van het woonbeleid niet steeds terug te zien (Hoofdstuk 3 Nota van bevindingen). • De woonvisie is geen statisch document. Hiervan zijn de wooncorporaties, projectontwikkelaar en de gemeente zich bewust. Doelen dienen steeds opnieuw vastgesteld te worden. Het belang zicht te krijgen en houden op de behoefte aan woningen wordt breed gedeeld. De wooncorporaties en de projectontwikkelaar brengen hun ervaringen in.
Het resultaat van de zogenaamde woonzorganalyse 2024 levert essentiële inbreng voor het formuleren van eventueel nieuw beleid. Dit kan dan vervolgens weer vertaald worden in prestatieafspraken. • Een belangrijke uiting van de uitvoering van beleid wordt zichtbaar in de prestatieafspraken die de gemeente met de wooncorporaties en de huurdersbelangenorganisaties jaarlijks overeenkomen. Conclusie 1b De doeltreffendheid van de prestatieafspraken is op gekwantificeerde afspraken duidelijk aanwijsbaar. De doeltreffendheid op afspraken met een kwalitatief doel is niet aantoonbaar, omdat de afspraken niet specifiek en meetbaar zijn geformuleerd en er niet overal een tijdsplanning is aangegeven. • De planning, de voortgang en de evaluatie zijn inzichtelijk voor betrokkenen. • Een aantal gemaakte afspraken is meetbaar en scoort goed. Meer kwalitatieve afspraken zijn niet vertaald in meetbare acties of beoogde effecten. • De woonzorganalyse gaat helpen de woonvraag scherper te krijgen. Dit geeft ruimte om te komen tot aanscherping van de prestatieafspraken.
2. De rolinvulling van de raad Conclusie 2a De raad ervaart de rol van kaderstellend orgaan te weinig, terwijl die rol er feitelijk wel is: De gemeenteraad stelt via raadsbesluiten beleid vast. • De gemeenteraad vervult een kaderstellende rol en heeft de basisdocumenten voor het woonbeleid vastgesteld. Toch heerst in de gevoerde gesprekken de perceptie dat ze geen kaderstellende invloed hebben. Van de beschikbare instrumenten van motie, amendement, initiatiefvoorstel of ambtelijke bijstand wordt nauwelijks of geen gebruik gemaakt.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
15
Conclusie 2b De raad kan haar controlerende rol niet voor 100% vervullen, omdat de verantwoording op onderdelen niet correspondeert met de vastgestelde plannen. • De raad krijgt alle P&C-documenten jaarlijks voorgelegd. Niet alle rapportages over het gevoerde beleid in de jaarrekening of de bestuursrapportages corresponderen een op een met hetgeen in enig jaar als voornemen is opgesteld. • Het college in de persoon van de portefeuillehouder Wonen biedt fracties individueel, of die van de coalitie, de gelegenheid informatie te verkrijgen over voorgenomen beleid of over uitvoering van beleid. • In beleidsdocumenten met raakvlakken met het woonbeleid wordt niet standaard de context van het woonbeleid aangegeven. • De raad heeft de mogelijkheid om via interpellatie in te gaan op de inhoud van raadsinformatie brieven. Conclusie 2c De raad heeft voldoende mogelijkheden om haar volksvertegenwoordigende rol in te vullen. • Informatie uit contacten van raadsleden met inwoners met een woonervaring kan op verschillende manieren aan het college beschikbaar worden gesteld. Raadsleden kunnen wensen, vragen en behoeften van burgers over wonen inbrengen of laten inbrengen in raadscommissies en ook rechtstreeks melden bij het college middels gesprekken met de portefeuillehouder. • Er kunnen raadsconferenties voorgesteld worden om thema’s te bespreken.
• Bij de behandeling van alle raadsvoorstellen in de openbare raadsvergadering bestaat de mogelijkheid de volksvertegenwoordigende rol uit te dragen. • Hij informeert raadsleden bij bijeenkomsten van de coalitie. De oppositie ontvangt deze informatie niet. • De gemeenteraad heeft geen formele relatie met huurdersbelangenorganisaties. Door hier wel een relatie te leggen kan de volksvertegenwoordigende rol worden vergroot.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
16
4. Aanbevelingen
4. Aanbevelingen 4.1. Aanbeveling aan het college 1. Maak beleidsinformatie en verantwoordingsinformatie beter toegankelijk en stem deze op elkaar af. Presenteer in de P&C-cyclus steeds de totale context van het woonbeleid. Geef als college van B&W nog meer invulling aan de actieve informatieplicht en bevorder zo dat alle politieke partijen, coalitie en oppositie, een gelijke informatiepositie krijgen. • Dit geeft inwoners, projectontwikkelaars, wooncorporaties en maatschappelijke instellingen inzicht en de mogelijkheid adequaat te reageren. • Dit vergroot de mogelijkheden voor de raad om zijn kaderstellende rol en controlerende rol uit te oefenen. 2. Omschrijf de doelen in de prestatieafspraken zodanig dat ook kwalitatieve doelen beoordeeld kunnen worden. Expliciteer de verantwoordelijkheid van elke ondertekenaar van de prestatieafspraken. • Betrokken partijen staan positief tegenover het proces van de prestatieafspraken, maar noemen ook enige mate van vrijblijvendheid. • Een voorbeeld op het terrein van de ‘leefbaarheid’. Bij de gemeente spelen meerdere afdelingen een rol. Ook heeft de wooncorporatie expliciete taken. Door heldere normen te stellen kan de doeltreffendheid op terreinen met kwalitatieve doelen beoordeeld worden.
• Gemeente, corporaties, huurdersbelangenorganisatie en eventuele andere partijen weten dan exact waar ze elkaar op kunnen aanspreken en waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn.
4.2. Aanbeveling aan de gemeenteraad 1. Zie als gemeenteraad toe dat het college de gemeenteraad compleet en eenduidig informeert op een toegankelijke manier. Gebruik als gemeenteraad het instrument van de artikel 33-vragen of het instrument van interpellatie-vragen in de raadsvergadering, mocht de informatie niet compleet of eenduidig zijn. • Als de gemeenteraad optimaal wordt geïnformeerd op het woonbeleid en de uitvoering hiervan, kan zij haar kaderstellende, volksvertegenwoordigende en controlerende rol beter vervullen. 2. Neem actief kennis van de prestatieafspraken en de evaluaties en beoordeel deze op het door de raad vastgestelde woonbeleid. • De prestatieafspraken geven voor een groot deel invulling aan de uitvoering van het woonbeleid. De afspraken op het vlak van bijvoorbeeld de leefbaarheid en integrale veiligheid hebben effect op alle inwoners in een dorp, niet enkel de huurders.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
18
Deel 2 Nota van bevindingen
1. Inleiding nota van bevindingen Dit deel van het rekenkameronderzoek heet de nota van bevindingen. De bestudeerde documenten staan beschreven. De bevindingen van de fractiespecialisten, de twee wooncorporaties, een huurdersbelangenvereniging, een projectontwikkelaar, de ambtenaren die op dit onderwerp binnen de gemeente Echt-Susteren actief zijn en de portefeuillehouder Wonen komen aan de orde. Met deze nota van bevindingen worden de onderzoeksvragen uitgediept. Het rapport biedt ook nader informatie over de breedte van het thema wonen. Alle facetten en raakpunten van het gemeentelijk woonbeleid zijn vervat in meerdere documenten, lokaal, regionaal en landelijk. De rode draad in het oordeel van de portefeuillehouder, de projectontwikkelaar en de wooncorporaties over de documenten is, dat met nota’s alleen er geen passende woonsituatie ontstaat. Een passende woonsituatie ontstaat als wooncorporaties, projectontwikkelaar en gemeente gezamenlijk op een locatie samen aan de slag gaan. Die intenties worden al meerdere keren waargemaakt, met als voorbeeld Bloemenhof in Echt. Vandaar de foto op de voorpagina van Deel 1 en Deel 2. De huurdersbelangenorganisatie toont grote betrokkenheid en ervaart die ook van de wooncorporatie en de gemeente. We beginnen in de volgende paragraaf met de doelstelling van het onderzoek en de probleemstelling. Daarna de werkwijze en het normenkader.
Vervolgens de context van de woonvisie. In hoofdstuk 3 staat de uitvoering van de woonvisie weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de prestatieafspraken toegelicht en in hoofdstuk 5 de realisatie van de prestatieafspraken. In hoofdstuk 6 staan we stil bij de rol van de gemeenteraad. Waar relevant benoemt de rekenkamer in deze hoofdstukken haar constateringen. In hoofdstuk 7 volgt het oordeel op de onderzoeksvragen. In Deel 1, de bestuurlijke nota, worden conclusies verbonden aan de constateringen en het oordeel en tot slot de aanbevelingen gepresenteerd.
1.1 De doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is de doeltreffendheid van het woonbeleid van de gemeente Echt-Susteren te beoordelen. Met doeltreffendheid wordt bedoeld: de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten en gestelde doelen van het beleid daadwerkelijk worden behaald. Het resultaat van het onderzoek levert gegevens op, die de uitvoering van het beleid helder maken en verschillen tussen beleid en uitvoering op tafel leggen. Een belangrijke uiting van de uitvoering van beleid wordt zichtbaar in de prestatieafspraken die de gemeente met de wooncorporaties en de huurdersbelangenorganisaties jaarlijks overeenkomt. Het woonbeleid en de uitvoering van het beleid zijn breder dan hetgeen in de prestatieafspraken is vastgelegd. Hier gaat het onderzoek ook op in. De hoofdonderzoeksvragen van het onderzoek: 1. Hoe is de woonvisie tot stand gekomen? 2. Hoe zijn de prestatieafspraken tot stand gekomen? 3. Worden de doelen van de woonvisie in de vorm van de prestatieafspraken gehaald? 4. Worden de prestatieafspraken gehaald?
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
20
1.2 De werkwijze en resultaatweergaven Het rekenkameronderzoek heeft plaatsgevonden door documentenonderzoek en interviews. Vandaar de foto op de voorpagina van het onderzoek. Als onderzoeksperiode gelden de jaren 2022, 2023 en 2024. De regionale Structuurvisie wonen 2022 geldt als basis voor de gemeente waarop het woonbeleid is gebaseerd en dus ook in dit onderzoek. Naast deze structuurvisie is het ‘Hoofdlijnenakkoord 2022-2026, Eenheid door vertrouwen’ van belang, vastgesteld door de politieke partijen in Echt-Susteren PNES, CDA, DES, GroenLinks en D66. Deze basis wordt verbreed met tal van andere documenten die direct of indirect raken aan het gemeentelijk woonbeleid. De 3 prestatieafspraken in deze periode gelden mede als basis voor de beoordeling van de uitvoering van het woonbeleid. We beoordelen de evaluatie van de prestatieafspraken 2022 en 2023. Deze leggen we naast de overeengekomen prestatieafspraken 2022, 2023 en 2024. Hiermee sluit de periode van de prestatieafspraken aan bij het ander onderdeel van onderzoek, de woonvisie. Het documentenonderzoek De documenten zijn grotendeels afkomstig van de gemeente en aangeleverd door het college van de gemeente Echt-Susteren. Daarnaast maakt de rekenkamer gebruik van landelijke bronnen. De geraadpleegde bronnen zijn in Bijlage 2 opgenomen.
Interviews met belanghebbenden In de gesprekken die met vertegenwoordigers van partijen gevoerd zijn, waren steeds het uitgangspunt de regionale woonvisie, de andere documenten en de prestatieafspraken. Gesproken is met de bestuurder en adviseur van de wooncorporatie Nester en de bestuurder van de wooncorporatie ZOwonen. Bij de projectontwikkelaar Jongen Projectontwikkeling (JPO) is een gesprek geweest met de ontwikkelingsmanager. Voor het beeld van de huurders is gesproken met 2 vrijwillige bestuursleden van SHL, Stichting Huurdersbelangen Limbricht, die met name opkomen voor bewoners van huurhuizen in Susteren en Nieuwstadt, eigendom van ZOwonen. Drie gemeentelijke ambtenaren gaven nadere toelichting op de aangeleverde documenten. Een ambtenaar heeft op verzoek meermaals nadere informatie aangeleverd. Vanuit het college van B&W is gesproken met de portefeuillehouder wonen. Er zijn in twee bijeenkomsten gesprekken geweest met de fractiespecialisten van de gemeente. Aan de hand van een gespreksleidraad kwamen voor de volksvertegenwoordiging relevante thema’s aan de orde. Een fractie reageerde schriftelijk. In Bijlage 1 staan de namen van de gesprekspartners weergegeven.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
21
1.3 Normenkader en factoren van belang bij woonvisie en prestatieafspraken Deelvraag
Norm
Beleid 1. Hoe is de woonvisie tot stand gekomen?
2. Hoe zijn de prestatieafspraken tot stand gekomen?
• De woonvisie is afgestemd met regionale kaders. • De woonvisie is met belanghebbenden opgesteld. • De doelstellingen van de woonvisie zijn eenduidig. • De afspraken sluiten aan bij de lokale woonvisie (en Woningwet 2015) • De prestatieafspraken zijn SMART. Specifiek, meetbaar, acceptabel, relevant en tijdgebonden
Rol van de gemeenteraad
Hoe is de raad betrokken bij de totstandkoming van de woonvisie en prestatieafspraken?
• De raad heeft duidelijke kaders gesteld op basis van voldoende informatie. • De raad is betrokken bij het opstellen van (de doelstellingen van) de woonvisie. • De raad is op de hoogte van de gemaakte prestatieafspraken.
Uitvoering
3. Worden de doelen van de woonvisie als het gaat om de prestatieafspraken gehaald?
4. Worden de prestatieafspraken gehaald?
• De procesdoelen (de wijze waarop de prestatieafspraken zijn gemaakt) op basis van de woonvisie zijn gehaald. • De doelen voor de sociale huurwoningen zijn behaald. • Andere in de prestatieafspraken gestelde doelen zijn gehaald. • De afgesproken invulling van de rol van de gemeente heeft plaatsgevonden. • De inhoudelijke doelen van de prestatieafspraken zijn gehaald.
Rol van de gemeenteraad Hoe is de raad geïnformeerd over de uitvoering van woonvisie en prestatieafspraken?
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
• De informatie is voldoende om de controlerende rol in te vullen. Resultaten zijn gerapporteerd. • De raad heeft de mogelijkheid tot bijsturing. • De raad maakt gebruik van de mogelijkheid tot bijsturing.
22
2. Context van de woonvisie
2. Context van de woonvisie 2.1 De basis van de woonvisie Het woonbeleid van de gemeente Echt-Susteren is vastgelegd in een woonvisie. Er is ook woonbeleid geformuleerd in het coalitieakkoord 2022-2026 in het zogenaamde Hoofdlijnenakkoord 2022-2026, ‘Eenheid door vertrouwen’. In paragraaf 2.2 gaan we verder in op aspecten van woonbeleid die in aanpalende beleidsterreinen zijn vastgelegd. De basis van de woonvisie is vervat in de regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 ‘Samen gericht bouwen aan de toekomst’. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld in december 2022. Deze geldt voor de gemeente Echt-Susteren als uitgangspunt voor het woonbeleid. De woonvisie komt tegemoet aan een groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. In een eerdere versie van de woonvisie uit 2018 lag het accent op de planvoorraad die in beperkte mate teruggedrongen moest worden. In de huidige woonvisie is het streven de planvoorraad zowel kwantitatief als kwalitatief in overeenstemming te brengen met de behoefte. Het adagium is nu: van krimp naar bouwen waar mogelijk en stedenbouwkundig wenselijk. De woonvisie is opgesteld met inachtneming van zowel rijksbeleid, provinciaal als regionaal beleid. De Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 wordt jaarlijks gemonitord, waarbij ook de planvoorraad wordt geactualiseerd. Het college van B&W legt verantwoording af aan de raad.
In 2026 vindt een herijking plaats. Daarnaast hebben meerdere beleidsvelden invloed op het lokale woonbeleid. Specifieke regionale opgaven, die ook voor Echt-Susteren gelden zijn: • Het vergroten van het aantal huurwoningen • De uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen • De huisvesting van statushouders conform de taakstelling • Opgave tot realiseren van (nieuwe)woonvormen in het kader van wonen met zorg. In dit kader heeft de gemeente Echt-Susteren op 6 juli 2022 de regiovisie Meedoen en Wonen vastgesteld • De capaciteit “short stay” voor internationale werknemers dient uitgebreid te worden • Transformatie van leegstaand (commercieel) vastgoed en herstructurering van locaties met kwaliteitsarme bebouwing • Opgave in het toekomstbestendig maken en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad In de bijlage van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 is voor elke gemeente afzonderlijk aangegeven waar accenten liggen. Hier wordt het lokale beleid omschreven. Er is voor Echt-Susteren aandacht voor de ontwikkeling van het aantal huishoudens met een verwachte piek in 2029. Daarnaast wordt in de lokale uitwerking ingegaan op de transitie van het centrum van de kern Echt en de kern Susteren. Verder is er aandacht voor nieuwbouw en herstructurering. Tevens is in die bijlage de planvoorraadlijst 2022 toegevoegd.
Een nadere verfijning van het voorgenomen beleid treffen we aan in het Hoofdlijnenakkoord. Het Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 van de coalitiepartijen, dat de basis vormt van het beleid voor de raadsperiode 2022-2026. Hierin worden enkele beleidspunten uit de regionale structuurvisie wonen aangescherpt en enkele nieuw opgevoerd. Het streven is 500 woningen te bouwen tot 2026. Een ander nieuw punt is een onderzoek naar de lokale mogelijkheden voor ‘Ruimte voor Ruimte-beleid’, om met de opbrengsten extra geld vrij te maken voor de reguliere woningbouw. Tevens wordt het wonen boven winkels als beleidspunt opgevoerd. In de planning-en-controlecyclus verantwoordt het college van B&W de uitvoering van het gevoerde beleid en ook de monitoring van de woonvisie 2022. In de jaarrekening, de bestuursrapportages. Ook zendt het college raadsinformatiebrieven aan de gemeenteraad over de voortgang van de uitvoering van het beleid.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
24
2.2 De breedte van de woonvisie Er is een aantal aanpalende beleidsterreinen op de woonvisie en dat is verkend. De woonvisie en het hoofdlijnenakkoord vormen de basis voor het woonbeleid. Maar het beleid en de uitvoering worden steeds aangepast en aangescherpt door effecten van nieuwe wetten en beleidsdocumenten. We noemen de belangrijkste. a. De Omgevingswet De Omgevingswet is per januari 2024 in werking getreden. Twee instrumenten spelen hier een belangrijke rol: het instrument omgevingsvisie en het instrument omgevingsplan. De omgevingsvisie schept duidelijkheid in de ambities en de manier waarop daaraan gewerkt wordt. Het omgevingsplan bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan voor ieder gebied zeggen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. In haar omgevingsplan hoeft de gemeente niet specifiek te bepalen wat er in welk gebied komt. Ze kan bij een ontwikkelingsgebied kiezen voor een algemenere beschrijving met randvoorwaarden. De gemeente is bezig met de opstelling van een omgevingsvisie, waarna uitwerking plaatsvindt in het omgevingsplan. b. Regiovisie Meedoen & Wonen 2022-2026 De regiovisie gaat over de onderdelen beschermd wonen, maatschappelijke opvang, bemoeizorg en preventie. In de op te stellen woonzorgvisie wordt de woonopgave voor de kwetsbare doelgroepen benoemd.
Met de corporaties worden afspraken vastgelegd in de prestatieafspraken voor de kwetsbare doelgroepen. Het onderdeel sociaal domein in de gemeente is actief betrokken bij de wooninitiatieven die bij de gemeente binnenkomen. Er is een samenwerkingsovereenkomst ‘Matchingspunt Midden-Limburg’. Deze is erop gericht de meer kwetsbare mensen, of mensen die uit de maatschappelijke opvang of van beschermd wonen komen, aan een woning te helpen. In 2024 krijgt dit de naam Woonkans, als er schaalvergroting plaatsvindt met de regio Limburg Noord. c. De woonzorgvisie De woonzorgvisie beschrijft het beleid op het gebied van wonen en zorg en bouwt voort op de Regionale Structuurvisie Wonen, de Woondeal en de regiovisie Meedoen & Wonen. In mei 2024 volgt de presentatie van de woonzorganalyse aan de commissie Maatschappij, waarbij ook de raad wordt uitgenodigd. In deze analyse staat aangegeven voor welke doelgroepen er welke woonbehoeften zijn. Deze analyse vormt de basis voor het beleid op het gebied van wonen en zorg. Tussen mei en december wordt de woonzorgvisie opgesteld met input van zorginstellingen en welzijnsinstellingen, de gemeente en alle partners die met wonen verbonden zijn. De planning is dat de gemeenteraad de woonzorgvisie in december vaststelt. Vanaf januari 2025 zal de visie ten uitvoer worden gebracht.
Doelgroepen waar met nadruk in de onderzoeks-analyse naar gekeken wordt, zijn: • Ouderen zonder zorg- of ondersteuningsvraag (65+) • Mensen met een zorg-of ondersteuningsvraag • Mensen met ggz-problematiek • Mensen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang • Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking • Jeugd met een zorg- of ondersteuningsbehoefte • Jongvolwassenen (18+) die uitstromen uit de jeugdzorg • Aandachtsgroepen (statushouders, internationale werknemers, woonwagenbewoners) De projectontwikkelaar geeft aan dat wooncorporaties er zijn voor de woningen en woonvormen voor speciale doelgroepen. Hij wil de corporaties daarbij helpen. De portefeuillehouder geeft vooruitlopend op de woonzorganalyse aan dat er tot 2030 een groei is van het aantal huishoudens en daarna neemt het aantal huishoudens af. “Wat betekent dit voor het woonbestand nu, wat moet er gebouwd en wat is er nodig in 2035? De woonsituatie is voor een grote groep tijdelijk pijnlijk: gebrek aan woningen, betaalbaarheid en verkrijgbaarheid zijn momenteel de knelpunten op de woningmarkt. De prognoses geven aan dat het een tijdelijke situatie betreft.”
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
25
d. Het woonwagenbeleid In de structuurvisie wordt aandacht gegeven aan de doelgroep woonwagenbewoners. Het beleidskader gemeentelijk woonwagen- standplaatsenbeleid dat de minister van BZK heeft opgesteld, stelt dat de gemeente bij het woonbeleid rekening moet houden met de wensen van woonwagenbewoners en moet voorzien in voldoende standplaatsen, zodat zij binnen een redelijke termijn kans maken op een standplaats. In de gemeente zijn 45 woonwagenstandplaatsen verdeeld over 8 locaties. Op 7 standplaatsen na zijn alle locaties in beheer van de twee corporaties. In 2023 zijn door woonwagenbewoners verzoeken tot extra woonwagenhuisvesting bij de gemeente gedaan. Momenteel wordt onderzoek naar de behoeften gedaan. e. De beleidsnotitie Huisvesting Arbeidsmigranten 2023 Uitgangspunt voor de gemeente is dat huisvesting van arbeidsmigranten dient plaats te vinden binnen bestaande bebouwing of nieuwbouw en is toegestaan in het stedelijk gebied en in het buitengebied. Maar het blijft in principe uitgesloten op bedrijventerreinen, zo staat verwoord in de beleidsnotitie. f. Het integraal veiligheidsplan In het in december 2022 door de gemeenteraad vastgestelde plan is er aandacht voor leefbaarheid en sociale overlast en woninginbraak. In het plan komt de relatie met de wooncorporaties en het gemeentelijk ruimtelijk domein niet aan de orde. g.
De Spreidingswet De Spreidingswet legt nadruk op verdeling van de taken in de regio voor de opvang statushouders, asielzoekers en arbeidsmigranten. De gemeente voert momenteel overleg met Roerdalen en Maasgouw om tot een toedeling te komen van doelgroepen in de drie gemeenten. Daarnaast is overleg gestart om dit ook op Midden-Limburgse schaal te gaan afstemmen en oppakken. Echt heeft al heel lang een AZC met 450 bewoners. Dit wordt meegewogen in de afstemming. h. Het grondbeleid van de gemeente In het verleden was de inzet van de gemeente saneren van het aantal woningbouwplannen. De markt en het beleid veranderen, nu zet de gemeente in op groei. Als er gronden vrijkomen gaat de gemeente in gesprek met de wooncorporatie over de mogelijke invulling. Als voorbeeld de gronden bij het Connect College in Echt waar met Nester in 2024 over gesproken wordt. Ook bij Louersveld is sprake van eigen grondbezit en volgt de bouw van 167 woningen. i. Het accommodatiebeleid Accommodatiebeleid is van belang voor het in stand houden van levendigheid en leefbaarheid in de verschillende kernen. Het liefst zijn er accommodaties in de buurt van de zogenaamde triple A-voorzieningen (Albert-Heijn/Aldi, huisarts en apotheek). In veruit de meeste kernen is er een vorm van een gemeenschapsvoorziening, geëxploiteerd door en voor de eigen gemeenschap.
Hier vinden allerlei activiteiten plaats van verenigingen en organisaties; ook preventief gericht op ontmoeting en zorg. j. De woondeal De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening sloot op 9 maart 2023 de woondeal Limburg met alle gemeenten. In de woondeal worden afspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen, de locaties en voor wie er moet worden gebouwd. In de woondeal is aandacht voor de bouw van betaalbare woningen en voor samenwerking, knelpunten en randvoorwaarden die van invloed zijn op de woningbouw. Goede samenwerking tussen alle betrokken partijen is daarbij essentieel om de regionale opgaven te realiseren en samen op zoek te gaan naar oplossingen voor mogelijk knellende factoren zoals stikstof, capaciteit en financiële middelen. Om regionale samenwerking te faciliteren worden zogenaamde regionale versnellingstafels opgezet. Aan deze versnellingstafels bespreken overheden, woningcorporaties en marktpartijen de voortgang en knelpunten in de woningbouwopgave en gaan ze samen op zoek naar oplossingen voor de versnelling van locaties.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
26
Er is een aantal kritische succesfactoren specifiek voor de Midden-Limburgse gemeenten benoemd. Voor de opgave sociale huur zijn de woningcorporaties grotendeels afhankelijk van bouwlocaties die de gemeenten ter beschikking stellen tegen (doorgaans) lagere grondprijzen. Hierdoor komen gemeentelijke grondexploitaties, met name van kleine projecten, onder druk te staan. Bijdragen onder andere van het Rijk, ook voor kleine projecten zijn nodig om businesscases te maken. Daarnaast speelt de haalbaarheid voor corporaties en gemeenten bij grote herstructureringsopgaven. Bijdragen voor sloop en nieuwbouw voor de corporaties en voor (her)inrichting van de openbare ruimte voor de gemeenten zijn nodig om de plannen uitvoerbaar te maken. Aangegeven wordt dat leefbaarheid, ontmoeting, veiligheid en klimaat-adaptief inrichten van de openbare ruimte cruciaal zijn voor de sociale samenhang en een toekomstbestendige openbare ruimte in wijken en kernen.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
27
3. De uitvoering weergegeven in de documenten van de Planning & Control-cyclus
3. De uitvoering weergegeven in de documenten van de Planning & Control-cyclus De gemeenteraad stelt jaarlijks een kadernota vast, de programmabegroting, de jaarrekening en er zijn bestuursrapportages. Daarnaast informeert het college de raad via raadsinformatiebrieven. • In de jaarrekening, de bestuursrapportages en in raadsinformatiebrieven verantwoordt het college de uitvoering van het beleid. • In de programmabegroting 2023 is in navolging van het gemeentelijke grondbeleid een budget opgenomen voor verwerving van strategische grondposities, waarmee actief grondbeleid mogelijk wordt. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties en Ontwikkellocaties (MPGO is door raad vastgesteld in december 2023) is het actieve beleid toegelicht. • In de kadernota 2024 worden rond volkshuisvesting geen beleidsvoornemens gepresenteerd, maar wordt er alleen gesproken over een voorbereidingsbudget gebiedsontwikkeling. • In de eerste bestuursrapportage 2023 staat aangekondigd dat er een behoefteonderzoek wonen start en dat er meer geld nodig is voor het verstrekken van startersleningen. • Er zijn meerdere raadsinformatiebrieven aangeleverd. Het karakter van de RIB’s is dat het college tussentijds rapporteert over de stand van de uitvoering van afgesproken beleid. • In de jaarrekening 2022 wordt de uitvoering van de structuurvisie gemonitord.
Er wordt met name aandacht besteed aan het toelichten van het werk voor de genoemde verschillende doelgroepen. Op enkele onderdelen worden de kwantitatieve resultaten benoemd. Bij de kolom wanneer heeft de realisatie plaatsgevonden? Staat overal ‘continu’. Als de opgaven van afspraken niet SMART zijn geformuleerd, kan er ook geen SMART-verantwoording worden weergegeven. De verantwoording is afgeleid van de uitgangspunten in de regionale Structuurvisie Wonen MiddenLimburg 2022. a. Het vergroten van het aantal huur- en koopwoningen b. De uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen c. De huisvesting van statushouders conform de taakstelling d. Opgave tot realiseren van (nieuwe)woonvormen in het kader van wonen met zorg. e. De gewenste toename van de capaciteit “short stay” voor internationale werknemers f. Transformatie van leegstaand (commercieel) vastgoed en herstructurering van locaties met kwaliteitsarme bebouwing g. Opgave in het toekomstbestendig maken en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad Extra punten voor Echt-Susteren, weergegeven in de bijlage van Structuurvisie Wonen 2022 h. Particuliere initiatieven i. Toestroom van burgers van buiten de gemeente j. Jongerenhuisvesting k. Startersleningen Ad a. Het vergroten van het aantal huur- en koopwoningen Het netto aantal woningen dat is toegevoegd aan het woningbestand in de gemeente bedraagt in 3 jaar tijd 299.
Toevoeging woningen
2021
2022
2023
Totaal
56
118
125
299
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
29
In de planvoorraad van de gemeente staat aangegeven hoeveel plannen er liggen voor koopwoningen en huurwoningen. Naast de realisatie van plannen in de afgelopen jaren is er nieuwe voorraad toegevoegd door de ontwikkeling van plannen, waardoor de totale planvoorraad gelijk is gebleven.
Planvoorraad
2021
2022
2023
2024
640
624
624
624
Ad b. De uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen Eerst was het idee om het aantal woonwagenstandplaatsen in stand te houden, en via natuurlijk verloop en mutatie invulling te geven aan de woonvraag. Nu wordt er onderzoek gedaan naar de wensen en mogelijkheden voor eventuele uitbreiding van de standplaatsen. In 2024 wordt de uitkomst verwacht. In het gesprek met Nester wordt aangegeven dat er in Echt een behoefte ligt aan 6 nieuwe standplaatsen. Nester bezit de standplaatsen, niet de woonwagens, die zijn eigendom van de bewoners zelf. Nester constateert in een kern veel illegaliteit, waaronder bebouwingen die niet vergund zijn. De gemeente moet dit oppakken en handhaven, vindt de corporatie. Ad c. De huisvesting van statushouders conform de taakstelling De provinciale taakstelling voor het huisvesten van statushouders wordt gehaald. In 2022 was de opgave te komen tot huisvesting van 43 statushouders, dit is met inzet van de wooncorporaties gelukt. Vanuit 2021 was er nog een achterstand van 11 personen, deze is in 2023 weggewerkt. Eind 2023 was er voor dat jaar nog een taakstelling van 8, die in januari 2024 is uitgevoerd. De wooncorporatie heeft gepleit meer inspanningen te leveren voor de begeleiding van de statushouders. Met het verstrekken van een opdracht aan de Stichting Menswel is hier vanaf 2023 invulling aan gegeven.
ZOwonen heeft in samenspraak met de gemeente een pand aangekocht voor een groot gezin. Er zijn goede afspraken gemaakt met de omgeving en de begeleiding van de familie. Ad d. Opgave tot realiseren van (nieuwe)woonvormen in het kader van wonen met zorg Vanaf eind 2023 wordt er gewerkt aan de totstandkoming van de woonzorgvisie. In mei 2024 wordt het resultaat van het onderzoek naar de woningbehoeften gepresenteerd aan de gemeenteraad in de commissie Maatschappij. De woonzorganalyse zal de basis zijn voor het woonbeleid. Daarna wordt de woonvisie opgesteld, waarbij het streven is deze in december 2024 te laten vaststellen door de gemeenteraad. In het eerste half jaar van 2025 komt de gemeente samen met welzijnsinstellingen, zorgverleners, de wooncorporaties, het zorgkantoor, beleggers en projectontwikkelaars tot een uitvoeringsprogramma. De beoogde doelgroepen van de woonzorgvisie worden betrokken bij de uitvoering van de plannen. Er is jaren gewerkt met het zogenaamde woonwensenonderzoek. Daarin mist een aantal doelgroepen en aspecten: de zorgbehoevenden (wonen en zorg), arbeidsmigranten, de aannames bij statushouders en woonwagenbewoners. De gemeente kan op basis van de structuurvisie, nationale prestatieafspraken, de woondeal en bijvoorbeeld de vastgestelde betaalbaarheidseisen sturen op binnenkomende initiatieven van particulieren zoals projectontwikkelaars.
De zorginstellingen en welzijnsinstellingen zullen op basis van de resultaten in de woonzorgvisie mede invulling geven aan de afspraken 2025 over wonen en zorg. Bij het bepalen van hun plannen gaan de wooncorporaties uit van een aantal te objectiveren instrumenten. Dit zijn geen harde wetenschappelijk feiten, maar het zijn indicaties.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
30
• Aantal inwoners, groei en daling • Bevolkingsopbouw • Etil gegevens. Prognoses worden steeds herijkt. Hoog over geeft het een bepaald beeld, maar daar alleen kan niet op gevaren worden. • Thuis in Limburg: hoeveel mensen schrijven zich in voor een woning; als het er tien zijn is dit een ander uitgangspunt dan wanneer het er 110 zijn. • Inbreng van makelaars, die hebben sensoren en weten wat de concrete vraag is • Inbreng van welzijnsinstellingen en zorginstellingen • Wat is de zoekduur, hoe lang staan mensen ingeschreven? • En dan is er nog de beleidsvraag te stellen door de gemeente en de wooncorporatie: hoe moet de verhouding zijn tussen koop en huur? Leudal heeft 15%, in Echt 17%. 30 % betaalbaar als voor waarde huur en betaalbare koop, dan moet daar het plannen aan getoetst worden. Voor de projectontwikkelaar JPO geldt tegenwoordig de volgende werkwijze: “We pakken het coalitieakkoord erbij, wat wil een gemeente? Wat zijn de vergezichten? Wat is de maatschappelijke opgave? We hebben samen een opgave, welke opgave zien jullie als corporatie en zorginstellingen?” Ad e. De gewenste toename van de capaciteit 'short stay' voor internationale werknemers De gemeente neemt een positieve grondhouding aan bij initiatieven om te komen tot extra huisvesting voor arbeidsmigranten.
De beleidsnota Huisvesting arbeidsmigranten 2023 is in 2023 geactualiseerd en geldt als leidraad bij de beoordeling van initiatieven. Concrete resultaten kunnen nog niet worden gemeld. Ad f. Transformatie van leegstaand (commercieel) vastgoed en herstructurering van locaties met kwaliteitsarme bebouwing De gemeente heeft het centrum van Echt en het centrum van Susteren aangemerkt om te komen tot een transitie. Het gaat onder meer om het realiseren van een vitaal en toekomstbestendig centrum, een compact kernwinkelgebied, waar leegstand vervangen wordt door woningbouw en de bereikbaarheid (infrastructuur) wordt verbeterd. Voor beide kernen is door het college een aparte portefeuillehouder aangewezen. De winkelkern in Echt is groot, volgens de gesprekspartner van Jongen Projectontwikkeling, met veel leegstand. “Je zou de kern kleiner moeten maken met een schil van wonen ook voor ouderen eromheen. Maar het vastgoed zit in verschillende handen. Dit kost een langetermijnvisie en langetermijninvesteringen. Het biedt heel veel kansen.” De nieuwbouw van de Bloemenhof in Echt is een goed voorbeeld van de transformatie van leegstaand commercieel vastgoed naar duurzame bewoning. “Heel fijn dat Echt-Susteren een zo vooruitstrevende gemeente is met een goede projectleider bij Bloemenhof. De gemeente heeft de verantwoordelijk-heid genomen.
Het eerste plan was niet haalbaar en toch is het in drie-en-een-half jaar tot stand gekomen”, aldus de projectontwikkelaar. De woningen in Bloemenhof zijn verkocht binnen de prijzen van € 292.500,- tot € 335.000,- v.o.n. Hiermee bleef men onder de betaalbaarheidsgrens van een betaalbare woning, met inspanningen van de gemeente en de projectontwikkelaar. De bouw van Bloemenhof betrof een periode, waarin de bouwmaterialen een flinke stijging doormaakte, om het plan rendabel te houden, was de geplande prijs van €280.000 niet haalbaar. De woningen zijn binnen een zeer kort tijdsbestek allemaal verkocht. Ad g. Verduurzaming De gemeente wil in 2040 de plannen gereed hebben om in 2050 energieneutraal te zijn. Er is een energievisie met een uitvoeringsprogramma 2022-2026. In de programmabegroting 2024 staat dat het thema duurzaamheid verder uitgewerkt wordt. Een belangrijk onderdeel is de reductie van het aardgasgebruik in wijken. Streven is om in 2030 20% minder aardgas te gebruiken. Via communicatie, bewustwording, advies en totale ontzorging, faciliteren van initiatieven wordt hieraan gewerkt. De gemeente heeft met de wooncorporaties ZOwonen en Nester afspraken over verduurzaming. Er worden woningen verduurzaamd met reguliere schilisolatie, dakisolatie, vloerisolatie en zonnepanelen in 2022 255 woningen. In paragraaf 5.3 komen we hierop terug.
Rekenkameronderzoek: Woonbeleid en prestatieafspraken 2024
31
Ad h. Particuliere initiatieven De gemeente kent een CPO, collectief particulier opdrachtgeverschap. Er zijn 6 jonge stellen die de mogelijkheden onderzoeken nabij het project Louersveld. Het college van B&W staat hier positief tegenover. Ad i. Toestroom van burgers van buiten de gemeente Aangegeven staat de toestroom van woningzoekenden vanuit de zuidoostelijke regio van de provincie Noord-Brabant en West-Nederland evenals de hoogopgeleide kenniswerkers vanuit het industriegebied Chemelot, het ontwikkelgebied rondom Nedcar en het bedrijventerrein Midden-Limburg. Uit de migratiecijfers van burgerzaken blijkt geen kwantitatieve steun voor het vermoeden dat er extra inwoners met genoemde kenmerken naar de gemeente komen. Ad j. Jongerenhuisvesting Op de Heerweg, nabij het PSW-gebouw, komen 20 houtskeletbouwwoningen (Skilpod) voor jongeren. In Louersveld wordt er een sociale component ingebouwd (starterswoningen), ook voor jongeren. Ook in het centrumplan van Echt, in de transformatie, wordt rekening gehouden met deze doelgroep in de vorm van studio’s. Bij de verkoop van woningen door de wooncorporaties worden de woningen behalve aan de zittende huurders aan starters aangeboden. Ad k. Startersleningen Er wordt met name door jongen gebruik gemaakt van de startersleningen.